Bijlage 11 Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 59 van 89
4.3
SOORT EN VERSCHIJNINGSVORM VAN EXPLOSIEVEN
In de lijst van gebeurtenissen (hoofdstuk 3) worden de volgende gevechtshandelingen en/of verdedigende maatregelen/militaire handelingen genoemd: ◼ Verdedigingsmaatregelen (geschuts- en wapenopstellingen, loopgraven, munitieopslag in het open veld) ◼ Luchtaanvallen met afwerpmunitie Voor de genoemde handelingen is beoordeeld of – als gevolg van de handeling – OO in het onderzoeksgebied kunnen worden aangetroffen. Zo ja, dan is tevens beoordeeld welke van de zestien hoofdsoorten OO uit het CS-VROO in de bodem aanwezig kunnen zijn.
4.3.1
Locaties verdedigingswerken
De volgende hoofdsoorten OO zijn mogelijk ter plaatse van de militaire objecten binnen de waargenomen verdedigingswerken in het onderzoeksgebied aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Type / kaliber
Verschijningsvorm
Hand- en geweergranaten
Duits
Steelhandgranaten, Geweergranaten No. 30
Gedumpt / achtergelaten
Klein kaliber munitie (KKM)
Duits
7,92 t/m 9 mm
Gedumpt / achtergelaten
Geschutmunitie
Duits
2 cm t/m 8,8 cm
Gedumpt / achtergelaten
4.3.2
Locaties luchtaanvallen
De geraadpleegde bronnen maken melding gemaakt van de volgende gevechtshandelingen: ◼ De afworp van geallieerde vliegtuigbommen met een gewicht van 250 lb., 500 lb. en 1000 lb. Er was sprake van oppervlaktebombardementen.5 De volgende soorten OO zijn als gevolg van de bovengenoemde gevechtshandelingen mogelijk in de bodem aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Gewicht / kaliber
Verschijningsvorm
Afwerpmunitie
Geallieerd
250 lb., 500 lb., 1000 lb.
Afgeworpen
Ter plaatse van de op afwerpmunitie verdachte gebieden die het gevolg zijn van het bombardement van 3 november 1943 (B2) kunnen uitsluitend Amerikaanse 1000 lbs. G.P. bommen worden aangetroffen met neusontstekers met een vertragingstijd van 1/10 e seconde en staartontstekers met een vertragingstijd van 1/100e seconde.
5 AVG heeft voor het bepalen van de typen mogelijk aan te treffen afwerpmunitie gebruik gemaakt
van de informatie uit de gemeentebrede vooronderzoeken van Amsterdam, Haarlemmermeer en het vooronderzoek van Schiphol.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 60 van 89
4.4
AANTAL MOGELIJK AAN TE TREFFEN EXPLOSIEVEN
De volgende aantallen OO kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. Een en ander is gebaseerd op een inschatting van AVG omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Soort explosief
Aantal mogelijk aan te treffen explosieven
Afwerpmunitie
Enkele
Geschutmunitie
Eén t/m enkele
Klein kaliber munitie
Eén t/m enkele
Hand- en geweergranaten
Eén t/m enkele
OO afkomstig van een munitieopslag in het open veld
Eén t/m enkele
4.5
HORIZONTALE EN VERTICALE BEGRENZING VERDACHT GEBIED
De verdachte gebieden die in deze paragraaf worden besproken zijn ingetekend op de OObodembelastingkaart. In de volgende deelparagraaf wordt de begrenzing van ieder verdacht gebied besproken en gemotiveerd.
4.5.1
Verdachte locaties gedumpte munitie en mijnenvelden
Er is sprake van het volgende verdachte deelgebied: ◼ Verdedigingswerk OO kunnen in een verdedigingswerk zijn achtergelaten/gedumpt. AVG heeft de volgende afbakening voor verdedigingswerken gehanteerd: ◼ Verdedigingswerk: groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt). Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s. Er zijn drie te onderscheiden Duitse verdedigingswerken waargenomen die tenminste gedeeltelijk binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied zijn aangelegd. Het verdachte gebied bestaat uit het gebied binnen de contouren van de verdedigingswerken, plus een extra marge van 5 meter vanwege de mogelijke afwijking die is ontstaan tijdens het positioneren van de luchtfoto’s.
Hoewel er vermeldingen zijn aangetroffen waaruit blijkt dat de geschutstellingen in ieder geval tijdelijk niet in gebruik zijn geweest (in de periode in 1944, toen vliegveld Schiphol vanwege de vele bombardementen buiten gebruik was gesteld), is het feit dat Schiphol jarenlang door luchtafweer werd verdedigd voldoende aanwijzing om aan te nemen dat de geschutstellingen rondom Schiphol gedurende een groot deel van de oorlog actief in gebruik zijn geweest en dat er mogelijk aan het einde van de oorlog munitie is gedumpt/is achtergelaten. De ondergrens van de op gedumpte munitie verdachte gebieden is de toenmalige bodem van het militaire object in de Tweede Wereldoorlog. De maximale diepte waarop OO kunnen worden aangetroffen is naar onze inschatting 2 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 61 van 89
4.5.2
Verdachte locaties afwerpmunitie
Oppervlaktebombardement: AVG hanteert de volgende afbakening bij een tapijtbombardement: ◼ Tapijtbombardement. Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Er zijn begin november 1943 grootschalige bombardementen geweest op Schiphol en omgeving. Daarbij zijn in en nabij het onderzoeksgebied grote hoeveelheden afwerpmunitie neergekomen die hebben geleid tot verdachte gebieden binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied. Het eerste verdachte gebied bevindt zich bij de Nieuwemeerdijk ter hoogte van de brug in de A4. Er zijn drie kraters waargenomen aan de noordzijde van de Ringvaart, waarvan er twee zich binnen het onderzoeksgebied bevonden. AVG heeft via een luchtfotoanalyse en via een nader onderzoek door WarDocs bepaald dat deze drie kraters zijn ontstaan gedurende het bombardement van 3 november 1943.
Aan de hand van een krateranalyse heeft AVG een gemiddelde onderlinge afstand van gemiddeld 102 meter berekend. Deze afstand is geprojecteerd aan weerszijden van de waargenomen bomkraters. Op deze manier is het verdachte gebied bepaald. Daaraan is een extra marge van 5 meter toegevoegd vanwege de mogelijke afwijking die is ontstaan tijdens het positioneren van de luchtfoto's. Het andere op afwerpmunitie verdachte gebied bevindt zich ter hoogte van knooppunt Badhoevedorp, ten westen van de Sloterweg. Er zijn meer dan 50 kraters waargenomen ten zuiden van het onderzoeksgebied. Deze kraters behoren tot het bombardement van 3 november 1943. Drie van de waargenomen kraters, die het dichtst bij het onderzoeksgebied lagen zijn op de strike foto die AVG via WarDocs heeft ontvangen reeds aanwezig op het moment van het bombardement. Ze zijn vermoedelijk van een eerdere datum. Deze katers staan dusdanig in verhouding tot elkaar dat AVG heeft bepaald dat ze afkomstig zijn van hetzelfde toestel. Aan de hand van een krateranalyse heeft AVG een gemiddelde onderlinge afstand van gemiddeld 152 meter berekend. Deze afstand is geprojecteerde aan weerszijden van de waargenomen bomkraters. Op deze manier is het verdachte gebied bepaald. Daaraan is een extra marge van 5 meter toegevoegd vanwege de mogelijke afwijking die is ontstaan tijdens het positioneren van de luchtfoto's.
De overige kraters hebben na afbakening geen verdacht gebied binnen het onderzoeksgebied tot gevolg. Afwerpmunitie van 250, 500 en 1000 lb. kan in de vastgestelde verdachte gebieden worden aangetroffen tot een maximale conusweerstand van 10 MPa met een minimale laagdikte van 1 meter. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De exacte indringingsdiepte kan voorafgaand aan de uitvoeringsfase van een project met behulp van sondeergegevens worden bepaald. Voor een inschatting van de verticale afbakening is tot die tijd gebruik gemaakt van het DINO-loket waar meerdere sonderingen voor het onderzoeksgebied aanwezig zijn.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 62 van 89
Voor het verdachte gebied B2 geldt dat er bij het DINO-loket sondeergegevens aanwezig zijn die aangeven dat de harde laag van 10MPa zich bevindt op een diepte van 10 tot 15 meter -mv. Voor het verdachte gebied B3 geldt dat er bij het DINO-loket sondeergegevens aanwezig zijn die aangegeven dat de harde laag van 10MPa zich bevindt op een diepte van 7 tot 10 meter -mv.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 63 van 89
5 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 5.1
CONCLUSIE
AVG heeft in opdracht van Antea Group een vooronderzoek OO uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Raasdorp Sloten. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van OO. De volgende gevechtshandelingen / OO gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: ◼ Het neerkomen van afwerpmunitie ◼ De aanleg van loopgraven, wapen-/ en geschutstellingen, munitieopslagen te velde en andere militaire objecten binnen verdedigingswerken De volgende OO kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: ◼ Afwerpmunitie ◼ Gedumpte munitie ter plaatse van de verdedigingswerken Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op OO. Het OO verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de Bodembelastingkaart (zie bijlage 6.5). De horizontale en verticale afbakening van de CE verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5.
5.2
ADVIES VERVOLGTRAJECT
AVG adviseert Antea Group om de werkzaamheden ter plaatse van de niet verdachte gebieden onder reguliere condities uit te voeren. De kans op het aantreffen van OO is daar net zo groot als de gemiddelde kans op het aantreffen van OO op als ‘onverdacht’ aangemerkte locaties in de rest van Nederland. Grondroerende werkzaamheden kunnen in hier op reguliere wijze worden uitgevoerd. De door AVG voor Antea Group geadviseerde vervolgstappen voor de verdachte gebieden worden in de hierop volgende paragrafen besproken.
5.2.1
Verkleinen verdachte gebieden
Voor de OO verdachte gebieden wordt geadviseerd om een nadere verdiepingsslag te maken en te kijken of deze met behulp van informatie over naoorlogse werkzaamheden kunnen worden verkleind. Denk hierbij aan: ◼ Kaartmateriaal/bestekstekeningen waarmee feitelijk kan worden aangetoond dat (delen van) OO verdachte gebieden naoorlogs zijn geroerd. Op basis van deze gegevens kan mogelijk de horizontale en/of de verticale afbakening van het OO verdachte gebied worden gereduceerd. ◼ Gegevens betreffende naoorlogse ophogingen in de OO verdachte gebieden.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 64 van 89
Een verdiepingsslag wordt geschreven in de vorm van een (projectgebonden) risicoanalyse of een pragmatisch opsporingsadvies. Bij een pragmatisch opsporingsadvies wordt de focus gelegd op de naoorlogse veranderingen binnen uw werkgebied, de verdachte gebieden en mogelijk te verwachte explosieven komende uit het vooronderzoek en uw toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Deze 3 “lagen” worden over elkaar heen geprojecteerd om zodoende te bepalen binnen welke gebieden een nader explosievenonderzoek noodzakelijk is. De risico’s en uitwerking van explosieven worden in een pragmatisch opsporingsadvies niet besproken, omdat deze in de meeste gevallen detonatie en dodelijk letsel zullen zijn. Bij het opstellen van een risicoanalyse wordt net als bij een pragmatisch opsporingsadvies gekeken naar de toekomstige werkwijze in combinatie de verdachte gebieden en mogelijk te verwachte explosieven komende uit het vooronderzoek en uw toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Naast voorgenoemde zaken wordt in een projectgebonden risicoanalyse ook de risico’s en uitwerkingen van de mogelijk aanwezige explosieven meegenomen. Het uitvoeren van een risicoanalyse of van een pragmatisch opsporingsadvies is geen verplichting conform het CS-VROO. Tevens dient er rekening mee te worden gehouden dat de conclusie van een RA of POA niet per se hoeft te leiden tot de reductie van een verdacht gebied.
AVG heeft in overleg met Antea Group besproken dat de in paragraaf 2.2 geverifieerde vooronderzoeken niet in deze rapportage worden aangepast aan de nieuwe wet- en regelgeving. Als er in de toekomst één of meerdere risicoanalyses dienen te worden opgesteld voor deze locaties, dan zal er voorafgaand aan deze RA’s een aanpassing aan deze vooronderzoeken moeten worden uitgevoerd, indien deze rapportages niet voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving van het CS-VROO.
5.2.2
Opsporing ontplofbare oorlogsresten
Het onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in paragraaf 6.6 van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag. Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat alle bovengrondse obstakels, zoals hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moet zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd. Bomen en begroeiing dienen boven het maaiveld te worden gerooid/gesnoeid. Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd dienen alle verdachte objecten die worden gedetecteerd en waarvan de meetwaardenovereenkomsten vertonen met mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten in kaart te worden gebracht door de locatie door middel van GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd.
Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger. De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 65 van 89
De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 66 van 89
6 BIJLAGEN 6.1
BRONNENLIJST
6.1.1
Archieven en overige instanties
◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
6.1.2 ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
Explosieven Opruimings Dienst Defensie te Soesterberg / Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk Bedrijfsarchief AVG Gemeentearchief Haarlemmermeer Imperial War Museum Kadaster te Zwolle Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage Library and Archives Canada Luftbilddatenbank te Estenfeld Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam Nederlands Instituut voor Militaire Historie te ’s-Gravenhage Provinciaal Archief / Noord-Hollands Archief Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties The National Archives te Londen
Literatuur H. Amersfoort / P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands Grondgebied (’sGravenhage 2005) E.H. Brongers, De oorlog in mei ‘40 (Baarn 1969) A. Korthals Altes, Luchtgevaar: luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984) G. Kuipers / J. Kuipers, De Slag om de Haarlemmermeer (z.p. 2014) C. Lücke, De Haarlemmermeer in oorlogstijd (Ljubljana 1995) R. van der Meer, 'Badhoevedorp tijdens de oorlog 1939-1945', Meer-Historie 2 (2002) 1018 A. Meijers, Achtung Minen – Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 19401947 (Soesterberg 2013) F.J. Molenaar, De luchtverdediging in de meidagen van 1940. Deel 1 en deel 2 (’s-Gravenhage 1970) V.E. Nierstrasz, De operatiën van het veldleger en het Oostfront van de Vesting Holland, mei 1940 ('s-Gravenhage 1955) R. van den Nieuwendijk, Doelwit Schiphol: De Amerikaanse aanvallen op de vliegbasis Schiphol in het najaar van 1943 (Amsterdam 1993) B.C. de Pater/ B. Schoenmaker e.a., Grote Atlas van Nederland 1930-1950 (’s-Gravenhage / Utrecht / Zierikzee 2006) H.T.B. Rebel, 'Luchtoorlog boven Badhoevedorp', Meer-Historie 4 (2002) 24-27 C. van Stam, Wacht binnen de dijken: verzet in en om de Haarlemmermeer (Haarlem 1986)
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 67 van 89
◼ ◼
6.1.3 ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
6.1.4 ◼
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers 1944-2004 (Amsterdam 2004) G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil….Kroniek van een Luchtoorlog. Deel 1 & 2 (’s-Gravenhage 1990/1992)
Websites https://www.archieven.nl/nl/ http://www.avg.eu https://beeldbankwo2.nl/nl/ https://www.delpher.nl/ http://www.echodelta.net/mbs/eng-translator.php http://www.explosievenopsporing.nl https://www.iwm.org.uk/collections https://www.oorloginblik.nl https://nimh-beeldbank.defensie.nl/beeldbank https://www.tracesofwar.nl/ http://www.vergeltungswaffen.nl http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl
Overig T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 5 mei 1945 (2003)
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 68 van 89
6.2
CERTIFICAAT VOORONDERZOEK EN RISICOANALYSE
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 69 van 89
6.3
RICHTLIJNEN AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN Verdacht
Onverdacht
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Indicatie
Algemene omschrijving
Verdedigingswerk
Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt).
Wapenopstelling
Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi-) automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
Locatie van de wapenopstelling.
Geschutopstelling (statisch en mobiel)
Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
x
25 meter rondom het hart van de geschut-opstelling, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang.
Munitieopslag in open veld
Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk.
x
Locatie van de veldopslaglocatie.
x
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.
Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.
x
Loopgraaf
Militaire loopgraaf.
Tankgracht of – geul
Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden.
x
Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is.
Landmijnen verdacht gebied
Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen.
x
n.v.t.
Landmijnen verdacht gebied
Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen.
Mijnenveld
Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd.
1962002-VO-03
De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport.
x
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
x
n.v.t.
Pagina 70 van 89
Verdacht
Onverdacht
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Indicatie
Algemene omschrijving
Mijnenveld
Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist.
Mijnenveld
Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist.
x
n.v.t.
Versperringen
Versperringen, zoals strandversperringen en Drakentanden.
x
Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring.
Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad
Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker.
x
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.
Schuilloopgraaf
Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen.
x
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.
x
Kampementen
Grondgebied met onderkomens zoals tenten.
x
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabijverdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.
Mangat
Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput.
x
n.v.t.
Vernielingslading
Locatie van aangebrachte vernielingslading.
x
Locatie van de vernielingslading.
Artillerie-, mortierof raketbeschieting
Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem.
x
Situationeel te bepalen.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 71 van 89
Indicatie
Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Algemene omschrijving
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.
Crashlocatie vliegtuig
Aanwezigheid van CE vanwege de crash.
Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.
Inslagpunt van een V-1 wapen
Gebied dat is getroffen door de inslag van een V-1 wapen.
Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-1 wapen
Verdacht
Onverdacht
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Op basis van een analyse van het in-slagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.
x
Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoe ver de maximale horizontale verplaatsing is. x
Situationeel te bepalen.
x
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.
x
15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond.
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V1 wapen bevindt.
x
50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.
Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-2 wapen
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V2 wapen bevindt.
x
Situationeel te bepalen.
Dumplocatie van munitie en/of toebehoren
Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem.
x
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 72 van 89
Verdacht
Onverdacht
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Indicatie
Algemene omschrijving
Ongecontroleerde (massa)explosie
(Sympathische) detonatie van een explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein.
Situationeel te bepalen.
Vernietigingslocatie voor CE
Eén of meerdere springputten.
x
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en).
Vernielingslading (in werking gesteld)
Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en).
x
Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.
x
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon (1) wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.
Tapijtbombardement
Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/3)
Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn. (2/4)
Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/5)
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 73 van 89
Indicatie
Algemene omschrijving
Verdacht
Onverdacht
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door Raketbeschieting Het verdachte gebied wordt een raketbeschieting met op zgn. ‘Line Tarbepaald door een afstand jachtbommenwerpers, met x get, inslagenpavan 80 meter gemeten vanuit als doel om de spoorlijn of troon onbekend het hart van de spoorlijn. (2/6) treinstel op deze spoorlijn te treffen. 1) Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. 2) Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. 3) De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 4) De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 5) De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v.
het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 6) De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 74 van 89
6.4
FEITENKAARTEN
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 75 van 89
GEBEURTENISSENKAART 1
L
© OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA
L
LEGENDA
C
A
Algemene vermelding
A
Projectiel afkomstig van luchtafweergeschut
L
Bombardement
B
Boordwapenmunitie
C
Vliegtuigcrash
O
Melding m.b.t. OO
M
Militair werk met OO-indicatie
M
Militair werk zonder OO-indicatie
S
Geschutstelling
W
Wapenopstelling
K
Krater >2 meter Militaire Loopgraaf
C
Verdedigingswerk
Onderzoeksgebied
C
C ?
3 LL
C
LL
L
L
2
L
L
LB
C
B
L
C O L C
L
C
C
C
L
L
L
LL LM LL LL
C
C
L
L L L
B
M C A
C
B L
11
L
S S
C
8
KK
S S
5
K
S S
5 5
L K K
K K
KK K
6
KK K KKK 6 KKK K KK KKK K K KK KK L K K KK
10
W
W 10 W
K KK K
K
7 W
W
W
M
WW
W
W
5 SS SS SC 5C L K C S K L SSS K KKK KK K SSS K K KKKK K K SS K K K K K KK KK KK K K K K K K K K
S
K
Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de feitentabel in het vooronderzoek.
K
B L
LC
De feiten die op de feitenkaart zijn ingetekend betreffen de feiten uit de rapportage. Feiten die in de archieven zijn aangetroffen, maar overduidelijk niet het onderzoeksgebied betreffen zijn niet allemaal ingetekend. De feiten buiten het onderzoeksgebied zijn daarentegen niet volledig.
K
S SS
B
O
11
10 L
M
K
M
L
1
M
2
0
100 200
400 Meter
PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: B OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:
2162231, 1962002 GK-C3-1 A2 GdB 26-10-2021 Antea Group MAA
L K
C
K K K K K KK K K K KK
L
LL
C
L
Esri Nederland, Community Map Contributors
L Vestiging Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel
Vestiging Heijen: Email: De Grens 7 eo@avg.eu 6598 DK Heijen Web: 0485-802010
GEBEURTENISSENKAART 2 © OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA LEGENDA
Onderzoeksgebied
S
Geschutstelling
W
Wapenopstelling
K
Krater >2 meter Militaire Loopgraaf Verdedigingswerk
A
Projectiel afkomstig van luchtafweergeschut
L
Bombardement
B
Boordwapenmunitie
C
Vliegtuigcrash
O
Melding m.b.t. OO
M
Militair werk met OO-indicatie
M
Militair werk zonder OO-indicatie
M
M
C C
4 M C
S
B
4 4 S
9
9 W W W W
S S 9 S
W
SMM
S
S
M
C
S C
9
O
S
L
4 S
De feiten die op de feitenkaart zijn ingetekend betreffen de feiten uit de rapportage. Feiten die in de archieven zijn aangetroffen, maar overduidelijk niet het onderzoeksgebied betreffen zijn niet allemaal ingetekend. De feiten buiten het onderzoeksgebied zijn daarentegen niet volledig.
C
M
Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de feitentabel in het vooronderzoek.
S L
S S
0
50 100
200 Meter
S PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:
Esri Nederland, Community Map Contributors
Vestiging Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel
2162231, 1962002 GK-C3-2 A2 GdB 26-10-2021 Antea Group MAA
Vestiging Heijen: Email: De Grens 7 eo@avg.eu 6598 DK Heijen Web: 0485-802010
6.5
OO-BODEMBELASTINGKAART
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 78 van 89
BODEMBELASTINGKAART © OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA LEGENDA
Onderzoeksgebied Verdacht gebied verdedigingswerk Verdacht gebied afwerpmunitie
B2
B5
Alleen oorlogshandelingen in of onderzoeksgebied zijn afgebakend.
B5
B3
B3
0 75 150
B4
2162231, 1962002 BBK-C3-1 A2 GdB 26-10-2021 Antea Group MAA
Esri Nederland, Community Map Contributors
Esri Nederland, Community Map Contributors
Vestiging Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel
het
300 Meter
PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:
B4
nabij
Vestiging Heijen: Email: De Grens 7 eo@avg.eu 6598 DK Heijen Web: 0485-802010
BODEMBELASTINGKAART 2 Esri Nederland, Community Map Contributors LEGENDA
Onderzoeksgebied Verdacht gebied verdedigingswerken
B1
Alleen oorlogshandelingen in onderzoeksgebied zijn afgebakend.
of
nabij
0 2550 100 Meter PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:
Esri Nederland, Community Map Contributors
Vestiging Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel
2162231, 1962002 BBK-C3-2 A2 GdB 26-10-2021 Antea Group MAA
Vestiging Heijen: Email: De Grens 7 eo@avg.eu 6598 DK Heijen Web: 0485-802010
het
6.6 AFKORTINGENLIJST Afkorting
Betekenis
2nd TAF
Second Tactical Air Force
ABTA
All Bombs in Target Area
ARTA
All Rockets in Target Area
A/C
Aircraft
D/H
Direct Hit
FO
Flight Officer
Jabo
Jachtbommenwerper
Kkm
Klein kaliber munitie
Lbs.
Ponden
MET
Military Enemy Transport
N/M
Near Miss
NRO
No Results Observed
NYR
Not Yet Returned
Rly.
Railway
R/P
Rockets
TA
Target Area
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 81 van 89
6.7
WARDOCS
1962002-VO-03
NUON Diemen – Raasdorp Sloten
Pagina 82 van 89
Gespecialiseerd in het leveren van buitenlands archiefmateriaal voor historisch onderzoek en explosievenopsporing
Archiefmateriaal Bominslagen Badhoevedorp, 3 november 1943 Opdrachtgever AVG Explosievenopsporing t.a.v. Dhr G. den Braven Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel Datum oplevering 7 april 2021
Opdrachtomschrijving Het leveren van archiefmateriaal uit The National Archives, Londen, en Air Force Historical Research Agency, Alabama, inzake de bominslagen aan de Sloterweg en Nieuwe Meerdijk te Badhoevedorp op 3 november 1943.1
Selectie archiefmateriaal De Interpretation Reports uit TNA, Londen, bevatten de toenmalige bombardementsanalyses. De Mission Reports uit AFHRA, Alabama, bevatten de details per relevante Bomb Group. De Mission Reports verschillen per Bomb Group sterk qua inhoud en gebruikte formats.
Werkwijze Als eerste zijn Interpretation Reports geconsulteerd om het globale beeld vast te stellen en de verantwoordelijke Bomb Groups voor de bomafworpen in of nabij het onderzoeksgebied te achterhalen. Vervolgens zijn Mission Reports geconsulteerd voor het aantal en type afgeworpen brisantbommen en ontstekers. Geconstateerde discrepanties of nadere verklaringen zijn in cursief na het betreffend tekstdeel aangegeven. Relevante pagina’s voor de bomafworpen in of nabij het onderzoeksgebied zijn als bijlage toegevoegd.
3 november 1943 Om 15.52 uur bombardeerden 66 toestellen van de Ninth Air Force vliegveld Schiphol met in totaal 259 x 1.000 lbs GP brisantbommen. Een groep van tenminste 40 inslagen werd waargenomen aan de rand van de munitieopslagplaats tot aan over de Ringvaart met mogelijke treffers op woonhuizen aan de westzijde van de Ringvaart. Een andere groep van circa 50 inslagen kon worden waargenomen in open terrein 1.000 yards ten noorden van het noordwestelijk verspreidingsgebied. Er waren mogelijke treffers op bebouwing.2 Zie bijlage 1. Op Strike Photo 387/210-2 waren tenminste 50 inslagen 1.000 yards ten noorden van het noordwestelijk verspreidingsgebied waarneembaar. Op Strike Photo 323/171-10 waren circa 40 inslagen op de rand van de munitieopslagplaats tot aan over de Ringvaart met mogelijke treffers op woonhuizen aan de westzijde van de Ringvaart. 3 Zie bijlage 2. 1
Opgave per email van Dhr G. den Braven d.d. 26 maart en 6 april 2021 TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Interpretation Report SA.645, 5 November 1943 3 TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Appendix to Interpretation Report SA.645, 5 November 1943 2
WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00
2
Er werden 4 voltreffers op een weg en circa 45 kraters in open terrein waargenomen met 4 tot 5 verwoeste woningen. Circa 45 kraters werden in open terrein net ten noorden van het vliegveld waargenomen.4 Zie bijlage 3. Op een losse Bomb Plot van 323rd Bomb Group zijn 6 bominslagen ingetekend bij de Nieuwe Meerdijk.5 Zie bijlage 4. De 323rd Bomb Group bombardeerde om 15.53 uur vanaf 11.000 voet hoogte op een koers van 350 graden magnetisch en snelheid van 190 mijl per uur. Er werden geen problemen ondervonden tijdens de Bomb Run. Bij een toestel kwamen 3 bommen niet los en moesten in een salvo worden afgeworpen. Volgens de Bomb Plot kwamen de bommen net ten noorden van het doelgebied neer. Noot: in de documentatie is bij ‘Malfunctions’ abusievelijk 386th Bomb Group op de plaats van 323rd Bomb Group vermeld. Bij de ‘Bomb Plot’ is abusievelijk 322nd Bomb Group op de plaats van 323rd Bomb Group vermeld. De 386th Bomb Group bombardeerde om 15.52 uur vanaf 10.500 voet hoogte op een koers van 340 graden magnetisch en snelheid van 190 mijl per uur. Er moest een korte Bomb Run worden uitgevoerd vanwege intens zwaar luchtafweervuur. Er waren geen storingen tijdens de afworp. Volgens de Bomb Plot kwamen de bommen bij de Nieuwe Meerdijk terecht. De 387th Bomb Group bombardeerde om 15.52 uur vanaf 11.500 voet hoogte op een koers van 355 graden magnetisch.
Tijdens de Bomb Run kon de vervangend leider door een storing niet op het juiste tijdstip de bommen afwerpen, waardoor de bommen voorbij het richtpunt werden afgeworpen. Een toestel had een storing, maar de bommen werden in een salvo afgeworpen. Volgens de Bomb Plot kwamen de bommen in open terrein ten noorden van het noordwestelijk verspreidingsgebied neer. 6 Zie bijlage 5.
4
TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Interpretation Report K.1806, 6 November 1943 5 TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Summary of Mission No.93 6 TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Summary of Mission No.93 WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00
3
323rd Bomb Group De individuele bommenlading van de 18 Martin B-26 Marauders van 323rd Bomb Group bestond uit 4 x 1.000 lbs GP brisantbommen, uitgerust met neusontstekers met een vertragingstijd van 1/10e seconde en staartontstekers met een vertragingstijd van 1/100e seconde.7 Zie bijlage 6. Om 15.48 uur werden door 16 Martin B-26 Marauders vanaf 11.ooo voet hoogte 1.000 lbs GP AN44 brisantbommen afgeworpen. Bij een B-26 was er een stroring waardoor 3 x 1.ooo lbs niet loskwamen en in een salvo moesten worden afgeworpen. Noot: uit de rapportages van 386th Bomb Group blijkt dat 2 B-26’s van 323rd Bomb Group boven zee moesten terugkeren. Van de 64 afgeworpen bommen konden 58 geplot worden.8 Noot: er is geen verklaring aangetroffen voor de 6 ingetekende bominslagen ter hoogte van de Nieuwe Meerdijk. Zie bijlage 7. 386th Bomb Group De individuele bommenlading van de 18 Martin B-26 Marauders van 386th Bomb Group bestond uit 4 x 1.000 lbs GP brisantbommen, uitgerust met neusontstekers met een vertragingstijd van 1/10e seconde en staartontstekers met een vertragingstijd van 1/100e seconde.9 Zie bijlage 8. Om 15.52 uur werden door 18 Martin B-26 Marauders vanaf 10.000 voet hoogte in totaal 72 x 1.000 lbs brisantbommen afgeworpen.10 Zie bijlage 9.
387th Bomb Group Van de 18 plus 1 reserve uitgezonde Martin B-26 Marauders van 387th Bomb Group bombardeerden 14 het doel met in totaal 56 x 1.000 lbs brisantbommen.11 Noot: de Mission Reports bevatten geen Operation Order met individuele bommenladingen en ontstekers. Dit zal hetzelfde samenstelling zijn geweest als bij de overige Bomb Groups. Zie bijlage 10. Tijdens de Bomb Run kampte het leidend toestel met een storing in het afwerpmechanisme. De bommen werden daarom in een salvo afgeworpen.12 Zie bijlage 11. AFHRA Alabama, 00083185 323rd Bomb Group: Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 AFHRA Alabama, 00083184 323rd Bomb Group: Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 9 AFHRA Alabama, 00086603 386th Bomb Group: Mission Folder Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 10 AFHRA Alabama, 00086602 386th Bomb Group: Mission Folder Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 11 AFHRA Alabama, 00087696 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 12 AFHRA Alabama, 00087701 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 7 8
WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00
4
Het Mission Report van 387th Bomb Group bevat enkele Interpretation Reports van de totale aanval die al eerder zijn aangetroffen in The National Archives. Vanwege de 1200 dpi scan kwaliteit zijn de relevante foto’s toegevoegd.13 Zie bijlage 12.
Disclaimer WarDocs B.V. kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de incompleetheid en inaccuratesse van de gegevens vermeld in primair bronmateriaal, noch voor de interpretatie daarvan en de daaruit getrokken conclusies door derden. 13
AFHRA Alabama, 00087699 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943
WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00
5
Bijlagen Bijlage 1: TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Interpretation Report SA.645, 5 November 1943 Bijlage 2: TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Appendix to Interpretation Report SA.645, 5 November 1943 Bijlage 3: TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Interpretation Report K.1806, 6 November 1943 Bijlage 4: TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Summary of Mission No.93 Bijlage 5: TNA Londen, AIR40/943 Mission 92A-D: Amsterdam/Schiphol airfield, 3 November 1943: Summary of Mission No.93 Bijlage 6: AFRHA Alabama, 00083185 323rd Bomb Group: Amsterdam Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 7: AFHRA Alabama, 00083184 323rd Bomb Group: Amsterdam Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 8: AFHRA Alabama, 00086603 386th Bomb Group: Mission Folder Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 9: AFHRA Alabama, 00086602 386th Bomb Group: Mission Folder Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 10: AFHRA Alabama, 00087696 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 11: AFHRA Alabama, 00087701 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943 Bijlage 12: AFHRA Alabama, 00087699 387th Bomb Group: Mission Report Amsterdam/Schiphol, 3 November 1943
WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00
6
Infra
Bouwstoffen Transport Explosieven Opsporing