Toelichting vastgesteld bp Stadsplein Bioscoop
Tekst van het document
TOELICHTING Bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 1
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Handhaving HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Bodem 7.2 Water 7.3 Archeologie 7.4 Verkeer en parkeren 7.5 Geluid 7.6 Luchtkwaliteit 7.7 Windhinder 7.8 Externe veiligheid 7.9 Flora en fauna 7.10 Duurzaam bouwen en energie 7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.)
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
3 3 3 3 3 4 4 5 7 8 8 8 10 10 10 11 14 14 15 17 17 17 18 20 25 25 26 30 31 33 35 36 36 38 40 41
pagina 2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding Er is een initiatief binnen gekomen met het verzoek een bioscoop te realiseren in het winkelcentrum van Amstelveen. De bioscoop krijgt 7 zalen, dit is nodig om een gevarieerd aanbod aan films te kunnen leveren, met maximaal 1200 stoelen. Doel Met de komst van een bioscoop wil het college invulling geven aan haar doelstellingen om het Stadshart als geheel, en ook specifiek het Stadsplein, een kwalitatieve impuls te geven. De realisatie van de bioscoop zorgt ervoor dat het Stadsplein verlevendigd wordt en het voorzieningenniveau aangevuld wordt, passend bij een gemeente van 90.000 inwoners, groeiend naar een gemeente van 100.000 tot 110.000 inwoners.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
Het project is gesitueerd ten noorden van de A9 aan de zuidzijde van het Stadshart, aan het Stadsplein. De ingang van de bioscoop komt op de plek waar nu de ingang van Platform C gesitueerd is. De bebouwing van de Bioscoop wordt aan de achterzijde gerealiseerd, aan de Meander, naast het busstation.
Luchtfoto locatie
1.3 Geldende bestemmingsplannen
Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Amstelveen Stadshart. Deze geldende bestemmingsplan komen met het in werking treden van dit bestemmingsplan gedeeltelijk te vervallen.
1.4 Leeswijzer
In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten van het ruimtegebruik voor de komende tien jaar gegeven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Om een indruk te krijgen wat met het bestemmingsplan wordt beoogd en hoe het juridisch vertaald wordt, is het lezen van deze hoofdstukken voldoende. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 3
HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten
Het bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop komt overeen met de Structuurvisie 2025+/uitvoeringsparagraaf. In hoofdstuk zes wordt nader ingegaan op de relatie tussen het bestemmingsplan en de structuurvisie. Tevens wordt het overige relevante beleid hier behandeld. Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief Op 18 november 2020 is het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief (ROP) 2020 vastgesteld. Dit is de opvolger van ROP 2016. De Bioscoop is één van de vier opgaven om het gebied ten noorden en ten zuiden van de A9 met elkaar te verbinden. Ook ligt er een opgave om het stadsplein 's avonds gezelliger te krijgen. Dat kan door de toevoeging van een bioscoop. Ruimtelijke Uitwerking Visie Stadshart Amstelveen Een bioscoop past ook in de Ruimtelijke Uitwerking Visie Stadshart Amstelveen die op 21 juni 2017 in de gemeenteraad is vastgesteld. Daarin is benoemd dat een veelzijdig centrum ruimte heeft voor een bioscoop, zodat meer jongeren in het centrum komen. Belangrijk aandachtspunt is de levendigheid ‘s avonds. Het winkelcentrum is dan gesloten. In de avonduren is er niet veel te beleven. Om het plein in de avond aantrekkelijker te maken zijn avondfuncties gewenst, zoals restaurants, cafés en een bioscoop Door het toevoegen van een bioscoop wordt het economische draagvlak van het Stadshart versterkt en wordt de levendigheid in het Stadshart ook in de avonduren bevorderd.
Hoogbouwvisie Op 2 oktober 2019 is door de raad de Hoogbouwvisie vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in het Stadshart hoogbouw aanwezig is en is ook aangemerkt als potentiële hoogbouwzone. Startnotitie Bioscoop Stadsplein Op 12 juni 2019 is de startnotitie vastgesteld door de raad. Een Startnotitie geeft het ruimtelijk kader en de randvoorwaarden op basis waarvan deze bestemmingsplanprocedure kan worden doorlopen. De Startnotitie geeft inzicht in de ruimtelijke raakvlakken en maatschappelijke en financiële overwegingen waar het project mee te maken heeft of kan hebben en of het op die basis haalbaar is om verder te gaan met het project. Daarnaast vervult de procedure van een startnotitie een belangrijke rol bij de participatie van belanghebbenden. Met de realisatie van een bioscoop wil het college invulling geven aan haar doelstellingen om het Stadshart als geheel, en ook specifiek het Stadsplein, een kwalitatieve impuls te geven. De realisatie van de bioscoop zorgt ervoor dat het Stadsplein verlevendigd wordt en het voorzieningenniveau aangevuld wordt. Gebiedsvisie Traverse A9Stadshart Op 2 juni 2021 heeft de raad de Gebiedsvisie Traverse A9Stadshart vastgesteld. Het hart van Amstelveen wordt de komende jaren ingrijpend gewijzigd. De A9 wordt ter hoogte van het Stadshart verdiept aangelegd en voorzien van een overkapping.
Het bestaande viaduct over de Keizer Karelweg met toe en afritten verdwijnt. Er komt een compleet nieuwe aansluiting op het gemeentelijk wegennet met een andere ontsluiting van het Stadshart. Dat geeft een eenmalige en unieke kans om de barrièrewerking van de A9 te verminderen en het Stadshart beter bereikbaar en toegankelijker te maken. De Gebiedsvisie is opgesteld hoe dit moet gebeuren. Het betreft het gebied dat grotendeels pas beschikbaar komt na de realisatie van de verdiepte A9 eind 2026. Het realiseren van Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 4
een bioscoop nabij de nieuwe afrit van de A9 maakt deel uit van deze Gebiedsvisie. Doelstelling is om met de bioscoop een nieuwe publiekstrekker te realiseren in een aantrekkelijk gebouw, zodat deze locatie verandert van een achterkantsituatie nu naar één van de nieuwe belangrijke entrees van de stad straks.
2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking Huidige bestemmingsplan Amstelveen Stadshart
Huidige bestemmingsplan
Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan Amstelveen Stadshart. Op de plek waar de bioscoop wordt gebouwd zijn drie bestemmingen aanwezig. Verkeer en verkeer verblijfsgebied. De op de plankaart voor verkeer (V) aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, paden en banen voor openbaar vervoer, waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, voet en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waaronder bermen en waterpartijen. Ook zijn er parkeervoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, straatmeubilair, groenvoorzieningen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en weg en waterbouwkundige constructies. De op de plankaart voor verkeerverblijfsgebied (VV) aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en speelvoorzieningen, fietsenstallingen met een maximale oppervlakte van 130 m² en maximale hoogte van 3 meter met de daarbij behorende wegen, straten en paden, (overdekte) fietsenstallingen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De geplande ontwikkeling van een bioscoop past niet binnen de huidige regels van het bestemmingsplan. Het bouwproject Het project is gesitueerd in het Stadshart aan het Stadsplein. De ingang van de bioscoop komt op de plek waar nu de ingang van Platform C (muziek en dansschool en de Volksuniversiteit) gesitueerd is.
Via een roltrapverbinding langs de schouwburg wordt het Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 5
hoofdvolume van de bioscoop bereikt. Dit gebouw wordt gerealiseerd boven het expeditieplein aan de achterzijde van de schouwburg en P60, naast het busstation. Het laden en lossen van de schouwburg en P60 wordt iets anders georganiseerd maar blijft wel gewoon functioneren. Wanneer de verbreding en verdieping van de A9 gereed is, is er ook een nieuwe afrit aangelegd die uitkomt op de Meander. Dit biedt de mogelijkheid om de Schouwburggarage (boven het busstation) een nieuwe inrit aan de achterzijde te geven die beter en veiliger toegankelijk is dan in de huidige situatie. Omdat de bioscoop ook boven deze inrit komt te liggen, wordt deze inrit aangelegd tijdens de bouw van de bioscoop. De bioscoop krijgt 7 zalen met maximaal 1200 stoelen en een totaal vloeroppervlakte van circa 6.000 m2. Het aantal stoelen heeft de initiatiefnemer nog in onderzoek, daarom is een maximumaantal gegeven. De omvang van 7 zalen staat vast en is nodig om een gevarieerd aanbod aan films te kunnen leveren aan het Amstelveense publiek en op deze manier rendabel te kunnen opereren.
Impressie vanaf Meander Zuid-oost
Impressie vanaf Meander zuid-west
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 6
2.3 Motivatie gemaakte keuzes
Met de realisatie van een bioscoop wil het college invulling geven aan haar doelstellingen om het Stadshart als geheel, en ook specifiek het Stadsplein, een kwalitatieve impuls te geven. De realisatie van de bioscoop zorgt ervoor dat het Stadsplein verlevendigd wordt en het voorzieningenniveau aangevuld wordt, passend bij een gemeente van 90.000 inwoners, groeiend naar een gemeente van 100.000 tot 110.000 inwoners. Ook de Cultuurstrip krijgt een impuls door de toevoeging van de bioscoop aan het culturele gebouwencomplex. Het gebouw wordt aangepast ter hoogte van de ingang van Platform C (Muziek en dansschool en Volksuniversiteit). Ruimtes die verdwijnen als gevolg van de komst van de bioscoop worden teruggebracht. Er zijn door de architect van het project zonnediagrammen opgesteld voor zes ijkpunten in het jaar, namelijk in februari, maart, juni, september, oktober en december op verschillende tijdstippen (zie bijlage 1, EUP design 7 september 2022). Voor deze momenten is een simulatie van de schaduwwerking gemaakt van de bestaande en de nieuwe situatie. Er is weliswaar een verslechtering ten opzichte van de bestaande situatie voor de maanden februari, maart, juni, september en oktober in de namiddag, voor het appartementengebouw Meander I 185243, maar er is geen sprake van een onaanvaardbare verslechtering van de bestaande leefomgeving.
De woningen aan de Meander houden gedurende de dag voldoende zon op de gevels. Er wordt minimaal voldaan aan de lichte TNOnorm. De lichte TNOnorm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden, in midden vensterbank binnenkant raam).
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 7
HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridischplanologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Amstelveen.
Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan.
3.2 De bestemmingen Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Cultuur en Ontspanning (artikel 3) Binnen deze bestemming is een bioscoop en ondergeschikte horeca tot categorie 3 toegestaan. Ook is ondergeschikte kantoorruimte toegestaan voor zowel de bioscoop als de schouwburg. Binnen deze bestemming komt de in uitrit met hellingbaan voor de naastgelegen parkeergarage. De huidige entree van de parkeergarage is nu gelegen aan het Stadsplein maar die zal op termijn verdwijnen. Op de begane grond blijft ook de huidige expeditiefaciliteiten van de huidige cultuurstrip bestaan. De bioscoop krijgt zijn eigen expeditiefaciliteiten. WaardeArcheologie (artikel 4) Als dubbelbestemming is opgenomen archeologie. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Antidubbeltelregel (artikel 5) Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 8
Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 6) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. LuchtvaartverkeerszoneLIB (artikel 7, 8 en 9) Hier wordt aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn. Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 11) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 12) Voor de duidelijkheid, o.a.
bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 9
HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.1.1 Financieel-economische haalbaarheid Ten aanzien van de nieuwe ontwikkelingen die op basis van het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt is inzicht verkregen in de opbrengsten die gegenereerd worden en de kosten die gemaakt worden. Wanneer deze kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd, is er sprake van een positief planresultaat/dekkende exploitatie. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar binnen de planperiode van tien jaar. Ook is de marktruimte onderzocht voor een bioscoop in het Stadshart (zie bijlage 2, datum 21 april 2022, nr. 202206 rp01.03). Omdat Pathé bovengemiddelde bezoek aantallen en animo’s weet te realiseren zal de marktruimte richting de 1.100 à 1.300 stoelen gaan. De realisatie van de in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk gemaakte ontwikkelingen is in handen van één ontwikkelende partij. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten als beschreven in paragraaf 4.2.2. Gebleken is dat de ontwikkelende partij(en) over voldoende middelen beschikt om de bedoelde ontwikkelingen te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. 4.1.2 Verhaal van kosten Artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), biedt de grondslag voor publiekrechtelijk kostenverhaal.
De gemeenteraad is verplicht om een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit is op grond van artikel 6.2.1 sub c van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) het geval bij de uitbreiding van een gebouw met meer dan 1000 m2 brutovloeroppervlakte. In dit geval betreft het de bouw van een bioscoop met circa 6000 m2 vloeroppervlak. Dit is een bouwplan op grond van de wet. Er is dus sprake van kostenverhaal. Sinds 1 juli 2008 is de gemeente op grond van artikel 6.12 van de Wro verplicht om bij het mogelijk maken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro, een exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het verhalen van de door de gemeente te maken kosten, tenzij voorafgaand aan de vaststelling van de bestemmingswijziging een overeenkomst tot stand is gekomen waarin dit kostenverhaal is verzekerd. De kosten bestaan uit plankosten en uit civieltechnische kosten. De civieltechnische kosten hebben betrekking op de kosten van de aanschaf en aanleg van de ondergrondse afvalcontainers, de aansluiting op en eventuele aanpassingen van het riool en het verleggen van kabels en leidingen, aanpassingen aan de openbare ruimte ten gevolge van het plan en herstelwerkzaamheden aan de directe omgeving ten gevolge van bouwwerkzaamheden. Het kostenverhaal is opgenomen in een overeenkomst.
In deze overeenkomst zijn bepalingen opgenomen over het kostenverhaal van eventuele uitkeringen die de gemeente zal moeten verrichten in het kader van planschade.
4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.2.1 Inspraak Het ontwerp is gedurende zes weken ter inzage gelegd van 16 juni 2022 tot en met 27 juli juli 2022.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 10
Er is een inloopavond gehouden op 23 juni 2022, waarbij omwonenden en belangstellenden de gelegenheid hebben gekregen om vragen te stellen over het ontwerp bestemmingsplan. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft eenieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken (PM). 4.2.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 13 april 2022. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen 4 weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. 2. 3. 4.
Gedeputeerde Staten van NoordHolland Waternet Brandweer Amstelland Veiligheidsregio
De instanties welke staan vermeld onder de nummers 2 en 4 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instantie welke staat vermeld onder nummer 1 heeft te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het voorontwerp geen onderwerpen raken waarbij deze instantie belang heeft. De instantie welke staat vermeld onder de nummer 3 heeft inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. In bijlage 16 volgt een samenvatting van de reacties en het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders.
4.3 Handhaving 4.3.1 Uitvoerings- en handhavingsbeleid Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 11
verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan.
Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen.
<0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. 4.3.2 Handhavingsopgave Uit de planregeling volgt een directe opgave voor handhaving. Er zijn immers strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd. Een aantal van deze gevallen zijn al bekend. Deze zijn naar voren gekomen tijdens het toezicht op verleende omgevingsvergunningen of wij zijn door burgers en bedrijven met klachten en meldingen of verzoeken om handhaving gewezen op overtredingen. Ook vanuit lopende projecten, opgenomen in de jaarlijks opgestelde uitvoeringsprogramma’s, volgt een opgave voor handhaving.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 12
Van de bekende strijdige functies is beoordeeld of deze in het bestemmingsplan een positieve bestemming moeten krijgen. Indien dat het geval is dan is daarvoor een passende bestemming opgenomen. Indien dat noodzakelijk is dan krijgt de overtreder de mogelijkheid om alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen om de overtreding te legaliseren. Indien een strijdige functie geen positieve bestemming heeft gehad dan volgt uit de vaststelling van dit bestemmingsplan direct een handhavingsopgave.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 13
HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Dit is een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Alle ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan zijn al behandeld in hoofdstuk 2
5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Het plangebied in groter verband Het Stadshart ligt in de zuidwesthoek van de Amstelveense Middelpolder, en grenst aan de westzijde aan de ringsloot met spoordijk, aan de zuidzijde aan de A9, aan de oostzijde aan de Beneluxbaan en aan de noordzijde aan de Groen van Prinstererlaan/De Savornin Lohmanlaan. De bodem is van klei. Van de oorspronkelijke verkaveling is niets meer terug te vinden. Ook de kavelrichting is losgelaten. Een aantal van de woonbuurtjes in de wijk Stadshart stamt al uit de jaren ’50. Aan de Rembrandtweg zijn in 1955 ongeveer 30 winkels geopend. Het overgrote deel van de wijk is in de jaren ’60 gebouwd. Hiervan is het winkelcentrum (in de breedste zin) in de jaren ’90 verbouwd en uitgebreid. Ook is toen het Bietenveld bebouwd, het Handelsplein en de bebouwing op de voormalige korfbalvelden tussen de Haspelslaan en de Van Heuven Goedhartlaan. De laatste toevoegingen, met name aan de oostzijde, zijn van rond 2010. De wijk kent een grote variatie aan bebouwingstypen, waaronder villa’s, geschakelde, rijtjes eengezins en benedenbovenwoningen, kleine en grote appartementencomplexen, middelhoge en hoogbouw (woontorens), galerijbouw en portieken, winkels aan een straat en winkels in een groot overwegend overdekt complex, kantoren, scholen en parkeergarages. De grondgebonden woonbebouwing is veelal vormgegeven met kap.
Een enkele appartementencomplex heeft een kap maar de meeste zijn plat afgedekt. De verschillende voorzieningen komen in alle vormen en maten voor. 5.1.2 Beschrijving deelgebieden Het Stadsplein is het domein voor voetgangers en fietsers. Terrassen, kiosken en straatmeubilair vormen hier het decor. Rondom het Stadsplein zorgen de samenhangende pleingevels, publiekfuncties op de begane grond en het plein voor een herkenbare eenheid. Rondom het Stadsplein valt het gebruik van kleurrijke baksteen en veel glas op. Aan de achterzijde van de schouwburg is momenteel sprake van een “achterkantsituatie”. Er is sprake van een grotendeels blinde gevel met daarbinnen vier loading docks voor de twee zalen van de schouwburg. Achter poppodium P60 is nog een apart loading dock aanwezig. Het terrein is vrijwel geheel verhard met asfalt of klinkers en heeft een zeer stenige uitstraling. Aan de achterzijde zijn drie kleinere bomen aanwezig. Aan de zijkant van de schouwburg, achter de Cultuurstrip, waar de doorloop van de bioscoop moet komen, staan drie hogere bomen. Het gebied wordt gedomineerd door het busstation met de frequent in en uitrijdende bussen van met name RNet. Om op het Stadsplein te komen kan enerzijds de route door het busstation gekozen worden en anderzijds de onderdoorgang door de Cultuurstrip.
De bebouwing van de Meander is samen met de Schouwburg Amstelveen (in de vorm van het voormalige Cultureel Centrum Amstelveen) het oudste onderdeel van de omgeving. De Meanderflats betreffen koopwoningen en zijn gerealiseerd in de jaren ’60 van de vorige eeuw.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 14
Het busstation met parkeergarage (Schouwburggarage) erboven is medio jaren ’90 opgeleverd. Het bouwwerk biedt een industriële en zakelijke uitstraling. De overdekte ruimte van het busstation is door de bovenliggende parkeergarage vrij donker te noemen. Daarnaast is de hellingbaan met de in en uitrit van de parkeergarage gesitueerd aan de zijde van het Stadsplein. Met de kruisende voetgangersstroom is hier vaak sprake van een onveilige situatie. De bebouwing van de Cultuurstrip is opgeleverd in 2001. Het gebouw is recht en hoekig opgezet met aan de voorzijde een volledig glazen gevel en aan de achterzijde een overwegend grijze kleur, met daarbij dominant aanwezig de gebouwde zonwering/luifel op de bovenste verdiepingen. Ondanks de volledig glazen gevel aan de voorzijde zijn de verschillende cultuurinstellingen niet prominent zichtbaar en is er, ook door de tussenliggende Thomas Cookstraat, weinig contact met het Stadsplein. Vooral overdag oogt het gebouw vrij anoniem. De individuele functies zijn nauwelijks zichtbaar. 5.1.3 Cultuurhistorie/archeologie Cultuurhistorie De geschiedenis van het huidige winkelcentrum Het Stadshart van Amstelveen is betrekkelijk jong. De oudste delen van het Stadshart zijn onmiskenbaar producten van de tweede helft van de vorige eeuw. De planningsgeschiedenis van het centrum van Amstelveen begint in de jaren vijftig.
Aan de Rembrandtweg, die de toegangsweg naar het nog te realiseren winkelcentrum vormde, zijn in 1955 ongeveer 30 winkels geopend. Het centrum werd in de loop van 1961 geopend: “Plein 1960”. Het Binnenhof was een grote rechthoekige binnenplaats, waar men onder luifels rustig zou kunnen winkelen. De Galerijflats, in de volksmond ‘Zaagtandflats’ genoemd, aan de noordzijde van het plein, waarmee het centrum werd afgesloten van de achterliggende wijk, vormen een tegenstelling met het rechte Binnenhof. Aan de zuidkant is het centrum begrensd door hoge torenflats, afgewisseld door lage flatgebouwen met daartussen groenstroken. De grondvorm van de flats is slingerende ofwel meandervormige woonblokken, vandaar de naam ‘Meanderflats’. Eind jaren tachtig werd duidelijk dat er iets met het centrum moest gebeuren. Uitbreidingen en vernieuwingen van concurrerende centra in de regio maakten het noodzakelijk om het centrum van Amstelveen een nieuwe impuls te geven. In 1989 werd dan ook het winkelcentrum “Plein 1960” gerenoveerd; het werd overdekt en uitgebreid. Dat was bij lange na niet voldoende. In 1991 koos de gemeenteraad opnieuw voor een impuls in de ontwikkeling van het Stadshart. In 1998 werd het Stadshart geopend. Aan de geplande cultuurstrip, met de muziekschool, volksuniversiteit en een nieuwe openbare bibliotheek, is pas in 1999 begonnen.
Archeologie Het Amstelveens grondgebied in het bestemmingsplangebied Amstelveen Stadshart, heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en opgespoten met zand. De archeologische verwachtingswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de locatie vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform artikel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen.
5.2 Functioneel gebruik Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 15
5.2.1 Horeca De avondhoreca is vooral rond het stadsplein geconcentreerd zodat het plein 's avonds levendig blijft. Aan het Stadsplein heeft de horeca ook een ondersteunende functie voor de cultuurstrip. Binnen de Cultuurstrip maken zowel de Schouwburg Amstelveen als Poppodium P60 gebruik van ondersteunende horeca. 5.2.2 Culturele functies De culturele functies in het Stadshart zijn, samen met de bibliotheek in een apart gebouw, geclusterd in de Cultuurstrip. Hierin zijn Poppodium P60, Schouwburg Amstelveen en Platform C gevestigd. Platform C op haar beurt bestaat uit de Muziek en Dansschool, de Volksuniversiteit en de Kunstuitleen. 5.2.3 Verkeer en vervoer Ontsluiting gebied In het Stadshart komen een aantal hoofdwegen bij elkaar: de A9, de Keizer Karelweg en de Beneluxbaan. Tevens loopt de Rembrandtweg vanuit de noordelijke wijken door tot in het centrum van de wijk. De Oranjebaan/Groen van Prinstererlaan/ De Savornin Lohmanlaan was oorspronkelijk bedoeld als een rondweg rond het centrum, maar de verkeersfunctie van de De Savornin Lohmanlaan is beperkt gebleven tot een buurtweg, hoewel het brede profiel nog blijk geeft van de oorspronkelijk grotere bedoelingen. Het winkelcentrum is goed bereikbaar met fiets, openbaar vervoer en auto. Parkeren In het plangebied Stadshart bestaat uit betaald parkeren, zowel op maaiveld als in de parkeergarages rondom het winkelcentrum.
Het winkelgebied Stadshart beschikt over 4 parkeergarages: <0000> Stadsplein 925 pp <0000> Schouwburg 600 pp <0000> Handelsplein 530 pp <0000> Buitenplein 475 pp Vooralsnog is er voor fietsers niet mogelijk om fietsen overdekt/bewaakt te stallen. Er zijn wel op diverse plekken mogelijk de fietsen te stallen. In het winkelgebied zijn er tevens plekken gereserveerd om bakfietsen en scooters te stallen. Openbaar vervoer Het Stadshart is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Er zijn directe busverbindingen met Amsterdam, Schiphol, Hoofddorp, Haarlem, Uithoorn, Aalsmeer, Mijdrecht en Wilnis. Ook heeft de metro een halte op het Buitenplein.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 16
HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.
6.2 Rijksbeleid 6.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, komt voort uit de Omgevingswet en is een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. 1. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en winwin situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Voor het plangebied geldt de prioriteit "Sterke en gezonde steden en regio's". Binnen deze prioriteit zijn een aantal beleidskeuzes gesteld waaronder de beleidskeuze "het hanteren van een integrale verstedelijkingsstrategie". Verstedelijking vraagt zorgvuldig en gebiedsgericht maatwerk vanuit een brede benadering. In lijn met de drie afwegingsprincipes moet integrale leefomgevingskwaliteit voorop staan als basis voor de te maken keuzes. Op basis daarvan kan een afweging plaatsvinden waarbij aan alle relevante ruimtelijkfysieke opgaven zoveel mogelijk recht wordt gedaan. Er moet daarbij voor worden gezorgd dat er flexibel en snel kan worden ingespeeld op nieuwe wensen en ontwikkelingen in de samenleving. Vanwege de relatie met verschillende nationale belangen (waaronder die op het gebied van klimaat, milieu, duurzaamheid, leefomgevingskwaliteit, bereikbaarheid) doet het Rijk ook actief mee bij de integrale uitwerking van deze verstedelijkingsstrategie.
In samenwerking met gemeenten, provincies, metropoolregio’s en andere relevante stakeholders worden, bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s van de metropoolregio’s Amsterdam (MRA), Rotterdam Den Haag (MRDH) en Utrecht (MRU), nadere keuzes over de mogelijke gebiedsontwikkelingen gemaakt. Conclusie
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 17
Door autonome ontwikkelingen als bevolkingskrimp, vergrijzing, technologische ontwikkelingen, maar zeker ook door veranderende consumentenvoorkeuren staan veel winkelgebieden onder druk. Veranderingen doen zich het sterkst voelen in de middelgrote steden. Om de leefbaarheid voor de toekomst te waarborgen en om aantrekkelijk te blijven voor bezoekers en bewoners, staan middelgrote steden voor een grote en complexe transformatieopgave. In fysieke zin is het van belang om het overblijvende kernwinkelgebied compact te houden en nieuwe functies te vinden voor gebouwen die leeg komen te staan. De bioscoop is een positieve toevoeging voor het Stadshart. Het is een publiekstrekker en zorgt voor met name de avonduren voor meer levendigheid op het Stadsplein. 6.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002) In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib) dat hoort bij de Schipholwet uit 2003 zijn ruimtelijke maatregelen in verband met de luchthaven Schiphol opgenomen. Op gronden zoals bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 2.2.2a en 2.2.3 van het Luchthavenindelingbesluit gelden in bepaalde gebieden rondom Schiphol aanvullende bepalingen met betrekking tot bebouwing en gebruik van bebouwing, bouwhoogten en functies met een vogelaantrekkende werking. Op 1 januari 2018 is een nieuwe versie van het LIB van kracht is geworden.
Gemeenten hebben daarin meer ruimte gekregen voor een afweging tussen enerzijds het beperkt houden van de hinder door luchtvaartgeluid en anderzijds woningbouw. De 20Kecontour is nu ook in het LIB opgenomen als LIB 5gebied. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied binnen de 20 Kecontour gelden geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. Conclusie Het plangebied valt binnen de invloedzones van luchthaven Schiphol. Ter plaatse gelden beperkingen ten aanzien van hoogte (toetshoogte radar maximaal 37 meter +NAP). Verder zijn wel/geen vogelaantrekkende functies toegestaan, zoals: industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag, viskwekerijen met extramurale bassins, opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking, natuurreservaten of vogelreservaten, moerasgebieden of oppervlaktewater groter dan 3 hectare. De Bouwhoogte blijft ruim binnen de toegestane toetshoogte radar en een bioscoop heeft geen vogelaantrekkende werking.
6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op19 november 2018 door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat NoordHolland een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt: <0000> Een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 18
<0000> <0000>
Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van NoordHolland.
Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities: <0000> Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. <0000> Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. <0000> De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van NoordHolland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat NoordHolland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap.
Per project wordt door de gemeente Amstelveen bekeken hoe bij de ambities van de provincie kan worden aangesloten. In paragraaf 7.8 (Duurzaam bouwen en energie) wordt uiteengezet op welke wijze het project aan deze ambities een bijdrage levert. 6.3.2 Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. Ze zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet en regelgeving. Met deze omgevingsverordening loopt de provincie vooruit op de Omgevingswet, omdat ze door 21 verordeningen samen te voegen alvast werken in de geest van de Omgevingswet. Bodemsanering Het doel is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Dat betreft onder meer ontwikkelingen in de ondergrond. Zie paragraaf 7.1 (Bodem). Voor het onderhavige project is een bodemonderzoek uitgevoerd. Uitkomst is dat de aangetoonde bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie.
LIB 5 zone Schiphol Indien er nieuwe woningen worden gerealiseerd in een LIB zone 5 dient er op rekenschap te worden gegeven over geluidbelasting op gevels en een motivering over veiligheidsaspecten. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 19
Regionale verdringingsreeks AGV Het doel is om de voorkomen dat er een tekort aan water is. Het beheer van de regionale watersystemen is er, onder andere, op gericht alle watervragers zoveel mogelijk van het benodigde water te voorzien. Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. De bioscoop zal meer dan 500 m2 bvo bedragen. Een aantal culturele instellingen bevinden zich in de cultuurstrip zoals P60, Schouwburg Amstelveen, Muziekschool en Volksuniversiteit. Deze instellingen bevinden zicht direct aan het Stadsplein. Het is noodzakelijk om een vernieuwde en toekomstbestendige Cultuurstrip te realiseren waarin de nieuwe bioscoop is geïntegreerd en dat de instellingen in samenwerking met de gemeente de komende 25 jaar hun bedrijfsvoering in de Cultuurstrip duurzaam kunnen uitvoeren. Tenslotte zal met de komst van de bioscoop het Stadsplein beter functioneren en verlevendigen.
Door Leisure Advies bv is een onderzoek verricht naar de marktruimte voor een nieuwe bioscoop in het Stadshart (zie bijlage 2, datum 20 april 2022, nr. 202206 rp 01.03). Het onderzoek is volledig gebaseerd op deskresearch, met als kern een benchmark waarbij het bioscoopaanbod in Amstelveen is vergeleken met (een selectie van) gemeenten die overeenkomsten vertonen met Amstelveen. De benchmark laat zien dat in dit type ‘randgemeenten’ een goede bioscoop op een centrumlocatie een prima bezetting kan draaien, ondanks een hoog stoelenaanbod in de naastgelegen grote stad. De onderzochte locatie in het stadshart van Amstelveen is een gecombineerde centrumligging en snelwegligging. Dat vergroot de kans op succes voor een bioscoop op deze locatie. Bovendien neemt de kwaliteit van die locatie de komende jaren sterk toe door de stedenbouwkundige en infrastructurele ingrepen. Het enige minpunt is de mogelijke (maar onzekere) komst van een nieuwe bioscoop op de Zuidas in Amsterdam. Dat risico is echter niet zodanig dat bovenstaande conclusie hierdoor verandert. Hooguit zou er wat meer afvloeiing vanuit Amstelveen naar Amsterdam kunnen gaan plaatsvinden, maar niet zodanig dat de bezetting van de nieuwe bioscoop daardoor zo laag zou worden dat het bestaansrecht daarvan in gevaar zou komen.
Ervan uitgaande dat de Zuidasbioscoop geen wezenlijk andere programmering zal bieden dan de Pathébioscoop in het stadshart van Amstelveen zijn er, wellicht met uitzondering van bewoners van de meest noordelijke wijken van Amstelveen (Randwijck, Kronenburg, Uilenstede; samen minder dan 10.000 inwoners), voor de (overige 82.000) Amstelveners weinig redenen om naar de Zuidas te gaan voor bioscoopbezoek.
6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 20
inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Amstelveen is in een aantal decennia stormachtig gegroeid door zijn gunstige ligging en door ondernemend op het juiste moment kansen te grijpen. Inmiddels staat de concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam onder druk. De tijd dat Amstelveen kon meeliften op de groei van de regio is voorgoed voorbij. Dat vraagt om een andere instelling. Vraag is nu meer wat Amstelveen kan betekenen voor de regio. Een aantal thematische uitgangspunten zijn relevant voor dit plangebied. Verkeer en Openbaar Vervoer Het Amstelveense verkeersysteem nadert zijn grenzen terwijl een goede bereikbaarheid essentieel is voor de aantrekkingskracht en leefbaarheid van de gemeente. Daarom zal Amstelveen fors moeten investeren in infrastructuur en het verbeteren van het openbaar vervoer. Werken Aantrekkelijke werkmilieus zijn een belangrijk onderdeel van het Amstelveense economisch beleid: om de economische structuur te versterken, om een evenwichtige en duurzame economische groei te bevorderen en om de diversiteit in de Amstelveense bedrijvigheid of de directe regio te vergroten.
Voorzieningen Amstelveen streeft naar een optimalisering van het voorzieningenaanbod dat nodig is om het wonen en werken in de gemeente aantrekkelijk te maken. Voorzieningen zijn over het algemeen vooral binnen bebouwd gebied gewenst om het aantal verkeersbewegingen te minimaliseren. Uitvoeringsparagraaf Gelijktijdig met de Structuurvisie heeft de gemeenteraad de uitvoeringsparagraaf vastgesteld. Hierin is aangeven op welke wijze verschillende projecten en programma's die voorvloeien uit de structuurvisie in uitvoering worden gebracht. De ruimtelijke besluitvorming, indien aan de orde, heeft plaatsgevonden en wordt conform bestemd. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de structuurvisie en biedt waar mogelijk aanknopingspunten voor het verder in uitvoering brengen van de verschillende beleidsdoelstellingen, projecten en programma's. 6.4.2 Mobiliteitsvisie Amstelveen De Gemeenteraad heeft op woensdag 12 februari 2020 de Mobiliteitsvisie Amstelveen vastgesteld. De Mobiliteitsvisie Amstelveen wordt één van de bouwstenen voor de Omgevingsvisie van Amstelveen. De visie bevat nieuw beleid om de bereikbaarheid van Amstelveen de komende decennia te kunnen garanderen en om te kunnen gaan met (brede) ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. De komende decennia groeit het aantal inwoners van Amstelveen naar verwachting fors.
Dit geldt ook voor de regio waartoe Amstelveen behoort. Dit leidt tot een verdere toename van de verkeersdrukte. Ook komen er allerlei nieuwe vervoermiddelen als de elektrische auto en de ebike en wordt het delen van auto’s, scooters en fietsen steeds populairder. In de stadslogistiek nemen pakketdiensten steeds meer ruimte in. In de stedelijke omgeving, waar de gemeente Amstelveen toe behoort, wordt de rol van het openbaar vervoer steeds belangrijker. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 21
De belangrijkste speerpunten van de visie zijn: <0000> Werken aan een mobiliteitssysteem voor iedereen. Alle Amstelveners moeten zich van, naar en in de stad kunnen bewegen; <0000> Bereikbaar voor Amstelveners met OV, auto, fiets en andere vervoersmiddelen in samenhang met elkaar, met ruimtelijke plannen en met regionale ontwikkelingen; <0000> Auto en vrachtverkeer zonder herkomst of bestemming Amstelveen om de stad heen leiden en betere ontsluiting van Zuidwest Amstelveen op de A9 via de Bosrandweg/Fokkerweg; <0000> Proactief verkeersveiligheidsbeleid; <0000> Goede verbindingen met NSstations Schiphol, Zuid en Bijlmer ArenA met comfortabele overstap; <0000> Beter fijnmazig OV binnen de stad en zorgen voor een goede bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen zoals gezondheidscentra, ouderencomplexen en het ziekenhuis; <0000> Mobiliteitshubs waar verschillende vervoerswijzen samenkomen; <0000> Betere en snelle (regionale) fietsverbindingen; <0000> Verduurzaming van stadslogistiek, faciliteren van elektrificering van vervoer en deelmobiliteit. Conclusie De bioscoop zal goed bereikbaar zijn met de auto, ov (door ligging naast het busstation) en fiets. 6.4.3 Nota Parkeernormen Amstelveen 2021 Op 16 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2020' vastgesteld. Deze nota vervangt de parkeernormen uit de Parkeernota 2016.
Door diverse ontwikkelingen komen de normen uit de Nota Parkeernormen 2016 steeds meer onder druk te staan en is er in praktijk steeds meer sprake van maatwerk wat zorgt voor onwenselijke situaties. Door zoveel mogelijk normen en toepassingsregels beleidsmatig vast te stellen wordt maatwerk zoveel mogelijk voorkomen Het werken met de huidige (oude) normen leidt vaak tot discussie. Dit wordt mede veroorzaakt door het ontbreken van een gebiedsindeling in de huidige norm, maar ook de gewijzigde stedelijkheidsgraad die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan Amstelveen heeft toegekend. Daarnaast beschikt de nieuw nota over duidelijke afwijkingsmogelijkheden waardoor op een transparante manier gemotiveerd afgeweken kan worden van de vastgesteld norm. Daarnaast zijn in de huidige (oude) nota maar een beperkt aantal categorieën opgenomen die eveneens kunnen leiden tot discussies. Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren).
In een planregel dient dan tot uitdrukking worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elke initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbaren ruimte veroorzaken of vergroten. Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 22
<0000> <0000>
<0000> <0000> <0000>
<0000>
Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij ook rekening wordt gehouden met het dubbelgebruik van de betreffende parkeerplaatsen. Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk blijkt, dient de initiatiefnemer met een voorstel te komen hoe de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte. Het voorstel mag niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten. De kosten voor de aanleg zijn voor de aanvrager. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. Bij een ontwikkelingen op een locatie waar een parkeervergunningen systeem geldt, hebben huurders, kopers en werknemers geen recht op een parkeervergunning voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein.
Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteitsparagraaf en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Dit kan als paragraaf in een startnotitie worden voorgelegd aan de gemeenteraad die hier een besluit over neemt.
Ieder initiatief wordt afzonderlijk beoordeeld waarbij: <0000> De parkeernormen in deze nota gelden voor nieuwe aanvragen vanaf 1 januari 2021. <0000> Indien in het voortraject normen zijn vastgesteld in de startnotitie wordt aan deze normen vastgehouden. <0000> De parkeernormen in deze nota zijn richtinggevend voor het opnemen van specifieke normen in bestemmingsplannen. Conclusie In het bestemmingsplan worden de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen van toepassing verklaard. Hierbij is het uitgangspunt dat in beginsel de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. 6.4.4 Horecabeleid In 2008 is de horecanota 20082012 vastgesteld door de gemeenteraad. Inmiddels wordt al enige jaren gewerkt met dit horecabeleid en zijn de uitgangspunten van het vastgestelde horecabeleid niet gewijzigd. De doelstelling van het gemeentelijk horecabeleid is als volgt geformuleerd: "Het horecabeleid van de gemeente Amstelveen heeft tot doel de huidige en toekomstige ontwikkelingen van de Amstelveense horecasector in beeld te brengen en op basis daarvan gemeentelijk beleid te formuleren. Dit beleid dient te resulteren in richtlijnen (en toetsingscriteria) voor de verlening van de gemeentelijke vergunningen en ontheffingen waarover de horeca-inrichtingen dienen te beschikken inclusief voorstellen tot vermindering van de administratieve lastendruk waarmee horecaondernemers te maken hebben”.
In de horecanota is deze doelstelling verder uitgewerkt en uitgebouwd. Daarbij is aandacht besteed aan: <0000> de huidige situatie met betrekking tot de horeca in Amstelveen; <0000> de trends en ontwikkelingen; <0000> beleid ten aanzien van de horeca voor de komende jaren; <0000> de uitvoering en handhaving.
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Stadsplein Bioscoop
pagina 23
De gemeente Amstelveen zet steeds meer in op deregulering en vermindering van administratieve lasten ten gunste van ondernemers. Daarnaast blijken bepaalde regels in de praktijk niet voldoende duidelijk. Om die reden is de uitvoeringskader horeca 2015 vastgesteld. In dit uitvoeringskader wordt aandacht besteed aan deregulering en aan enkele vereenvoudigingen en verduidelijkingen van de uitvoeringsregels voor horeca. De Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) stelt regels omtrent horecaexploitatie. De APV wordt op basis van dit uitvoeringskader aangepast, waarbij het uitgangspunt is dat waar mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de model APV van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Beschrijving plangebied Voor de bioscoop is ondergeschikte horeca toegestaan. Beleidsregels Bodemenergiesystemen Amstelveen Deze notitie is opgesteld als toelichting voor aparte beleidsregels voor (gesloten) bodemenergiesystemen (BEsystemen) in Amstelveen. De verwachting is dat het gebruik bodemenergie (een techniek waarbij warmte uit grondwater via warmtewisselaars wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen of te koelen) in het Stadshart van Amstelveen toe zal nemen. Bodemenergie is een duurzame techniek omdat alleen elektriciteit nodig is voor het ver pompen van energie. De energie zelf wordt onttrokken/toegevoegd aan grondwater.