Plantoelichting vast te stellen bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
Tekst van het document
TOELICHTING Bestemmingsplan Uilenstede - Kronenburg
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 1
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Crisis en herstelwet 1.5 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE EN OMGEVING HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Visie KronenburgUilenstede 3.2 Ontwikkelprogramma 3.3 Stedenbouwkundig raamwerk 3.4 Gezondheidsaspecten wonen in relatie tot het vliegverkeer HOOFDSTUK 4 PLANOPZET 4.1 Algemeen 4.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID 5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.4 Juridische uitvoerbaarheid 5.5 Handhaving HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 7.2 Verkeer en parkeren 7.3 Geluid 7.4 Externe veiligheid 7.5 Bodem 7.6 Water 7.7 Archeologie 7.8 Luchtkwaliteit 7.9 Natuur 7.10 Duurzaam bouwen en energie
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
3 3 4 4 5 5 6 8 8 8 12 16 28 28 28 34 34 34 37 37 39 41 41 41 44 48 56 56 58 63 65 76 78 85 89 91 100
pagina 2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Kronenburg is met circa 25 ha. de grootste kantorenlocatie in Amstelveen. De kantorenlocatie grenst aan de west en noordzijde aan de studentencampus Uilenstede. De eerste kantoren verrijzen er in de jaren zeventig, Kronenburg is aanvankelijk geruime tijd een bloeiend kantorengebied. Sinds de financiële crisis die in 2009 begon, raakt het echter in verval. Een gebiedsgerichte aanpak van de leegstand door een kantorenloods heeft het tij niet kunnen keren: veel kantoren staan al lange tijd leeg (30% van de kantoren in 2018). Het gebied wordt daardoor steeds minder aantrekkelijk als werkomgeving. Dit zet de ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit en leefbaarheid van het gebied onder druk, óók van zones in Kronenburg die nu nog wel economisch vitaal zijn. Dit straalt ook uit naar de naastliggende gebieden, waaronder studentencampus Uilenstede. Kronenburg heeft een nieuwe impuls nodig. De markt vraagt om kleinschalige en flexibel in te richten kantoorruimten in aantrekkelijke en dynamische, gemengde stedelijke milieus met een hoog voorzieningenniveau. Vanuit het Platform bedrijventerreinen en kantoren (Plabeka) wordt daarom voor Kronenburg een forse transformatieopgave voorzien.
Met het oog hierop is in het ‘Ruimtelijk Ontwikkelperspectief Wonen in Amstelveen’, dat de gemeenteraad heeft vastgesteld op 9 november 2016, Kronenburg formeel aangewezen als ‘transformatiegebied’ (verandergebied). Een succesvolle transformatie stuitte tot op heden echter op de regelgeving van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib). Het plangebied ligt binnen zone 4 van het Lib. Voor deze zone gold in verband met geluid (Buitenveldertbaan) een woningbouwverbod. Zonder ook een woonfunctie toe te voegen is er te weinig draagvlak voor functies en voorzieningen die de levendigheid in Kronenburg terugbrengen. Iets dat nodig is om tot gemengde stedelijke milieus te komen. Hierdoor wordt de resterende bedrijfs en kantoorruimte weer aantrekkelijker voor bedrijven, waardoor deze voor het gebied kunnen worden behouden en nieuwe bedrijven kunnen worden aangetrokken. Bovendien stijgen door afgenomen leegstand en toegenomen ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid de vastgoedprijzen en neemt als gevolg daarvan de investeringsbereidheid van vastgoedeigenaren in panden en buitenruimte toe. Op dit moment is er nog steeds sprake van kantorenleegstand en zijn er braakliggende percelen op Kronenburg. Inmiddels zijn de ontwikkelingen voor Kronenburg verder uitgewerkt en is er een Gebiedsvisie door de gemeenteraad vastgesteld.
Ook is de ontwikkeling van Kronenburg opgenomen in het ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) als onderdeel van de sleutelgebieden van het Metropoolregio Amsterdam. De sleutelgebieden zijn in het NOVI opgenomen als 'zoekgebieden voor grootschalige ontwikkellocaties binnen de meest gespannen woningmarktregio's'. Per 1 januari 2018 is tevens het Lib gewijzigd. Dit biedt kansen om de gewenste transformatie naar een gemengd woonwerkgebied nu wel op gang brengen. Ambitie De ambitie is om op KronenburgUilenstede een toekomstbestendig, levendig en dynamisch woonwerkgebied te realiseren en kansen te creëren om uit te groeien tot een plek waar studenten, bedrijven, ondernemers, onderwijsgevenden en onderzoekers elkaar eenvoudig kunnen ontmoeten en waar nieuwe ideeën en (kennis)initiatieven tot stand komen. Door Kronenburg in samenhang met Uilenstede als onderdeel van de gebiedsontwikkeling op de Zuidas tot gemengd stedelijk milieu te herontwikkelen, kan hier in het perspectief van “Nederland kennis en innovatieland” – een veelzijdige en dynamische campus worden gecreëerd. Zo ontstaat aansluitend op het internationale zakencentrum van de Zuidas en het internationale economische klimaat en expatmilieu
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 3
van Amstelveen een hoogwaardig economisch gebied, waarin innovatie wordt gestimuleerd. Dankzij de ligging van Kronenburg pal naast de bestaande studentencampus Uilenstede, nabij de Vrije Universiteit en de Zuidas, zijn er namelijk unieke kansen om het gebied een nieuw perspectief te geven. Een interactief milieu voegt enorme waarde toe aan het gebied. Hierdoor kan een startup klimaat en een hoogwaardig economisch gebied ontstaan met een hoge toegevoegde waarde en een kennis en innovatie klimaat. Door het creëren van een incubator/broedplaats kan Kronenburg in samenhang met Uilenstede een werkgebied van de toekomst worden. In de tweede plaats kan op Kronenburg een fysieke locatie worden gevonden om het tekort aan studentenhuisvesting in de regio op hoogwaardige wijze, aansluitend op bestaande faciliteiten, in te lopen. Daarnaast kan Kronenburg juist door middel van de toevoeging van studentenhuisvesting ook een locatie worden om de economische groei, kennis en innovatie en banen van de toekomst te vestigen/faciliteren en draagt op unieke wijze bij aan de verwezenlijking van de internationale ambities van de metropoolregio. De hierboven geschetste ambitie resulteert in een samengaan van Uilenstede als monofunctionele residentiele campus en Kronenburg als monofunctionele ‘corporate campus’ (zakelijke wijk) tot een levendige multifunctionele en stedelijke campus.
Afbeelding Kronenburg-Uilenstede met transformatiezone
Dit bestemmingsplan betreft het gehele gebied KronenburgUilenstede. Grotendeels zal er sprake zijn van een conserverend bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunningen, zijn hierin meegenomen. Voor de transformatiezone is gekozen voor een globaal eindplan waarbinnen de gewenste ransformatie wordt mogelijk gemaakt.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het noordoosten van Amstelveen en betreft de gebieden Uilenstede en Kronenburg. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de gemeentegrens met Amsterdam (Kalfjeslaan), in het oosten door de sportvelden aan de Aanloop, in het zuiden door de Saskia van Uylenburgweg en in het westen door de Beneluxbaan.
1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk de volgende bestemmingsplannen: 1. Amstelveen NoordOost (vastgesteld 2952013) Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 4
2. Paraplubestemmingsplan Herziening begripsbepaling peil (vastgesteld 1102014) 3. Paraplubestemmingsplan Schipholparkeren en parkeernormen (vastgesteld 2232017) 4. Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie (vastgesteld 2832018)
1.4 Crisis- en herstelwet De Crisis en herstelwet (Chw) beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen en stimuleert vernieuwende en duurzame projecten. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. Een belangrijke maatregel uit de Chw is de vermindering en versnelling van beroepsprocedures en is het belanghebbende begrip aangepast. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis en herstelwet. In bijlage I van de Crisis en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon en werkgebieden'. Voorliggend bestemmingsplan maakt de herstructurering van een woon en werkgebied mogelijk en maakt daarmee onderdeel uit van deze categorie.
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied. Hoofdstuk drie bevat een beschrijving van de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk vier wordt uitgelegd hoe het bestemmingsplan en de daarin opgenomen bestemmingen is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk vijf komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 5
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE EN OMGEVING Het plangebied is gelegen aan de noordoostflank van het Amstelveens grondgebied en was indertijd onderdeel van de uitbreiding van Amstelveen in de Middelpolder. Bouwperiode In het door de gemeenteraad in januari 1960 aanvaarde structuurplan van de Stadsrandcommissie werd gestreefd naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de werkgebieden in de regio. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van bestaande en geplande verkeersvoorzieningen, werd Kronenburg aangewezen als locatie voor werkgebied en bijzondere voorzieningen. Kronenburg is in de jaren '70 gebouwd als kantoorwijk. Vanaf de jaren '90 zijn er kantoren vernieuwd en bijgekomen, o.a. door uitbreiding van de kantoorwijk richting het oosten. Uilenstede is hoofdzakelijk in de jaren '60'70 gebouwd, met toevoegingen uit de jaren '80 en '90 en de laatste toevoegingen in de jaren '10, als studentencampus voor (oorspronkelijk) de VU. Bebouwingstypen De bebouwingshoogte van de woningen in Uilenstede varieert van 3 tot 14 bouwlagen. De woonbebouwing bestaat voornamelijk uit studentenkamers, samengevoegd tot kleine en grote complexen. In de jaren '90 zijn enkele appartementengebouwen toegevoegd. Naast woonbebouwing zijn er ook voorzieningen in Uilenstede. Die zijn in clusters gebouwd. De sportvoorzieningen vormen het ene cluster.
Culturele, maatschappelijke, administratieve en horeca voorzieningen vormen het andere cluster. Uilenstede bestaat uit drie gedeelten. Het oudste deel heet Centrum 1 en bestaat uit laagbouw en drie woontorens van acht bouwlagen. Dit gedeelte is gesitueerd rondom het sportcentrum van de Vrije Universiteit. Het tweede deel heet Centrum 2. Het centrumgebied van Uilenstede is op te vatten als het functionele hart van Uilenstede. Hier zijn een groot aantal voorzieningen ondergebracht, die elk hun entrees en representatieve ruimtes aan de centrale as koppelen. Het centrumgebied heeft een open en transparante structuur, waarin noord, zuid, oost en west goed met elkaar zijn verbonden. Op een drietal plaatsen is een doorbraak gemaakt. In het centrumgebied zijn aan de oostzijde tevens nieuwe woongebouwen gerealiseerd. Hier bevinden zich tevens eerstelijns medische voorzieningen. Het derde en tevens laatste deel heet Centrum 3 en is gelegen aan de zuidzijde van de straat Uilenstede en bestaat uit drie woontorens en de atrium gebouwen. In Kronenburg zijn diverse kantoorpanden gebouwd. Ieder gebouw heeft zijn eigen vormgeving en uitstraling en de ruimte zich te presenteren. De bouwhoogte varieert van enkele bouwlagen tot ongeveer 15 bouwlagen. Daarnaast zijn er enkele parkeergarages, bestaande uit meerdere verdiepingen. Langs de Beneluxbaan ligt een tankstation.
Ruimtelijke opzet Uilenstede is gebouwd als studentencampus met groepen studentenwoningen in een groene setting. De buurt ligt tegen de gemeentegrens met Amsterdam en wordt begrensd door de Kalfjeslaan in het noorden, de Beneluxbaan in het westen, gedeeltelijk de straat Uilenstede in het zuiden en de Laan van Kronenburg. Ontsluiting van de buurt vindt plaats via de straat Uilenstede. De verschillende gebouwen op Uilenstede staan min of meer lukraak over de campus verspreid. Alleen de hoogbouw staat altijd in dezelfde richting, met de studentenkamers op het oosten en westen gericht. Ondanks een flink aantal grote bouwvolumes, kent
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 6
met name de westkant van de campus een zekere mate van kleinschaligheid. De gebouwen in het centrumgebied hebben hun entrees en representatieve ruimtes gericht naar de centrale as. In het oostelijk deel van het centrumgebied zijn de gebouwen gerealiseerd rondom een openbare ruimte. Het deel ten zuiden van de straat Uilenstede is kleiner van omvang en bevat geen laagbouw met studentenkamers, maar enkel hoogbouw. In de jaren '90 zijn er twee appartementenblokjes in drie lagen tussengevoegd. De openbare ruimte op de campus heeft een overwegend groen en autoluw karakter. Het overgrote deel bestaat uit gazon met bomen en hagen. De oorspronkelijke overvloedige heesterbeplanting is in de jaren '90 voor een groot deel verwijderd ter verbetering van de sociale controle. De groene ruimte is bepalend voor het karakter van de campus, en biedt ruimte voor spel en recreatie. Het parkeren is geconcentreerd op enkele grotere parkeerclusters aan de randen van het gebied en langs de straat Uilenstede. Alleen het centrumgebied heeft een stedelijk, steniger karakter. De straat Uilenstede wordt begeleid door een vijver en bomenrijen, voornamelijk essen en wilgen. Kronenburg is het kantorendeel van de wijk ten zuiden en oosten van Uilenstede. Alle kantoren zijn vrij grote, zelfstandige elementen in een ruim opgezette verkaveling met veel (semi) openbare ruimte rondom en ruime straatprofielen.
De straten hebben een laankarakter met lindebomen in bermen met gazon. Langs de wegen wordt veel geparkeerd, wat het beeld sterk domineert, tenminste tijdens kantooruren. Ieder kantoor staat op een 'hoekkavel' ten opzichte van de verkeersstructuur of groen/waterstructuur. De richting van de straat bepaalt de richting van het gebouw. In het midden van de wijk ligt een groen en waterstructuur, in het verlengde van de centrale groenstructuur van de zuidelijk liggende woonwijk BankrasKostverloren, en die vormt daarmee een koppeling tussen woonwijk en kantorenwijk. De Saskia van Uylenburgweg heeft een zeer ruim en groen profiel, dat oorspronkelijk was bemeten op een belangrijke verkeersfunctie. De weg zou namelijk een schakel zijn tussen de vroeger geplande A3 en de Beneluxbaan, en doorlopen naar de Europaboulevard in Buitenveldert. Sociaaleconomische en functionele kenmerken KronenburgUilenstede is een wijk met twee zeer specifieke functies: Uilenstede is een studentencampus en Kronenburg is een kantorenlocatie. Het zijn daarmee twee gescheiden monofunctionele gebieden met een monotone samenstelling van bewoners en gebruikers. Uilenstede is een groen opgezette studentencampus, waar circa 3400 studenten wonen (van wie 25% internationaal). Midden op de campus bevinden zich cultuurcentrum De Griffioen, een eetcafé, een supermarkt en studentenhuisvester DUWO.
Het VUsportcentrum ligt aan de westzijde van Uilenstede. De oostzijde van Uilenstede (inclusief de openbare ruimte, het centrumgebied en enkele andere woongebouwen) is eind 2012 vernieuwd. De woningvoorraad bestaat vrijwel geheel uit studentenkamers. Kronenburg is een ruim opgezette kantoorlocatie. Bedrijven die hier gevestigd zijn, zijn bijvoorbeeld Blue Sky Group, CPM Field Marketing, Willis Towers Watson, El Al Airlines, Rijsterborgh Vastgoed en Nest Werkplekken. De structurele leegstand van kantoren en het daarmee gepaard gaande monofunctionele karakter van de wijk zet de leefbaarheid en veiligheid van dit gebied echter ernstig onder druk.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 7
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING Op 8 mei 2019 is de Gebiedsvisie KronenburgUilenstede vastgesteld. In de visie wordt het toekomstperspectief voor KronenburgUilenstede omschreven. In de volgende paragrafen wordt een korte uiteenzetting gegeven van de Gebiedsvisie, het daarin opgenomen ontwikkelprogramma en stedenbouwkundig raamwerk en ten slotte wordt ingegaan op de gezondheidsaspecten van wonen in relatie tot het vliegverkeer. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de geluidsaspecten en de luchtkwaliteit.
3.1 Visie Kronenburg-Uilenstede De ambitie voor het gebied KronenburgUilenstede is een levendige (internationale) campus voor kantoorpersoneel, studenten en bezoekers waar wonen, werken, studeren en ontspannen goed samengaan. Vernieuwende bedrijven en serieuze startups komen hier tot bloei. Voor de kantoren in het gebied is het groen erg belangrijk, net als de nabijheid van de OVverbinding, de interactie met de studenten van Uilenstede, de sportmogelijkheden en de mogelijkheden om buiten werk nog wat te eten of drinken met collega’s. Met de gunstige OVverbinding zijn de Zuidas, VU en Amsterdamcentrum binnen handbereik. Dit maakt KronenburgUilenstede ook de perfecte locatie voor de internationale bezoeker en de (extended stay) jonge kenniswerkers. De studenten die in KronenburgUilenstede wonen houden van de groene omgeving, zijn serieus, gezellig en sporten graag. KronenburgUilenstede biedt daarbij alle faciliteiten voor het dagelijks leven in een bedrijvige en groene omgeving. KronenburgUilenstede moet een leefbaar en economisch vitaal gemengd gebied worden, waarbij de focus moet liggen op kwaliteit, functiemenging, rustige uitstraling en de groene omgeving. Voor KronenburgUilenstede liggen de kansen in de groene en vertrouwde gezellige omgeving, waar de doelgroep zich thuis voelt. Groen en sportmogelijkheden maken het verschil.
Zo onderscheidt KronenburgUilenstede zich van de “hip and happening”gebieden in Amsterdam en is het tevens complementair met een eigen identiteit. De opgave is een aantrekkelijk programma waarin alle te realiseren functies met elkaar verbonden zijn door rode draden: <0000> Verbinden, ontmoeten, leren en ontwikkelen: met name verbinding studentenwerkenden <0000> Bewust en gezond leven, sport als verbindend element <0000> Brede sociale interactie, Zó krachtig neergezet dat uiteindelijk ook andere doelgroepen en gebruikers (bedrijven) aangetrokken worden! Het ontwikkelprogramma en stedenbouwkundig raamwerk zijn opgesteld ten behoeve van de transformatiezone in KroneburgUilenstede. De rest van het plangebied is conserverend van aard.
3.2 Ontwikkelprogramma Het moet in KronenburgUilenstede inspirerend werken, gezellig wonen en rustig studeren zijn, in een mooie groene omgeving met alle dagelijkse voorzieningen binnen handbereik. Een programma waarin alle functies met elkaar verbonden zijn door de rode draden: ontmoeten, leren, verbinden, ontwikkelen, bewust gezond leven en een brede sociale interactie. Hieruit volgen de volgende programmatische uitgangspunten:
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 8
1. Realisatie van een functiemix die het gebied versterkt; onder andere het toevoegen van nieuwe moderne kantoren en kleinschalige bedrijfjes, studentenhuisvesting, aangevuld met overige verblijfsconcepten en commerciële of cultureel maatschappelijke voorzieningen. 2. Focussen op functies voor studenten, jonge kenniswerkers, academici, zakenmensen en ondernemers. 3. Invulling van het programma is nauw aansluitend op de twee doelgroepen, de verbindings en inzichtzoekers. 4. Focussen op kwaliteit, en het versterken van de leefbaarheid en veiligheid. (Tijdelijk) wonen en verblijven Het toevoegen van woningen is een belangrijk onderdeel van de functiemix. Uit de positionering van Kronenburg focussen we ons op jong volwassenen en specifiek op studentenhuisvesting. Studentenhuisvesting Studentenhuisvesting is een belangrijk onderdeel van de functiemix en vormt een logische ontwikkeling gezien de nabijheid van de Vrije Universiteit, de goede verbinding met het openbaar vervoer en de reeds aanwezige studentenhuisvesting van Uilenstede. Het trekt ondersteunende maatschappelijke en commerciële voorzieningen aan. Het gebied moet ook buiten kantoortijden levendig en leefbaar blijven en daar spelen studenten ook een belangrijke rol in. Voor studentenhuisvesting geldt het campuscontract: wonen zolang je er studeert. Dit voorkomt de veranderingen van de doelgroep.
Bovendien past deze tijdelijkheid binnen een door vliegtuiggeluid belast gebied. Het programma gaat uit van 2500 eenheden aan betaalbare studentenhuisvesting, binnen de gereguleerde sociale studentenhuur (sociale sector). Het belang van de realisatie van studentenhuisvesting is groot. Naast een voldoende hoge kwaliteit van het onderwijsaanbod moet de stad een aantrekkelijk woonklimaat kunnen bieden. Zonder voldoende huisvestingsmogelijkheden zullen jonge talenten voor andere centra kiezen en de metropoolregio de rug toe keren. En dat betekent een neerwaartse spiraal, waarbij de regio als broedplaats voor de ontwikkeling van kennis, innovatie, creativiteit en talent onder druk komt te staan. Voldoende aanbod van studentenhuisvesting is een voorwaarde voor de internationale concurrentiepositie van de kenniscentra en de economische, sociale en culturele verrijking van de stad. De economische innovatiekracht staat of valt bij de concentratie van opleiding en onderzoek van internationaal concurrerende kwaliteit op het hoogste niveau. Naast een versterking voor het gebied en een versterking voor het internationale kennis en vestigingsklimaat van de MRA, is er ook daadwerkelijk sprake van een acute behoefte aan studentenhuisvesting. Tot 2024 is er sprake van een behoefte tussen de 12.750 en 17.170 studentenkamers in de MRA.
Alle bestaande plannen in ogenschouw genomen, zijn per jaar ca. 2000 extra studenteneenheden (binnen de gereguleerde studentenhuur) nodig. De woningvraag is ook te merken op Uilenstede. De benodigde inschrijfduur voor een zelfstandige woning op Uilenstede loopt, afhankelijk van het woongebouw, uiteen van 60 tot 66 maanden. Aanvullende verblijfs- en logiesfuncties Amsterdam en de regio zijn erg populair onder jonge werkenden vanwege werk en vanwege lifestyle. Zij hebben echter vaak moeite met het vinden van een betaalbare woning. Maar omdat deze doelgroepen ((jonge) kenniswerkers (academici), internationale studenten, en (post)master studenten) veelal op tijdelijke basis ergens verblijven, sluiten nieuwe verblijfsconcepten (waaronder extended stay) goed aan bij hun woonwensen. Hiermee wordt ook aangesloten op de nota Accomodatiestrategie en toeristenbelasting zoals die door de gemeenteraad van Amstelveen is vastgesteld.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 9
Een aanvullend programma van dit soort verblijfsconcepten is van toegevoegde waarde voor KronenburgUilenstede. De doelgroep die gebruik maakt van dit soort concepten zijn bovengemiddelde voorzieningengebruikers, juist omdat zij elkaar graag opzoeken en een hoger bestedingsniveau hebben. Dit onderdeel van het programma is daarom een aanvullende drager van het voorzieningenniveau. Het uitgangspunt is dat deze verblijfsconcepten toegestaan worden voor de specifieke doelgroepen die aansluiten bij de positionering van het gebied. Binnen het transformatiegebied zal ruimte zijn voor circa 30% aan verblijfsconcepten. De huisvesting van (post)masterstudenten, academici en (jonge) kenniswerkers is van toegevoegde waarde. Dit betreffen personen die zoeken naar meer service en kwaliteit en daarvoor ook betalen. Dit houdt in dat ze ook meer kunnen besteden aan commerciële en (cultureel)maatschappelijke voorzieningen in een hoger spectrum van de markt. Daardoor kan een gedifferentieerder voorzieningenaanbod ontstaan en in stand worden gehouden in het gebied, met meer dynamiek en levendigheid als resultaat. Het is het segment voorzieningen dat nog op Kronenburg ontbreekt, en tussen studentenvoorzieningen en voorzieningen voor de zakelijk markt zit. Werken en leren Om Kronenburg daadwerkelijk nieuw leven in te blazen is toevoegen van een woon en verblijfsfunctie niet voldoende.
Er moeten ook nieuwe zakelijke functies komen. Het is de vraag aan welke type kantoorlocaties en bedrijven er in de toekomst behoefte is binnen KronenburgUilenstede en binnen het transformatiegebied. Enkele belangrijke trends voor de kantorenmarkt in deze regio zijn: <0000> De voorkeur van gebruikers gaat steeds meer uit naar kantoren in een gemengde stedelijke omgeving. Vooral de jongere generatie hoogopgeleide werkenden eist een dynamische en aansprekende werkomgeving met een hoog voorzieningenniveau, waarin ook na kantoortijd iets te beleven is. Een goede bereikbaarheid is belangrijk, per auto, ov en fiets (langzaam verkeer). <0000> Het ruimtegebruik per werknemer op kantoorlocaties neemt in veel sectoren af (onder invloed van het Nieuwe Werken en de automatisering). Er ontstaat behoefte aan kleinschalige en flexibel in te richten kantoorruimten, in plaats van aan grootschalige panden voor één gebruiker. Ook is er steeds meer vraag naar flexibele huurcontracten met contracten met kortere looptijden. Het is momenteel nog onduidelijk wat de effecten zullen zijn van de 'coronacrisis', maar de verwachting is dat steeds meer thuis, danwel flexibel gewerkt zal worden waardoor de vraag naar reguliere grootschalige kantoren verder zal afnemen. <0000> De markt ‘eist’ dat bedrijfspanden duurzamer worden. De huidige panden op Kronenburg zijn verouderd en voldoen niet aan deze eisen.
De bestaande panden kunnen worden verduurzaamd, maar in de huidige situatie van leegstand en beperkte transformatiemogelijkheden zijn eigenaren niet geneigd in de panden te investeren. Wat betekent dit voor KronenburgUilenstede? Te denken valt aan: <0000> Betaalbare ruimten voor startups en creatief flexwerk. Deze ontwikkeling is al zichtbaar. <0000> Een ‘makersdistrict’: ateliers, workshops, gecombineerd (bijv. fietsenmakers, 2ehandszaken/recycling, meubels, etc.), kan profiteren van de aanwezigheid van een creatieve workforce, namelijk studenten. Het gaat hier tevens om bedrijfjes en dienstverlening met een gemengd karakter. <0000> Onderzoeks en kennisinstellingen gelinkt aan onderwijs; ontwikkelen en leren kunnen profiteren van de nabijheid van studentenhuisvesting.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 10
<0000>
Het maximaal te realiseren oppervlakte aan kantoren binnen het transformatiegebied is gelijk aan wat maximaal mogelijk is binnen het huidige bestemmingsplan.
De ontwikkeling in deze richting vraagt wel een kwalitatief hoogwaardig, gemengd stedelijk milieu met voldoende voorzieningen en gebruikers, en een veilige en een groene omgeving. Ontspannen en ontmoeten Essentieel voor de levendigheid, dynamiek en sociale cohesie van het gebied is het maatschappelijk en commerciële voorzieningenniveau. Om de gewenste sociale interactie tot stand te brengen, is het belangrijk dat deze voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn. Ontmoeten Om de sociale interactie te bevorderen zijn er kleinschalige plekken nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten: zogenaamde ‘commons’. Commons passen zeer goed in de positionering van KronenburgUilenstede en bij de beoogde doelgroep. Het zijn multifunctionele gebruiksruimten, die gedurende de dag of seizoen van functie kunnen wisselen. Gebruikers bepalen de invulling. Commons kunnen zich zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving bevinden. In een gebouw bevinden ze zich bij voorkeur op de begane grond, aan de rand, zichtbaar en toegankelijk voor de buitenwereld. Commons zijn vaak privaat beheerd, maar open voor publiek ('community spaces'). Gebruikers van commons hebben een mix van motieven: werken, studeren, contact zoeken, iets produceren, ontwikkelen en/of etaleren. Ook bij commons in de buitenruimte moet iets te doen zijn: stadstuin, sportveld, bootcamp.
De buitenruimte op KronenburgUilenstede zal mede om die reden openbaar toegankelijk moeten zijn. Sport en health Bewust gezond leven is belangrijk in de positionering van KronenburgUilenstede en past bij de doelgroep. Er zijn al veel sport en healthvoorzieningen (het Sportcentrum VU of de sportvelden van het Loopveld). Een verbreding van het aanbod (bijvoorbeeld het uitbreiden van de hardlooproute) kan de positionering verder versterken en andere bedrijven uit de healthsector aantrekken. Denk bij dit soort voorzieningen aan een fitness en sportschool, spa & wellness, en yogastudio’s. Er is veel mogelijk, zolang wordt aangetoond dat er voldoende behoefte aan is of dat deze voorzieningen een aanvulling zijn op de bestaande sportfaciliteiten in het gebied en de omgeving. Datzelfde geldt voor sportspeciaalzaken, biovoedingszaken, voedingssupplementenzaken en kookstudio’s. Ze hebben wel een connectie met sport en health, maar vallen vooral onder de detailhandel. Horeca en retail Horeca kan een belangrijke rol spelen als ontspannings en ontmoetingsplek. Gezien het te realiseren programma is er behoefte aan meer horeca in het gebied. Naast vaste horecazaken, bij voorkeur gesitueerd in de plinten of op en rond commons, is ook ruimte voor startup/popup horeca.
Te denken valt hierbij aan: <0000> Gesegmenteerde concepten, bijvoorbeeld “The Quiz Pub”, kunstcafé, of een bierbrouwerij/café <0000> Horeca in de openbare ruimte Tevens is ondergeschikte horeca mogelijk, als onderdeel van andere functies. Gezien het grote programma lijkt er een zekere behoefte aan een toevoeging van detailhandel (retail). Te denken valt dan aan functies die passen binnen de positionering van het gebied en aansluitend bij de behoefte van de doelgroep. Het dient aanvullend en niet concurrerend te zijn op het bestaande winkelbestand in de nabijheid
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 11
van KronenburgUilenstede. Een (kleine) (bio)supermarkt is wellicht mogelijk. Detailhandel wordt gesitueerd in de plinten rondom ontmoetingspunten. Cultureel-maatschappelijke functies Cultureelmaatschappelijke functies kunnen in een aantrekkelijk gemengd stedelijk milieu niet ontbreken. Dit zorgt voor levendigheid, sociale cohesie en sluit goed aan bij de doelgroep. Net als sport en health trekt ook cultuur gebruikers van buitenaf. Dit zorgt voor de verbinding van KronenburgUilenstede met omliggende wijken. Momenteel biedt cultuurcentrum de Griffioen het cultuuraanbod. Dit is ook de plek voor toekomstig cultuuraanbod. Er is echter ook ruimte voor nieuwe kleinschalige projecten (bijvoorbeeld ateliers of een museum). Van belang hierbij is dat het gebied aantoonbaar de bezoekersaantallen aankan en dichtbij een vervoersknooppunt ligt. Ook eerstelijnszorg, sociaalmedische zorg of educatiefmedische functies, eventueel aanvullend aan een medisch cluster op Uilenstede, zijn van toegevoegde waarde. Tevens kan gedacht worden aan een buurt of wijkcentrum of buurtontmoetingsplek.
3.3 Stedenbouwkundig raamwerk Ambitie KronenburgUilenstede moet een gebied worden dat geschikt is om te wonen, te werken, te studeren en te ontspannen (functiemix). Dit vraagt naast een passend programma ook om een stedenbouwkundig plan dat past bij het gebied en haar gebruikers. Het gebied wordt stedenbouwkundig en architectonisch een eenheid, openbaar gebied wordt beter toegankelijk, en de verschillende kernen (clusters) worden beter met elkaar verbonden. Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende uitgangspunten van belang: 1. De structuur van clusters (kernen) die kenmerkend is voor Uilenstede, wordt doorgetrokken in de hele campus. Elk cluster heeft een eigen sfeer en gezicht. 2. Het centrum van elk cluster (het hart) is vooral bestemd als ontmoetingsplek. Een hart kan meer dan één ontmoetingsplek of ‘commons’ hebben. De gebouwen binnen een cluster zijn centrumgericht. Elk centrum kan een eigen identiteit of thema bezitten. 3. Een autoluwe omgeving waar het langzaam verkeer de hoofdgebruiker is. Langzaamverkeer hoofdroutes zijn bovenliggend op autoroute: de hoofdroute is een voetgangers en fietsroute; de auto is te gast (net als in het huidige Uilenstede). De ambitie is deze aan te laten sluiten op de beeldkwaliteit van het inrichtingsprofiel en materialisering van de langzaamverkeer hoofdroutes in Uilenstede.
Waar de hoofdroute een autoweg kruist wordt de bestrating, daar waar dit mogelijk is, van het langzaam verkeer doorgezet. 4. De grote hoeveelheid water is kenmerkend voor dit gebied: gebouwen die in het water staan, bepalen het gezicht van de nieuwe campus. 5. In het midden van het gebied is nu een groene zone met water en bomen. Dit gebied kan verder worden ontwikkeld tot een park en centrum van de campus: een oase van ruimte, rust en overzicht. 6. Openbare voorzieningen rondom gebouwen zorgen voor levendigheid op straat. 7. Gebouwen moeten vrij in het landschap komen te staan: geen hekken eromheen, vrij toegankelijk en als het ware ‘een geheel met het landschap’. 8. De straten worden ‘landschappelijke, groene lanen’. Het parkeren van auto’s wordt geconcentreerd op bepaalde plaatsen, bij voorkeur gebouwd of ondergronds. Voor de ontwikkeling van het gebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Deze is als Bijlage 27 bij de plantoelichting gevoegd. Hieronder een illustratieve weergave en een 3D beeld van de beoogde ontwikkeling.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 12
Transformatiezone
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 13
Beeldkwaliteit en architectuur Om het gebied het beeld en de uitstraling te geven die past bij het karakter van een woonwerkgebied van hoog niveau, zijn uitgangspunten geformuleerd voor de openbaar toegankelijke ruimte en de architectuur. Deze beeldkwaliteit zorgt voor een borging van uniformiteit van de uitstraling van het gebied. Groen en water zijn structuurbepalend. Openbaar toegankelijke ruimte 1. In de hele campus vloeit het landschap tussen de gebouwen door, zij het in wisselende vorm: van een parkachtige setting in het centrum van de campus tot open grasvelden in Uilenstede. 2. Elk cluster heeft een hart (centrum). Een cluster bestaat uit centrumgerichte gebouwen met de ingang aan die zijde. 3. De hoofdstructuur voor langzaam verkeer bestaat overal uit hetzelfde materiaal. Dit zorgt voor eenheid en samenhang in het gebied. 4. De waterkant is een herkenbaar element in de openbare ruimte (waterbeleving) 5. Hoofdgebruikers van de campus zijn voetgangers en fietsers; het langzaamverkeersnetwerk (de auto is eventueel te gast) is belangrijker dan de autoroute. Bestaande autoroutes zullen overigens niet verdwijnen. 6. Het landschap loopt door tot aan de rand van de gebouwen (water of groen), ook op particulier terrein 7. Serviceelementen zoals laden en lossen en afvalinzamelingspunten zijn op de hele campus gelijk en vormen een integraal onderdeel van het landschap.
Architectuur 1. Midden hoogbouw past bij de korrel van de bestaande bebouwing.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 14
2. Gebouwen zijn ‘alzijdig’ (alle zijden zijn representatief, er is geen ‘achterzijde’). 3. Gebouwen hebben groene en toegankelijke daken; het daklandschap is de ‘vijfde gevel’. 4. Door hun architectuur hebben gebouwen op de begane grond een duidelijke verbinding met het landschap (en water). 5. Gebouwen hebben hun inen uitgang aan de centrumzijde. 6. De gevels hebben een menselijke maat door een zorgvuldige uitwerking van ritmiek, tactiliteit (hoe voelt een materiaal aan) en materialisatie. 7. De plint (de onderste bouwlaag) van een gebouw heeft naar het hart een openbaar en toegankelijk karakter. De functies in de plint zijn zichtbaar en uitnodigend en hebben een menselijke maat. 8. Met het oog op de menselijke maat en de open uitstraling van de plinten (waar de meeste voorzieningen komen) is het de wens om de onderste bouwlagen met een minimale hoogte van 3,5 meter te realiseren. Er worden in de plinten van de gebouwen geen blinde gevels toegepast. 9. Met het oog op de beleving van gebied vanuit gebouwen, is het de ambitie alle daken waarop wordt uitgekeken te ontwerpen als een integraal onderdeel van het gebouw. Het hele dakoppervlak kan zo worden gebruikt als terras, tuin of intensief vegetatiedak (al dan niet in combinatie met zonnepanelen). 10. Technische installaties worden integraal opgenomen in de architectuur van het gebouw.
Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling wordt tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan wordt door de gemeenteraad, tegelijkertijd met het voorliggende bestemmingsplan, vastgesteld als aanvulling op de Welstandsnota Amstelveen. Het beeldkwaliteitsplan dient specifiek voor dit project aldus als kader voor welstandstoetsing. Groen en water Een groene campus is een belangrijk onderdeel van de positionering van KronenburgUilenstede. Het behoud – en renoveren en daarmee versterken van park Kronenburg is een belangrijk aspect om de beleving van het transformatiegebied en geheel KronenburgUilenstede te verbeteren. Het park maakt deel uit van de ecologische structuur van Amstelveen en sluit aan op de stedelijke ecologische verbindingszone. Het groen in het park van Kronenburg is vooral natuurlijk wijkgroen. Bij de herinrichting van het park wordt bepaald of het huidige natuurlijke karakter in zijn geheel behouden dient te worden of dat een cultuurrijker karakter in de nieuwe situatie misschien meer passend is. In de plannen voor het transformatiegebied moet ruimte zijn voor bruikbaar groen (voor sport, recreëren, ontmoeten, etc.). Het groen tussen de gebouwen is openbaar toegankelijk en kan uitnodigen tot sport, recreëren en ontmoeten. Groen speelt zo een rol bij de realisatie van onbebouwde ‘commons’.
Bestaande vitale bomen in het plangebied worden zoveel mogelijk behouden. Als dit niet mogelijk worden ze bij voorkeur verplant; en anders ter compensatie nieuw aangeplant. Naast groen is ook water belangrijk als structurerend element in de openbare ruimte. Daarnaast is water ook belangrijk voor de waterhuishouding en waterberging. Om dit gebied ook nog ecologisch aantrekkelijk te maken, kunnen natuurvriendelijke oevers worden aangelegd, ter compensatie van de harde oevers (zoals vlonders rondom gebouwen). Dit leidt tot de volgende aandachtspunten: 1. Aanlegplaatsen langs oevers behouden of creëren; oevers bereikbaar houden voor (water)onderhoud. 2. Open watersystemen moeten aangesloten zijn op het systeem van het waterschap. 3. Bij beschoeiingen moet worden gelet op materialen (FSC keurmerk, geen milieubelastende impregnering).
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 15
4. Waar water in het plangebied of elders verdwijnt, moet dit worden gecompenseerd. Ditzelfde geldt voor het toevoegen van extra verharding ten opzichte van wat nu mogelijk is. Richtlijnen hiervoor staan in de Keur van AGV.
3.4 Gezondheidsaspecten wonen in relatie tot het vliegverkeer 3.4.1 Inleiding In het kader van de gebiedsvisie Kronenburg is gedeeltelijke transformatie naar studentenhuisvesting als een kansrijk scenario naar voren gekomen om de neerwaartse spiraal van leegstand en verpaupering op Kronenburg te doorbreken en het gebied nieuw perspectief te bieden. De vraag doet zich echter voor welke risico’s zich in dit scenario voordoen vanwege de geluidbelasting door het vliegverkeer van en naar Schiphol. Geluid kan leiden tot hinder, slaapverstoring, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stress. Deze effecten kunnen op hun beurt weer aanleiding geven tot een hogere bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol, waardoor het risico op hart en vaatziekten en psychische aandoeningen wordt verhoogd. Geluid kan echter ook direct resulteren in fysiologische reacties zoals een verhoogde bloeddruk. In deze paragraaf gaan we in op deze aspecten. Op basis hiervan komen we tot een conclusie over de aanvaardbaarheid van het voorkeursscenario van gedeeltelijke transformatie naar studentenhuisvesting vanuit het perspectief van de volksgezondheid en geven we aldoende rekenschap van de aanwezigheid van geluidbelasting, conform de motiveringsplicht van artikel 5e, derde lid van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
3.4.2 De akoestische situatie op Kronenburg Voor Uilenstede Kronenburg is het vliegverkeer van de Buitenveldertbaan bepalend. Het gebied ligt op een afstand van ca. 5 à 6 kilometer precies in het verlengde van deze baan. In het stelsel van strikt geluidpreferentieel vliegen is de Buitenveldertbaan, na de Oostbaan, de minst preferente baan. In beginsel wordt er alleen onder bepaalde weersomstandigheden van de Buitenveldertbaan gebruik gemaakt. De baan wordt substantieel meer ingezet voor landend verkeer dan voor startend verkeer. Het landend verkeer komt relatief laag over in een vaste route die, parallel aan de Kalfjeslaan, recht over het meest noordelijke deel van Kronenburg en het hart van Uilenstede gaat. ’s Nachts is de Buitenveldertbaan in principe gesloten, tenzij er geen gebruik kan worden gemaakt van de andere banen.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 16
Berekende en gemeten geluidbelasting van het vliegverkeer Uilenstede en Kronenburg zijn geheel gelegen in zone 4 van het beperkingengebied van het LIB. Daardoor ligt de locatie KronenburgUilenstede binnen de geluidbelastingcontour 5559 dB Lden en ondervindt een geluidbelasting van 57 dB. Vanwege de vaste naderingsroute en de omvang van het gebied lijkt het aannemelijk dat de geluidbelasting in de noordelijke rand van het gebied hoger is en in het zuidelijke deel lager. Uit de geluidkaarten die in het kader van de Europese richtlijn omgevingslawaai in 2017 opnieuw zijn vastgesteld. Volgens deze kaarten, gebaseerd op de feitelijke vliegoperatie in 2016, ondervindt het gebied Uilenstede/Kronenburg eveneens een geluidbelasting van 55 tot 59 dB(A). Voor het gebied wordt uitgegaan van een Lden van 58 dB. De geluidkaarten gaan uit van een berekende geluidbelasting behorende bij de feitelijk gerealiseerde vliegoperatie. De gemeente Amstelveen beschikt over een eigen meetstation om het vliegtuiggeluid van de Buitenveldertbaan te meten. Hiertoe heeft de gemeente een monitorinstallatie van het type Luistervink geplaatst op de Bourgondischelaan 43. Het meetstation staat op een locatie die dichter is gelegen bij de Buitenveldertbaan op een afstand van ca. 250 van de buitengrens van Kronenburg.
De geluidbelasting op Kronenburg zal in de praktijk dus iets lager zijn dan volgens de meetgegevens van dit station.
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 17
Afbeelding locatie meetstation aan de Bourgondischelaan 43, Amstelveen
Aan de hand van de meetgegevens van het meetstation kan inzicht worden verkregen in de langjarige ontwikkeling van de gemeten geluidsbelasting gemiddeld per heel etmaal (Lden, oftewel level dayeveningnight, gemeten in dB(A)) en specifiek in de nacht (Lnight). Zie Bijlage 1 voor de meetgegevens het rapport van Geluidconsult b.v. d.d. 28 juni 2018.
Grafiek: ontwikkeling gemeten geluidsbelasting op Kronenburg/Uilenstede, 1991-2016
De gemiddelde geluidsbelasting van vliegverkeer boven Amstelveen Noord vertoont op basis van de gegevens van de monitorinstallatie langjarig een constante trend. Tussen 2004 en 2016 schommelt de gemiddelde Lden tussen de 55 en 60 dB(A); vóór die tijd lag het gemiddelde vaak boven de 60 dB(A).
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 18
Toekomstperspectief Zowel uit de op basis van de feitelijke gerealiseerde vliegoperatie berekende, actuele geluidbelasting als uit de feitelijk gemeten geluidbelasting blijkt, dat de geluidbelasting (Lden) in grote delen van Kronenburg minder hoog is dan de ligging in zone 4 van het beperkingengebied doet vermoeden en, afhankelijk van de exacte locatie in het gebied ligt tussen een belasting van 55 dB(A) tot 59 dB(A). Dat is grotendeels lager dan de 58 dB(A), de waarde waarop de grens van zone 4 van het LIB is bepaald. Voor wat de resultaten van de berekende geluidbelasting betreft moet worden aangetekend dat deze berekend zijn met toepassing van het verouderde Nederlandse rekenvoorschrift. Op dit moment wordt gewerkt aan een actualisatie van het rekenvoorschrift in voorbereiding op basis van het in Europees verband ontwikkelde rekenmodel Doc 29. Toepassing van het nieuwe rekenvoorschrift leidt mogelijk tot andere uitkomsten van de berekende geluidbelasting. Nu de berekende en gemeten geluidbelasting min of meer op hetzelfde niveau liggen, is het niet aannemelijk dat toepassing van het nieuwe rekenmodel voor het gebied Uilenstede en Kronenburg grote afwijkingen zal laten zien ten opzichte van de geluidbelasting waarvan nu op basis van het oude rekenvoorschrift wordt uitgegaan. In de concept MER die Schiphol op 28 november 2018 heeft uitgebracht is met het Doc 29 gerekend.
Uit de concept MER blijkt dat zelfs bij het hierin doorgerekende groeiscenario van 540.000 vluchten het gebied binnen de 58 Lden contour aanzienlijk krimpt, zodanig dat de zuidelijke rand van Kronenburg zelfs buiten de 58 Lden contour komt te liggen. Dit op basis van het nieuwe rekenmodel Doc29. Echter zolang de contouren in het LIB niet zijn aangepast, blijven de regels van zone 4 voor Kronenburg van toepassing. Op 15 mei 2020 verscheen de OntwerpLuchtvaartnota 20202050, waarin richting is gegeven aan de ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart op de lange termijn. In een brief van 5 juli jl. aan de Tweede Kamer heeft de minister zich vooruitlopend op het lange termijn perspectief van de Luchtvaartnota reeds uitgesproken over de toekomstige ontwikkeling van Schiphol. In het belang van onze open economie en de internationale concurrentiepositie van Schiphol, maar ook om te kunnen investeren in innovatie en duurzaamheid, acht de minister het van belang dat de sector vanaf 2021 perspectief krijgt op groei. Die groei moet wel verdiend worden. Groei kan volgens de minister alleen als dit aantoonbaar veilig kan en als groei gepaard gaat met aantoonbare reductie van de overlast en verbetering van de leefomgevingskwaliteit.
Het aantal ernstig gehinderden en de hinder in de nacht rond Schiphol moet omlaag, waarbij voor de nachtvluchten als uitgangspunt geldt dat deze niet naar de randen van de nacht mogen worden verplaatst. De minister wil tevens dat er concrete en zichtbare maatregelen voor de omgeving worden genomen, die aansluiten bij de wijze waarop omwonenden de hinder beleven. Zij vraagt Schiphol daarom om samen met de sector en de omgeving een uitvoeringsplan hinderreductie op te stellen. Als overgang naar een nieuwe systematiek voor de lange termijn zullen voor de eerste jaren na 2020 groeistappen worden vastgelegd, waarbij per jaar zal worden beoordeeld of aan de reductie van het aantal ernstige geluidgehinderden is voldaan en een beperkte groei voor het volgende jaar is verdiend. Voor de stapsgewijze groei hanteert de minister een bandbreedte van maximaal 540.000 vluchten op jaarbasis. Dit is het in het kader van de concept MER Schiphol onderzochte maximale groeiscenario. Nu duidelijk is welke ontwikkeling de minister voor Schiphol voor ogen heeft, kan ook met meer zekerheid een uitspraak worden gedaan over de toekomstige situatie in het plangebied voor wat betreft de geluidbelasting van het vliegverkeer.
Nu voor de middellange termijn het voor de concept MER Schiphol doorgerekende groeiscenario de bandbreedte voor verdere groei van het aantal vluchten aangeeft, kan voor een beoordeling van de toekomstige situatie worden uitgegaan van de uitkomsten van de berekeningen in de concept MER Schiphol. Hiervoor is al aangegeven dat volgens de uitkomsten van deze berekeningen de zuidelijke rand van het plangebied buiten de 58 L dencontour komt te liggen, zodat het aannemelijk is dat de geluidbelasting in het gebied ten opzichte van de huidige situatie naar verwachting zal verbeteren en in elk
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 19
geval niet zal verslechteren. Daar komt bij dat de minister hinderreductie als voorwaarde stelt voor verdere groei van het aantal vluchten, het afstoten van vluchten in de nacht niet mag leiden tot verplaatsing van die vluchten naar de randen van de nacht, en er maatregelen genomen moeten worden die aansluiten bij de beleving van hinder door omwonenden. Dit alles in ogenschouw nemend, kan met een behoorlijke mate van zekerheid worden gesteld dat de huidige akoestische situatie maatgevend is, ook voor de lange termijn Overige geluidbronnen en cumulatie van geluid Voor een eindoordeel over de akoestische leefsituatie is ook inzicht nodig in de invloed van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en industrielawaai. Uilenstede en Kronenburg zijn aan de westzijde gelegen in de invloedsfeer van de Beneluxbaan. Het te transformeren gebied ligt buiten de wettelijke geluidzone van de Beneluxbaan. De relatief hoge bebouwing aan de Bavincklaan vormt bovendien een buffer tegen het weg en tramverkeerslawaai vanwege de Beneluxbaan. De hierachter gelegen delen, waaronder het transformatiegebied van Kronenburg, ondervinden hiervan daarom naar verwachting geen hinder. Bovendien is de kruising van de Beneluxbaan met de Saskia van Uylenburgweg met de komst van de Amstelveenlijn verdiept aangelegd. Dit betekent voor de toekomst een aanzienlijke verbetering van het akoestisch klimaat.
Voor de buitenste bebouwingsring in het zuiden van het plangebied moet rekening gehouden worden met verkeerslawaai van de Saskia van Uylenburgweg. Ten aanzien van de Saskia van Uylenburgweg wordt de voorkeursgrenswaarde op 1 locatie in het te transformeren gebied overschreden. Dit betreft de zuidgevel van de Gemengd 7 bestemming die het dichtst bij de Saskia van Uylenburgweg is gelegen. De maximale geluidsbelasting op deze gevel betreft 58 dB. Voor wat betreft het vliegverkeer is de geluidsbelasting op deze locatie 58 dB Lden. Er zijn voor gecumuleerde geluidbelastingen geen grenswaarden in de Wet geluidhinder opgenomen. Op basis van de hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting dient het bevoegd gezag een afweging te maken over de toelaatbaarheid (art. 110a,6 Wgh). In het gemeentelijke geluidbeleid van Amstelveen is vastgelegd dat de gecumuleerde geluidbelasting maximaal 3 dB boven de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting mag zijn. In dit geval is dat dus 71 dB (68+3db zonder aftrek art. 110g Wgh). In dit geval wordt aan het Amstelveense beleid te aanzien van cumulatie voldaan. 3.4.3 Effecten van blootstelling aan geluid Geluid kan leiden tot hinder, slaapverstoring, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stress.
Deze effecten kunnen op hun beurt weer aanleiding geven tot een hogere bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol, waardoor het risico op hart en vaatziekten en psychische aandoeningen wordt verhoogd. Geluid kan echter ook direct resulteren in fysiologische reacties zoals een verhoogde bloeddruk. Woningbouwontwikkelingen in geluidbelast gebied kunnen in potentie leiden tot meer ernstig gehinderden. Dat geldt ook voor het voorkeursscenario van gedeeltelijke transformatie naar studentenhuisvesting op Kronenburg. Op grond van de gegevens over de geluidbelasting kan worden berekend wat naar verwachting het percentage ernstig gehinderden zal zijn. De geluidbelasting wordt daarbij via dosiseffectrelaties omgezet naar een verwacht percentage ernstige hinder. In Nederland worden de dosiseffectrelaties van het RIVM gebruikt bij de berekening van het aantal ernstig gehinderden ten aanzien van vliegtuiglawaai. Deze liggen ook ten grondslag aan de gelijkwaardigheidscriteria van het Luchthavenverkeerbesluit. De dosiseffectrelaties van het RIVM laten een hoger percentage ernstig gehinderden zien dan de dosiseffectrelaties die de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties) gebruikt. De WHO is bezig met een wetenschappelijke review van de
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 20
gezondheidseffecten van geluid. Op basis van deze review zal de Europese Commissie een herziening van Annex III (Bepalingsmethoden voor gezondheidseffecten) van de EU Environmental Noise Directive (END, Richtlijn inzake evaluatie en beheersing van omgevingslawaai) publiceren. In de herziene annex worden ook de dosiseffectrelaties geactualiseerd. De geactualiseerde dosiseffectrelaties laten hogere percentages ernstig gehinderden zien, maar deze percentages liggen nog steeds onder de percentages van de door het RIVM gehanteerde relaties. De dosiseffectrelatie geeft nadrukkelijk het gemiddelde beeld weer. De literatuur geeft aanleiding te verwachten dat jong volwassenen minder last hebben van geluid dan mensen van hogere (middelbare) leeftijd en het geluid beter kunnen verdragen dan de gemiddelde volwassen bevolking (Demographic and attitudinal factors from transportation noise, J. Acoust. Soc. Am. 105, (6) (1999), 33363344). De hindercurve laat zien dat de meeste hinder wordt ervaren in de leeftijdscategorie van 32 tot 55 jaar. Indien het inderdaad zo is dat jongeren minder hinder ervaren dan is het waarschijnlijk dat bij een ontwikkeling gericht op studentenhuisvesting de toename van hinder minder is dan bij een normale bevolkingsopbouw verwacht zou mogen worden op basis van de dosiseffect relaties.
In 2013 is in opdracht van de gemeente Amstelveen door de GGD Amsterdam een onderzoek uitgevoerd naar de hinderbeleving door de bewoners van Uilenstede (zie Bijlage 2). Uit het onderzoek bleek dat de bewoners van campus Uilenstede gemiddeld inderdaad minder geluidhinder en slaapverstoring van overvliegende vliegtuigen ervaren dan de algemene volwassen bevolking bij diezelfde geluidbelasting. Het verschil in geluidgevoeligheid tussen jongvolwassenen en de algemene volwassen bevolking kwam overeen met 3 dB (overdag) en 1 dB (‘s nachts). De ervaren geluidhinder was geen reden om te willen verhuizen. De waardering van de woning en de woonomgeving was, ondanks de ervaren hinder van het vliegverkeer, vrij hoog en vergelijkbaar met die van jongere en oudere bewoners elders in de regio Amstelland Meerlanden. In het onderzoek werd geconcludeerd dat er kennelijk positieve factoren waren die het wonen op Uilenstede voldoende aanvaardbaar maakten. Ook werd het tijdelijke karakter van het wonen op de campus en de neiging van jongeren om zich minder bezorgd te maken als een belangrijke factor gezien om het vliegtuiglawaai beter te kunnen verdragen.
In een latere publicatie van de GGD (zie Bijlage 3) naar aanleiding van het onderzoek op Uilenstede werd deze combinatie van omstandigheden als een belangrijke verklaring aangevoerd: “A relevant factor may be the high mobility amongst young adults: they were more inclined to move and actually do move more often than older adults do. Psychologically this may play an important role in coping with noise: if noise causes too much disturbance, young people are more inclined, or have more possibilities, to move away from the noise.” De bevindingen van de GGD Amsterdam dat jongeren minder last ervaren van geluid en een hogere mobiliteit hebben (in de zin dat ze vaak verhuizen), waren voor de gemeente Amsterdam aanleiding om in de herziening van het geluidbeleid een specifiek doelgroepenbeleid op te nemen. In het Amsterdamse beleid voor doelgroepenwoningen opgenomen dat het bij huisvesting voor jongeren en studenten vaak gaat om relatief kleine eenheden die eenzijdig op een gevel zijn georiënteerd. Omdat het daardoor vaak niet goed mogelijk is een stille zijde te realiseren en de kosten van maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen in deze situaties veelal onevenredig hoog zijn, mag voor deze doelgroepenwoningen het beleid minder streng worden toegepast en hoeft er geen stille zijde te worden gerealiseerd.
Een voorwaarde is dat de doorstroming van de toekomstige bewoners gewaarborgd is, bijvoorbeeld door campuscontracten, jongerencontracten of andere tijdelijke huurovereenkomsten. Dit is conform het advies
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 21
(zie Bijlage 4) van de GGD Amsterdam dat een geluidluwe gevel voor jongeren van beperkt belang is, mits geborgd wordt dat inderdaad alleen deze doelgroep daarvoor in aanmerking komt. Recent onderzoek in 2017 in opdracht van de Omgevingsraad Schiphol naar hinderbeleving van inwoners in de omgeving van Schiphol (zie Bijlage 5) bevestigt opnieuw dat jongeren substantieel minder hinder ervaren van vliegtuiggeluid dan mensen in andere leeftijdscategorieën en dat andere factoren, zoals de nabijheid van voorzieningen, voor jongeren juist een relatief grote rol spelen in de woontevredenheid. Van de omwonenden jonger dan 35 jaar geeft 7% aan in de afgelopen maand frequent hinder door vliegverkeer te hebben ervaren. Van de ondervraagden in andere leeftijdscategorieën heeft in de afgelopen maand een veel groter deel (14% tot 25%) vaak hinder ervaren. Bovendien zijn de ondervraagde jongeren minder vaak van mening (17%) dat overlast als gevolg van vliegtuiggeluid in algemene zin is toegenomen dan omwonenden in andere leeftijdscategorieën (35% tot 65%).
Tabel resultaten hinderbelevingsonderzoek 2017, naar leeftijdscategorie
In samenhang met het hinderbelevingsonderzoek is een focusgroep onderzoek uitgevoerd naar opvattingen van jongeren over Schiphol en omgeving. Hieruit kwam onder meer naar voren dat jongeren tal van positieve effecten zien van Schiphol. Een grote zorg onder jongeren is de krapte op de woningmarkt en de mogelijkheid dat zij geen goede en betaalbare woning in de regio zullen kunnen vinden. De uitkomsten van de hinderbelevingsonderzoeken worden ondersteund door de wachtlijstindicaties voor een woning op Uilenstede. Zoals in hoofdstuk 3.2 is aangegeven bedraagt de wachttijd voor een zelfstandige wooneenheid op Uilenstede liefst 66 maanden, veel langer dan de wachttijd van 48 maanden die voor studentenwoningen elders in de stad gelden. Deze cijfers wijzen er op dat Uilenstede voor studenten een populaire woonomgeving is. Uit enquêtes van de Vrije Universiteit onder (internationale) studenten en uit de wijkprofielen van de gemeente Amstelveen blijkt eveneens een hoge woontevredenheid. Dit heeft te maken met de locatie (dichtbij openbaar vervoer waardoor het centrum van Amsterdam en het stadshart van Amstelveen snel bereikbaar zijn en dichtbij de Vrije Universiteit), met de betaalbaarheid van de woningen en de aantrekkingskracht van de campus Uilenstede.
De leefbaarheid op de campus is met de vernieuwing van Uilenstede in de afgelopen jaren enorm vergroot, waardoor Uilenstede meer dan ooit een groene, veilige en sportieve campus is. De hinder van vliegtuiglawaai is voor studenten bepaald geen reden om niet op Uilenstede te willen wonen (zie Bijlage 6). Uit het wijkprofiel dat de gemeente Amstelveen onlangs heeft opgemaakt voor de wijk Uilenstede/Kronenburg blijkt dat niet vliegtuiglawaai, maar burengerucht de belangrijkste ergernis is op de campus. Omgevingsfactoren kunnen bijdragen aan het ontstaan of verergeren van hart en vaataandoeningen. Er bestaat over het algemeen een verband met blootstelling aan geluid. Blootstelling aan geluid kan leiden tot stressverschijnselen die zowel direct als
Ontwerp toelichting KronenburgUilenstede
pagina 22
indirect effect hebben op het hart en vaatstelsel. Langetermijn gezondheidsrisico’s worden in de literatuur vooral in verband gebracht met nachtelijk geluid en slaapverstoring. Er bestaat echter nog maar weinig inzicht over de termijn waarop deze risico’s ontstaan. Net als bij geluidhinder spelen ook niet akoestische factoren een rol, zoals verwachtingen over geluid, geluidgevoeligheid, mate van schrikreactie, angst, leeftijd en geslacht. Kwetsbare groepen in dit verband zijn ouderen, kinderen, zwangere vrouwen en mensen met chronische aandoeningen. Preventie van slaapverstoring is mogelijk door vermindering aan de bron en door geluidwerende maatregelen aan de woningen. Uit onderzoek blijkt dat blootstelling aan geluid mogelijk de leerprestaties kan beïnvloeden. Naar dit onderwerp is nog maar weinig onderzoek gedaan, maar er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan vliegtuiggeluid leidt tot achterstanden bij begrijpend lezen bij kinderen. Omdat het bij de beoogde transformatie van Kronenburg om een andere doelgroep gaat, kunnen de conclusies uit deze onderzoeken niet zomaar worden overgenomen als het gaat eventuele effecten op de leerprestaties bij studenten. Over onderzoek naar verstoring van studieprestaties bij jong volwassenen of ouderen is niets bekend.