CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2022 inclusief Eerste Tijdvakrapportage

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 7 juli 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Perspectiefnota 202241.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Overige mutaties onderwijshuisvesting (voorstel eenmalige en structurele middelen) Naast de onderwijshuisvesting in het investeringsplan bevatten de voorstellen eenmalige en structurele middelen nog enkele overige mutaties onderwijshuisvesting die wij hier kort toelichten:  Het in november 2020 vastgestelde Integraal Huisvestingsplan houdt wel rekening met de verplaatsing van de School of Understanding met het oog op de nieuwbouwplannen op de locatie Landtong, maar daarbij is de in 2019 gestarte pilot Elementa niet apart meegenomen. Op de nieuwe locatie vraagt deze voorziening extra te plaatsen lokalen voor twee groepen. Hiermee zijn eenmalige kosten gemoeid voor plaatsing (€ 130.000) en verwijdering (€ 30.000), alsmede jaarlijkse huurlasten (€ 80.000, waarvan € 73.000 voor rekening van de gemeente). Uit de evaluatie van de pilot is gebleken dat Elementa een welkome aanvulling is binnen het aanbod Passend Onderwijs.  Daarnaast bevat het voorstel structurele middelen een klein bedrag (€ 10.000) om de huurvergoeding aan Phanta Rei voor het gebruik van sportvelden op sportpark Escapade in overeenstemming te brengen met het feitelijk gebruik van 13 weken. De huidige vergoeding gaat nog uit van 8 weken. Gezien het belang van bewegen van jongeren in de buitenlucht wordt de vergoeding verhoogd.

 Noodzakelijke kosten voor tijdelijke huisvesting Amstelveen College en Keizer Karel College zijn tot en met 2020 in de begroting opgenomen, maar zijn langer nodig. Hierop wordt de begroting nu aangepast met € 100.000 in 2021, € 52.000 in 2022 en € 83.000 in 2023 (dit laatste bedrag is inclusief verwijderingskosten). Tegelijkertijd kan de begroting 2021 worden aangepast voor vrijval van een niet benodigd bedrag voor tijdelijke huisvesting De Linde (€ 550.000 voordelig). 2.4.3. Budgettair beeld algemene middelen, te dekken kapitaallasten De kapitaallasten van de onrendabele investeringen komen ten laste van de algemene middelen. De mutaties in de eerste jaarschijven zijn per saldo beperkt, waardoor de kapitaallasten tot en met de jaarschijf 2024 structureel gedekt zijn en blijven binnen de kaders en besluitvorming bij de begrotingsraad november jl. Dat is ook het uitgangspunt voor dit meerjarig vastgesteld financieel kader. Daarbij is van belang, dat voor deze eerste lichting investeringen, zoals vorig jaar opgenomen in het eerste investeringsplan, is gerekend met een rentelast van 0%. Voor de nieuwe aanmeldingen, c.q. voor de verdere toekomst is dit niet reëel. Ons liquiditeitsoverschot verdwijnt en meerjarig geen enkele rentelast indekken creëert een cumulerend risico bij een oplopende marktrente.

Aansluitend bij de actuele rentedoorberekening aan grondexploitaties (commerciële projecten voor derden) is voor de nieuwe investeringen gerekend met 1,73% rentelast. In de jaarschijf 2025, de nieuwe/laatste jaarschijf van de komende meerjarenbegroting 2022-2025 ontstaat een nog te dekken kapitaallastenbedrag van € 0,25 miljoen. De dekking hiervan is verwerkt in deze Perspectiefnota via de inzet van de stelposten nominaal en areaal, zoals vermeld in par. 2.1.3.

Perspectiefnota 2022

pagina 22 Onderstaand overzicht geeft een overzicht van de meerjarige ontwikkeling en dekking van de kapitaallasten. Kapitaallasten inv.plan maatsch. vastgoed

Omschrijving kap.lasten inv.plan maatsch. Vastgoed # afschrijvingslasten # rente 1,73% jr.sch. '25ev weglek vrijval lagere rekenrente & onderuitputting/fasering totaal te dekken kapitaallasten structureel ingedekt cf NAV BGR '21 nieuwe/extra kapitaallasten '25ev nog beschikbare stelpost toekomstige inv.ruimte

bedragen x duizend euro

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027ev

265

916

1.579

2.374

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

2.690 67 p.m.

2.788 135 p.m.

3.095 348 p.m.

265

916

1.579

2.374 -2.353 21 -21 0

2.757 -2.353 404 -152 252

2.923 -2.353 570 -152 418

3.443 -2.353 1.090 -152 938

Nog te dekken kapitaallasten

De jaarschijf “2026ev” laat zien, dat de behoefte aan structurele ruimte voor kapitaallasten van nieuwe investeringen na de meerjarenbegroting 2022-2025 verder oploopt. Bij de nu opgenomen investeringsplanning gaat dat om € 0,4 miljoen in 2026 en € 0,9 miljoen in 2027ev. De toekomstige inpassing, c.q. dekking hiervan komt voortschrijdend aan de orde in het CUP 22-26 en de Perspectiefnota’s 2023 en verder. 2.4.4. Rendabele investeringen (investeringen tbv derden) In samenhang met bovenstaande investeringen uit gemeentelijke middelen bevat het investeringsplan maatschappelijk vastgoed ook investeringen waarvan de kapitaallasten in rekening worden gebracht bij derden (rendabele investeringen). Dit betreft een volume van € 11,5 miljoen en heeft betrekking op:  Voorzieningen in combinatie met de zwembad investering (€ 7,7 miljoen; denksport, kantoren, gezondheidscentrum)  Voorzieningen voor ko/bso/nso in combinatie met onderwijshuisvesting (€ 3,8 miljoen.). De kapitaallasten van de rendabele investeringen worden gedekt via huren. Bestaande gedragslijn is, dat “bouwen voor (commerciële) derden” geen taak van de gemeente is. De uitzonderingen om dit toch te doen zijn het realiseren van combigebouwen waarin functies/voorzieningen sterk verweven zijn. De gemeente draagt hier een meerjarig risico, denk aan eventuele toekomstige (onverhoopte) leegstand en rentestijgingen.

De opgenomen posten zijn onder voorbehoud van de nader uit te werken investeringsvoorstellen en daarbij te waarborgen randvoorwaarden. Aansluitend bij de actuele rentedoorberekening aan grondexploitaties (commerciële projecten voor derden) is voor de rendabele investeringen gerekend met 1,73% rentelast.

Perspectiefnota 2022

pagina 23 Onderstaand een overzicht van het investeringsplan, onderdeel rendabele investeringen. investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2020-2026ev, rendabel invest. jaren Omschrijving bedrag Sport 2.1.2. Denksportcentr. in comb. met zwemb., rend. 2.1.2. Kantoren Aveen Sport i.c.m. zwemb., rend. 2.1.2. Gezondheidscentrum i.c.m. zwemb., rend.

1.970 2.200 3.500

'22/'24 '22/'24 '22/'24

Onderwijshuisvesting 2.1.9 Aanv. Krediet Landtong, kinderopv., rendabel

1.350

'21/'24

Nieuwe aanmeldingen PN22 2.1.4. Nieuwbouw Legmeer, bso/ko c.a., rendabel 2.1.8 Nieuwbouw Orion, rendabel

p.m. 2.500

'26ev '25

Totaal

11.520

bedragen x duizend euro

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026ev

1.970 2.200 3.500

135

0

135

135

135

713

367

840

520

520

p.m. 620

9.223

887

520

620

2.4.5. Nadere uitwerking uitgangspunten/werkwijze Bij de instelling van het investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed is aangegeven dat bij deze Perspectiefnota een nadere uitwerking zou volgen van de te hanteren uitgangspunten, aanvullend op de toen vastgestelde eerste inkadering (bijlage 2). Die verdere uitwerking heeft geleid tot de volgende uitgangspunten:  Rentetoerekening van 1,73% (rendabel en onrendabel);  Onze meerjarenbegroting kent op taakveldniveau constante prijzen. Derhalve geen meerjarige indexering van investeringsbedragen. Wel een jaarlijkse toets van de bedragen, inclusief nominale actualisering indien nodig;  Alleen activering kredieten voor gebouwen (“stenen”). Voorbereidingskredieten, eerste inrichting/onderwijsleerpakket en tijdelijke huisvesting via eenmalige middelen;  Cf. de bestaande gedragslijn geen toepassing van de componentenmethode bij afschrijving, tenzij er bijzondere redenen zijn om dit wel te doen; Denk daarbij aan gebouwen en installaties, indien de gemeente verantwoordelijk is voor de vervanging van de installaties. Waar dit het geval is wordt dit in het lastenpercentage meegenomen, waarbij een deel wordt omgezet in een dotatie aan de meerjaren onderhoudsvoorziening. Bij onderwijshuisvesting is dit niet van toepassing.

Voorstel 2 Het investeringsplan maatschappelijk vastgoed 2021-2025 vast te stellen als kaderstellende meerjarige investeringsplanning, bestaande uit een onderdeel onrendabele investeringen (algemene middelen) van € 103,8 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.1. en een onderdeel rendabele investeringen (dekking via huren) met een totaalvolume van € 11,5 miljoen cf. het overzicht in paragraaf 2.4.4.; Voorstel 3 Een aanvullend krediet van € 1 miljoen te voteren voor renovatie/nieuwbouw KKC t.b.v. gasloze energievoorziening, waarvan € 770.000 te dekken uit te ontvangen subsidie en € 230.000 te dekken uit de reserve duurzaamheid zoals opgenomen in het voorstel eenmalige middelen.

Perspectiefnota 2022

pagina 24 2.5. Overige ontwikkelingen: Openstaande agenda en risico-analyse 2.5.0 Algemeen In onze beschouwingen aan het begin van deze Perspectiefnota schetsen wij hoe de speerpunten van het College-Uitvoeringsprogramma 2018-2022 gestalte kregen en krijgen, met als doorgaande lijn dat we blijven doen wat nodig is, wendbaar, flexibel en proactief, ook in de actuele situatie met grote onzekerheid over de toekomstige financiële positie van gemeenten, in afwachting van een nieuw Regeerakkoord dat uitsluitsel moet geven over Rijkscompensatie om de financiële verhouding weer op orde te brengen. Het “blijven doen wat nodig is” is gewaarborgd met de concrete voorstellen in deze Perspectiefnota inclusief het opnemen en inpassen van de reële, noodzakelijk uitgaven voor 2021/2022. Mocht er voor Amstelveen geen afdoende structurele Rijkscompensatie komen voor de noodzakelijke structurele uitgaven, dan volgen in de loop van 2022 via het CUP 22-26 voorstellen en maatregelen die nodig zijn voor behoud van een structureel sluitende begroting. Op die manier vermijden we enerzijds ingrijpende bezuinigingen en/of lastenverhogingen die achteraf niet in die mate nodig blijken (“als het meevalt”) en laten we anderzijds de rekening niet onnodig oplopen (“als het tegenvalt”). Deze paragraaf geeft profiel aan de opgave die zich thans aftekent voor 2022 en verder.

Dit profiel wordt opgebouwd vanuit een risico-analyse en een openstaande beleidsagenda. 2.5.1. Risico-analyse In deze paragraaf schetsen wij een beeld op hoofdlijnen. Daarbij gaan we ervan uit, dat het beschikbaar gestelde bedrag van € 15 miljoen voor het noodfonds vanwege de coronapandemie toereikend is voor in ieder geval de incidentele effecten van de pandemie. Over de stand van het fonds rapporteren wij maandelijks via een collegebrief. Wij gaan eerst in op een aantal risico-aspecten in het kader van de financiële verhouding en vervolgens op een aantal overige risico’s. Een uitvoeriger inventarisatie en behandeling van relevante risico’s en weerstandscapaciteit krijgt jaarlijks een plek in de paragraaf Weerstandsvermogen in het boekwerk Programmabegroting. Financiële verhouding Een grote risicofactor voor alle gemeenten is de financiële verhouding. 1. Het tekort Jeugdhulp/Wmo dat in 2022 door Amstelveen wordt opgevangen in afwachting van Rijkscompensatie is opgelopen tot € 8 miljoen (zie hiervoor paragraaf 2.2); 2. De bekostiging van het klimaatakkoord, c.q. de duurzaamheidsopgave en de bekostiging van de invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw is eveneens problematisch. In 2022 neemt Amstelveen op dit terrein in afwachting van Rijkscompensatie € 0,65 miljoen voor eigen rekening; 3.

Het Rijk heeft in de meerjarige ontwikkeling van het gemeentefonds een opschalingskorting opgenomen van afgerond € 1 miljard, die wordt geëffectueerd in de periode 2018-2025. Voor Amstelveen betekent dit een nog te effectueren korting op de algemene uitkering in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 van structureel € 1,85 miljoen; 4. Er loopt een traject om te komen tot een ingrijpende herziening van de verdeling van het gemeentefonds. In eerste aanleg (januari/februari 2021) hebben de fondsbeheerders voorlopige voorstellen gepresenteerd met een voordelige uitkomst voor Amstelveen. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft in een tussenbericht naar aanleiding van de adviesaanvraag op dit voorstel gevraagd om meer toelichting op de keuzes en effecten en heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Ook langs andere wegen is kritisch op de uitkomsten gereageerd. De heeft de Minister BZK ertoe gebracht te komen met een aangepast voorstel. Daarmee zijn de uitkomsten van een nieuw verdeelmodel hoogst onzeker. Als vuistregel komt 1% korting gemeentefonds overeen met circa € 1 miljoen; 5. De bekostiging van de bijstandsverstrekking via het BUIG-budget in samenhang met ontwikkeling van het lokale bijstandsvolume brengt budgettaire risico’s met zich mee; 6.

De macro-economische ontwikkeling, de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel, de algehele ontwikkeling van de Rijksfinanciën, alsmede de doorwerking van dit alles richting gemeentebegroting zijn onzeker.

Perspectiefnota 2022

pagina 25 Overige risico’s Aanvullend kent het actuele Amstelveense profiel de volgende meer specifieke, grote risico’s: 7. In een periode van opgaande conjunctuur, die in deze dynamische regio mogelijkheden biedt en investeringen vraagt, zijn tal van locatie-ontwikkelingsprojecten gestart. De gemeente is daarin deels faciliterend en deels participerend. De transformatie Legmeer, Kronenburg, De Scheg, Stadshart, en Oude Dorp/A9 zijn stuk voor stuk grote, complexe en langlopende projecten. De projecten komen uitvoeriger aan de orde in Hoofdstuk 3 van deze Perspectiefnota en verder geeft het afzonderlijke collegevoorstel actualisering grondexploitaties een beeld van de talrijke projecten die spelen in onze stad; 8. In samenhang met de hiervoor genoemde ambities kent de meerjarenbegroting ook substantiële bedragen voor ingeboekte opbrengsten uit locatie-ontwikkelingen. Het niet, lager en/of later realiseren van deze opbrengsten is een risico. Paragraaf 3.5. behandelt de stand en ontwikkeling van de algemene reserve. In totaal is in de jaren 2020-2024 een opbrengst van € 35 miljoen ingeboekt, waarvan € 15 miljoen vastgestelde grondexploitaties betreft en € 20 miljoen overige locatieontwikkelingen; 9. Het project A9 komt in uitvoering. Vanaf 2025, na de oplevering, komt beheer en inrichting aan de orde komt. Paragraaf 3.2.

gaat hier uitvoeriger op in en noemt een alsdan benodigd investeringsbedrag van € 6 à 8 miljoen; 10. Amstelveen kent een vergaande ambtelijke samenwerking met Aalsmeer. De toekomstige inrichting is op dit moment onderwerp van beraad en gesprek. De algemene dienstverleningsbijdrage 2021 die Aalsmeer betaalt bedraagt afgerond € 17 miljoen; 11. De laatste jaren is de hotelcapaciteit in Amstelveen zeer sterk gegroeid. In samenhang hiermee is de opbrengst toeristenbelasting in de meerjarenbegroting sterk toegenomen, waarbij ook rekening is gehouden met een tariefaanpassing richting regionaal tariefniveau. Vanwege de coronapandemie is de geraamde meeropbrengst tot en met 2022 incidenteel geschrapt (€ 1,1 miljoen); 12. De “leeftijdsopbouw van de Amstelveense wijken” betekent dat de lasten van beheer en instandhouding van de bestaande fysieke leefomgeving gaandeweg zullen toenemen. Gezonde vertrekpositie, goede weerstandscapaciteit Tegenover grote risico’s staat een gezonde vertrekpositie, zeker in vergelijking met vele andere gemeenten6. Amstelveen heeft zowel incidenteel als structureel een goede weerstandscapaciteit. Amstelveen heeft reële mogelijkheden voor het opvangen van tegenvallers: a) Amstelveen beschikt over een acceptabele reservepositie. Ook na de vorming van het Lokaal Coronafonds is er nog steeds een buffer (ruim € 15 miljoen) voor calamiteiten in onzekere tijden.

Vrije ruimte voor omvangrijke nieuwe projecten is er in het licht van de huidige onzekerheden de facto niet. Wel is heroverweging, c.q. re-allocatie mogelijk van via eerdere besluitvorming toegekende, c.q. gereserveerde maar nog niet uitgegeven bedragen; b) Het bestaande Amstelveense beleid is niet in beton gegoten: de begroting bevat flexibiliteit, c.q. mogelijkheden om door andere keuzes te kunnen bijsturen op dreigende tekorten. Geschikt moment en instrument hiervoor is de opstelling van een nieuw CUP 22-26 in de loop van 2022, op een moment dat er ook meer duidelijkheid is over de financiële verhouding (gelden van het Rijk, Regeerakkoord) en de opgave waar we vervolgens nog voor staan. Het gaat dan om overwegingen en afwegingen of wij nog steeds de goede dingen doen in een veranderende samenlevingen en verschuivende prioriteiten. In het verleden terecht ingezet beleid kan nu minder nodig blijken. In tijden van schaarse middelen kan op onderdelen een stapje terug worden gezet ten faveure van nieuwe, noodzakelijke uitgaven. Ter voorbereiding hiervan leveren wij een dossier op met verdiepingsinformatie, die over de volle breedte van de begroting inzichtelijk maakt waar de gemeente de beschikbare middelen aan besteedt. Een vorige diepgaande begrotingsdoorlichting is inmiddels geruime tijd geleden is, zodat dit een zinvolle exercitie zou kunnen zijn;

6

Een bevestiging hiervan vormt een rapportage van BDO (januari 2021), waarin Amstelveen de maximale score behaald op een toetsing aan financiële kengetallen (blz. 4, 6 en 61) https://www.bdo.nl/BDO_NL/media/bdo/PDF/BDOBenchmark-Nederlandse-Gemeenten-2021.pdf?contactguid=5e2febec-2232-4c4c-81b75578e28b351c&utm_source=CRM&utm_medium=email&utm_content=PS_Benchmark_Gemeenten_20&utm_campaign=Mail_Rapport2020-04-20

Perspectiefnota 2022

pagina 26 c) Amstelveen kent volgens de geldende kengetallen een grote onbenutte belastingcapaciteit. Deels wordt dit vertekend door de relatief hoge WOZ-waarden in onze gemeenten, maar ook na eliminatie hiervan is de lokale lastendruk in Amstelveen vriendelijk. Zowel in absolute zin als in relatie tot het voorzieningenniveau. Dit is het resultaat van jarenlang consistente matiging van de lastenverhoging. Verhoging van de OZB is daarmee een serieuze, in alle redelijkheid te overwegen optie “als de nood aan de man komt”. Een duiding in die richting geeft ook de aanvaarde raadsmotie “Toekomstbestendig financieel beleid” (raadsvergadering 6nov19). De begroting 2021 kent een OZB-opbrengst van € 23,5 miljoen. 2.5.2. Openstaande agenda (p.m.-posten) Het profiel voor de komende jaren beperkt zich niet tot een risico-analyse, maar krijgt ook gezicht via de dynamiek van nieuw opkomende ambities en maatschappelijke verwachtingen, die landen in een zich voortschrijdend ontwikkelende beleidsagenda. Onderstaand overzicht van p.m.-posten pretendeert geen limitatieve en/of volledige inventarisatie te bieden, maar wel een goede indruk van dit totale palet. Een afzonderlijke behandeling van deze posten zou te ver voeren voor het bestek van deze Perspectiefnota. P.M.-POSTEN: RISICO'S & OPENSTAANDE AGENDA Nr. Omschrijving 0.

Toekomst samenwerking AA

1.

Rijkscompensatie na 2022 (div. posten) a) Sociaal domein, tekorten Wmo/Jeugdhulp b) Fysiek domein, klimaatakkoord/Duurzaamheid, Omgevingswet c) Financiële verhouding overig (accressen, opschalingskorting, verdeelmodel)

2.

Eenmalige posten, vervolg af te wegen bij CUP 22-26 a) gratis OV ouderen b) voortzetting lief&leed straten c) lokale media d) ondersteuning leerplicht e) Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie f) ondermijning g) adviseur subsidieverwerving h) Wob/Woo-expertise i) bestekken groen (incidenteel budget t/m na '22) j) plaagdierbestrijding k) inkoop en aanbesteding wagenpark

3.

Sociaal domein / open eind a) huiselijk geweld, verdere stijging aanvragen b) formatie Aveenloket (groei aanvragen) c) onafhankelijke cliëntondersteuning d) armoedepreventie e) hulp bij huish.; begeleiding/respijtzorg; coll. vervoer; hulpmidd.; woningaanp. f) nieuwe wet Inburgering

4.

Projecten a) onderwijshuisvesting/IHP b) beheer/inrichting A9/Oude Dorp, toekomst Stadshart c) transformatie Legmeer en Kronenburg, ontwikkeling De Scheg d) overige grote projecten

5.

Kunst en cultuur, beleidsagenda in brede zin a) strategische adv.capaciteit / stadsprogrammeur locatie ontwikkelingen b) herijking financieringsmodel culturele instellingen c) toekomst Stadshart incl. bibliotheek en C obra museum; museum Jan d) cultuureducatie in de wijken

6.

Overige ontwikkelingen a) veiligheid/beheer wegen versus behoud bomen b) assetmanagement en beheerplannen wegen, c.a.; nota civiele kunstwerken c) businesscase grondbank (businesscase) d) businesscase Publiekzaken e) toekomstige invulling verkiezingen f) toezicht bestaande bouw g) afvoer/opslag inboedel woningontruimingen h) portokosten

Perspectiefnota 2022

pagina 27 2.6. Technische actualisering (nominaal, areaal, WOZ) Deze paragraaf behandelt de begrotingsgrondslagen voor areaal en nominaal inclusief de hiermee samenhangende tariefindexatie (inflatiecorrectie). 2.6.1. Belastingcapaciteit De jaarlijkse hertaxatie WOZ is van belang voor de berekening van de OZB-tarieven én voor de hoogte van de algemene uitkering. Dit laatste maakt onderdeel uit van de uitwerking van de meicirculaire gemeentefonds. Ook in Hoofdstuk 4 Tarievenbeleid komt dit onderwerp aan de orde. 2.6.2. Areaal Areaaleffecten in de vorm van volumemutaties op de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering gemeentefonds, waaronder de actualisatie van de aantallen inwoners en woonruimten per 1jan21, zijn opgenomen in het voorstel structurele middelen (toelichting in paragraaf 3.4.15.). 2.6.3. Nominaal De conform staand beleid gehanteerde systematiek voor de nominale compensatie houdt het volgende in: 1. Voor een duurzaam reëel begrotingsbeeld is het van belang dat zowel de uitgavenbudgetten als de inkomstenbudgetten worden aangepast voor nominale ontwikkelingen (inflatie, c.q. loon- en prijsontwikkelingen). Het stelselmatig achterwege laten van indexering komt neer op sluipende, impliciete uitholling van de begroting. 2. Uitgangspunt is een onderscheid tussen loongevoelige en prijsgevoelige budgetten in de begroting.

De loonontwikkeling wordt verwerkt conform de CAO-maatregelen en de mutatie van de sociale lasten. De prijsontwikkeling wordt verwerkt op basis van de door het CPB periodiek gepubliceerde prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC), een hiervoor gangbare index. Ook de (output)subsidies vallen onder de prijsgevoelige budgetten. 3. De loon- en prijsontwikkeling wordt jaarlijks voortschrijdend geraamd en bijgesteld, voorcalculatorisch en nacalculatorisch. Dit betekent, dat de toegepaste compensatie rekening houdt met een nacalculatie over het achterliggende jaar, een eventuele bijstelling van het lopende jaar en een nieuwe prognose voor het komende jaar. 4. Aan de inkomstenkant geldt een algemene tariefindex, die het gewogen gemiddelde is van de loon- en prijsstijgingen. De weging vindt plaats op basis van de loon- en prijsgevoeligheid van de begroting. Op basis van de begrotingsvolumes bedraagt deze verhouding 1:1,45. Dit is de algemene systematiek die als regel wordt toegepast. Ook de indexeringsafspraak voor de dienstverleningsbijdrage van Aalsmeer sluit aan op deze systematiek. Een beperkt aantal begrotingsonderdelen kent een eigen, afwijkend regime. Dit betreft met name de verhuur van gebouwen/accommodaties door de gemeente. Dit is een eigenstandige, bedrijfsmatige activiteit.

De jaarlijkse huuraanpassing is, conform de bepalingen in de huurcontracten, gekoppeld aan de ontwikkeling van het C.B.S.-prijsindexcijfer uit het voorafgaande jaar. Met betrekking tot de geraamde loon- en prijsontwikkeling spelen verschillende ontwikkelingen: 1. Per 1jan21 stijgen de sociale lasten met afgerond 1,15%, met name door een stijging van de pensioenpremie. Deze stijging komt vrijwel overeen met de hiervoor in de begroting opgenomen reservering van 1%; 2. In afwachting van een nieuw af te sluiten cao vanaf 1jan21 is de loonontwikkeling 2021 én 2022 nog niet bekend. Na verwerking van de stijging sociale lasten is voor de cao-ontwikkeling 2021 nog 1,85% ruimte beschikbaar. Voor de loonontwikkeling 2022 (cao plus sociale lasten) is een reservering van 2,5% opgenomen conform de bestaande meerjarenbegroting; 3. Op basis van de CPB-cijfers (maart 2021) is een prijscompensatie 2022 opgenomen van 1,6%. Dit is inclusief een kleine nacalculatie 2020/2021 van 0,1%. Dit komt lager uit dan ingedekte 2% prijsstijging in de bestaande meerjarenbegroting; 4. De algemene tariefindex (inflatiecorrectie) voor 2022 komt uit op 2% als afgerond gemiddelde van 1,6% prijscompensatie en 2,5% looncompensatie.

Perspectiefnota 2022

pagina 28 2.6.4. Inzet stelposten areaal en nominaal De loon- en prijsontwikkelingen worden voor het eerstkomende jaar reëel op detailniveau in de begroting verwerkt. In de meerjarenbegroting wordt de nominale ontwikkeling trendmatig ingedekt via een stelpost nominaal. Daarnaast kent de begroting een stelpost areaal. De stelpost areaal heeft een tweeledig doel:  In de eerste plaats worden via deze stelpost schommelingen in volumemutaties op de maatstafgegevens van verdeelmaatstaven verevend. Enerzijds plussen en minnen tussen verschillende maatstaven, anderzijds verschillen in de tijd tussen de verwerking in het gemeentefonds van mutaties op macroniveau en op gemeenteniveau;  In de tweede plaats is er geen directe 1-op-1-relatie in tijd en omvang tussen areaaleffecten, c.q. autonome ontwikkelingen aan de uitgavenkant en aan de inkomstenkant. Deze stelpost biedt de mogelijkheid hier flexibel mee om te gaan. Een positief areaaleffect aan de inkomstenkant wordt via deze stelpost gereserveerd en de inzet verloopt als regel via integrale afweging bij de Perspectiefnota. De stelposten nominaal en areaal zijn belangrijke stabilisatoren om schommelingen in en tussen jaren in de technische begrotingsgrondslagen en autonome ontwikkelingen op te vangen, c.q. te dempen. De structurele voorstellen in deze Perspectiefnota beperken zich zoveel mogelijk tot autonome ontwikkelingen.

Een belangrijk deel hiervan betreft hogere bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de actualisering van inwoneraantallen waarin sprake is van nominale effecten en areaaleffecten. Als dekkingsmaatregel bevat deze Perspectiefnota de inzet van de stelposten nominaal en areaal. Daarin zijn ook de nog te dekken kapitaallasten van het investeringsplan maatschappelijk vastgoed meegenomen (paragraaf 2.4.3.). Het financieel totaaloverzicht in paragraaf 2.1.3 zet dit op een rij. De ruimte binnen deze stelposten, inclusief het positieve effect van de hiervoor genoemde meevallende prijsontwikkeling, is hiermee geheel benut. Het gaat om afgerond € 0,5 miljoen in 2021, € 1,2 miljoen in 2022 tot en met 2024 en € 1,5 miljoen structureel vanaf 2025. De mei- en septembercirculaire gemeentefonds zijn de reguliere ijkmomenten om de grondslagen voor nominaal en areaal opnieuw te bezien in samenhang met de ontwikkeling van (de nominale grondslagen in) het gemeentefonds. Daarnaast is in de huidige situatie ook de totstandkoming van een nieuwe cao een belangrijk ijkmoment, zij het dat onbekend is wanneer die nieuwe cao er zal zijn. Voorstel 4 Ten aanzien van de nominale compensatie in de begroting 2022 rekening te houden met een prijscompensatie van 1,6%, een looncompensatie van 2,5% en een tariefindex van 2%.

Voorstel 5 Ter dekking van de extra structurele lasten in deze Perspectiefnota de stelpost areaal structureel te verlagen met € 245.000 met ingang van 2021 en de stelpost nominaal te verlagen met € 283.000 in 2021, met € 970.000 in 2022 en met € 1.222.000 structureel vanaf 2025 cf. het overzicht in paragraaf 2.1.3. sub. c3).

Perspectiefnota 2022

pagina 29 3. Projecten en vermogenspositie 3.0. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet (Ow) is een omvangrijke en complexe stelselwijziging die grote impact heeft op de rol, verantwoordelijkheden, beleids- en regelruimte van lokale overheden, en daarmee ook op de lokale gemeentefinanciën. Tegelijk met de invoering van de Ow hebben we te maken met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Ook deze stelselwijzing betekent een verandering van onze rol en verantwoordelijkheid in toetsing en handhaving. Dat komt doordat de kwaliteitsborging (o.a. toetsing op bouwbesluit) niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd maar door een externe kwaliteitsborger. De gemeente houdt wel een verantwoordelijkheid voor de kwaliteit. De stapsgewijze invoering van deze wet heeft ook impact op de financiën van Amstelveen. Bij brief van 27 mei 2021 heeft de Minister van BZK aangegeven de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet met een half jaar te willen verplaatsen van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Na de zomer wordt een nieuw Koninklijk Besluit met de datum van 1 juli 2022 aan de Kamers voorgelegd. De inwerkingtredingsdatum van de Wkb schuift dan ook op naar 1 juli 2022. De Omgevingswet is een volledig nieuw wettelijke kader dat het gros van alle regels en wetten rond de inrichting van de fysieke leefomgeving vereenvoudigt, beter op elkaar afstemt en integreert.

De Omgevingswet reduceert het aantal regels voor de leefomgeving: van 26 wetten gaan we terug naar één wet. De Omgevingswet kent twee maatschappelijke doelen: 1. een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; 2. de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn o.a. de regels inzichtelijker maken, voorspelbaarder maken en toegankelijker maken, maar vooral ook sneller beslissen. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor maatschappelijk initiatief. De samenleving verandert. Inwoners en ondernemers zijn mondiger. Dat vraagt van ons een meer faciliterende houding, sneller werken en vooral meer in samenhang werken, Dat sluit naadloos aan op onze organisatiefocus van Snelheid, Bereikbaarheid en Samenhang (SBS). Het was de verwachting vanuit het Rijk dat de stelselherziening ook zou leiden tot financiële besparingen voor de maatschappij als geheel. De eerste macro economische berekeningen geven aan, dat de gevolgen van deze wetswijziging financieel gezien niet zonder meer positief uitvallen voor de gemeente. Het is aan lokale overheden - en daarvoor is de decentrale ruimte bedoeld - om een eigen afweging te maken op basis van politiek bestuurlijke verantwoordelijkheid in de lokale context.

Het effect daarvan kan dan zowel financieel gunstig als financieel minder gunstig zijn. Voor elke gemeente is het dan ook van belang individueel te bekijken wat of de invoering van de Omgevingswet, afgezet tegen de keuzes die gemaakt worden, alles bij elkaar genomen, financieel positief of negatief zal uitwerken. Er worden een drie scenario’s uitgewerkt voor Amstelveen om een 1e beeld te becijferen van de structurele financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet. De scenario’s die worden uitgewerkt zijn: 1. Basisscenario met verandering in rijksregels zonder gebruik te maken van decentrale beleidsruimte 2. Plus scenario met gebruik van decentrale beleidsruimte niet financieel gedreven 3. Plus scenario met gebruik van decentrale beleidsruimte wel financieel gedreven. Door het college wordt als uitgangspositie gesteld dat de dienstverlening op orde moet blijven. De financiële consequenties die voortkomen uit de uitwerking van de scenario’s en de hierbij horende afwegingen, worden meegenomen in het CUP 22-26.

Vooruitlopend op dit laatste hebben we, voor een goede voortgang van de noodzakelijke werkzaamheden, in het voorstel eenmalige middelen vier incidentele posten opgenomen voor een participatie adviseur ruimtelijke ontwikkelingen(€ 100.000), een adviseur gezondheid Omgevingswet (€ 124.000), een teamleider Omgevingsplannen en –vergunningen (€ 111.000) en een accountmanager Omgevingsdienst (€ 75.000).

Perspectiefnota 2022

pagina 30 3.1. Grote woningbouwprojecten: Legmeer, Kronenburg, De Scheg 3.1.0. Algemeen De achterliggende jaren hebben we een bijstelling van het financieel beleid ingezet, waarmee we anticiperen op het opdrogen van de stroom van winstgevende grondexploitaties door uitleggebieden, en het gaandeweg ouder worden van de bestaande wijken en voorzieningen. De oplopende beheeropgave vanwege de veroudering van de bestaande bebouwing betekent echter geen omslag van ontwikkelgemeente naar beheergemeente. Mede door ligging in een dynamische regio zijn en blijven er vele ontwikkelingen in de stad gaande. Die nieuwe ontwikkelingen zijn in veel gevallen “van grijs naar grijs” en niet langer “weiland naar bouwgrond”. Vanuit financiële optiek een geheel andere werkelijkheid: complexer en risicovoller en niet budgetneutraal, laat staan winstgevend, zeker met inachtneming van de dekking van bovenwijkse voorzieningen. Ook afwegingen om bij grondexploitaties de inhoudelijke invulling zwaarder te laten wegen en opbrengstmaximalisatie minder leidend te laten zijn beperken de (potentiële) inkomstenstroom. Concreet spelen in Amstelveen op dit moment drie langjarige projecten die qua omvang en complexiteit een grote impact hebben: bedrijventerrein Legmeer, Kronenburg en De Scheg. Deze paragraaf geeft een korte schets van deze projecten. 3.1.1.

Legmeer Op 27 mei 2020 stelde de gemeente de ontwikkelvisie Legmeer vast. Dit betreft de transformatie van een (gedateerd, door woonwijken ingeklemd) bedrijventerrein in een hoogwaardig, stedelijke woon- en verblijfomgeving. Onderdeel van de business case Legmeer was een aanvraag voor een subsidie van de Woningbouwpimpuls vanuit het Ministerie van BZK. Nadat de eerste aanvraag was afgewezen heeft de gemeente Amstelveen haar aanvraag in de tweede tranche toegekend zien worden voor een bedrag van € 9,2 miljoen. De gemeente houdt rekening met een eigen bijdrage van € 17,5 miljoen voor kosten projectorganisatie, nieuwbouw school en onrendabele top woningbouwprogramma. Met deze middelen stuurt de gemeente op de haalbare businesscase in de uitwerking naar het bestemmingsplan en exploitatieplan voor deze gebiedsontwikkeling. Het totale project is 30 ha groot en kent een programma van circa 3.500 woningen en circa 100.000 m² bvo voorzieningen. Om het ontwikkeltempo voor de woningbouwimpuls van start bouw van 2.157 woningen in 10 jaar te kunnen halen, wordt een pragmatische ontwikkelstrategie uitgewerkt met daarin duidelijke ruimtelijke kaders voor de eigenaren in het gebied. Zodra het ontwerp bestemmingsplan en de proefverkaveling voor het gebied uitgewerkt zijn kan de grondexploitatie voor fase 1 aan de gemeenteraad worden aangeboden ter vaststelling.

Naar verwachting het vierde kwartaal 2021. Legmeer is een groot project, wat zich ook vertaalt in het risicoprofiel. Voor fase 1 zijn € 6 miljoen aan risico’s meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen bij de jaarrekening 2020. Voor de fase daarna (na 10 jaar) zijn de risico’s bepaald op € 3,5 miljoen, tot einde project. Parallel aan het uitwerken van de business case voor Legmeer wordt het risicobeheer uitgewerkt. 3.1.2. Kronenburg Op 8 mei 2019 stelde de gemeenteraad de gebiedsvisie Kronenburg-Uilenstede vast. Op Kronenburg is sprake van (gedeeltelijke) structurele leegstand van kantoren. Om het gebied leefbaar te houden en de leefbaarheid te vergroten is het wenselijk om te transformeren van monofunctioneel kantorengebied naar een multifunctioneel en dynamisch woon-werkgebied met innovatief klimaat. De manier waarop staat verwoord in de gebiedsvisie Kronenburg-Uilenstede. De gebiedstransformatie is aangewezen als sleutelproject binnen de MRA in het kader van de versnellingsopgave woningbouw. De transformatie draagt bij aan het terugdringen van het tekort aan studentenhuisvesting in de regio. Herontwikkeling in het perspectief van “Nederland kennis- en innovatieland” – tot een veelzijdig stedelijk milieu met (tijdelijk) wonen en werken- draagt bij aan de concurrentiepositie van Amstelveen als kantorenlocatie en is daarmee een stimulans voor de werkgelegenheid.

Perspectiefnota 2022

pagina 31 Om bovenstaande ambitie te bereiken is voor het gebied Uilenstede-Kronenburg een bestemmingsplan (en beeldkwaliteitsplan) opgesteld. Het totale bestemmingsplangebied is ca. 25 ha. groot. Het bestemmingsplan maakt - naast een conserverend gedeelte -2.500 studentenappartementen (onder tijdelijke bewoning middels campuscontracten) in de sociale huur, 1.580 extended stay appartementen, ca. 11.000 m2 aan extra kantoorruimte, ca. 3.200 m2 aan commerciële voorzieningen, 1600 m2 aan maatschappelijke voorzieningen en 2.730 m2 aan sportvoorzieningen mogelijk. Vanwege bovenstaand maatschappelijk belang en de genoemde versnellingsopgave woningbouw, is er sprake van pro-actief faciliterend grondbeleid. Voor de ontwikkelingen zijn facilitaire en actieve grondexploitaties opgesteld, op basis van de gemaakte kostenverhaalafspraken met de betrokken exploitanten/eigenaren in het gebied, met een voor de gemeente sluitende business case. Omdat de gemeente een maatschappelijk belang heeft bij de gebiedstransformatie Kronenburg zijn gemeente en marktpartijen een risicoverdeling overeengekomen in het kostenverhaal, inhoudende dat 2/3 van de kosten wordt afgedekt door bankgaranties. Rekening houdend met risico beperkende maatregelen bedraagt het netto risico voor de gemeente van de gedeeltelijke bankgarantie afgerond € 1 miljoen. 3.1.3.

De Scheg Op 30 september 2015 heeft de gemeenteraad de Ontwikkelvisie Scheg Noorder Legmeerpolder vastgesteld met ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van dit woongebied. Naar aanleiding van het Luchthavenindelingsbesluit in 2017 is de 20Ke-contour in zuidelijke richting opgeschoven. Het woonprogramma is gericht op aansluiting bij de woningbehoefte in Amstelveen ter stimulering van de doorstroming op de woningmarkt. Dit heeft geleid tot vaststelling van het Ruimtelijk Raamwerk De Scheg door de gemeenteraad op 12 februari 2020. Het totale project is ca. 60 ha groot en kent een programma van totaal ca. 1.300 woningen en een basisschool met aanvullende voorzieningen. De Scheg valt onder het Besluit Crisis- en herstelwet. Voor De Scheg Oost heeft het college eind 2019 een Afsprakenkader met de initiatiefnemer van dit deelgebied gesloten. Het programma voorziet in 172 woningen, grondgebonden en appartementen. Voor De Scheg West is eveneens een stedenbouwkundig plan door initiatiefnemers en in samenspraak met de gemeente opgesteld. Eén en ander vormt de basis voor het opstellen en in procedure brengen van een voorontwerpbestemmingsplan. Voor De Scheg Midden ligt het initiatief eveneens bij een private partij. Ook hiervoor wil de gemeente op korte termijn een voorontwerpbestemmingsplan opstellen en in procedure brengen.

Perspectiefnota 2022

pagina 32 3.2. Grote projecten mobiliteit en centrumontwikkeling 3.2.0. Algemeen: Financiële recapitulatie en voorgestelde besluitvorming De grote projecten Amstelveenlijn, A9 en Stadshart leggen tijdelijk een extra beslag op onze organisatie. Jaarlijks melden wij u de voortgang van de voorbereiding en realisatie en de stand van de diverse budgetten en kredieten. Waar nodig, c.q. wenselijk leggen wij nieuwe voorstellen aan u voor. De raad heeft laatstelijk in 2020 op basis van de Perspectiefnota 2021 en de Programmabegroting 2021 financiële middelen beschikbaar gesteld voor de extra kosten van de projectorganisatie en communicatie voor de periode tot en met 2024. Het vervolg na 2024 kan worden betrokken bij de opstelling van het CUP 22-26. Investeringen Voor de Amstelveenlijn is sprake van nazorgmaatregelen. Indien de nog beschikbare middelen mogelijk ontoereikend zijn, zullen wij hiervan in het 2e tijdvak 2021 melding maken. Voor de inpassing van de A9 verwachten wij een budget van € 6 à 8 miljoen benodigd te hebben. Hiervoor zullen in een later stadium, kredietaanvragen aan de raad worden voorgelegd. De inbedding hiervan is bij uitstek een onderwerp voor de brede afweging in het kader van het CUP 22-26. Dat laatste geldt ook voor de Stadshart.

Op dit moment is nog niet duidelijk welke investeringen in de openbare ruimte benodigd zullen zijn en welke grondopbrengsten gegenereerd worden in de grondexploitatie Stadshart die hiervoor kunnen worden aangewend. Voor het Stadshart wordt de inrit van de Schouwburggarage verplaatst, waarvoor uw raad bij de begrotingsbehandeling 2021 een budget van € 1,4 miljoen excl. BTW beschikbaar heeft gesteld. Toekomstige opgave structureel beheer en instandhouding (areaalvergroting) Anticiperend op de oplevering van de grote projecten nemen wij zo mogelijk deze collegeperiode de structurele inbedding van beheer en onderhoud van de nieuwe te realiseren gemeentelijke infrastructuur ter hand. 3.2.1. Projectorganisatie en communicatie (inclusief Engineering en Amstelveen InZicht) Projectorganisatie De kosten van de aansturing van de grote projecten binnen de gemeente, het programmamanagement, is structureel gedekt in de begroting. Verdere kosten van planbegeleiding worden waar mogelijk bij de externe opdrachtgevers belegd, maar vragen ook gemeentelijke middelen om de gemeentelijke belangen te waarborgen. Dit betreft strategie, kaderstelling, toetsing, advies, onderzoek, inpassing en communicatie. Het gaat daarbij om de functies technisch management, bereikbaarheidsregie, vergunningenmanagement, toetsen van BLVC-plannen, omgevingsmanagement en communicatieadvies.

Daarnaast is gemeentelijke inzet (engineering) nodig op de door derden te realiseren civieltechnische objecten van het A9-project die uiteindelijk in eigendom, beheer en onderhoud komen bij de gemeente. Voor het project A9 kunnen de ambtelijke kosten niet worden verhaald op Rijkswaterstaat omdat met de Staat der Nederlanden in 2014 een vaststellingsovereenkomst is gesloten waarbij de Staat de legeskosten en ambtelijke begeleidingskosten heeft afgekocht. Deze afkoopsom was ultimo 2020 uitgeput. De kosten tot en met 2024 zijn in de bestaande begroting opgenomen. Verlenging van de projectorganisatie en communicatie na 2024 wordt betrokken bij het CUP 22-26.

Perspectiefnota 2022

pagina 33 3.2.2. Investeringen: Stand van zaken planvorming en uitvoering Ombouw Amstelveenlijn Op 13 december 2020 is de tramlijn 25 in gebruik genomen. Het is de verwachting dat alle werkzaamheden uitgevoerd door het project van de Vervoerregio medio 2021 worden afgerond. Een aantal werkzaamheden wordt nog in 2021 in opdracht van de Vervoerregio Amsterdam uitgevoerd door onze Gemeente. De kosten van deze activiteiten worden grotendeels vergoed door de Vervoerregio. Het gaat in totaal om een bedrag van € 875.000 in 2021. In aansluiting op het project zijn enkele maatregelen wenselijk ten behoeve van een goede inpassing van de Amstelveenlijn in de omgeving. Deze werkzaamheden betreffen onder meer de inrichting van de groenvoorzieningen met wandelpaden en meubilair buiten de scopegrenzen, het opknappen van fiets- en voetgangerstunnels (o.a. Stadshart, Marne, Bovenkerkerweg), vernieuwing van verkeersregelinstallaties. Uw raad heeft hiervoor in 2020 een budget van € 250.000 beschikbaar gesteld. Over de inrichting van de middeneilanden van de rotondes bij de ongelijkvloerse kruisingen bij de haltes Kronenburg, Zonnestein en Sportlaan zijn nieuwe inzichten ontstaan. De middeneilanden hebben een afwerking met geel beton.

De omgeving ervaart deze inrichting als stenig en stedelijk en er is een nadrukkelijke wens om de middeneilanden van de rotondes een groene inrichting te geven, die aansluit bij het herstel van de groenvoorzieningen langs de Beneluxbaan. Ook vanuit het perspectief van de verkeersveiligheid op de rotondes is geadviseerd om de middeneilanden van een groene inrichting te voorzien, omdat door het beperken van overzicht op de rotonde er minder snel gereden zal worden door gemotoriseerd verkeer. De intentie is om de kosten voor het aanpassen van de zes middeneilanden bij de drie rotondes te dekken uit de middelen die in 2016 voor de Ombouw van Amstelveenlijn ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de definitieve afrekening in 2021 door de VRA zal plaatsvinden. Wij streven ernaar met deze middelen de aanpassingen te dekken. Meent In 2016 is bij het vaststellen van de realisatieovereenkomst over de Ombouw van Amstelveenlijn een motie aangenomen om bij de halte Meent een noordelijk toegang te realiseren om loopafstanden naar de halte Meent vanuit de wijken en werkbestemmingen te beperken. In opdracht van de Vervoerregio Amsterdam zal de gemeente Amstelveen deze motie in 2021 uitvoeren. Uithoornlijn Begin 2020 is de realisatie van de Uithoornlijn aanbesteed. De voorbereiding van de uitvoering (20222024) loopt.

Er zijn in 2019 afspraken met de VRA gemaakt over een bijdrage aan het viaduct over de N201 in 2023. A9 Aannemer VEENIX is in januari 2020 gestart met de uitvoering van het project A9 Badhoevedorp Holendrecht. Het project loopt door tot eind 2026. Na afloop van het project heeft de gemeente tot taak de aan de gemeente over te dragen overkappingen in te richten en alle gerealiseerde gemeentelijke objecten in beheer te nemen. Dit betreft met name de inrichting van de drie overkappingen Oude Dorp, Stadshart en Meander; de Bomenbrug, de Meanderbrug, de Colijnbrug en het rioolgemaal Keizer Karelweg. De overkappingen zelf worden aangelegd en gefinancierd door Rijkswaterstaat; de inrichting van de overkappingen komt ten laste van de Gemeente, waarbij zij aangetekend dat RWS groencompensatie financiert tot een maximum van € 1,1 miljoen (ex BTW). De inrichtingskosten ramen wij – zoals eerder gemeld - voorlopig op € 6 a € 8 miljoen, waarvan de inpassing kan worden betrokken bij het CUP 22-26, waarna te gelegener tijd kredietaanvragen kunnen volgen.

Perspectiefnota 2022

pagina 34 De inrichting van de overkappingen kan pas plaatsvinden na afronding van het project van Rijkswaterstaat; vanaf 2026. Alleen de groencompensatie langs de Van Hallweg, Meander en Parelvisserslaan kan reeds in 2024 worden uitgevoerd nadat de noordelijke rijbaan van de verdiepte ligging is opgeleverd en in gebruik is genomen. De groencompensatie vindt plaats door de gemeente ten laste van het budget van € 1,1 miljoen dat Rijkswaterstaat voor dit doel heeft gereserveerd. Het voorlopig ontwerp voor de inrichting van de overkapping Meander is gereed. De inrichtingskosten zijn begroot op €0,7 miljoen. (ex BTW). De eigenaar van het complex The Mayor heeft aan de gemeente een bijdrage verstrekt van 50% in de inrichtingskosten. Het inrichtingsplan voor de overkapping Oude Dorp wordt opgesteld als onderdeel van het project gebiedsvisie Oude Dorp. De gemeenteraad heeft bij de Perspectiefnota 2020 ingestemd om een budget van € 903.000 te reserveren binnen de reserve grote projecten voor beoogde verbetering van het ontwerp van de Bomenbrug. Circa de helft van dit bedrag (€ 432.000) is aangewend voor de financiering van een trap met lift aan de noordzijde van de Bomenbrug (toegevoegd aan het project bij raadsbesluit van december 2018).

Het resterend bedrag ad € 471.000 willen wij in 2021 ter beschikking stellen aan Rijkswaterstaat ter bekostiging van een aanpassing in het ontwerp van de verdiepte ligging die ten gunste komt van de helling van de Bomenbrug. Er zijn namelijk meerkosten ontstaan bij Rijkswaterstaat/aannemer VeenIX om te kunnen voldoen aan de door de gemeente gewenste ontwerpuitgangspunten voor wat betreft het hellingspercentage en de doorrijhoogte. De eis voor wat betreft de doorrijhoogte is vergroot van 3.65 naar 3.90 m omdat de elektrische bussen die tegenwoordig worden ingezet hoger zijn dan standaard bussen. Ter bekostiging van de meerkosten zullen wij aanspraak maken op een voor de Bomenbrug gereserveerd budget in de Investeringsagenda mobiliteit van de Vervoerregio. Wij ramen de bijdrage vanuit de VRA op € 432.000. Met Rijkswaterstaat wordt gewerkt aan een in 2021 te effectueren grondruil, waarbij een stuk grond van de Staat der Nederlanden nabij de Krijgsman wordt verworven ten behoeve van een structurele parkeeroplossing voor de daar gevestigde bedrijven en een stuk grond (sportveld) van het Keizer Karelcollege wordt afgestoten ten behoeve van door RWS te realiseren watercompensatie. Het KKC wordt hiervoor gecompenseerd via een grondruil met een stuk grond tussen het sportveld en de school.

Uit praktische overwegingen is overeen gekomen dat RWS (VeenIX) het bouwrijpmaken van dit perceel zal uitvoeren. De kosten en opbrengsten van al deze transacties worden verwerkt in een grondexploitatie met als taakstelling om te komen tot een sluitende begroting. Stadshart Voor de doorontwikkeling van het Stadshart zijn in 2017 ruimtelijke kaders opgesteld. De ruimtelijke kaders fungeren als toetsingskader voor de beoordeling van plannen van externe partijen zoals Unibail Rodamco Westfield (URW). Begeleiding en beoordeling van de planvorming vindt mede plaats door de ingestelde Adviesgroep Stadshart, waar de Stadsbouwmeester en een adviseur vastgoedontwikkeling deel van uitmaken. In 2019 heeft ons college aanvullend de concept Gebiedsvisie Traverse A9-Stadshart gepresenteerd. Deze zal naar verwachting in de loop van 2021 aan uw raad ter vaststelling wordt aangeboden, nadat er duidelijkheid is over de realisatie van een bioscoopcomplex. Een bioscoopcomplex is één van de pijlers van de Gebiedsvisie, net als het verplaatsen van de oprit van de Schouwburggarage, waarvoor u in 2020 een budget beschikbaar heeft gesteld van € 1,4 miljoen. De opzet is om het maken van de nieuwe oprit mee te nemen in het bouwplan van een bioscoopcomplex. De realisatie van een bioscoopcomplex heeft ook impact voor de inrichting van de Cultuurstrip.

In nauw overleg met de culturele instellingen wordt studie verricht naar de vernieuwing van de Cultuurstrip en de daarvoor benodigde financiële middelen.

Perspectiefnota 2022

pagina 35 De gedachte uitbreiding van de winkels aan de verlengde Rembrandtweg is vanwege de huidige marktomstandigheden voorlopig stop gezet. De beoogde herinrichting van de Rembrandtweg staat hiermee on hold en de financiële afweging tot herinrichting van de Rembrandtweg is aan het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad. Voor herontwikkeling van het Binnenhof, het Buitenplein, het voormalig warenhuis aan het Buitenplein en het leegstaande deel van het kantoorpand Handelsplein zijn plannen in een voorstadium. Wij volgen de insteek dat de plannen van de commerciële partijen voor de gemeente ten minste budgettair neutraal moeten zijn. Maar voor het niet-commerciële deel gaat dit niet op (Stadsplein, infrastructuur, culturele functies). De plannen daarvoor zijn nog onvoldoende uitgewerkt om te oordelen of gemeentelijke investeringskredieten benodigd zijn en zo ja, van welke omvang. Het vervolg kan worden betrokken bij de opstelling van het CUP 22-26. 3.2.3. Financiële totaaloverzicht 2020-2025 en voorgestelde besluitvorming Onderstaande overzichten zetten de cijfers op een rij behorend bij de hiervoor geschetste ontwikkelingen. Dit als basis voor het kunnen vaststellen van de actuele budgetten met dekking voor de verschillende uitvoeringskosten. eenmalig Projectorganisatie grote projecten

Totaal

2021

2022

2023

2024

Projectorganisatie en projectbegeleiding

410

1.900

590

490

410

- Projectorganisatie intern A9

150

50

50

25

25

- Engineeringskosten

900

250

250

200

200

- Vergunningenmanagement en toezicht A9

600

225

125

125

125

- Ontwerp inrichting overkapping A9

90

25

25

20

20

- Kaderstelling Stadshart algemeen

100

25

25

25

25

60

15

15

15

15

- Onvoorzien, o.a. (juridische) advieskosten Communicatie:

1.000

250

250

250

250

- Exploitatiekosten Amstelveen InZicht

800

200

200

200

200

- Overige communicatiekosten

600

150

150

150

150

- Inkomsten

-400

-100

-100

-100

-100

Totaal uitgaven

3.300

940

840

760

760

Totaal inkomsten

-400

-100

-100

-100

-100

2.900

840

740

660

660

Benodigd budget Beschikbaar budget Restant budget per 1 jan 2021 (in reserves grote projecten)

657

340

317

Reeds toegekend 2021-2025

2.240

500

340

700

700

Totaal reeds toegekend

2.897 0

83

-40

-40

2023

2024

2025

Nog toe te kennen budget (neutrale fasering)

3

eenmalig Uitvoering A9

Totaal

2021

2022

via exploitatie - Bijdrage RWS Bomenbrug (hellings%)

471

471

- Naar vooruitbetaalde bedragen

-471

-471

- Bijdrage RWS Meerkosten Bomenbrug

432

432

- Inkomsten VRA meerkosten Bomenbrug

-432

-432

- Groencompensatie A9

385

35

50

50

200

50

- Inkomsten groencompensatie van RWS

-385

-35

-50

-50

-200

-50

via kredietvotering - Aankoop woning Oude Dorp

0

- verrekening met reserves grote projecten

0

0

pm

Nog toe te kennen budget

0

0

0

0

pm

0

0

0

Perspectiefnota 2022

pagina 36

eenmalig Uitvoering Uithoornlijn

Totaal

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

0

via exploitatie Bijdrage verbreding viaduct N201

315

315

Bijdrage derden

-158

-158

Verrekening met reserves BTAZ

-158

-158

via kredietvotering - Uitvoering projecten

0

- Inkomsten

0

Nog toe te kennen budget

0

0

0

Uitvoering Amstelveenlijn

Totaal

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

eenmalig via exploitatie Uitgaven Nazorg

99

99

- Verrekening met reserve Amstelveenlijn

-99

-99

0

0

Inpassing Amstelveenlijn

250

250

Halte Meent

244

244

Groencompensatie

875

875

0

pm

-1.062

-1.062

SubTotaal via kredietvotering

Inrichting Middeneilanden Inkomsten - bijdrage Meent/groencompensatie - vooruitontvangen gemeente Amsterdam groencompensatie

-57

-57

- toegekend budget

-250

-250

Subtotaal

0

0

0

0

0

0

Nog toe te kennen budget

0

0

0

0

0

0

Totaal

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

0

eenmalig Stadshart via exploitatie - kwaliteitsverbetering Stadshart

69

39

30

- verrekening met reserve Stadshart

-69

-39

-30

0

0

0

Nog toe te kennen budget

Voorstel 6 Ten aanzien van het onderdeel grote projecten mobiliteit en centrumontwikkeling: de actuele budgetten met bijbehorende dekking voor de uitvoeringskosten 2021-2025 van de projecten A9, Uithoornlijn, Amstelveenlijn en Stadshart vast te stellen conform de overzichten in paragraaf 3.2.3;

Perspectiefnota 2022

pagina 37 3.3. Meerjarenprojectplan Buitenruimte 2021-2024 3.3.1. Algemeen In de raadsvergadering van 4 juni 2014 is het Uitvoeringsprogramma Infra-werken ingevoerd als nieuw instrument voor programmering en verantwoording op de onderdelen wegen, verkeer en riolen. Het instrument heeft als doel om een andere, levensduur verlengende en kostenbesparende werkwijze te faciliteren. Kern hiervan is een optimale inzet van middelen door ontschotting van budgetten, afstemming van projecten, alsmede een integrale en kritische beheerplanning. Daarbij is ook aandacht gegeven aan een consistente inbedding van dit instrument in de reguliere Planning & Control cyclus. Dit betekent concreet, dat op basis van de rekeningcijfers jaarlijks een geactualiseerd meerjarenprogramma wordt voorgelegd bij de daaropvolgende Perspectiefnota. Met ingang van 2018 zijn ook de vervanging van lichtmasten en renovaties op de onderdelen groen, water en spelrecreatie aan het uitvoeringsprogramma toegevoegd. Daarmee is de integrale werkwijze en afstemming verder uitgebreid. Hierom is de naam in 2018 gewijzigd in Uitvoeringsprogramma werken Buitenruimte Amstelveen. Vanaf 2019 is de naam “Meerjarenprojectenplan Buitenruimte” geïntroduceerd.

Het projectenplan geeft een doorkijk voor de komende vier jaar met de bril van nu op, is altijd indicatief en wordt regelmatig bijgesteld; in elk geval enkele keren per jaar, gelijk opgaand met de planning & control-cyclus. Het MPP geeft een doorkijkje naar de projecten die onderzocht en voorbereid worden, biedt de mogelijkheid om combinaties van werken te zoeken en geeft een beeld of de noodzakelijke en gewenste maatregelen passen binnen de financiële mogelijkheden die er zijn. Naarmate een project dichterbij komt in de tijd kunnen de benodigde maatregelen, kosten en planning beter worden ingeschat. Een andere reden om met een meerjarenprojectenplanning te werken, is dat veel projecten over meerdere jaarschijven verdeeld worden. Het projectbudget wordt dan ook over meerdere jaren gespreid. Het MPP bestaat sinds 2018 uit de volgende onderdelen: 1. wegen en kunstwerken 2. openbare verlichting 3. groen, water, spelen 4. verkeer 5. verkeersregelinstallaties 6. riolering 3.3.2.

Inhoudelijk De hoofdlijn van het programma voor de komende jaren is als volgt samen te vatten: onderhoud aan asfalt- en elementenverhardingen, kunstwerken en straatmeubilair reconstructie van woonwijken waarbij riolering en verharding wordt vervangen en direct functionele verbeteringen worden doorgevoerd op het gebied van klimaatbestendigheid, verkeer en groen vervanging van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties vervanging van beschoeiing en kunstwerken renovatie van gazons, oevers, beplantingsvakken, bomen en speelvoorzieningen projecten op het gebied van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling verbeteren van fietsroutes onderzoeken, inspecties en voorlichting

Perspectiefnota 2022

pagina 38 Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie In dezelfde raadsvergadering als de Perspectiefnota wordt het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie (UPMV) besproken. Verreweg het grootste deel van de maatregelen uit het UPMV kan worden gedekt uit de reguliere dotaties aan de buitenruimtereserves voor wegen, verkeer en verkeersregelinstallaties. Een groot deel van de dotatie aan deze reserves is bedoeld voor het op orde houden van het bestaande areaal. Er is beperkt ruimte voor kwaliteitsverbetering en functionele aanpassingen. Een uitzondering geldt voor het versneld verbeteren van fietsroutes in Amstelveen en voor het aanpakken van de meest urgente knelpunten in het wegennet. Hiervoor hebben wij aparte bedragen opgenomen in het voorstel eenmalige middelen in deze Perspectiefnota (totaal € 2 miljoen). Onder verwijzing naar het UPMV worden deze posten hieronder kort toegelicht. Versnelling kwaliteitsverbetering fietsroutenetwerk In de door de raad vastgestelde Mobiliteitsvisie Amstelveen 2020 is als een van de belangrijkste doelstellingen opgenomen om Amstelveen duurzaam bereikbaar te houden en actieve modaliteiten zoals de fiets, zo veel mogelijk te stimuleren. Op regionaal niveau is een uitgebreid en verfijnd fietsnetwerk vastgesteld, bestaande uit Metropoolregio-routes en Vervoerregionale routes.

De Metropoolregio, Vervoerregio en Amstelveen streven gezamenlijk naar kwaliteitsverbetering van de routes in dit netwerk en de Vervoerregio draagt hier substantieel aan bij. Deze fietsroutes voldoen in Amstelveen nog lang niet overal aan het gewenste kwaliteitsniveau van comfortabel en veilig doorfietsen: gesloten (rode) verharding, voldoende breed en verlicht, en fietsers voorrang. Momenteel worden fietspaden waar mogelijk en haalbaar gelijktijdig met groot onderhoud op het gewenste niveau gebracht, binnen de beschikbare financiële middelen. Uit de jaarlijkse dotatie van in totaal ongeveer € 5,5 miljoen aan deze reserves wordt nu gemiddeld één fietstraject per jaar à 5 ton bekostigd. De ambities uit de Mobiliteitsvisie vragen om meer snelheid in de gewenste kwaliteitsverbetering dan nu. Om de gewenste kwaliteit te bereiken, moeten we de komende 10 jaar meer meters maken: omvormen van tegels naar asfalt of beton, paden verbreden en beter verlichten waar mogelijk. Daarnaast willen we waar mogelijk kruispunten ombouwen naar rotondes, zodat fietsers en voetgangers voorrang krijgen én tegelijkertijd de doorstroming voor het overige verkeer verbetert. Hiertoe is in deze Perspectiefnota een eerste tranche van € 500.000 opgenomen. Het vervolg (9 jaar à € 500.000) kan worden betrokken bij de integrale afweging voor een nieuw CUP 22-26.

Aanpak urgente knelpunten in het wegennet De bereikbaarheid van de zuid- en oostzijde van Amstelveen staat ernstig onder druk, nu en in de toekomst. Dit heeft ook gevolgen voor de verkeersveiligheid. Hoe drukker kruispunten worden, des te meer kans er is op ongevallen met ernstige afloop, zeker als er veel langzaam verkeer gebruik maakt van de kruispunten. De bereikbaarheid en verkeersafwikkeling in deze delen van Amstelveen wordt steeds nijpender, onder andere door de recente vaststelling van het bestemmingsplan De Kegel en door toename van verkeer nu en in de toekomst door de stedelijke ontwikkeling bij De Scheg, BTAZ, Startbaan, Legmeer en nieuwbouwwijken in Aalsmeer. Binnen de bestaande financiële mogelijkheden is er onvoldoende ruimte om deze knelpunten aan te pakken. Dat geldt ten eerste voor de gewenste verdubbeling van de Bovenkerkerweg, inclusief verbetering van de kruising met de Nesserlaan. Deze maatregel is essentieel voor een goede bereikbaarheid van Amstelveen en was in 2018 al voorbereid. Door de ligging op een veendijk is die verdubbeling technisch moeilijk te realiseren. Een tweede en derde maatregel ten bate van de bereikbaarheid van Amstelveen zijn de verbetering van de verkeerssituatie in de schoolomgeving bij de Van der Hooplaan en de verbetering van de verkeerssituatie op de Oranjebaan.

Voor de genoemde projecten is met de huidige budgetten ruim € 4,5 miljoen te financieren via het MPP. Aanvullend benodigd budget voor de voorbereiding en realisatie van het pakket aan maatregelen is € 1,5 miljoen eenmalig, waarvan € 1,0 miljoen voor de verdubbeling van de Bovenkerkerweg en € 0,5 miljoen voor het verbeteren van de verkeerssituatie rond de scholen bij de Van der Hooplaan. Dit budget is opgenomen in deze Perspectiefnota. Voor de aanpak van de Oranjebaan ten bate van de doorstroming, veiligheid, oversteekbaarheid, fiets- en OV-kwaliteit is door herprioritering in het MPP voldoende budget gevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=e610acfc-fc6b-4538-9a7b-fcde1d463476