Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden
Tekst van het document
de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk niet meer dan 4 meter bedraagt; 4. de afstand tot het hoofdgebouw niet meer dan 1,5 meter bedraagt; 5. gesitueerd binnen een bouwvlak; 6. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de regels in lid 9.2.1. 9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en (licht)masten en van (andere) bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 6 meter;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
33
b. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de bouwhoogte van een overkapping op een afstand van meer dan 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping tot op een afstand van 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,3 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' de bouwhoogte van een overkapping tot op een afstand van 1,5 meter van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 4 meter mits de overkapping bouwkundig is verbonden met het hoofdgebouw; f. de bouwhoogte van een beschoeiing aan de waterkant c.q. waterlijn mag niet meer bedragen dan 0,30 meter ten opzichte van het waterpeil; g. de bouwhoogte van een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, in een tuin, mag niet meer bedragen dan 1 meter; h. de bouwhoogte van steigers en vlonders mag niet meer bedragen dan 1 meter; i. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; j. een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, dient op ten minste 2 meter afstand van de waterkant c.q.
waterlijn te worden gerealiseerd; k. steigers en vlonders mogen niet worden gerealiseerd boven een wateroppervlak. 9.3 Specifieke gebruiksregels 9.3.1 Aan-huis-verbonden beroepen, en aan-huis-verbonden bedrijven Het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen en/of het runnen van aan-huis-verbonden bedrijven is toegestaan, mits: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. de bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep en/of voor het aan-huis-verbonden bedrijf, gezamenlijk maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, en geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte plaatsvinden, met uitzondering van in- en uitladen. 9.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf, voor (indien aan de orde) de beroepen en/of bedrijven gezamenlijk; b. het runnen van een bedrijf niet zijnde een aan-huis-verbonden bedrijf; c. het gebruiken en inrichten van de daken van bijbehorende bouwwerken als dakterras; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het bedrijfsmatig (commercieel) houden van paarden, zoals het stallen en africhten van paarden van derden en de verhuur van paarden aan derden; g. het gebruiken van gronden voor paardenbakken. 9.3.3 Openbare ruimte
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
34
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – openbare ruimte' zijn uitsluitend functies en voorzieningen toegestaan die onderdeel zijn van openbaar toegankelijk gebied.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
35
Artikel 10
Woongebied - 2
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen ten behoeve van wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf; met daarbij behorende: b. bouwwerken; c. tuinen en erven; d. verhardingen; e. woonerven; f. (woon)straten; g. parkeervoorzieningen; h. inritconstructies; i. voetpaden en fietspaden; j. groenvoorzieningen; k. parken; l. speelvoorzieningen; m. watergangen en waterpartijen; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; o. nutsvoorzieningen; p. wko-voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: q. steigers en vlonders. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Voor bebouwing op de gronden met bestemming 'Woongebied - 2' gelden onder meer de volgende regels: a. op een bouwperceel tot 200 m² mag maximaal 40% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 50 m² bebouwing is toegestaan; b. op een bouwperceel tot 200 m² met een (gestapelde) dekwoning mag maximaal 100% van het bouwperceel worden bebouwd waarbij maximaal 40% van het bouwperceel mag worden bebouwd met gebouwen, met dien verstande dat ten minste 50 m² bebouwingsoppervlakte met gebouwen is toegestaan; c. een (gestapelde) dekwoning mag uitsluitend op een bouwperceel van ten hoogste 200 m² worden gerealiseerd; d.
op een bouwperceel vanaf 200 m² mag maximaal 25% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 80 m² bebouwing is toegestaan, en is ten hoogste 250 m² bebouwing is toegestaan; e. in aanvulling en afwijking van het bepaalde onder b. geldt dat bij een (gestapelde) dekwoning, om meer dan 50% van het bouwperceel te mogen bebouwen, het overige deel van het bouwperceel voor wat betreft het achtererfgebied mag worden bebouwd met een overkapping ten behoeve van een verhoogde tuin met daaronder open ruimte voor parkeren, stalling en buitenactiviteiten gerelateerd aan wonen; f. in afwijking van het bepaalde onder d. geldt voor een bouwperceel ten behoeve van een appartementengebouw dat het bouwperceel met maximaal 100% mag worden bebouwd; g. in aanvulling op het bepaalde onder a. t/m f. geldt dat het bestemmingsvlak met maximaal 75% mag worden bebouwd; h. een appartementengebouw mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden gerealiseerd; Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
36
i.
gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gerealiseerd; j. het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 90; k. in appartementengebouwen binnen deze bestemming mogen in totaal maximaal 68 woningen worden gerealiseerd; l. het splitsen van woningen is niet toegestaan; m. het samenvoegen van woningen is niet toegestaan; n. als gebouwen mogen uitsluitend hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, en gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; o. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 20 m²; p. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 4 meter; q. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 75%. 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouwen mogen uitsluitend appartementengebouwen, rijwoningen, woongebouwen en nutsvoorzieningen worden gebouwd; c. het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 90; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven maximum aantal op de verbeelding; e.
de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', met dien verstande dat de bouwhoogte van een parkeergarage (als onderdeel van een hoofdgebouw) niet meer mag bedragen dan 3,3 meter en met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw ten behoeve van een nutsvoorziening niet meer mag bedragen dan 4 meter. 10.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); b. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), mits: 1. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de regels van deze bestemming; 2. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de algemene bouwregels in dit plan; 3. de goothoogte van deze bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3,3 meter bedraagt; 4. de bouwhoogte van deze bijbehorende bouwwerken in het geval van een gebouw niet meer dan 5 meter bedraagt. 10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van palen en (licht)masten en van (andere) bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
37
c. in afwijking van het bepaalde onder b. mag de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen ter plaatse van een overkapping bij een (gestapelde) dekwoning in het achtererfgebied niet meer bedragen dan 2 meter gerekend vanaf de hoogte van de overkapping; d. de bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping op een afstand van meer dan 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; f. de bouwhoogte van een overkapping tot op een afstand van 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,3 meter; g. in afwijking van het bepaalde onder e. mag de bouwhoogte van een overkapping op een bouwperceel met een dekwoning niet meer bedragen dan 3,3 meter; h. de bouwhoogte van een beschoeiing aan de waterkant c.q. waterlijn mag niet meer bedragen dan 0,50 meter ten opzichte van het waterpeil; i. de bouwhoogte van een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, in een tuin, mag niet meer bedragen dan 1 meter; j. de bouwhoogte van steigers en vlonders mag niet meer bedragen dan 1 meter; k. de bouwhoogte van masten, speelvoorzieningen en tuinmeubilair ter plaatse van een overkapping bij een (gestapelde) dekwoning in het achtererfgebied mag niet meer bedragen dan 2 meter gerekend vanaf de hoogte van de overkapping; l.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; m. een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, dient op ten minste 2 meter afstand van de waterkant c.q. waterlijn te worden gerealiseerd; n. steigers en vlonders mogen niet worden gerealiseerd boven een wateroppervlak. 10.3 Specifieke gebruiksregels 10.3.1 Aan-huis-verbonden beroepen, en aan-huis-verbonden bedrijven Het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen en/of het runnen van aan-huis-verbonden bedrijven is toegestaan, mits: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. de bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep en/of voor het aan-huis-verbonden bedrijf, gezamenlijk maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, en geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte plaatsvinden, met uitzondering van in- en uitladen. 10.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf, voor (indien aan de orde) de beroepen en/of bedrijven gezamenlijk; b. het runnen van een bedrijf niet zijnde een aan-huis-verbonden bedrijf; c. het gebruiken en inrichten van de daken van bijbehorende bouwwerken als dakterras, met uitzondering van een dakterras aangebouwd bij een dekwoning; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het bedrijfsmatig (commercieel) houden van paarden, zoals het stallen en africhten van paarden van derden en de verhuur van paarden aan derden; g. het gebruiken van gronden voor paardenbakken. Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
38
10.3.3 Categorisering woningen Ten minste 75% van de woningen dienen te worden gerealiseerd als sociale huurwoning conform het beleid van de thans geldende "Verordening doelgroepen woningbouw Amstelveen".
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
39
Artikel 11
Woongebied - 3
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen ten behoeve van wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf; met daarbij behorende: b. bouwwerken; c. tuinen en erven; d. verhardingen; e. woonerven; f. (woon)straten; g. parkeervoorzieningen; h. inritconstructies; i. voetpaden en fietspaden; j. groenvoorzieningen; k. parken; l. speelvoorzieningen; m. watergangen en waterpartijen; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; o. nutsvoorzieningen; p. wko-voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: q. steigers en vlonders. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Voor bebouwing op de gronden met bestemming 'Woongebied - 3' gelden onder meer de volgende regels: a. op een bouwperceel tot 200 m² mag maximaal 40% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 50 m² bebouwing is toegestaan; b. op een bouwperceel van 200 m² tot 600 m² mag maximaal 25% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 80 m² bebouwing is toegestaan; c. op een bouwperceel vanaf 600 m² mag maximaal 20% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 150 m² bebouwing is toegestaan en ten hoogste 300 m² bebouwing is toegestaan; d. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gerealiseerd; e.
het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 82; f. het splitsen van woningen is niet toegestaan; g. het samenvoegen van woningen is niet toegestaan; h. als gebouwen mogen uitsluitend hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, en gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; i. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 20 m²; j. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
40
11.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van wonen of een nutsvoorziening; c. het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 82; d. in een hoofdgebouw mag ten hoogste 1 woning worden gerealiseerd; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' mogen geen woningen worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven maximum aantal op de verbeelding, met dien verstande dat het aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen gezamenlijk niet meer mag bedragen dan 82; g. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gerealiseerd; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen worden gerealiseerd; i. in een aaneengesloten bebouwing mogen maximaal 6 rijwoningen aaneen worden gebouwd; j.
de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', met dien verstande dat de maximum goothoogte van een hoofdgebouw ten behoeve van een nutsvoorziening niet meer mag bedragen dan 4 meter; k. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw ten behoeve van een nutsvoorziening niet meer mag bedragen dan 4 meter; l. de bouwdiepte van een hoofdgebouw mag bij: 1. vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen niet meer dan 14 meter bedragen; 2. rijwoningen en geschakelde woningen niet meer dan 11 meter bedragen; m. de afstand van de voorgevels van een hoofdgebouw tot de dichtstbijzijnde bouwperceelgrens vóór de voorgevels, niet zijnde een zijdelingse bouwperceelgrens, mag bij: 1. een vrijstaande woning niet minder dan 3 meter bedragen; 2. een vrijstaande woning ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' of de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' niet minder dan 6 meter bedragen; 3. een twee-aaneengebouwde woning niet minder dan 2 meter bedragen; 4. een twee-aaneengebouwde woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' niet minder dan 6 meter bedragen; 5.
een geschakelde woning niet minder dan 3 meter bedragen; 6. een rijwoning niet minder dan 2 meter bedragen; n. de afstand van de achtergevels van een hoofdgebouw tot de dichtstbijzijnde bouwperceelgrens achter de achtergevels, niet zijnde een zijdelingse bouwperceelgrens, mag niet minder dan 6 meter bedragen; o. de afstand van de zijgevels van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens, mag bij: 1. een vrijstaande woning ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' of de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' niet minder dan 4,5 meter bedragen, met dien verstande dat een hoofdgebouw aan ten minste één zijde een afstand van ten minste 6 meter tot de zijdelingse bouwperceelgrens kent;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
41
2. een vrijstaande woning niet minder dan 1 meter bedragen, met dien verstande dat een hoofdgebouw aan ten minste één zijde een afstand van ten minste 3 meter tot de zijdelingse bouwperceelgrens kent; 3. een twee-aaneengebouwde woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen', aan de niet aaneengebouwde zijde, niet minder dan 4,5 meter bedragen; 4. een twee-aaneengebouwde woning, aan de niet aaneengebouwde zijde, niet minder dan 3 meter bedragen; 5. een geschakelde woning niet minder dan 1 meter bedragen, met dien verstande dat een hoofdgebouw aan ten minste één zijde een afstand van ten minste 3 meter tot de zijdelingse bouwperceelgrens kent; 6. een rijwoning 0 meter of meer bedragen. 11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); b. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), mits: 1. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de regels van deze bestemming; 2. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de algemene bouwregels in dit plan; 3.
de goothoogte van deze bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3,3 meter bedraagt; 4. de bouwhoogte van deze bijbehorende bouwwerken in het geval van een gebouw niet meer dan 5 meter bedraagt; c. in afwijking van het bepaalde onder a. en b. zijn bijbehorende bouwwerken ook toegestaan in een zijerf dat grenst aan openbaar toegankelijk gebied, mits: 1. bouwkundig verbonden aan het hoofdgebouw; 2. het bijbehorend bouwwerk ten minste 4 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd; 3. de breedte van het bijbehorend bouwwerk niet meer dan 4 meter bedraagt loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd; 4. de bouwdiepte van het bijbehorend bouwwerk niet meer dan 8 meter bedraagt; 5. de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3,3 meter bedraagt; 6. de afstand tot het hoofdgebouw niet meer dan 4 meter bedraagt; 7. gesitueerd binnen een bouwvlak; 8. de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied ten minste 1 meter bedraagt; 9. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de regels in lid 11.2.1. 11.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en (licht)masten en van (andere) bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 6 meter; b.
de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de bouwhoogte van een overkapping op een afstand van meer dan 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping tot op een afstand van 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,3 meter; f. de bouwhoogte van een beschoeiing aan de waterkant c.q. waterlijn mag niet meer bedragen dan 0,30 meter ten opzichte van het waterpeil; g. de bouwhoogte van een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, in een tuin, mag niet meer bedragen dan 1 meter; Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
42
h. de bouwhoogte van steigers en vlonders mag niet meer bedragen dan 1 meter; i. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; j. een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, dient op ten minste 2 meter afstand van de waterkant c.q. waterlijn te worden gerealiseerd; k. steigers en vlonders mogen niet worden gerealiseerd boven een wateroppervlak. 11.3 Specifieke gebruiksregels 11.3.1 Aan-huis-verbonden beroepen, en aan-huis-verbonden bedrijven Het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen en/of het runnen van aan-huis-verbonden bedrijven is toegestaan, mits: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. de bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep en/of voor het aan-huis-verbonden bedrijf, gezamenlijk maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, en geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte plaatsvinden, met uitzondering van in- en uitladen.
11.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf, voor (indien aan de orde) de beroepen en/of bedrijven gezamenlijk; b. het runnen van een bedrijf niet zijnde een aan-huis-verbonden bedrijf; c. het gebruiken en inrichten van de daken van bijbehorende bouwwerken als dakterras; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het bedrijfsmatig (commercieel) houden van paarden, zoals het stallen en africhten van paarden van derden en de verhuur van paarden aan derden; g. het gebruiken van gronden voor paardenbakken.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
43
Artikel 12
Woongebied - 4
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen ten behoeve van wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens huisartsenpraktijken; met daarbij behorende: c. bouwwerken; d. tuinen en erven; e. verhardingen; f. woonerven; g. (woon)straten; h. parkeervoorzieningen; i. inritconstructies; j. voetpaden en fietspaden; k. groenvoorzieningen; l. parken; m. speelvoorzieningen; n. watergangen en waterpartijen; o. waterhuishoudkundige voorzieningen; p. nutsvoorzieningen; q. wko-voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: r. steigers en vlonders. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Voor bebouwing op de gronden met bestemming 'Woongebied - 4' gelden onder meer de volgende regels: a. op een bouwperceel tot 200 m² mag maximaal 40% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 50 m² bebouwing is toegestaan; b. op een bouwperceel van 200 m² tot 600 m² mag maximaal 25% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 80 m² bebouwing is toegestaan; c. op een bouwperceel vanaf 600 m² mag maximaal 20% van het bouwperceel worden bebouwd, met dien verstande dat ten minste 150 m² bebouwing is toegestaan en ten hoogste 300 m² bebouwing is toegestaan; d. in afwijking van het bepaalde onder c.
geldt voor een bouwperceel ten behoeve van een appartementengebouw dat het bouwperceel met maximaal 80% mag worden bebouwd; e. een appartementengebouw mag uitsluitend op een bouwperceel van ten minste 400 m² worden gerealiseerd, en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; f. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gerealiseerd; g. het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 37; h. in appartementengebouwen binnen deze bestemming mogen in totaal maximaal 28 woningen worden gerealiseerd; i. het splitsen van woningen is niet toegestaan; j. het samenvoegen van woningen is niet toegestaan;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
44
k. als gebouwen mogen uitsluitend hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, en gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; l. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 20 m²; m. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 4 meter; n. in afwijking van het bepaalde onder a., b. en c. geldt voor een bouwperceel met een huisartsenpraktijk dat het bouwperceel met maximaal 80% mag worden bebouwd. 12.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouwen mogen uitsluitend appartementengebouwen, rijwoningen, huisartsenpraktijken en nutsvoorzieningen worden gebouwd; c. in een aaneengesloten bebouwing mogen maximaal 6 rijwoningen aaneen worden gebouwd; d. het maximum totaal aantal woningen te realiseren binnen deze bestemming bedraagt 37; e. in een hoofdgebouw, niet zijnde een appartementengebouw, mag ten hoogste 1 woning worden gerealiseerd; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven maximum aantal op de verbeelding; g.
de bouwhoogte van een appartementengebouw en een huisartsenpraktijk mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; h. de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten behoeve van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 4 meter; i. de goothoogte van een hoofdgebouw met een rijwoning mag niet meer bedragen dan 6 meter; j. de bouwhoogte van een hoofdgebouw met een rijwoning mag niet meer bedragen dan 12,5 meter. 12.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); b. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan voor zover deze staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), mits: 1. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de regels van deze bestemming; 2. deze bijbehorende bouwwerken voldoen aan de algemene bouwregels in dit plan; 3. de goothoogte van deze bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3,3 meter bedraagt; 4. de bouwhoogte van deze bijbehorende bouwwerken in het geval van een gebouw niet meer dan 5 meter bedraagt. 12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van palen en (licht)masten en van (andere) bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel c.q. het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
45
d. de bouwhoogte van een overkapping op een afstand van meer dan 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping tot op een afstand van 4 meter van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,3 meter; f. de bouwhoogte van een beschoeiing aan de waterkant c.q. waterlijn mag niet meer bedragen dan 0,30 meter ten opzichte van het waterpeil; g. de bouwhoogte van een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, in een tuin, mag niet meer bedragen dan 1 meter; h. de bouwhoogte van steigers en vlonders mag niet meer bedragen dan 1 meter; i. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; j. een grondkering c.q. damwand achter een waterlijn, dient op ten minste 2 meter afstand van de waterkant c.q. waterlijn te worden gerealiseerd; k. steigers en vlonders mogen niet worden gerealiseerd boven een wateroppervlak. 12.3 Specifieke gebruiksregels 12.3.1 Aan-huis-verbonden beroepen, en aan-huis-verbonden bedrijven Het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen en/of het runnen van aan-huis-verbonden bedrijven is toegestaan, mits: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b.
de bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep en/of voor het aan-huis-verbonden bedrijf, gezamenlijk maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, en geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte plaatsvinden, met uitzondering van in- en uitladen. 12.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf, voor (indien aan de orde) de beroepen en/of bedrijven gezamenlijk; b. het runnen van een bedrijf niet zijnde een aan-huis-verbonden bedrijf, met uitzondering van een huisartsenpraktijk ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk'; c. het gebruiken en inrichten van de daken van bijbehorende bouwwerken als dakterras; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; e.
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het bedrijfsmatig (commercieel) houden van paarden, zoals het stallen en africhten van paarden van derden en de verhuur van paarden aan derden; g. het gebruiken van gronden voor paardenbakken. 12.3.3 Categorisering woningen Ten minste 75% van de woningen dienen te worden gerealiseerd als sociale huurwoning conform het beleid van de thans geldende "Verordening doelgroepen woningbouw Amstelveen". 12.3.4 Huisartsenpraktijken
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
46
In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden ten aanzien van de huisartsenpraktijken ook de volgende regels: a. De bruto vloeroppervlakte van een huisartsenpraktijk dan wel van huisartsenpraktijken gezamenlijk mag maximaal 300 m2 bedragen; b. In een huisartsenpraktijk is tevens een aan de praktijk gerelateerde apotheek toegestaan; c. In een huisartsenpraktijk is tevens aan de praktijk verbonden medische dienstverlening toegestaan.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
47
Artikel 13
Leiding - Gas
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van een al dan niet ondergronds gelegen hogedruk gastransportleiding, en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze bestemming is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen. 13.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gerealiseerd ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leiding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter en dat geen gebouwen mogen worden gebouwd. 13.3 Afwijken van de bouwregels 13.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 13.2 voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming conform de bouwregels van die bestemming. 13.3.2 Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 kan slechts worden verleend indien het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de energievoorziening zijn gewaarborgd, en indien geen kwetsbaar object wordt toegelaten.
Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten het leidingbelang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden. 13.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruik van gronden als parkeerplaats; d. het gebruik van gronden als standplaats of ligplaats; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning. 13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als 'Leiding - Gas' bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
48
a. b. c. d. e. f. g. h.
het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; diepploegen; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voetpaden, fietspaden, ruiterpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van waterlopen; het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder rietbeplanting; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
13.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 13.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 13.5.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.5.1 kan slechts worden verleend indien het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de energievoorziening zijn gewaarborgd. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten het leidingbelang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
49
Artikel 14
Waarde - Archeologie 5
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen, behoudens de bestemming 'Leiding - Gas'. 14.2 Bouwregels Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. bij bodemingrepen die verder reiken dan 0,30 meter diep, de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 10.000 m² bedraagt; b. het bepaalde onder a. niet van toepassing is indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 14.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
14.4 Afwijken van de bouwregels 14.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 14.2 onder a. voor het bouwen ten behoeve van een andere aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord; of, c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 14.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 14.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 14.4.3 Beoordelingscriteria
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
50
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie 5' bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voetpaden, fietspaden, ruiterpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g.
het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; met dien verstande dat voor de onder a. t/m h. genoemde werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 0,30 meter, die tevens groter zijn dan 10.000 m². 14.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 14.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 14.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of, b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord; of, c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.
14.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 14.5.3 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
51
b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 14.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 14.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan, met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wro, te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een lagere archeologische verwachting aanwezig is.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
52
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
53
Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
54
Artikel 16
Algemene bouwregels
16.1 Gebouwen en overkappingen In aanvulling op de bouwregels voor gebouwen en overkappingen in de bestemmingsregels, gelden voor gebouwen en overkappingen de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gerealiseerd, met uitzondering van het bepaalde in lid 5.2.1 en 8.2.2; b. de oppervlakte van een overkapping buiten het bouwvlak mag ten hoogste 10 m² bedragen, met uitzondering van het bepaalde in lid 8.2.2; c. een dakopbouw is niet toegestaan; d. een dakterras boven de tweede bouwlaag is niet toegestaan; e. een dakterras in het achtererfgebied is niet toegestaan, met uitzondering van een dakterras bij een dekwoning als bedoeld in lid 10.2 en gelegen binnen de bestemming 'Woongebied - 2'; f. de dakhelling van een gebouw mag niet meer dan 60º bedragen; met dien verstande dat deze regels niet gelden voor bouwwerken die staan opgenomen in de genoemde situaties in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). 16.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.
ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2,50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden bestemd voor verkeer, en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden bestemd voor verkeersdoeleinden; b. ten behoeve van vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een verkeersbestemming indien er een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 meter boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 meter breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 meter boven een ander deel van de weg; c. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals hekwerken, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. d.
ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen ten behoeve van bouwwerken voor het opwekken van duurzame energie en het besparen van energie, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 75% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 2 meter van de maximale hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. 16.3 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de bestemmingsregels opgenomen afwijkingsmogelijkheden en specifieke regels, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van (het ondergrondse deel van) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke tevens zijn toegestaan buiten een bouwvlak;
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
55
b. ondergrondse bouwwerken betreffende kelders zijn uitsluitend toegestaan onder een hoofdgebouw; c. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer dan 3 meter beneden het peil bedragen, met uitzondering van funderingen; d. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op een waterkering, de archeologische waarden, een leiding en de bodem- en waterhuishouding. 16.4 Appartementen In appartementengebouwen mogen in totaal maximaal 96 woningen worden gerealiseerd. 16.5 Woningbouw in relatie tot glastuinbouw Het bouwen van een woning is niet toegestaan binnen 30 meter afstand van een bestaand glastuinbouwbedrijf, met uitzondering van het vervangen van een bestaande woning op dezelfde locatie.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
56
Artikel 17
Algemene gebruiksregels
17.1 Woningdelen via hospitaverhuur en inwoning Woningdelen door middel van hospitaverhuur en inwoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner heeft de woning feitelijk als hoofdverblijf; b. de hoofdbewoner bewoont zelf minimaal 60% van de woning; c. er wonen maximaal 3 personen in een woning, exclusief een huishouden van de hoofdbewoner; d. elke meerderjarige bewoner heeft een eigen onzelfstandige kamer. 17.2 Bed & breakfast Het verhuren van kamers ten behoeve van een bed & breakfast in een hoofdgebouw met een vrijstaande woning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; b. de bruto vloeroppervlakte bedraagt maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning; c. verhuur voor maximaal vier gasten verspreid over maximaal twee kamers voor de duur van maximaal zeven aaneengesloten overnachtingen, waarbij op een kamer maximaal twee slaapplaatsen aanwezig zijn; d. de kamers maken deel uit van het hoofdgebouw; e. de bed & breakfast wordt alleen door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend, en de hoofdbewoner blijft ook aanwezig tijdens de verhuur; f. voor de bed & breakfast wordt, naast de woonfunctie, in voldoende mate in de eigen parkeerbehoefte voorzien op eigen terrein, en er wordt 1 parkeerplaats per gastenkamer gerealiseerd; g.
er vinden geen zelfstandige horeca-activiteiten en geen zelfstandige detailhandel plaats. Een bed & breakfast in een ander (hoofd)gebouw is niet toegestaan. 17.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de bestemmingen van dit bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als een stortplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op een bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden of bouwwerken voor een seksinrichting en/of prostitutie; c. het gebruik van gronden als standplaats of ligplaats; d. het gebruik van gronden voor kamperen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken als begraafplaats, als asielzoekerscentrum of voor verslavingszorg; f. het gebruik van gronden voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; g. het gebruik van gronden als wedstrijdterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport; h. het gebruiken van gronden voor paardenbakken; i. het gebruiken van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor woonschepen, passagiersvaartuigen en bedrijfsschepen.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
57
Artikel 18
Algemene aanduidingsregels
18.1 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 toetshoogtes 18.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.2 toetshoogtes' gelden beperkingen met betrekking tot toetshoogten van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). 18.1.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.2 toetshoogtes' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 18.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.1.2, indien een verklaring van geen bezwaar, zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart, is afgegeven.
18.2 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar 18.2.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar' gelden beperkingen van hoogten ter bescherming van het functioneren van radarapparatuur als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). 18.2.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar', gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2a van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 18.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.2, indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer.
18.3 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.3 18.3.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). 18.3.2 Specifieke gebruiksregels
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
58
Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking zoals gesteld in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 18.3.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.3.2, indien een verklaring van geen bezwaar, zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart, is afgegeven.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
59
Artikel 19
Algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van: a. de in de bestemmingsregels opgenomen maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan, met dien verstande dat dit niet van toepassing is op andere afwijkingsmogelijkheden in dit bestemmingsplan; b. de bestemmingsregels, ten behoeve van een geringe aanpassing van de inrichting van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels, ten behoeve van het overschrijden van bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het vergroten van de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 meter; e. de bestemmingsregels, ten behoeve van het vergroten van de hoogte van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, tot niet meer dan 40 meter; f.
de bestemmingsregels, ten behoeve het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van de dienstverlening van overheidswege, het openbaar bestuur en openbare nutsbedrijven, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³ en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 meter; g. de bestemmingsregels, ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de extra (constructieve) opbouw op een dak die nodig is om een groen dak te kunnen toepassen, exclusief beplanting, de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte met ten hoogste 10% mag overschrijden; 2. groene daken niet mogen worden gebruikt als dakterras of daktuin als deze worden toegepast op woningen; 3. bij andere gebouwen dan woningen het gebruik van een groen dak als dakterras of daktuin per geval wordt beoordeeld, waarbij vooral de privacy van naburige woonpercelen niet nadelig mag worden beïnvloed. h. de bestemmingsregels, ten behoeve van het realiseren van een bijbehorend bouwwerk op minder dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. Geen omgevingsvergunning wordt verleend indien: a.
daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan (bijvoorbeeld door schaduwwerking) aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. dit leidt tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatse.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
60
Artikel 20
Overige regels
20.1 Toepasselijkheid regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze wettelijke regelingen luiden dan wel van kracht zijn op het moment dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd. 20.2 Parkeren, en laden en lossen 20.2.1 Parkeernormen, en voldoende parkeergelegenheid Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functie wijzigen van een gebouw of perceel wordt enkel verleend wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; met dien verstande dat indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' wordt gewijzigd, er rekening dient te worden gehouden met de wijzigingen. 20.2.2 Laden en/of lossen Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
20.2.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van het bepaalde in lid 20.2.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; b. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 20.2.4 Afwijken met betrekking tot laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 20.2.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 20.2.5 Nadere eisen parkeren Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b.
de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
61
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Regels Bestemmingsplan De Scheg Midden (3-9-2024)
62
Artikel 21
Overgangsrecht
21.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 21.2 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan eenmalig afgeweken worden van lid 21.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 21.1 met maximaal 10%. 21.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 21.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 21.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.