01. Bekendmaking Nadere regels
Tekst van het document
De verschillende vervoersproducten binnen het collectief vervoer hebben naast deze algemene kenmerken aanvullende vervoersspecificaties. Deze worden besproken in paragraaf 4.10.1d. Daarnaast geldt dat alle cliënten die gebruik maken van het collectief vervoer groepsvervoer kunnen aanvragen. Groepsvervoer Groepsvervoer is vervoer van meer dan twee personen (cliënten en reisgenoten) van en/of naar hetzelfde adres. Cliënten kunnen groepsvervoer aanvragen ongeacht hun indeling in de vervoersproducten. De rit wordt uitgevoerd door de vervoerder van de cliënt met het zwaarste vervoersproduct. b Voorwaarden voor verstrekking Het openbaar vervoer is niet voldoende bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar. Ook de OVreisassistentie door de vervoerder of de begeleiding door de OV-coach blijken niet afdoende. Indien personen wegens aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer is er voor hen het collectief vervoer.
Redenen dat een persoon met beperkingen niet kan reizen met het openbaar vervoer zijn bijvoorbeeld dat hij of zij: een afstand van 800 meter niet zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, kan afleggen; niet kan wachten bij een halte van het openbaar vervoer; niet in- en/of uit kan stappen in bus, tram, of metro; niet zelf de regie kan voeren voor, tijdens of na de reis, en er niet altijd iemand is die begeleiding kan bieden, of een vervoermiddel niet met anderen kan delen dan de chauffeur. In het collectief vervoer worden aan personen met beperkingen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen alternatieven geboden om zich te kunnen verplaatsen. 58
Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen is het uitgangspunt ‘collectief als het kan, en individueel als het moet’. Het primaat is gelegd bij het collectief vervoer. Alleen wanneer het collectief vervoer niet (of in beperkte mate) in de vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen voorziet, kan die persoon in aanmerking komen voor een aanvullende individuele vervoersvoorziening. Het collectief vervoer kan om verschillende redenen niet of niet volledig adequaat zijn: als de persoon vanwege zijn of haar beperkingen niet met het collectief vervoer kan reizen, dan is dit vervoer niet adequaat; als vanwege zeer frequente vervoersbehoeftes het collectief vervoer niet adequaat is, bijvoorbeeld als een belangrijk onderdeel van het dagelijks vervoerspatroon is dat een gehandicapte ouder kinderen van en naar school brengt, en in dit vervoersprobleem niet op een andere wijze kan worden voorzien; als het gaat om vervoer van een gehandicapte ouder die niet in staat is toezicht/begeleiding te bieden aan meereizende kinderen jonger dan 12 jaar, en geen reisgenoot voor begeleiding van deze kinderen beschikbaar is. In Amsterdam bestaan drie vormen van collectief vervoer voor personen met een beperking: ‘Deur tot deur Samenreizend vervoer’, ‘Deur tot deur Plus vervoer’ en ‘Kamer tot kamer vervoer’. Deze vormen onderscheiden zich van elkaar in de dienstverlening.
4.10.1a Deur tot deur Samenreizend vervoer a Productbeschrijving Vervoer vanaf de deur van de woning of vanaf de ingang van het wooncomplex, tot aan de deur van het bestemmingsadres of de ingang van het wooncomplex en vice versa, met - zo nodig – begeleiding door of ondersteuning van de chauffeur bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen. Het is mogelijk dat de cliënt met meerdere (onbekende) passagiers reist. b Voorwaarden voor verstrekking Deur tot deur Samenreizend vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen. Cliënten kunnen maximaal 1.500km per jaar reizen. Een hoger kilometertegoed kan verstrekt worden als de cliënt aantoonbaar meer nodig heeft in de hiernavolgende situaties, en de verplaatsing niet met een voorliggende oplossing gemaakt kan worden; - cliënt is mantelzorger, - cliënt bezoekt regelmatig een unieke specifieke locatie die niet dichterbij te vinden is en noodzakelijk is voor zijn welbevinden (bv aangepast sporten), cliënt woont meer dan 800m van een Ov-halte Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.
4.10.1b Deur tot deur Plus vervoer a Productbeschrijving Vervoer vanaf de voordeur van de eigen woning, tot aan de voordeur van het bestemmingsadres en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen. 59
b Voorwaarden voor verstrekking Er moet sprake zijn van een beperking waardoor reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is en de cliënt langdurig geen gebruik kan maken van het Deur tot deur Samenreizend vervoer. Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht. 4.10.1c Kamer tot kamer vervoer a Productbeschrijving Vervoer waarbij de cliënt binnen (thuis of in een ander gebouw) wordt opgehaald of gebracht, en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het verlaten of betreden van het woon- of bestemmingsadres, en bij het in- en uitstappen. Er wordt zo nodig tilservice geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. Daarnaast kan overdrachtservice geboden worden. b Voorwaarden voor verstrekking Kamer tot kamer vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, en binnen het collectief vervoer langdurig geen gebruik van het Deur tot deur Plus vervoer kunnen maken. Zij kunnen de voordeur van hun woning niet zelfstandig bereiken, maar kunnen wel zittend vervoerd worden.
Zij kunnen niet zelfstandig de eigen woning in- en uitgaan en/of niet zelf de regie over het verlaten of betreden van het woon- en/of bestemmingsadres voeren. Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Tilservice, Overdrachtservice, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht. 4.10.1d Aanvullende vervoersspecificaties Alleen reizen De beperking van de cliënt maakt alleen reizen noodzakelijk. Cliënt wordt alleen vervoerd en krijgt begeleiding of ondersteuning bij het in- en uitstappen en het bereiken van het voertuig. Rechtstreeks vervoer De beperking van de cliënt maakt een minimale reistijd noodzakelijk. De rit duurt zo kort als mogelijk. Het is mogelijk dat de cliënt samen met andere, onbekende passagiers wordt vervoerd. De route wordt dan bepaald door de rit van de passagier die rechtstreeks vervoer nodig heeft. Tilservice Tilservice wordt geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. De cliënt wordt maximaal 3 etages getild. Tilservice wordt in principe niet geboden wanneer dit uitsluitend noodzakelijk is bij het in- of uitgaan van het adres dat door de cliënt wordt bezocht. Afwijking van deze regel kan slechts met onderbouwde motivering.
Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat het betreffende vervoersdoel voor de persoon met beperkingen van dermate groot belang is dat door het uitblijven van collectief vervoer met tilservice de aanvrager in een sociaal isolement dreigt te komen. Te denken valt aan bezoeken van de echtelijke woning bij permanent verblijf in een Wlz-instelling.
60
Overdrachtservice Overdrachtservice houdt in dat de cliënt op de plaats van bestemming altijd wordt overgedragen aan een contactpersoon. Voor de cliënt is een warme overdracht noodzakelijk bij het ophalen en op de plaats van bestemming. De contactpersoon draagt de verantwoordelijkheid voor de cliënt bij het ophaaladres aan de chauffeur over en de chauffeur draagt de verantwoordelijkheid bij het bestemmingsadres over aan de contactpersoon aldaar. Gratis ritten tot 800 meter Het kostenvrij reizen met het collectief vervoer voor ritten met een afstand tot 800 meter. Dit ter compensatie van de extra kosten die de persoon met beperkingen anders zou maken voor het overbruggen van de zeer korte afstand (100 meter), ten opzichte van een valide persoon. Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen is ten gevolge van objectief aangetoonde belemmeringen in de staen/of loopfunctie niet in staat zichzelf lopende of zelfstandig rijdend in een rolstoel of vervoermiddel voor de korte afstand te verplaatsen over een zeer korte afstand (tot 100 meter).
Voor de aanvrager is de verstrekking of het gebruik van een rolstoel of een individueel vervoermiddel geen adequate oplossing, omdat: aanvrager deze afstand er niet zelfstandig mee kan overbruggen; aanvrager niet in staat is een vervoermiddel te bedienen; stalling van een vervoermiddel onmogelijk is; of omdat: aanvrager om medische redenen afhankelijk is van gesloten vervoer over die afstand (100 meter). Begeleider verplicht Begeleider verplicht kan worden toegekend wanneer de cliënt ouder is dan 12 jaar en vanwege storend gedrag tijdens het vervoer altijd met een volwassen begeleider moet reizen die in staat is de benodigde begeleiding te bieden. De begeleider betaalt geen ritbijdrage. 4.10.2Fietsen a Productbeschrijving Hieronder worden verstaan een driewielfiets, een loopfiets en voor rolstoelgebruikers een rolstoelfiets of een handbike. Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte vanaf de voordeur tot en met 8 kilometer. Hiermee kan de persoon met beperkingen zichzelf verplaatsen (driewielfiets, loopfiets, handbike) of zich door of met hulp van derden laten verplaatsen (rolstoelfiets). Als er zich ook buiten het bereik van de fiets een vervoersprobleem voordoet, dan kan de fiets worden gecombineerd met collectief vervoer, of – als collectief vervoer niet mogelijk is -, met een vervoerskostenvergoeding.
De fiets kan niet worden gecombineerd met een scootmobiel of een andere voorziening voor de zeer korte en korte afstand. b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. De problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter). Er is een dagelijkse vervoersbehoefte in het gebruiksgebied van de fiets (8 kilometer) waarin niet of niet volledig op andere wijze voorzien kan worden (openbaar vervoer, een algemeen gebruikelijk vervoermiddel, een 61
vervoermiddel dat de cliënt al heeft, collectief vervoer, of een al eerder verstrekte voorziening zoals handbewogen rolstoel). Als een persoon met beperkingen door lichamelijke, zintuiglijke en/of cognitieve aandoeningen niet in staat is om zelfstandig van een vervoermiddel gebruik te maken dan kan een voorziening worden verstrekt die het mogelijk maakt dat die persoon zich door of met hulp van anderen laat verplaatsen. Uitsluitingen Algemeen gebruikelijke fietsen, zoals een tweewielfiets al dan niet met hulpmotor, lage instapfiets, bromfiets, snorfiets, tandem of bakfiets. Voor de loopfiets geldt dat deze alleen kan worden verstrekt als verplaatsingsmiddel voor buiten. Als deze fiets uitsluitend bestemd is voor gebruik binnen, dan kan verstrekking plaatsvinden op grond van de Zvw en valt verstrekking dus niet onder de Wmo. 4.10.2a Aanpassingen aan fietsen Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen en/of die van de vaste begeleider. Dergelijke aanpassingen komen in aanmerking voor vergoeding indien deze medisch noodzakelijk zijn. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening zadel en vering zithouding meenemen van een loopmiddel 4.10.2b Fietszitjes a Productbeschrijving Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor op de fiets.
Het gebruik van een aangepast kinderzitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen op de fiets. b Voorwaarden voor verstrekking Er moet voor de ouders een noodzaak zijn dat zij hun gehandicapt kind meenemen bij hun verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk (zoals: kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto, gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk). Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening (aangepaste wandelwagen, speelvoorziening, aangepast autozitje) dan wordt beoordeeld in hoeverre deze reeds voorziet in de vervoersbehoefte. 4.10.2c Vervoerskostenvergoeding voor gebruik taxi of vervoer door derden naast fiets a Productbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de fiets niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan 250750 aflegbare kilometers. Dit is hetzelfde aantal kilometers als waarop de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast een scootmobiel is gebaseerd.
b Voorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een fiets op grond van de Wmo en men beschikt over een fiets. Tegelijkertijd is er 62
een aantoonbare sociale vervoersbehoefte op de langere afstand waarin niet op andere wijze kan worden voorzien (zoals met collectief vervoer). 4.10.2d Gewenningslessen driewielfietsen a Productbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de driewielfiets, het rijden en manoeuvreren met de driewielfiets en de kennis en toepassing van de verkeersregels. Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de driewielfiets, dus met het eigen hulpmiddel. b Voorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een driewielfiets toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de driewielfiets, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de driewielfiets te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de driewielfiets, dan wordt de driewielfiets weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn. 4.10.3 Speelvoertuigen a Productbeschrijving Voorzieningen voor kinderen ten behoeve van spel in de directe woonomgeving.
Voorbeelden zijn: (aangepaste) drie-/vierwielfietsen, speelmobielen, kruipwagens en kruiphulpmiddelen. De voorziening wordt gebruikt om buiten te spelen onder toezicht van ouders/verzorgers, in een beschermde omgeving (zoals op het trottoir of een pleintje in de buurt, of in een park). b Voorwaarden voor verstrekking Speelvoertuigen worden aan twee groepen personen met beperkingen verstrekt: a. kinderen jonger dan 12 jaar die als gevolg van motorische beperkingen, al dan niet in combinatie met of ten gevolge van zintuiglijke en/of cognitieve beperkingen, geen gebruik kunnen maken van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening; b. aanvrager heeft een cognitieve of verstandelijke handicap in combinatie met motorische beperkingen en woont niet in een Wlz-instelling. Er kan geen gebruik gemaakt worden van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening. 4.10.4 Scootmobiel a Productbeschrijving Een scootmobiel is een open voertuig, aangedreven door een elektromotor en bestuurd met een mechanisch stuur. De motor, verlichting en claxon worden gevoed door een of twee accu’s, die men regelmatig moet opladen.
Het gaat hier om een – in principe - éénpersoons vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de zeer korte afstand tot en met de middellange afstand (tot 10 kilometer). Er mag gebruik gemaakt worden van het voetpad, het fietspad en de rijbaan. De maximumsnelheid op voetpad en trottoir is 6 km/uur. Vaak zijn openbare gebouwen, openbaar vervoer en winkels met een scootmobiel toegankelijk. Een scootmobiel kan meegenomen worden in het collectief vervoer. 63
Er zijn verschillende uitvoeringen met onder andere verschil in actieradius en snelheid. Scootmobielen met extra grote actieradius en afwijkende hoge snelheid worden niet verstrekt. Aan personen voor wie een zwaardere, bredere of beter geveerde uitvoering medisch noodzakelijk is, kan wel een andere dan de gebruikelijke uitvoering worden toegekend. b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. Deze problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter). Er kan geen gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer, de fiets, een rolstoel, rollator, stok, en dergelijke. In de vervoersbehoefte is niet of niet volledig te voorzien met collectief vervoer. Uitgangspunt is dat met de scootmobiel de dagelijkse vervoersbehoeften op de (zeer)korte en middellange afstanden kunnen worden ingevuld. Als er een scootmobielpool is waarmee de persoon met beperkingen voldoende wordt gecompenseerd is deze voorliggend. Bij een indicatie voor een individuele scootmobiel moet een geschikte stallingsmogelijkheid met aansluitpunt voor opladen aanwezig zijn, of die mogelijkheid moet gerealiseerd kunnen worden.
Als er zich ook buiten het bereik van de scootmobiel een vervoersprobleem voordoet, dan kan de voorziening worden gecombineerd met collectief vervoer of, als collectief vervoer niet mogelijk is, met een vervoerskostenvergoeding. 4.10.4a Aanpassingen aan scootmobiel a Productbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening stoel en vering zithouding meenemen van een loopmiddel Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld in verband met de noodzaak een kind mee te nemen. Deze aanpassing betreft: een kinderzitje op de scootmobiel b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet in aanmerking komen voor een scootmobiel. De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond. Een kinderzitje op een scootmobiel wordt geplaatst als algemeen gebruikelijke oplossingen niet mogelijk zijn en er een noodzaak bestaat om een kind mee te nemen bij verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. 4.10.4b Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast scootmobiel a Productbeschrijving 64
Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de scootmobiel niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van individuele vervoersvoorzieningen (auto, gesloten buitenwagen) is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Uit jurisprudentie blijkt dat de scootmobiel voorziet in 1250 kilometer; dit zijn met name de korte en middellange ritten. De hoogte van het persoonsgebonden budget is daarom gerelateerd aan de ontbrekende 250-750 kilometer. b Voorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een scootmobiel op grond van de Wmo, men beschikt over een scootmobiel, en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer. 4.10.4c Gewenningslessen scootmobiel a Productbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de scootmobiel, het rijden en manoeuvreren met de scootmobiel en de kennis en toepassing van de verkeersregels. Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de scootmobiel, dus met het eigen hulpmiddel.
b Voorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een scootmobiel toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de scootmobiel, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de scootmobiel te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de scootmobiel, dan wordt de scootmobiel weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn. 4.10.4d Financiële tegemoetkoming stalling scootmobiel a Productbeschrijving Een vergoeding die het mogelijk maakt een scootmobiel veilig te stallen en op te laden in een openbare overdekte stalling. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. b Voorwaarden voor verstrekking Als voorwaarde voor verstrekking van een scootmobiel geldt dat er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is, of te realiseren moet zijn. 4.10.5 Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden a Productbeschrijving Het gaat hier om een vergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget die naar eigen keuze aangewend kan worden voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden.
Indien men voor deze vergoeding in aanmerking komt, heeft men de keuze tussen een vastgesteld standaardbedrag en een gemaximeerd maatwerkbedrag. Kiest men voor een maatwerkbedrag dan moeten alle werkelijk gemaakte kosten middels declaratie verantwoord worden.
65
De vervoerskostenvergoeding voor de kosten van het gebruik van een (rolstoel)taxi en vervoer door derden is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). b Voorwaarden voor verstrekking De cliënt heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis op alle afstanden. Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de cliënt zeer essentiële vervoerbehoefte kan worden ingevuld omdat het openbaar vervoer, collectief vervoer en andere verplaatsingsmiddelen (met uitzondering van auto(bus) en gesloten buitenwagen) geen adequate oplossing bieden. De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op taxivervoer, dan wel vervoer door derden zijn aangewezen. Er zijn twee verschillende bedragen: één voor mensen die gebruik moeten maken van een rolstoeltaxi, en één voor mensen die gebruik kunnen maken van een gewone taxi. 4.10.6 Gesloten buitenwagen a Productbeschrijving Een gesloten buitenwagen is een speciaal voor gehandicapten ingericht overdekt voertuig, uitgerust met benzine- of elektromotor, dat niet breder is dan 1.10 meter.
De gesloten buitenwagen mag op de rijbaan maximaal 45 km/uur en op het (brom)fietspad binnen de bebouwde kom 30 km/uur en daarbuiten 40 km/uur. Op voetpad en trottoir is de maximumsnelheid 6 km/uur. Er mag geen gebruik gemaakt worden van auto(snel)wegen. Provinciale wegen die verboden zijn voor landbouwvoertuigen zijn ook verboden voor de gesloten buitenwagen. Een autorijbewijs of een bromfietscertificaat is niet nodig. Een gesloten buitenwagen biedt plaats aan maximaal drie personen, van wie er ten hoogste twee volwassen zijn. Zonder parkeerontheffing mag geparkeerd worden op een gehandicaptenparkeerplaats. Parkeren op het trottoir is toegestaan voor zover de vrije doorgang voor andere gebruikers niet wordt gehinderd. Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter), in de directe omgeving van de eigen woning en op langere afstand (tot 30 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een gesloten buitenwagen verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. De voorziening kan gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van dit vervoermiddel.
b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het zich verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking. De betrokkene moet op grond van medische en functionele beperkingen op een gesloten buitenwagen zijn aangewezen. Taxivervoer kan - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening worden 66
beschouwd en een combinatie van medische en functionele beperkingen moet tot de conclusie leiden dat er geen andere adequate oplossing voor het probleem is dan de gesloten buitenwagen. Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de in het kader van het leven van alledag noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het betreft een vervoersbehoefte om sociaal-maatschappelijk te kunnen participeren, die niet uitstelbaar en/of planbaar is. 4.10.6a Aanpassingen aan gesloten buitenwagen a Productbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening stoel en vering meenemen van een loopmiddel, rolstoel of ander hulpmiddel meenemen van een kind Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt die alleen noodzakelijk zijn om buiten Amsterdam te kunnen reizen. b Voorwaarden voor verstrekking De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond.
4.10.6b Gewenningslessen gesloten buitenwagen a Productbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de gesloten buitenwagen, het rijden en manoeuvreren met de gesloten buitenwagen en de kennis en toepassing van de verkeersregels. Er worden in principe maximaal drie lessen verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de gesloten buitenwagen, dus in het eigen hulpmiddel. b Voorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een gesloten buitenwagen toegekend, maar in de indicatiefase of na verstrekking is gebleken dat cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om het voertuig te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In drie rijlessen moeten deze vaardigheden alsnog kunnen worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de gesloten buitenwagen, dan wordt de gesloten buitenwagen weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn. 4.10.6c Financiële tegemoetkoming parkeren gesloten buitenwagen a Productbeschrijving Parkeren van een gesloten buitenwagen geeft doorgaans geen problemen, omdat een gesloten buitenwagen op het trottoir mag staan. Mochten zich bij uitzondering toch problemen voordoen, dan zijn er mogelijkheden om het parkeren bij de eigen woning te vergemakkelijken.
Deze faciliteit is bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De financiële 67
tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats. b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking voor een gesloten buitenwagen. 4.10.6d Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) gesloten buitenwagen a Productbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met een gesloten buitenwagen. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een gesloten buitenwagen. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een gesloten buitenwagen leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie. 4.10.7 Auto en autobus a Productbeschrijving Een auto is een motorrijtuig op vier wielen, ingericht voor het vervoer van meerdere personen, dat blijkens het kentekenbewijs als personenauto is aangeduid. Met een autobus wordt hier bedoeld een bedrijfsauto, die zodanig is aangepast, dat een persoon met beperkingen er zittend in een rolstoel in vervoerd kan worden. Een grijs kenteken is toegestaan. Minimum leeftijd is 18 jaar.
Een rijbewijs is noodzakelijk. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) stelt bij mensen met beperkingen de rijvaardigheid en rijgeschiktheid vast. Op grond daarvan wordt aangegeven welke aanpassingen voor bediening en/of besturing nodig zijn. Deze worden op het rijbewijs aangetekend als beperkende bepalingen. Minimaal is een WA-verzekering verplicht. Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter) tot zeer lange afstanden (verder dan 100 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een auto verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. Auto en autobus kunnen gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van dit vervoermiddel. b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden.
De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op een auto zijn aangewezen, zodat taxivervoer - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening kan worden beschouwd. Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel, 68
gesloten buitenwagen) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking. Het is de combinatie van medische, sociale en functionele beperkingen en mogelijkheden van de persoon met beperkingen die tot de conclusie moet leiden dat een auto of autobus de enige adequate oplossing voor het probleem is. Bij de afweging wordt mee gewogen of een auto(bus) voor betrokkene als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. Als dat het geval is, is verstrekking niet aan de orde. De aanvrager moet in bezit zijn van een geldig rijbewijs. Het halen van een rijbewijs is algemeen gebruikelijk; de kosten van rijlessen worden daarom niet vergoed. 4.10.7a Aanpassingen aan bruikleen- en eigen auto a Productbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening en besturing in en uit de auto komen zithouding meenemen van noodzakelijke hulpmiddelen verzorging van de persoon met beperkingen inrijden van een rolstoel vergrendeling van een rolstoel b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto vanuit de Wmo.
In het geval dat de aanvrager een eigen auto heeft, worden aanpassingen uitsluitend vergoed als de auto alleen maar gebruikt kan worden als deze wordt aangepast. Wanneer de persoon met beperkingen voor de eigen auto kiest, terwijl adequate, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn, dan is dat zijn keus voor een duurdere oplossing. Indien dan vervolgens de keuze ook het aanbrengen van aanpassingen impliceert, moet de aanvrager die voor eigen rekening nemen. Een vergoeding van de kosten voor aanpassingen van een eigen auto is alleen mogelijk als de auto redelijk is aan te passen, in goede staat verkeert en in beginsel niet ouder dan drie jaar is of nog vijf jaar mee kan. Voldoet de eigen auto hier niet aan, dan wordt de goedkoopst adequate auto met aanpassingen in bruikleen toegekend. De kosten van het plaatsen van de aanpassing in de eigen auto worden maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van aanpassingen in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie. Het rijbewijs van de aanvrager is voorzien van de door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vastgestelde beperkende bepalingen als er een noodzaak is om de bediening en besturing van de auto aan te passen.
Aanpassingen aan de auto moeten functioneel noodzakelijk zijn voor mensen met een beperking en niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn, zoals rem- of stuurbekrachtiging, 69
airconditioning, airbags, etc. De aanpassingen zijn noodzakelijk voor de persoon met beperkingen en dienen alleen door hem gebruikt te worden. Een vergoeding voor een speciale autostoel kan worden verstrekt indien: een autostoel niet als voornaamste doel heeft de zithouding te verbeteren; de stoel niet normaal in de handel verkrijgbaar is; de belanghebbende reeds klachten krijgt na het rijden van enkele kilometers of binnen een kwartier; de aanschaf van de stoel niet uit preventief oogpunt geschiedt; de persoon met beperkingen bij de aankoop van de auto rekening heeft gehouden met zijn/haar beperkingen en het noodzakelijke zitcomfort; er geen andere hulpmiddelen zijn om de stoel adequaat te maken voor de korte en middellange afstand. Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt uitsluitend om het mogelijk te maken buiten Amsterdam te reizen. Als een aanpassing aan de eigen auto wordt toegekend, gebeurt dit in de vorm van een persoonsgebonden budget. 4.10.7b Autozitjes voor gehandicapte kinderen a Productbeschrijving Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor in de auto.
Het gebruik van een aangepast autozitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen in de auto. b Voorwaarden voor verstrekking Het gebruik van de auto is noodzakelijk voor en maakt deel uit van de verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Bij deze verplaatsingen kan het kind vanwege beperkingen niet (veilig) plaatsnemen in een standaard autozitje. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk, zoals het kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto en het gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk. Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening, zoals een aangepaste wandelwagen, speelvoorziening of een aangepast fietszitje, dan wordt beoordeeld in hoeverre deze voorziening reeds voorziet in de vervoersbehoefte. De kosten van het plaatsen van het autozitje in de eigen auto wordt maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van het reeds verstrekte autozitje in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.
4.10.7c Rijlessen/rij-instructies voor de aangepaste auto a Productbeschrijving Rijlessen en/of rij-instructies bedoeld voor het kunnen bedienen van en deelname aan verkeer met een aangepaste auto of autobus. Rijlessen voor aangepaste auto’s worden door erkende rijschoolinstructeurs gegeven. Rijlessen maken mogelijk dat iemand zijn rijbewijs behaalt, noodzakelijk voor het besturen van een aangepaste auto. 70
b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet in ieder geval voldoen aan de voorwaarden om voor een aangepaste auto of autobus in aanmerking te komen. Bij gebruik van een aangepaste (eigen) auto(bus) worden de meerkosten van lessen in een aangepaste ten opzichte van een nietaangepaste lesauto vergoed. Dit geldt ook voor de meerijsituatie. Rijlessen voor een auto zijn algemeen gebruikelijk en worden om die reden niet vergoed. Wanneer belanghebbende voor zijn vervoerbehoefte is aangewezen op een bruikleenauto en hij hiervan alleen gebruik kan maken als rijlessen gevolgd zijn, of extra rij-instructies gegeven zijn, kan deze voorziening (nog) niet worden verstrekt. 4.10.7d Financiële tegemoetkoming parkeren auto a Productbeschrijving Voor personen met een beperking zijn er mogelijkheden om het parkeren van hun vervoermiddel te vergemakkelijken. Dit betreft bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De financiële tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats. b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus.
4.10.7e Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) auto of autobus a Productbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met de (eigen) auto of autobus. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). b Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een (eigen) auto of autobus leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie. 4.10.8 Financiële tegemoetkoming vervoer dagbesteding a Productbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van vervoer van en naar een locatie waar de Amsterdammer aan dagbesteding deelneemt. b Voorwaarden voor verstrekking De Amsterdammer komt voor een financiële tegemoetkoming voor vervoer van en naar dagbesteding in aanmerking als voorliggende oplossingen niet toereikend zijn en de dagbesteding met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht. Dit betekent dat de Amsterdammer eerst een aanspraak maakt op de eigen mogelijkheden voor het organiseren van vervoer. Wanneer deze mogelijkheden ontoereikend zijn biedt de pgb aanbieder een oplossing voor vervoer.
De compensatie voor het vervoer van en naar dagbesteding is meegenomen in het tarief.
71
4.11 Rolstoelvoorziening (artikel 4.10 Wmo-verordening 2015) Inleiding In het kader van de Wmo kunnen voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis rolstoelen worden verstrekt. Voor dergelijke verplaatsingen zijn er twee soorten rolstoelen: de handbewogen rolstoel en de elektrische rolstoel. In dit hoofdstuk wordt ook de sportrolstoel beschreven. Een sportrolstoel is bedoeld voor het kunnen beoefenen van een sport. 4.11.1 Rolstoelen voor verplaatsing binnen- en buitenshuis a Productbeschrijving Onder handbewogen rolstoelen vallen rolstoelen die de persoon met beperkingen zelf voortbeweegt, en duwwandelwagens. De zogenaamde zelfbewegers bestaan uit een frame van buizen met eenmalig instelbare of verstelbare zitting en/of rugleuning, grote wielen achter met hoepels voor handmatig voortbewegen, kleine zwenkwielen voor, en beensteunen. Duwwandelwagens zijn rolstoelen met vier kleine wielen en worden door derden voortbewogen. Elektrische rolstoelen zijn rolstoelen die worden aangedreven door een elektromotor. De rolstoel kan met behulp van zeer uiteenlopende besturingssystemen bestuurd worden door de gebruiker zelf, of de rolstoel heeft een elektrische aandrijving ter ondersteuning van het duwen. De persoon met beperkingen kan zich in een handbewogen of elektrische rolstoel zelfstandig voortbewegen of geduwd worden.
Een duwwandelwagen voorziet in twee zeer uiteenlopende situaties, namelijk: de persoon met beperkingen kan zich niet zelfstandig voortbewegen, noch in een handbewogen, noch in een elektrische rolstoel; de cliënt heeft zelf de voorkeur voor een duwwandelwagen boven een handbewogen rolstoel, bijvoorbeeld omdat - in eenvoudige uitvoering - de duwwandelwagen makkelijker mee te nemen is in een auto. De rolstoel kan ook bedoeld zijn om zittend in de rolstoel vervoerd te kunnen worden in het collectief vervoer, in eigen vervoer of in een rolstoeltaxi. b Voorwaarden voor verstrekking Voor de persoon met beperkingen is er een medische noodzaak tot het zich in belangrijke mate zittend moeten verplaatsen. Loopmiddelen die op grond van de Zvw worden verstrekt bieden onvoldoende oplossing. Als er een rolstoelpool is waarmee de persoon met beperkingen voldoende wordt gecompenseerd is deze voorliggend. Bij elektrische rolstoelen moet naast de medische noodzaak tot zittend verplaatsen blijken dat een handbewogen rolstoel niet geschikt of toepasbaar is (bijvoorbeeld als gevolg van een beperkte arm- of handfunctie, of energetische problemen waardoor niet meer dan een aantal meters met een handbewogen rolstoel gereden kan worden).
Voor de duwwandelwagen geldt aanvullend dat de persoon met beperkingen zich niet zelfstandig kan of wenst te verplaatsen, en er een partner, huisgenoot, mantelzorger of hulpverlener beschikbaar is die de rolstoel kan duwen. Uitsluiting Voor rolstoelen geldt het compensatiebeginsel voor alle personen met beperkingen die woonachtig zijn in Amsterdam, met uitzondering van mensen die een Wlz indicatie kunnen 72
krijgen. Deze mensen krijgen de rolstoel verstrekt vanuit de Wlz. Amsterdammers met een Wlz indicatie die thuis wonen vormen hierop een uitzondering. 4.11.2 Aanpassingen aan rolstoelen a Productbeschrijving Aanpassingen aan rolstoelen kunnen uiteenlopen van zeer eenvoudig tot complex en van standaard tot individueel. Standaardaanpassingen zijn onder andere diverse typen armleuningen en voetsteunen, antikiepsteuntjes, asgatverlenger, duwbeugel (kinderrolstoel), duwhandvatten, hijsoog, trapdop. Individuele aanpassingen zijn onder andere anatomisch gevormde rugsteunen, lig-/zitorthese, beenbakken, beenfixatiemiddelen, kniekussens, elektronische aanpassingen. Accessoires die noodzakelijk zijn voor het gebruik van een rolstoel als verplaatsingsvoorziening worden vergoed. Doorgaans betreft dit spaakbeschermers, been- en voetzak, schootskleed, stokkenbak, boodschappenmand, handschoenen (2x per jaar). b Voorwaarden voor verstrekking De noodzaak voor de aanpassing moet medisch aangetoond zijn. 4.11.3 Gewenningslessen elektrische rolstoel a Productbeschrijving Het betreft praktisch onderricht in de bediening van de elektrische rolstoel, het rijden en manoeuvreren. Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de elektrische rolstoel, dus met het eigen hulpmiddel.
b Voorwaarden voor verstrekking In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de elektrische rolstoel blijkt dat de persoon met beperkingen onvoldoende vaardigheid heeft om de elektrische rolstoel te bedienen of hiermee naar buiten te gaan. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de elektrische rolstoel, dan wordt de elektrische rolstoel weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn. 4.11.4Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast elektrische rolstoel a Productbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de elektrische rolstoel niet voorziet, die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan 250750 aflegbare kilometers. Dit is hetzelfde aantal kilometers als waarop de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast een scootmobiel is gebaseerd.
b Voorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een elektrische rolstoel op grond van de Wmo, men beschikt over een elektrische rolstoel, en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer.
73
4.12 Financiële tegemoetkoming wijziging geslachtsregistratie a Productbeschrijving Een financiële tegemoetkoming voor de noodzakelijke administratieve kosten bij wijziging geslachtsregistratie in de geboorte akte, het Basis Registratie Persoonsgegevens en de identiteitsdocumenten. B Voorwaarden voor verstrekking De tegemoetkoming heeft betrekking op: - de kosten voor het vervangen van de identiteitsdocumenten bij het wijzigen van de geslachtsaanduiding en – eventueel- voornaam; - de kosten die gemaakt worden in verband met de noodzakelijke deskundigenverklaring voor een wijziging van ‘man’ naar ‘vrouw’ en van ‘vrouw’ naar ‘man’ in de geboorte akte en Basis Registratie Persoonsgegevens; - De eigen bijdrage voor het verzoekschrift bij de Rechtbank voor het aanvragen van een ‘x’ in de identiteitsdocumenten. Deze regeling is van toepassing op personen die geen vergoeding krijgen voor de kosten via Bijzondere Bijstand. Aanpassing van de geboorteakte gebeurt bij geslachtswijziging van ‘man’ naar ‘vrouw’ of van ‘vrouw’ naar ‘man’ door de gemeente waar iemand geboren is. Als in de geboorteplaats een vergoeding voor de gemaakte kosten wordt verstrekt, is deze vergoeding voorliggend. Hoofdstuk 4b.
Financiële tegemoetkoming meerkosten 4.13.1 Financiële tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening (artikel 4.12 Wmo-verordening 2015) a Productbeschrijving Geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf en het onderhoud van een, door de persoon met beperkingen zelf te bepalen, sportvoorziening of aanpassing op een sportvoorziening. Een sportvoorziening is speciaal bestemd voor een tak van sport. Voor een nietelektrisch aangedreven sportvoorziening wordt het bedrag in beginsel verstrekt voor een periode van drie jaar, voor een elektrische aangedreven sportvoorziening wordt het bedrag in beginsel verstrekt voor een periode van zes jaar. De verstrekking is bedoeld voor structurele sportbeoefening in verenigingsverband. b Voorwaarden voor verstrekking Sportbeoefening is voor de aanvrager onmogelijk zonder sportvoorziening, als gevolg van aantoonbare beperkingen. Zowel rolstoelgebruikers, als personen die normaliter niet op het gebruik van een rolstoel zijn aangewezen maar voor sportbeoefening, als personen die vanwege hun beperkingen een sportvoorziening of een aanpassing op een sportvoorziening nodig hebben, kunnen voor een financiële tegemoetkoming in de meerkosten sportvoorziening in aanmerking komen. De aanvrager moet in staat zijn tot deelname aan een tak van sport en dit in de praktijk ook doen op structurele basis.
Voor incidentele sportbeoefening, zoals een ski-vakantie, wordt geen vergoeding verstrekt. Omdat het te behalen resultaat op maatschappelijke participatie is gericht wordt de vergoeding alleen verstrekt voor sporten in verenigingsverband. De persoon met beperkingen moet daarom lid zijn van een sportvereniging. De basis van de verstrekking zijn de 74
meerkosten van de sportvoorziening of de aanpassing van de sportvoorziening ten opzichte van een soortgelijke sportvoorziening voor een persoon zonder beperkingen. Wanneer belanghebbende binnen de periode waarvoor het bedrag is toegekend een nieuwe aanvraag voor een zelfde voorziening indient, waarbij de bestaande voorziening niet meer adequaat is, wordt een financiële tegemoetkoming in de meerkosten verleend naar rato van de inmiddels verstreken tijd. 4.13.2 Financiële tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking (artikel 4.12 Wmo-verordening 2015) De tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking is het gevolg van de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Atcg) die de gemeente Amsterdam hanteerde. a Productbeschrijving Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een vergoeding ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. Het betreft hier de tegemoetkoming voor Amsterdammers die ten gevolge van een chronische ziekte of beperking extra kosten maken, bijvoorbeeld kosten van maaltijden of van gas of elektriciteit.
Deze tegemoetkoming wordt maandelijks uitgekeerd door Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Zij omvat: Basiscompensatie De basiscompensatie is bedoeld om te voorzien in algemene meerkosten die verband houden met ziekte of beperkingen en die niet op een andere manier worden vergoed. De basiscompensatie wordt verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage. Compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering Deze tegemoetkoming is bedoeld ter compensatie van de vervallen landelijke regeling Compensatie Eigen Risico (CER). Het verplicht eigen risico geldt voor een basisverzekering op grond van de Zvw. Deze compensatie wordt enkel aan Amsterdammers van 18 jaar of ouder verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage. Tegemoetkoming maaltijden Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten van kant-en-klaar (vers)maaltijden voor Amsterdammers die niet in staat zijn zelf een warme maaltijd te bereiden. Tegemoetkoming energiekosten Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten voor gas en stroom. Het betreft energiegebruik voor verwarming, douchen en baden en koken, extra stroom voor (accu’s van) hulpmiddelen etcetera.
Tegemoetkoming kosten bewassing Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten voor extra wasbeurten voor kleding en beddengoed. Hier is slijtage door extra bewassing bij inbegrepen.
75
Tegemoetkoming kosten ten gevolge van kledingslijtage Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten die veroorzaakt worden door mechanische slijtage van kleding en schoeisel door bijvoorbeeld protheses of langdurig zitten. b Voorwaarden voor verstrekking Zoals beschreven kent deze tegemoetkoming in de meerkosten een specifieke doelgroep, die gekenmerkt wordt door langdurige beperkingen en een laag inkomen. Om vast te stellen wie voor deze tegemoetkoming in aanmerking komt, is er een specifieke regeling opgesteld die hieronder is opgenomen. De regeling wordt uitgevoerd door WPI, die ook de inkomenstoets doet en voor medisch advies gebruik maakt van de keuringsartsen van de GGD Amsterdam, en luidt als volgt. 1. Begripsbepalingen 1.1. De begrippen in deze Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). 1.2. Voorts wordt in deze Nadere regels verstaan onder: a. Bescheiden vermogen: Het vermogen dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat. b. Mensen met een chronische ziekte of beperking: Inwoners van de gemeente Amsterdam die blijkens een medische verklaring voor tenminste 12 maanden zodanig chronisch ziek zijn en/of fysieke of psychische beperkingen ondervinden, dat zij gedurende die periode noodgedwongen extra kosten maken. c.
Fiscaal inkomen: Het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen, waaronder begrepen de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, zoals dit blijkt uit de jaaropgave of inkomensspecificatie van een werkgever en/of een uitkeringsinstelling zoals WPI. d. Laag inkomen < pensioengerechtigde leeftijd (PGL): I. een fiscaal gezinsinkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van het bruto wettelijk minimumloon (WML) voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden of; II. een afgeleid percentage van het WML voor alleenstaanden of alleenstaande ouders dat elk half jaar door de directeur Inkomen wordt vastgesteld of; III. een fiscaal gezinsinkomen dat hoger is dan 130% van die normen, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie. e.
Laag inkomen > PGL: Een (pensioen) of ander fiscaal (gezins) inkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto AOW norm, of meer dan 130% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. f. Peildatum: 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. g. Indien het inkomensniveau in het jaar van de peildatum niet beschikbaar is, wordt het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan de peildatum gebruikt. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum. h. Vermogen: Alle bezittingen in geld en goederen behoudens een gebruikelijke woninginrichting en medisch noodzakelijke (vervoers)voorzieningen.
76
2. Aanvraag en toekenning 2.1. Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een tegemoetkoming ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. 2.2. Amsterdammers die in een instelling op basis van de Wlz of de Wmo verblijven komen niet in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming in de meerkosten. Bij uitzondering kunnen Amsterdammers in een Wmo-instelling die bijdrageplichtig zijn en/of die een persoonlijke toelage op grond van de Participatiewet ontvangen, in aanmerking komen voor de module kledingslijtage en compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering. 2.3. Een aanvraag (om herziening) voor een specifieke tegemoetkoming kan één keer per twaalf maanden worden ingediend. 2.4. Voor de toekenning wordt het laag inkomen < PGL of > PGL in aanmerking genomen zoals dat voor aanvragers gold op de peildatum. 2.5 In afwijking van het voorgaande lid kan een laag inkomen bestaand uit een sociale verzekeringsuitkering of voorziening die naar verwachting in het kalenderjaar blijft voortduren, tussentijds voor de toekenning in aanmerking genomen worden. 2.6.
Het toekenningsbesluit geldt voor twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend en wordt telkens stilzwijgend verlengd met twaalf maanden, tenzij er geen noodzaak meer is voor ongewijzigde verlenging. 3. Uitkering 3.1. De vergoeding wordt afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en bestaat uit een of meer algemene vergoedingen en afhankelijk van de individuele omstandigheden een of meer specifieke vergoedingen. 4. Advisering 4.1. De samenstelling van de totale vergoeding wordt, voor zover het college dat nodig acht, vastgesteld na het inwinnen van advies van een door het college aangewezen medisch deskundige. 4.2. De medisch deskundige beoordeelt de mate waarin de gezondheidssituatie van de aanvrager naar verwachting over een periode van tenminste 12 maanden leidt tot bepaalde aannemelijke meerkosten zoals genoemd in artikel 3.1. 4.3. Het advies van de medisch deskundige heeft een geldigheid van tenminste 12 maanden. 4.4. In afwijking van artikel 4.1 kan de samenstelling van de totale vergoeding in overleg met een representatieve vertegenwoordigende organisatie en medisch deskundigen tot stand komen, als de vergoeding bestemd is voor een vastgestelde groep mensen met een chronische ziekte of beperking. 5. Herbeoordeling 5.1.
Voor zover het college dat nodig acht wordt een toegekende tegemoetkoming, na stilzwijgende verlenging, tenminste eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld door een medisch deskundige. 5.2. De medisch deskundige beoordeelt of de gezondheidssituatie en de aannemelijk te maken meerkosten afwijken van het eerdere advies en adviseert het college over de (gewijzigde) voortzetting van de vergoedingen. 5.3. Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit een (voortdurende) (pensioen) uitkering wordt eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld. 5.4. Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit arbeid wordt jaarlijks herbeoordeeld. 77
6. Afwijkende inkomenstoets Indien reeds een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling op grond van het armoedebeleid heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het laag inkomen niet hoger is dan het relevante toetsbedrag, kan het college besluiten dat het inkomen niet opnieuw wordt getoetst. 7. Verplichtingen deelnemers Mensen met een chronische ziekte of beperking die een vergoeding ingevolge deze regeling ontvangen zijn verplicht het college (WPI) in te lichten, indien hun inkomen en/of vermogen boven de grenzen bedoeld in artikel 1, onder d. tot en met h., zal stijgen. 8. Intrekken en terugvorderen 8.1. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Nadere regels, geheel of gedeeltelijk intrekken indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, terwijl de aanvrager wist, of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onvolledig of onjuist waren en tot een ander besluit zouden hebben geleid. 8.2. Indien een besluit is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels worden teruggevorderd, dit voor zover na de datum van het besluit tot toekenning van de voorziening nog geen vijf jaren zijn verstreken. 8.3 Indien een vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan de aanvrager is uitbetaald, kan dit worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam juli 2023 worden ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend voor het moment van intrekking. Artikel II Deze Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024 treden in werking per 1 januari 2024. Artikel III Deze Nadere regels worden aangehaald als Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 januari 2024. De voorzitter Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink
78
Bijlage 1: Maatstaf hulp bij het huishouden Amsterdam Achtergronden De voorliggende ‘maatstaf hulp bij het huishouden Amsterdam’ is opgesteld na onderzoek door de combinatie van bureau HHM en KPMG Plexus. Dit onderzoek vond plaats in de periode september 2016 – januari 2017 en bestond uit een combinatie van expertpanels, interviews met cliënten en observaties van professionals in de praktijk. De gevolgde aanpak en de uitkomsten van het onderzoek zijn in een separate rapportage verwoord. De maatstaf In deze notitie zijn de uitkomsten van het onderzoek samengevat. Het onderzoek heeft als resultaat een duidelijke maatstaf die nodig is voor de toekenning van huishoudelijke hulp in resultaten. Deze maatstaf omvat de activiteiten die bijvoorbeeld verricht moeten worden voor een verantwoord niveau van schoon voor een huishouden en de frequentie waarmee deze activiteiten verricht moeten worden. Ook geeft de maatstaf inzicht in de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden (Zie ook hoofdstuk 4.9 Nadere regels waarin is aangegeven welke aspecten wel/niet kunnen worden meegewogen). Maatwerk vanuit een individuele benadering staat voorop.