Perspectiefnota 2023
Tekst van het document
Perspectiefnota 2023 inclusief Eerste Tijdvakrapportage 2022
Amstelveen, 7 juni 2022 Z22-031914 D22-126800
pagina 2 Perspectiefnota 2023 Inhoudsopgave 0.
Inleiding
Blz.
3
1.
Financiële beschouwing
3
2.
Structurele begrotingspositie
5
2.1. Totaaloverzicht 2.2. Sociaal domein 2.3. Voorstel structurele middelen Perspectiefnota 2023 2.4. Voorstel investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2022-2026 2.5. Overige ontwikkelingen: Openstaande agenda en Risico-analyse 2.6. Technische actualisering begrotingsgrondslagen (nominaal/areaal, rente, WOZ)
3.
Projecten en vermogenspositie
5 7 15 18 21 24
27
3.0. Omgevingswet 3.1. Grote woningbouwprojecten: Legmeer/BTAZ, Kronenburg, De Scheg 3.2. Grote projecten mobiliteit en centrumontwikkeling 3.3. Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2022-2025 3.4. Voorstel eenmalige middelen Perspectiefnota 2023 3.5. Reserves: Algemene reserve, reserves stedelijke vernieuwing en duurzaamheid 3.6. Overzicht bufferfunctie algemene reserve en reserve stedelijke vernieuwing
4.
Tarievenbeleid
27 28 30 36 39 43 47
49
4.1. Algemeen: beleidskader, inflatie en woonlasten 4.2. Ontwikkelingen per heffing
49 52
5.
Eerste Tijdvakrapportage 2022
57
6.
Gevraagde besluiten
58
BIJLAGEN
60
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ontwikkelingen Jeugdhulp Samenhang ontwikkeling WOZ-waarde/OZB en gemeentefonds Reeds besloten eenmalige middelen 2022-2025 tot aan Perspectiefnota 2023 Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2022-2025 Eerste Tijdvakrapportage 2022 Verslag uitwerking begroting 2022 in afdelingsplannen 2022
60 62 63 66 70 80
Perspectiefnota 2023
pagina 3
0. Inleiding Voor u ligt de Perspectiefnota 2023. In afwachting van de uitkomst van de besprekingen over de vorming van een nieuw college hebben wij deze voorbereid om de lopende werkzaamheden voortgang te laten vinden en een actueel vertrekpunt te bieden om de komende maanden vorm te kunnen geven aan nieuw inhoudelijk en financieel meerjarig beleidskader. De besluitvorming over de Perspectiefnota 2023 is tevens het kader voor de opstelling van de Programmabegroting 2023. In deze Perspectiefnota geven wij nog geen uitgewerkte cijfermatige vertaling van het Regeerakkoord naar de Amstelveense situatie. Wij beperken ons tot de duiding op hoofdlijnen, zoals die ook is gegeven in het overdrachtsdossier. De meest aangewezen basis om te komen tot een concrete doorrekening van de financiële verhouding voor de komende jaren is de meicirculaire gemeentefonds, die is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. Die doorrekening zal via een afzonderlijke rapportage worden aangeboden.
1. Financiële beschouwing Werk aan de winkel… in turbulente tijden De functie van de Perspectiefnota is dit jaar het in beeld brengen van de actuele financiële positie als vertrekpunt voor de opstelling van een nieuw College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Hierbij moeten wij er rekening mee houden dat de wereld totaal veranderd is door de Oekraïnecrisis en de turbulentie in de wereldeconomie (inflatie, hoge energieprijzen, schaarste aan grondstoffen en arbeid). Verder ziet het Rijk zich bij de opstelling van de Rijksbegroting geplaatst voor nieuwe miljardenvraagstukken. In de achterliggende jaren is de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten steeds meer uit het lood geraakt. De tekorten in het sociaal domein (Jeugd/Wmo) en een zeer omstreden opschalingskorting zijn de belangrijkste pijnpunten. Dat het Rijk tekortschoot in de bekostiging op Jeugd is in een arbitrageprocedure Rijk-VNG bevestigd. Ook Amstelveen kent een groot tekort sociaal domein van afgerond € 9 miljoen. In de begroting 2022 heeft Amstelveen besloten in afwachting van de uitkomsten van een nieuw Regeerakkoord het tekort voor eigen rekening te nemen. Dit tekort is in de begroting 2022 incidenteel opgenomen en gedekt vanuit de algemene reserve. De totale financiële opgave reikt verder dan het tekort sociaal domein.
Andere onderwerpen zijn onder meer; de vluchtelingencrisis, onderwijshuisvesting, duurzaamheid/energietransitie, Omgevingswet, woondossier, instandhouding openbare ruimte en voortgaande digitalisering/digitale transformatie. Daarnaast kent Amstelveen een projectenportefeuille met complexe, omvangrijke langjarige projecten die een stevig risicoprofiel met zich meebrengen (waaronder Legmeer/BTAZ, Stadshart/Cultuurstrip, Oude Dorp/A9, Kronenburg). Verder hebben de sterk toegenomen en toenemende (regel)druk om een veilige, open en controleerbare overheid te waarborgen in combinatie met een uiterste krappe arbeidsmarkt en inhuurproblematiek grote impact op de uitvoeringskracht van de organisatie. Dit vergt extra investeringen om de dienstverlening op peil te houden. Het goede nieuws is dat Amstelveen deze opgave vanuit een financieel gezonde vertrekpositie tegemoet kan treden. Om financieel gezond te blijven is het zaak de opgave die zich nu aandient tijdig en fundamenteel op te pakken. Een uitvoeriger uitwerking hiervan krijgt een plek in de aanvullende rapportage over de meicirculaire gemeentefonds op basis van de dan bekende cijfers.
Perspectiefnota 2023
pagina 4
Perspectiefnota: Waar staan we ? Actueel beeld van begrotings- en vermogenspositie Deze Perspectiefnota biedt een actueel beeld van de begrotings- en vermogenspositie (waar staan we?), inclusief lokale lasten, grondexploitaties en meerjarenprogramma onderhoud buitenruimte en een schets van de voortgang en stand van zaken van de grotere dossiers die van belang zijn voor inzicht en oordeelsvorming omtrent de financiële positie van Amstelveen voor de korte en lange(re) termijn. In de concrete voorstellen met betrekking tot eenmalige en structurele middelen en investeringen hebben wij ons beperkt tot mutaties die passen binnen, c.q. bijdragen aan een actuele vertrekpositie. De mutaties zijn budgettair-neutraal via specifieke dekking en/of financieel-technisch inpasbaar. De Perspectiefnota grijpt niet vooruit op bredere afwegingen maar zorgt wel dat de winkel open blijft. Meicirculaire gemeentefonds Een eerstvolgend ijkmoment is de besluitvorming van het Kabinet over de Voorjaarsnota, waarvan de gevolgen voor gemeenten neerdalen in de meicirculaire gemeentefonds. Ook de (gefaseerde) invoering van een nieuw verdeelstelsel voor het gemeentefonds per 1jan23 maakt onderdeel uit van de meicirculaire. Deze meicirculaire komt te laat om nog in de Perspectiefnota te verwerken.
Over de uitkomsten volgt een aparte rapportage, zodat u bij de behandeling van de Perspectiefnota beschikt over de meest recente informatie. Ook de budgetontwikkeling BUIG (bijstandsgelden) maakt onderdeel uit van deze notitie. Leeswijzer Hierna behandelen de hoofdstukken 2 en 3 achtereenvolgens de structurele begrotingspositie en de vermogenspositie van onze gemeente. Dit mondt uit in meerjarige financiële kaders inclusief voorstellen voor structurele en eenmalige middelen, de actualisering van begrotingsgrondslagen, alsmede een overzicht van de nog openstaande beleidsagenda en risico-analyse. Vaste onderdelen van deze Hoofdstukken zijn verder een financieel totaaloverzicht sociaal domein, het investeringsplan maatschappelijk vastgoed, een voortgangsrapportage over de grote projecten en het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte met een geactualiseerd (meerjaren)programma voor de werkzaamheden in de openbare ruimte (wegen, verkeer en riolen). In hoofdstuk 4 komen relevante ontwikkelingen en uitgangspunten voor het tarievenbeleid aan de orde. Hoofdstuk 5 rapporteert over de financieel-technische uitvoering van de lopende begrotingsjaar (Eerste Tijdvakrapportage). Hoofdstuk 6 sluit af met een recapitulatie van de voorgestelde besluitvorming.
Perspectiefnota 2023
pagina 5 2. Structurele begrotingspositie 2.1. Totaaloverzicht 2.1.1. Vertrekpunt: Begroting 2022-2025 Vertrekpunt voor de structurele meerjarige begrotingspositie in deze Perspectiefnota is de besluitvorming in de begrotingsraad van 10 november 2021 aan de hand van de Programmabegroting 2022. Het structureel begrotingssaldo sluit op nul. Dit met inachtneming van een incidenteel in de begroting opgenomen tekort sociaal domein om het bestaande Amstelveense beleid te handhaven in afwachting van uitsluitsel van Rijk over (herstel van) gezonde financiële verhoudingen en (structureel toereikende) bekostiging van het sociaal domein. Binnen dit structurele beeld is een stelpost reservering onzekerheden/tekorten opgenomen van afgerond € 1,4 miljoen (regel b3). Dit is het per saldo positieve effect van de septembercirculaire gemeentefonds (€ 1,7 miljoen voordelig, regel b1) en de bekendmaking van de nieuwe BUIG-budgetten voor de bijstandsgelden (€ 0,3 miljoen nadelig, regel b2) 2.1.2. Nieuw in deze Perspectiefnota 2023 De functie van de Perspectiefnota is dit jaar het in beeld brengen van de actuele financiële positie als vertrekpunt voor de opstelling van een nieuw College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. De concrete voorstellen betreffen (voldongen) posten waarvan het niet zinvol is om deze voor nadere, integrale afweging aan te houden tot het traject CUP 22-26.
De mutaties zijn budgettair-neutraal via specifieke dekking en/of financieel-technisch inpasbaar. De Perspectiefnota handhaaft het structurele beeld uit de vertrekpositie, een structureel sluitende meerjarenbegroting met inachtneming van het incidenteel opgenomen tekort sociaal domein. 2.1.3. Totaaloverzicht structurele begrotingspositie Hierna volgt het structurele meerjarige begrotingskader met aansluitend een leeswijzer/toelichting. BEGROTINGSBEELD BEGROTING 2022-2026
bedragen x 1.000 euro positief bedrag is tekort; negatief bedrag is tekortverlaging/overschot
a) Vertrekpositie: Begrotingsboek 2022 Structurele begr.saldi begrotingsboek 2022 (blz.9&28) b) Aanvullende ontwikkelingen begr.raad 10nov21, structureel b1) Septembercirculaire 2021 b2) BUIG-gelden 2021/2022 b3) Structurele reservering onzekerheid/tekorten Sub-totaal t/m besluitvorming begrotingsraad 10nov21 c) NIEUW: Perspectiefnota 2023, structureel c1) voorstel structurele middelen - onderdeel PN23 c2) investeringen/kapitaallasten - onderdeel PN23 # verlaging rekenrente (weglekeffect) # investeringsplan maatschappelijk vastgoed - PN23 * stelpost onderuitputting c3) dekkingsplan Perspectiefnota # stelpost areaal # stelpost onderuitputting (kapitaallasten) # stelpost reservering onzekerheid/tekorten c4) meicirculaire gemeentefonds / BUIG-gelden # oplopende rente en inflatie STRUCTURELE BEGROTINGSPOSITIE 2022-2026 t/m PN23
2022
2023
2024
2025
2026
0
0
0
0
0
-1.700 315 1.385
-1.700 315 1.385
-1.700 315 1.385
-1.700 315 1.385
-1.700 315 1.385
0
0
0
0
0
209
780
808
808
808
700
700 -99 99
700 -378 378
700 148
700 412
-659 -250
-800 -250 -430 p.m. p.m.
-800 -250 -458 p.m. p.m.
-800 -250 -606 p.m. p.m.
-800 -250 -870 p.m. p.m.
0
0
0
0
p.m.
0
Perspectiefnota 2023
pagina 6 Leeswijzer/Toelichting: 1. De regels onder a) en b) vatten de besluitvorming samen van de afgelopen begrotingsraad, zoals hiervoor toegelicht in paragraaf 2.1.1; 2. Onder c1) en c2) staan de voorstellen met structureel middelenbeslag met bijbehorend dekkingsplan (regel c3). Dit financieel-technische dekkingsplan bestaat uit de onderbouwde inzet van specifieke stelposten (nominaal/areaal, onderuitputting), die in paragraaf 2.6 van deze Perspectiefnota worden toegelicht. Sluitpost is de inzet van een deel van stelpost reservering onzekerheid/tekorten, genoemd in paragraaf 2.1.1; 3. De uitkomsten van de meicirculaire gemeentefonds (regel c4) zijn nog niet verwerkt in deze Perspectiefnota. Het is de bedoeling om deze uitkomsten op de gebruikelijke wijze via een aparte notitie aan de behandeling toe te voegen. In het vervolg van dit hoofdstuk behandelen wij achtereenvolgens: sociaal domein (paragraaf 2.2.) voorstel structurele middelen (paragraaf 2.3.) voorstel investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2021-2025(paragraaf 2.4.) overige ontwikkelingen: openstaande agenda en risico-analyse (paragraaf 2.5.) technische begrotingsgrondslagen (nominaal/areaal, rente, WOZ) & risico’s (paragraaf 2.6.)
Perspectiefnota 2023
pagina 7 2.2. Sociaal domein 2.2.0. Algemeen Binnen het sociaal domein zijn gemeenten verantwoordelijk voor diverse taken in het sociaal domein. Het gaat dan onder andere om de gebieden WMO, Jeugdhulp en Werk en inkomen, schuldhulpverlening, minimabeleid en inburgering. Zowel inhoudelijk als financieel hebben de decentralisaties van Jeugdhulp, Wmo en Participatiewet met ingang van 2015 een grote impact gehad. Decentralisaties Integrale hulp dichter bij de inwoner en beheersing van de zorguitgaven waren belangrijke drijfveren voor het Rijk om deze grootschalige taakoverdracht naar gemeenten - onder gelijktijdige inboeking van een miljardenombuiging – door te voeren. De Rijksbegroting liet trendmatig een sterke groei van de zorguitgaven zien, met als perspectief dat deze trend zich bij ongewijzigd beleid zou blijven voortzetten door een stijgende autonome zorgvraag. Daarnaast waren onderdelen van hetzelfde onderwerp (bijv. jeugd of wmo) sterk versnipperd ondergebracht en hadden verschillende overheden een verantwoordelijkheid, waardoor de samenhang en besparingsmogelijkheden beperkt waren.
Leidende overwegingen bij de decentralisatie van taken waren: (a) vergroten van de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid waar dit mogelijk is; (b) ontschotten van budgetten, maatwerk, één loket; (c) minder “dure” zorgvraag door preventiebeleid, sociale samenhang en laagdrempeliger zorg. De naar de gemeenten overgehevelde taken zijn omvangrijk en complex. Mede omdat het zgn. ”open einde regelingen” betreft is het houden van zicht en grip op de kosten een grote uitdaging. Met name voor het onderdeel Jeugdhulp is het lastig om tijdig, juist en volledig zicht te hebben op de relevante kosten. De afhankelijkheid van regionale uitvoering van hoog specialistische en (daarmee) dure zorg speelde daarin een belangrijke rol. Aan de andere kant van het spectrum blijkt ook de marktwerking in lichte zorg perverse effecten te hebben (opdrijving van de vraag en excessieve winsten). Continuïteit van zorg en investeren in preventie waren hoofdlijnen in de eerste jaren. Ook wordt volop gewerkt aan transformatie, innovatie/vernieuwing. Het college-uitvoeringsprogramma 2018-2022 geeft hieraan een impuls. Ook andere gemeentelijke beleidsinspanningen en voorzieningen buiten het sociaal domein in enge zin, zijn van belang voor preventie en het versterken van de zelfredzaamheid. Bevordering van sociale samenhang waaiert breed uit binnen de gemeentebegroting.
Zo dragen ook sport- en cultuurstimulering hieraan bij. Daarnaast spelen relaties met andere partners, zoals bijvoorbeeld het onderwijs, kinderopvang, (huis)artsen, Veilig thuis en de Jeugdbescherming een grote rol. De achterliggende jaren is het financiële kader meer en meer onder druk komen te staan. Gemeenten zien zich geconfronteerd met oplopende tekorten sociaal domein. Dat betreft zowel Jeugd als Wmo. Dat het Rijk tekortschoot in de bekostiging op Jeugd is in een arbitrageprocedure Rijk-VNG bevestigd. Het Kabinet Rutte III heeft incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld. Beslissingen over een structureel vervolg zijn doorgeschoven naar het Kabinet Rutte IV. In de begroting 2022 heeft Amstelveen besloten in afwachting van de uitkomsten van een nieuw Regeerakkoord het bestaande beleid te handhaven en het tekort sociaal domein voor eigen rekening te nemen. Dit tekort is in de begroting 2022 incidenteel opgenomen en gedekt vanuit de algemene reserve.
Perspectiefnota 2023
pagina 8
Vanuit het nieuwe Regeerakkoord zijn voor het sociaal domein de volgende hoofdlijnen te trekken: Het Regeerakkoord bevat een aflopende reeks extra Jeugdgelden, die aansluit op de uitkomst van de arbitrageprocedure. Via een Hervormingsagenda zijn forse besparingen ingeboekt. Het realiteitsgehalte daarvan moet nog blijken. Autonome groei van de zorgvraag blijft een belangrijke risicofactor; Het Regeerakkoord boekt eenzijdig een extra besparing in van € 511 miljoen, waarin ook de invoering van eigen bijdragen wordt overwogen. De ingeboekte besparing stuit op veel verzet, ook in de Eerste Kamer. Recent heeft het Kabinet besloten het risicodragerschap voor deze ombuiging zelf te dragen en gemeenten hiervan te vrijwaren. Dit besluit neemt zeker niet alle zorgen en onduidelijkheden weg, maar is voldoende geweest om de opgeschorte gesprekken tussen Rijk en VNG/gemeenten over de Hervormingsagenda weer te hervatten1; Het vorige Regeerakkoord voerde eenzijdig een vast Wmo-abonnementstarief in, dat gemeenten met tekorten confronteert door een (niet-gecompenseerde) aanzuigende werking. Het nieuwe Regeerakkoord wil de regeling aanpassen. Wat dat concreet gaat “opleveren” is onduidelijk; Per 1 januari 2023 gaat de verdeling gemeentefonds wijzigen. In de huidige verdelingen sociaal domein scoort Amstelveen ongunstig.
De tot dusver bekende nieuwe cijfers lijken gunstiger voor Amstelveen. Al met al behoren hoofdbrekens over de financiële bekostiging en inkadering van het sociaal domein nog niet tot het verleden. Ondertussen blijft het financiële kader in beweging. De komende jaren staat een gefaseerde doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen op de rol: van de centrumgemeenten (bij ons Amsterdam) naar alle gemeenten. Dit gaat om een macrobudget van circa € 4 miljard. Inzicht in en beheersing van de uitgaven, c.q. het kunnen beschikken over tijdige en adequate informatie en sturingsinstrumenten is een punt van grote zorg én aandacht. Om recht te doen aan de relevantie, complexiteit en omvang van dit onderwerp gaat bijlage 1 uitvoeriger in op de ontwikkelingen Jeugdhulp. In het vervolg van deze paragraaf geven we eerst een overzicht van het actuele begrotingskader 2022. Het gaat dan om een samenhangend totaalbeeld van enerzijds de omvang en samenstelling van de uitgaven en anderzijds de verschillende bronnen waaruit deze uitgaven worden betaald. Vervolgens staan we stil bij de nieuwe ontwikkelingen die zich nu aandienen. 2.2.1. Bestaand begrotingskader 2022 sociaal domein: uitgaven & dekking Begrotingskader 2022 Het bestaande begrotingskader voor 2022 houdt rekening met een uitgavenniveau van ruim € 92,5 miljoen voor het totale sociale domein (programma 1).
Dit zijn de uitgaven exclusief gemeentelijke overhead2. Het sociaal domein is het grootste van zeven programma’s met circa 35% van de totale gemeentelijke uitgaven (inclusief overhead en kostendekkende exploitaties). Tegenover deze uitgaven staat € 6,1 miljoen aan diverse specifieke programma inkomsten. Naast eigen bijdragen betreft dit met name een incidentele bijdrage van € 3,4 miljoen bijdrage MOBW (Maatschappelijke Opvang-Beschermd Wonen; ”Blokhuismiddelen”). De resterende € 86,4 miljoen wordt betaald uit drie “bronnen”: Het “BUIG-budget” voor de bijstandsuitkeringen, een integratie-uitkering Sociaal Domein (Voogdij/18+ en WSW/Participatie) en de overige algemene middelen als sluitpost. Onderstaand overzicht en grafieken brengen dit in beeld.
https://vng.nl/nieuws/doorstart-hervormingsagenda-na-kabinetsbesluit-eu-511-mln Conform de geldende regelgeving (BBV; Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) wordt de overhead apart centraal verantwoord op een eigen programma (Overhead/Bedrijfsvoering). De uitgavenramingen op de overige programma’s bevatten de directe kosten, inclusief directe ambtelijke capaciteit. 1 2
Perspectiefnota 2023
pagina 9
bedragen in miljo enen euro 's
vertrekpositie uitgavenkader sociaal domein begroting 2022
Omschrijving
dekking uitgaven sociaal domein via programma 1 via alg. dekk.middelen specifieke IUoverige progr.- "BUIG" Sociaal algemene totaal inkomsten Domein middelen dekking
Jeugd
31%
28,9
0,1
Zorg
35%
31,8
5,3
Werk (*)
30%
28,2
0,7
Volksgezondheid
4%
3,6
1,9
23,2
2,4
TOTAAL-GENERAAL 100% 92,5 6,1 23,2 (*) onder 'werk' vallen WSW, re-integratie, inkomens levensonderhoud en minima voorzieningen
4,3
26,9
28,9
26,5
31,8
1,9
28,2
3,6
3,6
58,9
92,5
Sterke uitgavengroei 2018-2022 De achterliggende jaren zijn de uitgaven Sociaal Domein sterk gestegen. Onderstaande cijfers laten dit zien aan de hand van de gepresenteerde begrotingskaders 2018-2022 in de Perspectiefnota’s. Op het onderdeel Jeugdhulp is sprake van een toename van 85% van € 15,6 miljoen naar € 29,1 miljoen3. Het totale Sociale Domein laat een uitgavenstijging van € 26,4 miljoen zien (+39%). Ontwikkeling begrotingskader Sociaal Domein 2018-2022 (*) Omschr. PN18 PN19 PN20 PN21 PN22
PN23 PN23+nwe ontw.
Jeugd Zorg Werk Volksgez.
28,9 28,4 28,2 3,6
15,6 21,3 24,6 2,7
16,5 21,4 24,7 2,9
16,9 23,2 25,4 3,1
20,7 24,3 25,8 3,2
24,0 25,6 27,9 3,4
bedragen x €1mln.
'22tov'18
29,1 29,7 28,2 3,6
85,3% 33,3% 14,6% 33,3%
64,2 65,5 68,6 74,0 80,9 89,1 90,6 100,0% 102,0% 106,9% 115,3% 126,0% 138,8% 141,1% (*) excl. € 3,4mln. "Blokhuismiddelen" incidenteel '22 MOBW inkomsten/uitgaven
38,8%
Totaal
3
De kolom PN23 is het actuele begrotingskader 2022 cf. de begroting 2022 na wijziging. Hierin is nog geen rekening gehouden met de nieuw in deze Perspectiefnota opgenomen doorwerking van hogere uitgaven in de jaarrekening 2021 naar 2022 en verder. De kolom “PN23+nwe.ontw.” is het beeld inclusief deze nieuwe ontwikkelingen zoals toegelicht in par. 2.2.2. Voor een vergelijkbaar beeld (“appels met appels”) zijn de totaalbedragen PN23 gecorrigeerd voor de incidentele “Blokhuismiddelen” die in de andere jaarschijven niet voorkomen.
Perspectiefnota 2023
pagina 10
Overschotten/tekorten Sociaal Domein Reeds bij de Kadernota 2018 heeft Amstelveen de omslag gemaakt van “inkomst georiënteerde” sturing naar “uitgaven georiënteerde” sturing. De budgetten (per taakveld) worden niet bepaald aan de hand van de ontvangen inkomsten. In plaats daarvan worden per taakveld reële budgetten vastgesteld op basis van de benodigde uitgaven om het vastgestelde Amstelveense beleid uit te voeren. Dat laat onverlet dat het algemene macrobeeld is, dat gemeenten sterk tekort komen op Jeugdhulp door te krappe macrobudgetten en het achterwege blijven van compensatie voor autonome groei van de zorgvraag. Dat geldt ook voor Amstelveen. Verder pakt het geldende verdeelmodel Jeugdhulp ongunstig uit voor Amstelveen. Amstelveen heeft geïnvesteerd in nieuwe werkwijzen en vroege signalering met het doel op langere termijn de duurdere zorg te beperken en, naast goede zorg, tot een betere kostenbeheersing te komen. Het algehele beeld op dit moment is, dat deze investeringen zich tot dusver niet vertalen in lagere kosten. Voor de Wmo gold dat in de eerste jaren in veel mindere mate, maar in de laatste jaren tekenen zich ook hier oplopende tekorten af, met name door de invoering van het abonnementstarief en autonome groei van de zorgvraag (vergrijzing, thuiswonen/woningaanpassingen).
Ook op Werk (re-integratie, begeleid en beschut werk) is door forse Rijksbezuinigingen sprake van tekorten. Op de bekostiging van de bijstandsgelden (BUIG) is het beeld wisselender. Soms was het macrobudget toereikend, soms ook niet. Daarbinnen is sprake van voordeelgemeenten en nadeelgemeenten. Amstelveen behoort hier tot de voordeelgemeenten. Het Amstelveense overschot op de BUIG is deels te herleiden tot een actief beleid (hetgeen ook tot uitdrukking komt in de inzet van eigen middelen op reintegratie). Deels komt het BUIG-voordeel ook doordat Amstelveen gunstig scoort op het verdeelmodel. Dit voordeel op de BUIG is inmiddels overvleugeld door tekorten op Jeugdhulp/Wmo. Aanpassingen in het verdeelmodel BUIG blijven een risico. De laatste jaren neemt het voordeel op het verdeelmodel af door nadelige herverdeeleffecten.
Perspectiefnota 2023
pagina 11 Beslag op algemene reserve: € 18 miljoen in 3 jaar tijd. De tekorten Sociaal Domein komen landelijk slechts ten dele tot uitdrukking in onontkoombare bezuinigingen en ozb-verhoging. Een groot deel komt in eerste aanleg tot uitdrukking in de terugloop van de reserves van gemeenten. Gemeenten vangen de eerste klap op door in te teren op hun reserves. Dat geldt ook voor Amstelveen. Tot aan de Perspectiefnota 2020 is het gelukt de oplopende tekorten Jeugdhulp structureel in de begroting in te passen. Bij de Perspectiefnota 2021 en daarmee samenhangende Nota Aanvullende Voorstellen bij de begroting 2021 is het extra tekort tot en met 2022 incidenteel ten laste van de algemene reserve gebracht in afwachting van (uitsluitsel over) Rijkscompensatie. Deze lijn is voortgezet tot en met deze Perspectiefnota. In totaal is hier in drie jaar tijd ruim € 18 miljoen algemene reserve mee gemoeid. Tekorten Jeugd/Wmo 2020-2022 ten laste van de algemene reserve bedragen x €1mln.
Omschrijving
2020
2021
2022
Totaal
PN21/NAV21 PN22
4,3
3,3 2,7
3,3 4,7
10,9 7,4
Totaal
4,3
6,0
8,0
18,3
In deze cijfers is rekening gehouden met de door het Rijk in 2021/2022 toegekende extra eenmalige Jeugdgelden (€ 1,6 miljoen in ’21 en € 4,25 miljoen in ’22). Deze cijfers beperken zich tot het tekort Jeugdhulp/Wmo. Amstelveen heeft aanvullend ten laste van de algemene reserve nog 3 jaar à € 1 miljoen vrijgemaakt voor Schuldhulpverlening en “van werk naar werk”, die niet in deze € 18,3 miljoen zijn meegenomen. 2.2.2. Nieuwe ontwikkelingen sociaal domein Algemeen De functie van de Perspectiefnota is dit jaar het in beeld brengen van de actuele financiële positie als vertrekpunt voor de opstelling van een nieuw College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Concreet voor het sociaal domein betekent dit, dat wij het op dit moment in de begroting 2022 opgenomen tekort sociaal domein actualiseren voor de doorwerking van de autonome uitgavenontwikkeling vanuit de jaarrekeningcijfers 2021. Dit betreft incidentele mutaties in de jaarschijf 2022 die consistent zijn met de bestaande gedragslijn. Besluitvorming over het structurele vervolg voor 2023 en verder vindt plaats via het CUP 22-26. Verder bevat deze Perspectiefnota een beperkt aantal budgettair neutrale mutaties. Deze mutaties vallen kortweg onder het actualiseren van het bestaande begrotingskader en/of kunnen door specifieke dekking en relatief beperkte omvang zonder problemen nu worden verwerkt.
Aanhouden heeft hier geen toegevoegde waarde. De hierna vermelde en toegelichte ontwikkelingen maken onderdeel uit van de voorstellen structurele en eenmalige middelen die ter besluitvorming worden voorgelegd.
Perspectiefnota 2023
pagina 12 Totaaloverzicht en postgewijze toelichting Voorstellen Sociaal Domein, eenmalig en structureel Omschrijving port.houder SOCIAAL DOMEIN POK-gelden (Parl.Onderz.Kinderopv.toesl.) * bijdrage Aalsmeer * middelen gemeentefonds Neutrale fasering inzet POK-middelen gemeentefonds
2022
eenmalig 2023 2024
bedragen x 1.000 euro structureel 2025 2026 2022
494 -126 -368 -565
580 -142 -438 52
632 -132 -500 128
632 -132 -500 128
632 -132 -500 128
C ommunicatie Sociaal domein, inhuur-vast * bestaand budget (tot dusver betaalde inhuur) Inburgering Onderwijsroute * specifieke uitkering Rijk
78 -78
Odensehuis
-109
Dak- en thuisloosh. & doordecentr. Besch.Wonen
156
geëscaleerde zorg 18Wmo maatwerk Hbh Wmo begeleiding dagbesteding Onafhankelijke cliëntondersteuning Sociaal medische indicatie kinderopvang
163 500 600 100 150
TOTAAL nieuw per jaarschijf cumulatief
995
202
128
128
128
995
1.197
1.325
1.453
1.581
toelichting zie sub } neutraal } } }
(a)
63 } neutraal -63 }
(b)
} neutraal }
(c)
ism invpl.
(d)
47 -47
150
(e) } doorw. JR'21 } } } }
(f)
0 0
(a) POK-gelden In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 landelijk € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Het Rijk kan zich voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027. Om de dienstverlening bij gemeenten te versterken en mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen heeft de VNG een visiedocument opgesteld met daarin activiteiten die met name inzetten op het vergroten van de menselijke maat in de dienstverlening, ontwikkeling van professionals en systematisch leren, zodat waar nodig structurele verbeteringen op zowel rijksniveau als gemeentelijk niveau worden doorgevoerd. De commissie POK en de VNG heeft de volgende lijnen meegegeven voor de inzet van deze middelen: 1.
Impuls integraal werken in het sociaal domein, inclusief systeemleren: ‘lerende uitvoeringspraktijk’; 2. Versterking uitvoeringscapaciteit wijkteams; 3. Robuust rechtsbeschermingssysteem. In de periode 2022- 2027 is voor Amstelveen in totaal € 2,8 miljoen beschikbaar4. De voorgestelde besteding richt zich voor 2022 en 2023 op: luisteren waar behoefte ligt bij de door het VNG beoogde doelgroep en onderzoeken van verbetermogelijkheden; verder ontwikkelen integraal werken en digitale dienstverlening; versterken capaciteit Sociaal loket Amstelveen;
Deze middelen zijn eind 2021 toegekend via de decembercirculaire gemeentefonds, inclusief een bedrag in de jaarschijf 2021. Het bestedingsvoorstel betreft de jaren 2022-2027. Daarin is ook het voor 2021 toegekende bedrag meegenomen. 4
Perspectiefnota 2023
pagina 13
In de jaren daarna kan verder richting gegeven worden aan de besteding van de POK gelden op basis van uitkomsten uit de uitgevoerde onderzoeken en de verdere uitwerking die nu ook nog plaatsvindt op landelijk niveau (Rijk/VNG). (b) Communicatie en participatie sociaal domein (inhuur-vast) Binnen het sociaal domein is in toenemende mate behoefte aan communicatie richting bewoners, professionals en instellingen. De ontwikkelingen binnen dit domein volgen elkaar snel op en steeds meer taken worden vanuit het Rijk bij gemeenten belegd. Behalve de groei van het volume en de grotere complexiteit en samenhang, is gebleken dat meer aandacht nodig is voor specifieke gerichte communicatie als het gaat om kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen, werkzoekenden, mensen met een nietNederlandse achtergrond (taal, cultuur) en ouderen. Het is belangrijk om alle regelingen die beschikbaar zijn goed uit te leggen. Ook is belangrijk om de verschillende doelgroepen te betrekken bij de ontwikkeling van nieuw beleid, ook met het oog op de nieuwe nota sociaal domein. Tijdens de afgelopen bestuursperiode is via het Programma Transformatie Sociaal Domein met projectmiddelen communicatieondersteuning ingehuurd. Gelet op de ervaringen en de omvang is wenselijk en efficiënter een in de gemeente en de gemeentelijke organisatie bekende, vaste kracht hiervoor in te zetten.
(c) Inburgering Onderwijsroute Een aanvullende specifieke uitkering (SPUK) voor het financieren van de onderwijsroute onder de Wet inburgering is door het Rijk nader uitgewerkt. Deze middelen in de inzet daarvan worden in de begroting opgenomen. Afrekening vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal inwoners die de onderwijsroute volgt. (d) Odensehuis Op 10 juli 2019 nam de raad de motie ‘Geef het Odensehuis de ruimte’ aan vanwege de toename van het aantal mensen met dementie en de steun die het Odensehuis aan deze mensen en hun mantelzorgers kan bieden. Het gebouw Bourgondischelaan 43 wordt ter uitvoering van deze motie gerenoveerd om het Odensehuis hierin te kunnen huisvesten. Het hiervoor benodigde bedrag ad. € 567.000 is opgenomen in het investeringsplan maatschappelijk vastgoed met het voorstel dit krediet te voteren (zie paragraaf 2.4). Vanuit de bestaande begroting wordt € 109.000 bijgedragen in de dekking van deze investering. (e) Dak- en thuisloosheid & doordecentraliseren Beschermd Wonen In februari/maart 2022 zijn het Regioplan over de aanpak dak- en thuisloosheid en de doordecentralisatie beschermd wonen 2022-2025 door de vijf Amstellandse gemeenteraden vastgesteld. De regionale aanpak beoogt voortzetting van de extra aandacht voor dakloosheid én voorbereiding en uitvoering van de doordecentralisatie.
In 2022 en 2023 is een incidenteel bedrag opgenomen om deze decentralisatie goed te kunnen voorbereiden en inzetten. (f) doorwerking kostenontwikkeling sociaal domein vanuit jaarstukken 2021 (open einde regelingen) In de begroting 2022 heeft Amstelveen besloten het beleid op het sociaal domein te handhaven en een tekort sociaal domein incidenteel voor eigen rekening in de begroting op te nemen en te dekken vanuit de algemene reserve. Dit in afwachting van nader uitsluitsel van het Rijk via een nieuw Regeerakkoord over een betere bekostiging, c.q. herstel van gezonde financiële verhoudingen. Het structurele beeld voor 2023 en verder maakt onderdeel uit van het traject van brede integrale afweging via het CUP 22-26. Deze Perspectiefnota bevat wel de actualisering van het incidentele tekort over 2022 op basis van de doorwerking van de rekeningcijfers 2021 naar 2022. Dit betreft de volgende ontwikkelingen: Geëscaleerde zorg 18-: De verschillende gecertificeerde instellingen (GI) voeren de jeugdbescherming uit in situaties waarbij de veiligheid van kinderen in het geding is. Het kan gaan om vrijwillige of (door de rechter) gedwongen jeugdbescherming. Het gaat hier om de kosten die worden gemaakt voor de regie in de gezinnen, niet om de verwijzingen naar specialistische jeugdhulp door de GI. Tariefstijgingen inclusief hogere indexatie betekenen een kostenstijging van € 163.000;
Perspectiefnota 2023
pagina 14
Wmo maatwerk Hbh: Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning voorzien wij in hulp bij het huishouden. Een verder oplopend gebruik door inwoners vergt € 500.000 extra budget bovenop de €600.000 waarmee de begroting reeds is bijgesteld voor het jaar 2022. De incidentele bijraming van € 600.000 was noodzakelijk in verband met een kostprijs onderzoek in verband met AmVB reële kostprijs hulp bij het huishouden en de toename vanwege het abonnementstarief (aanzuigende werking). Het aantal uren dat wordt afgegeven vanuit de Wmo ligt vast in een protocol met gerichte minuten per taak. Dit is moeilijk beïnvloedbaar daar alleen wordt afgegeven wat nodig is. Het aantal gebruikers heeft zich de achterliggende jaren als volgt ontwikkeld (een stijging van 35% in drie jaar): 2018 1840 inwoners 2019 2114 2020 2377 2021 2498. In het Regeerakkoord is aangegeven dat mogelijk het abonnementstarief wordt gewijzigd. Wat dit gaat inhouden en of dit naar de toekomst toe (2023 en verder) effect gaat hebben zal moeten blijken. Wmo begeleiding dagbesteding: Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning voorzien wij in begeleiding en dagbesteding voor inwoners waarbij het noodzakelijk is dat zij deze zorg ontvangen. Vanwege een toename in het aantal begeleidingsaanvragen (zowel individuele begeleiding als dagbesteding) is een bijraming noodzakelijk.
Het aantal gebruikers heeft zich de achterliggende jaren als volgt ontwikkeld (een stijging van 24% in drie jaar): 2018 1024 inwoners 2019 1164 2020 1222 2021 1271. Naast de stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de ondersteuning zien wij ook de zwaarte van de begeleiding toenemen. Onder andere de psychische problematiek onder (jong)volwassene is toegenomen gedurende de Corona-crisis. Mogelijk neemt dit af nu de Corona-crisis in heftigheid afneemt. Onafhankelijke cliëntondersteuning: De (wettelijk verplichte) onafhankelijke cliëntondersteuning geniet steeds meer naamsbekendheid wat tot hogere uitgaven leidt. Van 2018 naar 2021 is het aantal ruim verdubbeld (> 200). Het toegenomen beroep vraagt een budgetverhoging van € 100.000. Sociaal-medische kinderopvang (smi): Een ouder die vanwege sociaal medische omstandigheden de verzorging van zijn kind niet op zich kan nemen, kan bij de gemeente terecht voor een tegemoetkoming in de kosten van Smi. Smi is een tijdelijke regeling waarbij de zorg van het kind gedeeltelijk wordt overgenomen van de ouder. De ouder kan in deze tijd aan de situatie werken zodat hij de zorg daarna weer op zich kan nemen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het inkomen en is gebaseerd op de richtlijnen van de VNG. Het beroep op deze regeling is toegenomen en dit vraagt een verhoging van het beschikbare budget met € 150.000.
Perspectiefnota 2023
pagina 15 2.3. Voorstel structurele middelen Perspectiefnota 2022 2.3.1. Totaaloverzicht en voorstel structurele middelen In deze Perspectiefnota leggen wij u een beperkt voorstel met structurele mutaties voor. Het betreft samengevat neutrale posten met een specifieke eigen dekking, alsmede bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en bijstellingen die voortvloeien uit de jaarrekening ’21. Onderstaand overzicht zet dit voorstel op een rij. Erna volgt een postgewijze toelichting. Voor posten die elders in deze Perspectiefnota aan bod komen binnen een bepaalde samenhang verwijst het overzicht naar de desbetreffende paragraaf. Voorstel 1 In te stemmen met het voorstel structurele middelen conform het overzicht in paragraaf 2.3.1 met een totaalbedrag van € 209.000 in 2022, € 780.000 in 2023 en € 808.000 vanaf 2024. VOORSTEL STRUCTURELE MIDDELEN PERSPECTIEFNOTA 2023 Omschrijving port.houder 2022
structureel 2023 2024
2025
2026
BIJDRAGEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Bijdr. GR GGD A'dam-A'land (Veilig Thuis en C SG) Bijdrage GR OGZ Amstelland Bijdrage GR Omgevingsdienst
47 33 140
47 33 297
47 33 307
47 33 266
-129 -3 76 60 62 -14 429
-139 -3 76 60 62 -14 429
-98 -3 76 60 62 -14 429
126 } neutraal -126 }
-137 -126
toelichting zie sub
* waarv.wijz. taken i.r.t. vergoeding gem.fonds * besparing op eigen formatie Bijdrage GR Veiligheidsregio, indexering Versterking samenwerking MRA Bijdrage GR Gemeentebelastingen * ten laste van kostendekk. exploitaties SUB-TOTAAL BIJDRAGEN GEMEENSCH. REGELINGEN
76 30 18 -4 -17
0 -3 76 60 62 -14 401
SOCIAAL DOMEIN C ommunicatie Sociaal domein, inhuur-vast * bestaand budget (tot dusver betaalde inhuur)
63 -63
126 -126
126 -126
126 -126
ONDERWIJS & ONTPLOOIING hogere dotatie onderh.voorz. gebouwen - sport
87
87
87
87
87 doorw.JR'21
2.3.3
104 -26 -78
104 -26 -78
104 -26 -78
104 -26 -78
104 } neutraal -26 } -78 }
3.3.2
193 -193
193 -193
193 -193
193 -193
193 } neutraal -193 }
479 -479
479 -479
479 -479
479 } neutraal -479 }
4.2.4
109
109
109
109 doorw.JR'21
2.3.3
BESTUUR, BEVOLKING EN VEILIGHEID niet-leges taken Publiekzaken (groei t.l.v.areaal) Uitbreiding betaald parkeren
143 10
143 10
143 10
143 10 b&w 10mei22
4.2.2 2.3.5
OVERHEAD Uitvoering WOO, deels/juridische capaciteit * bijdrage Aalsmeer * via taakmutatie alg.uitkering gemeentefonds Fasering wagenpark
126 -32 -94 30
126 -32 -94 30
126 } neutraal -32 } -94 } 30 doorw.JR'21
2.3.6
30
126 -32 -94 30
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Decembercirculaire 2021 gemeentefonds # ov. mutatie algemene uitkering # samenh. posten (taakmut. & stelp.areaal)
-488 488
-488 488
-488 488
-488 488
-488 } neutraal 488 }
2.3.7
TOTAAL VOORSTEL STRUCTURELE MIDDELEN
209
780
808
808
808
OPENBARE RUIMTE Versterken coörd. & toez. kabels en leidingen * bijdrage Aalsmeer * dekking uit leges Overdracht onderhoud sportvelden # wegvallen vergoeding AmstelveenSport # wegvallen kosten kostendekkende exploitaties Verhogen inzamelfrequentie papier/GRT * struct. kaplast en beheerlasten t.l.v. tarief dekking via tarieven RUIMTELIJKE ONTWIKKELING hogere dotatie onderh.voorz. gebouwen - alg
126
bedragen x 1.000 euro
2.3.2
2.2.2
2.3.4
109
2.3.3
Perspectiefnota 2023
pagina 16 2.3.2. Hogere bijdrage gemeenschappelijke regelingen Amstelveen voert de nodige taken uit via gemeenschappelijke regelingen. Diverse begrotingen en jaarrekeningen van gemeenschappelijke regelingen zijn de achterliggende maanden via aparte voorstellen aan uw raad voorgelegd. Hiervoor gelden wettelijk voorgeschreven procedures en de in desbetreffende begrotingen opgenomen gemeentelijke bijdragen zijn na vaststelling verplichte uitgaven voor gemeenten. Ontwikkelingen in de intergemeentelijke samenwerking leiden tot de hier opgenomen aanpassingen in het Amstelveense begrotingskader. Per saldo is sprake van afgerond € 0,4 miljoen hogere uitgaven met als belangrijkste component een reguliere indexatie (nominale ontwikkeling) en actualisatie van de verdeelsleutels (veelal inwoneraantallen, areaal). Daarnaast is sprake van een extra stijging van de bijdrage aan de Metropoolregio Amsterdam (MRA) als uitvloeisel van nieuwe samenwerkingsafspraken om de slagvaardigheid te vergroten. 2.3.3. Onderhoudsvoorziening gebouwen en reserve vervanging bedrijfsmiddelen (wagenpark) Vast onderdeel van het traject opmaak en controle jaarrekening is de onderbouwing van de toereikendheid van de onderhoudsvoorzieningen voor sportgebouwen en overige gebouwen.
Ook de stand en ontwikkeling van de egalisatiereserve vervanging bedrijfsmiddelen met bijbehorende dotatie wordt geactualiseerd: Onderhoud gebouwen: Kostenstijgingen in de bouw in combinatie met veroudering van gebouwen leiden tot een structurele verhoging van de noodzakelijke jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorzieningen (€ 87.000 en € 109.000); Bedrijfsmiddelen (wagenpark): Door het wereldwijde tekort aan grondstoffen- en microchips, kon de leverancier van nieuwe elektrische bedrijfswagens niet voldoen aan de leververplichtingen in 2021. Daarnaast is een aantal andere geplande inkopen zoals aanhangers en werktuigen uitgesteld. Het gaat in totaal om een fasering van afgerond € 1,4 miljoen. De verwachting is dat de bestelling van elektrische bedrijfswagens eerste helft 2022 geleverd gaat worden. Actualisering van de doorrekening betekent enerzijds eenmalige vrijval in 2022 van € 475.000 (opgenomen in het voorstel eenmalige middelen) en anderzijds een beperkte verhoging van de structurele dotatie met ingang van 2023 met € 30.000. 2.3.4. Overdracht onderhoud sportvelden In goed overleg met AmstelveenSport is overeengekomen dat AmstelveenSport per 1jan22 het onderhoud van sportvelden inkoopt op de markt en niet langer via een dienstverleningsovereenkomst afneemt van de gemeente. Dit leidt tot een budgettair neutrale aanpassing van de gemeentebegroting.
Tegenover het wegvallen van het onderhoud sportvelden staat een toegenomen behoefte aan inzet van het groenpersoneel in de wijken. 2.3.5. Uitbreiding betaald parkeren In deze Perspectiefnota zijn de financiële effecten verwerkt van uitbreiding betaald parkeren met vergunning 2022 in lijn met een hiervoor apart aan de raad aangeboden raadsvoorstel. In 2022 is sprake van een incidenteel voordeel (€ 27.000), vanaf 2023 is sprake van een gering structureel nadeel (€ 10.000). 2.3.6. Uitvoering WOO (Wet Open Overheid), deels Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op overheidsinformatie. De Woo is een belangrijke stap in de ontwikkeling naar een open overheid en onderdeel van de continue verbetering van onze dienstverlening. De belangrijkste verandering is dat we vanuit de overheid meer informatie actief openbaar gaan maken, dus ook als er niet om gevraagd wordt. Daarnaast moet de overheid een verzoek tot openbaarmaking van informatie (een Woo-verzoek) sneller afhandelen. Verder moet de gemeente vanaf 1 mei 2022 beschikken over tenminste één contactpersoon ter beantwoording van vragen van het publiek over de beschikbaarheid van informatie.
Perspectiefnota 2023
pagina 17
Via het gemeentefonds (meicirculaire 2021) ontvangen gemeenten structurele en incidentele middelen om uitvoering te geven aan de Woo. Deze middelen worden in deze Perspectiefnota ingezet ter dekking van benodigde juridische uitvoeringscapaciteit (samen met Aalsmeer 1 vte structureel met ingang van 2023 en 1 vte incidenteel 2023-2025; ten laste van Amstelveen € 94.000 structureel en € 94.000 incidenteel). Voor 2022 is al via eerdere besluitvorming voorzien in 1vte incidentele juridische capaciteit. Daarmee zijn de nu toegekende Rijksmiddelen goeddeels uitgeput. De impact van de Woo op de gemeentelijke organisatie gaat echter veel verder. Actieve openbaarmaking houdt meer in dan het online publiceren van bestaande stukken. Dit vraagt een aanpassing van werkprocessen. Om de doelen van de wet te bereiken is een goede informatiehuishouding van groot belang. Dit raakt de uitvoeringskracht van de organisatie en vraagt extra investeringen om bij toenemende regeldruk het niveau van dienstverlening op peil te houden. 2.3.7. Mutaties algemene dekkingsmiddelen Op het programma Algemene dekkingsmiddelen is sprake van enkele jaarlijkse terugkerende mutaties als gevolg van de decembercirculaire gemeentefonds en door het bekend worden van de dividenduitkeringen Stedin en BNG. De dividenduitkeringen zijn dit jaar goed voor een incidentele meevaller van afgerond € 0,2 miljoen.
Beide uitkeringen komen ieder afgerond € 0,1 miljoen hoger uit dan de begrotingsraming (opgenomen in overzicht eenmalige middelen, paragraaf 3.4). Over de uitkomsten van de decembercirculaire is afzonderlijk gerapporteerd5 met de vermelding dat de financiële consequenties worden verwerkt in deze Perspectiefnota. Dit betreft: Structureel neutraal: Een verhoging van de algemene uitkering 2022 met € 488.000 met een samenhangende bijstelling van de stelpost areaal (€ 194.000) en van de budgetten Jeugd (€ 138.000) en Wmo (€ 156.000) vanwege compensatie extra salarisverhogingen in de zorg als resultaat van de Algemene Politieke Beschouwingen bij de Rijksbegroting 2022; Incidenteel ten laste van begrotingssaldo 2022: € 709.000 uitgaven in 2022 op “last minute” door het Rijk in 2021 uitgekeerde middelen voor taakmutaties. De desbetreffende inkomsten zijn verwerkt in de jaarstukken 2021; Incidenteel neutraal: Een compensatie voor meerkosten gemeenteraadsverkiezingen 2022 vanwege coronamaatregelen en “POK-gelden” in 2022-2026. Paragraaf 2.2.2 sub a) geeft een uitvoeriger toelichting op de laatstgenoemde post.
5
Notitie uitkomsten decembercirculaire 2021 gemeentefonds (cf. B&W 4jan22).
Perspectiefnota 2023
pagina 18 2.4. Investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2022-2026 2.4.0. Algemeen Het beleidskader voor het investeringsplan is vastgelegd in paragraaf 1.2.3 van de nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021, vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. Daarbij is tevens besloten de rekenrente met ingang van 2022 te verlagen van 3% naar 2%. Voor nieuwe investeringen wordt gerekend met een rentelast van 1,55%. De verlaging van de rekenrente wordt toegelicht in paragraaf 2.6.4. (begrotingsgrondslagen). 2.4.1. Investeringen ten laste van de algemene middelen (onrendabel) In deze Perspectiefnota 2023 is de volgende (beperkte) actualisering van het investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed verwerkt: a) Verschuiving van € 1,6 miljoen van het investeringsbedrag zwembad/extra zwemwater als voorbereidingskrediet naar het voorstel eenmalige middelen, alsmede fasering van een investeringsbedrag van 2023 naar 2024 (technische verschuiving, voorbereidingskosten worden niet geactiveerd); b) Toevoeging € 4,7 miljoen aan investeringsbedrag sportvoorziening KKC in aansluiting op voorkeursscenario in raadsbesluit 15dec21, alsmede fasering van het investeringsbedrag van 2022 naar 2024; c) Toevoeging van een investeringsbedrag van € 0,6 miljoen Odensehuis ter uitvoering van raadsmotie 10jul19. Hier staat deels dekking via eenmalige middelen tegenover.
Deze post is verder toegelicht in par 2.2.2 sub (d); d) Geringe aanpassing van het investeringsbedrag Kindcentrum De Scheg (€ 0,25mln.) met een fasering naar latere jaren (actualisering kostenraming en planning); e) Opnemen van een investeringsbedrag bioscoop/hellingbaan (€ 1,9mln.) in samenhang met vrijval gereserveerd eenmalig bedrag via voorstel eenmalige middelen (€ 1,4mln.). Deze post is uitvoeriger toegelicht in paragraaf 3.2.); Structureel leiden deze aanpassingen in latere jaren tot hogere kapitaallasten (€ 0,15mln in ’25 en € 0,4mln vanaf ’26). Deze zijn in het dekkingsplan gedekt. In eerdere jaarschijven is sprake van incidenteel lagere lasten die worden verrekend met de stelpost onderuitputting. investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2020-2026ev, onrendabel invest. jaren 2022 Omschrijving bedrag Wijkcentra / maatschappelijk en cultureel Odensehuis Bioscoop en hellingbaan Stadshart Sport Binnensp.KKC (incl.aanv. 4,7mln. Raad dec21) Zwembad / extra zwembadwater Onderwijshuisvesting KKC - Renovatie/Nieuwbouw Nieuwbouw Landtong (incl.aanv. 2,2mln.raad feb22) Uitbreiding AC Nieuwbouw Kindcentrum de Scheg Nieuwbouw Legmeer, school/sport, onrend. Nieuwbouw Orion, onrendabel, bestaand kader
567 1.900
'22 '22
11.400 12.050
'23/'25 '23/'24
8.318 20/'22 8.660 '21/'24 5.900 '22/'23 8.700 '21/'24 7.500 '25/'26ev 18.720 '23/'25
bedragen x duizend euro
2023
2024
2025
2026ev
567 1.900
8.318 2.940 3.400
krediet nog apart gevoteerd voteren
13jul22 13jul22
200 4.000
11.000 8.050
200
X X
3.906 2.500 1.500
1.814 4.300
2.400
6.120
3.900
3.900
500 7.500 4.800
18no v20 16f eb22 16f eb22
Totaal
83.715
17.125
18.226
29.064
6.500
12.800
bijbehorende kapl.lasten per jaarschijf
2.771
561
517
909
264
520
X X X X
2.4.3. Budgettair beeld algemene middelen, te dekken kapitaallasten De kapitaallasten van de onrendabele investeringen komen ten laste van de algemene middelen. In het begrotingskader worden met ingang van het jaar “t+1” de kapitaallasten geraamd over de investeringsbedragen opgenomen in jaar “t”.
Perspectiefnota 2023
pagina 19 De aanpassingen in deze Perspectiefnota leiden incidenteel tot lagere kapitaallasten in 2022/2023 die worden verrekend met de stelpost onderuitputting (fasering). Structureel is vanaf 2025 sprake van hogere kapitaallasten (€ 0,15mln in ’25 en € 0,4mln vanaf ’26). Deze zijn in het dekkingsplan gedekt. De laatste kolom 2026ev bevat investeringen waarvan de kapitaallasten na 2026 moeten worden gedekt. Dit betreft een bedrag van € 0,5 miljoen. Onderstaand overzicht geeft een overzicht van de meerjarige ontwikkeling en dekking van de kapitaallasten. Kapitaallasten inv.plan maatsch. vastgoed
bedragen x duizend euro
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027ev
totaal te dekken extra kapitaallasten structureel ingedekt t/m PN/BGR'22 mutatie kapitaallasten incidenteel via stelp. onderuitputting (fasering) structureel ingedekt via dekkingsplan PN'23
561 -663 -102 102
1.078 -1.458 -380 380
1.987 -1.841 146
2.251 -1.841 410
2.771 -1.841 930
0
0
-146 0
-410 0
-410 520
nog te dekken kapitaallasten
2.4.4. Rendabele investeringen (investeringen tbv derden) In samenhang met bovenstaande investeringen uit gemeentelijke middelen bevat het investeringsplan maatschappelijk vastgoed ook investeringen waarvan de kapitaallasten in rekening worden gebracht bij derden (rendabele investeringen). Dit betreft een volume van € 12,6 miljoen en heeft betrekking op: Voorzieningen in combinatie met de zwembad investering (€ 7,7 miljoen; denksport, kantoren, gezondheidscentrum); Voorzieningen voor ko/bso/nso in combinatie met onderwijshuisvesting (€ 4,9 miljoen.). In het kader van de hiervoor genoemde actualisering van de investeringsraming kindcentrum De Scheg is een rendabel onderdeel voor dit project toegevoegd (kinderopvang); De kapitaallasten van de rendabele investeringen worden gedekt via huren. Bestaande gedragslijn is, dat “bouwen voor (commerciële) derden” geen taak van de gemeente is. De uitzonderingen om dit toch te doen zijn het realiseren van combigebouwen waarin functies/voorzieningen sterk verweven zijn. De gemeente draagt hier een meerjarig risico, denk aan eventuele toekomstige (onverhoopte) leegstand en rentestijgingen. De opgenomen posten zijn onder voorbehoud van de nader uit te werken investeringsvoorstellen en daarbij te waarborgen randvoorwaarden. Onderstaand een overzicht van het investeringsplan, onderdeel rendabele investeringen.
investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2020-2026ev, rendabel invest. jaren Omschrijving bedrag Sport Denksportcentr. in comb. met zwemb., rend. Kantoren Aveen Sport i.c.m. zwemb., rend. Gezondheidscentrum i.c.m. zwemb., rend.
1.970 2.200 3.500
'22/'24 '22/'24 '22/'24
Onderwijshuisvesting Nieuwbouw Landtong, kinderopv., rendabel Nieuwbouw Legmeer, bso/ko c.a., rendabel Nieuwbouw Orion, bso/ko, rendabel Nieuwbouw De Scheg, kinderopvang, rendabel
1.765 p.m. 2.500 665
'21/'24 '26ev '25
Totaal
12.600
bedragen x duizend euro
2022
2023
2024
2025
2026ev
krediet nog apart gevoteerd voteren
1.970 2.200 3.500
685
685
713
X X X
367
16f eb22
840 130
520 355
520 180
9.353
1.242
700
p.m. 620
X X X
620
Perspectiefnota 2023
pagina 20 Voorstel 2 Ten aanzien van het investeringsplan maatschappelijk vastgoed: (a) Het investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2022-2026 vast te stellen als kaderstellende meerjarige investeringsplanning, bestaande uit een onderdeel onrendabele investeringen (algemene middelen) van € 83,7 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.1. en een onderdeel rendabele investeringen (dekking via huren) met een totaalvolume van € 12,6 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.4.; (b) Een krediet van € 567.000 te voteren voor de verbouw Odensehuis zoals toegelicht in par. 2.2.2 sub (d) van de Perspectiefnota 2023; (c) Een krediet van € 1.900.000 te voteren voor het project Hellingbaan/bioscoop Stadshart zoals toegelicht in par. 3.2 van de Perspectiefnota 2023;
Perspectiefnota 2023
pagina 21 2.5. Overige ontwikkelingen: Openstaande agenda en risico-analyse 2.5.0 Algemeen De functie van de Perspectiefnota is dit jaar het in beeld brengen van de actuele financiële positie als vertrekpunt voor de opstelling van een nieuw College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Naast verschillende concrete voorstellen en actuele informatie over de begrotingspositie, reservepositie en lokale lastendruk elders in deze Perspectiefnota, gaat deze paragraaf in op onzekerheden (risico’s) en openstaande posten (beleidsagenda). Dit gaat om een beknopte schets op hoofdlijnen. Een uitvoeriger inventarisatie en behandeling van relevante risico’s en weerstandscapaciteit krijgt jaarlijks een plek in de paragraaf Weerstandsvermogen in de boekwerken Programmabegroting en Jaarstukken (Programmarekening). De beleidsagenda is bij uitstek onderwerp van het opstelling van een nieuw College Uitvoeringsprogramma. 2.5.1. Risico-analyse In deze paragraaf schetsen wij een beeld op hoofdlijnen. Daarbij gaan we ervan uit, dat de beschikbaar gestelde bedragen voor het noodfonds vanwege de coronapandemie en vanwege de Oekraïnecrisis toereikend zijn. Het toekomstig verloop van de coronapandemie blijft onzeker. Voor wat betreft de Oekraïnecrisis gaan we ervan uit dat sprake is van voorfinanciering waar een (kostendekkende) Rijksvergoeding voor zal komen.
Het lijkt erop, dat het Rijk “de meicirculaire niet haalt” om dit concreet gestalte te geven en dat uitsluitsel hierover pas na de zomervakantie zal volgen (septembercirculaire). Financiële verhouding De financiële verhouding is inmiddels een grote risicofactor voor alle gemeenten. Het Kabinet Rutte III heeft de achterliggende jaren een structureel herstel van gezonde gemeentefinanciën met een toereikende Rijksbekostiging doorgeschoven naar een nieuw Kabinet c.g. Regeerakkoord. Dit nieuwe Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV is eind 2021 verschenen. Het eerste beeld is diffuus en complex met de nadruk op incidentele maatregelen. De VNG sprak in een eerste reactie van een “valse start”. Een naderhand verschenen “maartbrief” verandert niet wezenlijk iets aan dit beeld6. Inmiddels is een onafhankelijke procesbegeleider ingeroepen om het bestuurlijk overleg Rijk-VNG vanaf eind mei voor te zetten. Het eerstvolgende belangrijke ijkmoment is de Voorjaarsnota van het Rijk met een vertaling naar gemeenten via de meicirculaire. In afwachting daarvan blijft onzekerheid troef en liggen er concrete pijnpunten. Binnen de financiële verhouding zijn de volgende risico’s van substantiële omvang te noemen: 1. In de huidige meerjarenbegroting zit per 2025 een structurele opschalingskorting van het Rijk op de uitkering gemeentefonds verwerkt van afgerond € 3,5 miljoen.
Deze korting loopt op in de periode 2018-2025, met de hoogste kortingen in de laatste jaren. Er is geen deugdelijke inhoudelijke basis voor deze korting. Toch heeft het nieuwe Kabinet de korting structureel in de boeken laten staan per 2026 en volstaat zij met een incidenteel bevriezen van de korting gedurende deze Kabinetsperiode; 2. Het sociaal domein laat al een reeks van jaren een sterke autonome kostenstijging zien. Dit is een landelijk patroon. De Rijksbekostiging schiet tot dusver structureel tekort en blijft hier ver bij achter. Naast de kosten van Jeugdhulp betreft dit ook de Wmo, met name door de invoering van het abonnementstarief. De grote tekorten op Jeugdhulp hebben geleid tot een arbitrageprocedure tussen Rijk en VNG. Als uitkomst van de arbitrage ligt er een uitspraak, dat het Rijk extra middelen dient toe te kennen. Dit is een aflopende reeks, waarbij de afbouw van de extra middelen moet worden gerealiseerd door een maatregelenpakket om de kosten terug te dringen (Hervormingsagenda). Aanvullend boekt het Regeerakkoord eenzijdig een extra besparing in van € 511 miljoen structureel, waarin ook de invoering van eigen bijdragen wordt overwogen. Recent heeft het Kabinet besloten het risicodragerschap voor deze ombuiging zelf te dragen en gemeenten hiervan te vrijwaren.
Dit besluit neemt zeker niet alle zorgen en onduidelijkheden weg, maar is voldoende geweest om de opgeschorte gesprekken tussen Rijk en VNG/gemeenten over de Hervormingsagenda weer te hervatten. Hoe het vervolg gaat uitpakken is onzeker. Het abonnementstarief Wmo wordt niet afgeschaft maar iets anders ingestoken. Dit blijft voor gemeenten een financieel risico; 6
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2022/04/06/maartbrief-2022-aan-gemeenten-en-provincies
Perspectiefnota 2023
pagina 22 3. Het is op dit moment onzeker hoe het bijstandsvolume en de samenhangende bekostiging van de bijstandsverstrekking via het BUIG-budget zich gaat ontwikkelen. Tussen de opvolgende prognoses van het CPB zitten grote schommelingen die doorwerken in de rekenregels voor het macrobudget BUIG. Een (landelijk) afnemend bijstandsvolume vertaalt zich in lagere budgetten, die in de Amstelveense situatie niet altijd door even grote uitgavendalingen kunnen worden opgevangen; 4. Een structureel afdoende bekostiging van nieuwe gemeentelijke taken c.q. maatschappelijke opgaven zoals het klimaatakkoord (duurzaamheidsopgave) en de invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw is nog onzeker. Het Regeerakkoord bevat de instelling van een apart Klimaatfonds, dat ook middelen bevat voor gemeentelijke uitvoeringskosten; 5. Het Rijk heeft een voorstel naar buiten gebracht voor een grootschalige herziening van de verdeling van het gemeentefonds. Volgens de op dit moment bekende indicatieve cijfers zit Amstelveen met dit voorstel aan de goede kant van de streep. De hiervoor genoemde maartbrief bevat de mededeling dat het Rijk de nieuwe verdeling in gematigde vorm met ingang van 1jan23 wil gaan invoeren; 6.
De macro-economische ontwikkeling, de oplopende inflatie door schaarste aan grondstoffen en personeel, de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel en de opgelopen staatsschuld hebben (deels direct en deels indirect via de Rijksbegroting) grote impact op de gemeentefinanciën; 7. Het Rijk heeft tijdens de wedstrijd de spelregels veranderd door € 2 miljard extra Rijksuitgaven via de Algemene Politieke Beschouwingen (sep21) buiten het accres te houden (“niet samen de trap op deze keer”). De wel in de accresberekening verwerkte hogere Rijksuitgaven laten de eerste jaren grote incidentele ruimte zien, maar bij onderuitputting in de feitelijke besteding verdampen deze accressen. Dit is een zeer reëel scenario. Overige risico’s Aanvullend kent het actuele Amstelveense profiel de volgende meer specifieke, grote risico’s: 8. Deze dynamische regio, die mogelijkheden biedt en investeringen vraagt, zijn tal van locatieontwikkelingsprojecten gestart. De gemeente is daarin deels faciliterend en deels participerend. De transformatie Legmeer, Kronenburg, De Scheg, Stadshart, en Oude Dorp/A9 zijn stuk voor stuk grote, complexe en langlopende projecten. De projecten komen uitvoeriger aan de orde in Hoofdstuk 3 van deze Perspectiefnota en verder geeft het afzonderlijke collegevoorstel actualisering grondexploitaties een beeld van de talrijke projecten die spelen in onze stad; 9.