Regels Veegplan Amstelveen 2024
Tekst van het document
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 30 van 53
Voor losse bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 40% van de gronden gelegen buiten het bouwvlak, binnen de bestemming Wonen. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 45 m². b. bij te bebouwing gronden buiten het bouwvlak, binnen de bestemming Wonen met een oppervlakte van 250 m² of meer mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 75 m² bedragen; c. de goot- en de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorend bouwwerken mogen niet meer bedragen dan 3 respectievelijk 4,5 meter; d. de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 60° bedragen. 8.2.4 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken mogen gesitueerd worden zowel binnen als buiten het bouwvlak; b. de diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan één bouwlaag met een diepte (vrije hoogte) van 3 meter; c. voor zover gelegen binnen het bouwvlak geldt dat er 100% bebouwd mag worden; d. voor zover gelegen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 40% van de gronden met een maximum van 45 m²; 2.
voor gronden met een oppervlakte van 250 m² of meer mag de gezamenlijke oppervlakte van ondergrondse bouwwerken maximaal 75 m² bedragen; 3. de onder 1 en 2 genoemde oppervlakten zijn exclusief hellingbaan; e. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder. 8.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor lichtmasten en het overige. b. voor erf- en perceelafscheidingen geldt een maximale bouwhoogte van 2 meter; c. een zwembad, whirlpool of jacuzzi is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van een zwembad, whirlpool of jacuzzi bedraagt niet meer dan 50 m2; 2. een zwembad mag niet meer dan 0,5 meter boven het aansluitende terrein uitsteken; 3. een zwembad, whirlpool of jacuzzi mag niet worden voorzien van een overkapping; d. de gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 50% van de gronden. 8.2.6 dakterras Voor een dakterras bij een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. het dakterras incl.
hekwerk is (al dan niet gedeeltelijk) gesitueerd op een hoofdgebouw buiten het bouwvlak of op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk buiten het bouwvlak; b. het dakterras incl. hekwerk is bereikbaar via een deur op de verdieping grenzend aan het dakterras, of door middel van een dakluik; c. de hoogte van het hekwerk is maximaal 1,2 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de afgewerkte vloer;
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 31 van 53
d. het dakterras incl. hekwerk heeft een maximale diepte van 4 meter gemeten vanaf de gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw. 8.2.7 dakkaper Voor een dakkaper gelden de volgende regels: a. een dakkaper mag alleen worden geplaatst op een woning met een flauwe dakhelling, waarop een dakkapel niet kan worden geplaatst in overeenstemming met de welstandscriteria; b. de verhoging van de nok mag maximaal 2 meter bedragen ten opzichte van de bestaande nok; c. bij de beoordeling van een dakkaper wordt gekeken naar reeds aanwezige precedenten; d. de dakkaperhoogte (inclusief boeilijst) mag maximaal 1,75 meter bedragen; e. de nokverhoging moet minimaal 3 panlengten bedragen; f. de afstand tot de goot moet tenminste 3 panlengten bedragen; g. tussen de onderkant van de dakkaper en het dakvlak mag geen dichte borstwering aanwezig zijn; h. een dakkaper is alleen toegestaan over de volledige breedte van een tussenwoning; i. voor hoekwoningen dient 1 meter onbebouwd te blijven ter plaatse van de zijgevel. 8.3 afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijken t.b.v. lessenaarsdak Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 8.2.1 onder g ten behoeve van een ´lessenaarsdak' indien er geen onevenredige aantasting plaatsvind van:. a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de privacy en bezonning van de omwonenden.
8.3.2 Afwijken splitsen woning Met een omgevingsvergunning kan een woning gesplitst worden met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige samengevoegde woningen betreft, en; b. het in niet meer dan 2 woningen wordt gesplitst. 8.3.3 Afwijken samenvoegen woningen Met een omgevingsvergunning kan een woning worden samengevoegd met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige gesplitste woningen betreft, en; b. dit ten goede komt aan de kwaliteit van de woning. 8.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 8.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend: a. wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; b. indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient er rekening te worden gehouden met de wijzigingen.
en/of
8.4.2 Laden en/of lossen
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 32 van 53
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 8.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 8.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 8.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 8.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.
voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 8.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 8.5 specifieke gebruiksregels 8.5.1 Aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen.
8.5.2 Bed & breakfast Het verhuren van kamers ten behoeve van een bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak mag maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedragen;
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 33 van 53
c. voor maximaal vier gasten verspreid over maximaal twee kamers voor de duur van maximaal zeven aaneengesloten overnachtingen. Op een kamer mogen maximaal twee slaapplaatsen aanwezig zijn; d. de kamers maken deel uit van het hoofdgebouw; e. dat deze alleen door de hoofdbewoner mag wordt uitgeoefend, die ook aanwezig blijft; f. er dient in voldoende mate in de eigen parkeerbehoefte te worden voorzien op eigen terrein, 1 parkeerplaats per gastenkamer; g. er geen zelfstandige horeca-activiteiten en geen zelfstandige detailhandel plaatsvinden. 8.5.3 Woningdelen via hospitaverhuur en inwoning Woningdelen door middel van hospitaverhuur en inwoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner de woning feitelijk als hoofdverblijf heeft; b. de hoofdbewoner minimaal 60% van de woning zelf bewoond; c. er mogen maximaal 3 personen in een woning wonen, exclusief een huishouden van hoofdbewoner; d. elke meerderjarige bewoner heeft een eigen onzelfstandige kamer. 8.5.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantooren/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; b.
het gebruiken en inrichten van de daken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als dakterras; c. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor bewoning; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 8.6 Afwijken van de gebruiksregels 8.6.1 Woningdelen via kamergewijze verhuur Met een omgevingsvergunning kan een woning, in afwijking van artikel 8.1 sub a. worden gebruikt voor kamergewijze verhuur met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van minimaal drie en maximaal vier personen die geen huishouden zijn dan wel geen onderlinge band hebben; b. elke bewoner heeft een eigen kamer; c. bij een grondgebonden woning mag binnen een straal van 50 meter geen andere woning aanwezig zijn waar kamergewijze verhuur plaatsvindt; d. bij een appartementencomplex mag maximaal 10% van de woningen worden gebruikt voor kamergewijze verhuur.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 34 van 53
Artikel 9
Waarde - Archeologie 1 - 5
9.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2 bouwregels a. Op de in artikel 9.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd met bodemingrepen dieper dan 30 centimeter. b. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing: I. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 1' bij een oppervlakte kleiner dan 50 m2; II. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 2' bij een oppervlakte kleiner dan 100 m2; III.ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 3' bij een oppervlakte kleiner dan 1.000 m2; IV. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5' bij een oppervlakte kleiner dan 10.000 m2; c. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 9.4 afwijken van de bouwregels 9.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 9.2 lid a. indien indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden nog worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 9.4.2 Voorwaarden Indien uit het in artikel 9.4.1 bedoelde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 35 van 53
c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1 Verboden werkzaamheden Op of in de als artikel 9.1 bedoelde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren bij bodemingrepen die betreffen: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i.
het door- of vergraven van historische kades. j. het bepaalde in a. tot en met i. is niet van toepassing: I. ter plaatse van de aanduiding 'waarde - archeologie 1' bij een oppervlakte kleiner dan 50 m2; II. ter plaatse van de aanduiding 'waarde - archeologie 2' bij een oppervlakte kleiner dan 100 m2; III. ter plaatse van de aanduiding 'waarde - archeologie 3' bij een oppervlakte kleiner dan 1.000 m2; IV. ter plaatse van de aanduiding 'waarde - archeologie 5' bij een oppervlakte kleiner dan 10.000 m2. 9.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 9.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 9.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5.1 kan worden verleend, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 9.5.4 Voorwaarden
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 36 van 53
Indien uit het onder 9.5.1 genoemde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 37 van 53
Artikel 10
Waarde - Cultuurhistorie Gemeente
10.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie Gemeente aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud en/of herstel van de gevels gericht naar de openbare ruimte in overeenstemming met de redengevende omschrijving zoals beschreven in 2 en 3. 10.2 bouwregels De specifieke beschermingswaardige gevelelementen en dakvormen zoals omschreven in de redengevende omschrijving dienen te worden behouden. 10.3 afwijken van de bouwregels 10.3.1 Afwijken ten behoeve van dakvorm Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 10.2 met dien verstande dat: a. ook andere kapvormen mogen worden gebruikt, indien hierdoor aan de waarde van het beschermd dorpsgezicht geen afbreuk wordt of zal worden gedaan en mits een andere nokrichting beter aansluit bij de aangrenzende bebouwing; b. een dak wordt voorzien van een dakkapel(len). 10.3.2 Afwijken ten behoeve van de gevelopbouw- en indeling Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 10.2 met dien verstande dat: a.
de nieuwe gevel voldoet aan de op de redengevende omschrijving beschreven uitgangspuntenhet opnameformulier beschreven uitgangspunten, wordt opgetrokken uit in hoofdzaak de op de redengevende omschrijving genoemde karakteristieken en aan de waarde van het beschermd stadsgezicht geen afbreuk wordt of zal worden gedaan; b. ook andere materialen dan in de bestaande situatie mogen worden gebruikt indien hierdoor aan de waarde van het beschermd dorpsgezicht geen afbreuk wordt of zal worden gedaan; 10.3.3 Voorwaarden voor afwijken Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 10.3.1 en 10.3.2 kan worden verleend indien er een positief advies ligt van de gemeentelijke Erfgoedcommissie. 10.4 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 10.4.1 Sloopverbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de tot het beschermde stadsgezicht aangewezen (onderdelen van) bouwwerken te slopen. 10.4.2 Afwijken van het sloopverbod Een sloopvergunning kan worden verleend indien: a. is aangetoond dat de bouwkundige staat van de bouwwerken gevaar oplevert voor de directe leefomgeving; b. er een omgevingsvergunning is verleend ten behoeve van de ter plaatse geprojecteerde vervangende nieuwbouw.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 38 van 53
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 39 van 53
Artikel 11
Waterstaat - Waterkering
11.1 bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat-Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterhuishouding door middel van dijken, dijksloten en kaden. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming waterkering. 11.2 bouwregels 11.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen ten behoeve van de primaire bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 11.2.2 Verhouding tot samenvallende bestemmingen Op de grond met de bestemming waterkering mag ten behoeve van andere, daarmee samenvallende bestemmingen slechts worden gebouwd, indien en voor zover de belangen van de waterkering hierdoor niet worden geschaad. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder, waaruit blijkt dat de door de voorgenomen bouwactiviteiten het water(staats)belang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden. 11.3 afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken voor bebouwing Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 11.2.1 voor bebouwing toegestaan in de samenvallende bestemmingen.
11.3.2 Voorwaarden voor afwijken De in lid 11.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterkering. Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 40 van 53
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 41 van 53
Artikel 12
anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 42 van 53
Artikel 13
algemene bouwregels
13.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 13.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.
ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2.50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden; b. vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een verkeersbestemming is mogelijk indien er een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 m boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 m boven een ander deel van de weg; c. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits: d. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; e. de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw. 13.3 algemene regels met betrekking tot ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil; c. de vrije hoogte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter; d. het gebruik van de ondergrondse bouwwerken zijn ten behoeve van de hoofdbestemming; e. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de archeologische waarden en de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 43 van 53
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 44 van 53
Artikel 14
algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van: a. de in de bestemmingsregels opgenomen maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan. Dit is niet van toepassing bij toegelaten binnenplanse afwijkingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat de inrichting van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; f. de bestemmingsregels ten behoeve van het oprichten van ondergrondse kelderruimte, met dien verstande dat: 1. bestemmingsvlak dienen te worden gerealiseerd en conform de bestemming te worden gebruikt; 2.
het realiseren van ondergrondse bouwwerken geen nadelige effecten mag hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder; g. de bestemmingsregels ten behoeve het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van de dienstverlening van overheidswege, het openbaar bestuur en openbare nutsbedrijven, zoals transformatorhuisjes, telefooncellen, gemaalgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³ en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter; h. de bestemmingsregels ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen, dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10%; 2. deze overschrijding met 10% heeft slechts betrekking op de extra (constructieve) opbouw op een dak dat nodig is om een groendak te kunnen toepassen, exclusief beplanting; 3. groene daken mogen niet als dakterras of daktuin worden gebruikt als deze worden toegepast op woningen. Bij andere gebouwen dan woningen wordt het gebruik van een groendak als dakterras of daktuin per geval beoordeeld, waarbij vooral de privacy van naburige woonpercelen niet nadelig mag worden beïnvloed. Geen omgevingsvergunning wordt verleend indien: i.
daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan (bijvoorbeeld door schaduwwerking) aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; j. dit leidt tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatste.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 45 van 53
Artikel 15
Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr. 4
15.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden beperkingen voor bebouwing en gebruik als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit. 15.2 Bouwregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden de beperkingen met betrekking tot bebouwing zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 15.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. 15.4 Gebruiksregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1 nr. 4' gelden de beperkingen met betrekking tot gebruik zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. Artikel 2.2.1e van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol' is overeenkomstig van toepassing. 15.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.4 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 46 van 53
Artikel 16
Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2
16.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2', gelden beperkingen met betrekking tot toetshoogten van objecten zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 16.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 47 van 53
Artikel 17
Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a
17.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2a', gelden beperkingen van hoogten ter bescherming van het functioneren van radarapparatuur als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 17.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2a' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2a van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 17.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.2 indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 48 van 53
Artikel 18
Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3
18.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 18.2 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking zoals gesteld in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 18.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 49 van 53
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 50 van 53
Artikel 19
overgangsrecht
19.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 19.2 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan eenmalig afgeweken worden van lid 19.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 19.1 met maximaal 10%. 19.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 19.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
19.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 19.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 19.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 19.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 19.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 19.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 51 van 53
Artikel 20
slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Veegplan Amstelveen 2024. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van De griffier, de voorzitter,
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 52 van 53
Regels Veegplan Amstelveen 2024
pagina 53 van 53