011.1 Stadsdeel Adviezen.pdf
Tekst van het document
29
Antwoord: Met de ingang van het nieuwe beleid wordt de ruimte voor evenementen, als die schaars is, stedelijk verdeeld. Dat gebeurt op basis van een advies van een onafhankelijke Externe Adviescommissie, die het college adviseert over een optimale verdeling van de ruimte voor evenementen, zodat er een breed, gevarieerd en divers aanbod ontstaat voor Amsterdammers. Het is belangrijk dat die verdeling op stedelijk niveau plaatsvindt, omdat de schaarse ruimte is verdeeld over locatieprofielen in de hele stad. De lokale adviescommissies, die nu op enkele plekken het stadsdeel adviseren over de te programmeren, kunnen derhalve onder het nieuwe beleid geen formele rol krijgen in de toedeling van de ruimte. Maar het college ziet wel toegevoegde waarde in de lokale kennis en betrokkenheid van de lokale adviescommissies. Daarom is in het beleid uitgewerkt dat deze commissies, waar dat wenselijk is, een rol kunnen houden in het proces. Concreet gaat het dan om een opdracht om jaarlijks het aanbod van evenementen, en het verloop van die evenementen, te evalueren en op basis daarvan een advies op te stellen. In dat advies kan de commissie aandachtspunten meegeven voor de uitvoering, maar ook formuleren welke types evenementen of welke doelgroepen goed een plek zouden kunnen krijgen op die specifieke locatie.
Dat advies wordt aangeleverd bij de Externe Adviescommissie, dat (gemotiveerd) kan besluiten om dat advies wel of niet over te nemen. Bij de toedeling van de ruimte op die specifieke locatie kan het advies van de lokale commissie ook nog worden betrokken. Tot slot kan de Externe Adviescommissie de lokale adviescommissie ook om nader advies vragen voor de verdeling van de schaarse ruimte. Het college is van mening dat op deze manier lokale kennis en betrokkenheid bij evenementen goed gewaarborgd kan worden en onderzoekt om die reden ook of het wenselijk en haalbaar is om op meer plekken dan nu het geval is lokale adviescommissies in te stellen.
Opstellen-beleidsregel Advies: Het is wenselijk om een beleidsregel op te stellen hoe om te gaan met kleine, buurtgerichte evenementen die nu een omgevingsvergunning moeten aanvragen en een beleidsregel op te stellen waarin keuzes worden gemaakt welke soort evenementen geen planologische goedkeuring nodig hebben, omdat die afweging al plaats vindt bij de evenementenvergunning voor zover nodig. Antwoord: Een omgevingsvergunning is alleen nodig als het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, of als het evenement in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat geen vergunningplicht voor evenementen, ook niet voor incidentele kleinschalige buurtevenementen. Als er sprake is van strijd met het bestemmingsplan is wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Voor 30
eenmalige evenementen in de publieke buitenruimte is géén buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, tenzij het gaat om een locatie waar met enige regelmaat evenementen worden gehouden.
Handhavingsstrategie Advies: In 2024 is de Handhavingsstrategie Evenementen 2024 vastgesteld. In het daarin opgenomen stappenplan zijn ook de overtredingen ten aanzien van geluidsnormen opgenomen. Graag de paragraaf over toezicht en handhaving in bijlage 5 Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam in overeenstemming brengen met de handhavingsstrategie evenementen, en verwijzen naar deze handhavingsstrategie. Antwoord: Voorschriften met betrekking tot geluid dienen te worden door vertaald in de handhavingsstrategie. De handhavingsstrategie betreft een flexibel en meebewegend uitvoeringsinstrument en wordt dus niet opgenomen in beleid.
Taken en Bevoegdheden stadsdelen Advies: Benoem kort dat dit taken en bevoegdheden zijn naast de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving van evenementen (relatie met bijlage 2 van het conceptbeleid). Antwoord: Het college neemt het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel over en voegt aan hoofdstuk 13 een paragraaf toe over het mandaat voor het verlenen evenementenvergunningen van en het toezicht en handhaving daar op.
31
ADVIES STADSDELEN OP CONCEPT LOCATIEPROFIELEN Stadsdeel Noord Algemeen Algemeen advies Op pagina 7 (leeswijzer) van de locatieprofielen wordt aangegeven: •
De profielen geven aan op welke plaatsen in de stad er ruimte is voor evenementen en onder welke voorwaarden deze evenementen worden georganiseerd.’ Dit wekt de indruk dat er elders geen evenementen mogelijk zijn, wat niet het geval is.
•
Ook zou het hier in de leeswijzer aan te bevelen zijn om aan te geven wat een locatieprofiel is. Dit staat weliswaar in het evenementenbeleid opgenomen, maar zou hier ook op z’n plaats zijn.
•
Daarnaast dient in de leeswijzer duidelijk te worden gemaakt wie de bevoegdheid heeft om te besluiten tot afwijking van vastgestelde locatieprofielen. Verder zou het duidelijker zijn als onder het kopje ‘Mobiliteit’ wordt aangegeven dat de organisatie van een groot evenement verantwoordelijk is voor dat mobiliteitsplan.
Antwoord: Het college neemt deze adviezen van het stadsdeel over en past de leeswijzer hierop aan.
Locatieprofielen Overhoeks en NDSM Advies: Het DB vraagt om naast Pride en Koningsdag ook Sail te noemen als evenement met Hoog Maatschappelijk Belang zodat hiervoor niet hoeft te worden afgeweken van het geluidbeleid. Antwoord: Het college neemt dit advies van het stadsdeel niet over. De evenementen en activiteiten rondom Sail hebben maar in beperkte mate een geluidskarakter. In de praktijk blijkt bovendien dat de bestaande geluidsnormen van 75 en 85 dB(C) op de gevel passend en afdoende zijn, ook voor muzikale optredens en concerten. De hogere toegestane geluidsnorm van 95 dB(C) is dus in de huidige opzet niet nodig, maar zou ook extra ruimte bieden voor evenementen en activiteiten rondom Sail, waardoor de hinder voor de omgeving zou kunnen toenemen.
32
Locatieprofiel NDSM Advies: Het locatieprofiel NDSM komt nu niet overeen met het Omgevingsplan. Het DB vraagt om het Omgevingsplan hierop aan te passen. Antwoord: Het college neemt dit advies van het stadsdeel over. Alle locatieprofielen worden op termijn opgenomen in het Omgevingsplan. Indien door het wijzigen van de locatieprofielen meer ruimte op een locatie ontstaat dan in het Omgevingsplan is opgenomen, wordt voor deze locatie eerder aangepast. Dit geldt ook voor het NDSMprofiel. Hierover vindt afstemming plaats tussen het Stedelijk Evenementenbureau en de directie Ruimte en Duurzaamheid. Locatieprofiel Buiksloterplein Advies: Geconstateerd is dat de plattegrond van het locatieprofiel Buikslotermeerplein (Centrumplein) niet juist is en ook het marktterrein zou moeten behelzen. We vragen dan ook of de plankaart vervangen kan worden zodat het marktterrein daar onderdeel vanuit maakt (zie kaartje met voorstel in het advies). Antwoord: Het college neemt het advies van het stadsdeel over en heeft het locatieprofiel hierop aangepast
33
Stadsdeel Oost Algemeen advies en opmerkingen - Rolverdeling en Bestuurlijke verantwoordelijkheid Advies: •
In het beleid wordt meerdere keren verwezen naar “het stadsdeel”. Niet duidelijk is of hiermee het dagelijks bestuur wordt bedoeld, VTH het gebied of een andere afdeling. Maak duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
•
De bevoegdheden in het evenementenbeleid zijn verdeeld over meerdere bestuursorganen te weten het college en de burgemeester. Maak in de tekst duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
•
Heldere kaders hoe om te gaan met het aanvullen en aanpassen van aanvragen zijn wenselijk. Dit kan landen in de verdere uitwerking van het beleid naar o.a. werkinstructies. Hierbij is verdeling van de rollen tussen het Stedelijk evenementenbureau dat onder het college valt en VTH dat onder het dagelijks bestuur valt van belang.
Antwoord: • •
De verwijzingen naar “het stadsdeel” zijn gespecificeerd. Vanaf september wordt gewerkt aan een werkbeschrijving van het werkproces onder leiding van VTH . Het voorstel van het dagelijks bestuur van het stadsdeel met betrekking tot het aanpassen van aanvragen wordt daarin meegenomen.
Advies: Het is van belang dat bij de vaststelling van het nieuwe evenementenbeleid formeel alle oude beleidskaders worden ingetrokken, waaronder: • •
Het Draaiboek Evenementen 2005; Het evenementenbeleid van 2018.
Antwoord: Bij de vaststelling van worden alle beleidskaders die met het nieuwe beleid worden vervangen formeel ingetrokken.
Advies: Een belangrijk deel van het nieuwe beleid betreft verdere uitwerking. Het dagelijks bestuur vraagt het college om het stadsdeel ambtelijk aan te laten haken bij de verdere uitwerking en het opstellen van een eventueel uitvoeringsprogramma bij dit evenementenbeleid. Antwoord: De verschillende afdelingen binnen de stadsdelen worden intensief betrokken bij de uitwerking van het evenementenbeleid. 34
Risicogestuurde werkwijze Advies: Het dagelijks bestuur is blij met deze werkwijze en adviseert: •
in het beleid voorbeelden op te nemen van typische evenementen per risicocategorie (zoals A+, B+, C);
•
helder te maken welke gevolgen de risicoklasse heeft voor de aanvrager, bijvoorbeeld qua behandeltermijnen, in te dienen stukken en leges;
•
expliciet te vermelden dat de uitvoering van risicogestuurd beleid gemonitord wordt op uitvoerbaarheid, effectiviteit en werkdruk.
Antwoord: Het college stelt voor om in het beleid geen namen van specifieke evenementen op te nemen. In 2026 wordt met de risicogestuurde werkwijze proefgedraaid: tijdens deze proefperiode zullen praktijkvoorbeelden ontstaan die, indien relevant, op een later moment kunnen worden benut ter verduidelijking van de risicocategorieën en ter evaluatie van de risicoscan. De behandeltermijnen in het nieuwe beleid ongewijzigd. Dat geldt ook voor de leges, al geldt daar wel dat als helder is wat de effecten zijn van de nieuwe werkwijze, een nieuwe calculatie zal worden gemaakt van de kosten. Dat zou kunnen leiden tot aanpassing en/of meer differentiatie van de tarieven. De vereiste in te dienen stukken voor organisatoren volgen wel direct uit de uitkomst van de risicoscan en worden afgestemd op de risicocategorie. De precieze invulling van deze stukken en het bijbehorende toetsingskader wordt in de komende periode nader onderzocht. Het college onderschrijft het belang van monitoring van de uitvoerbaarheid, effectiviteit en werkdruk. In 2026 zal de proefperiode tevens dienen om het effect van de risicocategorisering op evenementen te evalueren.
Normen en niet-bindende beleidsuitgangspunten Advies: Het dagelijks bestuur adviseert een duidelijke scheiding aan te brengen tussen toetsbare normen en niet-bindende beleidsuitgangspunten; Antwoord: Het college neemt het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel over en licht in de inleiding van hoofdstuk 5 nader toe dat de informatie in het schema hard is en de rest zacht.
35
Locatiebeleid Advies: Het dagelijks bestuur adviseert enkel die regels op te nemen in locatieprofielen die juridisch uitvoerbaar en handhaafbaar zijn; Antwoord: Het college hecht er aan ook de ‘zachte’ informatie op te nemen zodat die meegegeven kan worden aan organisatoren bij het organiseren van een evenement op een specifieke locatie.
Advies: Het dagelijks bestuur adviseert terughoudend te zijn met het opnemen van ‘signaalzinnen’ die niet juridisch onderbouwd kunnen worden (voorbeeld: geen evenementen in het broedseizoen). Antwoord: Het document is hier nog een keer op nagelopen om deze waar mogelijk te schrappen.
Advies: Het dagelijks bestuur vraagt zich af of duidelijk is wat onder een buurtgericht of cultureel evenement valt? Antwoord: Het college stelt vast dat het niet mogelijk is om te differentiëren tussen buurtgerichte of culturele evenementen en bijvoorbeeld commerciële evenementen. Dit onderscheid kan niet gemaakt worden op grond van de Dienstenrichtlijn, omdat dit onterecht onderscheid maakt tussen verschillende dienstverrichters. Wel valt te concluderen dat meer kleinschalige evenementen, zonder hoge geluidsbelasting naar hun aard en omvang te bestempelen zijn als (meer) buurtgericht en/of eerder cultuurgericht zullen zijn.
Advies: Het dagelijks bestuur vraagt of buurtgerichte evenementen mogen worden afgezet? Antwoord: Ja, ook buurgerichte evenementen mogen worden afgezet, als dat nodig is voor de veiligheid van bezoekers of de omgeving.
Advies: Het dagelijks bestuur vraagt of alle buurtgerichte evenementen per definitie vrij toegankelijk zijn? Antwoord: Nee, er is geen regel die stelt dat buurtgerichte evenementen vrij toegankelijk moeten zijn.
36
Advies: Het dagelijks bestuur vraagt zich af of toegang tot het park (zoals in Flevopark) tijdens op- en afbouw altijd kan worden gegarandeerd? Antwoord: Ja, dat kan voor dat deel van het park dat niet gebruikt wordt voor het evenement of voor op- en afbouw. Van parken wordt in bijna alle gevallen slechts 25% van het totale oppervlak gebruikt voor het evenement. Dat betekent dat de rest van het park vrij toegankelijk is. Waar tijdens een evenement, of tijdens de op- en afbouw, maatregelen moeten worden getroffen in het kader van veiligheid, dient dit op zo'n manier te gebeuren dat toegang tot de vrijgebleven delen van het park niet wordt belemmerd.
Vraag: Als in een profiel alleen buurtgerichte of culturele evenementen zijn toegestaan, adviseert het dagelijks bestuur een duidelijke lijst te maken met voorbeelden van wat daar wel of niet onder valt. Antwoord: Het college stelt zich op het standpunt om geen lijst te maken met voorbeelden van evenementen die onder een categorie vallen. Bij de nieuwe categorie indeling op basis van het aantal bezoekers is een inschatting gemaakt van de reikwijdte van een dergelijk evenement. Daarbij is het principe gehanteerd dat hoe kleiner het evenement, hoe kleiner de straal waarbinnen potentiële bezoekers zich begeven en vice versa. Daarmee geeft het een beeld van de ruimtelijke impact van een dergelijk evenement. Uitzonderingen hierop zijn in de praktijk altijd mogelijk. Het kan voorkomen dat een klein evenement met maximaal 500 bezoekers toch bezoekers trekt uit andere delen van de stad of zelf vanuit de regio of elders in het land omdat het om een niche-evenement gaat. Om die reden, en omdat het beleid voor een langere termijn is opgesteld en lijstjes snel achterhaald blijken, kiest het college er niet voor een lijst met voorbeelden van evenementen per categorie aan het beleid toe te voegen.
Vergunningen/Evenementenkalender – Evaluatie Het dagelijks bestuur adviseert: •
criteria op te nemen op basis waarvan een plek op de evenementenkalender kan komen te vervallen;
•
onderscheid te maken naar ernst en herhaling van overtredingen (zoals geluid, afval, drukte, openbare orde);
•
te beschrijven welke rol het dagelijks bestuur speelt in deze afweging en op welke wijze de evaluatie ook bestuurlijk wordt meegewogen.
37
Antwoord: De beoordelingscriteria bepalen de toekenning van de plek. Het behoud van een (meerjarige) plek hangt af van de evaluatie. In een aparte evaluatie die ambtelijk wordt uitgevoerd wordt beoordeeld in hoeverre het evenement is uitgevoerd zoals beschreven in de ingediende plannen, omdat op basis van die plannen de (meerjarige) plekken zijn toegewezen. Bij de evaluatie van een vergunning wordt de geldende handhavingsstrategie gebruikt om eventuele consequenties te bepalen aan overtredingen. In de evaluatie wordt onderscheid gemaakt tussen verbeterpunten of kleine overtredingen die leiden tot afspraken voor volgende edities, en ernstige overtredingen die kunnen leiden tot een last onder dwangsom, het weigeren of intrekken van de eerstvolgende vergunning of het intrekken van de (meerjarige) plek. Het dagelijks bestuur heeft hierin geen rol.
Evenementenkalender Verdeling Schaarste Het dagelijks bestuur adviseert: •
expliciet toe te lichten hoe dit verdeelmodel voldoet aan de vereisten van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie uit de Dienstenrichtlijn;
•
te onderbouwen hoe de toepassing van deze criteria juridisch houdbaar is en voorkomt dat deze willekeurig of multi-interpretabel overkomen.
Antwoord: Het verdeelsysteem en de beoordelingscriteria zijn opgesteld zodat ze voldoen aan de eisen van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie uit de Dienstenrichtlijn. In het hoofdstuk 8, paragraaf 8.3 over de Dienstenrichtlijn staat beschreven hoe dit hieraan voldoet. Alle verzoekers weten vooraf waarop zij beoordeeld zullen worden, waardoor het speelveld gelijk wordt getrokken. Nieuw organisatoren hebben met hun verzoek evenveel kans om op de evenementenkalender te komen als gevestigde partijen. Ook wordt in het juridisch rapport van prof. mr. Johan Wolswinkel (2025) dat als bijlage bij het beleid is opgenomen toegelicht dat de verdeelwijze voldoet aan de eisen zoals beschreven in de Dienstenrichtlijn. Het college stelt een adviescommissie samen na het doorlopen van een zorgvuldige sollicitatieprocedure. Bij de selectie van de commissie zal expliciet aandacht zijn voor mogelijke belangenverstrengeling. In de werkwijze voor de externe adviescommissie zal deze worden begeleid door een ambtelijk secretaris die zal controleren of de commissie adviseert aan de hand van de gestelde beoordelingscriteria. Tevens is een advies van de adviescommissie toetsbaar op het moment dat een organisator een procedure start in het kader van een al dan niet vergeven plek op de evenementenkalender.
38
Evenementenkalender Beoordelingscriteria Het dagelijks bestuur adviseert: •
de beoordelingscriteria in hoofdstuk 8.4.6 nader uit te werken in concrete vragen of normen;
•
bijvoorbeeld uit te werken hoe “binding met de stad” aangetoond en vergelijkbaar wordt beoordeeld.
•
om lokale verankering en communicatie als beoordelingscriterium toe te voegen bij beoordeling in geval van schaarste;
•
om transparante en inhoudelijke criteria te formuleren en hanteren in geval van schaarste bij kleinschalige evenementen.
Antwoord: In de nadere regels is per beoordelingscriterium helder, objectief en transparant omschreven op welke onderdelen de adviescommissie een verzoek beoordeelt, waardoor het voor een organisator duidelijk is hoe hij punten kan verdienen met het verzoek. Organisatoren zijn innovatief, creatief en betrokken heb hebben zelf waarschijnlijk de beste ideeën in hoe zij invulling kunnen geven aan de beoordelingscriteria. Het is vervolgens aan de onafhankelijke adviescommissie om de indiende verzoeken te beoordelen en punten te geven. Organisatoren krijgen wel sturing en richtlijnen. Zowel door wat er in de nadere regels staat wat betreft omschrijving, als door middel van een formulier waar zij per onderdeel de plannen kunnen indienen. Op deze manier worden organisatoren geholpen om alle onderdelen in te vullen, waardoor zij goed en eerlijk beoordeeld kunnen worden. Lokale verankering en communicatie zijn geen zelfstandige beoordelingscriteria. Wel worden deze meegenomen in de bestaande beoordelingscriteria. Communicatie gaat onder andere over de binding met de buurt; hoe wordt de directe omgeving geïnformeerd en betrokken bij het evenement. Maar communicatie ziet bijvoorbeeld ook op de toegankelijkheid van het evenement: is het evenement voor iedereen toegankelijk, welke voorzieningen zijn er wel of niet en in hoeverre communiceert een organisator daar actief over.
Lokale verankering kan terugkomen in de uniciteit van het plan, waarbij een organisator bijvoorbeeld punten kan verdienen vanwege lokale samenwerkingen, bijzondere samenwerkingen of samenwerking met jong talent. Voor alle evenementen die zich moeten aanmelden voor de evenementenkalender gelden de beoordelingscriteria in geval van schaarste. Deze zijn dus niet alleen van toepassing op de hele grote evenementen. Wel doet schaarste zich op dit moment minder snel voor bij meer kleinschalige evenementen, waardoor de kans aanwezig is dat hier geen beoordeling plaats hoeft te vinden.
39
Meerjarig toekennen van plekken Het dagelijks bestuur adviseert: •
te borgen dat het stadsdeel ook zonder formele adviescommissie een volwaardige rol krijgt in het kalenderproces;
•
te beschrijven hoe het college de ervaringen uit het gebied structureel betrekt bij het beoordelen van locaties en het aanwijzen van meerjarige plekken;
•
te borgen dat signalen uit de buurt tijdig en evenwichtig worden meegewogen bij het toekennen van meerjarige plekken, door dit expliciet te benoemen als waardevolle en structurele bron van lokale kennis en ervaring;
•
helder te maken hoe het onderscheid wordt gemaakt tussen bestuurlijke inbreng (dagelijks bestuur) en ambtelijke betrokkenheid (zoals via VTH of gebiedsteams).
Antwoord: Naar aanleiding van een nader onderzoek naar de noodzaak voor meerjarige plekken is besloten dat alle plekken voor evenementen die op de evenementenkalender worden geplaatst meerjarig worden verdeeld. Een organisator kan zelf aangeven of ze toch behoefte hebben aan een eenjarige plek. In alle andere gevallen wordt een plek voor meerdere jaren toegekend. De ervaringen uit het gebied zijn in die zin meegewogen dat de stadsdelen en gebiedsmakelaars zijn gesproken voor het onderzoek naar meerjarige plekken. Het maken van een onderscheid in locaties die meer of minder geschikt zijn voor meerjarige plekken is met deze nieuwe inzichten geschrapt. Het college ziet dat meerjarige plekken noodzakelijk zijn voor alle evenementen. Wel kan het zijn dat een locatie niet beschikbaar is voor langere duur, bijvoorbeeld vanwege werkzaamheden. In dat geval is het niet (altijd) mogelijk om voor meerdere jaren ook daadwerkelijk een vergunning te verlenen. Dit komt voor eigen risico van een organisator. Uiteraard doet het college haar best om dergelijke situaties zo veel als mogelijk van tevoren te communiceren en duidelijk te maken. Met de ingang van het nieuwe beleid wordt de ruimte voor evenementen, als die schaars is, stedelijk verdeeld.
Dat gebeurt op basis van een advies van een onafhankelijke Externe Adviescommissie, die het college adviseert over een optimale verdeling van de ruimte voor evenementen, zodat er een breed, gevarieerd en divers aanbod ontstaat voor Amsterdammers. Het is belangrijk dat die verdeling op stedelijk niveau plaatsvindt, omdat de schaarse ruimte is verdeeld over locatieprofielen in de hele stad. De stadsdelen kunnen onder het nieuwe beleid geen formele rol krijgen in de toedeling van de ruimte. Maar het college ziet wel toegevoegde waarde in de lokale kennis en betrokkenheid van de lokale adviescommissies. Daarom is in het beleid uitgewerkt dat deze commissies, waar dat wenselijk is, een rol kunnen houden in het proces. Het college is van mening dat op deze manier lokale kennis en betrokkenheid bij evenementen goed 40
gewaarborgd kan worden en onderzoekt om die reden ook of het wenselijk en haalbaar is om op meer plekken dan nu het geval is lokale adviescommissies in te stellen. In geval van schaarste zullen jaarlijks de plannen van organistoren worden geëvalueerd. Daarnaast vindt een evaluatie plaats van het vergunde evenement. Het college deelt de wens om duidelijk spelregels op te nemen over wat de uitkomst van een evaluatie betekent voor een volgende vergunning of het behoud van een meerjarige plek. Kleine overtredingen of verbeterpunten uit de evaluatie leiden tot afspraken. Ernstige overtredingen kunnen gevolgen hebben voor een vergunning of behoud van een plek. Door deze spelregels voor iedereen inzichtelijk te maken weten organisatoren, VTH en veiligheidsdiensten waar zij aan toe zijn. Het college neemt dit advies over en heeft in het nieuwe beleid een overzicht meegenomen waarin de evaluatie wordt beschreven.
Vergunningen – Meldingsplichtige evenementen Het dagelijks bestuur adviseert: • • •
Expliciet op te nemen dat evenementen tot 250 personen vallen onder een meldingsplicht en niet langer vergunningplichtig zijn; Vast te leggen dat voor deze meldingen geen leges worden geheven; Om te zorgen dat evenementmeldingen niet meegeteld worden in evenementendagen
Antwoord: Het college neemt het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel met betrekking tot meldingsplichtige evenementen niet over. De meldingsplicht voor evenementen is opgenomen in de APV. In de legesverordening is opgenomen welke evenementen leges verschuldigd zijn. Om verwarring te voorkomen in het geval van wijziging in één van deze regelingen kiest het college ervoor om dit niet in het evenementenbeleid op te nemen. Daarnaast is het college geen voorstander van het niet meetellen van meldingsplichtige evenementen op de locatieprofielen. Dit zou betekenen dat 365 dagen per jaar dit soort evenementen kunnen plaatsvinden. Het college is daar geen voorstander van.
Vergunningen – Omgevingsvergunning Kleinschalige evenementen Advies: Het is wenselijk om een beleidsregel op te stellen hoe hier mee om te gaan en een beleidsregel op te stellen waarin keuzes worden gemaakt welke soort evenementen geen planologische goedkeuring nodig hebben, omdat die afweging al plaats vindt bij de evenementenvergunning voor zover nodig. Antwoord: Een omgevingsvergunning is alleen nodig als het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, of als het evenement in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat geen vergunningplicht voor evenementen, ook 41
niet voor incidentele kleinschalige buurtevenementen. Als er sprake is van strijd met het bestemmingsplan is wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Voor eenmalige evenementen in de publieke buitenruimte is géén buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, tenzij het gaat om een locatie waar met enige regelmaat evenementen worden gehouden.
Vergunningen Toets jaarlijks terugkerende evenementen Advies: Onderzoek of jaarlijks terugkerende evenementen als het Roots Festival jaarlijks hetzelfde onderzoek (flora/fauna, akoestiek) moeten overleggen als de situatie niet wezenlijk verandert; Antwoord: Bij de uitwerking van het nieuwe beleid wordt onderzocht of de toetsing van jaarlijks terugkerende evenementen anders kan worden ingericht, mits de situatie niet wezenlijk verandert. Dit onderzoek wordt breder opgezet en omvat ook andere onderdelen van het vergunningstraject voor evenementen. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat er een aanzienlijk risico bestaat bij het bepalen of er sprake is van wezenlijke wijzigingen in de situatie rondom flora, fauna en akoestiek. Deze beoordeling valt namelijk niet onder de bevoegdheid van de vergunningverlener of de organisator van het evenement, maar wordt uitgevoerd door de daarvoor bevoegde instanties of deskundigen.
Handhavingsstrategie Advies: In 2024 is de Handhavingsstrategie Evenementen 2024 vastgesteld. In het daarin opgenomen stappenplan zijn ook de overtredingen ten aanzien van geluidsnormen opgenomen. Het dagelijks bestuur vraagt de paragraaf over toezicht en handhaving in bijlage 5 Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam in overeenstemming te brengen met de handhavingsstrategie evenementen, en verzoekt om te verwijzen naar deze handhavingsstrategie. Antwoord: Voorschriften m.b.t. geluid dienen te worden doorvertaald in de handhavingsstrategie. Handhavingsstrategie betreft een flexibel en meebewegend uitvoeringsinstrument en wordt dus niet opgenomen in beleid.
42
Communicatiestrategie Advies: Per 1-1-2026 is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en financiering van bewonerscommunicatie. Geadviseerd wordt om dit vast te leggen. Antwoord: Een onderdeel van de uitvoering van het beleid is om in overleg tussen SEB en de stadsdelen een duidelijke communicatiestrategie op te stellen. Dit is opgenomen in de uitvoeringsagenda, waarbij er ruimte is gelaten voor exacte invulling van onder andere de begrote 4 uur per week voor de communicatieadviseurs in de stadsdelen. In uitvoeringsagenda wordt rolverdeling verduidelijkt. Financiering is apart opgenomen in het stuk “implementatiekosten evenementenbeleid”.
43
ADVIES STADSDELEN OP CONCEPT LOCATIEPROFIELEN Stadsdeel Oost Algemeen Locatieprofiel Flevopark Advies: Het DB adviseert geen grote evenementen te laten plaatsvinden in het Flevopark Antwoord: Het college heeft kennisgenomen van het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om geen grote evenementen te laten plaatsvinden in het Flevopark. In de inspraakperiode zijn ook veel zienswijzen van burgers binnengekomen die voor hetzelfde pleiten, naast ook een aantal reacties die aangeven wel tevreden te zijn met de voorgestelde aanpassingen, waardoor een groter deel van het park langer beschikbaar is voor omwonenden. Hoewel het college de wens begrijpt om het Flevopark niet te gebruiken voor grote evenementen, gaat zij hier niet volledig in mee. Het College stelt vast dat de locatie blijkens de onderliggende adviezen van brandweer, mobiliteitsdeskundigen, en ecologen en blijkens de vergunningspraktijk - wel geschikt is voor (een beperkt aantal) grote evenementen. In het advies zijn geen argumenten gegeven die, inzake de specifieke (relatieve) geschiktheid van de locatie, afdoende onderbouwen waarom het Flevopark gevrijwaard zou moeten worden van grote evenementen, en op welke wijze het Flevopark daarin verschilt van andere locaties, waar vergelijkbare of dezelfde argumenten (schaarse openbare ruimte, groene ruimte, natuurwaarde) op van toepassing zijn.
Ook stelt het college vast dat in de door het college vastgestelde visie op evenementen is benoemd dat op alle plekken die daarvoor geschikt worden geacht, ruimte moet worden gevonden voor evenementen, om te komen tot voldoende ruimte voor een adequaat aanbod en een goede spreiding van evenementen over de stad. Concreet wordt daar ook het aantal van tenminste drie dagen per jaar (grote evenementen met een hogere geluidsbelasting). Alles afwegende stelt het college voor om te komen tot een compromis, waarbij in het Flevopark wel ruimte blijft bestaan voor grote evenementen, conform het nieuwe voorgestelde locatieprofiel, maar dan voor maximaal 2 dagen per jaar, en dan altijd alleen in één weekend. Het college wil hier ook nog eens benoemen dat in het nieuwe locatieprofiel al aanpassingen waren gedaan om een groter deel van het park ook gedurende de op- en afbouw beschikbaar te houden voor recreanten en omwonenden, en om het ruimtegebruik van het evenement in lijn te brengen met dat op andere locatieprofielen (maximaal 25% van de betreffende locatie). Hiermee is al eerder aan een belangrijke wens van het stadsdeelbestuur en de omwonenden tegemoetgekomen. 44
In dit voorstel blijft enerzijds ruimte om te programmeren, met een tweedaags evenement met twee maal 10.000 bezoekers, en wordt anderzijds de impact en hinder voor de omgeving beperkt tot maximaal 12 dagen per jaar (inclusief op en afbouw). Ter compensatie stelt het college dan voor om de dag die wegvalt bij locatieprofiel Flevopark te compenseren door een extra dag toe te voegen aan het locatieprofiel Voorland Middenmeer, conform het advies van het stadsdeel in deze. Locatieprofiel Sportpark Middenmeer Het DB adviseert: • 1 groot evenement met max. 20.000 bezoekers toe te voegen ter compensatie van het schrappen van 3 evenementen met max. 10.000 bezoekers in het Flevopark • expliciet om de verplichte rustweekenden uit het profiel te schrappen. In plaats daarvan kan, indien nodig, maatwerk worden toegepast op basis van de aard, duur en impact van het evenement, in samenspraak met bewoners en organisatoren. • om het maximumaantal bezoekers bij meerdaagse evenementen te heroverwegen, terug te draaien naar maximaal 15.000 met verwijzing naar de ruimtelijke context; • om in het locatieprofiel van Sportpark Voorland Middenmeer op te nemen dat hier twee weekenders (2×2 dagen) per jaar mogen plaatsvinden, in plaats van drie losse festivaldagen. Antwoord: Het college neemt dit advies van het stadsdeel deels over.
Het stadsdeel stelt in het advies over locatieprofiel Middenmeer voor om een extra dag toe te voegen aan de bestaande (en opnieuw voorgestelde) drie dagen per jaar, als compensatie voor het verlagen van het aantal dagen op Flevopark. En al gaat het college niet mee in het voorstel van het stadsdeel om in het Flevopark geen grote evenementen meer toe te staan, de verlaging van het aantal dagen op die plek (van 3 naar 2), rechtvaardigt wel een extra dag op Voorland Middenmeer. Door een extra dag toe te voegen ontstaat de mogelijkheid om twee evenementendagen van 20.000 bezoekers en twee evenementendagen van 15.000 bezoekers met een hoge geluidsbelasting te organiseren op deze locatie. Op dit moment wordt de evenementendag van 20.000 bezoekers gebruikt voor Koningsdag. Het is onwenselijk een extra dag van 20.000 direct te koppelen aan een Koningsdag-event. Daarom zal op deze locatie in de toekomst waarschijnlijk sprake zijn een Koningsdagevenement (20.000 bezoekers), één weekender (van 2 x 15.000 bezoekers), en één los evenement (15.000 bezoekers). Mocht de dag voor 20.000 bezoekers niet voor Koningsdag gebruikt worden, dan moeten de 4 dagen als twee weekenders worden ingezet.
45
Het college volgt ook het advies van het stadsdeel om het verplichte rustweekend tussen evenementen te schrappen, waardoor het terrein sneller weer beschikbaar kan worden gesteld aan de sportverenigingen op het terrein. Gehandhaafd blijft ook dat de evenementendagen zo gekozen moeten worden dat het gebruik van het terrein minimale impact heeft op de beschikbaarheid van sportfaciliteiten. De extra dag op Voorland Middenmeer levert ook de exploitant van het terrein en de sportverenigingen extra huurinkomsten op. Locatieprofiel Oosterpark Het dagelijks bestuur constateert dat in de participatie het behoud van het openbare karakter van evenementen in het Oosterpark als belangrijkste waarde naar voren kwam. In het oude profiel is dit dan ook gewaarborgd. Het extra toevoegen van de term “in beginsel” in het nieuwe profiel bij deze openbaarheidseis opent ten onrechte de deur naar besloten evenementen. Het dagelijks bestuur adviseert: • het woord “in beginsel” te schrappen uit het profiel; • expliciet op te nemen dat het openbare karakter de belangrijkste inbreng uit de participatie is. Antwoord: Het college heeft kennisgenomen van het voorstel van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om de passage “in beginsel” te schrappen uit de passage dat evenementen in het Oosterpark “in beginsel vrij toegankelijk moeten zijn” maar neemt dit advies niet over.
Het college deelt de wens van het stadsdeel dat evenementen in het Oosterpark vrij toegankelijk zijn, maar constateert ook dat veel organisatoren van vrij toegankelijke evenementen zich de afgelopen jaren gedwongen hebben gezien om de vrije toegang tot hun evenement in te perken. In sommige gevallen is dat gebeurt om het evenement beheersbaar te houden en zijn er bijvoorbeeld hekken geplaatst en wordt aan toegangsregulering gedaan (bijvoorbeeld de Aprilfeesten). In andere gevallen is deze keuze gemaakt omdat het evenement niet langer rendabel te organiseren is zonder inkomsten van (vaak goedkope) tickets (zie bijvoorbeeld Kwaku). Aangezien het college het locatieprofiel opstelt voor een langere periode, en het aanpassen van of afwijken op een locatieprofiel, zeker onder het regime van de nieuwe omgevingswet, ingewikkelder wordt, heeft het college gemeend te moeten anticiperen op mogelijke ontwikkelingen. Met de bestaande formulering is het voor alle partijen duidelijk dat gratis en vrij toegankelijke evenementen op deze locatie de sterke voorkeur genieten, maar is ook ruimte ontstaan om evenementen met dat karakter, maar een enigszins aangepaste werkwijze, toch een plek te bieden in het Oosterpark en zo ruimte voor diverse culturele programmering op deze locatie te waarborgen. Het college volgt het advies van het stadsdeel op dit punt derhalve niet. 46
Stadsdeel West Verdeling schaarste Advies: Het is van belang dat de rol van lokale adviesraden geborgd wordt bij het verdelen van evenementen door de externe adviescommissie. Het DB ziet graag tegemoet hoe dit vorm krijgt. Antwoord: Met de ingang van het nieuwe beleid wordt de ruimte voor evenementen, als die schaars is, stedelijk verdeeld. Dat gebeurt op basis van een advies van een onafhankelijke Externe Adviescommissie, die het college adviseert over een optimale verdeling van de ruimte voor evenementen, zodat er een breed, gevarieerd en divers aanbod ontstaat voor Amsterdammers. Het is belangrijk dat die verdeling op stedelijk niveau plaatsvindt, omdat de schaarse ruimte is verdeeld over locatieprofielen in de hele stad. De lokale adviescommissies, die nu op enkele plekken het stadsdeel adviseren over de te programmeren, kunnen derhalve onder het nieuwe beleid geen formele rol krijgen in de toedeling van de ruimte. Maar het college ziet wel toegevoegde waarde in de lokale kennis en betrokkenheid van de lokale adviescommissies. Daarom is in het beleid uitgewerkt dat deze commissies, waar dat wenselijk is, een rol kunnen houden in het proces. Concreet gaat het dan om een opdracht om jaarlijks het aanbod van evenementen, en het verloop van die evenementen, te evalueren en op basis daarvan een advies op te stellen.
In dat advies kan de commissie aandachtspunten meegeven voor de uitvoering, maar ook formuleren welke types evenementen of welke doelgroepen goed een plek zouden kunnen krijgen op die specifieke locatie. Dat advies wordt aangeleverd bij de Externe Adviescommissie, dat (gemotiveerd) kan besluiten om dat advies wel of niet over te nemen. Bij de toedeling van de ruimte op die specifieke locatie kan het advies van de lokale commissie ook nog worden betrokken. Tot slot kan de Externe Adviescommissie de lokale adviescommissie ook om nader advies vragen voor de verdeling van de schaarse ruimte. Het college is van mening dat op deze manier lokale kennis en betrokkenheid bij evenementen goed gewaarborgd kan worden, en onderzoekt om die reden ook of het wenselijk en haalbaar is om op meer plekken dan nu het geval is lokale adviescommissies in te stellen.
47
Risicogestuurde inzet en handhaving Advies: Het is van belang dat VTH goed betrokken wordt zodat het beleid aansluit bij de praktijk Antwoord: Dit werken beleid en VTH samen verder uit in de nieuwe werkwijze die aansluit bij het nieuwe beleid.
Evenementenkalender en meerjarige plekken Advies: Het borgen van gebiedskennis is van belang bij het toekennen van meerjarige plekken. Antwoord: Naar aanleiding van een nader onderzoek naar de noodzaak voor meerjarige plekken is besloten dat alle plekken voor evenementen die op de evenementenkalender worden geplaatst meerjarig worden verdeeld. Een organisator kan zelf aangeven of ze toch behoefte hebben aan een eenjarige plek. In alle andere gevallen wordt een plek voor meerdere jaren toegekend. De ervaringen uit het gebied zijn in die zin meegewogen dat de stadsdelen en gebiedsmakelaars zijn gesproken voor het onderzoek naar meerjarige plekken. Het maken van een onderscheid in locaties die meer of minder geschikt zijn voor meerjarige plekken is met deze nieuwe inzichten geschrapt. Het college ziet dat meerjarige plekken noodzakelijk zijn voor alle evenementen. Wel kan het zijn dat een locatie niet beschikbaar is voor langere duur, bijvoorbeeld vanwege werkzaamheden. In dat geval is het niet (altijd) mogelijk om voor meerdere jaren ook daadwerkelijk een vergunning te verlenen. Dit komt voor eigen risico van een organisator. Uiteraard doet het college haar best om dergelijke situaties zo veel als mogelijk van tevoren te communiceren en duidelijk te maken. Het toedelen van de meerjarige plekken is wel een stedelijke opgave, omdat de schaarste stadsbreed verdeeld moet worden.
Wel is, zoals reeds benoemd in het antwoord over de lokale adviescommissies, ruimte voor het inbrengen van lokale gebiedskennis in dit proces.
Behandeltermijn evenementenvergunning Advies: In de praktijk zijn de termijnen van 10 en 16 weken voor het verlenen van een evenementenvergunning vaak te kort. Herijken van deze termijnen is noodzakelijk Antwoord: De behandeltermijnen worden in het nieuwe beleid niet gewijzigd. Samen met VTH wordt in de uitvoering van het nieuwe beleid gekeken naar eventuele optimalisaties in het proces (zoals de implementatie van de risicoscan, aangepast toetsingskader, etc). 48
Omgevingsvergunning Advies: Het Omgevingsplan moet aansluiten bij de ruimte die in de locatieprofielen wordt geboden. Voor kleinere en meldingsplichtige evenementen moet nu een omgevingsvergunning worden aangevraagd waar kosten aan verbonden zijn. Er moet bestuurlijk worden gekeken hoe hier mee om te gaan. Antwoord: Een omgevingsvergunning is alleen nodig als het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, of als het evenement in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat geen vergunningplicht voor evenementen, ook niet voor incidentele kleinschalige buurtevenementen. Als er sprake is van strijd met het bestemmingsplan is wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Voor eenmalige evenementen in de publieke buitenruimte is géén buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, tenzij het gaat om een locatie waar met enige regelmaat evenementen worden gehouden.
VMR Advies: Gevraagd wordt de VMR voor kleine, meerdaagse evenementen te wijzigen omdat deze ongunstig uitpakken en daarmee de diversiteit van het aanbod onder druk komt te staan. Antwoord: Het college erkent dat kleine meerdaagse evenementen door de huidige VMR relatief zwaar worden belast, doordat het bezoekersaantal over alle dagen wordt opgeteld. Er is gekeken naar oplossingen, zoals het verhogen van de vrijstellingsgrens voor de VMR naar 1.500 bezoekers of het toepassen van de vrijstelling per dag in plaats van over de gehele looptijd van het evenement, waardoor evenementen die onder die vrijstellingsgrens per dag blijven geen VMR betalen. Aanpassingen aan de VMR op deze punten zijn echter niet kostenneutraal, en voor de terugvallende inkomsten is op dit moment geen dekking. De komende maanden zal hier wel verder onderzoek naar worden gedaan. Begin 2026 worden verder uitgewerkte voorstellen verwacht, specifiek gericht op het verlichten van de VMR-last voor kleinere meerdaagse evenementen, zodat deze evenementen beter ondersteund worden en hun bijdrage aan de diversiteit behouden blijft.
49
Stimulering gratis evenementen Verzoek: Gevraagd wordt na te denken hoe gratis evenementen geholpen kunnen worden bij het dragen van financiële risico’s . Antwoord: Bij het actualiseren van het nieuwe Evenementenfonds wordt eerst de huidige subsidieregeling herzien en aangepast. Hierbij wordt de optie geïntroduceerd om naast eenjarige subsidies ook meerjarige subsidies toe te kennen. Om grote, gratis toegankelijke evenementen en innovatie te bevorderen, worden twee nieuwe categorieën toegevoegd aan de bestaande regeling. Het ondersteunen van gratis evenementen bij financiële risico's is een complexe opgave, zowel om dat goed en duidelijk uit te werken, als om er dekking voor te vinden. Het (deels) dekken van tegenvallende barinkomsten bij slecht weer bijvoorbeeld, is al snel kostbaar. Wel kan worden onderzocht of bepaalde kosten (zoals de huur) voor gratis evenementen zouden kunnen worden berekend op basis van daadwerkelijke bezoekers, in plaats van het maximaal toegestane aantal. Dit zal de komende periode verder worden onderzocht.
Aangenomen advies D66 Verzoek: Zorg dat het advies van lokale adviescommissies een formele positie krijgt als het gaat om de advisering van de stedelijke adviescommissie. En zorg dat alleen van dat advies mag worden afgeweken met een gemotiveerde, openbaar kenbaar gemaakte toelichting. Antwoord: Met de ingang van het nieuwe beleid wordt de ruimte voor evenementen, als die schaars is, stedelijk verdeeld. Dat gebeurt op basis van een advies van een onafhankelijke Externe Adviescommissie, die het college adviseert over een optimale verdeling van de ruimte voor evenementen, zodat er een breed, gevarieerd en divers aanbod ontstaat voor Amsterdammers. Het is belangrijk dat die verdeling op stedelijk niveau plaatsvindt, omdat de schaarse ruimte is verdeeld over locatieprofielen in de hele stad. De lokale adviescommissies, die nu op enkele plekken het stadsdeel adviseren over de te programmeren, kunnen derhalve onder het nieuwe beleid geen formele rol krijgen in de toedeling van de ruimte. Maar het college ziet wel toegevoegde waarde in de lokale kennis en betrokkenheid van de lokale adviescommissies. Daarom is in het beleid uitgewerkt dat deze commissies, waar dat wenselijk is, een formele rol kunnen houden in het proces.
Concreet gaat het dan om een opdracht om jaarlijks het aanbod van evenementen, en het verloop van die evenementen, te evalueren en op basis daarvan een advies op te stellen. In dat advies kan de commissie aandachtspunten meegeven voor de uitvoering, maar ook formuleren welke types evenementen of welke doelgroepen goed een plek zouden kunnen krijgen op die specifieke locatie. Dat advies wordt aangeleverd bij de Externe Adviescommissie, dat (gemotiveerd) kan besluiten om dat advies wel of niet over te 50
nemen. De externe adviescommissie moet zich bijvoorbeeld houden aan de vastgestelde beoordelingscriteria – dat zou kunnen botsen met de adviezen van een lokale commissie. Bij de toedeling van de ruimte op die specifieke locatie kan het advies van de lokale commissie ook nog worden betrokken.
51
ADVIES STADSDELEN OP CONCEPT LOCATIEPROFIELEN Stadsdeel West Algemeen Locatieprofiel Westerpark Rustperiode Advies: Rustperiode van 6 weken levert problemen op voor een aantal evenementen. Voorgesteld wordt om deze periode eruit te halen, waardoor evenementen korter na elkaar geprogrammeerd kunnen worden. Antwoord: Het college neemt dit advies van het stadsdeel over. In het Westerpark is evenementengras gelegd om de schade aan die grasmat te verkleinen. Vanuit die optiek lijkt het dichter op elkaar programmeren van evenementen mogelijk. Wel moeten ook andere belangen, w.o. geluidsoverlast, drukte in het park en mobiliteit goed worden meegewogen wanneer er dichter op elkaar geprogrammeerd wordt. Dit laatste dient plaats te vinden bij het vaststellen van de evenementenkalender en het verstrekken van de vergunningen.
Op en- afbouwdagen Advies: Onderzoeken of het huidige regime met maximaal 10 op en- afbouwdagen standaard te verminderen met ruimere mogelijkheden voor organisatoren die aantonen meer dagen nodig te hebben. Hiermee kan het manifestatieveld langer gebruikt worden door bezoekers van het park. Antwoord: Het College neemt kennis van dit advies. Naar aanleiding van dit advies heeft het College de op- en afbouwregeling nader onderzocht. Daarvoor is advies ingewonnen bij de afdelingen Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en de Dienst Juridische Zaken (DJZ). Op basis hiervan heeft het College besloten het maximale aantal op- en afbouwdagen niet aan te passen, maar de regels hieromtrent wel scherper op te nemen in het nieuwe evenementenbeleid. De conclusie is dat het generiek verlagen van het maximaal aantal op- en afbouwdagen naar minder (5 of 7) onwenselijk is. Kortere opbouw leidt tot zwaardere belasting van terreinen en hogere veiligheidsrisico’s, en is daarmee niet per definitie beter voor de omgeving of de veiligheid. Bovendien biedt de bestaande werkwijze al ruimte voor maatwerk en afweging per locatie en evenement. Het uitgangspunt is dan dat er niet meer dagen op-en afbouw worden vergund dan er nodig zijn. Terughoudendheid bij het doorvoeren van structurele wijzigingen is dan ook gepast.
Voorgesteld wordt om wel de regels voor op- en afbouw in het nieuwe beleid scherper te formuleren. Bij een verzoek voor plaatsing op de kalender dient de organisator de beoogde op- en afbouw aan te geven. Bij de indiening van de concept vergunningaanvraag 52
wordt de organisator verplicht gesteld om een meer gedetailleerd op- en afbouwplan aan te leveren met daarin de volgende onderbouwing: 1. Waaruit de op- en afbouw bestaat; 2. Welk werkschema hiervoor wordt gevolgd; 3. Per dag moet worden benoemd welk deel van het terrein benodigd is voor op- en afbouw. Uitgangspunt hierbij is dat waar mogelijk en veilig, een zo groot mogelijk deel van het terrein zo lang mogelijk voor het publiek beschikbaar moet zijn; 4. Hoeveel dagen er in totaal nodig zijn. Hierbij moet veiligheid en het voorkomen van schade aan het terrein de eerste prioriteit zijn. Eventuele afspraken met omwonenden vanwege overlastvermindering mogen ook meegenomen worden. Maar waar mogelijk moet het aantal dagen voor op- en afbouw worden beperkt. Een overschrijding van het maximale aantal van totaal 10 dagen op en afbouw vergt altijd een schriftelijk akkoord van de burgemeester; De burgemeester is het bevoegd gezag voor de vergunningverlening. Voorstel is om het op- en afbouwplan een specifiek onderdeel te laten zijn van de vergunning waarvoor de burgemeester akkoord moet geven. Toetsing vindt plaats door VTH. Door de nieuwe werkwijze bij VTH, met meer communicatie en afstemming tussen vergunningverleners, is de hoop dat er in toenemende mate deskundigheid is om die plannen door VTH goed te beoordelen.
Voorstel is om de op- en afbouw ook vast onderdeel te laten zijn van de evaluatie, zodat het niet nakomen van afspraken, of eventuele ruimte voor verbetering, per volgende editie kan worden aangepast.
Afstemmen bezoekersstromen binnen- en buitenlocaties Verzoek: Wenselijk om instrumentarium te hebben om een te hoge bezoekersdruk te kunnen meten. Antwoord: Het college stelt voor om de evenementen binnen de binnen locaties van het Westerpark op te nemen in de knelpuntenanalyse die wordt opgesteld voordat organisatoren zich inschrijven voor de evenementenkalender. Op die manier is het voor organisatoren van een buitenevenement inzichtelijk welke weekenden risico’s vormen voor het wel of niet doorgang kunnen vinden van het evenement. Het college adviseert het stadsdeel zelf een onderzoek te initiëren om de maximale capaciteit aan bezoekersstromen dat in het Westerpark te onderzoeken en raad aan daarbij de directie V&OR, OOV en het SEB te betrekken.
53
Locatieprofiel Erasmuspark Verzoek: Gevraagd wordt de contour van het locatieprofiel aan te passen op basis van een ecologisch onderzoek. Antwoord: De plattegrond van het locatieprofiel is in afstemming met het stadsdeelbestuur aangepast zodat de beschermde boomkruinen op het centrale veld buiten het evenemententerrein vallen. Dit moet voorkomen dat hier objecten of voertuigen worden geplaatst die zorgen voor schade aan flora en fauna.
54
Stadsdeel Zuid Algemeen advies Advies: Een groot deel van het nieuwe evenementenbeleid moet nog worden uitgewerkt. Het DB vraagt om nauw betrokken te blijven bij deze uitwerking. Antwoord: Het college neemt het advies over om de stadsdelen te blijven betrekken bij de verdere uitwerking van het evenementenbeleid zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Evenementen, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
Risicogestuurde werkwijze Advies: De eerste inschatting is dat VTH dit nieuwe beleid binnen de bestaande capaciteit kan uitvoeren, mits op andere onderdelen in het proces vereenvoudiging kan plaatsvinden, met name als het gaat om de minder risicovolle evenementen. Afhankelijk van de risico’s dienen ook de achterliggende toetsingskaders worden aangepast zodat op onderdelen minder intensief getoetst hoeft te worden. Antwoord: Dit wordt in overleg met VTH meegenomen bij de uitwerking van de nieuwe werkwijze . In 2026 wordt “proef gedraaid”. Aan de hand van de ervaringen in 2026 kan een doorberekening worden gemaakt ten aan zien van de capaciteit (en de vraag of het nieuwe beleid binnen de bestaande capaciteit kan worden uitgevoerd).
Meerjarige plekken Advies: Het is belangrijk gebiedskennis (waaronder de lokale programmacommissie) te betrekken bij het toewijzen van meerjarige plekken, onder andere voor het bepalen of een locatie daar geschikt voor is. Antwoord: Naar aanleiding van een nader onderzoek naar de noodzaak voor meerjarige plekken is besloten dat alle plekken voor evenementen die op de evenementenkalender worden geplaatst meerjarig worden verdeeld. Een organisator kan zelf aangeven of ze toch behoefte hebben aan een eenjarige plek. In alle andere gevallen wordt een plek voor meerdere jaren toegekend. De ervaringen uit het gebied zijn in die zin meegewogen dat de stadsdelen en gebiedsmakelaars zijn gesproken voor het onderzoek naar meerjarige plekken. Het maken van een onderscheid in locaties die meer of minder geschikt zijn voor meerjarige plekken is met deze nieuwe inzichten geschrapt. Het college ziet dat meerjarige plekken noodzakelijk zijn voor alle evenementen. Wel kan het zijn dat een locatie niet beschikbaar is voor langere duur, bijvoorbeeld vanwege werkzaamheden. In dat geval is het niet (altijd) mogelijk om voor meerdere jaren ook daadwerkelijk een 55
vergunning te verlenen. Dit komt voor eigen risico van een organisator. Uiteraard doet het college haar best om dergelijke situaties zo veel als mogelijk van tevoren te communiceren en duidelijk te maken.
Verdeling schaarste Advies: Het DB vindt het van belang dat de lokale adviescommissie haar huidige, zwaarwegende, karakter behoud. Daarom adviseert het DB het college dit op te nemen in het toekomstige reglement, om zo helderheid te scheppen in de verhouding tussen de lokale en stedelijke adviescommissie. Antwoord: Met de ingang van het nieuwe beleid wordt de ruimte voor evenementen, als die schaars is, stedelijk verdeeld. Dat gebeurt op basis van een advies van een onafhankelijke Externe Adviescommissie, die het college adviseert over een optimale verdeling van de ruimte voor evenementen, zodat er een breed, gevarieerd en divers aanbod ontstaat voor Amsterdammers. Het is belangrijk dat die verdeling op stedelijk niveau plaatsvindt, omdat de schaarse ruimte is verdeeld over locatieprofielen in de hele stad. De lokale adviescommissies, die nu op enkele plekken het stadsdeel adviseren over de te programmeren, kunnen derhalve onder het nieuwe beleid geen formele rol krijgen in de toedeling van de ruimte. Maar het college ziet wel toegevoegde waarde in de lokale kennis en betrokkenheid van de lokale adviescommissies. Daarom is in het beleid uitgewerkt dat deze commissies, waar dat wenselijk is, een rol kunnen houden in het proces.
Concreet gaat het dan om een opdracht om jaarlijks het aanbod van evenementen, en het verloop van die evenementen, te evalueren en op basis daarvan een advies op te stellen. In dat advies kan de commissie aandachtspunten meegeven voor de uitvoering, maar ook formuleren welke types evenementen of welke doelgroepen goed een plek zouden kunnen krijgen op die specifieke locatie. Dat advies wordt aangeleverd bij de Externe Adviescommissie, dat (gemotiveerd) kan besluiten om dat advies wel of niet over te nemen. Bij de toedeling van de ruimte op die specifieke locatie kan het advies van de lokale commissie ook nog worden betrokken. Tot slot kan de Externe Adviescommissie de lokale adviescommissie ook om nader advies vragen voor de verdeling van de schaarse ruimte. Het college is van mening dat op deze manier lokale kennis en betrokkenheid bij evenementen goed gewaarborgd kan worden, en onderzoekt om die reden ook of het wenselijk en haalbaar is om op meer plekken dan nu het geval is lokale adviescommissies in te stellen.
56
Locatieprofiel met Sociale problematiek Advies: In sectie: 5.2.7 gesproken over locatieprofielen en sociale problematiek. Er worden hier voor stadsdeel Zuid enkele locaties benoemd waar deze problematiek zeker speelt, maar waar niet langer meer een locatieprofiel van kracht is. Dit betreft het Beatrixpark en het Gijsbrecht van Aemstelpark. De tekst dient hierop aangepast te worden. Antwoord: Het college past de betreffende tekst aan op voorstel van het dagelijks bestuur van het stadsdeel.
Omgevingsvergunning Advies: Het DB adviseert (dringend) om een beleidsregel op te stellen voor kleine en meldingsplichtige evenementen, waaruit blijkt welke keuzes gemaakt worden over het soort evenementen dat geen planologische goedkeuring nodig heeft, omdat die afweging al plaats vindt bij de evenementenvergunning voor zover nodig. Antwoord: Een omgevingsvergunning is alleen nodig als het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, of als het evenement in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat geen vergunningplicht voor evenementen, ook niet voor incidentele kleinschalige buurtevenementen. Als er sprake is van strijd met het bestemmingsplan is wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Voor eenmalige evenementen in de publieke buitenruimte is géén buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, tenzij het gaat om een locatie waar met enige regelmaat evenementen worden gehouden.
Financien Advies: Het qua kosten ontzien van kleinschalige, buurtgerichte evenementen door deze vrij van leges te maken is een eerste goede stap. Wel wil het DB het college meegeven om aandachtig te monitoren of deze handreiking ook het gewenste effect heeft en zodoende voldoende dit type evenement faciliteert. Indien dat niet het geval is, dan dient hierop bijgestuurd te worden, of dienen nieuwe mogelijkheden te worden verkend om organisatoren te ontlasten van financiële lastenen moeite die bij de organisatie van deze evenementen. Antwoord: De legeskosten zijn bedoeld om de kosten die de gemeente maakt bij het verlenen van een evenementenvergunning in de vergunningverlening en de bijbehorende toetsing voor een groot deel te vergoeden. Daarbij wordt gestreefd naar een kostendekkendheid van 93%, wat inhoudt dat de kosten die de gemeente maakt zoveel mogelijk worden toegerekend aan de aanvragers van de vergunning. Voor evenementenleges ligt de huidige kostendekkendheid met 67% nog onder dit 57
streefpercentage. Als de leges niet doorberekend zouden worden aan de vergunningaanvragers ontstaat er een gat in de begroting van de gemeente Amsterdam. De hoge kosten van de leges zijn vooral voor grote gratis toegankelijke evenementen een zware last. Vanwege de omvang en het hogere risicoprofiel van deze evenementen is een uitgebreide vergunningtoets vereist om te voldoen aan de geldende veiligheidseisen en regelgeving. Tegelijkertijd hebben gratis toegankelijke evenementen geen vaste inkomstenstroom uit ticketverkoop waar zij op terug kunnen vallen. Ze zijn afhankelijk van inkomsten uit bijvoorbeeld horeca. Als het weer tegenvalt en minder bezoekers op het evenement afkomen, lopen juist die inkomsten terug. In zo’n geval drukken de legeskosten extra zwaar en beslaat dit een onevenredig groot deel van de begroting. Als onderdeel van het nieuwe evenementenbeleid wordt het vergunningenproces risico gestuurd ingericht. De vergunningverleningen het toezicht wordt afgestemd op schaal, impact en risico’s van het evenement. Voor grootschalige evenementen met een hoog risicoprofiel blijven uitgebreide veiligheids- en mobiliteitsplannen nodig, maar voor kleinschalige evenementen zonder hoog risico, zoals buurtfeesten, wordt het vergunningenproces eenvoudiger met minder uitgebreide toetsing en minder papierwerk.
Op deze manier hoeven organisatoren minder uitgebreide plannen aan te leveren en kan de toetsing van de gemeente en diensten ook minder uitvoerig. Dit scheelt mogelijk geld en capaciteit voor alle partijen. Er is onderzocht of leges gesubsidieerd kunnen worden. Dit is niet mogelijk, omdat een groot deel van de het Evenementenfonds dan direct op zou gaan aan het betalen van leges, waardoor er veel minder evenementen steun kunnen krijgen. Omdat de leges zo hoog zijn is er naar de subsidieregeling gekeken om te zien of daar nog winst te behalen is voor de organisatoren. Bij het actualiseren van het nieuwe Evenementenfonds wordt eerst de huidige subsidieregeling herzien en aangepast. Hierbij wordt de optie geïntroduceerd om naast eenjarige subsidies ook meerjarige subsidies toe te kennen. Om grote, gratis toegankelijke evenementen en innovatie te bevorderen, worden twee nieuwe categorieën toegevoegd aan de bestaande regeling.
Dierenwelzijn Advies: Het DB zou het college willen uitnodigen om een sterkere onderbouwing te vereisen van organisatoren wat betreft de inzet van dieren. Wanneer dieren worden ingezet op evenementen zal er altijd in meer of mindere mate spraken zijn van een negatieve invloed op het dier. Organisatoren zouden daarom moeten kunnen onderbouwen waarom de inzet van dieren essentieel dan wel noodzakelijk is voor het verloop van het evenement. 58