CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Haagbeuklaan 1-3

Raadsvergadering 21 juni 2023, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Haagbeuklaan 1-320.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 29 van 54

Toetsing aan de treden van de ladder Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte, in dit geval 57 appartementen in het (middel)dure segment. Amstelveen heeft een woningmarktonderzoek laten verrichten door RIGO op basis van het Woononderzoek Nederland 2012 ('De woningmarkt in Amstelveen', RIGO). Uit dit onderzoek blijkt dat het aanbod aan koopwoningen in alle segementen kleiner is dan de lokale vraag. Het toevoegen van het gebruik als kinderdagverblijf aan het bestaande voormalige kerkgebouw met een maatschappelijke bestemming is op zich geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het onderhavige initiatief is in overeenstemming met de Ladder omdat: <0000> regionaal sprake is van vraag naar dit segment; <0000> het is gelegen in bestaand stedelijk gebied; <0000> de woningbouwbehoefte regionaal is afgestemd. In de monitor plancapaciteit is deze ontwikkeling in dat verband ook opgenomen met 57 woningen. 5.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld.

Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB. De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden.

De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe­veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 30 van 54

worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke­contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Aan maximaal toegelaten bouwhoogten zijn grenzen gesteld. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid (maatgevende toetshoogte) en artikel 2.2.2a (maatgevende toetshoogte radar) van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte van 41 meter. Voor de toetshoogte radar geldt een hoogte van 36 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden geen bouwhoogtes toegestaan die boven de maximale hoogtes van het LIB uitkomen. Tenslotte ligt het plangebied binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan (artikel 2.2.3 van het LIB). Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk. Het Lib staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 ­ Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is door Provinciale Staten van Noord­Holland vastgesteld op 19 november 2018. De Omgevingsvisie is een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In deze visie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. De Omgevingsvisie NH2050 (2018) wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kan voor toekomstige generaties het welvaarts­ en welzijnsniveau in Noord­Holland op een hoog niveau worden gehouden. Dit betekent dat in Noord­Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van onze inwoners; de provincie Noord­Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om onze provincie sociaal­inclusief te houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van ons karakteristieke landschap.

In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord­Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord­Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Relevantie plangebied

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 31 van 54

De Omgevingsvisie richt zich op langetermijnambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die we langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. Voorliggende initiatief is in lijn met de provinciale ambities en draagt bij aan de 'Metropool in ontwikkeling'. 5.3.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De provincie heeft, voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid, diverse juridische instrumenten tot haar beschikking waaronder een provinciale ruimtelijke verordening. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening NH2020 geldt sinds 17 november 2020. Door middel van deze verodening is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Relevantie plangebied In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals is gebleken uit paragraaf 5.2.3, is de onderhavige ontwikkeling te zien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, die voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Het initiatief is in overeenstemming met provinciale regelgeving. In artikel 6.62 (Klimaatadaptatie) van de Omgevingsverordening is bepaald, dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. In paragraaf 6.13 wordt dit onderwerp beschreven.

5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Amstelveen is in een aantal decennia stormachtig gegroeid door zijn gunstige ligging en door ondernemend op het juiste moment kansen te grijpen. Inmiddels staat de concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam onder druk. De tijd dat Amstelveen kon meeliften op de groei van de regio is voorgoed voorbij. Dat vraagt om een andere instelling. Vraag is nu meer wat Amstelveen kan betekenen voor de regio. Wonen Het uitgangspunt is dat de woningmarkt in Amstelveen in beweging gebracht moet worden. Dit wordt bereikt door de doorstroming te bevorderen door nieuwe kwalitatief hoogwaardige woningen toe te voegen, zowel in centrumstedelijk, landelijk als suburbane woonmilieus. Voor verschillende doelgroepen kan deze ontwikkelingslocatie een aantrekkelijk woonmilieu vormen. Hierdoor komt de doorstroming weer op gang.

Daarnaast wordt ingezet op de verduurzaming van de woningvoorraad. Energie

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 32 van 54

De gemeente Amstelveen heeft de ambitie met regiogemeenten een energieneutrale regio in 2040 gerealiseerd te hebben. Om te beginnen worden met wooncorporaties afspraken gemaakt het energieverbruik van bestaande woningen te laten afnemen. Daarna wordt bij nieuwbouw de graad van energiebesparing stapsgewijs opgevoerd. 5.4.2 Woonagenda 2020-2023 In de Metropoolregio Amsterdam wordt ingezet op een bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (huidige prognoses) en ruim 100.000 woningen in de periode 2018 tot 2025. Een bouwproductie met voldoende woningen in alle segmenten, met in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. Om aan de vraag te voldoen verwachten wij de aankomende jaren ongeveer tussen de 5.000­7.000 woningen toe te voegen. De druk binnen alle segmenten is hoog. Op 12 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2020­2023 vastgesteld. Deze agenda beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de druk op de Amstelveense woningmark te verlichten, zodat Amstelveen een stad voor jong tot oud blijft, van goede kwaliteit, met volop voorzieningen, ruimte, groen en veiligheid. De volgende speerpunten staan centraal in de Woonagenda 2020­2023: 1.

Amstelveense jongeren en starters meer kansen bieden op de woningmarkt Het gaat hierbij om kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters, tijdelijke woningen bouwen voor spoedzoekers en jongeren, de financiële drempel verlagen om een woning te kopen en daarnaast binnen de sociale huur de lokale ruimte optimaal benutten. 2. Meer woningen voor Amstelveense ouderen en specifieke doelgroepen Ouderen wonen langer zelfstandig. Sommige ouderen redden zich met hulp van familie en vrienden prima, maar er is ook een groep voor wie dit niet geldt. Daarnaast maakt de ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte ggz (Wvggz) dat steeds meer bewoners, die nu nog bij een instelling wonen, in aanmerking komen voor zelfstandige woonruimte dan wel begeleid wonen. Het woningaanbod moet zich aan deze groepen aanpassen. 3. Een goede dienstverlening en communicatie tussen corporaties en huurders Afspraken met corporaties en bewonersraad worden gemonitord. 4. Meer (betaalbare) koop en huur woningen voor Amstelveners met behoud van groene leefbare wijken Wijken moeten bestaan uit een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen. In verschillende prijsklassen, zowel huur als koop en voor verschillende doelgroepen. Zo behouden wij goed gemengde en krachtige wijken.

Bij de geplande nieuwbouw van woningen is een belangrijke voorwaarde dat Amstelveen het ruimtelijke en groene karakter behoudt. Dit geldt ook bij stadsvernieuwing. 5. Meer sociale huurwoningen beschikbaar voor Amstelveners Er zijn voldoende sociale huurwoningen in Amstelveen. Een deel van de woningen is echter niet beschikbaar voor de doelgroep. Er wordt daarom ingezet op doorstroming. Verder wordt bij nieuwbouwprojecten bepaald of voor specifieke doelgroepen sociale huurwoningen moeten worden toegevoegd. 6. Stadsvernieuwing en verduurzaming bevorderen Meerdere akkoorden, zoals het Klimaatakkoord, de landelijke Energieagenda, het regeerakkoord Rutte III en Greendeal aardgasvrije wijken (met Amstelveen als partner), het Rijksbrede programma Nederland circulair 2050 en het collegeprogramma Amstelveen vragen om een aanpak die de woningvoorraad toekomstbestendig maakt voor de korte en lange termijn.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 33 van 54

Ten aanzien van de programmering van nieuwbouw is in de woonagenda opgenomen dat minimaal 50% van de woningen in het middensegment moet worden gebouwd, waarbij daarbinnen wordt gestreefd naar een verdeling in het hoge en lage segment van ongeveer 50/50. Uitgangspunt bij de ontwikkeling is dat 59% van de woningen in het middeldure koopsegment worden gerealiseerd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd van 34 middeldure appartementen in de stad, woningen waaraan in Amstelveen een grote behoefte bestaat. De overige 41% van het woonprogramma wordt gerealiseerd in de vrije sector. De wijk Keizer Karelpark kent veel huurwoningen en dit plan met koopwoningen sluit aan op de gebiedsgerichte doelstelling van de Woonagenda om te komen tot een evenwichtige verdeling tussen koop en huur in de wijk. 5.4.3 Verordening doelgroepen woningbouw Amstelveen 2018 De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. De doelgroepenverordening vormt daarmee de wettelijke basis voor het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid in bestemmingsplannen. Sinds 1 juli 2017 kan de gemeente sturen op toevoeging van de categorie middeldure huurwoningen.

Om de doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan worden vastgelegd. In de verordening is de maximale aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen vastgelegd. De doelgroepenverordening regelt tevens voor welke doelgroepen de te bouwen huurwoningen zijn bedoeld. De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. Ook regelt de verordening dat de huurwoningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroepen. Dit zijn de instandhoudingstermijnen. Omdat het woningbouwprogramma in dit bestemmingsplan alleen uit koopwoningen bestaat, is de “Verordening doelgroepen woningbouw 2018” niet van toepassing. 5.4.4 Nota Parkeernormen 2021 Op 16 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021' vastgesteld. Deze nota vervangt de parkeernormen uit de Parkeernota 2016. Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren).

In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel moet worden betrokken. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief, waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, worden getoetst aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 34 van 54

<0000> <0000>

<0000> <0000>

<0000>

Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij ook rekening wordt gehouden met het dubbelgebruik van de betreffende parkeerplaatsen. Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk blijkt, dient de initiatiefnemer met een voorstel te komen hoe de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte. Het voorstel mag niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten. De kosten voor de aanleg zijn voor de aanvrager. De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s), voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. Bij een ontwikkeling op een locatie waar een parkeervergunningen systeem geldt, hebben huurders, kopers en werknemers geen recht op een parkeervergunning voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goede mobiliteitsparagraaf en een goede motivering waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast wordt voorkomen. Dit kan als paragraaf in een startnotitie worden voorgelegd aan de gemeenteraad die hier een besluit over neemt.

Ieder initiatief wordt afzonderlijk beoordeeld waarbij: <0000> De parkeernormen in deze nota gelden voor nieuwe aanvragen vanaf 1 januari 2021. De oude parkeernormen uit de nota parkeernormen 2016 komen vanaf die datum te vervallen, tenzij hiernaar nog in oude bestemmingsplannen wordt verwezen. <0000> Indien in het voortraject normen zijn vastgesteld in de startnotitie wordt aan deze normen vastgehouden. <0000> De parkeernormen in deze nota zijn richtinggevend voor het opnemen van specifieke normen in bestemmingsplannen. In de startnotitie zijn normen vastgesteld, zodat deze in dit bestemmingsplan worden gehanteerd. Ten aanzien van het parkeren wordt verder verwezen naar paragraaf 6.12. 5.4.5 Ruimte voor groen; Groenstructuurplan voor Amstelveen 2008-2018 In september 2008 is het geactualiseerde Groenstructuurplan 'Ruimte voor Groen' vastgesteld. Amstelveen is naast een stad met een rijke groentraditie een stad in ontwikkeling. Juist door het bijzonder groene karakter raken veranderingen in de stad al snel de stedelijke groenstructuur.

In plan Ruimte voor Groen zijn de volgende zaken vastgelegd: <0000> De ambitie ten aanzien van de ontwikkeling van de groenstructuur; <0000> Het behouden en waar mogelijk versterken van het groen in Amstelveen zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied in omvang en/of in kwaliteit door het vaststellen van structuur en beeldbepalende delen van het Amstelveense groen; <0000> De bijzondere karakteristiek alsmede de functionele betekenis van de groenstructuur; <0000> Een heldere groenvisie op hoofdlijnen op basis waarvan bij ruimtelijke ingrepen goed afgewogen keuzes kunnen worden gemaakt; <0000> Concrete actiepunten die bijdragen aan het behouden en verder ontwikkelen van de groenstructuur in al haar facetten. Het is de ambitie van Amstelveen om de hoofdgroenstructuur duurzaam in stand te houden en verder te ontwikkelen. De hoofdgroenstructuur geeft Amstelveen zijn karakteristiek groene parkachtige uitstraling en zorgt voor een bijzonder aantrekkelijke leefomgeving. Dat geldt niet alleen voor het stedelijk gebied maar ook voor het buitengebied. Ligt het accent van de kwaliteit van de hoofdgroenstructuur binnen de stad

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 35 van 54

op fraaie lanen en rijk beplante parkstroken, in het buitengebied bepaalt de landschappelijke opbouw in belangrijke mate de kwaliteit. Bij de onderhavige ontwikkeling is het uitgangspunt dat de bestaande water­ en groenstructuur in het gebied wordt versterkt. De onderdelen van het plan die deel uitmaken van de wijkgroenstructuur zijn als zodanig bestemd. 5.4.6 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota vastgesteld door de gemeenteraad. Met de vaststelling van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Beleidsstukken van het Amstelveens erfgoed waren versnipperd en moeilijk vindbaar. Met de Erfgoednota is het gehele erfgoedbeleid weer actueel en overzichtelijk gebundeld. In deze Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen die we ter beschikking hebben om onze visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed bedoelen we in deze nota het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde.

In paragraaf 6.1 wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 36 van 54

HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSKWALITEIT 6.1 Archeologie en cultuurhistorie 6.1.1 Archeologie De gemeente Amstelveen heeft in 2008 archeologisch beleid vastgesteld. Hiertoe is een archeologische verwachtingskaart opgesteld. Op deze kaart zijn in verschillende gradaties de verwachte archeologische waarden opgenomen, waaraan criteria met betrekking tot oppervlakte en diepte van bodemverstoring zijn verbonden. In 2016 is het archeologisch beleid en de daarbij behorende archeologische verwachtingskaart geactualiseerd. Dit geactualiseerde beleid is door middel van een paraplubestemmingsplan gemeentebreed verankerd in het ruimtelijke beleid. Het plangebied valt binnen de landschappelijke eenheid 'Archeologische Waarde 5'. De betreffende gronden zijn verveend en drooggemaakt en daarom geldt een lage archeologische verwachtingswaarde voor alle perioden. Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en met een oppervlakte groter dan 1 hectare, is archeologisch vooronderzoek noodzakelijk voorafgaand aan ruimtelijke planvorming. Het initiatief voorziet niet in een dergelijke ingreep; het plangebied is in ruim kleiner dan 1 hectare. Met het oog op eventuele archeologische waarden bestaan geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

6.1.2 Cultuurhistorie De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord­Holland geeft een overzicht van waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren. In het plangebied en de nabije omgeving daarvan zijn dergelijke waarden niet aanwezig. In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Voor de locatie van het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden opgenomen. De aanwezige bebouwing heeft deels de gemeentelijke monumentenstatus. In oktober 2020 hebben burgemeester en wethouders besloten de pastorie en de dagkerk, als onderdeel van het complex van de Heilige Geestkerk, af te voeren van de gemeentelijke monumentenlijst. Gelijktijdig is besloten dat het kerkgebouw, het doopvont en de klokkentoren de status van gemeentelijk monument behouden. Met de beoogde ontwikkeling wordt de van de gemeentelijke monumentenlijst afgevoerde bebouwing gesloopt en een nieuw woongebouw opgericht. De bebouwing met monumentenstatus blijft behouden. Vanuit cultuurhistorisch besef bestaan geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

6.2 Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon­ en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur en stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn deze richtafstanden opgenomen. Daarnaast bepaalt de feitelijke (planologische) situatie eveneens in hoeverre bedrijven in de bestaande situatie reeds beperkt worden in hun bedrijfsvoering. De VNG­brochure wordt gebruikt als hulpmiddel (niet als blauwdruk) bij het opstellen van bestemmingsplannen met nieuwe milieugevoelige functies of nieuwe milieubelastende functies. Er bestaat geen plicht om de brochure te hanteren, wel is het een algemeen aanvaarde methode in Nederland gebleken. In de brochure zijn aan de verschillende

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 37 van 54

bedrijfsactiviteiten, milieucategorieën en richtafstanden toegekend voor de aspecten gevaar, stof, geur en geluid. De afstanden zijn gebaseerd op een rustige woonwijk. Als sprake is van een gemengd gebied mag een afstandstrap minder worden gehanteerd. Het plangebied ligt niet op korte afstand van bedrijfsmatige functies, die een relevante invloed op het woon­ en leefklimaat van de nieuwe woningen kunnen hebben. Het nieuw te vestigen kinderdagverblijf wordt in de handreiking getypeerd als een bedrijf in milieucategorie 2. Hiervoor geldt voor het aspect geluid in een 'rustige woonwijk' een richtafstand van 30 meter. Omdat niet overal aan deze afstandsnorm wordt voldaan, is nader onderzoek uitgevoerd en is getoetst aan de geluidnormen die zijn opgenomen in eerdergenoemde publicatie. Uit het 'Onderzoek geluid wegverkeer en kindcentrum' (zie bijlage 2), blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau bij een aantal geluidgevoelige bestemmingen hoger is dan de streefwaarde en grenswaarde uit de VNG­publicatie. Met het plaatsen van een geluidscherm van 2,5 meter hoog voldoen het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau voor zowel de bestaande als de nieuwe woningen aan de grenswaarden van respectievelijk 55 dB(A) en 70 dB(A).

Omdat ervan kan worden uitgegaan dat de woningen beschikken over een gevel met een geluidwering van tenminste 20 dB, wordt voor alle woningen in de dagperiode voldaan aan het binnenniveau van 35 dB(A). Voor de maatschappelijke bestemming aan de Lindenlaan 75 is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bij toepassing van het geluidscherm 62 dB(A) en daarmee hoger dan de grenswaarde van 55dB(A). Op basis van een indicatieve berekening is de geluidwering van de gevel bepaald. Hieruit blijkt dat de geluidwering van de gevel voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. De zijgevel (speelpleinzijde) wordt afgeschermd door het geluidscherm van 2.5 meter hoog en daarmee wordt de begane grond afgeschermd. Op de verdiepingen is aan deze zijde een dove gevel aanwezig. Aldus is sprake van een aanvaardbare geluidsituatie, temeer omdat: <0000> in de huidige situatie al functies met een vergelijkbare geluiduitstraling op de planlocatie zijn toegestaan, zoals een basischool; <0000> de maatschappelijke bestemming op de Lindenlaan niet of nauwelijks wordt gebruikt voor functies die geluidgevoelig zijn; <0000> educatieve activiteiten in het gebouw vooral in de avondperiode plaatsvinden en de kinderopvang dan is gesloten; <0000> het kinderdagverblijf voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, waarin het stemgeluid niet wordt beoordeeld.

6.3 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een besluit van het bevoegd gezag, inzake de beoordeling of een milieueffectrapport moet worden gemaakt, hoeft bij de projecten onder de drempelwaarde (de gevallen opgenomen in Bijlage D van het Besluit mer) niet separaat te worden medegedeeld; dit op grond van artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit mer. Voor het onderhavige bestemmingsplan hoeft (vooraf) geen besluit inzake een (formele) m.e.r.­beoordeling te worden gepubliceerd. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. De wijziging van het Besluit mer volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit mer genoemde activiteiten van de D­lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 38 van 54

activiteit betreft boven of onder de D­drempel. Via een m.e.r.­beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.­beoordeling te worden gedaan. Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor dit project is een aanmeldnotitie opgesteld. Op 16 maart 2022 hebben burgemeester en wethouders op basis daarvan besloten dat het plan niet leidt tot significant nadelige gevolgen voor het milieu. Daarom hoeft geen milieueffectrapport (MER) of m.e.r.­beoordeling te worden opgesteld. Het besluit is als bijlage 3 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting.

6.4 Bezonning Ten aanzien van bezonning voor bebouwing bestaan geen wettelijke normen en eisen. Gemeenten zijn bij de onderbouwing of een ontwikkeling op dit punt voldoet aan ‘een goede ruimtelijke ordening’ vrij om dit in te vullen. Vaak wordt gebruik gemaakt van de door TNO ontwikkelde lichte norm, die minimaal twee uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft of de strenge norm, die drie uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Bij het toetsen aan de TNO­norm dient de bezonning van het midden van de venster bank in de woonkamer te worden onderzocht. In de regel bevindt de woonkamer zich aan de voorzijde van de woning. Relevantie plangebied Ten behoeve van het boupwlan is onderzoek verricht naar de gevolgen van het bouwplan voor de bezonningssituatie. In de uitgevoerde bezonningsstudie (zie bijlage 4) is gebruik gemaakt van onderstaande gegevens: <0000> 3d model van de bestaande situatie; <0000> 3d model van de nieuwe situatie; <0000> 3d model van het terrein; <0000> 3d­model van eventuele belendingen; <0000> bezonningsgegevens.

Van elk jaargetij zijn 3 schaduwberekeningen weergegeven: <0000> Schaduwberekening 21 maart, tijden: 9.00, 13.00, 17.00 uur; <0000> Schaduwberekening 21 juni, tijden: 9.00, 13.00, 17.00 uur; <0000> Schaduwberekening 23 september, tijden: 9.00, 13.00, 17.00 uur (wintertijd); <0000> Schaduwberekening 22 december, tijden: 9.00, 13.00, 17.00 uur (wintertijd). De resultaten zijn weergegeven in overzichtelijke afbeeldingen, waarbij de schaduwwerking goed is te zien in de oude en nieuwe situatie. Door het onderzoek is inzichtelijk geworden dat de woningen Haagbeuklaan 74 t/m 80 in maart en september tussen 11.00 & 13.00 uur een stukje bezonning verliezen en de woningen Haagbeuklaan 70 t/m 82 in december tussen 09.00 en 13.00 uur minder direct zonlicht ontvangen ten opzichte van de bestaande situatie. Verder volgt uit de studie dat de nieuwbouw geen extra schaduwwerking oplevert voor de overige woningen in de omgeving. Nu uit dit onderzoek blijkt dat aan de strenge TNO­norm wordt voldaan, is geen sprake van onaanvaardbare schaduwwerking op de omgeving ten gevolge van de nieuwbouw.

6.5 Bodem

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 39 van 54

6.5.1 Regelgeving en beleid Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeelt. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet milieubeheer vormt hiervoor de basis. Ook het Besluit bodemkwaliteit is hier onderdeel van. Het derde en laatste spoor is het ruimtelijke spoor (Wro) dat tot doel heeft te komen tot een ‘goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijk momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast.

In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet vermindert en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is dit gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer regio Amstelland­Meerlanden (2013). De 3 sporen komen te zijner tijd samen in de Omgevingswet. De uitgangspunten van de Nota bodembeheer worden dan vertaald in de omgevingsvisie en omgevingsplannen. Provinciale structuurvisie In de geactualiseerde Structuurvisie Noord­ Holland 2040 (sept. 2015) is aandacht voor bodem onder het aspect milieukwaliteit. In de zogenaamde bodemvisie wordt via kaarten aandacht besteed aan elementen van duurzaam bodemgebruik. Provinciale milieuverordening De provincie beschermt aardkundig interessante gebieden, 'aardkundige waarden', die iets vertellen over manier waarop het landschap is ontstaan. In de provinciale milieuverordening zijn daarnaast grondwaterbeschermingsgebieden opgenomen en geluidscontouren van bedrijfsterreinen van regionaal belang. In het plangebied bevinden zich geen aardkundige monumenten of bijzondere aardkundige beschermingsgebieden.

6.5.2 Bodemsituatie en -kwaliteit plangebied Bodemopbouw De ligging van het plangebied is beschreven in § 1.2. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit humeuze klei. Bodemkwaliteit Op basis van de gemiddelde bodemkwaliteit, omschreven in de Nota bodembeheer 2019, is het gebied vrij van verontreiniging. In het plangebied zijn ook geen verdachte activiteiten uitgevoerd.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 40 van 54

Haalbaarheid De haalbaarheid van een ruimtelijk plan kan onder druk komen te staan door de kosten van een noodzakelijke bodemsanering of noodzakelijk grondverzet ter bescherming van het toekomstige bodemgebruik. Dit kan leiden tot een negatief resultaat op de grondexploitatie. Dat is hier echter, gezien bovenstaande informatie, niet de verwachting. Bodemkwaliteit op planniveau Uit het rapport van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek, opgesteld door HB advies onder kenmerk 15HB0622, d.d. 24 november 2015 (zie bijlage 5) en het verkennend onderzoek asbest opgesteld door Van Dijk Geo­ en Milieutechniek met kenmerk 750891, d.d. 05 augustus 2021, (zie bijlage 6), blijkt dat enkel licht verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen zijn aangetroffen. Het is daarom niet te verwachten dat de bodemkwaliteit van het plangebied een negatief effect heeft op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

6.6 Duurzaam bouwen en energie De kaders betreffende duurzaamheid Amstelveen zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 15 juni 2016. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die hij maakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: <0000> Amstelveen is een fossielonafhankelijke stad in 2040; <0000> Amstelveen is een circulaire stad (circulaire economie) in 2040; <0000> en iedereen kan meedoen in Amstelveen (inclusieve stad). Belangrijk aandachtspunt is bij nieuwbouw en renovatie dat energiegebruik zoveel mogelijk gereduceerd wordt door o.a. isolatie en efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energie­opwek gewenst. Dit wordt binnen het Bouwbesluit getoetst. De gemeente hecht er aan dat voor bewoners de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. BENG (bijna energieneutraal gebouw) Vanaf 1 januari 2021 geldt BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) als nieuwe wetgeving in Nederland die de huidige EPC­norm voor nieuwbouw vervangt. BENG is gebaseerd op de “Trias Energetica”, een driestappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. De huidige EPC­methode om de energieprestatie van woningen te berekenen voldoet niet meer.

Bij de huidige EPC nieuwbouweis is het bijvoorbeeld mogelijk om het energieverlies van een woning door de gebouwvorm, bijvoorbeeld door een grote glaswand, te compenseren met zonnepanelen. Er is daardoor bij de huidige eis geen relatie met het energieverbruik per m2. De BENG­eisen houden hier wel rekening mee. Er wordt een aparte eis gesteld aan de buitenkant van een gebouw, de zogenoemde schil, om de energiebehoefte te limiteren. Dit noemen we BENG 1. Daarnaast moet de energievraag van een gebouw zo veel mogelijk uit hernieuwbare energie bestaan: de BENG 3­eis. En tenslotte moet de resterende energiebehoefte zo efficiënt mogelijk worden opgewekt: BENG 2. De nieuw te bouwen woningen moeten aan deze normen gaan voldoen. GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) De gemeente Amstelveen stimuleert duurzaam en energiezuinig bouwen en hanteert momenteel daarbij de GPR als richtsnoer. GPR Gebouw is een digitaal instrument dat de duurzaamheid van gebouwen in cijfers uitdrukt, en dat voor vijf thema´s (modules). Amstelveen streeft naar nieuwbouw met een gemiddelde GPR score van 7,5. Het hanteert een ambitie voor een zo hoog mogelijke score op de module energie, met minimaal een GPR score 7,5.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 41 van 54

De gemeente stelt haar licentie voor GPR Gebouw beschikbaar aan ontwikkelaars, die daarmee het voorlopig ontwerp kunnen toetsen en zo nodig verbeteringen kunnen aanbrengen. Het thema milieu van de GPR voldoet aan de eisen die een Omgevingsvergunning stelt aan een bouwaanvraag volgens artikel 5.9 het eerste en tweede lid van het Bouwbesluit 2012. Een aanvrager van een bouwvergunning moet met een wettelijke berekening aangeven wat het duurzaamheidgehalte van het te realiseren bouwwerk is. Circulair bouwen Een toekomstbestendige economie is een circulaire economie, waarbij wordt ingezet op hergebruik van grondstoffen. De bouw biedt concrete kansen voor de circulaire economie. Er worden veel materialen gebruikt en de resultaten zijn tastbaar. Het is goed om in te zetten op: hergebruik van minerale grondstoffen; levensduurverlenging en hoogwaardig hergebruik.

6.7 Ecologie Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen voor de andere soorten. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000­gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gebiedsbescherming Natura­2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

In deze gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn Natura­2000­gebieden beschermd tegen significante negatieve effecten, waaronder de gevolgen van stikstofdepositie. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natura­2000 gebied. Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied "Botshol" is gelegen ten zuidoosten van het plangebied. De afstand tot aan dit Natura­2000 gebied is circa 6 kilometer. Uit onderzoek naar de stikstofdepositie ten gevolge van de uitvoering van dit bestemmingsplan, is gebleken dat vanwege de sloop­, aanleg­ en gebruiksfase sprake is van een stikstofdepositie (afgerond op twee decimalen) van 0,00 mol/ha/jaar ter plaatse van het stikstofgevoelige Natura 2000­gebied Botshol (zie bijlage 7). Hieruit wordt geconcludeerd dat geen significant negatieve effecten zijn te verwachten op Botshol ten gevolge van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling. Derhalve is inzake stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plangebied maakt voorts geen onderdeel uit van en is niet gelegen in de directe nabijheid van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) of andere beschermde natuurgebieden.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 42 van 54

Soortenbescherming In 2019 is vanwege de voorgenomen werkzaamheden een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie bijlage 8). Met inachtnemening van de 'Notitie met overzicht uitgevoerde onderzoeken beschermde flora en fauna' (zie bijlage 9) en het 'Nader onderzoek beschermde Fauna Haagbeuklaan 1­3' (zie bijlage 10) kan worden geconcludeerd dat in het plangebied: <0000> geen beschermde plantensoorten voorkomen; <0000> streng beschermde landgebonden zoogdieren niet zijn te verwachten; <0000> andere zoogdieren, zoals egel, huisspitsmuis, huismuis, bosmuis en bruine rat, zijn te verwachten. Deze soorten zijn of niet beschermd of in de verordening vrijstelling van de provincie zijn opgenomen; <0000> geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen en dat de beplanting niet van essentieel belang is als foerageergebied of vliegroute; <0000> geen zwaarder beschermde soorten amfibieën en reptielen voorkomen; <0000> geen broedvolgels met een jaarrond beschermd nest uit de categorieën 1 t/m 4 voorkomen; <0000> bij de verdere ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van gewone pad, kleine zoogdieren en broedende vogels. Met het oog op de planning van de werkzaamheden en de invulling van de zorgplicht is een werkprotocol opgesteld (zie bijlage 11).

Met inachtneming van de daarin opgenomen maatregelen zijn significant nadelige gevolgen voor het milieu door de invloed op natuurwaarden en biodiversiteit uitgesloten. Bomen effect analyse Door Groenadvies Amsterdam BV is een bomen effect analyse uitgevoerd. Het rapport daarvan (projectnummer 22124, d.d. 11 mei 2022) is opgenomen als bijlage 12. Ten gevolge van het plan moeten 26 bomen worden verwijderd. Vier bomen worden terug geplant, waarbij voor één markante boom de locatie is bepaald langs de Haagbeuklaan.

6.8 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die derden lopen als gevolg van bepaalde activiteiten. In Amstelveen gaat het met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen in de omgeving van het bedrijf. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG­tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 43 van 54

Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10­6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen inwerking getreden. Deze wet vervangt de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het doel van Basisnet is om gevaarlijke stoffen te kunnen vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en in het buitenland en de risico's voor omwonenden langs de routes binnen de wettelijke grenzen te houden. Het systeem Basisnet heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over grote vaarwegen, spoorwegen en autowegen.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding, route vervoer gevaarlijke stoffen, lpg­tankstation of een andere inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Nader onderzoek naar het groepsrisico of plaatsgebonden risico is niet nodig.

6.9 Geluid 6.9.1 Beleid en regelgeving De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor spoor­ en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn voorkeursgrenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie. 6.9.2 Geluidsituatie plangebied Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van woningen en de vestiging van een kinderdagverblijf. Omdat dit geluidgevoelige objecten zijn in de zin van de Wet geluidhinder, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op 9 maart 2021 heeft het

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 44 van 54

adviesbureau DGMR, onder nummer B.2019.0915.23.R001 versie 2, hierover een rapport uitgebracht (zie bijlage 2). In aanvulling daarop heeft het bureau de geluidwering van de gevels beoordeeld en daarover gerapporteerd onder kenmerk B.2019.0915.23.N001, d.d. 16 september 2021 (zie bijlage 13). De onderstaande beoordelingskaders zijn van toepassing: <0000> beoordeling van het wegverkeerslawaai; <0000> beoordeling van de geluidniveaus vanwege het nieuwe kinderdagverblijf. Wegverkeerslawaai Het beoordelingskader voor wegverkeerslawaai is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh) en het gemeentelijk geluidbeleid. In de Wet geluidhinder is beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd een aantal situaties, waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur en woonerven. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. Op de Lindenlaan geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van deze weg, zodat moet worden voldaan aan de eisen die in de Wgh worden gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen en het nieuwe kinderdagverblijf ten gevolge van wegverkeerslawaai. De voorkeurswaarde bedraagt 48 dB en indien hieraan niet kan worden voldaan kan onder voorwaarden een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 63 dB.

Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting bij alle woningen voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege de Lindenlaan is 45 dB op de gevels van het appartementengebouw. Op de gevel van het kerkgebouw, waarin het kinderdagverblijf zal worden gehuisvest, is een geluidbelasting van maximaal 54 dB berekend. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB die in de Wet geluidhinder wordt gehanteerd, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De Haagbeuklaan en de Notenlaan zijn wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben geen geluidzone volgens de Wgh en de grenswaarden uit de Wgh zijn dan ook niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is echter ook inzicht gegeven in de geluidbelasting vanwege deze wegen. Door aansluiting te zoeken met de grenswaarden uit de Wgh wordt een beeld gegeven van de hoogte van de optredende geluidbelastingen. Vanwege de niet­zoneplichte wegen is de geluidbelasting ten hoogste 51 dB. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB die in de Wet geluidhinder wordt gehanteerd, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Het treffen van geluidbeperkende maatregelen stuit op overwegende bezwaren vanuit verkeerskundig, stedenbouwkundig en/of financieel oogpunt. Gesteld kan worden dat de geluidbelastingen niet onaanvaardbaar hoog zijn.

Om een aanvaardbaar woon­ en leefklimaat te realiseren bij de nieuwe woningen is in het bestemmingsplan, vanwege deze niet­zoneplichtige wegen, geborgd dat wordt voldaan aan een binnenniveau van 33 dB, zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Voor het kerkgebouw moeten hogere waarden worden vastgesteld ten gevolge van de geluidbelasting vanwege de Lindenlaan. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat wordt voldaan aan het vereiste binnenniveau. Uit het onderzoek blijkt voorts dat cumulatie van geluidbelasting voor dit plan niet relevant is, omdat bij geen enkele geluidgevoelige bestemming de voorkeurswaarde en/of de streefwaarde door twee verschillende bronnen wordt overschreden. Daarom ontstaat vanwege het wegverkeer en het kinderdagverblijf geen relevante cumulatie.

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 45 van 54

Het besluit tot vaststelling van de benodigde hogere grenswaarden is bij deze toelichting opgenomen als bijlage 14. Geluid vanwege het nieuwe kinderdagverblijf De maatgevende geluidbron van het nieuwe kinderdagverblijf is het stemgeluid van de kinderen die zullen spelen op de buitenspeelterrein. Er is geen wettelijk toetsingskader voor stemgeluid op onverwarmde of onoverdekte terreinen die onderdeel zijn voor onderwijs en/of kinderopvang. Om de geluidniveaus toch te kunnen beoordelen, is aangesloten op de geluidnormen, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Hierin is een toetsingskader opgenomen dat geldt op verwarmde of overdekte (binnen)terreinen, waarbij sprake is van stemgeluid. De grenswaarden uit dit besluit komen overeen met de streefwaarden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Een geluidbelasting (LAr,LT) niet hoger dan 55 dB(A) is aanvaardbaar. Dit komt overeen met een veel gehanteerde waarde die als maatwerkvoorschrift volgens het Activiteitenbesluit wordt gehanteerd. Met een standaard geluidwering van 20 dB(A) kan worden voldaan aan een binnenniveau voor het LAr,LT van 35 dB(A), die in het Bouwbesluit is opgenomen voor nieuwe woningen. Aanvullende eisen ten aanzien van geluid zijn dan niet nodig. In paragraaf 6.2 (Bedrijven en milieuzonering) is de uitkomst van deze toets beschreven.

Door het plaatsen van het geluidscherm wordt aan de normen voldaan.

6.10 Kabels en leidingen Om de bedrijfszekerheid en de continuïteit van het transport door kabels en leidingen te garanderen, krijgen grote kabels en leidingen in bestemmingsplannen een planologische bescherming door middel van een dubbelbestemming. Binnen die dubbelbestemming mag niet zonder toestemming worden gebouwd of gegraven, waarmee de belangen van de kabel­ en leidingbeheerders én van de eindafnemers worden beschermd. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

6.11 Luchtkwaliteit Op de toetsing van de bijdrage van het voorgenomen project aan de luchtkwaliteit zijn de regels uit het Besluit NIBM en Regeling NIBM van toepassing. De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging. De effecten van NIBM­projecten zijn betrokken bij de berekening van de trendmatige ontwikkeling van de achtergrondconcentraties in Nederland. Wanneer een project NIBM is, kan worden geconcludeerd dat nader onderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit niet nodig is. Voorschrift 3A.2 uit de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is. Voor woningbouwlocaties is dit ≤1.500 met één ontsluitingsweg en ≤ 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen. Het voorgenomen project blijft ruim onder deze grens en draagt dus maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bij aan de huidige concentraties fijnstof of stikstofdioxide. Uit de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) in 2020 langs wegen nabij het plangebied tussen 17 en 18 µg/m³ lag en de jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) tussen de 16 en 17 µg/m³. De Europese grenswaarde voor beide stoffen is 40 µg/m³.

Aangezien het project NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit en de concentraties nog verder afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt krijgen de huidige en toekomstige bewoners niet te maken met een slechte(re) luchtkwaliteit. Daarom wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgestane ontwikkeling.

6.12 Verkeer en parkeren Autoverkeer

Toelichting bestemmingsplan Haagbeuklaan 1­3

pag 46 van 54

In inderstaande figuur worden de verkeersbewegingen per woning per dag conform de kencijfers van het CROW weergegeven.

Koop Middeldure koop (met starterslening NHG)* Middeldure koop** vrije sector koop **

aantal verkeersbewegingen per woning woningen /per dag conform CROW 15 19 23

totaal per dag

5,2 tot 6,0

78 tot 90

5,2 tot 6,0 6,7 tot 7,5

99 tot 114 154 tot 173

Figuur 19: Verkeersbewegingen per woning per dag

Hieruit volgt dat de extra verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuw te bouwen woningen een totaal van 331 tot 377 aantal vervoersbewegingen per etmaal bedragen. Dit verkeer zal grotendeels gebruik maken van het eerste deel van de Haagbeuklaan en zich op de Lindenlaan verdelen in verkeer richting westen en verkeer richting oosten, waardoor de totale toename van verkeer op de Lindenlaan afgerond ongeveer 200 mvt/etmaal zal zijn voor zowel het oostelijke als het westelijke wegvak. Volgens het verkeersmodel Noord Holland­Zuid 3.0 2030 TH gelden in het gebied nu de volgende intensiteiten: <0000> Lindenlaan (ontsluitingsweg): 2.100 mvt/etmaal; <0000> Haagbeuklaan (erftoegangsweg): 800 mvt/etmaal. Voor de Lindenlaan, een gebiedsontsluitingsweg met fietsstroken, geldt een voorkeursintensiteit van 5000­10.000 mvt/etmaal. Voor de Haagbeuklaan, een erftoegangsweg geldt een voorkeursintensiteit van <4000 mvt/etmaal. Het huidige wegennet rondom het plangebied biedt derhalve ruim voldoende capaciteit om de toename van de extra verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuw te bouwen woningen op te vangen. Daarnaast is er nog voldoende restcapaciteit voor de invulling van de maatschappelijke bestemming in de kerk. Parkeren Zoals aangegeven in paragraaf 5.4.4 (Nota Parkeernormen 2021), zijn in de startnotitie parkeernormen vastgesteld.

Daaraan ten grondslag ligt een advies van 4 december 2019 (kenmerk 005572.20191128.N1.03) van het onafhankelijke adviesbureau Goudappel Coffeng (zie bijlage 15). Naar aanleiding van de tegen de ontwerpbesluiten naar voren gebrachte zienswijzen en de verdere concretisering van het plan is aan Goudappel gevraagd om de parkeerbalans te updaten en te onderzoeken of, en zo ja welke parkeerplaatsen in de openbare ruimte kunnen komen te vervallen ten gunste van de verkeersveiligheid. Op 17 maart jl. heeft Goudappel hierover gerapporteerd (kenmerk 14479.20230310.N1.03). Dit rapport is opgenomen als bijlage 16. Uit de parkeerberekeningen, waarbij rekening is gehouden met de in de startnotitie vastgestelde parkeernormen, de huidige parkeerdruk veroorzaakt door de kerk en het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door de toekomstige functies, blijkt dat er voor het plan in totaal 61 parkeerplaatsen extra nodig zijn op het maatgevende (drukste) moment, ten opzichte van het huidige aantal parkeerplaatsen. In het plan worden 25 parkeerplekken toegevoegd in de parkeerkelder en 36 nieuwe parkeerplekken worden aangelegd op maaiveld. Daarmee voldoet het plan aan de parkeereisen die in de startnotitie worden gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=eca6ddf0-9af1-45cf-8723-8bc8e970da56