CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Uitvoeringsagenda2025-2026 Amsterdam Maakt Ruimte

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de doelstellingen Amsterdam Maakt Ruimte en kennisnemen van bijbehorende Uitvoeringsagenda (VN2025-008727)17.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maatregelen (een selectie): • In 2025/2026 onderzoeken we verschillende perspectieven op de openbare ruimte van verschillende groepen. We voeren pilotprojecten uit in Zuidoost, Noord en Nieuw-West, waar we samen met o.a. vrouwen en meisjes verkennen hoe we de openbare ruimte kunnen aanpassen aan hun behoeften. • In 2025 en 2026 wordt de kwaliteit van verlichting verbeterd in en rond onderdoorgangen in Zuidoost. Het gaat om de Bullewijkbrug, Bullewijkpad en de onderdoorgangen Karspeldreef.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

24

Deel II Doelstellingen en maatregelen

• Op basis van meldingen verbeteren we de openbare verlichting op plekken die als onveilig worden ervaren wanneer het donker is. • We realiseren een aantal nieuwe lichtkunstwerken in onderdoorgangen, die bijdragen aan een gevoel van sociale veiligheid en identiteit in de buurt. Onder andere de Nieuwe Purmerweg in stadsdeel Noord en de Meester Bouhuijstunnel in Weesp. • Om de openbare ruimte schoon, heel, veilig en prettig te houden voeren we ieder jaar zo’n honderd onderhoudsprojecten uit aan de verharding in straten en buurten. Komende jaren wordt er onder meer gewerkt aan het onderhoud aan de Heggerankweg in Noord, het Dwaze Moederplein in Nieuw-West en Holendrecht Zuidwest in Zuidoost.

De betrokkenheid van Amsterdammers bij hun buurt moeten we koesteren. De betrokkenheid van bewoners zorgt voor sociale verbinding en draagt bij aan een nette, fijne en veilige openbare ruimte. En ondernemers verrijken buurten met levendigheid, nieuwe ontmoetingsplekken en lokale werkgelegenheid. Die betrokkenheid bij de buurt moeten we koesteren. Daar werken we aan in lijn met de Participatieverordening (2024). Bij onderhoudsprojecten en vervangingen kijken we binnen de kaders van de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) of we aanvullende opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, groen of fietsparkeren kunnen meenemen in het werk. Ook staan we open voor goede ideeën vanuit de buurt.

Amsterdam Maakt Ruimte

Maatregelen (een selectie) • Bij herinrichtingsprojecten zorgen we voor goede participatie, met oog voor verschillende doelgroepen, conform de Participatieverordening (2024). • Bij onderhoud- en vervangingsprojecten informeren we de omgeving en kijken of we op verzoek van de buurt kleine aanpassingen mee kunnen nemen, zoals beschreven in de USTOR (2023). • In 2025/2026 voeren we de Verbonden Buurt Aanpak uit in de Vogelbuurt de Punt en de Heggerankweg (Noord) en de Rijnbuurt Oost (Zuid). Deze aanpak oefent met nieuwe werkwijzen om de betrokkenheid van bewoners te vergroten, terwijl we achterstallig onderhoud wegwerken. Onderdeel van de aanpak is het verbinden van sociale en fysieke opgaven in de openbare ruimte, samen met bewoners. Dit is arbeidsintensief, maar heeft als verwacht resultaat dat de openbare ruimte in deze buurten beter aansluit op wensen van bewoners en groener wordt. De aanpak wordt geëvalueerd en onderzocht wordt of deze werkwijze kan worden opgeschaald. • Via het project ‘Ruimte maken in woonbuurten’ maken we in 2025 en 2026 op 5 tot 8 locaties ruimte voor bewoners. Met bijvoorbeeld extra groen, speelruimte of zitplekken. Soms doen we dit door parkeerplekken op te heffen en/of straatjes alleen toegankelijk te maken voor voetgangers en fietsers. We realiseren dit met snelle maatregelen en kleine aanpassingen, zonder integrale herinrichtingen.

Zodat we op korte termijn zoveel mogelijk resultaat kunnen behalen, samen met bewoners.

De opgaven rondom ontmoeten • Ruimte maken voor toegankelijkheid en voetgangers betekent vaak dat andere belangen iets moeten inleveren. En de auto is niet de enige ruimteclaim die ter discussie staat. Ook de fiets of het OV kunnen hinder ondervinden, wanneer we meer ruimte willen maken voor andere belangen. Omdat de snelheid op een bepaalde locatie omlaag moet. Of omdat er meer oversteekplaatsen nodig zijn voor voetgangers. Of omdat er meer voetgangersgebieden worden ingericht, waar lopen centraal staat en niet de rijdende fietser. Ook kan het nodig zijn nieuwe keuzes te maken over objecten op de stoep, zoals terrassen en plantenbakken. Dit vraagt in de toekomst om andere belangenafwegingen, om de doelstellingen te behalen. • Overal losse geparkeerde fietsen draagt niet bij aan de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Daarom moeten we blijven investeren in beproefde oplossingen (fietsknippen, handhaven, extra fietsenrekken, stallingen). Maar ook door vernieuwende oplossingen te onderzoeken voor de groeiende fietsparkeeropgave, in samenwerking met andere gemeenten en het Rijk. • We werken momenteel met beheerniveau ‘sober’. Een hoger beheerniveau betekent een schonere, fijnere openbare ruimte. Intensiever beheer van verhardingen, speelvoorzieningen en straatmeubilair kan bijdragen aan een omgeving waarin iedereen zich welkom, prettig en sociaal veilig voelt.

Om van niveau ‘sober’ naar ‘verzorgd’ te komen zijn structureel extra financiële middelen noodzakelijk.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

25

3

We maken ruimte voor gezond leven

Deel II

Deel II Doelstellingen en maatregelen

Gezondheid is ons kostbaarste bezit. Daarom investeren we in een gezonde, groene leefomgeving. We willen dat de inrichting van straten, pleinen en parken Amsterdammers uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen. Met minder uitstoot en minder lawaai in de stad. Meer ruimte om veilig te lopen en te fietsen, met minder verkeersongevallen. En een stad met voldoende groen dat bijdraagt aan de gezondheid van mensen, aan klimaatadaptatie en aan het versterken van de biodiversiteit.

Voetgangers en fietsers moeten veilig zijn in het verkeer. Ruimte maken voor verkeersveiligheid is geen ambitie, maar een noodzaak. Binnen de Europese Unie hebben we ons gecommitteerd aan een halvering van het aantal verkeersdoden in 2030. En vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeente hebben we het streven van 0 verkeersdoden in 2050 medeondertekend. Iedereen wil zich prettig en veilig door het verkeer kunnen bewegen. Daarom moeten we meer ruimte maken voor veilig lopen, veilig fietsen en overzichtelijk oversteken. En ruimte maken voor meer rust en minder haast, met lagere snelheden. Urgent is de aanpak van de zogenaamde blackspotlocaties, waar meerdere verkeersongevallen hebben plaatsgevonden. En protocol locaties, waar recentelijk een ongeval met ernstig letsel of dodelijke afloop plaatsvond.

Amsterdam Maakt Ruimte

Maatregelen (een selectie): • Op dit moment worden elk jaar zo’n 15 blackspotlocaties en meerdere protocol-locaties verkeersveiliger gemaakt. Sinds 2025 kijken we daarbij ook naar de nieuwe, uitgebreidere ambulance ongevallendata als aanvulling op de politiedata. • We werken preventief aan kleine infrastructurele maatregelen op locaties waar (nog) geen ongeval heeft plaatsgevonden, om te voorkomen dat dit in de toekomst zou gebeuren. Dit doen we op meerdere locaties in 2025. • We verminderen het risico op dode hoek ongevallen door risicolocaties aan te pakken. Dat doen we op verschillende locaties in 2025/2026. • We onderzoeken ingrepen in het autonetwerk om de verkeersveiligheid en de doorstroming van OV en fiets op netwerkniveau te verbeteren. Zo zou er bij het OLVG ziekenhuis in Oost, door de rijbaan dicht te zetten voor autoverkeer, ruimte gemaakt kunnen worden op de kruising Beukenweg – 1e Oosterparkstraat (blackspot). Daardoor wordt de verkeerssituatie daar overzichtelijker, verkeersveiliger en toegankelijker. Het autoverkeer verdwijnt niet, maar wordt geleid naar straten waar het beter past. Dit soort lokale ingrepen in het netwerk worden in de komende periode verder onderzocht.

• Tot 2030 voeren we honderden onderhoudsprojecten aan verhardingen uit. Verbeteringen op het vlak van verkeersveiligheid nemen we zo veel mogelijk mee in onderhoudsprojecten. In de huidige programmering leidt dit tot circa 10 onderhoudsprojecten per jaar waar we extra maatregelen voor verkeersveiligheid toevoegen. • We investeren in 2025/2026 in de verkeersveiligheid van fietsoversteken door de inrichting aan te passen. Bijvoorbeeld op de Van Hallstraat-Haarlemmerweg, Bos en Lommerweg-Haarlemmerweg en Seineweg-Brettenpad. • In 2023 is op de meeste doorgaande wegen een maximumsnelheid van 30 km/uur ingevoerd. Dit heeft op die wegen tot 11% minder verkeersongevallen geleid waarbij een motorvoertuig betrokken is. De inrichting van het merendeel van de wegen voldoet inmiddels aan de inrichtingskenmerken van een GOW 30 weg, met aanpassingen zoals extra verkeersborden, belijning/wegmarkering of aanpassingen in de verkeerslichten. In 2025/2026 volgen nog een aantal locaties die worden aangepast. • We doen in 2025 een pilot met vrijwilligers met Adaptieve Snelheidsregulering (ASG) voor e-bikes in het Vondelpark. Dit systeem informeert e-fietsers over plaatselijke gevaren en geeft een adviessnelheid en kan een waarschuwing geven bij overschrijding van de adviessnelheden.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

27

Deel II Doelstellingen en maatregelen

De openbare ruimte moet uitnodigen om te sporten en bewegen. We maken ruimte in de stad om te fietsen, te lopen en te joggen. We blijven investeren in goede voetpaden en fietsroutes. De verbindingen tussen parken worden zo ingericht en gemarkeerd dat (hard)looprondjes mogelijk zijn.12 We zorgen voor een goede spreiding van sportplekken over de stad, leggen nieuwe voorzieningen aan zoals zwemplekken13. Ook maken we ruimte voor urban sports; zowel kleinschalig (fitness toestellen, sportroutes, calisthenics) als grootschalig (voetbalkooien, basketbalveldjes, skatebanen).

Maatregelen (een selectie): • We leggen nieuwe hardlooproutes aan in de openbare ruimte en nieuwe plekken voor urban sports, zoals calisthenics. • We investeren in de zwemplekken in de stad. Zo werken we momenteel aan de realisatie van een nieuwe officiële zwemplek in de Gaasperplas en in Weesp. Ook wordt er gewerkt aan het herstellen van de mogelijkheid om te zwemmen aan het Sloterstrand. En bij het Marineterrein is een officiële zwemplek gekomen.

12 De Bewegende Stad, de Amsterdamse Beweeglogica (2016) 13 Omgevingsvisie 2050 (2021)

Amsterdam Maakt Ruimte

Lopen en fietsen is gezond, dat stimuleren we. Lopen en fietsen is gezond, duurzaam en goedkoop. Het neemt ook veel minder ruimte in dan de auto. Kortom: lopen en fietsen moeten we stimuleren als onderdeel van de mobiliteitstransitie. Daarom doen we veel om het fietsgebruik in Amsterdam te stimuleren, onder andere via het ‘Uitvoeringsplan 2025 Amsterdam Maakt Ruimte voor veilig lopen en fietsen’ (2024). Deze paragraaf richt zich met name op het stimuleren van de fiets, in hoofdstuk 2 en 4 staat beschreven hoe we lopen stimuleren. Het stimuleren van fietsen blijft nodig: in sommige wijken heeft circa 10% van de kinderen geen fiets of een fiets van matige kwaliteit. Een deel van deze kinderen kan zelfs helemaal (nog) niet fietsen in groep 8 van de basisschool14.

Maatregelen (een selectie): • We starten met een pilot waarbij de gymdocenten verantwoordelijk worden om fietsles te geven. Op 5 basisscholen komt twee keer per schooljaar een fietsbox te staan met materiaal om te leren fietsen. De pilot duurt twee jaar. • Het spel ‘High Five’ stimuleert scholieren om op de fiets of lopend naar school te gaan. Het spel is gestart in 2024 en we gaan in 2025 door met een nieuwe reeks. Dit nieuwe spel eindigt voor de zomer van 2026. • We stimuleren fietsen door extra fietslessen te geven aan volwassen, zodat zij kinderen in hun omgeving ook weer kunnen inspireren. De deelnemers krijgen na afloop een opgeknapte fiets uit het fietsdepot. De fietslessen voor volwassenen worden uitgebreid en

verbeterd. De bestaande locaties krijgen meer lessen en een nieuwe leslocatie in Weesp wordt geopend. Daarnaast krijgen de fietstrainers een opfriscursus om nog betere lessen te geven.

Onze buurten moeten bestand zijn tegen hittestress, in het bijzonder in kwetsbare wijken. We moeten onze bewoners beschermen tegen de gevolgen van hitte. In het bijzonder de meest kwetsbare groepen. De acties die we uitvoeren om hittestress tegen te gaan, staan in de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026. Zo leggen we meer groen aan in de stad om de hittebestendigheid te vergroten: schaduwrijke, koele plekken zijn in de zomer aangenaam om te verblijven. Bomen zijn een relatief goedkope manier om koelere plekken te creëren, maar ook gebouwen kunnen tijdens de hete periodes schaduw bieden. En ook beplanting of water kunnen voor verkoeling zorgen. Het tegengaan van hittestress is integraal onderdeel van ieder nieuw project in de openbare ruimte dat we opstarten, volgens de werkwijze “Duurzaam, tenzij…”.

Maatregelen (een selectie): • Op basis van risicokaarten zijn de meest urgente knelpunten van hittestress in beeld gebracht. Waar mogelijk wordt de aanpak van deze knelpunten gekoppeld aan onderhouds- en vervangings­ werkzaamheden, conform USTOR (2023).

14 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/10/21/ onderzoek-feiten-en-cijfers-fietsen-voor-iedereen

Uitvoeringsagenda 2025-2026

28

Deel II Doelstellingen en maatregelen

• In de Pilot Schaduwmakers onderzoeken we welke schaduwmiddelen geschikt zijn voor locaties waar geen bomen kunnen worden geplant en het toch nodig is om schaduw te creëren. Deze middelen worden nu in de stad getest om te onderzoeken of ze breder ingezet kunnen worden. • Er wordt gewerkt aan de strategie Koele, Groene Straten. De Koele, Groene Stratenkaart geeft aan waar en voor wie in de toekomst groene en ook koele verbindingen gerealiseerd kunnen worden. De strategie rust op twee essentiële pijlers: ecologische verbindingen die bestaande groengebieden met elkaar verbinden en de vuistregel dat iedere inwoner binnen 300 meter een koele plek moet kunnen bereiken. De Wereldgezond­ heidsorganisatie (WHO) adviseert deze afstand, omdat deze voor de meeste mensen, waaronder ouderen en kinderen, te belopen is. Wanneer er sprake is van hittestress binnenshuis, kan buiten de broodnodige verkoeling worden gezocht, dankzij de aanwezigheid van een koele plek in de buurt.

Groen in de buurt is noodzakelijk voor de leefbaarheid. Groen is belangrijk voor een fijne en gezonde leefomgeving. Onze ambities voor het groen in de stad zijn vastgelegd in de Groenvisie: in 2050 zijn er meer groene straten en kademuren met ruimte voor bomen en bloemen in boomspiegels of plantvakken. We versterken bestaande groenstructuren en verbeteren de groene verbindingen tussen de stad, de scheggen en stadsparken en zorgen voor verbindingen tussen en naar groen- en sportvoorzieningen15. 15 Groenvisie Amsterdam 2020 – 2050 (2020)

Amsterdam Maakt Ruimte

De ambitie is om bij projecten in de openbare ruimte extra groen toe te voegen, conform het principe ‘Groen, tenzij…’. Ook is de ambitie om bestaande parken uit te breiden en meer kwaliteit en karakter aan de parken toe te voegen. We willen dat alle Amsterdammers binnen 10 minuten lopen een groene plek kunnen bereiken en in 15 minuten een groter groengebied kunnen bereiken. Daar waar autoparkeren wordt verminderd maken we ‘goed groen’ dat bijdraagt aan de leefbaarheid, klimaat­ bestendigheid en biodiversiteit. Een te klein groenvak is lastig te onderhouden, terwijl te grote struiken in een te klein vak ook weer extra beheer vragen. Daarom zorgen we voor het juiste groen op de juiste plek. Conform het Beleidskader Puccinimethode (2024) zorgen we dat de hoofdbomenstructuur behouden blijft en dat alle nieuwe bomen een goede groeiplaats krijgen. Zodat bomen gezond groot kunnen groeien en oud kunnen worden. Het Handboek Groen (2024) bevat voorschriften om te zorgen dat groenvakken duurzaam en levensvatbaar worden aangelegd. De Amsterdamse Bomenverordening (2014) borgt dat bomen beschermd worden en dat herplant plaatsvindt, mocht kap onvermijdelijk zijn.

• We vergroenen de stad via grote en kleine groen­ projecten: op dit moment worden op meer dan 200 plekken groenprojecten voorbereid of uitgevoerd. In 2025 starten de werkzaamheden voor de vergroening van onder andere de Platanenweg in Oost, het schoolplein van Wisperweide in Weesp en de Jan Maijenstraat in West. • Onder de noemer ‘Groen in de buurt’ werken we samen met bewoners aan vergroening. Hieruit volgen mooie projecten, zoals een medebeheerproject in de Kruitkiktuin in Zuidoost. • Vanuit het programma boomveiligheid worden jaarlijks honderden onveilige/zieke bomen gekapt en nieuwe bomen geplant. Bomen die we moeten kappen vanuit veiligheid worden indien mogelijk 1 op 1 herplant. Daarnaast verbeteren we groeiplaatsen van bestaande bomen om deze beter te laten groeien en werken aan het inplanten van lege boomspiegels. • We werken de komende jaren aan de verbetering van circa 20 parken in de stad, waaronder de verbetering van het Nelson Mandelapark en de Gaasperplas in Zuidoost.

De stad moet voorbereid zijn op een veranderend klimaat.

Maatregelen (een selectie): • Om ruimte te maken voor groen en andere functies (buitenspelen, fietsparkeren, lopen, klimaatadaptatie, nutsvoorzieningen, etc.) gaan we de komende jaren door met het herbestemmen van parkeervakken (zie ook hoofdstuk 1). We verwachten komende jaren 7.000 tot 10.000 parkeervakken te kunnen herbestemmen. • Een heldere (beleids)norm voor vergroening in de bestaande stad ontbreekt op dit moment nog. Om hier beter op te sturen wordt er gewerkt aan het vertalen van de Groenvisie naar kaderstellend beleid.

De ’23 klimaatscenario’s van het KNMI’ hebben ons opnieuw laten zien dat het warmer wordt en dat weersextremen toenemen. In alle klimaatscenario’s blijft de zeespiegel stijgen. Deze stijging kan zelfs oplopen tot 2,5 meter in 2100. Dergelijke stijgingen kunnen grote gevolgen hebben voor Amsterdam, als laaggelegen stad in een rivierdelta. We willen de kans op overstromingen in de stad klein houden en zo goed mogelijk rekening houden met de zeespiegelstijging16. Mocht er toch een overstroming plaatsvinden, dan willen we dat de gevolgen 16 Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 (2024)

Uitvoeringsagenda 2025-2026

29

Deel II Doelstellingen en maatregelen

zo klein mogelijk zijn. Dit kan door de stad slim in te richten en crisisplannen te maken. De waterschappen zorgen dat waterkeringen veilig zijn en voldoen aan de regels. In alle klimaatscenario’s neemt ook de kans op langdurige periodes van droogte toe. We willen voorbereid zijn op langdurige perioden van droogte om schade aan gebouwen, groen, natte en droge infrastructuur en dijken zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. In alle scenario’s komt ook naar voren dat extreme buien in de toekomst vaker gaan voorkomen. Dit heeft ontwrichtende gevolgen op de stad. Als een extreme bui op Amsterdam valt kunnen bijvoorbeeld circa 2000 nutsvoorzieningen en communicatienetwerken uitvallen, met alle gevolgen van dien. Ook heeft het ernstige gevolgen voor de bereikbaarheid en de bevoorrading van de stad. We willen schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk voorkomen en regenwater gebruiken voor de leefbaarheid van de stad. Door de stad aan te passen aan het veranderende klimaat kunnen we deze weersextremen beter opvangen. In het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 (2022) is vastgelegd dat alle nieuw aangelegde openbare ruimte bij extreme neerslag, die eens per 100 jaar voorkomt, zonder schade moet kunnen verwerken. Doordat het klimaat verandert zal een hoosbui die eens in de honderd jaar kan voorkomen steeds meer neerslag betekenen.

Voor de periode 2022-2027 gaan we er vanuit dat er geen schade mag ontstaan bij een bui van 70 mm in één uur. Het vervangen van verharding voor groen zorgt ervoor dat er op die plekken meer regenwater wordt opgevangen en vastgehouden in de bodem. Hierdoor wordt het grondwater aangevuld en dat is goed voor het groen. Wanneer er minder regenwater afvloeit op het riool, wordt piekbelasting van het riool voorkomen.

Amsterdam Maakt Ruimte

Om ook ten tijde van droogte een prettige leefbare stad te zijn, is een gezonde bodem met een goede sponswerking de basis. Hierin zoeken we naar de juiste balans tussen ontwatering en bewatering van groen, schommelingen van het grondwaterpeil, de opvang van regenwater en de water aan- en afvoer via het watersysteem. In het Handboek Groen (2024) zijn standaarden opgenomen voor de aanleg van wadi’s. Ook hanteren we plantlijsten met soorten die bestand zijn tegen hitte en droogte, voor een duurzame vergroening van de stad. We kiezen voor duurzame, toekomstbestendige vormen van vergroening die bijdragen aan klimaatadaptie en biodiversiteit.

Maatregelen (een selectie): • Afgelopen jaren zijn nieuwe groene plekken aangelegd op locaties waar sprake was van regenwateroverlast en hittestress. De komende periode gaan we meer plekken vergroenen om de hittestress en regenwateroverlast te verminderen, zoals het Waterlandplein in Noord en het Witte de Withplein in West. • Conform de USTOR (2023) worden noodzakelijke verbeteringen op het vlak van regenwateroverlast meegenomen bij onderhoud en vervangingsprojecten. In de komende periode worden 25 onderhouds­ projecten voorzien van extra maatregelen op het vlak van regenbestendigheid. • We ontwikkelen een hoogtestrategie voor het maaiveld in de stad, om een teveel aan water zoveel mogelijk met natuurlijk verval op te vangen en indien nodig af te voeren. Hiermee maken we de bebouwde omgeving en de openbare ruimte klimaat-robuuster. • In de periode 2024-2026 werken we versneld aan het vervangen van de riolering waardoor we water beter kunnen afvoeren. Dit koppelen we zoveel mogelijk aan overige werkzaamheden in de openbare ruimte. Enerzijds

verhogen we de afvoer, maar anderzijds willen we ook meer water lokaal opvangen en infiltreren in de bodem. • Met betrekking tot overstromingen onderzoeken we samen met de waterschappen, omliggende gemeenten en andere betrokken partijen de mogelijkheden voor meer ruimte in het watersysteem en benodigde toekomstige versterkingen. Zo kunnen we grote hoeveelheden water opvangen en zijn we voorbereid op een hoger waterpeil. • We zijn een verkenning gestart naar de herstelaanpak van de historische sluizen van Amsterdam. Jarenlang hoefden de keersluizen die het watersysteem van het IJ en de grachten van elkaar kunnen scheiden niet gebruikt te worden. Door een storing in het gemaalcomplex IJmuiden werd het belang van deze keersluizen in ‘het IJfront’ weer duidelijk. Het onderhoud van de constructies en de bewegingswerken vraagt aandacht. In de verkenning zoeken we daarvoor in de samenwerking met Rijkswaterstaat en het Waterschap AGV naar de passende maatregelen voor middellange en lange termijn.

Biodiversiteit is onderdeel van het stedelijk leven en wordt beschermd en versterkt. Natuur en biodiversiteit vormen de basis van al het leven, dus ook het leven in de stad. Omdat een steeds groter deel van ons land bebouwd wordt, is het zaak om biodiversiteit in stedelijke gebieden te vergroten. Een grotere biodiversiteit verbetert de gezondheid van het groen, de bodem en het water.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

30

Deel II Doelstellingen en maatregelen

De biodiversiteit in Amsterdam is de laatste jaren gegroeid. Deze trend willen we voortzetten. We geven planten en dieren alle kans om gebruik te maken van het natuurgebied Amsterdam. We zorgen voor het welzijn van dieren in de stad. De stad wordt zo ecologisch mogelijk ingericht en beheerd, gericht op een grote biodiversiteit17. Ook donkerte is van belang voor een gezonde natuur; dieren en planten hebben het donker nodig om te overleven maar ook voor het welzijn van mensen is donkerte belangrijk. Door het uitzetten van het licht wordt de natuur minder belast18. We willen voorkomen dat dier- en plantensoorten verdwijnen uit onze stad.

Maatregelen (een selectie): • In het plan Biodiversiteit Parken en Natuurgebieden 2025–2030 (2025) laten we zien hoe we de biodiversiteit in de Amsterdamse parken en natuurgebieden gaan vergroten. Er is op dit moment geen financiering beschikbaar voor uitvoering van het gehele plan, we gaan aan de slag met onderdelen. • We verbeteren de ecologische kwaliteit van bosplantsoenen door beheermaatregelen te nemen, zoals het herstellen van mantel-zoomvegetaties. • We zetten op meer locaties verlichting uit in de natuurgebieden zodat er meer ruimte is voor biodiversiteit, zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid. Een plek in de natuur waar nachtdieren kunnen verblijven en dagdieren in het donker kunnen slapen. Zo staat sinds 2024 de verlichting in het Vliegenbos uit tussen 23 uur en 5 uur en is sindsdien het aantal glimwormen hier toegenomen. • We besteden aandacht aan natuur-inclusief bouwen van nieuwe civiele constructies en gebouwen, zoals bij de brug aan de Amstelstroomlaan. 17 Groenvisie Amsterdam 2020 – 2050 (2020) 18 Beleidskader Verlichting (2017)

Amsterdam Maakt Ruimte

• Het dagelijks onderhoud voeren we uit met aandacht voor het versterken van de ecologie. Dat doen we door gefaseerd te maaien en invasieve exoten te verwijderen. Waar het kan composteren we groenafval ter plaatse om de ecologische kringloop te ondersteunen. • Bij projecten in de openbare ruimte is steeds meer aandacht voor het welzijn van de natuur. Dit leidt bijvoorbeeld tot voorzieningen voor de natuur bij vernieuwing van kademuren en tot de aanleg van natuurvriendelijke oevers waar dat mogelijk is. • Het Amsterdamse Bos is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland en levert een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. In 2025 worden verschillende acties uitgevoerd in het bos die tot nog meer biodiversiteit en klimaatadaptatie leiden. • Ecologische passages krijgen, waar nodig, groot onderhoud om zo de verbinding tussen groengebieden functioneel te houden. Ook padden- en amfibiënpoelen worden opgeknapt waar dat nodig is.

Alle Amsterdammers hebben recht op schone lucht. Luchtverontreiniging is één van de belangrijkste risicofactoren voor ziekte en sterfte. Hier wordt onder verstaan: de hoeveelheid stikstofoxiden NOx en fijnstof PMx in de lucht. Amsterdam werkt daarom al bijna twintig jaar aan een verbetering van de luchtkwaliteit in de stad, voor de goede gezondheid van Amsterdammers. We werken aan luchtkwaliteit met een aanpak bij de bron, zoals vastgesteld in het Actieplan Schone Lucht (2019). De grootste bronnen van luchtverontreiniging zijn ook bronnen van CO2 uitstoot: mobiliteit veroorzaakt circa 11% van de CO2 uitstoot van gemeente Amsterdam. Overige bronnen van luchtverontreiniging zijn mobiele werktuigen –

machines in de bouw, zoals aggregaten en graafmachines – en houtstook.

Maatregelen (een selectie): • De bekendste maatregelen voor de verschoning van het weg- en vaarverkeer zijn zones waar vervuilende voertuigen niet mogen rijden. Amsterdam heeft op dit moment milieuzones voor diesel personen-, bestel- en vrachtauto’s en autobussen (Ring A10), en uitstootvrije zones voor nieuwe bestel- en vrachtauto’s (S100), voor nieuwe brom- en snorfietsen (binnen de bebouwde kom), en voor passagiersvaart, pleziervaart en transport over water. • Door minimumeisen te stellen voor de inkoop van uitstootvrije machines (en voertuigen), en inzet van mobiele werktuigen in opdracht van gemeente Amsterdam, krijgt de markt een sterke prikkel om te verschonen. • Houtstook levert veel fijnstof op en kan lokaal voor overlast zorgen. We onderzoeken de mogelijkheden om eisen te stellen aan het stoken van hout in specifieke gebieden en stimuleren bewustwording over de impact van houtrook op de gezondheid.

Een gezonde leefomgeving vereist minder verkeersgeluid. Het verkeer in Amsterdam is de grootste bron van ernstige geluidhinder. Te veel geluid kan leiden tot hinder, slaapverstoring, stress en vermoeidheid. Uit de gezondheidsmonitor van 2020 blijkt dat circa 6% van de Amsterdammers tijdens hun slaap verstoord wordt door wegverkeer. Het beperken van geluidshinder draagt dus niet alleen bij aan een betere leefomgeving voor de Amsterdammers, maar ook aan een betere gezondheid.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

31

Deel II Doelstellingen en maatregelen

Het geluidsbeleid is opgenomen in de Wet milieubeheer. Amsterdam is verplicht om elke vijf jaar een Actieplan Geluid op te stellen aan de hand van een geluidskaart die inzicht geeft in de geluidsbelasting in de stad als gevolg van het wegverkeer, het spoor, industrie en de luchtvaart. Het doel van het actieplan geluid is het omgevingslawaai zo nodig te voorkomen en te beperken waar het schadelijke effecten kan hebben voor de gezondheid van de mens. De gemeente is verantwoordelijk voor het aanpakken van geluidsoverlast door verkeer in de stad. Pro-Rail is verantwoordelijk voor het aanpakken van geluidsoverlast door het spoor. Rijkswaterstaat voor de rijkswegen.

Maatregelen (een selectie): • We bevorderen uitstootvrij vervoer door inzet van bijvoorbeeld schone veren en bussen. Vanaf 2025 moeten nieuwe gekochte bestelauto’s binnen de S100 uitstootvrij zijn. Vanaf 1 januari 2028 moeten alle Amsterdamse deelauto’s uitstootvrij zijn. Uitstootvrij vervoer is niet alleen goed voor klimaat en luchtkwaliteit, maar draagt ook bij aan het verminderen van de geluidsbelasting van het verkeer. • We beperken de geluidsbelasting van het gemeentelijk wagenpark, bijvoorbeeld door gebruik van stille en zuinige banden. • Waar mogelijk leggen we geluidsreducerend asfalt aan. Onlangs is de Kattenburgerstraat vernieuwd met dit type asfalt. • We stemmen af met Rijkswaterstaat en ProRail, als verantwoordelijke partijen voor de geluidsschermen langs de rijkswegen en het spoor, over de plek en de vorm van de schermen. In 2025 worden nieuwe schermen geplaats langs de A10 Noord.

De opgaven rondom gezond leven • Terwijl de stad groeit moet in gebiedsontwikkeling voldoende openbare ruimte19 gereserveerd worden voor sporten, spelen, groen en bewegen. Met bijbehorende investeringen in urban sports, zwemplekken en parken. Met aantrekkelijke routes voor wandelen, hardlopen en fietsen. Dit is een randvoorwaarde om de stad gezond te laten groeien. • Verkeersveiligheid vraagt om blijvend investeren in het aanpassen van risicolocaties, inzet op gedrags­ verandering en verkeerseducatie. Maar met deze maatregelen alleen redden we het niet: drukte is een belangrijke indicator van het risico op verkeersongevallen. Om het verkeer veiliger te maken is het terugdringen van de hoeveelheid autoverkeer op lange termijn onvermijdelijk. Inzet van netwerkingrepen (lussen, filters), het verder terugbrengen van het aantal parkeerplaatsen en beprijzen van automobiliteit (rekeningrijden) zijn op termijn noodzakelijk. • Aanpassingen van landelijke wet- en regelgeving is nodig om Amsterdam verkeersveiliger te maken. We willen als gemeente meer bevoegdheden voor verkeershandhaving. Europese en landelijke regelgeving omtrent Adaptieve Snelheidsregulering (ASG) biedt kansen om de snelheid in Amsterdam écht naar beneden te brengen. Betere regelgeving voor fatbikes en andere (lichte) elektrische voertuigen is noodzakelijk om de veiligheid te verbeteren.

19 De Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2024)

Amsterdam Maakt Ruimte

• Er ligt een grote beheeropgave voor het groen in de stad. Het onderhoudsniveau voldoet op dit moment over het algemeen aan niveau ‘sober’, met uitzondering van een aantal locaties met achterstallig onderhoud. Bij gelijkblijvende middelen voor groot onderhoud van het groen, zal het risico op een grotere achterstalligheid toenemen. Een tekort aan financiële middelen zorgt er ook voor dat we de bestrijding van (boom)ziektes en plagen en invasieve exoten slechts beperkt kunnen aanpakken. De budgetten voor ecologisch groenbeheer staan onder druk. Dit kan op termijn een negatief effect hebben op de leefbaarheid in de stad en de biodiversiteit. Om dit op te lossen zijn in de toekomst aanvullende middelen nodig voor het onderhoud van het groen in de stad. • Om te zorgen dat het groen optimaal kan bijdragen aan klimaatadaptatie, verblijfskwaliteit, biodiversiteit en gezondheid is op termijn een hoger beheerniveau wenselijk dan het huidige ’sober’. Dat vraagt om structureel hogere budgetten voor beheer en onderhoud van het groen in de stad, zeker gezien de ambitie om de hoeveelheid groen in de stad te laten toenemen. • Het toevoegen van bomen aan straten die geen of weinig bomen hebben, is belangrijk om de stad van schaduw te voorzien.

Om dit mogelijk te maken moeten we bij vervangingsprojecten en herinrichtingen blijven inzetten op het toevoegen van bomen en slimme oplossingen uitwerken om conflicten met kabels en leidingen te verminderen. Omdat de ondergrond steeds voller wordt, zal deze uitdaging in de toekomst groter worden. • Verdere uitbreiding van de uitstootvrije zones is een belangrijk middel om de lucht in de stad schoner te maken. Voor de uitbreiding van de uitstootvrije zone voor bestel- en vrachtauto’s naar de Ring A10 en voor de invoering van uitstootvrije zones voor taxi en personenauto is gemeente Amsterdam afhankelijk van besluitvorming vanuit het Rijk.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

32

4

We maken ruimte voor verplaatsen

Deel II

Deel II Doelstellingen en maatregelen

Mobiliteit is een belangrijk middel voor mensen om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Het verbindt mensen binnen Amsterdam. En het verbindt ons met de regio, het land, Europa en de rest van de wereld. Mobiliteit maakt het mensen mogelijk om gebruik te maken van voorzieningen, naar hun werk te gaan, te ondernemen, boodschappen te doen of bijvoorbeeld een sportclub te bezoeken. Daarnaast is het nodig om de stad te kunnen bevoorraden, afval de stad uit te krijgen en ervoor te zorgen dat nood- en hulpdiensten snel ter plekke kunnen zijn als dat nodig is. We vinden het belangrijk dat deze vitale systemen, waar we niet zonder kunnen, blijven functioneren. Daarom blijven we ook ruimte maken voor verplaatsen. Tegelijkertijd moeten we werkzaamheden uitvoeren om de stad veilig en functioneel te houden. Dit werk heeft een enorme impact op de stad. Terwijl we onderhouds­ werkzaamheden uitvoeren, blijft onze huiskamer in gebruik: de stad moet bereikbaar blijven voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Ook tijdens grote evenementen zoals bijvoorbeeld SAIL en het jubileumfeest Amsterdam 750 en bij werkzaamheden van Rijkswaterstaat zoals Zuidasdok en de Coentunnel. Om dat te bereiken werken we nauw samen met onze regionale partners, waaronder Rijkswaterstaat, de provincie en ProRail.

In dit hoofdstuk vindt u onze doelstellingen op dit thema, de maatregelen die we nu nemen om deze doelen te behalen en de opgaven voor de komende 5 tot 10 jaar.

Voldoende ruimte voor voetgangers is de basis in iedere straat. Iedereen is voetganger. Daarom moeten al onze straten voldoende veilige ruimte bieden aan voetgangers. Met aantrekkelijke looproutes, veilige oversteekplaatsen en toegankelijke stoepen die uitnodigen tot lopen. Conform de Omgevingsvisie 2050 zet Amsterdam in op duurzaam en gezond bewegen in de openbare ruimte; heel Amsterdam OV-, wandel- en fietsstad. De gewenste vrije doorloopruimte voor de voetganger is afhankelijk van de hoeveelheid voetgangers; bij herinrichtingen hanteren we minimaal 2 meter vrije doorloopruimte20. Op drukke looproutes is meer ruimte nodig. Het beleid is te zorgen voor een goede koppeling tussen OV-haltes en het fiets- en voetgangersnetwerk en voor verbindingen tussen en naar groen- en sportvoorzieningen. 20 Beleidskader Ruimte voor de Voetganger (2023)

Amsterdam Maakt Ruimte

We zijn terughoudend met statische functies in de openbare ruimte om voldoende doorloopruimte te behouden. Waar de stoep smal is, proberen we bijvoorbeeld bij de aanleg van nieuwe verlichting te zorgen voor verlichting aan kabels boven de straat21 om zo meer ruimte te maken voor de voetganger. In 2025 zijn we gestart met het ‘Jaar van de Voetganger’ en maken we meer ruimte voor de voetganger, volgend uit Amsterdam Maakt Ruimte. Samen met belangenverenigingen, ambtenaren, Amsterdammers en Weespers zetten we de voetganger hoger op de agenda.

Maatregelen (een selectie): • We investeren in de periode 2025 t/m 2028 €16 miljoen extra in de verharding van de voetpaden. Daarmee werken we achterstallig onderhoud weg aan met name voetpaden in Zuid, West en Nieuw-West, wat bijdraagt aan de veiligheid en toegankelijkheid. Zie ook de paragraaf over toegankelijkheid in hoofdstuk 2.

21 Beleidskader Verlichting (2017)

Uitvoeringsagenda 2025-2026

34

Deel II Doelstellingen en maatregelen

• We werken aan het vrijhouden van de stoep door ondernemers te informeren over de geldende regels met betrekking tot uitstallingen en terrassen, in samenwerking met handhaving. • We organiseren in 2025/2026 een bewustwordings­ campagne over ongewenst gedrag van bijvoorbeeld objecten op de stoep en/of het niet stoppen bij zebra’s. • Circa tien voetgangersoversteken worden geoptimaliseerd in 2025/2026. Beoogde locaties zijn onder andere een oversteek op de Postjesweg in Nieuw-West, Dalsteindreef in Zuid-Oost en aan de Spreeuwenlaan in Noord. Bij vervangingsprojecten worden waar mogelijk ook voetgangers­oversteek­plaatsen geoptimaliseerd. • In het kader van het Jaar van de Voetganger stimuleren we lopen en wandelen samen met voetgangers­ verenigingen en Wandelnet. • In samenwerking met Aanpak Noord werken we in de Statenjachtstraat samen met de buurt aan het verbeteren van de oversteekbaarheid met snelle, tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte (tactical urbanism). • Conform de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (USTOR, 2023) kijken we bij onderhoud en/of vervangingsprojecten of knelpunten voor voetgangers kunnen worden opgelost. Bijvoorbeeld door stoepen te verbreden of objecten te verplaatsen.

De stad blijft bereikbaar voor noodzakelijk autoverkeer. Met deze Uitvoeringsagenda Amsterdam Maakt Ruimte werken we aan ruimte voor onder meer groen, lopen, fietsen, buitenspelen, ontmoeten, klimaatadaptatie en verkeersveiligheid. Dat gaat ten koste van de ruimte voor de auto.

Amsterdam Maakt Ruimte

Het lussenmodel uit de Omgevingsvisie is, in combinatie met beleidsinterventies en investeringen in alternatieven voor automobiliteit, gericht op het remmen van de groei van het autoverkeer. Zie ook deel 1. Het lussenmodel wordt de komende jaren verder onderzocht en uitgewerkt. Om te zorgen dat we richting 2050 de juiste netwerkingrepen doorvoeren die de stad leefbaar en bereikbaar houden. Ondertussen zitten we niet stil. In deze agenda vindt u talloze maatregelen die we nu nemen om specifieke knelpunten in de stad aan te pakken. Het verder uitwerken van het lussenmodel en invoeren van een samenhangend pakket aan verkeersfilters kan in de toekomst op een groter schaalniveau verandering brengen. Ook voor de verkeersveiligheid; de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer is één van de belangrijkste voorspellers van de kans op ongevallen. Door de groei van het autoverkeer te beperken en door op specifieke plekken de drukte te verminderen, verbeteren we op termijn de verkeersveiligheid. Niet alleen het lussenmodel, maar ook andere ingrepen in de circulatie, de toegang of het parkeren hebben grote impact op mensen die autorijden in de stad. Om deze instrumenten op een rechtvaardige manier in te kunnen zetten, brengt Amsterdam in beeld met welke doelgroepen we rekening moeten houden en welke (aanvullende) maatregelen daarbij passen.

Sommige doelgroepen hebben (nog) geen alternatief voor de auto. Bijvoorbeeld nood- en hulpdiensten die met spoed ergens moeten zijn. Maar ook ondernemers, die veel spullen moeten vervoeren of die hun auto nodig hebben voor werkzaamheden. De verschillende belangen en behoeften brengen we in beeld om te bepalen hoe we met deze doelgroepen omgaan, nu en in de toekomst.

We overleggen met nood- en hulpdiensten over de bereikbaarheid in de stad bij grote werkzaamheden en evenementen. De veiligheidsdiensten worden nauw betrokken bij ingrepen in de openbare ruimte, omdat zij te allen tijde overal moeten kunnen komen.

Maatregelen (een selectie): • In 2025 stellen we het Afwegingskader Doelgroepen vast. Hierin geven we aan welke groepen hulp krijgen en welke groepen niet, als het gaat om bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer. Daarna gaan we het toepassen in de praktijk. Bijvoorbeeld als het gaat over nieuwe parkeerregelingen, parkeernormering, aanpassingen voor de RVV-ontheffingen22 of maatregelen in gebieds­ ontwikkeling. Hiervoor stemmen we continu af met belangrijke stakeholders, zoals onderwijs, zorg, logistieke partijen en veiligheidsdiensten. Doel is hen blijvend te betrekken bij de maatregelen in de stad. Daarbij is de boodschap dat niet alles kan en dat er ook vanuit hen gekeken zal moeten worden naar slimme oplossingen. • In 2025/2026 wordt gewerkt aan de actualisatie van het Beleidskader Verkeersnetten. Dit is een belangrijke volgende stap in het toekomstbestendig maken van ons mobiliteitssysteem, vanuit de doelstellingen die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050.

Ondernemers kunnen blijven ondernemen. De gemeente streeft naar sterke samenwerking met ondernemerscollectieven, want we hebben onze onder­ 22 Een RVV ontheffing is een schriftelijke toestemming om af te wijken van specifieke verkeersregels, bijvoorbeeld voor wegwerkzaamheden of een verhuizing.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

35

Deel II Doelstellingen en maatregelen

nemers keihard nodig: zij zorgen voor werk­gelegenheid, reuring, ontmoeting en innovatie in de stad. Daarom investeren we als gemeente in samenwerking met het bedrijfsleven. Om samen de openbare ruimte, de bereik­ baarheid en de leefbaarheid van de stad te verbeteren. Bij het opstellen en uitvoeren van beleid en regelgeving worden ondernemers actief betrokken, zodat hun belangen en ideeën worden meegenomen. Bij het maken van nieuwe plannen betrekken we lokale ondernemers actief, bijvoorbeeld bij het herinrichten van straten en pleinen. Zodat er voldoende ruimte blijft in de stad voor ondernemers om te ondernemen.

Maatregelen (een selectie): • We voeren regelmatig overleg met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, en geven de noodzakelijke mobiliteitstransitie samen met ondernemers vorm. • Samen met de logistieke sector is het werkplan Stedelijk Logistiek 2023-2025 opgesteld. Op basis hiervan wordt in 2025 en verder onder meer gewerkt aan o.a. faciliteren van transport over water en verbeteren van de overslag, door komende jaren extra aanmeerplekken bij de Nieuwmarkt en Appeltjesmarkt te realiseren. • In het wallengebied willen we minder zwaar verkeer om de kwetsbare kades en bruggen te beschermen. Daarom maken we afspraken met de logistieke sector en de ondernemers over de inzet van lichtere voertuigen. • We werken op lokaal niveau samen met grote werkgevers om actief het aandeel auto in de modal split23 ten gunste van andere modaliteiten te reduceren. Een voorbeeld hiervan is Taskforce Bereikbaarheid Zuidas waarin verschillende bedrijven en maatschappelijke instellingen in de Zuidas zijn vertegenwoordigd. 23 Modal split is de verdeling van verplaatsingen over verschillende vervoerswijzen.

Amsterdam Maakt Ruimte

Een rechtvaardig mobiliteitssysteem vereist betaalbaar vervoer, voor iedereen. De opgave is een brede bereikbaarheid, met meer sociaal en inclusief vervoer voor iedereen. Inzet op betaalbaar, fijnmazig, toegankelijk, deur-tot-deur reizen. En het opvangen van de groei van het aantal reizigers (+40% in 2040). Het openbaar vervoer is daarin onmisbaar. Als stad zetten we in op een functionerend OV-netwerk voor de meerkernige stad, waarbij winkelcentra en grote maatschappelijke voorzieningen ontsloten zijn met OV. Zo heeft het college bij de aanbesteding van de nieuwe OV-concessie ingezet op het beter ontsluiten van centra van de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Ook heeft het college op deze manier bij het afschalen van het OV in 2024 zo veel mogelijk proberen te voorkomen dat er OV verdween. Het college zal dit principe steeds blijven toepassen op het Amsterdamse OV vanuit haar rol als belanghebbende. De Vervoerregio staat echter primair aan de lat voor de aanbesteding van het OV in Amsterdam en de tarieven. Ook de beschikbaarheid van elektrische fietsen is een aandachtspunt in een rechtvaardig mobiliteitssysteem. Sinds 2022 loopt er een stimuleringsprogramma voor het gebruik van elektrische fietsen.

Na een eerdere succesvolle pilot op Centrumeiland krijgen bewoners van sociale huurwoningen op Strandeiland ook de mogelijkheid om een elektrische fiets gratis uit te proberen voor een periode van twee maanden. Daarna krijgen ze de mogelijkheid om de elektrische fietsen met een afbetalingsregeling over te nemen, met als doel dat bewoners blijvend gebruikmaken van de elektrische fiets.

Een belangrijk onderdeel van het koersdocument Amsterdam Maakt Ruimte is de zogenoemde sociale ondergrens. Het college heeft elementen geïdentificeerd, waaronder betaalbaarheid en toegankelijkheid, die belangrijk zijn om de mobiliteit van de minst mobiele groepen te verbeteren. Eind 2025 wordt de gemeenteraad per brief geïnformeerd over een verdere uitwerking van de sociale ondergrens. En wat de gemeente nog extra kan doen op dit thema.

Maatregelen (een selectie): • We ondersteunen komende jaren middels subsidie meerdere buurtinitiatieven die zich inzetten voor vrijwilligersvervoer, waaronder stichting Heenenweer. Zodat mensen met een mobiele beperking toegang hebben tot activiteiten en voorzieningen in hun omgeving. • Via de stadspas krijgen bewoners met een laag inkomen korting op onder andere fietsreparaties en aanschaf van een elektrische fiets of scooter. • Amsterdammers met AOW en weinig geld kunnen gratis reizen in Amsterdam en Weesp met openbaar vervoer van het GVB, Connexxion en EBS. • Nieuwe bewoners van sociale huurwoningen zonder parkeervoorziening op Strandeiland kunnen twee maanden kosteloos een e-bike uitproberen. Dit is een pilot vanuit het stimuleringsprogramma e-bikes.

Alternatieven voor de eigen auto moeten beschikbaar en aantrekkelijk zijn. Om te zorgen dat alle Amsterdammers mobiel kunnen blijven, zorgen we dat fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit beschikbaar en makkelijk te gebruiken zijn.

Uitvoeringsagenda 2025-2026

36

Deel II Doelstellingen en maatregelen

Met de komst van de e-bike is de actieradius van de fiets flink toegenomen en is het gebruik van de fiets voor de korte en middellange afstand fors gegroeid. Om fijn door de stad te kunnen fietsen is hiervoor voldoende ruimte nodig. Doelstelling is dat in 2025 ten minste de helft van de fietsroutes op het Plusnet Fiets binnen de Ring A10, ten zuiden van het IJ, een minimale breedte heeft van 2,50 meter. Dit past overigens niet overal in het straatprofiel. Daarom worden de keuzes zorgvuldig afgewogen per locatie. Verder zorgen we voor een goede koppeling tussen OV-haltes en het fiets- en voetgangersnetwerk en voor verbindingen tussen en naar groen- en sportvoorzieningen. En we leggen nieuwe fietsverbindingen aan die barrières slechten. Natuurlijk zorgen we ook dat je je fiets goed kunt parkeren. Op hotspots fietsparkeren is een maximale bezettingsgraad van 85% van fietsparkeervoorzieningen en een maximale fietsparkeerdruk24 van 125% in 2025. Met onze regionale partners investeren we in het verbeteren van het regionale, nationale en internationale OV-netwerk. Met het Rijk werken we sinds 2024 aan de MIRT-verkenning voor uitbreiding van het metronetwerk tussen Amsterdam en Schiphol/Hoofddorp en het verruimen van de capaciteit op het regionale en internationale spoor.

Met Vervoerregio en provincie investeren we in het regionaal HOV-busnetwerk, waardoor Nieuw-West, Weesp, Noord en Zuidoost nog beter bereikbaar zijn vanuit de regio. We investeren als stad niet alleen in nieuwe regionale OV-verbindingen, maar ook in het versterken van bestaande lokale routes.

24 De fietsparkeerdruk gaat over hoeveel fietsen er in of naast een fietsvoorziening, zoals een fietsenrek staan'

Amsterdam Maakt Ruimte

Tot slot is (elektrische) deelmobiliteit vaak een goed alternatief voor de eigen auto: goedkoper, sneller, duurzamer en ook nog eens goed voor de luchtkwaliteit. We bieden deelauto’s, deelscooters en deelbakfietsen aan in Amsterdam. We onderzoeken of we de komende jaren samen met de regio meer kunnen inzetten op deelfietsen.

Maatregelen (een selectie): • Met het plan Versterken OV 2024/2025 is een korte termijn pakket opgesteld met investeringen ter hoogte van € 7,5 miljoen. Dit is bedoeld voor onder andere fijnmazige OV-ontsluiting van bestaande en nieuwe woongebieden, stimulering van vrijwilligersvervoer, gratis OV voor kinderen en (incidenteel) gratis kaartjes voor stadspashouders. • Amsterdam heeft de intentie het aanbod van deel­ mobiliteit de komende jaren verruimen. In 2025 en 2026 wordt het aantal deelbakfietsen in de stad geleidelijk uitgebreid tot in totaal 750. Eind 2025 besluit het college of de huidige vergunning voor de deelscooters, dat in 2026 afloopt, wordt verlengd. • We investeren in 2025 en verder in nieuwe mobiliteits­ hubs, zoals de Smart Mobility Hub in De Nieuwe Kern. • In samenwerking met onze regionale partners breiden we komende jaren ook P+R locaties uit buiten de stad, waaronder P+R Muiden. • Met ProRail en de Vervoerregio investeren we komende jaren in nieuwe fietsstallingen bij stations Amsterdam Sloterdijk, Amsterdam Lelylaan en Amsterdam Amstel. • Op basis van de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) bekijken we bij grote onderhouds- en vervangingsprojecten of knelpunten voor de fiets kunnen worden opgelost. Bijvoorbeeld door fietspaden te verbreden.

• We dragen bij aan de doorfietsroutes van de Metropool Regio Amsterdam (MRA). Daarmee verbinden we de regio met de stad en andersom voor woon-werkverkeer en voor recreatief gebruik richting de groengebieden.

• We bereiden de aanleg van de Oostbrug voor en leggen ondertussen kleinere fietsbruggen aan. Bijvoorbeeld in Noord over het zijkanaal-K.

Tijdens werkzaamheden moet de stad blijven draaien. Het onderhoud in de stad is nooit af. Om onze doelstellingen te bereiken zijn ingrijpende werkzaamheden noodzakelijk. Denk aan het verzwaren van elektriciteitsnetten, het vervangen van het riool en het onderhouden van bruggen en kades. Terwijl we deze werkzaamheden uitvoeren, moet de stad blijven draaien. We zorgen dat de stad bruikbaar en bereikbaar blijft. Dat winkels bevoorraad kunnen worden, dat nood- en hulpdiensten doorgang krijgen en dat het afval van bewoners en ondernemers kan worden opgehaald.

Maatregelen (een selectie): • We zijn samen met Rijkswaterstaat, provincie en ProRail een mediacampagne gestart om reizigers goed te informeren over de verkeershinder die ontstaat door noodzakelijke werkzaamheden (Amsterdam Bereikbaar)25. • In samenwerking met NS stimuleren we reizigers op wegtrajecten waar werkzaamheden plaatsvinden om met het OV te reizen doormiddel van kortingsacties. • Bij grote wegwerkzaamheden in Amsterdam in 2025, zoals bij de Linnaeusstraat, Middenweg en Gooiseweg worden extra deelscooters en deelfietsen ingezet in combinatie met kortingsacties. Hiermee proberen we automobilisten op deze trajecten te verleiden de overstap te maken naar deelmobiliteit.

25 https://www.amsterdambereikbaar.nl/nl/2025

Uitvoeringsagenda 2025-2026

37

Deel II Doelstellingen en maatregelen

De opgaven rondom verplaatsen en bereikbaarheid • Een succesvolle regionale hubstrategie zet per corridor in op twee locaties die kansrijk zijn; dichtbij en verder van de stad. Hierover zijn we in gesprek met onze regionale partners. • Er is een tekort aan logistieke hubs aan de randen van de stad. Om de overslag van zware voertuigen naar kleinere lichte voertuigen mogelijk te maken zijn in de toekomst één of meerdere logistieke hubs per corridor nodig. • In de gebiedsontwikkeling worden nieuwe fietsroutes aangelegd, maar soms ontbreken er in de bestaande stad nog schakels naar deze nieuwe routes. Toekomstige investeringen in deze schakels kunnen het fietsnetwerk versterken. • Het verbeteren van de fietsenstallingen bij metrostations kan de deur-tot-deurreis met de fiets en het OV aantrekkelijker maken. Dit vraagt om grote investeringen en ruimteclaims rondom de stations. • Om te zorgen dat servicediensten (pakketleveranciers, loodgieters, etc.) hun werk kunnen blijven doen binnen autoluwe gebieden, zijn er voldoende laad- en losplekken nodig. Hier moeten we ruimte voor reserveren. Zowel in gebiedsontwikkelingen als bij herinrichtingen in de bestaande stad. • Door afspraken te maken met meer grote werkgevers kunnen we hen helpen om de (werk)mobiliteit te verminderen en het autogebruik van forenzen te beperken.

Via een onderwijsaanpak kunnen we samen met de onderwijssector afspraken maken over slim roosteren, met als doel reizigersstromen van scholieren en studenten meer te spreiden en OV-spitspieken af te vlakken. Dit soort samenwerkingen zijn onmisbaar om de mobiliteitstransitie verder vorm te geven.

Amsterdam Maakt Ruimte

Uitvoeringsagenda 2025-2026

38

Deel II Doelstellingen en maatregelen

Tot slot In deze Uitvoeringsagenda hebben we stevige doelstellingen vastgelegd voor de toekomst van de ruimte in onze stad. Doelstellingen waaraan we werken in het hier en nu. Door komende jaren maatregelen te nemen in de openbare ruimte, via verschillende projecten en programma’s. Met een totaal van ruim € 400 miljoen aan stadsverbetering projecten in de periode 2025-2029. Dit bedrag komt bovenop de budgetten die we jaarlijks uitgeven aan beheer en onderhoud. Binnen het investeringsdomein Openbare Ruimte en Mobiliteit is aanvullend voor de verbetering van de hoofdgroenstructuur € 60 miljoen vrijgemaakt in de periode 2025-2029. Daarmee brengen we onze doelstellingen dichterbij. In de afgelopen jaren is er, in overeenstemming met het coalitieakkoord, meermaals budget verschoven van Stadsverbetering naar programma Stadsbehoud. Dat komt ten goede aan het beheer en onderhoud van de stad. Het betekent wel dat er komende jaren minder budget beschikbaar is vanuit Stadsverbetering dan voorheen. Ter vergelijking: in 2021-2025 was dat ruim € 700 miljoen, verdeeld over 5 jaar (begroting 2021). Tegenover de ruim € 400 miljoen die beschikbaar is in 2025-2029. We moeten in de toekomst dus nieuwe keuzes maken.

Zowel financieel, als beleidsmatig: hoe verdelen we de ruimte in de stad, nu de stad steeds drukker wordt en de ruimteclaims toenemen? Welke uitgaven geven we prioriteit, als financiële middelen en uitvoeringscapaciteit schaars zijn? In deze Uitvoeringsagenda zijn deze opgaven en bijbehorende instrumenten in beeld gebracht. Als fundament om verder te bouwen aan een toekomst­bestendige en rechtvaardige stad. De keuzes die daarbij horen maken we komende jaren stap voor stap, samen met de stad. We zetten het gesprek met de stad hierover voort in 2025 en 2026. Onder andere via toekomstdialogen, ontwerpsessies met kinderen en een werkconferentie in oktober 2025.

Amsterdam Maakt Ruimte

Uitvoeringsagenda 2025-2026

39

Colofon Dit is een uitgave van gemeente Amsterdam, directie Verkeer & Openbare Ruimte Fotografie Fotobank Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid, Verkeer & Openbare Ruimte Sanne Couprie

Ontwerp Ontwerpwerk Juli 2025

ONT2025198

Beeldbewerking kaart Dylan van Keulen (Parallel)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981106/1