Tweede tijdvakrapportage 2021
Tekst van het document
Tweede tijdvakrapportage 2021
Inhoudsopgave Algemeen ................................................................................................................... 4 1 Financiële afwijkingen ................................................................................................ 6 2 Budgetoverheveling / fasering ................................................................................... 25 3 Kredieten ............................................................................................................... 30 4 Reserves en voorzieningen ....................................................................................... 36 5 Wijzigingen van de begrotingsramingen ...................................................................... 38 6 Bijlagen ................................................................................................................. 41
Pagina 3
Algemeen Inleiding Deze tijdvakrapportage gaat in op financiële afwijkingen ten opzichte van de vorig jaar in november vastgestelde begroting 2021. De opgenomen informatie geeft de situatie weer zoals die half september bekend was. De gemelde financiële afwijkingen zijn geëxtrapoleerd naar een volledig begrotingsjaar en geven daarmee de verwachte afwijkingen aan het eind van dit jaar weer. Over de voortgang van de bestuurlijke actiepunten wordt uw raad 7 weken voorafgaand aan een raadsvergadering separaat via de agendacommissie geïnformeerd. In hoofdstuk 6 Bijlagen wordt specifiek ingegaan op de volgende onderwerpen: Financiële stand Lokaal Coronafonds; Inhuur externen; inkoop en aanbesteding. De toegezegde periodieke rapportage ICT via de P&C-verantwoordingsdocumenten is als bijlage toegevoegd bij het dossier tweede tijdvakrapportage. Dit is de laatste verantwoording op deze wijze in de huidige collegeperiode. Het is aan een nieuw college om te besluiten of de verantwoording via de P&C-verantwoordingsmomenten een vervolg moet krijgen.
Begrotingssaldo Op meerdere plekken in deze tijdvakrapportage wordt melding gedaan van mutaties die worden afgewikkeld met het begrotingssaldo/algemene reserve. Over de periode 2021 t/m 2025 leidt deze tijdvakrapportage tot een verbetering van de meerjarige begrotingspositie met € 1,677 miljoen:
Hoofdstuk Omschrijving
Uitgave
Inkomst
2021
2022
2023
2024
bedrag x € 1.000 2025 Totaal
saldo
saldo
saldo
saldo
saldo
1.1
Specifieke beslispunten:
a.
Sloop van het HWC
500
0
-500
0
0
0
0
-500
b.
Meerjarige Projecten Grondexploitaties (MPG)
32
1.774
1.742
-614
99
-340
1.322
2.209
c.
Ondermijning
1.2
Financiële afwijkingen per programma
1.3 2.1
-90
0
90
-90
0
0
0
0
5.334
5.302
-32
0
0
0
0
-32
Begrotingsrechtmatigheid
8.815
8.815
0
Budgetoverheveling
-2.046
Mutatie algemene reserve per jaar
Pagina 4
12.545
15.891
0
0
0
0
0
2.046
-1.965
-81
0
0
0
3.346
-2.669
18
-340
1.322
1.677
Lokaal Coronafonds Toen in maart 2020 duidelijk werd dat corona niet alleen een epidemie op wereldschaal werd (pandemie), maar ook tot stilstand van de economie leidde, heeft het Rijk voor miljarden steun verstrekt om ondernemers en personeel door de crisis te helpen. Als onderdeel hiervan heeft Amstelveen tot heden € 22 miljoen verstrekt aan Amstelveense ondernemers via de ToZo-regeling (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Maar de gemeenteraad heeft ook meteen het belang onderkend van (aanvullend) maatwerk om de lokale gemeenschap te ondersteunen en heeft hiervoor in april 2020 uit eigen middelen € 15 miljoen gereserveerd. Aanvullend op deze € 15 miljoen heeft de gemeente nog apart € 3 miljoen vrijgemaakt voor extra schuldhulpverlening en begeleiding van werk naar werk (€ 1 miljoen per jaar in 2021 tot en met 2023). Door het financieel beleid in de afgelopen decennia was Amstelveen in staat dit omvangrijk steunpakket aan te bieden. Op vele fronten is daar waar mogelijk ruimhartig financiële steun verstrekt. Niet in alle gevallen was het mogelijk (door bijvoorbeeld staatssteunregelgeving) om dat te doen wat gewenst was. Maar samen met het MKB werd onderzocht wat in die situaties dan wel mogelijk was.
Naast steun voor lokale ondernemers was steun voor maatschappelijke en culturele instellingen een andere belangrijke pijler (huurkwijtscheldingen, overbruggingskredieten, continuïteitsbijdragen). Er is inmiddels een plafondbedrag van € 9 miljoen toegekend. Als er zich de komende tijd nog schrijnende situaties zich voor gaan doen is er nog steeds een buffer beschikbaar. In bijlage 6.1 staat een overzicht met getroffen maatregelen en toegekende bedragen.
Pagina 5
1 Financiële afwijkingen 1.1 Specifieke beslispunten 1.1 Sloop van het Herman Wesselink College (HWC) Bij de sloop van de oudbouw van het HWC bleek meer asbest in het schoolgebouw te zitten dan was voorzien. Dit heeft geleid tot een kostenoverschrijding van het bestaande krediet van € 500.000. Het tot heden verstrekte krediet van het HWC wordt nog gefinancierd op de "oude wijze". Dit betekent dat een bedrag wordt gereserveerd ten laste van de algemene reserve waaruit de toekomstige afschrijving wordt gedekt. 1.2 Riolering Het taakveld riolering laat een onderschrijding zien van € 300.000. Dit bedrag kan vrijvallen ten gunste van de egalisatievoorziening riolering. De werkzaamheden voor het onderhoud van de riolering worden deels later uitgevoerd doordat de materialen niet tijdig geleverd kunnen worden. De hoofdreden hiervoor is de schaarste op de Europese kunststoffenmarkt. De verwachting is dat dit voortduurt tot het einde van dit jaar. In de begroting 2021 is rekening gehouden met een toename van de kapitaallasten als gevolg van verwachte investeringen in 2020. In werkelijkheid dalen de kapitaallasten in 2021 (€ 119.000) door een lagere rekenrente en rekening houdend met faseringen in de feitelijke voortgang van de werkzaamheden conform de jaarrekening 2020. Deze kapitaallasten kunnen derhalve vrijvallen ten gunste van de egalisatievoorziening riolering.
In de Perspectiefnota 2023 wordt beoordeeld of de stand per 1 januari 2022 na opmaak van de jaarrekening 2021 ruimte biedt om (eenmalige) middelen hieruit via de spaarvoorziening “vervanging riolering” in te zetten ter dekking ineens van een deel van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte. Op deze manier wordt een eventuele restruimte binnen een trendmatige, behoedzame tariefontwikkeling aangemerkt en ingezet als spaarcomponent. 1.3 Huishoudelijk afval Naar verwachting komt Afval Huishoudens eind 2021 uit op een batig saldo van € 970.000; € 495.000 lagere lasten en € 475.000 hogere baten. Op hoofdlijnen wordt dit veroorzaakt door lagere transport- en verwerkingskosten (€ 415.000 voordeel) daar er minder restafval wordt ingezameld waardoor de kosten van het AEB lager zijn, net zoals de totale kosten verbrandingsbelasting. De kosten voor de vermarkting van PMD over 2020 (€ 80.000 incidenteel voordeel) vallen lager uit dan verwacht. Daarnaast zijn de opbrengsten van het Afvalfonds voor ingezameld PMD in 2021 hoger dan begroot (€ 115.000 voordeel), mede veroorzaakt door een afrekening over 2020 (€ 230.000 incidenteel voordeel). In 2021 is de vergoeding per ton ingezameld PMD lager dan in 2020 en zijn de ingezamelde hoeveelheden gedaald waardoor de opbrengsten structureel lager zijn.
Er wordt bovendien een totaal voordeel op de overige inkomsten van € 360.000 verwacht, welke grotendeels te verklaren is door de hoge prijs die in 2021 ontvangen wordt voor metaal en papier. Bovengenoemde posten worden afgewikkeld met de egalisatievoorziening huishoudelijk afval. Zoals uit deze tijdvak blijkt is de situatie op de afvalmarkt verre van stabiel (afvalstromen, volumes, kosten, opbrengsten). In de loop van 2022, richting Perspectiefnota 2023 vindt een nieuwe toetsing plaats, mede op basis van de dan beschikbare rekeningcijfers over 2021. Dan is vermoedelijk duidelijker welk deel van het voordelig saldo incidenteel/structureel van aard is. Met het voordeel uit deze tijdvak komt de stand van de egalisatievoorziening boven de € 1,2 miljoen. Dit is boven de maximale toegestane 10% van de omzet (ongeveer € 1,1 miljoen). Mocht dit ook de uitkomst zijn van de jaarrekening 2021, dan volgen conform de geldende regels (nota reservebeleid) bij de Perspectiefnota 2023 voorstellen hoe met dit saldo om te gaan.
Pagina 6
1.4 Renovatie van de hoofdlocatie Keizer Karel College (KKC) Door de aantrekkende bouw, het gebrek aan vakmensen bij de aannemers en de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021, zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen. De aanbesteding van de renovatie KKC is uitgekomen op een bedrag boven het toegekende krediet. Deze overschrijding is terug te voeren op de recente, sterke stijging van de grondstofprijzen, met name de hout- en staalprijzen. KKC is bouwheer en wat ons betreft gehouden om taakstellend met het beschikbare krediet uit te komen. In overleg met KKC achten wij het als college wel reëel om bij de aanvang van het werk het krediet in dit (uitzonderlijke) geval aan te passen aan de uitkomst van de aanbesteding. Dit betekent, dat wij voorstellen het krediet voor de renovatie van de hoofdlocatie van het Keizer Karel College met € 540.000 te verhogen. Anders dan de sloop van het HWC (zie hiervoor 1.1.), maakt het onderhavige krediet onderdeel uit van het investeringsplan maatschappelijk vastgoed. De totale meerjarige investeringsruimte met bijbehorend kapitaallastenbedrag is het taakstellende kader voor de investeringsplanning. Dit kader wordt jaarlijks bij de Perspectiefnota geactualiseerd en vastgesteld. Daarin zal ook de onderhavige kredietverhoging worden verwerkt.
De hiermee gemoeide extra structurele kapitaallasten bedragen afgerond € 20.000. 1.5. Ondermijning Na een succesvolle afronding van het project predictive policing en de opbouw van de digitale infrastructuur daarvoor, resteert € 90.000 budget. Voorgesteld wordt om dit bedrag over te hevelen naar 2022 en in te zetten ter versterking van de informatiepositie in de bestrijding van ondermijning. 1.6. Meerjarige Projecten Grondexploitaties (MPG) Het effect van de bijstellingen van de prognoses van de projecten ruimtelijke ontwikkelingen uit het MPG hebben een meerjarig effect op diverse taakvelden en programma’s. Afwikkeling met algemene reserve (meerjarig) De bijstellingen hebben enerzijds effect op de resultaten van de projecten en daardoor op het begrotingssaldo, anderzijds worden uitgaven en inkomsten om diverse redenen verschoven naar eerdere of latere jaren. Concreet is sprake van een hogere bijdrage aan de algemene reserve over de periode 2021 t/m 2025 van € 2,20 miljoen, waarvan € 1,742 betrekking heeft op begrotingsjaar 2021. De toelichting per project volgt hierna. Divers/algemeen Daarnaast zijn voor 2021 de in de perspectiefnota 2022 opgenomen 5% risicoafslag, toekomstige winstafdrachten en een paar abusievelijk ontstane verschillen ten opzichte van het MPG uit de begroting verwijderd. Als uitgangspunt geldt dat de ramingen voor dit jaar bij deze rapportage actueel zijn.
Per saldo gaat het om een negatieve bijstelling van € 71.000, waarvan € 298.000 uitgaven en € 227.000 inkomsten. De Loeten ACT Kosten bouw- en woonrijpmaken voor 2021 zijn gehalveerd omdat prognose lager is, alles doorgeschoven naar latere jaarschijven. Mogelijk wordt dat eind 2021 nog verder verlaagd. Vanwege een planwijziging zijn de inkomsten uit grondverkopen per saldo gestegen met € 240.000. Omdat er een aanzienlijke kans bestaat dat een groot deel van de grondverkopen in 2021 plaats zullen vinden zijn de opbrengsten dit jaar verhoogd ten laste van andere jaren € 3.179.000. Per saldo is de eindwaarde van het project verbeterd, een toename van € 500.000.
Pagina 7
Stadshart Voor de het deelproject de bioscoop is er een voorbereidingskrediet beschikbaar van € 40.000. Bij vaststelling van dit budget was niet bekend of de ontwikkeling van de bioscoop door zou gaan. Inmiddels is duidelijk dat de ontwikkelaar het plan wil voortzetten. Er wordt nu volop gewerkt aan de koopovereenkomst. Er is hiertoe extra plankostenbudget benodigd van € 60.000 waardoor het eindwaardesaldo van de grondexploitatie verslechtert naar € 412.000 BTAZ De geraamde opbrengsten voor BTAZ facilitair zijn met € 488.300 toegenomen. Er is in 2021 een anterieure overeenkomst gesloten, welke eerder is overeengekomen dan in het MPG was voorzien. Vanaf mei 2021 valt dit project samen met Legmeer onder de verantwoording van de directie en is hiervoor een aparte projectadministratie voor opgesteld. De voorlopige eindwaarde van BTAZ facilitair is met bovengenoemd bedrag minder negatief geworden naar € 182.000. Naar verwachting zal eind 2021 een (herziene) gemeentelijke grondexploitatie voor BTAZ (facilitair en actief) ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. Deze gemeentelijke grondexploitatie zal de huidige ramingen en grondexploitaties van BTAZ vervangen. Groenelaan 3-5 Bij het facilitaire project Groenelaan 3-5 was aan het einde van vorig jaar onduidelijk of alle werkzaamheden waren gefactureerd.
Nu is duidelijk geworden dat alle werkzaamheden inderdaad zijn uitgevoerd en gefactureerd. Dit betekent dat € 221.500 komt vrij te vallen. Het project is hiermee tevens afgerond en zal bij het MPG van 2022 worden afgesloten met een negatief resultaat van € 153.400. Voor het negatieve resultaat is al een voorziening getroffen Maalderij (actief) Ten opzichte van het MPG is de grootste wijziging dat deze grondexploitatie in 2021 gesplitst is in een facilitair en een actief deel, dit is conform het BBV. De BIE was nog niet opgenomen in het MPG. Zowel de ramingen aan kosten- als opbrengstenkant zijn nieuw. Het gaat om € 624.000 kosten en circa € 990.000 opbrengsten. Doordat de grondopbrengsten hoger zijn dan de kosten kent Maalderij ACT een positief resultaat. Voor 2021 resulteert dit in een verwachte winstneming van € 72.200 (op basis van de POC-methode). Zonnestein 64+66 Bij het actieve project Zonnestein 64+66 moeten er nog kabels en leidingen worden aangepast. Een deel van deze kosten zijn in 2020 al gefactureerd waardoor er teveel was opgenomen in de prognose voor 2021 deze vallen daarom vrij.
Daarnaast is de looptijd van het project met 1 jaar verlengd vanwege de nog te verrichten beplanting Dit levert een verlaging van de prognose 2021 op van € 177.500 met betrekking tot de kosten, bij het project zal hierdoor (na de POC-methode berekening) in 2021 € 119.000 meer resultaat genomen worden dan verwacht. Per saldo is de eindwaarde van het project verbeterd, een toename van € 164.000. Overige projecten Overige projecten die individueel een lagere aanpassing/verschuiving laten zien dan € 100.000 die toch meegenomen dienen te worden in het tweede tijdvak 2021. Per saldo een verlaging van € 80.500 voor de kosten, met als voornaamste reden het verhogen/verlagen/doorschuiven van de plankosten en de kosten voor het bouw- en woonrijp maken. De opbrengsten laten per saldo een stijging van € 124.600 zien door het opnemen van recent getekende (anterieure) overeenkomsten. Bovenstaande heeft een effect op de eindewaarde van deze projecten, per saldo een verbetering met € 102.200.
Pagina 8
Uitgave Inkomst
2021
2022
2023
bedrag x € 1.000 2024 2025
saldo
saldo
saldo
saldo
saldo
0
0
0
Nummer
Omschrijving
1.1
Sloop van het HWC
500
1.2
Riolering
419
419
0
1.3
Huishoudelijk afval
970
970
0
1.4
Krediet vervanging nieuwbouw KKC
1.5
Ondermijning
-90
1.6
Meerjarige Projecten Grondexploitaties (MPG)
32 1.831
Totaal
-500
0
0
90
-90
1.774
1.742
-614
99
-340
1.322
3.163
1.332
-704
99
-340
1.322
Beslispunt: 1. De tweede tijdvakrapportage 2021 vast te stellen; 2. Instemmen met het storten van € 500.000 in de reserve "Nieuwbouw HWC" ten laste van de algemene reserve en hiervoor de begroting 2021 te wijzigen.; 3. Instemmen met het overschot op de exploitatie riolering ten gunste van de voorziening "Riolering" te laten vrijvallen en bij de Perspectiefnota 2023 beoordelen of de werkelijke uitkomst in de jaarstukken 2021 ruimte biedt om (eenmalige) middelen hieruit via de spaarvoorziening “vervanging riolering” in te zetten ter dekking ineens van een deel van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte; 4. Instemmen met het overschot op de exploitatie huishoudelijk afval ten gunste van de voorziening "huishoudelijk afval" te laten vrijvallen en bij de Perspectiefnota 2023 beoordelen of de voorziening de maximaal toegestane stand van 10% van de omzet overschrijdt; 5. Instemmen met het verhogen van het krediet Keizer Karel College met € 540.000, dit te betrekken bij de actualisering van de investeringsplanning in de Perspectiefnota 2023 en de kapitaallasten te dekken uit de structurele stelpost voor kapitaallasten; 6. Instemmen met het overhevelen van het restantbudget van "predictive policing" en dit bedrag van € 90.000 in 2022 in te zetten ter versterking van de informatiepositie in de bestrijding van ondermijning; 7.
Kennisnemen van de actualisatie grondexploitatie en instemmen met het meerjarig wijzigen van de begroting ten gunste van de algemene reserve van per saldo € 2,2 miljoen;
1.2 Financiële afwijkingen per programma Voor 2021 wordt een nadelige bijstelling verwacht van het begrotingssaldo van € 32.000. De vermelde onderwerpen hebben geen doorwerking naar de begroting 2022 en verder. De Tweede Tijdvakrapportage bevat daarnaast pensioenvoorziening wethouders en OZB-inkomsten.
nog
enkele
p.m.-posten:
minimabeleid,
bedrag x € 1.000
Nummer
Omschrijving
Nadeel
1.1 1.2
Hulp bij het Huishouden WMO Begeleiding
Voordeel
1.3
Minimabeleid
pm
1.4
Transitievergoeding maatschappelijke begeleiding
113
1.5 1.6
Veranderopgave Inburgering Jeugdhulpaanbieder Levvel5
190
1.7
Motie Quick scan Inclusie en Anti-discriminatie
25
1
Totaal sociaal domein
2.1
Onderwijsbeleid en Leerlingenzaken
2.2
NME en schooltuinen
20
2.3
Sportbeleid en activering
130
350 325
118
1.003
118 190
Pagina 9
2
Totaal onderwijs en ontplooiing
0
4.1 4.2
Gladheidsbestrijding Baggeren
90
4.3 4.4
Buitenreclame Bedrijfs afval
50 117
4.5 4.6
Subsidie regeling verduurzamen bestaande woningen Zorgvlied afkopen van grafrechten en onderhoud
465 31
465 31
4.7 4.8
Zorgvlied startkrediet nieuw werfgebouw Amstelveenlijn / Knooppunt Ouderkerkerlaan
100 615
100 615
4.9 4
Groene pergola's Totaal openbare ruimte
45 1.513
45 1.426
5.1
Verduurzaming van gemeentelijke panden
5.2 5.3
Startkoop Investeringskrediet verbouwing raadhuis
5.4 5.5
Wonen en bouwen nieuw systeem woonruimteverdeling Bijdrage Regionale uitvoeringsagenda Wonen en overig Wonen en bouwen
5
Totaal ruimtelijke ontwikkeling
6.1 6.2
Burgemeester en wethouders Gemeenteraad en rekenkamer
6.3 6.4
Burgerzaken Handhaving Amsterdamse Bos
150
6
Totaal bestuur, bevolking en veiligheid
150
174
7.1 7.2
Programma digitale transformatie budgetten ICT eenmalig geld en ICT migratie Office en Exchange
327 0
327
7.3 7.4
Egalisatiereserve hardware Saamhorigheidsbudget
234 0
234
7.5 7.6
Bedrijfskleding Bedrijfsmiddelen
200 438
200 438
7
Totaal overhead
1.199
1.199
8.1 8.2
Renteparagraaf Dividend
8.3 8.4
Pensioenvoorziening (ex-) wethouders OZB-opbrengst
pm pm
8.5 8
Stelposten Totaal algemene dekkingsmiddelen
124 124
643
5.334
5.302
Subtotaal
170
0 242 1.103
1.345
1.402 78 46 50
330 313
-32
Aanvullend gemelde mutaties m.b.t. 2022 en verder
Pagina 10
242 1.103 37 20
Nadelig saldo begrotingsjaar 2021 Totaal begrotingsjaar 2021 en verder
340
0 nadeel:
-32
Beslispunt: 8. Instemmen met het meerjarig wijzigen van de begroting ten gunste van de algemene reserve voor de in paragraaf 1.2 “Financiële afwijkingen per programma” genoemde voor –en nadelen van per saldo € 32.000 nadelig;
1. sociaal domein 1.1 Hulp bij het Huishouden Er is t.o.v. 2020 sprake van 6,8% toename van klanten die HBH ontvangen. Na de invoering van het abonnementstarief blijft de vraag naar HBH zorg toenemen. Ook is er meer zorg ingezet de afgelopen maanden t.o.v. 2020 omdat er meer zorgmijders waren in 2020 wegens corona. Daarnaast is er sprake van een wijziging van de tarieven geweest als gevolg van de AmVB reële kostprijs Hulp bij het Huishouden. 1.2 WMO Begeleiding Het aantal aanvragen begeleiding is gestegen met 1,2%. Het aantal unieke klanten waarvoor begeleiding wordt ingezet is gestegen met 4,2%. Ook is de zorgzwaarte die ingezet wordt toegenomen vanwege de toenemende complexiteit van de zorgvraag. Daarnaast verwachten we in 2021 meer uit te geven omdat de groepen dagbesteding kleiner zijn en als gevolg hiervan wij meer corona-compensatie dienen te vergoeden en meer mensen aanspraak maken op individuele begeleiding. Ook voor 2021 heeft de VNG de principeafspraak met het Rijk gemaakt dat gemeenten reëel worden gecompenseerd voor alle corona gerelateerde meerkosten. Inschatting van de hoogte van de compensatie is nu nog niet te geven. 1.3 Minimabeleid Binnen de bijzondere bijstand is er sprake van een stijging in de uitgaven voor woonkostentoeslag, individuele inkomenstoeslag (iit) en de kosten voor inrichting/ huisraad/verhuizing/waarborgsom.
Voor het jaar 2021 is een inschatting gemaakt hoeveel aan vorderingen van de verstrekte leenbijstand zou worden terugontvangen. Omdat begin dit jaar gestart is met het actief promoten dat inwoners kwijtschelding kunnen aanvragen wanneer men 36 maanden aan hun betalingsverplichting hebben voldaan, ontvangen wij minder terug aan leenbijstand. Verder valt nog op te merken dat het aantal kwijtscheldingen dit jaar hoger ligt dan normaal omdat 3 jaar geleden een groot aantal statushouders naar Amstelveen is gekomen die nu na 36 maanden kwijtschelding van hun leenbijstand krijgen. Als deze toename blijft doorzetten dan vindt er mogelijk een overschrijding plaats van €350.000. 1.4 Transitievergoeding maatschappelijke begeleiding VluchtelingenWerk West en Midden-Nederland (VW WMN) heeft per 1 januari 2020, volgens het transitieplan en in opdracht van de gemeenten Aalsmeer en Amstelveen, de maatschappelijke en juridische begeleiding van statushouders in beide gemeenten overgenomen van Stichting Vluchtelingenwerk Amstelland (SVA) en is verhuisd naar de wijk. SVA betaalde in 2020 na liquidatie € 76.000 subsidie terug aan de gemeenten Amstelveen. De transitiekosten van de nieuwe organisatie zijn € 151.000 (aandeel Amstelveen € 113.000). Deze kosten zijn hoger dan verwacht. Door Corona waren de wijkcentra gesloten en is de verhuizing naar de wijk vertraagd.
1.5 Veranderopgave Inburgering De middelen voor de voorbereiding Veranderopgave Inburgering (VOI) zijn nog niet allemaal uitgegeven in 2021. Hiervoor zijn drie oorzaken. Ten eerste is de VOI met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. Ten tweede is het door krapte op de arbeidsmarkt nog niet gelukt alle vacatures ten aanzien van de inburgering in te vullen. Ten derde is (soms noodgedwongen door voorgaande reden) meer met eigen personeel uitgevoerd. Een deel van de voorbereidende taken zal hiermee ook in 2022 plaats moeten vinden. Voorgesteld wordt om € 87.000 over te hevelen naar 2022 (zie hoofdstuk 2 fasering). Een bedrag van € 118.000 kan vrijvallen. Voor 2022 verwachten we de beschikbare middelen geheel uit te geven.
Pagina 11
1.6 Jeugdhulpaanbieder Levvel5 In een seperate brief van 1 juli 2021 bent u reeds geïnformeerd over de continuïteitsproblemen van jeugdhulpaanbieder Levvel5 en een Amstelveense financiële bijdrage voor zorgcontinuïteit in de regio. Levvel5 is een jeugdhulpaanbieder in zes jeugdregio’s in Noord-Holland. Het aanbod van Levvel5 is aangemerkt als cruciale zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Medio februari van dit jaar kwamen er signalen dat Levvel5 in financiële moeilijkheden verkeert. Toen de ernst van de situatie helder werd, zijn maatregelen getroffen om de continuïteit van de zorg aan de bij deze instelling verblijvende cliënten te waarborgen én de expertise voor jeugdigen met een complexe problematiek in combinatie met een licht verstandelijke beperking (LVB) te behouden. Met als insteek de continuïteit van hulp aan kwetsbare jeugdigen en gezinnen zijn diverse opties waaronder faillissement overwogen. Betrokken gemeenten hebben unaniem besloten het grootste deel van de activiteiten voort te laten zetten binnen jeugdhulpaanbieder Levvel. Vanwege de ernst en spoed van de situatie heeft het college enkele maanden terug ingestemd met uitwerking van deze optie en met het doen van een bijdrage van maximaal € 189.768 daaraan ten behoeve van de zorgcontinuïteit in onze regio.
Omdat het om een bijzondere besteding van jeugdhulpmiddelen gaat, legt het college deze besluitvorming in deze tijdvakrapportage aan u voor. 1.7 Motie Quick scan Inclusie en Anti-discriminatie Voor de uitvoering van de motie Quick scan Inclusie en Anti-discriminatie vragen we een onafhankelijke partij om een Quick scan op bestaand beleid op het gebied van anti-discriminatie en inclusie uit te voeren. De kosten worden ingeschat op € 25.000. De uitkomsten van deze Quick scan worden in het 1e kwartaal 2022 aan u teruggekoppeld. 2. Onderwijs en ontplooing 2.1 Onderwijsbeleid en Leerlingenzaken In 2021 worden niet alle beschikbare middelen ingezet voor het onderwijsachterstandenbeleid. Door Corona en de 2e lockdown is er binnen de voorschoolse voorzieningen geen ruimte voor de implementatie van ouderbeleid. Corona is ook de reden dat er minder uitbreiding van kindplaatsen Peuterarrangement is gerealiseerd. De Rijksmiddelen OAB worden jaarlijks vastgesteld. De definitieve beschikking 2021 van het Rijk is nog niet ontvangen maar de verwachting is dat de beschikking niet meer wijzigt. Per saldo ontstaat er een voordeel van € 190.000. 2.2 NME en schooltuinen Er ontstaat een voordeel van € 20.000, doordat een aantal educatieve programma’s niet zijn doorgegaan.
Door de corona-maatregelen zijn de basisscholen een deel van het (school) jaar gesloten, ook na openstelling bleven scholen voorzichtig met bezoek aan educatieve locaties en het toelaten van docenten NME in de school. 2.3 Sportbeleid en activering Vanwege covid-19 zijn veel sportactiviteiten en sportevenementen niet georganiseerd waardoor er geen bijdrage vanuit de gemeente nodig was. Ook is er minder beroep gedaan op het subsidie voor duurzaamheidsinvesteringen. Hierdoor ontstaat een voordeel van € 130.000. 4. Openbare ruimte 4.1. Gladheidsbestrijding Op de gladheidbestrijding ontstaat een overschrijding van € 90.000. De verklaring hiervoor is dat er veel extra inzet is geweest in februari tijdens de extreme sneeuwval en de gladheid die daardoor ontstond. De kosten bestonden uit extra inhuur van aannemers en materieel en extra dooimiddelen.
Pagina 12
4.2 Baggeren Het bedrag dat we jaarlijks begroten voor baggeren is gebaseerd op de afspraak met Waternet en de Grondbank dat er jaarlijks ca. 15.000 m3 bagger gestort wordt. In het stedelijke gebied is de gemeente ontvangstplichtig voor de bagger uit de watergangen. De afgelopen jaren heeft Waternet vooral gebaggerd in de randen van Amstelveen, waar ook alternatieve afzet mogelijk was bij de agrariërs. Door het ter plaatse te verwerken en niet te storten bij de Grondbank wordt door Waternet geld bespaard en het scheelt de gemeente in de kosten om de bagger te ontvangen. Door de alternatieve afzet ontstaat in 2021 een incidenteel voordeel op het baggerbudget van € 170.000. Komende jaren gaat Waternet aan de slag in het stedelijk gebied en is de verwachting dat al het bagger wordt gestort bij de Grondbank. De verwachting is dan ook dat het budget dan wel volledig wordt benut. 4.3 Buitenreclame De opbrengsten uit hoofde van buitenreclame in de gemeente Amstelveen dienen voor 2021 naar beneden bijgesteld te worden. Deels komt dit door een forse teruggang in het aantal bushokjes (nu 122 in plaats van 155) door aangepaste dienstregelingen. De oorzaak is dat in de achterliggende periode veel dienstregelingen door de vervoersmaatschappijen zijn aangepast en daarmee de bushaltes zijn komen te vervallen.
Daarnaast is er al jarenlang een dalende trend zichtbaar in het aantal geplaatste (verlichte en onverlichte) lichtmast reclames (verwijzingsborden). In totaal wordt een tekort over 2021 verwacht van afgerond € 50.000. Dit tekort is voor € 60.000 van structurele aard en € 10.000 incidentele verrekeningen uit voorgaande jaren. Incidenteel wordt dit bedrag als nadeel verwerkt in de 2e Tijdvakrapportage. De structurele doorwerking en de dekking daarvan wordt betrokken bij de Perspectiefnota 2023. 4.4 Bedrijfsafval Bedrijfsafval verwacht een negatief saldo ten opzicht van de begroting van € 117.000. Door de sluiting van bedrijven tijdens de tweede lockdown, bijvoorbeeld in het stadshart, zijn de inkomsten (€ 160.000 nadeel) en uitgaven (€ 43.000 voordeel) lager dan begroot. 4.5 Subsidie regeling verduurzamen bestaande woningen De regeling is qua aantal aanvragen succesvol. Er zijn op dit moment 330 subsidies verleend waarvoor € 80.000 subsidie is toegekend. Voor de regeling is in 2021 € 625.000 beschikbaar. De prognose is dat er in Q3 en Q4 nog € 80.000 aan subsidies wordt toegekend. Dit betekent dat ongeveer € 465.000 niet besteed zal worden.
De onderbesteding wordt veroorzaakt door: de corona beperkingen, de regeling wordt veel gebruikt maar het betreft veelal kleine aanvragen, er werd verwacht dat een aantal VVE’s gebruik zouden maken van de regeling dit zijn in potentie relatief hoge bedragen, het voor inwoners steeds moeilijker wordt om een bedrijf te vinden die een offerte wil uitbrengen voor de werkzaamheden. Voorgesteld wordt om het budget te verlagen met € 465.000. De middelen worden daardoor niet onttrokken uit de reserve energietransitie en duurzaamheid en blijven beschikbaar voor duurzaamheidsprojecten in de komende jaren. 4.6 Zorgvlied afkopen van grafrechten en onderhoud Voor het onderhoud van graven worden afkoopsommen betaald die in tranches van 10 of 20 jaar ten gunste komen van de exploitatie voor het jaarlijks onderhoud. De hoogte van de jaarlijkse tranches is afhankelijk van de gestorte afkoopsommen en de gekozen looptijd. De tranche voor het onderhoud in 2021 uit de voorziening is gebaseerd op de stand van de voorziening 2019 en een verwachte storting in 2020. De werkelijke storting wijkt altijd af door bijvoorbeeld meer/minder gestorte afkoopsommen of doordat meer contracten worden afgesloten met een looptijd van 10 in plaats van 20 jaar. Dit heeft tot gevolg dat de tranche voor het onderhoud in 2021 e.v. ook aangepast moet worden (€ 31.000 lager dan begroot).
Pagina 13
4.7 Zorgvlied startkrediet nieuw werfgebouw Het in de Perspectiefnota vastgestelde startkrediet van € 100.000 voor de nieuwe werf op Zorgvlied is volledig ten laste van de egalisatievoorziening gebracht. Dit startkrediet zal gevolgd worden door een kredietaanvraag voor de gehele werf, en dient dan ook geactiveerd te worden. De huurlasten worden vervolgens jaarlijks ten laste van de egalisatievoorziening gebracht. 4.8 Amstelveenlijn / Knooppunt Ouderkerkerlaan In de Perspectiefnota 2022 is de eindafrekening van het project Knooppunt Ouderkerkerlaan opgemaakt. Helaas is recent gebleken dat het onderhandelingsresultaat met Vervoersregio als gevolg van de interactie met het project Amstelveenlijn niet juist is geïnterpreteerd. De overschrijding is € 175.000 euro hoger dan aangegeven in de Perspectiefnota 2022 (paragraaf 3.4.8. “eindafrekening knooppunt Ouderkerkerlaan”). Dit tekort kan worden gedekt uit de nog beschikbare middelen voor de ombouw Amstelveenlijn. Gelet op de nauwe verwevenheid van de onderhavige financiële afwikkeling met het project Amstelveenlijn is dit reëel. Op basis van de actuele inzichten lijken de nog beschikbare middelen van € 615.000 voldoende voor het opvangen van deze tegenvaller (€ 175.000) en het aanpassen van de hoog gelegen rotonden (€ 440.000) zoals ook gemeld in de Perspectiefnota 2022 (paragraaf 3.2.2. “Ombouw Amstelveenlijn”).
4.9 Groene pergola's In de raadvergadering van 20 juni 2021 is de motie groene pergola’s: innovatie in klimaatadaptatie aangenomen. In deze motie is besloten de onderzoekskosten ten laste van de reserve duurzaamheid te brengen. Voor het uitvoeren van het onderzoek is een budget van € 45.000 nodig, een standaardbedrag voor het doorlopen van een verkenningsfase bij (complexe) multidisciplinaire projecten. Het betreft, naast de inzet van een projectmanager, ambtelijke inzet van verschillende disciplines in werkgroepverband. Daarnaast is een participatietraject externe onderzoeks- en ontwerpkosten te verwachten. De kosten van deze onderzoeksfase worden in de 1e helft van 2022 gemaakt. Voorgesteld wordt om budget van € 45.000 over te hevelen naar 2022. 5. Ruimtelijke ontwikkeling 5.1 Verduurzaming van gemeentelijke panden Bij de perspectiefnota is er € 566.000 beschikbaar gesteld voor verduurzaming van de gemeentelijke panden. De verduurzamingswerkzaamheden worden gelijktijdig met de onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Daarom wordt het budget van € 566.000 toegevoegd aan de onderhoudsvoorziening beheer gebouwen.
5.2 Startkoop In het raadsvoorstel beleidsnotitie koopstarters (4 februari 2009) is besloten dat indien bij aankoop van tranches of bij de verkoop van de woning inkomsten voor de gemeente zijn, deze in afwachting van nadere besluitvorming over startersvoorzieningen, worden gestort in de bestemmingsreserve “Startkoop Amstelveen”. Na het eerste halfjaar 2021 is weer een aantal tranches en bijbehorend bloot eigendom verkocht. Hierdoor kan een storting plaatsvinden in de reserve Startkoop en Startersleningen van € 242.000. 5.3 Investeringskrediet verbouwing raadhuis Er wordt € 1,1 miljoen vanuit de onderhoudsvoorziening toegevoegd aan het investeringskrediet voor de verbouwing van het raadhuis. Dit betreft het bedrag wat voor het groot onderhoud in de komende jaren was gereserveerd. Deze werkzaamheden worden bij de verbouwing meegenomen. 5.4 Wonen en bouwen - nieuw systeem woonruimteverdeling Via de aanvullende voorstellen bij de begroting 2021 is € 72.000 (€ 50.000 eenmalig en € 22.000 structureel) beschikbaar gesteld voor implementatie- en uitvoering van een nieuw systeem voor de verdeling van sociale huurwoningen. Doordat de ontwikkeling van het nieuwe ICT-systeem door Woningnet meer tijd vraagt, zal het nieuwe systeem naar verwachting pas in 2022 operationeel zijn. Daarnaast zullen de kosten lager uitvallen. Voorgesteld wordt om € 35.000 over te hevelen naar 2022.
Het resterende deel van € 37.000 kan vrijvallen.
Pagina 14
5.5 Bijdrage Regionale uitvoeringsagenda Wonen en overig Wonen en bouwen In de regio wordt gewerkt aan een gezamenlijke Regionale Uitvoeringagenda Wonen, waarvoor een bijdrage van € 20.000 is gereserveerd. Inmiddels is duidelijk dat deze bijdrage dit jaar niet betaald hoeft te worden, waardoor de gereserveerde middelen vrijvallen. 6. Bestuur, bevolking en veiligheid 6.1 Burgemeester en wethouders Mede door de coronavirus is door het college per saldo € 49.000 minder besteed aan onder andere vervoerskosten, representatie en extern advies. Van het begrote salarisbudget resteert € 29.000. 6.2 Gemeenteraad en rekenkamer Mede door de coronavirus is door de gemeenteraad en de rekenkamer € 46.000 minder besteed aan onder andere representatie en extern advies. 6.3 Burgerzaken Vanaf 2019 loopt het aantal te verstrekken reisdocumenten drastisch terug. Dit wordt veroorzaakt doordat de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten per 2014 van 5 naar 10 jaar is gegaan. Vanaf 2024 wordt weer een toename van het aantal verstrekkingen verwacht. Door deze reisdocumenten dip worden er minder documenten verstrekt en wordt een tekort verwacht van € 150.000. 6.4 Handhaving Amsterdamse Bos De post ‘handhaving Amsterdamse Bos’ kent voor 2021 een onderschrijding van € 50.000. Over de toekomstige besteding van het handhavingsbudget voor het Amsterdamse bos wordt u later een voorstel voorgelegd.
Dit is mede afhankelijk van de bestuurlijke besprekingen met de gemeente Amsterdam, alsmede de uitkomsten van het door het Amsterdamse bos ingezette participatieproces. 7. Overhead 7.1 Programma Digitale transformatie In 2019, het eerste jaar van de Digitale Transformatie, is een deel (€ 590.000) van het budget van Digitale Transformatie niet benut. Op advies van de Geschilcommissie is in 2020 besloten om een reserve Digitale Transformatie AA in te stellen. Dit besluit is vastgelegd in de Perspectiefnota 2021. Het doel van de reserve is om te voorzien in een overleg-extensieve manier waarin de AA organisatie als opdrachtgever van het programma kan inspelen op de dynamiek van digitalisering en ICT. De reserve kan worden ingezet voor afwijkingen in kosten en scope van de projecten in het uitvoeringsplan, en om nieuwe projecten uit te kunnen voeren die door actuele ontwikkelingen noodzakelijk zijn geworden. In 2021 wordt € 326.500 aan de reserve Digitale Transformatie AA onttrokken, en in 2022 € 230.000. 7.2 budgetten ICT eenmalig geld en ICT migratie Office en Exchange Voor de budgetten ICT eenmalig geld en ICT migratie Office en Exchange zijn verschillende resultaten vastgelegd. Waaronder de migratie van Exchange- en Office omgeving, het inrichten van een nieuwe werkplek en de uitrol van thuiswerkvoorzieningen.
Door de toegenomen afhankelijkheid van de AA organisatie van digitale informatie, is er binnen deze projecten een sterke focus komen te liggen op de veiligheid van de AA informatiesystemen, software en hardware. Omdat het afgelopen Corona jaar de aandacht met name was gericht op een snelle uitrol van voorzieningen, waaronder de netwerk, server en thuiswerkvoorzieningen, wordt dit jaar specifieke aandacht gegeven aan de veiligheid, continuïteit en monitoring. Vanwege de samenhang zijn deze kredieten overgeheveld naar het krediet hardware fase 2. Het betreft een bedrag van € 346.000
Pagina 15
7.3 Egalisatiereserve vervanging hardware In 2020 is een egalisatiereserve ingericht om vervanging van hardware op te kunnen vangen. De inrichting van een egalisatiereserve is een advies, dat is opgevolgd uit de IT reviews. Op deze wijze is de toekomstige vervanging van de in omloop zijnde hardware, een belangrijk aspect in de achterliggende besluitvorming, gewaarborgd. De dotatie en onttrekkingen zijn nog niet goed verwerkt in de meer jaren begroting. De storting bedraagt in 2021 € 880.000, de begrote onttrekking is dit jaar € 233.800. 7.4 Saamhorigheidsbudget Vanwege de Corona-maatregelen wordt het saamhorigheidsbudget (waaronder het einde jaarfeest) dit jaar niet besteed en gereserveerd in het bedrijfsvoeringsfonds. 7.5 Bedrijfskleding In 2021 is het nieuwe kledingpakket opnieuw aanbesteed. De verouderde en verlopen overeenkomst is als volledig exploiteerbaar pakket (aankoop, bewassing en vervanging) in de markt geplaatst. De aanvangsinvestering wordt betaald uit een reservering binnen het Ideaalcomplex. Deze bedraagt € 100.000 in 2021 en voor 2022 en 2023 beide jaren € 100.000. Dit is een mutatie op de huidige begroting welke uitging van € 400.000 in 2021. De jaarlijkse dotatie aan de reserve is verlaagd met € 13.000, en toegevoegd aan het budget voor de jaarlijkse beheerkosten welke zijn toegenomen door o.a. extra bewassing.
In de eerste 2 jaar zal een toetsing op de exploitatie plaatsvinden op passende jaarlijkse dotatie en mogelijke bijstelling. Met dit nieuwe kledingpakket wordt invulling gegeven aan de bestuurlijke wens van circulariteit, alle gebruikte kleding gaat terug in omloop. Zowel de makelij als het bewassingsproces voldoen aan verduurzaamde en milieuvriendelijke criteria. 7.6 Bedrijfsmiddelen Op Gladheid dient wegens gebrek aan capaciteit/expertise de inkoopvoorbereiding nog te starten. Dit budget van €438.300 word overgeheveld naar 2022. De levering van een aantal nieuwe elektrische voertuigen die zijn besteld voor groen in 2021 is onzeker door de chips-schaarste. Vooralsnog verwachten we dat levering nog dit jaar plaatsvindt. 8. Algemene dekkingsmiddelen 8.1 Renteparagraaf De renteparagraaf sluit met een overschot van € 330.000. Dit betreft vrijval van een stelpost en een lagere dotatie aan de voorziening Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) door verlaging van de interne rekenrente van 3,5% naar 3,0%. 8.2 Dividend In de begroting 2021 en 2022 (boekjaren 2020 respectievelijk 2021 van Stedin) is door een winstwaarschuwing van Stedin geen dividenduitkering begroot. Stedin keert over 2020 toch dividend uit. Dit betekent voor 2021 een financieel voordeel van € 305.000. Daarnaast is de dividenduitkering van de BNG € 8.000 euro hoger dan begroot.
De BNG heeft op nadrukkelijke aanbeveling van de Europese Centrale Bank de uitkering opgeschort. Eind juli 2021 heeft de ECB aangekondigd de dividendrestricties te laten vervallen vanaf 1 oktober 2021. BNG Bank zal daarom in oktober 2021 het gereserveerde dividend over beide boekjaren ter grootte van € 380.000 uitkeren, waarvan € 120.000 betrekking heeft op de dividenduitkering in 2020. 8.3 Pensioenvoorziening (ex-)wethouders Bij opmaak van de jaarrekening 2021 wordt de voorziening (indien noodzakelijk) aangepast door wijziging van de externe rekenrente. Voor de berekening wordt de 25 jaarsrente gehanteerd van de nominale rentetermijnstructuur pensioenfondsen zero coupon per 30 september. Ten opzichte van september vorig jaar is de rente gestegen, maar vanaf mei is de trend onzeker. Bij een hogere rente ten opzichte van september 2020 kan een bedrag vrijvallen uit de voorziening.
Pagina 16
8.4 OZB-opbrengst Door de coronacrisis is nog niet goed te bepalen hoe hoog de opbrengst en kwijtschelding zal worden. Als bij de opmaak van het voorstel "budgetoverheveling" meer bekend is zal het daarin worden opgenomen als het een significante afwijking betreft. 8.5 Stelposten (totaal nadeel € 124.000) De stelpost nominaal heeft een gering incidenteel tekort in 2021 van € 29.000. Op de stelpost areaal resteert incidenteel € 5.000. De stelpost areaal wordt in samenhang met de septembercirculaire beoordeeld (mutaties verdeelmaatstaven). De structurele doorwerking is meegenomen in de Perspectiefnota 2022. De taakstellende stelpost onderuitputting is voor € 100.000 niet ingevuld. Dit betekent een incidenteel tekort in 2021. De stelpost onvoorzien -thans € 98.000- valt incidenteel vrij bij de jaarrekening 2021 als er in het resterende deel van dit jaar geen beroep op wordt gedaan.
1.3 Begrotingsrechtmatigheid Voor de volgende begrotingsposten geldt dat zowel het niveau van uitgaven als inkomsten toeneemt. Per saldo heeft het geen invloed op het verwachte rekeningresultaat. Om de uitgaven rechtmatig te besteden moet de raad instemmen met het wijzigen van de begroting: bedrag x € 1.000
2021
2022
2023
2024
Uitgave Inkomst 0
saldo 0
saldo 0
saldo 0
0
0
0
Nummer 1.1
Omschrijving pilot specialistische jeugdhulp op SBO de Bloeiwijzer
1.2 1.3 1.4
Woonplaatsbeginstel specialistische jeugdhulp Aanpak dak- en thuisloosheid Blokhuismiddelen
0 180 630
180 630
1.5
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)
2.896
2.896
1
Totaal sociaal domein
3.706
3.706
2.1
Extra inzet sport en beweegnota
2.2
Subsidie Provinciaal Noodfonds Sociale Infrastructuur aan culturele instellingen
498
498
2.3 2.4
Nationaal Plan Onderwijs Extra inzet capaciteit onderwijsbeleid
pm 0
pm
pm 0
0
0
2.5
Onderwijshuisvesting verrekening met gebruikers
165
165
0
0
0
2.6
Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK)
1.140
1.140
2.7
Specifieke uitkering stimulering sport ijsbanen en zwembaden (SPUK-IJZ)
795
795
2
Totaal onderwijs en ontplooiing
2.598
2.598
0
0
0
0 0
0
3.1
Grondbank
300
300
3
Totaal economie en duurzaamheid
300
300
0
0
0
4.1
Aanleg glasvezelnetwerk
308
308
0
0
0
4.2
Aanleg stadsstrand aan de Poel
61
4.3 4.4
Provinciale subsidie verduurzamen koopwoningen Rijkssubsidie regeling Reductie energiegebruik woningen
55 259
55 259
0
4
Totaal openbare ruimte
683
622
0
0
0
Pagina 17
5.1
Aanleg stadsstrand aan de Poel
-61
5.2 5.3
Beheer vastgoed Ruimtelijke ontwikkelingen - budget gesneefde projecten
-94
5.4 5.5
Pilot "onder de pannen" Meerjarige Projecten Grondexploitaties (MPG)
-20 488
5
Totaal ruimtelijke ontwikkeling
6.1 6
-94 0
0
0
-20 488
0 0
0 0
0
313
374
0
0
0
Regionale samenwerkingen Totaal bestuur, bevolking en veiligheid
362 362
362 362
0
0
0
7.1
Diverse uitkeringen (zwangerschaps- en bevallingsverlof en ziekte)
166
166
7.2 7
Ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen Totaal overhead
397 563
397 563
0 0
0 0
0 0
8.1
Aankoop preferente aandelen Stedin
290
290
8.2 8
OZB-opbrengst niet woningen Totaal algemene dekkingsmiddelen
290
0 290
0
0
0
8.815
8.815
0
0
0
Totaal
Beslispunt: 9. Instemmen met het meerjarig wijzigen van de begroting voor de in paragraaf 1.3 “Begrotingsrechtmatigheid programma’s” vermelde budgettair-neutrale wijzigingen;
1. sociaal domein 1.1 Pilot specialistische jeugdhulp op de SBO Bloeiwijzer In het schooljaar 2020/2021 is er in het kader van een pilot specialistische jeugdhulp van jeugdhulpaanbieder Altra ingezet op SBO de Bloeiwijzer. De inzet van Altra werd gefinancierd uit maatwerk dienstverlening 18-. De evaluatie van de pilot heeft erin geresulteerd dat de inzet van jeugdhulp op de Bloeiwijzer voor het schooljaar 2021/2022 niet meer wordt ingevuld door Altra maar door 8 uur per week een Jeugdhulpverlener (JHV-er) in de school. Naar verwachting kan zo beter worden gewerkt aan de doelstelling om thuisnabije betere hulp te bieden aan kinderen en ouders als ook passende ondersteuning voor leerlingen en leerkrachten van de Bloeiwijzer. Voorgesteld wordt om voor de 8 uur inzet van een JHV-er op de Bloeiwijzer vanaf start schooljaar 2021/2022 structureel € 23.000 per jaar over te hevelen van taakveld maatwerk dienstverlening 18- naar taakveld ondersteuning organisatie (programma 7). Voor 2021 gaat het om een bedrag van € 8.000 1.2 Woonplaatsbeginsel specialistische jeugdhulp De financiële consequenties voor kosten voor specialistische jeugdhulp door de verandering van het woonplaatsbeginsel per 2022 komen ten laste van maatwerkdienstverlening 18-. We weten nog niet of de kosten hoger of lager zijn dan de huidige kosten.
Dit komt doordat de gemeente verantwoordelijk wordt voor nieuwe jeugdigen, maar ook de verantwoordelijkheid voor jeugdigen overdraagt aan andere gemeenten. Dit wordt in de loop van 2022 definitief duidelijk. Voor de voorbereiding hierop is geen rijksbijdrage toegekend. Voor Amstelveen is hiervoor 0,6 fte jeugdhulpverlening en administratieve ondersteuning benodigd. Voorgesteld wordt om de kosten hiervoor ad € 56.000, te dekken uit maatwerk dienstverlening 18-.
Pagina 18
1.3 Aanpak dak- en thuisloosheid Alle regiogemeenten hebben middelen ontvangen in 2020 en 2021 voor de aanpak dak- en thuisloosheid. Deze middelen zetten we als Amstelland gemeenten gezamenlijk in, waarbij Amstelveen de middelen beheert. De middelen zijn en worden in 2021 en 2022 ingezet voor een woonzorganalyse, om extern advies in te winnen over governance en samenwerkingsafspraken en om capaciteit in te zetten voor het realiseren van tijdelijke woonplekken in de Amstelland gemeenten voor economisch dak- en thuislozen. 1.4 Blokhuismiddelen Het vraagstuk van economisch dak- en thuislozen is een verantwoordelijkheid die we in Amstelland gezamenlijk oppakken. Het Rijk heeft € 4 miljoen, de zogenaamde Blokhuismiddelen, beschikbaar gesteld aan de gemeente Amsterdam voor de realisatie van tijdelijke woonplekken en passende begeleiding in de vijf gemeenten van Amstelland. De gemeente Amstelveen beheert deze middelen. De middelen geven ons een kans om (regionale) plannen te ontwikkelen om (tijdelijke) huisvesting en passende begeleiding te organiseren voor economisch daklozen. We verwachten in 2021 een bedrag te besteden van € 630.000. Deze middelen zijn besteed aan begeleiding van economisch dak- en thuislozen, opvang in hotels, en realisatie van diverse tijdelijke woonplekken in Amstelveen. De resterende middelen worden in 2022 ingezet.
1.5 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers De Tozo is een regeling die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Daarnaast bestaat de regeling uit een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. In de zomer heeft de Rijksoverheid aangegeven de Tozo per 1 oktober 2021 te beëindigen en worden ondernemers verwezen naar de Bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Deze Bbz wordt vereenvoudigd uitgevoerd tot 1 januari 2022. Daarna wordt de Bbz weer op de reguliere wijze uitgevoerd. Inclusief de derde bevoorschotting waarover het Rijk in de zomer heeft gecommuniceerd is de verwachting dat de gemeente Amstelveen in 2021 in totaal € 4.475.000 ontvangt van het Rijk. Bij de 1e tijdvak is van dit bedrag al € 1.580.000 opgenomen. Geschat wordt dat € 520.000 van het toegekende budget 2021 benodigd zal zijn voor de uitvoering van de Tozo regeling, gebaseerd op het huidige aantal toekenningen. De verantwoording vindt plaats via de SiSa bijlage in de Jaarrekening 2021. Het Rijk heeft tot heden een bedrag verstrekt van € 22 miljoen (waarvan € 16 miljoen in 2020) voor Amstelveense ondernemers. Van het verstrekte bedrag dit jaar heeft € 1 miljoen betrekking op een (voorlopige) nabetaling over 2020.
Dit laatste bedrag staat gereserveerd op de balans. 2. Onderwijs en ontplooing 2.1 Extra inzet sport en beweegnota De sport en beweegnota heeft vanwege de coronarestricties een langduriger en tijdrovend participatietraject moeten doorlopen, waardoor meer inzet benodigd was. Voor de werkzaamheden in 2021 wordt € 20.000 uit de sportbegroting overgeheveld naar de bedrijfsvoering ter dekking van de extra inhuur.
Pagina 19
2.2 Subsidie Provinciaal Noodfonds Sociale Infrastructuur aan culturele instellingen De provincie Noord-Holland heeft in 2020 vanwege de coronacrisis een Provinciaal Noodfonds Sociale Infrastructuur van € 10 miljoen in het leven geroepen. Het resterende budget van € 4 miljoen wordt dit jaar verdeeld. Op 7 september 2021 hebben Gedeputeerde Staten positief besloten op onder meer de aanvraag van de gemeente Amstelveen voor vijf culturele instellingen. Er is € 498.000 beschikbaar gesteld voor Amsterdamse Bostheater, VU Cultuurcentrum Griffioen, Poppodium P60, Schouwburg Amstelveen en Cobra Museum voor Moderne Kunst. De gemeente Amstelveen heeft aanvullende corona gerelateerde subsidie en huurkwijtschelding toegekend aan deze instellingen voor een totaalbedrag van € 566.000, waarmee de gemeente ruim tegemoetkwam aan de matchingsvereiste van het Provinciaal Noodfonds om 35% bij te leggen. De bijdrage van de provincie wordt toegekend aan de gemeente Amstelveen en vervolgens één op één overgemaakt aan de betreffende culturele instellingen. 2.3 Nationaal Plan Onderwijs Vanuit het rijk zijn er middelen beschikbaar gesteld om de achterstanden in het onderwijs aan te pakken. Behalve de scholen, krijgt ook de gemeente een bedrag. Dit is meer gericht op de zaken waar de gemeente verantwoordelijk voor is, zoals leerplicht, zorg, cultuur en sport.
De beschikking met de verdeling over de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 is nog niet beschikbaar. De hoogte van het bedrag staat op de site van het ministerie OCW en komt voor de twee schooljaren uit op € 1.585.600. De verantwoording gaat via de SISA bijlage in de jaarrekeningen. Voor de besteding van deze middelen wordt een plan ontwikkeld, dat wordt afgestemd met de kinderopvang en de scholen. In het vierde kwartaal 2021 moet het plan gereed zijn en wordt dit bestuurlijk voorgelegd. 2.4 Extra inzet capaciteit onderwijsbeleid In de Onderwijsagenda, vastgesteld in 2019, is ruimte voor uitbreiding van de capaciteit voor onderwijs van € 101.000 gecreëerd. Deze inzet is afgelopen jaren incidenteel omgezet naar de bedrijfsvoering. Nu wordt dit structureel gemaakt. Dit is nodig door de ambities en blijvende uitdagingen als onderwijsachterstanden, internationalisering, een toename van nieuw te stichten scholen, ontwikkelingen in de regio en het Regionaal plan onderwijsvoorzieningen (RPO), lerarentekort en de versterking van het VMBO. Bovendien is er de autonome ontwikkeling: meer schoolbesturen en groei van de populatie. 2.5 Onderwijshuisvesting verrekening met gebruikers De gemeente is verantwoordelijk voor het aard- en nagelvaste onderhoud van scholen.
Daarnaast komen ook aanvragen vanuit scholen binnen voor overige onderhoudswerken, zoals vervangen van defecte kranen en ontstoppen van toiletten. Amstelveen biedt als service aan dat zij deze opdrachten in de markt uitzetten en de kosten doorbelasten aan de scholen. De afgelopen jaren zijn deze aanvullende opdrachten c.q. de door te belasten kosten toegenomen. Voor een juist beeld van de begroting worden zowel de kosten als inkomsten structureel budgettair neutraal verhoogd. 2.6 Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK) Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK) betreft een specifieke uitkering welke gemeenten kunnen aanvragen voor het BTW-nadeel dat gemeenten lijden door de verruiming van de sportvrijstelling in de Wet omzetbelasting per 1 januari 2019. De mutaties zijn naar verwachting gelijk aan 100% van het in mei 2021 aangevraagde bedrag van afgerond € 1,1 miljoen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2021 wordt verantwoording afgelegd in de zogenoemde SISA bijlage of de uitgaven in het betreffende kalenderjaar daadwerkelijk zijn uitgegeven.
Pagina 20
2.7 Specifieke uitkering stimulering sport ijsbanen en zwembaden (SPUK-IJZ) Specifieke uitkering stimulering sport ijsbanen en zwembaden (SPUK-IJZ) betreft een uitkering welke gemeenten kunnen aanvragen voor het exploitatienadeel dat gemeenten lijden door de corona-crisis. De mutaties zijn naar verwachting gelijk aan 100% van de aanvraag voor het jaar 2020. Zwembaden en ijsbanen zijn een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse sportinfrastructuur. Gemeenten en exploitanten van deze accommodaties hebben er het afgelopen jaar alles aan gedaan om deze accommodaties open te houden. Vanwege de coronamaatregelen was dit economisch niet rendabel, maar het was maatschappelijk wel zeer wenselijk. Om de financiële gevolgen te verzachten is er voor 2020 de compensatieregeling SPUK-IJZ vanuit het rijk beschikbaar gesteld. De gemeente Amstelveen heeft hiervoor in augustus 2021 een uitkering ontvangen van afgerond € 0,8 miljoen en de compensatie uitgekeerd aan de exploitant. 3. Economie en duurzaamheid 3.1 Grondbank Waternet heeft in het achterliggend jaar het baggerwerk weer opgestart. In de achterliggende jaren was door onder andere de PFAS-problematiek veel lagere aanvoer van bagger. Voor 2021 was daarom een conservatieve planning opgesteld. De werken van Waternet richtten zich in 2021 met name op het buitengebied.
Hier kon de bagger grotendeels op de kanten gezet worden, waardoor er minder bagger richting de Grondbank kwam. Maar regionaal is sprake van het op gang komen van een aantal werken bij derden waardoor de behoefte aan afzet van bagger is toegenomen. De Grondbank Amstelveen is hiervoor een gunstige afzetlocatie, waardoor aanzienlijke hoeveelheden bagger bij de Grondbank zijn aangeboden. Dit leidt tot een toename van de inkomsten van € 300.000. Met een deel van deze inkomsten was in de planning 2021 rekening gehouden. Daarnaast is door afvoer van bagger en renovatie van de composteringsvoorziening sprake van niet begrote uitgaven. Per saldo houden de inkomsten en uitgaven elkaar in evenwicht dit begrotingsjaar. 4. Openbare ruimte 4.1 Aanleg glasvezelnetwerk De aanleg van een glasvezelnetwerk is nodig om inwoners en bedrijven toegang te bieden tot hoogwaardige digitale connectiviteit, middels de aanleg van glasvezel. Dit is een vereiste om mee te gaan in de verdere digitalisering, welke onze economie en maatschappij in een rap tempo transformeert. Verder wil de gemeente aansluiting van inwoners en bedrijven op glasvezel door telecomoperators tegen betaalbare aansluit- en maandkosten. De gemeente ontvangt bij aanleg van glasvezel van de telecomoperators een bedrag voor leges, toezichthouden en degeneratiekosten.
Onder degeneratie wordt verstaan de versnelde achteruitgang in kwaliteit van de wegverharding door het graven van sleuven. Dit kan leiden tot een vermindering van de levensduur van de verharding en tot klachten over de kwaliteit hiervan. De ontvangen vergoeding zou toereikend moeten zijn om de kosten te dekken. In de begroting worden zowel de uitgaven als de inkomsten voor de komende 4 jaar (duur van de overeenkomst) verhoogd, per saldo budgettair neutraal. 4.2 Aanleg stadsstrand aan de Poel Uit het budget Facelift Oude Dorp (taakveld 8.1) wordt de aanleg van het Stadsstrand aan de Poel bekostigd (taakveld 5.7). Hiervoor wordt een budget van € 61.000 overgeheveld tussen beide taakvelden. 4.3 Provinciale subsidie verduurzamen koopwoningen De provincie heeft voor de periode 2019, 2020 en 2021 een subsidie toegekend voor een aantal projecten gericht op het verduurzamen van woningen. In totaal gaat het om € 55.000. Deze subsidie zal in 2021 worden besteed.
Pagina 21
4.4 Rijkssubsidie regeling Reductie energiegebruik woningen Op 4 maart 2021 is een specifieke uitkering van € 518.000 toegekend voor de uitvoering van de regeling Reductie energiegebruik woningen (RREW 2020). Deze middelen worden conform de regeling in 2021 en 2022 ingezet voor het verduurzamen van huur- en koopwoningen. 5. Ruimtelijke ontwikkeling 5.1 Aanleg stadsstrand aan de Poel Zie toelichting bij programma 4. 5.2 Beheer vastgoed Jaarlijks worden de begrotingskaders van de vastgoedportefeuille geactualiseerd op basis van de actuele pandenbegroting. Zowel de huurniveaus als de onderhoudsniveaus worden aangepast op basis van deze actuele raming. 5.3 Ruimtelijke ontwikkelingen - budget gesneefde projecten In aanloop naar de Omgevingswet wordt samen met de raadswerkgroep ‘Omgevingsvisie’ gewerkt aan een nieuwe opzet rondom participatie in het fysieke domein. Vooruitlopend daarop is er aanleiding om in de bestaande ‘Werkwijze Ruimtelijke Ontwikkelingen’ participatie eerder in het proces van planvorming te verankeren. Deze aanpassing in de werkwijze betekent dat aan de voorkant meer wordt geïnvesteerd, ook in menskracht, waardoor kosten aan de achterkant hopelijk kunnen worden voorkomen. Daarom kan het binnen de meerjarenbegroting beschikbare budget voor zogeheten ‘gesneefde projecten’ hiervoor worden benut.
Dit kan worden gerealiseerd door een verschuiving van € 175.000 tussen taakvelden (8.1 Ruimtelijke ordening en taakveld 8.2 Grondexploitaties) binnen programma 5 van de gemeentebegroting vanaf 2022. Ervaringen die in 2022 worden opgedaan met deze nieuwe werkwijze moeten inzicht geven in de mate waarin deze kostenverschuiving ook daadwerkelijk optreedt. 5.4 Pilot onder pannen Via de aanvullende voorstellen bij de begroting 2021 is voor de jaren 2021-2023 totaal € 70.000 voor het project “Onder de Pannen” opgenomen. Het rijk heeft de zogenaamde Blokhuismiddelen beschikbaar gesteld aan de gemeente Amsterdam (zie toelichting 1.4 Blokhuismiddelen bij het onderdeel begrotingsrechtmatigheid). De pilot “Onder de Pannen” is onderdeel van de Blokhuismiddelen waardoor de uitgaven en inkomsten op programma 5 kunnen worden verlaagd. 5.5 Meerjarige Projecten Grondexploitaties (MPG) Het effect van de bijstellingen van de prognoses van de projecten ruimtelijke ontwikkelingen uit het MPG hebben een meerjarig effect op diverse taakvelden en programma’s. De bijstellingen hebben effect op de uitgaven en inkomsten en worden om diverse redenen verschoven naar eerdere of latere jaren. De toelichting per project volgt hieronder. Middenwaard Voor het project Middenwaard is de verwachting dat er in 2021 voor € 264.400 minder aan kosten worden gemaakt. Deze kosten zijn doorgeschoven verder in de tijd.
Reden hiervoor is dat het plan meer vertraging heeft opgelopen en er in 2021 niet gestart zal worden met de eerste grondwerkzaamheden.
Pagina 22
De Loeten (facilitair) De kosten bouw- en woonrijpmaken voor 2021 zijn lager omdat prognose is dat de uitvoering niet in 2021 zal plaatsvinden, de overige kosten zijn doorgeschoven naar latere jaarschijven, het betreft een bedrag van € 454.000. Mogelijk wordt dat eind 2021 nog verder verlaagd. Vanwege de op handen zijnde ondertekening van meerdere overeenkomsten zijn de exploitatiebijdragen in dit project geactualiseerd voor wat betreft de hoogte en de fasering. Voor het jaar 2021 betekent dit een toename van de geraamde inkomsten van € 1.300.000. Voor de totale begroting van het project is er per saldo een verbetering van € 653.000 te melden, welke geheel in 2021 plaatsvindt. Dit is veroorzaakt door het verlagen van een buffer ter afdekking van risico’s i.v.m. de dekking uit de inkomsten. Het overige deel van de verhoging in 2021 is het gevolg van het actualiseren van de fasering. De genoemde mutaties resulteren in een verbetering van de eindwaarde met € 625.000. Kronenburg In juli heeft de raad de facilitaire en actieve grondexploitaties Uilenstede-Kronenburg vastgesteld. Ten opzichte van het vastgestelde besluit heeft in de zomer een interne wijziging in de cijfers plaatsgevonden. De exploitatiebijdragen voor de plankosten zijn met het vaststellen van het bestemmingsplan door de raad verhaald op de ontwikkelende partijen.