Bijlage 3 bijlage van de regels vaststellen bestemmingsplan partiele herziening Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)
Tekst van het document
REGELS
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 4 Bedrijf Artikel 5 Bedrijventerrein Artikel 6 Groen Artikel 7 Horeca Artikel 8 Verkeer Artikel 9 Water Artikel 10 Leiding - Gas Artikel 11 Waarde - Archeologie 4 Artikel 12 Waarde - Archeologie 5 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 13 anti-dubbeltelregel Artikel 14 algemene bouwregels Artikel 15 algemene afwijkingsregels Artikel 16 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 Artikel 17 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 Artikel 18 Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a Artikel 19 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Artikel 20 Veiligheidszone - LPG Artikel 21 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 22 overgangsrecht Artikel 23 slotregel
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
2 3 15 16 22 28 35 36 38 39 40 42 45 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0362.21B-VG02 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-verbonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de
woonfunctie in overeenstemming is. 1.5 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.13 bedrijf: een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen; 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.16 bedrijventerrein Legmeer Het gebied zoals opgenomen in de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet artikel 3.1 lid 1 sub bb en bijlage 65 van die Regeling. 1.17 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en). Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan.
De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.18 bevi-inrichting bedrijven zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.19 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.20 bestaand bouwwerk: een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.21 Bestaand gebruik het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en in gebruik is genomen conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.22 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.23 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.24 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.25 bouwen:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.26 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.27 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.28 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.29 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.30 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.31 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.32 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van
minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.33 buitenopslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de (agrarische) bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke; 1.34 containerbergingen: bergingen voor de kliko's/rolemmer; 1.35 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft achtergelaten danwel gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.36 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.37 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.38 dakkaper: een dakkapel met een schuin dakvlak in dezelfde hoek als het dak, waarbij de nok wordt verhoogd;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.39 dakopbouw: een toevoeging aan de bouwmassa van een (hoofd)gebouw vanaf het bestaande dakvlak, waarbij gehele of gedeeltelijke verhoging van het oorspronkelijk dakvlak plaatsvindt; 1.40 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.41 datacenter een bedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het digitaal opslaan en verwerken van informatie op computers (servers); 1.42 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.43 detailhandel grootschalig: grootschalige detailhandel (>1.500 m2 vvo (1800 m2 bvo)) zonder branchebeperking, waarbij food/dagelijkse artikelen zijn uitgesloten; 1.44 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een oppervlak van 10% van het bruto vloeroppervlak tot een maximum van 100 m2. Ondergeschikte detailhandel bij cateringbedrijven en groothandels op bedrijventerreinen in branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur (dagelijkse goederen zoals kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) is niet toegestaan.
Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.45 detailhandel perifeer: winkelformules die vanwege de omvang en de aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben, zoals bouwmarkten, tuincentra en wooninrichtingszaken. Het verkopen (gemotoriseerde) voertuigen zoals scooters, scootmobielen en fietsen wordt hier ook onder begrepen; 1.46 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.47 dienstwoning: woning, in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon die door de werkgever aan de werknemer ter bewoning in gebruik is gegeven. Die bewoning moet gerelateerd zijn aan het hoofdgebruik van het perceel; 1.48 distributie- en transportbedrijven bedrijven die uitsluitend zijn gericht op transport, verpakking, sorteren en opslag van goederen; 1.49 dove gevel: een gevel zonder te openen delen;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.50 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.51 ecologische waarde: de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling; 1.52 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.53 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.54 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.55 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.
De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.56 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.57 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van andere geluidgevoelige gebouwen en andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.58 geluidreducerende maatregelen: fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt; 1.59 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.60 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.61 geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en
inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.62 glastuinbouw: agrarische bedrijvigheid die in hoofdzaak in kassen plaatsvindt en in een zodanige omvang dat op een duurzame wijze bloemen en/of planten kunnen worden gekweekt, bewerkt dan wel verwerkt; 1.63 glastuinbouwbedrijf: een bedrijf gericht op het telen of kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, veredelen of acclimatiseren van bloemen, planten, groenten en/of fruit, waarbij deze bedrijvigheid hoofdzakelijk wordt uitgevoerd in kassen; 1.64 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.65 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.66 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.67 hoofdverblijf: de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt; 1.68 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.69 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.70 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en
shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.71 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.72 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.73 horeca 5, hotel: een bedrijf, dat is gericht op het verschaffen van logies en het daarmee verband houdende ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en al dan niet ruimte biedt voor vergaderingen en cursussen; 1.74 huishouden:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.75 internetwinkel detailhandel via internet, met dien verstande dat het te koop aanbieden, de uitstalling ten verkoop en het verkopen uitsluitend geschieden via internet en niet fysiek ter plaatse, en het leveren van goederen overwegend plaatsvindt via post-, pakket- of soortgelijke bezorgdiensten; 1.76 IPPC-activiteiten activiteiten die onder de IPPC-richtlijn (Integrated Pollution Prevention and Control) of richtlijn 1996-61-EC vallen; 1.77 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.78 karakteristiek: panden, objecten en gronden met waarden die bescherming genieten in het kader van de Erfgoedwet; 1.79 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.80 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: het bedrijfsmatig overwegend handmatig vervaardigen, bewerken, herstellen en/of installeren van goederen, alsmede diverse vormen van opslag, van een zodanige aard en omvang, dat daarop de Wet milieubeheer niet van toepassing is; 1.81 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte dat is ingenomen door
rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.82 kunstobject: voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.83 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.84 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.85 kwetsbaar object, beperkt: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.86 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.87 langzaam-verkeerszone: een begrensd gebied ter bundeling van fiets-, ruiter- en/of voetpaden; 1.88 maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben; 1.89 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.90 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijk terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.91 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water en collectie warmte- of koudevoorzieningen; 1.92 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.93 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.94 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen,
vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.95 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.96 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.97 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.98 permanente bewoning:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
het gebruik van een kampeermiddel, recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Amstelveen, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.99 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.100 plattelandswoning Een voormalige agrarische bedrijfswoning als bedoeld in artikel 1.1a sub 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.101 P&R terrein een parkeervoorziening bij een halte of station die bedoeld is voor automobilisten die vervolgens met het openbaar vervoer verder reizen; 1.102 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.103 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.104 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.105 risicovolle inrichting: een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.106 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.107 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.108 souterrain: bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen; 1.109 straatmeubilair: vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemen- of plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.110 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.111 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen betaling dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.112 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.113 tuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, door gebruik te maken van kassen en/of van open (onbebouwde) grond; 1.114 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.115 verkooppunt voor motorbrandstoffen: een inrichting, waar door middel van één of meer pompinstallaties motorbrandstoffen worden
verkocht en geleverd eventueel in combinatie met ondergeschikte detailhandel en/of wasstraat; 1.116 volumineuze detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van volumineuze goederen (waaronder ten dezen in ieder geval wordt verstaan grootschalige meubeldetailhandel, bouwmarkten en tuincentra) aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.117 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.118 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.119 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q.
het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.120 vrij beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel; 1.121 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.122 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.123 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.124 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de
wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.125 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.126 Wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door één huishouden; 1.127 woning: zelfstandige woonruimte; 1.128 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.129 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.130 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.131 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.132 zoneringsregeling: de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan geldende regels inzake de zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen en watertransportleidingen.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de ashoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.10 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 3
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch - Agrarisch Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. bedrijfswoningen met de daarbij behorende bijgebouwen; met daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. verhardingen; met daaraan ondergeschikt: e. openbare nutsvoorzieningen; f. infrastructurele voorzieningen; g. parkeer voorzieningen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen en sloten. 3.2 bouwregels 3.2.1 agrarische bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. agrarische bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan zoals aangeduid op de verbeelding; c. het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%; 3.2.2 agrarische bedrijfswoning Voor het bouwen van agrarische bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. agrarische bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. per agrarisch bedrijf mag één agrarische bedrijfswoning worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan zoals aangeduid op de verbeelding; d. de inhoud van een agrarische bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 650 m³; e. de dakhelling mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken.
3.2.3 bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter mag bedragen; b. de hoogte van palen en (licht-)masten mag maximaal 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen. 3.3 Parkeren en laden en lossen 3.3.1 Bouwregels a. De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
b. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 3.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 3.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 3.3.1 en 3.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels.
3.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 3.4 specifieke gebruiksregels 3.4.1 strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; b. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; e. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische produkten afkomstig van het op het betrokken bouwperceel gevestigde agrarische bedrijf; f.
het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van produkten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; g. een uitsluitend of overwegend gebruik: 1. als tussenhandel voor agrarische produkten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; 2. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf.
3.4.2 Geluid en geur vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
3.4.2.1 Algemeen a. Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen bij een agrarisch bedrijf wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; e. De geluid- en geurbelasting van een agrarisch bedrijf, die in strijd is met een daarvoor in dit bestemmingsplan gestelde regel en die aantoonbaar bestond op het moment van de inwerkingtreding van die regel, mag worden voortgezet. 3.4.2.2 Geluid a.
voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen: Geluidruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 1 Specifieke vorm van Agrarisch Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 4
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
23.00-07.00uur
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens; d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
3.4.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor Afstand vanaf inrichtingen gelegen binnen grens inrichtin: de aanduiding: Specifieke vorm van Agrarisch 30 meter - Agrarisch bedrijf - geurruimte zone 1 Specifieke vorm van Agrarisch 50 meter - Agrarisch bedrijf - geurruimte zone 2 Specifieke vorm van Agrarisch 50 meter - Agrarisch bedrijf - geurruimte zone 3
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt; 3.4.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 3.4.2.2 onder a; b. de vergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 3.4.2.2 onder a. 3.4.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 3.4.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b.
andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
3.5 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bij bedrijfsbeeindiging bevoegd om de agrarische bedrijfswoning te wijzigen in een 'plattelandswoning' indien kan worden aangetoond dat: a. sprake is van een goede ruimtelijke ordening;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
b. de wijziging op het moment van de aanvraag tot wijziging niet in strijd is met provinciaal of lokaal beleid.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 4
Bedrijf
4.1 bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg, indien en voorzover de gronden hiertoe zijn voorzien van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; c. onzelfstandige kantoorruimte verbonden aan de bedrijfsactiviteiten voor maximaal 30% van de brutobedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 2000 m², voor de bedrijfsbestemming gelegen aan de N 201 geldt een maximaal kantoorruimte verbonden aan de bedrijfsactiviteiten van 50 %; d. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met daaraan ondergeschikt: e. detailhandel; met de daarbij behorende: f. laad- en losvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. tuinen, erven en terreinen; i. een centraal logistiek systeem; j. nutsvoorzieningen k. groenvoorzieningen; l. geluidwerende voorzieningen; m. water en waterpartijen; n. wegen, straten en paden; 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de in lid 4.1 genoemde gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% van het aangegeven bouwvlak bedragen; c. technische installaties op het dak mogen niet hoger zijn dan 5 meter en dienen minimaal 5 meter uit de dakrand te worden geplaatst d.
ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte', mag de bouwhoogte van een gebouw niet meer bedragen dan is aangeduid; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte', mag de goothoogte van een gebouw niet meer bedragen dan is aangeduid; 4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van de in lid 4.1 sub d. genoemde bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. het gebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak met de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. per bedrijf mag ten hoogste één bedrijfswoning worden opgericht; c. de goot- en bouwhoogte mogen, tenzij anders aangeduid, niet meer bedragen dan respectievelijk 6 meter en 11 meter; d. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 650 m³ bedragen; e. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. indien de gronden nader zijn aangeduid als 'bedrijfswoning', zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 60 m²; c. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum oppervlakte' mag de maximale oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gezamenlijk afwijken van het gestelde onder c; d. de goot- en bouwhoogte van een bijgebouw mogen maximaal 3 meter en 4.50 meter bedragen; e. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 meter; f. de dakhelling van een bijgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. 4.2.4 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken mogen gesitueerd worden zowel binnen als buiten het bouwvlak van de bedrijfswoning; b. de diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan één bouwlaag met een diepte (vrije hoogte) van 3 meter; c. voor zover gelegen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 40% van de buiten het bouwvlak bestemde gronden met een maximum van 45 m²; 2.
voor gronden gelegen buiten het bouwvlak behorende bij de bestemming met een oppervlakte van 250 m² of meer mag de gezamenlijke oppervlakte van ondergrondse bouwwerken maximaal 75 m² bedragen; d. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder. 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen. 4.2.6 In- en uitritten a. per perceel zijn maximaal twee in/uitritten toegestaan; b. de afstand van een in/uitrit tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 meter. 4.3 Parkeren en laden en lossen 4.3.1 Bouwregels a. De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b.
Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
4.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 4.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 4.3.1 en 4.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels. 4.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
4.4 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan een windturbine worden gerealiseerd met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de windturbine mag geen hinder in de zin van geluid, slagschaduw en/of gevaar voor omwonenden veroorzaken; b. de landschappelijke inpasbaarheid in voldoende mate is gewaarborgd; c. de ashoogte van de windturbine mag niet meer bedragen dan 7 meter; d. de rotordiameter van de windturbine is maximaal 5 meter; e. de afstand van een windturbine tot de dichtsbijzijnde belendingen dient ten minste tweemaal de ashoogte te bedragen en de uiteinden van de rotor dienen ten minste 2 meter binnen de perceelsgrenzen blijven. 4.5 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen aan: a. de situering van erfafscheidingen, voor zover dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke en functionele structuur ter plaatse, voor een verantwoorde stedenbouwkundige/landschappelijke inpassing en ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de situering en omvang van onderdelen van het waterhuishoudingssyteem; c. (technische) voorzieningen in het kader van de externe veiligheid; d.
de situering en/of oriëntatie van gebouwen en (nood)uitgangen in het kader van de externe veiligheid; e. de uitvoering van gebouwen in het kader van de externe veiligheid. 4.6 specifieke gebruiksregels
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
4.6.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning, tenzij aangeduid als bedrijfswoning; b. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten met een maximum brutobedrijfsvloeroppervlakte van 2000 m² en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; c. het gebruik van gebouwen voor meer dan 50% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten met een maximum brutobedrijfsvloeroppervlakte van 2000 m² en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit, alleen geldend voor de bouwstrook ten zuiden van het plangebied langs de N201; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; e. het gebruik van gronden t.b.v. de horeca; f. het gebruik van gronden t.b.v. maatschappelijke voorzieningen; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; h.
het gebruik van de gronden als opslag-, stort- of bergplaats voor puin of afvalstoffen, voor zover dit niet betrekking heeft op geringe hoeveelheden afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van de in het plan begrepen gronden dan wel puin en/of afvalstoffen die verband houden met de verwerkelijking van de bestemming; 4.6.2 Geluid en geur 4.6.2.1 Algemeen a. Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen bij een bedrijf wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; e.
De geluid- en geurbelasting van een bedrijf, die in strijd is met een daarvoor in dit bestemmingsplan gestelde regel en die aantoonbaar bestond op het moment van de inwerkingtreding van die regel, mag worden voortgezet. 4.6.2.2 Geluid a. voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen: Geluidruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 1
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
23.00-07.00uur
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 4
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens; d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. 4.6.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor Afstand vanaf inrichtingen gelegen binnen grens inrichtin: de aanduiding: Specifieke vorm van bedrijf - 30 meter geurruimte zone 1 Specifieke vorm van bedrijf - 50 meter geurruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijf - 50 meter geurruimte zone 3
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt;
4.6.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 4.6.2.2 onder a; b. de vergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 4.6.2.2 onder a. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
4.6.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 4.6.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 5
Bedrijventerrein
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. onzelfstandige kantoorfuncties, met dien verstande dat niet meer dan 30%, maar in ieder geval niet meer dan 2000 m2 van het brutovloeroppervlak per bedrijf gebruikt mag worden ten behoeve van onzelfstandige kantoorfunctie; c. automobielbedrijven; d. uitsluitend een gemeentewerf en afvalbrengstation ter plaatse van de aanduiding 'gemeentewerf-afvalbrengstation'; e. ontsluitingswegen, erftoegangswegen en fiets- en voetpaden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. geluidwerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: k. gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen; met daaraan ondergeschikt: l. horeca categorie 1 en horeca categorie 2 ten dienste van de bestemming; binnen de bestemming zijn uitgesloten: m. IPPC-activiteiten in de zin van de Richtlijn industriële emissies (RIE); n. activiteiten in de zin van het Bevi; o. activiteiten in de zin van de Wet geluidhinder; p. milieuvergunningplichtige activiteiten die tevens MER-(beoordelings)plichtig zijn in de zin van het Besluit milieueffectrapportage; q. datacenters.
5.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels. 5.2.1 Gebouwen en percelen Ten aanzien van het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het bebouwingspercentage van het op het bouwperceel gelegen bouwvlak mag niet meer bedragen dan 70%; c. de afstand van een gebouw tot een perceelsgrens moet minimaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; e. indien sprake is van een kap, mag de goothoogte niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; f. het maximaal oppervlak van een bouwperceel is 25.000 m2; g. een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 1' uitsluitend verleend indien de capaciteit van de Zijdelweg is verruimd door wegverbreding en/of rotonde-aanpassing dan wel indien (mede met inachtneming van het in artikel 5.2.6 genoemde monitoringsverslag) is aangetoond dat ook met het aangevraagde bouwplan geen belemmeringen optreden op de verkeersafwikkeling op de wegvakken en kruispunten op het omliggende wegennet;