01 Concept-jaarrekening RAZ 2025
Tekst van het document
Jaarrekening
Jaarrekening RAZ 2025 CONCEPT
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 7 mei 2026
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
Jaarrekening
Jaarrekening RAZ 2025 CONCEPT
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 7 mei 2026
CONCEPT Dit betreft de Jaarrekening 2025 van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad, conceptversie.
2
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
Inhoudsopgave 1.
Inleiding __________________________________ 5 1.1
Missie en beleidsvisie van de rekenkamer ____________________ 5
1.2
Financieel beeld 2025 _________________________________ 5
1.3
2.
Resultaten ________________________________ 7 2.1
Wat is er afgesproken?_________________________________ 7
2.2
Wat is er gedaan voor Amsterdam en Zaanstad? ________________ 7
2.3
3.
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ___________________ 10
3.3
Overlegorgaan RAZ __________________________________ 11
3.4 3.5
Financiering _______________________________________ 10 Bedrijfsvoering _____________________________________ 11 Openbaarheidsparagraaf ______________________________ 15
Jaarrekening ______________________________ 17 4.1
Programmarekening _________________________________ 17
4.2
Rechtmatigheidsverantwoording _________________________ 18
4.4
Toelichting op het overzicht van baten en lasten _______________ 20
4.6
Balans __________________________________________ 25
4.3 4.5
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling _____________ 18 Overzicht van baten en lasten naar taakvelden ________________ 24
4.7
Toelichting op de balans per 31 december 2025 _______________ 26
4.9
Gebeurtenissen na balansdatum _________________________ 30
4.8
5.
Wat heeft het gekost? _________________________________ 7
Paragrafen _______________________________ 10 3.2
4.
Indeling en opzet ____________________________________ 6
Niet uit de balans blijkende verplichtingen ___________________ 30
Overige gegevens van de jaarrekening ____________ 31
3
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
Voorwoord De gemeenten Amsterdam en Zaanstad hebben sinds 2005 gezamenlijk een rekenkamervoorziening. Vanaf 1 juni 2010 vindt de samenwerking plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling heeft als naam Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad (RAZ; hierna: rekenkamer). Op basis van de wet stelt de bestuurder van de gemeenschappelijke regeling zelf de begroting, het jaarverslag en de onderzoeksprogramma’s vast. Vaststelling van de begroting vindt plaats nadat deze voor een zienswijze is voorgelegd aan de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad. Het jaarverslag is gesplist in twee delen: i) een jaarverslag waarin de verantwoording wordt afgelegd over de uitgevoerde onderzoeken en overige activiteiten van de rekenkamer in het afgelopen jaar, en ii) de jaarrekening met daarin de financiële verantwoording en de verantwoording over de gevoerde bedrijfsvoering. Dit document omvat de jaarrekening voor het jaar 2025. Het jaarverslag is eerder gepubliceerd, op 1 april 2026. De in 2025 gepubliceerde rapporten en rekenkamerbrieven staan ook op onze website. In de voor u liggende jaarrekening gaan we eerst kort in op de beleidsvisie en de behaalde resultaten in het afgelopen jaar. Daarna komen de gebruikelijke (verplichte) paragrafen aan bod en de financiële verantwoording over 2025.
Uit de jaarrekening blijkt dat 2025 wordt afgesloten met een positief financieel resultaat van € 111.229. Bij de tweede begrotingswijziging 2025 werd nog een resultaat van € 55.272 verwacht. Bij de eerste begrotingswijziging is reeds € 144.588 aan de algemene reserve onttrokken, waardoor het feitelijke tekort € 33.359 bedraagt. Het volledige resultaat van € 111.229 zullen we toevoegen aan de algemene reserve. Mijn dank gaat uit naar de vele mensen die het afgelopen jaar constructief met ons hebben samengewerkt. Amsterdam, 7 mei 2026
Annelies Daalder Directeur Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
4
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
1. Inleiding 1.1 Missie en beleidsvisie van de rekenkamer
Onze missie is bij te dragen aan transparante, betrouwbare en lerende gemeenten en daarmee bij te dragen aan de versterking van de lokale democratie. Dit doen we conform onze wettelijke taak door onafhankelijk onderzoek te doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. Op die manier leveren we een bijdrage aan het verbeteren van de controlerende functie van de raad en daarmee van het lokaal bestuur. Zo helpen we de gemeenten beter te maken. De taak van de rekenkamer is verankerd in de Gemeentewet. Binnen dit kader kunnen we accenten leggen. De keuzes die we in dat kader gemaakt hebben, worden beschreven in de beleidsvisie en komen met name naar voren bij de onderzoeksprogrammering en de wijze waarop wij de kennis die via de uitgevoerde onderzoeken wordt verkregen, actief uitdragen. In de Beleidsvisie 2023-2028 zijn onze missie, de beleidsvisie en een meerjarenraming opgenomen. Daarnaast zijn enkele aandachtspunten benoemd. De focus ligt daarbij op doorwerking: lessen die te leren zijn voor de gemeentebesturen en gemeentelijke organisaties. Met het oog op de doorwerking is de interactie tussen de ambtelijke organisatie (en het gemeentebestuur) en ons belangrijk. We hebben daarom meer aandacht voor ‘nazorg’ en interactie tussen de directeur van de rekenkamer en de top van de ambtelijke organisatie.
Daarnaast intensiveren we het contact met de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad en doen we meer om ons onderzoek onder de aandacht te brengen bij burgers. Mede daarom brengen we meer diversiteit aan in de vorm en inhoud van onze producten.i In het kader van transparantie zijn onze brieven en rapporten openbaar en te vinden op onze website. Onze meerjarenramingen van de balansen en exploitaties voor de periode 2023 tot en met 2028 staan in de Beleidsvisie 2023-2028 op onze website.
1.2 Financieel beeld 2025
Het jaar 2025 wordt afgesloten met een positief financieel resultaat van € 111.229 ten opzichte van de tweede begrotingswijziging. Bij die tweede begrotingswijziging is reeds € 144.588 uit de algemene reserve onttrokken om het verwachte begrotingstekort te dekken. Omdat de werkelijke lasten in 2025 lager uitvallen dan begroot, heeft dit geleid tot een positief jaarresultaat. In vergelijking met de oorspronkelijke begroting is er sprake van een tekort van € 33.359 in 2025. Het volledige resultaat zal worden toegevoegd aan de algemene reserve. De beginstand van de algemene reserve (na resultaatbestemming) in 2025 bedroeg € 534.950. Na de onttrekking van het eerder verwachte begrotingstekort (€ -144.588) en toevoeging van het positieve resultaat uit 2025 (€ 111.229) daalt de algemene reserve netto met € 33.359 naar € 501.591. In de volgende hoofdstukken wordt uitgelegd waar deze daling door wordt veroorzaakt. Daarnaast is op te merken dat de stand van de bestemmingsreserves in 2025 daalt van € 254.870 (begin 2025) naar € 205.730 (eind 2025). Dit komt enerzijds door onttrekkingen uit de reserves
Bijvoorbeeld in de vorm van factsheets of juist mondelinge toelichtingen. Om ook burgers goed te bereiken, zetten we in op social media, klassieke media én op bijeenkomsten. Voor elk rapport maken we een publiekssamenvatting op B1-niveau. Waar het toegevoegde waarde heeft, maken we daarbij gebruik van visualisaties. i
5
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
huisvesting en ict ter dekking van de afschrijvingslasten, en anderzijds door een onttrekking uit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten voor de investeringen in huisvesting.
1.3 Indeling en opzet
We vinden het belangrijk dat niet alleen de gemeentes, maar ook wij zelf een doelmatige en doeltreffende organisatie zijn, die open en controleerbaar haar werk verricht. De jaarrekening moet daaraan bijdragen. Daarnaast hebben we separaat een toegankelijk jaarverslag gemaakt, waarin meer inhoudelijke informatie te vinden is over onze activiteiten. Bij het opstellen van de jaarrekening zijn de richtlijnen van het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) in acht genomen. In hoofdstuk 2 wordt beknopt beschreven welke onderzoeken we in 2025 hebben uitgevoerd. Meer inhoudelijke informatie over onze activiteiten is te vinden in het genoemde jaarverslag. In hoofdstuk 3 volgen de gebruikelijke paragrafen. In hoofdstuk 4 vindt de financiële verantwoording over 2025 plaats met behulp van de programmarekening en de balans. In hoofdstuk 5 gaan we onder “Overige gegevens van de jaarrekening” in op de resultaatbestemming.
6
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
2. Resultaten 2.1 Wat is er afgesproken?
Jaarlijks stellen we onderzoeksprogramma’s vast voor de aangesloten gemeenten. Hierin staan de nieuwe onderzoeken of onderzoeksthema’s die zijn geprogrammeerd. Ook worden daarin de onderzoeken vermeld uit vorige onderzoeksprogramma’s die nog afgerond moeten worden. In het onderzoeksprogramma van Amsterdam presenteren we sinds 2023 in plaats van nauw omschreven onderzoeksonderwerpen, thema’s die als leidraad functioneren voor het starten van nieuwe onderzoeken in het volgende jaar. Dit biedt meer ruimte voor flexibiliteit bij het opzetten van onderzoeken en maakt het mogelijk om beter rekening te kunnen houden met actuele ontwikkelingen. Met de thema’s geven we inzicht in welke (beleids)terreinen het volgende jaar en eventueel gedurende langere tijd onze aandacht zullen krijgen Voor het jaar 2025 hebben we een onderzoeksprogramma voor Amsterdam en Zaanstad opgesteld.
2.2 Wat is er gedaan voor Amsterdam en Zaanstad? In deze paragraaf geven we inzicht in het aantal gepubliceerde onderzoeken, nieuw gestarte en
lopende onderzoeken en overige publicaties voor Amsterdam en Zaanstad in 2025.ii In het jaarverslag is een uitgebreide toelichting te vinden op de uitgevoerde en de lopende onderzoeken in 2025 voor Amsterdam en Zaanstad.
Tabel 2.1 - Overzicht van het aantal afgeronde projecten Amsterdam
Zaanstad
Totaal
Gepubliceerde onderzoeken
7
2
9
Gestarte/lopende onderzoeken
7
0
7
Overige publicaties
3
3
6
De categorie ‘gepubliceerde onderzoeken’ betreft onderzoeken waaraan we in 2025 hebben gewerkt en waarvan de publicatie in 2025 heeft plaatsgevonden. De categorie ‘gestarte/lopende onderzoeken’ betreft onderzoeken die in 2025 zijn gestart of doorliepen, maar nog niet in 2025 zijn gepubliceerd. De ‘overige publicaties’ zijn veelal rekenkamerbrieven en projecten waarbij geen bestuurlijke reactie heeft plaatsgevonden. Onder deze categorie vallen ook andere documenten voor de gemeenteraad, zoals gestuurde brieven en rapportages naar aanleiding van eerder gepubliceerde onderzoeken, de begroting en het jaarverslag.
2.3 Wat heeft het gekost?
De totale kosten voor het voorbereiden en uitvoeren van de onderzoeken bedroegen in 2025 € 2.865.731. Voor verdere details verwijzen we naar de financiële verantwoording in hoofdstuk 4.
ii Onze bestuurlijke en onderzoeksrapporten kunnen worden gedownload op onze website:
www.rekenkamer.amsterdam.nl.
7
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
In deze paragraaf wordt via kengetallen inzicht gegeven in het aantal onderzoeksdagen, het productiviteitspercentage en de kosten per onderzoeksdagiii. Ook wordt inzicht gegeven in de bestede onderzoekstijd voor Amsterdam en Zaanstad.
Tabel 2.2 - Aantal geschreven dagen door onderzoeksmedewerkers en de kostprijs per onderzoeksdag 2025
2024
2023
Amsterdam
2.233
2.156
1.801
Zaanstad
200
301
330
Totaal direct Totaal indirect
2.434 808
2.457 751
2.132 815
Totaal aantal geschreven dagen (exclusief verlof)
3.242
3.208
2.946
Percentage direct
75,1
76,6
72,4
€ 1.101
€ 1.031
€ 985
Direct
Kostprijs per onderzoeksdagiv
In tabel 2.2 wordt met ‘direct’ de tijd bedoeld die is besteed aan onderzoeksprojecten en overige directe uren voor aan onderzoek gekoppelde activiteiten, zoals het maken van onderzoeksprogramma’s. Bij indirect gaat het om de tijdsbesteding aan opleidingen, organisatieen kennisontwikkeling, personeelsgesprekken, planningsactiviteiten, plenaire bijeenkomsten, sociale activiteiten, externe presentaties, et cetera. Het productiviteitspercentage van de onderzoekers is in 2025 ten opzichte van 2024 licht gedaald: van 76,6% naar 75,1%. Deze afname komt voornamelijk doordat we in 2025 relatief meer uren hebben besteed aan interne activiteiten en deskundigheids- en vaardigheidsbevordering dan in 2024. Maar de daling wordt ook veroorzaakt doordat 2024 een jaar was met een uitzonderlijk hoog percentage directe uren. Uit de tabel blijkt verder dat de gemiddelde kostprijs van een onderzoeksdag € 1.101 bedraagt. In de kostprijs per onderzoeksdag zijn zowel de directe programmakosten als de overheadkosten opgenomen.v De kostprijs per onderzoeksdag laat een stijging zien van 6,8% ten opzichte van 2024 (€ 1.031). Deze stijging is vooral toe te schrijven aan een cao-loonkostenstijging.
Een onderzoeksdag bestaat uit acht werkuren. Kostprijs per onderzoeksdag wordt berekend door de totale lasten van de rekenkamer (minus eventuele incidentele kosten) te delen door het totaal aantal productieve dagen (inclusief uren van externen en bestede productieve uren van de directeur met betrekking tot projecten). v De volgende incidentele kosten zijn bij deze berekening buiten beschouwing gelaten: de loonkosten voor personeel met langdurig verlof, waaronder zwangerschaps-, ouderschaps- en ziekteverlof (€ 15.146), de kosten voor het opzetten van de applicatie RisPy (€ 992), de kosten voor het nieuwe logo van de RAZ voor op de muur (€ 3.834) en de ict-kosten voor het uitfaseren van servers (€ 2.102). iii iv
8
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
De volgende tabel laat zien hoe de bestede onderzoekstijd procentueel is verdeeld tussen Amsterdam en Zaanstad.vi
Tabel 2.3 - Verdeling onderzoekstijd in procenten Verdeling onderzoekstijd
Norm 2025
Realisatie 2025
Norm periode 2023-2028
Realisatie periode 20232028
Amsterdam
90,9%
91,6%
90,9%
87,7%
Zaanstad
9,1%
8,4%
9,1%
12,3%
Bij de onderzoeksdagen gaat het om tijd die in 2025 is besteed aan projecten. Hierbij gaat het om projecten die in 2025 zijn afgerond en om projecten waaraan wel is gewerkt, maar die eind 2025 nog niet zijn afgerond. De normpercentages zijn gebaseerd op de verhouding van de jaarlijkse bijdragen die we ontvangen van gemeenten Amsterdam en Zaanstad. Het streven is dat over de beleidsperiode van zes jaar de onderzoeksactiviteiten in verhouding tot de financiële bijdragen plaatsvinden. Na afloop van de zes jaren maken we een voorstel voor een eindafrekening. Uit de tabel kan worden opgemaakt dat in 2025 voor Amsterdam meer en voor Zaanstad minder tijd is besteed in verhouding tot de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Dit hebben we bewust gedaan omdat aan Zaanstad in 2023 en 2024 relatief veel tijd is besteed in verhouding tot de jaarlijkse bijdragen. De relatieve onderbesteding voor Amsterdam is in 2025 daarom deels gecompenseerd. In de periode 2026-2028 zal dit worden doorgezet. Gemeten over de periode 2023-2025 is verhoudingsgewijs namelijk nog steeds meer tijd aan Zaanstad besteed.
De bestede onderzoekstijd betreft de uren besteed aan onderzoek door onderzoeksmedewerkers van de rekenkamer en door externen. vi
9
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De risico’s zijn minimaal. Er is structurele dekking voor de reguliere kosten. De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling hebben zich verbonden aan een bepaalde bijdrage. Het grootste risico is dat een deelnemende gemeente de samenwerking via de gemeenschappelijke regeling opzegt. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren. Daarbij is tevens besloten om de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028 en deze conform de gemeenschappelijke regeling jaarlijks aan te passen aan de loonkostenontwikkeling. Vóór 2028 zal de afspraak wederom moeten worden herbevestigd.vii Een eventueel opzeggen van de samenwerking is evenwel niet primair een financieel risico van de rekenkamer. De medewerkers van het bureau van de rekenkamer hebben een dienstverband bij de gemeente Amsterdam. Omdat de rekenkamer geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, komen de financiële gevolgen de gemeenten Amsterdam en Zaanstad toe. In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat bij de uittreding van een deelnemende gemeente, de deelnemende gemeenteraden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vaststellen.
Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Voor het opvangen van schommelingen in de uitgaven streven we ernaar om een algemene reserve aan te houden van maximaal 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen. Als kengetal voor het weerstandsvermogen schrijft het BBV voor om de solvabiliteitsratio te vermelden. Deze ratio wordt berekend door het eigen vermogen van de rekenkamer (exclusief het te bestemmen resultaat) uit te drukken in een percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio van de rekenkamer per 31 december 2025 bedraagt 64% (2024: 88%). Dit percentage is ten opzichte van 2024 gedaald met 24 procentpunten. Dit komt doordat het eigen vermogen is gedaald (per saldo meer onttrekkingen) en het vreemd vermogen is gestegen. Dit laatste komt voornamelijk door de salarisfactuur van december die eind 2025 nog voldaan moest worden.
3.2 Financiering
We financieren de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten, kortlopende schulden en de opgebouwde reserves. We hebben geen langlopende leningen. Voor de financiering van investeringen hebben we het beleid om daarvoor bestemmingsreserves te vormen. Eind 2025 hadden we € 154.834 aan bestemmingsreserves voor huisvesting en ict. De boekwaarde van de investeringen bedroeg eind 2025 € 154.834. Met deze reserves kunnen de jaarlijks begrote afschrijvingslasten van de investeringen volledig worden gedekt.
Ten minste twaalf maanden voor afloop van de zesjaarsperiode stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. vii
10
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
We beschikken over een eigen bankrekening bij de Rabobank. Sinds 1 juli 2016 betrekt de gemeente Amsterdam onze rekening bij het - door het Rijk verplicht gestelde schatkistbankieren.viii De afdeling Treasury van de gemeente Amsterdam muteert daarom iedere bij- of afboeking op onze bankrekening zodanig dat het saldo van de bankrekening op € 0 uitkomt. Hierdoor is er een rekening-courantverhouding ontstaan met de gemeente Amsterdam.
3.3 Overlegorgaan RAZ
De Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad is een onafhankelijk bestuursorgaan en stelt het juist daarom op prijs om vertegenwoordigers van de raden (het Overlegorgaan RAZ) te consulteren over haar begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en bedrijfsvoering (huisvesting, ict). Ook zaken zoals gewenste aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling worden in het Overlegorgaan RAZ besproken. Leden van het overlegorgaan zijn ook aanwezig bij de eedaflegging van nieuwe medewerkers van de rekenkamer. In het overlegorgaan zijn de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad vertegenwoordigd. In 2025 is dit overlegorgaan tweemaal bijeengekomen: op 8 mei en op 11 november.
3.4 Bedrijfsvoering
We hebben sinds januari 2016 kantoorruimte in gebruik genomen op de zesde verdieping van het pand Weesperstraat 105A. Daar huren we 525 m2. Het huurcontract loopt tot en met 30 november 2033, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december f. Dienstverleningsovereenkomst gemeente Amsterdam Voor onze bedrijfsvoering maken we gebruik van verschillende diensten van de gemeente Amsterdam. Daarbij gaat het om de postbehandeling, de personeelsadministratie, enkele ictfaciliteiten en financiële administratie inclusief de afwikkeling van het betalingsverkeer. Begin 2021 hebben de gemeente en de rekenkamer de dienstverleningsovereenkomst (DVO) geactualiseerd vanwege het eigen rekenkamer ict-netwerk en andere ontwikkelingen. Bedrijfsvoeringverklaring De bedrijfsvoering hebben we getoetst aan vijf relevante aspecten. Op basis daarvan achten we de bedrijfsvoering van voldoende niveau. 1.
Financiën en processturing: voldoende •
Onze financiële administratie wordt gevoerd door de directie Financiën en Inkoop van het cluster Bedrijfsvoering van de gemeente Amsterdam. Ook de betalingen worden na fiattering van ons gedaan door deze afdeling. Vanwege praktische overwegingen wordt onze financiële administratie niet meer bijgehouden met het AFS (Amsterdams Financieel Systeem), maar met een financieel pakket (Multivers) dat meer is toegesneden op kleinere organisaties. We hebben inzage in Multivers en stellen regelmatig financiële overzichten op voor tussentijdse controle en budgetbeheer. In 2025 waren er bij de gemeente Amsterdam problemen bij het verwerken van facturen. Dit leidde tot een aantal tijdelijke betalingsachterstanden voor ons, aangezien wij afhankelijk zijn van de gemeente voor de financiële administratie en betalingen. Inmiddels zijn deze problemen grotendeels opgelost, maar voor ons blijft de afhankelijkheid van de gemeente een risico.
Schatkistbankieren betekent dat de gemeente de (per saldo) aanwezige liquide middelen niet zelf (kortstondig) mag uitzetten, maar aan het Rijk moet overmaken. viii
11
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
•
De begroting en jaarrekening worden in eigen beheer door ons opgesteld. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een accountant. Zijn controleverklaring is in de jaarrekening opgenomen.
•
We beschikken sinds 2024 over een creditcard verstrekt door de gemeente Amsterdam. Alleen de staffunctionaris heeft toegang tot de creditcard. Bij langdurige afwezigheid van de staffunctionaris mag ook de secretariaatsmedewerker gebruikmaken van de creditcard. De staffunctionaris mag (kantoor)benodigdheden en repetitieve bestellingen tot maximaal € 100 aanschaffen zonder voorafgaand akkoord van de directeur. De betalingen met de creditcard worden door de gemeente Amsterdam bij ons in rekening gebracht en verlopen via het reguliere betalingsproces, inclusief de bijhorende controles. De voorwaarden en regels voor het gebruik van de creditcard zijn vastgelegd in een Overeenkomst bestellingen zakelijke creditcard.
2.
Juridische (beleids)kaders: voldoende, maar de gemeenteraden hebben nog geen plaatsvervangend lid van de rekenkamer benoemd •
We werken binnen het kader van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad en hebben een reglement. Er is in 2024 een nieuwe Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad opgesteld en door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad goedgekeurd. De nieuwe regeling is vanaf 6 juli 2024 van kracht en is gewijzigd naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarnaast is een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd, mede naar aanleiding van onze nieuwe beleidsvisie. Een belangrijke wijziging is dat begrotingswijzigingen die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage(n) en/of waarbij de algemene reserve binnen de vastgestelde bandbreedte blijft, niet aan beide raden voor een zienswijze worden voorgelegd. Deze begrotingswijzigingen zullen wel zichtbaar zijn in de jaarrekening en worden besproken in het Overlegorgaan RAZ.
•
Aansluitend op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben wij ons reglement van orde aangepast en in overeenstemming gebracht met de gemeenschappelijke regeling. Aan het reglement hebben wij regels over het interne financiële beleid toegevoegd. Ook hebben wij de termijn van feitelijk wederhoor (twee weken) en de termijn voor een bestuurlijke reactie (drie weken) geconcretiseerd. Tevens hebben wij duidelijk gemaakt hoe wij omgaan met een verzoek van de gemeenteraad om onderzoek uit te voeren en hoe wij omgaan met een verzoek van de gemeenteraad om deze te ondersteunen.
•
In de Gemeentewet staat dat de gemeenteraden een plaatsvervanger van de bestuurder/directeur van de rekenkamer moeten benoemen.ix In het verleden is dit niet gebeurd en op dit moment hebben de gemeenteraden nog geen plaatsvervanger van de bestuurder benoemd. Het reglement van orde zal in 2026 verder worden aangepast vanwege de wijziging van de BADO.
•
Met ingang van 4 augustus 2016 zijn de bevoegdheden van de directeur om privaatrechtelijke en arbeidsrechtelijke handelingen in mandaat te verrichten formeel geregeld. Sinds 17 september 2022 is ook het Algemeen ondermandaatbesluit, ondervolmachtbesluit en ondermachtigingsbesluit directeur Gemeenschappelijke Rekenkamer Metropool Amsterdam in werking getreden. Hiermee zijn de continuïteit van de bedrijfsvoering van de rekenkamer en het uitvoeren van onderzoeken gewaarborgd in geval van een noodsituatie, zoals bij langdurige afwezigheid van de directeur.
ix
Zie art. 81c lid 3 (in samenhang met art. 81m) van de Gemeentewet.
12
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
• 3.
We hebben een klachtenregeling, die is gepubliceerd op onze website.
Informatie(beveiliging): voldoende •
Sinds oktober 2019 hebben wij een eigen ict-netwerk. De aansluiting met de ictinfrastructuur van de gemeente Amsterdam is daarbij geborgd. Daar waar van toepassing sluiten we ons aan bij de voor gemeente Amsterdam gehanteerde regels en procedures.
•
In 2024 zijn er standalone desktops en laptops aangeschaft. Daarnaast is de overstap gemaakt naar een nieuwe digitale werkomgeving in de cloud, waarbij onze gegevens worden opgeslagen op dataservers in Europa. Onderdeel van de overstap naar de nieuwe werkomgeving was het uitvoeren van een securityscan. Daarnaast is voor de nieuwe werkomgeving het toegangsbeleid aangescherpt. Met het oog op de continuïteit van de werkomgeving wordt gebruikgemaakt van een backup-faciliteit in Europa.
•
De kantoorruimten worden buiten kantooruren gemonitord door een particuliere beveiligingscentrale.
•
Begin 2026 is het informatiebeveiligingsbeleid geactualiseerd voor de periode 2026-2027. Als leidraad zijn het geldende Basis Informatiebeveiliging Overheid 1.04 (BIO) en, ten aanzien van privacy, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gebruikt. Indien nieuwe normen (zoals de aankomende BIO 2.0/NIS2) daar aanleiding toe geven zullen wij het document tussentijds actualiseren. Indien nodig wordt het tussentijds aangepast op organisatorische veranderingen en technologische ontwikkelingen. Het is actief gedeeld met de medewerkers en de functionaris gegevensbescherming (FG, zie hieronder).
•
Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. We hebben een externe functionaris gegevensbescherming. Op de website staat een privacyverklaring. Tevens zijn er verwerkingsovereenkomsten afgesloten en is er een verwerkingsregister persoonsgegevens. Adequate uitvoering van de afspraken blijft een belangrijk aandachtspunt.
•
Tot de personeelsdossiers van de medewerkers heeft alleen de directeur toegang. In geval van nood en onbereikbaarheid van de directeur kan een senior medewerker op basis van het ondermandaatbesluit (zie hierboven bij juridische kaders) gemandateerde toegang verkrijgen. De hr-afdeling van de gemeente verleent in dat geval, conform afspraak, de benodigde autorisatie in het systeem.
•
Onderzoeken van vóór 1 juni 2010 zijn overgedragen aan het stadsarchief. In 2022 is per onderzoek in kaart gebracht welke documenten naar het semi-statisch archief zijn overgebracht en welke documenten nog niet. In samenwerking met de ambtelijke organisatie van de gemeente Amsterdam is sinds oktober 2022 gewerkt aan het actualiseren van ons Archiefbeheersplan uit 2006 en het opstellen van een handreiking om te kunnen archiveren. In 2025 is samen met het stadsarchief de selectielijst voor de rekenkamer vastgesteld. Vervolgens is in september 2025 de Handleiding archivering door onderzoeksteams vastgesteld, nadat deze in september 2025 is gepresenteerd binnen de organisatie. In 2026 worden de projecten vanaf 2010 gearchiveerd met behulp van die instructie.
4.
Personeel & organisatie: voldoende •
De medewerkers van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad zijn ambtenaren in algemene dienst van de gemeente Amsterdam en zijn rechtspositioneel volledig vergelijkbaar met medewerkers van de gemeente Amsterdam. Zij vallen onder dezelfde rechtspositionele
13
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
regelingen (PGA)x. Medewerkers zijn over hun werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de directeur van de rekenkamer. xi •
De medewerkers van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad leggen ten overstaan van de directeur van de rekenkamer en de leden van het Overlegorgaan RAZ en in bijzijn van de collega’s, de ambtseed af en tekenen bij aanvang van hun dienstverband een geheimhoudingsverklaring. Voorafgaand aan het besluit tot aanstelling van een nieuwe medewerker dient hij/zij een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen.
•
We hebben een personeelsoverleg. Dit is in 2025 twee keer bijeengekomen. Hierin zijn onder meer de huisvesting, de personele organisatie, de begroting en de jaarrekening besproken.
•
De directeur van de rekenkamer overlegt regelmatig met een senior hr-adviseur Bestuur en Organisatie van de directie Personeel en Organisatie van de gemeente Amsterdam om te toetsen of het personeelsbeleid binnen de kaders blijft van de PGA en passend is bij de zorgvuldigheid die van een rekenkamer verwacht mag worden. Bij afwijkingen van de regels maakt de directeur daarover afspraken met de gemeentesecretaris van Amsterdam. Als er een meningsverschil is tussen de directeur en de gemeentesecretaris, wordt dit meningsverschil voorgelegd aan vertegenwoordigers van het presidium van de gemeenteraad van Amsterdam.
•
Sinds 2022 vinden per medewerker drie personeelsgesprekken per jaar plaats. In deze gesprekken kan alles besproken worden. Er zijn vijf thema’s die in ieder geval allemaal één keer per jaar aan bod komen in de gesprekken. De vijf thema’s zijn hetzelfde als die worden gebruikt in het Mijn Amsterdams Gesprek (MAG) bij de gemeente Amsterdam. Eventueel gemaakte afspraken worden vastgelegd in een verslag dat eenmaal per jaar door de medewerker en de directeur wordt geaccordeerd.
•
Er is binnen de rekenkamer jaarlijks een totaalbudget beschikbaar voor deskundigheidsen vaardigheidsbevordering. Dit budget bestaat sinds 2022 uit twee pijlers: tijd en kosten. Voor de kosten is 2% van het begrote personeelsbudget beschikbaar (€ 47.211). De werkelijke kosten in 2025 waren ongeveer € 30.374 (1,3%). Voor de te besteden uren in werktijd is maximaal 4% van de werktijd gereserveerd voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. In 2025 is ongeveer 3,9% van de werktijd besteed aan deskundigheids- en vaardigheidsbevordering.
•
Onderzoekers krijgen de mogelijkheid intervisiebijeenkomsten bij te wonen. Hierbij wordt samen met medewerkers van andere G4- en provinciale rekenkamers het eigen functioneren in rekenkameronderzoek besproken met als doel daarvan te leren. In 2025 waren veertien onderzoekers ingedeeld bij een intervisiegroep.
•
Begin 2025 zijn drie medewerkers van de rekenkamer in bezit van een BHV-certificaat. Ook is de gezamenlijke receptionist van het kantoorpand Weesperstraat 105A in het bezit van een BHV-certificaat.
•
In 2025 bedroeg het ziekteverzuim bij het bureau van de rekenkamer 3,1% en is daarmee iets hoger dan dat van 2024 (2,5%). Het percentage wijkt positief af van de gemeentelijke norm van 6,7%. Over het algemeen moet opgemerkt worden dat (langdurig) ziekteverzuim van een aantal medewerkers bij een kleine organisatie, zoals de rekenkamer, het ziekteverzuimpercentage verhoudingsgewijs sneller kan laten stijgen.
x xi
De NRGA is per 1 januari 2020 vervangen door de Personeelsregelingen Gemeente Amsterdam (PGA). Artikel 81j vierde lid Gemeentewet.
14
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
5.
Communicatie & dienstverlening: voldoende •
We willen een open en transparante organisatie zijn. Rapporten, onderzoeksopzetten, rekenkamerbrieven, onderzoeksprogramma’s en regelingen zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website. Daarnaast hebben we in 2025 vier nieuwsbrieven verstuurd.
•
In 2020 en 2021 lieten we onze website controleren op de digitoegankelijkheid. Op basis van die onderzoeken pasten we onze website aan. We vinden het belangrijk dat onze website (digi)toegankelijk is. De meeste teksten op onze website hebben een ‘voorlees’mogelijkheid, het kleurcontrast is hoog en bezoekers kunnen door een groot deel van onze website navigeren zonder een muis te gebruiken. Vanaf 2024 is de wijze waarop onderzoeken op de website worden gepubliceerd gewijzigd. Ze worden nu als pdfbestand op de website geplaatst. Deze pdf-bestanden zijn nog niet gecontroleerd op toegankelijkheid. Eind 2025 is een opdracht verleend aan een extern bureau om de website te vernieuwen en daarbij te voldoen aan de meest actuele regels voor toegankelijkheid. Deze opdracht wordt in de eerste helft van 2026 uitgevoerd.
•
De onderzoeksprogramma’s worden (na consultatie van de raadsfracties) opgesteld, door de directeur/bestuurder vastgesteld en naar de gemeenteraad en het college gestuurd. Ook worden de onderzoeksprogramma’s op de website gepubliceerd.
•
Om de kwaliteit van onze rapporten te borgen, hanteren we interne procedures bij het uitvoeren en afronden van onderzoeken. Onderdeel daarvan is ook het feitelijk wederhoor op de nota van bevindingen. Daarnaast streven wij zo transparant mogelijke rapportages na die lezers in staat stellen de kwaliteit van onze conclusies en aanbevelingen zelf te beoordelen. Uiteindelijk evalueren wij onze afgeronde onderzoeken waarbij wij uitdrukkelijk stilstaan bij de kwaliteit en welke mogelijkheden voor verbetering wij zien. Daarbij leveren de behandeling in de raad en het publieke debat signalen over de kwaliteit die we in deze evaluaties betrekken.
•
De directeur van de rekenkamer overlegt regelmatig met vertegenwoordigers van de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad. We zijn in 2023 gestart met een intensivering van ons contact met de raadsleden van Amsterdam en Zaanstad en hebben dat in 2025 voortgezet. Zo hebben we circa vijftien gesprekken gevoerd met fracties en afzonderlijke raadsleden in Amsterdam en Zaanstad en hebben we voor elk onderzoek een technische sessie georganiseerd voor raadsleden om toelichting te geven op de onderzoeksresultaten. We besteden ook meer aandacht aan de ‘nazorg’ en aan de interactie tussen de directeur van de rekenkamer en het college en de top van de ambtelijke organisatie. Voorafgaand aan de publicatie van elk onderzoek wordt door de directeur een gesprek met de betreffende wethouder aangeboden om de bevindingen toe te lichten. Bijna altijd wordt op dat aanbod ingegaan. In 2025 zijn de leden van het burgerpanel één keer benaderd om een enquête in te vullen, voor het geven van input voor de onderzoeksprogrammering.
Controle accountant De controleverklaring bij de Jaarrekening 2025 afgegeven door het accountantskantoor BDO Audit & Assurance en opgenomen onder Overige gegevens van de jaarrekening.
3.5 Openbaarheidsparagraaf De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden op 1 mei 2022. In de Woo staat dat iedereen recht heeft op informatie van de overheid en dat de overheid actief informatie openbaar moet maken. Dit geldt ook voor de rekenkamer.
15
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
Wij publiceren al onze onderzoeken op onze website. Ook onze beleidsvisie en onze onderzoeksprogramma’s staan op onze website. Op de projectpagina’s van de onderzoeken publiceren we onze onderzoeksopzetten, antwoorden op vragen van raadsleden, rekenkamerbrieven en de behandelingen van onze rapporten in de raadsvergaderingen. Tot slot bevat onze website informatie over onze organisatie, onze werkwijze en procedures, hoe men ons kan bereiken en hoe men een onderzoeksonderwerp kan aandragen. In 2025 hebben we twee Woo-verzoeken ontvangen en afgehandeld. Onze aanbiedingsbrieven, het concept-bestuurlijk rapport en het concept-onderzoeksrapport, zoals we dat hebben toegestuurd aan het college, mogen wel door het college openbaar worden gemaakt naar aanleiding van een Woo-verzoek. Gespreksverslagen en nota’s van bevindingen mogen daarentegen niet openbaar worden gemaakt vanwege het vertrouwelijke karakter van deze documenten.
16
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
4. Jaarrekening 4.1 Programmarekening
De programmarekening heeft betrekking op het uitoefenen van de rekenkamerfunctie voor de gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Rekenkamer AmsterdamZaanstad. De programmarekening bestaat uit een overzicht van alle baten en lasten naar kostensoorten. Tevens laat dit overzicht het financiële resultaat zien vóór en na de mutaties van de reserves. De realisatiecijfers worden vergeleken met de meest recente begroting, waarbij de kolom 'Begroting 2025' de situatie na de tweede begrotingswijziging 2025 weergeeft.
Tabel 4.1 - Overzicht van baten en lasten Baten (in €)
Realisatie
Begroting
Realisatie
2024
2025
2025
2.403.540 241.880
2.511.700 252.760
2.511.700 252.760
0 0
Overige baten
1.550
18.772
18.772
0
Totaal baten
2.646.970
2.783.232
2.783.232
0
Lasten (in €)
Realisatie 2024
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Personeelslasten Overige personeelslasten
2.179.155 28.689
2.360.548 28.500
2.333.981 28.139
-26.567 -361
Huisvestingslasten Ict-kosten
243.898 123.937
250.000 150.000
225.088 147.477
-24.912 -2.523
Publicatiekosten Overige materiële kosten
27.665 87.690
18.000 65.500
16.745 65.160
-1.255 -340
Kapitaallasten Onvoorzien
63.040 0
49.140 0
49.140 0
0 0
Totaal lasten
2.754.075
2.921.688
2.865.731
-55.957
Resultaat (in €)
Realisatie
Begroting
Realisatie
Verschil
2024
2025
2025
Saldo van baten en lasten
-107.105
-138.456
-82.499
55.957
Mutaties reserves
180.070
193.728
193.728
0
Resultaat
72.965
55.272
111.229
55.957
Bijdrage Amsterdam Bijdrage Zaanstad
Verschil
In de paragraaf 4.4 is dit overzicht per post toegelicht. De exploitatierekening naar taakvelden is opgenomen in paragraaf 4.5.
17
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
4.2 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid bestuurder gemeenschappelijke regeling
De baten, lasten en de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de bestuurder van de gemeenschappelijke regeling toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten en de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders in de begroting, het reglement van orde van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening zijn het begrotings- en voorwaardencriterium verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de bestuurder bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten. Deze is daarmee vastgesteld op € 57.315. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.
Bevinding De bestuurder stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, € 9.230 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 57.315. De onrechtmatigheid van € 9.230 betreft een onderschrijding op de huisvestingslasten als gevolg van een onjuiste verwerking in de exploitatie. Deze is bij het opstellen van de jaarrekening hersteld. Omdat de fout niet eerder is opgemerkt, is de begroting niet tijdig aangepast en waren de lasten te hoog geraamd.
4.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De Jaarrekening 2025 is opgesteld in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Algemeen •
Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders is vermeld.
•
Baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid.
•
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personele lasten Personeelslasten zijn toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Door het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden bij jaarlijks terugkerende personele lasten van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks
18
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en (spaar)verlofaanspraken. Vaste activa Aanschaffingen met een meerjarig nut van € 10.000 en hoger worden geactiveerd en op basis van de geschatte gebruiksduur lineair afgeschreven. De eigen investeringen in de huisvesting worden lineair afgeschreven gedurende het restant van het lopende huurcontract. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, als deze naar verwachting duurzaam is. Vorderingen De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Aan de hand van een individuele beoordeling is voor de verwachte oninbaarheid een voorziening in mindering gebracht op de vorderingen. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de naleving van drie rechtmatigheidscriteria: 1. Begrotingscriterium De financiële beheershandelingen moeten passen binnen de vastgestelde begroting(swijzigingen) en in het juiste begrotingsjaar worden verantwoord. De begroting wordt vastgesteld op het niveau van het totaal van de begroting. Lastenoverschrijdingen en investeringen die buiten het budgetrecht tot stand zijn gekomen, zijn onrechtmatig.
Voor de baten geldt dat deze als onrechtmatig worden beschouwd indien afwijkingen gedurende het begrotingsjaar wel al bekend zijn of behoorden te zijn, maar niet tijdig zijn gemeld. Begrotingsonrechtmatigheden die de verantwoordingsgrens overschrijden, moeten worden vermeld in de rechtmatigheidsverklaring. Dit geldt ook voor mutaties in reserves waarover vóór 31 december van het verslagjaar geen besluit is genomen door de bestuurder. 2. Voorwaardencriterium Financiële rechtmatigheid veronderstelt dat baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de voorwaarden die voortvloeien uit de regelgeving. Niet alle afwijkingen van het voorwaardencriterium maken onderdeel uit van de rechtmatigheidsverantwoording. Afwijkingen die ook betrekking hebben op het getrouwe beeld van de jaarrekening worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Voor de rekenkamer gelden de volgende drie voorwaarden: de naleving van i) de aanbestedingswet 2012, het aanbestedingsbesluit en de nadere uitwerking daarvan in de Gids Proportionaliteit, ii) de Wet Markt en Overheid, iii) de Wet normering topinkomens. 3. Misbruik- en oneigenlijk gebruik criteriumxii Bij het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium gaat het erom dat de bestuurder effectieve maatregelen neemt om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen of op te sporen.
Misbruik betreft handelingen van derden met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of te weinig heffingen te betalen aan de rekenkamer. In relatie tot de rechtmatigheidsverantwoording is misbruik onrechtmatig; oneigenlijk gebruik is dat niet. De rekenkamer beschikt niet over eigen M&O-beleid en financiële regelingen, waarbij bedragen worden verstrekt aan of worden geheven bij derden. Van mogelijk misbruik door derden kan daarom geen sprake zijn. Op het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium kan de rekenkamer daarom niet onrechtmatig handelen.
xii
Niet van toepassing op de rekenkamer.
19
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Begroting 2025
Op 24 juli 2024 is de Begroting 2025 vastgesteld door de directeur/bestuurder van de rekenkamer. De Ontwerpbegroting 2025 is daarvoor conform de Wet gemeenschappelijke regelingen voor een zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad. Beide raden hebben hierop een positieve zienswijze afgegeven. In 2025 zijn er vervolgens twee begrotingswijzigingen geweest.xiii De eerste begrotingswijziging 2025 is gelijktijdig met de Begroting 2026 ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. Voor de tweede begrotingswijziging was, conform artikel 21 van de gemeenschappelijke regeling, geen zienswijze vereist.xiv In de eerste begrotingswijzing is het besluit over de resultaatbestemming 2024 verwerkt en zijn zowel de baten als lasten verhoogd. De verhoging van de baten had betrekking op ontvangen vergoedingen voor het verzorgen van een online masterclass. De verhoging van de lasten had te maken met hogere verwachte personeelslasten, overige personeelslasten, huisvestingskosten, ictkosten en kapitaallasten. De bijstelling van de kapitaallasten was het gevolg van hogere afschrijvingskosten door de investeringen in ict. Daarnaast is de bestemmingsreserve Huisvesting aangevuld vanuit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten om de verwachte kosten voor de herinrichting van het kantoor te dekken.
In de tweede begrotingswijziging zijn de baten opnieuw verhoogd en zijn de lasten bijgesteld. De verhoging van de begrote baten had met name te maken met het ondersteunen van de Amsterdamse gemeenteraad bij de ontstane situatie bij AEB. De actualisatie van de begrote lasten was het gevolg van een verwachte lastendaling in de personeelslasten, overige personeelslasten, publicatiekosten en overige materiële lasten, en een lastenstijging van de ict-kosten en huisvestingslasten. Daarnaast is een deel van het eerder gestorte bedrag uit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten teruggestort, omdat de verbouwingskosten naar verwachting lager uit zouden vallen. Postgewijze toelichting Bijdragen Amsterdam en Zaanstad In de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad is bepaald dat de deelnemende gemeenten voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage vaststellen. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028. De bedragen worden wel jaarlijks geïndexeerd. De bijdragen 2025 van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad zijn in het boekjaar ontvangen.
Overige baten De overige opbrengsten hebben betrekking op te ontvangen vergoedingen voor het verzorgen van gastpresentaties en cursussen, en eventuele te ontvangen bijdragen voor advieswerkzaamheden. In 2025 hebben we € 18.772 aan overige baten. Deze baten hebben met name betrekking op het verzoek van de Amsterdamse gemeenteraad om ondersteuning te
De eerste begrotingswijziging 2025 is opgenomen in de Begroting 2026 en is op 14 juli 2025 vastgesteld. De tweede begrotingswijziging 2025 is na behandeling in het Overlegorgaan RAZ op 16 december 2025 vastgesteld. xiv Een zienswijze op een begrotingswijziging is vereist wanneer de wijziging invloed heeft op de jaarlijkse bijdragen, of wanneer de algemene reserve door de wijziging uitkomt onder de 10% of boven de 15% van de vastgestelde begroting. Bij de tweede begrotingswijziging van 2025 lag de algemene reserve echter binnen de bandbreedte (14,1%), waardoor geen zienswijze nodig was. xiii
20
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
bieden bij de ontstane situatie bij AEB. Daarnaast zijn vergoedingen ontvangen voor het verzorgen van een online masterclass, een gastcollege voor de Vrije Universiteit en voor het bieden van juridische ondersteuning aan de Vereniging van Rekenkamers (VvR). Personeelslasten De personeelslasten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Personeelskosten eigen formatie Inhuur externe deskundigheid projecten
€ €
2.324.308 9.673
Inhuur ondersteuning bedrijfsvoering Totaal
€ €
0 2.333.981
Onder de personeelskosten van de eigen formatie zijn naast de loonkosten van de vaste en tijdelijke medewerkers ook de kosten van de directeur/bestuurder verantwoord. Eind 2025 werkten, naast de directeur/bestuurder, 22 medewerkers (20,06 fte) bij de rekenkamer. 20 medewerkers hadden een vast contract en 2 medewerkers een tijdelijk contract. Van de 23 medewerkers (inclusief de directeur/bestuurder) waren er 16 vrouw en 7 man. Zie paragraaf 3.4 voor meer informatie over de rechtspositie, opleidingen, beoordelingssystematiek en ziekteverzuim. Verder zijn onder de personeelslasten de kosten opgenomen van de inhuur van tijdelijke krachten en externe deskundigen ten behoeve van het doen van onderzoek. Externe deskundigen zijn ingehuurd voor de specialistische ondersteuning bij het uitvoeren van onderzoeken. In de tweede begrotingswijziging 2025 is het personeelsbudget met € 30.000 naar beneden bijgesteld als gevolg van minder externe inhuur, het inzetten van het IKB-budget voor het kopen van verlofuren en een verrekening van een UWV-vergoeding voor ouderschapsverlof. Ten opzichte van de tweede begrotingswijziging is er in totaal € 26.567 minder besteed aan personeelslasten dan begroot.
Dit komt door onvoorziene vergoedingen van het UWV voor zwangerschapsgerelateerd ziekteverlof, de aankoop van vakantiedagen door medewerkers met het IKB-budget en het vrijvallen van een te hoge reservering voor sociale lasten. De kosten voor het inhuren van externe deskundigheid en tijdelijke externe krachten hebben grotendeels betrekking op de onderzoeken Monitor informatie Amsterdamse financiën en Monitor informatie Zaanse financiën. Ook zijn er externe medewerkers ingezet voor het verder ontwikkelen en begeleiden van de in- en externe communicatie. Ten opzichte van 2024 zijn de personeelskosten gestegen met € 154.826. Dit is voornamelijk een gevolg van de cao-loonkostenstijging en het invullen van beschikbare vacatures gedurende het jaar. De bezoldiging van de directeur De rekenkamer betreft een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Hierdoor valt de rekenkamer formeel niet onder het toepassingsbereik van de WNT. Vanuit het oogpunt van transparantie is ervoor gekozen om de gegevens van de directeur wel op te nemen in de jaarrekening en hierbij integraal de bepalingen te volgen die zouden gelden indien de WNT en de Uitvoeringsregeling WNT wel van toepassing zouden zijn. De bestuurder/directeur van de rekenkamer heeft in 2025 een bezoldiging genoten van in totaal € 188.328.
Dit bedrag is inclusief alle werkgeverslasten. Volgens de Wet normering topinkomens (WNT) mogen bestuurders in de publieke sector niet meer verdienen dan een ministerssalaris (2025: € 246.000). De bezoldiging van de bestuurder/directeur blijft daarmee binnen het individueel bezoldigingsmaximum.
21
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
Naast de hierboven vermelde topfunctionaris zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. Nevenfuncties directeur/bestuurder De directeur/bestuurder had in 2025 twee nevenfuncties (onbezoldigd): lid redactieraad Beleidsonderzoek Online en lid Ontwikkelteam Vereniging van Rekenkamers (VvR). Voor nevenactiviteiten zoals lezingen zijn geen substantiële geschenken xv of beloningen ontvangen. De bestuurder/directeur heeft voor zakelijke reizen een NS-Business Card. Daarmee volgt zij de standaardwerkwijze voor ambtenaren bij de gemeente Amsterdam. In 2025 is er via die kaart € 343,28 aan werkgerelateerde reiskosten gedeclareerd. Er zijn door de bestuurder/directeur geen andere onkosten gedeclareerd. Overige personeelslasten De overige personeelslasten hebben onder andere betrekking op externe opleidingskosten, kennisontwikkeling (congressen en symposia), lunchkosten bij plenaire bijeenkomsten en kosten voor sociale activiteiten. In de tweede begrotingswijziging is het budget voor overige personeelslasten met € 3.500 naar beneden bijgesteld doordat een deel van de cursussen gevolgd kon worden zonder dat daar kosten voor in rekening worden gebracht. Ten opzichte van de tweede begrotingswijziging kwamen de overige personeelslasten in 2025 € 361 lager uit.
Voor de urenbesteding verwijzen we naar paragraaf 3.4 Bedrijfsvoering, onderdeel Personeel & organisatie. Huisvestingskosten De huisvestingskosten hebben betrekking op de huur, servicekosten, schoonmaak, ophalen van papier en karton, incidentele zaalhuur, aanschaf bureaumeubilair en beveiligings- en bewakingskosten. In de tweede begrotingswijziging is het budget voor huisvesting met € 4.000 opgehoogd als gevolg van de uitbreiding van het schoonmaakcontract en de hogere indexering van de huur- en schoonmaakkosten. De gerealiseerde huisvestingskosten kwamen in 2025 € 24.912 lager uit ten opzichte van de tweede begrotingswijziging. Verklaring hiervoor is de afrekening van de servicekosten die met terugwerkende kracht is verrekend. Ict-kosten De ict-kosten hebben betrekking op de kosten die samenhangen met het beheer van het eigen ict-netwerk, mobiele telefonie, kleine ict-aanschaffingen en jaarlijkse licenties. Het eigen ictnetwerk is in oktober 2019 in gebruik genomen. We maken sindsdien nog beperkt gebruik van het netwerk van de gemeente Amsterdam. In de tweede begrotingswijziging is het ict-budget met € 5.000 opgehoogd als gevolg van het uitfaseren van de servers, een stijging van de maandelijkse kosten door een extra back-upoplossing en het ontwikkelen van een applicatie (RisPy).
In 2025 komen de totale ict-kosten € 2.523 lager uit ten opzichte van de tweede begrotingswijziging. Uitleg hiervoor is dat de jaarlijkse licentiekosten voor een deel betrekking hadden op 2026.
xv
Substantieel betekent: meer dan de Amsterdamse norm van € 50.
22
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
Publicatiekosten Voor het grootste deel bestaat deze kostenpost uit de kosten van het onderhoud van de content op de website. Daarnaast hebben de publicatiekosten betrekking op de kosten van drukwerk en het visueel maken van de resultaten van uitgevoerd onderzoek. In de tweede begrotingswijziging was het budget voor publicatiekosten naar beneden bijgesteld met € 5.000, omdat veel van deze activiteiten door de medewerkers zelf zijn gedaan en geplande verbeteringen aan de website zijn doorgeschoven naar 2026. In 2025 waren de publicatiekosten € 1.255 lager ten opzichte van de tweede begrotingswijziging. Dit heeft te maken met licentiekosten die in 2025 in rekening zijn gebracht, maar voor een deel betrekking hebben op 2026. Overige materiële kosten De overige materiële kosten bestaan uit de kosten die de gemeente Amsterdam in rekening brengt voor het voeren van de financiële en personeelsadministratie en de advisering bij personele aangelegenheden. Verder vallen onder deze post de accountantskosten, de kosten voor de externe functionaris gegevensbescherming, contributies voor brancheorganisaties, kantoorkosten en verzekeringskosten. In de tweede begrotingswijziging is het budget voor de overige materiële lasten met € 8.500 verlaagd doordat er minder incidentele kosten zijn geweest dan in het jaar ervoor.
Het verschil tussen de gerealiseerde overige materiële lasten 2025 en de tweede begrotingswijziging is nihil. Geen vennootschapsbelastingplicht De Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad is niet vennootschapsbelastingplichtig, omdat zij een overheidstaak uitvoert en geen winsten realiseert. Vanwege het publieke belang komt het voor dat we af en toe presentaties of gastcolleges verzorgen of inzet leveren aan landelijke projecten. Soms ontvangen we daarvoor een geringe vergoeding. Daarnaast komt het voor dat we samenwerken met andere rekenkamers. Een eventueel verschil in ingezette capaciteit wordt verrekend op basis van kostendekkende tarieven, zonder winstopslag. De betreffende baten worden verantwoord onder Overige opbrengsten. Resultaat vóór en na mutaties in de reserves Het financieel resultaat vóór en na mutaties in de reserves is in tabel 4.2 inzichtelijk gemaakt.
Tabel 4.2 - Resultaat vóór en na mutaties in de reserves (in €)
Realisatie
Begroting
Realisatie
2024
2025
2025
Verschil
Saldo van baten en lasten
-107.105
-138.456
-82.499
Onttrekkingen aan reserves
250.020
400.458
403.824
3.366
Toevoegingen aan reserves
-69.950
-206.730
-210.096
-3.366
Resultaat
72.965
55.272
111.229
55.957
55.957
De kolom Realisatie 2025 laat een saldo zien van baten en lasten van € -82.499 (per saldo hogere lasten vóór mutaties in de reserves). Het resultaat ná de mutaties in de reserves bedraagt € 111.229 (overschot). Onttrekkingen aan reserves (€ 403.824) In totaal is € 403.824 onttrokken aan reserves, waarvan i) € 259.236 aan onttrekkingen aan de bestemmingsreserves en ii) een onttrekking van € 144.588 aan de algemene reserve. i)
De onttrekking van € 259.236 aan bestemmingsreserves bestaat ten eerste uit een onttrekking van € 49.140 aan de bestemmingsreserves Ict en Huisvesting voor de dekking
23
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Jaarrekening RAZ 2025
van de afschrijvingskosten. De resterende onttrekkingen van € 210.096 hebben te maken met herschikkingen van reserves ten behoeve van het dekken van de verbouwingskosten van het kantoor. Ten opzichte van de begrotingswijziging is een verschil van € 3.366 ontstaan. De reden hiervoor is dat de verbouwingskosten van het kantoor iets lager zijn uitgevallen ten opzichte van de tweede begrotingswijziging. Voor een toelichting wordt verwezen naar “Toevoegingen aan reserves”. ii)
De onttrekking van € 144.588 aan de algemene reserve betreft het verwachte begrotingstekort bij de eerste begrotingswijziging.
Toevoegingen aan reserves (€ 210.096) De toevoeging aan de reserves van € 210.096 heeft voor een groot deel te maken met de verhoging van de bestemmingsreserve Huisvesting (vanuit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten) om de investeringskosten van de verbouwing te dekken. In eerste instantie was in de eerste begrotingswijziging een bedrag van € 159.200 uit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten overgeheveld naar de bestemmingsreserve Huisvesting om de verwachte kosten van de verbouwing te dekken. In de tweede begrotingswijziging waren de kosten van de verbouwing beter in beeld en was de verwachting dat deze lager zouden uitvallen dan de begrote € 159.200. Daarom is er toen € 47.530 teruggestort naar de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. De kosten van de verbouwing zijn inmiddels grotendeels in beeld, en komen ultimo 2025 uit op € 108.304, waardoor nog eens € 3.366 teruggestort is naar de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. In de toelichting op de balans is bij de post Eigen vermogen een overzicht opgenomen waarin de doelen en het verloop van de reserves verder is gespecificeerd. Overschot 2025 (€ 111.229) Het overschot van € 111.229 is conform de voorschriften van het BBV als afzonderlijke post op de balans verantwoord. In Overige gegevens van de jaarrekening is het voorstel opgenomen hoe dit overschot zal worden bestemd.
4.5 Overzicht van baten en lasten naar taakvelden
Het BBV schrijft voor dat gemeenschappelijke regelingen inzicht moeten geven in voorgeschreven taakvelden. Hierna staat het betreffende overzicht.
24
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
Tabel 4.3 - Overzicht van de baten en lasten naar taakvelden (in €)
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Taakveld Bestuur en ondersteuning
2.783.232
2.783.232
0
Lasten
2.783.232
2.783.232
0
Taakveld Bestuur Taakveld Overhead
2.113.923 807.765
2.081.973 783.758
-31.950 -24.007
0
0
0
Totaal lasten
2.921.688
2.865.731
-55.957
Saldo van baten en lasten
-138.456
-82.499
55.957
Mutaties reserves
193.728
193.728
0
Resultaat
55.272
111.229
55.957