CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Evaluatie Bubble Barrier.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 24 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de evaluatie Bubble Barrier en de bijbehorende raadsinformatiebrief (VN2024-012883)29.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het is voor een goede afweging ook nodig te weten wat er dagelijks aan plastic de Bubble Barrier passeert zonder afgevangen te worden. De opbrengsten in kilogrammen kunnen preciezer worden berekend als in beschouwing worden genomen:   

Afwaterend oppervlakte Standaard afvoer Peilvakken

Hoeveel afwaterende peilgebieden

31/59

Kenmerk

4.2

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Kosten systeem Westerkanaal

Als basis voor het opstellen van de investeringsraming voor dit project is gekozen voor de SSK2018-systematiek. SSK staat voor Standaard Systematiek Kostenramingen. De SSK-systematiek is een uniforme ramingsmethodiek welke is ontwikkeld door het CROW. Het voordeel van het hanteren van de SSK-systematiek is dat deze methodiek breed gedragen is en bruikbaar is in alle projectfasen. Hierdoor zijn de kostenramingen te volgen in de tijd. Een tweede voordeel is dat met de SSK-systematiek een uniform gebruik van de begrippen, onzekerheden en risicoreservering worden aangeduid. Voor verdere beschrijving van deze methodiek wordt verwezen naar CROW-publicatie 137, 3e herziene druk. Op het moment van het uitvoeren van deze rapportage is door The Great Bubble Barrier aangegeven dat de locatie Westerkanaal op dit moment voor The Great Bubble Barrier de meest logische plek is. Voor deze locatie zijn de meeste details voor handen om een accurate en actuele kostenraming van te kunnen maken. De geraamde investeringskosten voor de realisatie van Bubble Barrier Westerkanaal heeft TAUW berekend op afgerond EUR 499.000,00 exclusief BTW. De instandhoudingskosten voor 10 jaar zijn geraamd op EUR 564.808,00 exclusief BTW.In totaal komen de levenscycluskosten voor de Bubble Barrier op de locatie Westerkanaal op EUR 1.063.308,00 exclusief BTW en EUR 1.266.580,00 inclusief BTW.

Een specificatie van de werkzaamheden (SSK-raming met kenmerk K001-1289213MOZ-V01) die hiervoor worden uitgevoerd met de daaraan gekoppelde kosten is opgenomen in bijlage 6 van deze rapportage. Voor het bepalen van de investeringskosten en de instandhoudingskosten heeft TAUW nauw samengewerkt met The Great Bubble Barrier. Er is uitgegaan van een op maat gemaakt opvangsysteem met een maasgrootte van 10 mm, ontworpen op optimale doorstroming in combinatie met het bellenscherm en gebouwd van 5083 zeewaterbestendig aluminium met een levensduur van > 20 jaar. Voor de instandhoudingskosten is in de raming een periode van 10 jaar aangehouden. Tevens is uitgegaan van een leging door middel van een hydraulisch systeem volgens de Arborichtlijnen van Waternet, met doorstroompreventie wanneer de bak wordt geleegd, CE-gekeurd conform machinerichtlijnen. Voor de verdere details van de gebruikte onderdelen wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van de SSK-raming.

4.3

Kosten inschatting opschalen per doorgang naar IJ

The Great Bubble Barrier kan op het moment naast de Bubble Barrier in het Westerdok en de nog te realiseren Bubble Barrier in het Westerkanaal nog 3 andere locaties definiëren voor een Bubble Barrier. Het totaal van de geraamde investeringskosten voor het opschalen van The Great Bubble Barrier naar andere locaties in Amsterdam en nog 10 jaar instandhoudingskosten van het reeds bestaande systeem in het Westerdok hebben wij berekend op de in tabel 4.1 weergegeven bedragen. Een specificatie van de werkzaamheden (SSK-raming met kenmerk K003-1289213MOZ-V01) die hiervoor worden uitgevoerd met de daaraan gekoppelde kosten is opgenomen in bijlage 6 van deze rapportage. 32/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Ook in de onderstaande tabel 4.1 worden de kosten per locatie inzichtelijk gemaakt. Tabel 4.1 Te verwachten kosten exclusief BTW per locatie Locatie

Investeringskosten

Instandhoudingskosten(10

Levenscycluskosten

Westerdok

EUR 00,00*

EUR 486.615,00

EUR 486.615,00

Westerkanaal

EUR 499.001,00

EUR 564.808,00

EUR 1.063.809,00

Westertoegang

EUR 480.429,00

EUR 522.742,00

EUR 1.003.171,00

Oosterdoksdoorgang

EUR 484.990,00

EUR 609.680,00

EUR 1.094.670,00

Lozingskanaal

EUR 483.449,00

EUR 564.808,00

EUR 1.048.257,00

Totaal exclusief BTW

EUR 1.947.869,00

EUR 2.748.653,00

EUR 4.696.522,00

jaar)

* Kosten op nul gesteld omdat deze al gerealiseerd is. Het bedrag wijkt daarom iets af van de SSK-raming

Voor het bepalen van de investeringskosten en de instandhoudingskosten voor de aanvullende locaties heeft TAUW nauw samengewerkt met The Great Bubble Barrier. Er is uitgegaan van dezelfde uitgangspunten en aannames op het gebied van uitvoeringswijze en te gebruiken materialen zoals bij het Westerkanaal. Voor de verdere details van de gebruikte onderdelen verwijzen wij naar paragraaf 3.1. van de SSK-ramingen.

4.4

(Zachte) baten

4.4.1 Milieubescherming Plastic afval dat in de oceaan terechtkomt, kan schadelijk zijn voor het zeeleven doordat het in de voedselketen komt. Door invloed van golfslag en UV-straling zal plastic uiteindelijk uiteenvallen in microplastics. Dieren kunnen (micro)plastic aanzien voor voedsel en het per ongeluk opeten, wat kan leiden tot verstikking en andere gezondheidsproblemen. Een voorbeeld hiervan zijn walvissen. Onderzoek van de Stanford University heeft aangetoond dat walvissen aanzienlijke aantallen microplastics binnenkrijgen. Dit komt doordat walvissen hun voedsel innemen in de zone 50 tot 250 meter onder het wateroppervlak. Dit is de diepte met de hoogste concentraties van microplastics in de open oceanen. Daarnaast bevinden walvissen zich relatief laag in de voedselketen, ondanks hun grootte. Voornamelijk dieren onderaan de voedselketen verwarren microplastics voor voedsel (zie figuur 4.1). Bultruggen eten bijvoorbeeld haring en ansjovis, waardoor ze naar schatting ongeveer 200.000 stukjes microplastic per dag binnenkrijgen. De gewone vinvis krijgt naar schatting 3 tot 10 miljoen microplastics per dag binnen, doordat ze een uitgebreider dieet hebben dan bultruggen. Deze inschattingen zijn gebaseerd op onderzoek in de kustgebieden van California, dat betekent dat op andere plaatsen die meer vervuild zijn, deze waardes nog hoger kunnen zijn.5

5

Whales eat colossal amounts of microplastics | Stanford News 33/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Figuur 4.1 Manieren waarop walvissen microplastics binnenkrijgen. Grote plastics die in de zeeën en oceanen terechtkomen breken op in kleinere onderdelen en worden uiteindelijk microplastics. Het grootste gedeelte van de microplastics die walvissen binnen krijgen is eerst door hun voedsel gegeten. Daarnaast is er nog een gedeelte dat vrij in het water drijft 6

Ook wordt steeds meer bekend over de aanwezigheid van microplastics in de mens en de schadelijke effecten hiervan. Microplastics zijn al aangetoond in het hart, het bloed en de longen. Een van de belangrijkste voordelen van The Great Bubble Barrier is dat het kan helpen bij het verminderen van de hoeveelheid plastic afval die in de zeeën en oceanen terechtkomt. Door plastic en ander drijvend afval naar de oppervlakte te duwen, kan het worden opgevangen en verwijderd voordat het in zee terechtkomt. Dit draagt bij aan het terugdringen van de hoeveelheid afval die onze oceanen vervuilt en vermindert de schadelijke effecten op het zeeleven en het milieu. Dit heten nu wel zachte baten, maar de kosten van opruimen van plastic op zee zijn veel hoger. De kosten van biodiversiteitsverlies en verstoorde ecosystemen zijn niet te overzien. 4.4.2 Bewustwording The Great Bubble Barrier helpt om het bewustzijn van milieukwesties te vergroten door de aandacht te vestigen op de hoeveelheid plastic afval in onze wateren. Bijvoorbeeld door in mediabeelden te tonen van de hoeveelheden opgevangen plastic. Een berg weggevangen afval kan mensen aanmoedigen om hun eigen gedrag te veranderen en zelf ook bij te dragen aan het verminderen van plastic afval door middel van hergebruik, recycling en andere duurzame alternatieven.

De bewustwording omtrent plastic afval wordt verhoogd door The Great Bubble Barrier doordat de Bubble Barrier een zichtbaar systeem is en voorbijgangers geïnformeerd kunnen worden. Een aanbeveling voor de gemeente Amsterdam is om bij de Bubble Barrier informatie bordjes te plaatsen met kengetallen, of een afval thermometer, en zo voorbijgangers nog meer aan te sporen te letten op hun plastic afval. De Bubble Barrier in Amsterdam is gelegen op een centrale plek waar mensen lopend of met de fiets langskomen. Op Google Maps staat de Bubble Barrier zelfs al vermeld als toeristische attractie. Er zijn bankjes aanwezig die uitkijken op de Bubble Barrier en ook een terras (zie figuur 4.2). Dit zijn uitstekende plaatsen om mensen te informeren over hoe de Bubble Barrier werkt en daarbij bewustwording te creëren over plastic afval. Ook kan er een bord geplaatst worden dat vanaf het water te lezen is voor boten, omdat pleziervaart ook een grote bijdrage levert aan het probleem. 6

Ingestion of synthetic particles by fin whales feeding off western Iceland in summer (sciencedirectassets.com) 34/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Figuur 4.2 ligging van Bubble Barrier Amsterdam in het Westerdok, Amsterdam West

4.4.3 Innovatie en wetenschappelijk onderzoek De Bubble Barrier is een innovatieve oplossing die technologie en wetenschap combineert om een duurzamer milieu te bevorderen. Door te investeren in dit soort oplossingen, kunnen we nieuwe manieren ontdekken om de impact van onze activiteiten op het milieu te verminderen en de duurzaamheid op de lange termijn te vergroten. Daarnaast, kan de technologie van The Great Bubble Barrier worden gebruikt als een middel om wetenschappelijk onderzoek naar waterverontreiniging en plastic afval te ondersteunen. Dit kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe methoden om de impact van plastic afval op het milieu te verminderen en kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën om waterverontreiniging tegen te gaan. 4.4.4 Educatie en maatschappelijke betrokkenheid Een ander voorbeeld van zachte baten van The Great Bubble Barrier is dat het de educatie in Amsterdam kan bevorderen. Dit kan door middel van het meenemen van The Great Bubble Barrier in educatieve programma’s voor scholen en gemeenschappen. Scholen kunnen bijvoorbeeld een lesprogramma volgen waarin leerlingen leren over plasticvervuiling en duurzaamheid, gevolgd door een excursie naar Bubble Barrier-locaties om het proces van dichtbij te bekijken.

Op deze manier kan de Bubble Barrier fungeren als een praktisch en visueel voorbeeld om studenten te leren over het milieu en duurzaamheid. Scholieren kunnen door deze schooltripjes naar de Bubble Barrier ook bewuster worden van hun eigen rol in het verminderen van plastic afval.

35/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Een ander voordeel van The Great Bubble Barrier is dat het kan bijdragen aan de maatschappelijke betrokkenheid. Door burgers te betrekken bij gemeenschapsprojecten die gericht zijn op het verbeteren van het milieu, kan de Bubble Barrier bijdragen aan het gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze planeet. Dit kan leiden tot het concept ‘warm glow’. Mensen die bijdragen aan The Great Bubble Barrier , bijvoorbeeld door te doneren aan de organisatie of door zich vrijwillig in te zetten voor de missie, kunnen het gevoel krijgen dat ze een positieve impact hebben op de maatschappij en de wereld om hen heen. Dit gevoel heet ook wel de ‘warm glow’. Warm glow kan leiden tot een gevoel van voldoening en waardering, wat weer kan bijdragen aan meer betrokkenheid bij het initiatief en aan de motivatie om verdere actie te ondernemen om de impact te vergroten. Door bij te dragen aan The Great Bubble Barrier, kunnen mensen zich verbonden voelen met de gemeenschap en de wereld om hen heen. Dit gevoel van verbondenheid kan bijdragen aan een groter gevoel van welzijn en geluk. Bovendien kan het bijdragen aan een cultuur van samenwerking en betrokkenheid bij de bescherming van het milieu en de gezondheid van onze planeet.

Dit kan verder gaan dan alleen de betrokkenheid bij The Great Bubble Barrier, maar kan een bredere invloed hebben op de manier waarop mensen omgaan met het milieu en hun verantwoordelijkheid voor de planeet. Kortom, The Great Bubble Barrier kan niet alleen bijdragen aan het verminderen van de hoeveelheid plastic afval in de zeeën en oceanen, maar ook aan de maatschappelijke betrokkenheid en het gevoel van verbondenheid. Door mensen te betrekken bij gemeenschappelijke projecten gericht op de bescherming van het milieu, kan The Great Bubble Barrier bijdragen aan een cultuur van betrokkenheid en samenwerking voor de gezondheid van onze planeet. 4.4.5 Amsterdam Plastic Smart City De inzet van Bubble Barriers draagt bij aan het initiatief van de gemeente Amsterdam om de stad te verduurzamen. Amsterdam Plastic Smart City is een initiatief van de gemeente dat tot doel heeft om in 2030 geen plastic vervuiling meer op straat en in het water tegen te komen. Dit betekent dat de hoeveelheid plastic (zwerf)afval dat in de stad wordt geproduceerd, verminderd moet worden en het gebruik van plastic moet worden vervangen door duurzame alternatieven. Amsterdam Plastic Smart City richt zich op verschillende gebieden, waaronder het vergroten van bewustzijn over de problematiek van plastic afval. Bubble Barriers mee om de doelstellingen van Amsterdam Plastic Smart City te realiseren.

Door het plaatsen van The Great Bubble Barrier in waterwegen, zoals rivieren en kanalen in en buiten de stad, kan plastic afval worden opgevangen voordat het de zee bereikt. Hierdoor kan de hoeveelheid plastic afval in de wateren van Amsterdam worden verminderd en kan de biodiversiteit van de wateren worden beschermd. De inzet van Bubble Barriers past dus binnen het bredere streven van Amsterdam Plastic Smart City om innovatieve oplossingen te vinden voor de problematiek van plastic afval en om de stad te transformeren tot een circulaire en plasticvrije stad.

36/59

Kenmerk

4.5

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Relatie met de Kaderrichtlijn Water (KRW)

De KRW richt zich op het bereiken van een goede waterkwaliteit in alle Europese wateren, inclusief rivieren, meren, kust- en zeegebieden, en grondwater. Tot nu toe zijn er echter geen normen opgenomen voor (micro)plastics in de waterkwaliteitsmaatlatten die tot 2027 gelden. Tot die tijd zou je dus kunnen achteroverleunen, al is dat uiterst onverstandig gezien de recente ontwikkelingen in de kennis over plastics en microplastics in het milieu. In de meest recente KRWrichtlijnen wordt microplastic 32 keer genoemd. Het wordt beschouwd als een verontreinigende stof die de kwaliteit van het waterleven aantast en er worden links gelegd met andere Europese richtlijnen zoals The EU Plastics Strategy en the Single Use Plastics Directive. Ook is aangegeven dat er gewerkt wordt aan harmonisatie van analysemethoden en monitoring van met name microplastics. Steeds meer wordt duidelijk dat de ophoping van microplastics in het lichaam van mens en dier, leidt tot schade aan interne processen. Vaak wordt een relatie gelegd tussen de grootte en massa van het dier en aangetroffen plastics in de maag. Er zijn echter ook factoren van belang die minder zichtbaar zijn.

Plastics kunnen giftige chemicaliën afgeven aan het bloed, longen en hersenen en microplastics kunnen een nadelig effect hebben op de vertering van voedsel omdat ze onder andere tot hogere concentraties urinezuur leiden (Lavers et al 2019). Dezelfde onderzoekers hebben in 2023 een nieuwe ziekte genoemd Plasticose ontdekt bij zeevogels. De vogels kampen met beschadigde ingewanden als gevolg van de consumptie van plastic. Het is voor het eerst dat een ziekte wordt ontdekt die louter door plastic wordt veroorzaakt. Doordat de milieuvervuiling met plastic zo enorm is, doet de ziekte zich voor bij vogels van allerlei pluimage en op alle leeftijden, schrijft The Guardian. Omdat macroplastics door slijtage en erosie de belangrijkste bron is van microplastic, is aandacht hiervoor bepaald geen overbodige luxe. Het verminderen van de verontreiniging van water met plastic afval is daarom nu al wenselijk en dus ook om niet te wachten met maatregelen om dit doel te bereiken. Dit kan bijvoorbeeld door het verminderen van de hoeveelheid macroplastic dat in de watergangen terechtkomt, en het stimuleren van innovatieve oplossingen zoals die van The Great Bubble Barrier.

37/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

5 Vismigratie Vismigratie is een belangrijk proces waarbij vissen zich verplaatsen van het ene naar het andere gebied om te foerageren, te paaien of om te overwinteren. Voor sommige soorten is het zelfs van levensbelang omdat leefgebied en paaigebied niet samenvallen. Vismigratie kan worden belemmerd door bijvoorbeeld dammen, stuwen of andere obstakels zoals mogelijk een bellenscherm. Het tegengaan van plastic afvoer naar de zee is belangrijk maar idealiter moet dat geen nadelige effecten hebben op elementen die eveneens belangrijk zijn voor de (aquatische) ecologie. In dit onderdeel is onderzocht of vismigratie een punt van zorg is bij in watergangen geplaatste bellenschermen zoals van The Great Bubble Barrier, gebaseerd op informatie van de onderzoeksresultaten uit de literatuur, meningen van experts en de kenmerken van de aangewezen locaties voor Bubble Barriers.

5.1

Overzicht onderzoeksresultaten omtrent vismigratie en bellenschermen

5.1.1

Verwachte vissoorten

Tabel 5.1 toont de meest voorkomende vissoorten rondom het Westerdok vanuit onderzoek van Mattens (2020), gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna en waarnemingen uit de Nota Vis (van Alphen & Voeten, 2021). Tabel 5.1 Voorkomende vissoorten rondom het Westerdok, Amsterdam, uit verschillende onderzoeken Vissoort

Waarnemingen

Waarnemingen

Waarnemingen

NDFF

Mattens (2020)

Nota Vis

Status

Rode lijst

Ja

Inheems

Nee. *)

(2021) Aal

10

Baars

118

13

Ja

Inheems

Nee

Blankvoorn

50

19

Ja

Inheems

Nee

Bot

4

1

Inheems

Nee

Brasem

8

Inheems

Nee

Diklip-/ Dunlipharder

1

Inheems

Nee

Diklipharder

3

Inheems

Nee

Dunlipharder

2

Inheems

Nee

Gestreepte zeebaars

1

Inheems

Nee

Harder

6

Inheems

Nee

Inheems

Nee

Onbekend

Nee

Ja

Inheems

Nee

Ja

Inheems

Nee

Ja

Inheems

Nee

Ja

Ingeburgerd

Nee

Inheems

Kwetsbaar

Inheems

Nee

Exoot

Nee

Exoot

Nee

Horsmakreel

1

Karperachtige

12

Kolbei

1

Ja

Ja

1

10

Rivierdonderpad Snoek

1

Snoekbaars

282

66

Spiering

41

12

Winde

1

Zwartbekgrondel

21

Zwarte grondel

1

Ja 6 Ja

*) Valt wel onder de bescherming van de Wet natuurbescherming en de Aalverordering

38/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Volgens expertsessie (Buithenkans, 2022) moet de focus wat betreft vismigratie liggen op de soorten (glas)aal en driedoornige stekelbaars. Echter komen deze soorten volgens de data niet of nauwelijks voor rondom het Westerdok. Alle inheemse vissoorten vallen overigens onder de wet natuurbescherming. In het geval van paling dient er nog extra opgelet te worden, aangezien deze soort extra beschermd is vanuit de Europese Aalverordering. Als er iets verder gekeken wordt naar de verspreiding van trekvissen rond Amsterdam dan geeft de data uit het kruisnet onderzoek van Goverse & Smith (2023) nog meer inzicht. In 2022 is op elf locaties door vrijwilligersteams gemonitord. Ruim vijftig personen hebben samen 1.845 trekken uitgevoerd. De resultaten staan weergegeven in figuur 5.1. De locaties zijn van links naar rechts van west naar oost weergegeven.

Figuur 5.1 Vangstresultaten trekvissen in kruisnet onderzoek van Goverse & Smith (2023). De locaties zijn van west naar oost georiënteerd, waarbij Overtoom en Oosterringdijk de west- en oostgrens van Amsterdam aangeven

39/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

In totaal zijn in tussen begin maart en eind juni 2022 bij 34 bezoeken per locatie bijna tienduizend vissen gevangen en ruim een kwart was trekvis en twee derde zoetwatervis. Trekvissen zijn aangetroffen op alle elf onderzochte locaties. Van de trekvissen was tweederde (glas)aal, en iets minder dan een derde driedoornige stekelbaars. Opvallend is het enorme verloop in aantallen van trekvissen van west naar oost. In en ten oosten van Amsterdam is het aantal trekvissen minimaal. De locatie Kadoelen ligt geografisch het dichtst bij het Westerdok hoewel aan de noordzijde van het IJ. Daar zijn in 2022 acht driedoornige stekelbaarzen gevangen en 38 (glas)aal. Dat is samen 2 % van de hoeveelheid vis die daar is gevangen. Opvallend is dat net als in het onderzoek van Mattens bij Kadoelen een enorme piek zit van snoekbaars. Met 1.900 exemplaren is dat bijna 90 % van de gevangen vis ter plekke. Tim Pelsma (e-mail 20 juli 2023) meldt dat in Weesp een ander goed bemeten meetpunt ligt bij gemaal Aetsveld Oost en weet dat “… daar (ver stroomafwaarts van Westerdok) wel driedoornige stekelbaars (in kruisnet) en zelfs honderden glasalen (> 500 in glasaaldetector) zijn waargenomen…”. Het is niet bekend waarom aal en driedoornige stekelbaars in bovengenoemd onderzoek nauwelijks, respectievelijk elf en vier stuks (samen nog geen 3 % van de vangst aldaar) in Weesp zijn gevonden.

Voorts is zijn veronderstelling dat “...het waarschijnlijk is dat deze soorten minimaal ook het IJ passeren ter hoogte van het Westerdok. Omdat de aantallen afnemen met de afstand tot zee, zijn deze aantallen (bij het Westerdok) vermoedelijk zelfs ook veel hoger dan in Weesp.” Dat is een logische veronderstelling maar des te bijzonderder dat de driedoornige stekelbaars in het Westerdok dus niet is gevangen. De gevangen soorten in Mattens (2020) komen grotendeels overeen met waarnemingen uit Waarnemingen.nl dus is er geen reden te twijfelen aan de kwaliteit van dat onderzoek. 5.1.2 Overzicht van studies Vanuit de literatuur is er informatie beschikbaar over het gebruik van bellenschermen om vissen juist in een bepaalde richting te sturen (Welton, Beaumont & Clarke, 2002; Flammang, Weber & Thull, 2014) of weg te houden van gevaarlijke situaties (Wendin, 2019). De resultaten zijn wisselend. Sommige studies wijzen erop dat kunstmatige bellenschermen vissen kunnen afschrikken en hun migratiegedrag kunnen verstoren (Zielinski & Sorensen, 2016), terwijl andere studies aantonen dat vissen na een korte gewenningsperiode gewoon door het bellenscherm heen zwemmen (Leander, 2021) of zich er weinig van aantrekken omdat hun migratiedrang te groot is (Wendin, 2019).

Bellenschermen worden in de praktijk juist vaak ingezet om palingen en zalmachtigen bij obstakels zoals dammen en turbines weg te houden. Een voorbeeld hiervan is Katzenelldogen et al. (2019). Het artikel concludeert dat, hoewel er variabiliteit is in de effectiviteit van bellenschermen in verschillende situaties voor verschillende vissoorten, ze over het algemeen wel een afschrikwekkende werking op vis hebben. Deze worden echter anders geproduceerd en toegepast dan de Bubble Barrier. Tabel 5.2 geeft een overzicht van de gebruikte literatuur en een korte conclusie van elke bron.

40/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Tabel 5.2 Overzicht van bronnen en belangrijkste conclusies omtrent de invloed van het bellenscherm op de vismigratie. Bron

Belangrijkste conclusie

Aanbevelingen

Experimenteel onderzoek ja/nee

Mattens, A.

Kleine en/-of jonge vis (0-10 cm lengte)

Aanpassingen aan het

(2020). Migratie

lijkt (niet significant) nadelige effecten te

ontwerp van The Great

van kleine vis

ondervinden van trek door

Bubble Barrier door twee

door The Great

bellenscherm. Kleine vis prefereert de

opvangbakken te

Bubble Barrier

opening onder de opvangbak om langs

gebruiken.

Ja

het bellenscherm te trekken i.p.v. er direct doorheen. Het geluid dat de Bubble Barrier veroorzaakt is verwaarloosbaar (vergeleken met scheepvaart ter plaatse) en heeft waarschijnlijk geen effect op de vissen. Tummers, J. en

Ondanks de grote spreiding en de vele

Bij onderzoek in het

Nee (aanvulling in

Groen, M.

nul waarnemingen zijn er aanwijzingen

vervolg:

de analyse op

(2021).

dat er, in bijzonder voor blankvoorn en

opschaling in de opzet met

onderzoekgegevens

Bellenscherm

zwartbekgrondel, mogelijk meer

meer locaties en meer

Mattens)

Westerdok.

zwembewegingen zijn aan de zijde van

herhalingen

Verdiepend

de opvangbak.

inzet van een kuil voor

onderzoek naar

Ter hoogte van het bellenscherm zijn

kleine vis

de effecten op

significant hogere vangsten met een

cameraopstelling met

migratie van

kruisnet ten opzichte van de locatie op

analyse van de

kleine vis.

100 meter afstand, hetgeen wijst op

videobeelden bij goed

Notitie. RAVON

ophoping.

horizontaal doorzicht,

2021.150.

Telemetrisch onderzoek naar grote vis

Buithenkans.

Bij het bellenscherm in Amsterdam zijn

Glasaal in de wateren

(2022). Verslag

baarsachtige soorten waargenomen die

rondom de Bubble Barrier

expertsessie

het bellenscherm passeerden, maar er

monitoren.

vismigratie & de

was ook, niet significante ophoping van

Vaststellen of er echt

Bubble Barrier

snoekbaars. Een hoge concentratie van

sprake is van ophoping,

prooisoorten kan roofdieren aantrekken.

en/of daaruit volgende

Nee

predatie of niet. Leander, J.

Zalm en forel achtige zwemmen na een

Belangrijk om mee te

(2021).

korte gewenningsperiode gewoon door

nemen welke soorten vis

Downstream

de barrière heen. Het barrière effect van

door het water van de

migration of

de bellen is sterker bij juveniele vissen

Bubble Barrier trekken en

salmonids in

dan bij volwassen dieren. Ook toonde

op welk tijdstip van de dag

regulated rivers:

deze studie aan dat het barrière effect

dit gebeurt. Mocht dit ‘s

erg vermindert wanneer het nacht is. Dit

nachts zijn dan is het

komt waarschijnlijk omdat bellen vooral

barrière effect

een visuele werking hebben.

waarschijnlijk kleiner.

Ja

41/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Bron

Belangrijkste conclusie

Aanbevelingen

Wendin, G.,

Vissen trekken weinig zich van de

Rekening houden met de

2019

barrière aan omdat hun migratiedrang te

stroomsnelheid van het

groot is. Daarnaast heeft de

water tijdens de

stroomsnelheid grote invloed op de

migratieperiodes van de

barrière werking. Bij een stroomsnelheid

vissen in de omgeving.

groter dan 0,75m/s, gaat het

Daarnaast proberen om de

bellenscherm platter liggen. Vissen

air flow lager te houden

kunnen dan makkelijk over de bellen

200 Nl/min/m. The Great

heen zwemmen. Daarnaast is de ideale

Bubble Barrier zit hier

air flow voor barrièrewerking voor vissen

meer dan 10x onder met

Experimenteel onderzoek ja/nee

tussen de 200 en 500 Nl/min/m.

de Bubble Barrier.

Zielinski, D.;

Kunstmatige bellenbarrières kunnen

Belangrijk om rekening

Sorensen, P.W.

karperachtigen afschrikken en hierbij

mee te houden bij

Bubble curtain

hun zwemgedrag verstoren. Dit kwam

uitbreiding:

deflection; 2016

met name door de combinatie van

Migrerende karperachtige

bellenscherm met opzettelijk

soorten (Sneep,

geproduceerd onder watergeluid. Echter

blauwneus en gondels)

is tijdens dit experiment wel gebleken

komen ook in Nederlandse

dat het op andere vissoorten in de

wateren voor. Echter niet

omgeving een minimale impact had.

in grote aantallen

Ja

Ja

Het is zaak om de akoestische werking van bellenschermen onderwater te meten Kroes, M.J.

Verwachting ophoping van glasaal langs

Er is verhoogde kans op

Effect Bubble

de oever aan benedenstroomse zijde,

predatie. Zorg voor

Barrier

vooral bij meest stroomopwaarts

schuilplekken in de buurt

vismigratie

gelegen punt.

van het bellenscherm

Katwijk 2020

Verwachting ophoping driedoornige

(oeverplanten, floatlands

stekelbaars langs oever aan

of kunstmatige

bovenstroomse zijde, vooral bij meest

onderwaterstructuren)

Nee

stroomafwaarts gelegen punt

Een bellenscherm moet vanuit de wensen voor vismigratie de waterstroom niet te veel verstoren en de zwemsnelheid van de vissen niet te veel verlagen. Volgens Wendin (2019) kan bij een air flow van bubbels met meer dan 200 liters/minuut/meter onder normale luchtdruk (nl/min/m) hinder optreden voor migrerende vissen. Opgemerkt wordt dat de Bubble Barrier hier ver onder blijft. Ook moet het scherm genoeg ruimte bieden voor vissen om er doorheen te zwemmen. Daarnaast is het ook belangrijk om de omgevingsfactoren van de locatie mee te nemen want bijvoorbeeld een stroomsnelheid groter dan 0,75 m/s zou de belemmerende factor van een bubbelscherm kunnen mitigeren.

42/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Een van de belangrijkste factoren in de effecten van kunstmatige bellenbarrières op het migratiegedrag van vissen, is de dichtheid van het bellenscherm. Een minder dicht bellenscherm (>200 nl/min/m) zal vissen minder afschrikken. Volgens Mattens (2020) zitten de gaatjes van de bellenbuis in het Westerdok dicht bij elkaar, waardoor vissen niet ongehinderd langs de bellen kunnen zwemmen. Mattens (2020) observeerde, weliswaar niet significant, een lagere migratie van kleine en/of jonge vissen (0-10 cm) door de Bubble Barrier. Hier is vervolgens verder aan gerekend door Tummers en Groen (2021). Sommige vissen passeren het bellenscherm, zeker onder de opening onder de opvangbak. De door Mattens voorgestelde aanpassingen op het ontwerp (Parallelle bellenbuizen met deels overlapping in midden en Vispasseerbuizen door het bellenscherm heen, alleen voor bodem geschikt) blijken technisch niet haalbaar te zijn aldus The Great Bubble Barrier. Uit de expertsessie is opgetekend: “Momenteel is de dichtheid van glasaal zo laag dat het twijfelachtig is of dit roofvissen zal aantrekken.” Pelsma stelt (e-mail 20 juli 2023) dat dit een omkering van zaken is. Juist bij lage aantallen glasaal is glasaal kwetsbaar voor predatie. De ophoping door een bellenscherm ontstaat nu wellicht niet door de glasaal zelf, maar wel door andere kleine vis als deze ophoopt.

De passage kansen voor alle vissen, inclusief glasaal, nemen dan af. Kroes (2020) schrijft dat bij vissen zowel tactiele (onder andere stroming), auditieve (geluid) en visuele prikkels een rol spelen bij waarneming van een bellenscherm. Hij heeft eveneens een literatuurstudie gedaan, maar baseert zijn belangrijkste conclusies toch ook vooral op basis van zijn expert judgement. Hij ziet de grootste risico’s als gevolg van ophoping van kleine/juveniele vis voor het bellenscherm waardoor er grotere kans is op predatie. Ook vertraging bij de paaitrek van diadrome vis door afschrikking is een ingeschat risico. Voor de standvissen zijn de risico’s geringer omdat er na verloop van tijd een zekere mate van gewenning zal optreden. Bovendien is de drang om te migreren veel kleiner.

5.2

Interviews met experts omtrent vismigratie

5.2.1 Methodiek Om aanvullende informatie te verkrijgen over de invloed van bellenschermen op de vismigratie zijn interviews afgenomen met experts. De interviews waren semigestructureerd van vorm en leverden kwalitatieve informatie. Het doel van de interviews was om specialistische vakkennis te verzamelen over de mogelijke invloed van bellen op visbeweging, informatie die niet verkrijgbaar is door literatuuronderzoek te doen. De zes geïnterviewde experts zijn: Tim Vrieze (ATKB), Tim Pelsma (Waternet), Erwin Winter (Wageningen marine research), Martijn Schiphouwer (RAVON), Mike Dijkstra (Hoogheemraadschap van Rijnland) en Anne Marieke Eveleens (The Great Bubble Barrier). De experts zijn benaderd door TAUW en hebben ingestemd met het interview en met opname daarvan. De interviews zijn online gehouden met MS Teams.

43/59

Kenmerk

5.2.2

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Samenvatting conclusies experts

De samenvattingen van de gesprekken zijn opgenomen als Bijlage 8. De geïnterviewden hebben verschillende meningen over de uitwerking van bellenschermen op vismigratie maar ook verschillende achtergronden en belangen. Toch hebben de interviewers bij alle geïnterviewden het gevoel gehad dat er naar eer en geweten antwoord is gegeven zonder verborgen agenda. De overeenkomsten tussen de experts zijn groter dan de verschillen. De overeenkomst is dat er een afgewogen mening is over wat het beste is voor de vissen, daarmee zowel eventuele barrièrewerking als minder plastic intake in acht genomen. De verschillen zitten vooral in de inschatting van de mate van hinder en wat je door experimenteel onderzoek kan en/of moet uitsluiten. Hinder in migratie Drie experts - Eveleens, Vriese en Winter - verwachten op basis van de kennis van nu dat bellenschermen weinig hinder veroorzaken. Zij schatten in dat er voldoende ontsnappingsmogelijkheden zijn langs het systeem en dat met mitigatiemaatregelen eventuele hinder is weg te nemen. Schiphouwer, Dijkstra en Pelsma zijn voorzichtiger in hun aanname dat het bellenscherm weinig hinder zal veroorzaken. De experts zijn het er unaniem over eens dat de belangrijkste vissoorten in deze discussie diadrome soorten zijn, met name aal en driedoornige stekelbaars. Dijkstra schetst dat er terecht veel aandacht naar de aal uitgaat.

Trekvissoorten zijn belangrijk en het gaat al niet goed met de paling. Of er sprake is van ophoping lopen de conclusies die getrokken kunnen worden uit het RAVON-stageonderzoek uiteen. Schiphouwer en Winter stellen dat de mens zwemroutes voor vis al zo negatief heeft beïnvloed dat iedere extra hindernis en elk oponthoud zou moeten worden voorkomen om vispopulaties niet nog verder in het nauw te brengen.

44/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Bubble Barrier in Amsterdam Vriese, Winter en Pelsma spraken zich uit dat met locatie specifiek onderzoek in Amsterdam zij het daaraan zouden durven op te schalen, maar bijvoorbeeld eerst door één extra bellenscherm aan te leggen met mitigerende maatregelen. Pelsma zou dat niet op de locatie Kostverlorenvaart doen vanwege zijn inschatting dat dat de belangrijkste visintrekroute zou zijn.. Vriese geeft aan dat niet veel vissoorten in de grachten van Amsterdam voorkomen, wat betekent dat het risico op negatieve effecten op de vispopulatie door het bellenscherm daar relatief klein is. Ook Winter is van mening dat er cruciale en niet-cruciale locaties zijn voor vismigratie en de Bubble Barrier locaties in Amsterdam zijn volgens hem niet cruciaal. Pelsma is daar niet van overtuigd en wijst naar aanwezigheid van aal en driedoornige stekelbaars aan de oostzijde van Amsterdam. Schiphouwer benadrukt dat er grondig gekeken moet worden naar effecten, liefst ook van individuele vissen ongeacht de locatie. Experimenteel onderzoek Geen van de experts kent een groot genoeg onderzoek dat met de juiste technieken en controles in het veld is uitgevoerd op het gebied van bellenschermen en vismigratie. Alle experts pleiten voor meer experimenteel onderzoek om effecten uit te sluiten.

Iedereen weet van en kijkt uit naar de voorgestelde experimenten bij een bellenscherm in het van Harinxmakanaal (Harlingen). Eveleens stelt dat als uit dat onderzoek blijkt dat er belemmerende effecten zijn die niet goed gemitigeerd kunnen worden, de Bubble Barrier als plastic werend middel zou moeten worden aangepast. Schiphouwer en Pelsma benadrukken dat er grondig onderzoek moet worden gedaan naar het effect van het bellenscherm voor zowel kleine als grote vissen. Dat laatste zal niet anders kunnen dan te kijken naar gedrag van individuele vissen dus met telemetrie (FEMCO-zenders), ook al zijn daar flinke budgetten voor nodig. Dijkstra stelt dat één landelijk grondig onderzoek naar vismigratie in relatie tot de Bubble Barrier is te prefereren boven lokale onderzoeken. Budgetten kunnen zo samengevoegd. Dit is ook de reden waarom het experiment in Harlingen zo groot wordt opgetuigd. Mitigatie Eveleens geeft aan dat de Bubble Barrier een flexibel systeem is. De experts zijn allemaal te spreken over de mitigerende maatregelen van de Bubble Barrier die op elk moment kunnen worden toegepast zoals zijn genoemd: op bepaalde momenten uitzetten of de kanten vrijlaten van de Bubble Barrier. Het bellenscherm optillen van de bodem is technisch lastig geeft Eveleens aan. Het is daarnaast de vraag of die maatregel vismigratie helpt.

De over de bodem rollende plastics zouden in dat geval in ieder geval niet tegengehouden worden.

45/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Tabel 5.3 Overzicht van expert meningen over de Bubble Barrier Experts

Take-away message

Effect van

Belangrijkste

Mitigerende

bellenscherm

soorten

oplossingen

Anne

Als de BB-hinder geeft

Verwacht geen

De meeste migratie

Marieke

voor de vismigratie, dan

hinder op vispopulatie

vindt ‘s nachts plaats,

Eveleens

effect van mitigerende

niveau op basis van

in de eerste vier uur.

maatregelen testen.

literatuur studies.

Het aanpassen van de Bubble Barrier is mogelijk.

Erwin Winter

Er zijn cruciale en niet

Geen sterk hinderend

Migrerende

De risico’s kunnen

cruciale locaties voor

effect

vissoorten

verkleind worden door

vismigratie.

scherm schuin te plaatsen en de vissoorten meer te begeleiden.

Martijn

Vissen hebben al te

Het is mogelijk dat

Alle migrerende

Schiphouwer

maken met veel

vissoorten door de

vissoorten zijn

hindernissen, en met de

Bubble Barrier

van belang,

Bubble Barrier erbij kan

zwemmen, maar het

zowel kleine als

de extra weerstand

is van belang risico’s

grote soorten.

gaan stapelen. Het is

op hinder uit te

belangrijk om eerst goed

sluiten.

het effect voor zowel kleine als grote vissen te onderzoeken. Mike Dijkstra

Tim Pelsma

Zet in op een landelijke

Vissoorten gaan

Glasaal,

Een paar uur per dag

onderzoeksinspanning.

andere routes

schieraal en

de Bubble Barrier

Het is belangrijk de

zoeken. Onderzoek

driedoornige

uitzetten

risico’s eerst uit te

naar predatierisico's

stekelbaars

sluiten voordat de

geeft aan dat het

Bubble Barrier

effect mee lijkt te

opgeschaald wordt.

vallen.

Monitor in Amsterdam

Kleine baarsjes

Kanten vrijlaten,

de vismigratie route

ondervinden hinder.

bellenslangen optillen

door de

Slechtere zwemmers

van de bodem, tijdelijk

Kostverlorenvaart. Daar

als glasaal hebben

uitzetten

voor die tijd in ieder

meer problemen.

geval geen Bubble Barrier op die plaats Tim Vriese

De Bubble Barrier heeft

Bellenschermen

Getijdemigranten

In de nacht de Bubble

niet genoeg intensiteit

werken niet

en vismigranten

Barrier uit zetten

om vissen te

voldoende als werend

Belang in

stoppen als ze door

middel ook niet in

Amsterdam valt

moeten

combinatie met

wel mee.

andere afschrikkers.

46/59

Kenmerk

5.3

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Conclusie

Het is belangrijk om de belangen van vissen mee te nemen in de pogingen betreffende het verminderen van plastic in water. Dit kan leiden tot een gemeenschappelijk resultaat: een betere leefomgeving voor het hele ecosysteem, inclusief vissen (Buithenkans, 2022). De literatuuranalyse geeft weinig houvast omtrent de invloed van het bellenscherm voor de vismigratie. Veel onderzoeken zijn vooral uitgevoerd in het kader van de viswerende werking om visbeschadiging te voorkomen. Die systemen zijn lang niet sluitend, er worden andere bellenschermen gebruikt en dat toont aan dat er in ieder geval vissen wel doorheen gaan in situaties dat er een bellenvrije uitweg is. Experts zeggen dat de impact nog niet nauwkeurig kan worden voorspeld. Hiervoor is specifiek onderzoek nodig in praktijksituaties naar het effect op onder andere glasaal en driedoornige stekelbaars. Barrièrewerking voor migrerende vissen is een relevant onderwerp voor de Kaderrichtlijn water en dus wordt er in de wetenschap en op bijeenkomsten van het vissennetwerk extra aandacht aan besteed. Hierdoor zal er in de toekomst steeds meer informatie beschikbaar komen. Het ontbreekt nog wel aan relevante veldexperimenten.

Door de informatie vanuit de literatuur en interviews met elkaar te combineren kunnen er toch al een paar conclusies gevormd worden: Hoewel experts en literatuur het er nog niet over eens zijn of de effecten van de Bubble Barrier op vismigratie uit te sluiten zijn, zien de meeste dit wel als een uitgelezen kans om meer onderzoek te doen naar dit onderwerp om zo deze onzekerheden weg te nemen. Uit Tabel 5.1 blijkt dat de migrerende vissoorten waar rekening mee moet worden gehouden, de paling en de driedoornige stekelbaars, nauwelijks voorkomen in de huidige operationele zone van de Bubble Barrier in Amsterdam, maar aan de westzijde van Amsterdam veelvuldig en ten oosten op zijn minst met lage aantallen worden gevonden. Er wordt aangeraden om bij uitbreiding extra aandacht/onderzoek te besteden aan de visstand op potentiële nieuwe locaties voor de Bubble Barrier, bij voorkeur voor dat er een bellenscherm ligt. Dit onderzoek is wellicht uit te breiden met de vraag of er andere redenen zijn waarom glasaal en driedoornig stekelbaarsje nu al weinig/niet de grachten optrekken. De literatuur geeft aan dat bubbelgrootte, luchtvolumes, de akoestische werking en stroomsnelheid van het water factoren zijn die de barrière werking van een bellenscherm beïnvloeden.

De aanbevelingen hieruit voor verder ontwerp van de BB zijn om de air flow zoals nu al gebeurt, onder de 200 nl/min/m te houden en het bellenscherm te plaatsen op plekken waar het water minder hard stroomt dan 0,75 m/s. Dat is in Amsterdam geen beletsel voor locatiekeuze want deze snelheden en instellingen worden daar bij lange na niet gehaald. De Bubble Barrier kan visvriendelijk worden ingericht met bellenvrije zones, ruimte onder de opvangbak of het tijdelijk stopzetten van een deel van de bubbels tijdens het migratieseizoen om eventuele hinder te beperken.

47/59

Kenmerk

5.4

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Advies aangaande opschaling versus vismigratie

Aan de hand van de informatie uit de vorige hoofdstukken adviseert TAUW het volgende scenario voor de opschaling van The Great Bubble Barrier in Amsterdam. Het opschalen van The Great Bubble Barrier naar vijf locaties brengt een onzekerheid met zich mee, namelijk het hinderen van vismigratie. Het is nog niet duidelijk bij welke openingen een bellenscherm specifiek hinder kan veroorzaken (1), in welke mate dit gebeurt (2) en wat de mogelijke gevolgen zijn (3). Het is daarom van belang om deze onzekerheden zoveel mogelijk te verminderen voordat overgegaan wordt tot opschaling van The Great Bubble Barrier. De resultaten van het door iedereen gewenste grotere visonderzoek (zoals in Harlingen) kan op een aantal van die onzekerheden antwoord geven, maar als dit onderzoek in het najaar van 2023 start duurt het zeker tot eind 2024 voordat er resultaten zijn. Kan er tot die tijd geen uitbreiding plaatsvinden? TAUW denkt van wel. De doorgang in het Westerdok wordt niet veel gebruikt door migrerende vissoorten, sterker nog, deze soorten komen sowieso weinig voor in de grachten ook zonder dat er barrières liggen. De meest westelijke doorgang zou de meest waarschijnlijke doorgang zijn als er toch vismigratie plaatsvindt, want deze is het dichtst bij zee.

Omdat er veel zoet water vanuit het Nieuwe Meer via deze route het IJ bereikt, zal de inkomende glasaal deze route het eerst opmerken als zij van zee komen en nog niet bij Halfweg of Spaarndam zijn afgeslagen. Mogelijk is door die sterke zoetwaterinstroom op deze plek het zoute water voor uitgaande soorten als driedoornige stekelbaars hier minder waarneembaar en is de lokstroom voor hen juist geschikter (zouter) aan de oostzijde van de stad.7 Als uit nader visonderzoek blijkt dat er geen migratie plaatsvindt op deze locaties kan de prioriteit liggen bij de implementatie van plastic afvang. Daarom is de aanbeveling:  

Monitor de visstand in de doorgangen die op de nominatie staan voor plaatsing van een bellenscherm; Kies op basis van de uitkomsten van dat onderzoek de plek waar aal en/of driedoornige

stekelbaars het minst voorkomen en leg dat naast de wat plastic verwachting betreft de beste locatie; Als monitoring vooraf niet te organiseren is, organiseer dan een meeting met stakeholders en experts om de resultaten te bespreken, de beste locatie te kiezen en te bepalen of er aanvullende wensen zijn ten aanzien van aanleg schuilplaatsen, vaststellen mitigerende maatregelen, et cetera. TAUW schat in dat er dan geen beletstel is voor de aanleg van een

tweede bellenscherm Zolang er geen migratievis-onderzoek in het Westerkanaal (uitgang van onder andere de Kostverlorenvaart) voorhanden is, betekent plaatsing van een Bubble Barrier op die plek een

groter risico dan op de andere locaties Ga door met de vismonitoring op de plekken waar op dat moment nog geen bellenscherm ligt op minimaal vier momenten tussen maart en juli 2024 of continu met een glasaaldetector

Bij alle Bubble Barrier plekken is het van belang om de doorgang onder de opvangbank nauwlettend te volgen, wat wellicht met een onderwatercamera-opstelling kan

7

Er wordt in 2023 door stagiairs bij TGBB-onderzoek gedaan naar zoutgehalten van het water op verschillende plekken en momenten in Amsterdam. Mogelijk geeft dat meer inzicht in wat preferente migratieroutes zijn voor verschillende soorten 48/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Een voldoende groot en specifiek onderzoek zoals gepland in het van Harinxmakanaal in Harlingen is essentieel om meer achter de viswerende of vispasserende werking van dit bellenscherm te komen. Naar aanleiding daarvan kunnen op termijn specifieke aanpassingen gemaakt worden in de planning en/of plaatsing van een Bubble Barrier in Amsterdam.

Met betrekking tot de mitigatiemaatregelen van The Great Bubble Barrier, wordt geadviseerd om de effecten van de volgende aanpassingen te monitoren:   

Het uitzetten van de Bubble Barrier op strategische momenten, zoals tijdens de belangrijkste migratieperiodes, met name 's avonds en in de geschikte seizoenen Het creëren van bellenvrije gedeeltes aan de oever om de migratie van vissen te vergemakkelijken In de evaluatie van de uitkomsten van onderzoeken moet de huidige KRW-toestand van het waterlichaam en met name de score op de deelmaatlat vissen betrokken worden. Eventuele doelgaten (gewenste score - huidige score) moeten worden teruggevoerd tot op het niveau van de specifieke soorten en ook de invloed van verhinderde migratie op het voorkomen van deze soorten moet duidelijk worden om gepaste mitigatiemaatregelen te kunnen nemen

49/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

6 Kostenvergelijking verschillende opruimmethodes In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de kosten die gepaard gaan met het opruimen van zwerfafval. Hierbij worden de globale kosten van de Bubble Barrier vergeleken met de kosten van het opruimen van zwerfafval. Opgemerkt wordt dat er relatief weinig gegevens beschikbaar zijn om een betrouwbaar kostenvergelijk te maken. De in dit hoofdstuk weergegeven berekeningen dienen daarom als zeer indicatief te worden beschouwd.

6.1

Kosten opruimen zwerfafval in Nederland

In Nederland hebben alle gebiedsbeheerders8 in 2021 bij elkaar 324 miljoen euro besteed aan het opruimen van zwerfafval. Dat is EUR 18,55 per inwoner in Nederland (Tabel 6.1). Tabel 6.1 Overzicht van kosten die gebiedsbeheerders kwijt zijn aan het voorkomen en opruimen van zwerfafval. Bron (Rijkswaterstaat, 2023

Van deze 324 miljoen euro wordt 80 miljoen euro ingezet voor het beheer en onderhoud van openbare afvalbakken. Dit betekent dat 244 miljoen euro is toe te schrijven aan alle activiteiten die te maken hebben met het verwijderen van afval van uit het milieu. Dit zijn activiteiten zoals:  Maken van beleid   

6.2

Preventie van zwerfafval Uitvoering van het opruimen van zwerfafval Kosten voor verwerking van zwerfafval

Kosten opruimen zwerfafval in grote gemeenten

De vier grootste gemeenten van Nederland (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht) hebben in het jaar 2021 gezamenlijk 125 miljoen euro besteed aan het opruimen van zwerfafval. Dit vertaalt zich naar EUR 51,35 per inwoner. Het is onbekend hoeveel zwerfafval er vrijkomt in de vier grote gemeenten(Rijkswaterstaat, 2023). De uitvoering is veruit de grootste kostenpost voor gemeenten. Voor de vier grootste gemeenten in Nederland liggen de uitvoeringskosten op ongeveer 91 % van de totale kosten. Dit is goed voor 113 miljoen euro (Rijkswaterstaat, 2023). Hiervan ging 91 miljoen euro naar het vegen en prikken en 1,9 miljoen naar het opruimen van drijfafval. (Rijkswaterstaat, 2023). 9

8

Gemeenten, Waterschappen, Provincies, Rijkswaterstaat, ProRail en Staatsbosbeheer Deze kosten zijn alleen toe te schrijven naar het opruimen van zwerfafval. Het opruimen van hondenpoep, zand, bladafval en slib is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten 9

50/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

6.2.1 Vertaling naar algemene kosten voor de gemeente Amsterdam Gebaseerd op het eerder genoemde kostenonderzoek van Rijkswaterstaat uit 2023, kan zeer globaal worden afgeleid dat de gemeente Amsterdam op jaarbasis circa 47 miljoen euro uitgeeft aan het opruimen van zwerfafval. Dit is gebaseerd op het feit dat de gemeente Amsterdam 918.117 inwoners telt in 202310 en eerder veronderstelde EUR 51,35 per inwoner uitgeeft aan het opruimen van zwerfafval. De gemeente geeft circa EUR 700.000 op jaarbasis uit aan het opruimen van drijfafval (Tabel 6.2).1,5 % van de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval is daarmee toe te schrijven aan het opruimen van drijvend zwerfafval. Tabel 6.2 Kosten opruimen zwerfafval in gemeente Activiteit

Inschatting kosten Amsterdam (miljoen EUR)

Totale kosten opruimen zwerfafval op jaarbasis

47

Totale kosten opruimen drijfzwerfafval op jaarbasis

0,7

6.3

Algemene kosten opruimen zwerfafval waterschappen

Uit onderzoek, onder tien waterschappen in Nederland, blijkt dat de waterschappen in Nederland samen in 2021 ongeveer 5,2 miljoen euro hebben uitgegeven aan het opruimen van zwerfafval, 3,8 miljoen hiervan ging naar uitvoerende activiteiten. Van deze kosten ging 3,4 miljoen euro naar het opruimen van drijfvuil. Machinaal vegen, het onderhouden en vervangen van vuilnisbakken en het ledigen van afvalbakken kosten ieder ongeveer EUR 100.000,00 per jaar. 63 % van de kosten die waterschappen maakten ging dus naar het opruimen van drijfafval.11 6.3.1 Kosten die waterschappen maken in de gemeente Amsterdam Het is onbekend wat de daadwerkelijke kosten zijn voor het volledig verwijderen van zwerfafval van een km watergang. Er zijn wel gegevens bekend over hoeveel geld er wordt uitgegeven. Gemiddeld wordt er in Nederland EUR 15,55 uitgegeven per kilometer watergang voor het opruimen van drijvend zwerfafval. Waternet beheert zo’n ongeveer 350 kilometer aan stromend boezemwater in en rondom de gemeente Amsterdam12. Een zinvolle berekening met deze gegevens om de daadwerkelijke kosten te bepalen is echter niet mogelijk.

6.4

Kanttekening over de genoemde kosten van het opruimen van zwerfafval

De kosten zoals hierboven genoemd zijn een inschatting van de werkelijke kosten en kunnen daarom afwijken. De kosten zijn gebaseerd op een steekproef onder gebiedsbeheerders. Het is belangrijk om te realiseren dat iedere gemeente en waterschap uniek is en dat dit invloed heeft op de kosten voor het opruimen van zwerfafval. Zo weten we bijvoorbeeld dat in stedelijke gebieden de kosten voor het opruimen van zwerfafval hoger liggen dan in landelijk gebied. Wanneer bijvoorbeeld de steekproef alleen waterschappen in een landelijk gebied omvat, kan dit leiden tot een vertekend beeld van de werkelijke kosten voor het opruimen van zwerfafval.

10

Gemeente Amsterdam in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl Definitieve bevindingen kostenonderzoek Zwerfafval,pijljaar 2021, Rijkswaterstaat 2023 12 Plastic in de watercyclus | Waternet 11

51/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

De genoemde kosten hebben alléén betrekking op het opruimen en voorkomen van zwerfafval en andere baten van opruimmethodes worden niet meegenomen. Het daadwerkelijke kostenplaatje voor het vegen van afval ligt hoger omdat bij het vegen van de straat ook de kolken vrijgehouden worden van zand en bladafval. Deze extra kosten zijn niet meegenomen in het overzicht hierboven. 6.4.1

Kanttekening genoemde kosten opruimen zwerfafval Amsterdam

De kosten voor het opruimen van zwerfafval in de binnenstad zijn hoger dan in andere gebieden van Amsterdam. Dit wordt bevestigd door de benchmark Schoon, zoals uitgevoerd door de NVRD, in 2019. De kosten per oppervlakte in verstedelijkte gebieden zijn gemiddeld anderhalf tot drie keer zo hoog als in minder stedelijke gebieden13. Het hogere kostenplaatje kan te maken hebben met de lastigere bereikbaarheid van oudere stadskernen. Daarnaast zou een reden van het hogere kostenplaatje kunnen zijn het hogere ambitieniveau dat geldt voor binnensteden. Volgens de Benchmark Schoon is het ambitieniveau van binnensteden vaak niveau A. Het vergt meer inspanning en kosten om dit niveau te behalen dan om een lager niveau te behalen (zie Figuur 6.1). In Amsterdam is de doelstelling B en in sommige gebieden C. Dit maakt het vergelijken van de kosten die gemaakt worden voor het opruimen van zwerfafval lastig.

Figuur 6.1 Beeldlat Zwerfafval fijn

6.4.2 Vergelijking kosten opruimen zwerfafval Het vergelijken van de kosten van verschillende zwerfafval opruimmethoden is complex, vooral als het doel is de kosten per ton zwerfafval per opruimmethode te onderzoeken. Er zijn diverse redenen waarom dit zo is. Ten eerste is het voor veel gemeenten onbekend hoeveel massa zwerfafval er exact wordt ingezameld. Het zwerfafval dat wordt opgeruimd, zoals door prikken en vegen, wordt vaak tegelijkertijd ingezameld met het vuilnis uit de openbare afvalbakken en het veegvuil bevat ook veel zand en bladvuil. De totale hoeveelheid zwerfafval is daardoor vaak al onbekend, laat staan hoeveel er per opruimmethode is opgehaald.

13

Benchmark Schoon, 2019, pagina 10 52/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Ten tweede verschillen de opruimtarieven per gemeente. De kosten zijn onder andere afhankelijk van de manier waarop het schoonhouden wordt ingekocht. Sommige gemeentes hebben hun eigen dienst, terwijl andere gemeentes het opruimen uitbesteden aan een aannemer. In enkele gevallen is het opruimen van zwerfafval ook uitgesplitst tussen de groendienst en de straatdienst. Een andere factor die de kosten kan beïnvloeden, is of de opruimdiensten deels worden uitgevoerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast is de effectiviteit van de diverse opruimmethoden niet bekend. Het is bijvoorbeeld niet bekend hoeveel zwerfafval er wordt opgeruimd per methode of hoeveel zwerfafval er alsnog blijft liggen. Men weet dat deze opruimmethodes niet 100 % effectief zijn. Zo is voor handmatig prikken bekend dat de focus ligt op plastics die gemakkelijk op te rapen zijn, de plastics die lastig te bereiken zijn worden zo vaak niet opgeruimd. Ook de afnemers van de Benchmark Schoon14, gaven aan dat het lastig is gemiddelde kosten voor het opruimen van zwerfafval te geven.

6.5

Benadering kosten opruimen van zwerfafval per ton

Zoals in de voorgaande paragrafen is benoemd, is het bepalen van de exacte kosten complex. Daarom is de volgende methode gebruikt. Deze is gebaseerd op inschattingen van de totale hoeveelheid zwerfafval die vrijkomt in Nederland en de kosten die gemaakt worden om dit zwerfafval op te ruimten. 6.5.1 Hoeveel zwerfafval komt er vrij in Nederland De schattingen over hoeveel zwerfafval er op jaarbasis vrijkomt in Nederland, lopen uiteen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van deze schattingen. Tabel 6.3 Schatting massa zwerfafval in Nederland Bron

Schatting (mln kg per jaar)

Lily Meulenblok (2022)

35 - 140

Lobelle et al., 2023*

11,4 - 12,6

Milieucentraal ( 2023)

50

Staatsbosbeheer (2023)

50 - 300

Law et al. (2020)

35 **

* Dit is alleen zwerfafval zoals het in Nederland in het milieu terecht komt. Afval dat uit Nederland komt en in andere landen zwerfafval wordt, is niet meegenomen in deze cijfers **35 mln kg gebaseerd op omrekening van ingeschat percentage plastic afval omgerekend naar kg zwerfafval (conversie factor 0.7)

In dit onderzoek gaan we uit van een enigszins conservatieve inschatting van 50 miljoen kg dat op jaarbasis zwerfafval wordt en die de gebied beheerders dienen op te ruimen. In deze berekening wordt ervan uitgegaan dat deze 50 miljoen kg daadwerkelijk vanuit het milieu wordt opgeruimd per jaar. In werkelijkheid zal niet al het zwerfafval worden opgeruimd.

14

“De benchmark Schoon vergelijkt de beheerambities en -resultaten van gemeenten met elkaar en relateert deze aan de inzet en gemaakte kosten. Hierdoor worden gemeenten geprikkeld om te leren van elkaar en in benchmarkbijeenkomsten ervaringen en best practices uit te wisselen” Benchmark schoon is een initiatief van o.a. de NVRD 53/59

Kenmerk

6.5.2

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

Gemiddelde kosten opruimen van één ton zwerfafval in Nederland

Gebaseerd op de totale kosten van het opruimen van zwerfafval (324 miljoen EUR) en in de inschatting van de hoeveelheid zwerfafval dat vrijkomt in het milieu in Nederland (50 miljoen kg). Er wordt gemiddeld EUR 6.480,00 per ton zwerfafval uitgegeven om het zwerfafval uit het milieu te verwijderen of om te voorkomen dat het zwerfafval in het milieu komt. Dit zijn alleen de kosten die toe te schrijven zijn aan het voorkomen of het verwijderen van zwerfafval, de kosten van andere baten gelinkt aan het opruimen of verwijderen van zwerfafval, zoals het verwijderen van bladvuil of zand met een veegmachine, zijn niet meegenomen in deze kosten. 6.5.3

Kosten opruimen ton zwerfafval met Bubble Barrier

Zoals zichtbaar is in tabel 4.1 zijn de te verwachten kosten voor de aanschaf en onderhoud van 5 Bubble Barriers 4.7 miljoen euro voor een periode van 10 jaar. De tabel hieronder geeft een overzicht van de verwachte kosten voor het opruimen van een ton zwerfafval. Tabel 6.4 Kosten opruimen per ton zwerfafval en per stuk zwerfafval met Bubble Barriers Kosten voor aanschaf

Verwacht aantal stuks

Verwacht aantal

en onderhoud

weggevangen in 10

ton zwerfvuil

bubblebarriers

jaar

gevangen in 10 jaar

EUR 4.696.522,00

12 miljoen*

61,43 ton*

Kosten per stuk

Kosten per ton

EUR 0,39 per

EUR 76.453,00

stuk *Resultaten uit tabel 2.6 en 2.7 zijn voor 1 jaar. In deze tabel zijn deze vermenigvuldigd met 10

In tabel 6.4 is te zien dat de kosten voor het opruimen van een ton zwerfafval met behulp van de Bubble Barrier hoger liggen dan de gemiddelde kosten voor het opruimen van zwerfafval. Hierbij moet opgemerkt worden dat de gangbare methoden, namelijk vegen en prikken, grove methoden zijn waarmee het laaghangende fruit, oftewel het gemakkelijk te bereiken zwerfafval, wordt opgeruimd. Zwerfafval dat in het water terechtkomt, is vanzelfsprekend nog moeilijker te verwijderen, dan vuil dat droog ‘op de kant’ ligt en niet vermengd is met nat groenafval. Ondanks dat, door de vele aannames appels met peren worden vergeleken wordt hiermee een globaal inzicht verkregen in de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval. Over het algemeen en in theorie geldt dat hoe beter het afvalstoffenmanagement op het land is, des te minder afval er in het water terecht komt. Het zwerfafval wat uit het water gehaald wordt is additioneel op het zwerfafval van land maar de kosten hiervoor liggen ongeveer ruim een factor 10 hoger. De betrouwbaarheid van deze factor is laag omdat de effectiviteit van andere opruimmethodes van zwerfafval onbekend is. In aanvulling op het bovenstaande zou het interessant zijn, een uitgebreider onderzoek te doen naar de kosten van het verwijderen van zwerfafval door bijvoorbeeld alleen de drijfvuilvissers van Waternet en de Bubble Barrier.

Hierbij kan in overweging genomen om in dit onderzoek ook de effectiviteit van de opruimmethoden te bekijken. Bijvoorbeeld door het hanteren van dezelfde sorteermethodiek.

54/59

Kenmerk

R001-1289213HLM-V04-sla-NL

7 Conclusies en aanbevelingen 

Werking en effectiviteit Bubble Barrier TAUW heeft de methodiek beoordeeld waaruit de geleverde data door The Great Bubble

Barrier tot stand is gekomen. TAUW is van mening dat de methodiek valide is en de data betrouwbaar zijn. Enkele fouten in de data zijn geconstateerd en hersteld Ook heeft TAUW de berekeningen gecontroleerd. Hierbij heeft TAUW een alternatieve berekeningsmethode voorgesteld die naar mening van TAUW logischer en juister is. Dit is door The Great Bubble Barrier bevestigd. De in hoofdstuk 2 weergegeven vangsten zijn op deze methode gebaseerd

 

De vangst over de periode 2021/2022 bij Westerdok bedraagt circa één ton per jaar In aantallen komt de gemiddelde vangst bij Westerdok per dag neer op 518 (plastic) zwerfafval stuks per dag. Dit komt neer op ruim 189.000 (plastic) zwerfafval stuks per jaar

Wanneer alle vijf uitgangen zijn voorzien van een Bubble Barrier wordt geschat dat er circa 1,2 miljoen (plastic) zwerfafval objecten per jaar worden gevangen met een totale massa van ruim 6 ton per jaar

 

De Bubble Barrier is uitgebreid en goed getest op de effectiviteit bij het pilotproject in de IJssel Dit onderzoek heeft uitgwezen dat een Bubble Barrier ca. 86% van het drijvende plastic verwijderd. Er is geen reden om ervanuit te gaan dat dit percentage in het Westerdok lager is

Stroming en wind zijn bepalend voor de verplaatsingsrichting van drijfafval. De stroming is hierbij de overheersende factor. De invloed van wind speelt een beperktere rol maar de exacte invloed zal wel per type object verschillen. Recreatievaart kan ook invloed hebben

door het tijdelijk verstoren van de werking van bellenschermen Het is onvoldoende bekend hoe effectief de Bubble Barrier is in het opvangen van de in de waterkolom zwevende en of over de bodem bewegende items. Aanbevolen wordt om dit in de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14627128/1