Rekenkamerrapport duurzaamheidsbeleid gemeente Amstelveen
Tekst van het document
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
45
Daarnaast wordt per gebouw door een externe duurzaamheid adviseur geïnventariseerd welke maatregelen noodzakelijk zijn. Daarmee wordt de haalbaarheid en worden de noodzakelijke investeringen inzichtelijk gemaakt. Voor dit onderzoek is naar schatting € 300.000,- nodig. In totaal is de eerste fase van dit project (onderzoek per gebouw en projectleider) geraamd op €500.000,-. Dit staat dus los van de noodzakelijke investeringen per pand. Er werd uiteindelijk €150.000 opgenomen in de begroting voor PLECK 4.0 vanuit de reserve duurzaamheid). In het besluit van het college staat dat dit bedrag zal worden ingezet voor de inhuur van capaciteit én de inventarisatie van de maatregelen en het maken van uitvoeringsplannen. Het beschikbaar gestelde budget is dus fors minder dan de geraamde €500.000,- in het projectplan. De manager vastgoed geeft aan ‘dat een belangrijke actualisatie in de perspectiefnota heeft plaatsgevonden. En dat deze aanpassing noodzakelijk is gebleken, nadat de initiële opzet aanzienlijk hogere financiële consequenties liet zien dan eerder voorzien’. De manager vastgoed geeft verder aan dat ‘uit nadere planuitwerking, recente aanbestedingen en verdiepend onderzoek is gebleken dat de uitvoeringskosten voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed substantieel hoger liggen dan aanvankelijk geraamd.
Daarnaast vormt de toenemende netcongestie een serieuze belemmering voor het tijdig en volledig gasloos maken van de betrokken gebouwen. Om deze redenen is besloten de planning voor het gasloos maken van het maatschappelijk vastgoed te herzien en te spreiden over een langere periode’. De onderstaande gebouwen zijn de volgende gebouwen welke, na goedkeuring van de perspectiefnota, verder worden uitgewerkt en conform deze planning verduurzaamd zullen worden. 2025 Laan Nieuwer-Amstel 1
2026
2027
€3.150.000
€2.000.000
Escapade 2
2028
2029
€150.000
€1.350.000
Totaal €5.150.000 €1.500.000
Amsterdamseweg 271
€
100.000
€900.000
€1.000.000
Pandora 3
€
100.000
€900.000
€1.000.000
€-
€3.150.000 €2.200.000
Tabel 9. Gemeentelijke gebouwen die tot 2030 worden verduurzaamd
€1.950.000
€1.350.000
€8.650.000 incl. BTW, overhead, etc.
De raad wordt met een raadsbrief geïnformeerd en ontvangt jaarlijks een update. De aangepaste fasering zal worden vastgelegd in een geactualiseerde routekaart. In een toelichting geeft de manager vastgoed aan dat ‘het aangepaste plan ter vaststelling zal worden voorgelegd aan het college’. En dat ‘de planning erop gericht is dit voorstel tijdig aan te bieden, zodat het kan worden meegenomen in de voorbereiding van de volgende perspectiefnota’. 8.1.1.3 Dekking investeringen In 2020 stond in de toelichting op het PLECK 2.0 dat ‘door de verkoop van de aandelen in Eneco het mogelijk is geworden om geld te reserveren voor ‘investeren in energietransitie en duurzaamheid’. Dit biedt de gemeente extra financiële ruimte om te investeren in de verduurzaming van haar vastgoed. In PLECK 5.0 staat dat de gemeente gebruikmaakt van de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) voor de renovatie van enkele panden. In PLECK 6.0 staat dat in 2024 is begonnen met het uitwerken van de onderzoeken naar technische mogelijkheden en financiële consequenties van 4 panden. Deze panden staan in tabel 8. De start van de uitvoering van de maatregelen is gepland voor de zomer 2025. Ook hier zijn DUMAVA subsidies bij het Rijk aangevraagd en gekregen van €420k en €128k.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
46 De totale investering wordt via de P&C-cyclus voorgelegd aan de raad. De raad behoudt daarbij de mogelijkheid om goedkeuring te verlenen voor de inzet van financiële middelen ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering. 8.1.2
Uitvoering maatschappelijk vastgoed
Deze paragraaf beschrijft in hoeverre het beleid ook vertaald is naar uitvoering. 8.1.2.1 Doeltreffendheid uitvoering In het projectplan (december 2022) en in PLECK beschrijft de gemeente de voortgang op de gestelde doelen. Daarin staat niet beschreven in hoeverre de gemeente energie bespaart of opwekt per gebouw of voor het volledige vastgoed. Ook biedt dit plan geen informatie hoeveel gebouwen al aardgasloos zijn of klaar zijn om van het aardgas af te gaan. Uit aanvullende informatie van de manager vastgoed blijkt dat van de 17 geselecteerde gebouwen, inmiddels 5 gebouwen gasloos zijn en met het eerste gebouw aan de Noorddammerweg 51-55 is gestart. De beoogde planning laat zien dat tot 2030 nog vier gebouwen worden verduurzaamd. Hiermee gaat de gemeente Amstelveen haar eigen doel lang niet halen. Niet alleen worden niet alle 17 geselecteerde gebouwen van het gas gehaald voor 2030, ook zal een deel van de overige 54 gemeentelijke gebouwen niet gasloos zijn voor 2030. Voortgang op doelstelling Amstelveense daken klimaatproof. In het uitvoeringsplan ‘transitie naar energie neutrale gebouwen gemeentelijk vastgoed’ is ook het doel opgenomen om in totaal 3.500 zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed te leggen. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de eerder genoemde motie Amstelveense daken klimaatproof gemeentelijk vastgoed (juli 2019).
Daarvoor is in de begroting van 2022 een bedrag van € 1.600.000,- opgenomen. In diverse PLECK’s wordt melding gemaakt van aantallen zonnepanelen die dat jaar zijn aangebracht op daken. In 2023 waren dat er 231 op diverse gebouwen en in 2024 zijn 337 panelen aangebracht op de nieuwbouw van de school op de Landtong. In PLECK 6.0 staat dat nog ongeveer 240 panelen moeten worden geplaatst op gemeentelijk vastgoed. Eerst moeten daarvoor de daken gerenoveerd worden. Daarna staat vermeld dat ‘als dat is gebeurd zijn alle gemeentelijke panden waar mogelijk voorzien van zonnepanelen’. Het is niet duidelijk of met de plaatsing van 240 panelen het totaal van 3.500 panelen op gemeentelijk vastgoed wordt gerealiseerd. Een overzichtelijke tabel hiervoor ontbreekt25. 8.1.3
Evaluaties en bijsturing
Deze paragraaf biedt inzicht in de vraag hoe informatie over de voortgang wordt vastgelegd en gedeeld. Hierbij is gekeken naar het algemene doel om maatschappelijk vastgoed gasloos te maken en daarbinnen ook het doel om zonnepanelen aan te brengen, zodat gebouwen hun energievraag beperken. Ook bezien we de vraag of er expliciete toetsing is op doelmatigheid en doeltreffendheid en of hierover gesprek plaatsvindt binnen de ambtelijke organisatie. 8.1.3.1 Informatie over voortgang verduurzaming maatschappelijk vastgoed In het interview met de ambtenaren die werken aan de uitvoering van het project ‘verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ werd aangegeven dat zij werken aan fase 1 van het projectplan. Dit betekent dat zij per gebouw een verduurzamingsplan maken op basis van technisch en financieel advies. Dit doet de ambtelijke organisatie in eerste instantie voor de 17 gebouwen met grootste CO2 impact. Per gebouw gaat een voorstel naar de raad. In iedere PLECK wordt aangegeven wat in voorgaande jaar is gerealiseerd. Hieruit is niet op te maken of de gemeente achter blijft op haar eigen ambitie, of dat ze deze ambitie gaat halen. Het biedt een feitelijke weergave wat er is uitgevoerd. Zoals aangegeven ontbreekt een routekaart voor de 17 prioritaire panden en voor het totaal aan gemeentelijk vastgoed (71 gebouwen).
De aangeleverde informatie van de manager vastgoed biedt meer inzicht in de (beoogde) voortgang en dat het doel niet zal worden gehaald.
25
De gemeente geeft aan dat hier een overzicht van is. De rekenkamer heeft dit overzicht niet gezien
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
47 In het gesprek met de wethouder werd bevestigd dat het doel (in 2030 al het maatschappelijk vastgoed gasloos) niet heilig was. De wethouder geeft aan wel vast te willen houden aan deze ambitie.
8.2 Verdieping buurtaanpak 8.2.1
Strategie buurtaanpak
8.2.1.1 Een tussenstap naar aardgasvrij is aardgasvrij-klaar De buurtaanpak is onderdeel van het beleid van de gemeente om in 2040 een fossiel onafhankelijke gemeente te zijn. Om dit te kunnen bereiken is de transitie naar een duurzaam verwarmde gebouwde omgeving noodzakelijk. Hiervoor is de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld in Amstelveen (16 december 2020). Binnen deze visie is in beeld gebracht welke wijken over kunnen naar (collectieve) warmte of elektra, als alternatief voor gas. In de TVW staat de Zeestratenbuurt omschreven als een wijk waar een collectieve warmteoplossing als een warmtenet voor de hand ligt. Na het wetsvoorstel om uitbreidingen van warmtenetten voor 51% in publieke handen te laten, liep de investeringsbereidheid van de warmtenet eigenaar echter terug. Daarmee is de collectieve warmteoplossing (voorlopig) uit beeld. Als eerste buurt is in de Zeestratenbuurt toen gekozen voor een tussenstap, de woningen aardgasvrij-klaar maken. Daarmee start de buurtaanpak in Amstelveen. In juni 2022 is in de Zeestratenbuurt een eerste bijeenkomst geweest met circa zeventig bewoners van een grondgebonden woning in eigen bezit. Na deze bijeenkomst hebben vijftien personen zich aangemeld voor een meedenkgroep om gezamenlijk na te denken over een buurtuitvoeringsplan. Deze meedenkgroep is driemaal bij elkaar geweest.
Met hun input is het eerste Buurtuitvoeringsplan (BUP) van de gemeente Amstelveen opgesteld en op 5 juni 2023 gepresenteerd aan bewoners van de Zeestratenbuurt, in de wijk Kostverloren. Op 4 juli 2023 gaat het college akkoord met de uitvoering van de BUP van de Zeestratenbuurt en informeert zij de raad via een raadsbrief. De uitvoering is mogelijk onder voorbehoud van beschikbaarstelling van middelen door de gemeenteraad bij de vaststelling van de Perspectiefnota 2024. De Perspectiefnota 2024 wordt vastgesteld en met de brief (van 4 juli 2023) start feitelijk een tweejarige buurtaanpak. 8.2.1.2 Landelijke programma’s en kaders voor de warmtetransitie De buurtaanpak past binnen een bredere landelijke aanpak, vooruitlopend op wetten en regelingen die worden gemaakt. In oktober 2018 is het Rijk gestart met de aanpak Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). In 27 zogenaamde proeftuinen wordt gewerkt aan de overstap van fossiel naar (meestal) collectieve warmteoplossingen. In de transitievisie warmte die op 16 december 2020 door de gemeenteraad van Amstelveen is vastgesteld, zijn kaders voor de uitwerking van de warmtetransitie vastgelegd. De overstap naar collectieve warmte blijkt lastig, vanwege gebrek aan bronnen, dure collectieve oplossingen en ontbreken van duidelijke wettelijke kaders.
Landelijk speelt dan nog de discussie over het publieke of private eigendom van warmtebedrijven. Een no-regret is om in deze wijken en buurten het woningbestand zoveel mogelijk te verduurzamen. Dit wordt gedaan via een wijkgerichte aanpak, waarbij Wijkuitvoeringsplannen (WUP) worden ontwikkeld. Op basis van ervaring is het inzicht dat buurten een betere eenheid zijn als gebiedsgerichte aanpak. Hiervoor wordt per buurt een BuurtUitvoeringsPlan (BUP) gemaakt. Dit is de aanpak waar ook de gemeente Amstelveen voor kiest. De buurtaanpak sluit aan bij wetgeving die in ontwikkeling is om gemeenten als regisseurs van de warmtetransitie ook bevoegdheden te geven om regie te pakken.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
48 De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is op 23 april 2024 aangenomen door de Tweede Kamer. De inwerkingtreding staat gepland per 1 juli 2025. Onderdeel van de Wgiw is het vaststellen van een warmteprogramma. Dit programma, als opvolger van de TVW, moet vanuit de Wgiw uiterlijk eind 2026 worden vastgesteld. Hierin beschrijft de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. 8.2.2
Doelstelling en prestatie-indicatoren
In het college-advies Buurtuitvoeringsplan Zeestratenbuurt (27 juni 2023) staat dat voor geselecteerde buurten een BuurtUitvoeringsPlan wordt opgesteld (BUP). De BUP Zeestratenbuurt wordt ter informatie ook naar de raad gestuurd. In een BUP beschrijft de gemeente op welke manier zij buurtgericht gebouweigenaren gaat faciliteren in het verminderen van de CO2 uitstoot, met als doel aardgasvrij-klare woningen in 2026. Concreet streeft de gemeente er met de buurtaanpak naar dat aan het eind van de periode van twee jaar elke eigen woning een stappenplan heeft om de woning te verduurzamen’ (PLECK 5.0). Bij het uitwerken van het uitvoeringsplan is een aantal keuzes aan de voorkant van het proces gemaakt. Voor de prestatie-indicator is het volgende van belang: Het uitvoeringsplan richt zich primair op woningen in particulier bezit, die worden verwarmd door aardgas en geen onderdeel zijn van een vereniging van eigenaren (VvE). Corporatiewoningen en woningen in een VvE zijn dus niet de doelgroep van de buurtaanpak. Voor corporatiewoningen zijn prestatieafspraken gemaakt met corporaties. VvE’s kunnen terecht bij het Servicepunt Energieadvies dat is ingericht binnen de gemeente.
In de BUP’s wordt met een wijkbeschrijving in kaart gebracht hoeveel woningen er zijn en in welke categorieën deze woningen vallen (woningcorporatie, particulier, waarvan appartementen, VvE en grondgebonden) Het doel is om iedere particuliere woningbezitter te voorzien van informatie waarmee duidelijk is wat de gemeente en bewoners kunnen doen, binnen welke tijd en op welke manier om aardgasvrijklaar te zijn. Het energieteam heeft tot doel om iedere particulier woningeigenaar te voorzien van de benodigde informatie. Dit is een woninggebonden stappenplan. 8.2.2.1 Kwantitatief doel met kwalitatieve invulling In gesprek met het energieteam kwamen we te spreken over de invulling van het doel. Het doel om iedere inwoner te voorzien van een woninggebonden stappenplan kan volgens het team worden gehaald door bij iedereen voor het eind van het jaar een enveloppe door de brievenbus te gooien. Daarmee zou het doel in kwantitatieve zin behaald worden. Maar daarmee vindt het team dat ze voorbij zou gaan aan de bedoeling van de buurtaanpak. En de bedoeling is ook een kwalitatieve invulling van het doel. Dit betekent niet alleen dat buurtbewoners per brief worden geïnformeerd, maar dat bewoners ook daadwerkelijk tot actie overgaan. De evaluatie (medio 2025) kan laten zien in welke mate deze doelstelling gerealiseerd wordt. 8.2.3
Uitvoering Buurtaanpak
8.2.3.1 Aanpak en Financiën In het collegebesluit op 4 juli 2023 staat een financiële onderbouwing van de tweejarige buurtaanpak. Voor de uitvoering wordt een buurtenergieteam ingericht, bestaande uit 3 fte voor de periode van juli 2023 tot en met 2025. Hiervoor is een budget van € 1.028.325,- noodzakelijk (college-advies Buurtuitvoeringsplan Zeestratenbuurt, 27 juni 2023). In de perspectiefnota voor 2024 tot en met 2026 is € 1.700.000 opgenomen om de uitvoeringskosten te dekken. Uitgaande dat meerdere nieuwe buurten worden toegevoegd. De kosten voor het energieteam worden gedekt vanuit de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Dit kan voor de jaren 2023 – 2025. Het gaat voor de gemeente Amstelveen (CDOKE is een landelijke regeling) om een bedrag van € 1,6 miljoen
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
49 per jaar en is vooral bedoeld om capaciteit te bekostigen, zoals salarissen, inhuurkosten en sociale lasten voor ambtelijk personeel. Het is dus geen investeringsgeld en het zijn incidentele middelen. Na besluitvorming over de perspectiefnota 2024 wordt gestart met het inrichten van het buurtenergieteam. Zij vervullen de functie van projectleider, technisch adviseur en een organisatie- en communicatiemedewerker. Het energieteam start in het vierde kwartaal van 2024, als tweejarig programma. Het team is verantwoordelijk voor de inrichting van de taken en werkwijze en het evalueren en bijsturen ervan. 8.2.3.2 Een lerende aanpak Na het opstellen van het Buurtuitvoeringsplan Zeestratenbuurt is een tweede plan opgesteld en gepresenteerd aan Randwijck-West, waarvan de raad met een brief (16 januari 2023) wordt geïnformeerd. In november 2023 is zowel in Randwijck-Oost als in de Heldenbuurt gestart met het opstellen van Buurtuitvoeringsplannen. In april 2024 zijn deze plannen gepresenteerd aan de inwoners van deze buurten. De raad is hierover op 11 juni 2024 door het college geïnformeerd met een brief. Momenteel wordt een evaluatie uitgevoerd door het buurtenergieteam. De definitieve evaluatie is nog niet beschikbaar op het moment van dit onderzoek. 8.2.4
Evaluaties en bijsturing
8.2.4.1 Informatie over voortgang buurtgaanpak In het PLECK 5.0 en 6.0 staat de start en aanpak van de buurtaanpak ook beschreven. De inrichting en inzet van het buurtenergieteam wordt omschreven. Het buurtenergieteam ‘ondersteunt bewoners uit buurten voor in ieder geval de komende twee jaar met de verduurzaming van hun woning. Ze ontzorgen bewoners onder andere met woningverduurzamingsadvies en informatie met betrekking tot subsidies en financieringsmogelijkheden, met als doel de woning klaar te maken voor de overstap op een aardgasvrije warmtebron.’ In PLECK 6.0 staat beschreven dat in 2024 ook een woningverduurzamingsbijeenkomst is georganiseerd voor bewoners van de wijk Bankras in een versneld traject in plaats van het opstellen van een volledig energie uitvoeringsplan. Er staat beschreven dat ongeveer 200 bezoekers op inloopspreekuren en informatieavonden is afgekomen in de eerste 3 maanden van 2024. In PLECK 6.0 staat dat in de eerste helft van 2025 een tussenevaluatie van de gebiedsgerichte aanpak wordt uitgevoerd. Deze tussenevaluatie is ten tijde van dit onderzoek nog niet beschikbaar. In een interview met het energieteam worden een aantal (voorlopige) inzichten gedeeld: -
-
De bezetting van het energieteam is lastig. Vooral de invulling van de rol van de technisch adviseur blijkt ingewikkeld. De bezoekersaantallen vlakken na verloop van tijd af. Het team vindt dit niet vreemd en geeft aan dat in eerste instantie de groep bewoners wordt bereikt die al interesse heeft. De gemeente organiseert kennissessies waarbij bewoners kunnen leren van buurtgenoten. Kennissessies zijn steeds de start van een inkoopactie. De gemeente monitort het aantal deelnemers per actie per adres. Hierop kan de gemeente haar communicatie aanpassen. Het buurt energieteam ontwikkelt samen met bewoners buurtgerichte acties onder de paraplu van Slim besparen Amstelveen. De gebiedsgerichte aanpak leidt tot specifieke acties. Zo wordt met de wijk Randwijck gekeken of een project kan worden opgestart om het oude Schiphol glas te vervangen door nieuw geluidsisolerend en thermisch isolerend glas. In 2025 wordt onderzocht of hieraan vanuit het nieuwe omgevingsfonds Schiphol een bijdrage geleverd kan worden. Naast getalsmatige informatie over de uitvoering van maatregelen monitort het energieteam ook sociaal maatschappelijke ontwikkelingen in de wijk. Deze ‘zachte’ aspecten worden geanonimiseerd en niet-herleidbaar verwerkt in de evaluatie. Deze evaluatie wordt medio 2025 afgerond en aangeboden aan de raad.
Binnen het energieteam wordt regelmatig het gesprek gevoerd over de aanpak en over de bedoeling van de aanpak. Het team gaat voor een kwalitatieve invulling van de buurtaanpak en wenst zoveel mogelijk woningeigenaren in actie te laten komen op basis van een passend stappenplan per woning. Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
50
Conclusies Inleiding De Rekenkamer onderzocht in hoeverre het duurzaamheidsbeleid van de gemeente doeltreffend en doelmatig is. Onder dit duurzaamheidsbeleid vallen drie grote transities: de energietransitie, klimaatadaptatie en de transitie naar een circulaire economie. Transities kennen een grote mate van complexiteit. Allereerst omdat het eindbeeld en de oplossingen veelal nog niet bekend of scherp omlijnd zijn. Dat maakt het lastig om realistische doelen te stellen en de route daar naartoe te bepalen. Ook is het complex omdat belangrijke kaders en randvoorwaarden ontbreken of aan verandering onderhevig zijn. Zo wordt ten tijde van dit onderzoek in de tweede kamer gesproken over de Wet Collectieve Warmte en zijn in de recente voorjaarsbesluitvorming niet alle middelen toegekend, die voor de uitvoering van het klimaatakkoord wel zijn berekend. Tot slot is kenmerkend voor transities dat de verschillende vraagstukken sterk met elkaar verweven zijn. Denk bijvoorbeeld aan het meenemen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie in overeenkomsten met projectontwikkelaars; dit draagt bij aan een klimaat-robuuste gemeente, maar drijft ook de kosten op en dat kan betekenen dat de gemeente haar bouwambitie niet realiseert.
In praktijk wordt in de besluitvorming door de gemeente veelal een weging gemaakt tussen de verschillende doelen, waarbij duurzaamheidsdoelen niet per definitie bovengeschikt zijn aan andere doelen van de gemeente. De volgende conclusies zijn gebaseerd op het normenkader (bijlage 1) dat is gehanteerd voor dit onderzoek.
Conclusie 1: Het duurzaamheidsbeleid van Amstelveen is duidelijk en sluit op hoofdlijnen aan bij landelijke en Europese beleidskaders en indeling. De verdeling die Amstelveen hanteert binnen het duurzaamheidsdomein in de drie grote transities volgt de Europese en landelijke ordening en beleidslogica. Ook de verdere uitwerking op grote onderwerpen is grotendeels in lijn met de kaders van het Klimaatakkoord, het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en het Rijksbrede Programma Circulaire Economie. Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is een onderwerp waar alle overheden in Nederland ambities en kaders op hebben geformuleerd, zo ook Amstelveen. Een overzicht van wat het duurzaamheidsbeleid omvat ontbreekt.
Conclusie 2: De doelen op klimaatadaptatie en circulariteit sluiten aan op landelijke doelen. De ambitie van de gemeente op energietransitie én binnen deze transitie op verduurzaming van gemeentelijk vastgoed liggen hoger dan de ambitie van het Rijk. De ambities van de gemeente op klimaatadaptatie en circulaire economie liggen in lijn met de ambities van het Rijk om in 2050 klimaatbestendig en circulair te zijn (ingericht). De ambitie op het gebied van de energietransitie en het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed ligt hoger dan die van het Rijk. Waar de ambitie van het Rijk is om in 2050 energieneutraal te zijn, ambieert de gemeente Amstelveen dat de stad al in 2040 niet alleen energieneutraal is, maar volledig onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneert en dat alle energie in Amstelveen afkomstig moet zijn uit hernieuwbare bronnen. Dat betekent dat de gemeente zowel in tijd als inhoudelijk een hogere ambitie heeft op de energietransitie. Met de ambitie om in 2040 volledig onafhankelijk van fossiele brandstoffen te functioneren heeft de gemeente geen ‘escape’ om te kunnen compenseren, wat bij ‘energieneutraal’ nog wel mogelijk is. Hiermee zet de gemeente zichzelf klem aangezien de verwachting is dat in 2040 nog steeds fossiele brandstoffen gebruikt worden in Amstelveen (bijvoorbeeld voor mobiliteit en elektriciteitsimport).
De ambitie van de gemeente op verduurzaming maatschappelijk vastgoed loopt zelfs 20 jaar voor op de einddoelstelling van het Rijk. Amstelveen wil al haar gemeentelijk vastgoed in 2030 gasloos hebben. Landelijk ligt de doelstelling hiervoor op 2050.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
51 Conclusie 3: PLECK geeft op hoofdlijnen in één document inzicht in alle onderdelen van de duurzaamheidstransitie. Het zicht op voortgang ontbreekt echter, als ook het zicht op de samenhang tussen de drie transities en het zicht op de tactische overwegingen en keuzes. De ambities en doelen voor duurzaamheid zijn vastgelegd in het Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie (PLECK). Er bestaat bij raadsleden veel waardering voor het PLECK. Het PLECK geeft raadsleden veel informatie over beleidsontwikkeling en over onderdelen van de drie transities. Ook beschrijft het een aantal relevante effecten van beleid en uitvoering. De rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente zijn hierin op veel onderdelen benoemd. Voor de belangrijkste doelen ontbreekt echter zicht op de voortgang. Het is daarmee voor raadsleden zeer lastig vast te stellen of doelen gerealiseerd gaan worden. Daarbij komt ook dat veel van de data niet heel actueel is. Voor de raad is het PLECK daardoor geen goed sturingsinstrument. Het PLECK is een plan waarmee jaarlijks per transitie en op de onderliggende sporen de stand van zaken in beeld brengt. Het biedt echter geen inzicht in de visie en strategie op samenhang en wisselwerking tussen de verschillende beleidsdocumenten, de plannen en de realisatie hiervan.
Het PLECK biedt beperkt inzicht in welke keuzes gemaakt moeten worden en welke inzet nodig is om doelen te halen. Zo wordt bijvoorbeeld geconstateerd dat grote stappen nodig zijn op circulaire inkoop en aanbesteding, maar wordt niet duidelijk hoe deze versnelling gerealiseerd gaat worden en wat daarvoor nodig is. Ook houdt de gemeente al jaren vast aan de ambitie dat in 2030 al het gemeentelijk vastgoed gasloos is, maar wordt inzicht in de voortgang niet gegeven. Het is duidelijk dat een enorme versnelling nodig is voor deze ambitie, maar het PLECK biedt hiervoor geen plan.
Conclusie 4: Het is niet aannemelijk dat de doelen voor alle drie de transities binnen de huidige kaders gehaald worden. De doelen voor de drie transities zijn deels SMART geformuleerd. Dit geldt vooral voor de energietransitie; voor de circulaire economie en klimaatadaptatie zijn doelen – met name voor circulair bouwen en klimaat-robuuste inrichting – slecht meetbaar en daardoor niet SMART geformuleerd/te formuleren. Het effect hiervan is dat het lastig is om een uitspraak te doen over in hoeverre doelen gerealiseerd worden voor twee van de drie transities. Op basis van de voortgang die wel te meten is concluderen we dat het niet aannemelijk is dat de gemeente op basis van de huidige inzet haar ambities op de drie transities zal realiseren. Ondanks de extra inzet van de gemeente op de energietransitie, blijven de prestaties van de gemeente achter op de eigen ambitie. De strategie en financiële dekking van de gemeente om de energietransitie – met 10 jaar – te versnellen ontbreekt. Ook voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed ontbreekt een plan en routekaart. Het aantal gemeentelijke panden dat bijvoorbeeld nog van het gas af moet voor 2030 is te groot en de maatregelen te complex. De raad wordt jaarlijks met een raadsbrief geïnformeerd over de gemeentelijke gebouwen die tot 2030 worden verduurzaamd.
Uit een lijst van 71 gemeentelijke gebouwen die Amstelveen heeft, zijn 17 gebouwen geselecteerd die prioriteit hebben. Daarvan lijken nu 5 gebouwen gasloos en kunnen – na goedkeuring van de perspectiefnota - nog eens 4 gebouwen tot 2030 aangepakt worden. Met dit tempo wordt deze doelstelling niet gerealiseerd. Doelstellingen op circulaire economie die wél meetbaar zijn, blijven achter op de gestelde ambitie. En de opgave op klimaatadaptatie wordt alleen maar groter omdat de temperaturen blijven stijgen en omdat Amstelveen ook in de nabije toekomst woningen en gebieden ontwikkelt die niet volledig klimaat-robuust zijn. Klimaatadaptatie volgt een lerende aanpak. Het ontbreekt daarbij nog aan een plan met financiële dekking om de komende 25 jaar de gemeente klimaat-robuust in te richten. Tot slot is in dit onderzoek niet onderzocht in welke mate de duurzaamheidsdoelen ook feitelijk doorwerken in de uitvoering van aanpalend beleid. Wél kan op basis van dit onderzoek worden geconcludeerd dat voor alle ruimtelijke processen nakoming op de duurzaamheidseisen niet afdwingbaar is. In de praktijk vindt hierop dus altijd een weging plaats, waardoor in de uitvoering van het Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
52 beleid op bouwen, economie, mobiliteit en ruimtelijke ordening een deel van de duurzaamheidsopgave niet gerealiseerd wordt. Dit laatste wordt niet expliciet, omdat het PLECK het effect op aanpalend beleid niet in beeld brengt. Dit is een bewuste keuze geweest om het PLECK niet nog omvangrijker te maken dan het nu al is.
Conclusie 5: We hebben in het onderzoek niet vast kunnen stellen in hoeverre sprake is van doelmatige inzet van middelen in de drie transities. Op basis van beschikbare informatie is het niet mogelijk om te oordelen of de gemeente Amstelveen doelmatig werkt op de thema’s klimaat en duurzaamheid. In het PLECK wordt wel een terugkoppeling van resultaten en een aantal effectindicatoren gegeven, maar dit wordt niet gekoppeld aan inzet van mensen en middelen. Er is dus geen inzicht in de relatie tussen doelen, inspanningen en resultaten. Ook in de P&C-cyclus wordt deze koppeling niet gemaakt. De accountant (PWC) van de gemeente constateert dit ook in haar interim-bevinding op de jaarrekening 2024. Wel is het zo dat veel uitgaven – vooral in de energietransitie – specifieke uitkeringen zijn. Over deze specifieke uitkeringen (van het Rijk) moet de gemeente verantwoording afleggen. Ten aanzien van de besteding van deze specifieke uitkeringen is de gemeente rechtmatig en doelmatig, omdat het Rijk hier nog nooit bezwaar tegen heeft gemaakt. Verder zijn er meer indirecte indicaties dat de gemeente bewust keuzes maakt hoe middelen worden ingezet. Zo focust Amstelveen bij de energietransitie op de gebouwde omgeving, omdat hier de invloed van de gemeente het grootst is. Bij klimaatadaptatie wordt eerst een leercyclus doorlopen (tot 2027), waarna gerichter maatregelen genomen kunnen worden.
Dit draagt bij aan doelmatige besteding van middelen.
Conclusie 6: Leren is niet in alle transities expliciet verankerd Bij klimaatadaptatie is het leren expliciet en gestructureerd onderdeel van de gemeentelijke aanpak. Bij de overige twee transities vindt leren op onderdelen zeker plaats, maar is het veel minder expliciet en gestructureerd. Dit terwijl deze transities ook gebaat zijn bij scherp inzicht in de effecten van uitvoering van beleid. Op onderdelen van de energietransitie, bijvoorbeeld bij de buurtaanpak, is wel sprake van leren en aanpassen. De gemeente heeft in beeld gebracht dat een aantal buurten op termijn over kunnen op warmte. De kaders en (financiële) randvoorwaarden zijn momenteel nog niet op orde voor een (collectieve) warmtetransitie. Dus de gemeente zet nu in op het voorbereiden daarvan. Al tijdens de uitvoering van de buurtaanpak is sprake van evaluatie en bijsturing. In korte tijd doorloopt het team hier meerdere malen de plan-do-check-act-cyclus. Waar leren op onderdelen van de transities wél plaatsvindt kan niet waargenomen worden dat er tussen de transities geleerd wordt.
Conclusie 7: De gemeenteraad is onvoldoende in positie om (bij) te sturen op de duurzaamheidsopgaven. De gemeenteraad geeft aan dat zij – ondanks PLECK – onvoldoende inzicht heeft in de stand van zaken en de resterende opgave voor de drie transities. Daardoor heeft zij ook onvoldoende beeld of de ambities kunnen worden waargemaakt. Raadsleden geven aan dat zij redelijk tot goed geïnformeerd worden over doelen, doeltreffendheid en doelmatigheid van het duurzaamheidsbeleid. Opvallend is dat de gemeenteraad overwegend denkt dat de gestelde ambities en doelen niet haalbaar zijn. Dit sluit aan bij de conclusie van dit onderzoek, maar het gesprek hierover wordt niet gevoerd tussen raad en college. Met dit onderzoek stellen we vast dat sturingsinformatie over doeltreffendheid en doelmatigheid van duurzaamheidsbeleid grotendeels ontbreekt op het niveau van doelstellingen. Daarmee is de conclusie dat het college de raad onvoldoende in stelling brengt om te sturen. Anderzijds brengt de raad zichzelf ook onvoldoende in positie om te kúnnen sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
53
Aanbevelingen Vooraf Het doel van dit rekenkameronderzoek is om leerpunten aan te reiken aan de gemeente Amstelveen voor verbetering van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de opgaven rond duurzaamheidsopgaven van de gemeente Amstelveen. De rekenkamer richt haar aanbevelingen primair aan de raad. In de aanbevelingen wordt echter ook het college aangesproken. De rekenkamer heeft bewust de keuze gemaakt om de aanbevelingen niet op detailniveau uit te werken. Daarmee wordt aan de raad en het college ruimte gegeven om te komen tot concrete invulling van de aanbevelingen. De rekenkamer komt tot de volgende 6 aanbevelingen. 1. Ga als raad met het college in gesprek over de realiteitswaarde van de gestelde duurzaamheidsdoelen. De rekenkamer is van mening dat het weinig zinvol is om ambities en doelen na te streven voor duurzaamheid, die op voorhand niet realistisch zijn. Dit gesprek tussen raad en college is nog niet gevoerd, ondanks het feit dat de raad vraagtekens stelt bij de realiteitswaarde van de ambities en doelen op diverse onderdelen van het duurzaamheidsbeleid (zoals gasloos in 2030). Het is aan het college om daarbij inzichtelijk te maken aan de raad òf bijstelling van de doelen òf intensivering van de inzet (of een combinatie van beiden) leidt tot het gewenste resultaat.
In beide gevallen is het aan de raad om een keuze te maken (nieuwe kaders en/of aanvullende inzet). 2. Ga als raad met het college in gesprek over de informatie die nodig is om als raad op het juiste niveau te kunnen (bij)sturen op het duurzaamheidsdossier. PLECK geeft veel informatie over de veelheid aan onderwerpen en initiatieven die de gemeente uitvoert in het complexe duurzaamheidsdossier. Mede door de veelheid aan – vaak gedetailleerde – informatie in PLECK ontbreekt het echter aan essentiële informatie op basis waarvan de raad zich vanuit overzicht en inzicht een goed beeld kan vormen of de behaalde resultaten in lijn zijn met de door de raad vastgestelde ambities en doelen. De rekenkamer adviseert de gemeenteraad om in gesprek te gaan met het college om met elkaar vast te stellen welke informatie nodig is om beter zicht te krijgen op de robuustheid van resultaten. Daarbij kan worden gedacht aan het ontwikkelen van een dashboard met de meest relevante indicatoren die inzicht geven in voortgang en doelrealisatie. Door deze stuurinformatie beschikbaar te hebben, zet de raad zichzelf beter in positie om indien nodig (bij) te kunnen sturen. 3. Draag als raad het college op om in PLECK een (betere) verbinding op te nemen tussen doelen, (financiële) inspanningen en resultaten.
Door het beter verbinden van doelen, inspanningen en resultaten in PLECK is de raad beter in staat om doeltreffendheid en doelmatigheid van beleidsuitvoering te monitoren. Daarbij kunnen de eerdergenoemde routekaarten die zijn toegezegd (routekaart CO2 reductie en sectorale routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed) belangrijke hulpmiddelen zijn. 4. Draag als raad (of verzoek) het college op om inzichtelijk te maken hoe duurzaamheidsdoelen zich verhouden tot en geborgd worden in aanpalende beleidsterreinen. Ik kan niet zoveel met deze aanbeveling, aangezien in de conclusies niets wordt gezegd over dit onderwerp. Dus of opnemen in conclusies of laten vallen. Ik opteer voor het eerste. Dan zou de toelichtende tekst als volgt kunnen luiden: Om de raad goed inzicht te geven hoe duurzaamheidsdoelstellingen zicht verhouden tot doelen in aanpalende beleidsterreinen en hoe duurzaamheid is geborgd in het bredere gemeentelijke beleid, is het van belang dat die verbinding beter zichtbaar wordt gemaakt voor de raad. In ieder geval in PLECK, maar ook in raadsvoorstellen, waarin duurzaamheidsdoelstellingen medebepalend zijn voor besluitvorming door de raad. (dit laatste is wel gevaarlijk, want is volgens mij niet onderzocht). Daarmee wordt voorkomen dat de raad achteraf wordt geconfronteerd met keuzes die leiden tot onwenselijke effecten op het gebied van duurzaamheid.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
54
5. Draag als raad het college op om in PLECK beoogde tussendoelen en mijlpalen op te nemen. Door in PLECK beoogde tussenresultaten en mijlpalen op te nemen voor verschillende onderdelen van de duurzaamheidsopgavem, wordt de functie van PLECK als stuurinstrument versterkt. Daar hoort bij dat het college een analyse opneemt in PLECK wanneer blijkt dat tussenresultaten niet gehaald (dreigen te) worden. 6. Draag als raad het college op om explicieter aandacht te besteden aan structureel en gestructureerd leren binnen en tussen de drie transities. Transities zijn fundamentele veranderingen in een systeem, die zich kenmerken door dynamische complexiteit, onzekerheid over het proces en de uitkomst, duren vaak lang en kennen wisselwerking tussen verschillende schaalniveaus. Transities zijn niet rechtlijnig en voorspelbaar, maar kennen perioden van stagnatie en beweging die elkaar afwisselen. Bij transities is het essentieel om aandacht te hebben voor continu leren. Op onderdelen van de duurzaamheidstransitie besteedt de gemeente Amstelveen expliciet aandacht voor leren (bijvoorbeeld de leeraanpak bij klimaatadaptatie), maar dat is niet overal het geval. Meer expliciete aandacht voor leren binnen en tussen de drie transities draagt bij aan betere prestaties.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
55
Bestuurlijke reactie college van burgemeester & wethouders
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
56
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
57
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
58
Nawoord Rekenkamer Amstelveen Allereerst bedanken we het college voor de bestuurlijke reactie. We zien terug op een goed en prettig verlopen onderzoek, waarbij de bijdragen van organisatie en bestuur essentieel waren. Wij danken het college en de organisatie hiervoor. Wij waarderen het dat het college het onderzoek als constructief betiteld, en dat ook door hen de samenwerking als prettig is ervaren. Het is goed te zien dat de meeste conclusies door het college gedeeld worden. Een tweetal conclusies neemt het college voor kennisgeving aan, waaruit wij afleiden dat het college er geen afstand van neemt. Eén conclusie deelt het college niet, namelijk: “De gemeenteraad is onvoldoende in positie om (bij) te sturen op de duurzaamheidsopgaven”. Zoals we in het rapport onderbouwd hebben, achten we deze conclusie echter valide. Wel hebben we – als ‘anderzijds’ - aangegeven dat de raad zichzelf ook onvoldoende in positie brengt om te kunnen sturen. Het is wat ons betreft jammer dat het college geen positievere houding aanneemt ten aanzien van de aanbevelingen. Deze zijn – uiteraard – aan de raad gericht en bedoeld om het gesprek tussen raad en college te versterken. De suggestie om de volgende gemeenteraad en het volgende college pas aan de slag te laten gaan met de aanbevelingen is wat ons betreft een gemiste kans.
Er zijn meerdere redenen waarom het juist wenselijk is dat de raad (en daarmee het college) meteen met de aanbevelingen aan de slag gaat: Het onderwerp ‘duurzaamheid’ is belangrijk voor de gemeente. Dat blijkt ook uit de eigen ambities. De omvang van de opgaven en het belang van een voortvarende en continue aanpak maken dat er geen tijd te verliezen is. Het vroegtijdige vooruitschuiven van het debat over de mogelijke aanpassingen van het beleid veroorzaakt een forse cesuur. Deze kan zomaar méér dan een jaar beslaan door de verkiezingen in maart 2026. Een dergelijk tijdverlies past niet bij de urgentie van de opgave. Juist de huidige ingewerkte raad kan nu het best beoordelen op welke wijze het duurzaamheidsbeleid gecontinueerd, of aangepast dient te worden. Deze raadsleden zijn al enkele jaren met deze complexe materie bezig en zij zijn goed geoutilleerd besluiten ter zake te nemen. Wij hopen dat de conclusies uit het rapport voor de raad aanleiding zijn om de aanbevelingen voortvarend op te pakken. Wij zien uit naar een constructieve behandeling van ons rapport in de gemeenteraad.
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
59
Bijlagen Bijlage 1. Normenkader Onderzoeksvraag 1.
Wat omvat het duurzaamheidsbeleid en hoe past het beleid in de bredere context van beleid van medeoverheden?
Norm
• •
•
•
2.
Criteria
Wat zijn • de doelstellingen en in hoeverre is de ge- • meente op koers met het • bereiken van de gestelde doelen?
Het duurzaamheidsbeleid moet een duidelijke visie en concrete doelen bevatten die aansluiten bij de hogere beleidskaders van de EU, het Rijk en de provincie. Het beleid van de gemeente moet consistent en in lijn zijn met relevante (inter)nationale wet- en regelgeving, zoals het Klimaatakkoord en Europese Green Deal. Het moet duidelijk zijn wat het duurzaamheidsbeleid omvat
Het beleid moet heldere, meetbare en haalbare doelstellingen bevatten op zowel korte, middellange als lange termijn. In duurzaamheidsbeleid is de relatie naar andere beleidsterreinen expliciet benoemd Er dient een actuele voortgangsrapportage te zijn waarin het behalen van de doelen en de te nemen stappen zijn vastgelegd.
• • •
•
•
•
3.
Hoe wordt • het duur• zaamheidsbeleid uitgevoerd en gerealiseerd in relatie tot gestelde doelen? • • • • •
Er moet een duidelijke uitvoeringsstrategie zijn In deze strategieën dient per doel de rol van de gemeente expliciet te zijn en zijn verantwoordelijkheden, taken en middelen benoemd.
• • •
Uitsluitend voor de verdiepende opdrachten: Het beleid is vertaald naar uitvoering (o.a. processen) en de concrete uitvoering (van de opdracht) is conform het beleid. Ambtenaren ervaren dat zij de projecten kunnen realiseren met de beschikbare middelen Projecten worden uitgevoerd conform planning en binnen het gestelde budget Er is een mechanisme om risico’s tijdens de uitvoering te signaleren en te beheersen Er is een mechanisme om kansen en belemmeringen tussen doelen op duurzaamheid en andere beleidsvelden te beheersen
• • • • •
•
4.
Hoe geeft de • gemeente vorm aan het evalueren en monitoren van • het beleid? •
Er is een evaluatie- en monitoringsysteem dat regelmatig gebruik maakt van actuele en relevante gegevens om de uitvoering van het beleid te volgen. Er vindt periodieke toetsing plaats op doelmatigheid en doeltreffendheid om de kwaliteit en waarde van het beleid te waarborgen. De evaluaties leiden tot aanbevelingen voor de (bij)sturing van het beleid en worden gebruikt voor beleidsverbetering.
• •
• • • •
Rekenkamer Amstelveen
De gemeente heeft het beleid gebaseerd op richtlijnen van hogere overheden (zoals het Nationaal Klimaatakkoord, de Europese Green Deal en relevant duurzaamheidsbeleid van de provincie). Er is overzicht van het beleid dat duurzaamheid omvat De gemeente heeft een visie op het bereiken van haar duurzaamheidsdoelen De duurzaamheidsdoelen zijn geborgd (expliciet opgenomen) in aanpalende bestuurlijke portefeuilles (ambities) (specifiek op werken/economie, mobiliteit, sociaal beleid, wonen, ruimtelijke ordening) De doelstellingen zijn SMART geformuleerd (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden), met indicatoren voor monitoring De doelen van andere beleidsterreinen zijn in duurzaamheidsbeleid expliciet opgenomen en hierop wordt (ook) gestuurd (specifiek op werken/economie, mobiliteit, sociaal beleid, wonen, ruimtelijke ordening) Er is sprake van actuele voortgang rapportage op de duurzaamheidsdoelen, met duidelijke gegevens over mijlpalen en behaalde resultaten Voor de relevante doelen zijn er strategieën en uitvoeringsplannen (gebaseerd op de vastgesteld visie) De strategieën en plannen beschrijven de rol van de gemeente Verantwoordelijkheden voor taken en middelen zijn duidelijk belegd en gekend Uitsluitend voor de verdiepende opdrachten: De uitvoering op het gebied van duurzaamheid (van de opdracht) is in overeenstemming met het beleid.
Middelen worden benut Ambtenaren ervaren dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de resultaten van de opdrachten te kunnen realiseren De planning wordt gerealiseerd Relevante afwijkingen van de planning of het budget worden tijdig gemeld, met heldere toelichting en voorstellen voor corrigerende maatregelen Er vindt escalatie en sturing plaats op koppelkansen en belemmeringen van duurzaamheidsdoelen en andere beleidsvelden Evaluatiecriteria en prestatie-indicatoren zijn helder omschreven en meetbaar. Er worden (minimaal) jaarlijkse evaluaties uitgevoerd waarin de voortgang van de doelstellingen t.a.v. de prestatie-indicatoren wordt gemeten. De afwegingen over doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid worden expliciet gemaakt, periodiek beoordeeld en gedeeld De evaluatie(s) leidt tot concrete aanbevelingen voor bijsturing en beleidsverbetering, die daadwerkelijk worden geïmplementeerd Bij bovenstaande ligt de focus van dit onderzoek op de relatie college - raad Zie ook vragen over ervaring van raadsleden hierop (vraag 6)
juli 2025
60
• •
Uitsluitend voor de verdiepende opdrachten: Opdrachten worden geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd Er vindt periodieke toetsing plaats op doelmatigheid en doeltreffendheid van de opdrachten
• • •
5.
In hoeverre • gebeurt de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid doeltref• fend (output en outcome) en doelmatig? • •
6.
In hoeverre wordt de gemeenteraad op adequate wijze betrokken bij de (bij)sturing op doelrealisatie (kaderstellend en controlerend)?
• •
• • •
Er moet een duidelijke relatie zijn tussen de ingezette middelen (input) en de bereikte resultaten (output en outcome), zodat doeltreffendheid kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld via een werkplanning). Het beleid dient een positief maatschappelijk effect te hebben dat zichtbaar bijdraagt aan duurzaamheid (bijvoorbeeld vermindering CO₂-uitstoot). De kosten voor de uitvoering blijven binnen de gestelde kaders van de gemeenteraad. De gemeente heeft beeld bij haar eigen doelmatigheid
•
De gemeenteraad heeft het klimaatbeleid vastgesteld voordat tot uitvoering werd overgegaan De gemeenteraad wordt adequaat geïnformeerd over de voortgang, resultaten en financiële verantwoording ten aanzien van de doelmatige en doeltreffende uitvoering van het duurzaamheidsbeleid (monitoring). De gemeenteraad stelt zichzelf in positie om adequaat te kunnen sturen Er zijn gestructureerde momenten en kanalen voor de raad om input te geven en te controleren op doelrealisatie. De gemeenteraad ervaart dat zij in staat is om op basis van de beschikbaar gestelde informatie door de organisatie en college lessen te trekken en (eventueel) bij te sturen.
•
•
• •
• • • • • •
Rekenkamer Amstelveen
Uitsluitend voor de verdiepende opdrachten Evaluaties worden uitgevoerd en bijsturing vindt waar nodig plaats Er is expliciete toetsing op doelmatigheid en doeltreffendheid Gesprek hierover vindt plaats binnen de ambtelijke organisatie
De middelen (budget, personeel) zijn aantoonbaar gekoppeld aan de behaalde resultaten (output). De bijdrage van de resultaten aan duurzaamheid wordt gemeten in termen van effect (op bijvoorbeeld CO₂-reductie, of andere vooraf bepaalde outcome indicatoren) De kosten van de uitvoering worden gemonitord en blijven binnen de goedgekeurde budgetten van de gemeenteraad De gemeente stuurt actief op doelmatige inzet van middelen onder andere door uitvoeren van onderzoek en/of benchmarks Raadsleden hebben kaders gesteld voor het belangrijkste beleid (op doelniveau). Denk aan beschrijving van opgave, rol gemeente, uitgangspunten, doelen, resultaten, indicatoren, raming van middelen. Raadsleden worden tijdig, volledig, helder en juist geïnformeerd Raadsleden benutten de instrumenten die zij tot hun beschikking hebben om zichzelf in positie te brengen Raadsleden ervaren dat zij zicht hebben op en gevoel hebben bij 'de mate van invloed' van de gemeente op de gestelde doelen Raadsleden ervaren dat zij de aangeleverde informatie hen adequaat inzicht biedt in effectiviteit en doelmatigheid van het beleid. Raadsleden ervaren dat zij in staat gesteld worden om (bij)sturing te geven op doelrealisatie Raadsleden ervaren dat de momenten en kanalen voor interpretatie van beleid en resultaten effectief zijn om haar kaderstellende en controlerende rol uit te kunnen oefenen
juli 2025
61
Bijlage 2. Geraadpleegde documenten -
Actieplan klimaatadaptatie Amstelveen 2021-2026, oktober 2020 Convenant toekomstbestendig bouwen, november 2023 College-advies inclusief besluit BW transitievisie warmte vastgesteld, november 2020 College advies inclusief besluit B&W Plan van aanpak van duurzaamheidsfonds naar servicepunt energie advies, januari 2021 College-advies inclusief besluit B&W Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0, april 2021 College advies MRA duurzaamheidstop 2021, september 2021 College advies inclusief besluit B&W Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 20222025, december 2021 College advies inclusief besluit Uitvoeringsplan energiebesparing bedrijven 2022-2025, sept.
2022 College-advies inclusief besluit B&W Verduurzaming gemeentelijk vastgoed, januari 2023 College-advies Verduurzaming gemeentelijk vastgoed geaccordeerd, januari 2023 College advies inclusief besluit B&W buurtuitvoeringsplan Zeestratenbuurt, juli 2023 Collegebrief evaluatie duurzaamheidsfonds, juni 2020 Energie uitvoeringsplan Heldenbuurt, maart 2024 Energie uitvoeringsplan Randwijck-Oost, maart 2024 Energieplan Randwijck-West, december 2023 Evaluatie leidraad duurzaam bouwen en gebiedsontwikkelen, november 2023 Gebouwenbestand gemeentelijk vastgoed (bijlage 3 bij plan van aanpak energieneutrale gebouwen), februari 2022 Grondstoffenplan 2022 – 2026, van afval naar grondstof, oktober 2021 Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Amstelveen en Aalsmeer 2023 – 2027, januari 2023 Leidraad duurzaam bouwen en gebiedsontwikkelen, Afwegingskader integrale duurzaamheid, november 2021 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, 2024 Manifest Het nieuwe normaal, oktober 2023 Motie Amstelveense daken klimaatproof, juli 2019 Motie Houtbouw, november 2020 Motie Groennorm, november 2020 Motie Groene pergola's- innovatie in klimaatadaptatie, juni 2021 Motie Energiearmoede bestrijden, november 2021 Motie Toekomstbestendige financiering duurzaamheid en energietransitie, november 2021 Motie Een pleck onder de zon voor iedereen, november 2022 Motie Innovatie en duurzame infrastructuur, november 2022
Motie Warmer hart voor Amstelveen, november 2022 Motie Naar een volledig CO2-uitstootvrije gemeente, november 2023 Motie Routekaart CO2 reductie, november 2024 Motie Afvaldoelen behalen, november 2024 Motie Amstelveen voor circulair textiel, november 2024 Omgevingsvisie Amstelveen Bloeit, oktober 2024 Perspectiefnota’s Amstelveen 2023, 2024, 2025 (inclusief eerste tijdvakrapportage 2024) Projectplan transitie naar energieneutrale gebouwen gemeentelijk vastgoed gemeente Amstelveen, december 2022 PLECK 1.0, Samenwerken aan een energieke stad voor onze kinderen, juli 2019 PLECK 2.0, Hoe staat de stad ervoor? November 2020 PLECK 3.0, Hoe staat de stad ervoor? November 2021 PLECK 4.0, Hoe staat de stad ervoor? November 2022 PLECK 5.0 en evaluatie leidraad voor duurzaam bouwen en gebiedsontwikkelen, november 2023 PLECK 6.0, Hoe staat de stad ervoor? November 2024 Programmabegrotingen Amstelveen 2024 en 2025 Raadsbesluit Regionale Energie Strategie, juni 2021 Raadsbrief beantwoording motie houtbouw, februari 2021 Raadsbrief beantwoording motie groennorm, juli 2021 Raadsbrief beantwoording motie Toekomstbestendige financiering duurzaamheid en energietransitie, mei 2022
Rekenkamer Amstelveen
juli 2025
62
-
Raadsbrief stand van zaken uitvoering moties ingediend bij PLECK 4.0, februari 2023 Raadsbrief Stand van zaken uitvoering actieplan klimaatadaptatie, juli 2023 Raadsbrief Bewonersagenda klimaatadaptatie 2024, februari 2024 Raadsbrief afdoening motie naar een volledig CO2-uitstootvrije gemeente, november 2024 Raadsvoorstel Omgevingsvisie 2040 Amstelveen bloeit, oktober 2024 Rapportage Toekomstbestendige financiering duurzaamheid en energietransitie, Overmorgen, mei 2022 Uitvoeringsplan Zeestratenbuurt, geen datum bekend
Bijlage 3. Interviews Personen Programmamanager energietransitie& Teamleider economie en duurzaamheid Beleids- en organisatieadviseur Inkoop en aanbesteding & Adviseur milieu Projectmanager Gebiedsaanpak Energietransitie Projectleider junior P&A Vastgoed & Projectmanager Klimaatinstallaties Gebouwen Adviseur afval en duurzaamheid Adviseur stedelijk water en klimaatadaptatie& Adviseur water Programmamanager energietransitie Adviseur energietransitie Senior Adviseur Groen, Spelrecreatie en Afval & Strategisch adviseur landschap Portefeuillemanager Vastgoed & Teamleider vastgoed Beheerder/Specialist Grondbank Wijkbeheer Senior Adviseur Ruimte / Mobiliteit Teamleider Omgevingsbeleid & Projectleider energiebronnen en -infrastructuur Raadsgesprek, Woordvoerders duurzaamheid fracties politieke partijen Amstelveen. Adviseur financiën & Programmamanager energietransitie Collegegesprek, Portefeuillehouder duurzaamheid, directeur
Onderwerp Energietransitie Circulaire economie CO2 prestatieladder Maatschappelijk vastgoed Grondstoffenplan Klimaatadaptatie Energietransitie Woningen en inwoners + Bedrijven en utiliteitsbouw Groenvisie en het bomenplan Vastgoed Grondbank Mobiliteit Gebiedsontwikkeling + warmtebronnen Uiteenlopende onderwerpen Financiën Uiteenlopende onderwerpen
Bijlage 4. Toelichting op duurzaamheidsbeleid Specifiek beleid (pagina 12) Beschrijving Grondstoffenplan 2022-2026
•
Circulair inkoopplan
•
Rekenkamer Amstelveen
Het Grondstoffenplan 2022–2026 van de gemeente Amstelveen heeft als doel om 75% van het huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen en het restafval te beperken tot maximaal 100 kg per inwoner per jaar. De gemeente zet in op het voorkomen van afval, het verbeteren van afvalscheiding en het stimuleren van hergebruik van grondstoffen. Maatregelen omvatten onder andere het plaatsen van extra containers, het verhogen van de inzamelfrequentie voor bepaalde afvalstromen en het verbeteren van de communicatie naar inwoners over afvalinzameling. Amstelveen streeft ernaar om in 2025 minstens 50% van haar inkopen circulair te doen. Dit bevordert hergebruik van producten en stimuleert duurzaamheid en sociale juli 2025
63
MRA Green Deal Houtbouw
•
Motie modulair bouwen
•
Motie integraal huisvestingsplan
•
Groenvisie
•
Gemeentelijk rioleringsplan (2021 – 2026)
•
Motie watervriendelijke tuinen
•
Rekenkamer Amstelveen
voorwaarden bij leveranciers. Het plan maakt deel uit van de bredere duurzaamheidsstrategie van de gemeente. De MRA wil vanaf 2025 minimaal 20% van de nieuwbouwwoningen bouwen met hout en biobased materialen. Dit verlaagt de CO₂-uitstoot en stimuleert circulair bouwen. Overheden, bedrijven en kennisinstellingen werken samen om wetgeving, kennis en marktcondities te verbeteren. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen om modulair bouwen te betrekken bij plannen voor onderwijshuisvesting. Deze bouwmethode maakt snelle, duurzame en flexibele realisatie van gebouwen mogelijk. Het biedt een oplossing voor wisselende ruimtebehoeften, zoals schommelingen in leerlingenaantallen. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen om het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor onderwijshuisvesting te actualiseren en te verbeteren. De motie benadrukt het belang van duurzame, flexibele en toekomstbestendige schoolgebouwen die inspelen op groeiende leerlingenaantallen. Daarnaast wordt het college opgeroepen om innovatieve bouwmethoden, zoals modulair bouwen, te overwegen om sneller en efficiënter in de huisvestingsbehoefte te voorzien. Met de Groenvisie wordt de ambitie omschreven om de bijdrage van openbaar groen aan onder andere klimaatadaptatie te vergroten.
Met een waardegerichte aanpak bij inrichting en beheer wordt de klimaatwaarde van het groen onderdeel van ontwerp-, organisatie en bestuurlijke afwegingen. De waarden sluiten aan bij de Sustainable Development Goals, die door de Verenigde Naties zijn vastgesteld om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken. Het doel daarbij is om met bomen hittestress te verminderen en regenwater, in groengebieden, te laten infiltreren in de bodem. Daarnaast moet de Amstelveense groenstructuur, stedelijk- en wijkgroen worden ingericht ten behoeve van een aangenaam verblijf tijdens warme dagen. Bij stedelijke herontwikkeling wordt gestreefd naar een integrale aanpak zodat de (klimaat)waarde van het groen aan kwaliteit kan winnen Amstelveen investeert €24,7 miljoen in het rioolstelsel, met focus op klimaatadaptatie en het scheiden van afvalen hemelwater. Bij wijkvernieuwingen wordt het rioolstelsel aangepast om wateroverlast te verminderen. Het plan omvat ook vervanging en onderhoud van gemalen en leidingen, met aandacht voor asbestproblematiek in oudere riolen. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen die oproept tot het bevorderen van watervriendelijke tuinen in Amstelveen. Dit initiatief richt zich op het verminderen van verharding en het stimuleren van groenvoorziening in particuliere tuinen, om zo wateroverlast bij hevige regenval te beperken en de biodiversiteit te vergroten.
De motie benadrukt het belang van bewustwording en ondersteuning van inwoners bij het klimaatbestendig inrichten van hun tuinen.
juli 2025
64 Motie groennorm
•
Motie pergola’s
•
Motie Plantaarns
•
Ruimtelijke afwegingskader visie op zonne-energie (sept. ’20)
•
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nov. ’24)
•
Regionale Energietransitie 1.0 Noord Holland Zuid (2021)
•
Plan van aanpak energiearmoede (juni ’22)
•
Rekenkamer Amstelveen
De gemeenteraad heeft een motie aangenomen die oproept tot het behouden en versterken van het groen bij stedelijke ontwikkelingen. Deze motie stelt dat bij bouwprojecten de bestaande hoeveelheid groen minimaal behouden moet blijven en waar mogelijk verbeterd moet worden. De motie is onder andere toegepast bij de transformatie van de Bovenkerkerwegzone en is geïntegreerd in de Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen van de gemeente. De gemeenteraad van Amstelveen heeft unaniem een motie aangenomen die oproept tot onderzoek naar de plaatsing van groene pergola’s op drukbezochte pleinen en straten, zoals het Stadshart. Deze pergola’s zijn ontworpen om verkoeling en schaduw te bieden, regenwater op te vangen en biodiversiteit te stimuleren in versteende gebieden. De gemeente participeert in een haalbaarheidsstudie en heeft €45.000 gereserveerd voor onderzoek naar geschikte locaties en prototypes. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen om lantaarnpalen te vergroenen met verticale beplanting, zogeheten plantaarns. Deze dragen bij aan biodiversiteit, wateropvang en het verminderen van luchtvervuiling. In 2022 zijn de eerste exemplaren geplaatst op het Handelsplein als onderdeel van een pilot. De gemeente Amstelveen streeft ernaar om in 2040 fossielonafhankelijk te zijn en heeft daarom een visie opgesteld voor de opwekking van zonne-energie.
Deze visie richt zich op het optimaal benutten van daken en infrastructuur voor zonnepanelen, met als uitgangspunt de 'zonnetrap' die prioriteit geeft aan dakgebonden installaties. Grootschalige zonneparken zijn alleen onder strikte voorwaarden toegestaan, met nadruk op landschappelijke inpassing en tijdelijke benutting van locaties. In november 2024 zijn wijzigingen doorgevoerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waaronder de verplichting tot het installeren van CO₂-meters in alle bestaande en nieuwe schoolgebouwen binnen het funderend onderwijs. Daarnaast zijn de milieuprestatie-eisen voor kantoorfuncties aangescherpt en zijn dergelijke eisen geintroduceerd voor andere gebruiksfuncties, zoals onderwijs- en sportgebouwen. Gemeenten hebben nu ook de bevoegdheid om hernieuwbare energieopwekking op daken van utiliteitsgebouwen met een gebruiksoppervlakte groter dan 250 m² te verplichten. De regio wil in 2030 minimaal 2,7 TWh duurzame elektriciteit opwekken, met focus op zon op daken en beperkte windenergie vanwege ruimtelijke beperkingen. Er zijn 32 zoekgebieden aangewezen voor grootschalige opwekking. Daarnaast bevat het plan een Regionale Structuur Warmte, met kansen voor bronnen zoals restwarmte en aquathermie. Samenwerking en maatschappelijke participatie staan centraal in de uitvoering.
De gemeente Amstelveen heeft in juni 2022 een plan vastgesteld om energiearmoede tegen te gaan, gericht op inkomensondersteuning, woningverduurzaming en gedragsverandering. Maatregelen omvatten een eenmalige juli 2025
65
Amstelveen is aangesloten bij het provinciale Energiebesparingsakkoord voor Noord-Hollandse bedrijven 2022 – 2025. Vanuit daar is het plan van aanpak Energiebesparing bedrijven opgesteld
•
Beleidsregel Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen BTAZ
•
Motie verduurzaming gemeentelijk vastgoed (nov. ‘17)
•
Projectplan transitie naar neutrale gebouwen gemeentelijk vastgoed (jan. ‘23)
•
Mobiliteitsvisie Amstelveen 2021 – 2024 (juli ’21)
•
Transitievisie warmte en vastgestelde advies proces en sturing duurzame warmte (dec. ’20)