Bijlage 4 Erfgoednota
Tekst van het document
Erfgoednota Visie en ambi e, Instrumentarium en Gebiedsbeschrijvingen
Inhoudsopgave
Deel 1: Amstelveens Erfgoed waarderen en benutten 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Visie en Ambi e De waarde van erfgoed Actualisa e Van object- naar gebiedsgericht Behoud door ontwikkeling en herbestemming Cultuurhistorie in bestemmingsplannen
Deel 2: Amstelveens Cultureel Erfgoed 2.1 2.2 2.3 2.4
2.5
2.6
Amstelveens Erfgoed Amstelveen in haar omgeving Poldergebied Historische kernen en linten 2.4.1 Het oude dorp Amstelveen 2.4.2 Bovenkerk 2.4.3 Nes aan de Amstel 2.4.4 Buurt over Ouderkerk Wijkopbouw en stedenbouwkundige structuren 2.5.1 Tuindorpen 2.5.2 Amsterdamse school / jaren ’30 bebouwing 2.5.3 Wederopbouw 2.5.4 Woonerven 2.5.5 Woongebieden na 1985 Amstelveense karakteris eken 2.6.1 Groen 2.6.2 Boerderijen 2.6.3 Buitenplaatsen 2.6.4 Kerken 2.6.5 Molens 2.6.6 Spoorlijn 2.6.7 Verdedigingswerken 2.6.8 Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek 2.6.9 Banpalen
Deel 3: Instrumentarium 3.1 3.2
3.3
Van visie naar uitvoering Landelijk beleid 3.2.1 Wet op de Archeologische Monumentenzorg 3.2.2 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht 3.2.3 Besluit Ruimtelijke Ordening 3.2.4 Erfgoedwet en omgevingswet Gemeentelijk beleid 3.3.1 Erfgoedverordening 3.3.2 Archeologisch beleid 3.3.3 Bestemmingsplannen 3.3.4 Omgevingsvergunning voor monumenten 3.3.5 Bouwplanadvisering 3.3.6 Erfgoedcommissie 3.3.7 Onderhoud aan monumenten 3.3.8 Monumentale interieurs 3.3.9 Subsidie voor onderhoud en restaura e 3.3.10 Promo e van het Amstelveense Erfgoed
Theekoepel bij buitenplaats Oostermeer, Amsteldijk noord 37
Deel 1:
Amstelveens Erfgoed waarderen en benutten 1.1
Inleiding
Erfgoed speelt een belangrijke rol binnen elke gemeente. Het is van belang bij de ontwikkeling van de hedendaagse stad, verbetert het vestigingsklimaat en heeft een grote aantrekkingskracht op publiek. Het kan gezien worden als een gemeenschappelijk goed, dat de kwaliteit van leven in de woonplaats verhoogt. Het vormt een aantrekkelijk decor voor wonen, werken, winkelen en recreëren. Erfgoed1 is van toegevoegde waarde voor het imago van een woonplaats en hee een iden teitsbepalende factor. Het onderscheidt Amstelveen van andere gemeenten. Tegelijk zet stedelijke groei het aanwezige culturele erfgoed onder steeds grotere druk. Het is daarom van belang dat het Amstelveense erfgoed meer aandacht krijgt en goed wordt gepresenteerd. Bekendheid met het aanwezige erfgoed is niet alleen relevant voor bewoners, maar ook voor ontwikkelaars en andere bedrijven. Het is van belang dat we de kansen zoeken en benutten om onze kwaliteiten uit te dragen en bij nieuwe ontwikkelingen te betrekken. Erfgoed is ons maatschappelijk kapitaal dat we in het algemeen belang beschermen en behouden, maar ook willen benutten: voor het Amstelveen van nu, maar zeker ook voor het Amstelveen van de toekomst.
1 Met cultureel erfgoed bedoelen we in deze nota het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Voor het immateriële erfgoed, de cultuur en de kunsten en de kunstwerken in de openbare ruimte waaronder herdenkingsmonumenten verwijzen we u naar de nota Het Cultuurplan.
In deze Erfgoednota beschrij de gemeente het erfgoed van Amstelveen en de beoogde omgang ermee, in drie delen. Het eerste beschrij de ambie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed. Het tweede deel beschrij Amstelveen in al haar (ruimtelijke) face en; van de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed. In het derde deel wordt het instrumentarium beschreven: welke middelen hebben we ter beschikking om onze visie en ambi e waar te maken? Heilige St. Annakerk, Amsterdamseweg 22
1.2
De waarde van Erfgoed
Cultureel Erfgoed is alles wat het waard is om behouden te worden voor komende generaties. ‘Waarde’ is een kernbegrip in de zorg en de waardering voor erfgoed. Wat als waardevol wordt beschouwd, verdient het immers om (her)gebruikt, behouden en gekoesterd te worden. ‘Waarde’ betre meer dan alleen de financiële waarde: deze waarde komt in de markt tot stand in het spel van vraag en aanbod. In de meest basale betekenis verwijst het ook naar gebruikswaarde; zoals het wonen of werken in een gebouw. Daarnaast speelt de belevingswaarde van erfgoed een grote rol. In alle gevallen waarbij waarde wordt toegekend aan het culturele erfgoed, is kennis van belang. Wanneer men de waarden (financiële waarde, gebruikswaarde, belevingswaarde) kent van het object of terrein, zal men een meer overwogen beslissing maken in de omgang ermee. Het is daarom belangrijk dat de gemeente haar culturele erfgoed promoot, aanstuurt op een verstandige omgang ermee en inspira e biedt voor de ontwikkelingen ervan. De waardering van cultuurhistorische gebouwen, objecten en gebieden is complexer dan het lijkt, zo blijkt uit de verschillende componenten waaruit ‘waarde’ bestaat. Wanneer de waarden zijn toegekend, ontstaat de vraag met betrekking tot de omgang met de verschillend gewaardeerde objecten en terreinen. Alles dat ‘van waarde’ wordt geacht, dient niet per Dorpsstraat 24 en 26
defini e onaangetast te blijven. Er is geen absolute scheiding tussen waardevol en waardeloos, en behoudenswaardig en niet-behoudenswaardig. Waardevol erfgoed hoe immers niet uitgezonderd te worden van enige ontwikkeling en weinig-waardevol erfgoed kan juist door ontwikkeling versterkt worden. Daarnaast bestaat ook nog verschil tussen het individueel belang en collec ef belang. Monumenten worden aangewezen in het ‘algemeen belang’. De individuele eigenaar kan echter niet blij zijn met zo’n aanwijzing, vanwege de vermeende beperkingen in de handelingsvrijheid die de aanwijzing met zich mee brengt. Voor ingrijpende wijzigingen in een monument moet immers al jd een omgevingsvergunning worden aangevraagd en overleg gepleegd worden met monumentenambtenaren. Anderzijds kan een woningverbetering voor een individu, zoals het aanbrengen van een dakkapel waarmee het woongenot wordt vergroot, voor het collec ef een verslechtering betekenen, zoals aantas ng van het straatbeeld. Toch is de ervaring dat dit poten ële conflict tussen het private en het collec eve belang in vrijwel alle gevallen in goed overleg tussen eigenaar en gemeente kan worden opgelost door te zoeken naar een op maal evenwicht tussen respect voor de monumentale waarden en private wensen op het gebied van wooncomfort en gebruikswaarde.1 Cultureel erfgoed op waarde geschat.
Economische waardering, verevening en erfgoedbeleid. Simon van Dommelen en Cees-Jan Pen. Pla orm 31/ Vrije Universiteit Amsterdam/Universiteit Twente; Maart 2013. 2
1.3
Actualisatie
Deze Erfgoednota vervangt de Monumentennota, die was vastgesteld in 2005. Er is sindsdien veel gebeurd op gebied van het Amstelveense culturele erfgoed en de landelijke regelgeving. De aanleiding tot het vaststellen van de Monumentennota des jds was het inventariseren en het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Dit is inmiddels geen prioriteit meer, daar de gemeente inmiddels beschikt over, voor nu, complete monumentenlijsten die een representa ef beeld geven van de ontstaansgeschiedenis en historische groei van Amstelveen. Ook op andere punten is de monumentennota aan vervanging toe. Zo bestaat de gemeentelijke monumentencommissie al geruime jd niet meer, hebben we sinds 2008 een archeologiebeleid en is de landelijke wetgeving op verschillende punten gewijzigd sinds 2005. Met deze Erfgoednota wordt daarom ingegaan op de actualiteiten: het opnemen van cultuurhistorie in de bestemmingsplannen, het actualiseren van het archeologiebeleid, de omschakeling van objectgericht- naar gebiedsgericht denken en het credo ‘behoud door ontwikkeling’. De monumentenlijst van de gemeente Amstelveen bestaat momenteel uit: ● 39 Rijksmonumenten ● 1 Provinciaal monument ● 128 Gemeentelijke monumenten ● 1 Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ● 10 Gemeentelijke beschermde stads- of dorpsgezichten Hiermee zijn de meest waardevolle gebouwen, objecten en parken afdoende beschermd.
Monumenten zijn bij wet beschermd: zonder omgevingsvergunning mag er niets wijzigen aan het uiterlijk aanzien. Andere zaken met cultuurhistorische waarden, maar zonder monumentale bescherming, hebben beleidsma g een stuk minder bescherming. Sloop van bijvoorbeeld karakteris eke panden is niet tegen te gaan, en vergunningvrij kan er op van alles worden op-, aan- en bijgebouwd.
Onder het credo ‘Behoud door ontwikkeling’ streven wij ernaar deze striktheid enerzijds en vrijheid anderzijds dichter bijeen te brengen.
Een monumentale bescherming mag enerzijds geen keurslijf zijn waarbinnen de jd s l staat, en een karakteris ek pand of cultuurhistorisch waardevol gebied moet anderzijds beeldbepalend zijn en blijven en inspira e bieden bij nieuwe ontwikkelingen. De prioriteit in deze Erfgoednota zal daardoor, in tegenstelling tot die van de Monumentennota, niet meer liggen in het inventariseren en aanwijzen van monumenten. De Erfgoedverordening maakt dat nog al jd mogelijk, maar veel meer zal er ingestoken worden op het behoud van structuren en ensembles. De omgang met het lokale cultureel erfgoed in meer algemene zin, zal in deze nota onder de loep worden gelegd. We focussen niet langer op een strikt en sta sch behoud van objecten, maar vooral op de ontwikkeling van gebieden, structuren, ensembles en gebouwen, waarbij cultuurhistorie en erfgoed wordt ingezet als inspira ebron en verrijking. Het archeologiebeleid van Amstelveen was vastgesteld in 2008 en toe aan een actualiseringsslag. Hoewel uit de prak jk blijkt dat het huidige beleid aan de hand van de beleidsadvieskaart goed func oneert, is op een aantal punten inmiddels behoe e aan aanvulling op en aanpassing van de kaart.
De entallen archeologische onderzoeken die sinds 2008 hebben plaatsgevonden in de gemeente geven aanleiding tot een kri sche evalua e van de archeologische verwach ngswaarde met betrekking tot de kreeksystemen in de droogmakerijen en de hieraan gekoppelde vrijstellingsgrenzen. In opdracht van de gemeente Amstelveen hee RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2015/2016 een actualisa e van de bestaande gemeentelijk archeologische verwachngs- en beleidsadvieskaart gemaakt. Het rapport en de bijbehorende beleidsadvieskaart ten behoeve van de actualisa e archeologiebeleid gemeente Amstelveen opgesteld door archeologisch Adviesbureau RAAP is te vinden in bijlage 8.
1.4
Van object- naar gebiedsgericht
De meest prominente en meest bijzondere historische gebouwen en parken in Amstelveen hebben, zoals gezegd, een monumentale status. Samen vertegenwoordigen zij een representatief beeld van de Amstelveense bouwgeschiedenis. Daarmee is de gemeentelijke monumentenlijst op hoofdlijnen compleet. Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wijst nog alleen rijksmonumenten binnen drie categorieen aan: de wederopbouwperiode, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en archeologische monumenten. Naar verwach ng zullen er in Amstelveen voorlopig geen monumenten aan de Rijksmonumentenlijst worden toegevoegd. In plaats van de sta sche bescherming van objecten, is de tendens nu meer om te kijken naar historische structuren en ruimtelijke elementen waaruit we de ruimtelijke opbouw en ontwikkeling van Amstelveen kunnen aflezen. Denk daarbij aan lintdorpen, dijken, de verkaveling van het veenlandschap, groenstroken en de stedenbouwkundige opzet van woonwijken die typerend zijn voor een bepaalde bouwperiode. Daarbij gaat het niet puur en alleen om behoud, maar veel meer om ‘behoud door ontwikkeling’, behoud van het ruimtelijk karakter en de beleving.
Het aanwijzen van een object, gebouw of structuur als monument is minder relevant; het opnemen van een dubbelbestemming ‘cultuurhistorie’ in het bestemmingsplan, het aanduiden van karakteris eke objecten en het omschrijven van cultuurhistorische kenmerken in bijvoorbeeld Beeldkwaliteitplannen en Bestemmingsplannen is het uitgangspunt voor het behoud en versterken van cultuurhistorie in meer algemene zin. Dit betekent dus niet dat er op die cultuurhistorisch waardevolle loca es geen ontwikkelingen meer plaats kunnen vinden, maar dat deze ontwikkeling met besef ván en respect vóór de waarde van de betreffende loca e gebeurt. Een belangrijke gemeentelijke taak daarbij is het creëren van besef en kennis van de aanwezigheid en betekenis van cultuurhistorie. Als gevolg daarvan zal de waardering voor het Amstelveense erfgoed toenemen, en
Kruiskerk, Van der Veerelaan 30a
hopelijk tot besef van de geschiedenis en kennis van de loca e leiden en zodoende inspira e brengen bij ruimtelijke ontwikkelingen en zorgen voor extra zorgvuldige planontwikkeling op gevoelige loca es. 1.5 Behoud door ontwikkeling en herbestemming Een monumentale bescherming is een effectieve, maar soms wel statische methode om erfgoed te beschermen. Voor veranderingen aan het monument dient altijd een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Vaak voldoen historische gebouwen echter niet meer aan de wensen van deze tijd. In deze snel veranderende samenleving zal herbestemming van een gebouw steeds vaker aan de orde komen. Herbestemming betekent dat een bestaand gebouw een andere func e krijgt dan waarvoor het aanvankelijk bedoeld is. Hierdoor komt het gebouw
niet leeg te staan en wordt het niet gesloopt, maar krijgt het, al dan niet na aanpassingen van het exen/of interieur, een nieuw leven: ‘behoud door ontwikkeling’.
Door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen is er de laatste jaren sprake van een toenemende leegstand van vastgoed, ook in Amstelveen. Denk hierbij aan de wijziging van de bevolkingssamenstelling, veranderende opva ngen over werkomstandigheden, het online winkelen, de ontkerkelijking, de ontwikkelingen in het onderwijs en de schaalvergro ng in de landbouw. Een deel van de leegkomende gebouwen hee een monumentale status. Religieus erfgoed zoals kerken en pastorieën, maar ook industrieel erfgoed en historische boerderijen krijgen in toenemende mate met leegstand en dus ook met herbestemming te maken. Dit betre vaak beeldbepalende gebouwen die belangrijk zijn voor de iden teit van een wijk, dorp, stad of streek. Leegstand leidt op den duur tot verval en uiteindelijk tot instor ng of sloop. De gemeente Amstelveen is voorstander van het herbestemmen van gebouwen, en treedt s mulerend en faciliterend op bij het zoeken naar de mogelijkheden hiervoor. Voor monumenten geldt dat de nieuwe bestemming met respect voor de beschermenswaardige onderdelen van het monument dient te gebeuren.
Dat dit mogelijk is, wordt duidelijk uit een aantal succesvol herbestemde monumenten in Amstelveen, zoals de voormalige Sint Josephschool in Nes aan de Amstel, die momenteel bewoond wordt; De Dorpskerk in het Oude Dorp wordt momenteel gebruikt als medisch centrum; het sta on Amstelveen is in gebruik als winkel en Bed & Breakfast; de voormalige marechausseekazerne is in gebruik als restaurant en de voormalige kaasschuur, onderdeel van de monumentale boerderij aan de Amsteldijk zuid 91, is in gebruik als zorgwoning. Succesvolle verbouwingen, met respect voor de monumentale waarden van het gebouw. Deze historische gebouwen kregen door hun nieuwe func e nieuw leven ingeblazen en zijn daarmee op een
duurzame wijze voorbereid op de toekomst. Om herbestemming, en daarmee het behoud van deze panden te kunnen garanderen, dient een func ewijziging in het betreffende bestemmingsplan dan ook mogelijk gemaakt te worden en dient ook de Erfgoedcommissie zich ruimdenkend en welwillend op te stellen, ten behoeve van het voortbestaan van historische gebouwen. 1.6 Cultuurhistorie in bestemmingsplannen In plaats van de statische moumenten-bescherming van objecten, is de tendens zowel op landelijk als op lokaal niveau om te kijken naar historische structuren en ruimtelijke elementen waaruit we de ruimtelijke opbouw en ontwikkeling van Amstelveen kunnen aflezen. Dat is niet alleen een lokale wens in Amstelveen, maar is van Rijkswege ingegeven. Sinds 2014 zijn gemeenten we elijk verplicht om cultuurhistorie op te nemen in de bestemmingsplannen (ar kel 3.1.6 lid 2 sub a Bro). Dat gebeurt op de verbeelding (bestemmingsplankaart) en in de regels. Er zijn verschillende manieren om cultuurhistorische waarden vast te leggen op de verbeeldingen. Dit kan doormiddel van een bestemming, een dubbelbestemming of een bouwaanduiding. Een bestemming of dubbelbestemming hee een prioritair karakter en betre bijvoorbeeld ‘van waarde’. Een aanduiding gee meer specifiek bouw- of gebruiksbeperkingen voor de onderliggende bestemming. Het is Grafmausoleum van Oscar Carré, Begraafplaats Zorgvlied
daarom van belang om een goede inventarisa e en analyse te maken van de aanwezige cultuurhistorische waarden in de gemeente Amstelveen. Vervolgens dient hier een waardering aan toegekend te worden. De gemeente Amstelveen hee behoe e aan een opname van cultuurhistorie in het grotere perspecef. De aandacht ligt niet langer alleen op behoud, maar veel meer op ontwikkeling, hergebruik en beleving. De objectgerichte benadering zoals deze de afgelopen jaren hee geresulteerd in een monumentenlijst, wordt gecombineerd met een gebiedsgerichte benadering van de cultuurhistorie in meer algemene zin. De aandacht gaat uit naar het niet-beschermde erfgoed, zoals karakteris eke en beeldbepalende panden, cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles en historische landschappen. De gebieden die op de cultuurhistorische waardekaart als cultuurhistorisch waardevol zijn aangemerkt kunnen in het betreffende bestemmingsplan expliciet met een dubbelbestemming ‘cultuurhistorisch waardevol’ worden opgenomen. De regels
die hier vervolgens aan verbonden zullen worden, kunnen uiteenlopen. Deze kunnen variëren van een symbolische dubbelbestemming, uitsluitend ter bewustwording van de waarden in een vroeg stadium, tot het opnemen van specifieke bouwaanduidingen zoals het bijvoorbeeld het vastleggen van de kapvormen of een voorgevelrooilijn. In bijlage 12 van deze nota wordt, per bestemmingsplangebied, de aanwezige cultuurhistorie (cultuurhistorie, archeologie en monumenten) geïnventariseerd, beschreven en gewaardeerd. Van elk bestemmingsplan is een toelich ng geschreven over de aanwezige cultuurhistorische waarden, het beleid op gebied van archeologie en de aanwezige monumenten. De uitwerking van deze inventarisa e en waardering, in de vorm van een verbeelding op de plankaart en in de regels, vindt uiteindelijk plaats bij de herziening van het betreffende bestemmingsplan. De cultuurhistorische beschrijving zal worden opgenomen in de toelich ng van het bestemmingsplan.
Entree Broersepark met oorlogsmonument, Amsterdamseweg nabij 60
Deel 2:
Amstelveens Cultureel Erfgoed 2.1 Van dorp in het veen tot dynamische stad Hoe de geschiedenis van Amstelveen is verlopen, is terug te vinden in de objecten die ons hieraan herinneren, evenals in de landschappelijke en de stedenbouwkundige structuren waaruit onze gemeente is opgebouwd. De gemeente Amstelveen is binnen een eeuw uitgegroeid van een landelijk dorp in de polder tot een stad met ruim 80.000 inwoners. De ruimtelijke relicten van deze ontwikkelingen maken Amstelveen onmiskenbaar tot het Amstelveen zoals wij dat kennen.
De toekomst van een stad is al jd verbonden met haar historie. Daarom moeten wij ons bewust zijn van de ons resterende herinneringen uit dat verleden, en daar zorgzaam mee om gaan. Het gaat daarbij niet alleen om het aanwijzen van monumenten, die om hun historisch-bouwkundige kwaliteit, zeldzaamheid of ouderdom op een monumentenlijst geplaatst worden. Steeds meer gaat het over ruimtelijke structuren en lokale karakteris eken. Te denken valt hierbij aan dijklichamen, verkavelingspatronen, water- en groenstructuren, lintbebouwing en stedenbouwkundige ontwerpen. De meest waardevolle objecten in de gemeente hebben in de afgelopen decennia een monumentenstatus verworven, en zijn daarmee duurzaam ‘veilig’ gesteld voor de toekomst. De focus van deze nota ligt daarom op de beschrijving en de waardering van de cultuurhistorie van de gemeente in meer algemene zin. Daarmee wordt een omslag gemaakt van een objectgerichte monumentenzorg, naar een gebiedsgerichte omgang met
cultureel erfgoed. In dit deel ‘Amstelveens Cultureel Erfgoed’ van de nota wordt de ligging van de gemeente, de ontstaansgeschiedenis en de ruimtelijke karakteris ek van Amstelveen beschreven in meer algemene zin. In bijlage 9 zijn per bestemmingsplangebied cultuurhistorische beschrijvingen opgenomen, evenals het archeologisch beleid en de aanwezige monumenten. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader, vastgesteld in 2013, wordt in de inleiding gesteld dat “Ruimtelijke kwaliteit een culturele waarde vertegenwoordigt. Zo vormt cultuurhistorie een boodschapper uit het verleden, gee iden teit aan de plek en oefent het aantrekking uit op bewoners en bezoekers”. Cultuurhistorie is niet alleen te vinden in monumentale, historische panden en objecten, maar ook in de omgeving van alledag: de architectuur om ons heen, de stedenbouwkundige opzet van wijken en de landschappelijke patronen. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt dan ook ingezet op het versterken van routes en structuren, behoud en versterking van diversiteit in en tussen wijken en meer aandacht voor behoud van cultuurhistorie. Dit hoofdstuk omschrij de ligging van de gemeente en de ruimtelijke opbouw van de gemeente Amstelveen: van historische dorpskernen tot woonwijken uit 1985 en daarna. Tezamen vertellen deze historische relicten het verhaal over de ruimtelijke ontwikkeling en groei van de gemeente in meer algemene zin.
Vanwege de focus op de context en structuren in plaats van op het object, worden de aanwezige monumenten niet behandeld in dit hoofdstuk.
2.2 Amstelveen in haar omgeving Amstelveen is gelegen in de provincie NoordHolland en grenst aan de noordzijde aan de gemeente Amsterdam. Aan de westzijde grenst Amstelveen aan de gemeente Aalsmeer, aan de zuidzijde aan de gemeente Uithoorn en aan de oostzijde aan de rivier de Amstel die vanaf het midden tot de naastgelegen gemeente OuderAmstel en gemeente de Ronde Venen behoort. De gemeente hee een oppervlakte van 44 vierkante kilometer, en hee momenteel ruim 87.000 inwoners. Tot 1964 hee e de gemeente Amstelveen nog de gemeente Nieuwer-Amstel. In de Middeleeuwen was het Amstelland in tweeën gedeeld: OuderAmstel ten oosten van de Amstel, en Nieuwer-Amstel ten westen van de Amstel. In dit westelijke deel ontstond het dorpje Amstelveen te midden van een groot turfwinningsgebied. Tot het einde van de 19de eeuw liep de grens tussen de gemeente Amsterdam en de gemeente NieuwerAmstel dwars door het huidige Amsterdam-Zuid, ten zuiden van de Singelgracht, onder andere ter hoogte van de huidige Van Baerlestraat en Ceintuurbaan. Aan de Amsteldijk staat nog al jd het voormalige Raadhuis van Nieuwer-Amstel, gebouwd in 1890. Toen in 1896 het noordelijke en dichtbevolkte gedeelte van de gemeente Nieuwer-Amstel door de gemeente Amsterdam werd geannexeerd, werd hals over kop een nieuw gemeentehuis gebouwd aan de Dorpsstraat in het dorp Amstelveen.
In 1921 werd opnieuw een groot deel van de gemeente NieuwerAmstel geannexeerd door de gemeente Amsterdam. De gemeentegrens kwam te liggen bij de Kal eslaan. Nieuwer-Amstel werd gereduceerd tot het nog kleine oude dorp van Amstelveen en een groot landelijk gebied met enkele kleine dorpen. Vanaf de jaren der g begon de gemeente weer te groeien, nadat er verschillende aantrekkelijke woonwijken werden gebouwd in het noordwesten van de gemeente. Na de Tweede Wereldoorlog werd Nieuwer-Amstel een overloopgemeente voor Amsterdam en een populaire ves gingsplaats voor mensen die op Schiphol werkten. Uitbreidingswijken werden in snel tempo uit de grond gestampt; in
de jaren zes g was Amstelveen enige jd de snelst groeiende stad van Nederland. 2.3 Poldergebied In de 12de eeuw zijn de eerste kolonisten begonnen met het graven van parallel aan elkaar liggende afwateringssloten vanaf de westelijke Amsteloever het veen in. Dit werd in eerste instantie gedaan om de moerasachtige bodem bruikbaar te maken voor landbouw en veeteelt. Tussen de 15e en de 19e eeuw hee op grote schaal ontvening plaatsgevonden. Veen werd afgegraven om het in gedroogde vorm (turf) te gebruiken als brandstof. In eerste instan e vond deze veenwinning droog plaats: de afgraving ging tot aan het grondwater. Later werden grootschalige gebieden afgegraven waarbij veen werd gewonnen tot 3 tot 4 meter onder het grondwaterniveau: het zogeheten ‘slagturven’. Hierdoor ontstonden grote waterplassen met wateroverlast tot gevolg. Daarom werden openbare, hoger gelegen looppaden uitgespaard in oost-westelijke rich ng, zoals de Ouderkerkerlaan, het grote loopveld (huidige A9-tracé) en de Kal eslaan. Zicht over de Amstel, vanaf de Amsteldijk Noord
Gewoond werd er met name op de hoger gelegen dijklichamen in één of tweezijdige lintbebouwing, en hier vond ook het vervoer van mensen en goederen plaats. Deze noord-zuid georiënteerde veendijken vormden de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden. Voorbeelden van deze hoger gelegen veendijken zijn de Amsterdamseweg, de Dorpsstraat, de Handweg, de Bovenkerkerweg en de Legmeerdijk. Langs de Amstel is meer dan alleen een dijklichaam onverveend gebleven. Hier ligt een brede strook ‘bovenland’: onontgonnen gebied dat een natuurlijke barrière vormde tegen het water uit de Amstel. Vanwege de kleiige afze ng uit de rivier was de grond niet bruikbaar als brandstof. Hierop werden boerderijen, buitenplaatsen en woningen gebouwd. In de loop der eeuwen werd de wateroverlast van de door de ontvening ontstane meren steeds erns ger. Door oxida e en inklinking van het veen zakte de bodem en nam de wateroverlast toe. In de 19de en 20ste eeuw werden de door de veenwinning ontstane plassen drooggemaakt met behulp van molengangen, die het water vanuit de polder terugpompten in de Amstel. De drooggemalen, lager gelegen grond werd gebruikt voor weidegrond. Zo is de Middelpolder tussen 1891 en 1894 drooggelegd, en de Rietwijkerpolder in 1906. Rond de Middelpolder is een geheel zelfstandige Ringdijk aangelegd, waaraan boerderijen werden gebouwd. In de Bovenkerkerpolder werd tot 1639 turf gestoken.
De Ouderkerkerlaan vormde de grens tussen de Bovenkerkerpolder en de Middelpolder: beiden ooit grote waterplassen. Al dat water vormde uiteindelijk zo’n bedreiging voor Amstelveen en Amsterdam dat de waterplas weer droog gemalen werd. Een groot gedeelte van de polder is dus, na drooglegging, bewoond, een ander gedeelte nog steeds in gebruik door boeren en vee. Veel mensen in de wijken Keizer Karelpark, Groenelaan, Waardhuizen en Middenhoven zullen zich niet realiseren dat zij in een voormalig meer, dus lager, wonen.
De Oosteinderpoelpolder (1868) en de Noorder-Legmeepolder (1883-1886) zijn voornamelijk voor de akkerbouw in gebruik genomen. Niet drooggemalen plassen, zoals de Poel, leveren geliefde recrea egebieden op.
Luch oto oto Beneden-Bovenland Onverveend Bovenland langs de Amstel Luch
2.4 Historische kernen en linten Binnen het grondgebied van de huidige gemeente Amstelveen zijn vier verschillende historische dorpskernen te vinden: Buurt over Ouderkerk (onderdeel van het dorp Ouderkerk aan de Amstel), Nes aan de Amstel, Bovenkerk en het dorp Amstelveen. Deze dorpjes ontstonden daar waar mensen en goederen samenkwamen: op een kruispunt van wegen, gesitueerd op de hoger gelegen dijklichamen. Hoewel deze historisch gegroeide lintdorpen in de loop van de 20ste eeuw grotendeels zijn opgeslokt door de uitdijende bebouwing, zijn ze nog goed herkenbaar. Ze wijken qua ruimtelijke en architectonische kenmerken sterk af van de omliggende, modernere bebouwing. Typerend voor de historische kernen en linten is dat ze historisch zijn gegroeid, en niet planma g zijn ontwikkeld. Er is veelal individueel gebouwd, de bebouwing dateert uit verschillende jden en verschilt in vorm, massa, s jl en dakcontour. Daarnaast wordt de diversiteit in bebouwing veroorzaakt door func emenging. Veelal staan woningen, kerken, winkels, horeca en scholen door elkaar. In deze historische dorpskernen is het overgrote deel van de monumenten, de beschermde dorpsgezichten en de archeologische verwach ngsgebieden met een hoge waarde te vinden.
2.4.1 Het oude dorp Amstelveen Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilometer westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. De veendijk fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke rich ng optrekkende ontginningen. Langs deze kade zijn al in een vroeg stadium de buurtschappen Roemersdorp, Middeldorp en Smedeman ges cht. Deze groeide uit tot de be-
langrijkste dorpskernen binnen de heerlijckheid (voorloper van de gemeente) Nieuwer-Amstel. In de loop der jd zijn de nederze ngen aan de Veendijk aan elkaar gegroeid en gezamenlijk bekend komen te staan als Amstelveen. Deze benaming komt in de loop van de 15e eeuw voor het eerst voor in schriftelijke bronnen. Hoewel sterk op Amsterdam georiënteerd, bleef Amstelveen tot in de 20ste eeuw een landelijke nederze ng waarvan de bevolking zich bezighield met veehouderij, turfwinning en visserij. In de 17e en 18e eeuw waren in het dorp Amstelveen een kerk, een aantal herbergen, winkels en ambachtelijke bedrij es te vinden. Het oude dorp Amstelveen had omstreeks 1850 een lintvormig karakter, waarin zich een plaatselijke verdich ng bevond rond de kerk aan het Dorpsplein. Zowel aan de Dorpsstraat als in de ring rond de Dorpskerk bevond zich voornamelijk vrijstaande bebouwing. Omdat de Amsterdamseweg de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden vormde, was het dorp Amstelveen een goede pleisterplaats met herbergen voor de passerende mensen- en goederenstroom. In de 19de eeuw werd zelfs tol geheven aan de Dorpsstraat. Na de aanleg van het spoorlijntje in 1915 en de komst van het sta on Amstelveen, nam het inwonersaantal snel toe.
Luch oto Oude Dorp Amstelveen
In de jaren zes g bleek dat het oude dorp niet langer als kern kon dienen voor de moderne en nog al jd snel groeiende plaats. Men ontwikkelde een nieuw krach g, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum; het latere stadshart. Horeca en winkels vertrokken in rap tempo uit het dorp rich ng het nieuwe centrum. In deze periode hee een deel van de historische bebouwing in het oude dorp plaats moeten maken voor modernere bebouwing. 2.4.2 Bovenkerk Het lintdorp Bovenkerk ligt ten zuiden van het dorp Amstelveen, aan de zuidelijke oever van de Poel. In de loop van de 19de eeuw is uit de lineaire nederze ng langs de Legmeerdijk het dorp Bovenkerk tot ontwikkeling gekomen. Het dorp dankt zijn naam aan een voormalig kerkje dat vroeger langs de weg hee gestaan, bij de kruising met de tegenwoordige Nesserlaan. Behalve deze ‘Bovenkerk’ bestond halverwege de Legmeerdijk ook een ‘Benedenkerk’. Bovenkerk is ontstaan als een lintdorpje op het hoger gelegen dijklichaam langs de Noorddammerlaan en de Legmeerdijk, nabij de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden, en de afsplitsing van die weg rich ng het dorp Aalsmeer. Op kaarten van voor 1850 staat het dorp Bovenkerk nog niet aangegeven als bewoningskern. Het onderscheidde zich toen waarschijnlijk niet wezenlijk van de enkelzijdige (open) lintbebouwing langs de Handweg.
Toen de Legmeerpolder aan het eind van de 19de eeuw werd ingepolderd, gaf dit een impuls voor de agrarische sector, waarin veel bewoners van het
Luch oto lintdorp Bovenkerk, Noorddammerlaan
dorpje Bovenkerk hun geld verdienden. In dezelfde periode werd op een karakteris ek punt, in de knik van de Legmeerdijk/Noorddammerlaan, in 1883 de Sint Urbanuskerk met aangebouwde pastorie gebouwd, volgens een ontwerp van de bekende architect P.J.H. Cuypers. Nadat het Haarlemeermeer-spoorlijntje bij de Noorddammerlaan een afsplitsing kreeg naar Aalsmeer en Uithoorn, en de halte met sta on aan de Noorddammerlaan verrees in 1915, nam de bebouwing en het inwonersaantal van Bovenkerk een vlucht. De historisch gegroeide dijkbebouwing langs de Noorddammerlaan is nog al jd herkenbaar en zeer divers van karakter: er komt geen seriema ge bouw voor en de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing is zeer divers: in de oriënta e op de dijk, de kapvormen, de materialisa e en de func e. Pas in 1922 werd een begin gemaakt met een eerste seriema g woningbouwproject. De bouw van 34 woningwetwoningen door de R.K. Wonings ch ng St. Urbanus, nabij de aanslui ng van de Noorddammerweg op de Noorddammerlaan, betekende de eerste echte uitbreiding buiten de lintbebouwing en kreeg de naam Het St. Urbanuspark. Na de Tweede Wereldoorlog is bij Bovenkerk, in aanslui ng op de bebouwing van het St. Urbanuspark, nog een tweede uitbreiding gerealiseerd. Daarmee is het terrein tussen de Noorddammerlaan en het gebogen tracé van de spoorlijn Amsterdam-
Aalsmeer volgebouwd. In het eerste decennium van de 21ste eeuw zijn in Bovenkerk, ten zuiden van de Noorddammerlaan, 350 huurwoningen gesloopt van het St. Urbanuspark, en zijn evenveel koop- en huurwoningen teruggebouwd, in de voetprint van de voormalige bebouwing.
Nessers waren veelal Amstelveners en Amsterdammers die hun hart hadden verpand aan de kleinschalige woongemeenschap. De katholieke neogothische Urbanuskerk, gebouwd door Jos Cuijpers tussen 1889 en 1891, is desondanks nog al jd beeldbepalend voor het silhouet van het dorp.
2.4.3 Nes aan de Amstel Halverwege Ouderkerk en Uithoorn ligt Nes aan de Amstel. Het dorp ligt aan de Amstel, aan de rand van de Bovenkerkerpolder welke in 1764 werd drooggelegd. Het oorspronkelijke lintdorp langs de Amsteldijk bestaat thans uit verschillende buurtschappen; De Nes, de Zwaluwenbuurt, Vierhuizen en Waardhuizen. De Zwaluwenbuurt vormt nu de kern van het dorp, hier ligt het Rijksmonumentale katholieke complex met de Urbanuskerk met pastoriewoning en de voormalige Sint Josephschool.
2.4.4 Buurt over Ouderkerk De Buurt over Ouderkerk maakt deel uit van het dorp Ouderkerk aan de Amstel (gemeente OuderAmstel). De kern van het dorp ligt op de oostoever van de Amstel. Op de westoever van de Amstel (gemeente Amstelveen) ligt de zogenaamde Buurt over Ouderkerk, die met een brug verbonden is met de dorpskern van Ouderkerk aan de Amstel. Aan deze zijde van de Amstel staan van oudsher meerdere herbergen en uitspanningen, die voornamelijk uit de 17de en 18de eeuw dateren. In de 17de eeuw nam het personenvervoer over water met de trekschuit sterk toe. De Amstelroute van en naar Amsterdam werd druk gebruikt en Ouderkerk was daarin een belangrijke halteplaats. De Amsteldijk Noord trok ook veel verkeer aan over land als gevolg van de nabijheid van de grote stad. Nog al jd is de Amstelzijde een geliefde plek voor horecagelegenheden en recrea ef verblijf. De historisch gegroeide lintbebouwing is divers van karakter. Woningen, winkeltjes en horeca-gelegenheden zijn overwegend vrijstaande en op zichzelf staande ontwerpen die variëren in oriënta e aan de dijk, in kapvorm, in materialisa e en in func e. Ten zuiden van de Buurt over Ouderkerk ligt de
Het dorp Nes is een kilometer zuidelijker ontstaan in de omgeving van de Nessersluis, de plek waar nu een pont over de Amstel vaart. Hier stond ten jde van de hervorming (begin 17de eeuw) een katholieke schuilkerk, die vele katholieken aan zich bond. Mede daardoor is het te verklaren dat de Nesser gemeenschap tot aan het midden van de 20ste eeuw bijna voor 100% rooms-katholiek was. De toenemende ontkerkelijking bracht daar verandering in en de bouw van meer dan 100 nieuwe woningen in de Zwaluwenbuurt in de jaren zeven g versterkte die ontwikkeling nog eens. Die nieuwe
Luch oto dorpskern Nes aan de Amstel
Luch oto Buurt over Ouderkerk, Amstelzijde
voormalige krui abriek van de KNSF. De voormalige krui abriek (filiaal van Muiden Chemie) ligt op de hoek van de Amsteldijk-Zuid en de Ouderkerkerlaan (gedeeltelijk Kruitmolen genaamd) en is in 1718 ges cht. De krui abriek ligt op de smalle strook onverveend land (loopveld) tussen de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder. Grenzend aan de Buurt over Ouderkerk liggen enkele rijtjes met dienstwoningen, behorend tot de krui abriek.
2.5 Wijkopbouw en stedenbouwkundige structuren De gemeente Amstelveen bestond tot aan het begin van de 20ste eeuw uit een aantal landelijk gelegen dorpen. Na de annexa es van grondgebied van Nieuwer-Amstel door de gemeente Amsterdam in 1896 en 1921 rich e Nieuwer-Amstel zich in het interbellum op de ontwikkeling tot forensgemeente van de hoofdstad. Hierdoor kwam een fors verstedelijkingsproces op gang. Nog voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak kwamen langs de Amsterdamseweg de nieuwe woonwijken Patrimonium en Randwijck tot stand. Patrimonium werd aangelegd op resterend bovenland van de Buitendijkse Buitenveldertse Polder en de Middelpolder. Randwijck kwam deels op resterend bovenland en deels in het verveende gebied op Middelpolder te liggen. Verder werden in de verveende Middelpolder reeds delen van de wijken Elsrijk en Keizer Karelpark gerealiseerd. In de jaren
vij ig van de vorige eeuw werden in de Middelpolder de uitbreidingswijken Elsrijk en Keizer Karelpark verder voltooid en werd het nieuwe centrum ‘het Stadshart’ aangelegd. In 1964 kwam de oude benaming ‘Nieuwer-Amstel’ voor de gemeente te vervallen en werd de naam van de gemeente ‘Amstelveen’. In deze jaren werd stormach g gebouwd en zijn de centrale delen van de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder bebouwd met de wijken Kronenburg/Uilenstede, BankrasKostverloren en Groenelaan. Vanaf de jaren zeven g kregen de zuidelijke wijken Waardhuizen en Middenhoven in de Bovenkerkerpolder vorm. De meest recente grootschalig aangelegde nieuwbouwwijk is Westwijk in de Legmeerpolder. De bouwperioden van de verschillende Amstelveense wijken zijn duidelijk te herkennen, zowel in stedenbouwkundige opzet als in het karakter en de architectuur van de bebouwing. Amstelveen is zodoende te zien als een staalkaart van de verschillende bouwperioden: van noord naar zuid zijn de verschillende, telkens op de heersende stedenbouwkundige visies gebaseerde wijken, chronologisch achter elkaar gebouwd. Hierbij kan de opzet van de wijk steeds gezien worden als een reac e of vervolg op die van de voorgaande. Hieronder vindt u een beschrijving van de karakteris eken van deze verschillende bouwperioden, die tezamen het overgrote deel van de bebouwde
omgeving van Amstelveen vormen. Binnen deze stedenbouwkundige structuren zijn de oudere, organisch gegroeide dorpskernen afwijkend en nog al jd duidelijk herkenbaar. 2.5.1 Tuindorpen (ca. 1910 – 1930) Tussen ca. 1910 en 1930 voltrok de Amsterdamse stadsuitbreiding zich voor een aanzienlijk deel in de vorm van tuindorpen: arbeiderswoningen met een min of meer dorpse stedenbouwkundige structuur en rela ef veel openbare ruimte en groen. De architectonische vormgeving is tradi oneel: met pannen gedekte zadeldaken boven gemetselde gevelwanden. Straten en pleinen zijn veelal symmetrisch vormgegeven. Ook in Amstelveen zijn in de jaren twin g kleine gebieden bebouwd aan de hand van deze tuindorpgedachte. Deze liggen in Randwijck (buurt ten noorden van de Graaf Florislaan), Patrimonium (west) en Bovenkerk (ten zuiden van de Noorddammerlaan). Omdat de rela ef kleine en eenvoudige woningen niet meer voldoen aan de huidige woonwensen is het overgrote deel inmiddels vervangen door modernere bebouwing. Wel is in sommige gebieden (Bovenkerk, Patrimonium) de footprint van de oudere tuindorpbebouwing gebruikt als uitgangspunt voor het nieuwe stedenbouwkundig ontwerp.
Luch oto Patrimonium
Karakteris eken: • Symmetrisch vormgegeven straten en plei nen • Tradi onele architectonische vormgeving • Met pannen gedekte kappen • Metselwerk 2.5.2 Amsterdamse school / jaren dertig bebouwing Karakteris ek voor architectuur uit de jaren der g is de samenhang van de hiërarchische, bloksgewijze stedenbouwkundige structuur, de architectuur van de straatwanden en de aandacht voor het sculpturale detail. De hoofdstraten zijn recht en meer monumentaal vormgegeven dan de geknikte of gebogen secundaire zijstraten. De hoofdstraten zijn vaak één of twee bouwlagen hoger dan de zijstraten, breder en van een grote uniformiteit. De beslotenheid van de woongebieden komt tot uitdrukking in sfeervolle pleintjes. Het stedenbouwkundig plan is vaak opgebouwd uit gesloten bouwblokken, maar ook als één geheel vormgegeven straatwanden, twee-onder-één-kapwoningen en voornaam vormgegeven vrijstaande woningen komen voor. De architectonische kenmerken die zijn ontleend aan de Amsterdamse School zijn typerend voor veel bebouwing uit de jaren der g. Daarbij ligt de nadruk niet meer op het individuele pand, zoals in de 19de-eeuwse bebouwing,
maar op het straatbeeld als geheel. Ook individuele, vaak vrijstaande, gebouwen zoals kerken, scholen en badhuizen worden gebruikt om het totaalbeeld te versterken. Detaillering, materiaal- en kleurgebruik spelen een grote rol in het straatbeeld. Het bouwmateriaal is baksteen in diverse kleuren met veelal bijzondere metselverbanden. Siermetselwerk, beeldhouwwerk en een opvallend rijke detaillering versterken het architectonisch ontwerp. Met name de noordelijk gelegen wijken in Amstelveen zijn in de jaren der g verrezen. Voorbeelden van deze bouwperiode zijn te vinden rond het Catharina van Clevepark in Randwijck, aan de westkant van Elsrijk, langs de Emmakade in Patrimonium en in de buurt van het Veenendaalplein. Karakteris eken: • Bloksgewijze, stedenbouwkundige structuur • Bebouwing aan rechte hoofdstraten is hoger en meer monumentaal vormgegeven, de bebouwing aan de secundaire straten is lager • Architectonische nadruk ligt op de straat of bouwblok als geheel in plaats van het indi viduele pand • Tradi onele materialen, zoals metselwerk en dakpannen • Opvallend rijke detaillering zoals siermetsel werk, beeldhouwwerk en gebruik van natuursteen
2.5.3 Wederopbouw (ca. 1945 - 1970) De wederopbouwgebieden zijn direct na de tweede wereldoorlogen gebouwd. In Amstelveen is dat geen reac e geweest op oorlogsschade (zoals de term ‘wederopbouw’ doet vermoeden) maar eerder een inhaalslag betekende nadat de bouw een aantal jaren s l had gelegen en de bevolkingsaanwas weer flink op gang was gekomen. Zowel de architectuur als de stedenbouw van deze woonwijken week sterk af van wat van voor de oorlog de trend was. In veel grotere mate werd func oneel, doelma g en gebouwd en terughoudend vormgegeven. Op stedenbouwkundig niveau werd gestreefd naar een sterke samenhang tussen openbare ruimte, bebouwing en groen. Het ruim gedimensioneerde groen en water betre geen restruimte, maar vormt een belangrijk structurerend stedenbouwkundig element. De verschillend uitgewerkte woongebieden in een open verkaveling vormen de bouwstenen voor de evenwich ge totaalcomposi e van de woonwijken. De bebouwing bestaat uit stroken, haken en hoven van verschillende hoogte en vormgeving. De gebouwen zijn rondom zichtbaar waardoor hiërarchie in de gevels ontbreekt. De kopgevels zijn veelal gesloten. De gevels krijgen hun ritme door repeterende gevelopeningen, balkons, schoorstenen, trappenhuizen e.d.
Luch oto Catharina van Clevepark en Bos en Vaartlaan, Randwijck
Op stedenbouwkundig markante punten in de wijk zijn veelal gebouwen met een bijzondere func e geplaatst, zoals scholen en kerken. Voorbeelden van wijken en buurten uit de wederopbouwperiode zijn het Keizer Karelpark, Elsrijk (ten oosten van De Ruyschlaan) en Randwijck (ten zuiden van Graaf Florislaan, Catharina van Clevepark zuid, Hoeksewaard).
Dit patroon werd door de ontwerpers alsof zij een stempel gebruikten een aantal keer herhaald. Het leidde tot een heldere en ra onele stedenbouw die massale woningbouw en daarmee verbetering van de volkshuisves ng in een snel tempo mogelijk maakte. Voorbeelden van deze stempelwijken zijn de vinden in de wijken Bankras-Kostverloren en Groenelaan.
Stempelwijken Een veel voorkomend stedenbouwkundig principe binnen de wederopbouw zijn de zogeheten stempelwijken. Deze typologie wordt apart benoemd omdat deze in grote gebieden van Amstelveen voorkomt.
Karakteris eken: • Sterke samenhang tussen openbare ruimte, bebouwing en groen • De repeterende bebouwing bestaat uit stroken, haken en hoven van verschillende hoogte en vormgeving • Architectonische vormgeving is func oneel, doelma g en terughoudend • Hiërarchie in de gevels ontbreekt. De kopgevels zijn veelal gesloten. • Gevelritmiek door repeterende gevelopeningen, balkons, schoorstenen, trappenhuizen e.d.
De kenmerkende stempelstructuur bestaat uit herhalingen in het ontwerp van een woonwijk. De enorme woningnood en snelle bevolkingsgroei vereiste grootschalige oplossingen. Nieuwbouwwijken werden in rap tempo uit de grond gestampt, vaak in stapel- of hoogbouw afgewisseld met enige laagbouw. Een buurt in een wijk met de stempeltypologie wordt gevormd door een vast arrangement van enkele typen bouwblokken met tussenliggende verkeers- en recrea eruimtes.
Luch oto Bankras-Kostverloren
2.5.4 Woonerven (ca. 1970 – 1985) De stedenbouwkundige structuur van woonerfwijken wordt bepaald door wijkontslui ngswegen, met een scheiding in auto-, fiets- en voetgangersverkeer en vertakte woonstraten zonder verkeersscheidingen in de wijk zelf. De vertakte structuur van straten, paden en erven is met name ingericht voor het langzaam verkeer. De niet-doorlopende straten eindigen vaak in autoluwe woonerven. De bouwblokken hebben geen duidelijke voor- of achterkant. De bebouwing is kleinschalig en bestaat uit een combina e van middelhoogbouw en laagbouw. Per buurt zijn de blokken opgebouwd uit grotere architectuureenheden. De middelhoogbouw bestaat uit por eketagewoningen in meanderende, halfopen, of rond een hof gelegen, blokken. De laagbouw bestaat uit rijtjes woningen, geschakelde of vrijstaande woningen. Plas citeit van de gevels is bij dit soort bebouwing van groot belang. Bindende en ritmerende elementen geven de bebouwing samenhang, waardoor een architectuureenheid ontstaat. Per architectonische eenheid zijn vaak dezelfde materialen en kleuren toegepast. Met name aan de zuidzijde van Amstelveen zijn in de jaren zeven g en tach g grote wijken in de woonerfgedachte gebouwd; Waardhuizen
Luch oto Waardhuizen-Middenhoven
en Middenhoven. Karakteris eken: • Wijkontslui ngswegen met verkeersscheidingen, vertakte woonstraten met veelal niet doorlopende erven en hoven zonder verkeersscheidingen • Repeterende kleinschalige bebouwing waar binnen middelhoog- en laagbouw elkaar afwisselen • Architectonische vormgeving wordt bepaald door repeterende gevelelementen, materialen en kleuren 2.5.5 Woongebieden na 1985 Het ruimtelijk systeem van woongebieden van na 1985 vormt een reac e op de onoverzichtelijkheid, kleinschaligheid en versnippering van de woonerven en meanders uit de jaren zeven g van de vorige eeuw. De woonwijken hebben een “klassiek” stratenpatroon met een duidelijke hiërarchie in hoofdwegen en zijstraten. Kenmerkend zijn de duidelijke oriëntaepunten en het heldere onderscheid tussen privé en openbaar. Het stedenbouwkundig ontwerp, de architectonische invulling ervan en de inrich ng van de openbare ruimte hangen nauw met elkaar
samen. De bebouwing bestaat vooral uit rijen eengezinswoningen, daarnaast uit gestapelde woningen, vrijstaande woonhuizen of hoogbouwaccenten. Samenhang in de bebouwing wordt verkregen door de composi e van de architectuureenheden. De bebouwing bestaat uit grotere architectuureenheden, die in samenhang met elkaar en met de omgeving zijn ontworpen. Voorbeelden van woongebieden van na 1985 zijn Westwijk, gebieden rond het Stadshart en de bebouwing van het voormalig A3-trace.1 Karakteris eken: • Klassieke stratenpatronen met een duidelijke hiërarchie in hoofdwegen en zijstraten • Helder onderscheid tussen privé en openbaar • De bebouwing bestaat uit grotere architectuureenheden, die in samenhang met elkaar en met de omgeving zijn ontworpen 3 De wijkbeschrijvingen zijn ten dele overgenomen uit het ‘Kwaliteitskader Amstelveen’, gemeente Amstelveen, 2013 en de welstandsnota ‘Welstand Amstelveen’, gemeente Amstelveen, 2012.
2.6: Amstelveense karakteristieken Cultureel erfgoed is een belangrijke identiteitsdrager binnen een dorp, stad of gemeente. Het onderscheid de ene stad van de andere stad, en leert ons over de ontstaansgeschiedenis van een plaats. Dit geldt uiteraard ook voor Amstelveen. In onderstaande paragrafen worden deze typisch Amstelveense objecten beschreven, die typisch, karakteris ek en beeldbepalend zijn voor Amstelveen. We kennen daarom aan deze objecten een hoge cultuurhistorische waarde, en streven naar duurzaam behoud ervan. 2.6.1 Groen Amstelveen staat bekend om haar vele groen, zowel in de aangelegde parken als het groen in de openbare ruimte. In 2014 hee Amstelveen goud gewonnen bij de Europese Entente Florale, een wedstrijd tussen de groenste steden van Europa. De oorsprong van deze groene Amstelveense identeit is al te vinden in de 17de eeuw, toen de welgestelde Amsterdammers in de zomer de Amstel afzakte, op weg om te vertoeven in hun landelijk gelegen buitenplaatsen. Ook in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw profileerde Amstelveen zich als groene woonplaats. Toen Amsterdam uit haar voegen bars e probeerde de toenmalige gemeente Nieuwer-Amstel de welgestelde Amsterdammers te verleiden om naar Amstelveen te komen met riante woningen in een landelijke se ng.
Het Broersepark aan de Amsterdamseweg, dat toen het ‘Stads- en Wandelpark’ hee e, is hier een mooi voorbeeld van, en is aangewezen als gemeentelijk monument. Maar ook hee Amstelveen een paar prach ge groene singels, zoals de Ouderkerkerlaan, de Charlo e van Montpensierlaan en de Graaf Aelbrechtlaan. Van grote invloed was bovendien het hoofd van de gemeentelijke plantsoenendienst van 1931 tot 1967, Chris Broerse. Hij gaf de groenstructuur van Amstelveen vorm, die nog al jd bepalend is de opbouw van de gemeente en het groene straatbeeld.
Luch oto Westwijk
Heemparken Bijzonder in groen Amstelveen zijn de heemparken. Het woord ‘heem’ staat voor inheems. Dat betekent dat de beplan ng tot de oorspronkelijke wilde planten van ons land behoort. De drie oudste heemparken, De Braak, het Dr. Jac. P. Thijssepark en het Dr. Koos Landwehrpark, liggen vlak bij elkaar langs de Amsterdamseweg. De Braak en het Thijssepark zijn aangewezen als Rijksmonument, het Koos Landwehrpark als gemeentelijk monument. Chris Broerse was een belangrijke aanjager van de Amstelveense heemparken. Hij was een groot lie ebber van de Nederlandse flora. Als directeur van de plantsoenendienst wilde hij samen met Koos Landwehr de oude veenplas de Braak tot park ontwikkelen. Hij gebruikte hiervoor uitsluitend planten uit de Nederlandse flora. Omdat er nog geen Nederlandse naam voor dit soort parken bestond, bedacht hij de term ‘heempark’. Enige jaren later zou hij de opgedane ervaring gebruiken om het Dr. Jac. P. Thijssepark te ontwerpen. In 2012 zijn heempark de Braak en het Dr. Jac. P. Thijssepark aangewezen als Rijksmonument. Het Koos Landwehrpark en het Broersepark genieten een gemeentelijke monumentenstatus. Amsterdamse Bos Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt het Amsterdamse Bos voor het overgrote deel op Amstelveens grondgebied.
Het gebied waar nu het Amsterdamse Bos ligt, was vroeger veengebied en bestaat uit de drie polders: De Buitendijkse Buitenveldertse Polder, de Rietwijkeroordpolder en de Schinkelpolder. In 1879 werd begonnen met de vervening van de Rietwijkeroordpolder en in 1906 is deze drooggelegd en vervolgens verkaveld en agrarisch in gebruik genomen. Het agrarisch landgebruik hee hier niet lang geduurd, want in de jaren der g werd al begonnen met de aanleg van het bos en zijn de boerderijen en de molens gesloopt. Tenslo e hebben nog verveningen en droogleggingen plaatsgevonden in de Buitendijkse Buitenveldertse polder. In de negen ende eeuw was het veen grotendeels afgegraven, gedroogd en afgevoerd rich ng Amsterdam om daar de huizen te verwarmen. Ook hier kwam het gebied door de ontvening een stuk lager
te liggen en moest worden bemaald. Het Amsterdamse Bos is in de jaren der g van de vorige eeuw ontworpen en deels aangelegd naar ontwerp van Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder. Het zuidelijke deel van het bos is na de Tweede Wereldoorlog aangelegd. Het ontwerp ging uit van een gebruiksbos voor alle Amsterdammers, en moest een ideale mix zijn van natuurlijk parklandschap en mogelijkheden voor recrea e en ontspanning. De grote speelvijver en de grote speelweide zijn een voorbeeld van deze mix: niet alleen om naar te kijken, maar ook om te gebruiken. Voor de aanleg van het bos ze e de gemeente werklozen in, en was daarmee een van de grootste werkverschaffingsprojecten van Amsterdam jdens de economische crisis van de jaren ’30. Tussen 1934 en 1940 werkte er maar liefst 20.000 mensen in het bos, onder leiding van de Nederlandse Heidemaatschappij. Een bijzonder onderdeel van het bos zijn de in totaal 116 bruggen. Daarvan zijn 67 bruggen naar ontwerp van architect Piet Kramer, werkzaam bij de Dienst Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. Hij
Heempark de Braak, Amsterdamseweg nabij 286
behoorde tot de architectuurstroming de Amsterdamse School, en deze expressieve ontwerps jl zie je terug in deze bruggen. 53 bruggen zijn door de gemeente Amstelveen aangewezen als gemeentelijk monument. Bovendien loopt er momenteel een onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van het gehele Amsterdamse Bos. 2.6.2 Boerderijen Langs de Amstel verrezen in de loop der eeuwen vele boerderijen. Het overgrote deel daarvan is gesitueerd tussen de Amstel en de Ringsloot van de Bovenkerkerpolder, op het zogeheten, niet-ontveende, bovenland. Sommige daarvan werden ten gunste van de voedselvoorziening van de buitenplaatsen gebouwd, of bestaande boerderijen werden verbouwd tot kleine hofsteden (zoals Westeramstel). Na het droogleggen van de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder kwamen daar in toenemende mate melkveehouderijen voor de melk- en vleesproduc e voor in de plaats. Een veel voorkomend boerderijentype, dat typisch is voor het Amstelland, is het hallehuistype: een woonhuis gelegen aan de dijk, met direct daar achter het langgerekte stalgedeelte, ook wel ‘de deel’ genoemd. Het woonhuis had veelal een representa eve opkamer aan de voorzijde van het huis, met een verhoogde vloer zodat men over de dijk kon kijken. In enkele boerderijen aan de Amstel zijn zelfs nog bedsteden te vinden.
De verwerking van de producten, zoals kaas en boter, vond veelal plaats in een afgezonderd gedeelte van het woonhuis, en/of Boerderij ‘Nooit gedacht’, Amsteldijk Noord 93
in de daaronder gelegen kelder. Een opvallend en kenmerkend gegeven voor boerderijen in deze omgeving is de plaatsing van een langwerpig bouwvolume dat parallel aan het stalgedeelte werd geplaatst (haaks op de dijk), waarvan het voorste gedeelte dienst deed als bak-/spoelkeuken en woonruimte voor in de zomer, terwijl de ruimte erachter werd ingericht voor de stalling van werktuigen, wagens en paarden. Het voorste gedeelte ontwikkelde zich in de loop van de negen ende eeuw meer en meer tot een zomerwoning. Vaak werden deze schuren door middel van een tussenlid aan de stal of woonhuis verbonden. Voorbeelden van dit boerderijentype vindt u aan de Amsteldijk zuid 81 en 91 en Amsteldijk noord 56, 93 en 165. In sommige gevallen is het naastgelegen zomerhuis inmiddels gesloopt. De Legmeerpolder werd rela ef laat drooggemalen, in de tweede hel van de 19de eeuw. Pas enige jd daarna ontstonden ook hier agrarische bedrijven, die zich in tegenstelling tot de boerderijen aan de Amstel, rich e op de akkerbouw en tuinbouw (veelal in kassen). De typologie van deze boerderijen is dan ook totaal anders, en in mindere mate cultuurhistorisch waardevol. Niet alleen vanwege het latere bouwjaar, maar ook vanwege een andere bedrijfsvoering. De boerderijen hier bestaan veelal uit een losstaand woonhuis, met daarachter gelegen kassen en func onele schuren voor de landbouwvoertuigen en opslag.
Alleen aan de hoger gelegen Bovenkerkerweg en de Noorddammerweg, van oudsher een
doorgaande route rich ng Uithoorn over een dijk, staan nog een aantal voorname boerderijen die stammen uit het laatste kwartaal van de 19de eeuw. Deze langgerekte gebouwen zijn alle haaks op de dijk gelegen, met het woonhuis rich ng de dijk, en de stal of schuur in het verlengde daarvan gelegen, onder dezelfde kap als het woonhuis. 2.6.3 Buitenplaatsen Een buitenplaats is een monumentaal vormgegeven huis, met bijgebouwen en een tuin of park. Ze zijn in de 17e en 18e eeuw gebouwd door rijke burgers uit steden die de zomers op het pla eland wilden doorbrengen. De welgestelde Amsterdammers in de 17de eeuw verruilden in de zomermaanden graag hun grachtenpand voor een zogeheten ‘buiten’, bij voorkeur niet te ver van de stad, en makkelijk te bereiken. Omdat de boot in deze periode het meest comfortabele vervoermiddel was, is het niet verwonderlijk dat de Amsteloever een geliefde loca e was. De meeste buitenplaatsen in Nieuwer-Amstel werden niet nieuw aangelegd maar waren bestaande boerderijen die werden aangekocht en verbouwd. Meestal verbleef de eigenaar alleen in de zomermaanden op het pla eland en werd slechts een deel van de boerderij mooi ingericht voor de nieuwe eigenaar.
Daarnaast werd een beperkt aantal grote, pres gieuze buitenplaatsen aangelegd, die werden voorzien van fraaie aangelegde tuinen en bijgebouwen, zoals dienstwoningen, koetshuizen, theekoepels, ijskelders en oranjerieën. Rond 1800 was het voor velen echter alweer afgelopen met het sprookje aan de Amstel. De Verenigde Oos ndische Compagnie (VOC) was failliet gegaan en het ging in het hele land economisch bergafwaarts. De Franse jd betekende voor veel buitenplaatsen de ondergang. Aan de Amstel zijn alleen Amstelrust (gemeente Amsterdam), Wester-Amstel en Oostermeer (gemeente Amstelveen) aan de slopershamer ontkomen. De buitenplaats Wester-Amstel, die van rond 1665 dateert, is een voorbeeld van het betrekkelijk eenvoudige hofstedetype.
Buitenplaats Wester-Amstel, Amsteldijk Noord 55
Iets zuidelijker aan de Amstel ligt het sta ge buiten Oostermeer, gebouwd rond 1700. Een symmetrisch vormgegeven woonhuis met aan weerszijde bijgebouwen, een pres gieus inrijhek aan de Amstel en een zeer fraai vormgegeven tuin. Omdat deze buitenplaats nog al jd par culier wordt bewoond, is zowel het exterieur en het interieur van het woonhuis als de tuin in zeer oorspronkelijke staat gebleven. Zoals op de Cultuurhistorische waardekaart van het deelgebied Wester-Amstel te zien is, zijn er naast de twee bestaande buitenplaatsen, acht verdwenen buitenplaatsen. Van noord naar zuid zijn dit de volgende: Kostverloren-Ruischenstein, De Morgenstond, Oost Rust, Nooitgedacht, Rozenburg, Noordwijk, Tulpenburg en Zonnestein. Een van de oudste buitenplaatsen aan de Amstel was Kostverloren, gelegen in een bocht van de rivier. Kostverloren leek wel een kasteel, compleet met een toren, en een aangelegde tuinpar j. Kostverloren diende rond 1500 als onderkomen voor Jan Benningh, burgemeester van Amsterdam en zijn vrouw. Dat het de allure droeg van een (pseudo)kasteel, hing vermoedelijk samen met een kasteelach g woonhuis, inclusief slotgracht, dat er rond 1420 had gestaan. Het buiten Kostverloren hee , nadat Benningh er was vertrokken, enige jd Ruischenstein geheten. Op de loca e van de voormalige buitenplaats Tulpenburg stond sinds 1606 een huis dat ‘het Bree-
snel groeiende bevolking. In 1928 werden er twee kerken gebouwd; de Heilige Anna-kerk aan de Amsterdamseweg, ten noorden van het oude dorp, en de Johanneskapel, meer noordelijk aan de Amsterdamseweg. In 1937 kwam daar de Pauluskerk bij, na de bouw van de wijken Elsrijk en Randwijck. De markante hervormde Kruiskerk aan de Van der Veerelaan in Elsrijk is in 1951 door architect Duintjer ontworpen en is bekend onder de naam ‘de kerk met de duizend raampjes.
Buitenplaats Oostermeer, Amsteldijk Noord 37
weer of Jonge Costverloren’ werd genoemd. In 1650 werd Dirk Tulp, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie eigenaar van het huis en noemde het ‘Tulpenburg’ en bouwde het om tot een pres gieuze buitenplaats met een fraaie tuin met fonteinen en gro en. In 1761 kwam het huis in handen van de Amsterdamse koopman de Pinto. Na faillissement van het handelshuis werd de buitenplaats in 1784 verkocht aan de beruchte sloper van buitenplaatsen Frederik Kaal. De buitenplaats werd tot de grond toe afgebroken en de bouwmaterialen verkocht. In 2014 is op de plaats van de oude Buitenplaats Tulpenburg een nieuwe buitenplaats gebouwd. Voorafgaande aan de bouw hee archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Niet aan de Amstel, maar aan de Amsterdamseweg nabij de banpaal en de entree van het voormalige kantoor van Van Leer’s Vatenfabriek hee in de 17e en 18de eeuw de voorname buitenplaats Elsrijk gestaan. Eerder hee e de buitenplaats ‘Braekrijck’ vanwege de dijkdoorbraak die een meertje genaamd ‘de Braak’ had veroorzaakt op de loca e. 2.6.4 Kerken Lange jd was het aantal kerken in Amstelveen stabiel: in de eerste hel van de twin gste eeuw waren er in Amstelveen de volgende kerken te vinden: de gereformeerde kerk aan de Handweg, de hervormde kerk in het Oude Dorp en de katholieke Urbanuskerken in Bovenkerk en Nes aan de Amstel.