c. Toelichting TAM-plan Kronenburg
Tekst van het document
Signed By: Poppens, T. 2026-02-12T09:05:01+01:00 ID: a57dfa9e-056d-4736-a989-d4d5cd001136 Auth: Scribble
TOELICHTING TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22b - Kronenburg'
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
Signed By: Tönnissen, M.J.P. 2026-02-11T22:50:06+01:00 ID: a57dfa9e-056d-4736-a989-d4d5cd001136 Auth: Scribble
1 van 73
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Toets aan het omgevingsplan 1.4 Procedure 1.5 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 PLANVORMING 2.1 Huidige situatie 2.2 Ambitie op hoofdlijnen 2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.4 Functionele ontwikkeling en programma 2.5 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in omgeving HOOFDSTUK 3 FYSIEKE LEEFOMGEVING 3.1 Bodemkwaliteit 3.2 Water en klimaatadaptatie 3.3 Natuur 3.4 Archeologie en cultureel erfgoed 3.5 Bedrijven en milieuzonering 3.6 Geluid 3.7 Trilling 3.8 Bezonning en schaduwwerking 3.9 Luchtkwaliteit 3.10 Omgevingsveiligheid 3.11 Mobiliteit en parkeren 3.12 Windklimaat 3.13 Kabels en leidingen 3.14 Duurzaam bouwen en energie 3.15 Toetsing milieueffectrapportage (m.e.r./mer) HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE HAALBAARHEID 4.1 Financieel economische haalbaarheid 4.2 Kostenverhaal 4.3 Nadeelcompensatie 4.4 Handhaving HOOFDSTUK 5 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 5.1 Participatie 5.2 Bestuurlijk vooroverleg 5.3 Vaststellingsprocedure HOOFDSTUK 6 TOELICHTING PLANREGELS
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
3 3 3 4 5 6 7 7 7 7 23 26 30 30 31 33 35 37 38 49 50 50 51 57 61 62 62 64 66 66 66 66 66 68 68 68 68 70
2 van 73
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding
Kronenburg is het kantorengebied naast studentencampus Uilenstede in Amstelveen. De gemeente streeft al langere tijd naar versterking van deze campus, door uitbreiding van studentenhuisvesting in het gebied, gecombineerd met voorzieningen. Een succesvolle transformatie van Kronenburg stuitte qua woningbouw tot op heden op de regelgeving van het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Medio 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘UilenstedeKronenburg’ vastgesteld om de in de gebiedsvisie geformuleerde transformatieopgave juridischplanologisch te faciliteren. Tegen dit besluit is door de minister van Infrastructuur en Waterstaat beroep ingesteld, omdat ontwikkeling van het gebied met meer dan 25 woningen niet mogelijk is zonder een verklaring van geen bezwaar. Bij uitspraak van 18 mei 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingplan onder verwijzing naar het LIB vernietigd, voor zover dat betrekking had op de studentenwoningen en de extented stay kamers. In 2023 is in samenspraak met de gemeente door de ministers BZK en I&W afgesproken om in te zetten op een gebiedsontwikkeling die de leefomgevingskwaliteit van het gebied verbetert. Met dit TAMomgevingsplan wordt de voorgestane gebiedsontwikkeling juridischplanologisch mogelijk gemaakt.
Op 2 oktober 2025 is door de initiatiefnemer van een gedeelte van het plan een aanvraag om de afgifte van een omgevingsvergunning voor het bouwen van twee gebouwen ingediend (Z202500008239). De besluiten over het TAMomgevingsplan en de omgevingsvergunning worden gecoördineerd behandeld (zie paragraaf 1.4). Het concept van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning is opgenomen als bijlage 1.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
Kronenburg ligt in het noordoosten van Amstelveen. In onderstaande afbeelding is de planverbeelding van het bestemmingsplan ‘Uilenstede – Kronenburg’ weergegeven, zoals dat nu geldt na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De zogenaamde witte vlekken zijn de delen van het bestemmingsplan die door de Afdeling zijn vernietigd. Deze vlekken vormen het plangebied van dit TAMomgevingsplan met ruim 6 hectare.
Figuur 1: Planverbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Uilenstede Kronenburg'
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
3 van 73
Figuur 2: Ligging plangebied in Amstelveen
Figuur 3: Globale begrenzing plangebied
1.3 Toets aan het omgevingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden momenteel, als onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, de volgende bestemmingsplannen: <0000> ‘Amstelveen NoordOost’, vastgesteld op 29 mei 2013; <0000> 'Paraplubestemmingsplan Herziening Begripsbepaling Peil', vastgesteld op 1 oktober 2014; <0000> 'Paraplubestemmingsplan Schipholparkeren en Parkeernormen', vastgesteld op 22 maart 2017; <0000> 'Paraplubestemmingsplan wonen', vastgesteld op 12 juni 2019; <0000> 'Paraplubestemmingsplan Datacenter Amstelveen', vastgesteld op 18 oktober 2023; <0000> 'Paraplubestemmingsplan Flitsbezorgdiensten Amstelveen', vastgesteld op 13 maart 2024;
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
4 van 73
<0000>
'Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie 2024', vastgesteld op 24 april 2024.
Dit TAMomgevingsplan vervangt deze plannen binnen het onderhavige plangebied. Het desbetreffende deel van de planverbeelding van het, aan het bestemmingsplan ‘Uilenstede – Kronenburg’ voorafgaande, bestemmingsplan ‘Amstelveen NoordOost’ wordt hieronder weergegeven.
Figuur 4: Uitsnede planverbeelding bestemmingsplan ‘Amstelveen NoordOost’
Voor het plangebied van dit TAMomgevingsplan geldt overwegend de bestemming 'Kantoor'. Daarnaast gelden de bestemmingen 'WonenWoonzorg', 'Gemengd1' en 'Groen'. De voorziene studentenwoningen, shortstay units en voorzieningen kunnen op basis van deze bestemmingen niet worden gerealiseerd. De hiervoor genoemde paraplubestemmingsplannen regelen gemeentebreed een aantal onderwerpen. In dit TAMomgevingsplan wordt daar inhoudelijk bij aangesloten.
1.4 Procedure Het TAMomgevingsplan Vanwege het feit dat het onderhavige project niet past binnen de regels van het vigerende omgevingsplan (en omdat er geen afwijkingsprocedure wordt gevoerd), is het opstellen van een nieuw TAMomgevingsplan noodzakelijk. Dit betreft het onderhavige TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'. De planprocedure ziet er als volgt uit. Het ontwerp TAMomgevingsplan wordt op basis van artikel 16.30 Omgevingswet (Ow) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegd. De kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpTAMomgevingsplan wordt gedaan via digitale weg in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Het ontwerp TAMomgevingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd en binnen deze termijn kan een ieder zienswijzen bij de gemeente indienen. De ingediende zienswijzen worden meegenomen bij de besluitvorming over het vast te stellen TAMomgevingsplan. Na de vaststelling van het TAMomgevingsplan door de gemeenteraad ligt het vastgestelde TAMomgevingsplan zes weken ter inzage en kunnen belanghebbende een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State indienen. Tevens kan een verzoek om een voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend.
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
5 van 73
Verklaring van geen bezwaar (vvgb) ex artikel 8.9 van de Wet luchtvaart Vanwege de ligging van het plangebied binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit (LIB), mogen op grond van artikel 2.2.1c van het LIB per bouwplan maximaal 25 woningen daaraan worden toegevoegd. Voor het toevoegen van meer woningen is een vvgb op grond van de Wet luchtvaart vereist. Op 23 juli 2025 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport, namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de benodigde vvgb voor de bouw van 438 studentenwoningen verleend. Dit besluit wordt samen met het besluit over het TAMomgevingsplan aangemerkt als één besluit. Een afschrift van de verleende vvgb is opgenomen als bijlage 2 in deze toelichting. Coördinatieregeling van afdeling 3.5 Algemene wet bestuursrecht Om de ontwikkeling van het plangebied te kunnen realiseren dient het Omgevingsplan te worden gewijzigd. Nu tevens een aanvraag om de afgifte van een omgevingsvergunning is ingediend voor een deel van het plangebied (twee gebouwen in cluster C), worden beide besluiten gecoördineerd voorbereid. Het gebruikmaken van de coördinatieregeling heeft een aantal voordelen. De procedure van het TAMomgevingsplan is leidend, waarbij de ontwerpbesluiten gezamenlijk ter inzage worden gelegd. Daardoor kunnen in één keer op de gecoördineerde besluiten zienswijzen naar voren worden gebracht.
Op grond van artikel 16.14a van de Omgevingswet geldt het gewijzigde omgevingsplan als beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Daardoor kan het besluit over de omgevingsvergunning worden genomen, kort nadat de gemeenteraad het TAMomgevingsplan heeft vastgesteld. Nadat de besluiten tot vaststelling van het TAMomgevingsplan en de verlening van de omgevingsvergunning zijn genomen, is beroep mogelijk bij één instantie (anders meerdere instanties), namelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt de besluiten als één besluit en dient binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een besluit te nemen. Hierdoor kan aanzienlijke tijdwinst worden behaald. Tevens biedt toepassing van de coördinatieregeling de mogelijkheid om duidelijk inzicht te verschaffen in de nieuwe gewenste situatie, omdat de wijziging van het Omgevingsplan en de omgevingsvergunning in samenhang kunnen worden bezien. Op 13 mei 2025 hebben burgemeester en wethouders besloten de coördinatieregeling toe te passen. De gemeenteraad heeft dat gedaan op 11 juni 2025, waarbij hij tevens heeft ingestemd met het aanwijzen van burgemeester en wethouders als coördinerend bestuursorgaan.
1.5 Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de planvorming besproken. Hierin wordt de huidige ruimtelijk functionele situatie, de ambitie op hoofdlijnen en de aspecten uit relevante visies, beleid en regels op het plan beschreven. Aanvullend is in hoofdstuk 2 ook de gedetailleerde planomschrijving inclusief de ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. De financiële en maatschappelijke haalbaarheid komen vervolgens in hoofdstuk 4 en 5 aan de orde. In het laatste hoofdstuk worden de planregels nader toegelicht.
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
6 van 73
HOOFDSTUK 2 PLANVORMING 2.1 Huidige situatie
Kronenburg is gelegen naast Uilenstede in het noordoosten van Amstelveen en is met circa 25 hectare de grootste kantorenlocatie in de gemeente Amstelveen en één van de grootste in de Metropoolregio Amsterdam. De eerste kantoren verrezen er in de jaren zeventig en Kronenburg is aanvankelijk geruime tijd een bloeiend kantorengebied. Toen de financiële en vastgoedcrisis in 2009 begon, is het gebied echter in verval geraakt. Een gebiedsgerichte aanpak van de leegstand door een kantorenloods heeft het tij niet kunnen keren: veel kantoren staan al lange tijd leeg. Het gebied wordt daardoor steeds minder aantrekkelijk als werkomgeving. Naast kantorenleegstand, bevinden zich in het gebied braakliggende percelen. De voorheen bestaande bebouwing is met het oog op de gewenste transformatie van het gebied gesaneerd. Deze omstandigheden zetten de ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit, leefbaarheid en veiligheid van het gebied sterk onder druk met een uitstraling naar de naastliggende gebieden, waaronder studentencampus Uilenstede.
2.2 Ambitie op hoofdlijnen
Amstelveen streeft al langere tijd naar versterking van de campus Uilenstede, door uitbreiding van studentenhuisvesting in het gebied, gecombineerd met voorzieningen. Zonder ook een woonfunctie toe te voegen bestaat te weinig draagvlak voor functies en voorzieningen die de levendigheid in Kronenburg kunnen terugbrengen. Dit draagvlak is nodig om tot een gemengd stedelijk milieu te komen. In een dergelijk milieu wordt de resterende bedrijfs en kantoorruimte weer aantrekkelijker voor bedrijven, waardoor deze voor het gebied kunnen worden behouden en nieuwe bedrijven kunnen worden aangetrokken. Bovendien stijgen door afgenomen leegstand en toegenomen ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid de vastgoedprijzen en neemt als gevolg daarvan de investeringsbereidheid van vastgoedeigenaren in panden en buitenruimte toe. De ambitie is om op KronenburgUilenstede een toekomstbestendig, levendig en dynamisch woonwerkgebied te realiseren en kansen te creëren om uit te groeien tot een plek waar studenten, bedrijven, ondernemers, onderwijsgevenden en onderzoekers elkaar eenvoudig kunnen ontmoeten en waar nieuwe ideeën en (kennis)initiatieven tot stand komen.
Door Kronenburg in samenhang met Uilenstede als onderdeel van de gebiedsontwikkeling op de Zuidas tot gemengd stedelijk milieu te transformeren, kan hier in het perspectief van “Nederland kennis en innovatieland” – een veelzijdige en dynamische campus worden gecreëerd. Zo ontstaat aansluitend op het internationale zakencentrum van de Zuidas en het internationale economische klimaat en expatmilieu van Amstelveen een hoogwaardig economisch gebied, waarin innovatie wordt gestimuleerd. Daarbij kan op Kronenburg een fysieke locatie worden gevonden om het tekort aan studentenhuisvesting in de regio op hoogwaardige wijze, aansluitend op bestaande en nieuwe faciliteiten, in te lopen. Daarnaast kan Kronenburg juist door middel van de toevoeging van studentenhuisvesting (als kritieke massa) ook een locatie worden om de economische groei, kennis en innovatie en banen van de toekomst te faciliteren en draagt het op unieke wijze bij aan de verwezenlijking van de internationale ambities van de metropoolregio.
2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de ontwikkeling beschreven en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst. Achtereenvolgens komt het relevante Rijks, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 3. 2.3.2 Beleid en regelgeving van het Rijk Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
7 van 73
Hieronder volgt het beleid en de regelgeving van het Rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid en deze regelgeving rekening wordt gehouden in dit TAMomgevingsplan. 2.3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten, die onderling veel met elkaar hebben te maken. Voor iedere prioriteit geeft de NOVI richting aan hoe de fysieke leefomgeving in te richten. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De vier prioriteiten zijn vertaald naar een Uitvoeringsagenda, die concrete invulling geeft aan de richtingen, zowel vanuit de rol van het Rijk als in samenwerkingsverband. Het Rijk kiest hierbij voor de inzet van algemene rijksregels, bestaande financiële middelen en kennisontwikkeling. Het rijk zal in samenspraak met medeoverheden en maatschappelijke partijen bestuurlijke afspraken maken. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In samenhang met de NOVI is het Nationaal Milieubeleidskader uitgebracht. Hierin worden nadere uitgangspunten en basisprincipes geformuleerd, die specifiek betrekking hebben op het milieubeleid. De onderdelen binnen de NOVI worden nader uitgewerkt in bijvoorbeeld het Programma Energiehoofdstructuur of het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Daarnaast wordt de NOVI gebiedsgericht uitgewerkt in de Omgevingsagenda's, Gebiedsagenda's Grote Wateren en NOVIgebieden. De rol van het Rijk is hierin het faciliteren van medeoverheden om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheden, wat aansluit bij het principe: 'decentraal, tenzij'. Er worden samenwerkingsafspraken gemaakt over de afwegingsprincipes en voorkeursvolgordes uit de NOVI. Om beleidskeuzes te helpen maken zijn er drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Woondeal MRA De Metropoolregio Amsterdam (MRA) moet zich inspannen voor de bouw van 100.000 woningen in de periode 20182025, en voor voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (prognose 2017). Deze woningen moeten structureel voldoende betaalbaar blijven. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft deze afspraken met de MRA op 5 juli 2019 ondertekend in een Woondeal. Het Rijk en de MRA spannen zich in om voldoende woningproductie te realiseren om te voldoen aan de groeiende woningbehoefte en de tekorten in alle segmenten terug te dringen. Relevantie plangebied Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
8 van 73
Dit TAMomgevingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de NOVI. Hoewel het onderhavige plan niet specifiek betrekking heeft op de nationale belangen, draagt het plan bij aan de belangen om te komen tot de verbetering van van de leefbaarheid van de omgeving door onder meer woningbouw. Met dit plan wordt een toekomstbestendige ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving vorm gegeven. 2.3.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd.
Omgevingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB. De procedures voor een v.v.g.b en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar, maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een functie die vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden.
De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het landelijk gebied is een verbod verankerd in het LIB op nieuwe woningbouwlocaties. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogten van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogten zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte oplopend van 55 tot 60 meter. Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 44 oplopend tot 46 meter. Omdat het plangebied is gelegen onder N.A.P. blijft het voorliggende initiatief met een maximum bouwhoogte van 48,5 meter gerekend vanaf peil onder deze toetshoogten.
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
9 van 73
Het plangebied ligt eveneens binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Dit TAMomgevingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk. Voor het plangebied gelden tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het plangebied ligt binnen de zones 4 en 5 van het LIB. Vanwege de ligging in zone 4 LIB heeft de nieuwbouw van 438 studentenwoningen in het plangebied een relevante geluidbelasting vanwege luchthaven Schiphol. In paragraaf 3.6 wordt hier nader op ingegaan. Het plangebied is eveneens gelegen in het afwegingsgebied voor geluid en externe veiligheid (zone 5). In dit gebied bestaat een enigszins verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond. Op grond van artikel 2.2.1.d, lid 2 van het LIB dienen gemeenten te motiveren op welke wijze hiermee rekening is gehouden. In paragraaf 3.10 wordt hier nader op in gegaan. 2.3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Relevantie plangebied In dit TAMomgevingsplan vindt een nieuwe stedelijke ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied. De revitalisering van het plangebied is van substantiële omvang. Dit betekent dat, op grond van artikel 5.129g, lid 2, onder a. van het Bkl, de behoefte van deze ontwikkeling moet worden onderbouwd. Sweco heeft onderzoek gedaan naar de behoefte aan de nieuwe stedelijke functies die in het programma van dit TAMomgevingsplan zijn opgenomen. Het rapport 'Behoeftenonderzoek stedelijke functies Amstelveen Kronenburg', projectnummer 51030767, d.d. 17 juli 2025, is als bijlage 3 opgenomen in deze toelichting. Onderzoek is gedaan naar de behoefte aan studentenhuisvesting, short stay en overige kleinschalige voorzieningen, zoals horeca, detailhandel en sport. Per functie is een regioafbakening gemaakt en is gekeken naar de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Zoals uit de tabel in het onderstaande figuur 5 blijkt, voorzien alle beoogde nieuwe stedelijke functies in dit TAMomgevingsplan in een behoefte, kwantitatief en kwalitatief, en dragen bij aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ze kunnen de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaan.
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
10 van 73
Figuur 5 : Samenvattende tabel behoefteonderzoek
2.3.3 Beleid en regelgeving van de provincie en regio Hieronder volgt het beleid en de regelgeving van de provincie NoordHolland, waar indien relevant voor het plangebied met dit provinciaal beleid en deze regelgeving rekening wordt gehouden in dit TAMomgevingsplan. De door de provincie voorgestane regionale beschouwing komt daarbij aan de orde. 2.3.3.1 Omgevingsvisie NH 2050 Op 19 november 2018 is de "Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid" door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld. In deze visie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat NoordHolland een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
11 van 73
en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van NoordHolland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities. Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van NoordHolland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat NoordHolland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur.
Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied De relevante onderdelen van de Omgevingsvisie NH2050 voor het onderhavige plan, en de aansluiting van het plan op de Omgevingsvisie, komt in feite aan bod in de navolgende paragraaf over de Omgevingsverordening NH2022. 2.3.3.2 Omgevingsverordening NH 2022 en instructieregels van de provincie De doorwerking van de beleidsdoelen van de provincies is verzekerd via de instructieregels in de omgevingsverordening. Vanaf 1 januari 2024 geldt de Omgevingsverordening NH2022 van de Provincie NoordHolland. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn alle regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water opgenomen. De Omgevingsverordening NH2022 is op 1 juli 2025 gewijzigd in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2022 staan instructieregels opgenomen. Met deze instructieregels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij moeten opnemen in het omgevingsplan of waarmee zij rekening mee moeten houden bij het opstellen van het omgevingsplan of bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De instructieregels voor omgevingsplannen zijn opgenomen in Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening. De instructieregels gaan over de volgende thema’s: <0000> Stedelijke functies. <0000> Duurzame energie en energieinfrastructuur.
<0000> Land en tuinbouw. <0000> Beschermd landelijk gebied. <0000> Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied. <0000> Cultureel erfgoed. <0000> Klimaatadaptatie. <0000> Provinciale wegen. <0000> Regionale luchthavens. <0000> Regionale waterkeringen. In de omgevingsverordening zijn voor deze thema’s werkingsgebieden opgenomen. Per thema en/of werkingsgebied staat beschreven welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De werkingsgebieden en regels worden regelmatig aangepast. Relevantie plangebied Artikel 6.13 (Regionale afspraken nieuwe stedelijke functies) In dit artikel van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald, dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in nieuwe stedelijke functies als de ontwikkeling Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
12 van 73
in overeenstemming is met de binnen de regio daarover gemaakte schriftelijke afspraken. Onder stedelijke functies wordt verstaan: functies die verband houden met wonen, bedrijven, voorzieningen, stedelijk water en stedelijk groen. Zoals is gebleken uit paragraaf 2.3.2.3 (Ladder voor duurzame verstedelijking), is de onderhavige ontwikkeling te zien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, die voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In de provinciale woningbouwmonitor plancapaciteit is het plangebied opgenomen als woningbouwlocatie met maximaal 438 woningen. De locatie is bovendien door de Metropoolregio Amsterdam (MRA) opgenomen op de lijst van kansrijke locaties om te komen tot de beoogde versnelling van de woningbouwproductie in verband met de aanzienlijke opgave in de metropoolregio. Daarnaast is Kronenburg door de MRA aangemerkt als 1 van de 9 sleutelgebieden met metropolitane impact, omdat de (boven)regionale opgaven samen komen in deze voorgestane gebiedsontwikkeling. Samenwerking tussen regio en Rijk is nodig is om te zorgen voor duurzame en toekomstbestendige verstedelijking. Op 7 juli 2025 heeft het MRA een avies uitgebracht aan burgemeester en wethouders van Amstelveen. Hierin wordt gesteld dat het plan een meerwaarde is voor de gebiedsontwikkeling; het is passend in de markt en in de regio.
Artikel 6.34 (Woningen binnen de LIB 5 zone Schiphol) In dit artikel is bepaald dat binnen het werkingsgebied LIB 5 zone Schiphol alleen nieuwe woningen worden toegestaan als in de motivering van het omgevingsplan rekenschap wordt gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en de redenen worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen toe te staan. Het plangebied ligt binnen dit werkingsgebied. Voor de wijze waarop rekenschap wordt gegeven wordt verwezen naar paragrafen 3.6 en 3.10. Artikel 6.75 (Klimaatadaptatie) In dit artikel is bepaald dat een omgevingsplan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een risicoanalyse bevat van de aanwezige en de te verwachten klimaatrisico's binnen het plangebied. Hierbij komen volgende onderwerpen aan bod: wateroverlast, overstroming, hitte, droogte (watertekort en verzilting), natuurinclusiviteit en biodiversiteit en ecologische en chemische waterkwaliteit. In paragraaf 3.2 wordt hierop nader ingegaan. 2.3.4 Beleid en regelgeving van het waterschap In Nederland dragen onder meer de waterschappen zorg voor watersystemen. Deze zorg omvat het beheer van bepaalde watersystemen waaronder de oppervlaktewateren/waterlichamen en grondwaterlichamen, en bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende (waterstaatkundige) kunstwerken.
Het waterschap draagt zorg voor: <0000> het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; <0000> het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; <0000> het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen; <0000> het zuiveren van stedelijk afvalwater, tenzij een gemeente dit overneemt. De waterschappen maken elke zes jaar een waterbeheerplan, tegelijkertijd met (en afgestemd op) het Nationale Waterplan van het Rijk en de provinciale waterplannen. Per 1 januari 2024 zijn de waterschappen verplicht een waterschapsverordening te hebben. Deze verordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap binnen haar beheergebied stelt. De waterschapsverordening is daarmee een juridisch instrument om het watersysteem te beschermen tegen activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de goede staat en werking van het watersysteem. De regels in de waterschapsverordening hebben onder meer betrekking op: <0000> Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam; Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
13 van 73
<0000> <0000> <0000> <0000>
Lozingsactiviteiten op een zuiveringstechnisch werk (rioolwaterzuiveringsinstallatie); Activiteiten in of nabij het oppervlaktewater; Activiteiten in, op of nabij waterkeringen; Het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem.
Het grondgebied van Amstelveen ligt in het beheergebied van twee waterschappen: het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het Hoogheemraadschap van Rijnland. De scheidslijn tussen de beide beheergebieden loopt langs de oostrand van het Amsterdamse Bos, de zuidelijke poeloever en de Legmeerdijk. Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het beheergebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Bij een ruimtelijk plan moet de gemeente rekening houden met het waterbelang. In de weging van het waterbelang (watertoets) wordt, waar nodig, het waterschap aangehaakt. Relevantie plangebied In paragraaf 3.2 (Water en klimaatadaptatie) wordt dit onderwerp nader beschouwd. 2.3.5 Beleid van de gemeente Hieronder volgt het beleid van de gemeente dat relevant is voor de totstandkoming van dit TAMomgevingsplan. 2.3.5.1 Omgevingsvisie Amstelveen 2040 ‘Amstelveen bloeit’ De Omgevingswet verplicht gemeenten uiterlijk per 1 januari 2027 voor het hele grondgebied één omgevingsvisie vast te stellen. De omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich in beginsel moet houden aan de inhoud ervan. Op 27 november 2024 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amstelveen 2040 ‘Amstelveen bloeit’ vastgesteld. Aan de fysieke leefomgeving van Amstelveen liggen vier kernwaarden ten grondslag: groen, vitaal, divers en compleet.
De leefbaarheid van Amstelveen is gebouwd op die vier kernwaarden. De kernopgave voor de ontwikkeling van Amstelveen is in de Omgevingsvisie als volgt geformuleerd: ‘het borgen van de leefbaarheid van Amstelveen door compact te bouwen en de schaarse ruimte optimaal te benutten’. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven welke aspecten van de fysieke leefomgeving versterking behoeven en hoe de gemeente daaraan wil werken. De Omgevingsvisie schetst keuzes voor de ruimtelijke ontwikkeling op gebiedsniveau voor de komende vier tot zes jaren. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie een afwegingskader voor ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2040. De gemeente Amstelveen gebruikt het afwegingskader om te toetsen of ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de vijf ruimtelijke opdrachten. De vijf ruimtelijke opdrachten zijn: een gezond, duurzaam, groen, bereikbaar en compact Amstelveen. Elke ruimtelijke ontwikkeling in Amstelveen tot aan 2040 moet bijdragen aan minimaal één van deze vijf ruimtelijke opdrachten. De ambitie bij elke ruimtelijke ontwikkeling is dat deze ook bijdraagt aan andere ruimtelijke opdrachten. In elk geval mag een ontwikkeling niet ingaan tegen een ruimtelijke opdracht. Amstelveen heeft in de periode tot 2040 belangrijke opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad.
Die opgaven liggen op het terrein van wonen, gezonde leefomgeving, maatschappelijke voorzieningen, vestigingsklimaat, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, hergebruik van grondstoffen, wateropgave (waterzekerheid en een robuust watersysteem) en energietransitie. Al deze opgaven wil de gemeente Amstelveen in balans met elkaar aanpakken. De Omgevingsvisie ‘Amstelveen bloeit’ geeft met een doorkijk tot 2040 het afwegingskader waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen dienen te passen. De Omgevingsvisie vervangt onder meer de Structuurvisie Amstelveen 2025+.
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
14 van 73
Kernwaarden en ruimtelijke opdrachten Zoals gezegd, zijn in de Omgevingsvisie vijf ruimtelijke opdrachten geformuleerd die in hun onderlinge samenhang bijdragen aan het behoud en de kernwaarden van de gemeente. De kernwaarden zijn de kwaliteiten van de stad die de leefbaarheid bepalen. De kernwaarden zijn het antwoord op de vraag wat voor een stad Amstelveen in 2040 wil zijn. De ruimtelijke opdrachten vormen samen het kader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en ontwikkelingen. Het betreft de volgende opdrachten: <0000> Gezond Amstelveen: in deze ruimtelijke opdracht geeft de gemeente prioriteit aan aanpassingen van de fysieke leefomgeving die de gezondheid bevorderen en aan uitbreiding van zorgvoorzieningen; <0000> Duurzaam Amstelveen: in deze ruimtelijke opdracht ligt het accent op samenwerking aan stedelijke capaciteit voor de energiebehoefte, de circulaire economie en de klimaatadaptatie; <0000> Groen Amstelveen: in deze opdracht richt de gemeente zich op het versterken van de routes tussen de verschillende groengebieden en wordt ervoor gezorgd dat inwoners zo goed mogelijk gebruik maken van deze gebieden; <0000> Bereikbaar Amstelveen: deze ruimtelijke opdracht gaat over het tot stand brengen van een fijnmazig netwerk voor wandelen en fietsen en stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit.
Om de stad bereikbaar te houden, worden grootschalige ontwikkelingen alleen gesitueerd op locaties met goede bestaande (ov)bereikbaarheid; <0000> Compact Amstelveen: deze ruimtelijke opdracht betreft het behouden van de stedelijke structuur en het verrijken daarvan op aangewezen plekken met multifunctionele toepassingen. Dit houdt in dat in beginsel alleen in bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. De ruimtelijke opdrachten zijn de leidraad voor de gemeente bij de beoordeling van initiatieven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Een ontwikkeling moet minimaal bijdragen aan één ruimtelijke opdracht en mag niet in strijd zijn met de andere ruimtelijke opdrachten. Naast het inhoudelijke afwegingskader hanteert de gemeente volgens de omgevingsvisie drie basisregels waaraan een ontwikkeling moet voldaan. Een ruimtelijke ontwikkeling moet op maat zijn (goed aansluiten bij de omgeving), is wendbaar (kan meebewegen met veranderende behoefte van de inwoners) en gebeurt in samenwerking met inwoners en lokale en regionale partners. Ontwikkelgebieden Naast de formulering van de ruimtelijke opdrachten geeft de omgevingsvisie ook de locaties aan waar ruimte is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. Daarbij maakt de Omgevingsvisie onderscheid tussen bestaande ontwikkelgebieden en gebieden waar ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waarvoor er nog geen concrete plannen bestaan.
De bestaande ontwikkelgebieden zijn: <0000> Stadshart <0000> Zone A9 West <0000> Zone A9 Oost <0000> De Scheg <0000> Nieuw Legmeer <0000> Bedrijventerrein Amstelveen Zuid <0000> Bovenkerkerwegzone <0000> KronenburgUilenstede Als potentiële ontwikkelgebieden noemt de Omgevingsvisie: <0000> Beneluxbaan <0000> Bedrijventerrein Bovenkerk <0000> Noorder Legmeerpolder <0000> Nes aan de Amstel <0000> Buitengebieden: Bovenkerkerpolder, Middelpolder, Amsterdamse Bos Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
15 van 73
<0000> <0000> <0000>
Galjoen Kostverlorenhof Wijkclusters
Relevantie plangebied Met dit TAMomgevingsplan wordt uitvoering gegeven aan de in de Omgevingsvisie genoemde ontwikkelopgave voor het gebied KronenburgUilenstede. 2.3.5.2 Gebiedsvisie Kronenburg-Uilenstede (2019) Op 8 mei 2019 is de Gebiedsvisie KronenburgUilenstede door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie wordt het toekomstperspectief voor KronenburgUilenstede omschreven. De ambitie voor het gebied KronenburgUilenstede is een levendige (internationale) campus voor kantoorpersoneel, studenten en bezoekers waar wonen, werken, studeren en ontspannen goed samengaan. Vernieuwende bedrijven en serieuze startups komen hier tot bloei. Voor de kantoren in het gebied is het groen erg belangrijk, net als de nabijheid van de OVverbinding, de interactie met de studenten van Uilenstede, de sportmogelijkheden en de mogelijkheden om buiten werk nog wat te eten of drinken met collega’s. Met de gunstige OVverbinding zijn de Zuidas, VU en Amsterdamcentrum binnen handbereik. Dit maakt KronenburgUilenstede ook de perfecte locatie voor de internationale bezoeker en de jonge kenniswerkers. De studenten die in KronenburgUilenstede wonen houden van de groene omgeving, zijn serieus, gezellig en sporten graag. KronenburgUilenstede biedt daarbij alle faciliteiten voor het dagelijks leven in een bedrijvige en groene omgeving.
KronenburgUilenstede moet een leefbaar en economisch vitaal gemengd gebied worden, waarbij de focus moet liggen op kwaliteit, functiemenging, rustige uitstraling en de groene omgeving. Voor KronenburgUilenstede liggen de kansen in de groene en vertrouwde gezellige omgeving, waar de doelgroep zich thuis voelt. Groen en sportmogelijkheden maken het verschil. Zo onderscheidt KronenburgUilenstede zich van de “hip and happening”gebieden in Amsterdam en is het tevens complementair met een eigen identiteit. De opgave is een aantrekkelijk programma waarin alle te realiseren functies met elkaar verbonden zijn door rode draden: <0000> Verbinden, ontmoeten, leren en ontwikkelen: met name verbinding studentenwerkenden; <0000> Bewust en gezond leven, sport als verbindend element; <0000> Brede sociale interactie. Zó krachtig neergezet dat uiteindelijk ook andere doelgroepen en gebruikers (bedrijven) worden aangetrokken. Het ontwikkelprogramma en stedenbouwkundig raamwerk zijn opgesteld ten behoeve van de transformatiezone in KronenburgUilenstede. In het programma is voor verblijven het toevoegen van short stay een belangrijk onderdeel van de voorgestane functiemix.
Studentenaccommodaties Het accommoderen van studenten is een belangrijk onderdeel van de functiemix en vormt een logische ontwikkeling gezien de nabijheid van de Vrije Universiteit, de goede verbinding met het openbaar vervoer en de reeds aanwezige studentenhuisvesting van Uilenstede. Het trekt ondersteunende maatschappelijke en commerciële voorzieningen aan. Het gebied moet ook buiten kantoortijden levendig en leefbaar blijven en daar spelen studenten ook een belangrijke rol in. Voor studentenhuisvesting geldt het campuscontract: wonen zolang je er studeert. Dit voorkomt verandering van de doelgroep. Bovendien past deze tijdelijkheid binnen een door vliegtuiggeluid belast gebied. Het programma ging in eerste instantie uit van 2500 eenheden aan betaalbare studentenhuisvesting, binnen de gereguleerde sociale studentenhuur (sociale sector). Medio 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘UilenstedeKronenburg’ vastgesteld om de in de gebiedsvisie geformuleerde transformatieopgave Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
16 van 73
juridischplanologisch te faciliteren. Tegen dit besluit is door de minister van Infrastructuur en Waterstaat beroep ingesteld. Bij uitspraak van 18 mei 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingplan onder verwijzing naar het Luchthavenindelingbesluit (LIB) vernietigd, voor zover dat betrekking had op de studentenwoningen en de extented stay kamers. In 2023 is in samenspraak door de ministers BZK en IenW voorgesteld om de mogelijkheden binnen het LIB te bundelen, waardoor één ontwikkellocatie voor 438 woningen kan ontstaan. Het belang van de realisatie van studentenhuisvesting is groot. Naast een voldoende hoge kwaliteit van het onderwijsaanbod moet de stad een aantrekkelijk woonklimaat kunnen bieden. Zonder voldoende huisvestingsmogelijkheden zullen jonge talenten voor andere centra kiezen en de metropoolregio de rug toe keren. En dat betekent een neerwaartse spiraal, waarbij de regio als broedplaats voor de ontwikkeling van kennis, innovatie, creativiteit en talent onder druk komt te staan. Voldoende aanbod van studentenhuisvesting is een voorwaarde voor de internationale concurrentiepositie van de kenniscentra en de economische, sociale en culturele verrijking van de stad. De economische innovatiekracht staat of valt bij de concentratie van opleiding en onderzoek van internationaal concurrerende kwaliteit op het hoogste niveau.
Naast een versterking voor het gebied en een versterking voor het internationale kennis en vestigingsklimaat van de MRA, is er ook daadwerkelijk sprake van een acute behoefte aan accommodaties voor studenten. Aanvullende verblijfs en logiesfuncties Amsterdam en de regio zijn erg populair onder jonge werkenden vanwege werk en vanwege lifestyle. Zij hebben echter vaak moeite met het vinden van een betaalbare woning. Maar omdat deze doelgroepen ((jonge) kenniswerkers (academici), internationale studenten, en (post)master studenten) veelal op tijdelijke basis ergens verblijven, sluiten nieuwe verblijfsconcepten (waaronder short stay) goed aan bij hun woonwensen. Hiermee wordt ook aangesloten op de nota Accomodatiestrategie en toeristenbelasting zoals die door de gemeenteraad van Amstelveen is vastgesteld. Een aanvullend programma van dit soort verblijfsconcepten is van toegevoegde waarde voor KronenburgUilenstede. De doelgroep die gebruik maakt van dit soort concepten zijn bovengemiddelde voorzieningengebruikers, juist omdat zij elkaar graag opzoeken en een hoger bestedingsniveau hebben. Dit onderdeel van het programma is daarom een aanvullende drager van het voorzieningenniveau. Het uitgangspunt is dat deze verblijfsconcepten toegestaan worden voor de specifieke doelgroepen die aansluiten bij de positionering van het gebied.
De huisvesting van (post)masterstudenten, academici en (jonge) kenniswerkers is van toegevoegde waarde. Dit betreffen personen die zoeken naar meer service en kwaliteit en daarvoor ook betalen. Dit houdt in dat ze ook meer kunnen besteden aan commerciële en (cultureel)maatschappelijke voorzieningen in een hoger spectrum van de markt. Daardoor kan een gedifferentieerder voorzieningenaanbod ontstaan en in stand worden gehouden in het gebied, met meer dynamiek en levendigheid als resultaat. Het is het segment voorzieningen dat nog op Kronenburg ontbreekt, en tussen studentenvoorzieningen en voorzieningen voor de zakelijk markt zit. Parkeren Onder studenten en hotelgasten neemt de vraag naar parkeerplaatsen af. De in de Nota Parkeernormen 2016 opgenomen normen van 0,3 parkeerplaats per studentenkamer en 0,7 per hotelkamer worden als te hoog ervaren. In de gebiedsvisie is daarom voor éénpersoonsstudentenkamers een norm vastgesteld van 0,04 parkeerplaats per studentenkamer. Voor nieuwe hotel en shortstay ontwikkelingen (voor het parkeren aan te merken als 1 sterhotel buiten het centrum) is een norm van 0,2 parkeerplaats per hotelkamer vastgesteld. Relevantie plangebied Met het voorliggende plan wordt voor de locaties, waarvoor het bestemmingsplan 'UilenstedeKronenburg' niet geldt vanwege de uitspraak van de Raad van State, Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
17 van 73
voorzien in een juridischplanologische regeling waarmee invulling wordt gegeven aan de realisatie van de gebiedsvisie. Voor een nadere beschouwing van de parkeernormen wordt verwezen naar de paragrafen 2.3.5.5 en 3.11 (Mobiliteit en parkeren). 2.3.5.3 Woonvisie 2023-2030 Op 18 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonvisie 20232030 vastgesteld. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. De druk is hoog in bijna alle segmenten. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huur en er zijn te weinig woningen in het middensegment. De gemeente ziet een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en ziet jonge mensen die maar moeizaam een eerste woning kunnen huren of kopen. De Woonvisie zet in op de bouw van extra woningen die zo eerlijk mogelijk onder alle doelgroepen verdeeld worden. Een uitgangspunt van de Woonvisie is dat Amstelveense woningzoekenden een betere kans moeten krijgen op de woningmarkt. Hoge prioriteit wordt gegeven aan het vergroten van de kans op een woning voor de Amstelveense jongeren en starters door te sturen op het bouwen van meer betaalbare en kleinere woningen. De doorstroming verbetert als er meer woningen worden gebouwd in het middeldure segment en meer mensen worden bewogen richting een woning die beter past bij hun actuele inkomen en levensfase. Ouderen worden gestimuleerd om na te denken over hun toekomstige woonsituatie.
De Woonvisie 20232030 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de schaarse woningen in Amstelveen zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat iemand van wieg tot graf zijn wooncarrière in de gemeente kan doorlopen. Op basis van de Woonvisie worden afspraken gemaakt met ontwikkelaars, woningverhuurders en woningcorporaties. Relevantie plangebied De bouw van 438 studentenwoningen en short stay units levert een bijdrage aan de huisvesting van studenten, waardoor elders in de gemeente de druk op de woningmarkt wordt verlicht voor niet studerende Amstelveense jongeren en starters. 2.3.5.4 Mobiliteitsvisie Amstelveen (2020) Op 12 februari 2020 is de Mobiliteitsvisie Amstelveen door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Amstelveen kende rond het opstellen van Mobiliteitsvisie Amstelveen (2020) 90.000 inwoners en de verwachting was dat de grens van 100.000 inwoners de komende jaren gepasseerd zou worden en dat het daarbij niet zou eindigen. Door de toenemende inwoneraantallen komt de bereikbaarheid onder druk te staan. Om dit in goede banen te leiden is de Mobiliteitsvisie Amstelveen opgesteld. De mobiliteitsvisie van Amstelveen is uitgewerkt in vier hoofdlijnen: 1. Een regionaal samenhangend bereikbaarheidssysteem voor Amstelveen. a.
Een optimale regionale bereikbaarheid voor inwoners, werkenden en bezoekers waarbij, rekening houdend met de huidige capaciteit en geringe uitbreidingsruimte van het wegennetwerk, een sterke nadruk wordt gelegd op openbaar vervoer en actieve modaliteiten. b. Afname doorgaand auto en vrachtverkeer dat geen herkomst of bestemming heeft in Amstelveen. 2. Een lokaal, verkeersveilig bereikbaarheidssysteem in Amstelveen. a. Een optimale lokale bereikbaarheid voor inwoners, werkenden en bezoekers waarbij, rekening houdend met de huidige capaciteit en geringe uitbreidingsruimte van het wegennetwerk, een sterke nadruk wordt gelegd op openbaar vervoer en actieve modaliteiten. b. Verbeteren verkeersveiligheid Amstelveen. 3. Op weg naar een duurzaam mobiliteitssysteem. a. Behalen van klimaatdoelen Klimaatakkoord en Beleidskader Mobiliteit. b. Behalen doelen Green Deal ZES. Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
18 van 73
c. Behalen Europese en landelijke normen leefkwaliteit (lucht, geluid). 4. Mobiliteit en ruimtelijke ordening gaan altijd samen. a. Sterke koppeling ruimtelijke ordening en mobiliteit (zowel in beleid als in planvorming). b. Behouden belangrijkste functies in gemeente zelf (nabijheid). c. Belangrijkste functies in de gemeente moeten met openbaar vervoer en actieve modaliteiten bereikbaar zijn. Relevantie plangebied Het onderhavige plan voldoet aan de uitgangspunten van de Mobiliteitsvisie. In paragraaf 3.11 (Mobiliteit en parkeren) wordt hierop nader ingegaan. 2.3.5.5 Nota Parkeernormen Amstelveen (2021) Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen zijn er parkeernormen bepaald, en is in de regels van bestemmingsplannen en het omgevingsplan verwezen naar de geldende ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. Parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren/Parkeernormen). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden/zijn gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit kan een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid.
Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij ook rekening wordt gehouden met het dubbelgebruik van de betreffende parkeerplaatsen. <0000> Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk blijkt, dan dient de initiatiefnemer van het (bouw)plan met een voorstel te komen hoe de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte. Het voorstel mag niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten. De kosten voor de aanleg zijn voor de aanvrager. <0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. <0000> De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover deze van invloed zijn op het parkeren.
<0000> Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Relevantie plangebied In beginsel zijn de aangepaste parkeernormen van de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021 van toepassing. De in de gebiedsvisie vastgestelde normen voor éénpersoonsstudentenkamers en nieuwe hotel en shortstay ontwikkelingen vormen hierop een uitzondering. De vastgestelde norm voor éénpersoonsstudentenkamers is overigens verwerkt in de Nota Parkeernormen. Het onderhavige plan voldoet aan de van toepassing zijnde normen. In paragraaf 3.11 (Mobiliteit en parkeren) wordt dit nader onderbouwd. 2.3.5.6 Groenvisie Amstelveen (2024)
Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
19 van 73
Op 17 juli 2024 is de Groenvisie Amstelveen door de gemeenteraad vastgesteld. De Groenvisie vervangt het Groenstructuurplan Amstelveen 20082018 en borduurt verder daarop. De groenvisie beschrijft op hoofdlijnen hoe het gemeentebestuur het groen als kernkwaliteit van Amstelveen wil behouden en versterken. In het Groenstructuurplan uit 2008 is op kaart de (hoofd)groenstructuur vastgelegd en zijn de karakteristieken van de groenstructuren beschreven. In de Groenvisie is de (hoofd)groenstructuur weer grotendeels opgenomen, met herender een uitbreiding op de ambitiekaart. In de Groenvisie beschrijft de gemeente het belang dat groen heeft voor Amstelveen en hoe de gemeente ook bij verdere groei van de stad wil bereiken dat openbaar groen en water een grotere bijdrage leveren aan een fijne en gezonde woon en werkomgeving. Groen is belangrijk voor Amstelveen. De stad heeft een bijzondere groene uitstraling en is trots op het feit dat ze in de regio een aangenaam groene woonomgeving biedt. Maar, de verdergaande verstedelijking zet het groene karakter en het leefmilieu van Amstelveen onder druk. Nu al is het effect daarvan zichtbaar, omdat bomen of groen verdwijnen voor nieuwe infrastructuur of bouwprojecten. Of omdat er onvoldoende ruimte is voor herplant of compensatie van groen in de directe omgeving.
De Groenvisie biedt een vertrekpunt om ervoor te zorgen dat stedelijke ontwikkelingen ertoe gaan leiden dat het groene karakter van de Amstelveen wordt behouden en verder wordt versterkt. Daarnaast benoemt de visie het uitgangspunt dat groen en water een grotere bijdrage gaan leveren aan actuele leefbaarheidsvraagstukken. De kern van de Groenvisie bestaat uit vier pijlers voor het groen. Deze richten zich op het verbeteren van de functionele samenhang van de groenstructuur, het versterken van de waarden van groen en water, het vinden van een balans tussen groen en verstedelijking, en het flexibel aanpassen van wijkgroen aan lokale behoeften. De doelen en principes uit de visie worden uitgewerkt in gemeentelijk beleid en onderdeel van de uitvoeringstaken van de gemeente. Relevantie plangebied Bij de ontwikkeling van KronenburgUilenstede is het uitgangspunt dat de bestaande water en groenstructuur in het gebied wordt versterkt. Zie voor de inrichting van het groen en water tevens paragraaf 2.5. 2.3.5.7 Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 2021-2026 Eind 2020 is door de gemeente het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema’s die zijn benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en sluit (op hoofdlijnen) aan bij de normen die zijn opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (MRA).
In het gemeentelijke Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema’s, die van belang zijn voor het stedelijk gebied van Amstelveen, zijn: a. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. b. Hitte: beperking van de impact. c. Droogte: vergroten sponswerking. d. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. a. Wateroverlast: inrichting voor extreme buien Toelichting TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Kronenburg'
20 van 73
Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie vasthoudenbergenafvoeren). Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. b. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen.
De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 meter loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna, en dat voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. c. Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. d.