02 Bestuurlijk rapport Preventieve jeugdhulp in Amsterdam
Tekst van het document
•
De opdracht wordt jaarlijks in overleg bijgesteld en vastgelegd, waarbij de focus ligt op de jaarlijkse (veranderende) prioriteiten. Deze zijn vooral ingegeven door toekomstige en lopende ontwikkelingen in het bredere jeugd- en zorgveld.
24
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT •
Vanuit (aankomende) stelselwijzigingen komen grote ontwikkelingen op Stichting OKT af, waaronder het volledig op zich nemen van de preventieve jeugdhulptaak.
•
De gemeente was vanwege signalen vanuit Stichting OKT voornemens de business case voor het OKT te herzien. Deze herziening is er, voor zover bekend, niet gekomen.
Expliciteer de preventieve opgave en geef meerjarig richting We raden het college aan om de plek en inhoud van preventie te expliciteren binnen het geheel van de opdracht aan Stichting OKT. Het expliciteren van de positie die preventie inneemt, kan ons inziens voorkomen dat dit onderdeel ondersneeuwt binnen de opdracht. Een betere inhoudelijke uitwerking helpt om te komen van ongerichte en vage naar koersvaste handvatten voor de uitvoering. Dit vraagt naar ons idee om een verduidelijking van wat de gemeente in haar algemeenheid met de preventieve opgave wil en wat ze ervan verwacht. Hierbij dient de opdracht van Stichting OKT logisch voort te komen uit het integrale preventieve jeugdbeleid en de daaraan ten grondslag liggende beleidstheorie (aanbeveling 4). Vervolgens lijkt het ons raadzaam dat de gemeente samen met Stichting OKT de taken concretiseert die uitgevoerd moeten worden om de overkoepelende bedoeling van de preventieve opgave te bereiken. Dat bevordert dat beide partijen hetzelfde verstaan onder de taken en geeft een duidelijk kader richting de uitvoeringspraktijk.
Het gaat ons hier vooral om het verduidelijken van het 'wat' (wat willen we met de opgave bereiken / waar willen we naartoe en wat gaan we doen om die overkoepelende bedoeling te realiseren); het 'hoe' van de uitvoering ligt - vanuit het gemeentelijk uitgangspunt 'ruimte voor de professional' - bij Stichting OKT. Binnen de nadere uitwerking van de preventieve opgave raden we het college aan om met Stichting OKT stil te staan bij (maatschappelijke) risico's die spelen rondom de uitvoering van de preventieve opgave en deze ook vast te leggen. Dit heeft ons inziens een disciplinerende werking om gedurende de looptijd van de opdracht systematisch aandacht te blijven besteden aan het monitoren en waar nodig beheersen van deze risico's. We vinden het zinvol wanneer het college overweegt om Stichting OKT een stabiele (langjarige) opdracht te geven.j Dit om de blik te verleggen van ontwikkelingen die zich jaarlijks aandienen, naar een meer standvastige koers en richting vanuit de gemeente. Het geven van een stabiele (langjarige) opdracht geeft ook Stichting OKT de kans om gedegen en met langdurige aandacht handen en voeten te geven aan wat de gemeente van haar vraagt. Binnen de stabiele opdracht heeft het ons inziens meerwaarde om in de verwachtingen die het college op lange(re) termijn heeft van Stichting OKT, concreet de verandering die is ingezet richting 2027 op te nemen.
Mogelijke startvragen die het college
j Inclusief tussentijdse monitoring, evaluatie en eventuele bijstelling.
25
REKENKAMER AMSTERDAM kan gebruiken om te komen tot een meer uitgewerkte preventieve opgave staan in onderstaand kader. Houd de business case van Stichting OKT opnieuw tegen het licht We vinden het de verantwoordelijkheid van het college om goed te onderzoeken of datgene wat het college vraagt van Stichting OKT wel past binnen het afgesproken budget. Om zich ervan te verzekeren dat zijn opdracht uitvoerbaar is, doet het college er goed aan om de signalen over de druk op de uitvoering serieus te onderzoeken. Eens te meer gezien het college met ingezette veranderingen, op het vlak van preventie richting het overnemen van de volledige preventietaak per 2027 en op het vlak van de enkelvoudige specialistische jeugdhulp, voorsorteert op het verder verzwaren van de opdracht van Stichting OKT. Gedurende 2023 vinden voorbereidingen plaats op een nieuwe contractering van Stichting OKT. We raden het college aan om daarbinnen - en samen met Stichting OKT - een gedegen business case op te stellen. En daarin niet alleen de huidige opdracht - zoals die op papier staat - mee te nemen. Maar juist ook de taken die daaraan over de tijd zijn toegevoegd binnen en buiten de preventieve opgave (dus de reële opdracht) en de reeds ingezette meerjarige ontwikkellijnen binnen preventie en jeugdhulp.
Deze business case zal inzichtelijk moeten maken dat het af te spreken budget in verhouding staat tot de daarvoor uit te voeren taken. Mogelijke startvragen voor meer concreetheid en richting in de preventieve opgave • Welke doelen en bijdragen verwacht de gemeente van Stichting OKT vanuit het preventieve deel van de opdracht? Welke als het gaat om (individuele) preventieve (basis)taken? Op korte(re) en lange termijn? •
Zijn de huidige basistaken in de opdracht nog actueel? Is de huidige omschrijving van basistaken nog actueel en accuraat?
•
Welke (overige) tijdelijke en structurele taken liggen er expliciet en impliciet op het bord van het OKT en Stichting OKT?
•
Is er sprake van een juiste balans tussen prioriteiten en basistaken?
•
Welke organisatorische en maatschappelijke risico's signaleren de gemeente en het OKT rondom de uitvoering van de preventieve opgave?
•
Hoe ziet de opdracht van Stichting OKT er meerjarig uit? Is het preventieve deel van de opdracht daarbinnen voldoende beschermd? Wordt in de breedte niet te veel gevraagd van professionals, is er voldoende realisme rondom de generalistische basis?
•
Is Stichting OKT voor het gehele pakket aan taken toegerust? Zijn middelen toereikend? Zijn taak en budget in balans?
26
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT
7.2 Aanbeveling 2: verbeter de monitoring We raden het college aan om het verbeteren van de monitoring nu echt van de grond te brengen. Naast het bepalen van de informatiebehoefte, vinden we het van belang dat er meer aandacht komt voor verdieping door middel van analyse en duiding van verzamelde informatie. De impact van de veranderingen die zijn ingezet in het preventieve veld op de uitvoering van de opdracht door Stichting OKT verdienen daarbij expliciete aandacht. Achterliggende bevindingen • Het verbeteren van de monitoring wordt door de gemeente en Stichting OKT al jaren als prioriteit benoemd, maar is tot op heden niet opgepakt. •
Stichting OKT verzamelt systematisch gegevens over bereik van trainingen en themabijeenkomsten en over tijdbesteding. Er worden beperkt gegevens gevraagd door de gemeente.
•
Niet alle beschikbare gegevens zijn te koppelen aan de preventieve opgave. Over een deel van de preventieve basistaken is geen (kwantitatieve) voortgangsinformatie beschikbaar.
•
Het is bij gebrek aan heldere doelen of richting binnen de preventieve opgave, niet goed mogelijk om relevante informatie te verzamelen en te bepalen of de uitvoering volgens de bedoeling verloopt.
Kom de prioritering van monitoring na Verbeteringen in de monitoring zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de preventieve opgave in zijn geheel in beeld komt. Daarbij is het van belang dat het college allereerst een oplossing vindt voor het feit dat monitoring steeds onderaan de prioriteitenlijst belandt. In 2014 onderstreepten we al het belang van informatieverzameling - onder meer over preventie - om uiteindelijk iets te kunnen zeggen over effectiviteit van onderdelen van de nieuwe werkwijze.k Sindsdien wordt jaar op jaar door de gemeente en Stichting OKT belang toegekend aan het verder ontwikkelen van indicatoren en monitoring. l Toch lukt het niet om het van de grond te krijgen. Breng de informatiebehoefte in beeld Als startpunt voor het verbeteren van de monitoring zullen beide partijen moeten bepalen aan de hand van welke informatie zij zich een relevant en bruikbaar beeld kunnen vormen van de voortgang op de preventieve opgave. Daarvoor zal de gemeente ook duidelijk moeten zijn over waarop zij binnen het contractmanagement zal 'monitoren, managen en
k Rekenkamer Amsterdam, Bestuurlijk rapport Transformatie zorg voor de jeugd, september 2014. p.
29, aanbeveling 4. l Prioriteit geven aan het ontwikkelen van betekenisvolle indicatoren is (wederom) opgenomen in de huidige gemeentelijke opdracht aan het OKT.
27
REKENKAMER AMSTERDAM bewaken'.m Naast informatiebehoefte over de lopende uitvoering raden we aan om ook te bepalen welke informatie nodig is om de stappen te kunnen volgen die gezet worden richting het overnemen van de preventietaak per 2027 en om risico's, zoals geïnventariseerd bij het herzien van de opdracht, te monitoren. In zijn algemeenheid is het lastig om uitkomsten en effecten van preventief aanbod te meten. Daarom raden we het college aan om voor de informatiebehoefte ten aanzien van de preventieve opgave breder te kijken dan naar prestatie-indicatoren. Te denken valt aan een combinatie van kwantitatieve en - systematisch opgehaalde - kwalitatieve informatie.n Dat geeft ons inziens een evenwichtiger beeld van wat er wordt gedaan op de preventieve opgave. Daarnaast doet het waarschijnlijk meer recht aan de inzet van OKT-professionals op het preventieve vlak. Ook proces- en structuurinformatieo kan een nuttig beeld opleveren over de wijze waarop Stichting OKT de opgave uitvoert en de mate waarin Stichting OKT is toegerust om deze uit te voeren. Gecombineerd met een beleidstheorie (zie aanbeveling 4) kan dit soort informatie een beeld geven van hoe aannemelijk het is dat gewerkt wordt in de richting van de bedoeling van de opgave.
Zorg voor verdieping Alleen het bepalen van de informatiebehoefte, is niet zonder meer voldoende voor het creëren van inzicht in het verloop van en de voortgang op de preventieve opgave. Daarvoor is naar ons idee ook analyse en duiding nodig. Analysep van (onderliggende problematiek bij) gesignaleerde trends, ontwikkelingen, risico's en belemmeringen. En duiding van bereikte resultaten in het licht van de opgave en van wat de gemeente wil bereiken.q We vinden het van belang dat zowel gemeente als Stichting OKT meer aandacht besteden aan analyse en duiding, omdat dit handvatten geeft om met elkaar het juiste, zinvolle gesprek te blijven voeren over de preventieve opgave.r Daarnaast geven analyse en duiding diepgaand inzicht in wat er binnen de preventieve opgave speelt en waardoor dat komt. En, omdat de gemeente analyse en duiding kan inzetten in het bijsturen op de opdracht en uitvoering (van zowel de taken uit de opdracht als de ingezette verandering), zorgt het er ook voor dat de gemeente - samen met Stichting OKT - een
m Gemeente Amsterdam, Visie op contractmanagement in het sociaal domein, 2020. n Stichting OKT is bezig met het ontwikkelen van een kwalitatieve database. o Procesinformatie gaat over hoe het werkproces rondom (bepaalde typen) preventieve activiteiten
is georganiseerd. Structuurinformatie gaat over hoe preventie in zijn algemeenheid is georganiseerd en of de organisatie voldoet aan bepaalde voorwaarden om goede preventie te kunnen leveren. p Met analyse bedoelen we het nader ontleden of verdiepen van (bijvoorbeeld) ontwikkelingen of aangedragen verklaringen, waardoor achterliggende mechanismen zichtbaar worden. q Met duiding bedoelen we het in perspectief en context plaatsen van resultaten en geboekte voortgang. In het licht van de gemeentelijke opdracht, maar bijvoorbeeld ook in het licht van de populatie van of ontwikkelingen in een stadsdeel of wijkteam. r Juist omdat jeugdproblematiek complex is en het ingewikkeld is om een een-op-een-relatie tussen preventie(ve interventies) en maatschappelijk resultaat te vinden, vinden we het van belang om 'voorbij' cijfers te gaan en het geïnformeerde gesprek te blijven voeren over hoe het gaat in de uitvoering in het licht van de opgave.
28
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT handelingsperspectief krijgt om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen aan te pakken. Als startpunt voor het realiseren van meer diepgang door analyse, kunnen bestaande (monitor)instrumenten - zoals het tijdsbestedingsonderzoek en de O&O-monitor - beter worden ingezet en verder worden ontwikkeld in het licht van wat beide partijen willen bereiken.s Ook valt te overwegen om cliëntervaringen meer systematisch op te halen en uit te diepen. Onderstaand kader geeft mogelijke startpunten voor het verbeteren van het zicht op (monitoring) en inzicht in (analyse) de uitvoering van de preventieve opgave. Mogelijke startpunten voor het verkrijgen van meer zicht en beter inzicht • Hoe kan het tijdbestedingsonderzoek beter benut worden om zicht op lastig telbare taken en prioriteiten te creëren? Kan dit met kleine aanpassingen? •
Hoe kan de O&O-monitor beter benut worden?
•
Hoe kunnen cliëntervaringen van meerwaarde worden gemaakt in de monitoring (en evaluatie)?
•
In hoeverre en hoe wil de gemeente prioriteiten in de opdracht monitoren?
•
Biedt de kwalitatieve database die Stichting OKT ontwikkelt (op het eerste gezicht) voldoende aanknopingspunten om meer systematisch kwalitatieve informatie te verzamelen en lastig telbare zaken toch bij te houden?
•
Welke informatie geeft een beeld over de processen en structuren die Stichting OKT heeft ingericht om de preventieve opgave uit te voeren (bijvoorbeeld aantal medewerkers dat bekwaam is om preventieve basistrainingen uit te voeren, in de breedte en/of per stadsdeel, of het percentage van de aangeboden trainingen dat bewezen effectief is)?
•
Over welke ontwikkelingen rondom doelgroepen, stadsdelen, ingezet aanbod, et cetera, willen gemeente en Stichting OKT meer weten? Van welke bestaande informatie (bij gemeente, Stichting OKT of netwerkpartners) kan daarvoor gebruikgemaakt worden en welke informatie mist (nog)?
•
Welke registraties die nu gedaan worden dragen niet bij aan inzicht in het verloop van de preventieve opgave en kunnen dus stoppen?
•
Welke informatie is nodig om gesignaleerde risico's (zie aanbeveling 1) systematisch te monitoren?
s In haar reactie op het feitelijk wederhoor gaf het OKT aan bezig te zijn met - onder meer - het
ontwikkelen van een instrument om preventieve activiteiten meer kwalitatief te monitoren. Dat vinden we een mooie ontwikkeling.
29
REKENKAMER AMSTERDAM •
Welke mijlpalen wil de gemeente wanneer behalen binnen de ingezette verandering richting 2027? En welke informatie is nodig om geboekte voortgang in beeld te krijgen en om te bepalen of de mijlpalen zijn behaald?
7.3 Aanbeveling 3: pas de prestatiedialoog beter toe Als onderdeel van het verbeteren van de contractcyclus raden we aan om de prestatiedialoog tussen gemeente en het OKT beter in te richten en toe te passen. Binnen de prestatiedialoog vinden we expliciete aandacht voor de preventieve opgave van belang. Achterliggende bevindingen •
De gemeente heeft de bedoeling van de prestatiedialoog als sturingsinstrument op hoofdlijnen uitgewerkt.
•
We zien beperkt aanwijzingen dat de prestatiedialoog tussen gemeente en het OKT volgens de bedoeling wordt uitgevoerd. De prestatiedialogen vinden wel plaats op de beoogde niveaus, en realisatiecijfers komen in enige mate aan bod. Maar we zien geen vast format, de focus ligt lang niet altijd op systematische evaluatie van de voortgang en de volledige preventieve opgave komt niet aan bod. Wat wel aan bod komt, wordt niet geduid in relatie tot de streefwaarde.
•
Stichting OKT is met de gemeente bezig om de gesprekscyclus (van prestatiedialogen en andersoortige overleggen) te herzien.
•
Stichting OKT uit in de prestatiedialoog belemmeringen en risico's die zij signaleert in de uitvoering. Onder meer over het in de knel komen van de preventieve opgave. We zien vanuit de gemeente geen zichtbare opvolging daarvan.
•
De opdracht wordt jaarlijks in overleg bijgesteld en vastgelegd, waarbij de focus ligt op de jaarlijkse (veranderende) prioriteiten. Deze zijn vooral ingegeven door toekomstige en lopende ontwikkelingen in het bredere jeugd- en zorgveld.
Richt de prestatiedialoog tussen gemeente en Stichting OKT beter in De prestatiedialoog is een waardevol instrument binnen het contractmanagement. Om de potentie in de praktijk beter te benutten, vinden we het nodig dat het college verbeteringen aanbrengt in de inrichting en toepassing van de prestatiedialoog. Dit in aanvulling op de herziening van de gesprekscyclus waar Stichting OKT en de gemeente al mee bezig zijn. Als voeding voor de dialoog vinden we de reeds gebruikte (voortgangs)rapportages vanuit Stichting OKT waardevol. Wel zien we meerwaarde in het toevoegen van elementen, waaronder het spiegelen van realisatiewaarden aan streefwaarden of doelstellingen. Ook zien we meerwaarde in het meer systematisch rapporteren over de voortgang op (tijdelijke) activiteiten, zoals de prioriteiten waar Stichting OKT aan werkt en de voorbereiding op de overname van de preventietaken.
30
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT We denken dat het voeren van de dialoog zelf baat heeft bij een vaste systematiek die aanzet tot gezamenlijk terugkijken, leren en verbeteren. Het ontwikkelen van een vaste systematiek met standaard bespreekpunten borgt ons inziens benodigde aandacht voor alle elementen die raken aan de opdracht van Stichting OKT (zoals basistaken, prioriteiten, overige projecten en actuele zaken, toereikendheid van middelen en risico's). Daarbinnen zullen het college en Stichting OKT een manier moeten vinden om 'zachte' onderwerpen systematisch te bespreken (zie ook aanbeveling 2). Ten slotte raden we het college aan om met Stichting OKT na te gaan of de organisatie en nazorg rondom de huidige prestatiedialoog voldoen (zie kader). Vragen die daarbij gesteld kunnen worden, zijn: •
Welke input hebben beide partijen nodig om met elkaar het zinvolle gesprek te kunnen voeren over de voortgang, in het licht van de opdracht (inhoud en middelen). Voldoet de huidige input hieraan?
•
Borgt het voorbereidingsproces voldoende dat alle(en) relevante punten in de gesprekken aan bod komen?
•
Is de tijdsduur die per gesprek wordt ingeruimd in verhouding met het belang van de opdracht van Stichting OKT in het bredere en preventieve jeugdveld?
•
Levert de prestatiedialoog in de huidige vorm voldoende houvast voor en perspectief om te handelen (op ontwikkelingen, knelpunten, afspraken, et cetera)? Is de opvolging van gemaakte afspraken voor de betrokken partijen voldoende navolgbaar?
Maak de preventieve opgave een expliciet onderdeel van de prestatiedialoog We raden het college aan om de preventieve opgave van Stichting OKT meer expliciet en systematisch onderdeel te maken van de prestatiedialoog. Dat zal naar ons idee zorgen voor een meer evenwichtige balans tussen jeugdhulp en preventie in het gesprek. Daarnaast zien we het organiseren van aandacht voor het preventieve deel van de opdracht als behulpzaam in het gericht en bewust ophalen van signalen door de gemeente, waarop ze vervolgens kan acteren. In het verlengde hiervan lijkt het ons logisch om het monitoren en evalueren van de voortgang en risico's rondom de ingezette verandering naar het overnemen van de preventieve jeugdhulptaak (ook)t onderdeel te maken van de prestatiedialoog binnen de contractcyclus. Dit, omdat het gaat om een langjarig voorbereidingstraject met impact op
t Wellicht willen OKT, gemeente en andere betrokkenen een projectgroep inrichten om toe te
werken naar de ingezette verandering. Als dat gebeurt, zullen voortgang en risico's uiteraard ook daar besproken moeten worden. Het gaat ons er in deze aanbeveling vooral om dat de ingezette verandering niet een los of parallel proces wordt, maar juist al in een vroeg stadium wordt ingebed in bestaande instrumenten.
31
REKENKAMER AMSTERDAM de lopende uitvoeringspraktijk waarvan de eerste voorbereidende stappen zijn ondergebracht in de opdracht aan Stichting OKT.
8 Verbeter onderdelen van de beleidscyclus Naast het verbeteren van onderdelen van de contractcyclus met Stichting OKT, raden we het college aan om in te zetten op het verbeteren van de bredere beleidscyclus van het preventief jeugdbeleid. Meer concreet raden we aan om vanuit een integrale benadering een inhoudelijk beleid uit te werken. En om een proces in te richten waarbij inzichten vanuit de uitvoering beter worden benut in de bredere beleidscyclus.
8.1 Aanbeveling 4: geef op inhoud en meer integraal richting aan het preventieve jeugdveld We raden het college aan een inhoudelijk preventief jeugdbeleid uit te werken. En dit te doen vanuit een integrale benadering en met een meerjarige horizon. We vinden het nodig dat het college expliciet maakt wat het voor wie wil bereiken op het gebied van preventie en in samenhang uiteenzet welke partijen daarin welke rol vervullen. Het college kan daarvoor voortbouwen op de recent ingezette stelselwijziging in het preventieve en enkelvoudige specialistische jeugdveld. Ten slotte vinden we het raadzaam om het preventief jeugdbeleid te positioneren binnen (ontwikkelingen in) het bredere jeugd- en zorgstelsel. Achterliggende bevindingen •
De gemeente heeft in 2013 keuzes gemaakt over de inrichting van het preventieve jeugdstelsel (zoals een spilfunctie voor het OKT) en over de manier waarop binnen het stelsel gewerkt wordt (zoals ruimte voor de professional). De raad heeft daar middels een raadsbesluit over besloten. De oorspronkelijke inrichtingskeuzes gelden nog steeds, al verandert dit per 2027 (aanvullend ingekocht aanbod verdwijnt).
•
De gemeente heeft de koers niet uitgewerkt in een integraal, inhoudelijk preventief jeugdbeleid; er is geen visie op het preventieve veld, geen overkoepelende integrale beleidsnota, en geen beoogd doel of resultaat voor de samenleving.
•
Het is in 2023 nog steeds onduidelijk wat de gemeente met preventie bedoelt, wat het moet betekenen en voor wie, waar zij naartoe werkt en wat het beoogde aandeel van Stichting OKT daarbinnen is. De preventieve opgave van Stichting OKT mist inbedding in breder beleid.
•
De gemeente zette de afgelopen jaren verschillende veranderingen in, die de inrichting van het preventieve veld én de uitvoeringscontext van het OKT raken. De beleidscontext voor de uitvoering van de preventieve opgave is veelomvattend en veranderlijk.
32
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT •
Het college geeft de raad door middel van bestuursrapportages inzicht in de ontwikkelingen en voortgang in het bredere jeugdstelsel, waaronder het preventieve veld. Deze rapportages zijn sinds juni 2021 niet meer verschenen.
We vinden het de verantwoordelijkheid van het college om richting te geven aan het preventieve veld. We raden het college dan ook aan om een inhoudelijk preventief jeugdbeleidu uit te werken vanuit een integralev en meerjarige benadering, waarin de recent ingezette veranderingen als vertrekpunt ingebed kunnen worden. Helderheid over waar het college met het preventieve veld naartoe wil, werkt op verschillende manieren door. Ten eerste bevordert het de uitvoerbaarheid van het - nog altijd geldende - Koersbesluit waarin de raad op hoofdlijnen beschreef wat hij voor ogen had met het preventieve jeugdveld. Een nadere uitwerking van het college maakt het bovendien voor de raad mogelijk om te beoordelen of de essentie van het Koersbesluit ten aanzien van het preventieve jeugdveld voldoende wordt opgepakt en geeft het college handvatten om hier verantwoording over af te gaan leggen. Ook werkt een integrale en inhoudelijke uitwerking door in het beleidsproces zelf en in de verbinding naar de contractcycli die de gemeente met de verschillende uitvoerende partijen inzet. In het beleidsproces bevordert het dat afhankelijkheden goed in beeld blijven en de voortgang en ontwikkelingen (zoals richting het overnemen van de preventieve jeugdhulptaak door Stichting OKT) gerichter en in samenhang gemonitord, gewogen en verantwoord kunnen worden.
Als verbinding richting de contractcycli, biedt een integrale uitwerking een gezamenlijk startpunt voor alle uitvoeringspartijen en geeft duidelijkheid over ieders rol en verantwoordelijkheden daarin ten opzichte van wat de gemeente - met elk van de partners - op inhoud wil bereiken (zie aanbeveling 1). Tot slot helpt een integraal beleid mogelijk om het preventieve jeugdveld steviger neer te zetten in relatie tot het specialistische jeugdhulpveld en ontwikkelingen die spelen in het jeugdveld als geheel.w Het vormen van een inhoudelijk, integraal en meerjarig beleidskader is niet van vandaag op morgen gereed. In onderstaand kader hebben we ter inspiratie een aantal startvragen weergegeven waarmee het college zou kunnen beginnen. Overigens begint het college niet vanaf 'nul'. In de afgelopen jaren is er in de verschillende onderdelen van het preventieve jeugdveld veel ervaring en kennis opgedaanx die gebruikt kan worden in de
u Een inhoudelijke uitwerking stelt behoeften van jeugdigen en hun ouders in de stad centraal,
maakt duidelijk wat de gemeente met het preventieve jeugdbeleid voor hen wil betekenen en waar preventie voor hen toe zou moeten leiden. De inrichting en organisatie van het stelsel zullen vervolgens moeten aansluiten op wat de gemeente inhoudelijk wil bereiken. v Integraal beleid geeft overzicht en inzicht in de samenhang en afhankelijkheden binnen het bredere preventieve jeugdveld. w Zoals de (concept-)Hervormingsagenda Jeugd. x Bijvoorbeeld in het definiëren van doelgroepen en resultaten binnen het FPAJ of waar zich overlap, spanningsvelden of dilemma's voordoen tussen verschillende partijen of uitvoeringsonderdelen in het preventieve jeugdveld.
33
REKENKAMER AMSTERDAM beleidsvorming. Deze inzichten zijn opgedaan samen met de verschillende uitvoeringsonderdelen in het preventieve jeugdveld (OKT, FPAJ, Positief perspectief, Sociale basis) en andere netwerkpartners (zoals het Jeugdplatform Amsterdam), waarmee de gemeente nauwe samenwerking heeft ontwikkeld. Zo heeft de gemeente bij het lopende inkooptraject voor APOO (en ESJH) partijen uit het veld op verschillende momenten betrokken. Hierover horen we positieve geluiden en waardering. Het lijkt ons in het beleidsvormingsproces dan ook een lonende aanpak om deze samenwerking voort te zetten, waarbij het college uiteindelijk wel de doorzettingsmacht en eindverantwoordelijkheid voor het beleidsveld heeft. Mogelijke startvragen voor het ontwikkelen van integraal inhoudelijk beleid •
Wat verstaat de gemeente onder preventie binnen het jeugdveld?
•
Waar moet preventie binnen het jeugdveld toe leiden? Hoe sluit dat aan op wat jeugdigen en ouders in Amsterdam nodig hebben?
•
Wat is het overkoepelende perspectief, de stip op de horizon waar de gemeente naartoe wil?
•
Hoe past de reeds ingezette verandering in, en draagt deze bij aan, waar preventie binnen het jeugdveld toe moet leiden?
•
Welke beleidstheoriey is onderliggend aan de beleidsvorming en verbindt doelactiviteiten-middelen?
•
Wat zijn overkoepelende (maatschappelijke) doelen voor het preventieve jeugdveld? Wat moet preventie betekenen en voor wie?
•
Welke beleidsactiviteiten worden ingezet om deze doelen te bereiken? Welke middelen zijn daarvoor nodig?
•
Welke partijen hebben daarin welke rol, welk doel en waarom? Hoe zijn deze partijen gepositioneerd binnen het overkoepelende beleid en ten opzichte van elkaar?
Overwegingen: •
Ga het gesprek aan met de raad; verwoordt het Koersbesluit nog altijd wat de raad met het preventieve jeugdveld wil?
y Het preventieve jeugdveld is complex en het is lastig om heel concreet te maken waarin preventie
binnen de Jeugdwet moet resulteren, of wat het moet opleveren. Met een gedegen beleidstheorie kan de gemeente de aannemelijkheid van de werking en wisselwerking van ingezette beleidsonderdelen onderbouwen. Dit helpt om enerzijds tastbaarder te maken wat de gemeente van het beleid verwacht en waarom, en om vervolgens de voortgang hierop te kunnen monitoren (zie aanbeveling 2).
34
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT •
Betrek bij het uitwerken van de richting en inhoud de Transformatiedoelen (indien nog relevant) evenals de (concept-)Hervormingsagenda Jeugd en andere bewegingen die spelen in Amsterdam, zoals Amsterdam Gezond en Vitaal.
8.2 Aanbeveling 5: benut inzichten uit de uitvoering in de beleidscyclus We raden aan om te borgen dat kennis die wordt opgedaan in de prestatiedialoog tussen gemeente en OKT verbonden wordt met de bredere beleidscyclus rondom het (preventieve) jeugdveld, zodat opgedane kennis en opgehaalde signalen systematisch hun plek vinden in het bredere beleid. Achterliggende bevindingen •
Stichting OKT werkt hard en doorlopend aan de uitvoering van de preventieve opgave.
•
OKT-professionals geven signalen af dat de uitvoering van de preventieve opgave kwetsbaar is en onder druk staat. Professionals worstelen met alle verschillende taken en met recht blijven doen aan preventieve activiteiten binnen een toenemend beroep op de jeugdhulpkant van hun taken.
•
OKT-professionals relateren de ervaren belemmeringen aan ontwikkelingen die de gemeente de afgelopen jaren inzette, binnen de opdracht aan Stichting OKT en binnen het bredere jeugd(hulp)veld. Door de spilfunctie wordt het OKT geacht overal aan mee te doen en mee te werken. Wijzigingen in de opdracht leidden beperkt tot aanvullende middelen.
•
De prestatiedialoog tussen de gemeente en het OKT, voedt - waar het gaat om de preventieve opgave van Stichting OKT - de beleidscyclus beperkt; er is geen prestatiedialoog op het niveau van het preventieve veld en in de prestatiedialoog op het niveau van het jeugdveld wordt preventie niet (expliciet) meegenomen.
•
De koppeling tussen beide cycli is voor het preventieve jeugdveld en de preventieve opgave van Stichting OKT niet geborgd.
•
We zien niet terug dat de gemeente inzichten over het verloop van de uitvoering van de preventieve opgave of signalen van Stichting OKT op een andere manier het bredere beleid laat voeden. In bredere beleidsontwikkelingen wordt het perspectief van of risico's voor (de preventieve) opgave van Stichting OKT niet zonder meer meegenomen.
•
Bij gemeentelijke ontwikkelingen in het bredere (jeugd)zorgveld zien we geen probleemanalyses of risico-inventarisaties over hoe de voorgenomen ontwikkelingen Stichting OKT en de uitvoering diens preventieve opgave (mogelijk) beïnvloeden.
35
REKENKAMER AMSTERDAM •
In de aanbestedingsdocumenten APOO was geen aandacht voor de impact van de veranderingen vanaf 2024 op de uitvoering van de preventieve opgave door Stichting OKT.
Het college kent binnen het jeugdstelsel belang toe aan de uitvoering van preventie, met als spil daarbinnen Stichting OKT. Om zowel de positie als de uitvoering van preventie te (kunnen) versterken, zal het college ervoor moeten zorgen dat kennis en inzichten die raken aan preventie - zowel over de lopende uitvoering als over de ingezette veranderingen - meer systematisch hun weg vinden in de bredere beleidscyclus. Dat kan in de vorm van een prestatiedialoog op het preventieve jeugdveld of door preventie een plek te geven in de prestatiedialoog over het bredere jeugdveld. Bovendien vinden we het belangrijk dat er meer systematisch aandacht komt voor hoe ontwikkelingen die de gemeente in het bredere jeugd- en zorgveld inzet, de uitvoering van de (preventieve) opgave door Stichting OKT mogelijk beïnvloeden. Daarvoor is meer alertheid nodig op de spilfunctie van Stichting OKT in de uitvoering van preventie. Deze alertheid kan het college bevorderen door bijvoorbeeld bij beleidswijzigingen en ingezette ontwikkelingen in het bredere (jeugd)zorgveld een inhoudelijke reflectie te laten vastleggen over wat deze wijzigingen betekenen voor de uitvoering van de preventieve opgave van Stichting OKT. Zodat in gezamenlijkheid de vraag 'doen we de goede dingen' kan worden gesteld en beantwoord, en hierover eventueel het debat met de raad gevoerd kan worden.
Het voornemen om een kwartiermaker aan te stellenz juichen wij toe, en voorzien we van de aanbeveling om structurele aandacht hiervoor ook te borgen in het beleidsproces.
9 Breng de gemeentelijke organisatie op orde 9.1 Aanbeveling 6: verstevig het gemeentelijk team dat zich bezighoudt met het OKT We raden aan om het gemeentelijk team dat zich bezighoudt met Stichting OKT te verstevigen. En dit te doen in lijn met het beleidsinhoudelijke belang dat het college hecht aan het OKT. Dat betekent ons inziens dat de capaciteit en toerusting van het team in verhouding moeten zijn met de gemeentelijke opdracht aan de Stichting. Ook raden we het college aan zich ervan te verzekeren dat de positie van het team in de bredere afdeling Zorg en jeugd de spilfunctie van het OKT binnen het Amsterdamse jeugdstelsel weerspiegelt. Achterliggende bevindingen •
We zien binnen de gemeentelijke organisatie rondom het preventieve jeugdveld en in het team dat zich bezighoudt met het opdrachtgeverschap richting Stichting
z Deze zal gaan verkennen of en hoe het OKT het beleidsvoornemen kan waarmaken om per 2027
de volledige preventieve opdracht uit te voeren.
36
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT OKT een hoog verloop. Er is gebrekkige archivering en een versnipperde wijze waarop verantwoordelijkheden zijn belegd. •
In beleids- en besluitvorming zien we weinig tot geen alertheid op hoe gemeentelijke ontwikkelingen de uitvoeringspraktijk van het OKT raken.
•
Ontwikkelingen en veranderingen in het preventieve beleidsveld worden ingegeven door ontwikkelingen in het bredere jeugdzorgveld, met name door ontwikkelingen in de hoogspecialistische jeugdhulp. Datzelfde zien we bij veranderingen in de bredere opdracht aan Stichting OKT.
We raden aan om de sterkte van het gemeentelijke team dat zich bezighoudt met Stichting OKT in balans te brengen met het beleidsinhoudelijke belang dat de gemeente belegt bij Stichting OKT. Daarvoor vinden we het in ieder geval nodig dat het college zorgt voor voldoende stabiliteit in het team en dat het college het team zodanig toerust dat het de taak die het heeft richting Stichting OKT kan uitvoeren. We doen suggesties voor mogelijke startpunten in onderstaand kader. Als startpunt voor het verstevigen van het gemeentelijk team, vinden we het van belang dat het college de oorzaken van het hoge verloop binnen het huidige team - en wellicht de bredere afdeling Jeugd - kent, evenals de gevolgen van het verloop voor het gewenste opdrachtgeverschap en de gewenste sturing. Ook vinden we het van belang dat het college een inschatting maakt van een reële bezetting voor de komende tijd. Het op sterkte brengen van het team vraagt er naar ons idee vervolgens om dat de taak van dit team nader wordt uitgewerkt. In lijn met de gemeentelijke visie op contractmanagement én in lijn met de gemeentelijke opdracht aan Stichting OKT. Zodat daarna in kaart gebracht kan worden wat dit betekent voor de capaciteit, toerusting en organisatie van het team.
Ook verdient het aanbeveling om te reflecteren op de positie die het team op dit moment inneemt binnen de bredere gemeentelijke afdeling die zich bezighoudt met zorg en jeugd. En of de huidige positie van het team in de interne gemeentelijke organisatie in verhouding is met de spilfunctie van het OKT in het Amsterdamse (preventieve) jeugdstelsel, zodat het team het belang van het OKT en diens brede opgave voldoende kan beschermen. We vinden het verstevigen van het gemeentelijke team dat zich bezighoudt met Stichting OKT van belang om te komen tot de gewenste sturing op de uitvoering van de opdracht - inclusief de preventieve opgave - door Stichting OKT. Daarnaast zien we het op sterkte brengen van het team als een manier om te voorkomen dat de druk vanuit andere delen in het jeugdstelsel de aandacht voor Stichting OKT overspoelt. Mogelijke startvragen voor het op sterkte brengen van het gemeentelijk OKT-team •
Wat zijn oorzaken van het hoge verloop? Welke gevolgen heeft het verloop gehad voor de sturing en het opdrachtgeverschap?
37
REKENKAMER AMSTERDAM •
Welke prioriteit wil het college geven aan het OKT en diens complete opgave in het jeugddomein? En welke prioriteit wil het college geven aan Stichting OKT en diens opdracht binnen het preventieve en bredere jeugdveld?
•
Hoe verhoudt deze mate van prioriteit zich tot andere uitvoeringsonderdelen van het preventieve jeugdveld en van het bredere jeugdveld?
•
Welke resultaten verwacht de gemeente van Stichting OKT? Waar liggen binnen de opdracht zwaartepunten?
•
Hoe kan geborgd worden dat alle onderdelen van de opgave van Stichting OKT binnen de gemeentelijke organisatie voldoende aandacht krijgen? Welke capaciteiten, organisatie en positie heeft het gemeentelijke team hiervoor nodig? Welke ondersteuning is gewenst vanuit het management? Zijn managementtaken rondom de preventieve opgave van Stichting OKT helder en helder belegd?
38
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT
Reactie college en nawoord rekenkamer 10 Bestuurlijke reactie Op 12 juni 2023 hebben wij de concept-rapporten van dit onderzoek aan het college aangeboden voor een bestuurlijke reactie. Daarbij hebben wij in het bijzonder verzocht om een reactie op onze conclusies en aandachtspunten. Op 30 juni 2023 hebben wij de eerste bestuurlijke reactie van het college ontvangen. Op 20 juli 2023 ontvingen wij een uitgebreide bestuurlijke reactie. De integrale teksten van beide bestuurlijke reacties zijn hieronder te lezen. Daarnaast kunnen beide reacties worden gedownload in de digitale versies van het bestuurlijk rapport. Beknopte bestuurlijke reactie, ontvangen op 30 juni 2023 Geachte mevrouw Daalder, Hartelijk dank voor uw rapport over de preventieve jeugdhulp in Amsterdam. U heeft zeer uitgebreid en gedegen onderzoek gedaan naar de preventieve opgave van Stichting Ouderen Kindteams Amsterdam (OKT). Ik waardeer uw beschrijving en analyse van de preventieopdracht van het OKT en de bredere context waarbinnen deze gezien moet worden. Uw rapport bevat waardevolle informatie en aanknopingspunten om op te reflecteren en van te leren. Ik hecht veel waarde aan inzet op preventie.
Kinderen, jongeren en ouders verdienen het om als problemen nog klein en behapbaar zijn, ondersteuning te krijgen om deze klein te houden en om op een goede manier door te kunnen met hun ontwikkeling en met het dagelijks leven. Ik herken de hoofdlijn van de bevindingen van uw onderzoek. Die geven de gemeente handvatten om de sturing op de preventieve opgave van het OKT en het opdrachtgeverschap vanuit de gemeente te versterken. Ook herken ik uw conclusie dat de gemeente meer samenhang kan brengen in haar beleid op preventie en daarin meer sturing kan geven aan het OKT. Evenals de Rekenkamer wil ik daarbij benadrukken dat onze professionals dagelijks vol toewijding werken aan de preventieve opgave in de stad ten behoeve van onze inwoners. Daar heb ik groot respect en veel waardering voor. De komende tijd buigt de gemeente zich samen met het OKT over uw aanbevelingen. Halverwege juli ontvangt u van ons een uitgebreide bestuurlijke reactie namens beide organisaties. Met vriendelijke groet, Marjolein Moorman Wethouder Jeugd
39
REKENKAMER AMSTERDAM Uitgebreide bestuurlijke reactie, ontvangen op 20 juli 2023 Geachte mevrouw Daalder, Hartelijk dank voor uw rapport over de preventieve jeugdhulp in Amsterdam. U heeft zeer uitgebreid en gedegen onderzoek gedaan naar de preventieve opgave van de Stichting Ouder- en Kindteams Amsterdam (OKT). De gemeente liet al eerder weten via de beknopte reactie op uw rapport, dat zij uw uitgebreide beschrijving en analyse van de preventieopdracht van de Stichting OKT waardeert. In deze uitgebreide reactie reageren wij als gemeente en Stichting OKT gezamenlijk. We willen deze reactie beginnen met het uitspreken van onze waardering voor de professionals van de Stichting OKT die, zoals u ook concludeert, dagelijks vol toewijding en volharding werken aan preventie in de stad. Wij hechten groot belang aan hun werk en zijn hen dankbaar voor hun inzet. De gemeente heeft sinds zij verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Jeugdwet altijd gekozen voor ontwikkelen in partnerschap. In 2015 zijn de Ouder- en Kindteams Amsterdam opgericht (bestaande uit de Stichting Ouder- en Kindteams voor opvoed- en opgroeiondersteuning en jeugdhulp en de GGD en SAG voor jeugdgezondheidszorg) met als doel laagdrempelige hulp dichtbij bewoners te organiseren.
Een belangrijk uitgangspunt daarbij was dat we veel ruimte aan professionals bieden om de uitvoering vorm te geven op basis van wat zij zien dat Amsterdamse kinderen, jongeren en hun ouders nodig hebben. De gemeente en de Stichting OKT bewaken daarbij de balans tussen inzet op preventie en jeugdhulp. De ruimte voor professionals en het werken in partnerschap met de uitvoerende partijen heeft de gemeente uitgewerkt in de gemeentelijke sturingsfilosofie voor het sociaal domein. Voor preventie betekent dit dat de gemeente in co-creatie met de uitvoerende organisaties werkt aan de preventieve opgave in een lerende praktijk. Daarin werken veel partners samen, zoals naast de Stichting OKT ook de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), het Flexibel Preventief Aanbod Jeugd (FPAJ), de GGD, het onderwijs en partijen in de sociale basis. De sturingsfilosofie betekent dat de gemeente gelooft in een reflectief proces waarin periodiek met individuele organisaties, maar juist ook met het geheel aan betrokken partijen de balans wordt opgemaakt of we de juiste dingen doen en of we deze goed doen. Uw aanbevelingen worden in het licht van deze sturingsfilosofie opgepakt.
Zowel gemeente als de Stichting OKT herkennen de hoofdconclusie van uw onderzoek, waarin u constateert dat de gemeente momenteel in beperkte mate zicht heeft op de uitvoering van de preventieve opgave van de Stichting OKT en daardoor in beperkte mate resultaten op het gebied van preventie, zoals uitgevoerd door de Stichting OKT, vast kan stellen. U constateert dat de gemeente de afgelopen jaren beperkt op deze opgave heeft gestuurd en inhoudelijk weinig richting aan het OKT heeft gegeven, onder andere doordat er geen integraal overkoepelend beleid voor preventie is.
40
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT Deze bevindingen zijn voor de gemeente en het OKT niet nieuw. Wij zijn al langere tijd bezig met de nodige verbetering en kaderstelling voor preventie en de opdracht aan de Stichting OKT. Het OKT heeft vanaf haar oprichting in 2015 zorgvuldig nagedacht over hoe zij haar preventieve taak vormgeeft en uitvoert. Sinds 2021 heeft de gemeente concrete stappen gezet om te komen tot meer samenhang in het beleid voor preventie, onder andere in het kader van de aanbesteding van de Aanvullende Preventieve Opgroei- en Opvoedondersteuning (APOO). Hierin is samenhang met de preventieve opgave van het OKT (de Stichting en de Jeugdgezondheidszorg), de GGD, de sociale basis en het onderwijs gecreëerd. In 2022 is in opdracht van de gemeente door bureau AEF bovendien de contractrelatie OKT- gemeente geëvalueerd. Enkele aanbevelingen daaruit komen overeen met aanbevelingen uit uw rapportage. Ook AEF concludeerde dat er meer capaciteit en continuïteit nodig is in het gemeentelijk team dat zich bezighoudt met de opgave van het OKT en dat de monitoring meer aandacht behoeft. Gemeente en OKT zijn hier intussen al mee bezig. Herkenbaar is tenslotte ook uw conclusie dat de professionals van de Stichting OKT door het verbreden van hun opdracht en wisselende prioriteiten van de gemeente ervaren dat hun preventieve taken in de verdringing komen.
Er is al veel in gang gezet om deze verbeterpunten op te pakken, waarover hieronder per aanbeveling meer. Deze reacties zijn in samenwerking met de Stichting OKT opgesteld. Algemene reactie op het rapport De aanbevelingen die u doet bieden de gemeente handvatten om de sturing op het jeugdstelsel als geheel en op beleid voor preventie en de preventieve opgave van het OKT te versterken. Dat begint bij het uitwerken en uitdragen van een duidelijke visie op het jeugdstelsel en op preventie, zodat voor professionals helder is waar we naartoe werken en zodat opdrachten aan partners binnen het jeugdstelsel goed op elkaar aansluiten. Hiervoor wordt een Visiebrief Jeugd opgesteld, die in het najaar met de gemeenteraad wordt gedeeld. De conclusies en aanbevelingen van uw rapport laten we landen in de context van de grote en complexe opgave voor de gemeente om het jeugdstelsel te verbeteren. Landelijk is de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld, die ons onder andere vraagt in te zetten op stevige lokale teams. Deze gaat op termijn met een besparingsopgave gepaard. In Amsterdam willen we de jeugdhulp zo inrichten dat meer jeugdigen en ouders sneller passende hulp krijgen, onder andere door het stelsel te vereenvoudigen en door ervoor te zorgen dat jeugdhulpaanbieders nauwer samenwerken om jeugdhulp effectiever in te zetten.
Daarbij richten we ons op de kinderen en ouders die de hulp het hardst nodig hebben. We willen dat alle kinderen gelijke kansen hebben om zich te ontplooien en toekomstperspectief hebben. Naast de Visiebrief Jeugd is een Amsterdamse Uitvoeringsagenda Jeugd in ontwikkeling, waarin we de belangrijkste opgaven voor de jeugdhulp schetsen. Deze laat ook het belang van betrokkenheid vanuit andere beleidsdomeinen zien. Preventie van jeugdproblematiek
41
REKENKAMER AMSTERDAM is een belangrijk onderdeel van al deze ontwikkelingen. We willen in de jeugdhulp problemen klein houden en in aansluiting op de leefwereld van het kind en het gezin aanpakken, zoveel mogelijk binnen het eigen netwerk van het kind of gezin. We willen ook kritisch kijken; problemen horen ook bij het leven, niet voor alles is per se professionele hulp nodig. Er komt meer nadruk te liggen op het versterken van het dagelijks leven: zorgen dat dit zoveel mogelijk door kan gaan, ook als er problemen zijn in een gezin. We kijken meer naar de context waarin een kind opgroeit en de problemen die er in het gezin spelen die invloed hebben op zijn of haar ontwikkelkansen. Als we die problemen kunnen voorkomen of eerder aanpakken dan is er mogelijk geen of minder (specialistische) hulp voor de kinderen en hun ouders nodig. Het OKT, het onderwijs, de sociale basis, de GGD, het buurtteam en informele partijen zijn hiervoor essentiële partners. Dit is in lijn met de huidige opdracht van het OKT en dit biedt het OKT de gelegenheid om de koers die zij de afgelopen jaren heeft ingezet op het gebied van de preventieve opgave in de wijken en op de scholen verder te versterken. We moeten hierbij realistisch zijn. Het jeugdveld is complex en de problemen in de jeugdhulp zijn complex.
Het is bovendien heel moeilijk om te bepalen en aan te tonen welke problemen met preventie zijn voorkomen en hoe preventieve inzet de ontwikkeling van kwetsbare jeugdigen kan stimuleren (zie toelichting bij aanbeveling 2). Daarom moeten we de tijd nemen om te reflecteren op ons huidige beleid en om te ontdekken wat werkende en niet-werkende patronen zijn. En om te verkennen welke risico’s er zijn bij jeugdigen en ouders die geen hulp krijgen, hoe zij met inzet van andere hulpbronnen de eigen problematiek kunnen verdragen. Zoals afgesproken met het presidium (namens de raad) en de gemeentesecretaris (namens college van B&W), gaan wij in deze reactie in op uw aanbevelingen en doen we dat aan de hand van de volgende vragen: • • • • •
Wat is de aanbeveling? Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet? Hoe zal aan deze aanbeveling uitvoering worden gegeven (op hoofdlijnen)? Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond? Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
Voordat we hier nader op ingegaan, plaatsen we graag de volgende kanttekeningen bij keuzes die u heeft gemaakt ten aanzien van de reikwijdte van het onderzoek en de informatie waarop de bevindingen zijn gebaseerd. Die doen niets af aan uw bevindingen en aanbevelingen en het belang daarvan voor het gemeentelijk beleid. Ze geven echter wel de bredere context van de preventieve opgave die u heeft onderzocht. • Er zijn veel organisaties die werken aan een vorm van preventie van jeugd- en gezinsproblematiek. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ), waarmee de stichting het OKT Amsterdam vormt, richt zich geheel op preventie. Daarnaast hebben de aanbieders van het Flexibel preventief aanbod Jeugd (FPAJ), de GGD, het onderwijs en diverse partijen uit de sociale basis een belangrijke taak in de preventie van jeugdproblematiek. Bij het
42
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT opvolgen van uw aanbevelingen kijken we daarom niet alleen naar de Stichting OKT, maar ook naar de bijdrage van deze belangrijke partners. • Het onderzoek heeft relatief weinig aandacht voor het gegeven dat wijkteammedewerkers van de Stichting OKT vanuit hun opdracht generalistisch werken, waarbij zij zoveel mogelijk zelf opvoed- en opgroeiondersteuning en jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders bieden. Daar vallen ook preventieve werkzaamheden onder. Medewerkers sluiten met hun preventieve en wijkgerichte activiteiten zoveel mogelijk aan bij het dagelijks leven en de leefwereld van jeugdigen en hun ouders. Niet al deze preventieve activiteiten zijn (kwantitatief) te meten en monitoren en het is gezien de administratieve lasten bovendien wenselijk om goed te kijken welke informatie betekenisvol en noodzakelijk is. Zo betekent het niet dat bepaalde preventieve activiteiten, zoals het geven van informatie en advies aan jeugdigen en ouders, niet worden uitgevoerd als zij niet worden gemonitord. Aanbeveling 1: Herzie elementen van de opdracht U beveelt hierbij aan om de preventieve opgave te expliciteren voor het OKT en hiermee meerjarig richting te geven, waarbij het takenpakket en het budget in balans moeten zijn. U raadt aan om te onderzoeken of hetgeen de gemeente vraagt van het OKT past binnen het afgesproken budget.
Het college bereidt momenteel een nieuwe inkoopovereenkomst voor met het OKT. Deze overeenkomst bevat de hoofdlijnen van de opgaven en ontwikkeltaken van de Stichting OKT, waaronder preventie. Vervolgens werkt de Stichting OKT in afstemming met de gemeente de opdracht uit in haar jaarplannen. Het jaarplan staat centraal in de gesprekscyclus tussen de gemeente en het OKT, waarover bij aanbeveling 3 meer. Dit maakt een directe afstemming tussen beleid en uitvoering mogelijk. De gemeente hanteert hierbij de sturingsfilosofie van het in partnerschap werken aan de gewenste inhoudelijke bewegingen die we met het stelsel en in de preventie willen maken. Dat betekent dat de gemeente de taak met betrekking tot preventie op hoofdlijn omschrijft in haar inkoopovereenkomst met de Stichting OKT en de stichting de invulling van haar preventieve taak nader omschrijft in de jaarplannen. De gemeente reageert op de jaarplannen uitgaand van de gemeentelijke beleidskaders, zoals bijvoorbeeld de visiebrief en de Uitvoeringsagenda Jeugd. Gemeente en OKT zorgen, in overleg over de jaarplannen, voor voldoende concreetheid in de taakomschrijving van het OKT op het gebied van preventie. Dit sluit aan bij uw aanbeveling om als gemeente en OKT samen de taken van de stichting OKT te concretiseren.
Bij grotere nieuwe opdrachten maken we impactanalyses om te bepalen wat deze opdrachten betekenen voor het werk van het OKT en of dit haalbaar is voor het OKT. Dit in relatie tot de budgetten die de Stichting OKT hiervoor krijgt van de gemeente en het aantal fte dat hiervoor nodig is. In deze impactanalyses besteden we ook aandacht aan de risico’s rondom de uitvoering van de preventieve opgave.
43
REKENKAMER AMSTERDAM De gemeenteraad wordt geïnformeerd via de commissie Onderwijs, Zorg en Armoede over de inkoopovereenkomst met het OKT 2024-2029 in november 2023. Aanbeveling 2: Verbeter de monitoring Naast het prioriteren en verbeteren van de monitoring door de informatiebehoefte in beeld te brengen, raadt u aan om meer aandacht te besteden aan analyse en duiding van verzamelde informatie, zodat de preventieve opgave meer in beeld komt. Het college heeft dit in een aantal stappen in gang gezet. Zoals aangegeven worden de taken van de Stichting OKT waaronder de preventieve taak valt, uitgewerkt in het jaarplan. In de nieuwe inkoopovereenkomst wordt tevens opgenomen dat OKT en gemeente samen prestatie-indicatoren gaan ontwikkelen voor de taken die het OKT heeft, waarvan preventie er een is. Doel is om deze prestatie-indicatoren halverwege 2024 te hebben ontwikkeld. Voor de Aanvullende Preventieve Opgroei- en opvoedondersteuning (APOO) is momenteel een monitorplan in ontwikkeling door gemeente en het OKT om de resultaten van de APOO met ingang van 2024 in beeld te krijgen. Dit maakt onderdeel uit van de prestatie-indicatoren.
De gemeente en het OKT hebben de intentie om vanaf 2024 op zoveel mogelijk gelijke wijze de preventieve groepsactiviteiten van APOO en OKT te monitoren, zodat het preventieve groepsaanbod van APOO en OKT in een gezamenlijk overzicht van de resultaten beschikbaar komt. Daarbij is aandacht voor monitoring van kwaliteit en cliëntervaring. Het is belangrijk om realistische verwachtingen te hebben van de monitoring van preventie. Het is zeer ingewikkeld causaal verband aan te tonen tussen inzet op preventie en het voorkomen van problematiek. Binnen preventie wordt geen gebruik gemaakt van dossiervorming en registraties op BSN niveau, om de administratieve lastendruk laag te houden. Ook is het belangrijk dat jeugdigen en ouders geen drempel ervaren vanwege registraties. Om de effectiviteit van aanbod wetenschappelijk aan te tonen vergt bovendien langdurig onderzoek. Dat is niet altijd passend om te doen in de uitvoering van preventief aanbod, die juist om flexibiliteit vraagt gezien de snelle ontwikkelingen in de maatschappij (ook online) en in de gebieden in Amsterdam waarin kinderen en jongeren opgroeien. De Stichting OKT werkt zo veel mogelijk met aantoonbaar effectieve methodieken in haar preventieve aanbod, maar het is niet altijd bekend wanneer dit aanbod effectief is, onder welke randvoorwaarden en bij welke doelgroepen.
Wat we wel beter kunnen doen is – ook in relatie tussen andere onderdelen van het jeugdstelsel -de beoogde doelen en de (kwetsbare) doelgroepen van preventie duidelijk omschrijven en inzichtelijk maken wat we doen om deze doelen te bereiken. Deze preventieve opgave is een stelselopgave en zou dus ook met betrokken partners, ook vanuit bijvoorbeeld de sociale basis, periodiek moeten worden geëvalueerd en bijgesteld. De gebiedsdialoog (zie aanbeveling 3) biedt daar gelegenheid voor. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd in het derde kwartaal van 2024. Aanbeveling 3: Pas de prestatiedialoog beter toe U beveelt aan om de prestatiedialoog tussen gemeente en OKT beter in te richten en toe te
44
PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - BESTUURLIJK RAPPORT passen en daarbinnen expliciet aandacht te besteden aan de preventieve opgave. Daarbij raadt u aan om in deze gesprekken realisatiewaarden te koppelen aan streefwaarden of doelstellingen. De gemeente herkent uw conclusie dat het te weinig over de preventieve taak van de Stichting OKT is gegaan in de prestatiedialogen. De oorzaak hiervan ligt met name in de sterke focus die de gemeente had op het terugdringen van de grote financiële overschrijdingen in de (hoog) specialistische jeugdhulp. Hier komt in de nieuwe gesprekscyclus en door het organiseren van gebiedsdialogen verandering in. De preventieve taak van de Stichting OKT wordt standaard als onderwerp toegevoegd aan de prestatiedialogen. Het gebrek aan aandacht voor de preventieve opgave in de prestatiedialoog wil overigens niet zeggen dat de Stichting OKT in haar eigen gesprekken met de teams geen oog had voor deze opgave. Het belang van preventie wordt zowel door de professionals als door het management van het OKT gezien. Zoals aangegeven heeft de gemeente de contractrelatie met het OKT in 2022 laten evalueren. Dit onderzoek resulteerde in aanbevelingen over verbetering van de prestatiedialoog met het OKT. Aan deze aanbeveling is inmiddels opvolging gegeven door een nieuwe gesprekscyclus te ontwikkelen met het OKT. Deze is recent gestart.
De JGZ sluit aan bij deze cyclus. De gesprekscyclus bevat: • Twee keer per jaar een strategisch gesprek met het OKT over de ontwikkelingen in het stelsel en het belang en de gevolgen ervan voor het OKT. • Prestatiedialoog 1 betreft de gesprekken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over het verloop van de opdracht. Het gesprek in dit kader met de Stichting OKT wordt meer gestructureerd en voorzien van goede verslaglegging. Afgesproken is dat gemeente en OKT samen zorgen voor betere kwaliteit van de overleggen. Dit wordt uitgewerkt in het plan zoals genoemd bij de reactie op aanbeveling 1. Duiding van informatie die verzameld wordt is structureel onderdeel van prestatiedialoog 1 en wordt gekoppeld aan de taken en doelen binnen de taken zoals opgenomen in de jaarplannen van de Stichting OKT en de JGZ. • Prestatiedialoog 2: Het overleg van de prestatie dialoog 2 (PD2) is de centrale ontmoetingsplaats waar gemeente en uitvoeringspartners van het jeugdstelsel gezamenlijk sturen op de ambities en prioriteiten voor het jeugdstelsel, eventueel her prioriteren en continu monitoren, evalueren en leren. Het werken in schaarste dwingt partijen hierbij tot het maken van keuzes die inhoudelijke en financiële consequenties kunnen hebben voor alle partijen binnen het stelsel. Het PD2 overleg is ook de plek om deze afhankelijkheden inzichtelijk en bespreekbaar te maken.
Ook hierin wordt het belang en de plaats van preventie meegenomen. • Daarnaast zijn er gebiedsdialogen in ontwikkeling met stadsdelen (sociale basis), buurtteams en OKT. Hierin komt de brede preventieve opgave aan bod, waar naast de stichting OKT de JGZ, aanbieders van het Flexibel preventief aanbod jeugd (vanaf 1 januari 2024 Aanvullende preventieve opgroei- en opvoedondersteuning, APOO) en partijen uit de sociale basis voor aan de lat staan.
45
REKENKAMER AMSTERDAM De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd middels een raadsvoordracht over de nieuwe inkoopovereenkomst voor de periode 2024-2029 met het OKT in november 2023. Aanbeveling 4: Geef op inhoud en meer integraal richting aan het preventieve jeugdveld U beveelt de gemeente daarbij aan om meerjarig richting te geven door expliciet te maken wat zij voor wie wil bereiken op het gebied van preventie en welke rol de verschillende betrokken partijen daarin spelen. Met de stelselwijzigingen die in de inkoop APOO en ESJH zijn doorgevoerd is daar al een start mee gemaakt. Preventie dient beter gepositioneerd te worden in het bredere jeugd- en zorgstelsel. De gemeente en de Stichting OKT herkennen uw conclusie dat onderdelen van het Amsterdamse jeugdstelsel nog te los van elkaar ontwikkeld worden. De gemeente spant zich in om de ontwikkeling van die onderdelen in samenhang met elkaar en met andere beleidsdomeinen vorm te geven. De Visiebrief Jeugd en de Uitvoeringsagenda Jeugd en gezin dragen bij aan eenduidige kaders voor de opgaven in het jeugdstelsel. De gemeente heeft voor preventieve jeugdhulp al een start gemaakt met meer eenduidige beleidsvorming. Zo is in 2021 een heroriëntatie op preventie gedaan om te komen tot een inkoopstrategie voor de APOO. In deze inkoopstrategie is omschreven wat de doelen en beoogde resultaten van dit preventieve aanbod zijn.
Ook is hierin de opdracht gegeven aan APOO-aanbieders om samen met het OKT en de sociale basis, de GGD en het onderwijs het preventieve jeugdaanbod vorm te geven in de gebieden en op de scholen, gebaseerd op de belangrijkste opgaven. In 2027 komt deze opdracht voor preventie binnen het jeugdstelsel volledig bij het OKT te liggen. Dit wordt opgenomen in het hoofdlijnenbesluit Jeugd, dat naar verwachting ter besluitvorming naar de raad gaat in januari 2025. Binnen het programma Amsterdam Vitaal en Gezond is radicaal inzetten op preventie één van de belangrijkste pijlers om de ambitie gezonde levensjaren erbij voor kwetsbare Amsterdammers in 2040 te behalen. Hiervoor is een Raamwerk Van zorg(en) naar gezondheid in ontwikkeling, dat tevens dient als basis voor de uitvoering van het landelijke Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA). De coalitie Jeugd en Gezin van Amsterdam Vitaal en Gezond, waarin gemeente, (jeugd)zorg- en welzijnspartners (inclusief OKT), onderwijs, cliëntenbelang en zorgverzekeraar verenigd zijn, buigt zich momenteel over de vraag wat preventie van jeugd- en gezinsproblematiek is, wat de belangrijkste opgaven voor preventie zijn en welke ambities en acties daar bij passen.