Bijlage 2A - MPP Buitenruimte Amstelveen 2026-2030
Tekst van het document
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030 wegen, kunstwerken, openbare verlichting, groen, water, spelen, verkeer, verkeersregelinstallaties, riolering
Versie 1.1 Openbare Ruimte en Vastgoed 26 mei 2026 Z26-000258
2
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Inhoud
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
Inleiding, inhoud en reikwijdte van het plan Wegen en kunstwerken Openbare verlichting Groen, water en spelen Verkeer Verkeersregelinstallaties Riolering Totaaloverzicht budgetten en projecten Financieringssystematiek Projectbeschrijvingen
3 5 10 11 16 19 21 23 28 30
3
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030 1.
Inleiding, inhoud en reikwijdte van het plan
Het beheer en de (her)inrichting van de openbare buitenruimte is een dynamisch en veelzijdig proces. Dit proces vereist regelmatige afstemming tussen verschillende afdelingen en regelmatige bijstelling naar aanleiding van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Het totale beheer omvat dagelijks onderhoud en exploitatie, technisch beheer, vervanging, vernieuwing, herinrichting en uitbreiding van het areaal en het functioneel beheer ervan. Er werken meerdere afdelingen aan op verschillende disciplines. Het is van groot belang om alle werkzaamheden in de buitenruimte goed op elkaar af te stemmen en zowel intern als naar buiten toe inzicht te verschaffen in de werkzaamheden die gepland staan, zodat anderen daar ook rekening mee kunnen houden. Renovatie, vervanging, vernieuwing, planmatig onderhoud en het structurele technische en functionele beheer in/van de buitenruimte in Amstelveen wordt ingepland in een meerjarenprogramma. Het programma bevat eenmalige renovatie-, vervangings- en herinrichtingsprojecten, maar ook jaarlijks terugkerende beheerbudgetten die nog geconcretiseerd moeten worden en/of waaruit kleine werkzaamheden betaald worden. Onder technisch beheer wordt verstaan het duurzaam instandhouden van wat er is.
Onder functioneel beheer wordt in dit geval verstaan het bij de tijd houden van het areaal en het indien nodig aanpassen aan de hand van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Een voorbeeld ter verduidelijking. Technisch beheer van een asfaltweg kan leiden tot het frezen van de bovenste twee lagen asfalt en nieuwe lagen asfalt aanbrengen. Op basis van functioneel beheer kan blijken dat vanuit de richtlijnen van duurzaam veilig of op basis van recent vastgesteld beleid wordt aanbevolen om de weg uit te voeren in klinkerverharding en iets te versmallen. Een korte geschiedenis van het ontstaan van het programma In 2014 is het Uitvoeringsprogramma infrawerken ingevoerd als instrument voor programmering van projecten en verantwoording van budgetten op de onderdelen wegen, verkeer en riolen. Met ingang van 2018 zijn ook de vervanging van lichtmasten en renovaties op de onderdelen groen, water en spelrecreatie aan het uitvoerings-programma toegevoegd. Daarbij is de naam gewijzigd in Uitvoeringsprogramma werken Buitenruimte en is aandacht gegeven aan een consistente inbedding ervan in de reguliere planning&controlcyclus. Dit betekent concreet dat op basis van de rekeningcijfers jaarlijks een geactualiseerd meerjarenprogramma wordt voorgelegd bij de daarop-volgende Perspectiefnota. In 2019 is de naam van het programma gewijzigd in Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte.
Het MPP geeft een doorkijkje naar de projecten die onderzocht en voorbereid worden, biedt de mogelijkheid om combinaties van werken te zoeken en geeft een indruk of de noodzakelijke en gewenste maatregelen passen binnen de financiële mogelijkheden die er zijn. Naarmate een project dichterbij komt in de tijd kunnen de benodigde maatregelen, kosten en planning steeds beter worden ingeschat. Een andere reden om met een meerjarenprojectenplanning te werken, is dat veel projecten over meerdere jaarschijven verdeeld worden. Het projectbudget wordt dan ook over meerdere jaren gespreid. Het is vaak tot op het laatste moment lastig in te schatten hoeveel kosten in jaar x gemaakt worden en hoeveel in jaar x+1. Dat komt nu eenmaal
4
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
omdat de wisseling van het jaar in de winterperiode plaatsvindt en er vaak onzekerheid is over de weersomstandigheden. Beschrijving onderdelen MPP Het MPP bestaat uit de volgende onderdelen, ook wel disciplines van het beheer van de openbare ruimte genoemd: 1. wegen en kunstwerken 2. openbare verlichting 3. groen, water, spelen 4. verkeer 5. verkeersregelinstallaties 6. riolering Voor iedere discipline wordt onderscheid gemaakt in beheerbudgetten/beheerprojecten en investeringsprojecten. Volledige vernieuwing van werken of onderdelen van de buitenruimte en nieuwe aanleg van voorzieningen wordt gezien als investering als deze meer dan € 100.000 kosten. De kosten worden dan over meerdere jaren afgeschreven. Alle investeringen worden apart geboekt. Alle overige projecten en maatregelen komen rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Als projecten worden voorbereid of uitgevoerd waaraan meerdere disciplines bijdragen, dan worden er combinatieprojecten aangemaakt. Van te voren wordt bepaald hoeveel iedere discipline bijdraagt aan het werk en ten gunste van welke discipline eventuele inkomsten komen. Hiervan is onder andere sprake bij reconstructies van wijken. Het programma omvat zowel projectbudgetten als beheerbudgetten. Daarnaast zijn er reguliere exploitatiebudgetten blijven bestaan die buiten het MPP Buitenruimte vallen.
Hierbij kan gedacht worden aan kosten voor elektriciteit, het verhelpen van storingen en routinematige werkzaamheden voor vegen, afvalinzameling en netjes houden van groenvoorzieningen. Deze werkzaamheden zijn niet planmatig van aard. De hoofdlijn van het programma voor de komende jaren is als volgt samen te vatten: - onderhoud aan asfalt- en elementenverhardingen, kunstwerken en straatmeubilair - reconstructie van woonwijken waarbij riolering en verharding wordt vervangen en direct functionele verbeteringen worden doorgevoerd op het gebied van klimaatbestendigheid, verkeer en groen - vervanging van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties - vervanging en herinrichting van wegen en overige openbare ruimte - vervanging van beschoeiingen en civieltechnische kunstwerken - renovatie van gazons, oevers, beplantingsvakken, bomen en speelvoorzieningen - projecten op het gebied van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling - projecten op het gebied van groen en recreatie (met aanvullende dekking uit het Fonds Groen, water en recreatie) -
verbeteren van fietsroutes onderzoeken, inspecties en voorlichting
Criteria voor prioritering en bepalen maatregelen Bij het bepalen van prioriteiten, maatregelen, projecten en werkzaamheden zijn de volgende afwegingen en randvoorwaarden in het algemeen leidend geweest:
5
-
-
-
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
noodzakelijk onderhoud en technisch beheer moet doorgang vinden; waarborgen van de veiligheid op straat is prioriteit één; er wordt daarbij ook jaarlijks budget gereserveerd voor calamiteiten en onvoorziene omstandigheden vervanging en vernieuwing vindt plaats op basis van technische ouderdom, maar daarbij wordt ook altijd kritisch gekeken of onderdelen nog langer mee kunnen zonder dat dit op termijn tot extra kosten leidt aanpak van onveilige kruispunten en wegen zo veel mogelijk aanhaken bij reconstructies en onderhouds- en vastgoedprojecten zo veel mogelijk werk met werk maken er is ruimte voor functionele verbeteringen en kwaliteitsverbeteringen, bij voorkeur mee te nemen als onderdelen van de openbare ruimte ook aan vervanging toe zijn er is (beperkt) ruimte om in te kunnen spelen op wensen van bewoners en politiek voldoen aan de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig en de LIOR aansluiten bij het vastgestelde lokale en regionale beleid mede prioriteren van verkeersprojecten op basis van mogelijkheden voor bijdragen van derden, zoals de Vervoerregio aanpakken van fietsroutes die als eerste aan onderhoud toe zijn en waar groen en kabels en leidingen zo min mogelijk belemmeringen vormen
Leeswijzer In hoofdstuk 2 tot en met 7 worden de verschillende onderdelen van het meerjarenprojectenplan toegelicht. Per discipline wordt een globaal overzicht van de maatregelen gegeven en wordt uitgelegd hoe de financiering geregeld is. Ook staat aangegeven hoe de projecten op de lijst tot stand komen en zijn gekomen. In hoofdstuk 8 staat het totaaloverzicht voor alle disciplines. In hoofdstuk 9 staat ten slotte de financieringssystematiek uitgelegd. Daar waar in dit plan gesproken wordt over 'kunstwerken' gaat het om civieltechnische kunstwerken. Dit is de vakterm voor onder andere bruggen, viaducten, damwanden, tunnels, kademuren, aquaducten en duikers. Per discipline zijn de actuele beleidsplannen en beleidsontwikkelingen toegelicht. Voor alle disciplines geldt daarnaast dat het Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026 relevant is. Dit plan beschrijft hoe Amstelveen wil omgaan met de negatieve effecten van de klimaatverandering: wateroverlast (overstromingen), hittestress en droogte. Het plan biedt inhoudelijke kaders voor de uitwerking van diverse projecten in het MPP.
2.
Wegen en kunstwerken
Voor het beheer en onderhoud van wegen en kunstwerken wordt jaarlijks ongeveer 6,0 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt gestort in de egalisatiereserve wegen. Deze jaarlijkse dotatie is gebaseerd op het Wegenplan 2025 en de Nota Civieltechnische Kunstwerken uit 2023. Deze nota's worden ongeveer iedere vijf jaar geactualiseerd. In de nota's wordt inzicht gegeven in de kwantiteit, kwaliteit en investeringsbehoefte van het Amstelveense wegen- en kunstwerkenareaal. Op basis van het areaal en de uitgevoerde inspecties is de theoretische gemiddelde investerings-behoefte per jaar bepaald. De daadwerkelijke kosten verschillen per jaar en projecten lopen veelal over de jaargrenzen heen. Daarom wordt gewerkt met een egalisatiereserve.
6
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Het onderhoud aan de openbare ruimte, waaronder de verhardingen, wordt in de gemeente Amstelveen uitgevoerd door de eigen onderhoudsdienst en door inzet van derden via raamcontracten en aanbesteding van grotere werken. Het onderhoud van verhardingen bestaat uit regulier onderhoud en reconstructies. Regulier onderhoud betreft gerichte werkzaamheden om de verharding tot het einde van de levensduur (circa 40-60 jaar) in stand te houden. De feitelijke levensduur is onder andere afhankelijk van het type verharding, de locatie, de ondergrond en de belasting. Onder het reguliere onderhoud valt: - uitvoering klein of dagelijks onderhoud: service, reparaties en calamiteiten, klachten en meldingen; - meerjarig terugkerend onderhoud; middelgroot tot groot herstraatwerk van elementverharding, het overlagen van asfalt en aanbrengen van belijning; - periodieke inspecties (uitbesteed) en onderzoeken. Bij reconstructies gaat het om gehele of gedeeltelijke renovatie van de weg inclusief fundering en bermen. Bij voorkeur wordt een reconstructie uitgevoerd in combinatie met rioolvervanging. Bij verharding gaat het om asfaltbeton- en cementbetonverhardingen, elementenverhardingen (zoals klinkers, straatstenen, tegels) en halfverharding (in parken). Het op orde houden van het areaal blijft om meerdere redenen een uitdaging.
In de afgelopen jaren is sprake van een sterke stijging van prijzen van grondstoffen, energie en loonkosten, wat direct doorwerkt in de kosten van asfalt- en betonproducten. Daarnaast worden voertuigen steeds zwaarder, onder meer door de elektrificering van het wagenpark en hogere belading, waardoor wegen sneller slijten en vaker onderhoud vergen. Amstelveen hecht veel waarde aan hoogwaardige groenvoorzieningen en aan het behoud van karakteristieke bomenstructuren, bijvoorbeeld langs wegen, paden en op veendijken. Deze keuze draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit en leefbaarheid van de stad, maar brengt ook beheeruitdagingen met zich mee. Zo kan wortelopdruk van bestaande bomen leiden tot schade aan verhardingen, wat extra onderhoud en hogere kosten met zich meebrengt om de veiligheid en het comfort voor gebruikers te waarborgen. Daarnaast speelt klimaatverandering een steeds grotere rol. Langdurige droogte heeft met name op veengronden invloed op de stabiliteit van de ondergrond. Op veendijken kan verdroging, in combinatie met wateronttrekking door bomen, leiden tot zettingen en schade aan wegen en fietspaden. Deze problematiek is van een andere orde dan wortelopdruk, maar vraagt eveneens om aanvullende maatregelen en investeringen.
De samenloop van stijgende prijzen, zwaardere belasting van infrastructuur, het behoud van waardevol groen en de effecten van droogte leidt tot een aanzienlijke toename van de onderhoudskosten. Dit kan ook spanning opleveren met ambities, zoals het versneld verbeteren van het fietsnetwerk. Een illustratief voorbeeld is de Bovenkerkerweg, waar jarenlang intensief onderhoud van weg en fietspad nodig was als gevolg van bodem- en droogteproblematiek, totdat is besloten tot een integrale vernieuwing van de weg, het fietspad en de groenstructuur. In 2023 is een incidentele dotatie van drie keer € 500.000 (2024, 2025, 2026) beschikbaar gesteld om een aantal jaren te overbruggen, vooruitlopend op het vaststellen van het nieuwe Wegenplan. Op basis van actuele inspecties en een analyse van het areaal is afgelopen jaar het Wegenplan Amstelveen 2025 vastgesteld. Hierin is de onderhoudsopgave voor de komende jaren uitgewerkt en is inzichtelijk gemaakt wat hiervan de financiele impact is.
7
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Uit het vastgestelde Wegenplan blijkt dat er structureel € 1,5 miljoen extra budget nodig is om het areaal in voldoende staat te houden. Binnen de huidige Reserve Wegen en Kunstwerken is nog enige ruimte aanwezig om de structurele ophoging niet direct te laten ingaan. Daarom is gekozen voor een ingroeipad waarbij de structurele dotatie via een ingroeipad wordt opgehoogd: met € 500.000 tot en met 2028, in 2029 met € 1.000.000 en vanaf 2030 met € 1,5 miljoen. Met het bij het Wegenplan toegekende structurele aanvullende budget kan naar verwachting worden voorzien in de onderhoudsbehoefte van het wegennet. Naast de structurele onderhoudsopgave waarvoor in dit Wegenplan een ingroeipad is voorgesteld, dient zich in de komende tien jaar een aanvullende uitdaging aan: de grootschalige vervanging van onderdelen van de Amstelveense hoofdinfrastructuur. Dit zijn omvangrijke, incidentele investeringswerken die lastig te plannen zijn omdat er in de regio veel grootschalige wegwerkzaamheden plaatsvinden en onze hoofdinfrastructuur ook zwaar belast wordt. Het gaat daarbij om flinke bedragen. Deze budgetten worden dan ook incidenteel aangevraagd, waarbij ieder jaar ten tijde van de voorbereiding van de Perspectiefnota opnieuw gekeken wordt of de planning nog realistisch is, of dat deze dotaties wellicht kunnen of moeten schuiven in de tijd.
Voor een nadere toelichting op het huidige beleid wordt verwezen naar het Wegenplan Amstelveen 2025. Daarnaast blijven externe factoren, zoals internationale spanningen, oorlogssituaties en schommelingen in grondstof- en energiemarkten, zorgen voor onzekerheid in prijsontwikkeling en beschikbaarheid van materialen. Deze ontwikkelingen hebben direct invloed op de kosten van asfalt, betonproducten en uitvoering door aannemers. Ondanks doelmatige besteding van de beschikbare middelen staat de kwaliteit van delen van het wegennet hierdoor onder druk en blijft het risico bestaan dat toekomstige projecten duurder uitvallen of moeten worden bijgesteld. Waar het Wegenplan een theoretische gemiddelde investerings- en onderhoudsbehoefte geeft op basis waarvan het jaarlijks benodigde budget kan worden vastgesteld, gaat het in het Meerjarenprojectenplan om het concreet toewijzen van budgetten voor de komende vijf jaar. Op het gebied van wegen en kunstwerken zijn er structurele beheerbudgetten, (kleine) beheerprojecten en investeringsprojecten ingepland. Daarnaast wordt via het wegenbudget bijgedragen aan grote projecten en combiprojecten (zoals reconstructies). Sommige projecten zijn al concreet benoemd, maar er zijn ook algemene budgetten opgenomen die nader kunnen worden ingevuld, zoals voor groot onderhoud asfalt.
Dat heeft er onder andere mee te maken dat groot onderhoud aan asfalt (ook de kleinere werken) altijd goed moet worden afgestemd op andere grote projecten qua bereikbaarheid (andere overheden willen bovendien ook nog wel eens schuiven met hun planningen of lopen vertraging op in hun voorbereidingen). Ook kan een slechte winter opeens de noodzaak doen ontstaan om bepaalde wegvakken naar voren te halen in de planning en andere door te schuiven. Voor kunstwerken is in 2023 een beleids- en beheernota vastgesteld: de Nota Civieltechnische Kunstwerken. Omdat het bij de vervanging van kunstwerken om aanzienlijke bedragen gaat, is voor een sober en doelmatig scenario gekozen waarmee we in elk geval tien jaar vooruit kunnen en een start kunnen maken met groot onderhoud en vervanging van de meest urgente kunstwerken, zoals enkele belangrijke bruggen voor langzaam verkeer.
8
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie uit 2021 is de ambitie uitgesproken om het verbeteren van de kwaliteit van hoofdfietsroutes te versnellen. Hiervoor is voor de periode 2023 t/m 2032 een budget van € 500.000 per jaar beschikbaar gesteld bij besluitvorming over de Perspectiefnota 2024. Het meerjarige budget is ook opgenomen in het College Uitvoeringsprogramma. De projecten voor wegen en kunstwerken worden concreet ingepland op basis van actuele inspecties, klachten en meldingen, politieke wensen, afspraken met derden, mogelijkheden voor combinatieprojecten en bereikbaarheidsregie. De volgende structurele beheer- en investeringsbudgetten zijn in het MPP opgenomen: - onderhoud asfaltverhardingen (2,0-2,2 miljoen per jaar) - onderhoud elementenverhardingen (1,5 miljoen per jaar) - herstel van kabelsleuven (-600.000 per jaar) - onderzoeken, inspecties en contracten (75.000 per jaar) - vernieuwing wandelpaden (250.000 per jaar) - aanpassingen wegen i.v.m. plaatsen trafohuisjes (25.000 per jaar) Voor onderhoud en vervanging van kunstwerken wordt rekening gehouden met gemiddeld 750.000 per jaar. De verdeling tussen onderhoud en vervanging wisselt per jaar en is concreet in het MPP geprogrammeerd. In de jaren 2026-2030 worden – naast het reguliere onderhoud – enkele fietsbruggen vervangen.
Daarnaast worden onder andere leuningen onderhouden en geschilderd en betonreparaties uitgevoerd. De volgende bruggen worden in de periode 2026 tot 2030 vervangen: - 2026: vervangen van twee bruggen aan Bouwmeester en Poortwachter - 2027: vervangen van twee bruggen over de Ringvaart tussen de Kalfjeslaan en de Bos en Vaartlaan (K0052 en K0124) - 2028: vervangen van fietsbrug Boogschutter - Gondel (K0562) - 2029: vervangen van twee bruggen Kringloop – Turfschip (K0587) en Guido van Dethlaan – Jan Teulingslaan (K0310). - 2030: vervangen van twee bruggen Zwanenwater – Marshallsingel (K0318) en Paul Rodenkolaan (K0785) De volgende wegenprojecten zijn in het MPP opgenomen: - groot onderhoud Veldlust e.o. - groot onderhoud De Nessermolen e.o. - groot onderhoud De Eendracht e.o. - nader te bepalen grote onderhoudsprojecten in 2029 en 2030 - verbeteren fietspaden Mobiliteitsvisie (programma van 17 routes) - vervangen van de Oude Bovenkerkerweg, de Hollandsedijk, en delen van de Van der Hooplaan, Beneluxbaan, Bovenkerkerweg-noord, Keizer Karelweg-noord en Legmeerdijk-Noorddammerlaan (in Bovenkerk) - verbeteren fietspaden Beneluxbaan (de paden ten noorden van de Ouderkerkerlaan die nog niet meegenomen zijn in project Amstelveenlijn) - vervangen (en verbreden) fietspad Gondel - reconstructie dijk achter de Flevolaan - reconstructie van de Meander
9
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Er is voor gekozen om het klimaatadaptief herstraten van parkeerterreinen niet meer als afzonderlijk onderdeel in het MPP op te nemen. Het realiseren van klimaatadaptieve parkeerterreinen wordt doelmatiger geacht wanneer dit wordt gecombineerd met reconstructies of wegherinrichtingen. Op deze manier benutten we kansen door werkzaamheden te bundelen en efficiënt werk met werk te maken. Ook wordt met kleinschalige toepassing in de reconstructies ervaring opgedaan met het klimaatadaptief inrichten en onderhouden van parkeervakken in wijken. Bij het project Reconstructie Selderust-noord is het vergroenen van een parkeerterrein opgenomen in het voorlopig ontwerp. In het kader van de netverzwaring worden de komende jaren in alle woonwijken extra trafohuisjes bijgeplaatst door Liander. Om deze trafohuisjes zorgvuldig in te passen, zijn regelmatig functionele aanpassingen nodig aan de verhardingen in de directe omgeving. Liander draagt een deel van de kosten; de resterende kosten worden gedekt vanuit een nieuw beheerbudget (€ 25.000 per jaar).
Vanuit het wegenbudget wordt daarnaast bijgedragen aan de volgende combinatieprojecten: - structurele aanpak zonkenproblematiek Bovenkerkerweg - reconstructie van de diverse woonbuurten: de Vliegeniersbuurt, de Wolfert van Borsselenweg e.o., de Bovenkerkerkade en Ouderkerkerlaan (beide ten oosten van de Keizer Karelweg), Rozenoord e.o., en Selderust-noord e.o. - opwaarderen fietsroute langs de museumspoorlijn (Spoorlijnpad-Kazernepad) - herinrichting plein bij de Urbanuskerk - herinrichting van de Groenelaan Ook dragen we bij aan de dijkverzwaring van de Amsteldijk Zuid door Waternet op basis van een samenwerkingsovereenkomst. Financieel overzicht De geplande uitgaven voor wegen en kunstwerken in 2026-2030 bedragen afgerond € 52,2 miljoen bij een budget (inclusief egalisatiereserve) van € 56,1 miljoen. De jaarlijkse uitgaven liggen hoger dan de jaarlijkse dotatie, met het oog op de te realiseren inhaalslag die noodzakelijk blijkt vanuit de weginspecties. Dit wordt opgevangen door de egalisatiereserve. Deze heeft een beginstand op 1 januari 2026 van € 11,3 miljoen. Na afronding van het programma resteert ongeveer € 3,9 miljoen. In afwachting van het nieuwe Water- en Rioleringsplan dat in 2026 wordt opgesteld, is ruimte in het bestedingsplan wegen aangehouden.
Dit heeft ermee te maken dat nieuwe reconstructies in verband met ouderdom van de riolering nu nog niet geprogrammeerd zijn, maar hier wel vanuit de reserve wegen aan moet worden bijgedragen. Als gevolg daarvan worden er komend jaar nieuwe reconstructies aan het MPP toegevoegd, waaraan ook vanuit de reserve wegen zal moeten worden bijgedragen.
10
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
bedragen x 1.000 euro Omschrijving
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
* via exploitatie
24.662
4.196
5.462
5.154
4.800
5.050
* via kredietvotering
27.564
4.121
9.883
6.771
3.780
3.010
Totaal geraamde uitgaven
52.227
8.317
15.345
11.925
8.580
8.060
Budget wegen
44.766
8.008
8.006
8.936
9.544
10.274
Saldo (verrekenen met egalisatiereserve)
-7.461
-310
-7.339
-2.990
964
2.214
Stand egalisatiereserve per 1-1-2026
11.335
Reservemutatie 2026-2030
- 7.461
Meerjarenprojectenplan wegen:
Stand egalisatiereserve per 31-12-2030 *-/- is een onttrekking
3.873 ogenschijnlijke rekenfouten hebben met afrondingsverschillen te maken
In het overzicht is rekening gehouden met: - incidenteel € 970.000 als bijdrage voor ophoging van de Amsteldijk Zuid in 2026; de werkelijke bijdrage van Amstelveen aan AGV zal hoger zijn, maar dit wordt vanuit de reserve opgevangen; de toegekende incidentele dotatie was op basis van een indicatieve kostenraming van enkele jaren geleden, met de afspraak dat de daadwerkelijke verrekening zou plaatsvinden aan de hand van de aanbesteding. - 7x € 500.000 per jaar van 2026 tot en met 2032 ('meerjarig incidenteel') voor kwaliteitsverbetering van de Amstelveense fietspaden - structurele verhoging van het onderhoudsbudget wegen, in verband met de gestegen kosten voor infrawerken, via een ingroeipad van € 500.000 vanaf 2026, € 1.000.000 vanaf 2029 en € 1.500.000 vanaf 2030; - een incidentele dotatie van € 930.000 in 2027 voor vervanging van het zuidelijk deel van de Van der Hooplaan - een incidentele dotatie van € 1.860.000 in 2028 voor vervanging van een deel van de Beneluxbaan en van de Bovenkerkerweg tussen Sportlaan en Zetterij; - een incidentele dotatie van € 1.930.000 in 2029 voor vervanging van een deel van de Beneluxbaan en van een deel van de Meander; - een incidentele dotatie van € 2.160.000 in 2030 voor vervanging van een deel van de Beneluxbaan, een deel van de Legmeerdijk-Noorddammerlaan (Bovenkerk) en een deel van de Keizer Karelweg.
Over al deze dotaties heeft al eerder besluitvorming plaatsgevonden, met uitzondering van de incidentele dotatie voor de vervanging van de hoofdinfrastructuur in 2030 en de structurele ophoging van het onderhoudsbudget wegen met € 500.000 vanaf 2030 die in het Wegenplan 2025 en in de Perspectiefbrief 2027 zijn opgenomen.
3.
Openbare verlichting
De planmatige vervanging van lichtmasten en bijzondere investeringen op het gebied van openbare verlichting zijn opgenomen in het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte. Hiertoe is in 2018 besloten. Deze investeringen rekenen af met de egalisatiereserve openbare verlichting. De jaarlijkse dotatie aan deze reserve is € 575.000. Er is één structureel vervangingsbudget opgenomen in het MPP van € 575.000. Voor dit budget worden
11
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
vervangingsprojecten ingepland. Het gaat om veel verschillende locaties per jaar. In 2026 staat onder andere op het programma: Vervangen van masten: • Westwijk (Asserring, Albert Dalsumstraat, Guido van Dethlaan, Bertha von Suttnerlaan, Hammarskjöldsingel en Burgemeester Wiegelweg); • Middenhoven (Melkweg, Orion, Grote Beer). Vervangen van armaturen: • Waardhuizen-Middenhoven (Galjoen, Schoener, Punter, Jupiter, Grote Beer, Poortwachter, Chirurgijn, Markkramer). Daarnaast gaan we verder met het aanpassen of vervangen van verlichting en bekabeling langs de fietspaden van de Beneluxbaan. Dit wordt in 2026 afgerond. De openbare verlichting wordt beheerd volgens de vastgelegde kaders in het verlichtingsplan. Diverse aspecten spelen hierbij een rol, zoals sociale veiligheid, verkeersveiligheid, energiegebruik, circulariteit, effect op flora en fauna en aantrekkelijkheid openbare ruimte. Financieel overzicht De geplande uitgaven voor openbare verlichting in 2026-2030 bedragen afgerond € 2,9 miljoen bij een budget (inclusief egalisatiereserve) van afgerond € 3,4 miljoen. De reserve heeft een beginstand op 1 januari 2026 van € 480.000. Na afronding van het programma resteert ongeveer € 455.000.
bedragen x 1.000 euro Omschrijving
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
2.900
600
575
575
575
575
0
0
0
0
0
0
Totaal geraamde uitgaven
2.900
600
575
575
575
575
Budget ov
2.875
575
575
575
575
575
Saldo (verrekenen met egalisatiereserve)
-25
-25
0
0
0
0
Stand egalisatiereserve per 1-1-2026
480
Meerjarenprojectenplan openbare verlichting: * via exploitatie * via kredietvotering
Reservemutatie 2026-2030
-25
Stand egalisatiereserve per 31-12-2030
455
*-/- is een onttrekking
ogenschijnlijke rekenfouten hebben met afrondingsverschillen te maken
4.
Groen, water en spelen
De renovatie- en investeringsbudgetten voor groen, water en spelen zijn onderdeel van het programma buitenruimte. Voor deze disciplines is een aparte egalisatiereserve ingesteld om de faseringen op te vangen. De jaarlijkse dotatie aan deze reserve is € 1.983.500. Deze jaarlijkse dotatie is onder andere gebaseerd op het Bomenplan 2025 en op het Speelruimteplan 2025.
12
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Voor renovatie van bomen, beplantingsvakken en gazons, oevers en speelplaatsen wordt jaarlijks budget gereserveerd, met wat fluctuaties over de jaren. Vanaf 2026 gaat het om structureel: - 600.000 bomenrenovatie - 100.000 oeverrenovatie - 425.000 gazon- en heesterrenovaties - 400.000 speeltuinrenovaties Per discipline volgt hieronder een toelichting op de plannen. De projectomschrijvingen staan in paragraaf 10. Bomen In januari 2025 is het Bomenplan "Amstelveen Bomenstad" in de raad vastgesteld. Het Bomenplan biedt een beleidskader om bestaande bomen te beschermen en te investeren in de aanplant van nieuwe bomen. Onderdeel van dit plan is een uitvoeringsagenda. Amstelveen heeft ongeveer 32.000 laan- en straatbomen. Ieder jaar wordt bij een derde van het bomenbestand een boomveiligheidscontrole uitgevoerd om onveilige situaties te voorkomen. Bomen worden vanwege bijvoorbeeld, ziekte, schade, gebrek aan vitaliteit of ouderdom gekapt. Tijdens de jaarlijkse bomenrenovatie worden deze bomen vervangen. Deze vervanging is gericht op een duurzaam en gezond bomenbestand. Om dit mogelijk te kunnen maken is in het Bomenplan een aanvraag voor structurele verhoging van het renovatiebudget met € 200.000 opgenomen vanaf 2026. Het besluit hierover is genomen bij vaststelling van de Perspectiefnota 2026. Deze middelen zijn in het MPP verwerkt in het jaarlijkse beheerbudget Bomenrenovaties.
Daarnaast is er in het kader van klimaatadaptatie behoefte aan aanplant van extra bomen. De raad heeft eerder ingestemd met het beschikbaar stellen van € 600.000 incidentele middelen vanuit het Fonds Groen, water en recreatie voor het versterken van de Amstelveense boomstructuur en om wijkgericht meer bomen aan te planten. Een robuuste en gevarieerde boomstructuur draagt bij aan het tegengaan van hittestress, het verbeteren van de wateropvangcapaciteit en het versterken van de biodiversiteit in de openbare ruimte. De 3‑30‑300‑richtlijn (zie bomenplan) helpt om per wijk te bepalen waar vergroening het meest nodig is. Deze extra middelen zijn in het MPP verwerkt in het projectbudget Impuls bomen (3x € 200.000 in 2026, 2027 en 2028). Heesters en gazons Voor de heester- en gazonrenovaties worden vanuit de buitendienst te vervangen objecten aangedragen. Het gaat hierbij om beplanting die vervangen moet worden omdat de vitaliteit minder wordt en uitval plaatsvindt. Dit komt doordat het einde van de levenscyclus nadert. Deze beplanting ligt doorgaans verspreid door de hele gemeente. In het kader van de taakstellingen uit de nieuwe werkwijze voor Wijkbeheer zullen de renovatiebudgetten bij het vervangen van heesters worden ingezet voor het efficiënter inrichten van het groen. We werken hiermee aan een biodivers, toekomstigbestendig en waardevol groen Amstelveen.
In 2026 worden vanuit de heesterrenovatie heestervakken die door de aanwezigheid van invasieve onkruiden niet goed te beheren zijn, omgevormd naar gras. Wanneer er wijkreconstructies plaatsvinden (vaak naar aanleiding van vervanging van riolering), wordt de vervanging van beplanting en speelplaatsen meegenomen als integraal onderdeel van het project. Vanuit de reserve groen-water-spelen wordt dan bijgedragen
13
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
aan deze integrale projecten. Daarnaast wordt bijgedragen aan andere investeringsprojecten en zijn er enkele losse projecten voorzien, waarvoor al dan niet incidenteel budget wordt aangevraagd, zoals de groene aankleding bij het aanleggen van een skatebaan in Amstelveen-zuid. De budgetruimte voor bijdragen aan multidisciplinaire projecten en losse projecten (gemiddeld ruim 3 ton per jaar) is vrij krap. De claim op groen zal bovendien stijgen door klimaatadaptieve maatregelen te verwerken in reconstructies. In de regel zal voor losse projecten extra incidenteel budget moeten worden gevraagd. Spelrecreatie In 2025 is het Speelruimteplan Amstelveen vastgesteld. Op basis van inspecties, de leeftijd en opbouw van het areaal en de prijsontwikkelingen is daarbij inzicht geboden in het structureel benodigde budget voor de komende jaren. Er is gekozen voor groene en veilige speelomgevingen. Via het Speelruimteplan 2025 en de Perspectiefnota 2026 heeft de raad structureel aanvullend budget beschikbaar gesteld. In 2026 staan er veel werkzaamheden op het gebied van spelrecreatie op de agenda. Naast het reguliere onderhoud, zoals schoonmaken en reparaties, worden verschillende speelplaatsen onder handen genomen.
Zo krijgen de speelplekken aan de Jan Teulingslaan, Anne de Vrieslaan, Vogelkerslaan, Henegouwselaan, Augusta de Witlaan, Jonge Gerard en Brederode een volledige renovatie, terwijl losse toestellen op locaties aan de Duin en Kruidberg, Karel Doormanweg en Rembrandtschool vervangen worden. Verder worden de schoolpleinen van de Triangel, het Palet, de Verrekijker, de Roelof Venemaschool en de Parcival vergroend, wat zorgt voor een prettige speelomgeving voor de kinderen. Vanuit deze budgetten vervangen we ook valondergronden op diverse speellocaties, namelijk bij de locaties: Randwijck, Jasmijnlaan en Duin en Kruidberg. De rolschaatsbaan aan de Burgemeester Haspelslaan krijgt in 2028 een opknapbeurt. Voor het vergroenen en vervangen van speeltuinen en schoolpleinen zijn aparte budgetten in het MPP opgenomen als deze substantieel van omvang zijn, zodat deze budgetten apart kunnen worden bewaakt. Deze zijn afgesplitst van het algemene budget Vergroenen schoolen speelpleinen. De normeringen voor de waterkwaliteit voor openbare zwembadjes zijn verzwaard. Er zijn zeven openbare speelbadjes in Amstelveen. Voor investeringen in technische azwemwaterinstallaties om de vereiste waterkwaliteit te kunnen waarborgen, of voor het omvormen van zwembadjes naar splashparken is incidenteel € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld.
Per locatie wordt via een participatietraject met bewoners een besluit genomen. Oeverrenovaties Vanuit het budget Oeverrenovaties wordt in 2026 geïnvesteerd in het vervangen van de oevers aan de Kotter en nog een aantal nog nader te bepalen locaties. Daarnaast wordt bij het project van de Kostverlorenweg de beplanting van de natuurvriendelijke oever aangebracht om het project dat in 2025 is gestart af te ronden. Dit is een gezamenlijk project met het waterschap om ook de waterkwaliteit te verbeteren en ervaring op te doen met het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Waterschap AGV heeft het initiatief genomen om de dijken en kades van de Ouderkerkerlaan en Bovenkerkerkade duurzaam te verhogen ter bevordering van de waterveiligheid. In samenwerking met de gemeente wordt onderzocht hoe de groenstructuren rondom de dijken en kades zo veel mogelijk behouden of hersteld kunnen worden. De plannen worden in 2026 verder uitgewerkt en naar verwachting uitgevoerd.
14
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Inpassing trafohuisjes In het kader van de netverzwaring worden de komende jaren in alle woonwijken extra trafohuisjes bijgeplaatst door Liander. Om deze trafohuisjes zorgvuldig in te passen, zijn regelmatig functionele aanpassingen nodig aan de groenzones of speeltuinen in de directe omgeving. Liander draagt een deel van de kosten; de resterende kosten worden gedekt vanuit een nieuw beheerbudget (€ 25.000 per jaar). Fonds Groen, Water en Recreatie In het College Uitvoeringsprogramma is voor de periode 2023-2026 in totaal € 10 miljoen gereserveerd voor investeringen in groen, water en recreatie. Daartoe is een Fonds Groen, Water en Recreatie ingesteld, in de vorm van een reserve. Voor dit fonds is in 2023 een eerste bestedingsplan opgesteld. Dit bestedingsplan is als onderdeel van de Perspectiefnota 2024 vastgesteld in juli 2023. Het bestedingsplan biedt een gedeeltelijke invulling voor de gereserveerde gelden op basis van het coalitieakkoord/college-programma, bekende bestuurlijke en maatschappelijke wensen en bestaand beleid. Het bestedingsplan wordt bij tijd en wijle door het college van B&W geactualiseerd. Vervolgens wordt via de reguliere P&C-cyclus aan de raad voorgelegd in te stemmen met de bijbehorende reservemutaties.
Gelijktijdig met de Perspectiefnota 2027 wordt het bestedingsplan ook nu bijgesteld en vervolgens weer verwerkt in de begroting en in het MPP Buitenruimte. De bijstellingen houden het volgende in: - een deel van het budget voor Park Zuid uit 2025 (€ 85.000) wordt overgeheveld naar 2026; - het reeds gereserveerde budget voor Park Zuid van € 2.400.000 wordt opgehoogd met € 515.000 en het dan totaal gereserveerde budget van 3 miljoen wordt ingezet voor de aankoop van grond voor Park Zuid, waarover eerder door het college besloten is; - de budgetten voor het opstellen van een uitvoeringsplan bij de Visie Gezonde Leefomgeving en voor uitvoering van de Groenvisie (2x € 50.000) worden overgeheveld van 2025 naar 2026 en het restantbudget van het Fonds (€ 75.000) wordt toegevoegd aan het budget voor uitvoering van de Groenvisie; besteding van dit laatste budget gaat plaatsvinden via het MPP; daartoe worden ook drie budgetten van Stedelijke Ontwikkeling (3x € 50.000 in 2026, 2027 en 2028) voor de Groenvisie ondergebracht in het MPP (via storting in de reserve groen-water-spelen); - het budget voor coördinatie en regie in 2025 en 2026 valt vrij, omdat hiervoor geen inhuur of uitbesteding nodig is geweest. Het bestedingsplan voor het Fonds Groen, Water en Recreatie wijkt op de volgende onderdelen af van de vorige versie: bedragen x 1.000 euro Project
2025
2026
Totaal
Park Zuid
-85
+600
+515
Uitvoeringsplan Groenvisie
-50
+125
+75
Uitvoeringsplan Visie Gezonde Leefomgeving
-50
+50
0
Coördinatie en regie fonds
-100
-100
-200
Totaal
-285
+675
+390
15
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
De bijbehorende mutaties van de reserves worden bij de besluitvorming over de Perspectiefnota 2027 als apart(e) beslispunt(en) meegenomen. De volgende maatregelen en projecten (waarvan de realisatie en financiële afwikkeling via het MPP verloopt en wordt verantwoord) zijn nu in het bestedingsplan 2026 opgenomen: - budget voor vergroenen van school- en speelpleinen - budget voor inwonersparticipatieproject Groen moet je doen - budget voor kleine waterinitiatieven - impuls bomenbestand (zoals boven toegelicht bij de bomen- en heesterrenovaties) Vergroenen van het Raadhuisplein stond in het MPP, maar wordt vanaf nu ondergebracht in het nieuwe meerjarenplan voor de A9-zone; het budget uit het fonds wordt daarom niet overgeheveld naar de reserve groen-water-spelen, maar naar de reserve A9-zone. Uitvoering op korte termijn is niet wenselijk in verband met de planvorming voor de Noordelijke Poeloever en de bouw van een eventuele parkeervoorziening; deze beide projecten hebben invloed op de herinrichting van het Raadhuisplein. Financieel overzicht De geplande uitgaven voor groen, water en spelen via het MPP 2026-2030 bedragen afgerond € 13,7 miljoen bij een budget (inclusief egalisatiereserve) van afgerond € 14,9 miljoen. Dit is inclusief de projecten en de dekking uit het Fonds Groen, water en recreatie.
De reserve groen-water-spelen heeft een beginstand op 1 januari 2026 van € 2,5 miljoen. Na afronding van het programma resteert ongeveer € 1,1 miljoen. bedragen x 1.000 euro Omschrijving
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
1.550
Meerjarenprojectenplan groen/water/spelen: * via exploitatie
9.503
2.678
1.825
1.825
1.625
* via kredietvotering
4.236
943
1.613
1.379
300
0
Totaal geraamde uitgaven
13.739
3.621
3.438
3.204
1.925
1.550
Budget groen/water/spelen
12.423
3.889
2.534
2.034
1.984
1.984
Saldo (verrekenen met egalisatiereserve)
-1.316
267
-905
-1.171
59
434
Stand egalisatiereserve per 1-1-2026
2.457
Reservemutatie 2026-2030
-1.316
Stand egalisatiereserve per 31-12-2030
1.140
*-/- is een onttrekking
ogenschijnlijke rekenfouten hebben met afrondingsverschillen te maken
In het overzicht is rekening gehouden met: - de dekking uit het Fonds Groen, water en recreatie die via een apart beslispunt in de Perspectiefnota aan de raad wordt voorgelegd - twee incidentele dotaties van € 500.000 in 2026 en 2027 voor de aanpak van de openbare zwembadjes - overheveling van 3x € 50.000 van budgetten bij Stedelijke Ontwikkeling naar het MPP via storting in de reserve groen-water-spelen (budgetneutraal)
16
5.
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Verkeer
Het geldende verkeer- en vervoerbeleid is vastgelegd in een aantal beleidsdocumenten, waaronder de Mobiliteitsvisie Amstelveen en de Nota Fiets. De kern van het beleid is het streven naar een regionaal samenhangend, bereikbaar, verkeersveilig en duurzaam mobiliteitssysteem, waarbij ruimtelijke ordening en mobiliteit hand in hand gaan. Voor het MPP Buitenruimte betekent dat dat we doorgaan op de ingeslagen weg. Schone vervoerwijzen zoals fiets, ov en elektrisch vervoer worden gestimuleerd en we werken aan het waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de verkeersveiligheid, verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid in het verkeer- en vervoersysteem. Voor de lokale infrastructuur wordt nog meer ingezet op het meer ruimte geven aan langzaam verkeer. Voor de hoofdinfrastructuur is het daarnaast ook van belang dat Amstelveen goed bereikbaar blijft. De maatregelen uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit zijn financieel ingepast in het MPP. Bij het programmeren van maatregelen wordt zo goed mogelijk aangesloten op het lokale en regionale verkeersbeleid. Bij het onderdeel verkeer is de opgave breder dan alleen beheer en onderhoud van het areaal, zoals dat voor andere disciplines doorgaans wel geldt.
Naast het opnemen van beheer- en investeringsbudgetten voor duurzame instandhouding van het areaal is ook ruimte voor kwaliteitsverbetering op kleine en middelgrote schaal. De ambities uit de Mobiliteitsvisie en de Nota Fiets zijn als volgt samen te vatten: 1. een optimale regionale en lokale bereikbaarheid voor inwoners, werkenden en bezoekers waarbij, rekening houdend met de huidige capaciteit en geringe uitbreidingsruimte van het wegennetwerk, een sterke nadruk wordt gelegd op openbaar vervoer en actieve modaliteiten; intern een goede doorstroming, extern een goede bereikbaarheid, maar doorgaand verkeer wordt niet gestimuleerd; in plaats daarvan wordt doorgaand verkeer zo veel mogelijk om Amstelveen heen geleid; 2. proactief verkeersveiligheidsbeleid; ongevallen met een ernstige afloop minimaliseren door een combinatie van infrastructurele maatregelen, verkeerseducatie en handhaving volgens de principes van Duurzaam Veilig; 3. goede verbindingen met NS-stations Schiphol, Amsterdam Zuid en Bijlmer-Arena; 4. fijnmazig openbaar vervoer, waarbij belangrijke voorzieningen goed bereikt kunnen worden (ziekenhuis, ouderencomplexen en gezondheidsvoorzieningen); 5.
een sterke koppeling tussen ruimtelijke ordening en mobiliteit (zowel in beleid als in planvorming); behoud nabijheid van belangrijkste functies in de gemeente zelf en zorgen dat deze met openbaar vervoer en actieve modaliteiten bereikbaar zijn; 6. hoogwaardige, snelle, herkenbare, comfortabele, directe en (sociaal) veilige (regionale) fietsroutes; 7. verduurzaming van stadslogistiek, faciliteren van elektrisch vervoer en deelmobiliteit. De jaarlijkse dotatie aan de reserve verkeer is € 799.500. De volgende budgetten voor reguliere werkzaamheden zijn in het MPP opgenomen: - verkeersvoorzieningen en maatregelen (waaronder fietsenstallingen en educatie) (300.000 per jaar) - verkeersborden, straatnaamborden en bewegwijzering (100.000 per jaar) - verkeersonderzoek (40.000 per jaar, in 2026 60.000)
17
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
De rest van het gemiddelde budget wordt ingezet voor verkeersaanpassingen bij reconstructies of wegonderhoud, verkeersveiligheidsprojecten en kwaliteitsverbeteringen. De volgende losse verkeersprojecten zijn nu in het MPP opgenomen: - verbeteren fietsroute De Savornin Lohmanlaan-Thorbeckepark; - studie verkeersafwikkeling Amstelveen-zuid (o.a. Beneluxbaan-Bovenkerkerweg, Bovenkerkerweg-Zetterij, Beneluxbaan-Poortwachter-Van der Hooplaan, Van der Hooplaan-Startbaan, Zijdelweg en Bosrandweg); - bushaltes en rotonde bij Sacharovlaan-Hammarskjöldsingel; - bijdrage aan rotonde Jane Addamslaan-Weldam, die vanuit project De Scheg wordt gerealiseerd, maar ook voor Westwijk van toegevoegde waarde is; - verbeteren van de oversteek voor langzaam verkeer op de kruising Willem DreeswegDe Parel; - extra fietsenstallingen bij OV-haltes; - de inmiddels gerealiseerde fietsenstalling op het Nieuw Loopveld; - een nieuw parkeerverwijssysteem voor het Stadshart. In het vorige MPP was ook de aanleg van een rotonde op het kruispunt Zetterij-Maalderij geprogrammeerd. Dit project is niet meer opgenomen in het huidige MPP. Recent zijn op deze kruising voetgangersoversteekplaatsen (zebrapaden) toegevoegd en is de bebording aangepast. Dit lijkt goed te functioneren. Er komen over deze kruising geen meldingen van bewoners meer binnen en er hebben tot op heden ook geen ongevallen meer plaatsgevonden.
Daarnaast blijkt een rotonde op deze locatie niet optimaal inpasbaar te zijn. Als in de toekomst de wens voor aanpak van deze kruising toch weer opkomt, dan kan het project opnieuw opgevoerd worden. Daarnaast wordt in 2025 en 2026 een pilot uitgevoerd met camerahandhaving bij bussluizen. Deze vorm van handhaving moet de fysieke bussluizen vervangen, die tegenwoordig te hoog zijn voor elektrische bussen om te passeren en bij verlaging weer te laag zouden worden om effectief ander verkeer te kunnen weren. Voor deze pilot is eenmalig € 170.000 beschikbaar gesteld bij de Perspectiefnota 2026, voor de installatie en implementatie van de systemen en voor twee jaar aan licentie-, lease- en beheerkosten. Binnen dit budget is ruimte om twee extra camera's te laten plaatsen in 2026. Als de pilot succesvol is, is structureel aanvullend budget nodig voor de jaarlijkse kosten vanaf 2027. Het gaat hierbij om ongeveer 15.000 euro per camera per jaar. Vanuit het verkeersbudget wordt bijgedragen aan de volgende combinatieprojecten: - opwaarderen fietsroute Spoorlijnpad-Kazernepad - herinrichting van de Groenelaan - aanleg van een vrijliggend fietspad langs Laan Nieuwer-Amstel en de Burg.
Colijnweg (in combinatie met de nieuwe rotonde) Bij het onderdeel verkeer is met het huidige structurele budget van zo’n 8 ton alleen ruimte voor regulier werk en voor kleine en enkele middelgrote verkeersprojecten. Als er tussentijds ruimte is voor (cofinanciering van) een belangrijk groot project, dan wordt zo'n project ook meegenomen in de programmering. Reconstructie van de Groenelaan, waarbij diverse gevaarlijke kruispunten onder handen worden genomen en vrijliggende fietspaden worden aangelegd, wordt ook met bestaande middelen gefinancierd. Budgetten voor de kwaliteitsimpuls van het fietsnetwerk verlopen via het programma wegen, met uitzondering van de fietsroute langs de museumspoorlijn. Dit project wordt
18
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
deels via de reserve verkeer en deels via de reserve wegen gefinancierd. Voor dit project is ook een substantiële bijdrage van de Vervoerregio toegezegd. Andere grote infrastructurele maatregelen zijn nu geen onderdeel van het meerjarenprojectenplan. Als deze grote projecten wenselijk of noodzakelijk zijn, dan zijn aan-vullende kredieten nodig. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het maken van ongelijkvloerse kruispunten. De studies daarnaar kunnen wel vanuit het MPP betaald worden en dat gebeurt momenteel ook. De gemeente doet onderzoek naar een toekomstvaste inrichting van het hoofdwegennet aan de zuidkant van Amstelveen, met het oog op de groei van de stad en de autonome groei van het verkeer. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de drukke kruispunten op de Beneluxbaan, Bovenkerkerweg en Van der Hooplaan en naar de invalswegen Zijdelweg en Bosrandweg. Een uitgebreide toelichting staat in paragraaf 10 bij de projectomschrijvingen. Daarnaast wordt onder andere met verschillende andere overheden aan grote mobiliteitsopgaven gewerkt in de Zuidlob-studie. De grote projecten A9, Amstelveenlijn en knoop Ouderkerkerlaan vielen niet onder het programma Buitenruimte.
Voor grote infrastructurele projecten als gevolg van de autonome groei van het verkeer en de gebiedsontwikkeling van bijvoorbeeld Legmeer en BTAZ wordt de financiering op andere wijze geregeld of nog verder uitgewerkt. Aanpassingen van infrastructuur als gevolg van de ontwikkeling van De Scheg wordt uit de grondexploitatie van De Scheg bekostigd. Vanuit de reserve verkeer wordt wel bijgedragen aan een van de rotondes ten behoeve van De Scheg. In 2026 wordt het Amstelveense Wegencategoriseringsplan geactualiseerd. Als gevolg hiervan worden een aantal wegen binnen de gemeente mogelijk afgewaardeerd naar 30 km/uur. Daarvoor zijn flankerende maatregelen nodig op deze wegen, zoals bijvoorbeeld drempels of aanvullende markeringen. Invoering kan gefaseerd worden uitgevoerd. Financieel overzicht De geplande uitgaven voor verkeersmaatregelen in 2026-2030 bedragen afgerond € 8,2 miljoen bij een budget (inclusief egalisatiereserve) van afgerond € 10,3 miljoen. De reserve heeft een beginstand op 1 januari 2026 van € 6,3 miljoen. Na afronding van het programma eind 2030 resteert naar verwachting ongeveer € 2,0 miljoen. Het programma past daarmee binnen de financiële ruimte die er is. In de komende jaren liggen de uitgaven hoger dan het jaarlijkse budget. Dit wordt opgevangen door de reserve. bedragen x 1.000 euro Omschrijving
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
440
Meerjarenprojectenplan verkeer: * via exploitatie
2.522
682
520
440
440
* via kredietvotering
5.728
677
1.811
1.940
1.300
0
Totaal geraamde uitgaven
8.249
1.359
2.331
2.380
1.740
440
Budget verkeer
3.998
800
800
800
800
800
Saldo (verrekenen met egalisatiereserve)
-4.252
-559
-1.531
-1.581
-941
360
Stand egalisatiereserve per 1-1-2026
6.280
Reservemutatie 2026-2030
-4.252
Stand egalisatiereserve per 31-12-2030
2.029
*-/- is een onttrekking
ogenschijnlijke rekenfouten hebben met afrondingsverschillen te maken
19
6.
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
Verkeersregelinstallaties
Voor de vervanging en verbetering van VRI’s wordt jaarlijks € 577.900 beschikbaar gesteld. Gemiddeld gaat een verkeersregelautomaat ongeveer 15 jaar mee. Soms functioneert een automaat langer, maar biedt de leverancier na verloop van tijd geen ondersteuning meer omdat bijvoorbeeld onderdelen niet meer leverbaar zijn. Waar mogelijk worden de VRI’s gebruikt totdat dat niet meer efficiënt is. Soms is dat na 18 jaar, soms is dat al na 12 jaar. Dat kan het geval zijn als de automaat als gevolg van een infrastructureel project moet worden aangepast. Dan kan het voordeliger zijn om direct een nieuwe te bestellen. Het straatmeubilair en bekabeling gaan doorgaans 30 jaar mee. In bepaalde gevallen is het voordeliger om de hele installatie in één keer te vervangen, in andere gevallen worden alleen onderdelen vervangen. Ook hier wordt in de planning geprobeerd om zo veel mogelijk werk met werk te maken door de vervanging bijvoorbeeld te rekken totdat een reconstructie van de weg aan de orde is. Als gemiddelde afschrijftermijn voor VRI-onderdelen kan 25 jaar worden aangehouden. Het programma is ook bedoeld voor functionele aanpassingen en optimalisaties aan VRI’s. Dat kan tussentijds als er problemen zijn met de verkeersafwikkeling. Het kan ook zijn dat bij vervanging van de installatie kruispuntaanpassingen worden doorgevoerd, zoals het toevoegen of verlengen van opstelvakken.
Het kan ook zijn dat uit onderzoek blijkt dat het gunstiger is om de VRI weg te halen en te vervangen door een andere kruispuntvorm. Dit kan ook om beleidsmatige redenen. Bij vervanging van oude verkeersregelinstallaties (VRI's) worden deze vervangen door moderne iVRI's met energiezuinige verlichting en een lager voltage. Op termijn bieden iVRI's meer toepassingsmogelijkheden voor sturing van het verkeer, bijvoorbeeld via apps of door slimme netwerkregelingen waarbij meerdere VRI's met elkaar commu-niceren via internet. De ontwikkeling hiervan begint langzaamaan op gang te komen. In 2024 is een nieuwe beheerovereenkomst gesloten tussen de gemeente Amstelveen en het GVB voor verkeersregelinstallaties, groen en kunstwerken rond de Amstelveenlijn en de nieuwe Uithoornlijn. Onder de Wet Lokaalspoor zijn de verhoudingen rond spoorwegbeheer en concessieverlening gewijzigd. De Vervoerregio is nu concessieverlener voor het tramvervoer en formeel beheerder van het tramspoor, dat nog steeds eigendom is van Amsterdam. Het beheer heeft de Vervoerregio uitbesteed aan GVB-Railinfrabeheer. De oude beheerovereenkomst tussen Amsterdam en Amstelveen is daarmee vervallen.
De nieuwe overeenkomst tussen GVB en Amstelveen regelt conform de interpretatie van de Wet Lokaalspoor, dat VRI's die alleen de tramoversteek regelen voor 100% ten laste komen van de spoorwegbeheerder (GVB), en VRI's die ook overige richtingen regelen voor 100% ten laste komen van de wegbeheerder. De financiële gevolgen voor de jaarlijkse onderhoudsvergoeding die Amstelveen ontvangt zijn beperkt en al in de begroting verwerkt. Voor de toekomstige vervangingsinvesteringen zijn de gevolgen groter, maar dit speelt pas vanaf ongeveer 2035. In de afgelopen jaren zijn veel VRI's op de Amstelveenlijn al vernieuwd. Voor de korte en middellange termijn is vooralsnog geen aanpassing van de jaarlijkse dotatie aan de reserve VRI's nodig. Enkele andere VRI's op drukke kruispunten moeten op korte termijn worden vervangen, omdat deze door de leverancier 'end-of-life' zijn verklaard en niet meer volledig ondersteund worden bij storingen. Dit komt bijvoorbeeld doordat onderdelen niet meer leverbaar zijn. Deze kruispunten zijn echter onderwerp van studie omdat op termijn de capaciteit van deze kruispunten onvoldoende is bij groei van het verkeer. Denk hierbij aan de
20
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
kruispunten Beneluxbaan-Bovenkerkerweg en Beneluxbaan-Van der Hooplaan-Poortwachter. De VRI's hier worden zodanig vervangen, dat deze bij een herinrichting hergebruikt kunnen worden tegen geringe aanpassingskosten. Regulier beheer en onderhoud wordt niet betaald uit de reserve VRI’s. Hiervoor is een apart jaarlijks exploitatiebudget beschikbaar. De volgende projecten staan op het programma voor de komende vijf jaar: - vervangen van enkele verkeersregelinstallaties door iVRI's, soms inclusief infrastructurele aanpassingen om de verkeersafwikkeling te verbeteren; - aanleg van een rotonde op de kruising Laan Nieuwer-Amstel-Burgemeester Colijnweg, inclusief de aanleg van een vrijliggend fietspad (financiering vindt hier nog deels plaats vanuit de reserve VRI omdat hier voorheen een VRI stond); - vervangen van de VRI op de kruising Van der Hooplaan-Startbaan door een nieuwe VRI of door een rotonde; hiervoor wordt eerst nog onderzoek verricht op basis van tellingen en simulaties; - vervangen van de VRI op de kruising Van Heuven Goedhartlaan-Meander: door een nieuwe VRI als de tram doorgetrokken wordt naar het busstation, hetgeen momenteel een realistisch scenario is, of heroverwegen van de kruispuntvorm als dit niet doorgaat.
- in 2026 kleinschalig aanpassen van de kruising Noorddammerlaan-Sportlaan-Bovenkerkerweg om de doorstroming te verbeteren; over enkele jaren wordt hier de VRI vervangen, waarbij verdere optimalisatie van de inrichting wordt onderzocht. Daarnaast is algemeen budget gereserveerd voor functionele verbeteringen aan bestaande VRI’s. Gedacht kan worden aan nieuwe software en hardware, extra detectie, ombouwen van bestaande VRI’s naar iVRI en andere mogelijkheden om de verkeersafwikkeling te verbeteren. Vanuit het programma wordt ook geïnvesteerd in dynamische reisinformatie. De kosten hiervoor zijn in de regel beperkt, omdat de Vervoerregio dan 95% van de kosten vergoedt, mits het om uitbreiding of aanpassing gaat. Een aantal reizigersinformatie-panelen is in 2026 aan vervanging toe. Voor de vervanging van deze verouderde panelen is vanuit de motie-Bikker ook een bijdrage van 95% mogelijk. Financieel overzicht De geplande uitgaven voor verkeersinstallaties in 2026-2030 bedragen afgerond € 3,9 miljoen bij een budget (inclusief egalisatiereserve) van afgerond € 5,4 miljoen. De reserve heeft een beginstand op 1 januari 2026 van € 2,5 miljoen. Aan het eind van de periode resteert dan een bedrag van € 1,5 miljoen in de reserve.
21
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
bedragen x 1.000 euro Omschrijving
Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
50
Meerjarenprojectenplan VRI: * via exploitatie
250
50
50
50
50
* via kredietvotering
3.627
751
1.046
1.580
250
0
Totaal geraamde uitgaven
3.877
801
1.096
1.630
300
50
Budget VRI
2.890
578
578
578
578
578
Saldo (verrekenen met egalisatiereserve)
-987
-223
-518
-1.052
278
528
Stand egalisatiereserve per 1-1-2026
2.519
Reservemutatie 2026-2030
-987
Stand egalisatiereserve per 31-12-2030
1.532
*-/- is een onttrekking
7.
ogenschijnlijke rekenfouten hebben met afrondingsverschillen te maken
Riolering
Het actuele beleidskader voor rioolwerken bestaat uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026. Het GRP biedt het inhoudelijke en financiële kader voor de investeringen in het rioolstelsel die in het MPP worden geprogrammeerd. In 2026 wordt het GRP geactualiseerd. Sinds invoering van de Omgevingswet is dit het Water- en Rioleringsplan (WRP). Op basis van vervangingsopgave, klimaatadaptatiemaatregelen en gestegen grondstoffen is er een reële kans dat de tarieven van de rioolheffing via het nieuwe WRP te zijner tijd substantieel omhoog moeten. Op basis van aanlegjaar, periodieke inspecties en de koppeling met de vervangingsopgave van wegen zijn in de periode van 2026-2035 een groot aantal reconstructies voorzien. Dit komt doordat de naoorlogse woonwijken (jaren ’50-’70) het einde van hun technische levensduur bereiken. Door de landschappelijke inrichting en grondslag heeft Amstelveen een grote klimaatadaptatieopgave. Dit zorgt ervoor dat we extra maatregelen moeten gaan treffen om in de natte periodes droge voeten te houden. De gemeente gaat hier zelf mee aan de slag door het nemen diverse bovengrondse en ondergrondse maatregelen. Het is daarbij van belang dat bewoners ook meehelpen, door hun eigen woning aan te sluiten op het hemelwaterriool. De gemeente stimuleert dit door allerhande communicatieacties.
Naar aanleiding hiervan worden de komende jaren volop reconstructies uitgevoerd. De reconstructie van Rozenoord e.o. is in 2025 afgerond. Vanaf 2026 gaan de Vliegeniersbuurt, Selderust-noord e.o. en de Wolfert van Borsselenweg e.o. volledig op de schop. Ook voor de jaren daarna staan er nog buurten op het programma. Soms is het vervangen van de riolering technisch ingewikkeld of zijn de gevolgen voor de omgeving erg groot. Dit komt bijvoorbeeld door de diepteligging of de bovengrondse inrichting. Vaak is dit het geval bij de transportrioleringen en daarom gaat de gemeente deze, waar mogelijk relinen in plaats van vervangen. Met deze techniek wordt een kunststofkous onder waterdruk in de leiding aangebracht. De leiding krijgt hierdoor als het ware een nieuwe coating waarmee de levensduur met minimaal 30 jaar verlengd wordt. Door het aanbrengen van de kunststofkous kan de riolering niet meer gerecycled worden en daarom past de gemeente deze techniek alleen toe wanneer het echt niet anders kan.
22
Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2026-2030
De hoofdafvoer van Amstelveen richting de waterzuivering wordt op deze manier gefaseerd aangepakt. In 2025 is begonnen vanaf de zuivering en is gewerkt aan het traject Machineweg/Straat van Messina. Dit wordt in 2026 afgerond. We werken vervolgens omhoog het stelsel in. Vanwege de impact op de omgeving voeren we deze werkzaamheden gefaseerd uit over verschillende jaren. In latere jaren volgt het traject Westelijk Halfrond/Max Havelaarlaan. Financieringssystematiek De financiering van rioleringsprojecten verloopt anders dan van de andere disciplines. Inkomsten uit de rioolheffing mogen alleen maar aan riolering worden besteed: het is gelabeld geld. De dekking moet daarbij 100% zijn. Omdat de hoogte van rioolinvesteringen jaarlijks sterk kan variëren, en dus ook de hoogte van de rioolheffing, worden de ongewenste schommelingen in de belasting opgevangen met een zogenaamde egalisatievoorziening. De systematiek is vergelijkbaar met een egalisatiereserve. Inkomsten van de rioolheffing en uitgaven aan onderhoud en investeringen rekenen af met deze voorziening. Door middel van het WRP wordt elke zes jaar investeringsruimte beschikbaar gesteld. Jaarlijks worden er kredieten gevoteerd via het programma buitenruimte of via het investeringsplan bij de programmabegroting.
Via de beschikbaar gestelde investeringsruimte wordt geïnvesteerd in vervanging, verbetering en groot onderhoud, zowel van het vrijvalriool als van gemalen en mechanische pers- en drukrioleringssystemen (zoals pompen). De vervanging van gemalen, pers- en drukrioleringen loopt niet via het MPP, maar via het vakteam op de gemeentewerf. Dagelijks beheer en onderhoud verloopt via een apart exploitatiebudget riolering op de werf en niet via het MPP. De budgetten van de werf rekenen af met de egalisatievoorziening maar zijn geen onderdeel van het programma buitenruimte. Via het vastgestelde GRP 2021-2026 en de Perspectiefnota 2022 zijn de gelden voor de riolering 2021-2026 toegekend. Via het MPP vindt actualisering en prioritering plaats in samenhang met alle andere buitenruimteprojecten. Hierdoor kan de fasering van rioleringsprojecten aanpassing behoeven. Deze aanpassingen worden via het MPP voorgelegd ter besluitvorming. In 2026 wordt het WRP geactualiseerd. Bij de Perspectiefnota 2021 is besloten tot de instelling van een spaarvoorziening riolen als instrument om bij te dragen aan een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op lange termijn. Dit besluit verklaart de inzet van deze spaarvoorziening in de onderstaande tabel. Financieel overzicht Het GRP 2021-2026 kent een totale geraamde investeringsbehoefte van € 24,7 miljoen.