Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
Tekst van het document
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: <0000> de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; <0000> voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; <0000> de 24uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); <0000> voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 45 van 50
In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. In de 'Regeling NIBM bijdragen' is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingswet, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Doorwerking plangebied Er is bij het onderhavige plan sprake van 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van de Wet milieubeheer. Er is na planrealisatie geen relevant effect op de luchtkwaliteit als gevolg van het plan. Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
7.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risicoopleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en van het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoorweg en water en door buisleidingen. De veiligheidsnormen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart NoordHolland geeft inzicht in de risico's in de woon en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk. Doorwerking plangebied In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen. Ook op de wegen rondom het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In het plangebied en de omgeving zijn geen buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelegen.
7.7 Wet natuurbescherming Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming belaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 46 van 50
beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en de grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Doorwerking plangebied Soortenbescherming Het onderzoeksbureau Inventarium flora en fauna heeft middels een quickscan flora en fauna de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Het onderzoek (rapportage QS50391, d.d. 28 januari 2022) is bijgevoegd als bijlage 5. Uit de quickscan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming niet wordt overtreden. Gebiedsbescherming In het kader van gebiedsbescherming wordt gekeken naar de effecten van het plan op Natura 2000gebieden en provinciaal beschermde natuurgebieden en elementen. Het plangebied is niet gelegen in het NNN, waardoor er geen sprake is van aantasting van NNN. Het gebied is niet gelegen in een Natura 2000gebied.
Om uit te sluiten dat er stikstofdepositie op een nabijgelegen Natura 2000gebied plaatsvindt, is een stikstofberekening uitgevoerd door Ecofect. Uit deze berekening is gebleken dat onderhavig initiatief niet resulteert in stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. De stikstofberekening is bijgevoegd als bijlage 6. De berekening wordt geactualiseerd na 5 oktober 2023.
7.8 Verkeer en parkeren Wettelijk kader Indien een ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer en parkeersituatie te worden beoordeeld. Doorwerking plangebied In de nieuwe situatie zal er een verkeersgeneratie ontstaan vanuit de twee nieuwe woningen. Op basis van de kengetallen van het CROW dient er rekening te worden gehouden met een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per vrijstaande woning, wat resulteert in een verkeersgeneratie van 17,2 in de nieuwe situatie. De huidige agrarische functie komt te vervallen, waardoor de verkeersgeneratie vanuit de kassen ook vervalt. Deze kan op basis van het CROW worden aangeduid als arbeidsintensief/bezoekersextensief, welk een verkeersgeneratie van maximaal 10,9 verkeersbewegingen per 100 m2 kent. Met onderhavige ontwikkeling zal de totale verkeersgeneratie afnemen. De parkeervraag zal worden opgelost op eigen terrein.
7.9 Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten (op milieugevoelige functies). Sommige activiteiten die in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere activiteiten/functies moeten juist beschermd
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 47 van 50
worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. In het bestemmingsplan kan de afstand tussen milieugevoelige functies en milieubelastende activiteiten worden vastgelegd. Het regelen van die afstand wordt ook wel milieuzonering genoemd. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. De VNGpublicatie "Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk" is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNGpublicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: de richtafstandenlijst; twee omgevingstypen; een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemening. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied).
In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Doorwerking plangebied Ten westen van het plangebied is een bedrijfsbestemming gelegen. De gronden kennen de bestemming 'Bedrijf Nutsvoorziening'. Hier is een gemaal gevestigd. Er zijn geen richtafstanden opgenomen voor gemalen in de VNGpublicatie. Gezien de activiteit en de ligging van woningen op korte(re) afstand van het gemaal, mag ervan uit worden gegaan dat de aanwezigheid van het gemaal op circa 150 meter vanaf de nieuwe woningen geen negatieve impact heeft op een goed woon en leefklimaat van de nieuwe woningen. Omgekeerd zullen de nieuwe woningen geen nieuwe beperkingen voor het gemaal opleveren.
7.10 Duurzaamheid Wettelijk kader De kaders betreffende duurzaamheid (PLECK 4.0 Amstelveen; 'Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie') zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2022. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die zij maakt. De gemeentelijk organisatie is in 2030 onafhankelijk van fossiele brandstoffen en werkt CO2 uitstootvrij; In 2040 wil Amstelveen 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990; In 2040 wil het bestuur van de stad onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneren; In 2025 is 50% van de aankopen circulair; en In 2050 zal heel Amstelveen klimaatrobuust ingericht zijn. Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling De gemeente Amstelveen heeft hoge ambities om duurzaam bouwen en duurzame gebieden te ontwikkelen. De ambities zijn benoemd in de Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling (november 2021). Op vijf thema's gaat de gemeente bij elke
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 48 van 50
ontwikkeling kijken wat de mogelijkheden zijn om een project of gebied zo duurzaam mogelijk te realiseren: mobiliteit, energie, circulair bouwen, klimaat adaptief en groen en ecologie. De thema's zijn in onderstaand overzicht getoond.
Afbeelding 9: thema's uit de Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling Amstelveen De doelstellingen en ambities komen voort uit verschillende onderliggende beleidsstukken. Op gemeentelijk niveau gaat het onder andere om de Transitievisie Warmte, de Visie op zonneenergie, PLECK 4.0, het Actieplan Klimaatadapatatie, het Groenstructuurplan, de Mobiliteitsvisie en de Nota Parkeernormen. Het ontwerp voor gebouwen en gebieden dient aan te sluiten op al deze ambities en doelstellingen uit de Leidraad en het onderliggende beleid. Doorwerking plangebied Er zal worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. De woningen zullen gasloos worden opgeleverd. Tevens zal er middels het initiatief circa 14.000 m2 aan bestaande verharding verwijderd worden, waardoor er meer ruimte beschikbaar komt voor groen en water. Het initiatief zal daarmee voldoen aan de duurzaamheidskaders van de gemeente Amstelveen.
7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Het instrument en de procedure milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten waarbij de activiteit is opgenomen in Bijlage D van dit Besluit, moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. De wijziging van dit Besluit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn in deze wetgeving voor alle in het Besluit genoemde activiteiten van de Dlijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of een activiteit betreft boven of onder de Ddrempel. Via een m.e.r.beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 49 van 50
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. Op 3 oktober 2023 hebben burgemeester en wethouders op basis van de aanmeldnotitie van 14 maart 2022 besloten dat het plan niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu. Daarom hoeft geen milieueffectrapport of m.e.r.beoordeling te worden opgesteld.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Zuid 204B
pagina 50 van 50