CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Visie Sloterdijk-Centrum 2040.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de Investeringsnota Sloterdijk-Centrum en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (ZD2021-000806)22.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.5 Duurzaamheid In Sloterdijk-Centrum hebben we – net als in de rest van Haven-Stad - hoge ambities ten aanzien van duurzaamheid. In dit centrumgebied wordt duurzaamheid beschouwd als een vanzelfsprekend en integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling. Zo wordt groen toegevoegd, worden hoge dichtheden gerealiseerd en wordt bestaande infrastructuur optimaal gebruikt met focus op het openbaar vervoer, de voetganger en de fietser.

Multimodaal knooppunt Yagan Square, Perth Australie door ASPECT Studios

30

Randvoorwaarden en eisen vanuit de gemeente en het Rijk worden vertaald naar concrete ingrepen die de kwaliteit in het gebied versterken, zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte. Ook komen deze terug als eisen in de bouwenveloppen – de kaders voor de tenders en

transformaties. Hier wordt sterk gestuurd op de thema’s groen en water (‘Rainproof’), duurzame mobiliteit, energie en circulariteit. Deze thema’s worden hieronder kort benoemd maar zijn ook elders in het document verweven met andere aspecten uit de visie, zoals stedenbouw en openbare ruimte. Groen en water in Sloterdijk- Centrum Sloterdijk wordt groener: zowel in de openbare ruimte als op de uit te geven terreinen. Deze vergroening zal het gebied ‘zachter’ maken en zorgen voor een aantrekkelijke omgeving waar mensen langer willen verblijven. Voorbeelden hiervan zijn het Orlyplein (zie afbeeldingen transformatie op pagina 31) en de vergroening van de Arlandaweg als onderdeel van de Brettenroute. De manier waarop groen en water worden toegepast in de openbare ruimte wordt beschreven in paragraaf 3.2. De vergroening dient niet alleen ter versterking van het beeld en de gebruiksmogelijkheden, maar is ook belangrijk om het gebied beter te wapenen tegen de klimaatverandering. Doel is om hierop te anticiperen en daarmee hogere piekbelasting op het rioolstelsel zoveel mogelijk te voorkomen. Alle bouwplannen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de ‘waterneutrale bouwenvelop’. Zo moet iedere kavel geschikt zijn om minimaal 60 mm hemelwater 24 uur te kunnen vasthouden. Het programma ‘Rainproof’ biedt handvatten en richtlijnen voor de uitwerking.

Het toepassen van groene gevels, daken en tuinen draagt bij aan tijdelijke wateropslag en vertraagde waterafdracht. Ook kunnen (parkeer-)kelders worden ingezet als tijdelijke waterberging of kan het regenwater weer worden hergebruikt voor andere doeleinden. Duurzame mobiliteit Vanwege de optimale OV-bereikbaarheid ligt de focus in Sloterdijk-Centrum op het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer. Op het Carrascoplein bevinden zich bus- en tramhaltes, waaronder de begin- en eindhalte van tram 19. Hier zijn ook een elektrische laadpunten voor de Zero Emissie Bussen (ZEB). Het Piarcoplein, waar nu de P & R is, is de uitgelezen plek voor een duurzame mobiliteitshub. Het parkeren van auto’s en bussen in de openbare ruimte is ongewenst, er wordt uitgegaan van doorstroming en een groene inrichting van de openbare ruimte. Voor de nabije toekomst wordt ook rekening gehouden met nieuwe vormen van mobiliteit, services en smart-mobility. Zie voor een uitgebreidere omschrijving ook paragraaf 3.1.

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Energie De gemeente Amsterdam streeft naar meer duurzame energie. In vergelijking met 1990 ligt de doelstelling voor 2020 op 20% meer duurzame energie, 20% minder energiegebruik en 40% minder CO2 verbruik/uitstoot. Voor 2040 wordt ingezet op een CO2 reductie van 75% en in 2050 van 95%. Om dit te realiseren worden eisen gesteld aan nieuw te realiseren woningen. Deze moeten ten minste energiezuinig (EPC<0,15) worden gebouwd. Indien Amsterdams beleid of landelijke wetgeving hierop verder wordt aangescherpt moeten de woningen energie neutraler worden gebouwd. Circulariteit Op het gebied van circulariteit ligt de lat hoog voor Sloterdijk-Centrum Hier vormt het Programma Amsterdam Circulair 2022-2025 de basis van waaruit er in het project om zal worden gegaan met circulariteit. Daarbij richten we ons specifiek op het programmaonderdeel ‘de gebouwde omgeving’ en de bijbehorende actierichtingen, dat bestaat uit de gebieden, de gebouwen en de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds. De inzet is om de kansen omtrent bevordering van circulariteit en het sluiten van kringlopen, te benutten waar mogelijk. Er zal uitgegaan worden van maximaal hergebruik van materialen, flexibel en remontabel bouwen, reduceren van primaire grondstoffen en energieneutraal werken.

Bij nieuwbouw zal gekeken worden naar alternatieven voor staal en beton, bijvoorbeeld naar houtbouw van constructies en elementen. De milieubelasting van materialen wordt uitgedrukt door middel van de MPG-norm Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). In Sloterdijk-Centrum gaan we uit van een MPG van 0,8. Hiermee lopen we vooruit op de landelijke eisen die naar verwachting in de loop van 2021 gaan gelden.

winkels, voedselverwerking (bijv. Buurtbuik), voedselproductie, materialenhub, marktplaats of bibliotheek voor spullen (kleding, gereedschap), maakplaats, circulaire innovatie/educatie plek. Er is ruimte voor dergelijke functies. De markt kan hier nader invulling aan geven. In het Plan Openbare Ruimte zal bij de inrichting voor de openbare ruimte het aspect circulariteit benadrukt. Daarbij wordt aansluiting gezocht met de mogelijkheden die het handboek Puccini daar voor geeft. In de tenders en bij transformaties wordt nader geconcretiseerd hoe gestuurd zal worden op circulariteit op grond van de hierboven gestelde ambities. Orlyplein, 2010

Orlyplein, 2014

Kavel N-1 en N-3, ‘VERTICAL’

Circulair betekent ook een toekomstbestendig, gemengd en (sociaal) duurzaam gebied ontwikkelen, waar ruimte wordt gemaakt voor aanpasbare gebouwen en systemen. Zo wordt adaptiviteit ingebouwd op gebiedsniveau door niet alle kavels tegelijk uit te geven, maar in te spelen op continue veranderingen in de stad. Tegelijk zal bij het inpassen van de verschillende niet-woonfuncties op gebiedsniveau aandacht zijn voor het creëren van een laagdrempelige, lokale circulaire economie in en tussen de verschillende buurten van Sloterdijk-Centrum. Voorbeelden hiervan zijn onder meer reparatiewerkzaamheden (schoenmaker, meubelreparatie, elektricien), kringloopGemeente Amsterdam

door Heijmans. Implementatie van hoogwaardig groene gevels

31

gebied overstijgend

Toekomstig

,5% bedrijven 0 ,5% ls 5 hote

metrage en functiemix

2%

huidig

BVO

m²

00 540.0

alise

te re

VO ren B

kanto

or

1,2 miljoen m² BVO

28%

57%

² 00 m

n

3.000

Heden

2030

590

5.250

l iee erc

7.500

590

Toekomstig

co mm

m aa

ts

ch ap

pe

lij k

4% 2%

0 660.

wone

aantal woningen en inwoners woningen

2040

Functiemix: werken ten noorden van de

inwoners

en werken ten

13.125

sporen, wonen zuiden van de

*woningbezetting = gem. 1,75 p/wo

sporen. N

100% niet-wonen

Ring A10

100% wonen

Ri

Radarweg

ng A5

Legenda

Mix van wonen en niet-wonen Gebied aandacht voor kantoren

Ring A5 Basisweg

Hanedastraat

s rup

at

tra

Radarweg

st

Ka

Rhoneweg

La Guardiaweg

Basisweg

Kastrupstraat

Onder niet-wonen behoren de volgende functies: commerciële voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen (zorg/ educatie), bedrijven, hotels en kantoren.

Rhoneweg

Piarcoplein

Hatostraat

Plesostraat

arw eg

Tempelhofstraat

Ring A10

Teleportboulevard

Kingsfordweg

Carrascoplein

Rad

Barajasweg

Arlandaweg

Arlandaweg Kimpoweg

Heathrowstraat

Zeventemweg

Naritaweg

Naritaweg

Naritaweg

Changiweg

Haarlemmerweg Haarlemmerweg

32

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Programma

4

4.1 Programmamix In Sloterdijk-Centrum is ruimte voor een forse uitbreiding van het programma tot circa 1,2 miljoen m² BVO. Er wordt uitgegaan van een ontwikkeling naar 50% wonen en 50% werken / voorzieningen. Dit betekent dat het nietwoonprogramma met kantoren, commercieel programma (winkels) en culturele en maatschappelijke voorzieningen een belangrijke rol blijft spelen binnen het gebied, maar dat prioriteit wordt gegeven aan de realisatie van een substantieel woonprogramma. Dit gebeurt door tenders van gemeentelijke kavels en transformatie/herontwikkeling van (kantoor)panden en reeds uitgegeven kavels. Het uiteindelijke woningaantal zal sterk afhangen van het al dan niet slagen van gewenste transformaties van kantoor naar woningbouw in het gebied. Bij transformaties heeft de gemeente veel minder sturing dan bij de uitgifte van kavels. Als de transformaties niet van de grond komen, blijft de teller steken op circa 2.750 in 2040. Daarnaast is ruimte voor circa 500.000 m² BVO aan niet-woon programma. Omdat het grotendeels transfor-

be ijf

dr

configuratie

7

niet-woon func-

10 1

ties en aantal hor

medewerkers.

eca

Peildatum: 1 januari 2019

voorzieningen el

wink

20

35 15

Het woonprogramma wordt vooralsnog geconcentreerd aan de zuidzijde van het spoor. Aan de Naritalaan-west en het Barajasplantsoen wordt voornamelijk gewoond. Rondom het station is de functiemix het grootst. Hier zijn veel kantoren, winkels en andere voorzieningen. De functiemenging kan plaatsvinden binnen een kavel of binnen een bouwblok. Zo zijn er bijvoorbeeld in de Naritalaan-buurten kansen om de geluidsbelaste zijde meer in te vullen met een niet-woonprogramma en het wonen te concentreren aan de luwe zuidzijde. * hierbij is gerekend met een gemiddelde woninggrootte van 80 m² BVO.

4.2 Wonen Doelgroepen De verschillen in de buurten maken van Sloterdijk-Centrum een gedifferentieerd woonmilieu. Het gebied is erbij gebaat dat er – naast doelgroepen die zich niet langdurig vestigen – ook voldoende ruimte is voor blijvers, mensen die voor lange(re) tijd binding met hun buurt aangaan en daarin willen investeren. ‘Blijvers’ voegen meerwaarde en levensvatbaarheid toe aan een gebied.

overig

Huidige

maties betreft door particuliere eigenaren of ontwikkelaars zal deze ontwikkeling gefaseerd plaatsvinden. De verwachting is dat uiteindelijk het aantal woningen binnen het plangebied zal liggen tussen de 3.500 en de maximale capaciteit van 7.500 woningen*.

36

6 ka

nto

or

ijf dr

be

overig

Enerzijds de wat dynamischere groepen als studenten en expats, die veel gebruik maken van voorzieningen (bijv. horeca) en daardoor zorgen voor levendigheid en dynamiek in het gebied. Deze groep verlaat naar verwachting na een relatief korte (woon)periode het gebied en gaat dus slechts een tijdelijke binding aan met het gebied.

11

25 6266 76

8

h rzie ore nin ca ge win n kel

4 2.9

voo

5

.53

13 r

too

kan

Gemeente Amsterdam

Anderzijds starters én jonge stellen met of zonder kinderen, die van kosmopolitisch wonen houden, maar tegelijkertijd graag de natuur binnen handbereik hebben. Deze doelgroepen zijn zeer welkom binnen het gebied vanwege de mogelijke binding met de buurt (door opgroeiende kinderen en gebruik makend van voorzieningen). Ook wordt er ingezet op gezingswoningen, 33

waardoor het een inclusieve wijk wordt voor alle huishoudsamenstellingen. Conform de Woonagenda 2025 (2017) wordt ingezet op een mix van 40% sociale huur, 40% middensegment en 20% vrije sector woningen. Er wordt in Sloterdijk-Centrum op gebiedsniveau gestuurd op deze verhouding. bij de nog te ontwikkelen bouwplannen.

Maatschappelijke voorzieningen SloterdijkCentrum

34

ning. Omdat Sloterdijk-Centrum zich nog moet bewijzen als woonmilieu is het toevoegen van middensegment en vrije sector van belang om huishoudens te trekken die zich hier langdurig willen vestigen.

4.3 Maatschappelijke voorzieningen

Invulling In Stationsbuurt-West komt er een mix van kleine woningen met grotere woningen, zowel in de huur- als koopsector. Naar verwachting trekt dit studenten, starters, expats en gezinnen aan. In de Stationsbuurt-Oost komen appartementen voor diverse doelgroepen – grotendeels kleinere huishoudens - die zich aangetrokken voelen tot de stationsomgeving en de (onderwijs)voorzieningen in de buurt. De buurten wat verder van het station, de Naritalaan en het Barajasplantsoen, liggen wat rustiger en grenzen aan Park Spieringhorn. Deze buurten lenen zich voor grotere woningen die geschikt zijn voor gezinnen.

Sloterdijk-Centrum groeit door naar een inclusieve wijk, waar het voorzieningenaanbod gefaseerd meegroeit met het woonprogramma. Er is nu al een aantal maatschappelijke voorzieningen aanwezig. De hoeveelheid maatschappelijke voorzieningen die er in de toekomst nodig is in Sloterdijk-Centrum is afhankelijk van het aantal woningen dat er uiteindelijk gerealiseerd wordt en de fasering van de ontwikkelingen. Maatschappelijk programma kan worden opgenomen in de nu nog lege en nog uit te geven ontwikkelkavels of bij transformaties worden geïntegreerd. Dit draagt bij aan functiemenging op blokniveau en verlevendiging van de plinten. Hierdoor ontstaan laagdrempelige ontmoetingsplekken die de sociale cohesie en community-building in Sloterdijk-Centrum kunnen bevorderen.

Segmentering De verschillende buurten variëren in stedenbouwkundige opzet maar ook in doelgroepen, woningomvang en segmentering. De gewenste mix aan bewoners vertaalt zich ook in een mix van woninggroottes, met een gemiddelde van 60 - 65 m² gebruiksoppervlaktes (GO) per wo-

Voor de ontwikkeling van het programma in de eindsituatie tot ca 7.500 woningen is 13.400 m2 BVO aan maatschappelijke voorzieningen nodig met 35.750 m2 aan buitenruimte en 169.596 m2 aan groen. Voor deze laatste twee speelt het aangrenzende Park Spieringhorn een belangrijke rol. (zie ook het Plan Openbare Ruimte)

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

w ndel Beha

jk wi

re

nK

ind

Te

65

0

Gezondheid

scentrum

maatschappelijke functies (bij 4.250 woningen)

0 40

am

Buurtkamer 120 m² m² k 150 ² Apothee 250 mm² catie oonlo 300 m²

de

Benodigd aantal m² BVO

en a ts

Ou

de

Buurtkamer, Huis van de Wijk, OKT Voor de Buurtkamer, Huis van de Wijk, Ouder- en Kindcentrum en het Gezondheidscentrum wordt gezocht naar locaties in het zoekgebied op de kaart op pagina 34. Er wordt primair gekeken naar de buurten ‘Stationsbuurt-Zuid’, ‘Barjasplantsoen’ (noordelijke blokken), het oostelijk deel van Naritalaan-Oost en het westelijk deel van de Haarlemmervaartbuurt. Ook worden er kansen gezien in Stationsbuurt-Oost. Maar dit heeft echter niet de voorkeur omdat deze niet in het gebied liggen waar, in de eerste ontwikkelfasen de meeste woningen komen. Voor de buurtkamer worden kansen gezien voor een combinatie met de in ‘Stationsbuurt-Zuid’ geplande broedplaats, waarmee de buurtkamer vooral een functie krijgt als ontmoetingsruimte voor bewo-

la edp Bro

Alles-in-één school Voor Sloterdijk-Centrum zijn twee Alles-in één scholen gepland (beide ca. 3.750 m² BVO). Een Alles-in-één school is onderwijs- en opvangvoorziening met een basisschool, gymzaal, kinderopvang en naschoolse opvang. Voor één school is een locatie gevonden in de Haarlemmervaartbuurt. Voor de tweede school wordt gezocht naar mogelijkheden in Park Spieringhorn, omdat een ontwikkeling elders in Sloterdijk-Centrum sterk afhankelijk is van diverse externe factoren.

n va

Voor de ontwikkelingen van het woningbouwprogramma in de eerste fase van de ontwikkeling (tot ca. 4.250 woningen) zijn in het diagram hiernaast het benodigd aantal m² voorzieningen aangegeven. Te verdelen in:

is Hu

in de zoekgebieden zijn nog uit te geven kavels aanwezig waarvan de ontwikkeling in de hand van de gemeente is. Daardoor kan worden verzekerd dat gebouwde maatschappelijke voorzieningen een plek kunnen krijgen binnen het gebied, mocht het niet lukken deze te integreren in transformaties.

m²

1.100 m² 7.

50

0

m²

PO

sc

ho

ol

ners. Het Huis van de Wijk wordt bij voorkeur gecombineerd met het Ouder- & Kindcentrum. Behandel-woonlocatie Behandel-woonlocatie is een verzamelnaam voor verschillende soorten woonhuizen waar jonge Amsterdammers onder begeleiding wonen en kan worden opgenomen in een ‘normaal’ appartementenblok, op een rustige plek, op loopafstand van het Huis van de Wijk. Gezien het groene karakter en de kleinschalige appartementenblokken lijkt de buurt ‘Barajasplatsoen’ (noordelijke blokken) de meest geschikte locatie. Kansen voor een Behandel-woonlocatie in dit gebied worden verder onderzocht.

4.4 Commerciële voorzieningen Binnen Sloterdijk-Centrum wordt ruimte gezien voor een groei van commerciële voorzieningen tot circa 27.000 m² BVO aan programma, te verdelen over supermarkten, overige winkelvoorzieningen (voor dagelijkse en niet-dagelijkse behoefte), persoonlijke dienstverlening en publieksambacht, horeca, cultuur- en leisure. Het programma zal zich gefaseerd ontwikkelen in balans met de groei van het woningaantal en andere functies. De verschillende karakters van de buurten lenen zich goed voor het huisvesten van verschillende commerciële programma’s. Referentie Horeca met uitzicht op de hogere verdiepingen, Aloha, Rotterdam

Gemeente Amsterdam

35

gA 5

Ring A10

Ri n

Radarweg

Ring A5 Basisweg

Hanedastraat

tr as

t

aa

str

up

Radarweg

K

Rhoneweg

La Guardiaweg

Kastrupstraat

Basisweg

Rhoneweg

Piarcoplein

Hatostraat

Plesostraat

Changiweg

g rwe Rad a

Barajasweg

Naritaweg

Arlandaweg

Arlandaweg Kimpoweg

Heathrowstraat

Tempelhofstraat

Ring A10

Teleportboulevard

plein

Kingsfordweg

Naritaweg

Naritaweg

Haarlemmerweg Haarlemmerweg

Op dit moment zijn er in Sloterdijk-Centrum vooral in en bij het station kleinschalige winkels culturele voorzie- gericht op gemak en snelheid voor de reiziger. ningen Sloterdijk- Ondernemende pioniers hebben hier plekken Centrum gecreëerd die als vliegwiel hebben gediend voor verdere ontwikkeling. Het gebied zal de komende tijd doorgroeien van een ‘traffic locatie’ tot een hoogstedelijke knoop en één van de winkelclusters van Haven-Stad. Er komt een mix van voorzieningen met zowel aanbod voor reizigers/ passanten (gebiedoverstijgend) als bewoners uit Sloterdijk-Centrum en omgeving (dagelijks cluster). Er wordt ingezet op een substantieel aanbod van gebiedoverstijgende voorzieningen om de toekomstige bewoners van Haven-Stad te faciliteren. Commerciële en

Te realiseren

Nog meer dan winkels speelt horeca een steeds belangrijkere rol in de ontwikkeling tot een prettig woon- en werkklimaat. Hiervoor worden in het hele gebied kansen gezien: op kruispunten,

detailhandel en commerciële voorzieningen (exclusief

27.000 m² BVO ov vo erig o e

20 rzien com .0 inge mer 00 n cië le m²

36

Concentratie commerciële voorzieningen in plinten Bij de ontwikkeling van Sloterdijk-Centrum hoort ook een breed aanbod aan winkelvoorzieningen van circa 7.000 m² BVO. Omdat hiervoor voldoende draagvlak van bewoners nodig is wordt binnen Sloterdijk-Centrum ingezet op clustering. Hierdoor ontstaat een economisch rendabel en toekomstbestendig voorzieningenaanbod. Detailhandel wordt geconcentreerd in de plinten en op en rondom het station.

de

7. tailha 00 nd 0 el m ²

stationsvoorzieningen)

hoekpanden en pleinen, met een maat en schaal die zich voegt in de context. Aan de zonzijden en in de luwten van gebouwen is er ruimte voor terrassen. Daarnaast lenen de plinten van bestaande gebouwen die zich aan de loop- en fietsroutes bevinden, zich uitstekend voor het openen naar de straat. Hier zijn mogelijkheden voor terrassen en of andere publieke functies. Voor de positionering van de commerciële voorzieningen worden de volgende keuzes gemaakt:

Op de hoger gelegen verdiepingen en daken is er ook ruimte voor andere commerciële voorzieningen zoals een sky-bar, spa of fitnesscentrum met uitzicht over de stad. Door de verdere verdichting en het toevoegen van hoogbouw kan een interessant en metropolitaan beeld ontstaan dat juist vanuit de hoger gelegen verdiepingen interessante uitzichten oplevert.

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Focus op ‘haak Radarweg-Arlandaweg’. Rondom de veelgebruikte wandel- en fietsroutes langs de Radarweg en de Arlandaweg bevinden zich op korte termijn een substantieel aantal nieuwe bewoners. De plinten in deze ‘haak’ vormen het kerngebied voor dagelijkse boodschappen in Sloterdijk-Centrum. Daarnaast worden kansen gezien voor op reizigers gerichte detailhandel (to-go karakter) in de plinten van de L-kavels in de Stationsbuurt-Oost. Vanwege de loop- en fietsstromen naar het station en het aanwezige onderwijsprogramma wordt hiervoor voldoende draagvlak verwacht. In de tenders wordt voor de plinten in deze gebieden gestuurd op een invulling met winkels, horeca en dienstverlening. De fysieke ruimte in de plint moet toekomstbestendig zijn, dat wil zeggen flexibel ingedeeld en aantrekkelijk genoeg om in de tijd andere functies te kunnen huisvesten. Detailhandel in de plint is goed te combineren met maatschappelijke voorzieningen. Zij genereren extra loopstromen die, met name in de beginfase, het draagvlak voor winkels versterken. In de beginfase kunnen deze in de winkelplint worden gesitueerd, later op een vaste/definitieve locatie ‘net om de hoek’ van de winkelplint of op verdieping. Tijdelijke staanplaatsen in de openbare ruimte kunnen een goede aanvulling vormen op de aangegeven winkelstructuur.

Binnen het gebied zal ook een nieuwe supermarkt (ca.1.800 m² winkelvloeroppervlakte) een plek krijgen, op een zichtbare locatie nabij woningconcentraties en aansluitend op de loopstromen in het gebied. Vanwege de rol als ankerpunt/trekker is deze supermarkt aangewezen op de O-kavel langs de Radarweg. In een latere fase – wanneer de woningaantallen toenemen - kan het commerciële programma ook worden doorgezet langs de Arlandaweg. In de overige buurten van Sloterdijk zijn – met uitzondering van een eventuele stationsontwikkeling en het leisurecluster aan de noordzijde - commerciële voorzieningen niet gewenst. Hier is wel ruimte voor kleinschalige bedrijfsruimte, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. Deze kunnen zich zowel in de plinten als op de etages bevinden.

Gemeente Amsterdam

Referentie commerciële plinten Chapelle International, Parijs

Cultuur en leisure in de noordelijke stationsbuurten De komst van Ven als multifunctioneel programma met leisure, horeca en congresfaciliteiten vormt een aanjager voor de ontwikkeling van de Stationsbuurt-Noord en de Centrale Stationsbuurt. Hier kan het kantorenprogramma worden aangevuld met voorzieningen als horeca, ontspanning en vermaak en leisure. De Hatostraat is hierbij kansrijk vanwege de betekenis als route voor het langzame verkeer, het relatief groene karakter en de gunstige ligging ten opzichte van de zon. De situering van dergelijke voorzieningen in een plint kan een boost geven voor het hele gebied. Daarnaast zijn er kansen voor grootschalige voorzieningen die een heel gebouw of een hele plot beslaan. Te denken valt aan een fitnesscentrum, muziektheater een bioscoop, of een cultuurcentrum van formaat. Hiermee ontstaat ook een kans om de drukte uit Amsterdam te spreiden. Extensieve vormen van leisure of auto-aantrekkende functies worden uit SloterdijkCentrum geweerd. Cultuur en onderwijs in Stationsbuurt - Oost In de Stationsbuurt-Oost bevinden zich momenteel kantoren en een aantal instellingen voor hoger onderwijs (HMC, TIO, ROC). Dit aanbod kan worden versterkt met voorzieningen voor cultuur en educatie. Hierbij kan worden gedacht aan functies zoals een theater, lezingenruimte, galerie etcetera.

Tevens worden er mogelijkheden gezien en ruimte gemaakt voor Edutainment (Education Entertainment).

37

Spark, door

4.5 Kantoren

OVG Real Es-

De afgelopen jaren is de leegstand van kantoren in Sloterdijk-Centrum sterk gedaald, van circa 30% in 2012 naar circa 18,2% op 1 janurari 2020. Deze daling is te verklaren door transformaties van leegstaande kantoorpanden tot hotels èn door de aantrekkende kantorenmarkt. Het is de verwachting dat de leegstand in 2020 verder afneemt.

tate herontwikkeld (opgeleverd in 2017)

Functiemix in SloterdijkCentrum: rondom het station hebben kantoren een

Rondom het station Door de concentratie van commerciële voorzieningen in de plinten in de aanloopstraten, en de verdichting hieromheen, wordt het station een vanzelfsprekend onderdeel van het hoogstedelijk gebied. Er wordt onderzocht of het mogelijk is een stedelijk programma op het station toe te voegen, in samenhang met mogelijke stationsontwikkeling. Deze eventuele groei wordt beschouwd als aanvullend op het eerder genoemde programma van 27.000 m² BVO voor Sloterdijk-Centrum. Belangrijk is dat dit zowel functioneel als fysiek goed aansluit op de hierboven beschreven structuur van winkels gekoppeld aan belangrijke verbindingen en er voldoende draagvlak voor is. Daarnaast zou het toevoegen van een gebiedoverstijgende culturele instelling een waardevolle toevoeging zijn in het stationsgebied.

De focus in Sloterdijk-Centrum ligt de komende jaren vooral op het toevoegen van de woonfunctie in combinatie met maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen in de plint. Er moet echter wel voldoende ruimte beschikbaar blijven voor kantoren/bedrijven die zich graag willen vestigen in het gebied. We zien een toenemende interesse voor transformatie van en naar kantoorfunctie. Er is in de eindsituatie in Sloterdijk-Centrum ruimte voor circa 330.000 m² BVO kantoren (bestaand en nieuw) in het gebied. De focus ligt de komende jaren op kwaliteitsverhoging van bestaande kantoorgebouwen en vervanging door nieuwe, kwalitatieve kantoren. Hierdoor ontstaat een diversificatie van het huidige aanbod van kantoorfuncties en werkplekken. Voor de gewenste mix in het gebied is het belangrijk dat kantoren landen op de juiste plek. Dit werkt twee kanten op, ook voor kantooreigenaren en huurders worden functiemenging in de directe omgeving, bereikbaarheid per fiets

groter aandeel in de mix

Ring A10

Prioriteit kantoren (rondom station)

Ri

Radarweg

Legenda

ng A5

N

Verloop verdichting kantoorfunctie 100% woonfunctie

Ring A5 Basisweg

Hanedastraat tra

s rup

at

st

Radarweg

Ka

Rhoneweg

La Guardiaweg

Kastrupstraat

Basisweg

Rhoneweg

Piarcoplein

Hatostraat

Plesostraat

Ring A10

Zeventemweg

arw eg

Tempelhofstraat

Rad

Barajasweg

Arlandaweg

Arlandaweg Kimpoweg

Heathrowstraat

Teleportboulevard

Kingsfordweg

Naritaweg

Naritaweg

Naritaweg

Changiweg

Haarlemmerweg Haarlemmerweg

38

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

en OV en hoge kwaliteit van de openbare ruimte steeds belangrijker. Dit maakt Sloterdijk-Centrum, als toekomstig multimodaal knooppunt van Haven-Stad, een zeer aantrekkelijke vestigingslocatie voor kantoren en bedrijven. Daarom wordt prioriteit gegeven aan kantoorontwikkelingen in de eerste linie, een straal van circa 300 meter rondom het station. Uitbreidingen op verdere loopafstand van het station zijn op dit moment niet gewenst. Pas wanneer er rondom het station een intensief en hoogwaardig gemengd cluster is ontstaan, kan worden overwogen ook kantoren toe te voegen buiten de eerste linie. De gemeente onderzoekt samen met de NS, ProRail en Vervoerregio in welke zin een stedelijk programma - aanvullend op het programma in deze visie - op de stationslocatie in diverse opzichten een verbetering van dit centrale gebied te weeg kan brengen. Voor de invulling van het kantorenprogramma gelden de volgende uitgangspunten: § De focus ligt op het aantrekken van kleine, creatieve bedrijven die gebruik maken van flexibele werkplekken in gebouwen die meerdere huurders huisvesten; § Gebouwen met slechts één huurder zijn bespreekbaar, mits er een levendige plint wordt gerealiseerd; § Toekomstbestendige kantoren: modulair en flexibel/adaptief, kwalitatief en duurzaam (energieneutraal). Gebouwen moeten dusdanig ontworpen zijn dat ze eenvoudig van bestemming kunnen wijzigen.

Hierbij is de footprint van het gebouw een aandachtspunt; § Voor het verkrijgen van een prettig woon-/ werkklimaat zijn actieve en transparante plinten noodzakelijk, gevuld met programma dat aansluit bij het gemengde programma van het stationsgebied; § Architectonisch van een hoog niveau voor het verkrijgen van een hoogwaardig woon-/ werkklimaat; § Verduurzamen van bestaande kantoren.

4.6 Hotels De strategische ligging van Sloterdijk-Centrum maakt het voor veel toeristen een aantrekkelijke locatie om te overnachten. De afgelopen jaren zijn er – vooral in de stationsbuurten – veel hotels toegevoegd door transformatie van leegstaande kantoorpanden naar hotelfunctie. Enkele voorbeelden hiervan zijn Holiday Inn, het Meininger hotel en het Park Inn by Radisson hoGemeente Amsterdam

Toekomstbeeld kantoren The Flow, Houthavens Amsterdam door MVSA

tel in evenementencomplex Ven. Hiermee is het maximum metrage hotelfunctie van 80.000 m² uit het bestemmingsplan bereikt. Om een evenwichtige menging van programma en doelgroepen in het gebied te realiseren, ligt de focus de komende periode op het toevoegen van woningen en bijbehorende stedelijke voorzieningen. Er zullen geen hotels en extendedstay faciliteiten worden toegevoegd in SloterdijkCentrum. Dit sluit aan op het uitgangspunt van het overnachtingsbeleid van de gemeente Amsterdam. Voor wat betreft de huidige hotelvoorraad wordt er ingezet op een kwaliteitsslag en een diversificatie van het – nu relatief eenzijdige - aanbod. Door het toevoegen van unieke voorzieningen en luxere faciliteiten worden de bestaande hotels ook aantrekkelijk voor andere doelgroepen. Deze verbreding van het hotelaanbod vormt een aanwinst voor het gebied.

4.7 Sport en spel Bij de ontwikkeling van het gewenste hoogstedelijk (woon)gebied horen ook voorzieningen voor sport en spel. Hiervoor zijn gemeentelijke normen ontwikkeld, waarin is aangegeven hoe-

7.600 m²

sport in de openbare ruimte

Benodigde sport en speelplekken in openbare ruimte bij vol-

3.800 m² spelen in de openbare ruimte

ledige transformatie van het gebied

ca. 26 speelplekken

7.650 m² speelveld in de openbare ruimte

ca. 8 speelvelden 39

veel oppervlak voor deze functies moet worden gereserveerd. Vanwege de druk op de ruimte in Sloterdijk-Centrum wordt de kwantitatieve informele sport en spel norm niet gehaald.. Daarom wordt ingezet op een hoge kwaliteit en multifunctioneel gebruik van de groene ruimte. De norm voor de georaniseerde sport wordt wel gehaald . Daarnaast wordt ook informele sporten spelruimte gerealiseerd in het aangrenzende Park Spieringhorn. Buiten de ruimte voor georganiseerde buitensport is er een behoefte aan ’sportieve openbare ruimte’. Hierbij gaat het om een verweving van sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte. Hiervoor zijn veel kansen in de buurt, zoals in de pocketparks in de Stationsbuurt-West, in het profiel van de Arlandaweg & Hatostraat of onder de spoorviaducten. Hierbij kan ook worden aangesloten op de verbindende sportieve en recreatieve routes in de Brettenzone (bijv. BrettenpadSeineweg-Arlandaweg-rondje Westerpark). Deze voorzieningen dragen bij aan de ontmoeting, levendigheid en veiligheid in de buurt en aan een prettig en ontspannen leefklimaat, juist ook in een dicht stedelijk gebied. Voor het beoogd aantal woningen is in totaal circa 11.500 m² BVO aan in sport en speelvoorzieningen in de openbare ruimte nodig, waaronder tenminste vier grotere speelvelden en vier urban-sportvelden. Kansen voor inpassing worden verder onderzocht.

Daarbij wordt ook het Park Spieringhorn betrokken aangezien daar meerdere informele sport- en spel mogelijkheden komen. Ook de (anders) georganiseerde buitensport zal zich met name bevinden buiten SloterdijkCentrum, in Park Spieringhorn. Dit park wordt ontwikkeld tot een volwaardig stadspark. Hierbij hoort het beter bereikbaar en toegankelijk maken, zoals door de realisatie van nieuwe noordzuidverbindingen over de Haarlemmerweg en het verlengde fietspad over de Arlandaweg. Maar hierbij hoort ook het intensiveren door het vergroten van de recreatieve mogelijkheden en het mogelijk toevoegen van maatschappelijk programma zoals een basisschool en binnensportaccommodatie (sporthal). Met dat laatste wordt invulling gegeven aan de opgave voor binnensport, maar kan ook worden voorzien in de behoefte aan gymzalen voor de te realiseren basisscholen in Sloterdijk-Centrum. Intensivering van Park Spieringhorn is mogelijk, maar heeft zijn grenzen. Na Sloterdijk-Centrum zal de groei van Haven-Stad doorgaan. Voor 40

de opvang van deze (sport)druk is het nodig om breder te kijken en deze waar mogelijk te spreiden. Zo wordt er - naast de herontwikkeling van Park Spieringhorn ingezet op een recreatie-, beweeg- en sportlandschap dat de gehele Brettenzone en delen van het Westerpark beslaat. In afstemming met andere projectgebieden binnen Havenstad wordt integraal gekeken hoeveel en waar voorzieningen voor binnen- en buitensport kunnen worden ingepast. Voor de nieuwe bewoners van Sloterdijk-Centrum is circa 7.600 m² BVO aan voorzieningen voor binnen- en buitensport nodig. Wederom speelt Park Spieringhorn hierin een belangrijke rol.

4.8 Kunst en cultuur In de omslag naar een hoogstedelijk gebied speelt het toevoegen van kunst en cultuur ook een belangrijke rol. Kunst- en cultuurinitiatieven zijn van grote waarde voor het leefklimaat in een gebied. Het toenemende aantal bewoners en bezoekers in Sloterdijk-Centrum biedt kansen voor versterken van cultuur en kunst in het gebied. Initiatieven die uit het gebied komen worden waar mogelijk ondersteund. Hierin zal ook de samenwerking worden opgezocht met partners in het gebied. Vanuit de gedachte dat er maak- en publieksruimtes nodig zijn, wordt nadrukkelijk ruimte geboden aan broedplaatsen. Broedplaatsen In Sloterdijk-centrum wordt ruimte geboden aan broedplaatsen, omdat broedplaatsen identiteit geven, voor community-building zorgen en het gebied de mix geven die bij Sloterdijk-Centrum past. Er zijn maak- en publieksruimtes nodig in het gebied. Nabij het station is een grote trekker als een podium denkbaar, verder zijn er in de buurten kleinere clusters met ateliers mogelijk. Cultuurprogrammering De transformatie van Sloterdijk heeft de afgelopen jaren (2013-2018) geleidelijk en vrij synergetisch plaatsgevonden. Er is ruimte geboden aan tijdelijke initiatieven zoals BRET, waar programmering plaatsvindt op gebied van o.a. muziek, workshops en (openlucht) filmvertoningen.

In de Tuin van BRET zijn er circulaire creatieve bedrijven en de eerste wijngaard van Amsterdam gevestigd. Andere culturele initiatieven hebben een meer pop-up achtig karakter, zoals toneelvoorstellingen in de stationshal of een lunchconcert in kader van het grachtenfestival. Dit soort initiatieven blijft welkom in het gebied.

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Kunst in de openbare ruimte Het kunstwerk ‘178 bottles, 1 message’ staat symbool voor de transformatie op het vernieuwde Orlyplein (zie afbeelding op pagina 41). Het doel is het aantal kunstwerken in de openbare ruimte uit te breiden op strategische plekken. Een voorbeeld daarvan is kunst als middel om de onderdoorgangen onder de A10 veiliger en aantrekkelijker te maken en de entree naar Sloterdijk-Centrum te markeren. Het kunstwerk ‘Mirror Mirror’ tussen de Arlandaweg en Molenwerf vormt hiervan het eerste voorbeeld. Niet alle kunst hoeft blijvend van aard te zijn. Juist tijdelijke kunst past heel goed in een gebied dat zo sterk in verandering is. Kunst kan dan meebewegen met de verandering van het gebied. Het wordt daardoor niet statisch maar verrassend en divers. Door tijdelijke kunstwerken op steeds weer andere plekken te plaatsen, worden mensen verrast en leert men het gebied steeds beter kennen. Voornemen is dan ook om een aantal kunstmanifestaties te houden met beeldende kunst en streetart op een aantal locaties. Hierbij is de samenwerking met bedrijven en bewoners essentieel. De komende 10 jaar wordt hier door de gemeente in geïnvesteerd. Als het gebied zich verder heeft ontwikkeld en de buurten vorm hebben gekregen, is het belangrijk om blijvende kunst toe te voegen op de openbare verblijfsplekken.

Cultuur in nieuwbouw Om een goed stedelijk milieu te creëren wordt in de bestaande en nieuwe gebouwen ruimte gereserveerd voor een gevarieerd cultureel programma. Bij tenders of gronduitgiftes wordt per kavel gekeken hoe in de uitvraag ruimte kan worden geboden aan cultuur. Een voorbeeld hiervan is de broedplaats in een van de blokken op de O-kavel. Hier komt een plint met ateliers en een gemeenschappelijke ruimte. Ook op de N-kavel zal sprake zijn van culturele programmering in de plint gedurende de eerste 5 jaar na oplevering van de woongebouwen. Voor de L-kavel zal in de uitvraag een metrage worden aangeboden voor een culturele functie. In het geval van transformatie wordt samen met de gebouweigenaren gekeken in hoeverre cultuur een rol kan spelen in de programmatische invulling.

voorzieningen en een fraaie openbare ruimte op het Orlyplein, maar ook originele – al dan niet tijdelijke - toevoegingen geven het gebied de kleur, smaak en de vrolijkheid die het eerder miste. Placemaking kan zowel fysieke als nietfysieke elementen omvatten. Het gaat om het toevoegen van functies, sfeer, kleur en reuring. Een voorbeeld hiervan zijn de tijdelijke padelbanen op de J-kavel waar ruimte wordt geboden om te sporten en een levendige plek ontstaat op een nog niet uitgegeven terrein. Maar ook BRET en de Tuin van BRET, en de tijdelijke school op de H-kavel zijn voorbeelden van tijdelijke toevoegingen aan het gebied. Veel initiatieven vinden plaats vanuit gebruikers in het gebied zelf. Zo is onder andere de Facebook-pagina ‘Sloterdijk Stad’ en Chainels opgericht en worden er door ondernemers zoals BRET regelmatig evenementen georganiseerd die bijdragen aan de levendigheid in het gebied (openluchtfilm, theater, workshops, dansfeesten). De komende jaren wordt placemaking vooral ingezet voor het aantrekken van mensen die het gebied nog niet kennen en voor het creëren van een aangenaam woon- en werkklimaat in het gebied. Door strategische communitybuilding krijgt de plek of buurt samenhang in relatie tot de omgeving en de bewoners, zodat deze gaat leven en als prettig ervaren wordt. SloterdijkCentrum zal geleidelijk een volwaardig deel van Amsterdam worden.

Kunstwerk ‘178 bottles, 1 message’ op het Orlyplein

Placemaking initiatief BRET, 2017

Placemaking Placemaking is noodzakelijk om de van oorsprong monofunctionele kantoorlocatie op de kaart te zetten als aantrekkelijk woon- en werkgebied. Niet alleen de komst van hotels, Gemeente Amsterdam

41

A5

Ring A10

Ri ng

Radarweg

Ring A5 Basisweg

Hanedastraat aa

tr ps

t

Radarweg

u

str

Ka

Rhoneweg

La Guardiaweg

Kastrupstraat

Basisweg

Rhoneweg

Piarcoplein

Hatostraat

Plesostraat

Changiweg

100% letaliteitsafstand

Tempelhofstraat

Ring A10

Kingsfordweg

Teleportboulevard

rwe g

Aardgasleiding

Carrascoplein

Rad a

Legenda

Barajasweg

Naritaweg

N

Zeventemweg

Naritaweg

Naritaweg

1% letaliteitsafstand Externe veiligheidszone

Arlandaweg

Arlandaweg

Heathrowstraat

Kimpoweg

binnen deze zone mogen geen functies gesitueerd worden waar minder zelfredzame personen gebruik van maken (scholen, kinderopvang, verpleeghuizen etc.).

Richtlijn gevoelige bestemmingen (50 meter vanaf Haarlemmerweg) ten zuiden van deze lijn mogen geen nieuwe voorzieningen worden gerealiseerd voor ouderen of mensen met een kwetsbare gezondheid en voor onderwijs of opvang voor minderjarigen.

Haarlemmerweg

Haarlemmerweg

Externe veiligheid Uitzonderingslocaties van LIB. 60 m +NAP N

Legenda

90 m

A5 Ri

Ring A10

Max. radartoetshoogte 59 m +NAP

62 m +NAP

ng

Radarweg

Hoogteaccenten LIB Radartoetshoogte LIB (maatgevend)

100 m

onder 60 meter +NAP Radartoetshoogte LIB (maatgevend) boven 60 meter +NAP

61 m +NAP

Ring A5 Basisweg

Basisweg

Rhoneweg

La Guardiaweg

Hanedastraat t

aa

str

up

str Ka

Rhoneweg

150 m

Radarweg

Kastrupstraat

58 m +NAP

Piarcoplein

60 m +NAP Hatostraat

57 m +NAP

65 m

150 m

Plesostraat

Changiweg

90 m

arw

eg

Tempelhofstraat

Ring A10

Teleportboulevard

Kingsfordweg

Carrascoplein

59 m +NAP

90 m

Arlandaweg

Arlandaweg Kimpoweg

Heathrowstraat

Rad

Barajasweg

90 m

56 m +NAP Seineweg

Zeventemweg

Naritaweg

Naritaweg

Naritaweg

64 m

58 m +NAP 55 m +NAP

Haarlemmerweg Haarlemmerweg

55 m +NAP

42

56 m +NAP

57 m +NAP

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

5

Omgevings- & technische aspecten gebied

5.1 Gezonde leefomgeving

5.2 Windklimaat

IWe gaan ons sterk maken voor een gezonde leefomgeving in Sloterdijk-Centrum en maken de negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk. De openbare ruimte richten we zo in dat het de gezondheid bevordert en we laten ons inspireren door Kernwaarden Gezonde Leefomgeving van de GGD Nederland (2018) en Gezond020 (Gemeente Amsterdam; 2020). Rustige (groene) plekken worden afgewisseld door prettige, levendige ontmoetingsplekken. Het openbaar vervoer in Sloterdijk-Centrum is al sterk, maar de inzet is om de voet- en fietspaden laagdrempelig en aantrekkelijk (actief vervoer) te maken en het groen in de openbare ruimte en de groenverbindingen daartussen maken integraal onderdeel uit van de ontwerpopgave om tot een gezonde leefomgeving te komen. We denken er goed over na hoe we Sloterdijk-Centrum een levensloopbestendige woon- en leefomgeving ontwikkelen. Er zal aandacht zijn voor het zoveel mogelijk creëren van aangename zijden voor de woningen die in Sloterdijk-Centrum ontwikkeld gaan worden. Dat wil zeggen dat het streven is dat iedere woning ook een zijde bezit waar rust (stille zijde), gezond buitenlucht en een aangename, bij voorkeur groene/natuurlijke, uitzicht aanwezig is en anders directe toegang tot vanuit het gebouw.

In de nabijheid van locaties waar veel minderjarigen samenkomen, zoals onderwijs- en opvangvoorzieningen maar ook speelplekken zullen geen technische voorzieningen, denk aan trafo’s, onderstations etc, geplaatst worden met een elektromagnetisch veld hoger dan 0,4 microtesla.Verder kunnen kinderen kiezen uit een ruim aanbod aan (uitsluitend) rookvrije speelplekken in de omgeving, inclusief schoolpleinen en ongezond eetaanbod wordt zo mogelijk geweerd in de directe omgeving van de school- en opvangvoorzieningen.

In Sloterdijk-Centrum gaat een aanzienlijke verdichting plaatsvinden. Door het toevoegen van hoge gebouwen ontstaat een windgevoelig gebied. Er zijn geen wettelijke regels ten aanzien van windhinder, maar onderzoek kan aantonen wat de effecten zijn op de omliggende ruimte voor de functie lopen of de functie verblijven.

Gemeente Amsterdam

Om het windklimaat in beeld te brengen moet er in de fase van stedenbouwkundig plan en massa-studie al onderzoek worden gedaan naar de effecten van de hoogbouw (> 30 meter) op de directe omgeving. De gemeente doet dit op haar eigen kavels, bij transformaties is dit de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar. Hierdoor kunnen al in een vroeg stadium oplossingen worden geïntegreerd in het gebouwontwerp en kunnen aanpassingen of toevoegingen in een latere ontwerpfase worden voorkomen. De opbouw en positionering van de bouwblokken speelt een grote rol in de effecten veroorzaakt door wind. Zo is er in de verkaveling van de stationsbuurten gekozen om de hoogteaccenten terug te leggen ten opzichte van de plint. Dit heeft een positieve uitwerking op het windklimaat. Ook in de openbare ruimte zijn er kansen, zo worden er op strategische plekken groene wintervaste struiken of bomen toegepast die de wind kunnen opvangen.

Windtunnel onderzoek kavel O - Blok 9B

43

5.3 Geluid In Sloterdijk Centrum is sprake van geluidbelasting door spoorweglawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. De realisatie van nieuwe gevoelige bestemmingen in dit gebied is daarom mede afhankelijk van de vraag in hoeverre kan worden voorzien in een aanvaardbare akoestische situatie. Sloterdijk-Centrum zal in de toekomst een geluidbelaste locatie blijven. MER Haven-Stad, spelregelkader en omgevingsfoto De ontwikkeling van Sloterdijk-Centrum is onderdeel van het programma Haven-Stad. Hiervoor is een milieueffectrapport (MER) opgesteld, waaruit blijkt dat de ambities van Haven-Stad alleen gehaald kunnen worden wanneer niet rigide maar flexibel en gebiedsgericht met het geluidbeleid wordt omgegaan, waarbij de kwaliteit van de leefomgeving voorop staat en zo nodig wordt voorzien in compensatie. Planologisch regime Binnen het plangebied zijn meerdere vigerende bestemmingsplannen van kracht. Te weten: bestemmingsplan Sloterdijk (2013), Barajasbuurt e.o. (2020) Heatrowstraat 10-12 (2020) en Lmidden) (2020 Al deze plannen sorteren voor op de herontwikkeling van Sloterdijk Centrum. Bij deze plannen wordt uitgebreid stilgestaan bij het aspect geluidhinder. Daarbij is vastgesteld dat voor vrijwel het gehele plangebied sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden door één of meer geluidbronnen.

Bij alle vigerende bestemmingsplannen zijn daarom hogere grenswaarden vastgesteld en zijn aanvullende regels opgenomen waardoor indien nodig kan worden voorzien in dove gevels. In sommige delen van het plangebied is de vestiging van geluidgevoelige functies uitgesloten.

44

aanvaardbare geluidssituatie. Nader akoestisch onderzoek naar de ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot geluidhinder zal hier meer duidelijkheid over moeten geven. Daarbij dient tevens aandacht te zijn voor compensatie, zoals neergelegd in het spelregelkader Haven-Stad. Vooralsnog kan het programma, neergelegd in deze visie, worden gerealiseerd. Echter zal per ontwikkeling moeten worden bezien welke geluidmaatregelen ter plaatse noodzakelijk zijn.

5.4 Omgevingsveiligheid Een veilige en gezonde leefomgeving vergroot de maatschappelijke en economische waarde van een gebied. De inrichting van de omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Zeker in een compacte stad als Amsterdam. Functies als wonen, werken, vervoer en recreatie liggen dicht bij elkaar en dat brengt risico’s met zich mee. Onderzoek naar omgevingsveiligheid bij gebiedsontwikkeling brengt deze risico’s en de eventueel benodigde maatregelen om deze risico’s te beheersen in beeld. Ook de ontwikkeling van Sloterdijk-Centrum van kantoor- en werkgebied naar een hoogstedelijk gemengd gebied met wonen, werken en voorzieningen vraagt vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid grote zorgvuldigheid. In Sloterdijk-Centrum liggen diverse risicobronnen die vanwege het transport van gevaarlijke stoffen een gevaar kunnen vormen voor aanwezigen in het gebied. Het gaat om meerdere ondergrondse hogedruk aardgasleidingen, spoortrajecten en wegen. De twee belangrijkste componenten die vanuit de huidige wetgeving getoetst worden in het kader van omgevingsveiligheid zijn het Plaatsgebonden Risico en het Groepsrisico.

Conclusie geluid Op grond van de bekende informatie in de MER Haven- Stad en zal het voor de verdere ontwikkeling van Sloterdijk Centrum noodzakelijk zijn hogere waarden vast te stellen voor een groot deel van de nieuwe woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen omdat geluidreducerende maatregelen naar verwachting niet effectief of haalbaar zullen zijn.

Waarborgen van veiligheid in de fysieke leefomgeving In het gebied Sloterdijk Centrum wordt gestreefd naar het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Het ontwikkelen en beheren van een veilige fysieke leefomgeving is daar een onderdeel van. Daarom is het waarborgen van de veiligheid van de fysieke leefomgeving een onderdeel van de integrale belangenafweging bij de besluitvorming.

Indien de geluidbelasting hoger blijkt dan de maximaal vast te stellen hogere waarde, moet door middel van toepassing van dove gevels of bijvoorbeeld het tactisch plaatsen van afschermende bebouwing worden voorzien in een

De fysieke veiligheid van een gebied wordt bepaald door de ongevalsscenario’s (crisistypen) die kunnen optreden en daardoor een gevaar vormen voor de omgeving. Het gevolg van een ongevalsscenario bepaalt samen met de kans op Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

dat ongeval het risico. Er is inzicht nodig in de mogelijke ongevalsscenario’s om risico’s te kunnen bepalen en wegen en uitspraken te kunnen doen over de verantwoording van de veiligheid van de fysieke leefomgeving. Hiervoor is een eenduidige landelijke methodiek ontwikkeld die door de veiligheidsregio’s gebruikt wordt voor het bepalen en afwegen van de risico’s in hun regio. Deze methodiek staat beschreven in de handreiking regionaal risicoprofiel. Voor de ontwikkelingen in het gebied Sloterdijk Centrum wordt bij het maken van belangenafwegingen gebruik gemaakt van deze methodiek. De ongevalsscenario’s die het gebied kunnen bedreigen en daardoor gevaar vormen voor de leefomgeving worden geselecteerd. Voor deze scenario’s wordt bepaald wat de mogelijke gevolgen voor de omgeving zijn en wat hiervan de impact op samenleving is. Voor het bepalen van de impact wordt gebruik gemaakt van de in de handreiking beschreven systematiek. Van een ongevalsscenario wordt de impact op de samenleving in een grafiek uitgezet tegen de waarschijnlijkheid (het risicodiagram). Hierdoor wordt inzicht verkregen in het risico maar blijft in beeld wat de ernst van een ongeval is en hoe groot de kans erop is. Risico’s van verschillende ongevalsscenario’s kunnen op deze manier met elkaar worden vergeleken.

De systematiek van het risicodiagram wordt gebruikt als instrument voor het bepalen en waarborgen van de veiligheid bij het maken van afwegingen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in het plangebied Sloterdijk Centrum. Stappenplan voor toets ruimtelijke onderbouwing Bij elke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de gevolgen van een ongeval bij een risicobron en de mogelijkheden om die te beperken. Door maatregelen kan de kans op een ongeval worden verkleind of kunnen de gevolgen in de omgeving worden beperkt bijvoorbeeld door: § Omgevingsmaatregelen: te denken valt aan beschermingsmaatregelen in de openbare ruimte; § Organisatorische maatregelen: bijvoorbeeld heldere informatieverstrekking, inzicht in vluchtroutes bij calamiteiten; § Ontwerpprincipes en maatregelen aan gebouwen: bijvoorbeeld generieke maatregelen die proactief toegepast kunnen worden aan het begin van het ontwerpproces, als een vorm van ‘safe by design’ en bouwkuGemeente Amsterdam

dige maatregelen zoals zwaardere constructie, oriëntatie van gebouwen en routing op gebouwniveau. n Of er maatregelen nodig zijn en welke, is per deelontwikkeling verschillend. Dit is afhankelijk van de specifieke situatie van een deelplan binnen het gebied. De functie, het gebouwd programma, en het aantal gebruikers daarin, en de afstand t.o.v. de risicobronnen is daarbij maatgevend. In de ruimtelijke onderbouwing en de toetsing van de omgevingsveiligheid moet per ontwikkeling de verantwoording voor het groepsrisico en het borgen van de veiligheid worden beschreven.

5.5 Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Sloterdijk-Centrum valt binnen het beperkingengebied van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB), maar buiten de LIB-5 (voorheen bekend als 20Ke zone). Binnen dit beperkingengebied geldt een aantal ruimtelijke beperkingen voor ontwikkelingen op het gebied van hoogte, geluid en externe veiligheid (leefbaarheid). Bij het opstellen van het bestemmingsplan voor Sloterdijk-Centrum in 2013 is al hoogbouw op de plankaart opgenomen. Hiervoor is door het ministerie een ontheffing van het toenmalige LIB afgegeven. In 2015 is het nieuwe LIB van kracht geworden waarin enkele ruimtelijke beperkingen voor dit gebied zijn aangescherpt. De maximale toetshoogten zoals in het nieuwe LIB zijn opgenomen wegen zwaarder dan hoogtes zoals vastgesteld in het bestemmingsplan. In het nieuwe LIB is voor een aantal bestaande bouwplannen een uitzondering opgenomen op de maximaal toegestane bouwhoogten. Voor Sloterdijk-Centrum zijn dat de acht locaties zoals aangegeven op de afbeelding op de vorige pagina 42. Uitgangspunt bij de stedenbouwkundige hoofdopzet van de buurten in deze visie is dat de maximale bouwhoogtes binnen de toetsingskaders van het LIB blijven.

Mocht in de toekomst bij de planuitwerking een incidentele situatie voorkomen dat extra hoogte vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenst is, dan zal deze bij de planologische procedure ook moeten worden getoetst door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Zij moet ontheffing verlenen voor de extra hoogte.

45

Impressie ‘Floating Gardens’, Heathrowstraat 10-12 door Orange Architects, 2019 46

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Per project zal dan een afwijking moeten worden aangevraagd. De inspectie maakt daarbij onderscheid tussen beperkte afwijkingen van bouwhoogte ten opzichte van zogenaamde radarvlakken. Daarvoor geldt een lichtere procedure. Bij grotere afwijkingen is een uitgebreidere LIB toets nodig. In deze gevallen moet door de Inspectie van ILT ook een Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) worden afgegeven Bij de LIB toets wordt met de totale hoogte van een gebouw gerekend vanaf NAP, dus inclusief bouwdelen als technische ruimtes, liftmachinekamers en installaties op het dak.

5.6. Energie Amsterdam is bezig met een energietransitie. De doelstelling van de gemeente Amsterdam is om open, betaalbaar, duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem te realiseren. HIerin is het aardgasvrij maken van de stad speerpunt. Ook voor de transformatie van Sloterdijk-Centrum naar een gemengd woon-werkgebied wordt ruimte gecreëerd voor een organisch en fossielvrij energiesysteem. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de bestaande bronnen en energieinfrastructuur in het gebied. De gemeente Amsterdam heeft een faciliterende en kader stellende rol in de energievoorziening voor Sloterdijk-Centrum. Ontwikkelende partijen hebben binnen deze kaders de keuzevrijheid om hun eigen energiesysteem vorm te geven. Hierbij is het mogelijk voor de ontwikkelende partijen om gebruik te maken van het in het gebied aanwezige hoge temperatuur warmtenet, of gebruik te maken van andere vormen, zoals bijvoorbeeld Warmte Koude Opslag Voor Sloterdijk-Centrum is een Energievisie opgesteld waarin de visie en doelstelling met betrekking tot Energie in Sloterdijk-Centrum nader zijn toegelicht. De Energievisie SloterdijkCentrum is als Bijlage 9 toegevoegd aan het Bijlagenboek.

Het gaat hierbij om: § bestaand gasleidingennetwerk; § elektriciteitsnet; § stadswarmtenet gevoed door het AEB; lokaal warmte- en koudenet gevoed door § lokale bronnen zoals o.a. restwarmte uit datacentra. Zo is onder andere een interferentiegebied vastgesteld voor de Warmte Koude Opslag (WKO) dat bijdraagt aan het beschikbaar maken van bodemenergie voor alle gebruikers in het gebied. De vraag naar elektrische capaciteit hangt af van de keuze voor centrale koudelevering of stadskoeling. Bij stadskoeling wordt minder elektriciteit verbruikt omdat geen elektrische koelinstallaties in de panden nodig zijn. Indien koeling met behulp van Warmte Koude Opslag (WKO) gebeurt zal er nog steeds een relevante vraag naar elektriciteit zijn om de bijbehorende warmtepompen aan te drijven, maar deze is wel aanzienlijk minder vergeleken met traditionele airconditioning. De gemeente neemt een faciliterende rol, ze regelt kaders en reserveert ruimte. De gemeente legt aan projectontwikkelaars de plicht op om bronnen in de toekomst aan te kunnen sluiten op een lokaal warmtenet. De aanpak van MENS leidt tot het maximaal benutten van de bestaande infrastructuur en ruimte bieden voor lokale collectieve initiatieven, zoals het delen van een WKO. De bestaande gasinfrastructuur kan in de toekomst ingezet worden voor transport van duurzame alternatieven.

Op deze wijze ontstaat een open, betaalbaar, duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem. Het Masterplan Energie en Nutsvoorzieningen Sloterdijk-Centrum is als Bijlage 10 toegevoegd aan het Bijlagenboek.

Masterplan Energie- en Nutsvoorzieningen Sloterdijk-Centrum (MENS) De gemeente regisseert via het Masterplan Energie- en Nutsvoorzieningen Sloterdijk-Centrum een efficiënte organisatie van de infrastructuur in de ondergrond. Hierin zijn door middel van ruimtereserveringen in de ondergrond hoofdtracés aangewezen voor de energiebronnen en nutsvoorzieningen die nodig zijn voor de (huidige en toekomstige) energievoorziening in het gebied. Gemeente Amsterdam

47

5.7. Water In 2019 is een watervisie opgesteld voor Sloterdijk-Centrum, Sloterdijk II en Spieringhorn. Hierin zijn de plannen en de invloed op het watersysteem integraal en op langere termijn bekeken. Er wordt beschreven welke opties er zijn om het gebied robuust en klimaatbestendig in te richten. De visie is van toepassing op het integrale watersysteem als onderdeel van Haven-Stad en voor de onderwerpen oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen. De Watervisie is opgenomen als Bijlage 11 in het Bijlagenboek. Integraal watersysteem Sloterdijk-Centrum maakt deel uit van drie watersystemen: § de Noordzeekanaalboezem (het deel ten noorden van het spoor); § de Rijnland-boezem (het deel ten zuiden van het spoor); § watersysteem De Lange Bretten (Park Spieringhorn). Voor alle systemen treedt Waternet op als vertegenwoordiger van de beheerder, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Deze watersystemen worden gescheiden door twee waterkeringen. Voor Haven-Stad wordt ingezet op een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem met als basis een robuust stelsel van nieuwe watergangen tussen de havenbekkens ten oosten en ten westen van de A10. De eerste stap hiervan is de aanleg van een watergang langs de Transformatorweg die door Sloterdijk-Centrum wordt doorgetrokken naar het westen. Hiervoor zijn verschillende tracés mogelijk.

Verder is er in Sloterdijk-Centrum weinig oppervlaktewater en er ontbreekt een fijnmazig net van watergangen. Het water bevindt zich vooral buiten het plangebied. Een voorbeeld hiervan is de Haarlemmervaart. De route begint in Halfweg, maar maakt geen deel uit van een doorgaande vaarroute. Een andere waterloop net buiten de plangrenzen van Sloterdijk-Centrum is de ringsloot rondom Park Spieringhorn.

Grondwater Voor het plangebied is een grondwatertoets opgesteld. Deze is toegevoegd als Bijlage 12 in het Bijlagenboek. Op de plekken waar het maaiveld laag ligt zijn er problemen met te hoog grondwater. Bij ontwikkeling dienen de kavels te voldoen aan de grondwaternorm. Dit betekent dat de grondwaterstand bij nieuwe ontwikkelingen met kruipruimtes minstens 90 cm onder maaiveld moet liggen. Wanneer er geen sprake is van kruipruimtes is dat 50 centimeter onder maaiveld in een maatgevende situatie. Om dit te realiseren geldt een voorkeursvolgorde van allereerst aanleg van open water, daarna integraal ophogen, vervolgens grondverbetering en ten slotte de aanpassing van bouwwijze of gebruik. Pas als deze maatregelen onhaalbaar zijn, komt duurzame drainage aangesloten op het polderpeil in beeld. Hemelwater Voor het toekomstbestendig hanteren van extreme buien is het programma Amsterdam Rainproof opgericht. Hierin zijn het Piarcoplein (P en R-terrein) en het Carrascoplein benoemd als knelpunt. Ook bij een aantal lager gelegen kavels in het gebied kan het water het gebouw instromen. Buiten het project Sloterdijk-Centrum vormen in de directe omgeving ook de Transformatorweg en de kruising Radarweg/Basisweg een knelpunt. Dit wordt aangepakt door de aanleg van de genoemde watergang en nieuw straatprofiel.

Ingrepen in het watersysteem en toevoeging van verharding dient gecompenseerd te worden in hetzelfde peilgebied. Dit geldt niet voor het plangebied ten zuiden van de primaire waterkering/spoor, waar de watercompensatie voor verhardingstoenames al is geregeld. Waterkeringen Vanuit het Deltaprogramma wordt ingezet op een meerlaagse veiligheid. Dit betekent dat er maatregelen nodig zijn in de volgende lagen: § Laag 1: maatregelen om overstromingen te voorkomen (zoals versterking van dijken, dammen en duinen en rivierverruiming); § Laag 2: gevolgen van overstromingen beperken via ruimtelijke inrichting; § Laag 3: gevolgen van overstromingen beperken via rampenbestrijding. In de MER Haven-Stad zijn de verschillende mogelijkheden onderzocht voor de eerste laag.

48

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Daarin wordt geconcludeerd dat het niet loont om in de periode tot 2029 waterkeringen aan te leggen, te verleggen of te verbeteren. De huidige waterkeringen kunnen met het huidige profiel in stand blijven. In deze periode kan de waterveiligheid vooral worden gevonden in de tweede en derde laag. Voor de tweede laag gaat het om de aanleg van een voldoende hoog maaiveldniveau; de plaatsing van vitale infrastructuur op een hoge plaats in gebouwen of het plaatsen van specifieke vormen van vitale infrastructuur (bijvoorbeeld gezondheidscentra) in gebieden die al hoog liggen of die worden opgehoogd. De derde laag gaat over rampenbestrijding, waarbij men kan denken aan een goede evacueerbaarheid. Hierbij kan Station Sloterdijk een functie hebben als veilige verzamelplek of steunpunt bij evacuaties. Dit vormt namelijk een lokaal hoogste punt (NAP + 6,5 m). Ingrepen Er zijn verschillende kansen en oplossingen voor de genoemde wateropgaves: 1.

2.

De aanleg van extra watergangen. Deze compenseren de toename van verharding, houden het grondwater laag en vangen het water van extreme buien op (‘Rainproof’). Aan de Transformatorweg wordt gestudeerd op het toevoegen van een watergang. Ook is bij de uitwerking van de openbare ruimte in het gebied gekeken naar het toevoegen van kleine watergangen of wadi’s. Dit zijn verlaagde, groene delen van het maaiveld die bij hevige regenval tijdelijk dienen als bufferings- en infiltratievoorziening. Het ophogen van het gebied, zoals op de ontwikkelkavels. Dit vindt gefaseerd en per kavel plaats. Bij de kavels die nog niet opgehoogd worden, moet ervoor gezorgd worden dat zich geen hemelwater verzameld. De lager gelegen kavels kunnen veelal op het riool blijven afwateren bij normale buien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9776696/1