01b Algemeen deel - 20210915 Notulen raadsvergadering middag
Tekst van het document
Voor wat betreft de panden die niet van onszelf zijn, dan kijk je toch wat die eigenaren daarop kunnen doen en toen heb ik u daarbij geschetst in wel kader de gemeente dan bevoegdheden heeft en dat vloeit voort uit het bouwbesluit waar wij toezien op de handhaving. De VOORZITTER: Er zijn geen aanvullende vragen van anderen. Ik zie dat u klaarstaat voor een derde vraag maar die is er helaas niet. Dan nu de vragen aan wethouder De Vries. Vragen van het lid Kreuger inzake zorgen over de totstandkoming en uitvoering van de Nota Varen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Het Amsterdams vaarbeleid. We hebben er de afgelopen jaren veel over gesproken en we hebben er ook veel besluiten over genomen. Dat begon met de Nota Varen deel I. Daar werd onder andere geregeld hoeveel exploitatievergunningen er zouden komen. Dat zijn er dus 550 geworden. Daarna kwamen de terugverdientijden en daarna de Nota Varen deel II en daarin werden onder andere de ligplaatsen geregeld. Wie schetst onze verbazing dat er op 11 september een bericht op LinkedIn kwam te staan vanuit het programma varen en daarin werd gevraagd of mensen een suggestie hadden om op een eerlijke en transparante manier 400 ligplaatsen te verdelen onder 550 vergunninghouders. Mijn eerste reactie was sowieso dat het niet een hele handige post was.
Die is later ook weer verwijderd maar dit brengt mij wel bij de volgende vragen. Is de wethouder het met mij eens dat er toch wel echt heel veel onhandige dingen gebeuren bij dit vaarbeleid. Waarom wordt deze vraag nu nog gesteld? We hebben natuurlijk al een besluit genomen over de Nota Varen deel II. Dus waarom ligt deze vraag überhaupt nog voor? De vraag stellen is natuurlijk ook de vraag beantwoorden. Hoe zou de wethouder dit nu op dit moment oplossen? En dan moet ik nog even terug naar de ligplaatsen. Die 400 die werden genoemd, die herken ik
24
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
niet vanuit de Nota Varen deel II. Daarin staan er 478. Dus wat is nu het aantal en hoe ziet het college de impact van de toewijzing van te weinig ligplaatsen als het gaat om de terugverdientijd en het aantal exploitatievergunningen. Het heeft natuurlijk wel impact op elkaar. En dan de laatste vraag. Is er door dit college al onderling gesproken over het indrukken van de noodknop? Er zitten gewoon heel veel Amsterdamse ondernemers in diepe onzekerheid. Heel veel van hen hebben niet eens meer een nagel om hun eigen kont te krabben. Dus wellicht dat het tijd wordt die knop toch nog een keer in te drukken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Vries voor de beantwoording van de vragen. Wethouder DE VRIES: Ik ben het met de heer Kreuger eens dat het wellicht wel goed bedoeld was maar dat het niet een handige methodiek is om dit nu op LinkedIn te posten. Tot die conclusie is overigens het programma, voordat ik daar wetenschap van had, zelf al gekomen door dat bericht weer in te trekken. Wat ik voor me zie, is dat de raad de Nota Varen heeft vastgesteld zoals u zegt. We zijn nu volop bezig met de uitwerking daarvan. Er gaan veel dingen goed maar er gaan ook dingen mis. Dat hebben we ook af en toe in de raadscommissie besproken.
Dat is natuurlijk de aard der zaak en ook uw controlerende rol die u op een goede manier invult waarbij vaak de nadruk komt te liggen op de dingen die niet lekker lopen. Daar gaan we het dan met elkaar over hebben om te proberen dat beter te maken. Maar er gaan ook een hoop dingen op dit moment goed. Als het gaat om het hele beleid, dan heb ik u een evaluatie toegezegd. Die gaan we in de raadscommissie en zo nodig in de raad behandelen. Die komt over een paar weken naar u toe. Ik zet daar op dit moment de laatste puntjes op de i. We hebben uiteraard de reders daarbij betrokken. Wat vonden zij nu van de wijze waarop deze loting op dit moment is gegaan? De reders hebben twee initiatieven genomen die ik meeneem en die ook aansluiten bij uw vraag over de noodknop. Het eerste initiatief dat ze hebben genomen is of er toch niet op een andere manier kan worden omgegaan met verschillende onderdelen van de rondvaartsector. Dat is een voorstel dat is ingediend en daarop gaan we op dit moment reageren. We hebben op dit moment contact met de indieners over wat zij vinden van onze conceptreactie. Dat gaat mee met de evaluatie zodat alles in een pakket komt.
Het tweede initiatief dat de reders hebben genomen gaat over het verzoek of de invoering van het systeem dat we nu op 2024 hebben gezet, met een jaar of langer kan worden vertraagd zodat de overgang vanuit de coronasituatie gemakkelijker kan worden gemaakt. Op dat voorstel gaan wij uiteraard ook reageren en dat nemen we ook mee in die evaluatie. In zoverre u met de noodknop bedoelt dat het hele systeem ter discussie kan worden gesteld, dat voorstel zullen wij niet op eigen initiatief als college nu indienen en dat is ook niet door de reders gevraagd. Uiteraard, als u als raad een evaluatie krijgt, dan heeft u natuurlijk alle gelegenheid daarover te praten en daarover uw eigen debat te voeren. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger voor een vervolgvraag. De heer KREUGER: Dank voor de antwoorden. Of u nog iets kunt vertellen over de relatie tussen de terugverdientijden en het tekort aan ligplaatsen want dat doet natuurlijk wat met de terugverdientijd op het moment dat iemand zijn boot moet verplaatsten naar een jachthaven waar een hoger tarief wordt gerekend. Dan klopt de terugverdientijd niet meer en dus ook niet de termijn van de exploitatievergunning. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Vries.
25
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Wethouder DE VRIES: Daar was ik niet op ingegaan, dus excuses mijnheer Kreuger. U heeft gelijk dat wanneer je in een jachthaven ligt, de kans groter is – maar niet helemaal zeker – dat je wellicht meer moet betalen voor het liggen dan wanneer je bij de gemeente een plek huurt. Dat is juist onderdeel van het ligplaatsbeleid voor na 2024 dat wij nog met elkaar gaan vaststellen. Dus er wordt op dit moment hard aan gewerkt. U zal er ongetwijfeld over worden geïnformeerd en dat ter bespreking krijgen in de raadscommissie. Ik geef u dan alle gelegenheid om dan over dat onderwerp met ons van gedachten te wisselen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest voor een aanvullende vraag. Mevrouw VAN SOEST: Mijn vraag is wanneer wij die evaluatie tegemoet kunnen zien. Heeft u al een datum? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Vries. Wethouder DE VRIES: De bedoeling is volgens mij begin november. De VOORZITTER: Er zijn geen andere vervolgvragen en dan is hiermee dit setje vragen afgehandeld. Ik schors een enkel moment om van voorzittershamer te wisselen.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor een minuut. voorzitter: de heer Torn De VOORZITTER heropent de vergadering.
De VOORZITTER: Dan gaan we verder met de vragen aan de burgemeester. Vragen van het lid Nanninga inzake het dragen van jodensterren bij de coronademonstratie in het weekend 4/5 september De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: We hebben het allemaal gezien, die coronademonstratie. Dat kan en mag natuurlijk. Daar mag je iets van vinden en daar mag je voor of tegen demonstreren. Daar zijn uitingen bij gedaan die vrij misselijkmakend zijn geweest. Zonder enige ironie jezelf vergelijken met slachtoffers van de Holocaust omdat je een pasje moet laten zien. Onze fractie heeft op die dag meteen deze vragen aangekondigd. Eigenlijk heeft de burgemeester daarop meteen gereageerd in diverse media en ze heeft ook haar afschuw uitgesproken en het zou eigenlijk mijn vraag zijn geweest of daaraan niets kan worden gedaan. Maar het is niet strafbaar heb ik begrepen. Nu ben ik ook niet zo van het verbieden, ook niet per se van lelijke dingen. Een andere vraag. Zou het wel mogelijk zijn afspraken te maken met de organisatie van zulke demonstraties, want er gebeuren wel vaker dat soort antisemitische dingen ook bij anti-Israëldemo’s, als ze een aanvrage doet voor zo’n demo, dat de
26
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
organisatie de mensen in die crowd die dat soort dingen doen, echt actief aanspreekt en ontmoedigt. En als dat niet gebeurt, is mijn vraag of dat dat gevolgen kan hebben voor een eventuele volgende demonstratieaanvraag door dezelfde organisator. Of zou dat te veel ingrijpen in het demonstratierecht? Dat was mijn vraag om te kijken of we dit soort dingen kunnen voorkomen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: We zijn het er inderdaad over eens dat wat wij hebben moeten zien op de Dam, volstrekt stuitend, smakeloos was en getuigt van een pijnlijk gebrek aan historisch besef. Maar u heeft ook gelijk. Het is smakeloos, maar het is niet strafbaar. De Jodenster is op zichzelf geen strafbaar symbool en omdat er in de uiting geen negatieve conclusies over Joden worden getrokken of dat er wordt aangezet tot discriminatie van Joden is er geen sprake van strafbaarheid. De sterren werden in dit geval gedragen als kritiek op het coronabeleid. Zodoende kan er binnen en buiten een demonstratie niet worden opgetreden tegen het dragen van de Jodensterren. Wel, en daarnaar heeft u terecht verwezen, heb ik een aantal malen de gelegenheid gegrepen om daarover mijn oordeel uit te spreken en indringend aan de organisator van de demonstratie te vragen het te veroordelen en er afstand van te nemen.
Het zal ook onderwerp van gesprek zijn met de organisator bij een volgende demonstratie. De vraag die u meer precies stelt, is of er voorwaarden kunnen worden verbonden aan de demonstratie. Ik zal dat opnieuw voor u nazoeken, maar het lijkt mij ingewikkeld. Dan zou het moeten worden opgenomen in de Wom-voorschriften en dat betekent volgens mij dat er een risico voor de openbare orde zou moeten zijn of sprake van mogelijke strafbaarheid. Als dat niet het geval is, dan lijkt het mij moeilijk het op te nemen in de Wom-voorschriften – wat niet wegneemt dat de organisator zich wel moet realiseren dat het gevolgen heeft voor de wijze waarom wij als overheid op hem vertrouwen en op de organisatie vertrouwen bij de voorbereiding van demonstraties. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga voor een vervolgvraag. Mevrouw NANNINGA: Ik ben blij met dit antwoord en dat er naar gekeken kan worden. Ik hoop dat er toch iets meer aan kan worden gedaan dan tot nu toe het geval was. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting voor een aanvullende vraag. De heer ERNSTING: Ook GroenLinks vond het afschuwelijk om te zien hoe inderdaad met het dragen van die sterren de Holocaust werd gebagatelliseerd, zo mogen we het wel zeggen.
Mijn vraag is eigenlijk, volgens mij is bagatellisering of ontkenning van de Holocaust niet strafbaar in het Nederlandse strafrecht maar het kan wel vallen onder groepsbelediging en de artikelen in het strafrecht die daaromtrent zijn vastgelegd in onze wet. Ik vroeg mij af of er aangifte is gedaan en of zulke uitingen ook aangiftewaardig zouden kunnen zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema.
27
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Burgemeester HALSEMA: Voor zover ik weet maar dat kan ik nog apart voor u uitzoeken, is er geen aangifte gedaan. Ik kan dat, ook als er nog andere vragen zijn die ik nu niet kan beantwoorden, nog even de raad doen toekomen. Wat betreft groepsbelediging werden er geen negatieve conclusies over Joden getrokken en was er wat dat betreft ook geen sprake van het aanzetten tot discriminatie van Joden. Het was vooral echt een gruwelijke vorm van smakeloosheid, die vergelijking met de Holocaust. Maar of er dan sprake kan zijn van groepsbelediging, dat lijkt mij ingewikkeld in deze zaak. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen voor een aanvullende vraag. De heer VELDHUYZEN: Ik sluit me aan bij de vragen van mijn ambtsgenoten. Ik had zelf ook een vraag en die is grotendeels al beantwoord. Ik vraag me af hoe het kan dat er soms wel wordt opgetreden als er activisten zijn met antifascistische T-shirts waarop je ziet dat er een hakenkruis in een prullenbak wordt gegooid wat dus duidelijk antinazistisch is terwijl er niet wordt opgetreden tegen mensen die het leed van Joodse mensen zo bagatelliseren door Jodensterren te dragen. Maar dat was niet het enige wat er bij de demonstratie gebeurde.
Ik vind ook dat mensen mogen demonstreren, maar er liepen daar ook mensen met prinsenvlaggen, vlaggen die door de NSB werden gebruikt en die nu alleen nog maar door neonazi’s worden gebruikt. Juridisch gezien kan er kennelijk niets worden gedaan, maar kan de burgemeester zich hierover dan toch nog uitspreken? Waarom worden antifascistische, antinazistische symbolen door de politie aangepakt maar dit niet? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Volgens mij richt uw commentaar zich niet op de demonstratie die het onderwerp is van de vraag maar op een andere demonstratie. Laat ik er het volgende over zeggen. Het oordeel of uitingen tijdens een demonstratie strafwaardig zijn ligt niet bij mij, ligt niet bij het bestuur, is niet politiek en is niet links of rechts georiënteerd, niet pro- of antifascistisch maar die uitingen worden op strafwaardigheid beoordeeld door het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat wordt nagegaan of bepaalde uitingen strafbaar zijn. Waarnaar u nu precies verwijst, dat weet ik niet maar ik weet wel dat bijvoorbeeld akapuitlatingen strafbaar zijn. Daar kan worden opgetreden en dat gebeurt in vervolg op een inschatting van de officier van Justitie. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper voor een aanvullende vraag.
Mevrouw KUIPER: Allereerst dank aan collega Nanninga voor het stellen van de vragen en ook de aanvullende vragen. De ChristenUnie heeft een aanvullende vraag. Daar waar de strafwaardigheid lastig is om aan te pakken, dus via die route, de afschuw in de stad is wel heel groot en ook de ongerustheid neemt toe over de mate waarin dit soort situaties ontstaan en mensen zo’n ster dragen. De afschuw is echt groot. Mijn vraag is of de burgemeester de mogelijkheid heeft te spreken met de organisatoren over de impact en het gevoel bij de Joodse achterban en ook veel breder in de samenleving dat men allereerst beseft hoe dit aankomt. Dus echt op moreel niveau een grondig gesprek met de organisatoren.
28
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Ik heb in het verleden gesproken met de organisator samen met de driehoek. Inmiddels vindt er eigenlijk elke week een ambtelijk gesprek plaats. Ik moet daarbij wel zeggen dat ik de wijze waarop de organisatie afstand heeft genomen van het dragen van de Jodensterren halfhartig vond. Hij zei dat hij het zelf gezien het verleden van zijn ouders vond dat het niet kon maar hij kon zich voorstellen dat anderen het wel deden. Dat betekent dus dat een gesprek wel moeizaam wordt. De bereidheid om je te verplaatsen in het leed in onze stad aanwezig, het historisch leed dat de stad draagt, is gebrekkig. Ik ben daarover eerlijkheidshalve boos. Dat neemt niet weg dat de demonstratievrijheid daarbij nog steeds is beschermd. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel voor een aanvullende vraag. De heer VAN SCHIJNDEL: Even over de verantwoordelijkheid van de organisator, de heer Reijenga. Die organisator heeft een zestigtal organisaties bij elkaar getrokken, bewegingen, die allemaal tegen corona zijn. Daar zitten altijd heethoofden tussen. Waarom zegt de burgemeester nu aan het einde van haar beantwoording van de vragen van mevrouw Nanninga dat in het vervolg het vertrouwen minder is in deze organisator de heer Reijenga. Dat vind ik niet terecht.
Je kunt hem niet verwijten dat er die gekken rondlopen die wansmakelijkheden uiten. Dat valt hem niet in redelijkheid te verwijten, denk ik. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Een heel belangrijk onderdeel van de demonstratievrijheid is ook de vrijheid van organisaties om het zelf te organiseren. Daarbij geldt een grote mate van eigen verantwoordelijkheid voor het verloop van de demonstraties. Over het algemeen geldt dat organisaties bij ons in een beter en in een slechter perspectief kunnen staan. Dat laat de demonstratievrijheid onverlet, maar het betekent wel dat wij oplettender zijn. Dat geldt niet alleen voor deze organisator, dat geldt ook voor andere. En wel degelijk als een organisator die allerlei organisaties verzamelt, met ons afspraken maakt over ordediensten, over het verloop van de organisatie – dat is namelijk verbonden aan de ruimte die de organisatie wordt toegekend om door de stad te lopen, om op historische plaatsen aanwezig te zijn – en daarmee creëren wij de ruimte die het protest nodig heeft – betekent dat wel degelijk dat er een eigen verantwoordelijkheid is. En dat geldt niet alleen bij de voorbereiding, maar dat geldt ook bij de wijze waarop je na afloop als de demonstratie heeft plaatsgevonden, afstand neemt van wat er is gebeurd en de wijze waarop je dat veroordeelt.
En daarover heb ik wel zorgen in dit geval. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van deze set mondelingevragen en dan gaan we door naar de volgende. Vragen van het lid Van Soest inzake het aftreden van wethouder Ivens De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest.
29
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Mevrouw VAN SOEST: Afgelopen werden wij opgeschrikt door het plotseling aftreden van wethouder Ivens wegens grensoverschrijdende opmerkingen jegens vrouwelijke medewerkers waarvan Ivens zelf schreef dat deze handelwijze in strijd is geweest met de richtlijnen voor integer bestuur. In totaal zijn er elf signalen geweest. Dat zijn elf signalen te veel. Hoe kan dat, burgemeester? Waarom is hier niet eerder ingegrepen? De burgemeester stelt zelf dat sommige signalen niet snel en adequaat zijn opgepakt. Waarom niet, burgemeester? Is de wethouder de hand boven het hoofd gehouden? Zijn er ook voor 2019 signalen geweest over de gedragingen van de wethouder en hebben de misstanden die wethouder Ivens heeft begaan ook invloed gehad op zijn beleid? Zo ja, graag een toelichting daarop. Naar aanleiding van de laatste vier meldingen gaf de burgemeester opdracht voor een onafhankelijk, extern onderzoek. De Partij van de Ouderen wil dat het onderzoeksrapport met de raad wordt gedeeld. De gedragingen en het aftreden van wethouder Ivens raken het stadsbestuur in het hart. Van enige schimmigheid kan dan ook geen sprake zijn. Het aanzien en de geloofwaardigheid van de politiek staan hiermee op het spel. De stad heeft recht op volledige openheid. Mijn laatste vraag is of het college bereid is het rapport met de raad te delen zodat we volledige transparantie betrachten.
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Laat ik als eerste zeggen dat wat er voor de zomer is gebeurd rond voormalig wethouder Ivens verdrietig is. In de eerste plaats voor degenen die hebben gemeld, in de tweede plaats voor de wethouder zelf die hieraan zelf de uiterste consequentie heeft verbonden. Laat ik beginnen met uw vraag over openbaarmaking. Aan de raad wordt het rapport verstrekt in de vorm zoals het ook openbaar zal worden gemaakt aan de Wobverzoekers. De Wobversie geeft de mogelijkheid om het debat indien daaraan behoefte bestaat, in het openbaar te voeren. We verwachten volgende week het rapport openbaar te maken en de raad krijgt het ook op dat moment. Ik moet u daarbij wel zeggen dat wij daarbij zo veel mogelijk rekening houden met de privacy van alle betrokkenen. Waarom kost het tijd om het openbaar te maken? Dat was ook een vraag die u stelde. Hier is de persoonlijke levenssfeer van meerdere mensen in het geding en de vereiste zorgvuldigheid in de beoordeling kost tijd. U stelde de vraag waarom er niet eerder is ingegrepen. Het gaat niet om een totaal van elf meldingen, het gaat er om minder. Wij hebben en dat heb ik ook in de brief beschreven, in eerste instantie signalen ontvangen. Signalen zijn geen officiële meldingen.
Signalen betekent dat je met elkaar gaat praten en dat je dingen een beetje kan gaan uitzoeken maar er ligt geen officiële melding bij het bureau Integriteit. Wij hebben toen onderzoek laten doen en daarna afspraken gemaakt met de wethouder. Daar kon bijvoorbeeld geen officieel hoor en wederhoor plaatsvinden. Nadat dat was afgerond en wij dit hebben meegedeeld aan de betrokkenen zijn er wel officiële meldingen gedaan en die hebben geleid tot een onafhankelijk onderzoek. De uitkomsten van dat onderzoek zijn gedeeld met de melders en de wethouder en de wethouder heeft daaraan consequenties verbonden. Als u naar het tijdsverloop kijkt, dan denk ik dat wij en dat geldt voor mij, voor de gemeentesecretaris en voor bureau Integriteit telkens hebben gereageerd op wat we binnen kregen. We hebben daarin wel zorgvuldigheid in acht willen nemen in de richting van de betrokkenen en de wethouder. We delen met u de wens om hier zo veel mogelijk openbaarheid bij te betrachten. Nogmaals, met respect voor de betrokkenen. Ik moet zeggen dat ik het daarbij op prijs heb gesteld dat ook de wethouder zelf, de voormalig wethouder, in zijn brief die openheid heeft betracht.
30
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest voor een vervolgvraag. Mevrouw VAN SOEST: Ik wil de burgemeester bedanken voor de uitgebreide beantwoording. De VOORZITTER: Dan gaan we door naar de volgende set mondelingevragen. Vragen van het lid Van Schijndel inzake de door het kabinet aangekondigde invoering van de coronatoegangspas in de horeca en de culturele sector De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: In De Telegraaf lees ik dat de handhaving van de coronapas gewoon niet gaat lukken. Er is ook een interview met de heer Bruls bij, de voorzitter van het Veiligheidsberaad. Als er een miljard euro ter beschikking wordt gesteld, dan nog kunnen al die gemeenten niet zo hals over kop die maatregel gaan handhaven. Terecht, invoering van de coronapas stuit op groot maatschappelijk verzet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gevaccineerden en ongevaccineerden. Het leidt tot medische apartheid en polarisatie in de samenleving. Bovendien geeft Koninklijke Horeca Nederland en de politievakbond ACP aan dat dit beleidsvoornemen in de praktijk niet te handhaven is. De hamvraag aan de burgemeester luidt: welke bestaande handhavingsprioriteiten zullen moeten worden losgelaten indien het onzalige plan van de rijksoverheid wordt doorgezet? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen.
Burgemeester HALSEMA: Ik hoef niet te herhalen wat wethouder Kukenheim hier al buitengewoon helder uiteengezet heeft over het onderscheid in bevoegdheden zoals wij dat kennen tussen rijk en lokaal bestuur en de veiligheidsregio in dezen. U stelt mij een vraag over de handhaving van de nieuwe maatregelen. Wij hebben in het veiligheidsberaad en ook in de veiligheidsregio afgesproken dat wij alleen handhaven bij excessen. Dat verandert niet. Dat betekent dat we niet op alles zullen kunnen handhaven en dat ook niet zullen doen. Daarbij is er sprake van een handhavingstekort. Daar is het rijk van op de hoogte. Wij zijn niet in staat om bijvoorbeeld de quarantaineplicht aan de deur bij overtreding van nieuwe coronaregels te handhaven en zullen dat dan ook niet doen ook gezien het grote aantal andere prioriteiten die we hebben. We handhaven wel bij exces. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel voor een vervolgvraag. De heer VAN SCHIJNDEL: Dan is de nadere hamvraag natuurlijk wat excessen zijn. Ik kan me voorstellen als je als horecaetablissement gaat adverteren ‘kom naar ons want wij handhaven niet’, dat dat een exces zou kunnen zijn. Maar bijvoorbeeld steekproefsgewijs, een op de tien aselect vragen naar die pas, zou dat ook een exces zijn? Ik denk van niet.
31
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Ik denk ook van niet. Daarover zijn wij het eens. Laat ik als eerste zeggen dat ik natuurlijk aanwezig was bij het veiligheidsberaad en ik heb daarna ook in de pers wel bekend gemaakt dat ik grote zorgen heb over de invoering van een aantal van de nieuwe maatregelen. Dan gaat het met name om de sluitingstijd om 24.00 uur. Wat u verder ook vindt van de coronapas, ik denk dat je er vertrouwen in hebt of dat je er geen vertrouwen in hebt maar als die werkt om 23.00 uur dan kan die ook werken om 01.00 uur. Dan heeft eigenlijk de sluitingstijd heel erg weinig ratio. Mijn zorg zit erin dat het van groot belang is dat jongeren worden verleid om zich te laten vaccineren. Nu ken ik een aantal jongeren en weet ik bij toeval dat ze weer uit zouden kunnen gaan en naar clubs zouden kunnen gaan en dat dat voor hen een belangrijk motief is om zich te laten vaccineren. Ik denk dat je die verleidingsstrategie ook nodig hebt. Je moet zorgen dat jongeren zich niet afkeren omdat ze het gevoel hebben dat ze opnieuw aan het kortste eind trekken bij het overheidsbeleid. Dus ik heb het kabinet gevraagd, overigens samen met het veiligheidsberaad, om dit opnieuw in overweging te nemen en na te gaan of dit verstandig is.
En dan in antwoord op uw vraag, mochten er bijvoorbeeld na sluitingstijd honderden mensen in cafés hangen, ik denk dat we dan van een exces moeten spreken als dat in strijd is met de regels die de rijksoverheid heeft vastgesteld. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van deze set mondelingevragen en dan gaan we naar de laatste set. Vragen van het lid Nanninga inzake het bericht dat er ruiten zijn ingegooid in Bos en Lommer vanwege regenboogvlaggen De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: Mijn vraag aan de burgemeester is eigenlijk een hele korte. Is het mogelijk om bewoners die een vlag willen ophangen – dat moet natuurlijk gewoon kunnen in Amsterdam, welke vlag dan ook – dat die op een bepaalde manier toestemming krijgen om daar een simpel cameraatje of webcammetje bij te zetten om zo vandalisme te voorkomen? En als het plaatsvindt, dat ze dan in ieder geval met hun domme snufferd op beeld staan wat het de politie weer wat gemakkelijker maakt. Het zou natuurlijk echt heel jammer zijn als mensen zich hierdoor zo geïntimideerd voelen dat ze dat dan maar niet meer doen. Ik weet wat de regels zijn die aan camera’s zitten dus misschien dat je een soort hyperlokale apv zou kunnen maken of zo’n soort truc dat mensen zelf ook het gevoel hebben een beetje controle te hebben over hun eigen veiligheid. Dat speelt denk ik best wel mee.
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Dank u wel dat u hierover de vraag stelt. Ik denk dat wij het met elkaar eens zijn dat het van groot belang is dat dit soort vandalen worden opgepakt maar ik moet u ook zeggen dat achter uw schijnbaar eenvoudige vraag een wereld schuil gaat van privacyregelgeving, techniek et cetera. Zo weet ik bijvoorbeeld uit mijn hoofd maar dat wil ik ook best nog even voor u nagaan of daarop iets creatiefs te verzinnen is maar dat je met particuliere camera’s geen voorbijgangers op straat mag
32
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
filmen. Dus je mag de camera wel op je eigen pand richten. Ik zou eens even moeten nagaan wat er mogelijk is. Het kan natuurlijk wel zijn dat op het moment dat je iets op je ramen hebt hangen en iemand zit aan het raam, dat daar iets mogelijk moet zijn. Maar als iemand van grote afstand iets naar je raam toegooit, dan is dat natuurlijk een voorbijganger op straat en dat betekent dat je met een vrij grote boog mensen moet kunnen filmen. Ik denk dat de privacywetgeving zich daartegen verzet. Ik zal het nog even voor u nagaan. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen voor een aanvullende vraag. De heer VELDHUYZEN: Ik zou de burgemeester graag willen vragen welke vormen van voorlichting dan ook het betrekken van lokale gemeenschappen de gemeente de afgelopen maanden heeft georganiseerd en wat er de aankomende maanden nog extra op de planning staat want dat is volgens mij heel erg nodig. Wij denken aan straatcoaches, buurtouders, bewonerscommissies, vrouwennetwerken, gewoon ouders, scholen, sociaal werkers, religieuze sleutelpersonen, sportclubs, verenigingen. Alles en iedereen moet eigenlijk meedoen met voorlichting om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Als je kijkt naar de daders, dan zijn het bijna altijd kinderen of in ieder geval jongeren. Altijd mannen en heteroseksuele mannen. Wellicht kan de burgemeester mij hierin wat wijzer maken.
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik als eerste zeggen dat het daderprofiel iets minder eenduidig is dan u nu zegt. Dat maakt het ook meteen ingewikkelder. Als tweede, ik ben het met u eens. Dat hebben we vorige week in de commissie Algemene Zaken en de dag daarvoor met wethouder Groot Wassink nog heel uitgebreid aangegeven. Weet u, het is heel ernstig en het is onacceptabel dat leden uit de lhbti-gemeenschap in Amsterdam zich onveilig voelen of worden geïntimideerd. Het is ook een fictie om te denken dat je dit alleen met repressie kunt tegengaan op het moment dat intolerantie diep in onze samenleving zit, hoe ernstig ook. Dat betekent dat de hele samenleving in het geweer moet komen maar dat is ook exact wat ik vorige week heb gezegd namelijk scholen, ouders, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties, bedrijven, sportverenigingen, iedereen heeft zijn deel te nemen in het ervoor zorgen dat wij bij ons op straat in onze samenleving trots zijn op onze lhbti-gemeenschap. Wij moeten ervoor zorgen dat zij zich in alle vrijheid in alle straten vrij kan bewegen in plaats van dat mensen zich geïntimideerd voelen.
Voor de meer precieze voorstellen die u doet, zou ik u heel graag willen verwijzen naar de brief die aan de raadscommissie is gestuurd voorafgaand aan de raadscommissie waar wethouder Groot Wassink bij zat en de antwoorden die we vorige week tijdens twee raadscommissievergaderingen echt heel uitgebreid hebben gegeven. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege voor een aanvullende vraag. De heer VROEGE: Inderdaad, twee weken geleden hebben we uitgebreid over de demonstratie en wat eraan vooraf ging, gesproken maar sindsdien is er een transpersoon van zijn of haar fiets getrapt in West en vlogen de stenen door de ruiten en de eieren tegen de ruiten van een aantal bewoners die solidair waren met de lhbti-
33
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gemeenschap. De homohaat, transhaat, de intolerantie, de onverdraagzaamheid lijkt steeds meer zichtbaar te worden en dat is zorgelijk. Iedere keer als we hierover spreken zegt de burgemeester bezig te zijn met een regenboogveiligheidsalliantie die hierbij moet helpen. Mijn concrete vraag vandaag is, wanneer gaat die regenboogveiligheidsalliantie concreet met acties komen en kunnen de bewoners van Amsterdam zien en merken dat er daadwerkelijk zichtbaar stappen worden gezet? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Het is wel lastig wanneer u mij vorige week vraagt, wanneer komt men met stappen en een week later zegt, waarom is men nog niet met stappen gekomen. Dat wordt wel ingewikkeld. Laat ik daarover nog eens het volgende zeggen. De regenboogalliantie is een samenwerkingsverband van een groot aantal lhbtiorganisaties in onze stad met politie en de gemeente samen. Die is anderhalf jaar geleden opgericht en heeft vertraging opgelopen doordat men in eigen kring tijd nodig had om te beslissen wie de leiding had en hoe men verder wilde gaan. Sinds deze zomer is de alliantie operationeel en zijn wij met haar in overleg welke acties er nu kunnen volgen. Ik zal u daarover berichten. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Poot voor het stellen van een aanvullende vraag.
Mevrouw POOT: Naast dat dit de zoveelste uiting is van anti-lhbti-sentimenten is het natuurlijk ook gewoon een regelrechte intimidatie en wat mij betreft zelfs een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting. Bewoners in deze flat zijn nu bang om een dergelijke regenboogvlag op te hangen. Dat is wat mij betreft onacceptabel in een vrije stad. Dus dubbel reden om alles op alles te zetten om deze daders op te sporen. Desnoods, zou ik zeggen, met camera’s en met lokvlaggen om de daders op te sporen. Maar daarover gaat mijn vraag niet. Mijn vraag gaat over het volgende. Bewoners zijn geïntimideerd, bewoners zijn bang om hun mening te uiten met een regenboogvlag. Hoe kunnen we deze bewoners helpen? En is het mogelijk deze bewoners transparant mee te nemen in het onderzoek dat er gaande is naar de daders? Oftewel, als er daders zijn gepakt, dat ook met deze bewoners te communiceren zodat zij niet meer angstig hoeven te zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: U heeft gelijk. U noemt het vrijheid van meningsuiting. Het klopt. De vrijheid van expressie in onze stad in de meest brede zin om te kunnen zijn wie je wil zijn, om je te kunnen uiten op de manier die je verkiest.
Die wordt aangetast op een heftige manier op het moment dat er intimidatie plaatsvindt, vlaggen worden gescheurd, eieren tegen de ruiten worden gegooid en mensen worden geslagen. Dat gebeurt ook en dat is een schande. Daarover zijn u en ik het eens. Dan wat betreft de vraag die u stelt. Op het moment dat bewoners aangifte doen verloopt natuurlijk de verdere communicatie over een strafzaak en over opsporing en vervolging via politie en justitie en niet via de gemeente. Dan kan de gemeente ook geen info delen over daders. Dat is natuurlijk gewoon aan het Openbaar Ministerie. Wat ik wel kan doen, is nog eens in de driehoek bespreken dat er voldoende slachtofferzorg is en mensen voldoende worden begeleid in bijvoorbeeld het verloop van het strafproces als dat plaatsvindt. Overigens is een van de grote problemen daarbij, bij het gooien van
34
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
eieren tegen ruiten of iets anders, dat de daders al lang zijn vertrokken tegen de tijd dat de politie arriveert. De VOORZITTER: Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van het mondelingevragenuur en dan geef ik zo dadelijk het voorzitterschap weer over aan de burgemeester. Dan zal ik kort schorsen en dan kan de schorsing gelijk worden gebruikt om van woordvoerders te wisselen.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. voorzitter: burgemeester Halsema De VOORZITTER heropent de vergadering.
2. Interpellaties en actualiteiten 2A. Actualiteit van het lid Veldhuyzen inzake excessief politiegeweld tegen demonstranten van het woonprotest Dit punt is afgevoerd.
3. Vaststellen van het stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad, grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een krediet VN2021-019943 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie en amendement zijn ingekomen: Amendement van de leden Boomsma, Naoum-Néhmé en Kreuger inzake het stedenbouwkundig plan Groenhuyzen-Blomwijckerpad, Meer middenhuur, meer parkeerplaatsen, nr. 2021-653 besluit: - beslispunt 3 eerste lid van de raadsvoordracht als volgt te wijzigen: 1. Het vervangen van 36 sociale huurwoningen, detailhandel (12 winkels), huis van de wijk ’t Blommetje en 18 garageboxen door circa 231 woningen waarvan 120 woningen in de sociale huur en 111 middeldure huurwoningen; -
beslispunt 3 derde lid van de raadsvoordracht “als volgt te wijzigen: 3. De plannen voor het deelgebied Hoekenes zo snel mogelijk uit te werken, te onderzoeken of het aantal parkeerplekken kan worden uitgebreid, en
35
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
daarbij een voorstel te doen om de parkeerdruk onder de 90 procent te houden; -
alle andere gerelateerde gegevens conform het bovenstaande te wijzigen.
Motie van de leden De Fockert en De Jager inzake woningbouw gaat vóór parkeren, nr. 2021-649 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
ervoor te zorgen dat het ontbreken van parkeerbeleid geen barrière is voor gebiedsontwikkeling; in kaart te brengen of en waar dat het geval is en voor waar dat nodig is een voorstel voor passend parkeerbeleid aan de raad voor te leggen.
De motie en het amendement maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Heel goed om hier woningen te gaan realiseren. Die hebben we nodig maar de Wildemanbuurt heeft meer dan 85 procent sociale huur dus wij zouden willen voorstellen wat meer woningen in het middensegment te realiseren dan de 175 die hier door het college worden voorgesteld om echt tot een meer gemengde wijk te komen en dat ook sneller te doen. Dan wat betreft het parkeren. Dat lijkt bijna opgeschreven als een soort inkoppertje voor de raad om dit op te lossen. Het is natuurlijk een hele rare cirkelredenering. We gaan niet ontwikkelen want we kunnen pas wat doen als de parkeerdruk zo hoog is en we kunnen nog niets doen aan de parkeerdruk totdat die zo hoog is. Dat slaat natuurlijk nergens op. Dat moet worden aangepakt. Wij vinden alleen niet dat het meteen een automatisme zou moeten zijn om een betaald parkeerregime te gaan invoeren. Wij zouden zeggen, als je al weet dat bij nieuwbouw de parkeerdruk zo hoog wordt, kijk dan ook naar de mogelijkheden om extra parkeerplaatsen te realiseren bij die nieuwbouw. Dat is volgens mij goede ruimtelijke ordening.
(Mevrouw DE FOCKERT: Stelt mijn collega Boomsma dan voor om minder woningen te bouwen zodat er meer parkeerplaatsen kunnen komen?) Dat kan een gevolg zijn maar volgens mij zou je dat op z’n minst moeten onderzoeken of er ruimte is voor meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Het is daar op zich heel ruim opgezet. En misschien kan het er inderdaad tot leiden dat je net wat minder woningen realiseert maar wel woningen waar mensen gewoon nog lekker kunnen parkeren. Dan staat er in het stuk ‘afhankelijkheid van invoering parkeerregime in relatie tot woningbouw speelt bij tal van projecten.’ Volgens mij vinden we dat allemaal onwenselijk. Kan de wethouder zeggen bij hoeveel projecten dat dan speelt? Wij vinden dat natuurlijk een slecht argument om te dralen en wachten met het realiseren van woningen dus wij zouden zeggen, ga daar snel mee door. Wat ons betreft zul je dan toch ook moeten kijken naar de mogelijkheid van meer parkeerplaatsen en daarom hebben we dit amendement. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Fockert.
36
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Mevrouw DE FOCKERT: We gaan bouwen in de Wildemanbuurt en dat heeft lang op zich laten wachten, sinds 2010, en het is goed dat we snel aan de slag kunnen. Daarom is het extra jammer en collega Boomsma zei het al, dat we door een soort rare cirkelredenering in ons parkeerbeleid moeten wachten. De heer Boomsma heeft al aangegeven waarvoor hij kiest. Wij hebben ook een motie ingediend en volgens mij komt die best wel overeen met wat de heer Boomsma zou willen namelijk onderzoeken waar die knelpunten zijn, waar ons huidige parkeerbeleid ervoor zorgt dat nieuwbouw niet mogelijk is. We willen allemaal meer woningen; we hebben allemaal het woonprotest gezien. Zorg er dan ook voor dat we er snel mee aan de slag kunnen. Ik dien deze motie samen met D66 in. (De heer BOUTKAN: Ik heb natuurlijk de tekst van het dictum gelezen en daar staat ‘in kaart te brengen waar dat het geval is en waar nodig een voorstel voor passend parkeerbeleid voor te leggen aan de raad.’ Wat ik me nu afvroeg, is wat dan de positie van het stadsdeel is.) Volgens mij is de procedure zo, als er nieuw parkeerbeleid komt, dat het wordt voorgelegd aan de raad. Dat gebeurt altijd en dan geeft het stadsdeel daarover een advies. Ik zie niet in waarom dat nu zou afwijken. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Jager. Mevrouw DE JAGER: Het is door de voorgaande sprekers al deels toegelicht.
Er is een groot tekort aan huizen en we willen zo snel mogelijk bijbouwen, juist in dat middensegment. Nu liggen er complete plannen voor een hoop huizen, maar die plannen liggen stil totdat er betaald parkeren is ingevoerd. Dat moet eerst anders wordt de parkeerdruk te hoog. Lijkt mij heel helder wat ons te doen staat. Volgens mij moeten we gewoon betaald parkeren gaan invoeren en zo snel mogelijk starten met de bouw. Ik heb begrepen dat de PvdA nog een beetje twijfelt over deze motie. Ik zou u toch willen proberen te overtuigen. Volgens mij gaan huizen hier wel boven de auto. U bent niet voor niets bij een woonprotest. Ik zou denken dat jullie deze motie ook kunnen steunen. Ik zou dat in ieder geval hopen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: Als groene autopartij vinden wij als DENK het onbestaanbaar dat een gratis parkeerzone zonder parkeerdruk in Nieuw-West met een preemptive strike wordt gebombardeerd tot een betaald parkeergebied. Allereerst omdat het college het met zijn beleid zelf zo ver heeft laten komen en dan zelf ook nog te beroerd is serieus te kijken naar uitbreiding van parkeerplaatsen en dan het kunstmatige dilemma vervolgens over de schutting gooit om het de gemeenteraad te laten uitvechten. En dat allemaal terwijl de fijnmazigheid van het OV is verruïneerd en de prijs van het OV is gestegen.
Dat betekent dat in de nieuwe woningen mensen moeten komen wonen die dat wel kunnen betalen, die wel flink wat meters kunnen maken naar bus- of tramhalte, dat er mensen komen wonen die de huidige bewoners wegdrukken. Dit plan schept gentrificatie. Hoe wordt dit voorkomen? En hoe wordt voorkomen dat de loodgieter bij thuiskomst nog eens een vermogen kwijt is aan parkeerkosten? Hoe wordt voorkomen dat de stoffeerder zijn auto kwijt kan na een lange dag hard werken? Hoe wordt voorkomen dat kleine ondernemers, gezinnen en mensen met een kleine beurs worden verstoten naar buiten de stad? Waar kan ik dat vinden in dit plan?
37
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
(Mevrouw DE FOCKERT: Ik hoor DENK zichzelf als groene autopartij neerzetten. Dat verheugt me, denk ik, al weet ik niet helemaal wat dat betekent. Mijn vraag is een andere. Mijn collega heeft het over OV of auto’s maar volgens mij is er tal van andere vervoermiddelen zoals fiets, elektrische fiets. Waarom zou dat moeten vernauwen tot alleen maar met de auto ergens kunnen komen?) Dat is afhankelijk van hoe goed je ter been bent, wat je gezinssamenstelling is. Het is van diverse factoren afhankelijk van welke vervoersmiddelen je gebruik zou kunnen maken. Dus ik beperk me niet alleen tot de auto, maar het is wel een bepaalde doelgroep die dan gebruik maakt van de auto of het OV of de fiets. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck voor de beantwoording van de vragen en een preadvies op de motie en het amendement. Wethouder VAN DOORNINCK: Dank aan de leden die blij zijn dat we hier nu eindelijk kunnen gaan bouwen want het heeft natuurlijk stil gelegen. Het is voor de buurt ook heel erg belangrijk dat we hier aan de slag kunnen, denk ik. De meeste bijdragen gingen er met name om dat we het plan hebben moeten opknippen in twee deelgebieden vanwege dat parkeerregime. Het niet-zijn van een parkeerregime waarbij we niet voldoende parkeerplaatsen kunnen hebben en het dus ook voor de ontwikkelaar niet mogelijk is om bijvoorbeeld een gebouwde parkeervoorziening te maken.
Die is dan niet exploitabel als er verder in de buurt geen betaald parkeren is. Ik verbaas me een beetje over de bijdrage van DENK waarbij wordt gedaan of dit een gekunstelde manier van doen is. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de rechtszaak als het gaat om de J.P. Heijestraat, waarbij een van de belangrijkste redenen waarom de omgevingsvergunning door de rechter niet geldig is verklaard, was dat wij niet konden aantonen dat wij genoeg parkeerplaatsen konden voorzien voor die ontwikkeling. Dus als we een goede ruimtelijke ordening willen doen, moeten we laten zien dat we genoeg parkeerplekken kunnen realiseren. Dat kan hier niet als er geen betaald parkeren is. Dan wordt die druk immers te hoog en dan is het er niet. Het idee om maar meer parkeerplaatsen te maken ... Natuurlijk is er in het gebied gekeken. Als we dit zonder parkeerregime zouden willen doen, is er echt veel te weinig plek voor de hoeveelheid huizen die we hier heel graag willen bouwen. Ik werp het dus verre van mij dat dit een gekunsteld probleem is. Dit is een wezenlijk probleem waar we zeker in stadsdeel Nieuw-West al vaker tegenaan zijn gelopen. Er zijn op dit moment twee projecten in Meer en Vaart. De heer Boomsma vroeg ernaar waar dit nog meer speelt. Er ligt nu een motie voor om een inventarisatie te maken.
Dat lijkt mij sowieso een goed idee maar we komen het vaker tegen en dat is gewoon zo omdat we wel aan het verdichten zijn in deze stad om zo veel mogelijk woningen te bouwen. Ik moet zeggen, het opgeven van woningen voor parkeerplekken zou niet een keuze zijn die dit college maakt. Eigenlijk andersom, woningen voor parkeerplekken. (Mevrouw DE JAGER: Ik wilde daarover graag een verduidelijkende vraag stellen aan de wethouder. Klopt het als het amendement van het CDA en de VVD zou worden aangenomen dat er dus minder huizen komen dan er nu in het oorspronkelijke plan zitten?) Er komen dan minder woningen omdat we dan parkeerplaatsen zouden moeten maken. Ik denk dat het ook een grote invloed heeft op de openbare ruimte. Ik geloof ook dat er hier kennelijk een keuze wordt gemaakt voor een andere openbare ruimte dan waar de raad meestal op aandringt namelijk het behalen van de groennorm, het behalen
38
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
van een prettige openbare ruimte et cetera. Parkeerplaatsen voldoen niet aan de groennorm. Dat kan ik u zeggen. (De heer BOOMSMA: Dat klopt niet want in ons amendement staat precies hetzelfde aantal woningen. Er staat alleen het verzoek om te onderzoeken of het aantal parkeerplaatsen ook kan worden uitgebreid wat ook het verzoek is van de deelraad. Dat is dus een onderzoek en daarmee is helemaal nog niet gezegd dat er minder woningen zouden moeten komen maar om de opties te inventariseren.) Voor sociale woningen geldt een andere parkeernorm dan voor middeldure huurwoningen dus dan moeten er nog meer parkeerplaatsen komen. Die gaan ergens ten koste van. We hebben al onderzoek gedaan naar wat er voor parkeermogelijkheden in de buurt zijn en die zijn er maar zeer beperkt in vergelijking met het aantal woningen dat er komt. Dus dan zullen er keuzes moeten worden gemaakt en dan zou het college er inderdaad voor kiezen daar huizen te bouwen en niet parkeerplekken. Dus op het moment dat je huizen gaat bouwen, moeten wij ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening kunnen laten zien dat er ruimte is voor parkeren. Op het moment dat er geen parkeerregime geldt, dan wordt die parkeerdruk te hoog en dan hebben we dus al bij de J.P. Heijestraat gemerkt dat we dan worden teruggefloten door de rechter.
Ik denk dat ik dan eigenlijk al stiekem een preadvies heb gegeven op het amendement. Dat moet ik ontraden omdat die ruimte er inderdaad niet is in de openbare ruimte. Bovendien is het ook lastig gezien de DAEB en niet-DAEB voor de financieringsmogelijkheden, financieringsstromen moet ik zeggen. Daarnaast hebben we natuurlijk ook gewoon een doelstelling op het gebied van sociale huur die we hier ook willen halen. Dan de motie van mevrouw De Fockert en mevrouw De Jager. Daarop kan ik een positief preadvies geven. Ik zei het al, sommige plekken zijn bekend maar we zullen nog een bredere inventarisatie doen waar het misschien nog kan gaan spelen maar waar het nu nog niet in ons blikveld ligt. Uiteraard doen we dat dan in nauwe samenwerking met het stadsdeel zoals we deze zaken doen. Dus deze motie gaan we doen. Ook collega De Vries zal daar natuurlijk onderdeel van zijn. Mevrouw Kiliç heb ik volgens mij al beantwoord. Het leek alsof er in het voorstel dat nu voorligt bij het college alsof daar al een betaald parkeerregime is. Dat is niet zo. Wij houden ons aan de afspraken die er zijn gemaakt maar met het aannemen van de motie gaan we wel kijken naar wat er mogelijk is om toch deze middeldure huizen te bouwen met mogelijk een parkeerregime maar dat is in dit plan zoals dat voorligt, nog niet zo. Dat leek een beetje uit de bijdrage van DENK maar dat is dus nog niet zo.
(Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ik snapte niet waarom corporaties dan niet meer middeldure huurwoningen kunnen bouwen. Dat punt van de wethouder over DAEB en niet-DAEB is volgens mij feitelijk onjuist.) Het heeft te maken met de financieringsstromen waarbij sociale en middeldure huur in een gebouw soms voor een corporatie heel erg lastig is. Dat heeft met die financieringsstromen van DAEB en niet-DAEB te maken. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Volgens mij klopt het echt niet wat de wethouder hier zegt. Het staat de corporatie vrij om vanuit haar DAEBhoedanigheid en niet-DAEB-hoedanigheid te handelen. Dat kan in hetzelfde gebied en in hetzelfde gebouw. Inderdaad gelden er andere voorwaarden voor de financiering. Men mag wel goedkope financiering benutten voor de DAEB en de duurdere financiering voor de niet-DAEB. Maar dat betekent dus wel dat men meer middeldure huurwoningen kunnen bouwen.)
39
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ik heb ook niet gezegd dat het niet mogelijk is. Ik heb gezegd dat het voor de corporatie een veel lastiger vraagstuk is dan het plan zoals dat voorligt en ook dat die afspraken hierover inmiddels zijn gemaakt. We hebben als stad ook een opgave als het gaat om sociale woningbouw. Het plan is zo dat we hier de sociale woningbouw grotendeels plannen en in het volgende plan de middeldure huurwoningen. Vandaar dat het parkeerregimevraagstuk op komt. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: We hebben ook een opgave om middeldure huurwoningen te bouwen. We bouwen eigenlijk al dubbel zo veel sociale huurwoningen in Amsterdam als middeldure huurwoningen. Het college heeft in de eerste zes maanden van 2020 76 middeldure huurwoningen gebouwd. Dus wat krijgen we nu? Meent de wethouder dit echt serieus?) We hebben beide opgaves; ook voor sociale woningbouw hebben we een opgave maar ook voor middeldure huur. U was denk ik net zo blij als ik toen we het tweede kwartaal van dit jaar te horen kregen hoeveel middeldure huurwoningen er dit jaar zijn gebouwd. Dus je kunt eeuwig blijven teren op vorig jaar maar ik zou vooral naar dit jaar gaan kijken. We hebben beide opgaves en mijn belangrijkste punt is dat het voor de woningbouwcorporatie heel lastig is om dat in een gebouw te doen. Nogmaals, inderdaad die opgave van middeldure huur is van groot belang.
Vandaar dat wij graag zo snel mogelijk met Hoek en Nes aan de slag willen. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan schors ik een minuut om wethouder Everhardt uit te nodigen hier plaats te nemen en een wisseling van woordvoerders te hebben.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor een minuut. De VOORZITTER heropent de vergadering.
4. Afwijken van de Structuurvisie voor een nieuw bestemmingsplan voor de bestaande maïsteelt op ongenummerde percelen aan de Liergouw VN2021-013394 Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2021-013394. 5. Instemmen met de investering voor aankoop van het voormalige rechtbankgebouw en instemmen met de nota van uitgangspunten kavel tijdelijke rechtbank VN2021-021893 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen:
40
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Motie van het lid van Soest inzake aankoop voormalig rechtbankgebouw Zuidas, nr. 2021-643 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
de wethouder Financiën en Economie van dit dossier af te halen en zijn taken over te laten nemen door een ander lid (geen partijgenoot) van het college.
Motie van het lid Van Soest inzake aankoop voormalig rechtbankgebouw Zuidas, nr. 2021-644 verzoekt het presidium: -
de Rekenkamer Metropool Amsterdam te vragen om te onderzoeken of er in het traject, van de beginfase tot nu, sprake geweest is van belangenverstrengeling;
verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
tot de uitkomsten van het onderzoek geen onomkeerbare stappen te zetten tot de investeringsvraag ten behoeve van de aankoop van het voormalige rechtbankgebouw.
Motie van de leden Nadif en Van Renssen inzake de toegankelijkheid van het museum voor mensen met een laag inkomen, nr. 2021-658 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
in overleg met de Hartwig Art Foundation het museum toegankelijk te maken voor mensen met een laag inkomen bijvoorbeeld via het instrument van de stadspas en dit vast te leggen in de afspraken met de Hartwig Art Foundation.
De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Dit enorme brutalistische gebouw werd wel het betongerecht genoemd. Ik heb zelf hele goede herinneringen aan dit gebouw en aan het moment dat ik zelf een aantal jaren geleden ook voor de rechter stond nadat niemand minder dan zijne excellentie de minister-president van Nederland mij had uitgedaagd in een zaak die ik overigens glansrijk heb gewonnen. Helaas ontbreekt het mij aan de spreektijd om deze zaak verder uit de doeken te doen. Het is een gebouw met geschiedenis. Het CDA is een groot voorstander van particuliere initiatieven en mecenaat en zeker ook voor de kunsten. Financieel is dit voor de gemeente gunstig, denk ik, maar het is ook voor de initiatiefnemers natuurlijk een buitengewoon gunstige deal want zij krijgen een gigantisch complex voor een spotgoedkope huurprijs op de duurste grond van Amsterdam. Gezien het feit dat de initiatiefnemer toch een van de grootste donateurs is van de partij van de betrokken wethouder lijkt het mij niet verstandig in zo’n
41
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ongebruikelijke deal waarbij de gemeente onderhands een gebouw aanschaft voor een club en zo’n pand koopt. Wat het dan niet toch verstandiger geweest, is mijn vraag aan de wethouder, om dit bijvoorbeeld aan collega Meliani over te laten om in ieder geval niet de schijn van belangenverstrengeling te willen wekken? Dan heb ik nog een andere vraag. Nieuwe huurders krijgen toestemming om in tien procent van het gebouw horeca te vestigen. Dat is natuurlijk wel enorm want dat gaat dan om 1800 m2 horeca. Mijn vraag is nu wat dan eigenlijk de verdiencapaciteit is voor zo’n grote horecavestiging. Ik heb wel gezien dat het de bedoeling is dat eventuele winsten daarvan worden uitgekeerd aan de stichting maar dat vind ik niet voldoende. Ik ben benieuwd of daarnaar is gekeken en of dat dan toch vergeleken met die huur wel heel veel is en heel veel kansen biedt. Dan de vraag of het een cadeau is voor de stad. Ik denk dat het een cadeau voor de stad is. Het is ook een cadeau aan de initiatiefnemer in die zin maar het wordt wel een instelling voor hedendaagse kunst en de eerlijkheid gebied te zeggen dat het niet vanzelfsprekend is dat zo’n instelling een heel groot en breed publiek aanspreekt in Amsterdam. Ik heb het plan gelezen en ik moet zeggen, voor mij is het ook nog redelijk abracadabra. Ik kan het allemaal niet zo goed volgen wat daar gaat gebeuren.
Maar goed, dat doet er verder niet toe. De vraag is wel, is dit nu een plek waar heel veel mensen in Amsterdam daadwerkelijk op af zullen komen? Dus is er een soort doelstelling voor het publieksbereik? (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Wat is erop tegen als zowel Amsterdam profiteert van dit project als ook de donateur? De heer Boomsma schetst hier dat het een cadeau voor de stad is, maar de donateur profiteert er ook van. Wat is daarop tegen?) Daar is helemaal niets op tegen. Maar de vraag is of het goede ruimtelijke ordening is om juist dit prominente, grote gebouw van bijna 18.000 m2 op de Zuidas voor deze doelstelling aan te wenden? Ik begrijp de doelstelling om een culturele attractie te hebben op de Zuidas. Nou, dat begrijp ik. Maar is dit dan de meest geëigende en gewilde manier om daaraan invulling te geven? Vandaar mijn vraag of er een prognose is voor bezoekersaantallen en wat we gaan doen als die uiteindelijk niet wordt gehaald. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan. De heer BOUTKAN: Zoals ik ook in de raadscommissie heb gezegd staan wij positief tegenover de particuliere plannen voor een museum op de Zuidas. We hebben daarover een aantal kritische vragen gesteld maar natuurlijk is ook een van de eerste vragen, had hier nu iets anders kunnen komen bijvoorbeeld woningen. We zitten midden in een wooncrisis.
Ik heb uit de technische sessie begrepen dat dat zeer complex is en dat dat technisch niet kan, dat het hele gebouw dan moet worden gestript en dat dat ook weer niet kan vanwege die monumentale status. Onze fractie vindt juist dit particuliere initiatief een heel mooi aanbod om het culturele aanbod van de stad te verrijken. En ook iets wat nog eens een keer aansluit bij de Zuidasvisie waarmee wij als raad hebben ingestemd namelijk dat er zichtbare aanwezigheid moet zijn van cultuur maar dat er ook ruimte moet zijn voor de makers. We denken ook dat er met dit museum aan wordt voldaan. (Mevrouw VAN SOEST: Ik vraag me af hoe u het kunt rijmen dat wij 26 miljoen euro gaan uitgeven aan een filantroop. Kunt u daar nader op ingaan?) Ik denk dat de vraagstelling verkeerd is want we gaan geen 26 miljoen euro uitgeven aan een filantroop. We gaan 26 miljoen euro uitgeven om een gebouw aan te
42
Jaar
2021
Vergaderdatum 15 september 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
schaffen om dat vervolgens door te verhuren. Maar ik zal er in mijn bijdrage zo meteen iets over zeggen. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik vind de PvdA wel heel positief over dit plan. Het past binnen de Zuidasvisie hoor ik de heer Boutkan zeggen, maar er passen toch veel meer zaken binnen de Zuidasvisie? Er is maar een initiatiefnemer met een plan voor de Zuidas gekomen. Kan de heer Boutkan daarover nog iets zeggen?) Ik constateer maar dan ga ik misschien een beetje op de stoel zitten van onze cultureel woordvoerder, dat het culturele aanbod op de Zuidas nu niet bijzonder sterk is. We hebben in die Zuidasvisie nu juist uitgesproken dat we dit heel graag willen. Dus dat vind ik juist heel erg krachtig. En als ik door mag gaan met mijn betoog, dan brengt dat mij ook op een ander argument. Als woordvoerder toerisme heb ik al heel vaak gezegd hoe goed het zou zijn als we op meerdere plekken in de stad dus niet alleen in het centrum of in de buurt van het Museumplein ook aan de randen van de stad, op de Zuidas, meer voorzieningen zouden hebben die bezoekers trekken, die Amsterdammers trekken, Nederlandse bezoekers, internationale bezoekers. Dus wat dat betreft vinden we dat een heel mooi aanbod.
(Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik hoor de heer Boutkan zeggen dat hij het heel krachtig vindt dat er hier plek voor cultuur komt en dat er veel bezoekers kunnen komen, maar is hij het niet met de Partij voor de Dieren eens dat het toch wel heel bijzonder is hoe dit gaat? Dat de gemeente een pand gaat aankopen en gaat verhuren voordat het op de markt komt? Dat gebeurt eigenlijk verder niet. En andere initiatiefnemers zijn gewoon buiten spel gezet.) Ik vind de woorden ‘andere initiatiefnemers buiten spel zijn gezet’ heel hard. Ik ken namelijk geen andere initiatiefnemers. Wat ik heb gehoord en heb begrepen uit de technische sessie waarbij mijn collega ook aanwezig was, is dat dit eigenlijk een heel incourant pand is. Een pand dat wordt gekocht zoals het nu is en waarmee je eigenlijk niet zo heel veel kunt en waar de nodige tientallen miljoenen euro’s investeringen moeten worden gedaan, vermoed ik zo. Dat vind ik wel een lastige vraag van mijn collega. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Dan heb ik nog een laatste vraag. Is de heer Boutkan er wel mee bekend dat andere initiatiefnemers ook de ruimte niet hebben gekregen om hier met plannen te komen omdat het gewoon niet bekend was?) Nou, voor zover ik weet, is het zo als de stad het pand niet zou aankopen, dan zou het Rijksvastgoedbedrijf het gaan verkopen aan de hoogste bieder. Eerlijk gezegd vind ik dat ook niet een heel aantrekkelijk scenario.