CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Tabel behorende bij Nota van Beantwoording

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening tot wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (VN2025-013056)24.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wanneer dit begrip niet heel concreet nader wordt gespecificeerd, voorziet het DB veel discussie over wat wel, dan wel niet als significant wordt aangemerkt. Dit zou erg afleiden van de inhoud en is in onze ogen dan ook onwenselijk Betere herkenbaarheid van adviezen van sdc’s is nodig en belangrijk, maar hier moet ook meer gewicht aan worden gegeven dan aan andere zienswijzen van bv bewoners of ondernemers. De adviezen van sdc’s zijn immers al gewogen adviezen van de volksvertegenwoordiging van het stadsdeel.

Zie de bestuurlijke reactie, dit is inderdaad het voornemen. De Nota van Beantwoording zal door het DB worden doorgestuurd aan de stadsdeelcommissie. Zoals dat met stedelijke adviesaanvragen ook gebeurt.

Zie het antwoord bij advies 80.

In de bestuurlijke reactie heeft het college opgenomen dat in de nota’s van beantwoording bij stedelijke adviesaanvragen de adviezen uit de stadsdelen voortaan in een aparte paragraaf zullen worden behandeld.

28

85. SDC Z

Betere planning termijnagenda adviesaanvragen en transparantie in beoordeling en terugkoppeling uitgebrachte adviezen.

86. SDC W

Betere terugkoppeling adviezen aan SDC's. Betere terugkoppeling op adviesaanvragen vanuit SDC De huidige adviespraktijk is vaak versnipperd, onduidelijk qua status en moeilijk te volgen. De vertaalslag naar stadsdeelniveau ontbreekt geregeld, net als terugkoppeling. 1. Formuleer stedelijke adviesaanvragen met expliciete aandacht voor impact per stadsdeel. Alleen dan kunnen stadsdelen een inhoudelijk relevant en gebiedsspecifiek advies uitbrengen dat ook werkelijk van invloed is op het beleid. 2. Standaardiseer en harmoniseer richtlijnen en formats bij toepassing van instrumentarium door SDC: een integrale weergave van adviezen inclusief minderheidsstandpunten, en bijlagen met stemverhoudingen en stemverklaringen. Dit verhoogt de transparantie, geeft ruimte aan diversiteit van opvattingen binnen de commissie en maakt de adviezen beter navolgbaar voor derden.

87.

SDC ZO

In de bestuurlijke reactie staat dat het college de stedelijke directies de opdracht geeft om in gesprek te gaan met stadsdeelorganisaties hoe ze deze eerder kunnen betrekken bij aanstaande adviesaanvragen en grootstedelijke projecten met daarbij beter inzicht in de planning van adviesaanvragen en de naleving van adviestermijnen. De Bestuurlijke Lange Termijn Agenda die nu wordt ontwikkeld, zal de inzichtelijkheid van de planning van adviesaanvragen verder vergroten. Zie antwoord 69.

1.

Zie antwoorden 76 en 79.

2. Er is al een standaardformulier voor adviesaanvragen. Hier zijn recentelijk verbeteringen in aangebracht door op te nemen wat waar moet worden ingevuld. Dat zal worden aangevuld met stemverhoudingen.

29

88. DB N

3. Ontwikkel een uniforme werkwijze voor griffies, ambtelijke advisering en ondersteuning van gemeenteraad, raadscommissies en stadsdeelcommissies. Door standaardisatie kunnen processen efficiënter verlopen en wordt het makkelijker voor gemeenteraad en college om adviezen serieus te nemen en structureel te verwerken. Zorg voor een eensluidende rolopvatting van griffiers, SDC-secretarissen, ambtelijke adviseurs en ambtelijke ondersteuning binnen de gemeente en binnen de stadsdelen over de doorgeleiding van adviezen vanuit de stadsdeelcommissies richting college en gemeenteraad. 4. Verleng de adviestermijn van 6 naar 8 weken. In de praktijk blijkt een doorlooptijd van zes weken vaak onvoldoende, zeker bij complexe onderwerpen. Een langere termijn vergroot de kwaliteit van het inhoudelijke beraad én de kans op participatie van bewoners. 5. Leg vast in de Verordening dat adviesaanvragen op tijd, en voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de stadsdelen worden voorgelegd. Het komt nu regelmatig voor dat SDC adviesaanvragen ontvangt over het lopende jaar. Dat schaadt het vertrouwen in het belang dat wordt gehecht aan het advies van SDC. 6.

Het dagelijks bestuur dient hun finale advies aan het college direct toe te sturen naar SDC, zodat die tijdig in de gelegenheid wordt gesteld om eventuele afwijkingen van het advies van SDC te agenderen en bespreken bij behandeling in raadscommissies.

3. Deze werkwijze is er al. Het college zal bevorderen dat deze consequent wordt gehanteerd.

Het dagelijks bestuur ziet kansen om de kwaliteit en relevantie van de stedelijke adviesaanvragen te verbeteren door deze tijdiger aan te kondigen bij het stadsdeelbestuur

Zie antwoord 85

4. Zie antwoord 77.

5. Het college stuurt op tijdigheid van de stedelijke adviesaanvragen. Dat neemt niet weg dat niet altijd te voorkomen is dat aanvragen in een lopend jaar zullen plaatsvinden 6. Het is aan het DB en de SDC om hierover onderling goede werkafspraken te maken.

30

89. DBZO

90. DB O

91. DB O

door het actief delen van de bestuurlijke termijnagenda, opgesteld en beheerd door de agendakamer. Op dit moment bereiken de stedelijke adviesaanvragen het bestuur en de stadsdeelcommissie vaak laat, terwijl er doorgaans harde deadlines aan zijn verbonden. Dit zorgt bij de stadsdeelcommissies voor grote tijdsdruk, waardoor het lastig is om zorgvuldig en onderbouwd advies uit te brengen. De adviesvragen betreffen doorgaans omvangrijke projecten met grote impact op het stadsdeel. Om het stadsdeel in staat te stellen hier adequaat op te adviseren en de controlerende rol van de stadsdeelcommissie te versterken, is vroegtijdige signalering van aankomende adviesaanvragen essentieel. Verder is het college voornemens om meer ruimte te geven voor stadsdeel specifieke eigenschappen in adviesaanvragen en hierover terug te koppelen in een nota van beantwoording. Hierover is het DB positief. Zuidoost is in veel opzichten een stadsdeel waar een gebied specifieke aanpak goed tot zijn recht komt. Wij adviseren het college om expliciet prioriteit te geven aan een goed functionerende structuur, waarin stadsdelen volwaardig en tijdig, en daarmee dus ook passend bij het mandaat en de verantwoordelijkheden van verlengd bestuur, worden betrokken bij beleid en uitvoering.

Daarbij hoort dat de gemeentelijke organisatie zich zowel ambtelijk als bestuurlijk verantwoordelijk voelt voor duidelijke verantwoording richting stadsdeelcommissies – niet alleen achteraf, maar juist ook tussentijds. Ook hier geldt dat het niet alleen een kwestie is van structuren inrichten maar van het naleven van een cultuur waarin Dagelijks Besturen een stevige positie hebben als verlengd bestuur. Veranker de adviesrol van stadsdeelcommissies structureel in beleidsprocessen Op dit moment worden stadsdelen vaak te laat betrokken bij stedelijke beleids- en projectvoorstellen. Daardoor ontstaat

Het college onderschrijft dit.

Het college onderschrijft dit en zal zorg dragen voor een heldere communicatie en structuur vanuit directies over adviesaanvragen en streeft naar een tijdige aankondiging en een heldere terugkoppeling, zowel naar DB’s alsook SDC’s.

Zie de antwoorden op vraag 69 en 85. Het college is het ermee eens dat het goed is om DB’s (en SDC’s) voortvarend te laten weten hoe hun adviezen zijn meegewogen in de besluitvorming. Dit kan eerst na het

31

92. DB N

tijdsdruk bij de advisering door het DB en de SDC, wat ten koste kan gaan van de kwaliteit. Wij adviseren daarom om al in een vroeg stadium expliciet aandacht te besteden aan de impact op stadsdelen, zodat relevante vragen tijdig aan de orde kunnen komen. Deze vroegtijdige betrokkenheid moet worden geborgd in de werkwijze van directies. DB’s en SDC kunnen dan inhoudelijk adviseren vanuit hun lokale kennis, in plaats van reactief technische tekortkomingen te signaleren. Want dat laatste gebeurt nu nog te vaak – een teken dat de ambtelijke voorbereiding niet altijd op het gewenste niveau is. Hierop moet strakker worden gestuurd. (DBO) Zorg voor transparantie over de verwerking van input In de fase van informele afstemming – bijvoorbeeld via PHO’s – is het vaak onduidelijk wat er met de inbreng van DB’s gebeurt. Dit leidt tot herhaling in formele adviezen en vermindert het gevoel van invloed. Wij adviseren om in deze fase expliciet terug te koppelen: wat wordt door het College overgenomen, wat niet, en waarom? Dat verhoogt de kwaliteit en voorkomt dubbel werk. Ook op formele adviezen van stadsdeelcommissies moet structureel terugkoppeling volgen. Alleen zo ontstaat een betekenisvolle dialoog en wordt het adviesproces daadwerkelijk lerend en tweerichtingsverkeer.

besluit van het college over het onderwerp van de adviesaanvraag. Daarvoor is dit nog niet duidelijk.

Dagelijks bestuurders krijgen regelmatig tijdens portefeuillehoudersoverleggen teruggekoppeld hoe de adviezen vanuit het stadsdeel zijn meegenomen in de stedelijke besluitvorming. Dit zou verder versterkt kunnen worden door tijdens PHO’s actief te besluiten over de terugkoppeling aan de stadsdeelcommissies wat met stadsdeeladviezen is gedaan. Daarmee kan het dagelijks bestuur tijdens de stadsdeelcommissievergaderingen ook verantwoording afleggen over hoe de inbreng van het

Het college zal de schriftelijke terugkoppeling aan de DB’s over hoe de adviezen uit de stadsdelen in de besluitvorming zijn verwerkt, bevorderen. Deze deelt het DB met de SDC.

32

93. DB O

94. SDC W

stadsdeel is verwerkt, wat bijdraagt aan transparantie en lerend vermogen binnen het adviesproces Streef naar uniformiteit en gezamenlijke advisering waar mogelijk Momenteel hanteren DB’s verschillende werkwijzen: sommige delen conceptadviezen, anderen niet; soms wordt onderscheid gemaakt tussen DB- en SDC-adviezen, soms niet. Deze variatie maakt het moeilijk om stedelijke adviezen goed te vergelijken of op waarde te schatten. Wij adviseren om te werken aan een meer uniforme werkwijze, zodat transparantie en effectiviteit toenemen. Daarnaast is het verstandig om per adviesvraag bewuster af te wegen of individuele adviezen (per stadsdeel) nodig zijn of dat gezamenlijke advisering van meerdere stadsdelen efficiënter en inhoudelijk sterker is. In sommige gevallen kan één breed gedragen advies meer impact hebben dan acht losse reacties.

Adviesaanvragen van de Raad Leg vast dat alle adviesaanvragen rechtstreeks naar de stadsdeelcommissie gaan, met een verplichte paragraaf in collegevoorstellen die uitlegt waarom het voor het stadsdeel relevant is en specifieke lokale vragen stelt. Laat de stadsdeelcommissie zelf bepalen of er sprake is van significante gevolgen en of een advies nodig is en ondersteun dit met maatwerk, een goede planning en transparante terugkoppeling. Zorg er bovendien voor dat adviezen volledig en duidelijk zichtbaar worden opgenomen in de stukken die het college naar de raad stuurt. Zet adviesaanvragen standaard op de raadscommissie agenda en versterk het contact met onafhankelijke stadsdeelcommissieleden.

Er is één werkwijze waarbij het DB altijd het advies geeft en het SDC-advies (aan het DB) zichtbaar is. Over het delen van conceptadviezen kunnen afspraken gemaakt worden tussen DB en SDC. Bij stedelijke adviesaanvragen zal dat altijd het geval zijn omdat de SDC gelegenheid krijgt om desgewenst te adviseren over het DB-advies. -Gezamenlijk adviseren: uitgangspunt is dat er ‘stadsdeelspecifiek’ geadviseerd wordt. Wat zijn de gevolgen van stedelijk beleid voor dit specifieke stadsdeel? DB’s en SDC’s zijn territoriale bestuurscommissies voor een gebied. In enkele gevallen –zoals bij participatieverordening- is het wellicht opportuun gezamenlijk te adviseren. De systematiek in de verordening is zo dat er één advies per stadsdeel aan het college wordt gegeven; deze komt van het DB. De SDC adviseert aan het DB. Daarnaast zou rechtstreeks sturen van adviesaanvragen de indruk wekken dat er actief advies aan de SDC wordt gevraagd. Om SDC’s juist ruimte te geven ook lokale zaken te agenderen die tot de taken en bevoegdheden va het DB horen is het college van mening dat het huidige stelsel –waarin SDC’s stedelijke adviesaanvragen zelf actief agenderen- beter werkt. Ook in het licht van de aanbevelingen van Necker over het aantal stedelijke adviezen.

33

95. DB Z

96. DB Z

97.

DB Z

Het dagelijks bestuur ziet kansen om de kwaliteit en relevantie van de stedelijke adviesaanvragen te verbeteren door deze tijdiger te aan te kondigen en door de bestuurlijke termijnagenda actief te delen met het stadsdeelbestuur. Het dagelijks bestuur is voorstander van stadsdeelspecifieke advisering/focus, zeker als voorafgaand de specifieke vraag en impact voor het stadsdeel helder zijn. Ook de verbetering en transparantie over de wijze van verwerking van adviezen is zeer wenselijk. Daarbij stellen wij voor om deze verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij het dagelijks bestuur te beleggen maar hier een uniforme afspraak over te maken en dit bij het college te laten.

98. DB C

Het dagelijks bestuur is positief over het uitgangspunt dat stedelijk beleid tot stand komt met lokale input uit de stadsdelen. Het leidt tot beter beleid. In centrum domineren stedelijke adviesaanvragen de agenda van de overlegvergaderingen van de stadsdeelcommissie echter niet. Dagelijks bestuur en stadsdeelcommissie hebben een werkwijze gevonden waarbij zowel DB als de stadsdeelcommissie kritisch en selectief omgaan met adviesvragen. Wanneer beleid écht voor het centrum specifieke gevolgen heeft dan wordt dat meegegeven aan het college. Juist die selectiviteit leidt in de ogen van het DB tot meer resultaat en laat ruimte op de agenda voor andere relevante onderwerpen. Bovendien is het voor bewoners beter te begrijpen waarom stedelijk beleid in een stadsdeelvergadering wordt besproken als de lokale gevolgen van beleid centraal staan.

99. DB W

Verderop pagina 7 wordt ingegaan op de positie van de SDC en de raad. Eén van de knelpunten die wij zien is dat de raad/college nog te vaak adviezen van de SDC naast zich neerlegt zonder duidelijke reden. We herinneren er graag aan

Zie antwoord 85.

Het college onderschrijft dit.

Zie ook antwoord 69. Het college stuurt de terugkoppeling naar de DB’s, die het verlengd bestuur vormen. De DB’s geleiden deze door naar de SDC’s. Het college ziet voor zichzelf de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor dat deze heldere terugkoppeling aan de stadsdelen daadwerkelijk gebeurt. Het college onderschrijft dit.

Dit advies lijkt uit te gaan van de opvatting dat de SDC bij stedelijke adviesaanvragen adviseert aan de raad en het college. Bij stedelijke adviesaanvragen adviseert de SDC aan het DB. Het DB-advies gaat naar college en raad, met

34

100. DB W

101. DB W

102. DB W

dat ook nu al in de verordening is vastgelegd dat er in een vorm moet worden teruggekoppeld wat er is gebeurd met de stadsdeeladviezen op een adviesaanvraag. Wij adviseren het college en de raad om: Alle gevraagde adviezen rechtstreeks naar de SDC’s te sturen. De inzichtelijkheid van de termijnagenda te verbeteren Transparantie en een duidelijke terugkoppeling over het SDCadvies Indien het college het SDC-advies naast zich neerlegt, de motivering terugkoppelt aan de SDC De SDC in het geval dat een advies niet wordt meegenomen kan inspreken tijdens de behandeling Aansluitend op pagina 9 over de Betere terugkoppeling over verwerking van stadsdeeladviezen staat dat DB’s verantwoordelijk blijven voor deze terugkoppeling naar de SDC’s. Wij adviseren dat dit een ambtelijk proces blijft via de griffier van de SDC.

DB en SDC hebben ook de mogelijkheid om geen advies uit te brengen. Het lijkt ons onwenselijk als al van te voren stedelijk wordt bepaald welke aanvragen wel en welke niet naar de stadsdelen gaan. Als een aanvraag niet relevant is kunnen stadsdelen zelf de afweging maken geen advies uit te brengen. Wel zien wij meerwaarde in de toevoeging van een “verwachte impact op het stadsdeel” alinea aan de adviesaanvraag. Dit zal de stadsdelen beter in staat stellen zelf de afweging te maken, of zij wel of niet een advies willen uitbrengen. Eén van de problemen die wij zien is dat de raad/college nog te vaak adviezen van de SDC naast zich neerlegt zonder duidelijk redenen waarom. We herinneren er graag aan dat ook nu al in de verordening is vastgelegd dat er in een vorm moet worden teruggekoppeld wat er is gebeurd met de stadsdeeladviezen op

op het formulier ook het SDC advies aan het DB. Als college of raad het DB-advies niet overnemen zullen ze dus aan DB terugkoppelen. Als DB het sdc-advies niet overneemt zal het DB dat aan de SDC moeten uitleggen. Rechtstreeks sturen van adviesaanvragen naar de SDC is niet conform het stelsel, omdat advies wordt gevraagd aan de DB’s. Zij sturen de aanvraag door en de SDC beslist actief of zij wel of niet over dit onderwerp willen adviseren aan het DB. Het college heeft dus te maken met een DB-advies, waarin het advies van de SDC verwerkt is. Het college vraagt volgens de verordening advies aan het DB en stuurt de adviesvraag aan het DB. SDC’s kunnen adviseren aan het DB over hun advies maar hoeven dat niet te doen. De reactie op een advies zal het college dan ook logischerwijs aan het DB sturen. In de praktijk kan de reactie –als de SDC de terugkoppeling altijd wenst te ontvangen- prima via de secretaris van de stadsdeelcommissie aan de commissie worden gestuurd. ‘Verwachte impact op het stadsdeel’ is in lijn met de bestuurlijke reactie en kan opgenomen worden in het stedelijke format.

Het college ontvangt de adviezen van de DB’s, waarin de SDC-adviezen aan het DB verwerkt zijn. Het staat de raad vrij SDC’s uit te nodigen voor toelichting op de door hen aan het DB gegeven adviezen over stedelijk beleid.

35

103. BCW

104. BCW

105. BCW

een adviesaanvraag. Graag zouden wij zien dat hier in alle gevallen recht aan wordt gedaan en de stadsdeelcommissie wordt uitgenodigd desgewenst in de commissiebehandeling (stedelijk) de raadsleden zelf mee te geven wat hun advies was. Bij grootstedelijke projecten is het, met name in de eerste jaren, voorgekomen dat de verantwoordelijke Dagelijks Bestuurder pas in een later stadium betrokken werd. Dit heeft de bestuurscommissie steeds als een gemiste kans op waardevolle lokale inbreng gezien. Het past bovendien binnen gebiedsgericht werken en nabijheid van bestuur dat lokale inzichten vroegtijdig benut worden en het lokaal bestuur tijdig op de hoogte is. Daarom pleit de bestuurscommissie voor een toevoeging aan de verordening van een voorschrift tot vroegtijdige consultatie van lokale Dagelijks Bestuurders bij grootstedelijke beslissingen met een aanzienlijke lokale impact, zoals grotere woningbouwprojecten of noodgebouwen. De bestuurscommissie heeft in de afgelopen bestuursperiode vastgesteld dat er regelmatig adviesaanvragen langskomen op de agenda. Regelmatig betreft het beleid of besluiten die voor de gehele gemeente gelden. Het is bij deze adviesaanvragen niet op voorhand duidelijk waar en hoe de bestuurscommissie in haar advisering een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de besluitvorming door college en raad.

De bestuurscommissie roept dan ook op om op voorhand aan te geven op welke vragen een antwoord moet worden gegeven en hoe het advies verwerkt gaat worden in de verdere besluitvorming. Daarnaast stelt de bestuurscommissie vast dat de gegeven adviezen vaak als onderdeel van een officiële inspraakperiode worden beschouwd. Op deze wijze worden bewoners en bestuurscommissie tegelijk bevraagd, terwijl juist ook de bestuurscommissie in contact staat met betrokken bewoners en geluiden vanuit de samenleving meeneemt in haar advisering. Ook wil de bestuurscommissie aandacht vragen voor de terugkoppeling voor de verwerking van de adviezen. Regelmatig blijft onduidelijk wat er is gebeurd nadat de bestuurscommissie

Dat terugkoppeling op de adviezen uit de stadsdelen altijd moet onderschrijft het college. Het college onderkent het belang van vroegtijdige afstemming. Daarom stelt het college ook voor daarvoor de bestuurlijke termijnagenda te gebruiken, die nu wordt ontwikkeld en planningen van adviesaanvragen te agenderen op de PHO's.

In de bestuurlijke reactie heeft het college opgenomen dat er geadviseerd wordt door de stadsdelen en stadsgebied vanuit het lokale perspectief. Het college zal toezien dat directies in adviesaanvragen het lokale belang en perspectief duidelijk maken en concreet advies vragen op voor het stadsdeel/stadsgebied relevante zaken.

Het college heeft dit punt onderkend in zijn bestuurlijke reactie en zal toezien dat directies zorgdragen voor een goede terugkoppeling van de adviezen. Vaak in de vorm

36

een zorgvuldig en gewogen advies heeft gegeven, waardoor er besluitvorming voor inwoners en bestuurscommissieleden niet transparant is. Daarom adviseert de bestuurscommissie om in de verordening een beantwoordingsplicht en een beantwoordingstermijn op te nemen, ten behoeve van een volwaardige adviesrol. Daar hoort ook overzichtelijkheid bij. De BC meent dat deze praktisch vergroot kan worden door aan het Notubiz-portaal een kolom toe te voegen zoals die ook bestaat voor amendementen, moties en schriftelijke vragen, waarin alle uitgevaardigde adviezen beschikbaar zijn, met daaraan gekoppeld de respectievelijke antwoorden (in de beschikbare vorm)

van een nota van beantwoording. Dat het college een terugkoppeling moet verzorgen stond al in de toelichting, maar is nu ook expliciet gemaakt in de tekst van artikel 12 van de verordening. Hoe een stadsdeelcommissie of bestuurscommissie documenten opslaat op Notubiz is aan de betreffende commissie en haar secretaris. Het college roept de commissie op om hier zoveel mogelijk uniform mee om te gaan.

10 Adviezen aan DB/relatie SDC-DB/controlerende taak 106. SDC O

Stel termijnen voor afhandeling van belangrijke adviezen. ● Gebruik een overzichtelijke lijst (MAT-lijst) om afspraken en termijnen bij te houden. ● Adviezen worden pas afgehandeld na onze instemming. ● Onderzoek hoe de opvolging van zwaarwegende adviezen beter kan worden afgedwongen. Op dit moment is een raadsmotie de enige optie. Kan dit instrument verbeterd worden, en zijn er nog andere manieren? ● Een maximum van 21 dagen voor de beantwoording van technische vragen.

-Bepalen welke adviezen ‘belangrijk’ zijn is een ingewikkelde opgave. Dat in een verordening vastleggen is in onze ogen dan ook geen optie. Wel kunnen er op stadsdeelniveau afspraken over worden gemaakt tussen DB en stadsdeelcommissie. -Een overzichtelijke lijst is verstandig. -Ook bepalen wanneer adviezen afgehandeld zijn, is iets dat zich leent voor lokale afspraken tussen DB en SDC. Wat ‘onze instemming’ is, zal ook moeten worden bepaald. -Over zwaarwegende adviezen: een DB kan alleen met zwaarwegende redenen schriftelijk afwijken van een advies van de SDC. Wanneer de stadsdeelcommissie van mening is dat het DB een advies ten onrechte niet opvolgt biedt artikel 36 van de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam SDC's de mogelijkheid onderwerpen ter agendering aan te dragen voor een raadscommissie. In de raadscommissie kan de raad het niet opvolgen van het SDC-advies aan de orde stellen. De SDC heeft dan de gelegenheid het advies toe te lichten.

37

Een voorbeeld raadsmotie kan als bijlage bij een advies worden gedaan, maar is geen verplichting. Het kan als bijlage bij het advies worden gedaan als de SDC een kant en klare motie voor een raadslid/raadsleden bij de stukken wil voegen. Het is altijd een raadslid dat de motie in de gemeenteraad indient. -Over een termijn voor de beantwoording van technische vragen kan de SDC afspraken maken met het DB. In het geval de technische vraag betrekking heeft op een aanstaande vergadering zal 21 dagen veelal te lang zijn. 107. SDC Z

Scherp de regels voor de verplichte uitvoering van adviezen, moties en voorstellen aan. Artikel 19, vijfde lid, van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 bepaalt dat het dagelijks bestuur een advies, motie of voorstel van de stadsdeelcommissie uitvoert, mits het binnen de stedelijke en budgettaire kaders valt. In de praktijk wordt deze voorwaarde soms ruim geïnterpreteerd, waardoor uitvoering van breed gedragen voorstellen niet altijd plaatsvindt.

In de toelichting bij de verordening wordt benadrukt dat als het dagelijks bestuur in het uiteindelijke besluit van het advies of voorstel van de stadsdeelcommissie afwijkt, er een zware motiveringsplicht op het dagelijks bestuur ligt. Het dagelijks bestuur moet dus goed uitleggen waarom een advies niet binnen de stedelijke of budgettaire kaders past. In geval van onduidelijkheid moedigt het college stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur aan om met elkaar in gesprek te gaan over wat wel en niet mogelijk is.

108. SDC Z

Introduceer een vertrouwensregel tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur. Controle is een lege huls als daaraan geen enkele consequentie verbonden kan worden. Voer daarom een vertrouwensregel tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur in. Die regel zou inhoudelijk kunnen betekenen dat het dagelijks bestuur zich rekenschap geeft van het vertrouwen dat het geniet onder de commissieleden. In situaties van ernstige vertrouwensbreuken - zoals het structureel negeren van breed gedragen adviezen, het nietnaleven van toezeggingen of het onthouden van essentiële informatie - moet de stadsdeelcommissie het vertrouwen formeel kunnen opzeggen.

De stadsdeelcommissie heeft een belangrijke rol in het controleren van het dagelijks bestuur. De stadsdeelcommissie heeft ook een rol in de procedure van benoeming en ontslag van de dagelijks bestuurders. Het is in het geval van ontslag aan het college om het initiatief te nemen om een voordracht te doen, aangezien het college het orgaan is dat de bestuurscommissie instelt en daaraan bevoegdheden overdraagt. Mocht de situatie zich voordoen dat de raad zou willen overgaan tot ontslag, maar het college geen voordracht tot ontslag doet, dan kan de raad via een motie het college bewegen om toch een voordracht tot ontslag te doen. Als de stadsdeelcommissie van mening is dat ontslag van een

38

dagelijks bestuurder aan de orde is, dan kan de stadsdeelcommissie de raad adviseren om een dergelijke motie in te dienen. 109. SDC ZO

Ontwikkel protocollen voor controle: wat mag en kan de SDC controleren, en hoe? De huidige onduidelijkheid over wat de SDC mag controleren frustreert haar rol als toezichthouder. Een heldere taakafbakening en werkwijze zijn noodzakelijk voor professionele, volwassen samenwerking tussen bestuur en volksvertegenwoordiging.

Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid, de belangen van de bewoners van het stadsdeel en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen De mogelijkheden van de SDC voor controle over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent, zijn in de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam ruim geformuleerd. Hierdoor wordt de SDC zo min mogelijk beperkt. Protocollering hiervan met opgave van onderwerpen waarop de controle ziet, brengt het risico van inperking hiervan mee. Op voorhand is niet volledig te voorzien welke onderwerpen in de toekomst relevant zullen zijn. Voor de controle kan de SDC gebruik maken van vragen en adviezen aan het DB. Waar nodig kan in de ontwikkeling van het stelsel in de volgende bestuursperiode worden onderzocht hoe deze controle verder kan worden verduidelijkt.

110. DB N

Daarnaast ziet het dagelijks bestuur kansen in het organiseren van structurele reflectiegesprekken tussen dagelijks bestuurders en de stadsdeelcommissieleden. Deze gesprekken kunnen bijdragen aan een gezamenlijke versterking van hun rol, zowel in de controle als in het samenspel met het bestuur. Investeer in een stevige samenwerking tussen DB’s en SDC’s Op stadsdeelniveau adviseren wij om structureel overleg tussen het DB en de SDC te organiseren, met vaste afspraken aan het begin van de bestuursperiode over onderlinge rolverdeling,

Het college onderschrijft dit en moedigt DB’s en SDC’s aan om dergelijke gesprekken te organiseren.

111. DB O

Zie het antwoord op vraag 110.

39

112. DBNW

113. DB O

114. DB C

115. DB W

werkwijze en overlegstructuur. Door deze afspraken periodiek te herijken, ontstaat duidelijkheid en voorspelbaarheid – een belangrijk fundament onder het lokale samenspel. Het dagelijks bestuur herkent zich in de oproep om gedurende de hele bestuursperiode het onderlinge samenspel tussen dagelijks bestuur en stadsdeelcommissie actief te blijven bespreken. We delen het belang van regelmatige reflectie, wederzijds begrip en een open dialoog over elkaars rollen, verantwoordelijkheden en wederzijdse verwachtingen. Een effectief bestuurlijk stelsel hangt niet alleen af van structuren, maar vooral van de manier waarop mensen samenwerken. Bestuurders, commissieleden, ambtenaren en directies: het is de gezamenlijke bestuurscultuur die bepaalt of het stelsel werkt. Dat vraagt om onderlinge afstemming, transparantie en gedeelde verantwoordelijkheid Het DB constateert dat in de bestuurlijke reactie en het rapport van Necker de focus sterk ligt op de gevraagde adviezen. In de ogen van het DB zijn juist de ongevraagde adviezen die de SDCleden vanuit hun volksvertegenwoordigende rol inbrengen over lokale zaken van grote waarde. Het DB zou ook graag zien dat SDC-leden juist in staat gesteld worden hun rol te pakken als lokale volksvertegenwoordigers en daar alle ondersteuning bij krijgen.

Het DB ziet graag dat het samenspel tussen DB’s, SDC’s, college en raad verder versterkt wordt en men op stadsdeelniveau doordrongen blijft van het belang zich te richten op onderwerpen met lokale impact. Op pagina 5 van de bestuurlijke reactie staat: “Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen.” Dit vinden wij een te nauwe omschrijving van het werk van het dagelijks bestuur. Naast dat wij vastgesteld stedelijk beleid uitvoeren, kijkt het dagelijks bestuur ook waar stedelijk beleid eventueel anders kan. Als stadsdeelbestuurders worden wij

Zie het antwoord op vraag 110.

Het college onderschrift dit en zal dit blijven uitdragen. Het is inderdaad een gedeelde verantwoordelijkheid. In de verdere ontwikkeling en evaluatie van het stelsel zal meer expliciete aandacht gegeven worden aan onze bestuurlijke cultuur. Een terechte observatie. Stadsdeelcommissies zijn territoriale bestuurscommissies en een belangrijke taak is het signaleren en agenderen van zaken die spelen in het stadsdeel. Om SDC’s nog beter in staat te stellen hun rol te pakken verbetert het college de informatiepositie en wordt in de verordening duidelijker omschreven wat de rol van een stadsdeelcommissielid behelst.

Het college zal het advies overnemen. De zin zal worden gewijzigd in de bestuurlijke reactie.

40

voortdurende geconfronteerd met verschillende belangen waar we een weg in willen en moeten vinden. Wij adviseren de tekst aan te passen naar: “Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid, de belangen van de bewoners van het stadsdeel en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen.” 116. SDC W

117. DB NW

118. SDC NW

Betrek SDC-leden actief bij vertegenwoordigende taken van het DB om hun zichtbaarheid en lokale verbinding te versterken. Het dagelijks bestuur is van mening dat de controlerende rol van de stadsdeelcommissie het best tot zijn recht komt wanneer er sprake is van rolzuiverheid, een stevige informatiepositie en een duidelijke terugkoppeling van wat er met uitgebrachte adviezen gebeurt. Een heldere rolverdeling tussen DB en SDC voorkomt verwarring en versterkt het onderlinge samenspel. Tegelijkertijd is het essentieel dat commissieleden tijdig over relevante informatie beschikken om hun controlerende en adviserende taken goed te kunnen uitvoeren. Het dagelijks bestuur merkt op dat er regelmatig onderwerpen besproken worden in de stadsdeelcommissie die lokaal spelen, maar onder de formele verantwoordelijkheid van het college of een wethouder vallen. Wanneer hierover door de stadsdeelcommissie een advies wordt aangenomen, moet dit worden doorgeleid naar het college. Een duidelijk en eenduidig proces hiervoor ontbreekt echter. Dit maakt het onduidelijk of, wanneer en hoe deze adviezen worden opgepakt. Het dagelijks bestuur roept daarom op om een helder proces te ontwikkelen voor de afhandeling en terugkoppeling van dit type adviezen,

Het college waardeert de betrokkenheid van de SDC hierin en moedigt dagelijks besturen en stadsdeelcommissies aan om hierover afspraken maken, die passen in hun stadsdeel. Hiervoor worden verschillende voorstellen gedaan in de bestuurlijke reactie, zoals een apart artikel over informatievoorziening en het expliciteren van de rol van de stadsdeelcommissie.

Het dagelijks bestuur is verlengd lokaal bestuur van het college. In de toelichting op artikel 30 van de verordening staat dat de SDC ook onderwerpen kan agenderen die tot de taken en bevoegdheden van het college behoren. De stadsdeelcommissie adviseert het dagelijks bestuur over aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. Dat kan dus ook onderwerpen raken, die niet tot de taken van het DB behoren. Het dagelijks bestuur zal als verlengd lokaal bestuur van het college een advies dat niet tot haar bevoegdheden behoort onder de aandacht van het college brengen en daarover terugkoppelen aan de SDC. De wijze waarop dit

41

zodat de bijdrage van de stadsdeelcommissie ook op deze dossiers serieus en navolgbaar wordt behandeld.

dient te gebeuren is opengelaten, daar DB’ers verschillende kanalen hebben om een advies op een passende wijze onder de aandacht van het college of een wethouder te brengen.

11 Ondersteuning DB en SDC door directies 119. DB O

120. DB O

121. DB C

122. DBZO

Versterk de structuur tussen stadsdelen en directies Voor effectieve controle en samenwerking is het cruciaal dat directies de rol van stadsdelen herkennen en erkennen. In de praktijk zien we dat de structuur – waarbij het DB als opdrachtgever optreedt richting directies – wisselend wordt toegepast. Soms werken directies intensief samen met het stadsdeel, maar te vaak sluiten stadsdelen pas aan als besluiten al centraal zijn voorbereid. Introduceer afspraken bij hoog-impactprojecten Wij stellen voor dat bij projecten met grote impact aan het begin afspraken worden gemaakt tussen directies, DB en SDC over:  de rolverdeling;  betrokkenheid in de tijd;  vorm en moment van terugkoppeling en evaluatie. Dat helpt om rollen helder te houden, verwachtingen te managen én om bestuurlijke controle beter te organiseren.

Het college zet in op verdere versterking van de samenwerking van de DB’s, BC en stadsdeelorganisaties met de directies en neemt dit advies mee.

Op dit punt (participatie) wil het DB ook nogmaals meegeven dat het belangrijk is dat het basisprincipe dat alle ambtenaren in de gemeente Amsterdam voor twee bestuurslagen werken geworteld raakt bij alle directies in de gemeentelijke organisatie. Zeker bij de directies met een uitvoerend karakter waarvoor de dagelijks bestuurders een mandaat hebben gekregen. Dit is randvoorwaardelijk voor het goed functioneren van het stelsel. Het DB wil aan het college ook nog een aantal zaken ter overweging meegeven. Allereerst merkt het DB op dat een aantal belangrijke aspecten uit de evaluatie uitgaan van een serieuze strategische capaciteit binnen de stadsdeelorganisaties.

Het college zet in op verdere versterking van de samenwerking van de DB’s en BC met de directies en neemt dit advies mee.

Definiëring van ‘hoog impact projecten’ is al snel arbitrair. Het college zal weer onder de aandacht van de directies brengen dat stadsdelen tijdig betrokken dienen te worden bij projecten die van invloed zijn op hun stadsdeel. Daarbij kunnen passende afspraken worden gemaakt over de rolverdeling, betrokkenheid in de tijd enzovoorts .

Het college erkent dat het belangrijk is dat DB’s en SDC’s goed ondersteund moeten worden, ook in strategisch opzicht. Daarin hebben de stadsdeelorganisaties een

42

123. SDC O

Bijvoorbeeld als het gaat om meer samenwerking tussen de stadsdeelbesturen (daartoe roept uw college op) en het in stelling brengen van de SDC om haar instrumenten goed tot hun recht te laten komen. Deze strategische capaciteit is er op dit moment onvoldoende. Tevens is hiervoor van belang dat de gehele ambtelijke organisatie ten dienste staat van het gebiedsgerichte werken. De nieuwe bestuursperiode biedt mogelijkheden om zowel de stad als eigen organisatie robuust voor te lichten over het stelsel en goede voorbeelden van samenwerkingen mee te geven Een speciale medewerker inzetten die centraal de samenwerking en kennisdeling tussen alle stadsdelen ondersteunt. Het gaat hierbij om één functionaris die werkt ten behoeve van alle stadsdelen. Hij/Zij verbindt de centrale stad met de stadsdelen en werkt hiervoor nauw samen met de ambtelijke ondersteuning in de stadsdelen.

belangrijke rol. En daarnaast ook de stedelijke vakdirecties. Het college ziet het advies over voorlichting over het bestuurlijk stelsel als ondersteuning van de bestuurlijke reactie.

Het college onderschrijft het belang van een goede samenwerking en kennisdeling tussen alle stadsdelen en ook met de directies. Dit dient gedragen te worden door alle medewerkers van onze organisatie en moet niet de verantwoordelijkheid zijn van één functionaris. Hoe deze samenwerking kan worden versterkt, kan worden meegenomen in de ontwikkeling van het stelsel in de komende bestuursperiode.

12 Bewonersloketten 124. DB W

13 Instrumenten

Pagina 12. Bewonersloketten In West kreeg het bewonersloket weinig bezoekers afgelopen periode. Wij adviseren om in gezamenlijkheid te experimenteren met laagdrempelig vormen van contact tussen stadsdeel, DB en bewoners in de volgende periode.

De DB’s staan dichtbij bewoners. Het college moedigt experimenteren met laagdrempelig contact en het delen van successen daarin aan. Er zijn bijvoorbeeld goede ervaringen met spreekuren. Algemene reactie: Een aantal stadsdeelcommissies heeft aangegeven het instrument motie graag te willen behouden, terwijl het dagelijks bestuur ZO de vereenvoudiging van de instrumenten juist toejuicht. In de reacties van de stadsdeelcommissies wordt niet aangeven waarom het instrument motie behouden moet worden. Het college blijft dus bij het voorstel om de motie als zelfstandig instrument voor de stadsdeelcommissie af te schaffen.

43

125. SDC O

126. SDC W 127. SDC Z

128. DB Z

129. DBZO

130. BCW

We willen het gebruik van moties behouden, dus niet afschaffen zoals het college voorstelt. Wel moet duidelijker worden gemaakt wat het verschil is tussen een motie en een advies, en vooral wanneer welk instrument moet worden ingezet. ● Een andere naam voor ‘raadsmotie’ vinden om verwarring te voorkomen. Behoud instrument motie Behoud het instrument ‘motie’ voor stadsdeelcommissies. In de evaluatie wordt bepleit om dit instrument af te schaffen, maar dit doet geen recht aan de huidige werkpraktijk van stadsdeelcommissies, waarbij moties een belangrijke rol spelen. Het dagelijks bestuur beschouwt de uitbreiding van de toelichting op het (controlerende) instrumentarium in de verordening als zeer waardevol. Wij pleiten ervoor om een toelichting op het gebruik van het instrumentarium op te nemen in de leidraad. Een leidraad kan het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie helpen bij het maken van nadere afspraken hierover bij de start van de nieuwe bestuursperiode. Mogelijk worden onderlinge verschillen tussen de stadsdelen over het gebruik van het instrumentarium daarmee voorkomen. Daarnaast juicht het DB de vereenvoudiging van de instrumenten van de SDC’s toe. Ook voor ons, dagelijks bestuurders, is het omgaan met deze instrumenten dan eenvoudiger. Het instrument 'moties' bevalt de BC goed, is een belangrijk instrument in de wisselwerking tussen AB en DB. Het staat wat

Het college wil benadrukken dat het instrument advies dezelfde mogelijkheden biedt om sturing en controle uit te oefenen ten opzichte van het dagelijks bestuur als de motie. Het college begrijpt dat dit in het begin wennen kan zijn voor commissies die de motie veel gebruiken. Maar het college verwacht dat dit voorstel op termijn gaat leiden tot meer duidelijkheid over het stelsel. Een andere naam voor ‘voorbeeld raadsmotie’ is bij het voorstel van het college niet nodig, daar dat de enige als service voor raadsleden bedoelde (voorbeeld)motie is die vanuit een stadsdeelcommissie als bijlage bij een advies bij de ingekomen stukken van de raadscommissie kan worden gevoegd. Dit maakt het ook voor raadsleden duidelijker. Zie het antwoord in de algemene reactie onder kopje 13 hierboven. Het college ziet geen onderbouwing waarom een motie een belangrijke rol in de wekpraktijk van de SDC’s speelt en verwijst naar het antwoord in de algemene reactie onder kopje 13. In de bestuurlijke reactie is toegelicht waarom het college van mening is dat een toelichting op het gebruik van instrumentarium niet tot meer duidelijkheid zal leiden. In de ogen van het college is er immers geen verschil tussen de instrumenten motie, voorstel en advies. Necker wijst erop dat de lokale praktijken ook verschillen en dat dat voor onduidelijkheid zorgt.

In de basisgids voor stadsdeelcommissieleden staat ook toegelicht dat er geen verschil is tussen de instrumenten. Het college ziet dit als ondersteuning voor de bestuurlijke reactie op dit punt. Het rapport van Necker is inderdaad gericht op stadsdeelcommissies. Het college heeft echter wel

44

ons betreft niet ter discussie. Wij wijzen erop dat de discussie over het instrument moties voortkomt uit de evaluatie van de stadsdeelcommissies, en niet uit die van de bestuurscommissie. Het betreffende rapport waar deze discussie uit voorkomt, van bureau Necker, heeft onderzoek gedaan naar de werkwijze van de stadsdeelcommissies en geen onderzoek gedaan naar Weesp. Het is duidelijk voor zowel AB, DB als luisteraars wat er met een 'motie' bedoeld wordt. Het vervult een zodanige behoefte dat als het instrument 'moties' zou verdwijnen, dat we een besluitpunt van gelijke strekking ervoor in de plaats in gebruik gaan nemen. Voor het begrip en volgbaarheid van de vergadering zou dat meer verwarring dan duidelijkheid scheppen. Ons nadrukkelijke advies is dus om het instrument 'moties' voor de bestuurscommissie te behouden.

gekeken waar aanbevelingen voor de stadsdeelcommissies ook voor Weesp tot verbeteringen kunnen leiden, kijkend naar het bestuurlijk stelsel als geheel. De redenering die opgaat voor de instrumenten in de stadsdelen gaat inderdaad niet op voor Weesp, daar de bestuurscommissie Weesp geen adviezen geeft maar besluiten neemt, net als de raad dat doet. Een motie voorziet in de stadsdeelcommissie Weesp dan ook wel in een behoefte en is iets anders dan een besluit, zoals dat bij de raad ook het geval is.

Er is behoefte aan participatie die recht doet aan de realiteit van Zuidoost: meertalig, cultuursensitief, praktisch ondersteund, en ingebed in de leefwereld van bewoners. Participatie moet geen instrument zijn om weerstand te managen, maar een middel om samen beleid vorm te geven. • Investeer in structurele samenwerking met actieve buurtplatforms en bewonersorganisaties. Dit versterkt de brugfunctie van de SDC en helpt om signalen vanuit de wijk vroegtijdig op te vangen en te vertalen naar concrete voorstellen. • Herstel de ontmoetingen tussen SDC-leden en bewoners(organisaties) en buurtplatforms, vastgelegd in een jaarplanning. Regelmatige ontmoetingen met bewoners(organisaties) en buurtplatforms maken de commissie zichtbaar en toegankelijk, en dragen bij aan wederzijds vertrouwen tussen bewoners en bestuur. • Maak ruimte voor functionele adviesraden per stadsdeel. Deze raden kunnen specifieke kennis en ervaringen

Het is wat het college betreft altijd de bedoeling om de participatie af te stemmen op het betreffende vraagstuk en de belanghebbenden in kwestie. Daarbij gelden kwaliteitseisen die zijn vastgelegd in de participatieverordening. Het college ziet dan ook de meerwaarde van de adviezen van de SDC over de structurele samenwerking en ontmoetingen met bewoners(organisaties) en buurtplatforms en over de functionele adviesraden. Dit zijn waardevolle activiteiten die kunnen helpen om de inzet van de gemeente nog beter toe te spitsen op de behoeften in het stadsdeel. Voor de optimale aansluiting ziet het college hierbij met name een rol weggelegd voor de DB’s, SDC’s en BC, die de lokale situatie en spelers het best kennen. Het college moedigt ontmoeting en structurele samenwerking met deze actieve groepen aan. Ten aanzien van de functionele adviesraden biedt de verordening voor DB’s en de bestuurscommissie Weesp al

14 Participatie 131. SDC ZO

45

van bewoners mobiliseren rond thema’s als jeugd, ouderen, mensen met een beperking, wonen of veiligheid, en daarmee het beleidsproces verrijken. • Zorg dat de rol van DB en SDC binnen het Masterplan helder en democratisch is geborgd. Nu is de positionering van gekozen vertegenwoordigers binnen dit Rijksprogramma onvoldoende duidelijk. Heldere afspraken zijn nodig over besluitvorming, prioriteiten en zeggenschap binnen het Masterplan.

132. DB N

Het dagelijks bestuur zet zich, in samenwerking met de stadsdeelcommissie, actief in om de politieke nabijheid van het stadsdeelbestuur te vergroten en een brugfunctie te vervullen in het participatieproces. Daarbij wordt structureel aandacht besteed aan het breed en inclusief uitvragen van bewoners, zodat alle groepen in de samenleving – ook zij die nu minder vertegenwoordigd zijn, of zij die minder vertrouwen hebben gekregen in de politiek – zo veel mogelijk worden betrokken. Het stadsdeel werkt daartoe via buurtcoalities, bewonersplatforms en informele netwerken aan duurzame relaties met bewoners uit alle lagen van de bevolking. Extra inzet en (ambtelijke) borging van deze sociale structuren zijn essentieel om de participatieve kracht te behouden en verder te versterken in de komende jaren.

de mogelijkheid om adviescommissies in te stellen (artikel 5 en 45). De governance van het masterplan is geen onderdeel van het bestuurlijk stelsel en is door Necker ook niet meegenomen in de evaluatie. In die zin valt dit advies buiten de bestuurlijke reactie en adviesaanvraag. Het college wil wel meegeven dat op 3 juni 2025 een nieuwe governance voor het Masterplan Zuidoost is vastgesteld. In het Masterplan werkt de gemeente samen in een Alliantie met andere partners. Het Masterplan wordt bestuurd door een kernteam Alliantie. De voorzitter van de stadsdeelcommissie is lid van dit kernteam. De stadsdeelcommissie is hierdoor gepositioneerd om input te geven op de koers en richting van het Masterplan en hebben een stem in de besluitvorming.

Het college juicht de beschreven inzet van het dagelijks bestuur in Noord bij participatie toe. Het onderstreept het belang van de rol van stadsdelen bij het vervullen van een brugfunctie bij participatie. Met de participatieverordening en taak 18 op de stadsdelen in de verordening op de stadsdelen, heeft het college daarom ook de mogelijkheid van stadsdelen om te sturen op (inclusieve) participatie en het inbrengen van de lokale context bij participatietrajecten versterkt. Het college is dan ook verheugd te zien dat stadsdeelbesturen in de afgelopen tijd steeds concreter invulling hebben gegeven aan deze rol. Het college acht, met het stadsdeelbestuur Noord, het investeren in relaties met buurtcoalities en bewonersplatforms essentieel. De coalitie heeft de afgelopen vier jaar ook geïnvesteerd in het versterken 46

133. SDC W

134. DB O

Behoud instrumentarium directe participatie (West Begroot, Buurtbudgetten, Stadsdeelpanel)

Benut de nabijheid van stadsdelen bij bewoners als kracht. Participatie hoort integraal onderdeel te zijn van projecten en beleid met directe impact op het dagelijks leven van Amsterdammers. Het is dan ook geen taak van stadsdelen alleen; effectieve participatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie. Tegelijkertijd zijn de stadsdelen bij uitstek de schakels die dicht bij bewoners staan. Zij stimuleren samenwerking tussen de gemeente en de samenleving en beschikken over participatieinstrumenten met groot potentieel. Denk aan stadsdeelpanels,

van de positie van buurtplatforms en samenwerking met de gemeente. En stadsdeelbesturen vormen daarin een cruciale schakel. Het college realiseert zich dat dit tijd en energie vraagt van de stadsdelen. Het is echter aan de volgende gemeenteraad om te besluiten over extra inzet en de wijze waarop zij in de komende jaren wil investeren in het verder versterken en borgen van duurzame relaties met (informele) netwerken op lokaal niveau. Het college deelt het standpunt van de stadsdeelcommissie van West dat buurtbudgetten, West Begroot en stadsdeelpanels waardevolle instrumenten zijn, in het bijzonder om de democratische ervaring van Amsterdammers te vergroten. Zo stelt het college dan ook voor om in te zetten op doorontwikkeling van de stadsdeelpanels. Het college werkt met de stadsdeelbesturen aan twee pilots voor de introductie van stadsbreed participatief begroten en de doorontwikkeling van de buurtbudgetten. Het is aan de volgende raad en coalitie om te bepalen met welke ambitie zij verder vorm willen geven aan de continuering van deze instrumenten. Het college onderstreept met het dagelijks bestuur van Oost dat participatie niet een opgave is van stadsdelen alleen. Alle directies hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het organiseren en uitvoeren van participatie en sinds september 2024, volgens procesen kwaliteitseisen die voor de hele gemeente gelden.

Ten aanzien van de genoemde instrumenten als stadsdeelpanels, buurtbudgetten, subsidies voor bewonersinitiatieven zie ook de bovenstaande reacties van het college op het stadsdeelbestuur van Noord en West: het college onderstreept het belang van de rol van de stadsdeelbesturen bij participatie en de waarde van de 47

buurtbudgetten, erkende buurtplatforms en subsidieregelingen voor bewonersinitiatieven. Deze instrumenten zijn nog niet ten volle benut. Wij adviseren om deze participatie-instrumenten doelgericht en strategisch in te zetten, als hefboom voor:

genoemde instrumenten. Het is tegelijk aan de volgende raad en coalitie om te bepalen op welke wijze en met welke ambitie zij deze instrumenten willen continueren.

versterking van directe zeggenschap van bewoners; vergroting van de responsiviteit van de gemeente; opbouw van vertrouwen tussen overheid en inwoners en inwoners onderling. Tot slot benadrukken we het belang van een gezamenlijke ambtelijke én bestuurlijke inzet op participatie, met oog voor verschillen in behoeften tussen wijken en bewonersgroepen. Alleen dan kunnen we écht iedereen bereiken. 135. DB Z

Het dagelijks bestuur zet zich, in samenwerking met de stadsdeelcommissie en de ambtelijke organisatie, actief in om nabij, betrokken en transparant te zijn voor onze inwoners. De stadsdelen hebben de kennis in huis om participatie te laten voldoen aan specifieke behoeftes van inwoners van het stadsdelen, ook als daar wat extra’s voor nodig is. Wij verzoeken u om de stadsdelen ruimte te geven om participatie te organiseren, ook waar dit volgens stedelijk vastgestelde kaders niet hoeft. De stadsdelen staan al in nauw contact met de buurt door buurtplatforms, formele en informele netwerken en (individuele) inzet in de buurt in de vorm van onder andere gebiedsmakelaars, buurtregisseurs en kwartiermakers. Het directe contact dat wij met bewoners, ondernemers en bezoekers hebben vergroot de toegankelijkheid van het bestuur voor onze inwoners. Velen weten ons te vinden, vragen te stellen en problemen bij ons onder de aandacht te brengen. Als dagelijks bestuur hebben

Het college wil benadrukken dat het in huidige situatie mogelijk is om het ambitieniveau bij participatie te bepalen cq daarover te adviseren aan het college. Het college stelt voor om in situaties waarbij lokale bestuurders de wens hebben om participatie te organiseren, ook als dit volgens stedelijke kaders niet hoeft of kan en zij er met betrokken directies niet uitkomen, dit te overleggen met de verantwoordelijk stedelijk directeur en/of betrokken wethouder zodat er als nodig een bestuurlijke afweging vanuit het college kan plaats kan vinden. Het college juicht samenwerking met de stad uiteraard van harte toe, ook vindt het college het belangrijk om te kijken naar kansen en mogelijkheden en wat de lokale context vraagt aan maatwerk bij participatie. Tegelijkertijd is er niet altijd ruimte om veel invloed te geven, of zijn er harde keuzes te maken over waar we wel of niet in kunnen investeren. Het college

48

136. DB C

137. DB W

we in alle besluitvorming aandacht voor participatie. Wij zijn voornemens om op basis van onze participatieplannen en – verslagen effectieve instrumenten te inventariseren en in te zetten in de toekomst. Dit brengt ons wel bij het laatste punt. Het versterken van participatie vraagt het nodige vraagt van de ambtelijke organisatie. Wij onderschrijven de noodzaak van (extra) ambtelijke capaciteit om hier uitvoering aan te geven. Bij versterken van participatie is het van belang dat de gemeente bewoners en ondernemers goed kan bedienen, dat concrete kwesties in de buurten doeltreffend en snel kunnen worden opgelost. Als dat niet het geval is, kan participatie frustraties zelfs verhogen. Bij het versterken van participatie is meer doorzettingsmacht voor het lokaal bestuur essentieel. Op dit moment schort het daar vaak nog aan. Beleid is soms conflicterend met wenselijke oplossingen voor concrete vraagstukken en de plannings- en organisatiesystemen van sommige uitvoerende directies bieden geen ruimte voor lokale sturing. Het gaat dus om verbeteren van de participatie door uitvoeringskracht op lokaal niveau. Die verbeterde uitvoeringskracht zet ook de stadsdeelcommissie beter in positie. Goede participatie kost tijd en middelen.

De praktijk leert dat de meest effectieve manier om (minder vertegenwoordigde) inwoners te bereiken en betrekken is door fysiek aanwezig te zijn in de straten, buurten en wijken van Amsterdam. Dit geldt niet alleen voor SDC en DB, maar ook voor ambtenaren. Vanuit de wettelijke eisen die voortvloeien uit de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau is het college verplicht hier invulling aan te geven. Voldoende capaciteit en middelen voor goede participatietrajecten is dus niet alleen belangrijk, het is een randvoorwaarde.

nodigt stadsdeelbesturen nadrukkelijk uit om daar dan het bestuurlijke gesprek over te voeren. Ten aanzien van extra capaciteit, zie het antwoord op vraag 132.

Het college onderschrijft het belang om goed met elkaar in gesprek te blijven over mogelijkheden om maatwerk te bieden waar lokaal wenselijk binnen de mogelijkheden. Dit vraagt om een goed samenspel tussen stedelijk bestuur en ambtelijke organisatie en die van de stadsdelen. In de lopende bestuursperiode is er ingezet op verheldering van de taken van de DB’s. Voor een deel van de taken is, gezien de beperkte middelen, stedelijke coördinatie op de inzet daarvan noodzakelijk. Daarbij blijft onderlinge afstemming stedelijk en lokaal noodzakelijk om de inzet zo passend mogelijk te maken voor wat nodig is in de stadsdelen.

Het college onderstreept het belang van het opzoeken van inwoners in de eigen leefomgeving of bijvoorbeeld via sleutelfiguren. Onderzoek wijst dit ook uit dat effectieve manieren zijn om (ondervertegenwoordigde) inwoners te bereiken. De Omgevingswet of de Wet Versterking Participatie op Decentraal Niveau stellen dat we als gemeente participatie in een vroegtijdig stadium organiseren en vastleggen dat we de wijze waarop we participatie lokaal vorm geven vastleggen in een verordening, maar leggen geen precieze voorschriften voor ten aanzien van de wijze waarop we inwoners precies

49

138. DBNW

Het dagelijks bestuur stelt voor om de versterking van de rol van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie bij participatie als prioriteit op te nemen in de bestuurlijke reactie. Een duidelijke, uniforme werkwijze voor de besluitvorming over participatieplannen en eindverslagen vergroot de invloed op participatietrajecten en hoe de inbreng van belanghebbenden is verwerkt. Die invloed is cruciaal, bijvoorbeeld bij het beter bereiken van ondervertegenwoordigde groepen. De huidige praktijk laat zien dat met name de adviserende rol van het DB aan het college (taak 18.2) onvoldoende is uitgewerkt. Het DB pleit daarom voor een heldere werkwijze waarbij het DB, als het college verantwoordelijk is, altijd advies geeft op participatieplannen en eindverslagen via een DB-besluit. Om dit te borgen, stelt het DB voor om het eindverslag expliciet toe te voegen aan taak 18.2 van de Verordening op de stadsdelen

bereiken en met reden; dit is immers voor elk project, programma en beleid weer anders. In de participatieverordening hebben we overigens wel een inspanningsverplichting opgenomen ten aanzien van het bereiken van ondervertegenwoordigde groepen. Op verzoek van de gemeenteraad is er als onderdeel van de participatiemonitor, een verkenning gedaan naar het vergroten van inclusieve participatie en het bereiken van deze groepen. Deze bevindingen zullen ambtelijk worden besproken met directies en stadsdelen en het college komt in december met de bevindingen naar de gemeenteraad. Het college is van mening dat in de verordeningstekst zoals deze nu verwoord is in taak 18, duidelijk beschreven staat wat de rol is van een stadsdeelbestuur bij participatie. Verdere vertaling daarvan in concrete werkprocessen ten aanzien van de besluitvorming, bijvoorbeeld wanneer het Dagelijks Bestuur een participatieplan vaststelt of advies geeft, welke vorm het advies aan het college heeft of welke ambtelijke route daarvoor doorlopen wordt, is niet voor een verordening maar past in een werkinstructie of stappenplan, waar inmiddels ook door stadsdelen en het Stedelijk Team Participatie aan wordt gewerkt. Het college verwacht dat met deze werkinstructie ook voor de nieuwe stadsdeelbesturen er een mooi document ligt om te sturen op participatie in hun stadsdeel.

Het eindverslag ontbreekt inderdaad nog in de verordening en zal expliciet toegevoegd worden in de tekst in taak 18.2.

15 Stadsdeelpanel 139. SDC N en SDC W

De doorontwikkeling van het stadsdeelpanel ondersteunen.

Zoals reeds aangegeven in de bestuurlijke reactie, ondersteunt het college de doorontwikkeling van de

50

stadsdeelpanels. 140. DB W

Pagina 12. Lopende evaluatie stadsdeelpanels Als één van de stadsdelen met ervaring met het stadsdeelpanel willen we graag adviseren over voorgestelde aanpassingen aan de verordening wat betreft stadsdeelpanels. Juist ook als deze beperkt van vorm zijn. Wij adviseren om een adviesaanvraag naar de DB’s van de stadsdelen op te stellen.

Deze wens is reeds overlegd met stadsdeel West. In verband met de planning van de wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied is een adviesaanvraag op de voorgestelde aanpassingen over de stadsdeelpanels in de verordening helaas niet mogelijk. De dagelijks besturen en stadsdeelcommissies zullen wel worden geconsulteerd in het vormgeven van een nieuwe leidraad stadsdeelpanels.

16 Verkiezingen en verkiesbaar stellen 141. SDC N

142. SDC C

Onderzoek uitvoeren naar wat mensen motiveert om zich verkiesbaar te stellen, of het stadsdeel representatief vertegenwoordigd is in de commissie, en wat mensen weerhoudt om zich verkiesbaar te stellen. In het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam komt naar voren dat steeds dezelfde groepen minder goed vertegenwoordigd worden en minder goed participeren. Ook blijkt hieruit, en uit andere onderzoeken, dat politieke en bestuurlijke structuren voornamelijk zijn toegerust op fysiek fitte, wo/hbo-opgeleide, (witte) mannen. We vragen ons af hoe het bij het Amsterdamse bestuurlijke stelsel gesteld is met de ruimte en ondersteuning om goed mee te kunnen doen als stadsdeelcommissielid wanneer je niet wo/hbo opgeleid bent met veel tijd en hulpbronnen. Hoe is dit bijvoorbeeld voor mensen, vaak vrouwen, die (veel) zorgtaken hebben voor kinderen of als mantelzorger. Voor mensen voor wie mindergeletterdheid een rol speelt (tegen de 20% van de Amsterdammers). Voor mensen met fysieke of cognitieve beperkingen of een chronische ziekte. Uit het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam blijkt ook dat er nog grote stappen te nemen zijn om het Amsterdamse politieke systeem inclusiever in te richten. De stadsdeelcommissie adviseert te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032878/1