Integraal Huisvestingsplan deel II 2025-2039
Tekst van het document
Projecten & Advies, Vastgoed
Integraal Huisvestingsplan deel II – 2025-2039
Datum: oktober-2021 Opgesteld door: Anja van Leeuwen, Bert Kampman en Lotte ter Braak Z21-06694; D21-289785 100/F004/ICT
Pagina
1
2 van 48
Inleiding
Voor u ligt deel II van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs 2025-2039. Een IHP is een planningsinstrument dat meerjarig de opgave voor onderwijshuisvesting en de daarmee gemoeide kosten toont. 1.1
Aanleiding
Sinds 2016 zijn ontwikkelingen als (voorziene) toename van leerlingenaantallen, internationalisering en toekomstige groei van Amstelveen versneld. Omdat deze ontwikkelingen vragen om een meerjarige en integrale afweging, volstaat het niet jaarlijks een (jaar)programma voor onderwijshuisvesting vast te stellen. Door de verwachte toename van leerlingenaantallen in het primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) is vorig jaar voor de periode 2020-2024 een IHP opgesteld waarin de meest urgente huisvestingsvraagstukken zijn opgepakt. Belangrijke maatregelen die hierin een plek hebben gekregen, zijn: vervangende nieuwbouw De Akker en De Horizon (Landtong); verplaatsing School of Understanding (SoU) naar Pandora 4a-5; realisatie gymzalen en inrichting buitenruimte Hermann Wesselink College; uitbreiding en renovatie Keizer Karel College (KKC); uitbreiding schoolgebouw Amstelveen College; nieuwe onderwijsvoorziening in De Scheg. IHP deel I is gericht op een termijn van vier jaar. Voor IHP deel II wordt een langere horizon met een meer beleidsmatige insteek gehanteerd. 1.2
IHP deel II (2025-2039)
IHP deel II is gericht op de periode 2025-2039. Aangezien het niet mogelijk is om op dit moment de ontwikkelingen voor de komende achttien jaar te overzien, wordt dit IHP iedere vier jaar geactualiseerd. Om deze reden wordt in dit IHP nader ingezoomd op de (tussen)periode 2025-2028, maar wordt wel een vooruitblik voor de komende achttien jaar gegeven. Ondanks het programma blijft het van belang dat schoolbesturen hun huisvestingsaanvragen volgens de reguliere weg voor 1 februari blijven indienen. Op deze wijze kan tijdig ingespeeld worden op ontwikkelingen op basis van de meest actuele gegevens. In tegenstelling tot IHP deel I heeft IHP deel II een meer beleidsmatige insteek. Zoals in IHP deel I staat beschreven, vragen ontwikkelingen als internationalisering en de toekomstige groei van Amstelveen om een fundamenteler gesprek dat meer tijd vraagt. Door de ontwikkelingen in het afgelopen jaar op diverse gebieden, blijkt er meer tijd en ruimte nodig te zijn om alle inhoudelijke beleidsthema’s in IHP deel II volledig uit te werken. De PO-schoolbesturen gaan de komende twee jaar aan de slag met het definiëren van een visie op het onderwijs van de toekomst in Amstelveen waarin ook thema’s als internationalisering, groepsdoorbrekend werken, atelieronderwijs, IKC-ontwikkeling en passend onderwijs een plek krijgen.
Bepalend in dit IHP is de beleidsmatige insteek vanuit een gemeentelijk perspectief, waarin onderscheid wordt gemaakt in beleidsthema’s die betrekking hebben op de korte termijn (2021-2024) en beleidsthema’s die betrekking hebben op de lange termijn (2025-2039). Uitgangspunt is dat dit IHP een groeidocument is, een vervolgstap in het proces naar een beleidsrijk, meerjarig en gedragen IHP. Zodra de schoolbesturen (PO) in samenwerking met de gemeente een duidelijke toekomstvisie hebben neergezet, wordt deze opgenomen als belangrijk uitgangspunt voor de actualisatie van het huidige IHP in 2023/2024. Met behulp van deze visie op het onderwijs van de toekomst kunnen diverse beleidsthema’s, waaronder internationalisering, IKC-ontwikkeling geconcretiseerd worden. Ook voor de periode daarna blijft het van belang dat het IHP na vier jaar geactualiseerd wordt.
Pagina
1.3
3 van 48
Leerlingenprognoses
Onderdeel van het IHP is een vergelijking tussen de beschikbare capaciteit van een schoolgebouw en de benodigde capaciteit (ruimtebehoefte) op basis van het aantal leerlingen. Om de benodigde capaciteit te kunnen voorspellen zijn leerlingenprognoses essentieel. Belangrijk daarbij is dat leerlingenprognoses een modelmatige weergave is gebaseerd op leerlingenaantallen, bevolkingsontwikkelingen en woningbouwprognoses. Jaarlijks worden deze prognoses opgesteld, zodat een actueler beeld ontstaat van de leerlingenontwikkeling. De leerlingenprognoses voor het PO en VO zijn in april 2021 opgesteld met als uitgangspunten: teldatumgegevens per 1 oktober 2020; bevolkingsprognose per 1 januari 2021; woningbouwprognose per 1 januari 2021. Door de actualisatie van de woningbouwprognoses is in de leerlingenprognoses uitgegaan van een groei van 10.000 woningen in Amstelveen. Op dit moment is sprake van een discrepantie tussen deze leerlingenprognoses van de gemeente en de verwachtingen/gegevens van de scholen. Om helderheid te krijgen over de leerlingenprognoses wordt een onderzoek uitgevoerd naar de relatie tussen de voedingsgebieden en de postcodegebieden per school. De 1 oktobertellingen van 2021 zijn uitgangspunt voor dit onderzoek.
Een aandachtspunt daarbij is dat leerlingenprognoses niet als doel hebben om het huidige aantal leerlingen op scholen te verklaren, maar om de toekomstige ontwikkelingen te voorspellen. Belangrijk aandachtspunt blijft dat het leerlingenaantal van de taalscholen en Amstelland International School (AIS) lastig te voorspellen is.
1.4 Leeswijzer Het IHP is opgebouwd in 5 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk vormt de inleiding van het document. In hoofdstuk 2 staan relevante wettelijke kaders en in hoofdstuk 3 zijn relevante beleidsthema’s vanuit de gemeente Amstelveen uitgewerkt, gericht op de korte, middellange en lange termijn. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de uitkomsten van de ruimtelijke analyse per onderwijssector (voor het PO op wijkniveau). Binnen deze ruimtelijke analyse is een vergelijking gemaakt tussen de beschikbare capaciteit van de schoolgebouwen en de normatieve ruimtebehoefte per school. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat een overschot in capaciteit niet automatisch betekent dat meer leerlingen in het schoolgebouw opgevangen kunnen worden. Er kan ook sprake zijn van een inefficiënt gebouw. Daarnaast wordt beschreven welke opvang in of nabij PO-scholen aanwezig is per wijk en is een vergelijking opgenomen tussen de beschikbare gymcapaciteit en de behoefte aan bewegingsonderwijs in klokuren. In hoofdstuk 5 is de uitvoeringsagenda opgenomen. Deze uitvoeringsagenda vormt een samenvatting van de huisvestingsvraagstukken zoals beschreven in hoofdstuk 4, geclusterd in termijnen van vier jaar. Per termijn wordt vervolgens aangegeven op welke wijze de geformuleerde huisvestingsvraagstukken worden aangepakt/geadresseerd.
Tot slot wordt in hoofdstuk zes een financiële vertaling gemaakt van de uitvoeringsagenda.
Pagina
2
4 van 48
Wettelijk kader
Dit hoofdstuk brengt het relevante wettelijke kader in beeld. Een visie op onderwijshuisvesting houdt rekening met huidige en toekomstige wet- en regelgeving en wordt binnen de gestelde beleidskaders opgesteld. De visie zoals in het volgende hoofdstuk beschreven, biedt samen met wet- en regelgeving de basis voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Amstelveen op de korte, middellange en lange termijn. Naast de kaders voor onderwijs, zijn ook de kaders voor kinderopvang en zorg en welzijn van invloed op de inhoud van deze strategische visie. Wet- en regelgeving die medebepalend zijn voor deze strategische visie, zijn: Wet op het primair onderwijs (WPO); Wet op het voortgezet onderwijs (WVO); Wet op de expertisecentra (WEC); Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Amstelveen; Wet meer ruimte voor nieuwe scholen; Wet markt en overheid (heeft betrekking op huurbeleid); Regelgeving die van invloed is: Wet passend onderwijs; Wet kinderopvang; Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Participatiewet; Jeugdwet; Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool; Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod; Klimaatwet en Klimaatakkoord; In de navolgende paragrafen wordt een beknopte strekking van de relevante kaders uiteengezet.
2.1 WPO, WVO en WEC In de WPO, WVO en WEC is de verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen ten aanzien van onderwijshuisvesting geregeld. Per 1 januari 2015 zijn de WPO en de WEC gewijzigd. De wetswijzigingen houden in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen voor gemeenten is vervallen. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Naast de taakverantwoordelijkheid die schoolbesturen al hadden, hebben zij vanaf dat moment ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van onderhoud en (functionele) aanpassing van gebouwen. 2.1.1 Status IHP op landelijk niveau Eind 2016 is door de Commissie Nijpels – een bestuurlijke commissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), PO-Raad en VO-Raad – aan (destijds) staatssecretaris Dekker het Huisvestingsvoorstel verzonden. In dit Huisvestingsvoorstel hebben de partijen een voorstel gedaan richting het ministerie van OCW naar aanleiding van het rapport ‘de praktijk gecheckt’ (2016) van de Algemene Rekenkamer (ARK). De ARK heeft in dit rapport een aantal tekortkomingen in het bestaande huisvestingsstelsel gesignaleerd, waardoor gemeenten en schoolbesturen onvoldoende worden geprikkeld om publiek geld efficiënt en doelmatig in te zetten voor onderwijshuisvesting.
Pagina
5 van 48
Op 9 mei 2018 hebben de VNG en sectorraden een rapport uitgebracht waarin een voorstel wordt gedaan voor drie wetswijzigingen: -
de jaarcyclus (verordening) wordt aangevuld met een IHP met een looptijd van minimaal zestien jaar; renovatie (levensduur verlengend) wordt een onderwijshuisvestingsvoorziening en is daarmee een taak van de gemeente; schoolbesturen voor PO en (V)SO mogen zelf investeren in het gebouw als dit leidt tot een financieel voordeel.
De VNG, PO-Raad en VO-raad werken samen met minister Slob aan de aanbevelingen uit het onderzoek en verwerken deze in het wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit heeft minister Slob in juli 2020 aan de kamer laten weten. 2.2 Regelgeving passend onderwijs Sinds 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs in werking. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het PO, VO, SO en mbo. In de praktijk gaat het vooral om leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. Het doel van deze wet is dat meer leerlingen binnen de ‘reguliere’ scholen onderwijs zullen genieten, waardoor minder leerlingen aan het (V)S(B)O deelnemen. Ook dienen scholen maximaal toegerust te zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’ (toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, time-out ruimten/zorgruimten etc.). Dit heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassing van de regelgeving en/of vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. De conclusie van de evaluatie passend onderwijs is dat het aanbod voor leerlingen die extra hulp nodig hebben is verbeterd sinds de invoering van passend onderwijs, maar op te veel plekken nog niet goed genoeg is. Middels een kamerbrief d.d.
4 november 2020 kondigde minister Slob een verbeteraanpak aan, bestaande uit 25 maatregelen die leiden tot een verbetering van het passend onderwijs voor leerlingen, ouders en leraren. 2.3 Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van kindplaatsen gericht op voor- en vroegschoolse educatie. Per 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk van kracht. Deze wet zorgt ervoor dat peuterspeelzalen aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen als kinderopvang en dat peuterspeelzalen dezelfde juridische status krijgen als kinderopvang. Vanaf dat moment is de term ‘peuterspeelzaal’ vervangen door ‘peuteropvang’. Dit betekent dat ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen voor peuteropvang, mits zij hier recht op hebben. Voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag biedt de gemeente Amstelveen gesubsidieerde peuterplaatsen aan. Gelijktijdig met deze wet is ook de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) geïmplementeerd. Deze wet zorgt ervoor dat de kinder- en peuteropvang aan hogere kwaliteitseisen moeten voldoen dan voorheen verplicht was. Een deel van deze maatregelen is uitgesteld tot 1 januari 2023 (www.veranderingenkinderopvang.nl).
Eén van deze maatregelen die per 1 januari 2020 is ingevoerd, is de verhoging van het aantal uren voorschoolse educatie naar 960 uur in de periode 2,5 tot 4 jaar.
Pagina
6 van 48
2.4 Wmo, Jeugdwet en Participatiewet De gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 extra taken door drie grote decentralisaties. Het gaat om de overheveling van taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. De decentralisaties zijn een ontwikkeling naar een steeds grotere verantwoordelijkheid van de gemeenten. 2.5 Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool In juli 2017 is de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool door de Eerste Kamer aangenomen. Hiermee wordt de vorming van samenwerkingsscholen vereenvoudigd. 2.6 Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Het Wetsvoorstel meer ruimte voor nieuwe scholen is in de Tweede Kamer en Eerste Kamer aangenomen. Op 1 juni 2021 is de wet in werking getreden. De wet maakt het mogelijk om een school op een andere/eenvoudigere wijze te stichten. Wel blijft voor nieuwe scholen de stichtingsnorm van toepassing. 2.7 Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod Op 6 juni 2017 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt het eenvoudiger voor scholen om de richting om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen (dit heeft zowel betrekking op denominatie als op onderwijsrichting). Door deze maatregelen worden schoolbesturen beter in staat gesteld om te anticiperen op eventuele leerlingendaling.
2.8 Klimaatwet en Klimaatakkoord In de Klimaatwet is vastgesteld dat we in 2050 95% minder broeikasgassen moeten uitstoten ten opzichte van 1990. De inhoudelijke maatregelen gericht op de wijze waarop dit doel bereikt gaat worden, zijn in het Klimaatakkoord vastgelegd. In juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Voor de gebouwde omgeving (dus ook voor schoolgebouwen) geldt dat deze op basis van de afspraken in 2050 gasloos moet zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Dit is een enorme opgave voor gemeenten en schoolbesturen. Voor nieuwe gebouwen kan hierop geanticipeerd worden, maar ook de bestaande gebouwen moeten verduurzaamd worden om aan deze afspraken te kunnen voldoen. In het Klimaatakkoord wordt ook verwezen naar het wetsvoorstel dat in voorbereiding is om het opstellen van een IHP voor gemeenten verplicht te maken. Samen met de verplichting voor schoolbesturen om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen, biedt dit mogelijkheden om planmatig invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord te geven. 2.9 Conclusie Niet alleen het onderwijs, maar het gehele (sociale) domein is volop in ontwikkeling; nieuwe wetgeving en (uitvoerings)regels zijn in sommige gevallen nog maar recentelijk in werking getreden. Deze nieuwe regels vragen om een andere kijk op onderwijshuisvesting.
Een gevolg hiervan kan aanpassing van de onderwijshuisvesting, een wens tot het beter benutten van het aantal m² huisvesting en/of integrale samenwerking zijn.
Pagina
3
7 van 48
Relevante beleidsthema’s binnen de gemeente Amstelveen
3.1 Korte termijn (2021-2025) Internationalisering Internationalisering is binnen de gemeente Amstelveen een belangrijke ontwikkeling. Mede gezien de nabijheid van luchthaven Schiphol vormt de gemeente een aantrekkelijke vestigingsplaats voor internationale bedrijven, met als gevolg een groeiende internationale gemeenschap. Amstelveen telt drie particuliere internationale scholen, namelijk International school of Amsterdam (ISA), Amity International School en Florencius International School. Deze scholen ontvangen geen bekostiging van het Rijk en zijn gericht op kinderen van kennismigranten die tijdelijk in Nederland werken en wonen. Naast deze particuliere scholen is in september 2019 ook een door het Rijk bekostigde voorziening voor Internationaal Georiënteerd Basisonderwijs (IGBO) door Onderwijsgroep Amstelland opgericht. Deze IGBO is onder de naam Amstelland International School (AIS) gestart in De Overloop met drie groepen en is gericht op kinderen van kennismigranten die tijdelijk in Nederland werken en wonen. Ondanks de corona-crisis is het leerlingenaantal van AIS toegenomen en zijn er per september 2021 acht groepen in De Overloop gehuisvest. Het vervolg op het Internationaal Georiënteerd Basisonderwijs is het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO). De ontwikkeling van een IGVO aanbod speelt ook binnen de gemeente Amstelveen.
In schooljaar 2021-2022 is een International Crossover Class opgericht door het Hermann Wesselink College. Naast de internationale doelgroep die tijdelijk in Nederland verblijft, is ook sprake van een internationale doelgroep die zich voor lange tijd in Nederland vestigt. Deze doelgroep, bestaande uit onder andere kennismigranten, arbeidsmigranten en statushouders, wil hun kinderen laten deelnemen aan het Nederlandstalige onderwijs. Om deze leerlingen voor te bereiden op het Nederlandstalige onderwijs, hebben de schoolbesturen Amstelwijs en OG Amstelland zogenoemde ‘taalklassen’ opgericht. Binnen deze klassen krijgen kinderen intensieve voorbereiding op onderwijs in de Nederlandse taal, met als doel uitstromen naar regulier basisonderwijs. Voor beide vormen van onderwijs geldt dat in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Amstelveen en in de WPO geen uitgangspunten zijn vastgelegd met betrekking tot de normatieve ruimtebehoefte. Mede gezien de ervaren krapte binnen De Overloop, is het van belang voor zowel de gemeente als de schoolbesturen om hierover afspraken te maken. Deze afspraken met betrekking tot de huisvesting van de taalscholen zijn afhankelijk van de visie op het onderwijs van de toekomst, waarin de gewenste richting met betrekking tot het internationaal onderwijs nader wordt uitgewerkt.
De ontwikkelingen rondom het IGVO aanbod worden gevolgd. In dit IHP wordt geen rekening gehouden met de realisatie van extra huisvesting voor deze ontwikkeling. In hoofdstuk vijf wordt nader ingegaan op de huisvestingsontwikkelingen met betrekking tot het internationale onderwijs. IKC/kinderopvang Een Integraal Kindcentrum (IKC) is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waarbij sprake is van een intensieve samenwerking tussen het PO en de kinderopvang. Voor de gemeente Amstelveen zijn IKC’s een belangrijke ontwikkeling met betrekking tot de beleidsthema’s kansengelijkheid, het voorkomen van onderwijsachterstanden, preventie en
Pagina
8 van 48
vroege signalering en jeugdhulp. Naast deze meerwaarde op inhoudelijke thema’s heeft de IKC-ontwikkeling ook gevolgen voor onderwijshuisvesting. Er is in Nederland geen eenduidige definitie van een IKC en er is geen sprake van regelgeving die voorschrijft aan welke voorwaarden een kindcentrum moet voldoen. De gemeente Amstelveen heeft de overtuiging dat een IKC kan variëren in vorm, huisvesting en mate van samenwerking tussen onderwijs en opvang. Wel is een aantal voorwaarden van belang om de samenwerking tussen onderwijs en opvang als een IKC te bestempelen. Wat de gemeente Amstelveen betreft is sprake van een IKC wanneer minimaal aan de onderstaande kenmerken wordt voldaan: Binnen het IKC: -
-
wordt onderwijs en opvang aangeboden met als leidend principe een integraal aanbod tussen 07.00-19.00 uur; is sprake van een gezamenlijke visie tussen onderwijs en opvang op leren, ontwikkelen en samenwerken; is sprake van doorgaande leerlijnen en doorgaand ouderbeleid; is er, naast de samenwerking tussen opvang en onderwijs, ook samenwerking en afstemming binnen een netwerk in de wijk met andere kinderopvangpartijen, andere scholen alsook jeugdhulpverlening, wijkpartners en GGD; zijn de visie, samenwerkingsafspraken en huisvestingsafspraken in een overeenkomst vastgelegd. Deze samenwerkingsovereenkomst kent dezelfde looptijd als de huurovereenkomst en beschrijft wat de procedure is bij het niet (kunnen) nakomen van afspraken.
De gemeente heeft niet als doel om alle scholen tot IKC’s door te ontwikkelen, maar wil vanuit een beleidsmatige insteek de focus leggen op een aantal locaties waar voorschoolse educatie kan worden aangeboden of nieuwbouwlocaties. In overleg met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties wil de gemeente komen tot een gezamenlijk beleid op het gebied van IKC-ontwikkeling. De gemeente kiest hierbij voor een regierol vanuit haar verantwoordelijkheid voor onderwijsachterstandenbeleid, jeugdhulp en welzijn en een faciliterende rol vanuit haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het is aan de schoolbesturen en kinderopvangpartijen om gezamenlijk inhoud aan deze ontwikkeling te geven die door de gemeente zo optimaal mogelijk wordt gefaciliteerd. Ondanks dat het voor een IKC niet noodzakelijk is, is vaak het streven bij een IKC om onderwijs en opvang onder één dak te huisvesten. Om dit vorm te geven is bij verschillende nieuwbouwprojecten extra capaciteit gerealiseerd ten behoeve van de kinderopvang. Hierbij investeert de gemeente in huisvesting voor een ‘private’ partij en is de Wet markt en overheid van toepassing. Het uitgangspunt vanuit de gemeente Amstelveen is dat het schoolbestuur aan zet is voor wat betreft de keuze voor een opvangpartner (hele dagopvang en BSO) en dat de gemeente aan zet is als eigenaar voor wat betreft het vastgoedbeheer.
Hierbij is gewenst dat de ‘inhoud’ leidend is en dat huisvesting c.q. vastgoed faciliterend is. Om inhoud en huisvesting op elkaar te laten aansluiten, is het van belang dat de keuze voor een kinderopvangpartij door het schoolbestuur wordt afgestemd met de gemeente alvorens tot een samenwerkingsovereenkomst over te gaan. Als het gaat om de keuze voor een opvangpartner voor halve dagopvang met VE en peuterarrangementen is de gemeente ook inhoudelijk gesprekspartner. In overleg met de schoolbesturen wordt nader besproken hoe en waar deze VE- en peuterarrangementen worden georganiseerd in combinatie met/in aansluiting op het onderwijsachterstanden beleid. Het streven is om op locaties waarbij sprake is van onderwijsachterstanden samen te werken met een opvangaanbieder die ook VE- en peuterarrangementen aanbiedt. In de volgende paragraaf zijn de beoogde uitgangspunten ten aanzien van de eigendomssituatie en het huurbeleid beschreven.
Pagina
9 van 48
Huurbeleid Steeds vaker komt het voor dat binnen een nieuwbouwproject voor onderwijs, zowel onderwijs, kinderopvang als sport onder één dak worden gerealiseerd. Meerdere gebruikers in een gebouw leidt tot de behoefte aan nadere afspraken met betrekking tot de eigendomssituatie en beheer & exploitatie. Hierbij geldt dat de gemeente Amstelveen ‘inhoud’ vooropstelt (lees: samenwerking en integraal aanbod) en dat vastgoed een middel is om dat zo maximaal mogelijk te faciliteren. Het beoogde uitgangspunt is dat de gemeente Amstelveen het gebouw als eigenaar in delen aan de diverse instellingen ‘verstrekt’. Door te werken met één eigenaar wordt voorkomen dat per gebouw een entiteit (bijvoorbeeld een VvE) dient te worden opgericht met bijbehorende taken en verantwoordelijkheden. De gemeente Amstelveen wil het eigenaarschap zo eenduidig mogelijk organiseren voor het gemeentelijk vastgoed. Omdat binnen IKC’s het onderwijs de hoofdgebruiker is, is het uitgangspunt dat de gemeente zelf eigenaar is van het gehele gebouw. Voor het onderwijs zal gebruik worden gemaakt van de bruikleenmethode c.q. ingebruikgeving. Dit betekent dat de ruimten voor het onderwijs door de gemeente in bruikleen aan de scholen worden gegeven.
De gemeente investeert aanhuurovervullend in de ruimten voor kinderopvang en eenkomst deze ruimten worden op basis van het standaardmodel van de Raad voor Onroerende Zaken voor de verhuur van bedrijfsruimte, het bruikleenhuuroverzogenaamde ROZ-contract, door de gemeente overeenkomst eenkomst aan de kinderopvangpartij verhuurd. Vanuit de Wet markt en overheid dient de kinderopvangpartij minimaal kostprijsdekkende huur voor deze kinderopvangruimten aan de gemeente te betalen. Voor de buitenschoolse opvang (bso) geldt dat zij volgtijdelijk van onderwijsruimten (deze ruimten vallen onder de WPO) of ruimten voor kinderdagopvang/voorschoolse educatie gebruikmaken. Het uitgangspunt is dat ruimten multifunctioneel ingezet worden. Indien de bso in onderwijsruimten wordt aangeboden, dient de bso-aanbieder onder marktconforme voorwaarden te huren, om zogenoemde (verkapte) staatssteun te voorkomen. Ook hierbij geldt dat de gemeente deze ruimten (in deeltijd) aan de kinderopvangpartij verhuurt, namelijk na schooltijd. De school maakt in dit geval van medegebruik, afspraken met de kinderopvangpartij over een exploitatievergoeding. Indien de bso-aanbieder van de kinderopvangruimten voor hdo/voorschoolse educatie gebruikmaakt, is sprake van multifunctioneel ruimtegebruik door één partij. Deze ruimten worden door de gemeente (voltijd) aan de kinderopvangpartij verhuurd.
Er is geen sprake van afspraken tussen de school en bso-aanbieder over een exploitatievergoeding.
Pagina
10 van 48
Deze aanpak resulteert in een geïntegreerd gebouw waarin onderwijs en opvang samenwonen. Een aandachtspunt hierbij is dat gemeenschappelijke afspraken moeten worden gemaakt over de wijze waarop het onderhoud wordt uitgevoerd en bekostigd. Het bovenstaande figuur geeft een grafische weergave van de voorgestelde (huur/gebruik)relaties. Indien onderwijs en opvang gaan samenwerken en -wonen in een (nieuw) gebouw en van gezamenlijke/multifunctionele ruimten gebruik gaan maken, dient een samenwerkings- en exploitatieovereenkomst tussen beide partijen te worden opgesteld. De samenwerkingsovereenkomst is leidend en kan niet ‘zomaar’ door één van beide partijen worden ontbonden. Aan de samenwerkingsovereenkomst is de huurovereenkomst tussen de gemeente en kinderopvang gekoppeld. Deze koppeling is niet juridisch verankerd, maar krijgt vorm door de termijnen op elkaar af te stemmen. Voor aanvang van het laatste termijnjaar van beide overeenkomsten gaan het schoolbestuur en de gemeente (en de kinderopvangpartij) in gesprek over een mogelijke verlenging van beide contracten. Indien de school de samenwerkingsovereenkomst tussentijds wil beëindigen, leidt dit niet direct tot verdringing van de kinderopvangpartij uit het gebouw aangezien de gemeente een huurovereenkomst met de kinderopvangpartij heeft afgesloten binnen de gezamenlijk afgesproken termijn.
Belangrijk is dat dit uitgangspunt enkel voor kinderdagopvangruimten geldt, dus ruimten die alleen voor kinderdagopvang/voorschoolse educatie/hdo worden ingezet. Indien de bso mede van onderwijsruimten (multifunctioneel ruimtegebruik binnen ruimten WPO) gebruikmaakt, geldt dat op het moment dat de samenwerkingsovereenkomst wordt beëindigd ook de huurovereenkomst wordt beëindigd. Voordat overgegaan wordt tot beëindiging van de overeenkomsten is het van belang dat vooraf in gezamenlijk overleg is onderzocht in hoeverre de ervaren knelpunten kunnen worden opgelost. De gemeente kan hierin een bemiddelde rol spelen. Het is gewenst om de uitgangspunten in de bestaande situaties op de uitgangspunten bij de nieuwbouw situatie te laten aansluiten. Dit betekent dat de gemeente een huurovereenkomst met de kinderopvangpartij afsluit en het schoolbestuur een samenwerkingsovereenkomst (inclusief beheer- en exploitatieafspraken) met de kinderopvangpartij afsluit indien van gezamenlijk ruimtegebruik sprake is. De eerste pilot met betrekking tot het vernieuwde huurbeleid is per 1 augustus 2021 in samenwerking met Hestia en de School of Understanding (SoU) gestart. De onderwijsruimten in Pandora 5 worden na schooltijd door de gemeente aan Hestia verhuurd. Hestia en de SoU hebben gezamenlijk afspraken over beheer en exploitatie gemaakt.
Bewegingsonderwijs De volgende onderdelen zijn van belang wat betreft het bewegingsonderwijs in de gemeente Amstelveen: Voor wat betreft het aantal klokuren bewegingsonderwijs gelden de beleidsregels uit de verordening als uitgangspunt. Een reguliere basisschool heeft recht op 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per week per groep leerlingen van 7 jaar en ouder. Het schoolbestuur mag meer uren bewegingsonderwijs bieden, mits het rooster daar ruimte voor biedt (opgesteld door AmstelveenSport). De kosten van de extra uren, bovenop de klokuurvergoeding, zijn voor rekening van het schoolbestuur. Indien de school in leerlingenaantal groeit, er meer behoefte aan bewegingsonderwijs ontstaat en dit precies binnen het beschikbare aantal uren van het betreffende gymlokaal past, kan de school geen aanspraak op het extra aantal klokuren dat zij zelf heeft gefinancierd maken. Met andere woorden: de leerlingenprognose is het uitgangspunt voor de realisatie van extra ruimte voor bewegingsonderwijs. Uitgangspunt daarbij is dat de beschikbare gymcapaciteit zo efficiënt mogelijk ingezet wordt, zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt
Pagina
-
11 van 48
van de voorzieningen voor bewegingsonderwijs (zowel voor het voldoen aan de wettelijk verplichting van 1,5 klokuur=2 lesuren per groep als voor de extra behoefte aan gymcapaciteit). Specifiek voor VO-scholen: multifunctioneel gebruik van de sportvoorziening. Specifiek voor SBO De Bloeiwijzer: extra impuls voor kinderen uit de buurt in het kader van het amendement ‘gezonde jongeren bewegen meer’.
Duurzaamheid en modulair bouwen Amstelveen heeft als doelstelling om te investeren in een circulaire economie en in 2040 als stad onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Dit betekent dat in dat jaar alle energie die in Amstelveen gebruikt wordt, van hernieuwbare energiebronnen afkomstig is (van binnen of buiten de gemeentegrenzen). De drie hoofdlijnen: energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie, vormen de basis waarop Amstelveen de verduurzaming van de stad aanpakt (zie PLECK 2.0, gemeentelijk beleidsdocument, voor meer informatie). Daarnaast geldt dat in het klimaatakkoord afspraken zijn gemaakt om de gebouwde omgeving (dus ook schoolgebouwen) in 2050 gasloos te laten zijn. De gemeentelijk werkgroep Duurzaam Bouwen is bezig om de overall ambities van de gemeente Amstelveen met betrekking tot duurzaam bouwen in beeld te brengen inclusief de daarbij behorende inspanningen. Voor onderwijshuisvesting geldt dat sprake is van een split incentive. De gemeente financiert in nieuwbouw, verbouw of renovatie van onderwijshuisvesting en het schoolbestuur betaalt als gebruiker de energielasten. Dit maakt dat verduurzaming van het vastgoed een gezamenlijke verantwoordelijkheid is voor de gemeente en schoolbesturen. Bij de realisatie van nieuwe schoolgebouwen wordt minimaal aan de eisen uit het vigerende Bouwbesluit voldaan.
Dit betekent dat bij alle nieuwbouwprojecten minimaal BENG (Bijna Energie Neutrale) gebouwen worden gerealiseerd. Op 18 november 2020 is de motie modulair bouwen door GroenLinks, bbA, D66, AVA en CDA ingediend. In deze motie wordt het college opgeroepen om te onderzoeken waar voor onderwijshuisvesting in Amstelveen kansen liggen om modulair te bouwen en een visie op modulair bouwen in het IHP mee te nemen. Ook wordt het college in de motie opgeroepen om in het IHP concreet aan te geven waar modulair gebouwd kan en gaat worden. Modulair bouwen kan op uiteenlopende wijzen gedefinieerd en geïnterpreteerd worden. Vanuit de ‘bouwwereld’ bezien is modulair bouwen een flexibel bouwsysteem, bestaande uit vaste modules, die een marktpartij compleet levert. De module (bijvoorbeeld een type woning zoals HUF-haus) is compleet uit geëngineerd en wordt in de fabriek in elementen gemaakt (compleet met afwerking) en vervolgens op de bouwplaats afgemonteerd. De klant heeft een beperkt aantal opties en keuzemogelijkheden om de module te wijzigen. Voordelen van modulair bouwen zijn het verhogen van het bouwtempo en de standaardisatie waarmee de kosten laag kunnen blijven. In de scholenbouw zijn er op dit gebied voor tijdelijke huisvesting diverse mogelijkheden beschikbaar. Voor permanente huisvesting zijn deze mogelijkheden beperkter.
Vanuit onderwijs is een school elke keer qua indeling en opzet anders dan wel wordt dit als zodanig beleefd waardoor, de module benadering in veel gevallen niet van toepassing is en er sprake is van ‘one-off-a-kind’ opgave. In het land is een aantal initiatieven in ontwikkeling of reeds ontwikkeld waarbij in meer of mindere mate sprake is van een ‘standaard’-school dan wel een structuur die mogelijk maakt om verschillende indelingen toe te kunnen passen (lokalen aan een gang of leerpleinen met kleine werplekruimten) die ook makkelijk uit te breiden en te verkleinen is. Deze ontwikkeling wordt momenteel nog beperkt aangeboden in de markt.
Pagina
12 van 48
Modulair bouwen kan ook gezien worden als een bouwconcept. De kern van dit concept is een slimme hoofddraagstructuur die de gevraagde flexibiliteit mogelijk maakt. Binnen de hoofddraagstructuur c.q. het stramien is de vrijheid om de indeling zo te maken die aansluit bij de visie op onderwijs. Het stramien kent een compacte opzet (meerdere lagen) en dan is vervolgens de vraag hoe ver de standaardisatie wordt doorgevoerd per project wat betreft gevelindeling/-opzet, installatietechniek, etc. In de visie van de gemeente Amstelveen op de toepassing van de soorten/typen modulair bouwen, speelt de termijn (factor tijd) een belangrijke rol. Korte termijn - tijdelijke huisvesting Bij het plaatsen van tijdelijke huisvesting voor de duur van twee tot vijf jaar, wordt standaard van een modulair bouwsysteem bestaande uit units gebruikgemaakt. Deze units worden gehuurd of gekocht en kunnen in een later stadium op een locatie elders weer worden ingezet. Lange termijn - permanente huisvesting Bij de realisatie van permanente gebouwen wordt het modulair bouwen als concept toegepast. Dit betekent dat vooraf wordt nagedacht over mogelijkheden m.b.t. de uitbreidbaarheid en flexibiliteit van nieuwe schoolgebouwen, zodat op groei of krimp en onderwijsvernieuwingen kan worden ingespeeld. Een recent project waarbij dit principe is toegepast, is de nieuwbouw van Landtong.
In het voorlopig ontwerp is reeds rekening gehouden met diverse mogelijkheden om het gebouw uit te breiden bij een toename van het leerlingenaantal. Het concept modulair bouwen kan vormgegeven worden door een gebouw op te bouwen uit standaard stramienen. Door te werken met vaste stramienen kan op meerdere wijzen invulling aan een zo flexibel mogelijk in te delen gebied (klaslokaal, leerplein, etc.) worden gegeven. Hierdoor kan bij een wijziging in de onderwijsvisie en/of het onderwijsconcept van een basisschool relatief eenvoudig een aanpassing in het gebouw worden gedaan, zodat het gebouw aansluit bij de visie van de school. Daarnaast kan het financiële voordelen opleveren. Een aandachtspunt is dat de uitbreiding van schoolgebouwen zo min mogelijk ten koste mag gaan van omliggend groen of het beschikbare schoolplein. Bij recente bouwprojecten is hier waar mogelijk in de hoofddraagconstructie rekening mee gehouden, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te creëren om uit te breiden door een vide dicht te leggen. Flexibiliteit en ruimtebehoefte Door de continue ontwikkelingen binnen het onderwijs, is er sprake van een veranderende ruimtebehoefte.
Zo leiden bijvoorbeeld ontwikkelingen met betrekking tot passend- en gepersonaliseerd onderwijs tot de behoefte om kinderen steeds meer buiten de klaslokalen te laten leren op zogenoemde speel-/leerpleinen of begeleiding in overlegruimten te bieden. Zoals in de vorige paragraaf is benoemd, is flexibiliteit bij nieuwbouwprojecten een belangrijk thema. Een onderwijsgebouw moet het onderwijsproces faciliteren en zo optimaal mogelijk aansluiten bij de onderwijsvisie van de school, het onderwijsconcept van de school en de visie van de kinderopvangpartij. Het is een uitdaging om een gebouw te realiseren dat niet alleen de huidige visie op onderwijs faciliteert, maar ook de visie op onderwijs voor de komende 40 jaar. Omdat het niet te overzien is welke ontwikkelingen de komende jaren gaan ontstaan, is het uitgangspunt om nieuwe onderwijsgebouwen met een hoge mate van flexibiliteit te realiseren, onder andere door het beperken van het aantal dragende wanden. Het flexibiliseren van bestaande bouw is complexer. Daarnaast geldt dat op het moment dat een wijziging
Pagina
13 van 48
van onderwijsvisie of -concept van een bestaande school consequenties voor het schoolgebouw heeft, de benodigde inpandige aanpassingen door het schoolbestuur dienen te worden gefinancierd. Op het moment dat inpandige aanpassingen worden uitgevoerd met als doel het efficiënter inzetten van de beschikbare ruimten, geldt dat de gemeente deze aanpassingen financiert. 3.2 Lange termijn (2025-2039) Visie op onderwijs van de toekomst/onderwijsinnovatie De PO-schoolbesturen in Amstelveen hebben aangegeven gezamenlijk een visie op het onderwijs van de toekomst in Amstelveen te willen formuleren. Vanuit een bredere insteek willen zij verkennen welke onderwijsinnovaties/-trends op de scholen in Amstelveen afkomen en op welke wijze de schoolbesturen hieraan vorm en inhoud willen geven. Deze verkenning zal de komende twee jaar worden uitgevoerd met als doel komen tot een gezamenlijke visie op onderwijs. Een onderdeel van deze visie is onder andere de ontwikkeling van het internationale onderwijs. Deze visie op onderwijs krijgt een plaats in de herijkte versie van het IHP (in 2025) en wordt in een visie op onderwijshuisvesting vertaald die leidend is in de ontwikkeling van toekomstige onderwijshuisvestingsplannen binnen de gemeente.
Omgeving & locatie Binnen de gemeente Amstelveen kan geconstateerd worden dat scholen in een vrij verdichte omgeving staan, waardoor er knelpunten worden ervaren ten aanzien van buitenspelen, parkeren, halen-brengen en veiligheid. Ademruimte is van belang om een veilige omgeving te creëren voor leerlingen, ouders en teamleden. Daarmee is het nodig om een goede omvang van een school te bepalen, passend binnen de directe omgeving/buurt waarin een school gehuisvest is. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat een school kan mee ontwikkelen met de ontwikkeling van de wijk waarin zij zich bevindt. Door een gebouw te realiseren met een hoge mate van flexibiliteit (mogelijkheid om uit te breiden en in te krimpen) kan de omvang van het schoolgebouw ook op middellange tot lange termijn aansluiten bij haar omgeving en in de wijk. De gemeente streeft ernaar om scholen zoveel mogelijk op één locatie in één gebouw te huisvesten. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om groenblauwe schoolpleinen te realiseren, door het vergoenen van school- en speelplaatsen te koppelen aan de natuurlijke renovatiemomenten. Deze schoolpleinen dragen bij aan regenbestendigheid, minder hitte of meer biodiversiteit en hebben daarnaast een educatieve component naast het hoofddoel ‘spelen’. Onderwijsaanbod Het PO-aanbod binnen Amstelveen is breed en gevarieerd van aard.
In de meeste wijken binnen de stad is zowel een openbare basisschool (Amstelwijs) als een bijzondere basisschool (OG Amstelland) gevestigd. Naast het onderscheid in denominatie werken de scholen met uiteenlopende onderwijsconcepten, waaronder het Montessorionderwijs. Ook zijn er een drietal basisscholen binnen Amstelveen met een regio-functie, namelijk: Vrije School Parcival, de SoU, De Akker en één school met een stedelijke functie, namelijk: AIS. Deze scholen onderscheiden zich op het gebied van concept, denominatie of voertaal en zijn niet verbonden aan een specifieke wijk. De prognoses die ten grondslag liggen aan IHP deel I 2020-2024 voorspelden een sterke groei van het aantal VO-leerlingen in Amstelveen, waardoor het leerlingenaantal van zowel het KKC, het HWC als het Amstelveen College boven de 2.000 uit zou stijgen. In het IHP deel I wordt de vraag gesteld of dit een gewenste ontwikkeling is en of niet beter geopteerd kan worden voor een vijfde VO-school zodat de scholen een omvang rond de 1.700 á 1.800 leerlingen kunnen behouden.
Pagina
14 van 48
Op 18 november 2020 is de motie breder aanbod in plaats van grotere middelbare scholen in Amstelveen door VVD, D66, bbA, AVA, PvdA en CDA ingediend. In deze motie wordt het college opgeroepen om een overzicht op te stellen van het aantal leerlingen dat gebruik gaat maken van het VO in Amstelveen t/m 2039, uitgesplitst in leerlingen uit Amstelveen en de buurgemeenten, en deze prognoses voor de capaciteitsprognoses in IHP deel II te hanteren. In hoofdstuk 4.2 van dit IHP zijn deze capaciteitsprognoses opgenomen. De onderstaande tabel geeft een beeld van de herkomst van de leerlingen die in schooljaar Herkomst VO-leerlingen per 1-10-2020 (aantallen) 2020-2021 van het VO inAmstelveen Amstelveen gebruikmaken. Opvallend is dat een groter aandeel Ouder De Ronde leerlingen in buurgemeenten woonachtig is die niet bij het RPO zijnHaarlem aangesloten (namelijk: Amstelveen Aalsmeer Amstel Amsterdam mermeer Uithoorn Venen Ouder-Amstel, Amsterdam en Haarlemmermeer) dan142 het aandeel en 3 Keizer Karel College 1.175 253 44 leerlingen 83 uit Uithoorn 25 Panta Rhei Venen, twee gemeenten 230 die wel onderdeel 28 35 240 uitmaken. 7 Verder22valt op 11 De Ronde van het RPO Hermann Wesselink College 1.201 van Panta 275 Rhei in 182 43 Amsterdam 25 58 17 dat het grootste aandeel leerlingen de gemeente woonachtig Amstelveen College 987 311 101 46 104 105 7 is, en niet in Amstelveen.
Totaal 3.593 867 460 373 219 210 38
Overig
5 16 6 4 31
Herkomst VO-leerlingen Amstelveen per 1-10-2020 (procentueel) Amstelveen
Keizer Karel College Panta Rhei Hermann Wesselink College Amstelveen College Totaal
67,9% 39,0% 66,5% 59,3% 62%
Aalsmeer
14,6% 4,8% 15,2% 18,7% 15%
Ouder Amstel
8,2% 5,9% 10,1% 6,1% 8%
Amsterdam
2,5% 40,7% 2,4% 2,8% 6%
Haarlem mermeer
4,8% 1,2% 1,4% 6,2% 4%
Uithoorn
1,4% 3,7% 3,2% 6,3% 4%
De Ronde Venen
0,2% 1,9% 0,9% 0,4% 1%
Daarnaast roept de motie op om samen met het Samenwerkingsverband Amstelveen en de Meerlanden (SWVAM) en de buurgemeenten de mogelijkheden te onderzoeken voor de realisatie van één of meerdere nieuwe scholen voor VO die breed toegankelijk zijn en welke in de onderwijsbehoefte voor Amstelveen en de regio voorzien. Een brede verkenning is uitgevoerd, gericht op de uitkomsten van de recente leerlingenprognoses voor de huisvestingssituatie van het VO in Amstelveen. Ruim twintig gesprekken zijn gevoerd met onder andere de betrokken schoolbesturen, SWVAM en de wethouders onderwijs van de betrokken gemeenten. Uit deze gesprekken is gebleken dat de VO-schoolbesturen aangeven bereid en in staat te zijn om de geprognosticeerde leerlingengroei (volgens prognoses van 2021) op te vangen in hun schoolgebouwen en een dekkend aanbod te kunnen blijven bieden. Geconcludeerd wordt dat de scholen in de regio Amstelland een breed palet aan onderwijs met behoorlijk onderscheidende profielen aanbieden, waardoor er voor ouders en leerlingen in de regio echt iets te kiezen valt. Gezamenlijk kunnen de scholen de komende jaren blijven voorzien in een dekkend aanbod voor leerlingen in het VO. De schoolbesturen blijven met elkaar in gesprek over het onderwijsaanbod in de regio (incl. Amstelveen).
Een belangrijk aandachtpunt dat in de conclusies van deze verkenning naar voren komt, is de noodzaak om het vmbo-onderwijs in Amstelveen te versterken en Panta Rhei te ondersteunen bij de herpositionering van de school. In bijlage D is de rapportage ‘bevindingen eerste ronde gesprekken regio Amstelland’ te vinden. Door de nieuwe wet: ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ is het mogelijk om een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Door eventuele nieuwe initiatieven kan extra aanbod ontstaan in zowel het PO als het VO waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het organiseren van huisvesting.
Overig
0,3% 2,7% 0,3% 0,2% 1%
Tota
1
1 1 5.
Pagina
4
15 van 48
Ruimtelijke analyse per sector
Leeswijzer en kanttekening Hieronder volgt de ruimtelijke analyse per sector. De analyse voor het PO is per wijk uitgevoerd, gebaseerd op de prognoses vanuit de wijkindeling van het CBS op postcodes. De linker kaart laat zien wat in de praktijk de voedingsgebieden zijn met de A9, Beneluxbaan en Bovenkerkerweg als logische/natuurlijke scheiding. Hierdoor ontstaan vijf voedingsgebieden in Amstelveen. De rechter kaart laat zien welke wijkindeling in dit IHP is gehanteerd. Voor het VO is geen analyse op wijkniveau, maar een analyse op stedelijk niveau uitgevoerd, omdat de scholen een stedelijke functie hebben.
Kaart voedingsgebieden Amstelveen 4.1
Kaart gehanteerde wijkindeling Amstelveen IHP
Primair onderwijs
In de navolgende paragrafen wordt per wijk een overzicht gegeven van de basisscholen in de wijk. In de tabellen wordt een vergelijking tussen de capaciteit van het schoolgebouw en de ruimtebehoefte van de school in de komende jaren gemaakt. In de tekst wordt een korte toelichting op deze tabellen gegeven. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de opvangpartijen die in of nabij de basisscholen zijn gehuisvest. Tevens wordt een vergelijking tussen de gymcapaciteit en de benodigde klokuren bewegingsonderwijs voor de komende jaren gemaakt. Deze vergelijking gaat uit van normatieve klokurenbehoefte en houdt geen rekening met aanvullend gebruik door de school.
Pagina
16 van 48
Randwijck
Randwijck is een wijk in het noorden van Amstelveen. In dit gebied liggen de Michiel de Ruyterschool en de Roelof Venemaschool. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor de scholen weergegeven.
Michiel de Ruyterschool
Roelof Venemaschool
Randwijck School Michiel De Ruyterschool Roelof Venema School
Schoolbestuur Amstelwijs Amstelland
Bouwjaar 2011 2015
Capaciteit 2.240 3.665
2021 2030 2035 434 375 371 635 589 603
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van de Michiel de Ruyterschool tot 2035 afneemt. De leerlingenprognose van de Roelof Venemaschool laat zien dat het leerlingenaantal de eerste jaren afneemt en na 2030 weer toeneemt. In de navolgende tabel is weergegeven wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte voor de komende achttien jaar van beide scholen is. Hieruit blijkt dat bij de Michiel de Ruyterschool de komende vijf jaar sprake is van een afnemend capaciteitstekort dat vanaf 2025 een overschot wordt. Bij de Roelof Venemaschool is sprake van een overschot in capaciteit.
Michiel de Ruyterschool 2021
2025
2030
2035
2039
434
399
375
371
393
Ruimtebehoefte in m² bvo
2.383
2.207
2.086
2.066
2.177
Capaciteit in m² bvo
2.240
2.240
2.240
2.240
2.240
Verschil (+overschot, -tekort)
-143
33
154
174
63
2021
2025
2030
2035
2039
Aantal leerlingen
Roelof Venema School Aantal leerlingen
635
620
589
603
628
Ruimtebehoefte in m² bvo
3.394
3.319
3.163
3.233
3.359
Capaciteit in m² bvo
3.665
3.665
3.665
3.665
3.665
271
346
502
432
306
Verschil (+overschot, -tekort)
Pagina
17 van 48
De Michiel de Ruyterschool is aan de Laan van Rozenburg 6 in een gebouw uit 2011 gehuisvest. De Roelof Venemaschool is aan de Laan van Rozenburg 17 in een gebouw uit 2015 gehuisvest. Deze wijk valt onder het Luchthavenindelingsbesluit, waardoor uitbreiding van schoolgebouwen praktisch onmogelijk is. Op basis van de meest recente leerlingenprognoses blijkt dat de scholen de komende achttien jaar voldoende gebouwcapaciteit hebben om de leerlingen op te vangen. Naast de bovengenoemde scholen worden door de gemeente Amsterdam voor de Jozefschool tijdelijk drie lokalen in het voormalige schoolgebouw aan Catharina van Clevepark 10 gehuurd. Deze school heeft veel Amstelveense leerlingen en daarom is het voornemen om de tijdelijke huur voor langere tijd vast te leggen. Opvang In de Roelof Venemaschool is bso KinderRijk Laan Rozenburg RV gehuisvest. In de Michiel de Ruyterschool is KinderRijk Laan Rozenburg MdR (peuteropvang en bso) gehuisvest. Bewegingsonderwijs In de wijk Randwijck bevinden zich twee voorzieningen voor bewegingsonderwijs. De Michiel de Ruyterschool en de Roelof Venemaschool maken gebruik van de gymzalen aan de Laan Rozenburg 4 en 15. De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2039 voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs van beide scholen is, met een piek in 2025.
Bewegingsonderwijs in Randwijck Capaciteit in klokuren Aantal groepen Benodigd aantal klokuren Verschil (+overschot, -tekort)
2021 52,0 45 45,0 7,0
2025 52,0 43 34,5 17,5
2030 52,0 41 42,0 10,0
2035 52,0 42 43,5 8,5
2039 52,0 44 43,5 8,5
Patrimonium
OBS Piet Hein
Patrimonium is een wijk in het noordwesten van Amstelveen. In dit gebied ligt alleen OBS Piet Hein. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor deze school weergegeven.
Pagina
Patrionium School
Schoolbestuur
Bouwjaar
OBS Piet Hein
Amstelwijs
1951/1992 & 2018
Optioneel: SIO NH
SIO NH
1988
18 van 48
Capaciteit
2021
2030
2035
4.506
648
651
658
723
-
≥290
≥290
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van OBS Piet Hein tot 2035 relatief stabiel blijft. De navolgende tabel laat zien wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte voor de komende achttien jaar van de school is. Hieruit blijkt dat momenteel sprake van een overschot in capaciteit is dat de komende jaren stabiel blijft en na 2030 zal afnemen.
OBS Piet Hein 2021
2025
2030
2035
2039
648
648
651
658
677
Ruimtebehoefte in m² bvo
3.459
3.459
3.475
3.510
3.605
Capaciteit in m² bvo
4.506
4.506
4.506
4.506
4.506
Verschil (+overschot, -tekort)
1.047
1.047
1.031
996
901
Aantal leerlingen
OBS Piet Hein is de enige school in de wijk en heeft haar bovenbouw (groepen 6 t/m 8) gehuisvest aan Wibautlaan 46. Dit schoolgebouw, dat dateert uit 1951, is in 2017 gerenoveerd en uitgebreid. De onderbouw (groepen 1 t/m 5) van OBS Piet Hein is in 2020 in het nieuwe schoolgebouw aan Dr. Schaepmanlaan 2 gehuisvest. Opvang In OBS Piet Hein (locatie Dr. Schaepmanlaan) is KinderRijk met een vestiging voor bso, kdv en hdo gevestigd. Bewegingsonderwijs In de wijk Patrimonium bevinden zich twee voorzieningen voor bewegingsonderwijs. OBS Piet Hein maakt gebruik van de gymzalen aan de Wibautlaan 48 en Dr. Schaepmanlaan 6. Voor de gymzaal aan de Wibautlaan geldt dat AmstelveenSport deze niet exploiteert. De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2039 voldoende capaciteit is.
Bewegingsonderwijs in Patrimonium Capaciteit in klokuren Aantal groepen Benodigd aantal klokuren Verschil (+overschot, -tekort)
2021 52,0 27 27,0 25,0
2025 52,0 27 27,0 25,0
2030 52,0 28 28,5 23,5
2035 52,0 28 28,5 23,5
2039 52,0 29 30,0 22,0
Pagina
19 van 48
Elsrijk
IKC Mio Mondo
Elsrijk is een wijk in het noorden van Amstelveen. In dit gebied ligt alleen IKC Mio Mondo. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor IKC Mio Mondo weergegeven.
Elsrijk School IKC Mio Mondo
Schoolbestuur Amstelwijs
Bouwjaar 2014
Capaciteit 2.159
2021 2030 2035 358 320 315
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van IKC Mio Mondo tot 2035 afneemt. De navolgende tabel laat zien wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte voor de komende achttien jaar van de school is. Hieruit blijkt dat momenteel sprake van een overschot in capaciteit is dat de komende jaren zal toenemen.
IKC Mio Mondo 2021
2025
2030
2035
2039
358
330
320
315
331
Ruimtebehoefte in m² bvo
2.001
1.860
1.810
1.784
1.865
Capaciteit in m² bvo
2.159
2.159
2.159
2.159
2.159
158
299
349
375
294
Aantal leerlingen
Verschil (+overschot, -tekort)
Mio Mondo is de enige school in de wijk en is gehuisvest in een relatief nieuw gebouw aan de Burgemeester Haspelslaan 137. In schooljaar 2020-2021 zijn twee extra lokalen gerealiseerd (permanent), omdat eerdere prognoses voorspelden dat het leerlingenaantal van Mio Mondo zou toenemen. Deze extra ruimten zijn nog niet aan de capaciteit toegevoegd. Kijkende naar de ontwikkeling volgens de prognose, heeft de school voldoende huisvesting. Opvang In het gebouw van Mio Mondo is een bso van KinderRijk gehuisvest. De kinderopvang van KinderRijk is naast het schoolgebouw in een apart pand gevestigd. Bewegingsonderwijs In de wijk Elsrijk bevindt zich één voorziening voor bewegingsonderwijs. IKC Mio Mondo maakt gebruik van de gymzaal aan de Burgemeester Haspelslaan 137a. De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2039 voldoende capaciteit is.
Pagina
20 van 48
Bewegingsonderwijs in Elsrijk Capaciteit in klokuren Aantal groepen Benodigd aantal klokuren Verschil (+overschot, -tekort)
2021 26,0 15 15,0 11,0
2025 26,0 14 13,5 12,5
2030 26,0 14 13,5 12,5
2035 26,0 13 13,5 12,5
2039 26,0 14 13,5 12,5
Bankras/Kostverloren
Kindercampus King
Brede school Omnibus School of Understanding
Bankras/Kostverloren School Kindercampus King
Schoolbestuur Amstelwijs
Bouwjaar
Brede School Omnibus
Amstelland
School of Understanding
SoU Nederland
SBO De Bloeiwijzer
Amstelwijs
Bankras/Kostverloren is een wijk in het noordoosten van Amstelveen. In dit gebied liggen Kindercampus King, Brede school Omnibus en School of Understanding. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor de scholen weergegeven.
Capaciteit 1.890
2021 292
2030 290
2035 282
1972/2007
1.194
136
136
145
1970
1.450
210
225
237
1973/2018
2.691
209
211
223
2015
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van Kindercampus King en Brede school Omnibus tot 2035 relatief stabiel blijft. De leerlingenprognose van de SoU laat zien dat het leerlingenaantal tot 2035 toeneemt. De navolgende tabel laat zien wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte voor de komende achttien jaar van de drie scholen is. Hieruit blijkt dat momenteel sprake is van een (beperkt) overschot in capaciteit bij alle drie de scholen dat de komende jaren eerst stabiel blijft en vanaf 2030 afneemt.
Pagina
21 van 48
Kindercampus King 2021 Aantal leerlingen
2025
2030
2035
2039
292
292
290
282
285
Ruimtebehoefte in m² bvo
1.669
1.669
1.659
1.618
1.634
Capaciteit in m² bvo
1.890
1.890
1.890
1.890
1.890
221
221
231
272
256
2021
2025
2030
2035
2039
Aantal leerlingen
136
136
136
145
150
Ruimtebehoefte in m² bvo
884
884
884
929
955
1.194
1.194
1.194
1.194
1.194
310
310
310
265
240
2021
2025
2030
2035
2039
210
222
225
237
246
Ruimtebehoefte in m² bvo
1.256
1.317
1.332
1.392
1.437
Capaciteit in m² bvo
1.450
1.450
1.450
1.450
1.450
194
133
118
58
13
2021
2025
2030
2035
2039
209 1.786 2.691
208 1.779 2.691
211 1.801 2.691
223 1.889 2.691
229 1.933 2.691
905
912
890
802
758
Verschil (+overschot, -tekort)
Brede school Omnibus
Capaciteit in m² bvo Verschil (+overschot, -tekort)
School of Understanding Aantal leerlingen
Verschil (+overschot, -tekort)
SBO De Bloeiwijzer Aantal leerlingen Ruimtebehoefte in m² bvo Capaciteit in m² bvo Verschil (+overschot, -tekort)
Kindercampus King is aan Oostelijk Halfrond 441 in een gebouw uit 2014 gehuisvest. Brede school Omnibus en SoU zijn beide aan Pandora in verouderd gebouw gehuisvest. Vanaf schooljaar 2021-2022 worden alle leerlingen van de SoU opgevangen aan Pandora 5. Voor de leerlingen die van de HB+ voorziening Elementa gebruikmaken, is tijdelijke huisvesting naast de hoofdlocatie gerealiseerd (Pandora 4). Deze capaciteit is toegevoegd aan de totale capaciteit van de SoU. Kijkende naar de ontwikkeling volgens de prognose hebben de scholen gezamenlijk voldoende huisvesting. Gezien de bouwjaren van beide schoolgebouwen aan Pandora is sprake van een huisvestingsvraagstuk voor de SoU en Brede school Omnibus. De SoU heeft in 2021 een huisvestingsaanvraag voor vervangende nieuwbouw ingediend. SBO De Bloeiwijzer is aan Den Bloeyenden Wijngaerdt 2 in een gebouw uit 1973 gehuisvest. In 2018 is dit pand uitgebreid en geschikt gemaakt voor het huisvesten van de leerlingen van voormalige sbo-scholen De Schakel en De Wending die sinds 2019 zijn gefuseerd.
Pagina
22 van 48
Opvang Hestia biedt bso aan in het gebouw van de SoU. Kindcentrum De Stoel is gehuisvest in Brede school Omnibus en biedt bso, kdv en hdo aan. Kindcentrum De Stoel biedt in deze hdo-groep voorschoolse educatie aan. SBO De Bloeiwijzer heeft een samenwerking met kinderopvangorganisatie Majest en biedt bso Majest Plus aan. In het gebouw van Kindercampus King wordt bso aangeboden. De kinderdagopvang en halve dagopvang van KinderRijk zijn in het naastgelegen pand gevestigd. KinderRijk biedt in deze hdo-groep voorschoolse educatie aan. Bewegingsonderwijs In de wijken Bankras en Kostverloren bevinden zich gezamenlijk twee voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Kindercampus King, Brede school Omnibus en de SoU maken gebruik van de gymzalen op Oostelijk Halfrond 445 en Pandora 7. De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2039 voldoende capaciteit is, met een piek in 2025.
Bewegingsonderwijs in Bankras/Kostverloren Capaciteit in klokuren Aantal groepen Benodigd aantal klokuren Verschil (+overschot, -tekort)
2021 52 28 28,5 23,5
2025 52 27 27,0 25,0
2030 52 28 28,5 23,5
2035 52 28 28,5 23,5
2039 52 28 28,5 23,5
SBO De Bloeiwijzer heeft haar eigen gymvoorziening die recent vergroot is. Deze gymvoorziening biedt voldoende capaciteit voor het bewegingsonderwijs dat op SBO De Bloeiwijzer wordt aangeboden. Daarnaast biedt deze voorziening een extra impuls voor kinderen uit de buurt in het kader van het amendement ‘gezonde jongeren bewegen meer’. Stadshart
Brede School Rembrandt
Stadshart is een wijk in het centrum van Amstelveen. In dit gebied ligt alleen Brede School Rembrandt. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor deze school weergegeven.
Stadshart School Brede School Rembrandt
Schoolbestuur Amstelland
Bouwjaar 2013/1953
Capaciteit 2.846
2021 2030 2035 445 412 405
Pagina
23 van 48
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van Brede School Rembrandt de komende jaren afneemt. De navolgende tabel laat zien wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte van Brede School Rembrandt voor de komende achttien jaar is. Hieruit blijkt dat momenteel sprake is van een overschot in capaciteit dat de komende jaren toeneemt en in 2039 afneemt.
Brede School Rembrandt 2021 Aantal leerlingen
2025
2030
2035
2039
445
405
412
405
428
Ruimtebehoefte in m² bvo
2.438
2.237
2.272
2.237
2.353
Capaciteit in m² bvo
2.846
2.846
2.846
2.846
2.846
408
609
574
609
493
Verschil (+overschot, -tekort)
Brede School Rembrandt is aan de Mr. P.J.M. Aalberselaan 2 in een relatief nieuw gebouw (2013) gehuisvest en aan de Groen van Prinstererlaan 55 in een schoolgebouw uit 1953 dat in 1986 is gerenoveerd. Het schoolgebouw aan Groen van Prinstererlaan is verouderd, heeft een inefficiënt ruimtegebruik en heeft een capaciteit van 346 m² bvo. Kijkende naar de ontwikkeling volgens de prognose zou de school t/m 2039 in haar geheel gehuisvest kunnen worden in het gebouw aan Mr. P.J.M Aalberselaan met een capaciteit van 2.500 m² bvo. Deze hoofdlocatie biedt passende huisvesting voor de school. Opvang Een deel van het gebouw van Brede School Rembrandt is eigendom van KinderRijk en hier wordt kdv aangeboden. In het schoolgedeelte is bso en hdo gehuisvest. Bewegingsonderwijs In de wijk Stadshart bevindt zich één voorziening voor bewegingsonderwijs. Brede School Rembrandt maakt gebruik van de gymzaal aan de Mr. P.J.M. Aalberselaan 39. De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2039 voldoende capaciteit is.
Bewegingsonderwijs in Stadshart Capaciteit in klokuren Aantal groepen Benodigd aantal klokuren Verschil (+overschot, -tekort)
2021 26,0 19 19,5 6,5
2025 26,0 17 16,5 9,5
2030 26,0 17 16,5 9,5
2035 26,0 17 16,5 9,5
2039 26,0 18 18 8,0
Pagina
24 van 48
Keizer Karelpark
Het Palet Zuid
Vrije School Parcival De Linde
Keizer Karelpark is een wijk in het centrum van Amstelveen. In dit gebied liggen Vrije School Parcival, Montessorischool De Linde en het Palet Zuid. In de navolgende tabel zijn het bouwjaar, de capaciteit in m² bvo en de prognose voor de scholen weergegeven. Keizer Karelpark School Vrije School Parcival
Schoolbestuur Bouwjaar Vrije School Amstelveen 2015
Het Palet Zuid
Amstelland
1954/2006
1.701
215
261
270
Montessorischool De Linde
Amstelwijs
2015
1.330
206
255
261
Capaciteit 1.406
2021 2030 2035 222 230 243
De leerlingenprognose laat zien dat het leerlingenaantal van Vrije School Parcival en Montessorischool De Linde tot 2035 toeneemt. De leerlingenprognose van Het Palet Zuid laat zien dat het leerlingenaantal tot 2035 stabiel blijft. De navolgende tabel laat zien wat het verschil tussen de capaciteit en ruimtebehoefte voor de komende achttien jaar van de drie scholen is. Hieruit blijkt dat Vrije School Parcival na 2030 een substantieel capaciteitstekort (>55 m²) krijgt. Voor Het Palet Zuid is sprake van een overschot in capaciteit dat de komende jaren afneemt. Montessorischool De Linde heeft vanaf 2025 een substantieel capaciteitstekort (>55 m²).