CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

003. SEO-rapport 2025-106 - Terugverdientijd festivals en evenementen in Amsterdam (2).pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het nieuwe Evenementenbeleid 2026 (VN2025-012998)15.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

(A) Aantal eendaagse en meerdaagse evenementen

Bron: Noot:

22

(B) Gemiddeld aantal dagen per evenement

Evenementenkalender gemeente Amsterdam (2019-2025), bewerking door SEO Economisch Onderzoek Door databeperkingen telt het aantal eendaagse en meerdaagse evenementen mogelijk niet exact op tot de aantallen in Figuur 5.1

Evenementen per stadsdeel Wanneer we verder inzoomen op het aantal evenementen per stadsdeel zien we dat veel evenementen niet per se gelijk staat aan veel evenementdagen (Figuur 5.3). De meeste evenementen vinden plaats in stadsdeel Zuid (32) gevolgd door West (26) en Noord (24); zie paneel A. De minste zijn er in Zuidoost (10). De meeste evenementdagen vinden daarentegen plaats in West (104 dagen), Zuid (93) en het Centrum (75); zie paneel B. Dat betekent dat een evenement in het Centrum gemiddeld ruim 6 dagen duurt terwijl dit bijvoorbeeld in Zuid onder de 3 dagen is en in Oost gemiddeld slechts iets meer dan 1 dag. Het opvallend hoge gemiddelde in het Centrum wordt grotendeels verklaard door het Amsterdam Light Festival (52 dagen). In West zijn het met name evenementen in de Centrale Markthal die het gemiddelde opstuwen (bijvoorbeeld één van 38 dagen en één van 11 dagen). Gedeeltelijk zijn dit overigens evenementen die (ook) binnen plaatsvinden en dus niet (enkel) in de openbare ruimte. Figuur 5.3

Stadsdeel Centrum heeft in 2025 relatief veel dagen voor het aantal evenementen dat er plaatsvindt (A) Aantal evenementen

Bron:

(B) Aantal evenementdagen

Evenementenkalender gemeente Amsterdam (2025), bewerking door SEO Economisch Onderzoek

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

23

Bezoekersaantallen evenementen Het gemiddelde aantal (aangemelde) bezoekers per evenement zoals aangemeld op de evenementenkalender is de afgelopen jaren gestegen (zie paneel A in Figuur 5.4). In 2019 was het op het drukste moment nog gelijk aan bijna 8.000 bezoekers wat in de meeste daaropvolgende jaren hoger lag en in 2025 zelfs gelijk is aan 12.000. In 2023 was het gemiddelde opvallend lager met ruim 7.500 bezoekers op het drukste moment. Het totaal aantal bezoekers voor het gehele evenement is nog sterker gestegen. In 2019 lag het gemiddelde totaal aantal bezoekers op ongeveer 10.500, wat sindsdien is gestegen tot meer dan 21.000 in 2025. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het grote evenement Sail voor het eerst sinds 2015 weer plaatsvindt in 2025. Ook is 2025 nog gaande en is het mogelijk dat kleinere evenementen die zich wel dienen aan te melden nog niet waren aangemeld. Tegelijkertijd zien we dat ook het mediane aantal hoger ligt dan in eerdere jaren (zie paneel B in Figuur 5.4). In 2019 was dit nog ongeveer 5.000 bezoekers in totaal, wat is gestegen tot 7.000 in 2024 en tot bijna 7.000 in 2025. Het mediane aantal bezoekers op het drukste moment is relatief stabiel rond de 5.000 bezoekers. Eenzelfde stijging van bezoekersaantallen is te zien wanneer enkel eendaagse evenementen worden beschouwd.

Dit wijst op schaalvergroting in de sector waarbij evenementen steeds meer bezoekers beogen aan te trekken over meerdere dagen. Figuur 5.4

De bezoekersaantallen per evenement stijgen de afgelopen jaren (A) Gemiddeld aantal bezoekers

Bron:

(B) Mediaan aantal bezoekers

Evenementenkalenders gemeente Amsterdam (2019-2025), bewerking door SEO Economisch Onderzoek

Locatieprofielen Een inventarisatie per locatieprofiel leert ons dat voor de meerderheid geldt dat het maximum aantal evenementdagen nog niet wordt behaald. Uitzondering daarop is bijvoorbeeld de locatie ‘Tuinen van West – de Polderheuvel’ waar er evenveel evenementen zijn aangevraagd als het geldende maximum. De locatie NDSM-werf heeft 5 evenementen gepland staan voor in totaal 10 dagen. 29 Het huidige locatieprofiel schrijft een relatief hoog aantal evenementdagen voor, maar daarbij geldt wel als maximum 6 dagen met een hoge geluidsbelasting van 7585 dB(C). Vanuit de evenementkalender valt schaarste betreffende de toegestane geluidsbelasting niet te toetsen. Ook uit verschillende recente mediaberichten is op te maken in hoeverre de verschillende locatieprofielen volledig bezet zijn. Zo betekent het kopiëren van de evenementenkalender van 2023 naar 2024 dat er ogenschijnlijk vrijwel 29

De bezoekersaantallen zijn 25.000 over 3 dagen, 10.000 over 4 dagen en eendaags nog eens 7.000, 4.999 en 3.000 bezoekers.

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

24

geen plek was voor nieuwkomers: slechts 3 plekken waar festivals eerder niet doorgingen kwamen beschikbaar (2 dagen N1-terrein, 1 dag Riekerhaven; AT5, 2023). Tegelijkertijd meldt Stichting NDSM-werf, beheerder van het gelijknamige terrein, in mei 2024 dat het 4 openstaande plekken voor kleinere evenementen niet gevuld krijgt door zogezegd te veeleisend beleid voor deze groep organisatoren (AT5, 2024a). En omdat No Art in 2023 relatief laat in plaats van voor de NDSM-werf koos voor het Flevopark (vanwege een ‘hoger geluidsniveau’) kreeg de initiële locatie die plek niet meer gevuld (Parool, 2024). Mogelijk onderstreept dit dat schaarste samenhangt met de toegestane geluidsniveaus en beschikbare geluidsdagen.

5.2 Organisatoren en eigendomsstructuur Nieuwe toetreders op de evenementenkalender Figuur 5.5 geeft inzicht in het aandeel organisatoren dat nieuw is vergeleken met eerdere jaren. Paneel A doet dat voor nieuwe organisatoren ten opzichte van het voorgaande jaar en paneel B voor organisatoren die nieuw zijn vergeleken met alle voorgaande jaren (waar data over beschikbaar zijn). Organisatoren worden in deze analyse als nieuwe toetreders beschouwd wanneer deze niet in eerdere jaren een evenement hebben georganiseerd vanuit dezelfde onderneming.30 Figuur 5.5

Circa 7 procent van de organisatoren uit 2025 heeft niet eerder in 2019-2024 een evenement in de gemeente Amsterdam georganiseerd (A) Ten opzichte van een jaar eerder

Bron:

(B) Ten opzichte van alle voorgaande jaren

Evenementenkalenders gemeente Amsterdam (2019-2025), bewerking door SEO Economisch Onderzoek

Met uitzondering van uitschieters in 2021 en 2022 is het aandeel nieuwe organisatoren in een bepaald jaar ten opzichte van een jaar eerder ongeveer 40 procent. 31 Wanneer we een vergelijking maken ten opzichte van alle voorgaande jaren daalt dat aandeel tot 7 procent in 2025. Dat wil zeggen: in 2025 had 7 procent van de organisaties niet eerder in de jaren 2019-2024 een evenement georganiseerd. Het lijkt er dus op dat organisatoren over het algemeen meer dan eens een evenement organiseren, maar dat niet noodzakelijk ieder jaar doen. We merken hierbij op dat dit ook deels een uitkomst kan zijn van het door de gemeente gehanteerde beleid van het doorzetten

30

31

Voor de gemeente geldt een nieuw concept (evenement) als toetreding tot de markt in plaats van een nieuwe organisatie (organisator). Deze uitschieters in 2021-2022 zijn het gevolg van de vele geannuleerde evenementen in de voorgaande jaren, 2020 respectievelijk 2021, aan het begin van de COVID-19-pandemie.

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

25

van de evenementenkalender van het ene naar het andere jaar. Daarnaast volgt uit het figuur dat slechts een minderheid van de organisatoren nieuwe toetreder kan zijn; de meerderheid heeft eerder al een evenement in Amsterdam georganiseerd. Naast het gevoerde beleid van de gemeente is er nog een kanttekening te maken. Organisatoren worden in Figuur 5.5 als nieuwe toetreders beschouwd op basis van activiteiten in eerdere jaren vanuit dezelfde onderneming. Maar zoals we hieronder verder toelichten worden vanuit holdingmaatschappijen geregeld dochterondernemingen voor een enkel evenement opgezet. Met andere woorden, geredeneerd vanuit de holdingmaatschappijen is de toetreding van nieuwe partijen beperkter.

Eigendomsstructuur grote concerns Voor veel evenementen geldt dat voor de organisatie een separate onderneming wordt opgezet, meestal een bv als dochteronderneming van de holding en soms als losstaande entiteit. Onderstaande figuren tonen verschillende eigendomsstructuren (Figuur 5.6 tot en met Figuur 5.9). Deze figuren illustreren dat veel evenementen worden georganiseerd door partijen binnen bestaande holdingmaatschappijen en dat de eigendomsstructuur geregeld complex is. Figuur 5.6 laat de eigendomsstructuur van de ID&T Holding zien. ID&T is eigenaar van verschillende bv’s die in 2025 in Amsterdam ten minste acht evenementen organiseren. ID&T Holding zelf is voor 100 procent eigendom van het moederconcern Superstruct Entertainment Netherlands. Deze onderneming is weer voor 100 procent eigendom van de buitenlandse holding Superstruct Entertainment International, dat onderdeel is van internationaal private-equityconcern KKR (in het figuur buiten beschouwing gelaten). Figuur 5.6

Bron: Noot:

Eigendomsstructuur ID&T Holding B.V.

Kamer van Koophandel (2025), bewerking SEO Economisch Onderzoek Superstruct Entertainment is op haar beurt weer onderdeel van investeringsconcern KKR.

Een vergelijkbaar beeld ontstaat uit Figuur 5.7 voor Loveland Events B.V.. Deze bv is eigenaar van verschillende bv’s die in 2025 verscheidene evenementen organiseren. De meeste van deze onderliggende bv’s organiseren slechts één evenement, met uitzondering van Loveland ADE dat in 2025 vijf evenementen organiseert. Loveland Events B.V. is niet de uiteindelijke eigenaar; het is in eigendom van een moederconcern, hier aangeduid als Holding X B.V. Figuur 5.8 geeft een ander beeld. Het figuur toont de eigendomsstructuur van twee evenementorganisatoren aangeduid als Holding Y B.V. en Holding Z B.V.. Deze holdings zijn ieder eigenaar van verschillende onderliggende bv’s voor gelijknamige evenementen, zoals Oranjebloesem en Het Amsterdams Verbond. Deze twee holdings zijn

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

26

daarnaast gezamenlijk eigenaar van Kingsland Festival. Figuur 5.9 toont de eigendomsstructuur achter de evenementen Lepeltje Lepeltje, Into the Woods ADE en ADE Hangover. Voor deze evenementen is een bv opgezet. Into the Woods en ADE Hangover vallen onder Into the Woods Amsterdam bv dat op haar beurt eigendom is van Kultlab Services B.V. Deze bv is gezamenlijk met Lepeltje Lepeltje B.V. een dochteronderneming van Beneden Peil B.V. Kortom: de eigendomsstructuur van organisatoren is geregeld complex. Hoewel voor veel evenementen een onderneming wordt opgezet, betreft het in zekere zin dus niet altijd een volledig nieuwe toetreder, daar de ultieme eigenaar dezelfde zou kunnen zijn. Figuur 5.7

Bron:

Kamer van Koophandel (2025), bewerking SEO Economisch Onderzoek

Figuur 5.8

Bron:

Eigendomsstructuur Loveland Events B.V.

Eigendomsstructuur holdings van onder andere Oranjebloesem en Kingsland Festival

Kamer van Koophandel (2025), bewerking SEO Economisch Onderzoek

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

Figuur 5.9

Bron:

Eigendomsstructuur Lepeltje Lepeltje en Into The Woods

Kamer van Koophandel (2025), bewerking SEO Economisch Onderzoek

27

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

6

28

Inzichten uit de sector

De bedrijfsmodellen, toetredingsdrempels en mate van schaarste verschillen sterk tussen organisatoren van commerciële en niet-commerciële evenementen. Hoewel er relatief weinig investeringen in vaste activa zijn, lijken organisatoren wel rekening te houden met een ingroeipad om mogelijke verliezen van eerste editie(s) van een nieuw concept terug te verdienen. Veldwerk SEO heeft voor dit onderzoek met in totaal negen verschillende betrokken partijen uit de evenementensector gesproken. Het betreft zowel organisatoren van kleine als grote evenementen, commerciële als niet-commerciële partijen en zowel individuele partijen als brancheorganisaties. Deze gesprekken zijn gevoerd tussen maart en juli 2025. Een deel van de informatie is al meegenomen in de eerder gepubliceerde quickscan (SEO, 2025). Daarnaast is er een online vragenlijst uitgezet onder organisatoren die zich bij de gemeente hebben aangemeld voor de evenementenkalender 2025. Deze 86 contacten zijn op 5 juni 2025 benaderd en hebben op 16 juni een rappel ontvangen. In totaal hebben 31 organisatoren de vragenlijst geopend; daarvan hebben er 12 alle vragen ingevuld. Bij het beschrijven van onderstaande inzichten gaan we uit van een kwalitatief beeld vanuit de sector; er kunnen geen harde kwantitatieve uitspraken gedaan worden over bijvoorbeeld segmenten binnen de sector op basis van de resultaten van de vragenlijst.

6.1 Onderscheid commerciële en niet-commerciële partijen Er lijkt sprake van een sterk onderscheid tussen commerciële en niet-commerciële organisatoren. Zo zijn nietcommerciële evenementen over het algemeen vrij toegankelijk, leunen zij veelal op vrijwilligers en is de begroting afhankelijk van subsidies en overige fondsenwerving. Ook worden ze vaak georganiseerd door een stichting, met een specifiek niet-commercieel doel dat mogelijk zelfs is beperkt tot het organiseren van dat ene evenement. Commerciële festivals en evenementen zijn juist relatief sterk afhankelijk van kaartverkoop en kennen een duidelijk ondernemersrisico voor de organisatie. Omdat deze twee typen evenementen en organisatoren dusdanig verschillen, ook wat uiteindelijk betreft het verdienmodel en de terugverdientijd, verdient het aanbeveling om deze los van elkaar te beschouwen. Ondanks dit onderscheid zijn er ook raakvlakken. Deze worden in de volgende paragrafen bij zowel nietcommerciële als commerciële organisatoren toegelicht. Het onderscheid tussen de twee is ook niet altijd zwartwit. Zo zijn er niet-commerciële evenementen die in de praktijk worden georganiseerd door een commerciële partij of worden uitgebaat door commerciële partijen voor bijvoorbeeld de horeca-activiteiten.

6.2 Beeld niet-commerciële organisatoren Toetredings- en uittredingsdrempels ●

Voor niet-commerciële evenementen lijkt de daadwerkelijke schaarste aan locaties mee te vallen vergeleken met commerciële evenementen. Dit komt door de kleinere omvang, specifieke locaties (bijv. midden in een

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

●

●

●

●

29

woonwijk), sterke binding met een specifieke buurt en de vrije toegankelijkheid van de evenementen. Deze factoren hangen ook met elkaar samen. Zo vinden er (kleinere) niet-commerciële evenementen plaats op plekken waarvoor de gemeente geen locatieprofiel heeft opgesteld. Ook sluiten vrij toegankelijke evenementen mogelijk beter aan bij de wensen uit de buurt omdat men eerder als bezoeker zal aansluiten en het terrein (bijvoorbeeld een lokaal park) niet afgesloten wordt;32 De bezoekersaantallen en daarmee opgebouwde naamsbekendheid zijn van belang voor de verkoopinkomsten bij gratis toegankelijke evenementen en voor het realiseren van de beoogde doelen achter verstrekte subsidies. Vanwege niet-bestaande of beperkte marketingbudgetten gaat het daarbij snel om goede ervaringen uit het verleden of mond-tot-mond reclame. Niet-commerciële evenementen beginnen dan ook meestal klein; in potentie groeien ze over de jaren (of decennia) uit tot een ‘instituut’ waarnaar meer bezoekers (uit een grotere regio) jaarlijks terugkeren. Daarbij geldt dat evenementen die vaker plaatsvinden en/of groter zijn in omvang ook leereffecten en schaalvoordelen genieten, bijvoorbeeld door bekendheid met de locatie zelf, processen bij de gemeente en een gevestigd netwerk aan leveranciers. Dit heeft een gunstig effect op de exploitatiekosten, maar vergt wel een bepaalde professionaliseringsslag.

Kleinere evenementen maken juist deels dezelfde vaste kosten, maar kunnen deze vanwege lagere bezoekersaantallen minder sterk terugverdienen met consumptieverkopen; Het organiseren van evenementen vergt vooraf benodigd kapitaal om alle kosten en investeringen te financieren. Dit vormt een barrière voor potentiële toetreders, al kan dit ook direct tijdens een eerste editie (gedeeltelijk) uit externe middelen komen zoals subsidies of andere fondsen. Daarbij is het wel (ieder jaar) de vraag of zij weer in aanmerking komen voor de benodigde subsidie. Hoewel niet-commerciële partijen in de regel over weinig eigen vermogen beschikken, biedt het aanhouden van reserves uit eerdere edities enige ruimte om slechte jaren op te vangen. Voor gratis toegankelijke evenementen zijn er vooraf geen ticketinkomsten en is er daarmee nog minder zekerheid; Door het ontbreken van eigen startkapitaal en de afhankelijkheid van subsidies, lijkt de gemiddelde toetredende niet-commerciële organisator niet bewust rekening te houden met een ingroeipad over verschillende edities. Hoewel deze evenementen ook over de tijd naamsbekendheid, leereffecten en schaalvoordelen kunnen genieten, bestaat er in de regel geen ‘bedrijfsmodel’ waarin de kosten voor de baten uit gaan. Dat betekent dat er niet jaren met een niet-sluitende begroting kunnen worden opgevolgd met jaren waarin rendement wordt gemaakt.

In plaats daarvan bestaan er subsidies, fondsen en donaties om gemiddeld tot een sluitende begroting te komen. Niet-commerciële organisatoren zijn dan ook vaak verantwoordelijk voor één evenement (geregeld het volledige bestaansrecht), waardoor mee- en tegenvallers niet met andere evenementen of activiteiten kunnen worden gecompenseerd; Voor niet-commerciële evenementen is juist de binding met een specifieke locatie, buurt of de stad Amsterdam van groot belang, of zelfs de essentie van het bestaan voor de organisatoren waardoor toetreding/uittreding naar een andere geografische markt vrijwel uitgesloten is. Tegelijkertijd lijken de organisatoren van deze type evenementen en festivals daarmee ook minder concurrentiedruk en schaarste te voelen. Voor bepaalde evenementen zou verplaatsing naar een net andere locatie binnen de wijk of stad nog mogelijk zijn, maar er is vaak duidelijk een voorkeur voor (of lange historie met) de bestaande plek. Dit hangt ook samen met de leereffecten voor een specifieke locatie.

Eigenschappen exploitatie ●

Evenementen lijken over het algemeen te werken met een sluitende begroting. Voor de niet-commerciële evenementen die subsidies benutten kan bovendien gelden dat positieve resultaten moeten worden

32

Het locatieprofiel Westerpark vermeldt bijvoorbeeld betreffende de op- en afbouw dat “organisatoren die met minder dagen toe kunnen en niet omhekken de voorkeur [hebben]”.

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

●

●

30

geretourneerd naar de subsidieverstrekker en dat er daardoor ook (vrijwel) geen reserves of investeringsmogelijkheden bestaan. Voor vrij toegankelijke evenementen zijn de bezoekersaantallen van groot belang voor bijvoorbeeld de consumptieverkopen. De afhankelijkheid van het weer is daardoor relatief groot; Bij niet-commerciële, zeker kleinere, organisatoren staan er vrijwel geen vaste activa op de balans. Organisatoren geven aan dat kosten per evenement gerekend worden en dat veel van de benodigde inputs gehuurd worden. Hooguit flyers of een banner worden echt aangekocht voor meerdere jaren. In de regel bestaan de kosten dus uit inhuur of andere niet-structurele (variabele) exploitatiekosten; Organisatoren geven ook aan dat het evenementenbeleid en vergunningenstelsel tot extra lasten en enige onzekerheid leiden, hoewel men uiteindelijk wel verwacht een vergunning te krijgen. Voor evenementen die afhankelijk zijn van subsidies is de onzekerheid over de subsidie echter leidend. Andere beleidsrelevante aspecten zijn de stijgende leges en extra eisen en wensen rond veiligheid, het verkeer, het milieu en de omgang en binding met de buurt. Sommige niet-commerciële organisaties geven daarbij aan dat het voor een organisatie die met name op vrijwilligers draait nog haalbaar is om procesmatig een klein evenement te organiseren.

Echter bij groei naar een groter evenement is een (meer) professionele aanpak nodig gelet op alle eisen vanuit de overheid. Dit vormt een natuurlijke groeidrempel.

6.3 Beeld van commerciële organisatoren Toetredings- en uittredingsdrempels ●

●

●

●

●

Een belangrijke uitdaging, hoofdzakelijk voor grote commerciële evenementen, is de schaarste aan geschikte locaties en daaraan verwant de hoeveelheid beschikbare vergunningen. Dit hangt direct samen met het aantal bezoekers dat men verwacht, de geluidsbelasting voor de omgeving en andere eisen die te maken hebben met de locatie. Gevestigde organisatoren geven aan dat er ieder jaar wel wat beschikbare plekken resteren, maar dat deze niet altijd gevuld kunnen worden vanwege organisatorische redenen of locatievereisten en dat dit de schaarste niet oplost; Gevestigde organisatoren beschikken vaak al over een (langetermijn)contract met private of semipublieke locaties waardoor potentiële nieuwkomers hier in de praktijk amper kunnen toetreden. Dergelijke contracten zijn vastgelegd voor een bepaald aantal jaar met de mogelijkheid om halverwege te evalueren of dit wordt voortgezet door de verhuurder (bijvoorbeeld bij een tienjarig contract wordt gesproken over “5+5”). Deze contracten staan los van de vergunningen die de gemeente verdeelt, maar een organisator heeft ze alle twee nodig (perfect complementair als een linker- en rechterschoen); Gevestigde organisatoren genieten een bepaalde naamsbekendheid richting bezoekers en een gevestigd netwerk van leveranciers waarmee men een (langdurige) relatie heeft opgebouwd.

Door evenementen verschillende jaren te organiseren, zeker op dezelfde locatie, genieten organisatoren ook van enige leereffecten. Dit vertaalt zich ook in een bepaalde expertise en kennisnetwerk: weten welke plekken wanneer vrijkomen en daar bijtijds adequaat op inspelen, maar ook weten hoe regelgeving precies in elkaar steekt. Bovendien kunnen schaalvoordelen (over de jaren) ontstaan door grotere evenementen over meerdere dagen te organiseren. Naamsbekendheid kan middels een bestaand concept ook als licentie worden ingekocht (zie ook immateriële vaste activa) of voortvloeien uit eerdere feesten (bijv. in clubs); Het organiseren van evenementen vergt vooraf benodigd kapitaal om alle kosten en investeringen te financieren. Dit vormt een potentiële toegangsbarrière. Kapitaal kan zowel eigen vermogen betreffen, verdiend met eerdere edities, of (gedeeltelijk) uit externe middelen zoals sponsoring komen. Uit de gesprekken blijkt dat externe financiering vanuit derde geldverstrekkers weinig lijkt voor te komen; Sterk gerelateerd aan het voorgaande punt is het feit dat veel commerciële organisatoren onderdeel zijn van een groter concern. Op deze manier kunnen gevestigde holdings, bijvoorbeeld middels een nieuwe

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

●

●

31

dochteronderneming, met een nieuwe titel de markt eenvoudiger betreden. Deze partijen beschikken zowel over het benodigde kapitaal als de mogelijkheid om de bijbehorende risico’s over meerdere evenementen te spreiden. Het is ook mogelijk om dit te spreiden via samenwerkingsverbanden tussen meerdere partijen, al lijkt dat tegenwoordig minder voor te komen; Nieuwe commerciële concepten kennen een ingroeipad over verschillende edities (jaren). Dit ingroeipad staat los van eventuele investeringen in vaste activa, maar volgt met name uit een toenemend verdienpotentieel en leereffecten met relatief dalende exploitatiekosten over de jaren. In de eerste editie wordt gebouwd aan een naamsbekendheid —bijvoorbeeld met goedkopere kaarten, extra marketing— waardoor verlies ingerekend en begroot is. Ook is nog niet alle kennis beschikbaar of moet deze worden geproduceerd over de samenhang tussen de locatie en het evenement, zoals een verkeerscirculatieplan, wat een relatief hoog kostenniveau vergt in de eerste editie. Door meerdere edities achter elkaar te organiseren verwachten de (gemiddelde) commerciële organisatoren het exploitatieverlies uit een eerste en mogelijk tweede editie terug te verdienen. Figuur 6.1 illustreert voor een hypothetisch evenement hoe een dergelijk ingroeipad eruit kan zien, in dat geval voor vijf jaar.

In de gesprekken met de betrokken partijen is vaak een bandbreedte van tussen de drie en vijf edities genoemd als planningshorizon. Het moeten dragen van verliezen in de eerste jaren vergroot de noodzaak voor voldoende kapitaal en versterkt de voordelen van risicospreiding binnen een concern; Hoewel er wel voorbeelden zijn, lijkt er relatief weinig toe-/uittreding naar andere geografische markten, zoals naar andere regio’s, plaats te vinden. Wel is er enige substitutie binnen de regio Amsterdam. Figuur 6.1

Illustratie voor een hypothetisch evenement waarin de terugverdientijd vijf jaar bedraagt

+€ 150

+€ 150

Resultaat

+€ 100

+€ 100

+€ 50

+€ 100 Resultaat (winst/verlies)

€0

-€ 50

editie 1

-€ 100 -€ 150 -€ 200 -€ 250

editie 2

editie 3

editie 4

editie 5

Cumulatief over tijd

break-even: €0

-€ 150 -€ 200

-€ 150

-€ 200 -€ 250

-€ 300 -€ 350 -€ 400 Bron: Noot:

-€ 350

SEO Economisch Onderzoek Redelijk rendement op het geïnvesteerde vermogen niet opgenomen in de illustratie

Eigenschappen exploitatiefase ●

Per evenement geldt dat organisatoren overwegend alles vooraf bekostigen en ook (vrijwel) het volledige risico dragen. Dit gaat bijvoorbeeld om het uitbetalen van de geregelde programmering, loonkosten van personeel en de inhuur van materieel. De risico’s betreffen vervolgens of het evenement uitverkoopt en hoeveel consumpties worden gekocht, wat van elkaar afhangt en van factoren als het weer of concurrerende evenementen. Voor sommige evenementen is het mogelijk om bepaalde risico’s te delen met externe

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

●

●

●

●

●

33

34

32

dienstverleners, zoals cateraars of foodtrucks, maar dat betekent ook dat de organisator een deel van het potentiële rendement afstaat; Commerciële organisatoren lijken over het algemeen te werken met een sluitende begroting per editie. Wel zijn deze organisatoren bereid om een niet-sluitende begroting te hanteren voor nieuwe concepten onder de verwachting dat deze aanloopverliezen in volgende edities worden terugverdiend. Pas bij verkoop van een voldoende aantal kaarten — en daarmee verwachte consumptieverkopen — is er de mogelijkheid om een positief resultaat (en daarmee dus winst) te behalen. Wanneer de kaartverkoop tegenvalt, bijvoorbeeld bij slecht weer, wordt er verlies geleden en compenseren eerdere/latere edities of andere titels in de portefeuille van de organisator deze verliezen. Organisatoren geven aan dat dit effect sterker is geworden door de komst van doorverkoopplatformen en het vaker voorkomen van extreme weersituaties; Er zijn beperkte investeringskosten voor materiële vaste activa. Organisatoren geven aan dat veel materieel en personeel (in)gehuurd wordt waardoor veel kosten per evenement gerekend worden.

Het is wel mogelijk om bijvoorbeeld te investeren in unieke podia of andere vormen van decoratie die meerdere jaren meegaan, maar dit lijkt niet veel voor te komen.33 In de regel bestaat het grootste deel van de kosten dus uit inhuur of andere niet-structurele (variabele) kostenposten; Mogelijke investeringskosten voor immateriële vaste activa komen bij toetredende organisatoren incidenteel voor. Dit betreft bijvoorbeeld het overkopen van merkrechten of concessies van externe partijen in de sector. Door deze investering is er direct naamsbekendheid en een groter bezoekerspotentieel tijdens de eerste editie(s) — al moet deze investering zich ook uitbetalen; Organisatoren geven ook aan dat het evenementenbeleid en vergunningenstelsel tot onzekerheid leiden. Deze onzekerheid hangt ook samen met risico’s rond het lanceren van een nieuw concept en het investeren in materiële activa (bijvoorbeeld een podium voor een specifieke locatie). Andere beleidsrelevante aspecten zijn de stijgende leges en extra eisen en wensen rond veiligheid, het verkeer, het milieu en de omgang en binding met de buurt; Daarnaast meldden festivalorganisatoren de afgelopen jaren ook toenemende druk door stijgende kosten (voor bijvoorbeeld personeel, infrastructuur, materiaal, inkopen en artiesten).

34 Dit wordt doorgerekend in ticketprijzen, exclusieve tickets voor bezoekers of andere inkomstenbronnen zoals reclame, maar er zijn in Nederland ook evenementen die de markt verlaten. Evenementen concurreren ook met andere bestedingsopties, zoals een dagje weg.

Dit blijkt ook uit meest recente deponering van de jaarstukken bij de Kamer van Koophandel van twee van de grotere organisatoren in Amsterdam. De economische waarde van de vaste activa is minder dan 2 procent van de totale balanswaarde bij Superstruct Entertainment Netherlands B.V. (voorheen ID&T Holding B.V.) en Loveland Events B.V. Zie ook AT5 (2024b) en FD (2025).

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

7

33

Synthese en conclusies terugverdientijd

De terugverdientijd voor de gemiddelde organisator van evenementen en festivals in Amsterdam resulteert, gegeven de relatief geringe investeringen in vaste activa, in een ondergrens van één editie. De nadere, deels kwalitatieve, analyse toont dat de gemiddelde organisator een ingroeipad hanteert van enkele edities. Uit hoeveel edities dit gemiddelde ingroeipad bestaat is op basis van de beschikbare informatie niet exact vast te stellen. De sector lijkt in de praktijk een ingroeipad van drie tot vijf edities te hanteren.

7.1 Terugverdientijd Schaarse vergunningen en de gemiddeld efficiënte toetreder Omdat vergunningen voor locaties voor het organiseren van evenementen en festivals in de openbare ruimte in Amsterdam beleidsmatig schaars zijn, is de terugverdientijd een factor voor het bepalen van de looptijd van deze vergunningen. De terugverdientijd wordt berekend voor de gemiddeld efficiënte toetreder en houdt rekening met de investeringen in vaste activa en een te behalen redelijk rendement op het geïnvesteerde vermogen. De gemiddeld efficiënte toetreder is een hypothetische partij met sectorgemiddelde kenmerken waarbij het toetreden kan bestaan uit een nieuw evenement door een startende organisator, een nieuw evenement door een al actieve organisator, of een bestaand evenement op een nieuwe locatie. Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddeld efficiënte toetredende organisator al een portfolio met meerdere evenementen en/of festivals heeft.

Verschil tussen commerciële en niet-commerciële organisatoren De analyse laat zien dat voor niet-commerciële ondernemingen in deze sector het concept van de terugverdientijd minder goed of zelfs niet toepasbaar is. Dit type ondernemingen hebben geen winstoogmerk en zullen naar verwachting nagenoeg geen positief resultaat (netto winst) behalen of behouden. Daarmee is de vrije kasstroom bij benadering gelijk aan de afschrijving van de investeringen. De analyse van de terugverdientijd verwordt daardoor een boekhoudkundig vraagstuk rondom de te hanteren afschrijvingstermijnen. Dit reflecteert niet de bedrijfseconomische context en prikkels voor de gemiddeld efficiënte toetreder in deze sector. De analyse van de terugverdientijd voor niet-commerciële organisatoren kent daarom nagenoeg geen onderscheidend vermogen en levert daarom geen bruikbare informatie op. Het verdient aanbeveling om bij het bepalen van de gemiddeld efficiënte toetreder enkel uit te gaan van ondernemingen met een winstoogmerk. Aangezien commerciële en niet-commerciële organisatoren wel deels meedingen naar dezelfde schaarse vergunningen, kan de op basis van de gemiddeld efficiënte commerciële toetredende organisator vastgestelde terugverdientijd ook worden gehanteerd voor niet-commerciële organisatoren.

Investeringen materiële vaste activa en vrije kasstroom De investeringen in materiële activa zijn in deze sector beperkt en hebben een relatief klein aandeel in de totale financiële huishouding van de organisatie. Omdat de meeste kosten daarnaast variabel zijn of niet te relateren zijn aan meerjarige investeringen resulteert het mechanisch toepassen van de terugverdientijd in een uitkomst waarbij

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

34

de terugverdientijd gelijk is aan het organiseren van één editie (en daarmee gelijk aan de vergunning van bijvoorbeeld één jaar). Organisatoren geven aan mogelijk meer te zullen investeren in locatiegebonden materiële vaste activa als de looptijd van de vergunning meerjarig is. Deze investeringen kunnen dan ook deels ten goede komen aan de publieke (buiten)ruimte. Hoewel deze economische argumentatie intuïtief lijkt te kloppen, is dit iets dat in de praktijk zou moeten blijken. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat de toets van de terugverdientijd niet bedoeld is als middel om via een looptijd langer dan noodzakelijk het aanbod in de sector (structureel) te veranderen. De analyse naar de terugverdientijd gaat uit van de huidige (markt)context. Uit de gesprekken met ondernemers en de opgehaalde informatie blijkt dat organisatoren streven naar een sluitende begroting per evenement per editie. In het geval van een net sluitende begroting is er binnen de terugverdientijdanalyse sprake van een beperkte vrije kasstroom. Boekhoudkundig loopt deze kasstroom dan richting nul. In zulke gevallen zal het mechanisch toepassen van de terugverdientijd — ook bij slechts zeer beperkte investeringen in de activa — resulteren in een lange terugverdientijd omdat je door een zeer klein getal deelt.

Bij zowel lage investeringen in activa als lage kasstromen (allebei richting nul) is de toepasselijkheid van de terugverdientijdanalyse beperkt. De mechanische uitkomst van die berekening dient kritisch beschouwd te worden.

Investeringen immateriële activa Voor een gemiddelde toetreder zullen immateriële activa, zoals goodwill van het concept op de betreffende locatie bij bezoekers en de buurt, nog niet zijn opgebouwd. De kosten om deze op te bouwen worden meegenomen in het vaststellen van de vrije kasstroom binnen de terugverdientijdanalyse. Het inkopen van merkrechten of concessies voor bestaande concepten van derde partijen komt slechts incidenteel voor in de evenementensector in Amsterdam. Als wel op deze wijze wordt geïnvesteerd dan heeft het evenement direct een grotere naamsbekendheid en daarmee bezoekerspotentieel. Ondanks dat de investeringen daarmee stijgen, leidt dit niet per definitie tot een langere terugverdientijd aangezien hier direct hogere opbrengsten tegenover staan.

7.2 Terugverdientijd en ingroeipad Gegeven de relatief geringe investeringen in vaste activa in Amsterdam is er sprake van een ‘boekhoudkundige’ ondergrens van de terugverdientijd van één editie. De kwalitatieve analyse, waaronder de gesprekken met ondernemers, laat zien dat de gemiddelde organisator een ingroeipad hanteert van enkele edities. De gemiddelde organisator accepteert exploitatieverliezen in de eerste edities in de verwachting deze goed te maken in de latere edities. De in dit onderzoek opgehaalde financiële informatie reflecteert niet noodzakelijkerwijs dit ingroeipad. Dit komt met name doordat organisatoren een evenement begroten om per editie minimaal te streven naar een sluitende begroting. Enerzijds kan in de praktijk het resultaat alsnog positief uitvallen doordat het concept aanslaat, de kosten meevallen of het weer boven verwachtingen is. Anderzijds kan er als onderdeel van het ondernemersrisico uiteraard alsnog verlies geleden worden door bijvoorbeeld tegenvallende kaartverkoop of te laag ingeschatte kosten. De gemiddelde toetreder lijkt naast het accepteren van een ingroeipad ook de mogelijkheid te hebben om het ondernemersrisico te spreiden over het organiseren van meerdere titels binnen de onderneming.

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

35

Het ingroeipad kenmerkt zich door verlies in eerste jaren; bijvoorbeeld door een nog beperkte naamsbekendheid, grotere marketingbudgetten en goedkopere kaartjes. Ook leereffecten en schaalvoordelen groeien naarmate meer ervaring wordt opgedaan op een bepaalde locatie en meer bezoekers aanwezig zijn. Dus zowel aan de opbrengsten- als aan de kostenkant zijn er in opeenvolgende edities verbeteringen mogelijk voor de ondernemer. In de daaropvolgende jaren worden de verliezen zo verkleind of omgezet in een netto positief resultaat. Deze winsten compenseren de verliezen uit de eerdere jaren. Uit hoeveel edities dit gemiddelde ingroeipad bestaat, is op basis van de in dit onderzoek opgehaalde en beschikbare informatie niet exact vast te stellen. De sector spreekt zelf in dit kader over een vuistregel van drie tot vijf jaar. Om hoeveel jaar het precies gaat hangt af van het toeschrijven van personeelsinzet en andere overhead, de investeringen in materiële en immateriële activa (specifieke decoratie, concessie bestaand merk) en natuurlijk in hoeverre het concept aanslaat bij het publiek. De variatie in deze factoren is groot; dit bemoeilijkt het exact en cijfermatig bepalen van een betrouwbaar en representatief gemiddelde. Het exact cijfermatig vaststellen van de duur van het ingroeipad is onhaalbaar binnen de reikwijdte van dit onderzoek.

Dit komt door de complexe boekhouding van ondernemers van evenementen en festivals waarin niet noodzakelijk per evenement (binnen een portefeuille van titels) wordt bijgehouden wat de kosten zijn, zowel wat betreft het toerekenen van eigen uren voor de organisatie als andere overheadkosten op concernniveau.

7.3 Andere economische overwegingen De analyse en onderbouwing van de terugverdientijd gaat uit van de huidige situatie. Daarbij geldt de kanttekening dat de terugverdientijd via de looptijd van vergunningen van invloed kan zijn op de (toekomstige) dynamiek in de sector. In dat kader beschouwen we hier enkele andere dimensies die samenhangen met deze looptijd: ● Risicospreiding over tijd: Evenementen en festivals, met name buitenactiviteiten, zijn afhankelijk van exogene factoren zoals het weer. Indien een organisator één titel aanbiedt, is er sprake van risicospreiding over jaren. Als er één jaar sprake is van slecht weer middelt dit uit met andere jaren met goed weer. Hoewel deze wijze van risicospreiding over de tijd aannemelijk is voor bepaalde organisatoren, biedt de gemiddelde organisator meerdere titels aan per (kalender)jaar, al dan niet in Amsterdam. Daarmee is er al sprake van risicospreiding over een portfolio van (economische) activiteiten. Overigens houdt de analyse van de terugverdientijd al rekening met markt- en sectorspecifieke risico’s via het mee te wegen redelijk rendement. Als de risico’s voor ondernemers in deze sector groot zijn — groter dan in andere sectoren —, zal dit tot uiting komen in een hoger geëist redelijk rendement.

De looptijd van een vergunning aanpassen op basis van markt- of sectorspecifieke risico’s kent dus het risico van dubbel corrigeren; ● Startende organisatoren en doorgroei: Eén van de aandachtspunten in het gemeentelijk beleid is vernieuwing en dynamiek van het aanbod. In de huidige marktcontext is de kans beperkt dat een nieuw initiatief direct als groot evenement of festival start. Een doorgroei van klein naar groot is meer waarschijnlijk. Als het nieuwe initiatief wel als (relatief) groot evenement start, zal het in de regel gaan om een additionele titel die door een organisator binnen een portfolio van titels wordt aangeboden. De noodzaak en effectiviteit van een looptijd langer dan het benoemde ingroeipad lijken vanuit economisch oogpunt daarmee niet of zeer beperkt aanwezig; ● Kwaliteit en pluriformiteit: De kwaliteit en pluriformiteit van het aanbod van evenementen en festivals kunnen beschouwd worden als een publiek belang. Met publieke belangen worden maatschappelijke belangen bedoeld die niet als vanzelf door transacties tussen burgers en bedrijven tot stand komen. De overheid kan de borging van deze belangen op zich nemen. Vanuit economisch oogpunt is het onzeker of het publieke belang

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

●

36

van kwaliteit en pluriformiteit het best geborgd kan worden via het hanteren van een langere looptijd dan de eigenlijke terugverdientijd. Als er onvoldoende vraag is bij burgers om een pluriform aanbod in stand te houden — bijvoorbeeld bij specifieke doelgroepen met beperkte draagkracht —, geldt dit ongeacht de looptijd van een vergunning. Daarbij komt dat de gemeente een directer middel heeft en al inzet om pluriformiteit te sturen, namelijk via het verstrekken van subsidies. De additionele bijdrage van een langere looptijd van vergunningen is daarmee vanuit economisch oogpunt kwetsbaar en moeilijk te objectiveren; Transactiekosten: Dit betreft een verzamelnaam voor alle kosten die gemoeid zijn met het tot stand komen van de verdeling van de vergunningen, oftewel in dit geval de administratieve lasten voor zowel de onderneming als de gemeente. Bij een verdeling van de vergunningen die niet jaarlijks plaatsvindt, maar eens in de zoveel jaar, zijn deze transactiekosten naar verwachting lager. 35 Hoewel een meerjarige vergunning een manier kan zijn om niet-commerciële organisatoren financieel tegemoet te komen, kan dit directer via het verstrekken van subsidies.

Een ander onderdeel van de (brede) transactiekosten is de mate waarin de gemeente binnen een meerjarige vergunning mogelijk meer sturingsmaatregelen heeft om de belangen van de gemeente en de ondernemer in lijn te brengen. Dit kan bijvoorbeeld door een prikkel in de meerjarige vergunning in te bouwen waarbij de ondernemer enkel de volgende editie mag organiseren als de organisatie van dit jaar aan bepaalde minimale eisen voldoet. In hoeverre deze typen prikkels juridisch haalbaar en wenselijk zijn, valt buiten de reikwijdte van de huidige analyse. Vanuit economisch oogpunt geldt dat dezelfde prikkels waarschijnlijk ook, maar in mindere mate, bestaan bij de kans op opeenvolgende jaarlijkse vergunningen.

Voor elk van de vier dimensies is een aanpassing van de looptijd niet het meest directe en geschikte economisch instrument.

35

Al zijn bij meerjarige vergunningen nog altijd jaarlijkse onderzoeken naar bijvoorbeeld veiligheid en mobiliteit nodig, zeker bij veranderende omstandigheden en/of regelgeving.

TERUGVERDIENTIJD FESTIVALS EN EVENEMENTEN IN AMSTERDAM

37

Referenties AT5 (2023, 10 oktober). Loting voor festivals tóch niet nodig, maar dan moet alles hetzelfde blijven. Verkregen via https://www.at5.nl/nieuws/222907/loten-amsterdamse-festivals-hoeft-niet AT5 (2024a, 23 mei). Nieuw evenementenbeleid in de stad? "Prima, maar schrap alsjeblieft dat tussenjaar". Verkregen via https://www.at5.nl/nieuws/226789/tussenjaar-evenementenbeleid-festivalorganisatorennieuwkomers AT5 (2024b, 23 mei). Amsterdamse festivals luiden noodklok: "Geliefde festivals kunnen voorgoed verdwijnen". Verkregen via https://www.at5.nl/artikelen/226776/amsterdamse-festivals-luiden-noodklok-geliefdefestivals-kunnen-voorgoed-verdwijnen Drahmann, A. (2018). Evenementenvergunning: Is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning? Tijdschrift voor Omgevingsrecht, 18, 128-139. Allen, J., Harris, R., & Jago, L. (2020). Festival & Special Event Management. Wiley: 1st Edition. FD (2025, 12 april). De festivals staan onder druk. Verkregen via https://fd.nl/samenleving/1552147/de-festivalsstaan-onder-druk Gemeente Amsterdam (2024). Amsterdam bruisende stad: Visie festivals en evenementen 2025-2035. Verkregen via https://openresearch.amsterdam/nl/page/109850/amsterdam-bruisende-stad-visie-festivals-enevenementen-2025-2035 Leenders, M.A.A.M., Go, F.M., & Bhansing, P.V. (2015). The Importance of the Location in Hosting a Festival: A Mapping Approach.

Journal of Hospitality Marketing & Management, 24(7), 754–769. Parool (2023, 6 oktober). Reconstructie: Solid Grooves, waar Jimmy Schepers (21) werd doodgestoken, verkocht 2500 kaartjes te veel. Verkregen via https://www.parool.nl/amsterdam/reconstructie-solid-grooves-waarjimmy-schepers-21-werd-doodgestoken-verkocht-2500-kaartjes-te-veel~bd1fe8ef/ Parool (2024, 28 juni). De evenementenkalender van 2025 is een hoofdpijndossier voor Amsterdam. Verkregen via https://www.parool.nl/amsterdam/de-evenementenkalender-van-2025-is-een-hoofdpijndossier-vooramsterdam~bcfad1ab/ Parool (2025, 13 juni). Festival Mystic Garden verkast van Amsterdam naar Zeewolde: ‘Ik ben eerst heel boos geweest’. Verkregen via https://www.parool.nl/amsterdam/festival-mystic-garden-verkast-van-amsterdamnaar-zeewolde-ik-ben-eerst-heel-boos-geweest~b0f34100/ SEO (2010). Waarde commerciële radiovergunningen. SEO-rapport, 2010-06. Verkregen via https://www.seo.nl/publicaties/waarde-commerciele-radiovergunningen/ SEO (2021). Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel. SEO-rapport, 2021-13. Verkregen via https://www.seo.nl/publicaties/schaarse-vergunningen-en-terugverdientijd-in-de-ambulantehandel/ SEO (2024). Terugverdientijd in de Utrechtse vergunde seksbranche. SEO-rapport, 2024-108.

Verkregen via https://www.seo.nl/publicaties/terugverdientijd-in-de-utrechtse-vergunde-seksbranche/ SEO (2025, mei). Quickscan terugverdientijd festivals en evenementen in Amsterdam. SEO-notitie, 2025-83. Verkregen via https://www.seo.nl/publicaties/quickscan-terugverdientijd-festivals-en-evenementen-inamsterdam/

“De wetenschap dat het goed is.” SEO Economisch Onderzoek doet onafhankelijk toegepast onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven.

Ons

onderzoek

helpt

onze

opdrachtgevers bij het nemen van beslissingen. SEO Economisch Onderzoek is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat geeft ons zicht op de nieuwste wetenschappelijke methoden. We hebben geen winstoogmerk en investeren continu in het intellectueel kapitaal van de medewerkers via promotietrajecten,

het

uitbrengen

van

wetenschappelijke publicaties, kennisnetwerken en congresbezoek.

SEO-rapport 2025-106 ISBN 978-90-5220-560-1 Informatie & Disclaimer SEO Economisch Onderzoek heeft op de verkregen informatie en data geen onderzoek uitgevoerd dat het karakter draagt van een accountantscontrole of due diligence. SEO is niet verantwoordelijk voor fouten of omissies in de verkregen informatie en data. Copyright © 2025 SEO Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Het is geoorloofd gegevens uit dit rapport te gebruiken in artikelen, onderzoeken en collegesyllabi, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld. Gegevens uit dit rapport mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming van de auteur(s). Toestemming kan worden verkregen via secretariaat@seo.nl.

Roetersstraat 29

+31 20 399 1255

1018 WB, Amsterdam

secretariaat@seo.nl www.seo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15988206/1