CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Klimaatplan TAM-plan Kronenburg

Raadsvergadering 11 februari 2026, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Kronenburg40.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

• De bodem dient minimaal 20 cm boven de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) te liggen. • Taluds (in de wadi) minimaal 1:3 in verband met onderhoud. • Lediging wadi vindt plaats binnen 10 uur tot maximaal 16 uur in verband met behoud grasgroei. • De wadi is gekoppeld aan open water. • De wadi is altijd voorzien van een noodoverlaatconstructie zodat de wadi nooit buiten zijn oevers treedt. Drukriolering • Drukrioleringen zijn een vorm van mechanische rioolsystemen om alléén afvalwater (DWA) te transporteren in omstandigheden waar vrij verval niet mogelijk is (afvalwater omhoog brengen, te vlakke ligging). Deze afweging dient altijd met de Rioolbeheerder te worden afgestemd en goedgekeurd. • Drukrioolsystemen bestaan in de kern uit huisaansluitingen die zijn aangesloten op een mini gemaaltje dat het afvalwater verder transporteert door gesloten flexibele kunststof leidingen, die vloeistofdicht zijn aangesloten op grotere gemalen die het afvalwater verder onder druk transporteren. Drukrioolleidingen zijn van PE of HDPE of van vergelijkbare kwaliteit. • Drukrioolsystemen kunnen uitmonden in vrijvervalrioolsystemen, waarvandaan he tafvalwater onder vrij verval naar de zuivering wordt getransporteerd. • Hemelwater en grondwater afvoeren mogen niet worden aangesloten op drukriolering. • Nieuwe aansluitingen vinden alleen en uitsluitend plaats op putten.

Pagina 28 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

3.4.3

Aanvullende eisen Grondwaterzorg, drainage en ontwatering Algemeen • Minimale ontwateringsdiepte (uitgaande van GHG):  Bij panden zonder kruipruimte 0,50 m -mv;  Bij panden met kruipruimte 0,90 m -mv;  Bij groenvoorzieningen 0,50 m -mv;  Bij wegverhardingen 0,60 m -mv; • Door het waterschap is in de keur AGV opgenomen dat er geen drainage mag worden toegepast om bouwblokken droog te houden. Dit betekent dat voorzieningen moeten worden toegepast om de panden droog te houden, zoals waterdichte vloeren of het ophogen van het maaiveld. Waterschap heeft richtlijnen omtrent de maximale opbolling van het grondwater met en zonder kruipruimte. • Indien noodzakelijk voor de ontwateringsdiepte bij groen en wegverhardingen, geldt dat drainage in principe aangelegd wordt op de diepte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). • Schoon en onverdacht drainagewater mag afgevoerd worden naar open water, geretourneerd worden in het grondwater en in het uiterste geval aangesloten worden op het hemelwaterstelsel van de Gemeente. • Drainage heeft een minimale diameter van 160 mm. • De maximale afstand van drainage is 50 meter.

3.4.4

Aanvullende eisen Watergangen, oevers en duikers Watergangen • Als onderdeel van het stedenbouwkundige plan is een waterhuishoudingsplan. Hierin is onder andere het ontwerp en uitvoering van watergangen, stuwen, inlaten, duikers e.d. vastgelegd. Dit plan dient te worden goedgekeurd door Gemeente en Waterschap. • Voor een goed functionerend watersysteem moet minimaal 10% van het hele plangebied bestaan uit oppervlaktewater (gemeente[LIOR 2024). Dat in het transformatiegebied (18059 van 150925 = 12%. • Waterdoorstroming moet worden gegarandeerd. • Voor keringen hoger dan 1,20 meter, gelden aanvullende eisen cf. hoofdstuk ‘Bruggen’ in de LIOR 2024. • De aanleg van minimaal 1 vis overwinteringsplek ≥ 1,5 meter (verdiepte plekken in het water) is vereist. • Uitgangspunt bij ontwerp van watergangen is om geen beschoeiing toe te passen in het ontwerp. De oevers moeten bestaan uit natuurlijke oevers, die bestaan uit een talud vanaf het maaiveld met een opsluiting bij de waterlijn, volgens de standaard voor natuurlijke oevers. • De oevers aan de Openbare Ruimte mogen alleen bij uitzondering en goedkeuring door de Gemeente te worden voorzien van beschoeiing of damwanden. • Gemiddeld moet minimaal 80% van de oeverlengte in bebouwd gebied natuurvriendelijk zijn ingericht.

De keuze voor het principe profiel ‘natuurvriendelijke oevers’ dient in overleg met Gemeente en waterbeheerder vastgesteld te worden. Grenzend aan natuurlijk groen (bosplantsoen, bermen) wordt een natuurvriendelijke oever toegepast. Grenzend aan gras in wijken wordt zoveel als mogelijk een natuurvriendelijke oever toegepast. Natuurvriendelijke oevers (standaard) • Een geleidelijke overgang van land naar water bevordert de diversiteit aan plantensoorten. Voor de vestiging van oeverplanten is een zogenaamde plas-dras zone op deze overgang belangrijk. • Om een natuurvriendelijke oever geschikt te laten zijn als paai- en opgroeigebied voor vissen, is een waterdiepte van tenminste 0,30 m in de oeverzone gewenst. • Een natuurvriendelijke oever bestaat uit een talud vanaf het maaiveld met een opsluiting bij de waterlijn. Het talud is minimaal 1:3 en moet worden afgestemd met de Gemeente omdat deze moet kunnen worden gemaaid. • De gemeente hanteert twee soorten natuurvriendelijke oevers met eigen ontwerpeisen:  Natuurvriendelijke oever met een flauw hellend talud.  Natuurvriendelijke oever met plasberm.  Voor de opsluiting van de natuurlijke en natuurvriendelijke oevers dient bij de aanleg een voorziening te worden gemaakt tegen het uitspoelen en afkalven van de oevers. De voorziening bestaat uit:  2 planken naaldhout, 20x200x4000 mm.  Bovenste plank met 2 cm. zicht boven water.

Pagina 29 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

 Perkoenpalen naaldhout, h.o.h. 0,50 meter, lengte afhankelijk van de grondslag.  Naaldhout, FSC-gecertificeerd hout, voldoen aan de sterktenormen, zoals vastgelegd in NEN5499, sterkteklasse C18.  Vastzetten met slotbouten diameter 10 mm., van voldoende lengte. Natuurvriendelijke oever met een flauw hellend talud • De flauw hellende oever wordt aangelegd langs watergangen waar een redelijk grote ruimte is voor natuurvriendelijke oevers. De flauw hellende oever kan eventueel ook met beschoeiing gerealiseerd worden. • Inrichtingsparameters:  Talud (nat - droog) 1:4 – 1:10 (< evt).  Diepte van de oever verloopt van 0,1 tot 1 meter.  Breedte van de oever 3-6 meter.  Diepte watergang ≥ 1 meter.  Waterdiepte overwinteringsgebieden vissen ≥ 1,5 meter.  Het waterschap geeft aan deze optie niet wenselijk te vinden, omdat hier een barrière tussen de plas/dras en het diepere water (overwinteringsgebied) wordt opgeworpen (beperking directe wateruitwisseling), en is bovendien moeilijker te onderhouden.

Natuurvriendelijke oever met plasberm • De plasberm wordt aangelegd langs watergangen waar een minimale ruimte is voor natuurvriendelijke oevers. De plasberm kan eventueel ook met beschoeiing gerealiseerd worden. • Inrichtingsparameters:  Talud (nat - droog) ≥ 1:3  Diepte van de oever ca. 0,30 meter.  Breedte van de oever 1-3 meter  Diepte watergang ≥ 1 meter.  Waterdiepte overwinteringsgebieden vissen ≥ 1,5 meter.

Beschoeiing bij oevers • Alleen wanneer technisch noodzakelijk mag een beschoeiing worden toegepast. • Afhankelijk van de grondslag kan het nodig zijn dat een beschoeiing zwaarder moet worden gedimensioneerd. De standaard beschoeiing dient aan de volgende eisen te voldoen:  Combischotten, bovenwater en eerste plank onder water hardhout, overige planken naaldhout, 20x200x4000 mm.  3 of 4 hardhouten klampen, 20x200x lengte van de hoogte van een schot, aanbrengen per schot (afhankelijk van lengte van het schot), vastzetten met slotbouten (onder de waterlijn thermischverzinkt en boven de waterlijn RVS slotbouten).  De bovenste en onderste plank van het schot moet met twee RVS slotbouten vastgezet worden aan de klamp; overige planken met één slotbout.  Schotten verbinden met minimaal 100 mm. overstek, bevestiging met minimaal 4 RVS slotbouten M8, van voldoende lengte verbinden.  Zanddicht weefseldoek aanbrengen tussen de klampen en de planken. Vanaf halverwege de bovenste plank tot 50 cm. onder de onderste plank, dus 50 cm. overlap aan de onderzijde.  Palen hardhout, 70x70 mm., lengte 3 meter, h.o.h. 66 cm., inclusief verankering RVS.  Bevestiging schotten aan palen, RVS slotbout diameter 10 mm., van voldoende lengte, met een carrosserie ring doorsnede 30 x 1,5 mm. Pagina 30 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

 

Hardhout, FSC-gecertificeerd hout voor de G.W.W. sector, duurzaamheidklasse I. Naaldhout, FSC-gecertificeerd hout, voldoen aan de sterktenormen, zoals vastgelegd in NEN 5499, sterkteklasse C18

Toepassing van duikers • Bij de kruising van een watergang met een weg of pad gaat de voorkeur uit naar toepassing van duikers (in plaats van bruggen). • Duikers met kleine doorsnede tot 350 mm uitvoeren in PVC of HDPE (ronde vorm). Duikers tussen 350 mm en 2 meter een ronde doorsnede van beton. Grotere duikers in rechthoekige doorsnede, eveneens beton. • Alle duikers moeten ontworpen worden met een technische levensduur van 100 jaar. • Bij direct bereden oppervlak van de duiker moet op de betonconstructie een membraan worden toegepast. Bij indirect bereden duikerrijdek dient de verhardingsconstructie van de rijbaan ononderbroken te worden voortgezet over de duiker, • Ontwerp van de duikers bij voorkeur laten eindigen in natuurvriendelijke oevers. Als dat niet kan of niet wenselijk is, dan wordt de duiker uitgevoerd als duikerbrug. Dan zijn frontwanden/vleugelwanden noodzakelijk. Deze worden uitgevoerd in beton.

3.4.5

Aanvullende eisen Verharding i.r.t. klimaat en waterhuishouding Algemene eisen verhardingen • In het kader van duurzaamheid en circulariteit in het ontwerp streven naar het minimaliseren van de oppervlakte aan verharding. Bij elementenverharding bij voorkeur gebakken elementenverharding toepassing mede vanuit oogpunt van duurzaamheid en circulariteit. Afwatering • Verharding zo aanleggen dat extreme neerslag niet afstroomt naar de bebouwde omgeving en/of particulier terrein, maar naar minder kwetsbaar openbaar gebied. • De afwatering dient zo ontworpen te worden dat er geen hemelwaterriool aangelegd hoeft te worden. Alleen afwateren via hemelwaterriool als er geen andere oplossing is. • Afwatering via het oppervlak richting groenvakken of bermen dient afgestemd te worden met de Groenbeheerder om te bepalen of aanwezig of aan te brengen groen en bomen hiervoor geschikt zijn. • Het toepassen van waterpasserende verharding en waterbergende fundering dient in overleg met de Gemeente plaats te vinden. De eisen die door de Gemeente hieraan gesteld worden zijn nog in ontwikkeling. Tot die tijd dient met de Gemeente overlegd te worden of de locatie geschikt is om de materiaalkeuze en opbouw van de wegconstructie te bepalen.

3.4.6

Aanvullende eisen Groenvoorzieningen i.r.t. klimaat en waterhuishouding Algemene eisen groenvoorzieningen • De normering voor groen ligt vast in het Bomenplan; • Mede vanuit duurzaamheid wordt bij de beplantingskeuze rekening gehouden met biodiversiteit. Bij natuurlijke beplantingen zijn soorten van de Potentieel Natuurlijke Vegetatie (PVN) en aanplant van inheemse soorten uitgangspunt (o.a. voor bosplantsoen en meerjarige bloemenweide); Aanvullende algemene eisen bomen • Het uitgangspunt bij de keuze voor een boomsoort is ‘bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit’ (uitval door ziektes verkleinen, toepassen van meerdere boomsoorten). • De boomsoort is afgestemd op de bodem, de omgeving (cultuurhistorie), het veranderende klimaat en de beschikbare boven- en ondergrondse ruimte. • Bomen moeten minimaal op 2 meter afstand van de te bereiken kroondiameter uit de gevel geplaatst worden, afhankelijk van de soort. • Bomen staan minimaal 1 meter van riolering, kabels en leidingen; de exacte afstand wordt bepaald in overleg met de gemeente en de Netbeheerder. • Bomen in verharding worden alleen toegestaan bij reconstructiewerken/stedelijke herontwikkelingen waar geen andere oplossingen mogelijk zijn.

Pagina 31 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

4.

Uitwerking voorontwerp Cluster C – VDVI Bronnen specifiek Cluster C – Allen levering Opdrachtgever, tenzij expliciet anders aangegeven  4047 _ Documentenlijst RoosRos VO.pdf – Versie 2021-11-12  4047 2021-09-17 VDVI Laan van Kronenburg 2 - C Cluster.pdf  4047_VO_Bouwdeel C1-2021-11-12.pdf  4047_VO_Bouwdeel C2-2021-11-12.pdf  4047_VO_Bouwenvelop C- 2021-11-12.pdf  4047_VO_Bouwenvelop C-Gevel details -2021-11-12.pdf  LKA 20211119 vo cluster c.pdf – Versie 2021-11-19  LKA 20211105 so cluster f.pdf – Versie 2021-11-05  653 – N – b N01.01.pdf – Tekeningversie 2021-01-14 – Levering Overdevest  653 – N – b N01.02.pdf – Tekeningversie 2021-01-14 – Levering Overdevest  4047-DO-OV-0_10 Situatietekening nieuw.pdf – Tekeningversie 2024-11-05  4047-DO-C1.pdf voor elke verdieping het vloerplan – Tekeningversie 2024-11-05  4047-DO-C2.pdf voor elke verdieping het vloerplan – Tekeningversie 2024-11-05  653 – C1 – S50.pdf – Tekeningversie 2024-11-01 – Levering Overdevest  653 – S50 – Bouwdeel C2.pdf – Tekeningversie 2024-11-08 – Levering Overdevest  LKA 20211110 Plans trees (Bomenplan Cluster C en Cluster F)

4.1

Toelichting ontwerp en voornemens Overkoepelend beeld

Figuur 4-1 Overzicht van het Cluster C in beoogde situatie, uit Voorlopig Ontwerp LOLA (2021-11-19). Inzet uit Bouwenvelop.

Pagina 32 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Bij Cluster C geldt het overkoepelende gedachtegoed van de stadscampus Uilenstede om een plek te creëren waar ontmoeting en interactie plaatsvindt en waar men groeit en ontwikkelt als persoon. Voor Cluster C geldt daarnaast een specifieker thema voor sport en bewegen: het Cluster krijgt het actieve sportlandschap van campus Uilenstede. Om dit te bewerkstelligen, wordt het huidige pand geamoveerd en komen er drie nieuwe panden voor terug. In de panden C1 en C2 komen, naast ca. 1.200 eenpersoons wooneenheden (met 750 studentenwoningen en 450 eenheden voor shortstay), op de begane grond commerciële ruimtes voor een café, een grote klimhal en faciliteiten voor fietsenberging. Het pand C3 wordt een sportpaviljoen met voorzieningen voor verschillende sporten. In de buitenruimte komt een variatie aan groenvakken, die aan elkaar zijn verbonden met wandelpaden. Ook komt in de buitenruimte van het Cluster een renbaan en een tribune te liggen. In het Cluster wordt gespeeld met de maaiveldhoogtes, zowel in de panden als in de buitenruimte. Panden C1 en C2 zijn getrapt ontworpen. Zie Figuur 4-1 voor het Voorlopig Ontwerp van Cluster C vanuit LOLA (waarbij is voortgeborduurd op het eerdere VO van het gehele transformatiegebied van BOOM Landscape). In deze eerste paragraaf wordt algemene informatie voor Cluster C toegelicht.

In de navolgende paragrafen is per onderdeel het (voor)ontwerp geduid en getoetst aan het PvE uit Hoofdstuk 3. Uitgangspunt is dat de buitenruimte van Cluster C in eigendom en beheer bij de ontwikkelaar blijft en niet naar de gemeente overgaat. Oppervlakten Cluster C is ca. 1,5 ha groot. In Tabel 4-1 is de oppervlakteverdeling in de huidige alsmede de beoogde nieuwe situatie weergegeven. Per saldo is er een afname van ca. 2.329 m2 aan verhard oppervlak en een afname van 349 m2 wateroppervlak in dit Cluster. Dit ‘verloren’ areaal aan oppervlaktewater wordt in het aanliggende Cluster F (welke van dezelfde eigenaar is als Cluster C) direct gecompenseerd als een nieuw te graven oppervlaktewater. Figuur 4-2 geeft de areaalverschuiving indicatief weer op kaart. Tabel 4-1 Oppervlakte van arealen in Cluster C. Cluster C

Oppervlak (m2)

Hoofdtype

Bestaand

Toekomstig

Verhard

Bestaand pand

Typologie

5.250

n.v.t.

Verhard

Pand C1

n.v.t.

2.235

DO C1 Overdevest 241108

Verhard

Pand C2

n.v.t.

2.494

DO C2 Overdevest 241108

Verhard

Pand C3

n.v.t.

1.700

DO C1 Overdevest 241108

Verhard

Verharding buitenruimte

8.330

4.822

Verhard

Totaal verhard

13.580

11.251

- 2.329

Groen

Groen buitenruimte

Water

Watersysteem Totaal

0

2.678

+ 2.678

522

- 349

14.451

14.451

0

VO LOLA (LKA 20211119 vo cluster c.pdf) Voorliggend plan

Oppervlak (m2) Typologie

Verhard

Totaal verhard

Groen

Groen buitenruimte

Water

Bron (toekomstige situatie)

VO LOLA (LKA 20211119 vo cluster c.pdf)

871

Cluster F Hoofdtype

Verschil

Bestaand

Toekomstig

Verschil

Bron (toekomstige situatie)

20.000*

9.200*

- 10.800

SO LOLA (LKA 20211119 so cluster f.pdf) SO LOLA (LKA 20211119 so cluster f.pdf)

0

(<) 9.691*

+ 9.691

Water

Retentievijver

0

(>) 760*

+ 760

Voorliggend plan

Water

Oppervlaktewatersysteem

0

349

+ 349

Voorliggend plan

0

1.109

+ 1.109

Voorliggend plan

20.000

20.000

Water totaal Totaal

*Indicatief. Exacte bepaling van oppervlakte aan verharding, groen en retentievijver volgt in nadere uitwerking van Cluster F.

Pagina 33 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Figuur 4-2 Versimpelde weergave Cluster C van bestaande situatie (links) en toekomstige situatie (rechts).

Het maaiveld en de vloerpeilen van de panden Voor het vloerpeil van de panden zijn 3 eisen vanuit gemeente en waterschap van belang. Het vloerpeil moet aan al deze eisen voldoen, waarbij het hoogst resulterende minimale vloerpeil maatgevend is: 1. Het vloerpeil dient boven het maximaal te verwachten waterpeil te zitten van naastgelegen oppervlaktewater (waterschap, verordening en aanvullende mailcontact); 2. De ontwateringsdiepte tussen het vloerpeil en de te verwachten hoogste grondwaterstand is voldoende, t.w. minimaal 0,50 m (gemeente, LIOR); 3. Het vloerpeil zit minimaal 0,20 m en idealiter 0,30 m (of meer) boven de hoogte van de as van de naastgelegen openbare weg (gemeente, LIOR). Resulterend komt het vloerpeil van de panden te liggen op minimaal -3,85 m NAP. Zie voor de vloerpeilanalyse Bijlage 1. Het maaiveld in de buitenruimte varieert van -3,90 m NAP tot -4,00 m NAP. Dwangpunten Voor de inrichting van de buitenruimte zijn de aansluithoogtes op het omliggende maaiveld van belang. Hiervoor is gebruik gemaakt van de AHN4, zie §2.2. Tevens bevinden zich in het plangebied een aantal te handhaven bomen, zoals aangegeven in het Bomenplan en in Figuur 4-1. Uitgangspunt is dat binnen deze boomkruinen geen aanpassing van het maaiveld plaatsvindt.

Pagina 34 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

4.2

Voorontwerp omgang met vuilwater In de Laan van Kronenburg ligt in de bestaande situatie een gemeentelijk rioolstelsel. Het vuilwater wordt vanaf de panden gescheiden van hemelwater ingezameld in de buitenruimte en vervolgens op een tweetal punten aan het gemeentelijk stelsel aangeleverd.

Figuur 4-3 Vuilwaterafvoer met nieuwe aansluitleidingen incl. diameters. Aan te passen naar locatie aankoppelpunt vanuit de panden naar buiten o.b.v. verdere ontwikkeling Definitieve Ontwerpen vanuit Overdevest.

Pagina 35 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Aanbod Voor de belasting van het afvalwatersysteem, is onderscheid gemaakt tussen het huishoudelijk afvalwater uit de wooneenheden en het afvalwater uit de commerciële ruimten. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het vuilwater vanuit de panden wordt gescheiden aangeleverd aan gemeentelijk rioleringsstelsel in Laan van Kronenburg. Hierbij krijgt elk van de 3 panden minimaal één eigen aansluitleiding van voldoende diameter voor het vuilwateraanbod van het pand. Aanbod uit wooneenheden is: o 12 l/uur/inwoner voor 10 uur op een dag (uit PvE), met; o Gemiddeld 1,1 inwoner per wooneenheid (aanname, éénpersoons studentenhuisvesting, in afwijking van PvE waar algemeen uitgangspunt 2,5 inwoner per wooneenheid is). o Aantal wooneenheden (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen):  Voor C1 545 wooneenheden;  Voor C2 655 wooneenheden;  Voor C3 0 wooneenheden. Aanbod uit de commerciële ruimten: o Het vuilwateraanbod uit de commerciële ruimten is sterk afhankelijk van het type commerciële ruimte, de grootte en de gebruiksintensiteit. Als standaard uitgangspunt voor de maatgevende belasting van afvalwater afkomstig van bedrijven en ‘bijzondere bebouwing’ (zijnde kantoren, restaurants, etc.) geldt 500 l/uur/hectare aan bedrijfsruimte (RIONed Kennisbank Stedelijk Water). Dit betreft vaak een conservatieve inschatting.

Aangenomen wordt dat in de commerciële ruimten geen waterintensieve activiteiten komen. o Commerciële ruimten (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen):  C1 ca. 1.250 m2 commerciële ruimten, t.w. koffie/lunch en multifunctioneel sport;  C2 ca. 1.050 m2 commerciële ruimten, t.w. boulder klimhal;  C3 ca. 1.200 m2 commerciële ruimten, t.w. swimgym. Op basis van deze uitgangspunten, is het totale aanbod per aansluitleiding van een pand bepaald. Voor C1 wordt een maatgevend aanbod van ca. 7,3 m³/uur verwacht, voor C2 ca. 8,7 m³/uur en C3 ca. 0,1 m³/uur. Zie tevens de tabel onder. Tabel 4-2 Bepaling maatgevend aanbod afvalwater. Aanbod huishoudelijk afvalwater Maatgevend aanbod huishoudelijk - generiek Inwoners Wooneenheden C1 Wooneenheden C2 Wooneenheden C3 Inwoners C1 Inwoners C2 Inwoners C3 Maatgevend aanbod C1 - Huishoudelijk Maatgevend aanbod C2 - Huishoudelijk Maatgevend aanbod C3 - Huishoudelijk

Hoeveelheid Eenheid Bron 12,0 l/inw/uur piekbelasting PvE - LIOR gemeente Amstelveen 1,1 inw/wooneenheid Aanname studentenhuisvesting 545 wooneenheden (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen) 655 wooneenheden (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen) wooneenheden (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen) 600 Inwoners 721 Inwoners Inwoners 7.194 l/uur 8.646 l/uur l/uur

Aanbod commercieel afvalwater Maatgevend aanbod commercieel - generiek Oppervlakte commerciële ruimte C1 Oppervlakte commerciële ruimte C2 Oppervlakte commerciële ruimte C3 Maatgevend aanbod C1 - Commercieel Maatgevend aanbod C2 - Commercieel Maatgevend aanbod C3 - Commercieel

Hoeveelheid Eenheid 500 l/uur/hectare ruimte 1.250 m2 1.050 m2 1.200 m2 63 l/uur 53 l/uur 60 l/uur

Aanbod per pandaansluiting op gemeenteriool Hoeveelheid Eenheid Totaal aanbod aansluitleiding C1 7.257 l/uur Totaal aanbod aansluitleiding C2 8.699 l/uur Totaal aanbod aansluitleiding C3 60 l/uur

Bron RIONed Kennisbank Stedelijk water (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen) (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen) (20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen)

Hoeveelheid Eenheid 7,3 m³/h 8,7 m³/h 0,1 m³/h

Pagina 36 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Ontwerp Voor het ontwerp van vuilwaterafvoer schrijft het PvE diverse eisen voor de gemeentelijke riolering voor. Dit zijn goede uitgangspunten voor het ontwerp en ook voor de buitenruimte van Cluster C aangehouden. Zie onderstaand: • Minimale diameter leidingen voor onderhoud: Rond250 mm. • Minimaal verhang bovenstrooms (eindstrengen): 1:250. • Verhang van de volgende 150 m: 1:500. • Minimaal verhang benedenstrooms (verzamelstrengen): 1:500. • Maximale strenglengte: 50 m. Vanuit het gemeentelijk riool in de Laan van Kronenburg komen in de huidige situatie 2 uitleggers het Cluster in (één aan de noordwestzijde en één aan de zuidwestzijde). Op de grens tussen het Cluster en de Laan van Kronenburg zal echter grondwerk plaats gaan vinden en worden ter plaatse van deze huidige uitleggers verdiepte groenvoorzieningen aangelegd (ten behoeve van de waterberging). Hierom zijn de huidige uitleggers niet toepasbaar voor de toekomstige situatie. In plaats daarvan zijn twee nieuwe aansluitleidingen beoogd. Pand C1 wordt aan de noordwestzijde gekoppeld aan het gemeentelijk gemengde riool in de Laan van Kronenburg, en Pand C2 en Pand C3 aan de zuidwestzijde. Afhankelijk van waar de vuilwaterafvoeren de panden uit komen, worden de afvoerleidingen van C2 en C3 binnen het Cluster gecombineerd om vervolgens als één aansluitleiding op het gemeentelijk riool aan te sluiten.

Zie voor de ligging van de huidige leggers en de nieuwe aansluitleidingen Figuur 4-3. De uiteindelijke ligging van de vuilwaterafvoer is afhankelijk van waar de riolering de panden uitkomen. De benodigde diameters voor de aansluitleidingen staan in Tabel 4-3, met uitgangspunten materialisatie PVC_U en een verhang van 1:250 conform PvE. Voor het goed uit kunnen voeren van onderhoud (zoals doorspuiten) is echter een grotere minimale diameter van Ø250mm benodigd, conform het PvE. Tabel 4-3 Minimaal benodigde diameters van de aansluitleidingen. Aansluitleiding

Maatgevend aanbod (m³/uur)

(l/s)

Minimale diameter in verband met Aanbod (Ø mm)

Onderhoud (Ø mm)

Pand C1

7,3

2,02

90

250

Pand C2

8,7

2,42

90

250

Pand C3

0,1

0,02

60

250

Pagina 37 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

4.3

Voorontwerp omgang met regenwater

Figuur 4-4 Hemelwaterafvoerstructuur en locatie van waterverwerkende voorzieningen en hoogte-indicatie.

4.3.1

Structuur verwerking hemelwater Middels de benodigde verwerkingscapaciteit en de VO van LOLA (2021-11-19), is de hemelwaterafvoerstructuur opgesteld. Deze is weergegeven in Figuur 4-4. Relevante uitgangspunten hierbij zijn: Hierbij is het streven, geheel in lijn met de voorkeurstrits vasthouden  bergen  afvoeren, om zo veel mogelijk van het regenwater dat op het Cluster valt, in eerste instantie naar de retentievijver te leiden. Pas bij zeer extreme buien (>70mm) is de maximale capaciteit bereikt en zal het overtollige hemelwater over de stuw tot afvoer komen naar het omliggende oppervlaktewatersysteem. Vanuit het Cluster komt één regenwateruitlaat naar de retentievijver. Tussen de Pand C2 en Pand C3 is in het VO van LOLA aandacht voor zichtbaar water. Door de hemelwaterafvoer hier bovengronds te maken, bijvoorbeeld in de vorm van goten die in de groenvakken open zijn en tussen de groenvakken gesloten, wordt deze zichtbaarheid behouden. De afvoer van het hemelwater richting de retentievijver vindt plaats middels ondergrondse hemelwaterafvoerleidingen. Het verharde oppervlak is gekoppeld aan deze afvoer middels kolken en goten met aansluitingen naar de afvoerleiding. Om deze te kunnen gebruiken, dient het maaiveld Pagina 38 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

-

dusdanig te worden ontworpen dat het regenwater goed oppervlakkig tot afstroom komt richting de kolken en goten. Aangenomen wordt dat het hiertoe benodigde hoogteverschil tussen het maaiveld direct aanliggend de panden en de kolken dan wel goten ca. 0,10 m is. De retentievijver en afvoerende watergang zijn in de huidige situatie niet aanwezig. Deze moeten tijdens de bouwwerkzaamheden gerealiseerd worden, om de verwerking van regenwater tijdig te bewerkstelligen.

Maaiveldhoogtes Met deze uitgangspunten zijn de maaiveldhoogtes ontworpen. Resultante is een aantal primaire hoogtelijnen (langs de panden ca. -3,90 m NAP, langs de groenvoorzieningen ca. -4,00 m NAP. Het ontwerp van de maaiveldhoogtes is weergegeven in Figuur 18. Hierbij is inzichtelijk dat de voorkeurstrits enkel bij de trottoirs en groenvakken langs de randen van het Cluster niet mogelijk is (bijv. langs panden C1 en C2 en naastgelegen oppervlaktewater). Dit betreft ca. 1.000 m2, oftewel ca. 7% van het totale oppervlak. Het wegpeil van de Laan van Kronenburg ligt op ca. -4,05 m NAP tot -4,15 m NAP. Hiermee stroomt het hemelwater dat op de openbare ruimte valt, niet boven straatpeil van Cluster C. Vanaf Cluster D komen geen waterstromen Cluster C in. Algemene eisen en principes voor de omgang met hemelwater in Cluster C Voor de omgang met hemelwater zijn verschillende zaken van belang. De primaire eisen uit het PvE voor het voorkomen van wateroverlast bij een heftige piekbui zijn: • De voorkeursvolgorde voor het verwerken van regenwater is vasthouden  bergen  afvoeren. • Voor nieuwbouw dient hiervoor 70 mm hemelwaterberging gerealiseerd te worden binnen het particulier terrein óf in watervoorzieningen in of toegekend aan het plangebied; • De voorzieningen dienen in maximaal 60 uur weer beschikbaar te zijn voor een nieuwe bui.

• Gestreefd wordt naar meer bergend of vertragend vermogen in de private ruimte, ten opzichte van 2020 • In geval van demping van oppervlaktewater, dient dit 1-op-1 gecompenseerd te worden. Het nieuwe oppervlaktewater dient hierbij in directe verbinding te staan met het oppervlaktewatersysteem. • Oppervlaktewater moet toenemen met minimaal 10% van de toename verhard oppervlak toe. • Minimaal 10% van het planoppervlak moet bestaan uit oppervlaktewater.

4.3.2

Vasthouden – bergen - afvoeren In eerdere ontwerpen (VO Lola 2021, DO Overdevest 2024) is uitgegaan van bovengrondse waterverwerking voor het hemelwater dat op de verharde buitenruimte valt en infiltratievoorzieningen voor de primaire berging van hemelwater van de daken. De infiltratievoorzieningen blijken echter niet mogelijk binnen het Cluster C. Behalve dat wegzijging in het grondwater zeer langzaam gaat gezien de kleibodem, kent het Cluster een relatief hoog grondwaterpeil (GHG = -4,6 m NAP). Het beoogde vloerpeil is -3,85 m NAP en omliggend maaiveld is -3,90 m NAP tot -4,00 m NAP. Met inachtneming van een voldoende gronddek tussen dit maaiveld en bovenkant van de kratten (ca. 0,70 m), zouden de infiltratiekratten reeds gevuld zijn met grondwater en daarmee geen bergingscapaciteit meer over hebben. Dit is dan ook geen optie voor de verdere uitwerking van de omgang met het hemelwater en is de verwerking op een andere manier vormgegeven. In het Cluster C zijn groenvakken beoogd, die een deel van het hemelwater direct verwerken door wegzijging en plasvorming (vasthouden). Onderzocht is in hoeverre deze groenvakken ingezet kunnen worden als waterbergende voorziening, bijvoorbeeld in de vorm van wadi’s en/of regentuinen. Net als voor infiltratiekratten, is hierbij echter te weinig ruimte voor goede ontwatering.

Hierdoor zouden de groenvakken veelal nat en zompig zal zijn, waardoor het beoogde intensieve gebruik als verblijfruimte zeer beperkt wordt. Daarnaast zou deze natte grond de toegankelijkheid van de panden voor hulpdiensten en ander zwaarder verkeer ernstig beperken (zie tevens het Voorlopig Ontwerp van LOLA, bronlijst LKA 20211119 vo cluster c.pdf). Dit is een belangrijke wijziging ten opzichte van de aanname uit de klimaattoets 2021,waarin is verondersteld dat de binnentuinen niet afwateren. De strook tussen de gebouwen aan de zuidzijde is wel beoogd als ‘wadi / regentuin’ (de gestippelde lijn in Figuur 4-4). In deze zone wordt een deel van het afstromend water van daken en verharding geborgen, om langzaam te kunnen wegzijgen naar de bodem. Gezien de grondwaterstand is onder deze voorzieningen een drainage nodig, om voor voldoende ontwatering te borgen

Pagina 39 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Figuur 4-5 Locatie wadi's / regentuinen (ligging en foto’s uit VO Lola)

De daken van de panden worden grotendeels van sedum voorzien. Deze daken zijn echter niet primair ontworpen voor waterberging, waardoor dit relatief simpele, extensieve sedummos-daken betreffen. Wel wordt ook hier water vastgehouden, waarmee in het waterbezwaar rekening is gehouden. Voor de resterende waterverwerking, wordt tussen Cluster C en Cluster F een nieuw oppervlaktewater aangelegd, afgescheiden van het watersysteem in het transformatiegebied middels een stuw. Hiermee wordt een retentievijver voor deze beide clusters gerealiseerd. Het overtollige hemelwater wordt naar het deze nieuwe retentievijver geleid. In principe gebeurt die via een ondergrondse hemelwaterriolering. Bij extreme bui kan dit ook over het maaiveld plaatsvinden. Lediging van deze retentievijver vindt plaats via een kleine doorlaat of V-stuw in de, naar het oppervlaktewater.

4.3.3

Realiseren 70 mm hemelwaterberging Op basis van kentallen voor afstroming, plasvorming en wegzijging van de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting Rioned, is het aanbod en afvoer van hemelwater gekwantificeerd. De gehanteerde uitgangspunten voor hemelwaterverwerking van verschillende soorten grondgebruik gehanteerd zijn opgenomen in Tabel 4-4. Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:  Het betreft een rekenbui van 70 mm in één uur (kans van optreden eens per 100 jaar).  De panden hebben extensieve sedumdaken. Hierbij zijn de daken van C1 en C2 voor 95% bedekt met sedum, terwijl het dak van C3 voor ca. 20% is bedekt met sedum.  Het oppervlak aan groenvakken en de sedumdaken is bij bui-aanvang geheel beschikbaar voor wegzijging en plasvorming.  De verharding in de buitenruimte betreft primaire grote elementen tegels en asfalt.  Het hemelwater dat niet direct verwerkt wordt, wordt middels hemelwaterafvoer (onder- dan wel bovengronds) naar de nieuwe retentievijver tussen Cluster C en Cluster F gebracht voor berging. Dit is een belangrijke wijziging ten opzichte van de aanname uit de klimaattoets 2021,waarin is verondersteld dat de binnentuinen niet afwateren.  Voor de waterbalans zijn enkel de arealen opgenomen die binnen de Clustergrens vallen.

Het regenwater dat op Cluster D valt, wordt op eigen terrein verzameld en geleid naar de afvoer tussen Pand C1 en Cluster D. Hiermee heeft Cluster D geen invloed op het waterbezwaar van Cluster C.

Pagina 40 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V. Tabel 4-4 Uitgangspunten hemelwaterverwerking van verschillende grondgebruiken. Grondgebruik

Verwerking

Toelichting

Dakoppervlak- Regulier

0,5 mm

Conform kental voor plasvorming op gesloten verharding Rioned Kennisbank Stedelijk Water.

Dakoppervlak – Sedum

31 mm

Conform kental regulier extensief sedumdak, van sedumdak-fabrikant.

Verharding

0,5 mm

Conform kental voor plasvorming op gesloten verharding Rioned Kennisbank Stedelijk Water. De tegels in het VO zijn dusdanig groot in oppervlak, dat ze als gesloten verharding gelden.

Groen

30 mm

Conform kental voor wegzijging en plasvorming in groen Rioned Kennisbank Stedelijk Water. Bij aanleg vindt bodemverbetering plaats ten behoeve van de groenvoorzieningen.

Oppervlaktewater

0 mm

Neerslag valt direct op het wateroppervlak.

Waterbalans Cluster C Op basis van deze uitgangspunten is in Tabel 4-5 de waterbalans voor Cluster C uitgewerkt. Het totale waterbezwaar van Cluster C zo’n 1.012 m3, waarvan 80 m3 wegzijgt in de groenvoorzieningen. Daarnaast wordt op het daksedum 150 m3 en op de verharding van de buitenruimte 3 m3 wegzijgt. Daarnaast stroomt 80 m3 aan hemelwater direct af naar omliggend oppervlaktewater, vanwege de ligging direct aan (of in) het watersysteem. Het overige hemelwater, ca. 698 m3 wordt deels via het maaiveld en deels door de ondergrondse hemelwaterafvoerleidingen naar de retentievijver gebracht. In Tabel 4-6 is een resumé van de waterbalans in Cluster C opgenomen. Tabel 4-5 Waterbalans van Cluster C, met onderscheid in vasthouden, berging en directe afvoer. Type grondgebruik Oppervlakte groen

Arealen (m2) 2.678 Groenvakken 2.278 Groen aan oppervlaktewatersysteem 400 Oppervlakte oppervlaktewater 522

Waterbezwaar 70mm (m3)

Oppervlakte verharding buitenruimte Verharding - naar bergingsvijver Verharding aan oppervlaktewatersysteem Oppervlakte Daken (Totaal) Dak C1 (Bekend, 95% sedummos) Dak C2 (Bekend, 95% sedummos) Dak C3 (Inschatting 20% sedummos)

4.822 4.422 400 6.429 2.235 2.494 1.700

187 159 28 37 338 310 28 450 156 175 119

Totaal

14.451

975

Aandeel Groen

Aandeel Vasthouden Vasthouden Vasthouden op Sedumdak Aandeel Verhard groen (m3) daksedum (m3) verharding (m3)

Restant waterbergingseis bij 70 mm (m3)

Naar nieuwe retentievijver

Afvoer omliggend oppervlaktewater (m3)

100% 100% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 75% 95% 95% 20%

0% 0% 0% 0% 100% 100% 100% 25% 5% 5% 80%

80 68 12 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 150 66 73 11

0 0 0 0 2 2 0 1 0 0 1

107 91 16 37 335 307 28 299 91 101 108

91 91 0 0 307 307 0 299 91 101 108

16 0 16 37 28 0 28 0 0 0 0

19%

33%

44%

80

150

3

778

698

80

Tabel 4-6 Resumé van de waterbalans in Cluster C (in mm over het totaal bruto oppervlak). Lokaal Vasthouden Primair Bergen (retentievijver) Direct Afvoeren TOTAAL

233 m³ 698 m³ 80 m³ 1012 m³

16,1 mm 48,3 mm 5,6 mm 70,0 mm

Op basis van voorgaande paragrafen, is het volgende resumé voor Cluster C van toepassing voor de omgang met regenwater: Het waterbezwaar betreft 1.012 m3 bij de klimaatbui van 70mm; Hiervan wordt ca. 213 m3 in het plangebied vastgehouden; door o 80 m³ wegzijging in de groenvoorzieningen; o 150 m3 vasthouden in het daksedum; o 3 m3 aan plasvorming op de verharding in de buitenruimte; Hiervan wordt ca. 698 m3 geborgen in de retentievijver en daarna vertraagd afgevoerd naar het naastgelegen oppervlaktewatersysteem; Per saldo wordt 64 mm van een bui in het plangebied vastgehouden en geborgen. Het restant van 80 m3 (6 mm) betreft enkele randen van het gebied, van waaruit overtollig water direct afvoert naar naastgelegen oppervlaktewater. Dit resulteert in een marginale peilopzet. Toetsing peilopzet in retentievijver De belasting op de retentievijver zorgt voor een peilopzet t.o.v. het normaal zomerpeil van het omliggende oppervlaktewater op -5,17m NAP (zie Figuur 2-4). Het aanliggende maaiveld is ontworpen op -4,00m NAP. Dit betekent dat een maximale peilopzet mogelijk is van 1,17 m. Hierbij geldt het uitgangspunt dat de retentievijver ca. 760 m2 aan wateroppervlakte heeft op het basispeil (o.b.v. contouren in het VO van LOLA), een omtrek bij

Pagina 41 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

dit basispeil van ca. 160 m1 en taluds van gemiddeld 1:3. Dit geeft een maximale bergingscapaciteit in de retentievijver van ca. 1.160 m3. Om te voldoen aan de eisen van het PvE dient het bergend vermogen van de retentievijver voldoende te zijn om het overtollige hemelwater te bergen dat op Cluster C valt bij de bui van 70 mm in één uur. Het aanbod van 698 m3 uit Cluster C is ruimschoots lager dan de bergingscapaciteit van de retentievijver. De peilopzet in de retentievijver bij dit aanbod is 0,77 m. Hiermee voldoet de retentievijver aan de bergingseis vanuit Cluster C. Waterbalans Cluster F Zoals gesteld is de eis voor nieuwbouw dat hemelwaterberging gerealiseerd te worden binnen het particulier terrein óf in watervoorzieningen in of toegekend aan het plangebied. De retentievijver draagt in die zin ook bij aan de opgave voor Cluster F. De retentievijver vult dus een deel van de bergingsopgave van hemelwater uit Cluster F in. Van de totaal beschikbare 1.160 m3 bergingscapaciteit, resteert na de claim van Cluster C nog 471 m3 aan capaciteit. Nadere uitwerking van dit Cluster F volgt te zijner tijd in hoofdstuk 5. Voor nu is voor Cluster F uitgegaan van een ‘worst case scenario’ waarbij de gehele benodigde aanvullende hemelwaterverwerking vanuit Cluster F in de vijver komt. Een waterbalans is opgesteld vanuit het Schetsontwerp van LOLA voor Cluster F, zie Tabel 4-7.

Tabel 4-7 Indicatieve waterbalans van Cluster F, met onderscheid in vasthouden, berging en directe afvoer. Type grondgebruik Arealen (m2) Oppervlakte groen 9.191 Groen - Groenvakken 9.191

Waterbezwaar 70mm (m3)

Aandeel Groen

Aandeel Vasthouden Vasthouden Vasthouden op Sedumdak Aandeel Verhard groen (m3) daksedum (m3) verharding (m3)

Restant waterbergingseis Naar nieuwe Afvoer omliggend bij 70 mm (m3) bergvijver (m3) oppervlaktewater (m3)

Oppervlakte Daken (Totaal) Dak F1 (Aanname, 0% sedummos) Dak F2 (Aanname, 0% sedummos) Dak F3 (Aanname, 0% sedummos) Dak F4 (Aanname, 95% sedummos) Oppervlakte Oppervlaktewater (Totaal) Retentievijver Oppervlaktewatersysteem

3.200 3.200 6.500 2.000 2.300 1.700 500 1.109 349 760

643,4 643,4 224,0 224,0 455,0 140,0 161,0 119,0 35,0 77,6 24,4 53,2

100% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 7% 0% 0% 0% 95% 0% 0% 0%

0% 0% 100% 100% 93% 100% 100% 100% 5% 0% 0% 0%

276 276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 15 0 0 0 15 0 0 0

0,0 0,0 1,6 1,6 3,0 1,0 1,2 0,9 0,0 0,0 0,0 0,0

368 368 222 222 437 139 160 118 20 78 24 53

368 368 222 222 437 139 160 118 20 24 24 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 53 0 53

Totaal

20.000

1.400,0

46%

2%

46%

276

15

4,6

1105

1052

53

Oppervlakte verharding buitenruimte

Verharding - naar bergingsvijver

Dit betekent een waterbelasting van zo’n 1.052 m³ vanuit dit cluster op de retentievijver, bij de klimaatbui van 70mm. Door de claim van Cluster C echter nog 471 m3 aan capaciteit. Dit betekent dat in de uitwerking van Cluster F de opgave ligt om 581 m3 aan hemelwaterberging te faciliteren. Dit is haalbaar en realiseerbaar in of op het terrein van Cluster F door het ontwerpen van wadi’s en regentuien en ook kan de retentievijver verder richting de noordzijde vergroot worden, mocht dat nodig zijn. De nadere uitwerking hiervan volgt in Hoofdstuk 5.

4.3.4

Toetsing eis ‘Waterbergende voorzieningen weer beschikbaar na 60 uur’ Conform het PvE, dient de waterbergingscapaciteit na 60 uur weer beschikbaar zijn voor een volgende bui. Om de bergingscapaciteit in de retentievijver op tijd beschikbaar te hebben, dient er een uitlaat in het stuw geplaatst te worden. Aannemende dat de capaciteit in de retentievijver maximaal benut gaat worden met óók hemelwaterberging vanuit Cluster F, dient de uitlaat groot genoeg te zijn om ca. 1.132 m3 in 60 uur uit te laten stromen. Oftewel, de capaciteit van de uitstroomvoorziening bedraagt 19 m³/u. Dit kan in de vorm van een kleien doorlaat, of een V-stuw. Het detailontwerp volgt later in de uitwerking.

Pagina 42 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

V-vormige doorlaat -4,00m NAP (min. maaiveld) -4,50m NAP (stuwpeil Cluster C) -5,17m NAP (zomerpeil)

- 6,27m NAP (bodempeil)

Figuur 4-6 Uitwerking stuw met v-vormige doorlaat retentievijver en impressie.

4.3.5

Toetsing eis ‘1-op-1 compensatie gedempt oppervlaktewater‘ Langs de zuidkant van Cluster C wordt 871 m2 oppervlaktewater gedempt. Om dit oppervlakte te compenseren, wordt een inham gemaakt tussen Cluster C en Cluster F. Deze inham verbindt de retentievijver met het omliggende oppervlaktewatersysteem. Aanvullend vindt een deel van de oppervlaktecompensatie plaats in een eerder beoogd groenvak tussen het zuidelijke Pand C2, Cluster D en het omliggende oppervlaktewater. Tevens vindt een (klein) deel van de oppervlaktecompensatie plaats bij de sloop van het huidige pand. Tezamen is dit voldoende compensatie. Aangezien er geen obstructie tussen deze nieuwe wateroppervlakten en het omliggende oppervlaktewatersysteem zit, staan ze in directe verbinding met dit systeem en wordt voldaan aan de gestelde eis. Zie tevens Tabel 4-8 en gevisualiseerd in Figuur 4-7. Tabel 4-8 Oppervlakbalans voor de 1-op-1 compensatie van gedempt oppervlaktewater. Demping / Compensatie?

Oppervlakte (m2)

Gedempt oppervlak zuidgrens Cluster C, 1-op-1 te compenseren

871

(oranje)

Gecompenseerd oppervlak – hoekje oud pand

50

(lichtblauw) (driehoek 23 x4)

Gecompenseerd oppervlak – oppervlaktewater tussen stuw en bestaand water

348

(lichtblauw) (58x 6m)

Gecompenseerd oppervlak – oppervlaktewater tussen Pand C2, Cluster D en oppervlaktewater

473

(arcering) (driehoek 40 x23)

Totaal gecompenseerd oppervlak

871

Wat gedempt wordt aan water moet ook eerst gecompenseerd worden. Demping en compensatie moet concreet uitgewerkt worden in breedte- en lengtematen. Advies van het waterschap is om eerst de blokken met compensatie uit te voeren alvorens de dempingen uit te voeren. In de vergunning zal rekening worden houden met deze volgordelijkheid.

Pagina 43 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Figuur 4-7 Beschouwing watercompensatie dempen watergangen

Overweging (zie rode cirkels) Om de gearceerde driehoek tussen oppervlaktewater tussen Pand C2, Cluster D in te kunnen richten als oppervlaktewater, moet een aantal bestaande bomen worden gekapt. Mocht dit niet wenselijk zijn, moet elders watercompensatie worden gezocht; binnen Cluster C is de niet mogelijk. Overwogen kan worden in dat geval de beoogde vijver aan de westzijde van het transformatie reeds deels te realiseren. Dit moet in afstemming met de gemeente plaatsvinden. Voorwaarde vanuit het waterschap is dat deze watercompensatie vóór dempingen van Cluster C wordt gerealiseerd. Doorkijk grote watersysteem transformatiegebied Eén van de wensen uit de Watertoets 2021 betreft het verbinden van de watersystemen van west naar oost. De retentievijver en te graven watergang tussen C en F functioneren prima zonder deze verbinding. De vraag is of het aanbrengen van een retentievijver deze wens belemmert. Dit is niet het geval; te zijner tijd kan een grote duiker (Ø800) onder de openbare ruimte onder de Laan van Kronenburg worden aangebracht en gekoppeld worden aan de bestaande watergang aan de westzijde en kan een doorsteek worden gemaakt richting de retentievijver. Een extra stuw met doorlaat aan de westzijde van de retentievijver is dan wel nodig. Hiermee wordt de retentievijver doorstroombaar en worden doodlopende watergangen voorkomen.

Dit ontwerpprincipe is in lijn met het stedenbouwkundige ontwerp van 2021. Door aan beide zijden van de retentievijver stuwen met doorlaten te plaatsen, behoudt de retentievijver tevens haar waterbergende capaciteit voor de gemeentelijke bergingseis voor de clusters C en F. De Laan van Kronenburg kent echter veel ondergrondse infrastructuur, waaronder een warmtenet. De realisatie van de duiker zal een civieltechnische uitdaging en een zeer kostbare ingreep in de openbare ruimte zijn. Concluderend zitten er veel haken en ogen aan het aan elkaar verbinden van de watergangen i.v.m. de doorsteek van de Laan van Kronenburg, maar blijft het ook met de ontwikkeling van een gestuwde retentievijver tussen Cluster C en cluster F in principe. Zoals gesteld is verbinding voor het functioneren van de retentievijver op zich niet noodzakelijk. Het waterschap stelt: ‘als AGV zijn wij niet enthousiast over het niet doorgaan van verbinding van watergang “W1” met “W2” (onder cluster F naar G) en daarmee het creëren van doodlopend water, maar hebben begrip voor de gemaakte afwegingen’. Pagina 44 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

4.3.6

Toetsing eis ‘Meer bergend vermogen’ Vanuit het PvE dient bij de ontwikkeling het bergend vermogen van het gebied toe te nemen t.o.v. de huidige situatie. In de huidige situatie is het Cluster voor 94% verhard (ca. 13.500 m2) en het resterende deel is oppervlaktewater (ca. 900 m2) in directe verbinding met het watersysteem. Het waterbergende vermogen in de huidige situatie is hiermee, uitgaande van dezelfde uitgangspunten als gebruikt in de hiervoor toegelichte waterbalansen, zeer beperkt met zo’n 7 m3 van het totale waterbezwaar van ruim 1.012 m3 bij een bui van 70mm in één uur. In de beoogde situatie is het bergende vermogen in Cluster C zeer significant toegenomen tot 931 m³ en wordt 80 m³ bij een bui van 70mm in één uur direct afgevoerd op oppervlaktewater.

4.3.7

Toetsing eis ‘Bij toename aan verhard oppervlak dient minimaal 10% van dit toegenomen oppervlak te worden gecompenseerd in de vorm van additioneel oppervlaktewater’ In Cluster C is een afname van verhard oppervlak met 2.329 m², waardoor aan deze eis voldaan. Dit is inzichtelijk gemaakt in Figuur 17 en Tabel 4.

4.3.8

Toetsing eis ‘Minimaal 10% van het planoppervlak moet bestaan uit oppervlaktewater’ De gemeente stelt dat; voor een goed functionerend watersysteem moet minimaal 10% van het hele plangebied bestaan uit oppervlaktewater (gemeente; LIOR 2024). Conform de Watertoets uit 2020 geldt hierbij dat het ‘planoppervlak’ het transformatiegebied als geheel betreft (zie §3.2). Dit is 150.925 m2 groot, waarbij in zowel de huidige als de beoogde situatie 18.059 m2 aan oppervlaktewater aanwezig is oftewel 12% van het oppervlak. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde eis.

4.3.9

Uitwerkingen profielen en onderhoud oppervlaktewater Oeverprofielen In het VO Lola is voorzien in ecologische oevers. Dit leidt tot de volgende uitwerkingen:

Pagina 45 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

-4,00m NAP (min. maaiveld) Onderhoud en wandelzone

-5,17m NAP (zomerpeil) -5,27m NAP (winterpeil)

< - 6,27m NAP (bodempeil) 4,7 m

4,4m

4,0m

-4,00m NAP (min. maaiveld) -5,17m NAP (zomerpeil) -5,27m NAP (winterpeil) -5,57m NAP (30cm diep plas dras)

Onderhoud en verblijfszone

< - 6,27m NAP (bodempeil) <

4,7m

2,0m

Figuur 4-8 Nieuwe oevers Cluster C

In het geval van Oevertype 2 dient de barrière in zachthout te worden uitgevoerd. Dit hout vergaat mettertijd, terwijl het de nieuwe begroeiing tijd geeft om goed te wortelen. Hierdoor komt de natuurlijke en directe wateruitwisseling tussen de plas/dras en het diepere water (overwinteringsgebied) terug.

Pagina 46 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

In het PvE is gesteld dat gemiddeld minimaal 80% van de oeverlengte in bebouwd gebied natuurvriendelijk zijn ingericht. Met de voorgesteld inrichting met flauwe taluds (oever 1) en plas-dras zones nabij gebouwen (oever 2) is voor Cluster C 100% beoogd (zie Figuur 4-8). Onderhoud Het onderhoud van de watergangen vindt met een maaiboot plaats; het onderhoud van de oevers is voor de ontwikkelaar. Oever 2 voorziet in een strook van minimaal 2 m. Enerzijds is dit bedoeld als verblijfsruimte rondom gebouwen, anderzijds wordt vanaf deze strook ook het onderhoud aan de gebouwen gepleegd (denk aan het ramenwassen). Tevens wordt deze strook gebruikt voor het onderhoud aan de oever, plasdraszone en beschoeiing. Voor de oever 1 is voorzien in meer ruimte, omdat deze watergangen en retentievijver niet met een maaiboot onderhouden kunnen worden. Voor onderhoud is groter materieel nodig en is voorzien in een onderhoudsstrook van minimaal 4m. De nieuwe watergang tussen Cluster C en F wordt onderhouden door het waterschap met de maaiboot, aansluitend op de omliggende watergangen. Dit betekent dat een minimale breedte van de waterspiegel van 6,0m en een minimale diepte van 1,25m vereist is. Het ontwerp voldoet hieraan. De retentievijver staat hier los van en komt in eigendom en beheer bij de ontwikkelaar/eigenaar.

Op de volgende figuur zijn de bestaande inlaatplaatsen in het gebied voor de maaiboot aangegeven. Te zien is dat zich direct aan de zuidzijde van Cluster C een inlaatpunt bevindt. Dit betekent dat er geen nieuwe voorzieningen het in- en uitladen van de maaiboot in de Cluster C getroffen hoeven te worden.

Cluster C

Figuur 4-9: inlaatplaatsen maaiboten onderhoud watersysteem

4.4

Voorontwerp omgang met grondwater Uitgangspunt is te voldoen aan de ontwateringseisen voor de buitenruimte. Hiervoor is aangesloten bij de eisen en voorwaarden vanuit de gemeente. Relevant zijn 0,50 m ontwatering onder groen en 0,60 m onder wegverharding. Uitgaande van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van -4,6 m NAP (zie §2.4), is de minimale maaiveldhoogte gesteld op -4,0 m NAP (zie §4.3.1). Om de piek van de grondwaterstanden voldoende te beheersen en te voorkomen dat de buitenruimte te zompig wordt, is het advies deze te voorzien van een drainage. Aan de zuidzijde tussen de gebouwen zijn regentuinen/wadi’s beoogd; deze worden voorzien van een onderliggende drain. De drain in de overige delen van de binnentuin kan gecombineerd worden met het hemelwaterriool, waardoor deze leiding meerdere functies krijgt: Pagina 47 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

  

Afvoer van regenwater (zie voorgaande paragraaf onder hemelwaterstructuur; De beheersing van te hoge grondwaterstanden; Het toevoeren van water voor de groene zones ten tijde van droogte.

De dimensionering van dit drainage-transportsysteem volgt in de volgende uitwerkingsfase.

4.5

Raakvlakken overige thema’s klimaatadaptatie Het ontwerp van de ontwikkeling draagt ruimschoots bij aan verschillende klimaatthema’s. Hitte 

 

Rond het kantoorpand komt significant meer groen dan in de bestaande situatie, blijkens de Watertoets uit 2020 en de Klimaattoets 2021. Waar in huidige situatie het Cluster (met totale grootte van ca. 14.000 m2) nog 0 m2 van het Cluster C bestaat uit groen (zie Watertoets 2020), ontstaat in het ontwerp zo’n 3.200 m2 aan groen in de buitenruimte. Daarnaast wordt ca. 4.800 m2 aan sedumdak toegepast en worden de gevels deels ingericht als groene gevels (zie Voorlopig Ontwerp uit 2021 door Lola). Deze toename aan groen in de omgeving (totaal 8.000 m2 excl. groene gevels) heeft direct positieve invloed op de (daling van) lokale hittestress. Behalve groen, komen ook verspreid in het Cluster bomen te staan. Tezamen met de panden zelf, zorgen deze voor koele plekken en schaduw rondom de langzaamverkeerroutes en bij verblijfsplekken in de buitenruimte. In de klimaattoets uit 2021 is modelmatig aangetoond dat het percentage oppervlak dat koeler is dan 35°C toeneemt van 38% in de huidige situatie tot 52% in de situatie met volgroeide beplanting.

Voor verdere (landschappelijke) uitwerking is het een aandachtspunt om te zorgen voor en toetsen van schaduw en koele plekken langs de verharde paden en het inpassen van groen op de verblijfsplekken buiten (eisen uit PvE = 50% van verblijfsplekken bestaan uit groen met primair gebiedseigen flora en fauna, én 30% van langzaamverkeerroutes en verblijfsplekken hebben schaduw bij hoogste zonnestand in de zomer, én de koele plekken (van minimaal 200m2 zijn altijd op loopafstand (300 meter) aanwezig. Tevens betreft hittestress binnen de panden een aandachtspunt voor de verdere uitwerking. Zo moeten maatregelen getroffen worden om te voldoen aan de eisen uit PvE geëist dat de binnentemperaturen altijd lager dan < 27 °C blijven, én dat vitale en kwetsbare functies (bv. technische ruimte) bewust warmtebestand worden gemaakt, én dat minimaal 50% van de horizontale en verticale oppervlakten warmtewerend/verkoelend worden gebouwd of ingericht.

Overstroming  Ondanks de verhoogde ligging van het pand t.o.v. omliggend maaiveld, zal bij een overstroming het pand deels kunnen inunderen. Het pand heeft meerdere etages waarmee wordt voldaan aan de eis uit PvE om maatregelen t.b.v. schuilplekken en mogelijk maken van (verticale) evacuatie. Wel dienen verschillende maatregelen doorgevoerd te worden om de schade bij een overstroming te beperken. Dit gaat om bijvoorbeeld het verhoogd aanleggen van elektrische apparatuur en het gebruik van waterresistente materialen. Biodiversiteit en natuurinclusief bouwen  Rond het kantoorpand komt significant meer groen dan in de bestaande situatie, blijkens de Watertoets uit 2020. Dit tezamen met het natuurinclusieve ontwerp van de panden en buitenruimte, zorgt voor een stevige stimulans voor biodiversiteit. Zo worden in de buitenruimte verspreid door het Cluster beestenpalen, insectenhotels en vleermuiskasten geplaatst. In de gevels van de panden worden bijenbakstenen en vogelneststenen toegepast en worden groene gevels en daken gebruikt. Bij de overgang van land naar naastgelegen oppervlaktewater worden ecologische oevers toegepast. Dit is uitgebreider toegelicht in het Voorlopig Ontwerp van Lola (2021).  Ondanks de vergroening van de buitenruimte, zullen verschillende bomen verwijderd worden t.p.v. de panden. In dit kader is er tevens een Bomenplan opgesteld.

 Om te voldoen aan de algemene eisen rondom biodiversiteit voor, tijdens en na de werkzaamheden, is door Adviesbureau E.C.O. Logisch een ecologisch werkprotocol o.b.v. ecologisch onderzoek opgesteld.  Voor de verdere (landschappelijke) uitwerking betreft het type en assortiment in relatie tot biodiversiteit en natuurinclusiviteit een aandachtspunt.

Pagina 48 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

5.

Uitwerking voorontwerp Cluster F – VDVI Bronnen specifiek Cluster F – Allen levering Opdrachtgever, tenzij expliciet anders aangegeven  4670_ Documentenlijst RoosRos_SO_2021-11-05.pdf  Lola: LKA 20211105 so cluster f.pdf  4670_Bouwdeel F1-2021-11-05 SO set.pdf  4670_Bouwdeel F2-2021-11-05 SO set.pdf  4670_Bouwdeel F3-2021-11-05 SO set.pdf  4670_Bouwenvelop F-2021-11-05 SO set.pdf  20250109 Clusters Kronenburg aantal units + voorzieningen.pdf  LKA 20211110 plans trees.pdf

5.1

Toelichting ontwerp en voornemens Overkoepelend beeld

Figuur 5-1: Overzicht van het Cluster F in beoogde situatie, uit Schetsontwerp LOLA (2021-11-05). Inzet uit Bouwenvelop. Pagina 49 van 100

Klimaatplan Laan van Kronenburg Amstelveen Eindconcept projectnummer 0497711.100 14 maart 2025 Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V.

Bij Cluster F geldt het overkoepelende gedachtegoed van de stadscampus Uilenstede om een plek te creëren waar ontmoeting en interactie plaatsvindt en men groeit en ontwikkelt als persoon. Een universiteitscampus is de plek voor ontmoeting en interactie. Dit staat dan ook centraal in het ontwerp voor Cluster F. Cluster F wordt het cluster om te leren en creëren. Te midden van het cluster ligt het multifunctionele plein dat moet inspireren en de plek wordt om te workshoppen, ten toon te stellen en te ontmoeten. Het paviljoen staat centraal op het plein. Met verschillende functies, als studeerplekken, horeca, pakketjes pick-up en een wasserette wordt dit ook een plek om te studeren en ontmoeten. Het plein ligt te midden van de groene getrapte tuinen. Doordat het landschap rondom het plein oploopt, krijgt het plein nog meer belang in het plan. De tuinen hebben een hoge diversiteit aan vegetatie en de bomen geven een eigen karakter aan het hof. Bovendien bevorderen ze de biodiversiteit, evenals de natuurlijke oevers en de bomen rondom het cluster. Aan de randen van het plangebied zijn veel waardevolle bestaande bomen, welke zo veel mogelijk behouden blijven. Ze worden inpast in het groen en ook op het parkeerterrein ten noorden van cluster F. De bestaande bomen worden verrijkt met solitaire bomen en aanvullende beplantingstypes, welke flora en fauna stimuleren.

Het oude pand is reeds geamoveerd en hier komen drie nieuwe panden en een paviljoen voor terug. In de panden F1, F2 en F3 komen ca. 1.500 eenpersoons wooneenheden. In het paviljoen F4 is er (commerciële) ruimte voor een wasserette, studiepellen, horeca. Zie Figuur 5-1 voor het Voorlopig Ontwerp van Cluster F vanuit LOLA, waar is verder gewerkt op het transformatiegebied-VO van BOOM Landscape (september 2020). In deze eerste paragraaf is algemene informatie voor Cluster F toegelicht. In de navolgende paragrafen is per onderdeel het (voor)ontwerp geduid en getoetst aan het PvE uit Hoofdstuk 3. Uitgangspunt is dat het gehele Cluster F in eigendom en beheer blijft bij de ontwikkelaar. Oppervlakten Cluster F is ca. 2,3 ha groot. In Tabel 5-1 is de oppervlakteverdeling in de huidige alsmede de beoogde nieuwe situatie weergegeven. Per saldo is er een afname van ca. 9.600 m2 aan verhard oppervlak, een toename van ca. 8.500 m2 aan groen en een toename van ca. 1.100 m2 aan oppervlaktewater. Een deel van dit nieuwe oppervlaktewater, ca. 348 m2, geldt als compensatie van gedempt oppervlaktewater in het naastgelegen Cluster C (welke van dezelfde eigenaar is als Cluster F). Het overige deel van het nieuwe oppervlaktewater is een retentievijver t.b.v. waterberging vanuit Cluster C en Cluster F. Zie voor een nadere toelichting hierop §4.3.

Figuur 5-2 geeft de areaalverschuivingen indicatief weer op kaart. Het noordelijke deel van Cluster F (ca. 3.300 m2) wordt een nieuwe weg met naastgelegen parkeervakken en groen. Tabel 5-1: Oppervlakte van arealen in Cluster F Cluster F

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=7f717e00-1aba-4785-9732-8ab00f7088dc