CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept jaarstukken 2021

Raadsvergadering 21 september 2022, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen jaarstukken 202138.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het collegevoorstel bij deze jaarstukken bevat een beslispunt om € 7,9 miljoen over te hevelen naar 2022, waarvan € 6,088 miljoen staat verantwoord op dit taakveld (zie voor nadere toelichting bijlage "Corona"). Bijdrage gederfde inkomsten 2020 (€ 1,7 miljoen voordeel) Het Ministerie van BZK heeft eind 2021 bevestigd dat Amstelveen over het boekjaar 2020 € 2,7 miljoen vergoed krijgt voor gederfde inkomsten (toeristenbelasting, parkeren, bouwleges, burgerzaken, marktgelden en leges evenementen). In de decembercirculaire is hiervan € 957.000 ontvangen. Het resterende deel ad. € 1,7 miljoen wordt via de meicirculaire uitgekeerd en staat als nog te ontvangen inkomst verantwoord op dit taakveld. Voorziening dubieuze debiteuren (€ 0,6 miljoen voordeel) Bij opmaak van de rekening blijkt het openstaande debiteurensaldo lager dan in het afgelopen jaar. Volgens de beschreven systematiek in artikel 10 van de financiële verordening kan € 0,6 miljoen vrijvallen van de voorziening. 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Actualisering van bouwgrondexploitaties met een aangepast resultaat (in totaalbedrag of per jaarschijf) heeft een directe invloed op de VPB last. In de begroting 2021 is rekening gehouden met een VPB last voor grondexploitaties van € 1,1 miljoen en € 0,1 miljoen voor overige VPB verplichte activiteiten.

De werkelijke VPB last voor grondexploitaties bedraagt over 2021 ongeveer € 325.000 negatief en leidt niet tot een verrekening in 2021. Dit bedrag kan worden verrekend met winsten in de toekomst ("carry forward"). De VPB voor overige verplichte activiteiten bedraagt € 85.000. Dit is een samenstel van € 150.000 VPB lasten over 2021 en een correctie op de gereserveerde last in 2019 (voordeel € 65.000). In de Perspectiefnota 2022 wordt een actueel meerjarig beeld voor de VPB verplichting ter besluitvorming voorgelegd.

76

Jaarstukken 2021

Reservemutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

0.8 Afdekking risico Invest-MRA

0

0

0

2.500

0

0

2.500

0

0

0.8 investeringen in energietransitie en duurzaamheid

0

1.441

-1.441

12.616

0

1.284

11.332

-1.284

-157

0.8 Stedelijke vernieuwing

2.735

800

1.935

9.628

2.735

800

11.563

1.935

0

8 Algemene dekkingsmiddelen

2.735

2.241

494

24.744

2.735

2.084

25.395

651

-157

Afdekking risico invest-MRA/investeringen in energietransitie en duurzaamheid Vanuit de verkoopopbrengst Eneco is € 15 miljoen gereserveerd voor investeringen in energietransitie en duurzaamheid. In de raadsvergadering van 11 november 2020 is ingestemd met participatie in Invest-MRA. De investering bedraagt ongeveer 1% van de Amstelveense begroting oftewel € 2,5 miljoen. Ter afdekking van het risico dat de middelen niet terugvloeien naar Amstelveen is € 2,5 miljoen gereserveerd in een afzonderlijke bestemmingsreserve. Dit bedrag kan (deels) weer terugvloeien ten gunste van de reserve "investeringen in energietransitie en duurzaamheid" als het risicoprofiel in de komende jaren lager dan 100% blijkt te zijn. Investeringen in energietransitie en duurzaamheid In de tweede tijdvak is het budget voor de regeling verduurzamen bestaande woningen afgeroomd met € 465.000 waarna een budget resteerde van € 185.000. Dit op basis van het aanvragenverloop tot en met het moment van de opmaak van de tweede tijdvak. Vervolgens is het beroep op deze subsidieregeling (aantal en omvang van de aanvragen) sterk gestegen en is in de loop van 2021 meer aangevraagd dan verwacht voor een totaalbedrag van € 485.000. Het totaal beschikbare bedrag is toereikend voor de subsidieregeling en het tekort in 2021 van € 300.000 betreft een faseringsverschil.

Daar staat een vertraging in de uitgaven tegenover van het gemeentelijk aandeel gasloos KKC. Het budget van € 230.000 wordt niet in 2021 besteed, maar in 2022. Naast wat kleinere afwijkingen tussen begroting en realisatie (totaal € 47.000) resteert op de budgetten van servicepunt energieloket € 100.000 en klimaatadaptatie € 80.000. Voorzieningenmutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

511

634

-123

4.079

504

579

4.004

-75

-48

0.8 Dubieuze debiteuren

0

0

0

1.778

319

871

1.226

-552

552

0.8 Dubieuze vorderingen op openbare lichamen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

511

634

-123

5.857

823

1.449

5.230

-626

503

0.8 Alg. pensioenwet politiek ambtsdragers + wachtgeld

8 Algemene dekkingsmiddelen

Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) De contante ("overdrachts") waarde van de pensioenen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de marktrente. De overdrachtswaarde is begin 2022 geactualiseerd door een extern specialist voor pensioenberekening bestuurders.

Jaarstukken 2021

77

De gehanteerde 25-jaarsrente van De Nederlandsche Bank voor de berekening is van 0,082% toegenomen naar 0,528% (stand per 30 september 2021). Om in de toekomst aan de verplichtingen te kunnen voldoen is door deze hogere rente van afgerond 0,45%-punt nu minder geld benodigd in de voorziening. In het raadsvoorstel " Budgetoverheveling" van december 2021 werd geschat dat de hogere rekenrente een vrijval van de voorziening zou betekenen van € 0,5 miljoen. De definitieve berekening door de extern adviseur realiseert in een vrijval van € 408.000. dubieuze debiteuren In de verordening 212 staan gedragsregels voor het bepalen van het saldo dubieuze debiteuren. De voorziening geeft een indicatie van de vorderingen waar de gemeente een risico loopt ten aanzien van het (volledig) terugontvangen van vorderingen. De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als dubieuze vordering te beschouwen; tussen 1 en 2 jaar is dit 50%, tussen 2 en 3 jaar 75% en voor oudere vorderingen 100%. Dit leidt tot een voorziening per 31 december 2021 van € 1,2 miljoen. De grootste post hierbinnen betreft belastingdebiteuren. Verbonden partijen Naast de eigen organisatie dragen verbonden partijen bij aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen.

Bij de realisering van de doelstellingen van het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn betrokken: Samenwerking belastingen Amstelland-Meerlanden, Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen, AmstelveenSport B.V., Stedin Groep (netwerkbedrijf) en NV Bank Nederlandse Gemeenten. Voor aanvullende informatie per partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

78

Jaarstukken 2021

3 Paragrafen

Jaarstukken 2021

79

3.1 Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat, conform het BBV, een overzicht van de inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De beleidsvoornemens zijn terug te vinden in de begroting 2021 ( https://amstelveen.begroting2021.nl/p29094/beleid-en-overzicht-op-hoofdlijnen-van-de-lokale-heffingen ). Hier staat ook de berekening van het gehanteerde overheadpercentage van 73%. Eventuele afwijkingen t.o.v. deze beleidsvoornemens staan vermeld in deze paragraaf. De meest recente beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid staat eveneens in de begroting 2022 ( https://amstelveen.begroting-2022.nl/p31804/kwijtscheldingsbeleid ). In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) een gemeente mag opleggen. De gemeenteraad bepaalt de hoogte van het tarief en welke van die heffingen ook daadwerkelijk worden geheven. De commissie BBV heeft in 2021 het advies uitgebracht om in de paragraaf lokale heffingen een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing.

Deze is terug te vinden in de begroting 2022 van Amstelveen: https://amstelveen.begroting-2022.nl/p32032/grondslag Inkomsten lokale heffingen Gemeten naar financiële omvang bepalen de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht met afgerond 76% de opbrengst lokale heffingen. bedrag x € 1.000 omschrijving Ozb niet-woning gebruik Ozb-niet-woning eigendom Ozb woning eigendom Toeristenbelasting Subtotaal belastingen

rekening 2020 4.480 6.303 11.693 1.078 23.554

begroting 2021 4.647 6.704 12.023 432 23.806

rekening 2021 4.691 6.716 12.046 432 23.885

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Begrafenisrecht Grafrecht (onderhoud) Bouwleges Parkeerinkomsten Bevolking APV vergunningen Overig Subtotaal retributies

9.902 9.049 127 2.467 1.864 3.501 2.527 1.238 24 31 30.730

10.653 9.144 112 2.391 1.695 3.523 2.753 1.172 44 32 31.519

10.748 9.238 116 2.837 2.160 3.736 3.015 1.548 24 35 33.457

Totaal

54.284

55.325

57.342

80

Jaarstukken 2021

Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Parkeergeld betreft een belasting (regulerende functie). Tegelijkertijd hebben parkeergelden (deels) ook het karakter van een vergoeding voor een dienst. Daarom zijn de inkomsten in deze paragraaf verantwoord onder retributies. Retributies Retributies zijn heffingen waarbij een bepaalde vergoeding wordt betaald voor een specifieke dienst.

Uitwerking financiële kaders per heffing c.q. groep van heffingen Hieronder maken wij per heffing c.q. groep van heffingen de relevante kosten en mate van kostendekkendheid inzichtelijk. Via "overige toe te rekenen kosten" worden kosten betrokken bij de kostendekkendheid die niet op het taakveld staan van de heffing. Op onderdelen kan sprake zijn van enigszins afgeronde bedragen die beperkt afwijken van de exacte bedragen op de programma’s en in de administratie. kostendekkendheid in begroting en rekening Bij het bepalen van de kostendekkendheid in begroting en rekening inclusief de verwerking van verschillen tussen begroting en rekening gelden de volgende uitgangspunten: Directe lasten en baten op het taakveld van de heffing  de directe lasten en baten op het taakveld van de heffing maken integraal onderdeel uit van de verantwoording van de kostendekkendheid (rekent af met de voorziening).

In de begroting zijn dit de geraamde directe lasten/baten, in de rekening zijn dit de werkelijke directe lasten/baten; Overige toe te rekenen kosten  als algemene regel geldt dat de primitief bepaalde bedragen voor de overige toe te rekenen kosten het gehele jaar van kracht zijn (begroting = rekening; voorcalculatie = nacalculatie);  hierop geldt één uitzondering: het bedrag voor overhead kan door specifieke besluitvorming (bijvoorbeeld krimp/groei) en/of gehanteerde systematiek van kostentoerekening afwijken in de begroting na wijziging en op rekeningbasis;  het gehanteerde overheadpercentage in de rekening is gelijk aan het berekende percentage in de begroting;  de op te nemen bedragen voor straatvegen en baggeren worden periodiek bij de begroting getoetst en indien nodig geactualiseerd aan de hand van de VNG-matrix;  voor de overige onderdelen worden de gehanteerde begrotingsramingen getoetst aan de werkelijke cijfers. Dit kan leiden tot aanpassing in de eerstvolgende op te stellen begroting.

Verrekeningen met de egalisatievoorzieningen rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied  begrotingswijzigingen sluiten via een verrekening met de voorziening;  de afwijking op de regel "saldo kosten -/- heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging wordt verrekend met de egalisatievoorziening (dekkingspercentage blijft dan gelijk);  een egalisatievoorziening "mag niet negatief staan". Mocht sprake zijn van een onverhoopt tekort dat groter is dan het saldo in de egalisatievoorziening, dan komt het resterende tekort na uitputting van de egalisatievoorziening ten laste van het rekeningresultaat. Dit leidt bij rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied tot een verschil op de regel "saldo kosten -/heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging;  het dekkingspercentage bedraagt in de rekening maximaal 100%;  Als het percentage hoger dan 100% uitkomt in de rekening wordt een bedrag gestort in de egalisatievoorziening waarna het dekkingspercentage 100 bedraagt.

Jaarstukken 2021

81

Rioolrecht Toelichting De lasten zijn lager door:  Bij de vaststelling van het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan is € 348.000 extra budget vrijgemaakt voor klimaatadaptief onderzoek en ‘data op orde’. De voorbereiding vereist meer tijd dan verwacht en de uitvoering van deze onderzoeken is vertraagd vanwege complexiteit van de onderzoeken, waardoor € 70.000 is besteed;  Door een aanbestedingsprocedure is het extra schoonmaken van kolken vertraagd (€ 75.000);  Op de markt is sprake van materiaaltekort en met name PVC, waardoor werkzaamheden zijn vertraagd (€ 360.000). In 2021 is, conform besluitvorming, een bedrag van € 1,0 miljoen gestort in de voorziening vervanging riolering, ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen en met het oog op een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op langere termijn. De hiervoor vermelde lagere lasten en een iets hoger gerealiseerde opbrengst rioolrecht leidt tot een lagere verrekening met de voorziening. De stand van de egalisatievoorziening riolering bedraagt eind 2021 € 1,5 miljoen. Dit overschrijdt het plafond van 10% van de omzet (vastgelegd in de Nota Reserves en voorzieningen) op het taakveld riolering van € 0,6 miljoen.

Zoals in de 2e tijdvak staat aangekondigd, wordt bij de Perspectiefnota 2023 beoordeeld of de stand per 1 januari 2022 na opmaak van de jaarrekening 2021 ruimte biedt om (eenmalige) middelen hieruit via de spaarvoorziening “vervanging riolering” in te zetten ter dekking ineens van een deel van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte. Op deze manier wordt een eventuele restruimte binnen een trendmatige, behoedzame tariefontwikkeling aangemerkt en ingezet als spaarcomponent. Onderdeel van deze beoordeling is de fasering van de inzet van de middelen voor klimaatadaptief onderzoek en “data op orde”. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

RIOOLHEFFING

1a. lasten

BGR'21

BGR'21

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'21

7.161

6.939

1b. baten, exclusief heffingen

-23

-23

-4

1c. verrekening met voorziening

0

417

1.112

7.138

7.333

7.427

2a. straatvegen

347

347

347

2b. Baggerkosten

88

88

88

2c. overhead

733

734

734

1. Taakveld riolen (netto kosten)

2d. BTW

6.319

790

834

701

2. Overige toe te rekenen kosten

1.958

2.003

1.870

3. Totaal voor rioolrecht relevante kosten

9.096 N

9.336 N

9.297 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-9.238

-8.769

-9.144

4b. evt. tariefvoorstel 2021

-175

0

4. Opbrengst rioolrecht

-8.944 V

5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

82

152 N 98,3%

Jaarstukken 2021

-9.144 V 192 N 97,9%

0 -9.238 V 59 N 99,4%

Afvalstoffenheffing Toelichting In 2021 is ten opzichte van de begroting een positief resultaat van € 318.000 gerealiseerd, bestaande uit € 127.000 lagere uitgaven en € 191.000 hogere inkomsten. De lagere uitgaven worden voornamelijk veroorzaakt door besparing op diensten van externe contractpartners. Door tijdig opdracht te geven om onder andere preventief onderhoud uit te voeren, te sturen op de frequentie van werkzaamheden en duidelijke afspraken te maken over uit te voeren werkzaamheden vallen de kosten lager uit dan verwacht. De hogere inkomsten in 2021 worden voor € 45.000 veroorzaakt door een afrekening van het Afvalfonds 2019/2020 en een verwachte afrekening over 2021. Daarnaast is voor € 95.000 meer afvalstoffenheffing ontvangen. Het herstel van de papierprijs leidt eveneens tot meer inkomsten. Tweede tijdvakrapportage In de tweede tijdvak is via begrotingswijziging reeds een positief resultaat verwerkt van € 975.000 (door lagere lasten en hogere baten). Dit vertekent het resultaat bij de jaarrekening; in totaal is sprake van een voordeel van ruim € 1 miljoen. In de tijdvak werd een egalisatievoorziening geprognosticeerd van € 1,2 miljoen. De stand van de egalisatievoorziening huishoudelijk afval bedraagt eind 2021 € 1,4 miljoen.

Dit overschrijdt het plafond van 10% van de omzet op het taakveld afvalstoffenheffing, zoals is vastgelegd in de Nota Reserves en Voorzieningen met € 0,3 miljoen. In 2021 was de situatie op de afvalmarkt verre van stabiel (afvalstromen, volumes, kosten, opbrengsten). Richting Perspectiefnota 2023 zal mede op basis van de thans beschikbare rekeningcijfers over 2021 een analyse plaatsvinden van de verschillen tussen begroting (gehanteerde aannames) en rekening (werkelijke uitkomsten), alsmede de (structurele) gevolgen daarvan. Hierbij wordt, naast genoemde ontwikkelingen, tevens betrokken de besluitvorming in de raadsvergadering van 15 december 2021 over het "Grondstoffenplan 2022-2026". Deze besluitvorming omvat onder meer een onttrekking aan de egalisatievoorziening in 2022 van € 268.000.

Jaarstukken 2021

83

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

HUISHOUDELIJK AFVAL

BGR'21

BGR'21

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'21

1a. lasten

8.248

8.994

8.867

1b. baten, exclusief heffingen

-1.125

-1.949

-2.045

1c. verrekening met voorziening

0

850

1.168

7.123

7.896

7.990

2a. straatvegen

290

290

290

2b. kwijtschelding

353

353

353

2c. handhaving

169

181

181

2d. overhead

1.970

2.029

2.029

1. Taakveld huishoudelijk afval (netto kosten)

2e. BTW

1.011

1.132

1.092

2. Overige toe te rekenen kosten

3.793

3.986

3.946

3. Totaal voor huish. afval relevante kosten

10.916 N

11.881 N

11.936 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-9.710

-10.653

-10.748

-388

0

4b. evt. tariefvoorstel 2021 4. Totale opbrengst afvalstoffenheffing 5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

-10.098 V 818 N 92,5%

-10.653 V

0 -10.748 V

1.228 N

1.188 N

89,7%

90,0%

Zorgvlied Toelichting De opbrengst is ongeveer € 0,9 miljoen hoger dan begroot. Een substantieel deel betreft ontvangen afkoopsommen voor onderhoud graven en uitgifte graven. Meer mensen hebben ervoor gekozen grafrecht en onderhoud vooruit te betalen in plaats van op jaarlijkse basis te betalen. Rechthebbenden zijn door Zorgvlied medewerkers actief geïnformeerd over opties tot verlenging van het grafrecht en onderhoud. Onderstaand overzicht heeft betrekking op de kostendekkendheid dat afwikkelt met de voorziening "Begraafplaats Zorgvlied". De hiervoor vermelde opbrengst afkoopsommen wordt gestort in de daarvoor bestemde voorzieningen "Afkoop onderhoud graven" en "Uitgifte graven". De afdracht van de afkoopsommen aan beide voorzieningen verklaart de hogere lasten ten opzichte van de begroting.

84

Jaarstukken 2021

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

Zorgvlied

BGR'21

BGR'21

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

1a. lasten

3.875

4.028

4.785

1b. baten, exclusief heffingen

-306

-306

-217

1c. verrekening met voorziening

83

-91

-26

3.652

3.631

4.542

1. Taakveld Zorgvlied (netto kosten) 2a. Reservemutaties/overig

REK'21

-23

143

143

2b. overhead

1.186

1.231

1.231

2. Overige toe te rekenen kosten

1.163

1.374

1.374

3. Totaal voor Zorgvlied relevante kosten

4.815 N

5.005 N

5.916 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-3.885

-4.086

-4.997

-201

0

4b. evt. tariefvoorstel 2021 4. Opbrengst heffing rechten Zorgvlied 5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

-4.086 V 729 V 84,9%

-4.086 V 919 N 81,6%

0 -4.997 V 919 N 84,5%

Bouwleges De legesinkomsten en de hiermee samenhangende lasten worden begroot op basis van (project)ontwikkelingen en verwachte vergunningaanvragen. In dit proces zit een risico van ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft of zelf kan beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn marktontwikkelingen, het tempo van de aanvrager zelf en economische omstandigheden (COVID-19). Dit beïnvloed of en wanneer een project daadwerkelijk tot een realisatiefase komt. Bovendien kan de gemeente alleen op basis van een inschatting van het initiatief een raming maken van de leges, terwijl een exact bouwplan nog niet bekend is. In de raadsvergadering van december 2020 is op basis van een prognose van kosten en opbrengsten een kostendekkend tarief vastgesteld. Dit heeft geleid tot een dekkingspercentage in 2021 van 61% (primitieve begroting 75%): de kosten in 2021 worden door de bouwleges in 2021 niet volledig gedekt. Bij grote projecten vanaf € 500.000 wordt er op basis van een vastgestelde aanname een reservering gemaakt voor de te verwachten kosten met betrekking tot het noodzakelijke toezicht op die grote projecten inclusief de constructieve toets. Op basis van nacalculatie worden deze projecten “afgerekend” nadat deze projecten zijn afgerond. In 2021 is sprake van € 213.000 hogere baten.

Op de lasten voor het toezicht van omgevingsvergunningen inclusief de constructieve toets is door minder verleende vergunningen een voordeel opgetreden van € 278.000. Dit betekent ook een voordeel bij de overige toe te rekenen kosten. Vorenstaande heeft geleid tot een dekkingspercentage van 84%. Bij de invoering van de omgevingswet wordt beoordeeld of de huidige systematiek voldoet en wellicht vereenvoudigd kan worden.

Jaarstukken 2021

85

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BOUWLEGES

1a. lasten

BGR'21

BGR'21

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'21

1.359

2.434

1b. baten, exclusief heffingen

0

0

1

1c. verrekening met voorziening

0

0

-15

1.359

2.434

2.276

2a. Overhead

992

1.912

1.791

2b. BTW

82

379

335

2c. Vergoedingen welstandscommissie

43

43

46

2. Overige toe te rekenen kosten

1.117

2.334

2.172

3. Totaal voor bouwleges relevante kosten

2.476 N

4.768 N

4.448 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-1.861

-3.523

-3.736

0

0

1. Taakveld bouwvergunningen (netto kosten)

4b. evt. tariefvoorstel 2021 4. Totale opbrengst bouwleges 5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

-1.861 V 615 N 75,2%

-3.523 V 1.245 N 73,9%

2.290

0 -3.736 V 712 N 84,0%

Burgerzaken In de 2e tijdvakrapportage werd een tekort op de legesinkomsten verwacht van € 250.000 en is de begroting bijgesteld. De verwachting was dat door de corona crisis minder documenten zoals reisdocumenten en rijbewijzen zouden worden verstrekt, alsmede huwelijken zouden worden uitgesteld. Bij opmaak van de rekening blijkt er een inhaalslag gemaakt te zijn op het gebied van aanvragen reisdocumenten. Dit leidt tot een positief resultaat ten opzichte van de begroting van € 170.000. Dit is een saldo van hogere leges ad. € 345.000 en hogere rijksafdrachten van € 175.000. Slechts een deel van de taken van de afdeling Burgerzaken is legesgerelateerd. Dit verklaart dat het dekkingspercentage in de orde van 30% à 40% ligt.

86

Jaarstukken 2021

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BURGERZAKEN

1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen 1. Taakveld burgerzaken (netto kosten)

BGR'21

BGR'21

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'21

2.552

2.468

-30

-30

0

2.522

2.438

2.644

2.644

2a. Overhead

1.373

1.373

1.373

2. Overige toe te rekenen kosten

1.373

1.373

1.373

3. Totaal voor burgerzaken relevante kosten

3.895 N

3.811 N

4.017 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-1.548

-1.384

-1.172

4b. evt. tariefvoorstel 2021

-38

0

4. Opbrengst burgerzaken

-1.422 V

-1.172 V

0 -1.548 V

5. Saldo kosten -/- heffing

2.473 N

2.639 N

2.469 N

6. Dekkingspercentage

36,5%

30,8%

38,5%

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Toelichting De onroerende zaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De onroerende zaakbelastingen bestaan uit een belasting voor het gebruik (alleen niet-woningen) en een belasting voor het eigendom (woningen en niet-woningen). De totale OZB-opbrengst voor het aanslagjaar 2021 bedraagt € 23,3 miljoen. Overige heffingen Parkeren Ten opzichte van de begroting is ongeveer € 260.000 extra opbrengst gerealiseerd:  € 208.000 naheffingsaanslagen;  € 182.000 parkeergelden en;  € 128.000 lagere inkomsten uit vergunningen. In de tweede tijdvakrapportage is de begroting neerwaarts bijgesteld met € 857.500. Het budget voor naheffingsaanslagen is neerwaarts bijgesteld met € 362.500 en voor parkeergelden € 495.000. Tijdens het 1e halfjaar was minder ingezet op handhaving parkeren en vanaf het derde kwartaal is extra ingezet op handhaving parkeren. Daarnaast is door versoepeling van de coronaregels meer geparkeerd dan in de tweede tijdvak werd geprognosticeerd. Dit heeft samen ervoor gezorgd dat er een extra opbrengst is gerealiseerd van € 390.000. Het tekort aan inkomsten parkeervergunningen in 2021 is ontstaan omdat de verwachte uitbreiding van betaald parkeergebieden naar aanleiding van de aangenomen motie van februari 2021, niet uitgevoerd is door de corona maatregelen. Deze extra inkomsten zijn wel begroot.

De uitvoering is uitgesteld naar 2022. Daarnaast zien we door de corona ontwikkelingen dat bedrijven minder parkeervergunningen afnemen dan begroot aangezien deze bedrijven veelal óf gesloten waren of merendeel van de medewerkers thuiswerken.

Jaarstukken 2021

87

Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting loopt 1 jaar achter; in 2021 staat de opbrengst over 2020 verantwoord. Bij de aanvullende voorstellen bij de begroting 2021 is de geraamde opbrengst voorzichtigheidshalve al verlaagd met € 0,7 miljoen voor 2021. In de 2e tijdvakrapportage is de opbrengst verder verlaagd met € 630.000. Van de oorspronkelijk begrote opbrengst over 2020 van € 1,76 miljoen is uiteindelijk € 430.000 opgelegd. Via de meicirculaire 2022 wordt dit verschil door het Rijk gecompenseerd. Lokale lastendruk Woonlastenvergelijking Om een indruk te geven van de ontwikkeling van de Amstelveense tarieven vergelijken wij ons op deze plaats met andere gemeenten. Basis hiervoor zijn de tarieven 2021. Voor de vergelijking met omringende gemeenten is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2021, opgesteld door het COELO. Voor 2021 bedragen de Amstelveense woonlasten (meerpersoonshuishoudens) € 784. Vergeleken met de ons omliggende gemeenten kent Amstelveen de laagste lokale lasten. Gesteld kan worden dat Amstelveen in staat is haar kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau te koppelen aan relatief lage woonlasten.

88

Jaarstukken 2021

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het uitgangspunt is een dialoog-gerichte aanpak in plaats van een risicomanagementsysteem (het vullen van een tool met alle risico’s). Verwacht wordt dat door een dialoog meer interactie ontstaat waardoor de echte risico’s boven tafel komen. Idee daarbij is ook dat niet op honderden (kleinere) risico’s gestuurd kan worden. Gestuurd zal worden op grotere risico’s waarbij de kans aannemelijk is dat deze zich kunnen voordoen. Zoals in 2020 is gebleken uit de corona-pandemie is een 100% risico-inschatting echter niet te maken. Inleiding Het beleidskader is met de Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021 in november 2021 vastgesteld. De nota is de kapstok aan de hand waarvan deze paragraaf is uitgewerkt. Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen.

Jaarstukken 2021

89

Risico's en beheermaatregelen Risicobeleid De risico’s zijn onderverdeeld in:  Normale bedrijfsrisico’s;  Financiële verhouding en decentralisaties;  Grondexploitaties;  Mobiliteit. Deze vier onderdelen worden hierna beschreven en afgesloten met een overzicht van de incidenteel benodigde weerstandscapaciteit (resumé risicoprofiel). De paragraaf biedt op hoofdlijnen inzicht in het risicoprofiel van de gemeente en de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Opgemerkt wordt dat er een onlosmakelijke samenhang is tussen risico's en beheersmaatregelen. Want met gedegen beheersmaatregelen worden de mogelijke risico's aanmerkelijk ingeperkt. Andersom geldt vanzelfsprekend ook dat, indien geen beheersmaatregelen worden getroffen, de risico's navenant toenemen. Risicoprofiel Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met:  duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen;  de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren;  het bevorderen van het risicobewustzijn;  het vermijden van risico's;  beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. Weerstandscapaciteit Dit betreft de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen.

Weerstandsvermogen Door risicoprofiel en weerstandcapaciteit met elkaar te confronteren kan een uitspraak over het weerstandvermogen van de gemeente worden gedaan. Zolang de weerstandcapaciteit groter is dan de gekwantificeerde risico's kan de gemeente tegenvallers opvangen. De weerstandcapaciteit betreft overigens structurele en incidentele zaken. Normale bedrijfsrisico's Met het gemeentelijk takkenpakket is een structureel jaarbudget van ongeveer € 275 miljoen gemoeid. Dit takenpakket is zeer divers en de mate van beïnvloedbaarheid verschilt per onderdeel, maar is in relatie met de hiervoor genoemde (beheer)maatregelen voor het gemeentebestuur op zich goed structureel te managen. Dit kan er overigens wel degelijk toe leiden dat er bestuurlijk fors moet worden ingegrepen. Uitgangspunt is, dat waar sprake is van structurele tegenvallers, deze middels compenserende structurele maatregelen (bezuinigen en/of inzetten belastingcapaciteit) in een structureel sluitende meerjarenbegroting moeten worden ingepast. Wanneer er voor wordt gekozen om structurele maatregelen getemporiseerd in te voeren om de acceptatie en/of zorgvuldige implementatie te verbeteren kan een financiële faseringsbuffer uitkomst bieden. De risico's die met de uitvoering van het gemeentelijk takenpakket samenhangen, vallen onder de noemer normale bedrijfsrisico's.

90

Jaarstukken 2021

De normale bedrijfsrisico’s zijn als volgt ingedeeld: 1. Fysieke leefomgeving; 2. Informatieveiligheid en privacy; 3. Financieel-economisch; 4. Fiscaliteit; 5. Overige ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Bouwleges De inkomsten uit bouwleges worden bepaald door de bouwactiviteiten binnen de gemeente. De geraamde inkomsten voor bouwleges zijn gebaseerd op de meerjarige planning van bouwactiviteiten. De realisatie kan afwijken van de planning zodat de inkomsten in een jaar afwijken van de begrote inkomsten, zowel in positieve als negatieve zin. Bestemmingsplan- en handhavingsprocedures De kans is altijd aanwezig dat de gemeente aangesproken wordt in het kader van bestemmingsplan- en handhavingsprocedures en dergelijke, na afsluiting van een grondexploitatie of project. De gemeente krijgt te maken met bezwaren, rechtsprocedures en schade aansprakelijkstelling. Aanbestedingsrisico’s Bij het onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen wordt bij diverse vakgebieden (o.a. groenbestekken en nieuwbouwprojecten) gebruik gemaakt van de markt. Door de aantrekkende bouw, het gebrek aan vakmensen bij de aannemers, de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021 en de hogere prijzen van grondstoffen, zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen.

Eén en ander kan tot gevolg hebben dat de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte en de gemeentelijke gebouwen in de toekomst hoger zullen worden. Voor toekomstige eenmalige investeringen in (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen en binnensportaccommodaties geldt eveneens dat het risico bestaat dat het aanbestedingsresultaat hoger uitvalt, dan in het investeringsplan maatschappelijk vastgoed is opgenomen. Niet alleen de stijging van de grondstofprijzen, maar ook het gemeentelijk ambitieniveau duurzaamheid drijft de investeringsbedragen op. Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen soms niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren. Enkele voorbeelden van deze factoren zijn:  afhankelijkheid van de bereidheid van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen;  het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen);  inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden;  beschikbaarheid van aannemers;  levertijden van materialen;  het moeilijk kunnen aantrekken van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie;  het op onverwachte plaatsen aantreffen van vervuilde grond waar in een project geen rekening mee gehouden is en waardoor sanering nodig is.

De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om dit binnen een krediet op te vangen verschillen van project tot project. Binnen het totale buitenruimteprogramma worden fluctuaties in budgetten zo goed mogelijk opgevangen.

Jaarstukken 2021

91

Civieltechnische kunstwerken Door heel Nederland staan civieltechnische kunstwerken (bruggen, tunnels, viaducten, duikers en kademuren) die tientallen jaren geleden zijn aangelegd. Kunstwerken hebben over het algemeen een gemiddeld lange levensduur (soms >50 jaar). Budgetten voor vervangingsinvesteringen (vervangen bij einde levensduur of groot onderhoud) is in het huidige Meerjarenprojectenplan openbare buitenruimte niet voorzien, klein dagelijks onderhoud wel. Om het areaal en de technische staat van de kunstwerken in Amstelveen goed in beeld te krijgen is in 2019 en 2020 een uitgebreide technische inspectie uitgevoerd. De inspectieresultaten zijn in 2021 geanalyseerd en worden vertaald naar een Nota Civieltechnische Kunstwerken, met bijbehorend financieel meerjarenperspectief, die in 2022 aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Afval Energie Bedrijf (AEB) De gemeente heeft tot en met 2022 een klantrelatie met het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam. De gemeente Amsterdam heeft als eigenaar van de installatie besloten deze te verkopen. Samen met de regiogemeenten zijn scenario’s onderzocht hoe we na het aflopen van de overeenkomst met het AEB het restafval kunnen laten verwerken. Er wordt in 2022 gezamenlijk met de regio een Europese aanbesteding doorlopen. Het is nog niet duidelijk wat dit voor gevolg heeft voor het verwerkingstarief van het restafval.

Afvalbeheer De vergoeding voor het inzamelen van PMD is door het Afvalfonds structureel verlaagd omdat per 1 juli 2021 statiegeld wordt geheven op PET-flesjes en per 1 januari 2023 op blikjes. Thuiswerken is ingeburgerd en dus zal naar verwachting de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval hoog blijven. Stikstofdepositie Bouwprojecten mogen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen et cetera dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Bij ontwikkelingen dient dit middels een stikstofberekening (met het rekenprogramma AERIUS Calculator) aangetoond te worden. Indien er een toename blijkt, kan middels een goede onderbouwing verzocht worden om een Wet natuurbeschermingsvergunning (bij de provincie Noord-Holland). Voor de kleinere projecten kunnen de AERIUS-berekeningen door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Stikstof kan ‘ver’ reizen en hoeft niet persé dichtbij neer te slaan. Vroeger kon nog gesteld worden dat gezien bepaalde afstand geen effect was te verwachten, maar die afstandseis is door de PAS-uitspraak komen te vervallen.

Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. Op 9 juli 2021 is bekend geworden dat voor het berekenen van stikstofneerslag een vaste afstandsgrens van 25 kilometer gaat gelden. Voor emissies door wegverkeer wordt rekening gehouden met stikstofdepositie tot 5 kilometer van de weg. AERIUS Calculator is op 13 januari 2022 aangepast om ervoor te zorgen dat de stikstofneerslag van een bron tot maximaal 25 kilometer wordt berekend. Deze aanpassing kan leiden tot andere (depositie) uitkomsten en kan eventuele consequenties hebben voor een project. Geluidsnormen Schiphol In 2020 heeft het Ministerie van BZK de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet ter inzage gelegd. Op basis van deze regeling zou door een nieuwe rekenmethodiek de cumulatie van geluid, waarbij luchtvaartlawaai strenger wordt gerekend dan op basis van bestaande regels, het akoestisch leefklimaat in grote delen van Amstelveen aangemerkt worden als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’.

92

Jaarstukken 2021

Vanuit de Bestuurlijke Regie Schiphol, maar ook door bijvoorbeeld Bouwend Nederland en de Neprom, is het ministerie gewezen op de mogelijke consequenties van deze regeling: locaties in de MRA-regio, waar een zeer grote woningbouwopgave ligt, zouden ‘op slot’ worden gezet doordat in planologische procedures niet te onderbouwen is dat er nog sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Bestuurlijk overleg met het rijk heeft tot nu toe opgeleverd dat door partijen eerst een impactanalyse wordt uitgevoerd. De Aanvullingsregeling wordt opgenomen in de Omgevingswet met daarbij de bepaling dat deze nog niet in werking treedt. Informatieveiligheid en privacy Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening is per 25 mei 2018 in werking getreden. Vanaf dat moment zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens. Ook de meldplicht datalekken vormt een onderdeel van de AVG. Bedrijven en overheden zijn hierdoor verplicht om een datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. Ook is het uitvoeren van privacyrisico-inventarisaties, zogenoemde DPIA’s, op sommige processen verplicht.

De gemeente Amstelveen heeft processen ingericht om de AVG wetgeving te borgen binnen de organisatie en voert DPIA’s uit waar nodig en waar verplicht. Persoonsgegevens worden binnen de gehele organisatie verwerkt. Doordat de AVG zich niet beperkt tot de inrichting van formele processen en DPIA toetsen, maar zich uitstrekt tot alle handelingen van medewerkers en verwerkingen in systemen, blijft de naleving van de AVG veel aandacht vragen. Informatieveiligheid Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Per 1 januari 2019 is de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) van kracht. Door de breedte en complexiteit van deze nieuwe regelgeving pakt de gemeente informatieveiligheid planmatig op. Jaarlijks wordt een risicoinventarisatie uitgevoerd, een actieplan informatieveiligheid en privacy vastgesteld en het informatieveiligheidsbeleid getoetst. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven. Ook worden er technische maatregelen ingezet, zoals antivirus software, logging en een firewall. Desalniettemin vraagt het veilig houden van het netwerk en de ICT systemen, vanwege de grote afhankelijkheid van digitale informatie in combinatie met de huidige dreigingen (bijvoorbeeld cyberaanvallen), de continue aandacht van de organisatie.

Financieel-economisch Dividenduitkering Stedin Amstelveen is voor 1,5 procent aandeelhouder van energiebedrijf Stedin. Daarnaast heeft Amstelveen in juni 2021 preferente aandelen gekocht. In de meerjarenbegroting wordt voor 2020 en 2021 vanwege de winstwaarschuwing van Stedin geen rekening gehouden met een dividenduitkering. Vanaf 2022 bevat de meerjarenbegroting een dividenduitkering van € 450.000. Eneco / REMU De aandeelhouderscommissie Eneco heeft in een informerende notitie in overweging gegeven om de volgende tekst in deze paragraaf op te nemen: Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 verkocht is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden.

Jaarstukken 2021

93

De verkoop van de aandelen Eneco is in 2020 afgerond. De claim bedraagt nu ruim € 300 miljoen inclusief rente. Rekening houdend met een totale opbrengst Eneco van € 4,1 miljard betekent toekenning van de claim voor Amstelveen een terugbetaling van de opbrengst van € 4,4 miljoen. Op 8 december 2020 hebben de oud-aandeelhouders de rechtszaak verloren waarna door de oudaandeelhouders cassatie is aangetekend. Dit is een langdurig proces en het is bij opmaak van deze rekening niet in te schatten wanneer de uitspraak volgt. Capaciteit elektriciteitsnet De capaciteit van het elektriciteitsnet staat onder druk. Directe beschikbaarheid c.q. aansluiting is niet meer vanzelfsprekend. De aanleg van zonneparken in vooral dunbevolkte gebieden (goedkope grond en ruimte) gaat niet gelijk op met de aanpassing van het netwerk. In andere regio's is juist extra vraag door datacenters en vraag van bedrijven die willen verduurzamen via elektrificatie. Dit betekent dat in het land een wachtrij van gebruikers ontstaat die niet allemaal aangesloten kunnen worden op het net (de spil van het energiesysteem). Door de landelijke regel dat de netbeheerder moet aansluiten in de volgorde van aanvraag c.q. "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" kan betekenen dat een school in een nieuwe wijk geen tijdige aansluiting heeft.

Naast het risico van onvoldoende capaciteit voor (nieuw)bouwplannen is Amstelveen aandeelhouder van netbeheerder Stedin. Door de behoefte aan financiële middelen voor aanpassing van het elektriciteitsnet kan het capaciteitsvraagstuk gevolgen hebben voor Amstelveen in de vorm van lager dividend en/of een aanvullende kapitaalvraag. Voorziening Alg. pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) Het Ministerie van BZK heeft op 5 oktober een brief gestuurd over wijziging van de APPA-wet. Het doel is om op 1 januari 2027 de financieringswijze van de APPA aan te passen. Dit is al ongeveer een decennium het voornemen vanuit het Rijk, maar door de invoering van het nieuwe pensioenstelsel lijkt dit nu concreet te worden. Via de jaarlijkse actualisatie van de overdrachtswaarde door de externe specialist wordt hierop voorgesorteerd. Voor de overgang is het belangrijk dat de gemeente Amstelveen op 1 januari 2027 een toereikende voorziening heeft voor de op dat moment al opgebouwde APPA-pensioenaanspraken. Een belangrijk risico aspect vormt de rekenrente. Dit blijkt uit de jaarlijkse (substantiële) financiële mutaties van de voorziening als de rekenrente iets muteert. AmstelveenSport B.V. De aandelen van AmstelveenSport B.V. zijn voor 100% in handen van de gemeente Amstelveen. Over het boekjaar 2020 geeft de accountant van AmstelveenSport geen oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening.

De basis voor deze oordeelonthouding wordt ingegeven door de onderwerpen omzetbelasting en opgenomen vordering op de gemeente. De accountant heeft niet voldoende geschikte controle informatie verkregen om zich op te kunnen baseren bij een oordeel over de gehele jaarrekening. Inflatie/prijsindex Consumentengoederen en -diensten zijn in 2021 duurder geworden. De inflatie in november was de hoogste sinds september 1982. Dit bevat een risico voor de gemeentelijke begroting. Het is geen automatisme dat de gemeente via het Rijk 100% wordt gecompenseerd voor prijsstijgingen. Economische ontwikkeling De gemeentebegroting is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Een verandering in economische ontwikkeling heeft via de uitkering uit het gemeentefonds, belastinginkomsten van bedrijven, inkomsten bouwleges, netto-inkomsten of verliezen uit bouwgrondexploitaties en dividendinkomsten een effect op de begroting. Gezien de huidige economische ontwikkelingen ten gevolgen van de Covid-19 pandemie komen de inkomsten onder druk te staan. Het Rijk heeft eind 2021 teruggekoppeld dat over 2020 Amstelveen een vergoeding krijgt van € 2,7 miljoen voor gederfde inkomsten bouwleges, parkeren, toeristenbelasting, marktgelden en burgerzaken.

94

Jaarstukken 2021

Fiscaliteit Doorontwikkeling Horizontaal toezicht (HT) Begin 2020 heeft de Belastingdienst een brief gestuurd waarin is aangekondigd dat met ingang van 2023 alle bestaande HT-convenanten worden opgezegd. Inmiddels is bekend gemaakt dat organisaties alleen voor verlenging van een zo te noemen doorontwikkeld HT-convenant in aanmerking komen, indien de organisatie voldoet aan 6 geschiktheidscriteria: Transparantie, Werkrelatie, Strategie, Risicoanalyse, Monitoring en Gegevens derden. Wanneer een organisatie een nieuw HT-convenant wenst te sluiten dan dient de organisatie een self-assessment uit te (laten) voeren, waaruit blijkt dat aan bovengenoemde geschiktheidscriteria voor het HT wordt voldaan. Binnen het doorontwikkeld HT komen alleen organisaties die aantoonbaar in control zijn, en voldoende fiscale beheersmaatregelen hebben doorgevoerd om fiscale risico’s te beheersen, nog in aanmerking voor het sluiten van een convenant. Er ligt op dit moment een concept Fiscaal Beleidsplan. Bij dit Beleidsplan is een Plan van Aanpak gevoegd over de wijze waarop wij vorenstaande denken te gaan realiseren. Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) Bij de aangiftes VPB vanaf 2016 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Voor de resultaten uit grondexploitaties is de gemeente Amstelveen samen met de belastingdienst gekomen tot een Vaststellingsovereenkomst.

De herziene aangiften 2016, 2017 en 2018 zijn reeds vooruitlopend op de vaststellingsovereenkomst (VSO) ingediend. De VSO is in 2021 ondertekend en opgestuurd. De aangifte 2019 is in het 1e kwartaal van 2021 afgerond en ingediend. De aangifte 2020 wordt in het eerste kwartaal van 2022 ingediend. In de rekening 2021 is een schatting gemaakt van de VPB last op basis van de geactualiseerde grondexploitaties;  Voor de verkoop van reststromen van afval geldt dat een VSO nog onderhanden is. Wel is aangegeven dat indien de gemeente de verkoop van reststromen afval zelf doet of laat verkopen voor eigen rekening in risico, zij over de overschotten VPB dient af te dragen. De overschotten worden daarbij fictief bepaald met een fictieve winstmarge van circa 1 procent;  De reclame-inkomsten zijn landelijk nog het grootste discussiepunt met materieel belang. De ontwikkelingen geven aanleiding deze zekerheidshalve mee te nemen in de aangifte Vennootschapsbelasting. Actualisering van reeds bestaande en nieuwe bouwgrondexploitaties met een hoger opbrengstpotentieel hebben een directe invloed op een eventuele VPB last in de toekomst en zijn in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Jaarlijks wordt bij de actualisatie van de grondexploitaties rekening gehouden met de VPB lasten.

BTW-sportvrijstelling Het recht op vooraftrek van BTW die aan gemeente in rekening is gebracht over de kosten die toerekenbaar zijn aan het ter beschikking stellen van sportaccommodaties is vervallen per 2019. De rijksoverheid zal gemeenten in 2019 t/m 2023 voor dit nadeel compenseren via de nieuwe specifieke-uitkering Sport (SPUK) . In 2021 is landelijk wederom meer aangevraagd dan er budget is (€ 182 miljoen), wat betekent dat de gemeente minder gecompenseerd wordt dan verwacht, namelijk 76,94% van de aanvraag. Het BTW-nadeel waar AmstelveenSport BV mee wordt geconfronteerd ("hun BTW nadeel") is meegenomen in de SPUK aanvraag van de gemeente Amstelveen. Via de Nota Aanvullende Voorstellen is voor 2021 en 2022 rekening gehouden met een nadeel voor de gemeente van afgerond € 0,1 miljoen.

Jaarstukken 2021

95

Bouw/project gerelateerde BTW In de gevallen dat de gemeente gebouwen en accommodaties BTW belast verhuurt is BTW op bouw- en verbouwingskosten terug te vorderen. Voorwaarde hierbij is – in geval van nieuwbouw – dat de verhuur gedurende een periode van 10 jaar voor 90% belast plaatsvindt. Indien deze BTW belaste verhuur in de werkelijkheid minder mogelijk blijkt, bestaat er een risico dat eerder teruggevorderde BTW moet worden terugbetaald. Overige ontwikkelingen Vernieuwing ambtelijke samenwerking Amstelveen – Aalsmeer In het afgelopen jaar zijn in langdurig en intensief overleg met de gemeente Aalsmeer afspraken gemaakt over vernieuwing van de ambtelijke samenwerking voor de periode 2022 – 2026. De gemaakte afspraken zijn bekrachtigd in de raadsvergaderingen van december 2021 in beide gemeenten. Uitgangspunten voor de vormgeving van de nieuwe samenwerking zijn vereenvoudiging en verheldering van de samenwerkingsafspraken, en meer ambtelijk belegde verantwoordelijkheden, waardoor de bestuurlijke drukte rond de samenwerking kan verminderen. De bestaande Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen blijft gehandhaafd als juridische basis voor de samenwerking. De gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst 2022 – 2026.

In die Samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat de colleges van Aalsmeer en Amstelveen gezamenlijk het verloop van afspraken uit de Samenwerkingsovereenkomst evalueren in de tweede helft van 2025. De financiële consequenties van de voorstellen voor vernieuwing van de samenwerking zijn als volgt samen te vatten. Er is een egalisatiereserve gevormd om noodzakelijk meerwerk in de taakuitvoering door de AA-organisatie voor beide gemeenten, niet zijnde bedrijfsvoering, te kunnen bekostigen. Aalsmeer betaalt in 2021 een bedrag van € 1,67 miljoen voor de frictiekosten, die in de AA-organisatie ontstaan als gevolg van de vorming van de kernorganisatie Aalsmeer. Het accommoderen c.q. “daadwerkelijk oplossen” is daarmee verder belegd bij de gemeente Amstelveen. Al naar gelang het moment en de mate waarin deze frictie optreedt zal de reserve worden ingezet en zal daarover via de reguliere P&C-cyclus worden gerapporteerd. Aalsmeer vormt een compacte eigen kernorganisatie die een klein deel van de taken van de AA-organisatie overneemt. De structurele dienstverleningsbijdrage van Aalsmeer aan Amstelveen gaat als gevolg daarvan met € 1,5 miljoen omlaag. Amity Amsterdam, het Rijk en Amstelveen dragen alle een bedrag bij aan de internationale school Amity. Op basis van leerlingenaantallen ontvangt de school een subsidiebijdrage.

De afgelopen jaren zijn de leerlingenprognoses niet gerealiseerd, zoals oorspronkelijk was begroot. Dit betekent dat in de P&C-documenten van de afgelopen jaren regelmatig een fasering is gemeld in de subsidiebijdrage aan Amity. De laatste tranche, een bedrag van € 1 miljoen, wordt verstrekt bij het behalen van 400 leerlingen. Het niet zoals gepland realiseren van de leerlingenaantallen leidt niet alleen voor Amity tot vertraging van het ontvangen van de subsidiebijdrage, maar betekent ook dat de overige uitgaven en inkomsten in evenwicht moeten blijven op het lagere leerlingenaantal om door te groeien naar een financiële gezonde school. Amity heeft in dat opzicht niet het geluk aan haar zijde door de coronapandemie. Zeker voor een internationale school betekent dit een extra uitdaging, doordat de leerlingen nu in de thuislanden naar school gaan. Hierdoor is ook onzeker op welke termijn de benodigde 400 leerlingen wordt bereikt. Met Amity is regelmatig overleg over de financiële situatie, prognoses in leerlingenaantal, financiële gezondheid op lange termijn en de strategie van de school. Lokale effecten van de corona-uitbraak Van het in maart 2020 beschikbaar gestelde lokale steunpakket van € 15 miljoen is eind 2021 ongeveer € 9 miljoen toegekend voor lokale steunmaatregelen. Het is onduidelijk wat voor lokale effecten de afbouw van landelijke steunmaatregelen zal betekenen.

Met het oog hierop bestaat bijvoorbeeld het risico, dat de instellingen/verenigingen waarvoor de huur is opgeschort, uiteindelijk toch niet hun financiële verplichtingen jegens de gemeente kunnen nakomen. Het komend jaar zal blijken welke na-ijleffecten de corona uitbraak heeft voor Amstelveen.

96

Jaarstukken 2021

Naast extra uitgaven voor de gemeente is ook sprake van inkomstenderving, met name op het gebied van toeristen- en parkeerbelasting. Conclusie Met het vaststellen van de nota Risicobeleid en reservebeleid is door de raad een risicobuffer van afgerond € 15 miljoen (5 procent van het begrotingstotaal van € 275 miljoen) vastgesteld. Dit als buffer voor incidentele risico's waarvoor geen voorziening is getroffen. Structurele problemen moeten in een sluitende meerjarenbegroting worden ingepast. Financiële verhouding en decentralisaties Onder de noemer financiële verhouding en decentralisaties gaan wij apart in op ontwikkelingen op de terreinen: 1. financiële verhouding met het Rijk, 2. omgevingswet en 3. sociaal domein. Financiële verhouding De financiële verhouding is inmiddels een grote risicofactor voor alle gemeenten. Het Kabinet Rutte III heeft de achterliggende jaren een structureel herstel van gezonde gemeentefinanciën met een toereikende Rijksbekostiging doorgeschoven naar een nieuw Kabinet c.g. Regeerakkoord. Dit nieuwe Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV is eind 2021 verschenen. Het eerste beeld is diffuus en complex met de nadruk op incidentele maatregelen. Een eerste duiding is gedeeld met de gemeenteraad. Meer houvast is niet eerder te verwachten dan via de komende Voorjaarsnota van het Rijk met een vertaling naar gemeenten via de meicirculaire.

In afwachting daarvan blijft onzekerheid troef en liggen er concrete pijnpunten. De VNG sprak in een eerste reactie van een “valse start”. Binnen de financiële verhouding zijn de volgende risico’s van substantiële omvang te noemen: 1. In de huidige meerjarenbegroting zit per 2025 een structurele opschalingskorting van het Rijk op de algemene uitkering gemeentefonds verwerkt van afgerond € 3,5 miljoen. Deze korting is opgebouwd in de periode 2018-2025, met de hoogste kortingen in de laatste jaren. Er is geen deugdelijke inhoudelijke basis voor deze korting. Toch heeft het nieuwe Kabinet de korting structureel in de boeken laten staan per 2026 en volstaat zij met een incidenteel bevriezen van de korting gedurende deze Kabinetsperiode; 2. Het sociaal domein laat al een reeks van jaren een sterke autonome kostenstijging zien. Dit is een landelijk patroon. De Rijksbekostiging schiet tot dusver structureel tekort en blijft hier ver bij achter. Naast de kosten van Jeugdhulp betreft dit ook de Wmo, met name door de invoering van het abonnementstarief. De grote tekorten op Jeugdhulp hebben geleid tot een arbitrageprocedure tussen Rijk en VNG. Als uitkomst van de arbitrage ligt er een uitspraak, dat het Rijk extra middelen dient toe te kennen.

Dit is een aflopende reeks, waarbij de afbouw van de extra middelen moet worden gerealiseerd door een maatregelenpakket om de kosten terug te dringen (Hervormingsagenda). Hier bovenop boekt het Rijk in het nieuwe Regeerakkoord eenzijdig een extra ombuiging in, oplopend naar € 500 miljoen structureel. Het abonnementstarief Wmo wordt niet afgeschaft maar iets anders ingestoken. Dit blijft voor gemeenten een financieel risico; 3. Het is op dit moment onzeker hoe het bijstandsvolume en de samenhangende bekostiging van de bijstandsverstrekking via het BUIG-budget zich gaat ontwikkelen. Tussen de opvolgende prognoses van het CPB zitten grote schommelingen die doorwerken in de rekenregels voor het macrobudget BUIG; 4. Een structureel afdoende bekostiging van nieuwe gemeentelijke taken c.q. maatschappelijke opgaven zoals het klimaatakkoord (duurzaamheidsopgave) en de invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw is nog niet goed geregeld en een risico; 5. Het Rijk heeft een voorstel naar buiten gebracht voor een grootschalige herziening van de verdeling van het gemeentefonds. Volgens de op dit moment bekende indicatieve cijfers zit Amstelveen met dit voorstel aan de goede kant van de streep. Inmiddels ligt er echter een

Jaarstukken 2021

97

kritisch advies van de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) en heeft de Algemene Ledenvergadering van de VNG een resolutie aanvaard die het Kabinet adviseert het nieuwe verdeelmodel pas in te voeren als dit verdeelmodel is aangepast in lijn met de ROBaanbevelingen én de koek is vergroot. Al met al is de uitkomst van dit traject nog ongewis, zowel qua tempo (wordt de beoogde invoeringsdatum van 1jan23 gehaald) als qua inhoud (blijft het voorstel intact of wordt het aangepast); 6. De macro-economische ontwikkeling, de oplopende inflatie door schaarste aan grondstoffen en personeel, de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel en de opgelopen staatsschuld hebben (deels direct en deels indirect via de Rijksbegroting) grote impact op de gemeentefinanciën; 7. Het Rijk heeft tijdens de wedstrijd de spelregels veranderd door € 2 miljard extra Rijksuitgaven via de Algemene Politieke Beschouwingen (sep21) buiten het accres te houden (“niet samen de trap op deze keer”). De wel in de accresberekening verwerkte hogere Rijksuitgaven laten de eerste jaren grote incidentele ruimte zien, maar bij onderuitputting in de feitelijke besteding verdampen deze accressen. Dit is een zeer reëel scenario. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De invoering van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Als nieuwe data wordt genoemd 1 januari 2023.

De invoering en de implementatie van deze wet betreft een omvangrijk en complex proces waar veel tijd mee gemoeid is/zal zijn. De wet vervangt circa 26 sectorale wetten en ongeveer 120 bestaande algemene maatregelen van bestuur gericht op de fysieke leefomgeving (waaronder wonen en bouwen). Doelstelling van deze wet is onder andere om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving eenvoudiger, transparanter en sneller te maken. Voor de interne organisatie betekent dit, naast een aanpassing van werkwijzen en systemen ook een omwenteling in de manieren van denken en handelen. Het programmateam Omgevingswet is binnen de organisatie bezig om de implementatie van deze wet voor te bereiden en mogelijk te maken. Sociaal domein Tekorten op Jeugd Met ingang van 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor veel nieuwe taken op de terreinen Zorg, Werk en Jeugd. Deze drie terreinen komen afzonderlijk aan de orde in Programma 1 Sociaal Domein, verreweg het grootste van de zes programma’s. Met name op de decentralisatie Jeugd kampen veel gemeenten met grote tekorten. Amstelveen behoort hier tot de grote tekortgemeenten. De behandelkosten lopen op. Zie verder ook punt 2 onder de tekst hierboven bij "Financiële verhouding". Rijksmiddelen De landelijke tekorten op Jeugd liggen in de orde van € 1,7 miljard (rapport AEF december 2020 met cijfers over 2019).

Op basis van de uitkomsten hiervan heeft het Rijk incidenteel voor 2022 een extra bedrag van € 1,3 miljard beschikbaar gesteld. Voor 2022 is een ‘normatieve’ (lees: taakstellende) besparing ingeboekt van macro € 214 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op een maatregelenpakket in het rapport van de arbitrage-commissie ‘waarover overeenstemming bestaat tussen Rijk en VNG’. In het rapport loopt dit bedrag meerjarig op tot afgerond € 1 miljard per 2026. Er tekenen zich aldus twee sporen af: Het eerste spoor is de erkenning van de bestaande tekorten en de verantwoordelijkheid van het Rijk voor een betere bekostiging (meer geld). Het tweede spoor is de inzet op een betere beheersing en terugdringing van de kosten, zowel binnen de bestaande regelgeving als via aanpassing van de regelgeving

98

Jaarstukken 2021

De beoogde terugdringing van kosten zou moeten worden gerealiseerd via de Hervormingsagenda Jeugd. In het nieuwe Regeerakkoord is eenzijdig € 500 miljoen extra bezuiniging op Jeugd ingeboekt bovenop de hiervoor genoemde, reeds ingeboekte € 1 miljard. Dit heeft de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten verder op scherp gezet en is voor de VNG reden de uitvoering van de hervormingsagenda vooralsnog op te schorten (resolutie ALV VNG 13jan22). In afwachting van nader uitsluitsel en nieuwe afwegingen voor 2023 en verder heeft Amstelveen voor 2021 en 2022 de reële kosten van voortzetting van het bestaande gemeentelijke beleid in de begroting opgenomen en de tekorten op Jeugd voor deze jaren voor eigen rekening genomen, ten laste van de gemeentelijke reserve. Lokaal beeld, invloed Corona, maatregelen Er is al sinds 2018 een grote stijging te zien van de jeugdhulpkosten. De financiële tekorten worden veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder een stijging van het aantal cliënten, de lengte van trajecten en de zwaarte van trajecten. Corona heeft alle drie deze ontwikkelingen versterkt. De onderliggende maatschappelijke oorzaken zijn divers. Ook de indexatie van de tarieven is een jaarlijks terugkerend issue omdat deze vaak hoger is dan de compensatie vanuit het Rijk. De lokale/regionale maatregelen vanaf 2018 hebben nog niet geleid tot het keren van de opwaartse trend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=27e70875-f4c9-4eb0-aa67-8ca2a6d9e388