Bijlage 3 bijlage van de regels vaststellen bestemmingsplan partiele herziening Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)
Tekst van het document
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
h. een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 2' uitsluitend verleend indien de aanleg van de beoogde groenstructuur binnen de bestemming Groen ten zuiden van deze bestemming is gerealiseerd; Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 3 gelden aanvullend de volgende regels: i. gebouwen dienen met tenminste 70% van de breedte van de voorgevel te worden gebouwd op de naar de N201 of de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak; j. de breedte van de voorgevel bedraagt minimaal 70% van de breedte van het bouwperceel; k. in afwijking van het bepaalde onder i. mag de onderste bouwlaag maximaal 2 meter achter de grens van het bouwvlak worden gebouwd indien tenminste één deel van de constructie boven de onderste bouwlaag wél op de grens van het bouwvlak wordt gerealiseerd; l. de minimale breedte van bouwpercelen bedraagt 60 meter; m. de minimale bouwhoogte bedraagt 7 meter. Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 4' gelden aanvullend de volgende regels: n. gebouwen dienen met tenminste 70% van de breedte van de voorgevel te worden gebouwd op de naar de openbare weg of waterpartij gekeerde grens van het bouwvlak; o. de breedte van de voorgevel bedraagt minimaal 70% van de breedte van het bouwperceel; p.
de maximale breedte van bouwpercelen bedraagt 80 meter; Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 5' gelden aanvullend de volgende regels: q. gebouwen dienen met tenminste 50% van de breedte van de gevel te worden gebouwd in op de naar de Zijdelweg gekeerde grens van het bouwvlak; r. de maximale breedte van bouwpercelen bedraagt 80 meter; s. de ontsluiting van bouwpercelen vindt uitsluitend plaats vanaf de westzijde van het bestemmingsvlak naar het aanpalende bestemmingsvlak met de bestemming Verkeer; t. de afstand van een gebouw tot de bestemmingsgrens van de bestemming Bedrijf dient tenminste 6 meter te bedragen; 5.2.2 Bedrijfswoningen Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 5.2.3 Nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag maximaal 3 meter bedragen; b. de maximale inhoud van overige nutsvoorzieningen mag per gebouw niet meer bedragen dan 90 m3. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, met uitzondering van palen en masten en terrein- en erfafscheidingen; b.
de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag voor de voorgevel niet meer bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag achter de voorgevel niet meer bedragen dan 2 meter; vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
d. erf- of terreinafscheidingen voor de voorgevel dienen evenwijdig aan of op de voorste perceelsgrens gebouwd te worden; e. de bouwhoogte van palen en masten is maximaal 10 meter; f. de bouwhoogte van overkappingen bij bedrijfsgebouwen is maximaal 6 meter; g. de bouwhoogte van silo's is maximaal 15 meter; h. de bouwhoogte van telecommasten is maximaal 20 meter; i. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bliksemafleiding is maximaal 25 meter; j. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is maximaal 4 meter; 5.2.5 Beleidsregels Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien tevens: a. in voldoende mate een bijdrage wordt geleverd aan verduurzaming van de fysieke leefomgeving; of hiervan sprake is wordt getoetst op basis van criteria voor duurzaambouwen, energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit en het voorkomen van hittestress zoals is vastgelegd in de beleidsregels 'Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkeling BTAZ', zoals die op het moment van de indiening van de aanvraag gelden; b.
in voldoende mate een bijdrage wordt geleverd aan een goede ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit; of hiervan sprake is wordt getoetst op basis van de regels voor het uiterlijk van bouwwerken en inrichting zoals opgenomen in de beleidsregels 'Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid', zoals die op het moment van de indiening van de aanvraag gelden; 5.2.6 Verkeer a. Na in werking treding van het bestemmingsplan zal het college van burgemeester en wethouders een jaarlijkse monitoring van de verkeerssituatie op de Zijdelweg uitvoeren dat wordt afgerond met een verslag. In dit verslag wordt aangegeven of de resultaten aanleiding geven tot verkeersmaatregelen in het volgende jaar; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 1' kunnen omgevingsvergunningen voor het bouwen worden verleend mits er met in achtneming van het onder a benoemde verslag is aangetoond dat geen belemmeringen optreden op de verkeersafwikkeling op de wegvakken en kruispunten op het omliggende wegennet; c. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en b van dit lid zodra een afdoende wegreconstructie van de Zijdelweg is voltooid. 5.3 Parkeren en laden en lossen 5.3.1 Bouwregels a.
De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 5.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 5.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 5.3.1 en 5.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels. 5.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
5.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering van de in lid 5.2 genoemde gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a. de ruimtelijke samenhang met de overige bebouwing in overeenstemming met de bepalingen onder 5.2.5; b. milieuhygiënische redenen; c. de sociale veiligheid; d. het aanwezige woon- en leefklimaat; e. de verkeersveiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.5 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van: a. het bepaalde in lid 5.2.1 onder b voor een groter bebouwingspercentage, mits: 1. het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 80%; 2. rekening gehouden wordt met het bepaalde in lid 5.2.5; b. het bepaalde in lid 5.2.4 onder a voor een hogere bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot 2 meter mits hierbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in lid 5.2.5 d. het bepaalde onder 5.2.1 onder f voor grotere bouwpercelen tot 40.000 m2 indien geen sprake is van distributie- en transportbedrijven en de ontwikkeling past binnen het bepaalde onder 5.2.5; e.
het bepaalde onder 5.2.1 onder c indien kan worden aangetoond dat een kortere afstand van het gebouw tot de perceelsgrens in overeenstemming is met het bepaalde onder 5.2.5 en brandweereisen; 5.6 Specifieke gebruiksregels 5.6.1 Strijdig gebruik
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a. van een aansluiting op een voorziening voor-, en/of het gebruik van-, aardgas, olie of overige fossiele brandstoffen met uitzondering van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - emissie toegestaan'; b. als datacenter; c. als seksinrichting; d. ten behoeve van een internetwinkel; e. ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen waarbij ook lpg, lng, cng en/of waterstof verkocht mag worden; f. ten behoeve van de opslag van meer dan 10.000 kilogram consumentenvuurwerk; g. ten behoeve van buitenopslag, indien: 1. deze opslag hoger is dan 4 meter; 2. deze opslag gelegen is vóór de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 3. deze opslag is gelegen binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens; h. ten behoeve van de uitstalling van motorvoertuigen ten behoeve van de verkoop, indien: 1. deze uitstalling gelegen is vóór de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 2. deze uitstalling is gelegen binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens. 5.6.2 Geluid en geur 5.6.2.1 Algemeen a.
Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen op een bedrijventerrein wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; 5.6.2.2 Geluid a. voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen: Geluidruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 1 Specifieke vorm van
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
23.00-07.00uur
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
bedrijventerrein geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 4
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens; d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. 5.6.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor Afstand vanaf inrichtingen gelegen binnen grens inrichtin: de aanduiding: Specifieke vorm van 30 meter bedrijventerrein - geurruimte zone 1 Specifieke vorm van 50 meter bedrijventerrein - geurruimte zone 2 Specifieke vorm van 50 meter bedrijventerrein - geurruimte zone 3
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt; 5.6.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 5.6.2.2 onder a; b. de vergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 5.6.2.2 onder a. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
5.6.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 5.6.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. 5.7 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag is bevoegd om af te wijken van: a. lid 5.6.1 onder d voor de vestiging van internetwinkels waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en/of een een internetwinkel met alleen een opslag– en verzendfunctie, mits: 1. het pand blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; 2. de internetwinkel qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling past in de omgeving; 3. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer en/of andere milieuwetgeving van toepassing is; 4. geen verkoop van goederen vanuit het pand en uitstallen van goederen plaatsvindt; 5. geen inloop- en kijkdagen worden gehouden; 6. de levering van goederen niet leidt tot onveilige verkeerssituaties; 7. er rekening wordt gehouden met het bepaalde in lid 5.2.5 b.
lid 5.6.1 onder e ten behoeve van het toestaan van verkooppunt van motorbrandstoffen waarbij ook lpg, lng, cng en/of waterstof verkocht mag worden, met dien verstande dat de risicocontouren als gevolg van de inrichting binnen de grenzen van de inrichting zijn gelegen, dan wel dat door middel van een onderzoek is aangetoond dat er als gevolg van de ontwikkeling geen toename ontstaat van de externe veiligheidsrisico's; c. lid 5.6.1 onder g onder 1 ten behoeve van het toestaan van een hogere hoogte van buitenopslag tot maximaal 6 meter, met dien verstande dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. de brandveiligheid; 5.8 Wijzigingsbevoegdheid 5.8.1 Wijziging bevi-inrichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Bedrijventerrein te wijzigen en een Bevi-inrichting toe te staan, mits middels een extern veiligheidsonderzoek is aangetoond dat het externe veiligheidsrisico buiten de inrichtingsgrenzen niet toeneemt.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 6
Groen
6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. parkeervoorzieningen; c. in- en uitritten voor naastgelegen bedrijven; d. fiets-, voet en ruiterpaden; e. speelvoorzieningen; f. water, waterlopen en waterpartijen; g. nutsvoorzieningen; h. bruggen; i. geluidwerende voorzieningen; j. geluidwal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', met een minimale lengte van 46 meter, een minimale breedte van 4 meter en een minimale hoogte van 2 meter; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstwerken en kunstobjecten mogen niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 6.3 specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.
in tegenstelling tot het bepaalde onder 6.1 onder b en c zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Groen - 1' geen parkeervoorzieningen en in- of uitritten toegestaan; b. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; d. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 7
Horeca
7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Horeca in de categorie 2; a. gebouwen ten behoeve van horecavoorzieningen; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; c. terrassen; d. speelvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. ontsluitingswegen en andere verhardingen; f. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 7.2 bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte is 6 meter; 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. 6 meter voor palen en masten met uitzondering van 1 reclamemast die een maximale hoogte mag hebben van 15 meter; c. 3 meter voor overige bouwwerken. 7.3 Parkeren en laden en lossen 7.3.1 Bouwregels a.
De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 7.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 7.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 7.3.1 en 7.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels. 7.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
7.4 specifieke gebruiksregels 7.4.1 Gebruiksregels Voor zover gelegen buiten de bouwvlakken zijn de gronden uitsluitend bestemd voor tuinen, ontsluitingswegen en terreinverhardingen inclusief parkeerterreinen. 7.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; b. het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van goederen; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 8
Verkeer
8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. parkeervoorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - park and ride' een P&R terrein; met de daarbij behorende: d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bruggen; f. viaducten; g. groenvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen; h. geluidwerende voorzieningen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. geluidwerende voorzieningen; k. fietsenstallingen; l. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 8.2 bouwregels 8.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht)masten, mag niet meer bedragen dan 16 meter; b. de hoogte van constructies voor zonnepanelen, reclame-uitingen en kunstobjecten en -werken mag niet meer bedragen dan 6 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 4 meter. 8.3 specifieke gebruiksregels 8.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen; b.
het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 9
Water
9.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterhuishouding, waterlopen, recreatiewater; b. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' zijn privésteigers toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - terrassteigers' zijn terrassteigers voor horeca toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteigers' zijn openbare aanlegsteigers toegestaan; met de daarbij behorende: e. bruggen, nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g. voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming; 9.2 bouwregels 9.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 9.3 specifieke gebruiksregels 9.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor woonschepen en bedrijfsschepen.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 10
Leiding - Gas
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de al dan niet ondergronds gelegen: a. hogedruk gastransportleiding W-529-01 en W-540-1 (40 bar), met een belemmeringenstrook van 4 meter, ter weerszijde gemeten uit het hart van de leiding. Met dien verstande, dat indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, deze andere bestemmingen ondergeschikt zijn aan de bestemming leidingen. met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2 Bouwregels Binnen de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken tot een bouwhoogte van 3 meter worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leiding. 10.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 10.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd mits: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 10.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegestaan. 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op of in de in lid 10.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, binnen de belemmeringstrook de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; h. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
10.5.2 Voorwaarden voor verlenen omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de energievoorziening zijn gewaarborgd. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten het leidingbelang niet wordt geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden. 10.5.3 Toegestane werkzaamheden Het in lid 10.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. de ondergrondse bouwwerken binnen het op de verbeelding aangegeven het normale onderhoud en beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 11
Waarde - Archeologie 4
11.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 11.2 bouwregels Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. de bodemingrepen niet verder reiken dan tot een maximale diepte van 0,30 meter én het bouwwerk een oppervlakte van niet meer dan 5000 m² bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
11.4 afwijken van de bouwregels 11.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 10.2 lid a. voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 11.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 11.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
11.4.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als Waarde - Archeologie 4 bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g.
het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. voor de onder a t/m h genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en groter dan 5000 m². 11.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 11.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 11.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.
11.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 10.5.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 11.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 11.6 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming 'Waarde-Archeologie 4' te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een hogere of lagere archeologische verwachting aanwezig is.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 12
Waarde - Archeologie 5
12.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 12.2 bouwregels Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. de bodemingrepen niet verder reiken dan tot een maximale diepte van 0,30 meter én het bouwwerk een oppervlakte van niet meer dan 10.000 m² bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
12.4 afwijken van de bouwregels 12.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 11.2 lid a. voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 12.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 11.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
12.4.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als Waarde - Archeologie 5 bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g.
het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. voor de onder a t/m h genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en groter dan 10.000 m². 12.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 11.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 12.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.
12.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 11.5.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 12.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 12.6 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming 'Waarde-Archeologie 5' te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een hogere of lagere archeologische verwachting aanwezig is.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 13
anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 14
algemene bouwregels
14.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 14.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.
ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 1 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden; b. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen: 1. als de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. als de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw . 14.3 algemene regels met betrekking tot ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil; c. de vrije hoogte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter; d.
het gebruik van de ondergrondse bouwwerken zijn ten behoeve van de hoofdbestemming; e. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de archeologische waarden en de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 15
algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van: a. de in de bestemmingsregels opgenomen maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan. Dit is niet van toepassing bij toegelaten binnenplanse afwijkingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat de inrichting van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter; f. de bestemmingsregels ten behoeve van het oprichten van ondergrondse kelderruimte, met dien verstande dat: 1. bestemmingsvlak dienen te worden gerealiseerd en conform de bestemming te worden gebruikt; 2.
het realiseren van ondergrondse bouwwerken geen nadelige effecten mag hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder; g. de bestemmingsregels ten behoeve het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van de dienstverlening van overheidswege, het openbaar bestuur en openbare nutsbedrijven, collectieve warmte- of koudevoorzieningen, technische ruimten voor warmte-koudeopslag, transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m³ en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter; h. de bestemmingsregels ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen, dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10%; 2. deze overschrijding met 10% heeft slechts betrekking op de extra (constructieve) opbouw op een dak dat nodig is om een groendak te kunnen toepassen, exclusief beplanting; 3. groene daken mogen niet als dakterras of daktuin worden gebruikt als deze worden toegepast op woningen. Bij andere gebouwen dan woningen wordt het gebruik van een groendak als dakterras of daktuin per geval beoordeeld, waarbij vooral de privacy van naburige woonpercelen niet nadelig mag worden beïnvloed.
Geen omgevingsvergunning wordt verleend indien: i. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan (bijvoorbeeld door schaduwwerking) aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; j. dit leidt tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatste.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 16
Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1
16.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1' gelden beperkingen voor bebouwing en gebruik als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit. 16.2 Bouwregels a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1' gelden de beperkingen met betrekking tot bebouwing zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. 16.4 Gebruiksregels a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.1' gelden de beperkingen met betrekking tot gebruik zoals gesteld in artikel 2.2.1c van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. Artikel 2.2.1e van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol' is overeenkomstig van toepassing. 16.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.4 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 17
Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2
17.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2', gelden beperkingen met betrekking tot toetshoogten van objecten zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 17.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 17.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 18
Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a
18.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2a', gelden beperkingen van hoogten ter bescherming van het functioneren van radarapparatuur als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 18.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2a' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2a van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 18.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.2 indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 19
Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3
19.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3', gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 19.2 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking zoals gesteld in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 19.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 20
Veiligheidszone - LPG
Het voor Veiligheidszone-LPG aangewezen gebied is aangeduid om een te hoog veiligheidsrisico tegen te gaan voor kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten, vanwege een LPG-vulpunt. 20.1 Bouwregels Binnen het gebied ter plaatse van de aanduiding ‘Veiligheidszone-LPG’ mogen, in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de binnen dit gebied voorkomende bestemmingen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd of uitgebreid. 20.2 Specifieke gebruiksregels 20.2.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en bouwwerken als kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object. 20.2.2 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken en toegestaan dat gronden en bouwwerken worden gebruikt als beperkt kwetsbaar object, mits: a. de toepasselijke grenswaarden voor het risico en risicoafstanden ten aanzien van kwetsbare objecten in acht worden genomen; b. met de toepasselijke richtwaarden en risicoafstanden ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten rekening wordt gehouden; c. het groepsrisico wordt afgewogen.
20.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, onder voorwaarde dat hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen, het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. de gebiedsaanduiding "Veiligheidszone LPG" van de kaart wordt verwijderd, mits de betreffende risicovolle inrichting ter plaatse is beëindigd; b. de gebiedsaanduiding "Veiligheidszone LPG" op de kaart wordt gewijzigd (verkleind), mits voor de risicovolle inrichting een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer is verleend of gewijzigd.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 21
Overige regels
21.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 22
overgangsrecht
22.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 22.2 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan eenmalig afgeweken worden van lid 22.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 22.1 met maximaal 10%. 22.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 22.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 22.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
22.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 22.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 22.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 22.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 22.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 22.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 23
slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ). Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van De griffier, de voorzitter,
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina