03 Onderzoeksrapport Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Tekst van het document
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Onderzoeksrapport
Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam Hoe worden raadsleden in Amsterdam geïnformeerd?
Rekenkamer Amsterdam 29 oktober 2025
1
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Onderzoeksrapport
Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam Hoe worden raadsleden in Amsterdam geïnformeerd?
Rekenkamer Amsterdam 29 oktober 2025
DEFINITIEF Dit onderzoeksrapport is een document van de Rekenkamer Amsterdam en bevat bevindingen van het onderzoek Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam. Het onderzoeksrapport bevat in detail de bevindingen en beantwoording van de onderzoeksvragen. Het document vormt samen met het bestuurlijk rapport de volledige rapportage van het onderzoek. Beide digitale documenten kunt u raadplegen op de projectpagina.
2
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Inhoudsopgave 1
Inleiding __________________________________________________________ 4 1.1
Aanleiding onderzoek ____________________________________________ 4
1.3
Onderzoeksvragen ______________________________________________ 6
1.2 1.4 1.5 1.6
Doelstelling __________________________________________________ 5
Aanpak _____________________________________________________ 6 Afbakening ___________________________________________________ 9 Leeswijzer ___________________________________________________ 9
Gedetailleerde onderzoeksbevindingen__________________________________________ 10 2 Beperkte transparantie over opvolging aanbevelingen ___________________________ 10 2.1
Overzicht opvolging in jaarverslag aanbevelingen deels transparant ____________ 10
2.3
Weinig inhoudelijke aandacht voor het overzicht opvolgen van aanbevelingen _____ 15
2.2
3
2.4 Tijdigheid en kwaliteit plannen van aanpak variëren _______________________ 17 Informatie over afgedane aanbevelingen slecht navolgbaar _______________________ 22 3.1 3.2
4
Vergelijking met andere gemeenten: het college kan de raad inhoudelijker informeren 13
27 rekenkameraanbevelingen hebben de status ‘afgedaan’ __________________ 23 Voor raadsleden is nauwelijks navolgbaar waarom aanbevelingen de status ‘afgedaan’ hebben ____________________________________________________ 24
3.3 Niet alle informatie over opvolging van aanbevelingen vindt zijn weg naar de raad ___ 25 Factoren die de opvolging van aanbevelingen kunnen beïnvloeden __________________ 27 4.1 4.2
Uitkomst literatuuronderzoek en gesprekken met ambtenaren over praktijkervaringen 27
College informeert raad over randvoorwaarden en positieve factoren die van invloed zijn op opvolging aanbevelingen ____________________________________ 36
Bijlagen ______________________________________________________________ 44 Bijlage 1 Verantwoording literatuuronderzoek en groepsgesprekken ______________________ 44 Literatuuronderzoek _________________________________________________ 44 Groepsgesprekken __________________________________________________ 45 Bijlage 2 Verantwoording onderzoek naar navolgbaarheid opgevolgde aanbevelingen ___________ 49 Bijlage 3 Toegankelijkheid van openbare toiletten ___________________________________ 52
Bijlage 4 Groen in de stad ___________________________________________________ 63 Bijlage 5 Openbaar maken van overheidsinformatie in Amsterdam ________________________ 79
Bijlage 6 Participatieparagraaf ________________________________________________ 98 Bijlage 7 Preventieve jeugdhulp in Amsterdam ____________________________________ 108
Bijlage 8 Indicatoren discriminatie ____________________________________________ 138 Eindnoten ___________________________________________________________ 147
3
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
1
Inleiding
1.1 Aanleiding onderzoek Eerder onderzoek Rekenkamer Amsterdam In het verleden was het gebruikelijk dat de raad besloot om de aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen en het college van B en W te vragen om deze aanbevelingen uit te voeren.1 Incidenteel onderzochten we in afzonderlijke onderzoeken de opvolging van de rekenkameraanbevelingen om na te gaan in hoeverre het college uitvoering had gegeven aan het raadsbesluit. Om ervoor te zorgen dat het college en de ambtelijke organisatie zelf de uitvoering van de aanbevelingen bewaken, zijn er in juni 2021 afspraken gemaakt tussen het presidium (namens de raad), de gemeentesecretaris (namens het college van B en W) en de rekenkamer.2 Sindsdien vraagt de gemeenteraad van Amsterdam aan het college van B en W om onze aanbevelingen uit te voeren en daarover te rapporteren. In het raadsbesluit bij een rekenkamerrapport is sindsdien standaard opgenomen dat de raad het college vraagt om:
een plan van aanpak te maken voor de opvolging van de aanbevelingen en dit plan van aanpak binnen een half jaar aan te bieden aan de gemeenteraad; te rapporteren over de resultaten als de aanbevelingen zijn uitgevoerd;a jaarlijks tussentijds te rapporteren over de stand van zaken rond de uitvoering van de aanbevelingen als dit langer dan een jaar duurt.
In 2023 onderzochten we de opvolging van rekenkameraanbevelingen voor het laatst.3 Toen gingen we na in hoeverre het college uitvoering had gegeven aan de raadsbesluiten. We stelden hierbij de volgende vragen: 1. 2.
Heeft het college het plan van aanpak opgesteld en gedeeld met de raad? Heeft het college de raad (jaarlijks) geïnformeerd over de opvolging van onze aanbevelingen?
We concludeerden in dat onderzoek dat de uitvoering van raadsbesluiten die betrekking hebben op aanbevelingen uit rekenkamerrapporten, veelal ontoereikend is. We constateerden dat er vaak geen plannen van aanpak werden gemaakt of werden aangeboden. Het college en/of de ambtelijke organisatie gaven hiervoor als reden dat naar hun mening kon worden volstaan met de bestuurlijke reactie of uitwerking van de aanbevelingen in andere trajecten. Bij alle rapporten heeft de gemeenteraad enige informatie ontvangen over de voortgang rond de aanbevelingen. Maar de gemeenteraad ontving weinig systematische voortgangsinformatie. Op basis van de resultaten uit het onderzoek constateerden wij dat de gemeenteraad weinig inzicht krijgt in de opvolging van onze aanbevelingen.4 In reactie op onze bevindingen gaf het college aan van mening te zijn dat de systematiek voor het informeren van de raad zou zijn verbeterd. Deze verbetering zou zijn gekomen naar
a
Het presidium heeft op 19 mei 2025 besloten om dit en het volgende subbeslispunt niet langer in de
raadsvoordracht op te nemen, omdat het college sinds 1 januari 2023 wettelijk verplicht is (op grond van artikel 185a van de Gemeentewet) jaarlijks te rapporteren over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen.
4
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
aanleiding van het besluit van juni 2020. Het college erkende tevens dat verdere verbeteringen mogelijk zijn en gaf aan zich daar ook voor te willen inspannen.5
Wettelijke rapportageplicht vanaf 1 januari 2023 Sinds 2023 is het college verplicht om jaarlijks te rapporteren over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer (artikel 185a van de Gemeentewet). Met als doel de volksvertegenwoordiging te informeren. Deze rapportageplicht komt voort uit de bevinding dat veel rekenkameraanbevelingen politiek-bestuurlijk worden overgenomen door bestuursorganen (lees gemeenteraden), maar dat deze in de praktijk niet of gedeeltelijk niet worden uitgevoerd, of op andere wijze dan beoogd. Dit maakt het moeilijk voor de gemeenteraad om de voortgang van doorvoering van aanbevelingen te controleren. Of deze controle gebeurt hierdoor helemaal niet.6 Om aan de nieuwe rapportageplicht te voldoen dient het college de raad jaarlijks een overzicht te zenden van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.7 In het Jaarverslag 2023 (april 2024) publiceerde het college van Amsterdam voor het eerst een overzicht van de aanbevelingen uit onze rapporten van 2023. Ook staan in het jaarverslag nietafgedane aanbevelingen uit onze oudere rapporten.8 Elke aanbeveling bevat de status en een (verwachte) datum van de afdoening.b9 Een toelichting op de stand van zaken ontbreekt.
In het Jaarverslag 2024 (april 2025) informeerde het college de raad voor een tweede maal over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen. De inwerkingtreding van de rapportageplicht (1 januari 2023) en de toezegging van het college om de informatievoorziening aan de raad te verbeteren (11 april 2023) vormen de aanleiding van dit onderzoek.
1.2 Doelstelling
De doelstelling van dit onderzoek is drieledig:
b
De gemeenteraad in positie brengen. Ons onderzoek sluit aan op de doelstellingen van de rapportageplicht die volgt uit artikel 185a van de Gemeentewet, die sinds 1 januari 2023 van kracht is. Raadsleden kunnen hun kaderstellende en controlerende taak beter uitoefenen als zij goed inzicht hebben in hoe het college is omgegaan met het implementeren van aanbevelingen uit rekenkameronderzoeken.10 Het college ondersteunen bij het adequaat invullen van de opvolging van aanbevelingen en de rapportage hierover. Er spreekt ambitie uit de bestuurlijke reactie op ons eerdere opvolgingsonderzoek (2023) en de initiatieven die het college onderneemt om de opvolging van aanbevelingen beter te borgen. Met dit onderzoek houden we het college een spiegel voor met betrekking tot de voortgang en de resultaten van deze initiatieven. Het college en de rekenkamer beter zicht geven op de factoren die verklaren waarom aanbevelingen wel of niet worden uitgevoerd. Dit onderzoek helpt om randvoorwaarden, succesfactoren en knelpunten voor een effectieve opvolging van onze aanbevelingen te identificeren.
Hetzelfde hoofdstuk in het Jaarverslag 2023 bevat de voortgang van de opvolging van aanbevelingen die de
Rekeningencommissie en de gemeentelijke accountantsdienst ACAM hebben gedaan bij het Jaarverslag 2022. Deze aanbevelingen waren eerder nog niet afgehandeld.
5
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
1.3 Onderzoeksvragen
De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre is het college transparant over de opvolging van aanbevelingen en de factoren die de uitvoering daarvan beïnvloeden? In dit onderzoek heeft de transparantie van de opvolging betrekking op meerdere aspecten, die we in de afzonderlijke deelvragen verder uitwerken. Ten eerste heeft transparantie te maken met de mate waarin het college rekenschap geeft van de opvolging van aanbevelingen, de mate waarin het proces van opvolging van aanbevelingen duidelijk en inzichtelijk is voor raadsleden, en of het college de raad informeert met een plan van aanpak waarin het aangeeft hoe het opvolging gaat geven aan de rekenkameraanbevelingen (deelvraag 1). Ten tweede heeft transparantie betrekking op de mate waarin het college de raad informeert over de vraag of het de rekenkameraanbeveling opvolgt in lijn met de bedoeling van de rekenkamer (deelvraag 2). Transparantie houdt ten slotte ook verband met de factoren die de uitvoering van de aanbevelingen kunnen beïnvloeden en de communicatie daarover met de raad. Daar gaat de vraag aan vooraf welke factoren in Amsterdam een rol spelen bij het opvolgen van aanbevelingen (deelvraag 3). Om de hoofdvraag te beantwoorden, hebben we de volgende deelvragen geformuleerd: 1.
2. 3.
In hoeverre is het college transparant over de opvolging van rekenkameraanbevelingen en verstrekt het college tijdig het plan van aanpak aan de raad voor een kwalitatieve opvolging van de aanbevelingen, als de raad daartoe heeft besloten? Zijn rekenkameraanbevelingen met de status ‘afgedaan’ navolgbaar uitgevoerd overeenkomstig de bedoeling van de rekenkamer?c Wat zijn de (ervaren) randvoorwaarden, succesfactoren en knelpunten bij de opvolging van rekenkameraanbevelingen en welke van deze factoren heeft het college benoemd in de communicatie richting de raad?
1.4 Aanpak
In deze paragraaf schetsen we de aanpak van het onderzoek. Voor elke deelvraag wordt beschreven welke informatie we hebben verzameld en hoe we deze bronnen hebben geanalyseerd. Deelvraag 1: In hoeverre is het college transparant over de opvolging van rekenkameraanbevelingen en verstrekt het tijdig het plan van aanpak aan de raad voor een kwalitatieve opvolging van de aanbevelingen, als de raad daartoe heeft besloten? Om de eerste deelvraag te beantwoorden, onderzochten we of het college de toezeggingen heeft uitgevoerd die naar aanleiding van ons eerdere opvolgingsonderzoek (2023) zijn gedaan, te weten:11
c
Ten opzichte van de onderzoeksopzet (d.d. 1 april 2025) is aan deze deelvraag is het woord ‘navolgbaar’
toegevoegd.
6
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Het college zal jaarlijks de raad informeren over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer zoals voorgeschreven in het nieuwe artikel 185a van de Gemeentewet. In gesprek gaan met de rekenkamer, het presidium van de raad en de griffie over de vorm van de verplichte rapportage. In gesprek gaan met de rekenkamer, het presidium van de raad en de griffie over de vraag of de raad daarnaast de voortgang via de termijnagenda wil volgen. Vanaf het derde kwartaal van 2023 een integraal overzicht bijhouden van de aanbevelingen van (onder meer) de rekenkamer, inclusief de actuele status van de opvolging. Vijf vragen beantwoorden in de plannen van aanpak en het plan van aanpak voor te leggen aan de raad (zie kader).
Voor toezeggingen 1a en 1b zijn we nagegaan in hoeverre er in de raadsinformatie verslaglegging bestaat die gaat over de vorm van de verplichte rapportage, en de voortgang via de termijnagenda. We hebben hiervoor informeel gesproken met twee leden van het presidium. Ook hebben we gesproken met de plaatsvervangend griffier en met ambtenaren. Voor toezegging 1c hebben we de rapportage uit het Jaarverslag 2024 over de opvolging van aanbevelingen van het college beoordeeld. Hierbij hebben we bekeken in hoeverre de rapportage tegemoetkomt aan het doel van de wetgever. Ook hebben we een aantal ‘good practices’ betrokken van rapportages bij andere gemeenten en provincies die in maart 2025 namens de Vereniging van Rekenkamers zijn geïnventariseerd.12 Voor toezegging 1d hebben we per rapport eerst vastgesteld of de raad heeft besloten dat het college een plan van aanpak zou moeten opstellen. En zo ja, of het college dit tijdig (binnen zes maanden na publicatie van het onderzoek) aan de raad heeft verstrekt. Het komt voor dat het college in de bestuurlijke reactie zo concreet ingaat op de wijze van opvolgen van de rekenkameraanbevelingen en de planning daarvan, dat in het raadsbesluit niet om een afzonderlijk plan van aanpak wordt verzocht.
Heeft de raad besloten het college te verzoeken een plan van aanpak op te stellen en te verstrekken, dan hebben we onderzocht in welke mate de plannen van aanpak voldoen aan de vier vereisten voor het plan van aanpakd en aan de afspraken over de concreetheid van de bestuurlijke reactie.e Wij vinden het van belang dat het college in het plan van aanpak naast de vier vereisten ook de aanvullende vraag uit de afspraken beantwoordt: ‘’Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet?” Met het plan van aanpak laat het college zien hoe en wanneer aanbevelingen van de rekenkamer worden uitgevoerd. Als het college besluit (delen van) een aanbeveling niet over te nemen of uit te voeren, moet dit in het plan van aanpak duidelijk worden vermeld en gemotiveerd. Zo kan de raad eenvoudig volgen welke aanbevelingen wel of niet worden opgevolgd, zonder zelf in verschillende documenten te hoeven zoeken en analyseren. Het college kan de motivering om aanbevelingen niet of slechts gedeeltelijk uit te voeren ook in een ander document opnemen, zoals in de bestuurlijke reactie of in een aparte raadsinformatiebrief. In dat geval moet het plan van aanpak hiernaar verwijzen.
d
Zoals we die hebben benoemd in onze rekenkamerbrief (mei 2023): 1. Wat is de aanbeveling? 2. Hoe zal aan
deze aanbeveling uitvoering worden gegeven? 3. Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond? En 4. Op welke wijze en wanneer wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd? e
Het betreft hier de afspraken tussen het presidium (namens de gemeenteraad), de gemeentesecretaris (namens
het college) en de rekenkamer: 1. Wat is de aanbeveling? 2. Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet? 3. Hoe zal aan deze aanbeveling uitvoering worden gegeven (op hoofdlijnen)? 4. Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond? En 5. Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
7
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Deelvraag 2: Zijn aanbevelingen met de status ‘afgedaan’ uitgevoerd overeenkomstig de bedoeling van de rekenkamer? Voor de tweede onderzoeksvraag hebben we onderzocht in hoeverre de afdoening van de aanbeveling door het college in lijn is met onze bedoeling. Hierbij zijn we uitgegaan van de motivering en de onderbouwing die het college geeft bij de status ‘afgedaan’, zoals vastgelegd in het overzicht dat is opgenomen in het Jaarverslag 2024 en in het systeem (FullyInControl, hierna: FIC, zie ook kader). Dit hebben we gedaan op basis van de beschrijving van de aanbeveling in onze bestuurlijke rapporten, de motivering van het college om de aanbeveling in het overzicht af te doen, en (indien aanwezig) de achterliggende onderbouwing en documentatie in FIC. Als de afdoening van een aanbeveling naar ons oordeel niet in lijn is met de bedoeling van onze aanbeveling, hebben we onderzocht of en in hoeverre het college navolgbaar voor de gemeenteraad heeft gemotiveerd waarom de aanbeveling op een andere wijze is afgedaan. In bijlage 2 lichten we onze aanpak verder toe.
Achtergrondinformatie FullyInControl
De ambtelijke organisatie voorziet het college van informatie, zodat het college de raad kan informeren. Specifiek is de directie Middelen en Control (hierna: DMC) verantwoordelijk voor het coördineren van de totstandkoming van het jaarverslag inclusief het overzicht van het opvolgen van de aanbevelingen van de rekenkamer. In eerder onderzoek zagen we dat de directies verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het jaarverslag.f Dit geldt ook voor het overzicht van de opvolging van rekenkameraanbevelingen: om het overzicht te voorzien van inhoud, is elke directie verantwoordelijk om in het risicomanagementsysteem van de gemeente (FullyInControl, hierna: FIC) aan te geven wat de stand van zaken is.13 Naast het jaarlijkse overzicht in het jaarverslag levert DMC sinds 2023 elk half jaar een overzicht aan van de opvolging van aanbevelingen ten behoeve van het gemeentelijk managementteam (GMT).14
Deelvraag 3: Wat zijn de (ervaren) randvoorwaarden, succesfactoren en knelpunten bij de opvolging van rekenkameraanbevelingen en welke van deze factoren heeft het college benoemd in de communicatie richting de raad? De derde onderzoeksvraag omvat het identificeren van factoren die van invloed zijn op het opvolgen van rekenkameraanbevelingen. Hierbij hebben we onze aandacht enerzijds gericht op aanbevelingen waarvan de opvolging is afgerond (status ‘afgedaan’), anderzijds op aanbevelingen waarvan de opvolging tijdens het onderzoek nog gaande is (status ‘in behandeling’). Ter voorbereiding op twee groepsgesprekken met ambtenaren hebben wij een afgebakend literatuuronderzoek uitgevoerd om randvoorwaarden, succesfactoren en knelpunten te kunnen identificeren. In de groepsgesprekken zijn we nagegaan in hoeverre deze factoren terugkomen bij de gemeente, en of er eventuele aanvullende factoren kunnen worden geïdentificeerd die mogelijk specifiek zijn voor de Amsterdamse context. Tot slot hebben we onderzocht of het college op de hoogte is van deze factoren. We hebben bekeken of het college hierover heeft gecommuniceerd met de raad, bijvoorbeeld in
f
Zie bijvoorbeeld: Rekenkamer Amsterdam, Bruikbaarheid van indicatoren, 3 juni 2020 (weblink).
8
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
raadsinformatiebrieven. Die communicatie is belangrijk. Daarmee kan de raad beter sturen op het opvolgen van aanbevelingen of het faciliteren daarvan. In bijlage 1 hebben we deze onderzoeksaanpak uitgebreid toegelicht.
1.5 Afbakening
Het onderzoek heeft betrekking op aanbevelingen die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse overzichten die het college over 2023 en 2024 heeft opgesteld. Daarmee heeft het onderzoek van de plannen van aanpak (deelvraag 1) betrekking op tien rekenkameronderzoeken. Het onderzoek naar de aanbevelingen met de status afgedaan heeft betrekking op zes rekenkameronderzoeken. Deze rekenkameronderzoeken zijn tussen 2020 en 2024 gepubliceerd door de rekenkamer. We hebben geen onderzoek gedaan naar de specifieke rollen, verantwoordelijkheden en interacties binnen de gemeente bij het opvolgen van de aanbevelingen. Bij deelvraag 3 richt ons onderzoek zich op de informatie in de overzichten, inclusief de documenten waar het college de raad actief op heeft gewezen. Wij hebben niet onderzocht in hoeverre het college aanbevelingen met de status ‘afgedaan’ ook daadwerkelijk heeft opgevolgd. Dat vraagt om diepgaander opvolgingsonderzoek per rekenkamerrapport. Op 7 augustus 2025 hebben we onze nota van bevindingen voorgelegd aan zestien directies, met als doel om eventuele feitelijke onjuistheden tijdig te kunnen corrigeren. Op dezelfde dag hebben wij hoofdstuk 2 voor feitelijk wederhoor voorgelegd aan de griffie. Op 28 augustus 2025 ontvingen wij de reactie van de griffie. De gezamenlijke reacties van de directies ontvingen wij op 10 september 2025.
In ons onderzoek hebben we informatie betrokken tot en met 10 september 2025.
1.6 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 richten we ons op de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer. We onderzoeken of het college hier transparant over is geweest. Ook onderzoeken we of het college de gedane toezeggingen heeft waargemaakt. Daarnaast beoordelen we of het plan van aanpak tijdig met de raad is gedeeld én wat de kwaliteit daarvan is. Hoofdstuk 3 gaat in op de navolgbaarheid van aanbevelingen die door het college als ‘afgedaan’ zijn bestempeld. In hoofdstuk 4 analyseren we welke randvoorwaarden, succesfactoren en knelpunten uit de literatuur worden ervaren door de ambtelijke organisatie bij de opvolging van rekenkameraanbevelingen, en in hoeverre het college deze factoren benoemt in de communicatie richting de raad.
9
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
2
Gedetailleerde onderzoeksbevindingen Beperkte transparantie over opvolging aanbevelingen In dit hoofdstuk behandelen we de eerste deelvraag: In hoeverre is het college transparant over de opvolging van rekenkameraanbevelingen en verstrekt het college tijdig het plan van aanpak aan de raad voor een kwalitatieve opvolging van de aanbevelingen, als de raad daartoe heeft besloten?
Beantwoording deelvraag op hoofdlijnen Het college heeft de afgelopen twee jaar de raad geïnformeerd via een overzicht over de opvolging van rekenkameraanbevelingen. Het overzicht bevat niet alle rekenkameraanbevelingen en in vergelijking met andere gemeenten blijft de inhoudelijke toelichting op de opvolging van de aanbevelingen achter. Het college en het Gemeentelijk Management Team hebben weinig aandacht voor (de inhoud van) het overzicht. De tijdigheid en kwaliteit van de plannen van aanpak verschillen. Geen enkel plan van aanpak voldoet aan alle gemaakte afspraken tussen het presidium (namens de gemeenteraad), de gemeentesecretaris (namens het college van B en W) en de rekenkamer. Dat leidt tot het oordeel dat het college beperkt transparant is over de opvolging van de aanbevelingen.
2.1 Overzicht opvolging in jaarverslag aanbevelingen deels transparant Raad ontvangt het overzicht met rekenkameraanbevelingen Het gemeentelijk Jaarverslag 2023 (april 2024) en het Jaarverslag 2024 (april 2025) bevatten beide een overzicht ‘Voortgang opvolging aanbevelingen Rekenkamer’.15 Het college voldoet daarmee aan de wettelijke verplichting en de eigen toezegging om de raad jaarlijks een overzicht te zenden met daarin de aanbevelingen van de rekenkamer. Het overzicht met rekenkameraanbevelingen is grotendeels volledig De raad is met de overzichten Voortgang opvolging aanbevelingen Rekenkamer geïnformeerd over een aanzienlijk deel van de lopende en afgehandelde aanbevelingen.g Hoe het college zich verantwoordt, leggen we uit in het kader. Over de aanbevelingen van twee rekenkameronderzoeken is de raad niet of niet volledig geïnformeerd:
g
De zes aanbevelingen uit het onderzoek Coalitieakkoord 2018-2022 (18 januari 2022) maken geen onderdeel uit van het overzicht. Dat is opmerkelijk omdat de raad op 1 juni 2022 heeft besloten om alle aanbevelingen over te nemen en het college te vragen een plan van aanpak op te stellen voor de opvolging van de aanbevelingen. Daarbij heeft de raad het college verzocht om te rapporteren over de resultaten van de aanbevelingen die zijn uitgevoerd en jaarlijks te rapporten over de stand van zaken van de uitvoering van de aanbeveling als de uitvoering langer dan één jaar duurt.16
Het overzicht met aanbevelingen bevat informatie over 37 lopende en afgehandelde rekenkameraanbevelingen.
Zeven rekenkameraanbevelingen ontbreken in het overzicht.
10
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
De vierde aanbeveling uit het onderzoek Afhandeling meldingen openbare ruimte Amsterdam (2 juni 2021) maakt geen onderdeel uit van het overzicht.h Ook dit is opvallend, omdat in de raadsinformatiebrief van 23 mei 2023 wel wordt gerapporteerd over de opvolging van deze aanbeveling.17 In de feitelijke reactie op deze bevinding geeft de ambtelijke organisatie aan dat door interne miscommunicatie een onjuiste tekst is opgenomen in de jaarrekeningen 2023 en 2024 en daardoor deze aanbeveling ten onrechte niet is vermeld in de jaarrekeningen.18 De ambtelijke organisatie geeft aan dat de raad ook via voordrachten en raadsinformatiebrieven is geïnformeerd over de afhandeling van deze aanbeveling.i
Systematiek rapporteren over de opvolging van aanbevelingen
Het Jaarverslag 2023 van de gemeente Amsterdam bevat voor het eerst een overzicht over de opvolging van de rekenkamer. Het college geeft aan dat het overzicht alle aanbevelingen bevat uit de rekenkamerrapporten die in 2023 zijn gepubliceerd en de aanbevelingen uit oudere rekenkamerrapporten waarvan de aanbevelingen nog niet zijn afgedaan.19 In het Jaarverslag 2024 heeft het college de aanbevelingen in het overzicht opgenomen die in het Jaarverslag 2023 nog niet waren afgedaan. Het college heeft in het overzicht ook alle aanbevelingen opgenomen uit de rekenkameronderzoeken die in 2024 zijn gepubliceerd. Het college geeft aan de aanbevelingen die in het overzicht in het Jaarverslag 2023 zijn afgedaan of niet zijn overgenomen, niet meer terug te laten komen in het overzicht in het Jaarverslag 2024.
Raad is geïnformeerd of de aanbeveling is overgenomen, maar toelichting op het niet overnemen van een rekenkameraanbeveling ontbreekt Het college geeft in het jaarlijkse overzicht aan of het de rekenkameraanbeveling overneemt (status ‘opgepakt’ of ‘afgedaan’) of niet overneemt (status ‘niet overgenomen’). Het college neemt het overgrote deel van de rekenkameraanbevelingen over. Het college geeft in het overzicht 2023 aan één aanbeveling niet over te nemen. Het betreft de aanbeveling ‘Betrek raad bij vaststelling van de kaders’ uit het onderzoek Afhandeling meldingen openbare ruimte Amsterdam (juni 2021). Deze aanbeveling komt niet terug in het overzicht in het Jaarverslag 2024. In het overzicht ontbreekt een toelichting waarom het college de aanbeveling niet overneemt. In reactie op deze bevindingen (september 2025) geeft de ambtelijke organisatie aan dat de toelichting op het niet overnemen van aanbevelingen door het college in principe is terug te vinden in de bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport.20 Een verwijzing naar de bestuurlijke reactie van het relevante onderzoek ontbreekt echter in het overzicht over 2023.
h
De aanbeveling luidt: “Pak structurele problemen structureel aan. Breng de oorzaken van structurele problemen
in kaart, pak ze aan en laat melders weten hoe je het door hen gesignaleerde probleem hebt aangepakt of gaat aanpakken.” i
Het gaat daarbij om voordrachten van 5 oktober 2021, 22 juni 2023 en 20 juni 2024, raadsinformatiebrieven van
5 oktober 2021 en 11 mei 2023, en overzichten activiteiten en stand van zaken Meerjarig actieplan 8 mei 2023 en 15 april 2024.
11
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Raad wordt summier inhoudelijk geïnformeerd over de opvolging Het overzicht Voortgang opvolging aanbevelingen Rekenkamer 2024 bevat net als het overzicht uit 2023 informatie over de status (‘in behandeling’j en ‘afgedaan’). De toelichting op het overzicht is in 2024 ten opzichte van 2023 uitgebreid met nadere informatie over de status. De informatiewaarde van het overzicht is op dat onderdeel toegenomen. De informatiewaarde op aanbevelingenniveau is in het overzicht uit 2024 echter minder dan in het overzicht 2023. In het overzicht 2023 werd de status en de (verwachte) datum van afdoening per aanbeveling gerapporteerd. In het overzicht 2024 wordt gerapporteerd op het niveau van alle (overgebleven) aanbevelingen per onderzoek tezamen. Daarmee is de (verwachte) datum van afdoening voor alle aanbevelingen gelijkgesteld, en is niet langer zichtbaar wanneer een individuele aanbeveling zal zijn opgevolgd.k Het overzicht 2024 bevat informatie over vijftien rekenkameronderzoeken. Bij tien van de vijftien rapporten is de status van de aanbevelingen van het onderzoek toegelicht met een hyperlink naar een plan van aanpak, of naar een raadsinformatiebrief of raadsvoordracht. Wil een raadslid meer te weten komen over hoe het college opvolging geeft of zal geven aan de aanbeveling, dan moet het raadslid doorklikken.
Voor vijf rekenkameronderzoeken ontbreekt een toelichting in het overzicht 2024. Het is onmogelijk om de voortgang van aanbevelingen uitsluitend aan de hand van het overzicht te controleren als een toelichting ontbreekt.
Raad wordt niet geïnformeerd over het wijzigen van de planning Het komt voor dat de verwachte datum van het afdoen van de aanbeveling wijzigt. In het overzicht 2024 is deze wijziging niet aangegeven of toegelicht, terwijl die wijzigingen zich wel hebben voorgedaan. Wanneer wij de data uit het overzicht 2024 met het overzicht 2023 vergelijken, dan blijkt het volgende:
Van twee onderzoeken is na een jaar nog onbekend wanneer de aanbevelingen zullen worden afgedaan;l Eén ouder onderzoek is in 2024 voor het eerst van een planning voorzien;m Van twee onderzoeken is de planning vervroegd;n Van drie onderzoeken is de planning ongewijzigd gebleven;o Van twee onderzoeken wordt verwacht dat de aanbevelingen op een later moment (dan in het overzicht 2023 is gecommuniceerd) zullen worden afgerond.p
In de reactie op deze bevinding geeft de ambtelijke organisatie aan dat de raad doorlopend, periodiek wordt geïnformeerd (over de gewijzigde planning) via raadsinformatiebrieven. Als voorbeeld is onder andere de raadsinformatiebrief over Behoud betaalbare huurwoningen (juni
j
In het overzicht 2023 betrof dit de status ‘opgepakt’.
k
Voor de onderzoeken Toegankelijkheid van openbare toiletten, Preventieve Jeugdhulp in Amsterdam en Openbaar
maken van overheidsinformatie in Amsterdam geldt dat het overzicht slechts één aanbeveling bevat. Voor deze drie onderzoeken geldt de facto dat de planning op het niveau van die ene aanbeveling is weergegeven. l
Het betreft de onderzoeken: Behoud betaalbare huurwoningen en Opvolgingsonderzoek: Beheer en onderhoud
bruggen. m
Het betreft het onderzoek: Afhandeling meldingen openbare ruimte.
n
Het betreft de onderzoeken: Openbaar maken van overheidsinformatie in Amsterdam en Participatieparagraaf.
o
Het betreft de onderzoeken: Toegankelijkheid van openbare toiletten, Publieksonderzoek 2020 Groen in de stad,
Preventieve jeugdhulp in Amsterdam en Indicatoren discriminatie. p
Het betreft de onderzoeken: Gemeentelijke rioolwatertaken en Algoritmen.
12
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
2024) genoemd en is aangegeven dat de raad eind september 2025 opnieuw zal worden geïnformeerd over de erfpachtontwikkelingen via een raadsinformatiebrief.21 Deze informatie ontbreekt echter in het jaarlijks overzicht. Daarnaast geeft de ambtelijke organisatie aan dat een projectplan en een implementatieplan worden opgesteld waarin (de planning van) het plan van aanpak verder zal zijn uitgewerkt. Deze plannen zijn niet met de raad gedeeld, omdat ze direct betrekking hebben op de operationele aansturing van het project en de werkzaamheden (de uitvoering). 22
Het college heeft beperkt gesproken met de raad(svertegenwoordiging) over de vorm van het overzicht en het volgen van aanbevelingen via de termijnagenda In de bestuurlijke reactie op Het Opvolgingsonderzoek – Raadsbesluiten over aanbevelingen van de RMA (mei 2023) van de rekenkamer heeft het college toegezegd in gesprek te gaan met het presidium van de raad, de griffie en de rekenkamer over de vorm van de verplichte rapportage over de opvolging van de aanbevelingen. Ook heeft het college toegezegd met deze partijen te bespreken of de raad de voortgang van de opvolging van de aanbevelingen via de termijnagenda wil volgen. Over het volgen van de voortgang van de aanbevelingen via de termijnagenda is niet met het presidium of de griffie gesproken. Ook heeft het college niet gesproken met het presidium over de vorm van de verplichte rapportage. Mogelijk heeft op ambtelijk niveau een verkennend gesprek over de vorm van de rapportage plaatsgevonden tussen een medewerker van de directie Middelen en Control (DMC) en een medewerker van de griffie. Van dit gesprek is niets vastgelegd en het heeft niet geleid tot het maken van afspraken over de vorm van het overzicht.23 Tussen een medewerker van DMC en van de griffie is gesproken over het volgen van de voortgang van aanbevelingen via de termijnagenda. Ook over dit onderwerp zijn geen vastleggingen en afspraken gemaakt.
Voor DMC gaf het gesprek geen indicatie dat de termijnagenda gebruikt zou moeten worden.24 Op ambtelijk niveau hebben medewerkers van DMC en de rekenkamer gesproken over beide onderwerpen. Dit heeft geleid tot de afspraak dat de rekenkamer het halfjaarlijkse overzicht over de opvolging van aanbevelingen ontvangt dat DMC aan het GMT verstrekt. De besprekingen hebben niet geresulteerd in concrete afspraken over de vorm van het jaarlijks overzicht over de opvolging van aanbevelingen en het volgen van de opvolging van aanbevelingen via de termijnagenda. In reactie op deze bevinding laat de ambtelijke organisatie weten dat uit het gesprek tussen de rekenkamer en DMC geen signalen zijn gekomen dat het overzicht ongeschikt zou zijn of dat de termijnagenda gebruikt moest worden. Daarnaast geeft de ambtelijke organisatie aan dat er, sinds de invoering van het jaarlijkse overzicht, vanuit de raad geen kritiek is gekomen op het overzicht tijdens onderlinge contacten of debatten. Tot slot merkt de ambtelijke organisatie op dat een langetermijnagenda is ingevoerd, die mogelijk beter geschikt is voor dit doel.25
2.2 Vergelijking met andere gemeenten: het college kan de raad inhoudelijker informeren
Wat is de informatiewaarde van het Amsterdamse overzicht ‘Voortgang opvolging aanbevelingen Rekenkamer’ in vergelijking met rapportages van andere gemeenten en provincies? Om die vraag te beantwoorden maakten we gebruik van de resultaten uit een landelijke enquête onder gemeentelijke en provinciale rekenkamers en rekenkamers van waterschappen (maart 2025).
13
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Amsterdam behoort tot de beperkte groep van gemeenten die de raad informeert Uit de enquête blijkt dat circa 42 procent van de decentrale overheden rapporteren over de opvolging van de aanbevelingen. Amsterdam maakt daar onderdeel vanuit. Landelijk beeld: Informatiewaarde overzichten aanbevelingen varieert Uit de enquête blijkt dat achttien colleges van B en Wq hun raad volledig of grotendeels inhoudelijk informeren over de opvolging van de aanbevelingen.r De colleges geven de raad in een rapportage duidelijkheid over hoe het college omgaat of is omgegaan met het uitvoeren van de aanbevelingen. De informatiewaarde van de rapportages neemt toe als direct uit de rapportages de stand van zaken blijkt van de opvolging van de aanbeveling en deze is voorzien van een planning. Alleen een verwijzing naar bijvoorbeeld een plan van aanpak vinden de respondenten minder informatief, omdat daarmee de informatie over de opvolging niet direct inzichtelijk is voor de raad.26 De respondenten hebben aangegeven wanneer de inhoudelijke kwaliteit van de rapportages in hun ogen tekortschiet. Dat is onder meer het geval wanneer informatie over de opvolging onvoldoende concreet is, wanneer de rapportages slechts een verwijzing bevatten naar andere (niet openbare) documenten of inhoudelijke informatie in zijn geheel ontbreekt.
Informatiewaarde Amsterdams overzicht kan op onderdelen worden vergroot We hebben de achttien rapportages doorgenomen. Daaruit maken we op dat de informatiewaarde van de Amsterdamse overzichten toe kan nemen wanneer:
per aanbeveling informatie wordt verstrekt (in tegenstelling tot informatie op het niveau van het rekenkamerrapport); de bestuurlijke reactie van het college kort is weergegeven; de bestuurlijke of ambtelijke proceseigenaar is benoemd; de rapportage een hyperlink bevat naar het plan van aanpak om opvolging te geven aan de aanbevelingen; gemotiveerd is waarom een aanbeveling (gedeeltelijk) is afgedaan. Tot slot wordt de toegankelijkheid en bruikbaarheid van het overzicht vergroot als het (ook) digitaal toegankelijk is en het selectiemogelijkheden bevat om informatie te doorzoeken. In bijgaand filmpje maken we zichtbaar hoe andere gemeenten en een provincie rapporteren over de opvolging van aanbevelingen. Scan de QR-code of klik om de link op het filmpje te bekijken.
Verschillende vormen van rapporteren over de opvolging van aanbevelingen mogelijk Hoewel het college verplicht is om jaarlijks te rapporteren over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen, schrijft artikel 185a van de Gemeentewet niet voor dat dit in het jaarverslag moet. Het college mag de raad ook op een ander moment en in een andere vorm informeren over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen. Uit de enquêteresultaten blijkt dat andere vormen ook mogelijk zijn en voorkomen. Zoals het rapporteren in een
q
Het oordeel ‘volledig’ heeft betrekking op de rapportages van de colleges van B en W van de gemeenten Den
Haag, Gennep, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Oegstgeest, Rotterdam, Venlo, Voorschoten en Wassenaar. Het oordeel ‘grotendeels voldaan’ heeft betrekking op de gemeenten Appeldoorn, Capelle aan de IJsel, Deventer, Eindhoven, Haarlemmermeer, Utrecht, Westerkwartier, Zaanstad en Zoetermeer. Het oordeel ‘grotendeels voldaan’ heeft ook betrekking op de rapportages van de provincies Groningen en Zeeland. r
Het oordeel ‘volledig’ of ‘grotendeels’ is het oordeel van de betreffende gemeentelijke of provinciale rekenkamer.
14
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
raadsinformatiebrief, in een tussentijdse rapportage als onderdeel van de planning- en controlcyclus, of in een afzonderlijke digitale monitor – zoals bij de provincie Groningen.
2.3 Weinig inhoudelijke aandacht voor het overzicht opvolgen van aanbevelingen
Uit paragrafen 2.1 en 2.2 blijkt dat de overzichten maar ten dele transparant zijn. Uit gesprekken met ambtenaren blijkt bovendien dat bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor rekenkameraanbevelingen van belang zijn voor de uitvoering van rekenkameraanbevelingen (zie hoofdstuk 4). Dat roept de vraag op welke aandacht het college van B en W, het Gemeentelijk Management Team en de rekeningencommissie van de raad hebben voor het overzicht over de opvolging van de aanbevelingen.
Het overzicht met de opvolging van aanbevelingen is (geen) onderwerp van gesprek in het college Het college heeft (het overzicht over) de opvolging van de aanbevelingen niet als een afzonderlijk onderwerp geagendeerd in de collegevergaderingen. Het overzicht van de opvolging van aanbevelingen maakt onderdeel uit van de gemeentelijke jaarverslagen van 2023 en 2024. Het college heeft deze jaarverslagen geagendeerd en besproken. Het opvolgen van aanbevelingen was daarbij geen onderwerp van gesprek.27 Het GMT spreekt vooral procedureel over het opvolgen van aanbevelingen Het Gemeentelijk Management Team (GMT) ontvangt sinds juli 2023 elk half jaar een overzicht met de aanbevelingen van de rekenkamer, rekeningencommissie en ACAM. Dat overzicht, de zogeheten ‘Integrale Monitor aanbevelingen’ of ‘Monitor integrale aanbevelingen’ bevat ook informatie over de uitvoering van de aanbevelingen. Het GMT heeft de overzichten in de periode juli 2023 tot en met juni 2025 zesmaal geagendeerd.s 28 In vier vergadering hebben de GMT-leden met elkaar gesproken over of naar aanleiding van het overzicht. Het GMT spreekt vooral procedureel over het overzicht opvolging aanbevelingen:
Tijdens de eerste bespreking geeft het GMT aan het overzicht (‘de monitor’) als een goede stap te zien, omdat nu in één overzicht alle aanbevelingen en opvolging ervan gevolgd kunnen worden;t Het GMT geeft aan dat de opvolging van de (rekenkamer)aanbevelingen de programmasturingslijn volgt (zie kader);u
Wat betekent de programmasturingslijn voor het opvolgen van aanbevelingen?
De ambtelijke organisatie stuurt voor het opvolgen van de aanbevelingen op twee manieren. Ten eerste via de hiërarchische lijn van de directies en directeuren. Ten tweede s
13 maart 2025: monitor aanbevelingen bij het Jaarverslag 2024; 7 november 2024: Integrale monitor
aanbevelingen; 14 maart 2024: monitor aanbevelingen bij het Jaarverslag 2024; 5 oktober 2023: Integrale monitor aanbevelingen; 7 september 2023: integrale monitor aanbevelingen (doorgeschoven naar 5 oktober) 13 juli 2023: concept integrale monitor aanbevelingen t
GMT-vergadering van 13 juli 2025.
u
GMT-vergadering van 5 oktober 2025.
15
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
via resultaatgerichte sturing, de zogenaamde programmasturing. Per programma uit de begroting zijn programmadirecteuren, programmacontrollers en programmacoördinatoren benoemd. Zij overleggen met vertegenwoordigers van andere directies via het Strategisch Programmaoverleg om de rekenkameraanbevelingen uit te voeren. Een voorbeeld: de programmacontrollers van de directie Middelen en Control (DMC) en de programmacoördinatoren van de betrokken directies geven uitvoering aan de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Voorspellende waarde van de begroting. Uit dit onderzoek blijkt dat bij verschillende programma’s in de begroting in de afgelopen jaren sprake is geweest van onder- dan wel overschatting van lasten en/of baten. Bij de Begroting 2026 wil de gemeente een eerste stap zetten in het verbeteren van de ramingen, onder meer door beter terug te kijken en daarvan te leren en onzekerheden bij de ramingen te onderbouwen. Daarvoor heeft DMC vier programma’s uit de begrotingv uitgekozen, waarin belangrijke onder- en overschattingen spelen. De programmacontrollers, programmacoördinatoren en een coördinerend financieel adviseur van DMC bespreken dit en stemmen dit af met de verantwoordelijken voor deze programma’s van de verschillende directies. Tijdens deze besprekingen worden afspraken gemaakt over de verbeteringen in de komende Begroting 2026.29
Het GMT memoreert dat voor het eerst de opvolging van de aanbevelingen is opgenomen in het overzicht in het Jaarverslag 2023 en dat het overzicht verbeterd is ten opzichte van het overzicht in het Jaarverslag 2022 (“Er is een flinke slag gemaakt ten opzichte van vorig jaar”). Het GMT complimenteert de opstellers voor het heldere overzicht. De GMT-leden spreken af dat daar waar “onbekend” staat verder te onderzoeken en beargumenteerd aan te geven wat de status of termijn is, omdat deze waarde niet acceptabel is;w De GMT-leden besluiten in maart 2025 de voortgang ieder in hun eigen directieteams te bespreken en hierop terug te komen in het GMT (tijdens de mededelingen ronde).x Op grond van de ontvangen informatie hebben we niet kunnen vaststellen dat de GMT-leden deze toezegging zijn nagekomen in de GMT-vergaderingen van april tot en met juni 2025.
Rekeningencommissie positief over overzicht aanbevelingen, maar kritisch op opvolging eigen aanbevelingen Om een indruk te krijgen van het belang dat de gemeenteraad hecht aan het opvolgen van aanbevelingen hebben we kennisgenomen van het verslag van de rekeningencommissie over het Jaarverslag 2024 van de gemeente Amsterdam, d.d. 10 juni 2025 (hierna: het verslag). In het verslag gaat de rekeningencommissie (hierna: de commissie) in op de opvolging van haar eigen aanbevelingen. Navolgbaarheid opvolging aanbevelingen rekeningencommissie, ACAM en rekenkamer is vergroot De commissie is van mening dat door het opnemen van de voortgang aanbevelingen van de rekeningencommissie, ACAM en rekenkamer in hoofdstuk 4 van het jaarverslag de navolgbaarheid van de aanbevelingen wordt vergroot.30
v
Het betreft de programma’s: 1 (bouwen, wonen en duurzaamheid), 2 (openbare ruimte, water, groen en
vervoer), 6 (gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit) en A (algemene dekkingsmiddelen). w
GMT-vergadering van 14 maart 2024.
x
GMT-vergadering van 13 maart 2025.
16
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Teleurstelling over de voortgang en afdoening van de eigen aanbevelingen Over de daadwerkelijke voortgang en afdoening van de eigen aanbevelingen van de commissie, is de commissie negatief en teleurgesteld. De commissie constateert dat meerdere aanbevelingen van de commissie langdurig openstaan en dat er sprake is van terugkerende aanbevelingen. Ook constateert de commissie dat het college voor informatie over de voortgang van een deel van de eigen aanbevelingen verwijst naar een raadsinformatiebrief (‘voortgangsbrief’) die nog niet was gedeeld met de raad. Tot slot geeft de commissie aan dat het rapporteren over de voortgang van aanbevelingen iets anders is dan het daadwerkelijk afdoen van aanbevelingen omdat ze afgerond zijn.31 Om het overzicht en de voortgang te bewaken verzoekt de commissie het college om de toegezegde plannen van aanpak expliciet te benoemen in de voortgangsbrieven.32 Raadsleden worden opgeroepen om alert te zijn op de opvolging van aanbevelingen De commissie wijst de gemeenteraad op de eigen rol in het toezien op het verbeteren van het financiële beheer. De commissie roept raadsleden op om actief en kritisch toe te zien op uitvoering van besloten beleid, budgetrealisatie en risicobeheersing in het algemeen en de door de rekeningencommissie genoemde aanbevelingen in het bijzonder.
Ook roept de commissie de raadsleden op om voldoende aandacht te besteden aan de brieven over het afdoen van aanbevelingen die het college gedurende het jaar agendeert in diverse commissies. De commissie wijst de leden van de gemeenteraad erop dat het college in afgelopen jaren en ook dit jaar meerdere plannen van aanpak heeft toegezegd om de aanbevelingen op te lossen.33 College wil zich transparant en zorgvuldig verantwoorden over de opvolging van aanbevelingen Op 1 juli 2025 heeft college van B en W gereageerd op het verslag van de commissie. Het college is positief over het oordeel van de commissie dat de navolgbaarheid van de status van aanbevelingen is vergroot. Het opnemen van directe verwijzingen naar het raadsinformatiesysteem in de monitor in het jaarverslag draagt hier in belangrijke mate aan bij, aldus het college. Tegelijkertijd erkent het college dat er ruimte is voor verbetering, met name op het gebied van de tijdigheid en volledigheid van de communicatie over voortgang en afdoening van aanbevelingen. Het college neemt de aanbevelingen van de commissie over om voortgangsbrieven uiterlijk gelijktijdig met het jaarverslag te delen en waar nodig te actualiseren bij de najaarsnota. Indien sprake is van een plan van aanpak als onderdeel van de opvolging van een aanbeveling, zal dit expliciet worden benoemd in de betreffende voortgangsbrief.
Volgens het college draagt deze werkwijze bij aan de transparantie richting de raad, en dit ondersteunt het gezamenlijke streven om de uitvoering en opvolging van aanbevelingen zorgvuldig te verantwoorden.34
2.4 Tijdigheid en kwaliteit plannen van aanpak variëren
Op voordracht van het presidium besluit de gemeenteraad bij de behandeling van het rekenkamerrapport geregeld “Het college van burgemeester en wethouders te vragen om: […] een plan van aanpak te maken voor de opvolging van de aanbevelingen en dit plan van aanpak binnen een half jaar aan te bieden aan de gemeenteraad.” In reactie op het rekenkamerrapport kan het college ook eerst zelfstandig besluiten om een plan van aanpak op te stellen. Als het college een plan van aanpak heeft opgesteld dan hebben wij het plan getoetst aan afspraken die het presidium (namens de raad), de gemeentesecretaris (namens het college) en de rekenkamer hebben gemaakt (juni 2021, zie ook paragraaf 1.4).
17
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
2.4.1
Raad ontvangt niet alle plannen van aanpak (tijdig)
De gemeenteraad heeft om zeven plannen van aanpak verzocht De raad heeft voor zeven van de tien rekenkamerrapporten het besluit genomen om het college te vragen een plan van aanpak te maken voor de opvolging van de aanbevelingen en dit plan van aanpak binnen een half jaar aan te bieden aan de gemeenteraad.y Voor drie onderzoeken heeft de raad dit besluit niet genomen.z In twee gevallen was dit omdat de bestuurlijke reactie een gedetailleerd plan van aanpak bevataa of de informatieonderdelen het plan van aanpak bevat.bb Bij het onderzoek Grof afval heeft het college in de bestuurlijke reactie spontaan toegezegd om een plan van aanpak op te stellen en dat te delen met de raad. Het college heeft vijf plannen van aanpak aan de gemeenteraad aangeboden Het college heeft vijf van de acht plannen van aanpak aan de gemeenteraad aangeboden. Het betreft vier van de zeven rekenkameronderzoeken waarvoor in een raadsbesluit om een plan van aanpak is gevraagd, en het onderzoek waarvoor het college al spontaan een plan van aanpak had toegezegd.cc Voor drie onderzoeken heeft het college het plan van aanpak (peildatum 3 juli 2025) (nog) niet opgesteld en gedeeld met de gemeenteraad, terwijl de raad het college daartoe wel heeft verzocht (zie kader).dd
Ambtelijke reactie op het ontbreken van de drie plannen van aanpak
Plan van aanpak Openbaar maken van overheidsinformatie De ambtelijke organisatie geeft aan geen afzonderlijk plan van aanpak te hebben opgesteld voor de opvolging van de rekenkameraanbevelingen. De rekenkameraanbevelingen zouden onderdeel uitmaken van het programma Openbaarheid en informatiehuishouding op orde dat door het college in 2018 was geïnitieerd. Op ambtelijk niveau zijn drie plannen opgesteld met betrekking tot dit programma: 1. Groeien naar 80% binnen de termijn, 2 augustus 2023; 2. Programma Openbaarheid en Informatiehuishouding op orde [2024], 3 april 2024; 3. Programma Openbaarheid en Informatiehuishouding op orde [2025], ongedateerd]). In geen van de drie plannen is expliciet verwezen naar het rekenkameronderzoek of de rekenkameraanbevelingen. De drie plannen zijn niet gedeeld met de gemeenteraad.35 Plan van aanpak Participatieparagraaf De ambtelijke organisatie bevestigt dat er geen afzonderlijk plan van aanpak is gemaakt voor de uitvoering van de rekenkameraanbevelingen. Deze aanbevelingen zouden deels zijn meegenomen in de ontwikkeling van de participatiemonitor. Met de
y
Het gaat hier om de rekenkameronderzoeken die tussen februari 2022 en november 2024 zijn gepubliceerd:
Openbaar maken van overheidsinformatie in Amsterdam, Participatieparagraaf, Indicatoren discriminatie, Behoud betaalbare huurwoningen, Algoritmen, Voorspellende waarde van de begroting en Sport- en speelplekken in de openbare ruimte. z
Het betreft de rekenkameronderzoeken Grof afval, Toegankelijkheid van stemlokalen en Preventieve jeugdhulp in
Amsterdam. aa
Het betreft het rekenkameronderzoek Toegankelijkheid van stemlokalen.
bb
Het betreft het rekenkameronderzoek Preventieve jeugdhulp in Amsterdam.
cc
Het betreft het rekenkameronderzoeken Indicatoren discriminatie, Algoritmen, Behoud betaalbare huurwoningen
en Voorspellende waarde van de begroting. dd
Het betreft het rekenkameronderzoeken Openbaar maken van overheidsinformatie in Amsterdam,
Participatieparagraaf en Sport- en speelplekken in de openbare ruimte.
18
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
raadsinformatiebrief van 22 oktober 2024 is de raad is geïnformeerd over de opzet en uitvoering van de monitor. Deze brief bevatte nog geen uitwerking van een aantal punten die de rekenkamer naar voren brengt, omdat de monitor zelf destijds nog in ontwikkeling was. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de raad in december 2025 via een tussenrapportage zal worden geïnformeerd over de uitvoering van de participatieverordening. Daarin zal ook gerapporteerd worden over de rekenkameraanbevelingen.36 Plan van aanpak Sport- en speelplekken in de openbare ruimte Voor het onderzoek Sport- en speelplekken in de openbare ruimte heeft de ambtelijke organisatie aangegeven te verwachten dat het plan van aanpak in het derde of vierde kwartaal 2025 aan de raad wordt verzonden.37 Voor de onderzoeken Preventieve jeugdhulp in Amsterdam en Toegankelijkheid van stemlokalen heeft de raad het college niet verzocht om een plan van aanpak op te stellen.
Drie van de vijf plannen zijn tijdig aan de gemeenteraad aangeboden Het college heeft drie van vijf plannen van aanpak tijdig, dus binnen een half jaar na het raadsbesluit, aangeboden aan de gemeenteraad.ee De overige twee plannen van aanpak zijn na zes maanden aangeboden aan de gemeenteraad.ff
2.4.2
Kwaliteit plannen van aanpak varieert
De kwaliteit van het plan van aanpak hebben we beoordeeld aan de hand van de gemaakte afspraken (juni 2021).gg38
ee
Wat is de aanbeveling? Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet? Hoe zal aan deze aanbeveling uitvoering worden gegeven (op hoofdlijnen)? Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond? Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
Voor het bepalen van de periode van zes maanden gaan wij uit van het verschil tussen de datum van het
raadsbesluit en de datum van de eerste agendering van het plan van aanpak in een raadscommissie. We hebben voor deze meetmethode gekozen omdat de datum van aanbieding niet wordt geregistreerd in het raadsinformatiesysteem. Het onderzoek Grof afval is 177 dagen na het raadsbesluit geagendeerd in de raadscommissie, voor het onderzoek Algoritmen is dit 93 dagen en voor het onderzoek Indicatoren discriminatie is dit 85 dagen. ff
Het onderzoek Voorspellende waarde van de begroting is 195 dagen na het raadsbesluit aan de raad aangeboden,
voor het onderzoek Behoud betaalbare huurwoningen is dit 216 dagen. gg
In juni 2021 hebben het presidium (namens de raad), de gemeentesecretaris (namens het college van B en W)
en de rekenkamer vijf afspraken gemaakt over de concreetheid van de bestuurlijke reactie. Daarbij is afgesproken dat voor elke aanbeveling in ieder geval de volgende vijf vragen door het college van B en W worden beantwoord. In onze rekenkamerbrief (mei 2023) hebben wij vier van de vijf afspraken geformuleerd als minimale eisen aan een plan van aanpak. In de bestuurlijke reactie heeft het college toegezegd deze eisen op te nemen in de plannen van aanpak die door het college worden voorgelegd aan de raad. In onze aanpak (zie paragraaf 1.4) hebben we uiteengezet waarom wij de plannen van aanpak ook aan de vijfde afspraak ‘Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet?’ hebben getoetst.
19
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Plannen van aanpak gaan niet altijd in op alle subaanbevelingen van de rekenkamer Wij hebben getoetst of het plan van aanpak ingaat op alle aanbevelingen en alle onderdelen van de aanbevelingen (hierna: de subaanbevelingen). Van de vijf plannen van aanpak gaan er twee in op alle rekenkameraanbevelingen inclusief de subaanbevelingen.hh Ook bij de overige drie plannen van aanpak zijn alle rekenkameraanbevelingen benoemd. De subaanbevelingen zijn echter niet allemaal benoemd of de relatie met een aantal subaanbevelingen uit het rekenkamerrapport is niet gemaakt in het plan van aanpak.ii
In alle plannen van aanpak geeft het college aan de aanbevelingen over te nemen Wij hebben getoetst of het plan van aanpak informatie bevat over of het college de (sub)aanbeveling gaat uitvoeren. En of het college motiveert als het de aanbeveling niet gaat uitvoeren. Het college geeft in vier van de vijf plannen van aanpak aan dat het uitvoering geeft aan alle rekenkameraanbevelingen. Voor het vijfde plan geeft het college dit aan in de raadsinformatiebrief, waaraan het plan van aanpak als bijlage is toegevoegd.jj
Niet alle plannen van aanpak zijn concreet Wij hebben getoetst of het plan van aanpak concreet is, in de zin dat duidelijk is welke activiteiten het college gaat ondernemen om de (sub)aanbevelingen te realiseren. Van de vijf plannen zijn twee plannen van aanpak concreet geformuleerd.kk Die plannen zijn voorzien van concrete activiteiten om de (sub)aanbevelingen uit te voeren. In het geval van Algoritmen bevat het plan daarnaast aanvullend een inschatting van de benodigde (incidentele en structurele) uren. De overige drie plannen zijn minder concreet.ll Dat komt enerzijds doordat niet voor alle subaanbevelingen concreet is aangegeven hoe daaraan uitvoering zal worden gegeven. Zo wordt in het plan van aanpak van Grof afval niet aangeven of en hoe zal worden gestuurd op de kosten en of de financiële administratie ondersteunend wordt gemaakt aan de financiële informatiebehoefte. Anderzijds is soms summier, met enkele zinnen, beschreven hoe uitvoering zal worden gegeven aan de aanbevelingen, bijvoorbeeld in het onderzoek Indicatoren discriminatie.
Een deel van de plannen van aanpak bevat een planning Wij hebben getoetst of het plan van aanpak een duidelijke planning voor het uitvoeren en het afronden van de (sub)aanbevelingen bevat.
hh ii
Het betreft de plannen van aanpak voor de rekenkameronderzoeken Algoritmen en Grof afval.
Het betreft de plannen van aanpak voor de rekenkameronderzoeken Voorspellende waarde van de begroting,
Behoud betaalbare huurwoningen, en Indicatoren discriminatie. jj
Het betreft de raadsinformatiebrief Plan van aanpak Verbeteren voorspellende waarde begroting en navolgbaarheid
planning- en controlproducten, 27 mei 2025. kk
Het betreft de plannen van aanpak voor de rekenkameronderzoeken Voorspellende waarde van de begroting en
Algoritmen. ll
Het betreft de plannen van aanpak voor de rekenkameronderzoeken Grof afval, Behoud betaalbare huurwoningen
en Indicatoren discriminatie.
20
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam
Van de vijf plannen bevatten twee plannen een duidelijke planning voor het uitvoeren en het afronden van de aanbevelingen.mm Zo is in het plan van aanpak Verbeteren voorspellende waarde begroting en navolgbaarheid P&C-producten (hierna: plan van aanpak Verbeteren voorspellende waarde begroting) de planning voor het afronden van activiteiten gekoppeld aan het opleveren van de P&C-documenten (de begrotingen en jaarverslagen). Voor de overige drie plannen van aanpak geldt dat niet voor alle activiteiten het geplande afrondingsmoment is benoemd, of in de planning geen relatie is gelegd met het uitvoeren van de afzonderlijke rekenkameraanbevelingen.nnIn reactie op deze bevinding geeft de ambtelijke organisatie aan dat dit (nog) niet mogelijk is voor alle (sub)aanbevelingen, vanwege de complexiteit. Aan de hand van enkele voorbeeldenoo licht de ambtelijke organisatie toe dat de raad na het plan van aanpak alsnog wordt geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking en implementatie van de rekenkameraanbevelingen.39