CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan De Scheg Oost

Raadsdebat Raadzaal 18 mei 2022, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost20.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In algemene zin heeft het beperken van verharding en stimuleren van groen en water een positief effect, waarmee in de huidige stedenbouwkundige opzet al voldoende rekening mee houd. Eventuele extra verbetermaatregelen zijn: De hoeveelheid groen en water binnen het oostelijke gedeelte van het projectgebied heeft een groot positief effect op het plangebied zowel als de omgeving. Dit effect kan nog verder verhoogd worden door de eilanden bijvoorbeeld volledig te voorzien van een bosachtige inrichting.

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

De groenvoorziening aan de westzijde binnen het stedenbouwkundig plan kan verbeterd worden. In dit plan gedeelte leveren meer groen en bomen een positieve bijdrage aan de hittestress binnen maar ook buiten het plangebied. Door VORM is hierop inmiddels geacteerd en ligt er een verbeterde stedenbouwkundigplan. Voor deze berekening is geen rekening gehouden met verschillende soorten bomen. Zo zijn er bomen die meer schaduw creëren. Dit geldt ook voor de kroondoorsnede, deze is voor deze berekening uit het stedenbouwkundigplan gehaald. Als er bomen worden geplant of over de loop van tijd groeien met een grotere kroondoorsnede heeft dit ook positieve gevolgen voor de hittestress. Buiten het plangebied in noordoostelijke richting geven de resultaten een toename aan van 0,5 °C. Bij de berekening is uitgegaan van de bestaand beschikbare informatie van de openbare inrichting van dit gebied. Geadviseerd wordt om binnen dit gebied in overleg met de gemeente een inventarisatie te maken om mogelijke aanvullende maatregelen te treffen zoals het vervangen van bomen en/of extra schaduwrijke bomen en aanvullende groen voorzieningen. Dit heeft niet alleen een positief effect op deze gebieden maar zal ook. bij andere windrichtingen, bijdragen aan een positiever effect bij omliggende gebieden zoals De Scheg Oost.

7.10 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Algemeen Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan­ en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.­beoordeling). In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.­(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Voor de beoogde ontwikkeling van de Scheg Oost is vanwege de aard en omvang van het project een aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling opgesteld. In deze notitie wordt beoordeeld of voor de voorgenomen activiteiten, vanwege mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk is. Wettelijk kader In de Wet milieubeheer en in het daarop gebaseerde Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r­plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C­activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.­beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D­activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn in bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde de verplichting tot een vormvrije m.e.r.­beoordeling in het ruimtelijk plan.

M.e.r.­beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of wel of niet de m.e.r.­procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r.­procedure wenselijk/ noodzakelijk zouden maken. Resultaten plangebied Een m.e.r.­beoordelingsnotitie is opgesteld door Anteagroup d.d. 2 juni 2021. De volledige rapportage is opgenomen als Bijlage 10. Hieronder volgt de conclusie uit dit rapport: Met de ontwikkeling van Scheg­Oost wordt invulling gegeven aan een van de deelgebieden onderdeel van het grotere ontwikkelgebied ‘Scheg’ te Amstelveen. Het gebied Scheg­Oost wordt ingericht met maximaal 172 woningen. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. In deze vormvrije m.e.r.­beoordeling zijn de verwachte milieueffecten als gevolg van de realisatie van Scheg­Oost beschreven. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat er geen belangrijk nadelige milieugevolgen worden verwacht. Mits voldaan wordt aan de onderstaande maatregelen. Er is dan ook geen aanleiding om een m.e.r.­procedure te voeren voor deze ontwikkeling.

De volgende maatregelen in het kader van de voorgenomen activiteit zijn van toepassing: <0000> Geluid: Er dienen hogere waarden te worden verleend voor meerder woningen in het plangebied. Daarnaast wordt geadviseerd om geluidreducerend wegdek toe te passen als bronmaatregel. Inzake de trambaan, kan het toepassen van raildempers als bronmaatregel door het bevoegd gezag worden overwogen; <0000> Externe veiligheid: Voor de hogedruk aardgastransportleiding en de provinciale weg N521 is een verantwoording van het groepsrisico verplicht. <0000> Ecologie: Er dienen enkele maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van de kolonisatie van de rugstreeppad in het plangebied. Dit betreft de volgende maatregelen:

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

<0000> <0000> <0000>

<0000> <0000>

In de periode mei­september dient de vorming van regenwaterplassen en poelen water te worden voorkomen; De aanwezigheid van zandlichamen in augustus­september moet worden voorkomen; Gebieden kunnen worden afgesloten door middel van amfibieënschermen. Tevens dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels in het plangebied. Wanneer het niet mogelijk is om werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart t/m juli) uit te voeren dient circa één week voor de start van de werkzaamheden door een kundige op het gebied van vogels een controle op de aan­ of afwezigheid van broedvogels te worden uitgevoerd. Indien tijdens de werkzaamheden een broedgeval aanwezig is dient een deskundige op het gebied van vogels geraadpleegd te worden. Bodem: Er dient een historisch bodemonderzoek te worden uitgevoerd naar mogelijke bodemverontreiniging in het plangebied. Archeologie: In het zoekgebied (zie Figuur 3­5) dient een proefsleuvenonderzoek plaats te vinden. .

7.11 Verkeer en parkeren Voor de ontwikkeling van De Scheg Oost is een analyse gemaakt van het woningbouwprogramma in relatie tot de benodigde parkeerplaatsen en de verkeersafwikkeling. In het beeldkwaliteitplan wordt hierover het volgende weergegeven: De Scheg Oost wordt vanaf de Bovenkerkerweg ontsloten via de J.C. van Hattumweg, die een verkeerskundige knip krijgt ter hoogte van de spoordijk. Hiermee wordt De Scheg Oost niet ontsloten via Westwijk, maar krijgt deze een exclusieve ontsluiting op de Bovenkerkerweg. Door De Scheg Oost loopt, als een lus, een eenduidige ontsluitingsweg die op drie punten (op 2 punten voor snelverkeer en op 1 punt voor langzaamverkeer) aansluit op de J.C. van Hattumweg. Aan deze ontsluitingslus komt een aantal inprikkers, doodlopende straatjes, die alle woningen bereikbaar maken. Het hele gebied wordt ingericht als 30km/u­gebied, met rijbanen van 4,5 meter breed (tweerichtingsverkeer). Er ligt altijd minimaal aan één zijde van de rijbaan een trottoir. Het parkeren zal deels op eigen terrein en deels in de openbare ruimte plaatsvinden. Er wordt gestreefd naar een spreiding van plekken en parkeervormen, zodat nergens het ‘blik op straat’ domineert. Parkeren wordt zoveel als mogelijk omgeven door groene hagen en afgewisseld met bomen om het beeld te verzachten, de waterdoorlatendheid te vergroten, en hittestress tegen te gaan.

Er komt een parkeerkoffer die ‘uit het zicht’ tussen de woningen wordt geplaatst. Voor alle vrijstaande woningen en 2^1­kapwoningen geldt dat het parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd (2 parkeerplaatsen per woning), met aanvullende bezoekersparkeren in het openbaar gebied. De rijenwoningen en appartementen parkeren in het openbaar gebied. In de woonstraten is het uitgangspunt om alleen enkelzijdig parkeren toe te passen, als haaks­ of langsparkeren. Alleen bij de appartementen in de oostpunt, aan de randzone, wordt tweezijdig haaksparkeren toegepast. De parkeerplaatsen aan de hoofdontsluiting die als haaksparkeren worden uitgevoerd, worden gerealiseerd in een waterdoorlatende verharding. Dit kan door een halfopen legverband of speciale ‘grasbetonstenen’. Dit is niet alleen goed voor de waterhuishouding in het gebied, maar ook voor het groenbeeld van de straat. Op 14 maart 2022 is door Anteagroup een verkeerskundige analyse opgeleverd. Deze is toegevoegd als Bijlage 11. Hieronder volgt de conclusie uit deze analyse: De woningbouwontwikkeling De Scheg­Oost leidt logischerwijs tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op het omliggende wegennet. Aan de hand van het te

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

realiseren aantal woningen komt een verkeersgeneratie naar voren van 1.340 voertuigbewegingen op werkdagbasis. Echter, doordat de J.C. van Hattumweg vanwege de knip nabij de spoorkruising niet meer gebruikt gaat worden als doorgaande verkeersroute, neemt het verkeer in de toekomst af. Deze afname is groter dan de toename als gevolg van de woningbouwontwikkeling. Op basis van huidige vervoersstromen is vervolgens gekomen tot een verkeersverdeling van 80% via het noorden en 20% dat zich ontsluit via het zuiden. Vervolgens is voor het jaar 2030 voor één kruispunt berekend wat de verkeerseffecten zijn voor de situatie zonder en met de planontwikkeling. Voor het voorrangskruispunt Bovenkerkerweg – J.C. van Hattumweg aan de rand van het plan geldt dat zowel in de autonome als in de plansituatie de verkeersafwikkeling voldoende zal zijn om het extra verkeer van het plan te kunnen verwerken. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van De Scheg­Oost niet tot doorstromingsknelpunten zal leiden.

7.12 Duurzaamheid en energie De kaders betreffende duurzaamheid Amstelveen zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 15 juni 2016 in PLECK 1.0 (Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie). Inmiddels is PLECK 3.0 vastgesteld op 28 oktober 2021. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat de gemeente Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die zij maakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: <0000> Amstelveen is een fossielonafhankelijke stad in 2040; <0000> In 2040 wil Amstelveen 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990; <0000> Amstelveen is klimaat­robuust ingericht in 2050, het gaat hierbij om de onderdelen: wateroverlast, droogte, hitte en waterveiligheid. Belangrijk aandachtspunt is bij nieuwbouw en renovatie dat energiegebruik zoveel mogelijk gereduceerd wordt door o.a. isolatie en efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energie­opwek gewenst. Dit wordt binnen het Bouwbesluit getoetst. De gemeente hecht er aan dat voor bewoners de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. Met ontwikkelaars wordt op vrijwillige basis naar hogere energie­ en duurzaamheidsprestaties toegewerkt.

Binnen de planontwikkeling ‘De Scheg­Oost’ en beide andere deelgebieden van ‘de Scheg’ hanteren gemeente en ontwikkelaars hiervoor het toetsingsinstrument GPR­stedenbouw. Binnen dit instrument worden stedenbouwkundige en duurzaamheidseisen integraal afgewogen. In de ontwikkelvisie en ruimtelijke kaders zijn hier ambities voor gesteld.

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

De gemeente Amstelveen stimuleert daarnaast het realiseren van duurzame en energiezuinige gebouwen door middel van de gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR). GPR­gebouw is een digitaal instrument dat ontwerpgegevens omzet in prestatiegetallen per module. Het thema milieu van de GPR voldoet aan de indieningsvereisten die op grond van de omgevingsvergunning worden gesteld bij het indienen van een bouwaanvraag volgens artikel 5.9 het eerste en tweede lid van het Bouwbesluit 2012. Aanvrager van een vergunning voor het bouwen moet met een berekening aangeven wat het duurzaamheidgehalte van het te realiseren bouwwerk is. De GPR­gebouw kan ondersteunend zijn aan de GPR­Stedenbouw. Voor nieuwbouwwoningen is vanaf 1 januari 2021 in BENG vastgelegd wat de minimale wettelijke energie­eisen zijn. BENG staat hierbij voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. BENG stelt eisen aan het maximale energieverbruik per m2 gebouw, maximale fossiele energiegebruik en minimale eigen energie­opwek van het gebouw. Verschillende gebouwtypen hebben verschillende eisen. De gemeente zoekt graag met de ontwikkelaar naar meer opties waarmee voor de bewoners een energieneutraal of ‘nul op de meter’­woning gerealiseerd kan worden.

Gedacht wordt hierbij aan extra isolatie en/of warmte terugwininstallaties in douchewaterretour, energiezuinige systemen, warmte ­ koude opslag gecombineerd met lage temperatuurverwarming en het benutten van de zon als energiebron door mee ontworpen zonnepanelen, zonneboiler. Bij voorkeur worden meer opties in de bouwaanvraag meegenomen zodat hierop toegezien kan worden. Realisatie van een warmtenet voor de gehele Scheg is vanwege fasering en doorlooptijd niet mogelijk gebleken. Voor clusters binnen de planontwikkeling worden collectieve warmte­ koude voorzieningen als WKO­voorzien. Dit kan bijdragen aan het behalen van de ambitie fossielonafhankelijk. Binnen het plangebied zijn voor toepassing van bodemenergie geen belemmeringen voorzien. Ontwikkelaars dienen vooraf aan te tonen dat nieuwe WKO’s of gesloten bodemenergiesystemen de (eventueel) al aanwezige systemen niet negatief beïnvloeden. Het (wijzigings)besluit Bodemenergie en de Waterwet vormen bij toepassing van bodemenergie het wettelijk kader. Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (VET) in werking getreden. Daarmee is de plicht voor de netbeheerder om kleinverbruikers op aardgas aan te sluiten vervallen. Dit betekent dat nieuwbouwlocaties niet meer aangesloten hoeven te worden op het aardgasnetwerk. De nieuwe regelgeving ondersteunt de gemeentelijke ambitie om in 2040 fossielonafhankelijk te zijn.

Het college van B en W heeft besloten om per 1 juli 2018 geen uitzonderingsgebieden aan te wijzen waar nog wel aardgas aansluitingen gerealiseerd worden. Daarmee is aardgasvrij voor nieuwbouwwoningen de nieuwe norm. Energieopslag Door de recente aandacht voor warmte ­koude opslag (WKO) ook wel energieopslag genoemd, is aandacht voor de ruimtelijke consequenties wenselijk. WKO maakt gebruik van de constante temperatuur van diep grondwater uit het 2e of 3e watervoerend pakket. Het water wordt op een plaats onttrokken en elders geïnfiltreerd op dezelfde diepte. Bovengronds wordt warmte aan het grondwater toegevoegd of onttrokken. Er ontstaan op deze wijze twee lokale zones in het grondwaterpakket, waarvan de een kouder en de ander warmer is dan het omringende grondwater. De omvang van de zones is afhankelijk van het debiet en de hoeveelheid warmte. Een potentieel probleem ontstaat wanneer de aanleg van systemen niet wordt geregisseerd. Zonder regie bestaat de kans dat de ondergrond niet efficiënt wordt benut, omdat de systemen niet op elkaar aansluiten of de aanleg van toekomstige systemen belemmeren. De provincie Noord­Holland is bevoegd gezag voor het grondwater onder de Waterwet. De provincie heeft momenteel het beleid om bij toenemende vraag naar deze systemen de krachten te bundelen en in samenwerking met de betrokkenen een masterplan energieopslag op te stellen.

Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen De gemeente Amstelveen heeft hoge ambities om duurzaam te bouwen en duurzame gebieden te ontwikkelen. De ambities gaan verder dan strikt wettelijk afdwingbaar en liggen hoger dan wat in het Bouwbesluit wordt geëist. Op vijf thema’s onderzoekt de gemeente bij elke ontwikkeling wat de mogelijkheden zijn om een project of gebied zo duurzaam mogelijk te realiseren: mobiliteit, energie, circulair bouwen, klimaat adaptief en groen en ecologie. Dit kan een midden of hoog ambitieniveau zijn, afhankelijk van de locatie, de omgeving, het type project en betrokken stakeholders. Van ieder onderwerp is de meetmethode bepaald, de zogeheten KPI (Kritische Prestatie Indicator). Daarmee is concreet geworden wat we willen bereiken en kan achteraf worden bezien of het doel gehaald wordt. Dit geldt zowel voor gebouwen als voor openbare

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

ruimte. Bij de verdere uitwerking van het plangebied zal de gemeente met ontwikkelaar kijken of deze Leidraad aanvullend of (deels) in plaats van de GPR­Stedenbouw te hanteren is.

vastgesteld toelichting De Scheg Oost

pagina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=e93435a1-301d-423f-b989-55db3cc8f1e4