03 Bestuurlijk rapport Participatieparagraaf
Tekst van het document
8.2 Doel participatie vaak niet duidelijk Het doel waarmee participatie wordt ingezet wordt uit het merendeel van de voordrachten niet duidelijk. Dit zien we met name terugkomen bij voordrachten waar inspraak aan de orde is. Uit enkele participatieparagrafen blijkt het doel wel duidelijk. We constateren dan dat de gemeente relatief vaak inbreng zoekt bij bewoners. Bij de DBvoordrachten wordt het doel in geen enkel geval duidelijk. In onderstaande alinea’s lichten we deze bevindingen toe.
8.2.1
Bij inspraak wordt het doel niet expliciet genoemd
Bij veel DB- en collegevoordrachten waar het doel van participatie onduidelijk is, is sprake van inspraak. Het is opvallend dat bij de paragrafen waar sprake is van inspraak, we vrijwel nooit zien dat het doel expliciet is beschreven (zie onderstaand kader voor voorbeelden). Paragrafen waarbij het doel niet expliciet wordt genoemd Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen (en in het geval van de DB-voordrachten de advies-/afstemmingparagrafen) waarbij het doel niet expliciet wordt genoemd en niet duidelijk is: "De inspraakperiode heeft plaatsgevonden van 14 juni tot en met 25 juli 2021. In totaal is van 26 personen een inspraakreactie ontvangen. Alle inspraakreacties richten zich tegen de voorgenomen APV-wijziging. Tevens is de stadsdelen om advies gevraagd." Bron: Collegevoordracht Niet voortzetten voorgenomen wijzigingstraject
f De steekwoorden die wij hebben gehanteerd zijn: Amsterdammer(s), bewoner(s),
belanghebbende(n), omwonende(n), burger(s), woonbootbewoner(s), huurder(s), belangstellende(n) en eenieder. Deze woorden hebben wij bepaald met behulp van tekstanalyse van de onderzochte voordrachten waarbij we hebben gekeken naar veelvoorkomende woorden die (waarschijnlijk) betrekking hebben op Amsterdammers.
23
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Algemene Plaatselijke Verordening inzake het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties en verenigingen.20 "Participatie zal plaatsvinden in de vorm van formele participatie zoals geregeld in artikel 2 van de Algemene Inspraakverordening. Nadat het college heeft ingestemd met de vrijgave van de concept-uitwerking van de Spijtoptantenregeling ten behoeve van de inspraak wordt een kennisgeving gepubliceerd op de gemeentelijke website en in de lokale krant. Ook worden belangenorganisaties en ketenpartners gewezen op de inspraak. Belanghebbenden zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze kenbaar te maken. De inspraak heeft betrekking op de gehele Spijtoptantenregeling. De inspraakperiode zal plaatsvinden van 24 juni 2022 tot en met 19 september 2022. Dit is een langere periode dan de voorgeschreven periode van tenminste zes weken, omdat de inspraakperiode samenvalt met het zomerreces." Bron: Collegevoordracht Instemmen met de Spijtoptantenregeling en de vrijgave daarvan voor de inspraak en de afdoening van moties 60 en 61 […].21 "[…] Conform het Stedelijk kader Locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen (Gemeenteblad 2021, nr.113641) wordt de participatie ingericht door de bewoners de mogelijkheid te geven om een zienswijze in te dienen op basis van het ontwerp besluit.
Dit proces wordt ingericht conform de inspraakverordening Amsterdam. Van alle binnengekomen zienswijzen wordt een eindverslag opgesteld en naar aanleiding hiervan wordt een vaststellingbesluit genomen. Na het vaststellingbesluit kan men eventueel nog in beroep gaan bij de Raad van State indien men het niet eens is met het vaststellingsbesluit." Bron: DB-voordracht stadsdeel Centrum Vrijgeven voor inspraak van een aan te wijzen afvalinzamelingslocatie voor drie ondergrondse inzamelvoorzieningen aan de Oosterdokskade.22
8.2.2
Bij duidelijke doelen gaat het vaak om ophalen inbreng
We zijn ook collegevoordrachten met participatieparagrafen tegengekomen waaruit het doel waarmee de participatie wordt ingezet wel duidelijk blijkt. In deze participatieparagrafen zien we dat de gemeente vaak ideeën wil ophalen bij burgers om inzicht te krijgen of om informatie te vergaren (zie het kader hierna voor voorbeelden). Daarnaast zet de gemeente participatie in om burgers te informeren, de kwaliteit van beleid te verbeteren of burgers betrokken te laten voelen of eigenaarschap te realiseren. Participatieparagrafen met een duidelijk doel Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen waarbij het doel duidelijk is: "Er zijn verschillende bijeenkomsten met aanbieders geweest om zowel input over de nieuwe aanbestedingsprocedure op te halen als hen te informeren. Op 18 januari 2022 en op 1 maart 2022 zijn marktconsultaties georganiseerd voor geïnteresseerde partijen om de uitgangspunten van de nieuwe procedure MOBW te toetsen." Bron: Collegevoordracht Instemmen met de inkoopstrategie voor Maatschappelijke Opvang
24
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT Beschermd Wonen voor het contracteren van aanbieders die Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bieden op grond van de Wmo 2015.23 "In september 2019 heeft de initiatiefnemer zijn de plannen naar buiten gebracht en was er ruimte voor dialoog met belanghebbenden. Er zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd waarbij tijdens de eerste bijeenkomst suggesties, zorgen en wensen zijn opgehaald. […] Doel was om input op te halen uit de buurt om een goede invulling te geven aan het project." Bron: Collegevoordracht Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan “Jan Evertsenstraat West, deelgebied Tennispark”, het bijbehorende ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder en het ontwerp besluit tot wijziging van de Welstandsnota.24
8.3 Bij ongeveer de helft van beschrijvingen van participatie is het niveau duidelijk Het niveau van participatie wordt uit ongeveer de helft van de participatieparagrafen (en in het geval van de DB-voordrachten de advies-/afstemmingparagrafen) duidelijk. We zien vaak het niveau van inspraak terugkomen. Een enkele keer zien we een 'hoger' participatieniveau zoals cocreatie of ruimte voor de Amsterdammer om mee te beslissen. Opvallend is dat in veel van de paragrafen enkel wordt beschreven welke actoren betrokken zijn geweest. In onderstaande alinea’s lichten we deze bevindingen toe.
8.3.1
Vooral bij paragrafen waar inspraak plaatsvindt is het niveau duidelijk
De participatieparagrafen waar het participatieniveau duidelijk uit blijkt, betreft vooral collegevoordrachten waar inspraak heeft plaatsgevonden. Ook bij de DB-voordrachten is het niveau duidelijk bij inspraak. Inspraak vindt vaak plaats bij onderwerpen die betrekking hebben op de leefruimte van de Amsterdammer. Ook zijn er een paar paragrafen in de DB- en collegevoordrachten waar het niveau van participatie hoger ligt, met een beschrijving van cocreatie of de ruimte voor Amsterdammers om zelf initiatief te nemen en mee te bepalen. In het kader Paragrafen met een duidelijk participatieniveau staan enkele voorbeelden van paragrafen waar het niveau van participatie duidelijk uit blijkt. Paragrafen met een duidelijk participatieniveau Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen waarbij het niveau van participatie duidelijk is: "Na vrijgave wordt het voorliggende ontwerpbesluit tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd, waarbij voor het ontwerpbesluit belanghebbenden en voor het ontwerpbestemmingsplan eenieder de mogelijkheid wordt geboden zijn zienswijzen naar voren te brengen. De terinzagelegging wordt bekend gemaakt in de gebruikelijke media." Bron: Collegevoordracht Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder voor ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9.25
25
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM "Participatie wordt hier toegepast door ermee in te stemmen dat de rondvaartbranche een eigen gedragen voorstel voor verdeling van de semi-exclusieve op- en afstapplekken mag doen en daarvoor ruimschoots de gelegenheid krijgt. Daarnaast zijn zij door middel van de markttoets gevraagd hun inbreng te leveren op de uitwerking van de vastgestelde uitgangspunten." Bron: Collegevoordracht Instemmen met de nadere uitwerking van de beleidsnotitie op- en afstappen passagiersvaart en de procedure waarbij de reders gelegenheid krijgen met een eigen voorstel te komen tot verdeling van semi-exclusieve op- en afstaplocaties.26
8.3.2
Veel paragrafen uit collegevoordrachten beschrijven veelal enkel welke actoren betrokken zijn geweest
In veel participatieparagrafen is onduidelijk op welk niveau participatie heeft plaatsgevonden of zal worden ingezet. Bij het merendeel van deze paragrafen wordt vooral beschreven met welke actoren er is gesproken of overleg is gevoerd. Of worden deze actoren uitsluitend opgesomd. Welk doel deze gesprekken en overleggen dienen of welke rol opgesomde actoren hebben gehad, wordt niet beschreven. Daarmee blijft onduidelijk wat het niveau van de participatie is geweest. Daarnaast, zoals in paragraaf 4.1 vermeld, gaat het vaak om andere actoren dan Amsterdammers zelf. In onderstaand kader hebben we een aantal voorbeelden opgenomen. Participatieparagrafen waar het niveau van participatie niet duidelijk is Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen waarbij het niveau van participatie niet duidelijk is: "Diversiteit, DJZ, DMC, Internationale Betrekkingen, SEB." Bron: Collegevoordracht World Pride Amsterdam 2026.27 "Vanuit de schoolbesturen is gesproken met MR-en, Raad van Toezicht, personeel en ouders van beide scholen." Bron: Collegevoordracht Advies over de bestuurlijke overdracht door Florente van de basisschool De Terp aan Talent Primair (Stichting Basisonderwijs Gooi en Vechtstreek) […].28 "Afstemming heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband van jongerenwerkorganisaties ‘Samen voor jongeren Amsterdam’.
Dit zijn: Combiwel, Dock, Dynamo, perMens, Swazoom, en The Mall." Bron: Collegevoordracht Instemmen met wijziging nadere regels om tijdelijk gesubsidieerde banen voor jongeren in het jongerenwerk mogelijk te maken.29
8.4 Beleidsruimte wordt veelal niet duidelijk uit de participatieparagraaf Uit het overgrote deel van de participatieparagrafen (en in het geval van de DBvoordrachten de advies-, afstemming- en participatieparagrafen) wordt de geboden beleidsruimte niet duidelijk. Dit zien we vooral bij de paragrafen waarbij sprake is van inspraak. Een kanttekening daarbij is dat we wel zien dat er bij de collegevoordrachten in
26
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT meerdere participatieparagrafen wordt gemeld dat er aanpassingen zijn gemaakt (als gevolg van inspraak). Dat betekent dat in deze gevallen wel beleidsruimte aanwezig was om het voorliggende besluit inhoudelijk aan te passen. In sommige gevallen is de beleidsruimte in de paragraaf wel duidelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een groot aantal DB- en collegevoordrachten waarbij burgers de mogelijkheid hadden om straatnamen te bedenken. Maar we zien het ook bij collegevoordrachten waar sprake is van een hoger participatieniveau waarbij Amsterdammers of belanghebbenden de ruimte krijgen om, bijvoorbeeld, een plan te schrijven. In onderstaande alinea’s gaan we meer in detail in op deze bevindingen.
8.4.1
Toelichting van de beleidsruimte bij inspraak blijft uit
In veel participatieparagrafen (en in het geval van de DB-voordrachten de advies-, afstemming- en participatieparagrafen) wordt de beleidsruimte niet concreet omschreven (zie onderstaand kader voor voorbeelden). In veel gevallen gaat dit om paragrafen waarbij sprake is van inspraak: bij DB- en collegevoordrachten waar inspraak aan de orde is, wordt in vrijwel geen enkel geval specifiek toegelicht welke beleidsruimte de gemeente biedt voor eventuele wijzigingen. Participatieparagrafen waar de beleidsruimte niet duidelijk is Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen waarbij de geboden beleidsruimte niet duidelijk is: "Het concept aanwijzingsbesluit van verboden waren is vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode was van 20 september tot en met 29 oktober 2021." Bron: Collegevoordracht Instemmen met raadsinformatiebrief over vervolgactiviteiten voor het instellen van een verbod op de verkoop op markten van bont, levende kreeften en krabben […].30 "Het bestemmingsplan is voorbereid met afdeling 3:4 Awb.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen." Bron: Collegevoordracht Vaststellen van het bestemmingsplan “IJburg 1e fase kavel 124 II".31 Bij enkele participatieparagrafen uit collegevoordrachten zien we dat er wél wijzigingen zijn gemaakt naar aanleiding van de reacties op de inspraakprocedure (zie onderstaand kader voor voorbeelden). Hoewel de geboden beleidsruimte niet expliciet is beschreven, lijkt er dan in de praktijk wel ruimte te zijn geweest. Participatieparagrafen waarin duidelijk wordt dat er wijzigingen zijn doorgevoerd Hierna volgt een voorbeeld van een participatieparagraaf waaruit blijkt dat er beleidsruimte was omdat er wijzigingen zijn doorgevoerd: "[…] Naar aanleiding van de inspraakreacties en het advies van stadsdeelbestuur Noord zijn enkele punten gewijzigd of toegevoegd aan de Investeringsnota. Dit heeft niet geleid tot grote wijzigingen in het plan. […]." Bron: Collegevoordracht Instemmen
27
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM met de Investeringsnota Kubus-Katrijplocatie en het beschikbaar stellen van een krediet.32
8.4.2
Bij duidelijke beleidsruimte is vaak sprake van hoger participatieniveau
Bij enkele voordrachten is de geboden beleidsruimte in de participatieparagraaf (en in het geval van de DB-voordrachten de advies-/afstemmingparagraaf) toegelicht en is het duidelijk welke ruimte er is geboden voor participatie (zie onderstaand kader voor voorbeelden). Bij veel van deze DB- en collegevoordrachten gaat het om de benaming van openbare ruimtes zoals straatnamen en bruggen waarbij de naam door burgers kon worden ingebracht. Maar we zien het ook bij participatieparagrafen uit collegevoordrachten waarbij sprake is van een hoger participatieniveau waar burgers of belanghebbenden kunnen meebeslissen of voorstellen kunnen doen. Paragrafen waar de geboden beleidsruimte duidelijk is Hierna volgen enkele voorbeelden van participatieparagrafen waar de beleidsruimte duidelijk uit blijkt: "De naam is ingebracht door een burger namens Stichting SPZ en wordt mede ondersteund door verschillende organisaties". Bron: Collegevoordracht Vaststellen Pier de Boerbrug in stadsdeel Oost.33 "De naam is ingebracht door een burger." Bron: DB-voordracht stadsdeel Zuid Vaststellen van openbare ruimten Dick Schmüllbrug in stadsdeel Zuid.34 "De volkstuinverenigingen stellen zelf een plan van aanpak op voor hun tuinpark, omdat zij hun park en omgeving het beste kennen. De gemeente heeft een toetsende rol, onder meer op het gebied van ecologie.
Deze beantwoording van de raadsmotie is afgestemd met een vertegenwoordiging van de volkstuinparken." Bron: Collegevoordracht Instemmen met de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie […] inzake dieren niet storen met licht en geluid bij de verdere ontwikkeling van de volkstuinparken.35
28
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT
Aanleiding onderzoek 9 Aanleiding onderzoek Het versterken van participatie is al jaren een speerpunt van opeenvolgende colleges. De participatieparagraaf in voordrachten voor het college en de dagelijks besturen van stadsdelen is een belangrijk instrument om grip te krijgen op de wijze waarop de gemeente participatieprocessen opzet en uitvoert. Hierna volgt een korte beschrijving van de aandacht voor het versterken van participatie in Amsterdam en de rol die de participatieparagraaf daarbij vervult. Wat is participatie en wat is het verschil met inspraak? Participatie is het betrekken van inwoners bij onder meer de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, plannen of projecten.36 Het gaat dan om het bieden van de mogelijkheid aan inwoners om actief deel te nemen en zo invloed uit te oefenen op hun leefomgeving. Inspraak biedt burgers de gelegenheid om te reageren op een beleidsvoornemen wat reeds tot stand is gekomen. Inspraak is daarmee een beperkte vorm van participatie.37
9.1 Participatie speerpunt vorig en huidig college In het vorige coalitieakkoord Een nieuwe lente en een nieuw geluid stelde het toenmalige college de verantwoordelijkheid te voelen om de zeggenschap van bewoners te vergroten. Het college zette daarvoor in op uiteenlopende ambities op het vlak van Democratisering met als rode draad het vernieuwen, versterken en uitbreiden van de participatieve en representatieve democratie.38 Om uitvoering te geven aan deze ambities is gedurende de vorige collegeperiode gewerkt aan het zogenoemde Programma Democratisering. Onderdeel van dit programma was het versterken van participatie in Amsterdam.39 Ook in het nieuwe coalitieakkoord (het Amsterdams Akkoord) voor de huidige bestuursperiode wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het belang van participatie. In het hoofdstuk De stad maken we samen staat onder meer “[…] dat de komende jaren in de volle breedte van de ambtelijke organisatie werk [wordt gemaakt] van burger- en overheidsparticipatie.” Benadrukt wordt dat participatie bij uitstek een onderwerp is dat elke ambtenaar van de gemeente Amsterdam aangaat.40 Het huidige college heeft gekozen voor de instelling van een stedelijk expertiseteam met participatieadviseurs dat de organisatie op allerlei manieren breed ondersteunt op het vergroten van vakmanschap en kennisuitwisseling.41
9.2 Bewuste keuzes bij het inzetten van participatie noodzakelijk Een terugkerend onderwerp bij het versterken van participatie is het streven dat de gemeente eerder en meer bewust nadenkt over het inzetten van participatie. Dit streven komt terug in diverse gemeentelijke documenten, te beginnen met de Beleidsbrief
29
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Democratisering en in navolgende stukken zoals de Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, het Beleidskader Participatie en de Leidraad participatie. Samengevat gaat het in deze stukken om het stilstaan bij de vraag over het “[…] waarom, waarover en wanneer meegedacht en meegewerkt kan worden en waarover expliciet niet.”42 Zo wordt aangegeven dat uit evaluaties blijkt dat het vaak onduidelijk is welk doel participatie heeft, er verschillende verwachtingen zijn van participatie of dat het gestelde doel voor participatie gaandeweg onhaalbaar bleek.43 Door vroeg in het proces van het maken van nieuw beleid, nieuwe plannen en projecten na te denken over hoe Amsterdammers op een betekenisvolle manier kunnen worden betrokken, worden betere resultaten bereikt, is de speelruimte voor alle betrokkenen duidelijk en wordt teleurstelling achteraf voorkomen.44 Dit moet leiden tot heldere keuzes waarop weloverwogen bestuurlijke beslissingen plaatsvinden en waarbij er sprake is van bestuurlijke betrokkenheid bij het verdere participatietraject.45
9.3 Sturen op participatie door middel van participatieparagraaf Om het maken van bewuste keuzes aan te moedigen, is de participatieparagraaf in het leven geroepen. In het coalitieakkoord van het vorige college werd deze paragraaf al expliciet in een ambitie aangekondigd. Als doel werd genoemd het inzichtelijk maken op welke manier Amsterdammers betrokken zijn geweest bij het maken van nieuw beleid en nieuwe plannen en wat er met hun inbreng is gedaan.46 In de verdere uitwerking van deze ambitie in de Beleidsbrief Democratisering werd benadrukt dat de participatieparagraaf het mogelijk zou moeten maken om al bij aanvang van het maken van nieuw beleid, nieuwe plannen of projecten te toetsen of er een adequaat participatieproces is voorzien.47 Met ingang van 1 januari 2020 maakt de participatieparagraaf verplicht onderdeel uit van voordrachten die aan het college en de dagelijks besturen van stadsdelen (hierna: DB) worden voorgelegd voor besluitvorming.g De participatieparagraaf is nadrukkelijk geen doel op zich, maar een middel om ervoor te zorgen dat participatie met een duidelijk doel voor ogen wordt ingezet, en hierop te kunnen sturen.
De participatieparagraaf moet inzicht geven in de inrichting van het participatieproces bij de start van het maken van nieuw beleid, nieuwe plannen of projecten, maar moet ook gaandeweg zichtbaar maken hoe het proces daadwerkelijk verloopt en, bij afloop, wat het proces heeft opgeleverd.48 Aanvullende instrumenten naast de participatieparagraaf De participatieparagraaf maakt onderdeel uit van een instrumentarium gericht op het verbeteren van participatieprocessen binnen de gemeente. Op het gemeentelijk intranet worden uiteenlopende instrumenten aangereikt en wordt ondersteuning
g In de collegevoordracht Kennisnemen van het actieplan participatieparagraaf en instemmen met de
instelling van de participatieparagraaf voor alle bestuurlijke voordrachten vanaf 1 januari 2020 van 26 november 2019 is besloten dat per 1 januari 2020 alle bestuurlijke voordrachten een paragraaf ‘participatie’ bevatten.
30
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT geboden in de vorm van spreekuren en workshops. Deze instrumenten en ondersteuning zijn ook nog verder in ontwikkeling, zo blijkt uit informatie op het intranet.49
9.4 Inhoud van de participatieparagraaf Uit de participatieparagraaf moet duidelijk blijken welk doel het participatieproces dient, hoe en wanneer burgers betrokken worden en wat de inhoudelijke kaders zijn voor die betrokkenheid.50 Alleen indien er op voorhand onvoldoende of geen ruimte blijkt, bijvoorbeeld door wettelijke beperkingen, kan beargumenteerd gekozen worden om af te zien van een participatietraject.51 Vanaf het begin van de introductie van de participatieparagraaf in 2020 moet de ambtelijke organisatie inzicht geven in de doelen van participatie en het nagestreefde participatieniveau. In het in 2021 vastgestelde Beleidskader Participatie (en de bijbehorende Leidraad Participatie) zijn de onderwerpen die in de participatieparagraaf aan bod moeten komen opgesomd en toegelicht waaronder, opnieuw, de mogelijke doelen en participatieniveaus die worden nagestreefd. Ook wordt de beleidsruimte genoemd die ingevuld kan worden met het participatietraject.52 Dit moet in een participatieplan worden uitgewerkt en in de participatieparagraaf worden samengevat.53 In onderstaande tabel hebben we de mogelijke doelen en participatieniveaus op een rij gezet zoals die in de diverse stukken worden genoemd. Ook is er een ambtelijke instructie voor het invullen van de participatieparagraaf waarbij deze elementen terugkomen.
Tabel 9.1 – Doelen voor participatie en participatieniveaus Doelen voor participatie
Participatieniveaus
Eigenaarschap Vergroten van eigen verantwoordelijkheid: wat kunnen en willen inwoners, maatschappelijke partners en medeoverheden zelf?
Meebepalen Amsterdammers beslissen mee over het beleid of het project. Of nemen zelf initiatief. Amsterdammers en/of maatschappelijke partners maken deel uit van een gemeentelijk projectteam of de stuurgroep en hebben beslissingsmacht.
Kwaliteit van aanpak en beleid Kennis en ervaringen (collectieve wijsheid) aanboren, doordenken scenario’s of alternatieve oplossingen, oproep doen tot innovaties.
Samenwerken (cocreatie) Amsterdammers werken mee aan het beleid of project. Amsterdammers staan dicht bij het gemeentelijk apparaat.
Zeggenschap Macht en invloed van burgers vergroten.
Meedenken (raadplegen en adviseren) Amsterdammers geven de gemeente nuttige ideeën of suggesties.
Belangen in beeld Achterhalen hoe de belangen rond de
Informeren Amsterdammers hebben behoefte aan
31
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Doelen voor participatie
Participatieniveaus
opgave liggen. Perspectieven en/of argumenten verzamelen.
informatie. Of de gemeente wil Amsterdammers ergens over informeren. Amsterdammers hebben een meer passieve rol. Dit is de meest minimale vorm van participatie.
Ontplooiing Burgerschapsontwikkeling of democratische vaardigheden van betrokkenen versterken. Legitimiteit Acceptatie op genomen beslissingen vergroten of onbehagen verminderen.
Bron: Gemeente Amsterdam, Leidraad Participatie, 7 september 2021.
9.5 Doel en onderzoeksvraag De participatieparagraaf moet stimuleren dat door de gemeente meer bewust wordt nagedacht over het doel en de vorm van participatieprocessen bij het maken van nieuwe plannen en beleid. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan hoe de participatieparagraaf in de praktijk wordt gebruikt. Dat doen we aan de hand van de volgende onderzoeksvraag:
Wordt de participatieparagraaf in college- en DBvoordrachten toegepast en adequaat ingevuld? 9.6 Afbakening en aanpak Dit onderzoek richt zich op de werking van de participatieparagraaf in de voordrachten voor het college en de dagelijks besturen van de stadsdelen. Dit onderzoek is, als experiment, opgezet als een klein onderzoek met een kortere doorlooptijd. Daarom beperken we ons nadrukkelijk tot de vraag of de participatieparagraaf wordt toegepast zoals bedoeld. In dit onderzoek gaan we niet na of er daadwerkelijk sprake is van doeltreffende participatie van Amsterdammers bij nieuw beleid, plannen of projecten. Voor de beoordeling of participatieparagrafen worden toegepast en adequaat zijn ingevuld hebben we ons gebaseerd op de uitgangspunten uit de Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf en het Beleidskader Participatie. Dit leidt tot de volgende toetspunten die wij systematisch zijn nagegaan:
• Bevatten de voordrachten een standaard paragraaf waarin moet worden beschreven of en voor welke vorm van participatie is gekozen (dan wel is toegepast)?
32
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT
• Op welke fase van het proces om nieuw beleid, nieuwe plannen of projecten te maken hebben de voordrachten betrekking? • Wordt in de participatieparagraaf een toelichting gegeven als er wordt afgezien van participatie? • Als er gekozen is voor participatie, wordt dan duidelijk wat het doel is van de participatie, wat het nagestreefde participatieniveau is en welke beleidsruimte er wordt geboden om in te vullen met participatie? Dit onderzoek heeft zich gericht op college- en DB-voordrachten. Concreet hebben wij integraal alle definitieve, openbare collegevoordrachten in de periode januari tot en met juni 2022 onderzocht (in totaal 414 collegevoordrachten). In het geval van de DBvoordrachten hebben wij ons gericht op het verkrijgen en onderzoeken van definitieve, openbare voordrachten voor de maand juni 2022. Dit betrof 124 DB-voordrachten.h
h Voor stadsdeel West hebben we alleen de zogeheten A-voordrachten ontvangen. Dit betreft
voordrachten die zich volgens betrokken ambtenaren kunnen lenen voor participatie (in tegenstelling tot zogenoemde B-voordrachten die betrekking hebben op bezwaarzaken). Van de overige stadsdelen hebben we alle voordrachten ontvangen, waaronder voordrachten die betrekking hebben op bewaarzaken of deze zelf uit zogenoemde iBabs-systeem verkregen.
33
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Onderzoeksverantwoording Dit is het bestuurlijk rapport van het onderzoek van de rekenkamer naar de Particpatieparagraaf. Dit rapport is de uitkomst van een onderzoek dat, bij wijze van experiment, een kleine omvang kent. In dit rapport zijn, eveneens als experiment, de gedetailleerde onderzoeksbevindingen geïntegreerd in plaats van opgenomen in een separaat onderzoeksrapport. De werkzaamheden voor dit onderzoek zijn uitgevoerd van juli tot en met september 2022.
10 Onderzoeksteam Rekenkamer Amsterdam Directeur
Annelies Daalder
Onderzoekers
Jurriaan Kooij (projectleider) Meike Jansen
34
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT
Eindnoten 1 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, 2019, p. 6. 2 Gemeente Amsterdam, Voordracht ter bespreking en ter kennisneming voor de Raadscommissie
KDD over de Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, 26 november 2019. 3 Gemeente Amsterdam, Collegevoordracht Kennisnemen van het actieplan participatieparagraaf en instemmen met de instelling van de participatieparagraaf voor alle bestuurlijke voordrachten vanaf 1 januari 2020, 26 november 2019. 4 Gemeente Amsterdam, Collegevoordracht Kennisnemen van het actieplan participatieparagraaf en instemmen met de instelling van de participatieparagraaf voor alle bestuurlijke voordrachten vanaf 1 januari 2020, 26 november 2019. 5 E-mail, d.d. 9 september 2022. 6 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse participatieparagraaf, 2019, p. 6. 7 Voordracht voor de collegevergadering van 31 mei 2022, Juridische Zaken (5), B8. Onderwerp Wijzigen Bevoegdhedenbesluit ambtelijke organisatie Amsterdam. 8 Voordracht voor de collegevergadering van 12 april 2022, Grondzaken (31), B2. Onderwerp Instemmen met de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 688 d.d. 7 oktober 2021 van het lid Van Renssen (GroenLinks) en de voormalige raadsleden Ijmker (GroenLinks) en N.T. Bakker (SP) inzake het Beleidskader Participatie. 9 Voordracht voor de collegevergadering van 8 februari 2022, Bouwen en Wonen (25) Grondzaken (31), B8 Onderwerp Kennis nemen van de rapportage Woningbouwplan 2018-2025 (stand van zaken per 31 december 2021).
10 Spoedvoordracht voor de collegevergadering van 17 mei 2022, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden () F7. Onderwerp Instemmen met het aanwijzen van 9 locaties (2e tranche) voor onderzoek en uitwerking tot een go/no go-besluit en met het go-besluit locatie in Weesp voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne voor de middellange termijn OPENBAAR GEMAAKT OP 1 JUNI 2022. 11 Voordracht voor de collegevergadering van 1 maart 2022, Openbare Ruimte en Groen (24) Stadsdeel Zuidoost (102), B9. Onderwerp Instemmen met het verlenen van mandaat aan het DB van Zuidoost om als bestuurlijk opdrachtgever op te treden voor het vaststellen, uitwerken en realiseren van de conceptvisie op het Nelson Mandelapark. 12 Voordracht voor de collegevergadering van 7 juni 2022, Ruimtelijke Ordening (21), B6. Onderwerp Vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 en het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder voor het ontwerpbestemmingsplan Klaprozenbuurt 2. 13 Voordracht voor de collegevergadering van 10 mei 2022, Ruimtelijke Ordening (30), B8. Onderwerp Vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Centrumeiland blok 3 en 16 en het bijbehorende ontwerpbesluit hogere waarden wegverkeerslawaai Wet geluidhinder. 14 Voordracht voor de collegevergadering van 31 mei 2022, Ruimtelijke Ordening (30), B4.
Onderwerp Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan “AdelaarswegMeeuwenlaan”. 15 Voordracht voor de collegevergadering van 12 april 2022, Financiën (15), B5. Onderwerp Afhandeling van de motie 'Vier de vlag’. 16 Gemeente Amsterdam, Leidraad Participatie, 7 september 2021. 17 Voordracht voor het Dagelijks bestuur Zuidoost van 14 juni 2022, Grond en Ontwikkeling (21), B1 Onderwerp Instemmen met de concept-communicatie- en consultatiestrategie Investeringsnota Centrum Holendrecht. 18 Voordracht voor de collegevergadering van 8 maart 2022, Openbare Ruimte en Groen (24), B4. Onderwerp Instemmen met het 3e verdeelvoorstel SHP Bovenwijks Groen. 19 Voordracht voor de collegevergadering van 11 januari 2022, Duurzaamheid en Circulaire Economie (29), B8. Onderwerp Vaststellen Interferentiegebied Amstel III en Arenapoort en bijbehorende ordeningsregels zoals vastgelegd in het Bodemenergieplan Amstel III en Arenapoort.
35
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
20 Voordracht voor de collegevergadering van 15 februari 2022, Openbare Orde en Veiligheid (4)
B21. Onderwerp Niet voortzetten voorgenomen wijzigingstraject Algemene Plaatselijke Verordening inzake het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties en verenigingen. 21 Voordracht voor de collegevergadering van 21 juni 2022, Grond en Ontwikkeling (21), B3. Onderwerp Instemmen met de Spijtoptantenregeling en de vrijgave daarvan voor de inspraak en de afdoening van moties 60 en 61 uit 2022 inzake een nieuwe kans om een overstapaanvraag te doen onder de overstapvoorwaarden van 2019 OPENBAAR GEMAAKT OP 23-06-2022. 22 Voordracht voor het Dagelijks bestuur Centrum van 21 juni 2022, Afval en Reiniging (32), B0. Onderwerp Vrijgeven voor inspraak van een aan te wijzen afvalinzamelingslocatie voor drie ondergrondse inzamelvoorzieningen aan de Oosterdokskade. 23 Voordracht voor de collegevergadering van 31 mei 2022, Zorg (35), B22. Onderwerp Instemmen met de inkoopstrategie voor Maatschappelijke Opvang Beschermd Wonen voor het contracteren van aanbieders die Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bieden op grond van de Wmo 2015.
24 Voordracht voor de collegevergadering van 11 januari 2022, Ruimtelijke Ordening (30) Bouwen en Wonen (25), B12 Onderwerp Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan “Jan EvertsenstraatWest, deelgebied Tennispark”, het bijbehorende ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder en het ontwerp besluit tot wijziging van de Welstandsnota. 25 Voordracht voor de collegevergadering van 31 mei 2022, Ruimtelijke Ordening (30), B2. Onderwerp Vrijgeven voor terinzagelegging ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder voor ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk Kavel 9. 26 Voordracht voor de collegevergadering van 14 juni 2022, Water (35), B6. Onderwerp Instemmen met de nadere uitwerking van de Beleidsnotitie Op- en afstappen Passagiersvaart en de procedure waarbij de reders gelegenheid krijgen met een eigen voorstel te komen tot verdeling van semiexclusieve op- en afstaplocaties. 27 Voordracht voor de collegevergadering van 21 juni 2022, Evenementen (44) Inclusie en Antidiscriminatiebeleid (45), B6. Onderwerp World Pride Amsterdam 2026. 28 Voordracht voor de collegevergadering van 7 juni 2022, Onderwijs (9), B14. Onderwerp Advies over de bestuurlijke overdracht door Florente van de basisschool De Terp aan Talent Primair (Stichting Basisonderwijs Gooi en Vechtstreek) betreffende de fusie van basisschool De Terp (Florente) met basisschool De Hobbedob (Talent Primair).
29 Voordracht voor de collegevergadering van 1 maart 2022, Sociale Zaken (13) Jeugd(zorg) (33), B20. Onderwerp Instemmen met wijziging nadere regels om tijdelijk gesubsidieerde banen voor jongeren in het jongerenwerk mogelijk te maken. 30 Voordracht voor de collegevergadering van 1 februari 2022, Economische Zaken (16), B7. Onderwerp Instemmen met raadsinformatiebrief over vervolgactiviteiten voor het instellen van een verbod op de verkoop op markten van bont, levende kreeften en krabben en instemmen met beantwoording van schriftelijke vragen van het lid Van Lammeren OPENBAAR 1-2-2022. 31 Voordracht voor de collegevergadering van 10 mei 2022, Ruimtelijke Ordening (21), B6. Onderwerp Vaststellen van het bestemmingsplan “IJburg 1e fase kavel 124 II”. 32 Voordracht voor de collegevergadering van 11 januari 2022, Grondzaken (31), B30. Onderwerp Instemmen met de Investeringsnota Kubus-Katrijplocatie en het beschikbaar stellen van een krediet. 33 Hamervoordracht voor de collegevergadering van 22 maart 2022, Algemene Zaken (3), A4. Onderwerp Vaststellen Pier de Boerbrug in stadsdeel Oost. 34 Voordracht voor het Dagelijks bestuur Zuid (ongedateerd), Openbare Ruimte en Groen (34), B0. Onderwerp Vaststellen van openbare ruimten Dick Schmüllbrug in stadsdeel Zuid. 35 Voordracht voor de collegevergadering van 12 april 2022, Ruimtelijke Ordening (30), B7.
Onderwerp Instemmen met de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie 884 van 23 december 2021 van raadslid Bloemberg-Issa (Partij voor de Dieren) inzake dieren niet storen met licht en geluid bij de verdere ontwikkeling van de volkstuinparken. 36 Wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau, Memorie van toelichting, pp. 3, 4. 37 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, 2019, p. 3; Gemeente Amsterdam, Beleidskader Participatie, 7 september 2021, p. 1. 38 Gemeente Amsterdam, Een nieuwe lente en een nieuw geluid, mei 2018, p. 58.
36
PARTICIPATIEPARAGRAAF - BESTUURLIJK RAPPORT
39 Gemeente Amsterdam, Beleidsbrief Democratisering, 19 maart 2019, pp. 7-8. 40 Gemeente Amsterdam, Amsterdams Akkoord, mei 2022, p. 69.
41 Ambtelijke reactie op het feitelijk wederhoor, 13 oktober 2022. 42 Gemeente Amsterdam, Beleidsbrief Democratisering, 19 maart 2019, p. 7; Gemeente Amsterdam,
Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, 2019, p. 2; Gemeente Amsterdam, Beleidskader Participatie, 7 september 2021, pp. 4-5; Gemeente Amsterdam; Leidraad Participatie, 7 september 2021. 43 Gemeente Amsterdam, Beleidskader Participatie, 7 september 2021, p. 2. 44 Gemeente Amsterdam, Leidraad Participatie, 7 september 2021; Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse Participatieparagraaf, 2019, p. 6. 45 Gemeente Amsterdam, Beleidskader Participatie, 7 september 2021, p. 4. 46 Gemeente Amsterdam, Een nieuwe lente en een nieuw geluid, mei 2018, p. 58. 47 Gemeente Amsterdam, Beleidsbrief Democratisering, 19 maart 2019, pp. 7-8. 48 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse participatieparagraaf, 2019, p. 6. 49 Gemeente Amsterdam, Gemeentelijk intranet, pagina participatie, geraadpleegd op 4 juli 2022. 50 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse participatieparagraaf, 2019, p. 6. 51 Gemeente Amsterdam, Routekaart Amsterdamse participatieparagraaf, 2019, p. 6. 52 Gemeente Amsterdam, Leidraad Participatie, 7 september 2021. 53 Gemeente Amsterdam, Beleidskader Participatie, 7 september 2021, pp. 9-11; Gemeente Amsterdam, Leidraad Participatie, 7 september 2021.
37