Bijlagen bij Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)
Tekst van het document
In 2020 is zoals vermeld een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied.3 Voor de context van het onderhavige onderzoek wordt hieronder kort de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek weergegeven. Voor de volledige tekst en afbeeldingen/kaarten wordt verwezen naar het betreffende rapport.
Afbeelding 2 Plangebied (blauw) op archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen. Bron: Wink 2016. 2.1
Vigerend archeologiebeleid
De gemeente Amstelveen beschikt over een historisch-landschappelijke eenhedenkaart met archeologische vindplaatsen en verwachtingswaarden en een archeologische beleidsadvieskaart
3
Weerheijm et al. 2020.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
9
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
(afbeelding 2).4 Volgens de historisch-landschappelijke eenhedenkaart bevindt het plangebied zich in twee zones; - De zone met de historisch landschappelijke eenheid “getij-inversieruggen” heeft een onbekende archeologische verwachting voor de periode Paleolithicum-Mesolithicum, een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit het Midden- en Laat Neolithicum en een lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Uit de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen worden geen archeologische resten verwacht. Op de archeologische beleidskaart is aan de zone met deze verwachting de beleidsmaatregel Archeologische Waarde (AW) 4 toegekend. - De zone met de historisch landschappelijke eenheid “verveend en drooggemaakt” heeft een onbekende archeologische verwachting voor de periode Paleolithicum-Mesolithicum, een lage archeologische verwachting voor resten uit zowel het Midden- en Laat Neolithicum als de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Uit de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen worden geen archeologische resten verwacht. Op de archeologische beleidskaart is aan de zone met deze verwachting de beleidsmaatregel Archeologische Waarde (AW) 5 toegekend.
In het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie” (2018) zijn de begrenzingen van deze zones als dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ (AW 4) en ‘Waarde – Archeologie 5’ (AW 5) opgenomen. Voor gronden met de dubbelbestemming AW 4 geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 30 cm-mv, vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie wanneer deze een oppervlakte beslaan van 5000 m2 of meer. Voor AW 5 geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 30 cm-mv, vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie wanneer deze een oppervlakte beslaan van 1 ha of meer.5 Gezien de omvang van het plangebied is het project dus onderzoeksplichtig. 2.2
Bekende archeologische waarden
Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied liggen geen terreinen van archeologische waarde. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis zestien onderzoeken geregistreerd. Het gaat daarbij om acht bureauonderzoeken, zeven booronderzoeken en één proefsleuvenonderzoek. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied is in Archis één vondstlocatie geregistreerd. Deze vondstlocatie is gerelateerd aan een booronderzoek uit 2018 op ca. 360 m ten noorden van het onderhavige plangebied (zaak ID 4612678100). Het betreft de vondst van houtskool in de boringen, met een brede datering tussen het Neolithicum en de Nieuwe tijd. 2.3
Gespecificeerde archeologische archeologische verwachting (LS05)
Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek kan het plangebied globaal worden verdeeld tussen een gebied met een lage archeologische verwachting aan de westzijde van de voormalige spoordijk van de Amstelveensche Tocht, en een gebied met een lage tot middelhoge archeologische verwachting aan de oostzijde daarvan. Deze verhoogde archeologische verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een kreekrug die noord-zuid georiënteerd is, en die globaal parallel loopt aan de Amstelveensche Tocht. Op deze kreekrug is mogelijk bewoning geweest in het Midden- en Laat-Neolithicum. De top van de kreekrug bevindt zich waarschijnlijk direct onder het maaiveld. Ervaring leert echter dat vindplaatsen uit deze periode in dit deel van het Hollands Veen- en kleigebied schaars zijn. Voor het overige plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor zowel het Midden- en Laat Neolithicum als voor de periode van de ontginningen in de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. In de periode tussen het Neolithicum tot aan de Late Middeleeuwen was het plangebied een
4 5
Wink 2016. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/; NL.IMRO.0362.PP05-VG01.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
10
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
veenmoeras, te nat voor bewoning. Eventuele archeologische resten zullen door de veenwinning en droogmakerij reeds afgegraven en verdwenen zijn. De aanwezigheid van eventuele bouwhistorische waarden (muurresten, funderingsresten, en vloeren) of andere archeologische resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd wordt op basis van historisch kaartmateriaal binnen het plangebied niet verwacht. Voor het gehele plangebied geldt dat in de diepere ondergrond (ca. 6 m -mv) in de top van het Pleistocene dekzand mogelijk nog archeologische waarden uit de vroege prehistorie kunnen worden aangetroffen, maar de kans hierop is klein. Deze waarden worden waarschijnlijk niet verstoord door de geplande ingrepen vanwege de diepe ligging, met uitzondering van de verstoring door heipalen. De mogelijkheden voor vervolgonderzoek op dergelijke diepte zijn hier ook beperkt. Binnen het plangebied worden geen resten van bovengronds en ondergronds militair erfgoed verwacht. Er kunnen in algemene zin wel resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen; hiervoor zijn echter geen directe aanwijzingen. Op basis van het bureauonderzoek kan de gespecificeerde archeologische verwachting kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1.
Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Voor het plangebied geldt een lage tot middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de periode Midden- en Laat Neolithicum; een lage verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. 2. -
Complextype Bewoning (Midden- en Laat Neolithicum) Agrarisch cultuurlandschap (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd)
3. -
Omvang Bewoning: tijdelijke jachtkampjes of kleine nederzettingen kunnen een omvang hebben van tientallen vierkante meters of groter; Agrarisch cultuurlandschap: resten van verkavelingssloten/percelering kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen.
-
4. -
Diepteligging De resten van bewoning en menselijke activiteit uit de Midden- en Laat Neolithicum kunnen direct onder, tot ca. 2 m beneden maaiveld aangetroffen worden. De resten van het agrarisch cultuurlandschap kunnen direct onder het maaiveld aangetroffen worden.
5. Gaafheid, conservering De conservering van organisch materiaal is vanwege de relatief lage grondwaterstand (GLG veelal dieper dan 120 cm -mv) waarschijnlijk slecht, met uitzondering van organisch materiaal in diepe sporen. 6. Locatie Resten van bewoning en menselijke activiteit uit het Midden- en Laat Neolithicum zullen voornamelijk verwacht kunnen worden in de top en flanken van de kreekrug. Deze loopt ten oosten van de voormalige spoorlijn langs de Amstelveensche Tocht.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
11
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
7. -
Uiterlijke kenmerken Resten van bewoning en menselijke activiteit uit de Midden- en Laat Neolithicum: deze resten kunnen worden aangetroffen in de vorm van een humeuze laag, mogelijke haardkuilen met fragmenten houtskool, verbrande leem, al of niet verbrand bot en vuursteen. Resten van menselijke activiteit uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: verkavelingsgreppels en sloten, en recente verstoringen die te maken hebben met de droogmaking of agrarische bedrijfsvoering.
-
8. Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied kunnen mogelijke verstoringen voorkomen die verband houden met de aanleg van infrastructuur in de 20e eeuw, waaronder de aanleg van het wegcunet en onderliggende kabels en (gas)leidingen. De veenwinning binnen het plangebied heeft waarschijnlijk tot aanzienlijke verstoring geleid. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Het plangebied zal gefaseerd worden ontwikkeld. Zodoende zijn de exacte verstoringsdiepte en het verstoringsoppervlak op dit moment nog niet bekend. Er is nog geen inrichtingsplan of DO beschikbaar, zodat de ingrepen op dit moment niet verder kunnen worden geconcretiseerd. De geplande ingrepen zullen plaatsvinden binnen de zones WA 4 en WA 5 op de gemeentelijke archeologische beleidskaart, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen respectievelijk dieper dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 5000 m2, en bij ingrepen dieper dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 1 ha. De te verwachten verstoringen zullen plaatsvinden in het kader van de aanleg van wegen (doorgaans met een cunet tot 1 m -mv), infrastructuur in de vorm van riolering, kabels en leidingen (doorgaans 1-1,5 m mv), het uitgraven van watergangen (ca. 1 m -mv), en uiteraard de nieuwbouw van bedrijfspanden (doorgaans 1 m -mv voor een reguliere fundering met heipalen). 2.4
Advies
Op basis van bovenstaande adviseerde Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren om de archeologische verwachting nader te toetsen, en entuele archeologische vindplaatsen op te sporen en te begrenzen. Gezien de omvang van het plangebied (ca. 69 ha, waarvan ca. 50 ha in een gebied met een verhoogde verwachting bij de kreekrug) in combinatie met de lage tot middelhoge archeologische verwachting en de aangetoonde verstoringen, leek het niet zinvol om het hele plangebied meteen in een vlakdekkend grid af te boren. Geadviseerd werd om, in overleg met het bevoegd gezag, eerst vijf of zes raaien boringen te plaatsen, haaks op de ligging van de kreekrug. Deze boringen dienden om de archeologische potentie van de kreekrug binnen het plangebied in kaart te brengen, alsmede de mate van verstoring. Op basis van deze landschappelijke informatie kon worden beoordeeld of verder onderzoek nog zinvol is, of dat het archeologisch vooronderzoek daarmee kan worden afgesloten.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
12
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
3
Inventariserend veldonderzoek 3.1
Doel onderzoek
Het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen had tot doel om de gespecificeerde archeologische verwachting op basis van de resultaten van het bureauonderzoek in het veld te toetsen. Het booronderzoek had tevens tot doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied, of dat er sprake is van verstoring dan wel erosie, met het oog op de eventuele aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarnaast had het booronderzoek tot doel vast te stellen wat de dikte van het ophogingspakket is. 3.2
Vraagstelling onderzoek
Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? - In hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact (met name ten aanzien van de verwachte kreekrug) met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? - Tot hoe diep is de bodem verstoord? Kan er een verklaring worden gegeven voor de verstoringen? - Zijn binnen het plangebied archeologisch relevante afzettingen, zoals laklagen, oude bodems, oeverafzettingen, ophogingslagen, enz., aanwezig? - Bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren? - In hoeverre worden archeologisch kansrijke bodemlagen bedreigd door toekomstige planontwikkeling? - Geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg?
3.3
Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied
In verband met de ligging van kabels en leidingen is voorafgaand aan het veldonderzoek door Vestigia een KLIC-melding uitgevoerd. Met de resultaten van de KLIC-melding is rekening gehouden bij het opstellen van het boorplan. Het plangebied was grotendeels bereikbaar tijdens het veldonderzoek, wel lagen er enige gronddepots in het noordelijk deel van het plangebied waardoor daar drie boringen niet konden worden gezet. Ook was er een weg van puinverharding door het plangebied aangelegd en bevond zich een depot puin in het zuidelijk deel van het plangebied. Dit heeft verder geen invloed gehad op het boorplan.
3.4
Onderzoeksmethode
Het inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen is uitgevoerd middels een zestal raaien haaks op de kreekrug, om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen en de mate van intactheid van de ondergrond. Het booronderzoek is uitgevoerd met een edelmanboor diameter van 7 cm, onder grondwater voortgezet met een guts diameter 3 cm. In totaal zijn binnen de zes raaien 84 boringen gezet, met een tussenruimte van 25 meter tussen de boringen; waarvan 73 boringen tot 2 m -mv en 11 boringen tot 4 m -mv. Een enkele boring (boring 4559049) is als controleboring buiten de raaien gezet. De opgeboorde grond is verbrokkeld en versneden en handmatig onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, aardewerkfragmenten, vuursteen, (verbrand) bot, grind en
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
13
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
het voorkomen van fosfaatvlekken. NAP-hoogtes zijn via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-3) verkregen. De boorpunten zijn met GPS ingemeten en op een boorpuntenkaart geplot. De boorstaten zijn beschreven conform de ASB. Het onderzoek is uitgevoerd conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Tijdens het veldonderzoek is het veld rond de boorraaien geïnspecteerd op archeologische indicatoren en vondstmateriaal.
Afbeelding 3 Het plangebied ten tijde van het onderzoek. Linksboven het uiterste noorden van het plangebied. Rechtsboven de teeltgewassen ten zuiden van Agrimm B.V. Linksonder de geoogste mais ten zuiden van de teeltgewassen en rechtsonder de geploegde aardappelvelden ten zuiden van de N201. 3.5
Resultaten veldonderzoek
Tijdens het veldwerk zijn in totaal 85 boringen gezet waarvan er 11 zijn gezet tot een diepte van 4 meter beneden maaiveld. Alle sedimenten onder de bouwvoor of omgewerkte grond zijn te omschrijven als getijdeafzettingen. Binnen de getijdeafzettingen zijn echter wel verschillen waargenomen. Er is kleiig zand, zandige klei en siltige klei aangetroffen. Deze kunnen respectievelijk als beddingafzettingen, oeverafzettingen of komafzettingen van het getijdesysteem worden geïnterpreteerd. De bouwvoor reikt binnen het plangebied tot een diepte van 20 tot 75 centimeter beneden maaiveld met een gemiddelde van 40 centimeter. Er zijn echter boringen waar de grond geroerd is door andere (onbekende) werkzaamheden; de maximale verstoringsdiepte is daar 150 centimeter beneden maaiveld. Ook heeft er recentelijk verstoring plaatsgevonden door de aanplant van mais; de wortels van de maisplanten reikten tot maximaal 2 meter beneden maaiveld. Deze bioturbatie was echter niet significant verstorend van aard. De beddingafzettingen zijn in vrijwel alle boringen aangetroffen, alleen in het noordelijk deel van het plangebied waren deze vrijwel afwezig. De diepte waarop de beddingafzettingen zijn aangetroffen wisselt tussen direct onder de bouwvoor en op dieptes van meer dan 2 meter beneden maaiveld. Wel is kenmerkend dat de beddingafzettingen dieper liggen op de kreekrug.
Dit is het gevolg van reliëf inversie waardoor de omgeving van de kreek meer inklinking heeft gehad dan de kreek zelf. De beddingafzettingen bestaan uit zeer fijn tot matig grof kleiig zand. In alle gevallen waren de beddingafzettingen kalkrijk en er waren zichtbaar schelpresten aanwezig. De schelpresten bestonden voornamelijk uit schelpgruis, maar er zijn ook volledige schelpen aangetroffen. In de beddingafzettingen
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
14
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
zijn kleilagen aangetroffen hetgeen wijst op de wisselende stroomsnelheden en -richtingen. De relatief kleine korrelgrootte in veel van de aangetroffen beddingafzettingen getuigt van kleine en langzame kreken. In de boringen die tot 4 meter beneden maaiveld zijn doorgezet is door de rivierbedding heen geboord en zijn daaronder afwisselend oever- en komafzettingen aangetroffen. De overgang van de beddingafzettingen naar de onderliggende afzettingen is geleidelijk of diffuus hetgeen meer geleidelijke overgangen naar de actievere getijdeafzettingen betekent.
Afbeelding 4 De boorkernen van boring 4559029. De oeverafzettingen bestaan uit zwak tot sterk zandige klei. Deze afzettingen zijn vaak gelaagd met klei en zandlaagjes. In deze afzettingen is schelpgruis aanwezig en de afzettingen zelf zijn kalkhoudend of kalkrijk. De komafzettingen bestaan uit zwak tot matig siltige klei. In de gevallen waarin de klei boven het polderpeil lag was de klei stevig. De komafzettingen zijn distaal van de kreekruggen afgezet. Ook de komafzettingen waren kalkhoudend of kalkrijk. De grens tussen de kom- en oeverafzettingen was vaak moeilijk te bepalen in het veld. In boring 4559066 en 4559073 zijn restgeulafzettingen aangetroffen. Dit impliceert dat de kreek in de laatste fase in westelijke richting migreerde. De westflank zal daarom zijn geërodeerd door de migrerende kreek. Eventuele archeologische waarden zullen hierbij verloren zijn gegaan. Ook zijn de archeologische indicatoren enkel aangetroffen op de oostflank van de kreek. Alle boringen waren onder de bouwvoor kalkhoudend of kalkrijk, in sommige gevallen was de bouwvoor ook kalkhoudend. Binnen het plangebied is mogelijk gediepploegd om de bouwvoor kalkrijk te maken. Boringen die eerder in - of in de directe omgeving van - het plangebied zijn gezet, vertonen slechts een beperkte (mogelijk latere) ontkalking van de bovengrond.
Zo zijn de gerijpte afzettingen in BPK.321279 kalkhoudend vanaf maaiveld, en kalkrijk vanaf een diepte van 35 cm -mv. In boring BPK.329816 is slechts
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
15
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
de bovenste 20 cm kalkloos.6 Uit dit booronderzoek is echter gebleken dat de gemiddelde ploegdiepte rond de 40 centimeter beneden maaiveld zit. Dit kan betekenen dat diepploegen ten behoeve van het kalkrijk maken van de bovengrond niet of nauwelijks nodig was. Tijdens het onderzoek zijn er geen humeuze lagen, laklagen of venige lagen aangetroffen. Alleen in boring 4559015 is venig sediment aangetroffen, maar dit was waarschijnlijk een slootvulling. Dat er geen humeuze lagen of venige lagen zijn aangetroffen impliceert dat het opgeboorde sediment niet langdurig aan de oppervlakte heeft gelegen of onderdeel was van een langzaam stromende geul. Wel zijn er in boringen 4559017, -057, -058, -059, -060 en -068 fragmenten verbrande leem aangetroffen. De sedimenten waarin deze indicatoren zijn aangetroffen lijken echter natuurlijk en zodoende zijn de indicatoren waarschijnlijk verspoeld. Slechts incidenteel zijn er aanwijzingen voor diepgaande verstoringen, alhoewel deze ook het resultaat kunnen zijn van de aanleg van drainage. De drainage is binnen het plangebied aangelegd op dieptes variërend tussen de 70 centimeter en de 2 meter beneden maaiveld.
Op basis van de boringen kan worden geconcludeerd dat de kreekrug en de oostflank in het verleden als een verhoging in het landschap heeft gelegen, en daarom waarschijnlijk een aantrekkelijke locatie is geweest voor menselijke bewoning en activiteit in het Midden- en Laat-Neolithicum, tot het moment dat het plangebied door veen is overgroeid. De top van de oeverwal is aan het maaiveld komen liggen waardoor de top is verploegd en in de bouwvoor is opgenomen. De flank van de kreekrug aan de westzijde is waarschijnlijk geërodeerd, maar die aan de oostzijde is naar verwachting nog intact gebleven. Eventuele archeologische waarden op deze flank kunnen daarom nog bewaard zijn gebleven.
3.6
Conclusies veldonderzoek
Wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? De ondergrond bestaat uit een bouwvoor met daaronder getijdeafzettingen. De getijdeafzettingen zijn te onderverdelen in kom-, oever- en beddingafzettingen van een getijdesysteem. Afgezien van de bouwvoor is er geen bodemvorming waargenomen in deze afzettingen binnen het plangebied. In hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? In de boringen is geen bodemvorming waargenomen onder de bouwvoor. Dit kan het resultaat zijn van de afwezigheid van droge situaties in het getijdengebied. De eventuele bodemvorming van de top van de kreekrug is waarschijnlijk opgenomen in de bouwvoor. Tot hoe diep is de bodem verstoord? Kan er een verklaring worden gegeven voor de verstoringen? In het merendeel van de boringen is de ondergrond verstoord door het ploegen van de akkers. Dit resulteerde in een verstoring van 20 tot 75 (diepploegen) centimeter beneden maaiveld. Ook zijn er recent onbekende werkzaamheden geweest die tot een diepere verstoring van maximaal 150 centimeter beneden maaiveld hebben geleid.
Zijn binnen het plangebied archeologisch relevante afzettingen, zoals laklagen, oude bodems, oeverafzettingen, ophogingslagen, enz., aanwezig? Tijdens het veldonderzoek zijn geen laklagen of oude bodems aangetroffen. Wel zijn er oeverafzettingen aangetroffen in de meeste boringen. Vooral op de flank van de kreekrug waar de top van de
6
www.bodemdata.nl.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
16
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
oeverafzettingen buiten bereik van het ploegen zijn gebleven, kunnen op de oeverafzettingen archeologische waarden worden aangetroffen. Bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren? Tijdens het veldonderzoek zijn in zes boringen fragmenten stukjes verbrand leem aangetroffen. Deze fragmenten lijken verspoeld te zijn aangezien er geen kenmerken van bodemvorming in de omliggende sedimenten aanwezig zijn. In hoeverre worden archeologisch kansrijke bodemlagen bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Ten tijde van onderhavig onderzoek is nog niet bekend tot welke diepte de ondergrond zal worden verstoord bij de voorgenomen ingrepen. Wel kan worden gesteld dat de eventuele archeologische waarden zich op een diepte bevinden vanaf 20 centimeter beneden maaiveld (de minimale aangetroffen verstoringsdiepte). Hierdoor is het waarschijnlijk dat de archeologisch kansrijke lagen bedreigd worden door de geplande ingrepen. Geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? Binnen het plangebied bevindt zich een kansrijke zone, namelijk de flank van de kreekrug waar in principe nog sporen van bewoning en menselijke activiteit uit het Midden- en Laat-Neolithicum kunnen worden aangetroffen. Deze zone is aangegeven op kaart 3 voor advies vervolgonderzoek.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
17
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
4
Advies vervolgonderzoek (LS05) / Selectieadvies (VS07)
Binnen het plangebied is een zone aan te duiden waar zich mogelijk nog archeologische resten kunnen bevinden uit het Midden- en Laat-Neolithicum (Kaart 3). Het betreft hier de oostelijke flank van de kreekrug, waar de top van de oeverafzettingen buiten bereik van de verstoringen (ploegen) is gebleven. De top van de kreekrug zelf is in de bouwvoor opgenomen en kan worden afgeschreven. Geadviseerd wordt om in deze zone met advies vervolgonderzoek de dubbelbestemming archeologie in stand te laten. Het gebied buiten de advies zone voor vervolgonderzoek kan worden vrijgegeven voor de geplande ingrepen, waarbij de dubbelbestemming archeologie kan vervallen. In geval van ingrepen binnen de zone voor vervolgonderzoek zoals aangegeven op Kaart 3, wordt geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit vervolgonderzoek dient te gebeuren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterende-waarderende fase). Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag hiertoe besluit en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).
Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift De adviseur van het bevoegd gezag, dhr. B. Voormolen van NMF Erfgoedadvies, heeft in zijn advies ref. NMF-2020-321-BV met betrekking tot het conceptrapport d.d. 26 november 2020, aangegeven in te kunnen stemmen met de bevindingen en het advies tot vervolgonderzoek binnen de door Vestigia aangegeven zone zoals aangegeven op Kaart 3 van dit rapport. en greppels uit werkput 2 op opeenvolgende topografische kaarten. Goed te zien is dat deze greppels en sloten ook nu lijken af te wijken van de topografische indeling. Alleen in 1934 lijkt merkwaardig genoeg een overeenkomst met S3.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
18
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
Literatuur BECKERS, I.S.J., 2018: Zijdelweg 3 te Amstelveen. Een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amstelveen (ADC rapport 4285). BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BERG, S. VAN DEN, 2018: Project ombouw Amstelveenlijn, opstelplaats in de gemeente Amstelveen;
archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende & karterende fase),
Weesp (RAAP-Notitie 6427). HAKVOORT, A., 2014: Amstelveen, Zijdelweg Gemeente Amstelveen (Noord-Holland): Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase) , Utrecht (Transect-rapport 486). JORDANOV, M.S., 2018: Ombouw Amstelveenlijn - opstelplaats, gemeente Amstelveen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek, Weesp (RAAP-Rapport 3595). MULDER, E.F.J. DE /M.C. GELUK/I.L. RITSEMA/W.E. WESTERHOFF/T.E. WONG (RED.), 2003: De ondergrond van Nederland, Houten. WINK, K., 2016: Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart, Weesp (RAAP-Rapport 3013).
Digitale bronnen -
ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE: https://nimh-beeldbank.defensie.nl/ BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/ DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/ GEMEENTE AMSTELVEEN, GEMEENTELIJKE MONUMENTEN: https://www.amstelveen.nl/inamstelveen/publicatie/ontdek-amstelveen_monumenten-in-amstelveen_overzicht-monumenten. INDICATIEVE KAART MILITAIR ERFGOED (IKME): http://www.ikme.nl/ KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ MIP-OBJECTENDATABASE: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/mipobjecten PROVINCIE NOORD-HOLLAND, CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART: https://maps.noordholland.nl/WebViewer/index.html?viewer=ilc. PUBLIEKE DIENSTVERLENING OP DE KAART (PDOK): https://www.pdok.nl/ RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ RIJKSMONUMENTENREGISTER: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ VERSTORINGSBRONNENKAART: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
19
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
Lijst van afbeeldingen, bijlagen en kaarten Afbeeldingen Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied (in blauw). Bron: PDOK. ........................................................................ 4 Afbeelding 2 Plangebied (blauw) op archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen. Bron: Wink 2016. ....................................................................................................................................................................... 9 Afbeelding 3 Het plangebied ten tijde van het onderzoek. Linksboven het uiterste noorden van het plangebied. Rechtsboven de teeltgewassen ten zuiden van Agrimm B.V. Linksonder de geoogste mais ten zuiden van de teeltgewassen en rechtsonder de geploegde aardappelvelden ten zuiden van de N201. ...... 14 Afbeelding 4 De boorkernen van boring 4559029. .........................................................................................................15 Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Overzicht van archeologische en geologische perioden Boorstaten Profielen
Kaarten Kaart 1: Kaart 2: Kaart 3:
Locatie plangebied Resultaten booronderzoek Advieskaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
20
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
Bijlage 1: Overzicht van archeologische en geologische perioden
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
21
V20-4559: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Legmeerpolder (BTAZ), gemeente Amstelveen, Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O)
Bijlage 2: Boorstaten
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1976, versie 2-0, d.d. 10 december 2020
22
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559001 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116577 : 475081 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -438 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 25 klei matig zandig, matig humeus, grijs-bruin, slap, basis scherp, bouwvoor 25 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-grijs, spoor gele vlekken, stevig, basis scherp, omgewerkte grond 50 - 110 klei sterk zandig, grijs, matig slap, weinig roestvlekken, zandlagen, kleilagen, basis geleidelijk, Opm.: getijdeafzettingen 110 - 200 klei zwak siltig, licht-grijs, slap, naar boven toe fijner, Opm.: enkele zandlaagjes,getijde
4559001
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559002 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116542 : 475083 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -473 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-grijs-bruin, stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin-grijs, spoor gele vlekken, stevig, basis scherp, omgewerkte grond, Opm.: stukjes puin 50 - 90 klei zwak siltig, oranje-grijs, stevig, veel roestvlekken, basis scherp, Opm.: met wortelgangen 90 - 180 klei matig zandig, licht-grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, basis geleidelijk, Opm.: met schelpenlaagje op 130 180 - 200 klei matig zandig, grijs-bruin, matig stevig, weinig roestvlekken
4559002
Archeologische Ca indicatoren
2 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559003 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116518 : 475081 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -483 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : maaiveld is afgegraven,Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 25 veen sterk kleiig, rood-bruin, slap, omgewerkte grond 25 - 40 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 40 - 100 klei sterk zandig, bruin-grijs, matig slap, zandlagen, basis geleidelijk 100 - 130 klei sterk zandig, grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, zandlagen, basis geleidelijk 130 - 235 klei sterk zandig, grijs, slap, Schelpen: weinig schelpmateriaal, zandlagen, kleilagen, basis diffuus 235 - 260 zand kleiig, grijs, Zand: matig grof, Schelpen: weinig schelpmateriaal, kleilagen, basis diffuus 260 - 400 klei zwak siltig, blauw-grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, Opm.: met af en toe wat rietwortels
4559003
Archeologische Ca indicatoren spoor baksteen 3 3 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559004 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116491 : 475080 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -470 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : maaiveld is afgegraven,Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 60 klei matig zandig, bruin-grijs, spoor gele vlekken, matig stevig, weinig roestvlekken, basis scherp, omgewerkte grond 60 - 110 klei zwak zandig, grijs-bruin, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 110 - 155 klei zwak siltig, blauw-grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, zandlagen, basis diffuus 155 - 200 klei matig zandig, blauw-grijs, slap, Schelpen: weinig schelpmateriaal, zandlagen
4559004
Archeologische Ca indicatoren 2 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559005 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116454 : 475082 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -467 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 70 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, weinig witte vlekken, stevig, basis scherp, omgewerkte grond 70 - 110 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, stevig, basis scherp, omgewerkte grond 110 - 195 klei sterk zandig, grijs-bruin, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis scherp 195 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: matig grof, Schelpen: weinig schelpmateriaal
4559005
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559006 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116431 : 475080 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -461 : Gemeten, landmeting : 26-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 40 klei matig zandig, grijs-bruin, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 40 - 55 klei sterk zandig, licht-bruin, Zand: matig fijn, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 55 - 115 klei zwak zandig, matig humeus, donker-bruin, stevig, basis scherp, omgewerkte grond, Opm.: met puinbrokjes en een stukje asfalt 115 - 195 klei sterk zandig, licht-grijs-bruin, matig slap, weinig roestvlekken, basis scherp 195 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: matig grof, Schelpen: weinig schelpmateriaal
4559006
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559007 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116354 : 474891 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -461 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 35 - 50 klei sterk zandig, bruin, matig slap, spoor roestvlekken, basis scherp 50 - 120 klei sterk zandig, grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, basis geleidelijk 120 - 160 zand kleiig, licht-blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, basis geleidelijk 160 - 200 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal
4559007
Archeologische Ca indicatoren 2 3 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559008 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116395 : 474895 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -479 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 50 - 75 klei zwak zandig, bruin, matig stevig, spoor roestvlekken, basis scherp, omgewerkte grond, Opm.: diepploeg 75 - 125 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 125 - 200 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal
4559008
Archeologische Ca indicatoren 2 2 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559009 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116418 : 474886 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -458 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Archeologische Grondsoort Ca indicatoren 0 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 2 50 - 130 klei sterk zandig, bruin-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis 3 geleidelijk 130 - 190 zand kleiig, licht-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, basis scherp 3 190 - 200 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal 3
4559009
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559010 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116435 : 474888 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -454 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 40 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 40 - 60 klei zwak zandig, bruin-grijs, spoor donker-bruine vlekken, matig stevig, omgewerkte grond, Opm.: diepploeg 60 - 130 klei sterk zandig, grijs, Zand: zeer fijn, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 130 - 160 klei matig zandig, blauw-grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, zandlagen, kleilagen
4559010
Archeologische Ca indicatoren
3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559011 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116461 : 474888 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -447 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 40 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 40 - 60 klei zwak siltig, bruin, stevig, basis scherp, omgewerkte grond, Opm.: diepploeg 60 - 140 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken 140 - 160 zand kleiig, licht-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, basis diffuus 160 - 370 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, zandlagen, kleilagen, basis geleidelijk 370 - 400 klei zwak siltig, blauw-grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen, zandlagen
4559011
Archeologische Ca indicatoren
3 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559012 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116721 : 474896 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -464 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 50 - 75 klei zwak zandig, geel-grijs, weinig zwarte vlekken, matig stevig, omgewerkte grond 75 - 125 klei zwak siltig, matig humeus, donker-grijs-bruin, stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, basis scherp, omgewerkte grond, Opm.: moderne verstoring 125 - 180 zand kleiig, licht-bruin-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 180 - 200 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, zandlagen, kleilagen
4559012
Archeologische indicatoren Ca
spoor baksteen, spoor glas 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559013 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116689 : 474879 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -450 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Archeologische Omschrijving Grondsoort Ca indicatoren 0 - 40 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 40 - 75 klei sterk zandig, licht-bruin-grijs, weinig grijze vlekken, matig stevig, basis scherp, omgewerkte 2 grond 75 - 160 klei zwak zandig, licht-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, 3 zandlagen, basis geleidelijk, aan de basis zandig 160 - 200 zand kleiig, licht-bruin-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen, Opm.: na 190 3 blauwgrijzig
Diepte (cm)
4559013
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559014 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116666 : 474884 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -433 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Archeologische Omschrijving Grondsoort Ca indicatoren 0 - 45 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 45 - 85 klei matig zandig, licht-bruin-grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor 3 roestvlekken, kleilagen, zandlagen, bioturbatie, basis geleidelijk 85 - 165 klei matig zandig, licht-bruin-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, 3 zandlagen, kleilagen, basis geleidelijk 165 - 200 zand kleiig, licht-bruin-grijs, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, kleilagen 3
Diepte (cm)
4559014
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559015 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116640 : 474882 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -428 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-grijs-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 50 - 75 veen sterk kleiig, zwart, Veen: sterk amorf, slap, kleilagen, basis scherp, Opm.: lijkt slootvulling oid 75 - 110 zand kleiig, licht-bruin-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, basis geleidelijk 110 - 200 klei matig zandig, licht-bruin-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, zandlagen, kleilagen
4559015
Archeologische Ca indicatoren
3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559016 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116618 : 474884 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -430 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Archeologische Grondsoort Ca indicatoren 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 70 klei zwak zandig, licht-bruin-grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, 3 bioturbatie, basis geleidelijk 70 - 135 klei zwak zandig, licht-bruin-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, 3 zandlagen, kleilagen 135 - 160 klei matig zandig, oranje-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, veel roestvlekken, basis 3 diffuus 160 - 400 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: weinig schelpmateriaal, doorworteling, kleilagen 3
4559016
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559017 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116595 : 474886 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -406 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 50 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, weinig grijze vlekken, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 50 - 95 klei sterk zandig, licht-bruin-grijs, matig stevig, zandlagen, kleilagen, omgewerkte grond 95 - 100 klei matig zandig, oranje, matig stevig, Opm.: laag oranje.baksteengruis 100 - 200 klei matig siltig, grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, zandlagen
4559017
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3 3 veel baksteen 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559018 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116565 : 474889 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -402 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 35 - 85 klei matig zandig, grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, veel roestvlekken, basis geleidelijk 85 - 200 klei matig siltig, grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, zandlagen
4559018
Archeologische Ca indicatoren 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559019 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116541 : 474888 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -429 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 95 klei zwak zandig, grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, zandlagen, bioturbatie, basis geleidelijk 95 - 160 klei matig zandig, grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, basis diffuus 160 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken
4559019
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559020 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116518 : 474887 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -449 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Archeologische Grondsoort Ca indicatoren 0 - 35 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 35 - 50 klei matig siltig, matig humeus, donker-bruin, weinig grijze vlekken, stevig, basis scherp, omgewerkte grond 50 - 90 klei zwak siltig, bruin-grijs, stevig, veel roestvlekken, basis geleidelijk 90 - 140 klei zwak zandig, grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, 3 zandlagen, basis geleidelijk 140 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, kleilagen 3
4559020
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559021 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116487 : 474884 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -454 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 35 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 35 - 60 klei zwak siltig, grijs, spoor zwarte vlekken, stevig, omgewerkte grond 60 - 95 klei zwak siltig, grijs, stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis scherp 95 - 120 klei zwak zandig, grijs, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, zandlagen, basis geleidelijk 120 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen
4559021
Archeologische Ca indicatoren
3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559022 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116375 : 474635 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -427 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 70 klei zwak siltig, grijs, stevig, bioturbatie, basis scherp 70 - 130 klei sterk zandig, grijs-bruin, matig stevig, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 130 - 200 zand kleiig, grijs, Zand: zeer fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken
4559022
Archeologische Ca indicatoren 3 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559023 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116397 : 474625 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -431 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Archeologische Grondsoort Ca indicatoren 0 - 45 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, stevig, basis scherp, bouwvoor 45 - 60 klei zwak zandig, licht-grijs, stevig, basis geleidelijk 2 60 - 75 klei zwak siltig, grijs, stevig, weinig roestvlekken, bioturbatie, basis geleidelijk 3 75 - 100 klei matig zandig, bruin-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis 3 diffuus 100 - 150 zand kleiig, grijs-bruin, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis 3 diffuus 150 - 210 zand kleiig, grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: weinig schelpmateriaal, kleilagen 3 210 - 290 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen 3 290 - 340 klei matig zandig, blauw-grijs, matig slap, Schelpen: weinig schelpmateriaal, basis diffuus 3 340 - 400 zand kleiig, blauw-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen 3
4559023
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559024 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116424 : 474628 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -448 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 30 - 50 klei zwak zandig, licht-grijs, stevig, zandlagen, basis geleidelijk 50 - 60 klei zwak siltig, bruin-grijs, stevig, veel roestvlekken, basis geleidelijk 60 - 120 klei matig zandig, grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 120 - 200 zand kleiig, licht-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken
4559024
Archeologische Ca indicatoren 2 2 3 3
1/1
Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4559025 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Locatiebepaling Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder Opmerkingen
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116448 : 474625 : Gemeten, diff. GPS, < 1 m : Normaal Amsterdams Peil : -449 : Gemeten, landmeting : 27-10-2020 : FvP : Geen plastic aangetroffen
Lithologie Org. beschrijver lithologie Beschrijver lithologie
: Vestigia : FvP
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 25 klei matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, basis scherp, bouwvoor 25 - 50 klei zwak siltig, grijs, stevig, basis geleidelijk 50 - 65 klei zwak siltig, oranje-grijs, stevig, weinig roestvlekken, basis geleidelijk 65 - 135 klei matig zandig, licht-grijs, matig slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, zandlagen 135 - 200 zand kleiig, licht-grijs, Zand: matig fijn, Schelpen: spoor schelpmateriaal, kleilagen
4559025