Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Industrielawaai Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Amstelveen Zuid-West 2014 - Bovenkerkerweg 77-83' (De Kegel)
Tekst van het document
AKOESTISCH ONDERZOEK RUIMTELIJKE INPASSING INDUSTRIELAWAAI Appartementencomplex, Omgeving Bovenkerkerweg Amstelveen
RAPPORT
25056
Akoestisch onderzoek ruimtelijke inpassing appartementencomplex industrielawaai
Projectlocatie Omgeving Bovenkerkerweg Amstelveen Opdrachtgever Buro Stedenbouw Kerkplein 5 8121 BM Olst
Projectnummer en versie:
Status:
25056, versie 1.3 Projectleider:
Ing. B. Mengers ANCOOR Lijsterbeslaan 117 7004 GN DOETINCHEM Telefoon 03 14 - 36 81 06 Email info@ancoor.nl
DEFINITIEF Paraaf:
Rapportdatum:
25-11-2019
ANCOOR Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Inhoudsopgave 1. Aanleiding en doelstelling onderzoek.......................................... 1-1 1.1 Aanleiding onderzoek ...................................................................... 1-1 1.2 Doelstelling onderzoek .................................................................... 1-1 1.3 Opzet van het onderzoek ................................................................ 1-1 2. Uitgangspunten en toetsingskader.............................................. 2-1 2.1 Gehateerde rekenmethode ............................................................. 2-1 2.2 Situering en karakterisering omgeving ............................................ 2-1 2.3 Milieuzonering................................................................................. 2-1 2.3.1 Tennisaccommodatie ............................................................... 2-2 2.3.2 Parkeergarage .......................................................................... 2-2 2.3.3 Partycentrum............................................................................ 2-2 2.3.4 Kinderdagverblijf ...................................................................... 2-2 2.3.5 Conclusie .................................................................................. 2-2 2.4 Representatieve bedrijfssituatie Tenniscomplex ............................
2-2 2.5 Representatieve bedrijfssituatie Parkeergarage ............................. 2-4 2.6 Overige parkeerplaatsen ................................................................. 2-6 2.7 Representatieve bedrijfssituatie Partycentrum .............................. 2-6 2.7.1 Incidentele situaties ................................................................. 2-7 2.8 Toetsingskader Activiteitenbesluit .................................................. 2-7 2.8.1 Algemeen.................................................................................. 2-7 2.8.2 Grenswaarden Activiteitenbesluit ............................................ 2-7 2.9 Toetsingskader ruimtelijke inpassing .............................................. 2-8 2.9.1 Publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ .................................. 2-8 2.9.2 Toetsingswaarden ruimtelijke inpassing .................................. 2-9 2.10 Toetsingskader inrichting gebonden verkeer .................................. 2-9 3. Geluidvermogens ........................................................................ 3-1 3.1 Akoestisch rekenmodel ................................................................... 3-1 3.2 Geluidsvermogens en bedrijfsduur ................................................. 3-1 3.3 Geluidvermogens tenniscomplex ....................................................
3-2 3.3.1 Binnenniveau clubgebouw ....................................................... 3-2 3.3.2 Afstralende geveldelen tennishallen ........................................ 3-2 3.3.3 Stationaire bronnen ................................................................. 3-2 3.4 Geluidvermogens parkeergarage .................................................... 3-3 3.4.1 Ventilatoren parkeergarage ..................................................... 3-3 3.4.2 Afstralend vlak in- en uitgang parkeergarage .......................... 3-4 3.5 Geluidvermogens Partycentrum ..................................................... 3-4 3.5.1 Voertuigbewegingen naar de parkeergarage ........................... 3-4 3.5.2 Stemgeluiden entree horeca-inrichting ................................... 3-4 3.5.3 Laden en lossen ........................................................................ 3-4 3.5.4 ‘Handlen’ van vuilcontainers: ................................................... 3-5 3.5.5 Afstralende gevels en daken .................................................... 3-5 3.5.6 Installaties ................................................................................ 3-5 3.5.7 Overzicht stationaire bronnen ................................................. 3-6 3.6 Aankomen en vertrekken motorvoertuigen....................................
3-6 3.6.1 Geluidsproductie ...................................................................... 3-6 3.6.2 Personenauto’s parkeergarage ................................................ 3-6 3.6.3 Personenauto’s overige parkeerplaatsen................................. 3-6 3.7 Geluidsvermogens stemgeluid ........................................................ 3-7 3.7.1 Onverwarmd en onoverdekt terras .......................................... 3-7 3.7.2 Publiek ...................................................................................... 3-8 3.8 Totaaloverzicht stationaire geluidbronnen ..................................... 3-8 3.9 Totaaloverzicht mobiele geluidbronnen ......................................... 3-9
3.10 Totaaloverzicht menselijk stemgeluid ............................................. 3-9 3.11 Maximale geluidsniveaus .............................................................. 3-10 3.11.1 Tennisbanen ........................................................................... 3-10 3.11.2 Onverwarmd en onoverdekt terras ........................................ 3-10 3.11.3 Parkeergarage ........................................................................ 3-10 3.11.4 Partycentrum.......................................................................... 3-10 3.11.5 Overige parkeerplaatsen ........................................................ 3-11 3.12 Inrichting gebonden verkeer ......................................................... 3-11 4. Berekeningen .............................................................................. 4-1 4.1 Algemeen ........................................................................................ 4-1 4.2 Ruimtelijke inpassing ....................................................................... 4-1 4.2.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 4-1 4.2.2 Maximale geluidsniveaus ......................................................... 4-5 4.2.3 Conclusie Ruimtelijke inpassing ...............................................
4-5 4.3 Activiteitenbesluit ........................................................................... 4-6 4.3.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 4-6 4.3.2 Maximale geluidbelasting......................................................... 4-6 4.4 Inrichting gebonden verkeer ........................................................... 4-6 5. Te treffen maatregelen ............................................................... 5-1 5.1 Maatregelen .................................................................................... 5-1 5.1.1 Bronmaatregelen...................................................................... 5-1 5.1.2 Overdrachtsmaatregelen ......................................................... 5-1 5.1.3 Maatregelen bij de ontvanger .................................................. 5-1 6. Samenvatting en beoordeling ..................................................... 6-1 6.1 Samenvatting................................................................................... 6-1 6.2 Beoordeling ruimtelijke inpassing ................................................... 6-1 6.2.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 6-1 6.2.2 Maximale geluidsniveaus .........................................................
6-2 6.3 Beoordeling Activiteitenbesluit ....................................................... 6-2 6.3.1 Maximale hinder ...................................................................... 6-3 6.4 Beoordeling Indirecte hinder .......................................................... 6-3 6.5 Conclusie ......................................................................................... 6-3 6.6 Aanbevelingen ................................................................................. 6-4
Bijlagen 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11
Regionale en lokale situering Bouwplan Plots van het rekenmodel Invoergegevens LAr,LT Ruimtelijke inpassing/Activiteitenbesluit Resultaten LAr,LT Ruimtelijke inpassing/Activiteitenbesluit Invoergegevens Lmax Ruimtelijke inpassing Resultaten Lmax Ruimtelijke inpassing Invoergegevens Lmax Activiteitenbesluit Resultaten Lmax Activiteitenbesluit Invoergegevens Indirecte hinder Resultaten Indirecte hinder
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
Hoofdstuk
1 1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.1 Aanleiding onderzoek In opdracht van Buro Stedenbouw te Olst, is door ANCOOR te Doetinchem een akoestisch onderzoek ingesteld naar de optredende geluidsbelasting ter plaatse van een geprojecteerd appartementencomplex aan de Bovenkerkerweg te Amstelveen, afkomstig van een in de directe omgeving hiervan gelegen tenniscomplex, parkeergarage, bowlingcentrum en kinderdagverblijf. Voor de realisatie van de geprojecteerde appartementen dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Voor de uitwerking van de representatieve bedrijfsituaties en de hierin opgenomen afschermingen van zowel het tenniscomplex, de de parkeergarage als voor het partycentrum, zijn de inputgegevens een op een over genomen uit de aan de realisatie van de genoemde inrichtingen ten grondslag gelegen akoestische onderzoeken. Deze zijn eveneens door ons bureau opgesteld en staan als volgt geregistreerd: • Akoestisch onderzoek Tenniscomplex ‘De Kegel’, dd. 10-10-2017 onder kenmerk 16193, versie 2.0; • Akoestisch onderzoek Parkeergarage, dd. 10-10-2017 onder kenmerk 16193-2, versie 2.0; • Akoestisch onderzoek Partycentrum, dd. 21-11-2019 onder kenmerk 16061, versie 1.0.
1.2 Doelstelling onderzoek Het doel van het ingestelde onderzoek is het inzichtelijk maken van de optredende geluidsbelasting op de geprojecteerde appartementen als gevolg van de in de directe omgeving van het plangebied gelegen inrichtingen. Het onderzoek zal worden uitgevoerd overeenkomstig de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” en de “Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening” – 1998. 1.3 Opzet van het onderzoek Voor het uitwerken van het 3D-rekenmodel, is gebruik gemaakt van een digitale kadastrale ondergrond, terwijl de verhardingen en de als harde ondergrond in te voeren watergangen en open water zijn overgenomen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. De bebouwing, inclusief de hiervoor vastgestelde gebouwhoogten ten opzichte van het ingevoerde maaiveld, zijn overgenomen uit de database Gebouwhoogten. Verder is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever verstrekte informatie met betrekking tot de te onderzoeken inrichting. In het voorliggende rapport worden in hoofdstuk 2 is een beschrijving van de gehanteerde rekenmethode opgenomen alsmede de uitgangspunten en het toetsingskader waarbinnen het onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast is hierin de representatieve bedrijfsituatie beschreven. In hoofdstuk 3 is een uitwerking van de gehanteerde bronvermogens omschreven.
In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de berekeningen alsmede de toetsing aan de gestelde grenswaarden met betrekking tot de ruimtelijke inpassing van de geprojecteerde appartementen in de directe omgeving. Daarnaast heeft toetsing plaats gevonden in het kader van het Activiteitenbesluit. In hoofdstuk 5 is nader in
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
1-1
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
gegaan op het treffen van eventuele maatregelen. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 een samenvatting van het uitgevoerde onderzoek en de conclusie hieruit weergegeven.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
1-2
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
Hoofdstuk
2 2. Uitgangspunten en toetsingskader 2.1 Gehateerde rekenmethode In het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012” zijn de meet- en rekenmethoden van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” van 1999 aangewezen als standaard voor de uitvoering van dit onderzoek. De Handleiding geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop milieuwetgeving van toepassing is. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform deze “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai” - HMRI 1999 methode II en de “Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening” – 1998. Het driedemensionale rekenmodel [GEOMILIEU 4.50] voor de geluidsoverdrachtberekening is gemodelleerd aan de hand van de digitale ondergronden uit de recente kadastrale kaart en de Basisregistratie Grootschalige Topografie [BGT]. De gebouw hoogten voor de bebouwing in de omgeving van de onderzoekslocatie, zijn zoals reeds vermeld, digitaal overgenomen uit de 3D Gebouwhoogte NL van het Kadaster. 2.2 Situering en karakterisering omgeving De planlocatie is binnen de bebouwde kom van Amstelveen gelegen. De regionale en locale situering van het appartemenencomplex in relatie tot de directe omgeving zijn weergegeven in bijlage 01 van dit rapport.
De voorgenomen plannen bestaan uit de realisatie van de geprojecteerde appartementen in de omgeving van de Bovenkerkerweg te Amstelveen. Het gebied rondom de planlocatie is aan te merken als een gedifferentieerd gebied waar meerdere functies zoals wonen, hotel, kantoren, bowlingcentrum, kinderopvang, parkeren en een tenniscomplex naast elkaar voorkomen. Met name het tenniscomplex, het bowlingcentrum en een parkeergarage, gelegen in de directe omgeving van het geprojecteerde plangebied, kunnen als akoestisch relevante inrichting voor de realisatie van de voorgenomen plannen worden aangemerkt. De regionale situering van het plangebied in relatie tot de omgeving is weergegeven in bijlage 01 van dit rapport. 2.3 Milieuzonering De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”, versie 2009 geeft per bedrijfscategorie een “veilige” afstand voor het milieuaspect geluid, de zogenaamde richtafstand. Wanneer appartementen binnen deze richtafstand zijn gelegen ten opzichte van hiervoor van toepassing zijnde inrichtingen, dan is de vestiging hiervan alleen gemotiveerd mogelijk indien wordt aangetoond dat ter plaatse van de geprojecteerde appartementen wordt voldaan aan de gestelde geluidsgrenswaarden. Voor het bepalen van de richtafstand dient te worden gemeten vanaf de terreingrens van een inrichting.
Per inrichting dient te worden nagegaan of er al dan niet aan de gestelde richtafstanden tot de geprojecteerde appartementen wordt voldaan. Indien hieraan niet wordt voldaan dient nader gericht onderzoek te worden ingesteld.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-1
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
2.3.1 Tennisaccommodatie Een tennisaccommodatie valt onder SBI-code 931F “Tennisbanen (met verlichting)” en is daarmee een categorie 3.1 inrichting. Volgens bijlage 1 van de VNG-publicatie bedraagt de richtafstand voor een tennisaccommodatie voor wat betreft geluid 50 m in geval van omgevingstype “rustige woonwijk”. In geval van omgevingstype “gemengd gebied” kan de afstand van 50 m met één afstandsstap worden verlaagd tot 30 m (tabel op pagina 30 van de VNG-publicatie). Gezien de ligging van meerdere eveneens bedrijfsmatige functies binnen het betreffende gebied, kan de omgeving worden getypeerd als een ‘gemengd gebied’. Er zijn appartementen geprojecteerd binnen een richtafstand van 30 meter. Dit houdt in dat dient te worden aangetoond dat er kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden. 2.3.2 Parkeergarage Een parkeergarage valt onder SBI-code 5221-1 “Parkeergarage” en is daarmee een categorie 2 inrichting, Volgens bijlage 1 van de VNG-publicatie bedraagt de richtafstand voor een parkeergarage voor wat betreft geluid 10 meter in geval van omgevingstype ‘gemengd gebied’. Er zijn enkele appartementen gesitueerd binnen de richtafstand van 10 meter. Dit houdt in dat dient te worden aangetoond dat er kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden.
2.3.3 Partycentrum Een bowlingcentrum annex partycentrum valt onder SBI-code 931B “Bowlingcentra” en is daarmee een categorie 2 bedrijf. Volgens bijlage 1 van de VNG-publicatie bedraagt de richtafstand voor een bowlingcentrum voor wat betreft geluid 30 m in geval van omgevingstype “rustige woonwijk”. Nagenoeg alle direct voor het bowlingcentrum gelegen appartementen vallen binnen de richtafstand van 10 m. Dit houdt in dat dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden. 2.3.4 Kinderdagverblijf Een kinderdagverblijf valt onder SBI-code 8891 “Kinderopvang” en is daarmee eveneens een categorie 2 bedrijf, waarvoor de richtafstand voor wat betreft geluid 10 m bedraagt in geval van omgevingstype ‘gemengd gebied’. De afstand van het speelterrein tot de appartementen is groter dan de gestelde richtafstand. Gericht aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. 2.3.5 Conclusie Het uit te voeren akoestische onderzoek Industrielawaai dient derhalve betrekking te hebben op de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de geprojecteerde appartementen als gevolg van de geluidsrelevante activiteiten afkomstig van het maximaal in werking zijn van het tenniscomplex, de parkeergarage en de het bowlingcentrum.
Onderzocht dient te worden of ter plaatse van de te creëren geluidsgevoelige bestemmingen [appartementen] in de directe omgeving van de genoemde inrichtingen een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. De lokale situering van de inrichting in relatie tot de omgeving, alsmede de globale indeling van de inrichting, zijn weergegeven in bijlage 02 van dit rapport. 2.4 Representatieve bedrijfssituatie Tenniscomplex Voor het in beeld brengen van de geluidbelasting afkomstig van de activiteiten van het tenniscomplex, de parkeergarage en het partycentrum, dient de representatieve bedrijfssituatie van de betreffende inrichtingen te worden vastgesteld. Hieronder wordt verstaan de voor de geluidsuitstraling relevante omstandigheden die kenmerkend zijn voor de bedrijfsvoering bij de uitoefening van de activiteit binnen de betreffende inrichting voor de betreffende etmaalperiode. Voor het vaststellen van de representatieve bedrijfssituatie is uitgegaan van de maximale bezetting van beide inrichtingen zoals deze is vastgelegd in
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-2
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
de aan de realisatie van de beide inrichting ten grondslag gelegen akoestische onderzoeken. Dit om te voorkomen dat zowel het tenniscomplex als de parkeergarage in de toekomst als gevolg van de geprojecteerde bebouwing in de uitvoering van hun activiteiten zouden kunnen worden belemmerd. Voor het vaststellen van de representatieve bedrijfssituatie voor het bowlingcentrum is in dit akoestische onderzoek een nadere onderbouwing uitgewerkt. Binnen het tenniscomplex zijn de volgende onderdelen als representatieve bedrijfssituatie opgenomen: Kunststof tennisbanen, aantal: 1 stuks; gravel tennisbanen, aantal: 14 stuks; overdekte tennisbanen, aantal 14 stuks; een tennispaviljoen met clubgebouw, aantal: 6.994 m2; een tweetal onoverdekte en onverwarmde terrassen met, totaalaantal: 200 zitplaatsen; Met betrekking tot het gebruik van de tennisbanen worden de volgende uitgangspunten als representatieve bedrijfssituatie gesteld: • De 14 binnenbanen kunnen tussen 8.00 uur en 23.00 uur in gebruik zijn; omdat deze binnenactiviteit, mede vanwege de relatief grote afstand tot geluidgevoelige bebouwing, kan worden aangemerkt als akoestisch niet-relevant, zijn deze niet als bronvermogens in de representatieve bedrijfssituatie opgenomen.
• Worst case situatie waarbij tijdens trainingen, vrij tennissen en competitiedag de 14 buitenbanen tijdens de dagperiode van 8.00 uur tot 23.00 uur met name gedurende competitiedagen gedurende 100 % in gebruik zijn. Na 23.00 uur kan enkel nog gebruik worden gemaakt van de horecafaciliteiten in het clubgebouw. • Het geluid ter plaatse van een tennisveld en de kunststofbaan wordt veroorzaakt door de bal die tegen het racket komt en op de ondergrond stuiterd en het lopen en het spreken van de spelers; er is bij de uitwerking van dit onderzoek uitgegaan van een bezettingsgraag van 11 uur in de dagperiode en 4 uur in de avondperiode; voor de geluiduitstraling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn VDI 3770-2012 (Emissionskennwerte Technischer Schallquellen Sport- und Freizeiteanlagen, van de Verein Deutscher Ingenieure, 2012). Voor tennis is uitgegaan van een totale bronsterkte van 80 dB(A) per speelveldhelft; per speelveld 83 dB(A); het piekniveau voor schreeuwende en juchende personen is conform de gestelde Richtlijn een piekniveaus opgenomen van 108 dB(A); daarnaast zijn deze bronniveaus gebaseerd op eerdere geluidmetingen op tennisbanen elders.
• Er is verondersteld dat er voor de vaststelling van de representatieve bedrijfssituatie, geen toeschouwers aanwezig zijn bij wedstrijden die ter plaatse van de in het onderzoek opgenomen ontvangerpunten zorg zullen dragen voor een verhoging van de optredende geluidbelasting. • Het aantal verkeersbewegingen van en naar het tenniscomplex is nader onderbouwd in de hierna nader uitgewerkte representatieve bedrijfssituatie voor de parkeergarage; deze is deels onder het tenniscomplex gesitueerd; • Voor het clubgebouw is uitgegaan van een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 75 dB(A), geldend voor een drukbezochte ruimte met rustige achtergrondmuziek in de avondperiode; deze situatie doet zich alleen voor tijdens competitie- en toernooidagen; voor het muziekgeluid dient een toeslag van 10 dB in rekening te worden gebracht; gezien de relatief grote afstand van het clubgebouw en de nieuwe tennishal tot de dichts bij gelegen geluidgevoelige bebouwing en de goede bouwkundige staat hiervan, mag worden verondersteld dat uitstraling door stem- en muziekgeluid afkomstig van het binnenniveau vanuit het clubgebouw en de tenishal, mede gezien de relatie grote afstand tot de dichtst bij gelegen geluidgevoelige bebouwing, voldoende wordt beperkt om deze als niet-relevante geluidbron in dit onderzoek te beschouwd.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-3
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
• Enkele malen per jaar is er in het clubgebouw mogelijk sprake van een feestavond waarbij mogelijk een hoger binnenniveau gewenst is; deze situaties kunnen aangemerkt worden als een incidentele bedrijfssituatie welke volgens het Activiteitenbesluit moeten worden gemeld en aangevraagd bij het bevoegd gezag; voor het muziekgeluid dient een toeslag van 10 dB in rekening te worden gebracht. • Geluid vanwege eventuele afzuigingen op het dak of in de gevel, kan relatief eenvoudig door een juiste keuze en dimensionering van het afzuigsysteem worden gereduceerd en leidt derhalve niet tot overlast; de afzuiging is gedurende de gehele dag- en avondperiode in werking en gedurende 2 uur in de nachtperiode; gezien het optredende geluidvermogen van 75 dB(A) per af- en aanzuigunit en de relatief grote afstand tot de geluidgevoelige bebouwing, kan deze als niet-relevante geluidbron in dit onderzoek worden beschouwd. Ter verificatie zijn deze echter wel in het rekenmodel meegenomen.
• Voor de beoordeling van het akoestisch klimaat ter plaatse van het tenniscomplex, dient ook het stemgeluid en de optredende piekgeluiden te worden beoordeelt op basis van een goed woon- en leefklimaat; voor het stemgeluid van bezoekers op het terras van het clubgebouw is worst case uitgegaan van de aanwezigheid van 150 personen gedurende 5,5 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode; voor het terras op de 3e verdieping van de tennishal is uit gegaan van de aanwezigheid 50 personen gedurende 5,5 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode; het stemgeluid is gemodelleerd door meerdere geluidbronnen verdeeld over de terrassen te situeren; voor een normaal sprekende bezoeker wordt uitgegaan van een bronvermogen van 75 dB(A) en voor een luid met een “verheven” stem sprekende terrasbezoeker van een bronvermogen van 100 dB(A). • In de representatieve bedrijfssituatie is er geen sprake van de aanwezigheid van publiek. Toeschouwers zijn slechts incidenteel aanwezig bij een evenement. Evenementen maken geen onderdeel uit van het NTC-programma/PVE, maar vallen binnen de 12dagen regeling. Verder wordt er in het akoestische onderzoek reeds van uitgegaan dat gedurende de volledige openstelling alle banen voor 100 % bezet zullen zijn en dat alle spelers gelijktijdig geluid produceren.
Gesteld is dat eventueel beperkt aanwezig publiek, akoestisch gezien ondergeschikt zal zijn aan het totaal van deze gemodelleerde geluidbelasting. • In het najaar dienen, tijdens de periode van het vallen van het blad, de tennisbanen mogelijk bladvrij te worden gehouden; hierbij wordt in de regel gebruik gemaakt van een bladblazer; deze werkzaamheden vinden in de dagperiode plaats; voor het bladvrij maken van een blok van twee banen is het gebruik van de bladblazer gemiddeld 15 minuten; voor de totale bedrijfsduur is uitgegaan van 3 uur verdeeld over 2 geluidbronnen. Als bronvermogen is uitgegaan van 104 dB(A); dit bronvermogen is gebaseerd op een gebruik waarbij circa 50% sprake is van een gebruik bij een verhoogd toerental en 50% bij een normaal toerental; het bladvrij maken van de tennisbanen kan gezien de korte periode van het seizoen waarin dit plaats vindt, worden aangemerkt als een incidentele bedrijfssituatie. Voor incidentele luidruchtige bedrijfssituaties bestaat op basis van de milieuwetgeving de mogelijkheid om gedurende een 12-tal keer per jaar gemotiveerd af te wijken van de algemeen geldende grenswaarde, de zogenaamde 12-dagenregeling.
2.5 Representatieve bedrijfssituatie Parkeergarage Voor de parkeergarage is gebruik gemaakt van de volgende representatieve bedrijfsituatie: • plattegrondtekening Nieuwe NTC, projectnummer 216002, blad 00-001, 19-05-2017; • mail met verkeersgegevens nabij plangebied [gemeente Amstelveen], dd. 23 mei 2017 gebaseerd op het gemeentelijke verkeersmodel omniTRANS 6.1.14.7930 [Bijlage VI];
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-4
U I T G A N G S P U N T E N
•
• •
E N
T O E T S I N G S K A D E R
parkeerbalans waarin de nieuwe parkeerbehoefte gebaseerd op de Nota Parkeernormen 2016 van de gemeente Amstelveen is uitgewerkt, dd. 27-10-2016 van JUST Architects [Bijlage VI]; mail Netjes Beheer Amstelveen beinvloeding gebruik in- en uitgang dd. 17-8-2017; gevoerd overleg met de initiatiefnemer.
Op basis van een uitgevoerde inventarisatie van het plangebied is in overleg met de initiatiefnemer de representatieve bedrijfssituatie per periode (dag, avond en nacht) beschreven. De representatieve bedrijfssituatie is mede gebaseerd op de opgestelde parkeerbalans en door de gemeente vanuit haar verkeersmodel 2030 gegenereerde verkeersintensiteiten ter plaatse van de in- en uitritten van het plangebied. Voor de bepaling van het aantal voertuigbewegingen gedurende de dag-, avond- en nachtperiode in de nieuwe situatie, is worst case uitgegaan van het in tabel 2-1 uitgewerkt aantal verkeersbewegingen. Deze komen overeen met het aantal bewegingen zoals deze zijn opgenomen in het akoestische onderzoek dat ten grondslag heeft gelegen aan de realisatie van de betreffende parkeervoorziening. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat de verkeersintensiteiten welke hierin zijn opgenomen voor het restaurant, met de bouw van de appartementen komen te vervallen. De hierdoor vrijkomende parkeerplaatsen in de parkeergarage, zullen worden bezet door de bewoners van de geprojecteerde appartementen. Hierdoor blijft de onderstaande parkeerbalans als basis voor dit onderzoek intact.
Tabel 2-1: Aantal voertuigbewegingen gebaseerd op 100 % bezetting parkeergarage Kantoor > 6 uur aanwezig Hotelkamers > 6 uur aanwezig Vergaderingen kantoor en hotel > 4uur aanwezig Bowlingbanen >4 uur aanwezig Tennisbanen buiten >4 uur aanwezig Tennisbanen binnen > 4 uur aanwezig Appartementen Kinderdagverblijf > 2 uur TOTAAL aantal voertuigbewegingen
Totaal [ D] Totaal [ A ] 170 10 182 50 72 8 90 45 76 57 140 105 66 33 30 0 826 308
Totaal [ N] 2 4 4 45 19 35 33 0 142
Noor d [ D]
Noor d [ A ]
Noor d [ N]
182 57
50 5
4 2
76 140 41
57 105 25
19 35 25
496
242
85
Zui d [ D] 170
Zui d [ A ] 10
Zui d [ N] 2
15 90
3 45
2 45
25 30 330
8
8
66
57
PS Onder ‘Totaal [D]’ wordt volstaan het totaal aantal voertuigbewegingen in de dagperiode volgens het uitgewerkte parkeerplan. Met ‘Noord [D]’ wordt aangegeven welk deel van deze verkeersintensiteiten gebruik maken van de noordelijke ingang van de parkeergarage in de Dagperiode .
[A] = Avondperiode en [N] = Nachtperiode.
Voor wat betreft de openingstijden van de parkeergarage wordt ervan uitgegaan dat deze 24 uur per dag toegankelijk is. Van het totale aantal voertuigen dat gebruik maakt van de parkeergarage zal circa 60 % gebruik maken van noordelijke in- en uitrit (bezoekers tennispark en hotel) en 40 % van de zuidelijk in- en uitrit aan de Bovenkerkerweg (overige bezoekers). Het bovenstaande houdt in dat in dit onderzoek rekening is gehouden met 1,5 turnovers per dag, 0,9 turnovers per avond en 0,4 turnovers per nachtperiode. Dit houdt in dat er totaal per etmaal rekening is gehouden met circa 3 turnovers, waarbij met een turnover het aantal wisselingen van een voertuig per parkeerplek wordt bedoeld. Hierbij kan worden opgemerkt dat er enige ruimte in de parkeergarage is opgenomen voor eventuele toekomstige ontwikkelingen in de directe omgeving. Verder kan nog worden opgemerkt dat de langs de zuidelijke toerit naar de parkeergarage aanwezige parkeerplaatsen ongewijzigd worden gehandhaaft. De exacte plaats van de stuwventilatoren in de parkeergarage zijn vooralsnog aangenomen. Als uitgangspunt is een totale bronsterkte (LW) aangehouden van 58,3 dB(A) (op basis van een door een leverancier verstrekte gegevens).
Omdat de ventilatoren tegen het plafond van de parkeergarage worden aangebracht, zal hiervan mogelijk enkel ter plaatse van de in- en uitgang van de parkeergarage geluid zijn waar te nemen. Hiermee is in dit onderzoek
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-5
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
rekening gehouden bij het dimensioneren door ter plaatse van de in- en uitritten een afstralend vlak / uitstralende gevel op te nemen. De rijlijnen vanaf de beide toegangen tot de parkeergarage lopen door tot aan de grens van de inrichting. Dit is voor de Zuidelijke toegang tot aan het einde van de helling naar de parkeergarage, omdat er vanaf dat punt sprake is van de aansluiting op de openbare weg. Voor de Noordelijke toegang is deze doorgetrokken tot aan de aansluiting op de Bovenkerkerweg. Dit vanwege het feit dat dit stuk ontsluiting als prive-terrein wordt aangemerkt en volgens de legger geen openbare weg betreft. In dat geval dienen de betreffende verkeersbewegingen te worden aangemerkt als zijnde directe hinder. 2.6 Overige parkeerplaatsen Ten behoeve van de te bouwen appartementen worden naast de aanwezigheid van de parkeervoorziening in de parkeergarage, nog een aantal al dan niet openbare parkeerplaatsen ingericht in de directe nabijheid van de woongebouwen. Hiervan is het grootste deel als appartement gerelateerde parkeerplaats aangemerkt. Mochten hiervan nog enkele als ‘openbare’ of als aan de hotelaccommodatie gerelateerde parkeerplaatsen worden opgenomen in de nieuwe plannen, dan wordt voorgesteld om hiervoor de parkeerplaatsen aan te wijzen die op een grotere afstand dan 10 meter van de gevels van de geprojecteerde appartementen zijn gelegen.
2.7 Representatieve bedrijfssituatie Partycentrum Voor het vaststellen van de representatieve bedrijfssituatie voor het partycentrum [bowlingcentrum en feestzaal] is uitgegaan van de maximale bezetting van de grotendeels reeds bestaande inrichting. Zowel de bowlingbanen als de feestzaal op de verdieping van het partycentrum blijven ongewijzigd in gebruik. Enkel de entreeruimte aan de voorzijde wordt gewijzigd. De nieuwe entree voor het partycentrum wordt gesitueerd op de begane grond onder het te bouwen appartementengebouw. In de representatieve bedrijfssituatie is het partycentrum [horeca-inrichting] in tijdsduur, geluidsniveau en bezetting maximaal in bedrijf waarbij alle bedrijfsonderdelen gelijktijdig in werking zijn. Tijdens de representatieve bedrijfssituatie zijn niet meer dan 150 bezoekers binnen de inrichting aanwezig. Voor het gebruik van de horeca-inrichting wordt in de representatieve situatie uitgegaan van de volgende bedrijfsuren: • dagperiode (08.00 - 19.00 uur): 11,00 uur; • avondperiode (19.00 - 23.00 uur): 4,00 uur; • nachtperiode (23.00 - 01.00 uur): 2,00 uur. Bij de uitwerking van dit onderzoek zijn wij ervan uitgegaan dat deze openstelling overeenkomst met volledige bezettingsgraad van de inrichting. Hierbij zijn voor de installaties en de overige stationaire bronnen enigszins geringere maximale uren opgenomen waarop deze maximaal in werking zijn.
Zie hiervoor het overzicht van de stationaire bronnen. In de nieuwe situatie is er geen terrasfunctie meer opgenomen. Wel zouden er voor de entree van het partycentrum mensen kunnen staan praten voordat zij naar binnen gaan of om andere redenen, zoals bijvoorbeeld om er te roken. Verder zullen de technische voorzieningen, zoals koeling, verwarming, luchtverversing actief zijn ten behoeve van de horeca-inrichting. Voor het binnenniveau ter plaatse van het bowlingbanen is uitgegaan van een maximaal toelaatbaar niveau van 90 dB(A), geldend voor een drukbezochte ruimte met disco-bowlen. Voor het binnenniveau ter plaatse van de feestzaal op de verdieping is uitgegaan van een binnenniveau van 95 dB(A), geldend voor een discoruimte. Voor het muziekgeluid in beide
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-6
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
ruimten wordt uitgegaan van het POP-spectrum en dient een toeslag van 10 dB in rekening te worden gebracht indien er sprake is als herkenbaar muziekgeluid. Om ervoor te zorgen dat er geen sprake is van geluidoverlast naar de boven de entree gelegen appartementen, dient rekening te worden gehouden met een verzwaarde betonvloer en het aanbrengen van een akoestisch plafond in de entreeruimte. 2.7.1 Incidentele situaties Enkele malen per jaar is er de feestzaal mogelijk sprake van een evenement waarbij mogelijk een hoger binnenniveau gewenst is. Deze situaties kunnen aangemerkt worden als een incidentele bedrijfssituaties welke volgens het Activiteitenbesluit moeten worden gemeld en aangevraagd bij het bevoegd gezag. Omdat een optredend binnenniveau van 100 dB(A) welke is gegenereerd met de ruisgenerator, buiten op het dak niet waarneembaar/hoorbaar was, zal een incidentele toename van het geluid met 10 dB(A) geen noemenswaardige overlast veroorzaken ter plaatse van de belendende woonbebouwing. 2.8 Toetsingskader Activiteitenbesluit 2.8.1 Algemeen Het toetsingskader voor de geluidsbelasting afkomstig van de horeca-inrichting op de nieuw te bouwen appartementen is in feite tweeledig.
In het kader van het Activiteitenbesluit dient de gevelbelasting op de nieuw te bouwen appartementen te voldoen aan de maximale grenswaarde van 50 dB(A), dan wel aan het referentieniveau van het omgevingsgeluid indien dit niveau hoger mocht liggen. Daarnaast dient de ruimtelijke inpassing van de nieuw te bouwen geluidgevoelige ruimten te worden beoordeeld, waarbij de mogelijk optredende geluidsoverlast als gevolg van buiten het Activiteitenbesluit vallende activiteiten eveneens dient te worden beoordeeld. De geluidsvoorschriften zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit, geven enkel de hinder weer in de directe omgeving van het plangebied. Naast de directe hinder afkomstig van de activiteiten binnen het plangebied, kan er ook sprake zijn van verkeersaantrekkende werking als gevolg van het in werking hebben van de betreffende inrichtingen. Omdat de invloed van deze verkeersbewegingen dienen te worden overwogen tot de eerstvolgende afslag of kruising, betreft dit in het onderhavige geval slechts een relatief kort weggedeelte. 2.8.2 Grenswaarden Activiteitenbesluit Het in de directe omgeving van het plangebied gelegen inrichtingen vallen onder het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” van 6 november 2007 (Stb. 415, 2007, laatst gewijzigd Stb. 2010, 696 per 26 oktober 2010), hierna te noemen: Activiteitenbesluit.
Het Activiteitenbesluit schrijft voor welke activiteiten binnen de toetsing aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit moeten worden beoordeeld en welke activiteiten buiten beschouwing mogen worden gelaten. Het stemgeluid van mensen op het terras en op de tennisbanen bijvoorbeeld, is in deze situatie bij toepassing van de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit uitgesloten van toetsing. Uit jurisprudentie blijkt echter dat ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing het stemgeluid wel moet worden meegenomen omdat mogelijk hinder ervan kan worden ondervonden. Wij hebben in dit onderzoek naast overige relevante bronnen en de indirecte hinder afkomstig van aan de activiteiten toe te wijzen verkeersbewegingen, het stemgeluid van tennissers en mensen op het terras eveneens onderzocht. Verder blijkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing ook het maximale geluidniveau moet worden meegenomen omdat hiervan mogelijk hinder zou kunnen worden ondervonden.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-7
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
In het Activiteitenbesluit wordt gesteld dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de binnen de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat de niveaus op de genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in tabel 2.1 aangegeven waarden; Tabel 2-2: Geluidsnormen gevelbelastingen i.k.v. Activiteitenbesluit. Gel ui dsnor meri ng i .k.v. A cti vi tei tenbesl ui t LAr.LT op de gevels van gevoelige gebouwen LAr.LT in- of aanpandige gevoelige gebouwen LA.max op de gevels van gevoelige gebouwen LA.max in- of aanpandige gevoelige gebouwen
0 7.0 0-19 .00 uur 50 dB(A) 35 dB(A) 70 dB(A) 55 dB(A)
1 9.0 0-23.0 0 uur 45 dB(A) 30 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)
23.0 0-07 .00 uur 40 dB(A) 25 dB(A) 60 dB(A) 45 dB(A)
Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur maximale geluidsniveaus LAmax niet gelden voor laad- en loswerkzaamheden. 2.9 Toetsingskader ruimtelijke inpassing 2.9.1 Publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ Zoals reed is aangegeven in paragraaf 2.3 Milieuzonering, is voor de ruimtelijke inpassing tevens de methodiek van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” toegepast. Daarin wordt onderzocht of enerzijds de geprojecteerde geluidgevoelige bebouwing nabij de in de directe omgeving aanwezige inrichtingen niet beperkt in haar activiteiten en anderzijds of enige geluidhinder ter plaatse van de geluidsgevoelige objecten (appartementen) tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt. Voor zowel de tennisaccommodatie, de parkeergarage als het bowlingcentrum, dient te worden aangetoond in een nader uit te werken akoestisch onderzoek dat de optredende geluidhinder ter plaatse van de geprojecteerde geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving van deze inrichingen, tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. Volgens VNG-publicatie bedraagt de richtafstand voor een parkeervoorziening voor personenauto’s binnen het plangebied voor wat betreft geluid 10 meter in geval van omgevingstype “gemengd gebied”.
Voor alle openbare parkeerplaatsen die op een grotere afstand dan 10 meter van de geprojecteerde appartementen zijn gelegen, geldt dat zonder aanvullend akoestisch onderzoek kan worden gesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit wordt bevestigd in de onderstaande uitspraak: Uitspraak dd. 24 mei 2017, onder kenmerk 201507962/2/R3 RvS: in de betreffende uitspraak heeft de raad voor de situering van een parkeervoorziening aansluiting gezocht bij de in de VNG-brochure opgenomen richtafstand voor autoparkeerterreinen, die in het geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ met één afstandsstap mag worden verlaagd, te weten van 30 naar 10 m. Een gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat door het situeren van parkeerplaatsen op een afstand van ten minste 10 meter van de aanwezige woningen, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. In Bijlage 02 zijn de ligging van de appartement-gebonden parkeerplaatsen opgenomen. Deze zijn bouwplan gerelateerd en behoeven derhalve niet te worden getoetst in het kader van het Activiteitenbesluit.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-8
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
2.9.2 Toetsingswaarden ruimtelijke inpassing Bij de ligging van de betreffende inrichtingen in een ‘gemengd gebied’, waarvan in het onderhavige geval sprake is, dan gelden bij een geluidbelasting op voor geluidgevoelige bestemmingen van maximaal: • 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); • 70 dB(A) maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde); Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’, de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Omdat de uitwerking van het model met betrekking tot de toetsing in het kader van de ruimtelijke inpassing parallel loopt met de toetsingswaarde conform het Activiteitenbesluit, kan een van de beide toetsingen worden uitgevoerd als zijn de maatgevende voor beide toetsingscriteria. We zullen ons in dit onderzoek met name richten op de toetsingscriteria in het kader van de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt dan tevens voldaan aan de criteria conform het Activiteitenbesluit. Indien aan de bovengenoemde grenswaarden wordt voldaan, dan is de realisatie van het geprojecteerde appartementencomplex op grond van de VNG-publicatie, middels het verlenen van vrijstelling, zonder meer mogelijk.
Indien de bovengenoemde grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet toereikend zijn, kan hiervan voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een ‘gemengd gebied’ worden afgeweken tot maximaal: • 55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); • 70 dB(A) maximale geluidsniveaus LAmax (etmaalwaarde); Het bevoegd gezag dient hierbij echter te motiveren waarom zij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie van eventueel reeds aanwezige geluidbelasting dient te worden betrokken. 2.10 Toetsingskader inrichting gebonden verkeer Indirecte hinder vanwege Inrichting gebonden verkeer (het verkeer op een als ‘openbaar’ beschouwde weg, van en naar de binnen het plangebied gesitueerde inrichtingen), betreft voertuig-bewegingen afkomstig van de binnen het plangebied gesitueerde parkeerplaatsen in de open lucht en in de tegen het plangebied gelegen parkeergarage. De indirecte hinder wordt beoordeeld overeenkomstig de circulaire van VROM uit 1996. Conform deze Circulaire dienen akoestisch herkenbare geluidniveaus veroorzaakt door wegverkeersbewegingen van een naar een binnen het plangebied gelegen inriching separaat van de geluidniveaus vanwege deze inrichtingen zelf te worden berekend. Bij vergunningverlening kan worden uitgegaan van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
Indien een overschrijding van deze voorkeurswaarde niet kan worden voorkomen kan, mits gemotiveerd, een ontheffing worden overwogen tot de maximale grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde. De verkeersbewegingen op de openbare weg vanaf de zuidelijke toegang van de parkeergarage tot aan de Bovenkerkerweg wordt beschouwd als inrichting gebonden wegverkeer. In het onderhavige rapport dient te worden onderzocht in hoeverre er aan deze bovenstaande toetsingskaders kan worden voldaan.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
2-9
G E L U I D V E R M O G E N S
Hoofdstuk
3 3. Geluidvermogens 3.1 Akoestisch rekenmodel Het Activiteitenbesluit schrijft voor dat de geluidbelasting naar de geluidgevoelige bestemmingen moet worden bepaald conform de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai". In het rekenmodel zijn alle relevante bronnen, objecten en bodemgebieden meegenomen. Voor de omgeving van het onderhavige plangebied is gebruik gemaakt van de meest recente ondergrond afkomstig van de Grootschalige Basiskaart Nederland, terwijl het nieuw ingerichte plangebied is gemodelleerd overeenkomstig de door de initiatiefnemer aangeleverde meest recente tekeningen. Voor de geluidemissies van het tenniscomplex en de parkeergarage, is de input overgenomen van het meest recente akoestische onderzoek hiervoor. De geluid immissie vanwege het tenniscomplex, de parkeergarage en het bowlingcentrum is bepaald ter plaatse van de in de omgeving geprojecteerde nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in Bijlage 03. Op basis van de aan het opgestelde rekenmodel ten grondslag gelegen digitale ondergrond, is de geprojecteerde bebouwing opgenomen en zijn de relevante zachte en harde bodemgebieden apart gemodelleerd.
Voor de tennisbanen is, met uitzondering van de banen welke zijn gelegen op de parkeergarage waarvoor model technisch een bodemfactor van 0,0 (100% akoestisch hard) is ingevoerd, uitgegaan van een bodemfactor 0,4 (60% akoestisch hard). Water en wegen zijn ingevoerd met een bodemfactor 0,0 (100% akoestisch hard). Voor het gebied buiten de bodemgebieden is een standaard bodemfactor aangehouden van 0,8 (20% akoestisch hard). Ter plaatse van de geprojecteerde geluidgevoelige bebouwing in de directe omgeving van de betreffende inrichtingen zijn op voor het onderzoek relevante locaties beoordelingspunten gemodelleerd met een ontvangerhoogte van 1,50 meter boven de betreffende (verdiepings-)vloeren. De reflectie van de achterliggende gevel is niet meegenomen (invallend geluidniveau). 3.2 Geluidsvermogens en bedrijfsduur Door middel van metingen, door gebruikt te maken van de uitkomsten afkomstig van in het verleden uitgevoerde vergelijkbare bronmetingen of uit literatuurstudies, kan de geluidsemissie afkomstig van de relevante geluidsbronnen van de tennisaccommodatie, de parkeergarage en het partycentrum worden vastgesteld. Aan de hand van deze geluidsemissie en de bedrijfsduur kunnen vervolgens middels berekeningen de geluidsniveaus op de geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen worden vastgesteld.
Elke inrichting kan worden opgedeeld in een aantal akoestisch al dan niet relevante onderdelen, te weten afstralende gebouwdelen, stationaire bronnen, mobiele bronnen en mogelijk stemgeluiden. Er zijn, aangezien er voor zowel het tenniscentrum als de parkeergarage in het verleden reeds meerdere geluidsmetingen zijn uitgevoerd danwel deze zijn vastgelegd in jurisprudentie, zijn enkel ter plaatse van het bestaande partycentrum aanvullende geluidmetingen uitgevoerd. Dit om vast te kunnen stellen welke geluidbronnen er directe invloed hebben op de te bouwen appartementen.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
3-1
G E L U I D V E R M O G E N S
3.3 Geluidvermogens tenniscomplex 3.3.1 Binnenniveau clubgebouw Geluidsuitstraling via gebouwdelen vindt onder meer plaats als gevolg van activiteiten welke binnen het clubgebouw plaatsvinden. Binnen de inrichting wordt elektrisch versterkte achtergrondmuziek gedraaid. Deze muziek kan, afhankelijk van het geluidsniveau hiervan, mogelijk via de verschillende geveldelen naar buiten uitstralen. Het verschil tussen de geluidsniveaus in het tenniscomplex en de geluidsisolatie van de externe scheidingsconstructies van de inrichting, bepaalt de geluidsuitstraling van het gebouw naar de omgeving. Tabel 3-1: Overzicht gemiddelde geluidsniveaus in horeca gerelateerde bedrijven. Type i nr i chti ng Restaurant Cafe
Disco
A cti vi tei t Praten en achtergrondmuziek Eetcafe / Rustig bruin cafe Eetcafe / Rustig bruin cafe Druk cafe, normaal muziekniveau Danscafe / Jongerencafe Ouderendisco / Cafe met karaoke Feestcafe / Disco, soms livemuziek Jongerendisco, vaak livemuziek
LA r, L T 65 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A) 75 dB(A) 80 dB(A) 85 dB(A) 90 dB(A) 95 dB(A)
In de huidige situatie is uitgegaan van 75 dB(A) binnenniveau in het clubgebouw (op basis van de prognose voor de gebruikelijke geluidsniveaus in een druk café met normaal muziekniveau). Uitgaande van de ligging van het clubgebouw ten opzichte van de maatgevende geluidgevoelige bebouwing, het optredende binnenniveau en de geluidisolatie van de schilcontructie van de bebouwing, kan worden gesteld dat er geen sprake is van een relevante geluidbron in het kader van de uitvoering van het onderhavige akoestische onderzoek. 3.3.2 Afstralende geveldelen tennishallen Indien sprake is van een relatief geringe afstand tussen een geprojecteerde tennishal en de dichtstbij gelegen voor geluidgevoelige bebouwing, zou sprake kunnen zij van geluidsoverlast als gevolg van geluidsuitstraling via gebouwdelen. Gezien de relatief grote afstand tussen de tennishal en het dichtsbij gelegen voor geluidgevoelige bebouwing en een gemiddeld binnenniveau van 80 tot 85 dB(A) binnen het bebouwde deel van de inrichting, kan echter worden gesteld dat de afstralende geveldelen als akoestisch niet relevante bronnen kunnen worden aangemerkt. Een en ander is te verifieren door de bijdrage van de tegen het clubgebouw gelegen tennisbanen op het dichtst bijgelegen ontvangerpunt te beschouwen. Deze draagt, zonder schilconstructie, al niet bij aan de optredende geluidbelasting ter plaatse.
3.3.3 Stationaire bronnen Voor een aantal geluidniveauvermogens is gebruik gemaakt van literatuurgegevens, dan wel van reeds eerder uitgevoerde metingen ter plaatse van soortgelijke inrichtingen. De stationaire bronnen welke binnen de inrichting aanwezig zijn en als representatief voor het onderhavige onderzoek kunnen worden aangemerkt, zijn in deze paragraaf nader beschouwd. Tennisbanen: Het geluid ten gevolge van de tennisactiviteiten wordt bepaald door het slaggeluid (balslag), het stemgeluid van de spelers en mogelijk het stemgeluid van mogelijk aanwezige toeschouwers. De bronhoogte van het stemgeluid bedraagt 1,50 meter boven het tep plaatse heersende maaiveld en van het slaggeluid op circa 2,00 meter. Worst-case is uitgegaan van de meest nadelige hoogte, te weten 2,00 meter. Het geluid ter plaatse van de tennisvelden wordt veroorzaakt door de bal die tegen het racket komt en op de ondergrond stuiterd alsmede het lopen en het spreken van de spelers.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
3-2
G E L U I D V E R M O G E N S
Er is bij de uitwerking van dit onderzoek uitgegaan van een volledige bezettingsgraad van alle banen gedurende 11 uur in de dagperiode en gedurende 4 uur in de avondperiode. Voor de geluiduitstraling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn VDI 3770-2012 (Emissionskennwerte Technischer Schallquellen Sport- und Freizeiteanlagen, van de Verein Deutscher Ingenieure, 2012). Voor tennis is uitgegaan van een bronsterkte per speelveldgedeelte van een tennisveld van 80 dB(A). Dit komt overeen met een bronvermogen per tennisbaan van 83 dB(A). Het piekniveau voor schreeuwende en juichende personen bedraagt conform de gestelde in de betreffende Richtlijn 108 dB(A). Voor het gebruik van de tennisbanen wordt in de representatieve situatie uitgegaan van de volgende bedrijfsuren: • dagperiode (08.00 - 19.00 uur): 11,00 uur; • avondperiode (19.00 - 23.00 uur): 4,00 uur; • nachtperiode (23.00 - 07.00 uur): 0,00 uur. Ventilatie en afzuiging: Op het dak van de inrichting worden een drietal aan- en afzuigventilatoren opgesteld. Voor het bronvermogen van een dergelijke mechanische ventilatievoorziening wordt uitgegaan van kentallen van een gemiddelde aan- en afzuigventilator en bedraagt 75,0 dB(A).
Als representatieve situatie wordt uitgegaan van de volgende bedrijfsuren: • dagperiode (07.00 - 19.00 uur): 12,00 uur; • avondperiode (19.00 - 23.00 uur): 4,00 uur; • nachtperiode (23.00 - 01.00 uur): 2,00 uur. Gezien het optredende bronniveau en de ligging van het clubgebouw ten opzichte van de dichts bij gelegen geluidsgevoelige bebouwing, kan worden gesteld dat er geen sprake zal zijn van een geluidniveau dat relevant is voor de uitvoering vanhet onderhavige onderzoek. Om dit aan te tonen zijn de op het dak geplaatste units wel in het rekenmodel ingegeven. ‘Handlen’ van vuilcontainers: Voor het plaatsen van lege en oppakken van volle vuilcontainers is de gemiddelde bronsterkte vanwege een hele cyclus, inclusief manoeuvreren, LW = 104 dB(A). Met een totale bedrijfsduur van maximaal 0,25 uur in de dagperiode, betreft dit gezien de afstand tot de maatgevende geluidgevoelige bebouwing en de optredende geluidbelastingen afkomstig van het tennispaviljoen een akoestisch niet relevante bron. 3.4 Geluidvermogens parkeergarage 3.4.1 Ventilatoren parkeergarage De parkeergarage zal worden geventileerd met behulp van stuwdrukventilatoren. Dit om ervoor te zorgen dat de luchtkwaliteit in de parkeergarage aan de hieraan gestelde eisen voldoet.
Wost-case is aangehouden dat er maximaal een zestal stuwventilatoren zullen worden aangebracht met een bronvermogen van elk LW = 51 dB(A) [bijvoorbeeld type IDVHC-50v2 of gelijkwaardig]. Totaal LW=58,8 dB(A). Op basis van informatie van een installatiebureau, zullen deze gedurende de dagperiode in de regel maximaal ca. 90% van de tijd in bedrijf zijn op een laag toerental en in de avond- en nachtperiode maximaal ca. 25% van de tijd. Alleen bij brand schakelen deze naar een vol vermogen over waarbij de ventilatoren een geluidvermogenniveau van 69 dB(A) hebben. Deze laatste situatie wordt echter niet aangemerkt als zijnde behorende bij de representatieve situatie. Uitgaande van de gestelde bronniveaus en de situering in de grotendeels afgesloten parkeergarage, kan worden gesteld dat het geluid afkomstig van de ventilatoren als niet significant kan worden beschouwd. Deze zullen mogelijk enkel hoorbaar zijn ter plaatse van
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
3-3
G E L U I D V E R M O G E N S
de in- en uitgang van de parkeergarage. Hiermee is bij het bepalen van het afstralende vlak ter plaatse van de in- en uitgang rekening gehouden. 3.4.2 Afstralend vlak in- en uitgang parkeergarage Voor het bronvermogen van het afstralende vlak van de ingang tot de parkeergarage is een bronvermogen ingevoerd voor optredende geluid binnen de parkeergarage, niet zijnde aankomende en vertrekkende personenauto’s. Hiervoor is een bronvermogen ingevoerd van LW = 75,2 dB(A). Dit vermogen is gemeten in een soortgelijke situatie en gedurende 12 uur in de dagperiode opgenomen, 4 uur in de avondperiode en 1 uur in de nachtperiode. Dit betreft het afstralende geluidvermogen indien er geen voertuig gebruikt maakt van de in- en uitgang van de parkeergarage. In dat geval overrulet het voertuiggeluid het geluid van het afdstralende gevelvlak namelijk. Mochten er nog voertuigen vertrekken van uit de parkeergarage na 24.00 uur, dan kunnen zij enkel gebruik maken van de noordelijk gelegen in- en uitgang (achter het hotel). 3.5 Geluidvermogens Partycentrum De van het partycentrum [horeca-inrichting] afkomstige mogelijk relevante geluidbronnen zijn de afstralende gevels, vervoersbewegingen en laden en lossen, menselijke stemmen en de technische installatie. De diverse geluidsbronnen worden hierna nader beschouwd.
3.5.1 Voertuigbewegingen naar de parkeergarage De horeca-inrichting biedt plaats aan maximaal 150 personen. Op eigen terrein zijn geen parkeerplaatsen aanwezig. Voor het parkeren wordt met name in de avond- en nachtperiode gebruik gemaakt van de parkeergarage in de directe omgeving van de inrichting. Deze locaties liggen direct aan de openbare weg en worden nu reeds gebruikt voor het parkeren van personenauto’s. De akoestische invloed van de parkeerbewegingen zijn reeds beschouwd in het kader van de realisatie van de parkeergarage en vallen derhalve buiten dit onderzoek. 3.5.2 Stemgeluiden entree horeca-inrichting In de nieuwe plannen voor de horeca-inrichting wordt een ruime entreehal opgenomen om wachtende mensen binnen het bebouwde deel van de inrichting op te vangen. Vóór de entree van de inrichting zullen zich derhalve enkel mensen ophouden om er te roken. Voor rokende mensen wordt er in dit onderzoek van uitgegaan dat maximaal de helft van de aanwezige personen met stemverheffing spreekt en de rest luistert. In het simulatiemodel is hiervoor een geluidsbron ingevoerd. 3.5.3 Laden en lossen Het laden en lossen van horeca-benodigdheden vindt plaats middels een vrachtwagen nabij de ingang van het horeca-inrichting aan de voorzijde. Dit activiteiten vinden enkel in de dagperiode plaats. De vrachtwagens dienen achteruit te steken om de losplaats weer te kunnen verlaten.
Bij de uitwerking van de inputgegevens voor het onderzoek, dient derhalve het manoeuvreren met achteruitrijsignalering (voor zover deze is aangebracht op de voertuigen) te worden opgenomen. Tussen 7.00 uur en 19.00 uur vinden de volgende laad- en losactiviteiten middels een vrachtwagen plaats: • Afvoer van emballage; • aanvoer van levensmiddelen en dranken; • het lossen van 2 rolcontainers per dag. De totale tijd dat er geladen en gelost wordt middels de rolcontainers bedraagt totaal gemiddeld 15 minuten per dag. Aansluitend aan bovenstaande verkeersbewegingen middels vrachtwagens is er ook sprake van een verkeersbeweging in de dagperiode van één bestelwagen voor o.a. de levering van non-foodproducten e.d. Omdat deze enkel plaats vindt in de dagperiode kan deze worden aangemerkt als akoestisch niet relevant activiteit.
Projectnummer: 25056, versie 1.3 Datum: 25-11-2019
3-4
G E L U I D V E R M O G E N S
3.5.4 ‘Handlen’ van vuilcontainers: Voor het plaatsen van lege en oppakken van volle vuilcontainers is de gemiddelde bronsterkte vanwege een containercyclus, exclusief manoeuvreren, LW = 104 dB(A). Met een totale bedrijfsduur van maximaal 3 minuten per cyclus in de dagperiode, betreft dit een activiteit die voor de entreeruimte van de horeca-inrichting plaats vindt. Voor het manouvreren van de vrachtauto, wordt verwezen naar bronnummer Vw20. 3.5.5 Afstralende gevels en daken Voor horeca-inrichtingen geldt in zijn algemeenheid dat, naast de installatie in de buitenruimte, de afstralende gevels en daken veelal dienen te worden aangemerkt als akoestisch relevante bronnen. Dit geldt mogelijk ook voor deze inrichtingen. Derhalve zijn er op 14-11-2019 ter plaatse geluidmetingen uitgevoerd. Hierbij is, naast het doormeten van enkele stationaire bronnen, getracht de geluidsweerstand van de schilconstructie door te meten. Hiervoor is middel een ruisbron een geluidniveau van 100 dB(A) geproduceerd ter plaatse van de dansvloer in de op de verdieping gelegen feestzaal. Bij een opname op het dak van de inrichting, ter hoogte van deze dansvloer, was geen geluid vanuit de feestzaal hoorbaar/waarneembaar.
Dit houdt in dat de akoestische weerstand van de schilconstructie, voor zover deze in directe verbinding staat met de feestzaal en indirect ook met de bowlingbanen, voldoende geluidweerstand bezitten om de afstralende geveldelen bij het representatief in werking hebben van de inrichting, als akoestisch niet relevante bronnen te beschouwen. 3.5.6 Installaties Op het dak van de feestzaal zijn een aantal ventilatoren aanwezig met geforceerde luchtafvoer. Tijdens een opname van de optredende geluidbelastingen op het dak, bleken, op één ventilator na, alle ventilatoren een zeer gering geluidniveau te bezitten. De ventilator [Vent02] was echter goed hoorbaar. Uit uitgevoerde geluidmetingen bleek deze een bronvermogen te bezitten van 83 dB(A). Dit betreft een reeds jaren aanwezige oudere ventilator welke, mogelijk vanwege slijtage, resoneert. Deze bron zorgt voor een overschrijding van de gestelde grenswaarde op de geprojecteerde appartementen. Voorgesteld wordt derhalve om deze ventilator te vervangen door een langzaam draaiende ventilator met een bronvermogen van maximaal 70 dB(A). Hierdoor kan alsnog worden voldaan aan de gestelde grenswaarden. Daarnaast staat er een ‘relatief nieuwe’ airco-installatie tegen de achterzijde van de zaal op het dak. Deze was op het moment van de uitvoering van de geluidmetingen niet in werking.