CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C - Toelichting TAM- omgevingsplan Appellaan 6

Raadsvergadering 1 juli 2026, gemeente amstelveenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Appellaan 619.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Uit artikel 5.83 Bkl volgt dat bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan de aanvaardbaarheid van optredende trillingen die kunnen optreden in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen moet worden beoordeeld. Relevantie plangebied Het aspect trillingen is niet relevant voor het plangebied, omdat deze niet in de nabijheid van spoorlijnen ligt en de activiteiten zelf geen trillingen veroorzaken.

3.19 Bezonning en schaduwwerking Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet) en dragen bij aan een aangenaam verblijfsklimaat. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Vaak wordt gebruik gemaakt van de door TNO ontwikkelde lichte norm, die minimaal twee uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft of de strenge norm, die drie uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Stedenbouwkundige oplossingen kunnen zorgen voor voldoende zonlicht en schaduw. Voorbeelden zijn: voldoende afstanden tussen (hoge) bebouwing; bouwhoogten; ligging openbare ruimte en speelplekken ten opzichte van bebouwing; de fysieke vorm van de gebouwen; zongericht verkavelen. Relevantie plangebied Er bestaan geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van bezonning voor bebouwing. Gemeenten zijn bij de onderbouwing of er ten aanzien van dit aspect sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’ vrij om dit in te vullen. Er wordt gebruik gemaakt van de door TNO ontwikkelde (lichte norm), die minimaal twee uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft.

Deze veel gebezigde methode is in de rechtspraak algemeen aanvaard. De volledige formulering van de ‘lichte norm’ luidt als volgt: ‘er wordt voldaan aan de lichte TNO­norm als de zon minimaal 2 uur per dag op het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer valt, gedurende de periode 19 februari t/m 21 oktober’. 19 februari en 21 oktober zijn de data waarop de vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

schaduwwerking het grootst is. Als onderdeel van het stedenbouwkundig plan is een bezonningsstudie uitgevoerd, die ten opzichte van het ontwerp is geactualiseerd (zie bijlage 5). De bezonningsstudie wijst uit dat er binnen en rondom het plangebied voldaan wordt aan de bezonningsnormen. Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM­omgevingsplan, met betrekking tot bezonning en schaduwwerking, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.20 Duurzaam bouwen en energie De kaders betreffende duurzaamheid in Amstelveen zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 15 juni 2016. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die hij maakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: <0000> Amstelveen is een fossielonafhankelijke stad in 2040; <0000> Amstelveen is een circulaire stad (circulaire economie) in 2040; <0000> iedereen kan meedoen in Amstelveen (inclusieve stad). Belangrijk aandachtspunt is bij nieuwbouw en renovatie dat energiegebruik zoveel mogelijk gereduceerd wordt door o.a. isolatie en efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energie­opwek gewenst. De gemeente hecht er aan dat voor ontwikkelaars de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (VET) in werking getreden. Daarmee is de plicht voor de netbeheerder om kleinverbruikers op aardgas aan te sluiten vervallen. Dit betekent dat nieuwbouwlocaties niet meer aangesloten hoeven worden op het aardgasnetwerk. De nieuwe regelgeving ondersteunt de gemeentelijke ambitie om in 2040 fossielonafhankelijk te zijn.

Het college van B en W heeft besloten om per 1 juli 2018 geen uitzonderingsgebieden aan te wijzen waar nog wel aardgas aansluitingen gerealiseerd worden. Daarmee is aardgasvrij voor nieuwbouwwoningen de nieuwe norm. Relevantie plangebied Bij de afweging van het meest geschikte energiesysteem voor dit project is gekeken naar technische haalbaarheid, netbelasting, de specifieke context van de locatie en investeringskosten. Op basis van deze overwegingen is gekozen voor een lucht­water warmtepompsysteem. Waarom geen bodemsysteem Hoewel bodemsystemen zoals bodemlussen of een WKO­installatie in sommige situaties voordelen kunnen bieden, zijn er in dit project meerdere redenen om hiervan af te zien: Interferentie met bestaande systemen: In de directe omgeving (binnen ca. 25 meter) zijn al bodemlussen aanwezig. Het aanleggen van nieuwe bodemlussen zou leiden tot interferentie met deze bestaande systemen, wat de werking en efficiëntie van zowel de bestaande als nieuwe installaties negatief kan beïnvloeden. Netbelasting: Hoewel een WKO iets kan bijdragen aan verlaging van netbelasting, is dit verschil beperkt en in sommige gevallen zelfs nadelig ten opzichte van een lucht­water systeem. • Hoge investeringskosten: Zowel bodemlussen als WKO­systemen brengen aanzienlijke investeringen met zich mee.

Voor sociale huurwoningen is dit financieel moeilijk te verantwoorden, zeker gezien het beperkte aantal woningen (38) en het relatief lage benodigde vermogen. Beheer en exploitatie: Bij collectieve systemen zoals een WKO is het beheer complexer. Er moet een partij zijn die verantwoordelijk is voor onderhoud, verrekening en exploitatie. Dit is bij een kleinschalig project als dit lastig te organiseren. Ruimtelijke inpassing: Een WKO vereist een techniekruimte en transportleidingen, wat moeilijk inpasbaar is binnen het huidige ontwerp. vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

Waarom wel een lucht-water systeem? Het lucht­water systeem biedt in deze context de beste balans tussen duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid: Beheersbare netbelasting: Hoewel de netbelasting iets hoger ligt dan bij bodemgebonden systemen, kan dit worden verminderd door slimme aansturing van de warmtepompen. Dit wordt door initiatiefnemer gerealiseerd door gespreide inschakeltijden van de installaties. Dit is succesvol toegepast in vergelijkbare projecten zoals “Opgewekt Wonen” en “Patreon” (300 woningen). Snellere en eenvoudigere realisatie: Er is geen complexe ondergrondse infrastructuur nodig. Lagere investeringskosten: In vergelijking met bodemsystemen is de investering aanzienlijk lager, wat beter aansluit bij het budgettaire kader van sociale woningbouw. De gemeente Amstelveen heeft als uitgangspunten geformuleerd dat het energiesysteem: De netcongestie moet verminderen; De energierekening voor bewoners zo laag mogelijk moet houden. Hoewel het lucht­water systeem niet de laagste netbelasting biedt, kan dit met slimme sturing voldoende worden beperkt. Tegelijkertijd zorgt de lagere investering ervoor dat de woonlasten voor bewoners beheersbaar blijven. En geeft meer flexibiliteit in energieleverancier voor toekomstige bewoners. Daarmee sluit dit systeem aan bij de gemeentelijke doelstellingen, binnen de realistische kaders van dit project.

Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM­omgevingsplan, met betrekking tot duurzaam bouwen en energie, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

DEEL 4 Financiele haalbaarheid 4.1 Financieel economische haalbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

4.2 Kostenverhaal

Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. Het wettelijk kostenverhaal wordt geborgd via de gronduitgifte. Omdat de uitgifte plaatsvindt in erfpacht en de kostenverhaalsafspraken in de erfpachtovereenkomst zullen worden vastgelegd, is het kostenverhaal geregeld. Onder de Omgevingswet is het opstellen van kostenverhaalregels in het omgevingsplan daarom niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

DEEL 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Participatie

Het plan is vroegtijdig gedeeld met omwonenden. Op 9 juli 2024 is er een inloopbijeenkomst gehouden. Vervolgens is het bouwvoornemen in de periode van 18 juli tot en met 24 september 2024 gedeeld via het gemeentelijke participatieplatform Denkmee Amstelveen. Via dit platform is iedereen in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het plan. In antwoord daarop heeft elke deelnemer een individuele reactie ontvangen. Ook het waterschap is vroegtijdig bij de planvorming betrokken. Vervolgens is bij de omgevingstafel met initiatiefnemer nader afgestemd aan welke aspecten het plan moet voldoen. Op 13 januari 2026 zal tijdens de terinzagelegging van het ontwerp TAM­omgevingsplan een informatieavond worden gehouden voor belanghebbenden en andere geïnteresseerden.

5.2 Bestuurlijk vooroverleg

De enige relevante vooroverlegpartner voor dit initiatief is het Hoogheemraadschap, die vroegtijdig bij de planvorming is betrokken. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 3.3.

5.3 Vaststellingsprocedure

Het ontwerpbesluit van de wijziging van het omgevingsplan is met de bijbehorende stukken vanaf 19 december 2025 tot en met 29 januari 2026 gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. De ingekomen zienswijzen zijn opgenomen en van een reactie voorzien in bijlage 7 Nota van Beantwoording en hebben op onderdelen geleid tot een aanpassing van het omgevingsplan. Ook zijn er enkele ambtshalve aanpassingen voorgesteld. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de bijlage.

vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

DEEL 6 Conclusie 6.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Een wijziging van het omgevingsplan kan alleen worden toegestaan wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vraag is daarom of het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er na een zorgvuldige belangenafweging met het toestaan van de activiteit nog steeds, of weer, sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (en voor zover betrekking hebbend op het initiatief) nader onderzocht en afgewogen.

6.2 Gezonde leefomgeving Voorliggende ontwikkeling komt voort uit de grote woningbehoefte, ook aan sociale huurwoningen. Het plangebied betreft een onbebouwd perceel. De combinatie van goede voorzieningen en vervoersmogelijkheden maken de plek tot een dynamisch gemengd stedelijk gebied. De locatie kan goed worden ontsloten. Het relevante beleid op alle niveaus is in hoofdstuk 2 beoordeeld, waaruit blijkt dat het initiatief passend is in het vigerende beleid. In hoofdstuk 3 zijn de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Alles overwegende is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en een aanvaardbaar TAM­omgevingsplan.

vastgesteld toelichting TAM­omgevingsplan Hoofdstuk 22f ­ Appellaan 6 pagina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=557662d8-a1b5-4136-9f04-bc33b2f2b3cb