Bijlage 1 - Rapport Advisering over aanwijzing publieke lokale media-instelling gemeente Amstelveen
Tekst van het document
Productie en ICEnormen bij samenwerking
-
Als lokale omroepen samenwerken met regionale, of andere lokale omroepen, leidt dat tot bijstelling van de eigen ICE-inbreng en de hoeveelheid eigen producties. De omroep dient de samenwerking vast te leggen in een overeenkomst.
Reclame en sponsoring
-
Om de onafhankelijkheid van de media-instellingen te waarborgen zijn regels rondom reclame en sponsoring vastgelegd. Het doel is het scheiden van programma-aanbod en commercie. De media-instelling moet hiervoor beschikken over een redactiestatuut, waarin journalistieke rechten en plichten van de medewerkers zijn vastgelegd, en zijn ingeschreven bij de Stichting Reclame Code. Voor reclame gelden regels met betrekking tot de hoeveelheid en duur van reclame, de verschijningsvorm van reclamespots in het programma-aanbod en reclame-uitingen binnen een programma. Voor al het media-aanbod geldt een verbod op sponsoring van het media-aanbod, hieronder vallen zowel geld als goederen of diensten die ter beschikking worden gesteld. Uitzonderingen hierop zijn niet-lokale culturele programma’s, verslagen van sportevenementen en evenementen met een ideële grondslag. Voor deze uitzonderingen zijn wel specifieke regels opgesteld.
-
-
Nevenactiviteiten
-
Voor nevenactiviteiten zoals het maken van een blad bij een programma of het maken van een bedrijfsfilm, moet de omroep vooraf toestemming krijgen van het CvdM. De activiteit moet in verband staan met de publieke mediaopdracht, kostendekkend zijn en op marktconforme wijze worden verricht en op geen enkele wijze dienstbaar zijn aan het maken van winst door derden. De inkomsten uit nevenactiviteiten moeten bovendien worden gebruikt voor de verzorging van het eigen media-aanbod.
4
Uitbesteden
-
-
Programmabeleidbepalend orgaan (pbo)
-
-
-
Omdat de media-instellingen niet altijd de ambities kunnen verwezenlijken met de beschikbare financiële middelen, mensen of expertise mogen ze voor de uitvoering van hun activiteiten derden inschakelen. Om te voorkomen dat uitbesteding leidt tot strijdigheid met de mediawettelijke eisen, zijn regels opgesteld op het gebied van het uitbesteden van programma’s, reclameboodschappen en verwerving van reclame-inkomsten. Alle uitbestedingsregels zijn erop gericht dat de verantwoordelijke personen binnen de omroep, in hun relatie met derden, de belangen van de omroep altijd voorop stellen. De Mediawet schrijft voor dat lokale media-instellingen een representatief orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt, het Programmabeleidbepalend orgaan (pbo). Dit is een afzonderlijk orgaan binnen de media-instelling, naast de redactie en het bestuur, dat tot taak heeft vaststelling van en toezicht houden op het programmabeleid. Ook heeft het PBO tot taak erop toe te zien dat de media-instelling zich aan de ICE-norm houdt. Met de vaststelling van het beleid zorgt het pbo ervoor dat de nagestreefde doelstellingen worden gehaald en dat de doelgroepen worden bereikt.
Volgens het CvdM moet het pbo representatief zijn voor de verscheidenheid binnen de lokale gemeenschap, binding houden met het publiek van de omroep, bestaan uit minimaal vijf leden en ten minste één vertegenwoordiger opnemen van etnische en culturele minderheden. Leden die geen specifieke stroming in de gemeente vertegenwoordigen (bijvoorbeeld met deskundigheid op een specifiek gebied) mogen worden opgenomen op persoonlijke titel, maar zij mogen slechts een minderheid vormen. Om de representativiteit te bevorderen moeten de leden elk één stroming binnen de gemeente vertegenwoordigen. De stromingen moeten vallen binnen de hoofdstromingen die zijn bepaald in de Mediawet: maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Het functioneren van het pbo is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de media-instelling.
Financiële administratie en verantwoording
-
De media-instellingen zijn verplicht te werken met een jaarrekening bestaande uit een balans, exploitatierekening en een toelichting. De grotere media-instellingen moeten hun financiële gegevens laten onderzoeken door een accountant. Jaarlijks moeten de media-instellingen een verklaring overleggen over de integriteit van bestuurders en medewerkers. Verder zijn er regels omtrent overeenkomsten en gelieerde rechtspersonen.
Gegevensverstrekking en bewaarplicht
-
Jaarlijks ontvangen alle publieke lokale media-instellingen een verzoek om gegevensverstrekking van het CvdM. Op deze manier wordt toezicht gehouden op de programmering via een elektronisch toezichtformulier, op het functioneren van het pbo via het pbo-jaarverslag en/of de pbo-notulen en op de financiële positie door middel van financiële stukken. De media-instellingen zijn wettelijk verplicht om hun uitzendingen integraal op te nemen en gedurende twee weken na de uitzending te bewaren.
5