CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bestuurlijk rapport Toegankelijkheid van stemlokalen

Raadscommissie Algemene Zaken 7 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport van de rekenkamer Toegankelijkheid van stemlokalen en de aanbevelingen overnemen. (VN2024-014854)31.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

12

Bruikbaarheid In de stemruimte is het belangrijk dat de kiezer zelfstandig en gelijkwaardig diens stem kan uitbrengen. Dat noemen we bruikbaarheid. We hebben gekeken of alle voorzieningen aanwezig waren die nodig zijn voor mensen met een lichamelijke beperking om te kunnen stemmen.

30% van de voorzitters gaf aan dat er voor een volgende verkiezing qua toegankelijkheid iets moet worden aangepast bij het stembureau, xl Voorzitters die niet tevreden waren over toegankelijkheid noemden het vaakst dat dat kwam door de bereikbaarheid (hoofdstuk 10). Tegelijkertijd gaven voorzitters de meeste verbetersuggesties voor de betreedbaarheid van stemlocaties. xxxix

46

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Voor de beoordeling kijken we naar zes criteria. Daarbinnen maken we onderscheid tussen twee criteria die cruciaal zijn voor toegankelijkheid (deur en verkeersruimte) en vier criteria die wenselijk zijn.30 Wanneer voorzieningen in de stemruimte niet aan de wenselijke criteria voldoen, leidt dit niet meteen tot een ontoegankelijke situatie, want in de stemruimte kunnen leden van het stembureau helpen. Tegelijkertijd is het in strijd met de principes van zelfstandigheid en gelijkwaardigheid om afhankelijk te zijn van hulp. In tabel 12.1 staat hoe we bruikbaarheid hebben beoordeeld in de observaties. Gemiddeld voldoet een stemruimte aan ongeveer 3,9 van de 6 criteria over bruikbaarheid. Van de stemruimtes die we bezochten, voldeed 57% aan de twee cruciale criteria van bruikbaarheid. In paragrafen 12.1 tot en met 12.3 lichten we toe hoe het is gesteld met deur van de stemruimte (criteria 1), de verkeersruimte in de stemruimte (criteria 2) en met de stoelen, kandidatenlijst, leesloep en stemhokjes in de stemruimte (criteria 3 tot en met 6). In paragraaf 12.4 vullen we onze observaties aan met ervaringen van stembureauvoorzitters rondom bruikbaarheid.

Tabel 12.1 - Geobserveerde criteria bij bruikbaarheid en percentage stemruimtes dat voldoet Criterium

Score (met 95% betr. interval)

Cruciaal 1. De deur van de stemruimte voldoet aan de toegankelijkheidseisen: ▪ De deur is breed genoeg (85 cm), er is voldoende opstelruimte, de deur heeft de juiste openingshoek en deze is niet te zwaar; ▪ De deur-drempelhoogte (t.o.v. vloerniveau) is ≤ 2 cm en hogere drempels zijn goed overbrugd (i.e. hoogteverschil ≤ 2 cm en de overbrugging zit goed vast).

79% (72% - 86%)

2. De route in de stemruimte voldoet aan de toegankelijkheidseisen: ▪ De vloer is vlak en zonder obstakels; ▪ De ruimte is voldoende breed en voorzien van voldoende manoeuvreer/opstelruimte bij stemtafel, stemhokje en stembus.

70% (62% - 78%)

Wenselijk 3. Er zijn stoelen aanwezig en minimaal een op de vijf stoelen is voorzien van armleuningen.

77% (69% - 84%)

4. Er is een kandidatenlijst aanwezig in de stemruimte, die goed zichtbaar (niet te hoog) en leesbaar (niet op doorzichtig glas) is.

50% (42% - 59%)

5. Er is een leesloep zichtbaar op de kiestafel aanwezig, met werkende verlichting.

61% (53% - 70%)

6. Er is een stemhokje met een juist uitgevoerd laag schrijfblad.

57% (49% - 66%)

Totaal Gemiddeld aantal criteria van bruikbaarheid aan voldaan.

3,9 (3,7 – 4,2)

Stembureaus die voldoen aan alle cruciale criteria van bruikbaarheid.

57% (48% - 65%)

47

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

12.1 Kan de kiezer in de stemruimte komen?

In 79% van de bezochte locaties voldeed de deur van de stemruimte aan de normen. Dat betekent: de deuren waren breed genoeg (85 cm), er was voldoende opstelruimte, een juiste openingshoek, de deuren waren niet te zwaar en drempels waren goed overbrugd. We kwamen de volgende knelpunten tegen bij de deuren die niet voldeden:

▪ ▪

deur was te smal (elf locaties, 9% van het totaal; zie foto); openingshoek was te klein om doorheen te kunnen met een rolstoel (zeven locaties, 5% van het totaal);

▪ ▪

te hoge drempel die niet goed overbrugd was (vijf locaties. 4% van het totaal); obstakels bij handbediende deuren: te krappe opstelruimte (twee locaties, 2% van het totaal) en te zware deur (één locatie, 1% van het totaal).

Foto: voorbeeld van te smalle deur naar de stemruimte.

12.2 Is de verkeersruimte in de stemruimte voldoende?

In 70% van de bezochte locaties voldeed de verkeersruimte in de stemruimte aan de toegankelijkheidseisen. Dat betekent dat er voldoende ruimte was om zelfstandig met een rolstoel te bewegen en dat de ruimte veilig was voor mensen die slecht ter been zijn (of niet goed kunnen zien hoe de ruimte eruitziet). In 30% van de stemruimtes voldeed de verkeersruimte niet. We kwamen de volgende knelpunten tegen bij verkeersruimtes die niet voldeden:

▪

hoogteverschillen of obstakels zoals losliggende kabels en vloerkleden (zeventien locaties, 13% van het totaal);

▪ ▪

niet-deugdelijk afgeplakte vloerbescherming (vijftien locaties, 12% van het totaal; zie foto); onvoldoende brede vrije doorgangsruimte (vijftien locaties, 12% van het totaal).

48

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Foto: voorbeeld van niet-deugdelijke vloerbescherming.

12.3 Hoe is het gesteld met de overige elementen in de stemruimte? Om zelfstandig en gelijkwaardig hun stem te kunnen uitbrengen, is het voor mensen met

verschillende soorten lichamelijke beperkingen van belang dat in de stemruimte stoelen met armleuning, een goed geplaatste en leesbare kandidatenlijst, een werkende leesloep en een verlaagd schrijfblad aanwezig zijn (zie foto). Deze elementen zijn door het ministerie van BZK als wenselijk aangemerkt. Hier kwamen we de volgende knelpunten tegen:

▪

In 30 stemruimtes (23% van het totaal) waren ofwel geen stoelen aanwezig – waardoor iemand met een beperking niet even kan gaan zitten – of waren er onvoldoende stoelen met armleuningen. Armleuningen zijn van belang om gemakkelijker zelfstandig uit een stoel te kunnen opstaan.

▪

In de helft van de stemruimtes (65 locaties) was de kandidatenlijst afwezig en/of incorrect opgehangen. Dat laatste betekent hoger opgehangen dan 180 cm, zodat deze voor iemand in een rolstoel lastig leesbaar is, en/of op doorzichtig glas gehangen waardoor mensen met een visuele beperking last kunnen hebben van tegenlicht, spiegeling of het doorschijnen van het papier.

▪

In 50 stemruimtes (39% van het totaal) was de leesloep niet zichtbaar op de kiestafel aanwezig, was deze niet uitgerust met verlichting en/of deed de leesloep het niet. Daar waar de leesloep het niet deed (37 stemruimtes, 29% van het totaal) kwam dat in het algemeen doordat de batterijen er niet in zaten.

▪

In 55 stemruimtes (43% van het totaal) stonden alle schrijfbladen in de hoogste stand. Alle stemhokjes in de gemeente Amsterdam zijn uitgerust met een hoge en lage stand voor het schrijfblad en kunnen dus altijd door stembureaumedewerkers verlaagd worden. Om gelijkwaardig en zelfstandig te kunnen stemmen, is het echter belangrijk dat er altijd een stemhokje met een laag schrijfblad gereed staat.

49

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Foto: voorbeeld van goed ingerichte stemruimte.

12.4 Ervaringen van stembureauvoorzitters

Voorzitters waren over het algemeen tevreden over de bruikbaarheid van de stemruimte. Van degenen die niet tevreden waren, gaven zes voorzitters aan dat dat kwam door een te kleine stemruimte, waardoor de verkeersruimte te beperkt was. Naast tevredenheid vroegen we ook naar wat zich daadwerkelijk voordeed rondom bruikbaarheid. Volgens 85% van de stembureauvoorzitters was de bruikbaarheid van de stemruimte goed. Bij 15% was er iets aan de hand. Voorzitters constateerden de volgende tekortkomingen:

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

krappe manoeuvreerruimte bij het stemhokje (5% van de respondenten); krappe manoeuvreerruimte bij de stemtafel (5% van de respondenten); te weinig stoelen in de stemruimte (4% van de respondenten); een probleem met het verlaagbare schrijfblad (2% van de respondenten); obstakels in de stemruimte zoals een onveilige tijdelijke voorziening waar slechtzienden vanaf konden vallen en een vastgenageld stopcontact op de grond waar stemmers bijna over struikelden;

▪

te krap stemhokje voor mensen in een scootmobiel, driewieler en elektrische rolstoel.xli

Over de leesloep gaf 1% aan dat deze het niet deed, bijvoorbeeld doordat een veertje ontbrak in het batterijvakje. De leesloep werd per stembureau gemiddeld 2,4 keer gebruikt op verkiezingsdag. In 28% van de stembureaus is deze volgens de voorzitters niet gebruikt. Bij 7 van de 23 voorzitters waar een kiezer met een beperking of diens begeleider problemen of knelpunten rondom toegankelijkheid hebben gemeld, ging deze melding over de bruikbaarheid van de stemruimte. Kiezers ervaarden bijvoorbeeld te hoge drempels bij de deur en obstakels op de vloer van de stemruimte.xlii

De laatste twee bullets zijn voorbeelden die een aantal keren terugkwamen bij de categorie Iets anders, namelijk... xlii Drie keer werd bij de voorzitters een knelpunt over de bereikbaarheid gemeld en twee keer over het stemproces. xli

50

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Van de 98 voorzitters die toelichting gaven na een positief antwoord op de vraag “Zou er qua toegankelijkheid van uw stembureau iets moeten worden aangepast voor een volgende verkiezing?”, gaven 21 aan dat hun wensen voor aanpassingen liggen op het gebied van bruikbaarheid. Het gaat dan vooral om meer verkeersruimte, minder obstakels op de vloer en grotere stemhokjes waar ook rolstoelen anders dan handbediende rolstoelen in passen.

12.5 Deelconclusie bruikbaarheid

Van de locaties die we bezochten, voldeed 43% niet aan de twee cruciale criteria van bruikbaarheid. 57% voldeed wel aan deze criteria. Dus in iets minder dan de helft van de stemlocaties die door de gemeente als toegankelijk zijn aangemerkt, was het voor kiezers met een lichamelijke beperking lastig tot onmogelijk om zelfstandig in de stemruimte te komen of deze ruimte veilig te gebruiken. Gemiddeld voldeed de stemruimte aan ongeveer 3,9 van de 6 criteria over bruikbaarheid. Dat is het laagst van de drie elementen van toegankelijkheid die we hebben onderzocht. Tekortkomingen deden zich vooral voor op de wenselijke criteria, maar ook met grote regelmaat op de cruciale criteria. Stembureauvoorzitters waren over het algemeen tevreden over de stemruimte. 15% gaf aan dat er iets aan de hand was. Dat is minder dan bij de andere twee dimensies van toegankelijkheid. Bij de locaties die niet aan de cruciale criteria voldeden, kwam dat het vaakst doordat de route in de stemruimte niet voldeed. Dit kwam bijvoorbeeld doordat er hoogteverschillen of obstakels waren, de vloerbescherming niet deugdelijk was afgeplakt of de vrije doorgangsruimte onvoldoende breed was. Ook voorzitters rapporteerden over te krappe ruimtes en obstakels op de looproute door de stemruimte.

Het vaakst was er iets aan de hand met de kandidatenlijsten (afwezig in de stemruimte of incorrect opgehangen) en de stemhokjes (alle schrijfbladen in de hoogste stand). Dit leidt niet meteen tot een ontoegankelijke situatie, want in de stemruimte kunnen leden van het stembureau helpen. Tegelijkertijd is het vanuit het oogpunt van zelfstandig en gelijkwaardig kunnen stemmen wel van belang dat de kandidatenlijst zodanig hangt dat deze – voor zover van toepassing – leesbaar is voor mensen in een rolstoel of met een visuele beperking én dat er altijd een stemhokje met laag schrijfblad gereed staat.

13

Hulp en aanpassingen door stembureauleden op verkiezingsdag Leden van stembureaus ondersteunen kiezers gedurende de verkiezingsdag bij het uitoefenen van hun kiesrecht. Stembureauleden zijn wettelijk gemachtigd om kiezers met een lichamelijke beperking in het stemhokje te helpen met het uitbrengen van hun stem. De gemeente besteedt in de training voor stembureauleden aandacht aan hoe stembureauleden kunnen omgaan met en eventueel hulp kunnen bieden aan mensen met een beperking.31 In de stembureaus die door de gemeente zijn geclassificeerd als toegankelijk met hulp, verwacht de gemeente dat de stembureauleden “ergens op het traject van het kunnen bereiken, betreden en gebruiken van het stemlokaal […] hulp bieden aan de kiezer met een lichamelijke beperking”.32 Uit onze enquête werd duidelijk hoe nodig en breed de hulp is die door stembureauleden werd geboden, en dat zij dit lang niet alleen deden in locaties die als toegankelijk met hulp zijn aangemerkt. Daarnaast zagen we, zowel in de enquête als tijdens onze observaties, dat stembureauleden tijdens de verkiezingsdag zelf aanpassingen maakten in hun stemlocatie om de

51

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

toegankelijkheid te bevorderen. We bespreken dit in meer detail in dit hoofdstuk, waarbij ook hier geldt dat de volledige uitkomsten van de enquête zijn gepresenteerd in bijlage 2.

13.1 Hulp aan kiezers met een beperking 13.1.1

Kiezers met een beperking

Van de voorzitters die onze enquête invulden, gaf 77% aan dat kiezers met een beperking hebben gebruikgemaakt van hun stembureau (n = 249).xliii Het vaakst (78%) ging dat om kiezers met een motorische lichamelijke beperking (in een rolstoel of scootmobiel of met een looprek of rollator). Maar ook kiezers met een visuele beperking (10%) en met een verstandelijke beperking (6%) werden genoemd.

13.1.2

Verlenen van hulp

Stembureauleden hebben op de verkiezingsdag vaak hulp geboden aan kiezers met een beperking. Bij 89% van de stembureaus waarvan kiezers met een beperking gebruikmaakten, verleenden de leden van het stembureau hulp (n = 221). Meestal ging het om maximaal vijf kiezers, maar soms ook om meer dan 25 kiezers. Het vaakst verleenden stembureauleden hulp aan kiezers met een motorische lichamelijke beperking (60%) en kiezers met een visuele beperking (26%).xliv

13.1.3

Manieren waarop hulp geboden is

De stembureauleden hebben tijdens verkiezingsdag op veel verschillende manieren hulp geboden aan kiezers met een lichamelijke beperking. Twee derde van de respondenten gaf uitleg over welke hulp ze verleenden. Het vaakst noemden ze hulp om de bruikbaarheid van het stembureau voor een kiezer te vergroten (142 keer genoemd; 44% van alle respondenten). Voorbeelden hiervan zijn het verlagen van het schrijfblad in het stemhokje, kiezers of hun hulpmiddelen over de deurdrempel helpen, het begeleiden/een arm bieden aan kiezers met een motorische beperking om door de stemruimte te kunnen bewegen en in het stemhokje te kunnen komen, en het aanbieden of vasthouden van de leesloep. Daarnaast boden veel stembureauvoorzitters (of hun team) hulp bij het stemproces (99 keer genoemd; 31% van alle respondenten). Voorbeelden hiervan zijn het geven van uitleg over de bedoeling van de verkiezingen en het referendum, het open- en dichtvouwen van stembiljetten en het rood kleuren van het door de kiezer aangegeven bolletje op het stembiljet wanneer een kiezer zelf niet in staat was om het potlood vast te houden. Hulp op de route binnen in de stemlocatie werd minder vaak geboden.xlv Toch noemden nog 16 respondenten (5% van het totaal) dat ze kiezers hielpen bij de lift, het nemen van een trap en met het openhouden van deuren in de stemlocatie.

Dit betreft ook voorzitters van B- en C-locaties: van de twintig respondenten die wisten dat zij in een B- of Clocatie voorzitter waren, hebben er achttien geantwoord dat kiezers met een beperking gebruik hebben gemaakt van hun stembureau. xliv Van de respondenten gaf 3% aan het vaakst hulp verleend te hebben aan kiezers met een auditieve beperking, 5% aan kiezers met een andersoortige beperking en 7% weet het niet. xlv Hulp op de route buiten wordt niet genoemd in de uitleg over welke hulp is verleend door stembureauleden. xliii

52

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

13.2 Aanpassingen door stembureauleden

De inrichting van stemlocaties en stemruimtes ligt voor een deel vast en daarbinnen is ook rekening gehouden met (tijdelijke voorzieningen voor) toegankelijkheid. Toch geeft 11% van de respondenten aan dat zij gedurende de verkiezingsdag nog aanpassingen hebben gedaan aan hun stemlocatie/-ruimte vanwege de toegankelijkheid. 36 voorzitters gaven hier voorbeelden van. Het vaakst gaven de voorzitters aan dat ze de schrijftafel in het stemhokje hebben verlaagd (veertien keer). Daarnaast hebben ze tijdelijke voorzieningen aangebracht of gerepareerd (vier keer), gezorgd dat deuren open bleven staan (vier keer), obstakels zoals bekabeling weggehaald of vastgeplakt (vier keer), meer verkeersruimte in de stemruimte gemaakt (drie keer) en extra routeaanduidingen gemaakt (drie keer). Tijdens onze observaties troffen we veel betrokken voorzitters en stembureauleden. Het kwam regelmatig voor dat zij naar aanleiding van onze observaties een aanpassing doorvoerden in hun stembureau. Zo maakten ze de ruimte rondom de kandidatenlijsten vrij, zetten ze beide kanten van dubbele deuren open en plaatsten ze de batterijen in de leesloep of stoelen in de stemruimte. Zoals beschreven in paragraaf 12.3 observeerden we in meer dan 40% van de stemruimtes van Alocaties dat alle schrijftafels in de hoogste stand stonden. Hier spraken we over met voorzitters.

Van hen hoorden we met regelmaat dat aan hen tijdens de training voor stembureauleden was verteld dat de schrijftafel niet voortdurend op de laagste stand hoeft te staan. Mogelijk verklaart dit waarom er zo verschillend met de hoogte van de schrijftafel is omgegaan en waarom we relatief vaak zagen dat een stemruimte niet aan het criterium over de schrijftafel voldeed. Het criterium is dat ten minste één stemhokje moet zijn uitgevoerd met een verlaagde schrijfplank.33

13.3 Deelconclusie aanpassingen en hulp door stembureauleden

77% van de voorzitters gaf aan dat minimaal één kiezer met een beperking gebruik heeft gemaakt van hun stembureau. Dit onderstreept nogmaals het belang van toegankelijkheid voor alle stemlocaties. Binnen al deze locaties, onafhankelijk van de mate van toegankelijkheid volgens de gemeente, is het bieden van hulp door stembureauleden belangrijk gebleken. Stembureauleden boden tijdens verkiezingsdag hulp aan kiezers met verschillende typen beperkingen en op verschillende gebieden om ervoor te zorgen dat alle kiezers met een beperking die wilden stemmen, ook konden stemmen. Gedurende de verkiezingsdag maakten stembureauleden aanpassingen om de toegankelijkheid te bevorderen. Ze deden dit op eigen initiatief – omdat ze iets zagen of meemaakten wat verbetering behoefde – en ook naar aanleiding van een korte terugkoppeling over onze observaties.

14

Overkoepelend beeld van toegankelijkheid In dit hoofdstuk geven we inzicht in de mate van toegankelijkheid van de A-locaties. Hiervoor maken we gebruik van onze bevindingen uit de voorgaande vier hoofdstukken. We beschouwen toegankelijkheid vanuit verschillende invalshoeken: toegankelijkheid op basis van de cruciale criteria en toegankelijkheid op basis van alle criteria uit de PBT-checklist (paragraaf 14.1). Daarnaast geven we inzicht in verschillen tussen stadsdelen, waar we ook een koppeling maken met de afstand tot de dichtstbijzijnde stemlocatie (paragraaf 14.2).

53

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

14.1 Toegankelijkheid volgens twee metingen

Zoals we uitlegden in hoofdstuk 8 kunnen we toegankelijkheid op twee manieren meten: dichotoom (wel of niet) of gradueel (meer of minder). We bespreken beide hier, te beginnen met de eerste. Cruciale criteria In de voorgaande hoofdstukken zagen we dat ongeveer 71% van de bezochte stemlocaties voldeed aan de cruciale voorwaarden van bereikbaarheid, 42% aan de cruciale voorwaarden van betreedbaarheid en 57% aan de cruciale voorwaarden van bruikbaarheid. Deze cijfers zijn lastig met elkaar te vergelijken, vooral omdat betreedbaarheid meer cruciale criteria heeft (vier) dan de overige twee dimensies (elk twee). Waar het ons hier om gaat, is welk percentage van de stemlocaties voldoet aan alle acht cruciale criteria van toegankelijkheid. Dit is ongeveer 22%. Met andere woorden, van de locaties die door de gemeente zijn aangemerkt als toegankelijk, is ongeveer 22% daadwerkelijk toegankelijk. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval rondom deze schatting loopt van 14% tot 29%; het ‘echte’ percentage onder alle A-locaties ligt dus waarschijnlijk in dit interval. Ongeveer vier op de vijf Alocaties zijn dus niet toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Om deze bevinding in perspectief te plaatsen, is het belangrijk om toe te voegen dat onze analyse zich beperkt tot locaties die door de gemeente als toegankelijk zijn aangemerkt (A).

Dit zijn 80% van alle stemlocaties in Amsterdam en Weesp. De resterende 20% zijn stemlocaties waarvan de gemeente al aangeeft dat ze niet (geheel) toegankelijk zijn. Deze zijn toegankelijk met hulp (B) of niet toegankelijk (C). Over alle stemlocaties in Amsterdam heen genomen, ligt het totaal aan toegankelijke locaties dus lager dan 22%. We kunnen hier een voorzichtig beeld van schetsen op basis van de veertien B- en C-locaties die we hebben geobserveerd, en die dus niet verder zijn geanalyseerd in de voorgaande hoofdstukken. Van deze veertien locaties voldeed er niet één aan alle cruciale criteria.xlvi Alle criteria De tweede, graduele, meting van toegankelijkheid bestaat uit een optelsom van alle achttien criteria waaraan stemlocaties voldeden. Hierbij maakt het dus niet uit of deze criteria als cruciaal of wenselijk worden beschouwd. In eerdere hoofdstukken bleek dat de bezochte stemlocaties voldeden aan 4,0 van de 6 criteria van bereikbaarheid, aan 5,0 van de 6 criteria van betreedbaarheid en 3,9 van de 6 criteria van bruikbaarheid. De gemiddelde score voor toegankelijkheid als geheel is dus (4,0 + 5,0 + 3,9 =) 12,9. Deze score valt op een schaal die in theorie varieert van 0 (aan geen van de criteria voldaan) tot 18 (aan alle criteria voldaan). Het 95%-betrouwbaarheidsinterval loopt in dit geval van 12,5 tot 13,4.

In figuur 14.1 is weergegeven hoe de totale toegankelijkheidsscore varieert in onze steekproef. Hier zien we dat er grote verschillen bestaan tussen locaties. Het aantal criteria waaraan locaties voldeden, varieert van zeven tot alle achttien.

Om de berekening compleet te maken: als we aannemen dat geen van de B- en C-locaties toegankelijk zijn, ligt het percentage toegankelijke stemlocaties in de hele gemeente rond de 17%. xlvi

54

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Figuur 14.1 - Totaalscore op toegankelijkheid onder A-locaties

De totale score vertelt ons dat de gemiddelde stemlocatie – mits die als toegankelijk is aangemerkt – voldeed aan de meeste criteria. Bij elkaar schetsen de twee metingen van toegankelijkheid dus het volgende beeld: de meeste A-locaties voldeden aan een groot deel van de criteria van toegankelijkheid, maar slechts een beperkt aantal locaties voldeed aan álle cruciale criteria. Ook hier hoort de aanvulling bij dat onze analyse zich beperkt tot A-locaties. En ook hier zien we dat de totale toegankelijkheidsscore lager ligt in bezochte B- en C-locaties (11,3) dan in A-locaties (12,9).

14.2 Verschillen tussen stadsdelen(-gebied)

We hebben hierboven al gezien dat er aanzienlijke verschillen zitten in toegankelijkheid tussen stemlocaties. Hoe zijn deze verschillen over de stad verdeeld? Figuur 14.2 geeft hier inzicht in, hier weer op basis van de graduele meting van toegankelijkheid. Per stadsdeel(-gebied) is weergegeven in hoeverre de locaties gemiddeld voldeden aan alle criteria. Net als in paragraaf 14.1 valt ook deze score op een schaal die in theorie varieert van 0 (aan geen van de criteria voldaan) tot 18 (aan alle criteria voldaan).

55

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Figuur 14.2 - Totaalscore op toegankelijkheid onder A-locaties per stadsdeel(/-gebied), met 95%-betrouwbaarheidsintervallen

Figuur 14.2 laat zien dat er enige ruimtelijke verschillen zijn in algemene toegankelijkheid, van 12,1 in Centrum tot 13,9 in Nieuw-West. Het verschil tussen Centrum en Nieuw-West is statistisch significant (p = 0,032). Hetzelfde geldt nagenoeg voor het verschil tussen Centrum en Noord (p = 0,070). Het is dus waarschijnlijk dat deze verschillen ook gelden voor de bredere groep van (A-)locaties buiten onze steekproef. Wanneer we inzoomen op bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid zien we ook verschillen tussen de stadsdelen(-gebied):

▪

de gemiddelde bereikbaarheid van locaties varieert tussen 4,7 in Noord en 3,4 in Oost, op een schaal van 0 tot en met 6;

▪

de gemiddelde betreedbaarheid van locaties varieert tussen 5,2 in Zuid en 4,7 in Noord, op een schaal van 0 tot en met 6;

▪

de gemiddelde bruikbaarheid van locaties varieert tussen 4,7 in Nieuw-West en 3,2 in Centrum, op een schaal van 0 tot en met 6.

De volledige scores per stadsdeel zijn weergegeven in bijlage 1, tabel B1.2. Voor de volledigheid presenteren we in bijlage 1, tabel B1.3 ook de verschillen tussen stadsdelen(/-gebied) op basis van de dichotome meting van toegankelijkheid. We laten deze niet zien in de hoofdtekst, omdat er veel onzekerheid rondom deze schattingen zit. Simpel gezegd: één extra stemlocatie die als toegankelijk wordt aangemerkt, heeft op dit lagere analyseniveau veel invloed op de resultaten. Voor het vergelijken van stadsdelen vinden wij de graduele meting – zoals gepresenteerd in figuur 14.2 – daarom geschikter. Ten slotte merken wij een verband op tussen de rangschikking van stadsdelen(/-gebied) in figuur 14.2 en in de analyse van afstanden tot het dichtstbijzijnde stembureau (tabel 9.2 in hoofdstuk 9. In stadsdelen waar deze afstand het grootst is, is de toegankelijkheid van de stemlocatie zelf gemiddeld beter. De correlatie tussen deze twee variabelen is 0,7, wat duidt op een sterk verband. Met andere woorden, de twee onderdelen van toegankelijkheid lijken – gemiddeld

56

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

gezien, benadrukken we – ten koste te gaan van elkaar. De meest logische verklaring hiervoor is geografisch: in de meer centrale stadsdelen wordt de toegankelijkheid van stemlocaties geschaad door onder andere oudere gebouwen en beperkte parkeergelegenheden (zie hoofdstuk 9). Tegelijkertijd zijn het de meer centrale en compacte gebieden waar de afstand tot een stemlocatie het kleinst is.

14.3 Conclusie toegankelijkheid van stemlocaties

In dit onderzoek hebben we twee metingen gebruikt voor de toegankelijkheid van stemlocaties. De eerste meting laat zien dat lang niet alle stemlocaties toegankelijk waren voor mensen met een lichamelijke beperking. Volgens onze metingen voldeed ongeveer een op de vijf A-locaties aan alle cruciale criteria die hiervoor zijn opgesteld. Onze tweede meting laat zien dat stemlocaties gemiddeld voldeden aan ongeveer 12,9 van alle 18 criteria. Kortom, de meeste stemlocaties voldeden aan de meeste criteria, maar slechts weinig stemlocaties voldeden aan alle essentiële criteria van toegankelijkheid. Daarnaast zien we verschillen tussen stemlocaties. Deze verschillen hangen deels samen met het stadsdeel(-gebied): zo zien we relatief slechte toegankelijkheid in Centrum en bovengemiddelde toegankelijkheid in Nieuw-West en Noord. Hier zien we tegelijkertijd een negatief verband tussen de toegankelijkheid van de stemlocatie en onze eerdere analyse van de afstand die kiezers moeten afleggen tot die stemlocatie. In sommige stadsdelen(-gebied) is de stemlocatie relatief goed toegankelijk, maar relatief ver weg (onder andere in Zuidoost en Nieuw-West), terwijl in andere stadsdelen het tegenovergestelde geldt (onder andere in Centrum en West). We merken ten slotte een contrast op tussen onze observaties en de enquête onder (plv.) voorzitters.

Uit onze observaties kwamen veel vormen van ontoegankelijkheid naar voren, terwijl de voorzitters juist positief waren over de toegankelijkheid. Een illustratie van het laatste is dat 91% van de voorzitters tevreden was met de toegankelijkheid van hun stemlocatie. Onder voorzitters van A-locaties werden in het algemeen nog iets minder problemen gesignaleerd dan onder overige voorzitters, zoals we laten zien in bijlage 2. Kortom, voorzitters waren tevredener dan we op basis van onze observaties zouden verwachten. We hebben geen definitieve verklaring voor dit contrast, maar we noemen hier twee mogelijkheden. De optimistische verklaring is dat de praktische gevolgen van ontoegankelijkheid mogelijk beperkt bleven op verkiezingsdag. In dat geval waren er niet veel mensen die daadwerkelijk gehinderd werden door de obstakels die wij constateerden. Wellicht droeg hulp van anderen, inclusief voorzitters en stembureauleden, hieraan bij. De pessimistische verklaring is dat gebrekkige toegankelijkheid makkelijk verborgen kan blijven. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer mensen met een fysieke beperking hebben geleerd hoe zij zich moeten behelpen of wanneer zij – in het uiterste geval – ervoor kiezen om helemaal niet te gaan stemmen.xlvii In het verlengde hiervan is het makkelijk om te onderschatten hoe storend een ontoegankelijke locatie kan zijn, zelfs wanneer dit wel zichtbaar is.

xlvii

Dit laatste - het effect van fysieke toegankelijkheid op de opkomst - hebben we niet onderzocht. Er zijn echter wel andere studies die aanwijzingen vinden voor dit effect. Zie bijvoorbeeld Schur, L., Ameri, M. en Adya, M. (2017), Disability, Voter Turnout, and Polling Place Accessibility. Social Science Quarterly, 98(5): 13741390.

57

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

15

Verschillen over de tijd: vergelijking toegankelijkheid 20192024 Na het overkoepelende beeld van toegankelijkheid in 2024, zoals we dat in het vorige hoofdstuk hebben gegeven, is een logische vervolgvraag of toegankelijkheid in de loop der jaren is verbeterd of verslechterd. In dit hoofdstuk geven we een antwoord op die vraag door onze observaties uit 2024 te vergelijken met die van ons voorgaande onderzoek uit 2019.34 Onze werkwijze lichten we toe in onderstaand kader. Werkwijze van de vergelijking van de observaties uit 2024 met 2019 Er zijn twee manieren om onze observaties uit 2019 en 2024 te vergelijken. Bij de eerste manier richten we ons op de 36 stembureaus die in beide jaren zijn geobserveerd. Het voordeel hiervan is dat we op het niveau van het individuele stembureau een verschilscore kunnen uitrekenen (van specifieke criteria of de overkoepelende metingen van toegankelijkheid). Met deze verschilscore kunnen we een relatief precieze schatting maken van de ontwikkeling over de tijd. In de onderstaande resultaten gebruiken we voornamelijk deze meting. Bij de tweede methode vergelijken we – op een globaal niveau – alle observaties uit 2019 met alle observaties uit 2024. Dit betreft respectievelijk 80 en 143 stembureaus. Deze analyse kan mogelijk andere resultaten opleveren als de 36 gedeelde stembureaus niet representatief zijn voor de twee steekproeven.

De standaarddeviatie van de schatting is echter wel hoger. We gebruiken deze tweede methode om de robuustheid van de eerste aanpak te toetsen. Bij de vergelijking tussen de twee jaren gebruiken we dezelfde criteria voor beide jaren. Voor veel criteria betekent dit dat zij meer minimalistisch zijn gemeten dan in de hoofdstukken 10 tot en met 12 en 14. Als voorbeeld: we meten in dit hoofdstuk alleen of er een aanduiding van het stembureau/de stemlocatie aanwezig was, en niet of die ook zichtbaar en leesbaar was. De reden hiervoor is simpelweg dat het laatste niet is gemeten in 2019. Sommige andere indicatoren ontbreken zelfs helemaal. Met andere woorden, we koppelen wat we kunnen koppelen, op zo’n manier dat we dezelfde criteria toepassen op beide jaren. Eén gevolg hiervan is dat de cijfers die we in dit hoofdstuk presenteren niet vergelijkbaar zijn met die uit hoofdstukken 10 tot en met 12 en 14. Omdat er minder en minder veeleisende criteria worden gebruikt, liggen de cijfers in dit hoofdstuk hoger dan in de voorgaande hoofdstukken. Voor de vergelijking van 2019 en 2024 is dit echter de beste aanpak. Ten slotte is het belangrijk om de observaties te wegen op basis van hun gemeentelijke toegankelijkheidsclassificatie (A, B of C). We hebben in de voorgaande hoofdstukken gezien dat die classificatie niet altijd overeenkomt met de praktijk.

Waarschijnlijk is er echter wel een verband tussen de classificatie en de praktijk. Door de observaties van beide jaren te wegen, komt de verdeling van classificaties in de data overeen met de verdeling onder alle stembureaus in 2019 en 2024. De onderstaande bevindingen zijn allemaal gewogen.

15.1 Toegankelijkheid door de tijd heen iets verslechterd

In tabel 15.1 staan de belangrijkste resultaten van de vergelijking. Kort gezegd laten die zien dat toegankelijkheid in 2024 is verslechterd ten opzichte van 2019. Dit zien we allereerst in de graduele score van toegankelijkheid, die nu kan variëren van 0 tot en met 15. Deze score is in 2024 0,7 punten lager dan in 2019; de rechterkolom laat zien dat dit verschil statistisch significant

58

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

is bij een standaardgrens van α = 0,05. De overige scores laten zien dat vooral bereikbaarheid is gedaald in 2024. In iets mindere mate geldt hetzelfde voor betreedbaarheid. Bruikbaarheid is niet noemenswaardig veranderd.

Tabel 15.1 - Verschillen in toegankelijkheid tussen 2019 en 2024 (N = 36) 2019

2024

Verschil

P-waarde

Bereikbaarheidsscore (0 t/m 4)

3,8

3,4

-0,4

0,005

Betreedbaarheidsscore (0 t/m 6)

5,3

5,0

-0,3

0,065

Bruikbaarheidsscore (0 t/m 5)

4,0

4,0

-0,0

0,907

Toegankelijkheidsscore (0 t/m 15)

13,1

12,4

-0,7

0,008

Toegankelijkheid, alle cruciale criteria

52%

35%

-18 pp.xlviii

0,130

In de onderste regel van tabel 15.1 staat dat ook de dichotome meting van toegankelijkheid is verslechterd in 2024. Het verschil is 18 procentpunten ten opzichte van 2019. Dit verschil is niet significant bij α = 0,05, maar hier hoort de kanttekening bij dat we werken met een kleine steekproef en een grove (0/1) meting. Alsnog is het vrij waarschijnlijk dat we deze daling kunnen generaliseren naar alle stembureaus in Amsterdam. We merken hier ten slotte op dat onze andere aanpak, zoals toegelicht in het bovenstaande kader, min of meer dezelfde resultaten oplevert. Dat wil zeggen: als we alle stembureaus uit beide jaren gebruiken, is het verschil in de toegankelijkheidsscore 0,6 punten (p = 0,021). Dit was 0,7 punten in de groep van 36 overeenkomende stembureaus. Het verschil in de dichotome meting is in de grotere dataset 18 procentpunten, hetzelfde als in de eerste analyse. Dit verschil is nu (net) statistisch significant (p = 0,029). Kortom, deze analyse versterkt onze bevinding dat toegankelijkheid is verslechterd over de tijd.

15.2 Specifieke indicatoren

In deze paragraaf benoemen we de specifieke indicatoren die bijdragen aan de bredere bevindingen zoals we die hierboven hebben gepresenteerd. Dit doen wij voor de 36 gedeelde locaties. De volledige lijst met indicatoren en bevindingen is te vinden in bijlage 3, tabellen B3.1, B3.2 en B3.3. Zoals we zagen in tabel 15.1 is bereikbaarheid afgenomen in 2024. Dit komt voornamelijk doordat er minder vaak een gehandicaptenparkeerplaats was waar die – volgens de classificatie – wel zou moeten zijn. Daarnaast was er op minder locaties een aanduiding aanwezig van het stembureau. De toegankelijkheid van de route naar de ingang is niet noemenswaardig veranderd. Ook betreedbaarheid is iets verslechterd. De oorzaak is dat zowel de buitendeuren als eventuele tussendeuren in 2024 vaker ontoegankelijk waren voor mensen met een lichamelijke beperking. Dit jaar waren er bij de buitendeur bovendien iets vaker obstakels, zoals hoge drempels die niet waren overbrugd. Een ander criterium van betreedbaarheid is echter verbeterd: er lagen in 2024 minder vaak losse matten of losse vloerbescherming op de route naar de stemruimte. De overige

xlviii

Pp. staat voor procentpunt.

59

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

criteria – over de aanduiding en betreedbaarheid van de route naar de stemruimte – zijn niet duidelijk veranderd. Ten slotte is bruikbaarheid ongeveer gelijk gebleven. Hieronder zitten echter veranderingen die elkaar opheffen. Aan de ene kant zijn er verbeteringen: in 2024 waren vaker stoelen (met armleuning) en een leesloep in de stemruimte aanwezig. Aan de andere kant was de deur van de stemruimte minder vaak toegankelijk voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld omdat deze te smal was. Bovendien kwam het vaker voor dat een laag schrijfblad in het stemhokje ontbrak. Het laatste criterium – de ruimte in de stemruimte – is ongeveer hetzelfde gebleven.

15.3 Conclusie toegankelijkheid over de tijd

De toegankelijkheid van stemlocaties is in 2024 verslechterd ten opzichte van 2019. Deze verslechtering vinden we in meerdere analyses, en in de meeste gevallen is deze statistisch significant. Het laatste betekent dat we deze trend kunnen generaliseren naar alle stemlocaties in Amsterdam. Uit de gedetailleerdere bevindingen kunnen we afleiden dat het specifiek de cruciale indicatoren van toegankelijkheid zijn die veelal achteruit zijn gegaan. Sterker nog, bij de wenselijke criteria is gemiddeld gezien geen verandering tussen 2019 en 2024. Wat betreft de cruciale indicatoren waren het vooral de deuren – de buitendeur, eventuele tussendeuren en eventuele deuren van de stemruimte – waar iets vaker sprake was van gebrekkige toegankelijkheid.

16

Informatievoorziening aan kiezers In dit hoofdstuk geven we antwoord op deelvraag 2:

Is de informatievoorziening over toegankelijkheid van stemlokalen die de gemeente Amsterdam verspreidt op de website en in de Verkiezingskrant consistent, volledig en juist? Voorafgaand aan het stemmen zal de kiezer zich willen oriënteren op het stembureau waar diegene het beste diens stem kan uitbrengen. Voor mensen met een lichamelijke beperking is deze stap van belang. Dit komt omdat nog niet alle stemlokalen (volledig) toegankelijk zijn. Voor mensen met een lichamelijke beperking is goede informatie over de toegankelijkheid dan ook belangrijk; daarmee weten ze waar ze aan toe zijn en kunnen ze zelf een keuze te maken of ze van een bepaalde locatie (al dan niet met hulp) gebruik willen maken.35 De gemeente Amsterdam heeft voor de kiezer informatie over de toegankelijkheid van stembureaus verspreid via de gemeentelijke website en lokale media, zoals de speciale verkiezingseditie van de stadsdeelkrant. We hebben bekeken of deze informatie consistent, juist en volledig was. Daarvoor gebruikten we het volgende beoordelingskader: Aspect

Toelichting

Consistent:

De informatie van de verschillende bronnen komt overeen met elkaar.

Volledig:

Er is informatie over alle stemlocaties wat betreft fysieke toegankelijkheid voor mensen die zich met een hulpmiddel moeten verplaatsen.

Juist:

De informatie komt overeen met de praktijk.

60

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Omdat kiezers in elk stembureau kunnen stemmen, is het van belang dat het overzicht op de website en in de verkiezingskrant over de stemlocaties consistente, volledige en juiste informatie bevat.

16.1 De website en de verkiezingskrant

Op de website van de gemeente is een aparte pagina voor verkiezingen ingericht.36 Hier is informatie te vinden over de stembureaus in de verschillende stadsdelen van Amsterdam en het stadsgebied Weesp. Per stembureau is de volgende informatie beschikbaar:

▪ ▪ ▪ ▪

het adres; de openingstijden (bij meer informatie); de drukte (alleen beschikbaar op verkiezingsdag); informatie over toegankelijkheid.

De kiezer kan op verschillende manieren de informatie over de toegankelijkheid van stemlokalen op de website vinden. Dit kan ten eerste door op de overzichtsplattegrond op een van de cirkels te klikken en vervolgens te kiezen voor een van de stembureaus. In het venster dat opent, kan de kiezer via “meer informatie” achterhalen of het stembureau toegankelijk is. Ten tweede kan de kiezer een straat of postcode in de zoekbalk typen en op dezelfde manier als hiervoor beschreven informatie over een individueel stembureau achterhalen. Een derde mogelijkheid is dat de kiezer klikt op de knop “Filteren op toegankelijkheid”. Via het selecteren van een filter krijgt de kiezer op de overzichtskaart alle stembureaus te zien die aan dat bepaalde filter voldoen, en kan diegene vervolgens informatie per stembureau achterhalen. De informatie over toegankelijkheid wordt gegeven aan de hand van vijf symbolen. Deze symbolen worden op de gemeentelijke website toegelicht op een individuele pagina, getiteld “Hulp en hulpmiddelen”. Wij hebben ze samen met de bijbehorende toelichting weergegeven in tabel 16.1.

Tabel 16.1- Symbolen en toelichting van toegankelijkheid op de gemeentelijke website Symbool

Toelichting Hulpmiddelen voor slechtzienden/blinden, hier is een stem-mal waarmee kiezers een stembiljet in braille kunnen lezen of luisteren via een koptelefoon. Parkeerplaats voor gehandicapten, binnen 200 meter is een parkeerplaats voor gehandicapten. Toegankelijk met rolstoel, op dit stembureau kan een kiezer met een rolstoel komen. Hulp voor slechthorenden/doven, op dit stembureau is op de verkiezingsdag een gebarentolk. Ov-halte voor rolstoel, binnen 200 meter van dit stembureau is een OV-halte die toegankelijk is met een rolstoel.

De gemeente brengt in de weken voorafgaand aan de verkiezingen de verkiezingskrant uit. Deze krant is belangrijk, omdat hij in een informatiebehoefte voorziet van mensen die minder digitaal vaardig zijn.37 In de verkiezingskrant is een rubriek opgenomen over de toegankelijkheid: “Stemmen voor iedereen”. Hierin verwijst de gemeente naar de gesproken kandidatenlijsten, de

61

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

mogelijkheid om met de stem-mal te stemmen en de soundbox.xlix Ook is informatie opgenomen die per stembureau per stadsgebied of stadsdeel aangeeft welke voorzieningen voor kiezers met een beperking aanwezig zijn. Voor de verschillende voorzieningen worden zes symbolen gehanteerd, die met hun toelichting in tabel 16.2 staan.

Tabel 16.2 - Symbolen en toelichting van toegankelijkheid in de verkiezingskrant Symbool

Toelichting Rolstoeltoegankelijk, de locatie is toegankelijk met een rolstoel. Rolstoeltoegankelijk met hulp, de locatie is toegankelijk met een rolstoel met hulp van iemand. Bijvoorbeeld om een deur open te houden of de rolstoel te duwen als een hellingshoek van een oprit net wat steiler is. Niet-rolstoeltoegankelijk, de locatie is niet toegankelijk met een rolstoel. Gehandicaptenparkeerplaats in de buurt, binnen 200 meter van het stembureau is een gehandicaptenparkeerplaats. Voorzieningen voor slechtzienden en blinden, op de locatie is een stem-mal beschikbaar. Een stem-mal is een speciale mal met gaatjes. Daar wordt het stembiljet voor de kiezer ingelegd. Op de stem-mal zijn de partijen met voelbare cijfers en in braille aangegeven. Via een koptelefoon hoort de kiezer het nummer van de partijen en kandidaten.

Hieronder staat een uitsnede van de verkiezingskrant. Het onderscheidt “+” en “p”, is zeer klein weergegeven en alleen in zwart-wit opgenomen. Dit is lastig leesbaar, zeker voor mensen met een visuele beperking.

Screenshot: uitsnede van de verkiezingskrant met symbolen van toegankelijkheid.

16.2 Verschillen tussen website en verkiezingskrant

De informatie die wordt verstrekt op de website en in de verkiezingskrant is niet consistent. Er zijn drie soorten verschillen tussen de website en de verkiezingskrant. Ten eerste zijn er verschillende soorten informatie beschikbaar in de twee bronnen. In tabellen 16.1 en 16.2 zien we bijvoorbeeld dat de website informatie bevat over nabijgelegen ov-haltes voor rolstoelen, terwijl dit in de verkiezingskrant ontbreekt. Andersom maakt de verkiezingskrant onderscheid tussen

Er zijn negen stembureaus waar een stem-mal aanwezig is. Dit is een hulpmiddel waarmee mensen met een visuele beperking zelf hun stembiljet kunnen invullen. Een soundbox is een mediaspeler voor mensen met een visuele beperking die hulp biedt bij het invullen van een stembiljet. Er zijn twee bureaus waar hulp is voor doven en slechthorenden. xlix

62

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

stembureaus die toegankelijk zijn met hulp en stembureaus die helemaal niet toegankelijk zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Dit onderscheid ontbreekt op de website. Op de website is bovendien slechts impliciet aangegeven dat een stembureau niet zelfstandig toegankelijk is. Dit moesten kiezers opmaken uit het ontbreken van een symbool. Ten tweede verschillen sommige van de symbolen tussen de website en de krant. Mede daardoor kunnen zij verwarrend zijn. Zo is de aanwezigheid van voorzieningen voor slechtzienden op de website aangegeven met een oog. In de verkiezingskrant worden dezelfde voorzieningen aangegeven met een doorgestreept oog. Daarnaast is de categorie toegankelijk met hulp in de verkiezingskrant gesymboliseerd door een rolstoel met een plus. Een plusteken kan kiezers het idee geven dat de locatie volledig zelfstandig en gelijkwaardig toegankelijk is, terwijl de bedoelde betekenis tegenovergesteld is. Het derde verschil is mogelijk het belangrijkst: een aantal stembureaus zijn als toegankelijk aangemerkt op de website terwijl dit niet zo is in de verkiezingskrant, en vice versa. In totaal gebeurt dit bij 50 stembureaus, of 12% van alle stembureaus. Zoals gezegd kunnen deze verschillen eruit bestaan dat een stembureau in de ene bron als toegankelijk wordt bestempeld en in de andere bron niet. Dit komt voor bij 31 stembureaus.

Daarnaast rekenen we hier ook stembureaus mee waar in de ene bron een GPA wordt vermeld en in de andere niet. Dit laatste zien we bij 22 stembureaus. Er zijn 3 stembureaus waar zowel de classificatie als de aanwezigheid van een GPA verschilt.l De onderstaande screenshots laten een voorbeeld zien van verschillen in informatie tussen de verkiezingskrant en de website. De kiezer ziet op de website dat de stemlocatie Sportgebouw Bibian Mentel toegankelijk is voor mensen in een rolstoel. Er staat immers een symbool van een rolstoel.

Screenshot: Sportgebouw Bibian Mentel is volgens de website rolstoeltoegankelijk. In de verkiezingskrant is het Sportgebouw Bibian Mentel echter aangemerkt als niet-toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking:

Screenshot: Sportgebouw Bibian Mentel is volgens de verkiezingskrant niet-rolstoeltoegankelijk.

Naast de website en de verkiezingskrant is er een derde lijst van stembureaus die de gemeente intern hanteert. De meeste gevallen van inconsistentie (veertig van de vijftig) bestaan eruit dat de website maar niet de verkiezingskrant verschilt van de interne lijst. In acht gevallen verschilt alleen de verkiezingskrant van de interne lijst. En in twee gevallen verschillen de lijsten alle drie van elkaar. l

63

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

16.3 Verschillen tussen classificatie en praktijk

De informatie die de gemeente verstrekt aan kiezers is dus niet consistent. Dit betekent automatisch dat ook de juistheid van de informatie wordt aangetast. Als twee bronnen tegenstrijdige informatie geven over de praktijk moet minstens een van die twee immers onjuist zijn. Zelfs wanneer de informatie consistent is, is deze vaak onjuist. Dit baseren we op onze observaties op locatie. Zoals we samenvatten in hoofdstuk 14 voldeed ongeveer een vijfde van de A-locaties aan de essentiële onderdelen van toegankelijkheid. Volgens de classificatie van de gemeente hadden deze locaties echter allemaal moeten voldoen. Dit verschil is te groot om te wijten aan toeval of incidentele slordigheden; de informatie die de gemeente communiceerde over toegankelijkheid, was systematisch te rooskleurig. De verschillen tussen de officiële classificatie en de praktijk hebben twee gevolgen. De eerste is dat kiezers met een fysieke beperking meer obstakels tegen konden komen dan zij hadden verwacht op basis van de informatie die van tevoren beschikbaar was. De tweede komt voort uit het feit dat er grote verschillen waren in de praktische toegankelijkheid van A-locaties (zie hiervoor ook hoofdstuk 14). Dit creëert onvoorspelbaarheid voor kiezers: het was mogelijk dat de praktijk overeenkwam met de informatie vooraf, maar er konden ook grote verschillen zitten tussen de twee.

Met andere woorden, de toegankelijkheid van stembureaus was in de praktijk meestal slechter dan op papier, maar het was niet te voorspellen hoeveel slechter.

16.4 Conclusie informatievoorziening aan kiezers

De informatievoorziening aan de kiezer over de toegankelijkheid van de stemlocaties was niet altijd consistent, volledig of juist. Qua consistentie zien we verschillende en soms tegenstrijdige informatie op de website en de verkiezingskrant van de gemeente. Zo is ongeveer een op de acht stembureaus in de ene bron geclassificeerd als toegankelijk en in de andere bron als niet-toegankelijk. In het verlengde hiervan is geen van beide bronnen volledig. In de verkiezingskrant ontbreekt bijvoorbeeld informatie over nabijgelegen ov-haltes, terwijl de website geen onderscheid maakt tussen B- en C-locaties. Wat betreft B-locaties, die toegankelijk moeten zijn met hulp, merken we ook op dat nergens is aangegeven waaruit deze hulp bestaat. Ten slotte was de beschikbare informatie vaak onjuist, zelfs wanneer deze wel consistent en volledig was. Onze observaties van stemlocaties hebben laten zien dat ongeveer een vijfde van de A-locaties voldeed aan alle cruciale criteria van toegankelijkheid. Dit zou moeten gelden voor alle A-locaties. Hierdoor is het mogelijk dat kiezers meer obstakels tegenkwamen bij het stemmen dan ze van tevoren hadden kunnen verwachten. Tegelijkertijd was het voor hen onvoorspelbaar hoeveel obstakels er zouden zijn, omdat er grote verschillen waren in de feitelijke toegankelijkheid van locaties met dezelfde classificatie.

17

Informatievoorziening aan de raad In hoofdstuk 17 geven we antwoord op deelvraag 3:

In hoeverre is de gemeenteraad voorafgaand aan de verkiezingen volledig en juist geïnformeerd over de mate van toegankelijkheid van stemlokalen?

64

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

17.1 Raadsinformatiebrieven

De gemeenteraad is drie keer geïnformeerd over de voorbereidingen van de verkiezingen voor mensen met een lichamelijke beperking en daarbinnen de toegankelijkheid van de stemlocaties. Dit is gebeurd met drie raadsinformatiebrieven in januari, maart en mei 2024.38 De burgemeester heeft de gemeenteraad dus voorafgaand aan de verkiezingen op 6 juni geïnformeerd over de toegankelijkheid van de stemlocaties bij de Europese verkiezingen. In ons onderzoek in 2019 bleek dat de gemeenteraad achteraf werd geïnformeerd over de toegankelijkheid. Dat gebeurde bij alle verkiezingen tussen 2019 en 2024. In de informatie over toegankelijkheid lichtte de burgemeester voor de raad twee zaken uit. Ten eerste verwoordde de burgemeester dat niet voor iedereen op maximaal vijfhonderd meter een stemlocatie zou zijn. Ten tweede gaf zij aan dat stemlocaties in Amsterdam niet 100% toegankelijk zouden zijn. De burgemeester zei over de afstandsnorm: “We proberen in eerste instantie om binnen vijfhonderd meter van iedereen een stembureau te hebben. Dat lukt helaas niet overal: uithoeken/randen van de stad zijn lastig, mede omdat hier ook niet altijd geschikte gebouwen aanwezig zijn die als stemlocatie kunnen dienen.”39 We hebben hierover in hoofdstuk 9 opgemerkt dat stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West en stadsgebied Weesp degene zijn waarbij dit met name niet gelukt is.

Ook merkten we op dat de gebieden waar het niet lukte om binnen vijfhonderd meter een stembureau te realiseren op verschillende plekken veel breder waren dan de “randen/uithoeken” en dat er in elk stadsdeel buurten waren waar kiezers meer dan vijfhonderd meter moesten reizen. In het feitelijk wederhoor lichtte de gemeente toe dat met uithoeken/randen niet alleen de stadsgrenzen worden bedoeld, maar ook de delen die liggen aan water of aan meer industrieel gebied.40 In de brief aan de gemeenteraad wees de burgemeester erop dat een toegankelijkheid van 100% – zoals de Kieswet voorschrijft – niet mogelijk was. Ze gaf aan dat de gemeente niet overal kon voldoen aan de strenge landelijke eisen van toegankelijkheid, vanwege de inrichting en beschikbaarheid van stembureaus en de ruimtelijke inrichting van Amsterdam.41 In de communicatie naar de gemeenteraad hanteerde de burgemeester – net als bij voorgaande verkiezingen – de indeling naar drie categorieën van toegankelijkheid. Met deze indeling bracht de burgemeester de raad op de hoogte van hoe het ervoor stond met de toegankelijkheid. De laatste brief vermeldt dat ongeveer 80% van de stemlocaties voor iedereen toegankelijk was; 16% procent was met enige hulp toegankelijk en 4% was niet toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking.42 Deze percentages komen overeen met de lijst van stemlocaties die de gemeente intern hanteerde.

Tegelijkertijd hebben we in hoofdstuk 14 laten zien dat het percentage toegankelijke locaties niet overeenkomt met onze observaties. Naast informatie over afstand tot en toegankelijkheid van stemlocaties, staat in de informatievoorziening dat de gemeente probeerde om de stembureaus weer ‘terug te brengen’ naar buurthuizen en verpleegtehuizen. Dit zijn locaties die vanuit hun functie veelal toegankelijk zouden moeten zijn. De burgemeester heeft ook mbo-scholen verzocht om mee te doen als stembureau. Ten slotte informeerde de burgemeester de raad over de bredere aandacht die de gemeente tijdens de verkiezingen had voor mensen met een beperking. Zo lichtte de burgemeester het eerste dovenstembureau uit als nieuw initiatief.43 In de evaluatie van de verkiezingen voor de Tweede Kamer, die als bijlage is meegestuurd aan de gemeenteraad, stonden ook een aantal specifieke initiatieven, zoals een stem-mal en audio-ondersteuning (soundbox) voor blinden en slechtzienden.44

65

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

17.2 Conclusie informatievoorziening aan de gemeenteraad

De raad is tijdig geïnformeerd over de toegankelijkheid van de stemlocaties, aangezien dit voorafgaand aan de verkiezingen gebeurde. Dit vinden we een verbetering ten opzichte van de informatievoorziening over toegankelijkheid bij voorgaande verkiezingen. In haar informatievoorziening sluit de burgemeester aan bij het pas toe of leg uit-principe uit de Kieswet, door aan de raad te verduidelijken dat niet alle stemlocaties in Amsterdam toegankelijk zijn en door uitleg te geven over de oorzaken hiervan. Uitgaande van de eigen classificatie van de gemeente en de interne data daarover is de raad juist geïnformeerd over de aantallen en percentages stemlocaties per classificatie. Tegelijkertijd is uit onze observaties duidelijk geworden dat A-locaties op verkiezingsdag in de praktijk lang niet altijd toegankelijk waren voor mensen met een lichamelijke beperking. Uitgaande van de realiteit op verkiezingsdag had de informatie aan de gemeenteraad een veel lager percentage toegankelijke stemlocaties moeten bevatten. De raad is geïnformeerd dat het niet haalbaar zou zijn om voor iedereen een stembureau binnen maximaal vijfhonderd meter te realiseren. Dit zou lastig zijn aan de randen en uithoeken van de stad. Wat de burgemeester met “randen/uithoeken” bedoelt, laat ruimte voor interpretatie. Uit onze analyse blijken deze ‘randen’ op verschillende plekken erg breed te zijn.

We zien bovendien dat afstanden van meer dan vijfhonderd meter soms ook voorkomen in centrale stadsdelen. In totaal woont 13% van het aantal stemgerechtigden verder dan vijfhonderd meter van een stemlocatie. Op basis hiervan vinden we dat de raad niet geheel volledig is geïnformeerd.

66

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Onderzoeksverantwoording De onderzoeksopzet die we publiceerden bij aanvang van dit onderzoek beschrijft de aanleiding, het doel, de context, de afbakening en globale aanpak van het onderzoek. De data en methoden die we hebben gebruikt om te komen tot onze bevindingen, lichtten we toe in paragraaf 8.2. Wanneer nodig hebben we op specifieke onderwerpen onze analyses nader toegelicht in de paragrafen waarin deze onderwerpen beschreven staan. De tabellen met uitkomsten van de observaties, enquête en vergelijking tussen 2019 en 2024 staan in bijlagen 1, 2 en 3, respectievelijk. Het team dat bij dit onderzoek betrokken was, staat in onderstaande tabel. Onderzoeksteam Directeur

Annelies Daalder

Onderzoekers

Carolien de Blok (projectleider) Esther Fogl Wouter Schakel Aan het veldwerk op verkiezingsdag werd door nagenoeg de gehele rekenkamer meegewerkt.

67

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Bijlagen

Bijlage 1 - Observaties van stembureaus

Twee dagen voorafgaand aan de verkiezingsdag is het team getraind in het uitvoeren van de observaties. De training betrof een toelichting op het onderzoek en de drie onderdelen van toegankelijkheid (bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid), het gezamenlijk doorlopen van de gehele checklist en praktische uitleg over het meten en beoordelen van individuele criteria. De voorzitters van stembureaus zijn door de gemeente Amsterdam geïnformeerd over ons onderzoek tijdens een training voor stembureauleden. Tijdens de training is medegedeeld dat medewerkers van de rekenkamer langs zouden kunnen komen voor het doen van een observatie. Op de verkiezingsdag donderdag 6 juni 2024 voerden wij (achttien medewerkers van de Rekenkamer Amsterdam) de observaties van de stembureaus uit. Elke medewerker werkte individueel en deed de observatie ter plekke aan de hand van de checklist. De medewerker maakte zich allereerst bekend bij de voorzitter van het stembureau en gaf een korte toelichting over zijn of haar aanwezigheid. Ook gaf de medewerker een flyer af met informatie over het onderzoek. Vervolgens beoordeelde de medewerker bij elk stembureau alle criteria op de checklist en voerde die in, in een digitale applicatie (of eerst op papier en daarna in de digitale applicatie). Van elke locatie werden minimaal twee foto’s gemaakt.

Tijdens de verkiezingsdag hielden alle medewerkers contact met elkaar via een groepsapp om eventuele vraagpunten en onduidelijkheden met elkaar te delen, inclusief hoe daar mee om te gaan. Ook trad een medewerker van Cliëntenbelang Amsterdam met kennis van fysieke toegankelijkheid op als vraagbaak. Bij twijfelpunten keek deze medewerker mee aan de hand van foto’s om te komen tot een oordeel per criterium.

68

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Tabel B1.1 - Verdeling van stembureaus met classificatie A in stadsdelen, populatie (links) en steekproef (rechts) Stadsdeel(-

Totaal stembureaus met

Stembureaus met classificatie A

Centrum

13%

13%

Nieuw-West

12%

12%

Noord

12%

12%

Oost

17%

16%

Weesp

4%

9%

West

16%

16%

Zuid

19%

16%

Zuidoost

7%

7%

Totaal

100% (N = 331)

100% (N = 129)

gebied)

classificatie A

in steekproef observaties

Tabel B1.2 – Gemiddeld aantal criteria waar een stemlocatie aan voldoet, per stadsdeel(-gebied) Stadsdeel(-

Bereikbaar

Betreedbaar

Bruikbaar

gebied)

Toegankelijk (totaal)

Nieuw-West

4,4

4,9

4,7

13,9

Noord

4,7

4,7

4,3

13,6

Zuidoost

4,7

4,8

4,0

13,4

Weesp

4,2

5,1

3,8

13,1

Zuid

3,6

5,2

4,0

12,8

West

4,2

4,9

3,5

12,6

Oost

3,4

5,0

4,3

12,6

Centrum

3,9

5,0

3,2

12,1

69

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

Tabel B1.3 – Percentage stembureaus met classificatie A dat aan alle cruciale criteria van toegankelijkheid voldoet Stadsdeel(gebied)

A-locaties die aan alle cruciale criteria voldoen (%)

Noord

38

Zuid

24

Zuidoost

22

Nieuw-West

20

West

20

Weesp

18

Centrum

18

Oost

15

Totaal

22

70

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van stemlokalen

In tabellen B1.4 tot en met B1.6 zijn de specifieke indicatoren weergegeven die zijn gebruikt om, respectievelijk, bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid te meten. Voor elke indicator is weergegeven voor hoeveel locaties deze is gemeten en welk percentage van de gemeten locaties een “ja” kreeg. Hierachter zit deels de logica van de enquête: zo is de vraag over een hoogteverschil op de route naar de buitendeur alleen ingevuld wanneer daarvoor was aangegeven dat de route niet vlak, verhard, vrij van obstakels en hoog is. Daarnaast is er de logica achter elk criterium: zo kan een locatie voldoen aan het eerste criterium van bereikbaarheid als de route vlak en vrij is, maar ook als hoogteverschillen juist zijn overbrugd. We hebben deze logica’s hier niet in alle complexiteit weergegeven. Alsnog geven deze tabellen een beeld van de concrete metingen die de basis vormen van de criteria zoals wij die in de tekst presenteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14689569/1