CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

(v2) Atelierbeleid 2021 'Ruimte voor verbeelding. Kunst kleurt Amstelveen'

Raadscommissie voor Burgers en samenleving 15 september 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Atelierbeleid 2021 'Ruimte voor verbeelding. Kunst kleurt Amstelveen'15.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Atelierbeleid 2021 Definitief concept Gemeente Amstelveen — SEPTEMBER 2021

Colofon

AT E L I E R B E L E I D 2 02 1. ‘Ruimte voor verbeelding. Kunst kleurt Amstelveen.’ Gemeente Amstelveen Team Samenleving – Cluster Kunst en Cultuur September 2021 BEHEERDER Fleur Albers (beleidsmedewerker) PROCESEIGENA AR Jantien van Zanten (Teamleider Jeugd & Samenleving) C R E AT I V E D I R E C T I O N Studio Balsem

Voorwoord De gemeente wil voor de lokale kunstenaars een bruisend klimaat scheppen waarin kansen voor ont­ wikkeling en vernieuwing centraal staan. Kunstenaars geven kleur aan de stad en dat koesteren we. Het is daarom belangrijk dat kunstenaars een plek hebben om hun werk uit te oefenen, elkaar te inspireren en hun werk te delen met het publiek. Daarvoor stelt Amstelveen achttien gemeentelijke ateliers beschik­ baar verdeeld over twee locaties: Ateliers 2005 in de voormalige school aan de Van Weerden Poelmanlaan en A24 aan de Amsterdamseweg. Bij de vaststelling van de Cultuuragenda 2020-2024 is een motie over een transparant atelierbeleid unaniem aangenomen. Hierin werd geconstateerd dat de eerdere aanpassingen van het atelierbeleid niet het gewenste resultaat hebben gehad. In de motie werd onder meer stilgestaan bij een transparante toewijzing van de ateliers, beëindiging van de ouderenregeling om plaats te maken voor startende kunstenaars, het stimu­leren van het delen van ateliers en een maatschappelijke tegen-

—

VO ORWO ORD

—

prestatie. Dit hebben we meegenomen in het nieuwe atelierbeleid. Daarnaast hebben we input van de lokale kunstenaars, de gebruikers van de ateliers, en de Advies­ commissie Beeldende Kunst gevraagd en gebruikt om te komen tot een breed gedragen atelierbeleid. Met dit atelierbeleid willen we een positieve impuls geven aan de ateliers. Bovenal geldt dat het beleid transparant moet zijn. Elke kunstenaar moet kunnen weten hoe de inschrijving en toewijzing van een atelier is geregeld. De professionaliteit van kunstenaars wordt daarom op basis van heldere criteria getoetst. Om ervoor te zorgen dat talent voldoende kansen krijgt om zich te ontwikkelen in Amstelveen, stimuleren we startende kunstenaars. Door het delen van ateliers verder aan te moedigen wordt het optimale gebruik en de doorstroming van ateliers bevorderd. Een maatschappelijke tegenprestatie wordt verplicht voor de huur van een gemeentelijk atelier. Bovendien wordt van kunstenaars verwacht dat zij mee­ werken aan de openstelling en verlevendiging van de ateliers. Dit vinden wij erg belangrijk. Zowel voor de kunstenaars die op deze manier de kans krijgen om hun werk tentoon te stellen, als voor de Amstelveners die op deze manier kunnen genieten van kunst in de nabije omgeving. Zo geven we samen kleur aan Amstelveen.

Herbert Raat wethouder Kunst en Cultuur

—

P03

—

Inhoudsopgave Voorwoord

03

Inleiding

05

Stand van zaken

07

Doelstelling

11

Beleidskaders

13

Uitvoering

22

Financiering

28

Risico’s

29

Monitoring en evaluatie

30

Samenvatting

31

Bronnenlijst

32

Bijlage 1 – ABK advies

34

Bijlage 2 – Onderzoek Kunstenaars in Amstelveen

39

Bijlage 3 – Gespreksverslag sessie 18 maart

45

Bijlage 4 – Gespreksverslag sessie 25 maart

50

Bijlage 5 – Feedback concept beleid

55

Inleiding In het atelierbeleid staat de rol van kunstenaars in onze gemeente centraal. De aanwezigheid van kuns­tenaars is van belang voor een sterke culturele infrastructuur en een breed cultureel aanbod. Om kunstenaars te behouden en aan te trekken is het essentieel dat zij voldoende ruimte krijgen om te produceren, presen­ teren en ontmoeten. Daartoe stelt de gemeente ateliers beschikbaar. Met dit atelierbeleid geven we een posi­tieve impuls aan de gemeentelijke ateliers pas­send binnen de bredere ambitie van het cultuurbeleid. Aanleiding Eén van de actiepunten in de ‘Cultuuragenda 2020-2024: De Stad als Podium’ is de herijking van het atelierbeleid. Bij de vaststelling van de Cultuuragenda 2020-2024 is in december 2019 de motie ‘Transparant beleid ateliers voor Amstelveen’ (hierna: motie uit 2019) unaniem aangenomen. In de motie werd geconstateerd dat de eerdere aanpassingen van het atelierbeleid in 2011 en 2016 niet het gewenste resultaat hebben gehad.

—

INLEIDING

—

In de Cultuuragenda 2020-2024 komt naar voren dat ateliers beter moeten worden ingezet voor actieve kunstenaars. Bovendien moeten kunstenaars voortaan in het bezit zijn van een positief professionaliteitsoordeel. De motie uit 2019 geeft ook een voorschot op de herijking van het atelierbeleid. In het nieuwe atelierbeleid moet meer aandacht uitgaan naar transparantie, doorstroming en stimulering van talent.

Proces Het atelierbeleid dat voor u ligt is tot stand gekomen met de inbreng van kunstenaars en de Adviescommissie Beeldende Kunst (ABK). Er is zo getracht om samen tot een gedragen en transparant beleid te komen:

A. Kunstenaars zijn gedurende de ontwikkeling van het nieuwe beleid middels nieuwsbrieven geïnformeerd over de voortgang en actief uitgenodigd om input te leveren: • In februari 2021 is een onderzoek uitgevoerd onder kunstenaars over onder meer het atelierbeleid (bijlage 2). De respons op het onderzoek was hoog. De samenstelling van de respondenten wordt in het eerste hoofdstuk uiteengezet. • In maart 2021 zijn verdiepende sessies georganiseerd waarbij onderwerpen aan de orde kwamen zoals de maatschappelijke bijdrage, verlevendiging en openstelling van de ateliergebouwen en het stimuleren van startende kunstenaars (bijlagen 3 en 4). Hierbij waren naast kunstenaars ook de ABK en raadsleden als toehoorder aanwezig.

—

P05

—

• Mede op basis van deze input is een concept atelierbeleid geformuleerd. Kunstenaars kregen in mei 2021 de mogelijkheid om hierop een reactie op hoofdlijnen te geven (bijlage 5).

B. De ABK heeft mede op basis van de sessies in maart 2021 een advies over het atelierbeleid uitgebracht (bijlage 1).

C. Het concept atelierbeleid is door twee onafhankelijke deskundigen getoetst aan gangbaar beleid in andere gemeenten en de geleverde input van kunstenaars. LEESWIJZER

In het eerste hoofdstuk wordt de huidige stand van zaken – zowel landelijke trends als de lokale situatie – weergegeven. Het doel van de gemeen­ telijke ateliers wordt in het tweede hoofdstuk uiteengezet: waarom biedt de gemeente ateliers aan? Op basis hiervan is in het derde hoofdstuk een aantal beleidskaders voor de gemeentelijke ateliers geformuleerd. In het vierde hoofdstuk worden de wijze van inschrijving en de criteria voor toewijzing toegelicht om tot meer transparantie te komen. Daarna komen in achtereenvolgende hoofdstukken de financiële consequenties, risico’s en de evaluatie en monitoring van het beleid aan bod. Er volgen verder een samen­vatting, bronnenlijst en bijlagen. —

INLEIDING

—

—

P06

—

Stand van zaken Om tot een nieuw atelierbeleid te komen, is het van belang eerst stil te staan bij de huidige stand van zaken. In dit hoofdstuk worden de landelijke trends met betrekking tot werkruimte voor kunstenaars, de samenstelling en behoeften van kunstenaars in Amstelveen en het huidige atelierbeleid toegelicht. Landelijke ontwikkelingen Het is een landelijk beeld dat het aantal betaalbare werkplekken voor kunstenaars in het gedrang is. Er is een grote schaarste op het gebied van betaalbare werkplekken door een aantrekkende vastgoedmarkt enerzijds en een afname van maatschappelijk vastgoed anderzijds. Dit laatste is te verklaren door de Wet Markt en Overheid (2012) en de Woningwet (2015), waardoor het maatschappelijk vastgoed van gemeenten en woningbouwcorporaties afnam. Kunstenaars zijn hierdoor vaker aangewezen op commercieel vastgoed.

—

S TA N D VA N Z A K E N

—

Hoewel landelijk sprake is van een tekort aan werkruimte voor kunstenaars, is de problematiek in de grote steden het grootst. Dit heeft tot gevolg dat kunstenaars steeds vaker naar de rand van een stad of naar omringende gemeenten trekken. De betere spreiding van talent in de regio is dan ook één van de doelstellingen van het cultuurprofiel ‘Meer dan de Delen’ van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De bevordering van talentontwikkeling is een belangrijke ambitie van de MRA. In het cultuurprofiel wordt daarom gepleit voor betere samenwerking tussen gemeenten om talent te spreiden, zodat dit talent in de regio van blijvende betekenis kan zijn. Het tijdelijk creëren van werkruimten, in de vorm van leegstandsbeheer en broedplaatsen, biedt deels een uitkomst om het tekort aan werkruimte op te lossen. Het initiatief hiervoor ligt vaak bij de gebruikers ervan. Dit biedt echter geen duurzame oplossing voor het tekort aan werkplekken voor kunstenaars. Ondanks dat de problematiek landelijk in grote lijnen gelijk is, zijn er verschillende trends te duiden in het gemeentelijk atelierbeleid. In gemeenten waar de schaarste niet groot is, ligt de nadruk veelal op een duurzame verbinding met kunstenaars en worden langlopende contracten aangeboden. In gemeenten waar de schaarste wel groot is, wordt vaak ingezet op doorstroming en een tijdelijke invulling van ateliers.

—

P07

—

Tevens is een beweging gaande van passief naar actief atelierbeleid. In verschillende gemeenten, zoals Eindhoven, wordt ingezet op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Tot voor kort kwam iedere kunstenaar in aanmerking voor een atelier, zonder dat daaraan aanvullende voorwaarden werden verbonden. Het cultuurbeleid van gemeenten biedt echter voldoende aanknopingspunten voor een specifiekere benadering van de verdeling van ateliers. Daarbij is ook meer aandacht voor uitwisseling tussen kunstenaars onderling en met de omgeving van het ateliercomplex.

—

S TA N D VA N Z A K E N

—

Landelijk is bovendien een ontwikkeling zichtbaar van transparant beleid en toenemende dialoog tussen kunstenaars en gemeenten over de invulling en het gebruik van ateliers. Bij de beoordeling en toewijzing van ateliers wordt dan ook een breed waardebegrip gehanteerd.

—

P08

—

Huidig atelierbeleid De lokale situatie strookt met het landelijke beeld. Het aantal gemeentelijke ateliers is de afgelopen jaren sterk teruggedrongen. Tot 2004 beschikte de gemeente nog over 33 ateliers. Tegen­woordig telt Amstelveen 18 gemeentelijke ateliers met een gemiddelde grootte van 60 m2. Tien ateliers zijn gevestigd in een ateliergebouw aan de Van Weerden Poelmanlaan (Ateliers 2005) en acht ateliers in een ateliergebouw aan de Amsterdamseweg (A24). De ateliers in de voormalige Dorpsschool in het Oude Dorp die aan Museum Jan worden verhuurd, vallen buiten de reikwijdte van het atelierbeleid. De 18 ateliers werden in het vorige atelierbeleid als volgt verdeeld: Gevestigde kunstenaar

Startende kunstenaar

Projectatelier

Hoeveelheid

9 ateliers

6 ateliers

3 ateliers

Criteria

> 7 jaar afgestudeerd

< 7 jaar afgestudeerd

Kortdurende projecten

Huurtermijn

2 x 3 jaar

2 x 3 jaar

2 x half jaar

Huurbedrag

€ 353 excl.

€ 228 excl.

Geen

Met de aanpassingen van het atelierbeleid in 2011 en 2016 is getracht om een actiever atelierbeleid te voeren. Er zijn onder meer voorwaarden opgenomen gericht op professionaliteit, doorstroming en startende kunstenaars. Dit heeft niet tot

—

S TA N D VA N Z A K E N

—

het gewenste resultaat geleid. Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt bovendien dat de inschrijving en toewijzing van de ateliers niet transparant is. Tegelijkertijd blijkt dat de gemeentelijke ateliers niet optimaal worden benut. Dit geldt met name voor de projectateliers, die na het aflopen van een project soms voor langere tijd leeg staan. Daarnaast kwamen drie kunstenaars de afge­lopen jaren in aanmerking voor een overgangsregeling voor oudere kunstenaars, waardoor zij voor onbepaalde tijd een atelier konden huren. Inmiddels maakt nog maar één kunstenaar gebruik van deze regeling.

Kunstenaars in Amstelveen Amstelveen kent een relatief grote groep van geschoolde, voornamelijk beeldende kunstenaars met een gemiddelde leeftijd van vijftig jaar of ouder. Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt dat slechts één op de vijf kunstenaars voldoende inkomsten heeft uit kunstenaarschap. De helft van de respondenten heeft minder dan vijf keer per jaar een presentatie (zoals een tentoonstelling of workshop) van zijn of haar werk. Momenteel hebben drie op de vier respondenten de beschikking over een eigen atelier. Daarvan hebben de meesten een atelier aan huis. Daarnaast huren kunstenaars veelal een gemeentelijk atelier en minder vaak een atelier van een commerciële verhuurder. De huidige situatie komt echter

—

P09

—

niet overeen met de gewenste situatie. De meeste respondenten huren bij voorkeur een atelier van de gemeente of een atelier via een broedplaats of kunstenaarscollectief, maar hebben liever geen atelier aan huis. De voorkeur voor een gemeentelijk atelier is mogelijk te verklaren door de grootte en prijs van deze ateliers. Uit het kunstenaarsonderzoek komt naar voren dat de meeste kunstenaars een voorkeur hebben voor een atelier van ongeveer 40 m2 en een huurtarief van maandelijks maximaal € 250 of € 500. Twee op de vijf respondenten op het kunstenaarsonderzoek zijn op zoek naar een atelier, waarvan een groot deel al langer dan een jaar zoekt. Het aantal zoekenden is tevens zichtbaar in de lange wachtlijst voor de gemeentelijke ateliers. In mei 2021 stonden hierop 29 kunstenaars ingeschreven. Naast de gemeentelijke ateliers zijn er geen tot weinig alternatieven voor betaalbare ateliers in Amstelveen.

—

S TA N D VA N Z A K E N

—

—

P10

—

Doelstelling Kunst en cultuur geven kleur aan een stad. De inwoners van Amstelveen vinden cultuur dan ook belangrijk. In het inwonersonderzoek komt naar voren dat zij een fervent bezoeker zijn van cultuur, maar zelf ook als maker actief zijn in culturele of creatieve hobby’s. Toch zijn kunst en cultuur niet alleen van belang van­ wege de grote culturele waarde, maar ook vanwege hun maatschappelijk en economisch belang voor de stad en regio. Zo dragen kunst en cultuur onder andere bij aan de ontwikkeling van inwoners en sociale cohesie, maar ook aan het vestigingsklimaat en innovatieve karakter van de stad. Dat vraagt om een sterke culturele infrastructuur en een breed cultureel aanbod.

vak uit te oefenen, te experimenteren, elkaar te inspireren en hun werk te delen met publiek. Er ontstaat een klimaat waarin kunstenaars de kans krijgen om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en waarvoor de gemeente de voorwaarden schept. Om dat te waarborgen is voldoende ruimte voor productie, presentatie en ontmoeting essentieel. Het aantrekken en behouden van talent vraagt daarom om een investering van de gemeente. In de Cultuuragenda 2020-2024 is de keuze gemaakt om te investeren in nieuw en bestaand talent: startende makers, regionale kunstenaars en iconen. Gemeenten hebben diverse instrumenten om de aanwezigheid van makers te stimuleren. Het is algemeen erkend dat de beschikbaarheid van passende en betaalbare werkruimte een vereiste is voor kunstenaars. Zowel ateliers als broedplaatsen voorzien in deze ruimte en leveren zo een bijdrage

Florerend makersklimaat In de aanzet voor de langetermijnvisie is opgenomen dat de aanwezigheid van kunstenaars hiervoor een belangrijke voorwaarde is. Zonder makers verdwijnt de productie van cultuur en rest slechts de consumptie. In een florerend ‘makersklimaat’ krijgen kunstenaars de gelegenheid om hun

—

DOELSTELLING

—

—

P11

—

aan de culturele infrastructuur en het innovatieve klimaat van een stad. Het aanbieden van gemeentelijke ateliers is één van de belangrijkste instrumenten van gemeenten om de werkzaamheden van makers te faciliteren.

Nieuw atelierbeleid Dit atelierbeleid bouwt voort op de Cultuuragenda 2020-2024. In de Cultuuragenda 2020-2024 staan naast de langetermijnvisie voor een culturele infrastructuur vier ambities centraal op de middellange termijn: Kunst & Cultuur dichtbij, Zichtbaar voor iedereen, Samen(werking) Kunst & Cultuur en Impuls voor vernieuwing. Het doel is om zoveel mogelijk mensen in aanraking te brengen met kunst en cultuur door deze dichtbij de inwoners te brengen, zichtbaar te maken voor iedereen, door samen te werken en een impuls te geven voor vernieuwing. In de motie uit 2019 gaf de gemeenteraad al een eerste aanzet voor de richting van het nieuwe atelierbeleid. De raad omschreef dat de schaarse ruimte met beleid en in openheid verdeeld moet worden. Dat beleid zou onder meer gestoeld moeten zijn op doorstroming, transparantie, samenwerking, solidariteit met startende kunstenaars en randvoorwaarden voor een maatschappelijke tegenprestatie.

—

DOELSTELLING

—

Op basis van de Cultuuragenda 2020-2024 en de motie uit 2019 worden de volgende beleidskaders voor het nieuwe atelierbeleid geformuleerd. In het volgende hoofdstuk worden deze beleidskaders nader toegelicht en uitgewerkt: • Transparant beleid • Stimulans startende kunstenaars • Professionele kunstenaars • Optimaal gebruik en doorstroming • Maatschappelijke bijdrage • Openstelling en verlevendiging • Multidisciplinaire invulling

—

P12

—

Beleidskaders In dit hoofdstuk worden de beleidskaders voor de gemeentelijke ateliers uiteengezet. Het vorige beleid wordt aangehaald en er wordt toegelicht wat er verandert. De input van kunstenaars en het advies van de ABK liggen zoveel mogelijk aan deze kaders ten grondslag.

Transparant beleid Een transparante inschrijving voor en toewijzing van ateliers is het belangrijkste kader van dit beleid. Het kunstenaarsonderzoek laat zien dat één op de drie kunstenaars bekend is met het atelierbeleid, één op de drie min of meer bekend is met het atelierbeleid en één op de drie niet bekend is met het atelierbeleid. Uit onderzoek blijkt bovendien dat slechts 6% van de respondenten de inschrijving voor een atelier transparant vindt. In de motie uit 2019 geeft de raad eveneens aan dat het vorige atelierbeleid niet het gewenste resultaat van transparantie heeft gehad. De ateliers moeten met beleid en in volledige openheid worden verdeeld. Het atelierbeleid werd tot op heden niet

—

BELEIDSKADERS

—

online gepubliceerd, waardoor de wijze van inschrijving en de toewijzingscriteria niet transparant waren. Dit verandert met dit atelierbeleid.

“Het nieuwe atelierbeleid moet helder zijn voor iedereen.”

WAT V E R A N D E RT E R?

• In aansluiting op de motie uit 2019 worden heldere criteria geformuleerd voor de toewijzing van een atelier, zodat duidelijk is op basis waarvan de ateliers worden verdeeld. De criteria worden in het volgende hoofdstuk uiteengezet. • De inschrijvingen worden op basis van deze criteria door een beoordelingscommissie getoetst (zie paragraaf Professionele kunstenaars). • Naar aanleiding van de uitkomsten van het kunstenaarsonderzoek wordt het atelierbeleid, waaronder de wijze van inschrijving en toe­ wijzingscriteria, online gepubliceerd en actief gecommuniceerd naar kunstenaars. Hierdoor is het atelierbeleid voor iedereen inzichtelijk.

—

P13

—

Stimulans startende kunstenaars In de Cultuuragenda 2020-2024 is in het kader van de ambitie om te vernieuwen specifiek opgenomen om startende kunstenaars te stimuleren. Het aanmoedigen van talent is een investering in de kunstenaars van de toekomst. Startende kunstenaars krijgen de gelegenheid om hun talent te ontdekken, te ontwikkelen en te ontplooien. De aandacht voor startende kunstenaars rijmt met de motie uit 2019, waarin de raad opriep om meer solidariteit met startende kunstenaars te tonen en is in lijn met het MRA-cultuurprofiel ‘Meer dan de Delen’, waarin onder meer de bevordering van talent centraal staat.

“I do believe starting artists from different backgrounds, will make the city more colourful and artistic.” Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt dat startende kunstenaars vaak nog niet in de positie verkeren om zelfstandig een werkruimte te vinden. Bovendien hebben startende kunstenaars over het algemeen minder financiële mogelijkheden dan gevorderde kunstenaars. Het aantal ateliers en het lagere tarief voor startende kunstenaars blijven daarom in het nieuwe beleid gehandhaafd. Uit het kunstenaarsonderzoek bleek weinig weerstand tegen de reservering van ateliers voor startende

—

BELEIDSKADERS

—

—

P14

—

kunstenaars, maar wel weerstand tegen het tariefverschil voor startende en gevorderde kunstenaars. Om tegemoet te komen aan de wens van kunstenaars om het huurtarief te baseren op het inkomen, wordt voor kunstenaars die boven het bruto modaal inkomen verdienen een commercieel tarief gehanteerd. Ondanks de schaarste behouden deze kunstenaars wel de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een atelier, daar zij naar verwachting een positieve impuls kunnen geven aan een ateliergebouw.

“A combination of advanced and starting artists helps in bridging the gap between new ideas and knowledge gained through experience.”

—

BELEIDSKADERS

—

WAT V E R A N D E RT E R?

• Onder startende kunstenaars worden in tegen­ stelling tot het vorige atelierbeleid kunstenaars gerekend die hun opleiding niet meer dan vijf jaar geleden hebben afgerond. Dit is in lijn met de verzamelde input onder kunstenaars. • Er worden voor startende kunstenaars soepelere toewijzingscriteria gehanteerd dan voor gevor­ derde kunstenaars. Zo worden er geen inkomenseisen gesteld aan startende kunstenaars en hoeven zij niet woonachtig te zijn in Amstelveen, maar dienen zij wel een sociale binding te hebben met de gemeente. Hiermee wordt onder meer tegemoetgekomen aan de ambitie van de MRA om talent in de regio beter te spreiden. • Naar het advies van de ABK en de inbreng van kunstenaars wordt contact gelegd met een kunst­opleiding zoals de Gerrit Rietveld Academie om startende kunstenaars aan te trekken. Eén van de project­ateliers wordt gereserveerd voor tijdelijke projecten van startende kunste­ naars, zoals studenten of net afgestudeerde kunstenaars van een kunstopleiding.

—

P15

—

Professionele kunstenaars In de Cultuuragenda 2020-2024 is opgenomen dat de ateliers alleen beschikbaar dienen te zijn voor professionele kunstenaars. Dit was reeds vastgelegd in het vorige atelierbeleid, maar werd niet actief getoetst. Een meerderheid van de respondenten is voor het invoeren van een professionaliteitstoets. Uit het kunstenaarsonderzoek en de sessies komt naar voren dat deze professionaliteitstoets ook door de kunstenaars zelf wordt gedragen, mits de wijze waarop goed wordt ingericht. Het onderscheid tussen startende en gevorderde kunstenaars wordt in dit atelierbeleid gehandhaafd. De input van kunstenaars is wat deze scheidslijn betreft niet eenduidig. Het onderscheid past echter bij het streven van de gemeente om te investeren in startende, maar ook in gevorderde kunstenaars (regionale kunstenaars en iconen). Startende en gevorderde kunstenaars worden echter niet gelijk beoordeeld, omdat zij niet vergelijkbaar zijn (zie paragraaf Stimulans startende kunstenaars).

WAT V E R A N D E RT E R?

• De professionaliteit van kunstenaars wordt over­ eenkomstig de input van kunstenaars voortaan actief getoetst. Kunstenaars worden kwalitatief getoetst op hun professionaliteit. De criteria worden in het volgende hoofdstuk uiteengezet. • De inschrijvingen worden op basis van deze cri­ teria jaarlijks beoordeeld door een beoordelings­ commissie. Overeenkomstig de input uit één van de sessies bestaat deze commissie uit twee vertegenwoordigers van beide ateliergebouwen, een afgevaardigde van de ABK en een externe deskundige.

“De selectie van kunstenaars zou gedaan kunnen worden met de kunstenaars zelf.”

—

BELEIDSKADERS

—

—

P16

—

Optimaal gebruik en doorstroming De vraag naar ateliers is groter dan het aanbod. De raad beveelt in de motie uit 2019 daarom aan om kunstenaars ateliers te laten delen om de wachtlijst te verkorten. Uit het kunstenaarsonderzoek en de sessies blijkt dat het delen van een atelier door kunstenaars als een goede oplossing wordt gezien. Daarbij werd wel opgemerkt dat het niet voor elke kunstenaar mogelijk is om een atelier te delen. In het vorige atelierbeleid was het al mogelijk om een atelier te delen, maar in dit beleid krijgt dit in sommige gevallen een meer verplicht karakter voor kunstenaars die niet volledig van een atelier gebruik zullen maken. Het delen van een atelier is financieel voordelig, daar het huurtarief gelijk blijft en met meerdere personen gedeeld wordt. Uit hetzelfde onderzoek en de sessies blijkt dat het tijdelijk verhuren van ateliers op beduidend minder medestand rekent. De onzekerheid die gepaard gaat met tijdelijke huur wordt door de gemeente erkend. Zonder de tijdelijke verhuur is er echter geen sprake van doorstroming. Er komen dan nauwelijks ateliers vrij, waardoor kunstenaars op de wachtlijst geen kans maken. In het nieuwe beleid wordt daarom vastgehouden aan de termijn van twee keer drie jaar.

Gezien er in Amstelveen weinig betaalbare alternatieven zijn voor de gemeentelijke ateliers, krijgen kunstenaars in tegenstelling tot het vorige beleid wel de mogelijkheid om zich na de maximale termijn van zes jaar opnieuw in te schrijven voor een atelier.

—

BELEIDSKADERS

—

“De projectateliers hebben zeker potentie, maar het gebruik ervan kan intensiever.” De raad gaf in de motie uit 2019 reeds aan dat de project­ ateliers intensiever gebruikt moeten worden. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de kunstenaars vindt dat één atelier voor kortdurende projecten voldoende is. Het aantal van drie projectateliers blijft echter gehandhaafd, omdat met het geven van een andere invulling wordt getracht de ateliers optimaler te gebruiken. De projectateliers dragen met deze andere invulling bovendien bij aan belangrijke doelstellingen uit dit beleid en de Cultuuragenda 2020-2024, zoals het stimuleren van startende kunstenaars of het openstellen en verlevendigen van de ateliers. De projectateliers kunnen verschillend worden ingevuld: voor startende kunstenaars, cultuureducatie, uitwisselingen, innovatieve projecten of activiteiten voor de wijk.

—

P17

—

WAT V E R A N D E RT E R?

• Het delen van een atelier wordt in lijn met de uitkomsten van het kunstenaarsonderzoek verder gestimuleerd. Kunstenaars worden in overeenstemming met het advies van de ABK ook kwantitatief getoetst (urencriterium en inkomenstoets voor gevorderde kunstenaars) om te bepalen of zij in aanmerking komen voor een eigen of voor een gedeeld atelier. • Gezien er in Amstelveen weinig betaalbare alternatieven zijn voor de gemeentelijke ateliers, krijgen kunstenaars in tegenstelling tot het vorige beleid de mogelijkheid om zich na de maximale termijn van zes jaar opnieuw in te schrijven voor een atelier. • Het gebruik van een projectatelier wordt vastgelegd in een bruikleenovereenkomst, waardoor de invulling van de projectateliers wordt gewaarborgd. De projectateliers worden onder meer voor multifunctioneel gebruik (o.a. culturele activiteiten voor de wijk en cultuur­ educatie) en als tijdelijke ruimte voor startende kunstenaars ingevuld. • De overgangsregeling voor oudere kunstenaars komt conform de motie uit 2019 te vervallen.

—

BELEIDSKADERS

—

—

P18

—

Maatschappelijke bijdrage In de motie uit 2019 wordt geconstateerd dat randvoorwaarden voor een maatschappelijk bijdrage passen bij de huidige tijd. Dit sluit aan op de Cultuuragenda 2020-2024, die als doelstelling heeft om kunst en cultuur dichterbij inwoners te krijgen. Blijkens het kunstenaarsonderzoek en de sessies achten kunstenaars het leveren van een maatschappelijke bijdrage voor een gemeentelijk atelier vanzelfsprekend, mits de invulling van deze bijdrage vrij is. In het vorige atelierbeleid had deze maatschappelijke tegenprestatie nog een vrijblijvend karakter. De maatschappelijke bijdrage wordt in dit beleid gehandhaafd, maar krijgt een meer bindend karakter.

WAT V E R A N D E RT E R?

• Het leveren van een maatschappelijke bijdrage wordt overeenkomstig de motie uit 2019 een voorwaarde voor de huur van een atelier. Kunstenaars zijn vrij om hier een eigen invulling aan te geven, maar geven in lijn met het advies van de ABK voordat de huur ingaat aan hoe zij deze bijdrage invullen. Bij het aflopen van de huurtermijn moet een kunstenaar kunnen aantonen dat gemiddeld twee uur per maand is gewijd aan de maatschappelijke bijdrage.

“Het is een redelijke vraag dat gesubsidieerde kunstenaars iets teruggeven aan de samenleving in de vorm van een maatschappelijke tegenprestatie.”

—

BELEIDSKADERS

—

—

P19

—

Openstelling en verlevendiging De Cultuuragenda 2020-2024 heeft de ambitie om kunst en cultuur zichtbaarder te maken en dichterbij inwoners te krijgen. De ateliergebouwen zijn daarvoor bij uitstek geschikt, daar ze middenin de wijk zijn gepositioneerd. De aula van het ateliergebouw aan de Van Weerden Poelmanlaan leent zich bijvoorbeeld bij uitstek voor de presentatie van lokale kunstenaars en wordt daar ook reeds voor gebruikt. In de Cultuuragenda 2020-2024 is ook het belang van samenwerking tussen verschillende disciplines vermeld. Kunstenaars gaven tijdens de sessies aan in te zien dat de openstelling een positief effect kan hebben op de mogelijkheid om werk te presenteren aan publiek. Daarbij is wel belangrijk om er oog voor te houden dat de ateliers in essentie werkplekken zijn.

“De kunstenaars in de ateliers zouden meer naar buiten moeten treden en het publiek moeten opzoeken en betrekken bij hun activiteiten.”

—

BELEIDSKADERS

—

WAT V E R A N D E RT E R?

• Kunstenaars worden aangemoedigd om samen te werken met maatschappelijke en culturele organisaties, zoals de musea in Amstelveen, maar ook vice versa. Kunstenaars worden door de gemeente in contact gebracht met bestaande initiatieven, zoals Gluren bij de Buren. • Er wordt in lijn met het advies van de ABK door de gemeente zorggedragen voor een open en toegankelijk karakter van de buitenruimte rondom de ateliers. • Er wordt in tegenstelling tot het advies van de ABK geen hogere huur gevraagd om de verleven­ diging te bekostigen, maar de bestaande subsidieregeling voor de promotie van professionele kunstenaars wordt actiever onder de aandacht gebracht bij kunstenaars. • De ateliers worden op verzoek van de kunste­ naars beter gepromoot, bijvoorbeeld op de website van de gemeente en via Visit Amstelveen.

—

P20

—

Multidisciplinaire invulling In de Cultuuragenda 2020-2024 is geformuleerd dat zoveel mogelijk mensen met kunst en cultuur in aanraking moeten komen. De diverse bevolkingssamenstelling van Amstelveen vraagt om een breed cultureel aanbod. De ateliers worden momenteel voornamelijk ingevuld door beeldende kunstenaars en fotografen. De ABK acht de ateliers dan ook met name geschikt voor deze disciplines. Er is vanuit andere

IN DIT ATELIERBELEID STAAN KORTOM DE VOLGENDE BELEIDSKADERS MET DE BIJBEHORENDE VERANDERINGEN CENTRAAL: • Met de formulering van heldere criteria en de online publicatie hiervan wordt een transparant beleid voor de ateliers ontwikkeld. • De gemeente stimuleert startende kunstenaars door soepelere criteria te hanteren voor hen en contact te leggen met een kunstopleiding om het projectatelier voor startende kunstenaars onder de aandacht te brengen; • De professionaliteit van kunstenaars wordt jaarlijks getoetst door een daarvoor ingerichte beoordelingscommissie.

—

BELEIDSKADERS

—

disciplines tot op heden ook weinig vraag naar de ateliers. De ateliers staan open voor andere disciplines, maar hier zal niet actief op gestuurd worden. In het kader van transparantie staat toewijzing volgens de volgorde van de wachtlijst voorop in plaats van toewijzing op basis van een multidisciplinaire invulling.

• Het optimaal gebruik en de doorstroming van de ateliers wordt door het in bepaalde gevallen verplicht delen van ateliers en het vervallen van de overgangs­regeling voor ouderen bevorderd. • Het leveren van een maatschappelijke bijdrage wordt voorwaardelijk voor de huur van een gemeentelijk atelier. • De openstelling en verlevendiging van de ateliers wordt bevorderd door kunstenaars in contact te brengen met bestaande initiatieven en door hen actief te attenderen op de bestaande subsidie­ regelingen. • De ateliers staan open voor alle disciplines, maar er wordt niet actief gestuurd op een multidisciplinaire invulling.

—

P21

—

Uitvoering De ateliers zijn eigendom van en in beheer bij de gemeente. Dit is anders dan in andere gemeenten, waar het beheer van de ateliers meestal is overgedragen aan een stichting of is belegd bij een gemeentelijke commissie. In Amstelveen is hier niet voor gekozen. De gemeente heeft een beperkt aantal ateliers, dat net als ander gemeentelijk vastgoed door de gemeente zelf wordt verhuurd. In het vorige hoofdstuk zijn de beleidskaders voor de gemeentelijke ateliers geschetst. Deze worden in dit hoofdstuk uitgewerkt in concrete criteria. Inschrijving De volgende spelregels worden verbonden aan de inschrijving voor een atelier: • De inschrijving voor een atelier geschiedt via een daarvoor beschikbaar gesteld digitaal formulier, waarmee informatie over de hieronder gestelde criteria wordt uitgevraagd. De inschrijvingen worden bijgehouden op een wachtlijst. • De kunstenaar krijgt een bevestiging van inschrijving en wordt geïnformeerd over diens plaats op de wachtlijst.

—

UITVOERING

—

• De wachtlijst wordt jaarlijks bij de start van het kalenderjaar geüpdatet. Indien een kunstenaar niet reageert binnen de gestelde termijn, dan vervalt diens plaats op de wachtlijst. • Indien een kunstenaar tweemaal een aangeboden atelier weigert, dan vervalt diens plaats op de wachtlijst. • Een kunstenaar wordt minstens één keer per jaar actief geïnformeerd over diens plaats op de wachtlijst. • Kunstenaars die reeds twee keer drie jaar een gemeentelijk atelier (onder-)gehuurd hebben, behouden de mogelijkheid om zich opnieuw in te schrijven voor een atelier. • De eerstvolgende startende of gevorderde kunstenaar op de wachtlijst komt afhankelijk van het specifieke atelier dat vrijkomt hiervoor in aanmerking. De volgordelijkheid blijft gehandhaafd, omdat dit de meest transparante manier van toewijzing is. De wachtlijst wordt niet openbaar gemaakt, aangezien de wachtlijst persoonsgegevens bevat. Het is vanwege privacywetgeving niet toegestaan om deze gegevens te publiceren.

Beoordeling De ateliers worden alleen beschikbaar gesteld aan professionele kunstenaars: • De nieuw ingeschreven kunstenaars worden bij de start van het kalenderjaar door een beoordelingscommissie bestaande uit twee kunstenaars van de beide atelier­ gebouwen, een afgevaardigde van de ABK en een externe

—

P22

—

deskundige kwalitatief beoordeeld. Een cultuurambtenaar is betrokken voor de secretariële ondersteuning en heeft alleen een stem als de stemmen van de commissie staken. • De beoordeling wordt gedaan over de afgelopen drie jaar en aan de hand van de volgende punten, die zijn gebaseerd op gangbare beoordelingscriteria in andere gemeenten: a. Opleiding en vaardigheden: creatieve of kunstvakopleiding, cursus en/of masterclass; b. Geproduceerd werk: recent afgerond en huidig werk; c. Offline zichtbaarheid: exposities, presentaties, community art, publicaties en/of openstellingen, d. Online zichtbaarheid: website en/of sociale media; e. Waardering: stipendia, prijzen, subsidies en/of aanbevelingen of recensies. • Indien een kunstenaar niet aan minstens vier van de gestelde criteria voldoet, dan komt een kunstenaar niet in aanmerking voor een atelier. • Indien een kunstenaar het oneens is met diens beoordeling, dan kan hiertegen via de reguliere procedures van de gemeente beroep worden aangetekend. • Een kunstenaar wordt bij het ingaan van de tweede huurtermijn opnieuw beoordeeld, maar niet gedurende de huurtermijn.

—

UITVOERING

—

—

P23

—

Toewijzing Een atelier wordt toegewezen op basis van de volgende voorwaarden, die zijn gebaseerd op de beleidskaders in het vorige hoofdstuk: • Een professioneel kunstenaar komt in aanmerking voor een eigen atelier als de kunstenaar het urencriterium (gemiddelde van de afgelopen drie jaar) van de Belastingdienst (in 2021 vastgesteld op 1.225 uur per jaar) haalt. Hieronder worden ook activiteiten die raken aan het kunstenaarschap, zoals cultuureducatie, verstaan. Kunstenaars die in aanmerking komen voor een eigen atelier behouden de mogelijkheid om hun atelier te delen. Besteedt een gevorderde kunstenaar minder uren dan het gestelde criterium aan het werk als kunstenaar, dan komt de kunstenaar enkel in aanmerking voor een gedeeld atelier. • De hoofdhuurder van een atelier mag zelf kunstenaars voordragen om een atelier te delen, mits zij vooraf zijn ingeschreven op de wachtlijst en zijn getoetst door de beoordelingscommissie. De hoofdhuurder vraagt middels een formulier goedkeuring aan de gemeente voor de onderhuur, waarmee de onderhuurder zich ook verbindt aan de voorwaarde voor een maatschappelijke bijdrage. De periode waarin gebruik wordt gemaakt van een gedeeld atelier gaat ook voor een onderhuurder af van de maximale termijn van zes jaar die hij/zij recht heeft op een atelier. Een atelier mag met maximaal drie kunstenaars gedeeld worden.

—

UITVOERING

—

• Elke huurder van een gemeentelijk atelier levert een maatschappelijke bijdrage als tegenpresentatie voor de huur van een gemeentelijk atelier. In de huurovereenkomst wordt de voorwaarde van een maatschappelijke bijdrage opgenomen. De kunstenaar is vrij om hier een eigen invulling aan te geven, maar levert voor het ingaan van de huurtermijn aan hoe de maatschappelijke bijdrage wordt ingevuld. Bij de evaluatie van de huurtermijn moet een kunstenaar kunnen aantonen dat gemiddeld twee uur per maand (of in totaal 24 uur per jaar) is besteed aan de maatschappelijke bijdrage. Indien hier in de eerste huurtermijn niet aan is voldaan, dan komt een kunstenaar niet in aanmerking voor een tweede huurtermijn. Onder een maatschappelijke bijdrage wordt een actieve bijdrage verstaan. Deelname aan een open dag of route wordt aangemerkt als een passieve bijdrage, tenzij hieraan actief wordt bijgedragen middels bijvoorbeeld een workshop of presentatie.

—

P24

—

Gevorderde kunstenaar

Startende kunstenaar

Er worden negen ateliers gereserveerd voor gevorderde kunstenaars onder de volgende voorwaarden: • Een gevorderde kunstenaar heeft meer dan vijf jaar geleden een kunstopleiding afgerond of is meer dan vijf jaar actief als professioneel kunstenaar. • Een gevorderde kunstenaar is woonachtig in de gemeente Amstelveen. • Een gevorderde kunstenaar komt in aanmerking voor een eigen atelier als de inkomsten uit kunstenaarschap (gemiddelde over de afgelopen drie jaar) minimaal het sociaal minimum (conform de Toeslagenwet) opleveren. Hieronder worden ook inkomsten van activiteiten die raken aan het kunstenaarschap, zoals cultuureducatie, verstaan. Gevorderde kunstenaars met een inkomen uit kunstenaarschap lager dan het sociaal minimum komen alleen in aanmerking voor een gedeeld atelier. Gevorderde kunstenaars met een inkomen uit kunstenaarschap boven het bruto modaal inkomen (bepaald door het Centraal Planbureau) betalen voor een eigen atelier een commerciële huur.

Er worden zes ateliers gereserveerd voor startende kunstenaars onder de volgende voorwaarden: • Een startende kunstenaar heeft minder dan vijf jaar geleden een kunstopleiding afgerond of is minder dan vijf jaar actief als professioneel kunstenaar. • Een startende kunstenaar is woonachtig in Amstelveen of heeft in ieder geval een sociale binding (afkomst, relatie etc.) met Amstelveen. Startende kunstenaars zonder sociale binding met Amstelveen komen alleen in aanmerking voor een projectatelier. • Er worden geen inkomenseisen gesteld aan een startende kunstenaar. • Heeft een startende kunstenaar bij het ingaan van de tweede huurtermijn meer dan vijf jaar geleden een kunst­ opleiding afgerond, dan gelden in de tweede termijn de toewijzingscriteria voor een gevorderde kunstenaar.

—

UITVOERING

—

—

P25

—

Gevorderde kunstenaar

Startende kunstenaars

Kwalitatieve toetsing

• > 5 jaar afgestudeerd of actief als kunstenaar • Beoordeling door commissie

•<  5 jaar afgestudeerd of actief als kunstenaar • Beoordeling door commissie

Kwantitatieve toetsing

• In Amstelveen woonachtig

• In Amstelveen woonachtig of sociale binding met Amstelveen

Eigen atelier • > 1.225 uur actief als kunstenaar • > Sociaal minimum uit kunstenaarschap  Gedeeld atelier • < 1.225 uur actief als kunstenaar • < Sociaal minimum uit kunstenaarschap

Eigen atelier • > 1.225 uur actief als kunstenaar • Geen inkomenstoets

Hoeveelheid

9 ateliers

6 ateliers

Huurtermijn

2 x 3 jaar

2 x 3 jaar

Huurtarief*

Standaard: € 353 excl. Boven modaal inkomen: € 581 excl.

Standaard: € 228 excl. Boven modaal inkomen: € 581 excl.

Gedeeld atelier • < 1.225 uur actief als kunstenaar • Geen inkomenstoets

* Gebaseerd op 2021.

—

UITVOERING

—

—

P26

—

Projectateliers Er worden drie ateliers kosteloos ter beschikking gesteld voor projecten: • Eén projectatelier wordt hoofdzakelijk ingezet voor tijdelijke projecten van startende kunstenaars, zoals studenten of pas afgestudeerden van een kunstopleiding zoals de Gerrit Rietveld Academie; • Eén projectatelier dient als atelier voor andere tijdelijke projecten (zoals cultuureducatie, uitwisselingen, innovatieve projecten of kunstopdrachten). • Indien de bovengenoemde projectateliers niet worden ingevuld, dan worden de ateliers tijdelijk beschikbaar gesteld aan de eerste kunstenaar op de wachtlijst die hierin geïnteresseerd is. Dit heeft geen invloed op diens inschrijving op de wachtlijst. • In bruikleenovereenkomsten worden afspraken over het gebruik van de projectateliers vastgelegd, om de invulling ervan te waarborgen. • De projectateliers worden vanwege hun doelstelling kosteloos ter beschikking gesteld voor maximaal twee keer een half jaar. • Eén projectatelier heeft een multifunctionele invulling om de verlevendiging van het ateliergebouw aan de Van Weerden Poelmanlaan te bevorderen. Het atelier wordt doorlopend flexibel beschikbaar gesteld (voor enkele dagen of uren). Er hoeft voor het gebruik van dit atelier geen overeenkomst te worden afgesloten. Dit atelier wordt eveneens kosteloos ter beschikking gesteld.

—

UITVOERING

—

NA DE VASTSTELLING VAN DIT ATELIERBELEID DOOR DE RAAD WORDEN DE VOLGENDE ACTIES ONDERNOMEN: • Het atelierbeleid, waaronder de wijze van inschrijving en de criteria voor beoordeling en toewij­ zing, wordt in oktober 2021 online gepubliceerd en actief gecommuniceerd naar kunstenaars. • Kunstenaars die reeds een atelier huren of staan ingeschreven op de wachtlijst worden separaat geïnformeerd in oktober 2021. Dit atelierbeleid is alleen van toepassing op nieuwe huurovereen­ komsten en heeft geen invloed op bestaande huurovereenkomsten. • Er wordt uiterlijk in november 2021 een beoordelingscommissie samengesteld. • Uiterlijk in december 2021 wordt de wachtlijst geüpdatet en worden kunstenaars beoordeeld door de nieuw gevormde beoordelingscommissie. Kunstenaars die reeds stonden ingeschreven op de wachtlijst behouden hun plek daarop. • De afgelopen maanden zijn de overeenkomsten voor vijf ateliers tijdelijk verlengd tot en met december 2021. Deze ateliers worden vanaf januari 2022 toegewezen volgens de criteria die zijn geformuleerd in dit atelierbeleid.

—

P27

—

Financiering In het cultuurbudget is een bijdrage van € 20.600* gereserveerd voor de huur van drie projectateliers in beide ateliergebouwen en de aula van het atelier­ gebouw aan de Van Weerden Poelmanlaan. Op deze manier kunnen deze ruimtes kosteloos ter beschikking worden gesteld. Met de invulling van de projectateliers wordt aan belangrijke kaders uit dit beleid voldaan, zoals het stimuleren van startende kunstenaars of de openstelling en verlevendiging van de ateliergebouwen.

* Gebaseerd op Programmabegroting 2021.

—

FINANCIERING

—

—

P28

—

Risico’s Uit de sessies met kunstenaars, het kunstenaars­ onderzoek en het advies van de ABK blijkt de grote behoefte aan meer werkruimte. Er is zowel vraag naar meer ateliers als naar een broedplaats. Zodra de huur van een gemeentelijk atelier eindigt, zijn er voor kunstenaars nauwelijks alternatieven in Amstelveen. Door het tekort aan werkruimte is het mogelijk dat kunstenaars hier niet blijven en elders neerstrijken. Het tekort aan ateliers zal ook geen nieuwe kunste­ naars aantrekken om zich hier te vestigen.

“Veel meer en betaalbare ateliers. Echte broedplaatsen!”

—

RISICO’S

—

Dit atelierbeleid lost het tekort aan ateliers niet op, maar probeert de ateliers die er zijn wel zo optimaal mogelijk te benutten. De gemeente heeft op dit moment niet de mogelijkheden (in vastgoed en financiën) om meer werkruimte te faciliteren. Er is geen gemeentelijk vastgoed vrij en de financiële middelen om nieuwe mogelijkheden te creëren zijn beperkt. Het is daarom belangrijk dat het huidige aantal gemeentelijke ateliers in ieder geval blijft gehandhaafd. Samen met kunstenaars wil de gemeente op zoek naar creatieve oplossingen voor het gemis van werkruimtes, zoals het creëren van ateliers in nieuwe broedplaatsen en voormalige zeecontainers. De gemeente neemt een actieve rol in bij het creëren van tijdelijke ateliers in leegstaande gebouwen, eventueel in samenwerking met een leegstandsbeheerder. De gemeente legt contact met de woningbouwcorporatie om de mogelijkheden voor het creëren van atelierwoningen te verkennen. Naast dat de gemeente zoveel mogelijk nieuwe initiatieven wil aanjagen, wil de gemeente ook initiateven mede mogelijk maken door hulp en advies te bieden bij bijvoorbeeld bestemmingsplanwijzigingen of vergunningen. Een optimale samenwerking tussen de verantwoordelijke afdelingen binnen de gemeente is daarvoor essentieel.

—

P29

—

Monitoring en evaluatie Dit atelierbeleid heeft tot doel om de gemeentelijke ateliers zo optimaal mogelijk te benutten. Om te toetsen of dit doel wordt behaald zijn monitoring en evaluatie belangrijk. Zo kan het beleid waar nodig worden bijgestuurd.

Monitoring Er vindt regelmatig overleg plaats tussen de medewerkers van Kunst en Cultuur en van Vastgoed om de bezetting van de ateliers door te nemen. Zo kan bijvoorbeeld vroegtijdig worden ingespeeld op ateliers die binnenkort vrijkomen en toegewezen moeten worden. Dit is mogelijk, omdat de wachtlijst bij de start van elk kalenderjaar wordt geüpdatet en nieuwe inschrijvingen dan worden beoordeeld door de beoordelingscommissie. De raad wordt hierna aan het begin van elk kalenderjaar middels een collegebrief geïnformeerd over de uitvoering van het atelierbeleid. Dit is conform de motie uit 2019 om de raad jaarlijks van de voortgang op de hoogte te houden. Indien uit de jaarlijkse monitoring blijkt dat het atelierbeleid niet de gewenste doelstellingen behaalt, dan wordt de raad hierover geïnformeerd en worden eventuele aanpassingen voorgelegd aan de raad.

Evaluatie Begin 2022 worden de eerste gemeentelijke ateliers volgens de kaders van dit atelierbeleid verhuurd. Begin 2025 loopt de eerste huurtermijn af en gaat een eventuele tweede huur­ termijn in. Het is raadzaam om hierna een evaluatie uit te voeren waarin wordt getoetst of de kaders van dit atelier­ beleid tot dusver zijn behaald. Dit kan leiden tot aanpassingen aan het atelierbeleid, die worden voorgelegd aan de raad.

—

M O N I TO R I N G E N E VA LUAT I E

—

—

P30

—

Samenvatting Kunst en cultuur geven kleur aan een stad. Makers zijn van belang voor een sterke culturele infrastructuur en het brede culturele aanbod van Amstelveen. Om makers te behouden en aan te trekken is het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor productie, presentatie en ontmoeting in Amstelveen.

De gemeentelijke ateliers zijn hiervoor een belangrijk instrument die volgens de volgende beleidskaders worden verdeeld: • Met de formulering van heldere criteria en de online publicatie hiervan wordt een transparant beleid voor de ateliers ontwikkeld. • De gemeente stimuleert startende kunstenaars door soepelere criteria te hanteren voor hen en contact te leggen met kunstopleidingen om het projectatelier voor startende kunstenaars onder de aandacht te brengen; • De professionaliteit van kunstenaars wordt jaarlijks getoetst door een daarvoor ingerichte beoordelings­ commissie.

—

S A M E N VAT T I N G

—

• Het optimaal gebruik en de doorstroming van de ateliers wordt door het in bepaalde gevallen verplicht delen van ateliers en het vervallen van de overgangsregeling voor ouderen bevorderd. • Het leveren van een maatschappelijke bijdrage wordt voorwaardelijk voor de huur van een gemeentelijk atelier. • De openstelling en verlevendiging van de ateliers wordt bevorderd door kunstenaars in contact te brengen met bestaande initiatieven en door hen actief te attenderen op de bestaande subsidieregelingen. • De ateliers staan open voor alle disciplines, maar er wordt niet actief gestuurd op een multidisciplinaire invulling. Op basis hiervan zijn de criteria voor inschrijving en toewijzing in dit atelierbeleid vastgelegd. Het atelierbeleid wordt online gepubliceerd en actief gecommuniceerd naar kunstenaars. Zo zijn de voorwaarden voor iedereen helder en kunnen de ateliers in transparantie worden verdeeld. De kunstenaars en ABK hebben het tekort aan ateliers duidelijk voor het voetlicht gebracht. Met dit beleid tracht de gemeente daarom om de ateliers zo optimaal mogelijk te benutten. De gemeente ziet geen mogelijkheden om het aantal gemeentelijke ateliers uit te breiden, maar handhaaft het huidige aantal. De gemeente stimuleert actief initiatieven voor alternatieve werkruimtes in Amstelveen.

—

P31

—

Bronnenlijst Boekman 84, Méér dan atelierbeleid: ruimte voor kunstenaars in de stad, 2010. Boekman 117, Maatschappelijke ateliers, een maatschappelijke zaak, 2018. Gemeente Amstelveen, Cultuuragenda 2020-2024: De Stad als Podium, 2019. Gemeente Amstelveen, Kunstenaars in Amstelveen, 2021. OIS Amsterdam, Het culturele leven in Amstelveen 2020, 2021. Gielen, Pascal e.a., De waarde van cultuur, 2014. MRA, Meer dan de Delen, 2018.

—

BRONNENLIJST

—

—

P32

—

Bijlagen

BIJL AGE 1

ABK Advies Adviescommissie Beeldende kunst

De motie van de gemeenteraad inzake Transparant beleid voor ateliers Amstelveen van december 2019 heeft als kader meegegeven dat: •

De toewijzing van de ateliers transparant moet zijn;

•

Meer mogelijkheden voor startende kunstenaars;

• Stimuleren van het delen van ateliers ingebouwd moet zijn; • Van de kunstenaars een maatschappelijke tegenprestatie wordt verwacht. Op 18 en 25 maart zijn sessies georganiseerd met kunstenaars om nadere input op te halen over de volgende doelstellingen voor het atelierbeleid:

Vergadering:

29 maart 2021 9.30 uur

Aanwezig: Margitte Verwoerdt, Gabriel Verheggen, Rein Schurink, Fleur Albers Afwezig bij dit punt: Jan Verschoor Onderwerp:

gevraagd advies over atelierbeleid

•

Startende kunstenaars stimuleren

•

Toetsing professionele kunstenaars

•

Maatschappelijke bijdrage

•

Openstelling en verlevendiging

•

Multidisciplinaire invulling

•

Transparant beleid

•

Optimaal gebruik

Context In de Cultuuragenda 2020-2024 is de ambitie uitgesproken om het

De commissie heeft beide sessies bijgewoond. De inbreng van de

atelierbeleid te herijken. Het plan van aanpak hiervoor is eerder met de

aanwezigen is zeer gewaardeerd en meegenomen in het advies.

ABK gedeeld. Onlangs is een onderzoek uitgevoerd onder kunstenaars.

Met genoemde documenten en kaders is zoveel mogelijk rekening

De uitkomsten van dit onderzoek zijn als bijlage bijgevoegd.

gehouden.

—

ABK ADVIES

—

—

P34

—

BIJL AGE 1

Waarom atelierbeleid?

Het verdeelvraagstuk (Toetsing/transparant beleid)

Amstelveen vindt kunst en cultuur belangrijk voor persoonlijke ont-

De gemeente stelt een beperkt aantal ateliers onder gunstige

wikkeling, welbevinden en besef van de wereld om je heen. Van cultuur

voorwaarden beschikbaar, aan de aanspraak erop worden daarom

gaat een bindende werking op de samenleving uit. Daarvoor is een

ook voorwaarden verbonden. Gezien de lengte van de wachtlijst is er

cultuurklimaat nodig waarin culturele uitingen over een breed scala

schaarste. De kunst is om een atelier beschikbaar te stellen aan

kunnen worden geproduceerd en waarin Amstelveners daar laag-

degene(n), die er daadwerkelijk dagvullend gaat produceren, waarvan

drempelig kennis van kunnen nemen. Voor de beeldende kunst is het

verwacht mag worden dat hij of zij er in zijn ontwikkeling door wordt

om die reden van belang om professionele makers aan de gemeente te

gestimuleerd en dat hij of zij een betekenisvolle bijdrage zal leveren aan

binden, b.v. door ze te faciliteren om werk te kunnen maken, samen te

wijk of samenleving als geheel. Dat vraagt om een kritische

werken met collega’s, aan hen opdrachten te verstrekken, hen in staat

benadering van kandidaten voor de wachtlijst en screening van

te stellen om werk te laten zien en met dat alles een bestaan als

degenen die er al op staan. De eis van transparantie vraagt om

professioneel kunstenaar op te bouwen. Daarvoor is het aanbieden van

heldere voorwaarden, die ook voor anderen toetsbaar zijn.

werk­ruimte in de vorm van ateliers een van de belangrijke instrumenten. In de raadsmotie ligt veel nadruk op het bieden van kansen aan startende Het is problematisch dat er geen betaalbare alternatieven voor ateliers

kunstenaars. Juist de starter heeft behoefte aan een werkruimte en

zijn in Amstelveen. Er zouden meer tijdelijke ruimtes gecreëerd kunnen

verkeert vaak (nog) niet in de positie om dat op eigen kracht te vinden.

worden door te kijken naar leegstand. Buiten Amstelveen zijn er locaties

Dat vraagt om een onderscheid tussen startende en gevestigde

waar niet wordt gewerkt met tijdelijke huur. Het WG-gebouw in

kunstenaars. Starters zullen over het algemeen minder financiële

Amsterdam of de Kersenboomgaard in Utrecht zijn daarvan goede

mogelijkheden hebben dan gevestigde kunstenaars. Dat vraagt om

voorbeelden. Deze locaties zijn echter geen eigendom van de gemeente,

een verschillende beoordeling bij plaatsing op de wachtlijst.

maar van kunstenaarscollectieven of coöperaties. De gemeente zou actief eigenaren van leegstaande panden kunnen benaderen en hen wijzen op de mogelijkheid van tijdelijke verhuur t.b.v. ateliers.

—

ABK ADVIES

—

—

P35

—

BIJL AGE 1

Wij hebben gezocht naar criteria die aan de eis van transparantie

• Voor gevestigde kunstenaars is een inkomenstoets gewenst.

voldoen.

Er moet uitzicht zijn op een economische basis. Het werk als

• De fiscus stelt als norm voor een volwaardig bedrijf dat op jaarbasis

kunstenaar zou tenminste het minimumloon op moeten leveren.

1200 werkuren worden besteed aan werk. Hieronder worden ook

Bij een inkomen boven modaal komt een kunstenaar ook in aan-

uren gerekend die een sterk link hebben met het kunstenaarschap,

merking voor een atelier. Een succesvolle kunstenaar kan een

zoals kunstonderwijs op een school. Het lijkt ons goed om dat als

positieve impuls geven aan een ateliergebouw. Een kunstenaars die

norm te stellen voor inschrijving voor een atelier voor een persoon,

boven modaal verdient kan eventueel wel een hogere huur betalen,

omdat ook duidelijk is dat veel kunstenaars fulltime of parttime

die vervolgens ten goede komt aan de verlevendiging van het

een andere functie hebben. Indien dat aantal uren beneden de 1200

ateliergebouw.

ligt is alleen inschrijving voor een gedeeld atelier mogelijk. • Voor startende kunstenaars is een recent met succes afgesloten

• Om te bevorderen dat betrokkenen zich bewust zijn van de gemeentelijke wens dat een maatschappelijke bijdrage wordt geleverd dient

opleiding aan een van de academies voorwaarde. Voor kunstenaars

de kunstenaar bij de aanvraag voor een atelier een voorstel bij te

die op latere leeftijd starten, evt. als autodidact, wordt een advies

voegen over de wijze waarop hij of zij een bijdrage aan de samen­

gevraagd aan de Rietveld Academie met inschatting van toekom-

leving vorm wil geven en deel wil nemen aan de samenwerking in

stige ontwikkeling en mogelijkheden. Bij een positief advies wordt

het ateliergebouw.

betrokkene als starter aangemerkt. Een kunstenaar is startend tot vijf jaar na zijn afstuderen. • Voor startende kunstenaars geldt dat zij een vorm van sociale

met de schaarste om te gaan. Dat is de bevordering van de doorstroming.

binding met Amstelveen hebben, b.v. door afkomst, relatie o.i.d.

Die komt vooral ten goede aan starters. De commissie kan zich goed vinden

Startende Kunstenaars die geen binding met Amstelveen hebben

in het beleid van een maximale huurperiode van 3 jaar, eenmaal te

kunnen wel in aanmerking komen voor tijdelijke project-ateliers

verlengen met 3 jaar. Wij zien dat als een harde termijn. Bij de verlenging

• Voor gevestigde kunstenaars geldt dat zij in Amstelveen

—

Naast een transparant “voorportaal” is een tweede lijn nodig om goed

dient samen met betrokkenen te worden bezien hoe het gegaan is met de

woonachtig dienen te zijn en al langere tijd professioneel bezig zijn.

maatschappelijke bijdrage in de eerste periode. Indien betrokkene daarop

Het afstuderen ligt tenminste vijf jaar terug in de tijd.

in gebreke is gebleven is verlenging geen automatisme.

ABK ADVIES

—

—

P36

—

BIJL AGE 1

Wij hebben niet de indruk gekregen dat de huidige verdeling van de

In de gebouwen zou ruimte moeten zijn voor groepsateliers voor samen-

ateliers over de doelgroepen problematisch is. Wij zouden willen bepleiten

werking, intervisie, wederzijds stimuleren en verruimen van de blik.

om voorlopig de drie projectateliers in stand te laten om met name

Delen van een atelier (en de daaraan verbonden kosten) zou eenvoudig

voor starters in groepsverband een mogelijkheid te bieden kortdurende

mogelijk moeten zijn.

projecten uit te voeren. Die flexibiliteit is gewenst. Wij adviseren om hierover overleg te hebben met de Rietveld Academie.

Startende kunstenaars moeten worden gestimuleerd om een gemeentelijk atelier te betrekken of op een andere manier, bijvoorbeeld via een

Een slotopmerking: een afzonderlijke ouderenregeling lijkt ons niet

stage, betrokken te worden. Hiervoor kan een relatie met de Rietveld

meer nodig. Op dit moment zijn in beide gebouwen nog twee

Academie worden gelegd, waar kunstenaars in meerdere disciplines

ateliers bezet op basis daarvan. Wij adviseren om voor deze personen

worden opgeleid.

een tweede huurperiode van drie jaar in te laten gaan, waarna er een eind komt aan deze regeling.

Multidisciplinaire invulling/optimaal gebruik/openstelling en verlevendiging

Startende kunstenaars stimuleren.

De commissie ziet de aanwezigheid van meerdere disciplines van beel-

Hiervoor is al aangegeven dat voor een starter lagere toegangsnormen

dende kunst in één gebouw als zeer waardevol. Er kan sprake zijn van

gelden dan voor gevestigde kunstenaars.

kruisbestuiving tussen de verschillende disciplines en zo kunnen wellicht ook meer disciplines worden aangetrokken. We zien nu al dat dat het

Er is nu al een verschil tussen de huren voor starters en gevestigde

geval is doordat met name aan de Amsterdamseweg videokunst, foto-

kunstenaars (ca € 100). We zouden ons kunnen voorstellen dat starters

grafie, schilderkunst en ruimtelijk werk elkaar beïnvloeden en verrijken.

de eerste drie jaar € 250 betalen en dat de standaard huur (gevestigden/

Aan de van Weerden Poelmanlaan is op dat punt wat meer diversiteit

starters 2e periode) bv. € 450 of 500 is. Dat zou ten opzichte van de

gewenst.

huidige opbrengst een meeropbrengst betekenen die ingezet zou kunnen worden als budget om de in een ateliergebouw werkende kunstenaars in staat te stellen promotieactiviteiten uit te voeren en evenementen (exposities, performances) te organiseren.

—

ABK ADVIES

—

—

P37

—

BIJL AGE 1

Wij twijfelen erover of ook andere disciplines dan beeldende kunst in

maatschappijvisie te verschillend. Collegiale toetsing van ieders inzet

aanmerking zouden moeten kunnen komen voor een atelier.

lijkt ons om die reden ook geen begaanbare weg en toetsing door de

• Gezien de lengte van de wachtlijst is er al een krapte voor

gemeente lijkt ons te afstandelijk en complex. Tegelijkertijd kunnen we

beeldende kunstenaars • Muzikanten hebben alternatieven, zoals oefenruimtes in

ons de wens van de gemeenteraad wel heel goed voorstellen en we merkten dat daarvoor bij de huurders best breed draagvlak is.

Muziekschool, P’60 en dergelijke. • Een muzikant oefent geen hele dagen, maar een beperkt aantal uren per dag,

Om te bevorderen dat betrokkenen zich bewust zijn van de gemeentelijke wens dat een maatschappelijke bijdrage wordt geleverd dient de

• Voor podiumkunsten zijn de gebouwen minder geschikt. In de

kunstenaar bij de aanvraag voor een atelier een voorstel bij te voegen

cultuuragenda is al een initiatief genoemd om in de gemeente tot

over de wijze waarop hij of zij individueel een bijdrage aan de samen-

een productiehuis te komen, b.v. in de Griffioen.

leving vorm wil geven en op welke wijze hij of zij deel wil nemen aan

Beide ateliergebouwen zijn geschikt als broedplaats. Er is centrale

de samenwerking in het ateliergebouw. Bij de verlenging van de huur-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=8cbf6ea7-c727-482a-8dae-962f3e9cbb4d