Bijlage C - Toelichting TAM- omgevingsplan Appellaan 6
Tekst van het document
TOELICHTING Inhoudsopgave 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Toets aan het omgevingsplan 1.4 Procedure 1.5 Leeswijzer 2.1 Huidige situatie 2.2 Beoogde ontwikkeling 2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.3.3 Beleid en regelgeving van de provincie en regio 2.3.4 Beleid en regelgeving van het waterschap 2.4 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in omgeving 3.1 Project mer beoordeling 3.2 Bodem 3.3 Water 3.4 Klimaatadaptatie 3.5 Natuur 3.6 Archeologie en cultureel erfgoed 3.7 Bedrijfsmatige activiteiten 3.8 Milieubelastende activiteiten 3.9 Geluid door activiteiten 3.10 Luchtkwaliteit 3.11 Omgevingsveiligheid 3.12 Mobiliteit en parkeren 3.13 Lichthinder 3.14 Windhinder 3.15 Geur 3.16 Gezondheid 3.17 Nutsvoorzieningen 3.18 Trilling 3.19 Bezonning en schaduwwerking 4.1 Financieel economische haalbaarheid 4.2 Kostenverhaal 5.1 Participatie 5.2 Bestuurlijk vooroverleg 5.3 Vaststellingsprocedure 6.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 6.2 Gezonde leefomgeving
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
2 2 3 4 4 5 6 7 11 11 19 21 25 27 28 32 34 35 36 36 37 38 39 41 41 41 42 42 43 43 46 46 47 47 47 48 48
DEEL 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding
In Amstelveen bestaat een grote behoefte aan sociale huurwoningen. De gemeente is daarom op zoek gegaan naar binnenstedelijke locaties die geschikt zijn voor de realisatie van sociale huurwoningen. De locatie AppellaanNotenlaan is daarbij in beeld gekomen. De locatie is ruimtelijk geschikt voor de bouw van een appartementengebouw met een bescheiden bouwhoogte. De 38 appartementen zijn als volgt onderverdeeld: 9 tweekamerwoningen met een grondoppervlakte van 45 m2; 23 driekamerwoningen met een grondoppervlakte van 60 m2; 6 vierkamerwoningen met een grondoppervlakte van 70 m2. De locatie bevindt zich op de hoek van de Appellaan en Notenlaan in de wijk Keizer Karelpark. Tot 2020 stonden hier de gymzalen van de Johannes Postschool. Inmiddels is het terrein verworden tot een grasveld. Het schoolgebouw in de omgeving was al eerder vervangen door grondgebonden woningen. De gymzalen zouden op termijn ook plaatsmaken voor woningbouw, en dit bouwvoornemen wordt nu concreet uitgewerkt. Het plan omvat de bouw van een woongebouw met 38 appartementen, verdeeld over drie bouwlagen. Het gebouw krijgt een Uvorm met een groene binnentuin. De bestaande groenstroken langs de Appellaan, Notenlaan en Gleditialaan blijven behouden. Langs de Appellaan en Notenlaan worden in totaal drie bomen vervangen en drie extra bomen geplant. In de binnentuin komen daarnaast drie nieuwe bomen.
Voor deze locatie is op 11 november 2015 het bestemmingsplan ‘8e herziening Amstelveen MiddenWest Appellaan Notenlaan’ vastgesteld. Dit plan bevatte een wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van 11 grondgebonden woningen. Door de invoering van de Omgevingswet kan deze wijzigingsbevoegdheid niet meer worden gebruikt. Bovendien is deze bevoegdheid niet toereikend voor het huidige plan van 38 appartementen. Daarom is een nieuw TAM IMROplan opgesteld om de bouw planologisch mogelijk te maken. De bouwhoogte van de nieuwbouw bedraagt 10 meter en sluit daarmee aan bij de bouwhoogte van de omliggende woningen. De grond is eigendom van de gemeente en zal in erfpacht worden uitgegeven aan woningcorporatie Eigen Haard. De bouw wordt gerealiseerd via de Hollandse Bouwstroom, een samenwerkingsverband van woningcorporaties dat zich richt op industrieel, modulair en betaalbaar bouwen. In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkeling.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie is gelegen in de wijk Keizer Karelpark in Amstelveen. Deze wijk kenmerkt zich door een bonte verzameling van verschillende buurtjes met een herkenbaar, eigen karakter. Dit draagt bij aan de identiteit van de afzonderlijke buurtjes. Van eengezinswoningen in zowel open en gesloten bouwblokken als stroken bouw, tot middelhoge gestapelde hoogbouw, hogere accenten aan de rand van de wijk en enkele vrijstaande woningen. Ook het uiterlijk van de bebouwing verschilt in sterke mate als gevolg van de gefaseerde realisatie met grote tussenpozen. Naarmate de bebouwing ouder is, zijn de woningen doorgaans rijker gedetailleerd. Kenmerkend voor de wederopbouwperiode begin jaren vijftig is de seriematige bouw, sobere vormgeving en eenvoudig materiaalgebruik. Herhaling in de rij is hierbij uitgangspunt. De locatie betreft een braakliggend kavel, waar voorheen een school en gymzaal stonden op de hoek
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Appellaan/Notenlaan in de wijk Keizer Karelpark in Amstelveen. De gedeelten waar de school stond zijn in het vorige decennium al ontwikkeld.
Ligging plangebied i.r.t. omgeving en gemeente (rood omkaderd)
Dit kwadrant (blauw omkaderd) is het laatste deel dat ontwikkeld gaat worden. De locatie is eigendom van de gemeente Amstelveen en maakt onderdeel uit van perceel ASV00M7160. De kavel is ca 1650 m2 groot en wordt in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelende partij.
1.3 Toets aan het omgevingsplan Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘8e herziening Amstelveen MiddenWest Appellaan Notenlaan’ (vastgesteld op 11 november 2015), dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het terrein kent twee bestemmingen: <0000> een maatschappelijke bestemming, waarbij het aangegeven bouwvlak voor 100% mag worden bebouwd tot een bouw/goothoogte van 8 m; <0000> een verkeers–verblijfsgebied. Hier mogen woonstraten met parkeervoorzieningen worden gerealiseerd met de daarbij behorende werken. Tevens is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid toegekend aan het plangebied voor de realisatie van maximaal 11 grondgebonden woningen. Met het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 dienen deze wijzigingsregels te worden gezien als afwijkingsregels in het omgevingsplan. Uit deze wijzigings vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
bevoegdheid blijkt dat woningbouw sinds 2015 voor deze locatie was voorzien. Omdat op basis van de Omgevingswet geen gebruik meer kan worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid wordt om de ontwikkeling mogelijk te maken in het onderhavige geval gebruik gemaakt van een wijziging van het omgevingsplan.
1.4 Procedure Het TAM-omgevingsplan Vanwege het feit dat het onderhavige project niet past binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan (en omdat er geen afwijkingsprocedure wordt gevoerd), is het opstellen van een nieuw TAMomgevingsplan bestemmingsplan noodzakelijk. Dit betreft het onderhavige TAMomgevingsplan 'Hoofdstuk 22f Appellaan 6'. De planprocedure ziet er als volgt uit. Het ontwerp TAMomgevingsplan wordt op basis van artikel 16.30 Omgevingswet (Ow) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegd. De kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpTAMomgevingsplan wordt gedaan via digitale weg in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Het ontwerp TAMomgevingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd en binnen deze termijn kan een ieder zienswijzen bij de gemeente indienen. De ingediende zienswijzen worden meegenomen bij de besluitvorming over het vast te stellen TAMomgevingsplan. Na de vaststelling van het TAMomgevingsplan door de gemeenteraad of het college ligt het vastgestelde TAMomgevingsplan zes weken ter inzage en kunnen diegenen, die een zienswijze hebben ingediend, en belanghebbende zijn, een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State indienen.
Tevens kan een verzoek om een voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de planvorming besproken. Hierin wordt de huidige ruimtelijk functionele situatie, de ambitie op hoofdlijnen en de aspecten uit relevante visies, beleid en regels op het plan beschreven. Aanvullend is in hoofdstuk 2 ook de gedetailleerde planomschrijving inclusief de ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. De financiële en maatschappelijke haalbaarheid komen vervolgens in hoofdstuk 4 en 5 aan de orde. In het laatste hoofdstuk leest u in de conclusie of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en of het plan bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
DEEL 2 PLANVORMING 2.1 Huidige situatie
De locatie is gelegen op de hoek Appellaan/Notenlaan in de wijk Keizer Karelpark. Op deze locatie heeft een gymzaal gestaan die in 2020 is gesloopt. Deze gymzaal behoorde toe aan een middelbare school die al langer gelegen is gesloopt. Inmiddels bestaat deze locatie uit een grasveld. Dit deel van de wijk wordt in hoofdzaak gekenmerkt door aaneengesloten grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een zadeldak, afgewisseld met galerijflats met een bouwhoogte van overwegend vijf bouwlagen, zie onderstaande afbeeldingen.
Tussen de galerijflats zijn ruime groenvoorzieningen aanwezig. De wijk heeft daardoor een groene uitstraling, ook de groene voortuinzones dragen bij aan dit beeld. De woningen in dit deel van de wijk zijn planmatig gerealiseerd binnen een rechthoekig stratenpatroon. Herhaling in de rij is hierbij uitgangspunt. Frontvorming is gericht naar de openbare zijden.
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
De bomen rondom het perceel zijn onderdeel van de beplantingsstructuur van de wegen. Het groen op dit perceel (grasland) maakt daarentegen geen onderdeel uit van de wijkgroenstructuur.
2.2 Beoogde ontwikkeling Het project maakt 38 sociale huurwoningen met bijbehorende voorzieningen mogelijk. De woningen worden verhuurd door woningbouwcorporatie Eigen Haard en zijn daarmee langjarig beschikbaar voor sociale huur.
Visualisatie van het te realiseren appartementsgebouw vanaf de Notenlaan
Visualisatie van het te realiseren appartementsgebouw vanaf de hoek Appellaan -Notenlaan vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Groen De parkeerterreinen aan de Appellaan zijn opgesplitst in drie vakken van elk vijf auto’s, zodat er ruimte is voor aanvullende bomen. Tevens is er een strook van 40 cm langs de gevel opgenomen, waarin struiken zorgen voor een verkoelende plek. Deze haag biedt ook nestgelegenheid voor verschillende vogelsoorten. De groene hagen zijn doorgetrokken als erfafscheiding voor de begane grondwoningen. De plantenbakken zijn rondom met het gebouw meeontworpen en vormen een plint voor het gebouw. Deze plint zorgt, naast de eerder genoemde voordelen, ook voor een mooie bufferzone tussen de privéruimte en de openbare weg. Aan de steegzijde (noordzijde) zijn nietzelfhechtende klimplanten voorgeschreven, die aan spankabels worden geleid. Het ontwerp voorziet tevens in een insecten en vogelvriendelijke binnentuin. Het dak van de gemeenschappelijke fietsenberging wordt uitgevoerd met een sedumdak, voorzien van circa 15 tot 18 cm substraat, zodat hier ook insectvriendelijke beplanting kan gedijen. Het binnenterreinontwerp is doorgezet tot aan de Notenlaan. De nieuwe entree met pergola vormt hierbij een verbindend element. Met aan de terraszijde verticaal groen om ook hier de privacy te verbeteren.
2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de ontwikkeling beschreven en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst. Achtereenvolgens komt het relevante Rijks, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in deel 3. 2.3.2 Beleid en regelgeving van het Rijk Hieronder volgt het beleid en de regelgeving van het Rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid en deze regelgeving rekening wordt gehouden in dit TAMomgevingsplan. 2.3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten, die onderling veel met elkaar hebben te maken. Voor iedere prioriteit geeft de NOVI richting aan hoe de fysieke leefomgeving in te richten. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De vier prioriteiten zijn vertaald naar een Uitvoeringsagenda, die concrete invulling geeft aan de richtingen, zowel vanuit de rol van het Rijk als in samenwerkingsverband. Het Rijk kiest hierbij voor de inzet van algemene rijksregels, bestaande financiële middelen en kennisontwikkeling. Het rijk zal in samenspraak met medeoverheden en vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
maatschappelijke partijen bestuurlijke afspraken maken. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In samenhang met de NOVI is het Nationaal Milieubeleidskader uitgebracht. Hierin worden nadere uitgangspunten en basisprincipes geformuleerd, die specifiek betrekking hebben op het milieubeleid. De onderdelen binnen de NOVI worden nader uitgewerkt in bijvoorbeeld het Programma Energiehoofdstructuur of het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Daarnaast wordt de NOVI gebiedsgericht uitgewerkt in de Omgevingsagenda's, Gebiedsagenda's Grote Wateren en NOVIgebieden. De rol van het Rijk is hierin het faciliteren van medeoverheden om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheden, wat aansluit bij het principe: 'decentraal, tenzij'. Er worden samenwerkingsafspraken gemaakt over de afwegingsprincipes en voorkeursvolgordes uit de NOVI. Om beleidskeuzes te helpen maken zijn er drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Woondeal MRA De Metropoolregio Amsterdam (MRA) moet zich inspannen voor de bouw van 100.000 woningen in de periode 20182025, en voor voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (prognose 2017). Deze woningen moeten structureel voldoende betaalbaar blijven.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft deze afspraken met de MRA op 5 juli 2019 ondertekend in een Woondeal. Het Rijk en de MRA spannen zich in om voldoende woningproductie te realiseren om te voldoen aan de groeiende woningbehoefte en de tekorten in alle segmenten terug te dringen. Relevantie plangebied Dit TAMomgevingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de NOVI. Hoewel het onderhavige plan niet specifiek betrekking heeft op de nationale belangen, draagt het plan bij aan de belangen om te komen tot de verbetering van de leefbaarheid van de omgeving door onder meer woningbouw. Met dit plan wordt een toekomstbestendige ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving vorm gegeven. 2.3.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol.
Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (v.v.g.b.) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande v.v.g.b. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
De procedures voor een v.v.g.b en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het landelijk gebied is een verbod verankerd in het LIB op nieuwe woningbouwlocaties.
Relevantie plangebied In het LIB staan veiligheid en gezondheid regels over de bestemming en het gebruik van de gronden, zowel binnen het luchthavengebied als binnen het beperkingengebied rondom Schiphol. Per zone gelden andere beperkingen. Amstelveen ligt in zone 3, 4 en 5. (zie kaart). De projectlocatie ligt niet in een van de beperkingengebieden.
Projectlocatie i.r.t. beperkingengebieden Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogten zijn gerelateerd aan het N.A.P. De maximale toetshoogte voor de radar voor de projectlocatie bedraagt 36 meter boven NAP. Daarnaast geldt hier een algemene maximale bouwhoogte van 41 meter boven NAP. De maximale bouwhoogte van het bouwplan bedraagt 10 m. Het LIB vormt geen belemmering voor het onderhavige TAMomgevingsplan. vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
2.3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In dit TAMomgevingsplan vindt een nieuwe stedelijke ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied. De revitalisering van het plangebied is van substantiële omvang en is boven de grens van 500 m². Dit betekent dat, op grond van artikel 5.129g, lid 2, onder a. van het Bkl, de behoefte van deze ontwikkeling moet worden onderbouwd. Relevantie plangebied Ter onderbouwing van de behoefte aan woningbouw wordt verwezen naar het Woonakkoord AmstellandMeerlanden 20212025, 'Prognose NoordHolland 20212050 Bevolking, huishoudens en woningbehoefte', de 'Monitor Woningbouw 2021' en de 'Monitor Woningbouw 2022' van de provincie NoordHolland. De Monitor Woningbouw kijkt naar de productie, plancapaciteit en woningbehoefte. Met de gegevens in de Prognose NoordHolland 20212050 en de Monitor Woningbouw is de 'laddertoets woningen' in dit bestemmingsplan opgesteld.
Uit de Prognose NoordHolland 20212050 volgt dat de additionele woningbehoefte van Amstelveen circa 4.850 woningen bedraagt voor 2030, en circa 6.950 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021. Verder blijkt dat de additionele woningbehoefte van de regio AmstellandMeerlanden circa 19.200 woningen bedraagt voor 2030, en circa 31.000 woningen bedraagt voor 2040 ten opzichte van 2021. Tevens blijkt er in AmstellandMeerlanden in de periode 20212029 een indicatieve netto bouwopgave van 23.200 woningen te zijn vanwege het woningtekort in 2021 dat dient te worden ingelopen. Binnen deze netto woningbouwopgave zit ook de voorgenoemde additionele woningbehoefte die ontstaat tussen 2021 en 2030. De additionele woningbehoefte ontstaat (hoofdzakelijk) door huishoudensgroei. Uit de Monitor Woningbouw 2021 blijkt verder dat er in AmstellandMeerlanden er onvoldoende harde plancapaciteit is om aan de indicatieve woningbouwopgave tot 2030 te voldoen. Voor de opgave tot 2025 moet er nog harde capaciteit bij namelijk circa 6.500 woningen. Voor de opgave tot 2030 zijn dat nog circa 4.000 woningen daarbovenop (Masterplan Wonen, 2021). In de Monitor Woningbouw 2022 staat voor de regio AmstellandMeerlanden een harde plancapaciteit vermeld van circa 7.600 woningen, met een bouwfasering van 4.500 woningen in de periode 20222024 en 3.100 woningen in de periode 20252029.
Als de voorgenoemde woningbehoefte wordt vergeleken met de harde plancapaciteit, dan kan worden geconstateerd dat de huidige harde plannen niet in voldoende mate in de woningbehoefte in de regio AmstellandMeerlanden kunnen voorzien. Ook in Amstelveen is er een tekort aan harde plannen in vergelijking met de woningbehoefte voor 2030. Het plan Appellaan 6 voorziet daarmee in een resterende woningbehoefte. Tevens is het plan Appellaan Notenlaan opgenomen in de Monitor Plancapaciteit van de provincie. Er is een grote behoefte aan sociale huurwoningen in Amstelveen en de regio. De woningbouwplannen voor Appellaan 6 voorzien in die behoefte. De plancapaciteit voor sociale huurwoningen is momenteel te laag. Met dit plan worden 38 sociale huurwoningen gerealiseerd. Het plan voorziet in een passende woningbehoefte en leidt niet tot een overmaat van plancapaciteit.
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
2.3.3 Beleid en regelgeving van de provincie en regio
Hieronder volgt het beleid en de regelgeving van de provincie NoordHolland, waar indien relevant voor het plangebied met dit provinciaal beleid en deze regelgeving rekening wordt gehouden in dit TAMomgevingsplan. De door de provincie voorgestane regionale beschouwing komt daarbij aan de orde. 2.3.3.1 Omgevingsvisie NH 2050 en Omgevingsverordening NH2022 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van NoordHolland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie NoordHolland 2040, het Provinciaal Verkeers en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 20152018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie.
Het beleid van de Omgevingsvisie NoordHolland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (in werking vanaf 11 januari 2024). Relevantie plangebied Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2022 toegelicht die voor het onderhavige omgevingsplan relevant zijn. Artikel 6.13 (Regionale afspraken nieuwe stedelijke functies) In dit artikel van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald, dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in nieuwe stedelijke functies als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio daarover gemaakte schriftelijke afspraken. Onder stedelijke functies wordt verstaan: functies die verband houden met wonen, bedrijven, voorzieningen, stedelijk water en stedelijk groen. Zoals is gebleken uit paragraaf 2.3.2.3, is de onderhavige ontwikkeling te zien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, die voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In de provinciale woningbouwmonitor plancapaciteit is het plangebied opgenomen als woningbouwlocatie met maximaal 40 woningen. Artikel 6.75 (Klimaatadaptatie) Op grond van artikel 6.75 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering.
Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de waterparagraaf (paragraaf 3.3) is hier invulling aan gegeven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap. Het plan is passend binnen de regels uit de provinciale Omgevingsverordening
2.3.4 Beleid en regelgeving van het waterschap 2.3.4.1 Algemeen In Nederland dragen onder meer de waterschappen zorg voor watersystemen. Deze zorg omvat het beheer van bepaalde watersystemen waaronder de oppervlaktewateren/waterlichamen en grondwaterlichamen, en bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende (waterstaatkundige) kunstwerken. Het waterschap draagt zorg voor:
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
<0000> <0000> <0000> <0000>
het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen; het zuiveren van stedelijk afvalwater, tenzij een gemeente dit overneemt.
De waterschappen maken elke zes jaar een waterbeheerplan, tegelijkertijd met (en afgestemd op) het Nationale Waterplan van het Rijk en de provinciale waterplannen. Per 1 januari 2024 zijn de waterschappen verplicht een waterschapsverordening te hebben. Deze verordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap binnen haar beheergebied stelt. De waterschapsverordening is daarmee een juridisch instrument om het watersysteem te beschermen tegen activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de goede staat en werking van het watersysteem. De regels in de waterschapsverordening hebben onder meer betrekking op: <0000> Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam; <0000> Lozingsactiviteiten op een zuiveringstechnisch werk (rioolwaterzuiveringsinstallatie); <0000> Activiteiten in of nabij het oppervlaktewater; <0000> Activiteiten in, op of nabij waterkeringen; <0000> Het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem. Het grondgebied van Amstelveen ligt in het beheergebied van twee waterschappen: het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het Hoogheemraadschap van Rijnland. De scheidslijn tussen de beide beheergebieden loopt langs de oostrand van het Amsterdamse Bos, de zuidelijke poeloever en de Legmeerdijk. Bij een ruimtelijk plan moet de gemeente rekening houden met het waterbelang.
In de weging van het waterbelang (watertoets) wordt, waar nodig, het waterschap aangehaakt. 2.3.4.2 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het beheergebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). In het Waterbeheerplan AGV 20222027 heeft het waterschap de wensbeelden per thema voor 2030 beschreven. Daaruit afgeleid zijn de doelen voor de planperiode 20222027 geformuleerd en is een aanpak op hoofdlijnen uitgewerkt. De uitgangspunten van het waterbeheerplan zijn: <0000> samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; <0000> een klimaatbestendig en waterrobuust gebied; <0000> steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; <0000> een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; <0000> water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; <0000> gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; <0000> gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; <0000> vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit; <0000> afstemming over alle watertaken per stroomgebied; <0000> behoud van de zelfstandige bevoegdheid.
Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft naast haar waterbeheerplan voor verschillende gebieden aparte Watergebiedsplannen opgesteld met als doel gebiedsgerichte maatregelen te formuleren om het watersysteem te verbeteren. Daarvoor is zowel het grond als het oppervlaktewater kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht. Tevens is de ecologische toestand onderzocht met het oog op het behalen van de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn water. vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Als algemene regel voor de compensatie van de aanleg van verhard oppervlak hanteert het AGV dat bij aanleg vanaf 5.000 m2 verhard oppervlak buiten bestaand stedelijk gebied of 1.000 m2 in bestaand of nieuw in te richten stedelijk gebied of glastuinbouwgebied watercompensatie plaats moet vinden in de voorkeursvolgorde binnen plangebied, nabij plangebied of het vigerende peilvak. Relevantie plangebied In paragraaf 3.3 wordt dit onderwerp nader beschouwd. 2.3.5 Beleid van de gemeente Hieronder volgt het beleid van de gemeente dat relevant is voor de totstandkoming van dit TAMomgevingsplan. 2.3.5.1 Omgevingsvisie Amstelveen 2040 ‘Amstelveen bloeit’ De Omgevingswet verplicht gemeenten uiterlijk per 1 januari 2027 voor het hele grondgebied één omgevingsvisie vast te stellen. De omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich moet houden aan de inhoud ervan. Op 27 november 2024 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amstelveen 2040 ‘Amstelveen bloeit’ vastgesteld. Voor de fysieke leefomgeving in Amstelveen liggen vier kernwaarden ten grondslag: groen, vitaal, divers en compleet. De leefbaarheid van Amstelveen is gebouwd op die vier kernwaarden. De kernopgave voor de ontwikkeling van Amstelveen is in de Omgevingsvisie als volgt geformuleerd: ‘het borgen van de leefbaarheid van Amstelveen door compact te bouwen en de schaarse ruimte optimaal te benutten’.
In de Omgevingsvisie wordt aangegeven welke aspecten van de fysieke leefomgeving versterking behoeven en hoe de gemeente daaraan wil werken. De Omgevingsvisie schetst keuzes voor de ruimtelijke ontwikkeling op gebiedsniveau voor de komende vier tot zes jaren. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie een afwegingskader voor ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2040. De gemeente Amstelveen gebruikt het afwegingskader om te toetsen of ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de vijf ruimtelijke opdrachten. De vijf ruimtelijke opdrachten zijn: een gezond, duurzaam, groen, bereikbaar en compact Amstelveen. Elke ruimtelijke ontwikkeling in Amstelveen tot aan 2040 moet bijdragen aan minimaal één van deze vijf ruimtelijke opdrachten. De ambitie bij elke ruimtelijke ontwikkeling is dat deze ook bijdraagt aan andere ruimtelijke opdrachten. In elk geval mag een ontwikkeling niet ingaan tegen een ruimtelijke opdracht. Amstelveen heeft in de periode tot 2040 belangrijke opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Die opgaven liggen op het terrein van wonen, gezonde leefomgeving, maatschappelijke voorzieningen, vestigingsklimaat, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, hergebruik van grondstoffen, wateropgave (waterzekerheid en een robuust watersysteem) en energietransitie. Al deze opgaven wil de gemeente Amstelveen in balans met elkaar aanpakken.
De Omgevingsvisie ‘Amstelveen bloeit’ geeft met een doorkijk tot 2040 het afwegingskader waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen dienen te passen. De Omgevingsvisie vervangt onder meer de Structuurvisie Amstelveen 2025+. Kernwaarden en ruimtelijke opdrachten In de Omgevingsvisie zijn vijf ruimtelijke opdrachten geformuleerd die in hun onderlinge samenhang bijdragen aan het behoud en de kernwaarden van de gemeente. De kernwaarden zijn de kwaliteiten van de stad die de leefbaarheid bepalen. De kernwaarden zijn het antwoord op de vraag wat voor een stad Amstelveen in 2040 wil vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
zijn. Amstelveen is groen, vitaal, divers en compleet, en wil dat ook blijven. Bij ontwikkelingen in de leefomgeving moeten deze vier kernwaarden worden behouden of versterkt. De ruimtelijk opdrachten beschrijven de onderdelen van de fysieke leefomgeving die versterking nodig hebben. Met de invulling van de ruimtelijke opdrachten draagt de gemeente bij aan het behoud en de versterking van de kernwaarden. De ruimtelijke opdrachten vormen samen het kader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en ontwikkelingen. Het betreft de volgende opdrachten: <0000> Gezond Amstelveen: in deze ruimtelijke opdracht geeft de gemeente prioriteit aan aanpassingen van de fysieke leefomgeving die de gezondheid bevorderen en aan uitbreiding van zorgvoorzieningen; <0000> Duurzaam Amstelveen: in deze ruimtelijke opdracht ligt het accent op samenwerking aan stedelijke capaciteit voor de energiebehoefte, de circulaire economie en de klimaatadaptatie; <0000> Groen Amstelveen: in deze opdracht richt de gemeente zich op het versterken van de routes tussen de verschillende groengebieden en wordt ervoor gezorgd dat inwoners zo goed mogelijk gebruik maken van deze gebieden; <0000> Bereikbaar Amstelveen: deze ruimtelijke opdracht gaat over het tot stand brengen van een fijnmazig netwerk voor wandelen en fietsen en stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit.
Om de stad bereikbaar te houden, worden grootschalige ontwikkelingen alleen gesitueerd op locaties met goede bestaande (ov)bereikbaarheid; <0000> Compact Amstelveen: deze ruimtelijke opdracht betreft het behouden van de stedelijke structuur en het verrijken daarvan op aangewezen plekken met multifunctionele toepassingen. Dit houdt in dat in beginsel alleen in bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. De ruimtelijke opdrachten zijn de leidraad voor de gemeente bij de beoordeling van initiatieven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Een ontwikkeling moet minimaal bijdragen aan één ruimtelijke opdracht en mag niet in strijd zijn met de andere ruimtelijke opdrachten. Naast het inhoudelijke afwegingskader hanteert de gemeente volgens de omgevingsvisie drie basisregels waaraan een ontwikkeling moet voldaan. Een ruimtelijke ontwikkeling moet op maat zijn (goed aansluiten bij de omgeving), is wendbaar (kan meebewegen met veranderende behoefte van de inwoners) en gebeurt in samenwerking met inwoners en lokale en regionale partners. Ontwikkelgebieden Naast de formulering van de ruimtelijke opdrachten geeft de omgevingsvisie ook de locaties aan waar ruimte is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. Daarbij maakt de Omgevingsvisie onderscheid tussen bestaande ontwikkelgebieden en gebieden waar ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waarvoor er nog geen concrete plannen bestaan.
De bestaande ontwikkelgebieden zijn: <0000> Stadshart <0000> Zone A9 West <0000> Zone A9 Oost <0000> De Scheg <0000> Nieuw Legmeer <0000> Bedrijventerrein Amstelveen Zuid <0000> Bovenkerkerwegzone <0000> KronenburgUilenstede Als potentiële ontwikkelgebieden noemt de Omgevingsvisie: <0000> Beneluxbaan <0000> Bedrijventerrein Bovenkerk <0000> Noorder Legmeerpolder <0000> Nes aan de Amstel <0000> Buitengebieden: Bovenkerkerpolder, Middelpolder, Amsterdamse Bos vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
<0000> <0000> <0000>
Galjoen Kostverlorenhof Wijkclusters
Relevantie plangebied Er lopen veel projecten en ruimtelijke gebiedsontwikkelingen in Amstelveen die bijdragen aan de bovengenoemde vijf opgaven. De fase waarin deze ontwikkelingen zich bevinden verschilt sterk. Het project Appellaan Notenlaan staat concreet benoemd in de Omgevingsvisie als lopend project en geeft uitvoering aan de in de Omgevingsvisie genoemde ontwikkelopgaven. 2.3.5.2 Woonvisie 2023-2030 Op 18 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de Amstelveense Woonvisie 20232030 vastgesteld. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. De druk is hoog in bijna alle segmenten. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huur en er zijn te weinig woningen in het middensegment. De gemeente ziet een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en ziet jonge mensen die maar moeizaam een eerste woning kunnen huren of kopen. De Woonvisie zet in op de bouw van extra woningen die zo eerlijk mogelijk onder alle doelgroepen verdeeld worden. Een uitgangspunt van de Woonvisie is dat Amstelveense woningzoekenden een betere kans moeten krijgen op de woningmarkt. Hoge prioriteit wordt gegeven aan het vergroten van de kans op een woning voor de Amstelveense jongeren en starters door te sturen op het bouwen van meer betaalbare en kleinere woningen.
De doorstroming verbetert als er meer woningen worden gebouwd in het middeldure segment en meer mensen worden bewogen richting een woning die beter past bij hun actuele inkomen en levensfase. Ouderen worden gestimuleerd om na te denken over hun toekomstige woonsituatie. De Woonvisie 20232030 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet om de schaarse woningen in Amstelveen zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat iemand van wieg tot graf zijn wooncarrière in de gemeente kan doorlopen. Op basis van de Woonvisie worden afspraken gemaakt met ontwikkelaars, woningverhuurders en woningcorporaties. Relevantie plangebied De bouw van 38 sociale huurwoningen levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de Woonvisie. Volgens de Woonvisie geldt voor gemeentelijke gronden dat het woningbouwprogramma dient te voorzien in minimaal 30% sociale huurwoningen. Met een aandeel van 100% wordt hier ruimschoots aan voldaan. 2.3.5.3 Mobiliteitsvisie Amstelveen (2020) Op 12 februari 2020 is de Mobiliteitsvisie Amstelveen door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Amstelveen kende rond het opstellen van Mobiliteitsvisie Amstelveen (2020) 90.000 inwoners en de verwachting was dat de grens van 100.000 inwoners de komende jaren gepasseerd zou worden en dat het daarbij niet zou eindigen. Door de toenemende inwoneraantallen komt de bereikbaarheid onder druk te staan.
Om dit in goede banen te leiden is de Mobiliteitsvisie Amstelveen opgesteld. De mobiliteitsvisie van Amstelveen is uitgewerkt in vier hoofdlijnen: 1. Een regionaal samenhangend bereikbaarheidssysteem voor Amstelveen. a. Een optimale regionale bereikbaarheid voor inwoners, werkenden en bezoekers waarbij, rekening houdend met de huidige capaciteit en geringe uitbreidingsruimte van het wegennetwerk, een sterke nadruk wordt gelegd op openbaar vervoer en actieve modaliteiten. b. Afname doorgaand auto en vrachtverkeer dat geen herkomst of bestemming heeft in Amstelveen. vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
2. Een lokaal, verkeersveilig bereikbaarheidssysteem in Amstelveen. a. Een optimale lokale bereikbaarheid voor inwoners, werkenden en bezoekers waarbij, rekening houdend met de huidige capaciteit en geringe uitbreidingsruimte van het wegennetwerk, een sterke nadruk wordt gelegd op openbaar vervoer en actieve modaliteiten. b. Verbeteren verkeersveiligheid Amstelveen. 3. Op weg naar een duurzaam mobiliteitssysteem. a. Behalen van klimaatdoelen Klimaatakkoord en Beleidskader Mobiliteit. b. Behalen doelen Green Deal ZES. c. Behalen Europese en landelijke normen leefkwaliteit (lucht, geluid). 4. Mobiliteit en ruimtelijke ordening gaan altijd samen. a. Sterke koppeling ruimtelijke ordening en mobiliteit (zowel in beleid als in planvorming). b. Behouden belangrijkste functies in gemeente zelf (nabijheid). c. Belangrijkste functies in de gemeente moeten met openbaar vervoer en actieve modaliteiten bereikbaar zijn. Relevantie plangebied Het onderhavige plan voldoet aan de uitgangspunten van de Mobiliteitsvisie. In paragraaf 3.12 (Mobiliteit en parkeren) wordt hierop nader ingegaan. 2.3.5.4 Nota Parkeernormen Amstelveen Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling.
Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen zijn er parkeernormen bepaald, en is in de regels van bestemmingsplannen en het omgevingsplan verwezen naar de geldende ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. Parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren/Parkeernormen). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden/zijn gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit kan een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000> Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij ook rekening wordt gehouden met het dubbelgebruik van de betreffende parkeerplaatsen.
<0000> Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk blijkt, dan dient de initiatiefnemer van het (bouw)plan met een voorstel te komen hoe de parkeerbehoefte opgelost kan worden in de openbare ruimte. Het voorstel mag niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten. De kosten voor de aanleg zijn voor de aanvrager. <0000> Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. <0000> De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover deze van invloed zijn op het parkeren. <0000> Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Relevantie plangebied
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
De aangepaste parkeernormen van de Nota Parkeernormen Amstelveen 2021 zijn van toepassing. Het onderhavige plan voldoet aan deze normen. In paragraaf 3.12 (Mobiliteit en parkeren) wordt dit nader onderbouwd. 2.3.5.5 Groenvisie Amstelveen (2024) Op 17 juli 2024 is de Groenvisie Amstelveen door de gemeenteraad vastgesteld. De Groenvisie vervangt het Groenstructuurplan Amstelveen 20082018 en borduurt verder daarop. De groenvisie beschrijft op hoofdlijnen hoe het gemeentebestuur het groen als kernkwaliteit van Amstelveen wil behouden en versterken. In het Groenstructuurplan uit 2008 is op kaart de (hoofd)groenstructuur vastgelegd en zijn de karakteristieken van de groenstructuren beschreven. In de Groenvisie is de (hoofd)groenstructuur weer grotendeels opgenomen, met herender een uitbreiding op de ambitiekaart. In de Groenvisie beschrijft de gemeente het belang dat groen heeft voor Amstelveen en hoe de gemeente ook bij verdere groei van de stad wil bereiken dat openbaar groen en water een grotere bijdrage leveren aan een fijne en gezonde woon en werkomgeving. Groen is belangrijk voor Amstelveen. De stad heeft een bijzondere groene uitstraling en is trots op het feit dat ze in de regio een aangenaam groene woonomgeving biedt. Maar, de verdergaande verstedelijking zet het groene karakter en het leefmilieu van Amstelveen onder druk.
Nu al is het effect daarvan zichtbaar, omdat bomen of groen verdwijnen voor nieuwe infrastructuur of bouwprojecten. Of omdat er onvoldoende ruimte is voor herplant of compensatie van groen in de directe omgeving. De Groenvisie biedt een vertrekpunt om ervoor te zorgen dat stedelijke ontwikkelingen ertoe gaan leiden dat het groene karakter van de Amstelveen wordt behouden en verder wordt versterkt. Daarnaast benoemt de visie het uitgangspunt dat groen en water een grotere bijdrage gaan leveren aan actuele leefbaarheidsvraagstukken. De kern van de Groenvisie bestaat uit vier pijlers voor het groen. Deze richten zich op het verbeteren van de functionele samenhang van de groenstructuur, het versterken van de waarden van groen en water, het vinden van een balans tussen groen en verstedelijking, en het flexibel aanpassen van wijkgroen aan lokale behoeften. De doelen en principes uit de visie worden uitgewerkt in gemeentelijk beleid en onderdeel van de uitvoeringstaken van de gemeente. Relevantie plangebied Bij deze ontwikkeling is het stedenbouwkundig primair van belang dat de typische wijkstructuur intact blijft. Daarom zullen de bomen in de openbare ruimte in zeker zin moeten aansluiten op het plantverband en sortiment ter plaatse. De gekozen rooilijnen en parkeervakken maken dat mogelijk.
Naast de herplant van bomen zal ook de heesterbeplanting bijdragen aan een kwantitatieve en kwalitatieve groenbalans. Dat geldt zowel voor de openbare ruimte als voor de binnentuin. Voor zowel bomen als heesters geldt dat de gemeente bij soortkeuze streeft naar het optimaliseren van de ecosysteemdiensten. Boom en plantensoorten die kwaliteit toevoegen dragen bijvoorbeeld bij aan biodiversiteit, het voorkomen van hittestress en wateroverlast en een aangename, aantrekkelijke buitenruimte voor omwonenden. 2.3.5.6 Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 2021-2026 Eind 2020 is door de gemeente het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema’s die zijn benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en sluit (op hoofdlijnen) aan bij de normen die zijn opgesteld door de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In het gemeentelijke Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema’s, die van belang zijn voor het stedelijk gebied van Amstelveen, zijn: vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
a. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden. b. Hitte: beperking van de impact. c. Droogte: vergroten sponswerking. d. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming. In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 20212026. a. Wateroverlast: inrichting voor extreme buien Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie vasthoudenbergenafvoeren). Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied).
De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. b. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 meter loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna, en dat voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. c. Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur.
Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. d. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking overstroming vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Nieuwbouw: Inpassing van waterkeringen en gevolgbeperking van overstromingen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting. De gemeente heeft er voor gekozen om de uitwerking van klimaatadaptieve eisen met de programmering van reconstructies en herinrichtingen en de Stedelijke Ontwikkeling projecten mee te nemen (‘meekoppelkansen benutten’). Relevantie plangebied De gemeente vereist dat in nieuwbouwprojecten klimaatadaptief wordt gebouwd. Voor dit plangebied zijn de volgende eisen van toepassing op basis van landelijk beleid en dat van de MRA. <0000> Het plangebied moet een maatgevende bui van 70 mm per uur kunnen verwerken zonder dat er schade door wateroverlast ontstaat op het perceel en aangrenzende percelen; <0000> De openbaar toegankelijke gebieden moeten worde voorzien van 30% schaduw; <0000> De ontwateringsdiepte tussen de kruipruimte en gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) moet minimaal 0,20 m zijn. <0000> Toenemend verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden conform de eisen van het waterschap. In de uitvoering van dit project wordt rekening gehouden met bovenstaande eisen.
2.4 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in omgeving De locatie ligt op de overgang van grondgebonden woningen (twee lagen met kap), met gestapelde bebouwing (bouwhoogte vier bouwlagen). De bouwhoogte van de voorgestelde ontwikkeling bedraagt drie bouwlagen met een plat dak. Hierdoor sluit de bouwmassa qua hoogte aan bij de omliggende woonbebouwing. Het platte dak sluit aan bij de dak beëindiging van de overige gestapelde bebouwing in dit gebied.
Luchtfoto plangebied
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
De ontwikkeling wordt aan drie zijden begrensd door openbaar gebied, namelijk de Appellaan, Notenlaan en Gleditsialaan. Het U vormige bouwblok heeft aan drie zijden frontvorming naar de openbare zijden en door het respecteren van de bestaande rooilijnen voegt de ontwikkeling zich in de ruimtelijke kenmerken van het gebied. De hoofdentree van het gebouw bevindt zich aan de kant van de Notenlaan.
Positionering hoofdentree aan de Notenlaan Langs deze laan zal ook de kenmerkende groenstructuur behouden blijven. De entrees van de begane grond appartementen zijn naar de straatzijde gericht waardoor de frontvorming extra wordt versterkt. De galerijen bevinden zich aan de binnenzijde van het complex, waar ook de gemeenschappelijke binnentuin is gesitueerd. De vierde zijde van het bouwblok (niet grenzende aan de openbare zijden) bestaat uit éénlaagse bebouwing als afsluiting van het binnengebied. Hier bevindt zich de fietsenberging van het complex. Deze fietsenberging biedt plaats aan in totaal 105 fietsen.
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
DEEL 3 Fysieke leefomgeving 3.1 Project mer beoordeling
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De wettelijke basis voor de m.e.r. ligt in Europa: de merrichtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; de smbrichtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma's. Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEAprotocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. De eisen van de bovengenoemde richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De Commissie m.e.r. is geregeld in artikel 17.5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Omgevingsbesluit. Voor het bepalen of een plan eventueel merplichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde planmerbeoordeling twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een planmer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen planmer nodig en er wordt geen MER gemaakt.
Er zijn twee situaties waarin een planmerbeoordeling aan de orde kan komen: Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct planmerplichtig. In dit geval dient een planmerbeoordeling te worden uitgevoerd. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage 5 Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage 5 van het Omgevingsbesluit. Een planmerbeoordeling is aan orde indien: Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft; Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. Relevantie plangebied Met de onderhavige ontwikkeling worden maximaal 38 nieuwbouwwoningen mogelijk gemaakt in bestaand stedelijk gebied. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie J11, kolom 3 in samenhang met kolom 1, in bijlage 5 van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.
Voor dit type project gelden geen drempelwaarden voor een m.e.r. plicht, maar geldt wel dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk project sprake is van een merbeoordelingsplicht. Daarom is een merbeoordeling uitgevoerd. Hierin is beoordeeld of als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. Het navolgende overzicht geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer. Kenmerken van het project vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Criteria Omvang van het project
Beschrijving Het voornemen betreft een stedelijk ontwikkelingsproject waar sprake is van de bouw van maximaal 38 woningen binnen een plangebied op één bouwkavel. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een wijziging van het omgevingsplan. Daardoor is het een project (kolom 4) in de zin van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het planvoornemen betreft project J11, een stedelijke ontwikkelingsproject. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten worden geen drempelwaarden gehanteerd.
Cumulatie met andere projecten
In de directe nabijheid spelen geen andere grote ontwikkelingen die van invloed zijn op onderhavige ontwikkeling of daarmee cumuleren. Voor de bouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). Voor grond die vrijkomt bij het graven gelden de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Het nieuwe gebouw wordt voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil en regenwater, zoals op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl verplicht is. De vuilwaterafvoer van de bebouwing wordt aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel. Het bestaande rioolstelsel in en om het plangebied heeft voldoende capaciteit voor deze extra vuilwaterafvoer van de nieuwbouw. Met de voorgenomen activiteit worden geen andere afvalstoffen geproduceerd in de gebruiksfase. Eventuele afvalstoffen die in de aanlegfase worden geproduceerd, worden conform de geldende wet en regelgeving afgevoerd. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwen. Significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden zijn echter niet aan de orde, hetgeen blijkt uit de natuurtoets en de uitgevoerde Aeriusberekening.
Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. Hieronder wordt hier met betrekking tot diverse relevante aspecten nader op ingegaan.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Productie afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
vastgesteld toelichting TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22f Appellaan 6 pagina
Luchtkwaliteit: Er is sprake van een project welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan. Natuur: Het plangebied ligt op ongeveer 6 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied Botshol. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. De gevolgen van het project ten aanzien van stikstofdepositie in de aanleg en gebruiksfase zijn middels een Aeriusberekening onderzocht. Er is geen sprake van een significante bijdrage. De bijdrage bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. Het project leidt niet tot toename van stikstofpositie, of anderszins negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Uit jurisprudentie volgt overigens dat geen rechtsregel ertoe dwingt om de stikstofdepositie van activiteiten die een bestemmingsplan (thans: omgevingsplan) niet mogelijk maakt te betrekken bij de gevolgen van het ter beoordeling staande plan. Het betreft hier projecten die reeds zijn uitgevoerd of projecten waarvoor een vergunning is vereist, maar nog niet is verleend. Deze laatste groep mag worden beschouwd als nog te ‘onzeker’ en hoeven in de cumulatietoets niet meegenomen te worden.