CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West

Raadsvergadering 18 oktober 2023, gemeente amstelveenBij agendapunt: De Scheg West - exploitatieplan, bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan28.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Stikstofdepositie In verband met de ontwikkelingen (nieuwe functies) en werkzaamheden in het kader van het plan De Scheg West is een stikstofdepositie­onderzoek verricht door het bureau Sweco. Het stikstofdepositie­onderzoek (oktober 2023) van Sweco is als bijlage 12 bij de plantoelichting toegevoegd. In het stikstofdepositie­onderzoek is de stikstofdepositie(toename) op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000­gebieden berekend. Bij het stikstofdepositie­onderzoek zijn berekeningen uitgevoerd voor de toekomstige situatie ofwel de gebruiksfase en voor de tijdelijke situatie van de bouw ofwel de realisatiefase. Voor de stikstofdepositie­berekeningen is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2023. In het onderzoeksrapport staan de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositie­onderzoek beschreven. Bij het stikstofonderzoek is gerekend met salderen oftewel het gunstige effect van het verdwijnen van het huidige/voormalige gebruik. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 60

Indien negatieve effecten vanwege werkzaamheden en toekomstig gebruik (in verband met een plan of project) op een Natura 2000­gebied op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, dan is voor het planologisch besluit een milieueffectrapportage (m.e.r.) noodzakelijk en is voor de verlening van de omgevingsvergunning (voor het bouwen) een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is geen sprake van een m.e.r.­plicht of een vergunningsplicht bij een stikstofdepositiebijdrage (vanwege de activiteit) van maximaal 0,00 mol N/ha/jaar op een Natura 2000­gebied. Als sprake is van intern salderen, dan is daarvoor geen natuurvergunning benodigd. Gebruiksfase Met de toepassing van intern salderen is in de gebruiksfase van de planontwikkeling De Scheg West geen netto­toename van de stikstofdepositie op Natura 2000­gebieden berekend, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Realisatiefase (sloop- en bouwfase) / Aanlegfase Met de toepassing van intern salderen is in de realisatiefase van de planontwikkeling De Scheg West geen netto­toename van de stikstofdepositie op Natura 2000­gebieden berekend, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Bij de berekening van de realisatiefase is tevens de gebruiksfase voor 6/7 deel meegenomen, waarmee het cumulatief effect ofwel een worse­case jaar is beschouwd.

Met een bouwfasering van maximaal 114 woningen per jaar, en de toepassing van elektrische telekranen, zijn er per saldo geen stikstofdepositie­effecten op Natura 2000­gebieden, als gevolg van de realisatiefase van het plan, te verwachten. Conclusie Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Op basis van intern salderen is het plan uitvoerbaar in relatie tot stikstofdepositie. Natuurgebieden zijn geen belemmering voor het onderhavige plan. Situatie en beoordeling plan(gebied) - Soortenbescherming / Flora & Fauna Voor het plangebied De Scheg West is in 2020 een quickscan flora & fauna verricht door het bureau Van der Goes & Groot. Het onderzoeksrapport is als bijlage 13 bij de plantoelichting toegevoegd. In navolging van de quickscan is door het bureau Sweco een soortgericht onderzoek naar huismus, vleermuizen, kleine marters en rugstreeppad in (delen van) het plangebied De Scheg West verricht. Het onderzoeksrapport is als bijlage 14 bij de plantoelichting toegevoegd. Uit de quickscan flora & fauna blijkt, in conclusies, het volgende: <0000> Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. <0000> In het plangebied kunnen broedvogels met niet­jaarrond beschermde nesten voorkomen.

Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. <0000> In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van huismus. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort(en) noodzakelijk. Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 61

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

Het onderzoek naar vleermuizen, roofvogels en uilen in 2018 van RPS dat bij de bebouwing aan de Legmeerdijk 198 heeft plaatsgevonden, is vanwege de maximale houdbaarheid van drie jaar geldig tot eind 2021. Voor de (sloop) plannen dient nieuw onderzoek plaats te vinden. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (buizerd, sperwer, ransuil, huismus), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. In het onderzoeksgebied kunnen beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Het gaat om de rugstreeppad en kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

De conclusie van het aanvullend soortgericht onderzoek is als volgt: Uit het soortgericht onderzoek naar de aan­ dan wel afwezigheid van de huismus, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger), kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel) en rugstreeppad blijkt dat geen beschermde soorten of functies in het plangebied aanwezig zijn. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor deze soorten is niet nodig. Conclusie De flora & fauna vormen geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Ten aanzien van algemene soorten kan bij de planuitvoering worden volstaan met (algemene maatregelen in het kader van) de zorgplicht. Ten aanzien van vogels dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden.

7.9 Milieuzonering In ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met functiescheiding tussen hindergevoelige en hinderveroorzakende functies. Ten aanzien van de afstand tussen woningen en bedrijven worden de richtafstanden van de VNG, zoals die zijn opgenomen in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering", gehanteerd om te beoordelen of er al dan niet hinder te verwachten is vanwege bedrijven op de woningen. Het plangebied wordt ingericht met woningen. Ten zuiden en oosten van het plangebied bevinden zich glastuinbouw bedrijven. De richtafstand voor glastuinbouw betreft 30 meter voor een rustig woongebied en 10 meter voor gemengd gebied. De nieuwe woningen liggen op een afstand van meer dan 30 meter van de glastuinbouw. Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 62

Voor het glastuinbouw bedrijfsperceel aan de westzijde van het plangebied is sprake van een bestaande situatie met woningen en toegestane glastuinbouw. Het bedrijf bevindt zich in een gemengd gebied, de afstand tussen het bedrijf en de nieuwe woningen is ten minste 10 meter. In en bij het onderhavige plan wordt voldaan aan de richtafstanden ten aanzien van bedrijven en milieuzonering.

7.10 Duurzaamheid en Klimaat In zowel de Ontwikkelvisie Scheg Noorder Legmeerpolder (2015) als het Ruimtelijk Raamwerk (2019/2020) is de ambitie uitgesproken om van De Scheg een aantrekkelijke, duurzame en groene woonwijk te maken. In de Ontwikkelvisie is bepaald dat voor het bepalen van de energie­ en duurzaamheidsdoelen bij De Scheg gebruik gemaakt wordt van het instrument 'GPR Stedenbouw'. Voor alle thema's uit de GPR is een basisambitie en eindambitie vastgesteld. Inmiddels beschikt de gemeente over de 'Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen' en het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 2021­2026. Met het vervolg van de gebiedsontwikkeling waren er bij de tussentijdse toetsing aanleidingen om de duurzaamheidsambities te herijken, zoals: <0000> ontwikkeling van GPR Stedenbouw 1.5 (vernieuwd); <0000> toegenomen aandacht voor en belang van klimaatadaptatie, elektrificeren automobiliteit en circulair bouwen; <0000> veranderde wet­ en regelgeving; <0000> veranderd plangebied; relatie tussen de deelgebieden en het geheel; <0000> de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen. Omdat de Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen actueel en eigen beleid is, is er in afstemming met ontwikkelaars voor gekozen om in plaats van het instrument GPR, de leidraad in te zetten.

Het plan voor De Scheg West is globaal getoetst aan de leidraad; hieruit is het volgende gebleken: <0000> Op het thema energie is het mogelijk om op BENG1 (gebouw­gebonden energiebehoefte) en BENG2 (primair energiegebruik) op het midden ambitieniveau te score. Dat is voor BENG1 10% minder energiebehoefte en BENG2 50% reductie energiegebruik. Voor de overige onderwerpen binnen het thema energie (o.a. gebruik­gebonden energiebehoefte en energieopslag) scoren de plannen conform het basisniveau. <0000> Op het thema circulair bouwen scoren de plannen naar verwachting conform het basisniveau voor de verschillende onderwerpen. Alleen de gemiddelde 'milieu prestatie gebouwen' (MPG) van de woningen zou kunnen voldoen aan het middenniveau (dit is een MPG van 0,75). <0000> Op het thema klimaatadaptief voldoet De Scheg West aan het middenniveau voor de afstand tot koele verblijfslocaties en voor waterverwerking. <0000> Van het plangebied is ongeveer 20% van het oppervlak als groen ingericht. Hiermee wordt voldaan aan het middenniveau voor aandeel groen. Verwacht wordt dat het plan niet hoger scoort dan het basisniveau voor ecologie. Het beeldkwaliteitsplan verleidt op gebouwniveau tot verhogen van de biodiversiteit. <0000> Op het thema mobiliteit wordt waarschijnlijk niet hoger gescoord dan het basisniveau.

Er worden geen deelconcepten toegepast (de ligging van het plangebied leent zich hier minder goed voor) of extra openbare laadpalen gerealiseerd.

Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 63

Klimaatadaptatie: wateroverlast en -tekort In paragraaf 7.2 Water is inzicht gegeven hoe in het plan De Scheg West (tot dusver) rekening is gehouden met waterberging en hoe bij de planuitwerking nader aandacht wordt besteed aan klimaatadaptatie. De thema's die belang zijn voor het stedelijk gebied, volgens het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen, zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. B. Hitte: beperking van de impact. C. Droogte: vergroten sponswerking. D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In paragraaf 7.2 is (op hoofdlijnen) per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden volgens Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen. Vanuit de gemeente zijn voor diverse klimaatthema's een pakket aan eisen gesteld waaraan het stedenbouwkundig plan en het stedelijk watersysteem moeten voldoen. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan De Scheg West zullen de inrichtingsplannen getoetst worden aan de klimaatadaptieve eisen en te behalen doelen volgens het Actieplan Klimaatadaptatie 2021­2026 van de gemeente Amstelveen.

Hittestress De toekomstige situatie van het plangebied De Scheg West is door Sweco getoetst aan de hittestress eisen voortkomend uit het klimaatbeleid van de gemeente Amstelveen en het klimaatconvenant van de Metropoolregio Amsterdam, waarbij door Sweco onderzoek is verricht naar gevoelstemperaturen op een hete dag. Het positieve effect van water is in de hittebepaling niet meegenomen. De rapportage van de hittestress toetsing is als bijlage 15 bij dit bestemmingsplan opgenomen. De resultaten van de hittestress toetsing zijn als volgt: <0000> Algemeen: Er is in het plangebied een hoge gevoelstemperatuur bij niet­beschaduwde plekken. Dit komt door een lagere gemodelleerde windsnelheid. In principe is een hoge gevoelstemperatuur niet direct problematisch, zolang er schaduw wordt gecreëerd in het gebied. Dit is in het geval van De Scheg West ruim voldoende. Zie hiervoor ook de navolgende beoordelingen op gebied van schaduw en koele plekken. <0000> Schaduw: Het plangebied is in de toekomst voor ten minste 40% beschaduwd. Langzaamverkeersroutes zijn voldoende beschaduwd (48%). Er wordt voldaan aan de eis uit het MRA­document, namelijk een schaduw­eis van 40%. Er wordt geadviseerd om bij het schoolplein de schaduwwerking verder uit te werken, waarbij de eis inzake vitale en kwetsbare functies van toepassing is.

<0000> Koele plekken: Er zijn veel koele plekken (van minstens 200 m2) aanwezig in het toekomstig woongebied. De koele plekken liggen binnen een voldoende afstand van de woningen en openbare plekken in het plangebied, namelijk binnen 300 meter loopafstand. Er wordt voldaan aan de eis vanuit het MRA­document. De koele plekken liggen veelal op veel kortere afstand. <0000> Vitale en kwetsbare functies: Er wordt geadviseerd om bij het schoolplein de schaduwwerking verder uit te werken om kinderen op hete dagen voldoende schaduw te geven. De nutstracés zijn voldoende beschaduwd. Een aantal geprojecteerde transformatorhuisjes in het stedenbouwkundig plan is nog niet beschaduwd. Zowel de stoepen waaronder de nutstracés liggen als de transformatiehuisjes kunnen een lichte kleur krijgen om opwarming te verminderen. <0000> Het plan voldoet aan de eisen gesteld in het klimaatconvenant van de MRA. Er zijn geen verdere grootschalige ruimtelijke aanpassingen nodig om hittestress te minimaliseren.

Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 64

7.11 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Wet- en regelgeving Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten en plannen waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Via een m.e.r.­beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.­beoordeling te worden gedaan. De inhoudelijke vereisten voor de m.e.r­beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn mer. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: <0000> kenmerken van het project; <0000> plaats van het project; <0000> kenmerken van het potentiële effect. M.e.r.-beoordeling Het onderhavige plan betreft een stedelijk ontwikkelingsproject.

Daarom is beoordeeld of voor het onderhavige bestemmingsplan een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. In het kader van de m.e.r.­beoordeling is een m.e.r.(­beoordeling)­notitie voor het plan De Scheg West opgesteld, in december 2022 en augustus 2023. De m.e.r.­notitie is geactualiseerd in verband met de nieuwe/geactualiseerde onderzoeken. De "M.e.r.­notitie De Scheg West en Midden" (d.d. 3 augustus 2023), van Sweco, is opgenomen als bijlage 16 bij dit bestemmingsplan. Uit de m.e.r.­notitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het onderhavige plan. Het college heeft hierop besloten dat geen MER opgesteld hoeft te worden. Bij de m.e.r.­beoordeling ­ de notitie en het besluit ­ zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect in acht genomen. Het m.e.r.­beoordelingsbesluit is opgenomen als bijlage 17 bij dit bestemmingsplan. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het plan. Het is dus niet noodzakelijk om een MER op te stellen en een m.e.r.­procedure te voeren voor het onderhavige bestemmingsplan.

Toelichting Bestemmingsplan De Scheg West (9­10­2023) 65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=6b4d51ab-3fc9-494b-bee9-62d40094bc6a