CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Veegplan Amstelveen 2024

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan Amstelveen 202414.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGELS

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 1 van 53

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Gemengd - 3 Artikel 4 Horeca Artikel 5 Maatschappelijk Artikel 6 Sport Artikel 7 Tuin Artikel 8 Wonen Artikel 9 Waarde - Archeologie 1 - 5 Artikel 10 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente Artikel 11 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 12 anti-dubbeltelregel Artikel 13 algemene bouwregels Artikel 14 algemene afwijkingsregels Artikel 15 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr. 4 Artikel 16 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 Artikel 17 Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a Artikel 18 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 19 overgangsrecht Artikel 20 slotregel

Regels Veegplan Amstelveen 2024

3 4 12 13 14 18 22 24 27 30 35 38 40 41 42 43 45 46 47 48 49 50 51 52

pagina 2 van 53

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 3 van 53

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Veegplan Amstelveen 2024" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0362.BP01-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-verbonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.5 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.8 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.11 bed & breakfast het gedeeltelijk gebruik van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt; 1.12 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 4 van 53

verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.13 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.14 beschermd stads-dorpsgezicht: aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht zoals bedoeld in de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening van de gemeente Amstelveen; 1.15 bestaand bouwwerk: een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.16 bestaand gebruik het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en in gebruik is genomen conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.21 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.22 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.24 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d.,

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 5 van 53

met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.25 containerbergingen: bergingen voor de kliko's/rolemmer; 1.26 culturele voorzieningen Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.27 cultuur en ontspanning Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanningen, waaronder begrepen: <0000> culturele voorzieningen; <0000> educatie, oefenruimten, creativiteitscentra; <0000> leisure; <0000> entertainment; <0000> horeca; 1.28 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft achtergelaten danwel gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.29 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.30 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.31 dakkaper: een dakkapel met een schuin dakvlak in dezelfde hoek als het dak, waarbij de nok wordt verhoogd; 1.32 dakopbouw: een toevoeging aan de bouwmassa van een (hoofd)gebouw vanaf het bestaande dakvlak, waarbij gehele of gedeeltelijke verhoging van het oorspronkelijk dakvlak plaatsvindt; 1.33 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak voorzien

van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.34 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een oppervlak van 10% van het bruto vloeroppervlak tot een maximum van 100 m2. Ondergeschikte detailhandel bij cateringbedrijven en groothandels op bedrijventerreinen in branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur (dagelijkse goederen zoals kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) is niet toegestaan. Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 6 van 53

1.36 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.37 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.38 entreeportaal: uitbouw, van een beperkte omvang, aan de gevel ter plaatse van de voordeur ten behoeve van een groter portaal bij de toegang van de woning; 1.39 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.40 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.41 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.

De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.42 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.43 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van andere geluidgevoelige gebouwen en andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.44 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.45 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.46 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.47 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.48 hoofdverblijf: de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 7 van 53

1.49 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.50 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.51 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.52 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.53 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.54 karakteristiek: panden, objecten en gronden met waarden die bescherming genieten in het kader van de Erfgoedwet; 1.55 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.56 lessenaarsdak: dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak; 1.57 ligplaats: Een gedeelte van het openbaar water door een woonark of

woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.58 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.59 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijk terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.60 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.61 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.62 ondergronds bouwen:

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 8 van 53

het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.63 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.64 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.65 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.66 opnameformulier: een formulier waarin de te onderscheiden bebouwingsonderdelen, de pandbreedte, gooten bouwhoogte, dakvorm, gevelopbouw en gevelindeling en materialen voor de panden die deel uit maken van het beschermd dorpsgezicht; 1.67 onzelfstandige woonruimte woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke

voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; 1.68 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.69 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c.

indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.70 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Amstelveen, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.71 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 9 van 53

1.72 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.73 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.74 standplaats: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats uitoefenen van detailhandel of diensten al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.75 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.76 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen betaling dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.77 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.78 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of

indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.79 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.80 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.81 vrij beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel; 1.82 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 10 van 53

1.83 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.84 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.85 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.86 wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door één huishouden; 1.87 woning: zelfstandige woonruimte; 1.88 woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning; 1.89 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.90 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.91 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een

huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.92 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 11 van 53

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.8 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 12 van 53

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 13 van 53

Artikel 3

Gemengd - 3

3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging' behorende bij deze planregels onder de categorieën A, B en C, zoals opgenomen in 1 behorende bij deze regels (met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen); b. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf zoals omschreven in lid 3.5.3; c. detailhandel; d. dienstverlening; e. maatschappelijke voorzieningen; f. ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor' is een kantoor op de begane grond en verdieping toegestaan; g. horeca in categorie 1; h. horeca in categorie 2, met dien verstande dat maximaal 1550 m2 aan horeca in categorie 2 is toegestaan. Binnen die 1550 m2 is maximaal 400 m2 aan horeca in categorie 3 toegestaan. met de daarbij behorende: i. terrassen, ten dienste van de zelfstandige, toegestane horeca; j. parkeervoorzieningen, indien er een inritconstructie/-vergunning aanwezig is; met daaraan ondergeschikt: k. ontsluitingswegen en andere verhardingen; l. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 3.2 bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het splitsen van bestaande woningen is niet toegestaan; b.

het samenvoegen van bestaande woningen is niet toegestaan. c. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; d. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; e. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; f. de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' mag niet worden overschreden; g. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60°. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; h. ter plaats van de bouwaanduiding dakopbouw is dakopbouw toegestaan, i. de dakhelling van een dakopbouw mag niet meer bedragen dan 80º deze contour geldt voor ten minste één dakvlak, op een voor- of zijvlak. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. 6 meter voor palen en masten; c. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 14 van 53

3.3 afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken splitsen woning Met een omgevingsvergunning kan een woning gesplitst worden met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige samengevoegde woningen betreft, en; b. het in niet meer dan 2 woningen wordt gesplitst. 3.3.2 Afwijken samenvoegen woningen Met een omgevingsvergunning kan een woning worden samengevoegd met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige gesplitste woningen betreft, en; b. dit ten goede komt aan de kwaliteit van de woning. 3.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 3.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend: a. wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; b. indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient er rekening te worden gehouden met de wijzigingen.

en/of

3.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 3.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 3.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 3.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 3.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.

voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 3.4.5 Nadere eisen parkeernormen

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 15 van 53

Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 3.5 specifieke gebruiksregels 3.5.1 Gebruik bouwlagen Behalve de functie wonen zijn de overige in artikel 3.1 genoemde functies slechts toegestaan in de eerste bouwlaag. 3.5.2 Bed & breakfast Het verhuren van kamers ten behoeve van een bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen; c. voor maximaal vier gasten verspreid over maximaal twee kamers voor de duur van maximaal zeven aaneengesloten overnachtingen. Op een kamer mogen maximaal twee slaapplaatsen aanwezig zijn; d. de kamers maken deel uit van het hoofdgebouw; e. dat deze alleen door de hoofdbewoner mag wordt uitgeoefend, die ook aanwezig blijft; f. er dient in voldoende mate in de eigen parkeerbehoefte te worden voorzien op eigen terrein, 1 parkeerplaats per gastenkamer; g. er geen zelfstandige horeca-activiteiten en geen zelfstandige detailhandel plaatsvinden.

3.5.3 Aan-huis-gebonden beroep en/of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 3.5.4 Woningdelen via hospitaverhuur en inwoning Woningdelen door middel van hospitaverhuur en inwoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner de woning feitelijk als hoofdverblijf heeft; b. de hoofdbewoner minimaal 60% van de woning zelf bewoond; c. er mogen maximaal 3 personen in een woning wonen, exclusief een huishouden van hoofdbewoner; d. elke meerderjarige bewoner heeft een eigen onzelfstandige kamer. 3.5.5 Strijdig gebruik

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 16 van 53

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in 1 onder de categorieën A, B en C in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging'; c. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantooren/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 3.6 afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Bedrijf Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van het bepaalde in lid 3.1 sub a en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in 1 onder de categorieën A, B en C. 3.6.2 Woningdelen via kamergewijze verhuur Met een omgevingsvergunning kan een woning, in afwijking van lid 3.1 sub b.

worden gebruikt voor kamergewijze verhuur met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van minimaal drie en maximaal vier personen die geen huishouden zijn dan wel geen onderlinge band hebben; b. elke bewoner heeft een eigen kamer; c. bij een grondgebonden woning mag binnen een straal van 50 meter geen andere woning aanwezig zijn waar kamergewijze verhuur plaatsvindt; d. bij een appartementencomplex mag maximaal 10% van de woningen worden gebruikt voor kamergewijze verhuur.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 17 van 53

Artikel 4

Horeca

4.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van horecavoorzieningen: b. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' is horeca 1 en 2 toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' is wonen op de bouwlagen boven de begane grond toegestaan; met de daarbij behorende: d. parkeervoorzieningen e. bouwwerken geen gebouwen zijnde; f. terrassen; met daaraan ondergeschikt: g. ontsluitingswegen en andere verhardingen; h. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de dakhelling van een gebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken. 4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd; c.

de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 650 m³; e. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd bij vrijstaande/niet-inpandige bedrijfswoningen; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 45 m²; c. de goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte van een bijgebouw mag maximaal 4,5 meter bedragen; e. de dakhelling van een bijgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 18 van 53

4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. 6 meter voor palen en masten; c. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige. 4.2.5 Terrasafscheiding Voor het bouwen van een terrasafscheiding geldt een maximale bouwhoogte van 1.50 meter, waarbij de eerste meter ondoorzichtig mag zijn. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken splitsen woning Met een omgevingsvergunning kan een woning gesplitst worden met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige samengevoegde woningen betreft, en; b. het in niet meer dan 2 woningen wordt gesplitst. 4.3.2 Afwijken samenvoegen woning Met een omgevingsvergunning kan een woning worden samengevoegd met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het voormalige gesplitste woningen betreft, en; b. dit ten goede komt aan de kwaliteit van de woning. 4.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 4.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend: a.

wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; b. indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient er rekening te worden gehouden met de wijzigingen.

en/of

4.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4.4.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 4.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 19 van 53

c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 4.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 4.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 4.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 4.5 specifieke gebruiksregels 4.5.1 Gebruiksregels Voor zover gelegen buiten de bouwvlakken zijn de gronden uitsluitend bestemd voor tuinen, ontsluitingswegen en terreinverhardingen niet zijnde parkeerterreinen. 4.5.2 Aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b.

het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 4.5.3 Bed & breakfast Het verhuren van kamers ten behoeve van een bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen; c. voor maximaal vier gasten verspreid over maximaal twee kamers voor de duur van maximaal zeven aaneengesloten overnachtingen. Op een kamer mogen maximaal twee slaapplaatsen aanwezig zijn; d. de kamers maken deel uit van het hoofdgebouw; e. dat deze alleen door de hoofdbewoner mag wordt uitgeoefend, die ook aanwezig blijft; f. er dient in voldoende mate in de eigen parkeerbehoefte te worden voorzien op eigen terrein, 1 parkeerplaats per gastenkamer; g.

er geen zelfstandige horeca-activiteiten en geen zelfstandige detailhandel plaatsvinden.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 20 van 53

4.5.4 Woningdelen via hospitaverhuur en inwoning Woningdelen door middel van hospitaverhuur en inwoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner de woning feitelijk als hoofdverblijf heeft; b. de hoofdbewoner minimaal 60% van de woning zelf bewoond; c. er mogen maximaal 3 personen in een woning wonen, exclusief een huishouden van hoofdbewoner; d. elke meerderjarige bewoner heeft een eigen onzelfstandige kamer. 4.5.5 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; c. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Woningdelen via kamergewijze verhuur Met een omgevingsvergunning kan een woning, in afwijking van lid 4.1, lid g worden gebruikt voor kamergewijze verhuur met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van minimaal drie en maximaal vier personen die geen huishouden zijn dan wel geen onderlinge band hebben; b. elke bewoner heeft een eigen kamer; c. binnen een straal van 50 meter mag geen andere woning aanwezig zijn waar kamergewijze verhuur plaatsvindt.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 21 van 53

Artikel 5

Maatschappelijk

5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: c. horeca ten dienste van de bestemming; d. detailhandel ten dienste van de bestemming; e. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; f. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 5.2 bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte en de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; c. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. 6 meter voor palen en masten; c. 3 meter voor lichtmasten en het overige. 5.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 5.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend: a.

wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; b. indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient er rekening te worden gehouden met de wijzigingen.

en/of

5.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 22 van 53

de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 5.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 5.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 5.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 5.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 5.4 specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van de onbebouwde gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden als begraafplaats, asielzoekerscentrum en verslavingszorg c. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; d. het gebruik van gebouwen voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige detailhandel; f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige horeca. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Woningdelen via kamergewijze verhuur Met een omgevingsvergunning kan een woning, in afwijking van artikel 5.1, worden gebruikt voor kamergewijze verhuur met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van minimaal drie en maximaal vier personen die geen huishouden zijn dan wel geen onderlinge band hebben; b. elke bewoner heeft een eigen kamer; c. binnen een straal van 50 meter geen andere woning aanwezig zijn waar kamergewijze verhuur plaatsvindt.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 23 van 53

Artikel 6

Sport

6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportterreinen met bijbehorende bouwwerken; b. een sportcentrumvoorziening met bijbehorende bouwwerken; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - buitenschoolse opvang' is een buitenschoolse opvang toegestaan; met de daarbij behorende: d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bouwwerken; f. fietsenstallingen; g. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming; h. ruiterpaden en fiets- en voetpaden; met daaraan ondergeschikt: i. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; j. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen; k. horecavoorziening tot maximaal categorie 2; l. zalenverhuur ten behoeve van sociaal culturele activiteiten; m. detailhandel, ten dienste van de sportvoorziening. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden. 6.2.2 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken ten dienste van de sportvoorziening gelden de volgende regels: a.

de gezamenlijke oppervlakte ten dienste van de sportvereniging mag per sportvereniging niet meer bedragen dan 50 m2; b. de gezamelijke oppervlakte ten dienste van het algemeen beheer van het sportpark mag niet meer bedragen dan 100 m2 per sportpark ('t Loopveld en Escapade); c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4.50 meter; 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 15 meter; c. de hoogte van tribunes mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8 meter bedragen. 6.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 24 van 53

6.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend: a. wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; b. indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient er rekening te worden gehouden met de wijzigingen.

en/of

6.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 6.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 6.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 6.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 6.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.

voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 6.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 6.4 specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden: a. als staan- of ligplaats van onderkomens, alsmede kampeerterrein; b. als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. voor het aanwezig zijn of opgeslagen hebben van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen dan wel onderdelen daarvan, alsmede het plaatsen van al dan niet gerede motorvoertuigen;

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 25 van 53

d. voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model)vliegsport en voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte horeca; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte detailhandel.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 26 van 53

Artikel 7

Tuin

7.1 bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. entreeportalen; c. erkers; d. fietsenbergingen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: f. verhardingen; g. containerbergingen; h. parkeren, indien er een inritconstructie/vergunning aanwezig is; i. inritconstructies voor parkeergarage 7.2 bouwregels 7.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 7.2.3, 7.2.4 en 7.2.5. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor het overige; b. voor erf- en perceelafscheidingen bij woningen in een voorerfgebied, dat grenst aan een openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van de afscheiding in een voorerfgebied mag vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 2,00 meter bedragen, mits het voorerfgebied minimaal 2,50 meter diep is ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de woning ; 2.

een afscheiding van 2,00 meter hoog in het voorerfgebied mag slechts bestaan uit een transparant rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur is, en zich leent voor begroeiing; 3. de bouwhoogte van gemetselde penanten in een voorerfgebied mag niet meer dan 2,00 meter bedragen; 4. een toegangspoort, die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelafscheiding of die geplaatst wordt tussen groenvoorzieningen, mag niet breder zijn dan 4 meter en niet hoger dan 2 meter ten opzichte van het aansluitende terrein; c. een vijver is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte mag ten hoogste 50 m2 bedragen; 2. een vijver mag niet meer dan 0,3 meter boven het aansluitend terrein uitsteken; 3. een vijver is alleen bedoeld voor het houden van aan water gebonden flora- en fauna, dus niet als zwemvijver. 7.2.3 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. een erker mag alleen worden gebouwd aan een hoofdgebouw; b. de diepte van een erker mag maximaal 1 meter bedragen; c. de breedte van een erker mag maximaal 3/5 deel bedragen van de oorspronkelijke gevelbreedte waar tegenaan wordt gebouwd; Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 27 van 53

d. de bouwhoogte mag maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw zijn; e. er dient een niet te bebouwen strook in acht te worden genomen: 1. van 1 meter ten opzichte van gronden bestemd voor verkeersdoeleinden en groenvoorzieningen; 2. ten opzichte van de perceelsgrens minimaal 2 meter; f. het dak van een erker grenzend aan, of uitziend op, de openbare weg mag als balkon/dakterras worden ingericht; g. een erker wordt niet toegestaan indien er ter hoogte van de entree door plaatsing van een bouwwerk als bedoeld in 7.2.4 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund. 7.2.4 Entreeportalen Voor het bouwen van entreeportalen gelden de volgende regels: a. een entreeportaal mag worden opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van hoofdgebouwen; b. de maximum oppervlakte van een entreeportaal bedraagt 5 m²; c. de hoogte van een entreeportaal mag ten hoogste gelijk zijn aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. er dient een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht te worden genomen ten opzichte van de gronden bestemd voor verkeer en groen; e. een entreeportaal wordt niet toegestaan indien er door het realiseren van een bouwwerk als bedoeld in lid 7.2.3 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund.

7.2.5 Fiets- en containerbergingen Voor het bouwen van fiets- en containerbergingen in een voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken bedraagt niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied; b. de oppervlakte van het bouwwerk mag niet meer dan 10 m2 bedragen; c. de hoogte van de berging mag niet meer dan 2 meter bedragen; d. de naar het openbaar gebied gerichte zijkant van het bouwwerk bedraagt niet meer dan 2/3 van de voorgevel of zijgevel van het hoofdgebouw waarbij de langste zijde van het bouwwerk is haaks op de voorgevel van de woning gebouwd; e. de afstand van de berging tot de erfgrens, grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied, is minimaal 0,5 meter. 7.3 afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken m.b.t. erkers Zolang het ondergeschikte karakter van de erker gehandhaafd blijft, kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van: a. het bepaalde in artikel 7.2.3 sub b tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder de voorwaarde dat een erker ter plaatse van de voorgevel een niet te bebouwen strook van minimaal gelijke breedte is als de diepte van de erker en tevens wordt voldaan aan het gestelde in artikel 7.2.3 onder g; b.

het bepaalde in artikel 7.2.3 sub b tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder de voorwaarde dat een erker ter plaatse van de zijgevel tevens wordt voldaan aan het gestelde in artikel 7.2.3 onder e en g; c. het bepaalde in artikel 7.2.3 sub d tot een breedte van maximaal 2/3 van de breedte van het gevelvlak; d. het bepaalde in artikel 7.2.3 sub e onder 1 ter plaatse van de zijgevel tot een diepte tot aan de perceelsgrens wanneer dit een grens met het openbaar gebied is.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 28 van 53

7.3.2 Voorwaarden voor afwijken De in lid 7.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde, en; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.4 specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van deze gronden voor opslag voor goederen; b. het gebruik van deze gronden ten behoeve van het parkeren indien er geen inritconstructies/vergunning aanwezig is.

Regels Veegplan Amstelveen 2024

pagina 29 van 53

Artikel 8

Wonen

8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen ten behoeve van het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf zoals omschreven in artikel 8.5.1; met de daarbij behorende: b. tuinen en erven; c. parkeervoorzieningen, indien er een inritconstructie/-vergunning aanwezig is; d. bijbehorende bouwwerken; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. terrassen, ten dienste van de zelfstandige, toegestane horeca; g. dakterras; h. dakkaper; met daaraan ondergeschikt: i. ontsluitingswegen en andere verhardingen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 8.2 bouwregels 8.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen, zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, mag niet worden vermeerderd; b. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen/woongebouwen worden gebouwd; d. het splitsen van bestaande woningen is niet toegestaan; e. het samenvoegen van bestaande woningen is niet toegestaan; f. bij sloop/nieuwbouw dienen er evenveel woningen te worden terug gebouwd; g.

de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; h. de dakhelling van een hoofdgebouw, mag niet meer dan 60º bedragen. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken; i. de dakhelling van een dakopbouw mag niet meer bedragen dan 80º deze contour geldt voor ten minste één dakvlak; 8.2.2 Aangebouwde bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van het vergroten van de woning gelden de volgende regels: a. de diepte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2 meter van de buiten het bouwvlak gelegen gronden behorende bij de bestemming Wonen (gemeten vanaf de grens van het bouwvlak); b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; c. de bouwhoogte van bijbehorend bouwwerk mag maximaal gelijk zijn aan de goothoogte van het hoofdgebouw; d. de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 60° bedragen. 8.2.3 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=ad4af51e-815c-471c-8e46-2aa7ab8b821d