Toelichting Amsteldijk Noord 17
Tekst van het document
pagina 27 van 47
4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. Het initiatief is gelegen binnen het landelijk gebied. In paragraaf 6.3.3 wordt nader ingegaan op hoe het initiatief passend is binnen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. 6.3.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Artikel 6.59 uit de Omgevingsverordening NH2020 is van toepassing op dit perceel. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van dit gebied, wordt rekening gehouden met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Het plangebied is gelegen binnen de ensemble 'Amstelscheg' en binnen de Provinciale structuur '(Bebouwings)linten'. Ensemble: Amstelscheg De Amstelscheg maakte deel uit van een groot veengebied dat lange tijd geleden is ontgonnnen uit drooggemalen polders. Tegenwoordig heeft het resterend veenweidelandschap een agrarische functie, maar krijgt het ook steeds meer betekenis als recreatielandschap, met name voor fietsers, hardlopers en wandelaars.
De Ensemble Amstelscheg is beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: De landschappelijke karakteristiek: het plangebied is gelegen binnen het ‘Veenrivierenlandschap (bovenland)’, binnen ‘Veenrivier de Amstel’. Hier staat de verkaveling haaks op de rivieren en door de slingerende rivieren zijn er uitwaaierende en toelopende verkavelingspatronen ontstaan. Openheid en ruimtebeleving: het plangebied is gelegen nabij Ouderkerk aan de Amstel, wat als een losse bebouwingskern in de scheg is gelegen en een verdichting van de scheg vormt. De ruimtelijke dragers: het plangebied is gelegen in een bebouwingslint langs de Amstel, waar tevens de meeste bebouwing van de scheg is gelegen. Dit is verder uitgewerkt in de provinciale structuur (bebouwings)linten (zie pagina 12). De ensemble ‘Amstelscheg’ kent de volgende ambities en ontwikkelprincipes met bijbehorende kansen: 1. De verkavelingspatronen en historische elementen vormen de cultuurhistorische identiteit a. Handhaving en versterking van het contrast tussen de droogmakerijen en het bovenland: I. Ontwikkel binnen het specifieke verkavelingspatroon met bijbehorende kavelbreedte. b. Het behouden van het landelijke karakter: I.
Laat bij transformaties en beëindiging van agrarische bedrijven alleen die functies toe die aansluiten bij de landelijke en recreatieve karakteristiek van het gebied (geen kantoren, autobedrijven, opslag, etc.) en stuur bij de inrichting van de erven op de kenmerkende gebiedskwaliteiten. II. Behoud en accentuering van de zichtlijnen onder andere van en naar buitenplaatsen en op molens en kerktorens. c. Het koesteren van de polder de Ronde Hoep als landschappelijke parel: I. Laat het unieke verkavelingspatroon intact en behoud de openheid in de polder. Zorg dat schaalvergroting van bedrijfsbebouwing de openheid versterkt. Relatie tot het plangebied: De beoogde ontwikkeling zal binnen de huidige bouwrechten gerealiseerd worden, waarbij het bouwvlak zelfs iets verkleind zal worden. Het nieuwe Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 28 van 47
bouwwerk zal een andere functie krijgen: wonen in plaats van een autobedrijf. Deze nieuwe functie sluit beter aan op de karakteristiek van de directe omgeving van het plangebied, dat enkel uit woonbebouwing bestaat. De transformatie tot de functie wonen zal zorgen voor een betere aansluiting op de karakteristiek van het gebied. 2. De groene scheg vormt een scherp contrast met het omringend stedelijk gebied a. Het open houden van de Amstelscheg: II. Houd de polders vrij van bebouwing en behoud het doorlicht vanaf de Amsteldijk naar het achterliggende landschap. III. Ontwikkel alleen op bestaande kavels en limiteer de volumevergroting bij sloop/nieuwbouw van woningen en bedrijven. Ontwikkelingen groter dan bestaande kavelmaat zijn niet toegestaan. IV. Ontwikkel het erf alleen in de diepte en niet in de breedte. Plaats bijvoorbeeld bijgebouwen en paardenbakken naar achteren ten opzichte van het hoofdgebouw. b. Het vergroten van de eenduidige vormgeving van de (onderling verschillende) randen langs het stedelijk gebied I. Versterk de randen door aan te sluiten op de groene karakteristiek van de desbetreffende rand. c. Sterke (zich)relaties tussen stad en land I. Creëer zichtlijnen en nieuwe routes vanaf de stedelijke rand in de richting van de scheg. Zorg dat de ontwikkeling aan de rand een voorkant krijgen naar de scheg.
Relatie tot het plangebied: de ontwikkeling vindt plaats op een bestaande bouwkavel waar de huidige bebouwing gesloopt wordt en binnen het huidige plot opnieuw gebouwd zal worden. 3. De veenrivieren zijn de dragende structuren in het beeld van de scheg a. (Behoud van) de continuïteit van het dijkprofiel van de Amstel I. Zorg dat dijken als autonome en continue structuren herkenbaar blijven. Bouw alleen op maaiveldniveau en behoud de teensloot. II. Sluit wegen loodrecht aan op de dijk of neem deze op in het dijktalud. III. Hanteer een breed doorzicht bij (ongelijkvloerse) kruisingen met andere infrastructuur. Relatie tot het plangebied: de nieuwe bebouwing zal komen op de plaats en binnen de plot van de bestaande bebouwing. De continuïteit van het dijkprofiel van de Amstel zal daarmee gerespecteerd worden. 4. Overige ontwikkelprincipes a. Het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi)tijdelijke en opstellingen in het landschap, zoals voor zonneenergie. I. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap. II.
Het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap. Relatie tot het plangebied: de huidige verkavelingsstructuur zal gewaarborgd blijven. In het planinitiatief wordt meer ruimte geboden voor groen ter verbetering van de kwaliteit van het landschap. Provinciale structuur: (bebouwings-)linten
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 29 van 47
De ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden – waaronder landschappelijke karakteristiek, openheid, ruimtebeleving en de ruimtelijke structuren, van (bebouwings)linten worden uiteengezet in de ambities en ontwikkelprincipes van deze ensembles. 1. Het lint heeft een duidelijke relatie met het omliggende landschap. a. Een goede herkenbaarheid van het lint als lijnvormige structuur in het landschap. I. Houd het lint herkenbaar en/of versterk het als structuur in het landschap. Wees terughoudend en zorgvuldig met het ontwikkelen van woonbuurten aan of achter het lint. II. Houdt ruimte tussen twee linten vrij en houd ‘oksels’ tussen kruisende linten open. III. Houd de oorspronkelijke linten herkenbaar als historische structuren en identiteitsdragers als ze opgenomen zijn/worden in een verdichte omgeving. b. Het behouden van doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap. I. Behoud de doorzichten vanaf de linten naar het landschap naast het lint. De mate van openheid verschilt per type lint. II. Maak bij erfuitbreiding een zorgvuldige afweging of de nieuwe bebouwing het beste achter of naast de bestaande bebouwing kan worden geplaatst. III. Behoud aanwezige kavelsloten tussen de erven. c. Een zorgvuldige overgang van de erven naar het landschap. I. Behoud karakteristieke erfbeplanting of voeg die toe als dit kenmerkend is voor het landschaps en/of erftype. II.
Behoud de achtersloten als zij de schaalverschillen markeren tussen smalle kavels aan het lint en brede kavels in het achterliggende landschap. Relatie tot het plangebied: de huidige structuur van het lint zal behouden blijven. De nieuwe bebouwing zal binnen de huidige bouwplot gerealiseerd worden en zal zelfs resulteren in een verkleining van het bouwvlak. 2. Het lint en de structuurdrager (weg/dijk/vaart) vormen een samenhangend geheel a. Ontwikkelen passend bij de structuurdrager. I. Sluit aan bij de kenmerkende samenhang tussen lintbebouwing en structuurdrager, bijvoorbeeld: ontwikkel aan de dijkkruin of aan de voet van de dijk, ontwikkel direct aan of op afstand van de weg/dijk/vaart. II. Oriënteer de bebouwing op de weg/dijk/vaart. De ontsluiting is bij voorkeur rechtstreeks op het lint, van oudsher vaak via een brug of dam. III. Geef de voorzijde van het erf een representatieve functie; de bedrijvigheid en logistiek vinden plaats achterop het erf. IV. Pas beplanting zodanig in dat die de karakteristiek van het lint versterkt. Behoud de laanbeplanting als die karakteristiek is voor dit lint. V. Behoud of herstel de (teen)sloot tussen de weg/dijk en het erf als die kenmerkend is voor het lint. Relatie tot het plangebied: de kenmerkende samenhang van de lintbebouwing zal behouden blijven. De ontsluiting zal plaatsvinden via de Amsteldijk, zoals nu ook het geval is.
De bebouwing zal middels de verkleining van het bouwvlak iets verder naar achteren op het perceel komen te liggen en de bedrijfsuitstraling aan de voorzijde zal worden verwijderd, waardoor er voor op het perceel ruimte beschikbaar komt voor groen. Dit zal het perceel een meer representatieve uitstraling geven binnen het lint. 3. Ontwikkelingen passen bij het karakter en de identiteit van het lint. De planlocatie is gelegen in een dorpslint. a. Een zorgvuldige afweging of de maat en schaal van de nieuwe bebouwing past bij het (type) lint, of dat hier elders een betere plek voor is. I. Ga bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig om met de karakteristieken van de historisch gegroeide dorpsstructuur, bewoningsvorm en landschappelijke context. Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 30 van 47
b. Een herkenbare identiteit van het ‘aaneengesloten dorpslint’. I. Ontwikkel in dezelfde maat en schaal als de overige bebouwing in het lint. Zorg voor diversiteit in de bebouwing, voorkom repetitie. Voor nieuwe hoogteaccenten en bebouwing op markante plekken gelden hogere beeldkwaliteitseisen. II. Zorg voor continuïteit in de inrichting van de openbare ruimte, passend bij de identiteit van het lintdorp. Relatie tot het plangebied: er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande bouwplot; de nieuwe bebouwing zal daarom zorgen voor een continuïteit van het lint.
6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Amstelveen is in een aantal decennia stormachtig gegroeid door zijn gunstige ligging en door ondernemend op het juiste moment kansen te grijpen. Inmiddels staat de concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam onder druk. De tijd dat Amstelveen kon meeliften op de groei van de regio is voorgoed voorbij. Dat vraagt om een andere instelling. Vraag is nu meer wat Amstelveen kan betekenen voor de regio. Een aantal thematische uitgangspunten zijn relevant voor dit plangebied. Wonen Het uitgangspunt is dat de woningmarkt in Amstelveen in beweging gebracht moet worden. Dit wordt bereikt door de doorstroming te bevorderen door nieuwe kwalitatief hoogwaardige woningen toe te voegen, zowel in centrumstedelijk, landelijk als suburbane woonmilieus.
Voor verschillende doelgroepen kan deze ontwikkelingslocatie een aantrekkelijk woonmilieu vormen. Hierdoor komt de doorstroming weer op gang. Daarnaast wordt ingezet op de verduurzaming van de woningvoorraad. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van twee woningen, waarbij één oude bedrijfswoning moet wijken. Door de toevoeging van één extra woning wordt een bijdrage geleverd aan de toename van de woningvoorraad. Tevens wordt de woningvoorraad verder verduurzaamd door kwalitatief hoogwaardige woningen te realiseren. Duurzame ruimte Dit thema is tweeledig. Enerzijds gaat het over ruimte scheppen voor duurzame oplossingen boven of onder de grond zoals WKO en windenergie. Anderzijds gaat het om het duurzaam ordenen en gebruiken van de ruimte: de juiste functie op de juiste plek. Voor dit plangebied voorziet de gemeente geen grootschalige windenergieopwekking. Nieuwbouwprojecten worden zo veel mogelijk aardgasloos gebouwd. Dit wordt nu ook opgelegd door de wet VET (Voortgang Energietransitie) die vanaf 1 juli 2018 van kracht is. Met deze wet vervalt de plicht om nieuwe woningen aan te sluiten op aardgas. Voor wat betreft duurzaam ruimtegebruik wordt er binnen een ruimtelijke kwaliteitskader gezocht naar slim en zuinig ruimtegebruik. Uitvoeringsparagraaf Gelijktijdig met de Structuurvisie heeft de gemeenteraad de uitvoeringsparagraaf vastgesteld.
Hierin is aangeven op welke wijze verschillende projecten en programma's die voorvloeien uit de structuurvisie in uitvoering worden gebracht. In het gebied Wester
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 31 van 47
Amstel wordt onder andere ingezet op aanleg van landschappelijk wonen middels een faciliterend grondbeleid. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de structuurvisie. 6.4.2 Woonagenda 2020-2023 Op 12 februari 2020 heeft de raad de Amstelveense woonagenda 20202023 vastgesteld. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. Om aan de vraag te voldoen wordt verwacht dat de aankomende jaren ongeveer 10.000 woningen toegevoegd worden. De druk binnen alle segmenten is hoog. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huur en er zijn te weinig woningen in de vrije sector (laag en hoog) en de middeldure hoop (laag en hoog). Daarnaast is er een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en zijn er veel jonge mensen die maar moeizaam hun eerste stappen op de woningmarkt kunnen zetten. Extramuralisering en ambulantisering van de zorg maakt dat inwoners lange thuis blijven wonen of juist weer zelfstandig gaan wonen. Dit vraagt om maatwerk, nieuwe woonvormen en het realiseren van woningen voor specifieke doelgroepen, zoals in de zorg of begeleid wonen. Ook nieuwe woonvormen, waar jongeren en ouderen samen wonen, zoals bij meer generatiewoningen.
Deze Woonagenda 20202023 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de druk op de Amstelveense woningmarkt te verlichten, zodat Amstelveen een stad voor jong tot oud blijft; van goede kwaliteit, volop voorzieningen, ruimte, groen en veiligheid. Op basis van dit kader worden afspraken gemaakt met ontwikkelaars, woningverhuurders, waaronder de woningcorporaties en andere partners om voortvarend en doelgericht de Amstelveense woningzoekenden een betere kans op de woningmarkt te geven. Relevantie plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een twee appartementen, waarbij één bedrijfswoning vervangen wordt. De toevoeging van één extra woning draagt op hele kleine schaal bij aan het behalen van de doelen van de Woonagenda 20202023. Vanwege de kleine omvang van dit project heeft het plan verder geen invloed op de andere doelstellingen van de woonvisie. 6.4.3 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota vastgesteld door de gemeenteraad. Met de vaststelling van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Beleidsstukken van het Amstelveens erfgoed waren versnipperd en moeilijk vindbaar. Met de Erfgoednota is het gehele erfgoedbeleid weer actueel en overzichtelijk gebundeld.
In deze Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen die we ter beschikking hebben om onze visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed bedoelen we in deze nota het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Relevantie plangebied Binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' opgenomen. Dit betekend dat er een relatief hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. Er is daarom dan ook een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd waar in paragraaf 7.3 nader op wordt ingegaan. Daarnaast is in de Erfgoednota Amstelveen af te lezen dat het plangebied valt in een gebied met relatief hoge cultuurhistorische waarden. Zoals in paragraaf 5.1.3. reeds is Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 32 van 47
beargumenteerd hebben deze waarden geen invloed op de ontwikkelingen binnen het plangebied, en andersom. 6.4.4 Nota Parkeernormen 2021 Op 16 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen 2021' vastgesteld. Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen 2021'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren). In een planregel dient dan tot uitdrukking worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen of verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Indien voor projecten in het voortraject normen zijn vastgesteld in het programma van eisen van deze projecten wort aan deze normen vastgehouden. Conclusie In het bestemmingsplan worden de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen van toepassing verklaard. Hierbij is het uitgangspunt dat in beginsel de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Het initiatief voorziet in een parkeerbehoefte van 1,6 parkeerplaatsen per appartement. Deze parkeerbehoefte wordt deels op eigen terrein opgelost, en de overige parkeerbehoefte wordt in overeenstemming met de gemeente in de openbare ruimte opgelost. In paragraaf 7.9 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 33 van 47
HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Bodem Wettelijk- en Beleidskader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een ‘goede ruimtelijke ordening. Dit gebeurt door nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast. Bij bestaand bodemgebruik worden momenten van grondverzet aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren.
In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet verminderd en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar er zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik. De 3 sporen komen te zijner tijd samen in de Omgevingswet. De uitgangspunten van de Nota bodembeheer worden dan vertaald in de omgevingsvisie en resp. omgevingsplannen. Provinciale milieuverordening De provincie beschermt aardkundig interessante gebieden, 'aardkundige waarden', die iets vertellen over manier waarop het landschap is ontstaan. Ze vormen ons aardkundig erfgoed. In de praktijk betekent dit dat alleen grond mag worden toegepast die voldoet aan de bodemchemische normen en die bodemfysisch vergelijkbaar is met de in het toepassingsgebied voorkomende grondsoort. Dit is vastgelegd in de Provinciale milieuverordening.
Doorwerking plangebied Bodemopbouw De ligging van het plangebied is beschreven in paragraaf 2.1. De bodem bestaat uit veen met een mogelijk dun kleidek. Het maaiveld varieert omdat de locatie op het talud van een waterkering ligt. Bodemkwaliteit Het plangebied betreft een van oudsher agrarisch gebied waar sinds het eind van de vorige eeuw bebouwing is ontstaan.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 34 van 47
Haalbaarheid De haalbaarheid van een ruimtelijk plan kan onder druk komen te staan door de kosten van een noodzakelijke bodemsanering of noodzakelijk grondverzet ter bescherming van het toekomstige bodemgebruik. Dit kan leiden tot een negatief resultaat op de grondexploitatie. In onderhavige situatie is middels een begroting, waarin de kosten van het grondverzet zijn opgenomen, aangetoond dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding komt. Bodemkwaliteit op planniveau Uit het verkennend en nader bodemonderzoek, uitgevoerd door Geonius d.d. april 2022 met kenmerk MA210004.062.R01.V1.0, blijkt dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Zie voor het rapport bijlage 2. Geconcludeerd moet worden dat de toekomstige bestemming en het beoogde bodemgebruik uitvoerbaar zijn.
7.2 Water Beleidsdoelen water Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte vanwege de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt volop benut voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EGkaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving.
De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 20222027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016 – 2021. Het NWP werkt in de geest van de omgevingswet. Het doel van het NWP is een toekomstbestendig water in Nederland voor de periode 2022 – 2027 en verder. Daarbij wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het NWP beschrijft de nationale beleids en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Denk aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 vastgesteld door de Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 35 van 47
het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwatervoorzieningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 20222027 beschrijft het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wensbeelden per thema voor 2030 en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 20222027 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan.
De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied; Behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Tevens is de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van toepassing. Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap een vergunning te worden aangevraagd op basis van de Keur. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen.
Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogd te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2021-2026 Vanuit de Wet milieubeheer en de Waterwet heeft de gemeente een verbrede zorgplicht voor afvalwater, voor hemelwater en voor grondwater. De functie van riolering is het beschermen van de volksgezondheid door het inzamelen en afvoeren van afvalwater, het tegengaan van wateroverlast en het beschermen van het milieu. In het gemeentelijk rioleringsplan wordt uiteengezet hoe deze zorg wordt ingevuld. Watertoets Op de gronden binnen het plangebied is de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) van toepassing. Bij de beoogde ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met dit waterschap. Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 36 van 47
Het gehele plangebied is in een waterkering gelegen, namelijk de Amsteldijk. Elke demping van water dient voor 100% te worden gecompenseerd binnen het peilgebied. Waterkering Ter plaatse van de Amsteldijk ligt een secundaire waterkering. De twee nieuwe woningen liggen binnen de buitenbeschermingszone, maar niet in de binnenbeschermingszone. De bouwwerkzaamheden en eventuele grondwateronttrekkingen ten behoeve van de bouw en eventuele vergravingen voor de inrit liggen in de invloedsfeer van de kering. De voorgenomen werken vallen daarmee onder de Keur en daarvoor zal een watervergunning bij het Waterschap AGV moeten worden aangevraagd. Aangezien in de directe omgeving zich ook woningen en inritten in de zones van de waterkering bevinden, is de verwachting dat de ligging van de onderhavige voorgenomen woningen en inritten in de zones geen belemmeringen is voor de realisatie van het plan. Doorwerking plangebied Ter plaatse van de Amsteldijk Noord 17 ligt een waterkering. De twee nieuwe woningen zullen binnen deze waterkering komen te liggen. Er wordt een kelder van maximaal 3 meter diep gerealiseerd. De geplande bebouwing wordt buiten het profiel van vrije ruimte aangelegd. Voor het bouwen binnen de waterkering is echter wel een watervergunning benodigd welke bij het Waterschap AGV moet worden aangevraagd. Dit zal volgen bij de bouwvergunning.
Daarnaast zullen de nieuw te bouwen woningen worden gerealiseerd op gronden welke reeds verhard zijn. Daarnaast worden bestaande verhardingen deels ingericht als groen en wordt er geen water gedempt. Ontwikkelingen die van negatieve invloed kunnen zijn op de waterhuishouding van het plangebied zijn niet aan de orde. Voor de afvoer van het hemelwater dient rekening te worden gehouden met het zo veel als mogelijk te infiltreren, bergen en vertraagd afvoeren van dit hemelwater.
7.3 Archeologie Wet op de archeologische monumentenzorg De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten. Dit houdt in dat de gemeente bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan moet onderzoeken of de grond een archeologische waarde of verwachting bezit. In het bestemmingsplan kunnen archeologische voorschriften worden opgenomen wanneer de gemeente de grond bestemd heeft als archeologisch waardevol of onderzoeksgebied. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta) uit 1992. Dit gaat uit van de bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Tevens dient de financiering van het archeologisch onderzoek en het behoud in de bodem te worden geregeld.
Kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”, dat ervan uitgaat
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 37 van 47
dat de aanvrager van een omgevingsvergunning en een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten zelf de kosten moet dragen voor het voldoen aan de archeologische voorschriften, worden meer archeologische resten in situ behouden. Het principe dat de veroorzaker betaalt geldt uitsluitend wanneer de wet uitdrukkelijk bepaalt dat er een archeologisch voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden. De volgende archeologische voorschriften worden in de wet genoemd: <0000> Het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in situ behouden blijven; <0000> De verplichting tot het doen van opgravingen; <0000> Het werk laten begeleiden door een deskundige. Het rijk is het bevoegd gezag bij toevalsvondsten, waarvan sprake is wanneer er bij werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen (paragraaf 5.4 Erfgoedwet). Vondsten met archeologische waarde dienen te worden aangegeven bij het provinciaal depot voor archeologie van de provincie NoordHolland. Archeologiebeleid gemeente Amstelveen De gemeente Amstelveen heeft in 2008 archeologisch beleid vastgesteld. Hiertoe is een archeologische verwachtingskaart opgesteld. Op deze kaart zijn in verschillende gradaties de verwachte archeologische waarden opgenomen, waaraan criteria met betrekking tot oppervlakte en diepte van bodemverstoring zijn verbonden.
In 2016 is het archeologisch beleid, en de daarbij behorende archeologische verwachtingskaart geactualiseerd. Dit geactualiseerde beleid zal door een paraplubestemmingsplan gemeentebreed worden verankerd. In de zones waar ‘historische bebouwing’ heeft plaatsgevonden (Amsterdamseweg, Handweg, Legmeerdijk, Bovenkerkerweg en de Amsteldijk) geldt verplicht archeologisch onderzoek bij bodemverstoringen groter dan 100 m2. Doorwerking plangebied Voor het perceel Amsteldijk Noord 17 geldt de archeologische verwachtingswaarde 'Waarde Archeologie 2'. Voor deze waarde geldt dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Deze grens zal worden overschreden. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling heeft het bureau Transect een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Transectrapport 4344, versie 1, d.d. 14 november 2022). Zie voor het rapport bijlage 2. Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat de in het rapport benoemde archeologisch relevante niveaus niet in het plangebied aanwezig zijn binnen een diepte van 4,0 mMv. In het plangebied is vanaf de onderzijde van de bestrating tot circa 210 cmmV (3,1 m NAP) sprake van modern ophoogzand, waarna onveraard en onbewoond Hollandveen is aangetroffen.
Vanaf een diepte van 275 cmMv (3,7m NAP) zijn vervolgens wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer aanwezig. Het ontbreekt in de wadafzettingen aan gerijpte niveaus of kreekoevers die wijzen op bewoonbare locaties. Er zijn geen ophooglagen aangetroffen die te relateren zijn aan een dijk. Op basis van de bovenstaande gegevens is de middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten naar een lage verwachting bij te stellen. Voor het plangebied (circa 270 m2) bestaat het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen en nieuwe appartementen te realiseren. In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Op basis van deze bevindingen wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 38 van 47
Mochten er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan heeft de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden een wettelijke plicht dergelijke resten direct te melden bij de bevoegde overheid (conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).
7.4 Geluid Beleidskader De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor het spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Voor vliegverkeerlawaai wordt het Luchthavenindelingbesluit (op grond van de Wet luchtvaart) als beoordelingskader gehanteerd. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn voorkeursgrenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Voor de hogere waarden van de geluidsbelasting geldt dat deze lager dienen te zijn dan de maximaal te verlenen hogere waarde, voor verschillende situaties, die zijn neergelegd in de Wgh en het Bgh. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie.
Doorwerking plangebied Ten behoeve van de te realiseren woningen is inzicht nodig in de te verwachten geluidssituatie van diverse wegen gelegen in de nabijheid van het plangebied. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de N522. Verder is het plangebied gelegen binnen de invloedsfeer van de 30 km/u wegen Amsteldijk Noord en Hoger EindeNoord. Het onderzoeksbureau Kragten heeft een onderzoek verricht naar de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de gevels van de nieuw te realiseren woningen aan de Amsteldijk Noord 17 (Rapportnr. 20221123BBE029AKOWVL 1.0, d.d. 23 november 2022). Zie voor het rapport bijlage 3. 30 km/u wegen De geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/u weg (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) bedraagt maximaal: 51 dB voor de Amsteldijk Noord 27 dB voor de Hoger EindeNoord De normen uit de Wet geluidhinder zijn op deze wegen niet van toepassing. Ter vergelijking worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB). De geluidbelasting van de Amsteldijk Noord bedraagt meer dan 48 dB (inclusief aftrek). De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
Gezien de beperkte schaal van het plan is het niet mogelijk of wenselijk om bronmaatregelen (stiller wegdek) of overdrachtsmaatregelen (afscherming) te treffen die de geluidbelastingen terugbrengen tot waarden bij de ontvanger (woning) zijn erop gericht te voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB, waarmee een goed woon en leefklimaat wordt gegarandeerd.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 39 van 47
Ten gevolge van de Hoger EindeNoord bedraagt de geluidbelasting minder dan 48 dB, waarmee kan worden geconcludeerd dat ten gevolge van de Hoger EindeNoord sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De maximale gecorrigeerde cumulatieve geluidbelasting ten gevolgde van de N522 bedraagt maximaal 47 dB. De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt ter plaatse van het gehele plan gerespecteerd. De gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting door het wegverkeer (inclusief 30 km/u wegen) bedraagt maximaal 57 dB. De geluidbelasting op de zijgevel zal niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde, er zijn geen extra maatregelen nodig en ook een 'dove gevel' is niet noodzakelijk.
7.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSLprojecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, geldt vanaf 2015 een grenswaarde van 25 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 40 van 47
In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. In de 'Regeling NIBM bijdragen' is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Luchtkwaliteitsituatie plan(gebied) Het woningbouwplan, dat met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, omvat 2 woningen. Gezien dit beperkte aantal woningen zal het plan niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Dit kan worden geconstateerd op grond van de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)".
Verder blijkt uit de NSLmonitoringstool dat de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het onderhavige plangebied (ruim) onder de grenswaarden (voor jaargemiddelde concentraties) liggen, in zowel 2017, 2020 als 2030. De huidige luchtkwaliteit ter plaatse van de locatie Amsteldijk Noord 17 is (ruim) voldoende zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Doorwerking plangebied Er is bij het onderhavige plan sprake van 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van de Wet milieubeheer. Er is na planrealisatie geen relevant effect op de luchtkwaliteit als gevolg van het plan. Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
7.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risicoopleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en van het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoorweg en water en door buisleidingen. De veiligheidsnormen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart NoordHolland geeft inzicht in de risico's in de woon en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk. Doorwerking plangebied Bij (de bouw van) woningen gaat het in beginsel om een kwetsbaar objecten, waarbij de veiligheid van personen in het geding kan zijn. Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het bouwplan geen risicovolle bedrijven en/of activiteiten zijn vermeld.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 41 van 47
Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een gasleiding (gelegen op ca. 470 meter afstand vanaf het plangebied), een transportroute voor gevaarlijke stoffen, een LPGtankstation, een andere inrichting die valt onder het BRZO of een opslagplaats met gevaarlijke stoffen. Een (nadere) beschouwing van het groepsrisico en plaatsgebonden risico is niet nodig.
7.7 Flora en fauna Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en de grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Doorwerking plangebied Het bureau MBH Consult B.V. heeft middels een quickscan flora en fauna de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving (rapportage d.d. 01092022).
Door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie is beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en is gekeken naar de mogelijk aanwezigheid van beschermde plant en diersoorten. Zie bijlage 4 voor de quickscan flora & fauna. Vogels In het plangebied zijn tijdens het veldonderzoek geen waarnemingen gedaan of sporen aangetroffen van vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. In de te slopen bebouwing ontbreken geschikte pannendaken of andere openingen die gebruikt kunnen worden als nestplek. Er is geen vervolgonderzoek nodig voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Tijdens het veldbezoek zijn twee Turkse tortelduiven binnen het plangebied waargenomen. In de begroeiing en beschutte plaatsen binnen het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden. Alle vogelnesten in functie zijn beschermd. Alle werkzaamheden dienen daarom buiten het broedseizoen ca. 15 maart 15 juli) plaats te vinden. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd, dient vooraf een broedvogelcheck te worden gedaan door een deskundige. Wanneer nesten worden aangetroffen die in gebruik zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest verlaten is. Vleermuizen Door het ontbreken van grotere bomen met holtes of loszittend schors binnen het plangebied zijn vleermuizen welke uitsluitend in bodem verblijven op voorhand uitgesloten.
Voor vleermuizen welke in gebouwen verblijven zijn potentiële verblijfplaatsen gevonden: in de zuidgevel zijn openingen aanwezig, in de ruimte tussen het reclamebord en de muur aan de oostkant van het gebouw kunnen vleermuizen verblijven, en
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 42 van 47
vleermuizen kunnen via de spleet aan de onderkant naar boven kruipen. Overige delen van de bebouwing is niet geschikt voor vleermuizen. De potentiële verblijfplaatsen zijn geschikt als zomer, winter, kraam, en paarverblijfplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleesmuis en meervleermuis. Sloop van het gebouw leidt mogelijk tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek is uitgevoerd om aan te tonen of verblijfplaatsen daadwerkelijk aanwezig zijn. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen vleermuizen zijn aangetroffen. Een ontheffing of het treffen van mitigerende maatregelen ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde. Grondgebonden zoogdieren De bever komt voor in waterrijke gebieden. Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied. Daarom wordt deze soort niet verwacht. De wezen, hermelijn en boommarter hebben hun leefgebied in structuurrijke bossen. Door het ontbreken van bomen met holtes en holen en kleinere holletjes in de grond is aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied uitgesloten. Onderin de zuidgevel aan de oostkant is een opening in de muur aanwezig welke toegang bied tot een besloten ruimte onder de ingang van het gebouw. Voor deze opening is wat vegetatie aanwezig waaraan haren hangen. Op ongeveer een kilometer ten oosten van het plangebied is een waarneming van een bunzing bekend.
Nader onderzoek is uitgevoerd om aan te tonen of er wel of geen verblijfplaatsen van de bunzing of steenmarter aanwezig zijn. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen sporen zijn gevonden van de aanwezigheid van marterachtigen of de bunzing. De haren welke met de ecologische quickscan bij de ingang zijn gevonden zijn afkomstig van een kat, welk op camera is vastgelegd. Een ontheffing of het treffen van mitigerende maatregelen ten aanzien van de steenmarter of bunzing is niet aan de orde. Flora In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Het terrein rondom de bebouwing is grotendeels verhard en de overige delen zijn overwoekerd met klimop en tuinplanten. Tegen de muren van de woning groeien geen beschermde planten. De aanwezigheid van beschermde flora, met betrekking tot de Wet natuurbescherming, kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. Amfibieën Aangezien het plangebied enkel uit een gebouw bestaat en door het ontbreken van permanent oppervlakte water kan aanwezigheid van (beschermde) amfibieën op voorhand worden uitgesloten. De rugstreeppad is een pionierssoort. Gezien de vele verharding in en rondom de gebouwen, wordt deze soort niet verwacht binnen het plangebied. Deze kan zich echter wel vestigen wanneer werkzaamheden beginnen. Het is geadviseerd om tijdens werkzaamheden het ontstaan van poelen water en open zand te voorkomen.
Wanneer een rugstreeppad zich vestigt in een poel, dan is dit water als voortplantingsplaats beschermd van mei tot en met juli. Werkzaamheden dienen uitgesteld te worden totdat de poel verlaten is. Wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan, is geen vervolgonderzoek noodzakelijk voor deze soortgroep. Reptielen en vissen Doordat het plangebied uit bebouwing bestaat en permanent oppervlakte water, heide en bosbiotoop ontbreken binnen het plangebied, zijn er geen beschermde reptielen soorten en vissoorten te verwachten. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk voor deze soortgroepen. Ongewervelden Door het ontbreken van waardplanten en nectarplanten, kan de aanwezigheid van beschermde vlindersoorten worden uitgesloten. Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 43 van 47
Door het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied is de aanwezigheid van beschermde libellensoorten, de Europese rivierkreeft en de platte schijfhoren uitgesloten. Door het ontbreken van rottend eikenhout in het plangebied, kan de aanwezigheid van het vliegend hert worden uitgesloten. Houtopstanden Er worden geen grote bomen gekapt in het plangebied. Het onderdeel Houtopstanden uit de Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing. Gebiedsbescherming In het kader van de gebiedsbescherming wordt gekeken naar de effecten van het plan op Natura 2000gebieden en provinciaal beschermde natuurgebieden en elementen. Het plangebied is niet gelegen in het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Er is daarom geen sprake van aantasting van NNN. Het gebied is niet gelegen in een Natura 2000gebied. Om uit te sluiten dat er stikstofdepositie op een nabijgelegen Natura 2000gebied plaatsvindt, is een stikstofberekening uitgevoerd. Uit deze berekening is gebleken dat onderhavig initiatief niet resulteert in stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. De stikstofberekening is bijgevoegd als bijlage 5 bij dit bestemmingsplan. Nader soortenonderzoek Er is vervolgonderzoek uitgevoerd naar diverse vleermuizen, de bunzing en de steenmarter. Uit dit onderzoek is gebleken dat deze soorten niet zijn gevonden op de locatie. Een ontheffing van de Wnb is niet van toepassing.
Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 5 bij dit bestemmingsplan. Conclusie Uit de quickscan en nader onderzoek is gebleken dat geen beschermde diersoorten in de zin van de Wet natuurbescherming aanwezig zijn in het plangebied. Het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Wel dient ten alle tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Alle werkzaamheden die invloed hebben op bezette vogelnesten dienen plaats te vinden buiten het broedseizoen (ca. 15 maart 15 juli), of er dient een broedvogelcheck te worden uitgevoerd door een deskundige.
7.8 Verkeer en parkeren Indien een ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer en parkeersituatie te worden beoordeeld. Doorwerking plangebied Van een onevenredige toenemende verkeersaantrekkende werking is bij de onderhavige ontwikkeling geen sprake. In het verleden is binnen het perceel een autogarage en een tankstation gevestigd geweest. Bij deze bedrijvigheid is er sprake van hoge verkeersintensiteiten. De realisatie van 2 woningen zal de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig doen laten toenemen. Deze verkeersgeneratie kan worden opgevangen binnen de huidige infrastructuur. De parkeerbehoefte dient te worden opgelost op eigen terrein. Voor een middelduur of duur koopappartement geldt een parkeernorm van 1,4 of 1,6 per woning. Voor twee woningen zullen er daarom 3 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In het plan is rekening gehouden met in totaal 5 parkeerplaatsen: 2 parkeerplaatsen zullen binnen het plangebied worden gerealiseerd en 3 parkeerplaatsen zullen binnen de openbare ruimte gereserveerd worden. Er kan daarmee worden voldaan aan de parkeernorm.
Toelichting bestemmingsplan Amsteldijk Noord 17
pagina 44 van 47
7.9 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten (op milieugevoelige functies). Sommige activiteiten die in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere activiteiten/functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. In het bestemmingsplan kan de afstand tussen milieugevoelige functies en milieubelastende activiteiten worden vastgelegd. Het regelen van die afstand wordt ook wel milieuzonering genoemd. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. De VNGpublicatie "Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk" is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNGpublicatie bouwstenen.
De drie belangrijkste bouwstenen zijn: de richtafstandenlijst; twee omgevingstypen; een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied). In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Doorwerking plangebied In de omgeving van het plangebied zijn enkel woningen gelegen. De dichtstbijzijnde bedrijvigheid betreft een kantoor gelegen aan de Hoger EindeNoord 31, op 75 meter afstand van het plangebied. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstanden uit de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. De nieuwe woningen vormen geen belemmering voor bedrijvigheid en andersom.
7.10 Duurzaamheid De kaders betreffende duurzaamheid (PLECK 4.0 Amstelveen; 'Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie') zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2022. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die zij maakt. De gemeentelijke organisatie is in 2030 onafhankelijk van fossiele brandstoffen en werkt CO2 uitstootvrij; In 2040 wil Amstelveen 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990; In 2040 wil het bestuur van de stad onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneren; In 2025 is 50% van de aankopen circulair; en In 2050 zal heel Amstelveen klimaatrobuust ingericht zijn. Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling