Bijlage 1 Rapport_Actualisering_Archeologiebeleid
Tekst van het document
• De locatie van de kerk in Amstelveen valt binnen het vlak van de historische kern, hieraan is dan ook geen buffer toegekend. • Historische kaden. • Buitenplaatsen zijn in hun geheel weergegeven op de verwachtingswaarden- en de beleidsadvieskaart. Ter plaatse kunnen (archeologische) resten verwacht worden van (meerdere fasen van) bebouwing, maar ook resten van tuin-/parkaanleg, zoals historische tuinelementen, paden en dergelijke. Bij de uitvoering van archeologisch onderzoek in deze zones dient de beschrijving van de buitenplaatsen en historisch kaartmateriaal als uitgangspunt. • Molenplaatsen, de kalkoven en verdedigingswerken/posten zijn aangegeven als puntlocaties met een bufferzone van 25 m, waarbinnen mogelijke resten nog aanwezig kunnen zijn.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[41]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
5 De archeologische beleidsadvieskaart 5.1 Inleiding Het vertalen van de bekende en onbekende archeologische waarden naar de bestemmingsplankaart was voor de gemeente Amstelveen een belangrijke stap om het belang van archeologie in de ruimtelijke ordening aan te geven. In de bestemmingsplannen zijn de monumententerreinen en de zones met een archeologische verwachtingswaarde opgenomen. Het besef dat het hierbij gaat om een momentopname is van groot belang: de kaart vormt een zogenaamde state of the art wat betreft de uitgevoerde archeologische onderzoeken, locaties van bekende vindplaatsen en archeologische (verwachtings)modellen. In archeologische verwachtingsgebieden is bijvoorbeeld niet bekend of er ook daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn totdat deze daadwerkelijk door middel van archeologisch onderzoek worden aangetoond. Onderzoek in dergelijke gebieden in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) is dan ook niet primair gericht op het opsporen van vindplaatsen, maar veeleer op het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting van de betreffende landschappelijke eenheid. De ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en daarmee het archeologisch onderzoek hebben sinds de eerste vervaardiging van de verwachtings- en beleidsadvieskaart niet stilgestaan.
Met het verwerken van nieuwe inzichten uit deze onderzoeken kan (en moet) het kaartbeeld steeds getoetst en aangescherpt worden. Ook de reeds afdoende onderzochte gebieden dienen in het nieuwe kaartbeeld verwerkt te worden. Dit proces was een van de belangrijkste doelstellingen van de huidige actualisatie. De verwachtings(waarden)kaart bevat hoofdzakelijk archeologisch-inhoudelijke informatie en is daardoor minder geschikt als een (ambtelijk) instrument voor het bepalen van de noodzaak tot het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek. Om tot een dergelijk bruikbaar instrument te komen is voor de gemeente een vertaalslag gemaakt naar een beleidsadvieskaart. De bekende vindplaatsen en de verschillende verwachtingsgebieden zijn op deze kaart voorzien van voorschriften. Ook de gebieden waar reeds enige vorm van archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden zijn hierop ter informatie weergegeven. Bij het opstellen van het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen zones met vastgestelde en met te verwachten archeologische waarden. Onder de eerste categorie worden verstaan terreinen van archeologische waarde (AMK-terreinen), historische kernen en vindplaatsen zonder status. Gebieden waarvoor op basis van bekende archeologische vindplaatsen, geomorfologie en landschap een archeologische verwachting is geformuleerd worden gekenmerkt als archeologische verwachtingsgebieden.
Op de archeologische verwachtings(waarden)kaart wordt de archeologische verwachting met de termen hoog, middelhoog, laag en geen/onbekend weergegeven. De verschillende vindplaatsen worden indien mogelijk naar categorie onderscheiden en ook staan de historische kernen en AMK-terreinen met de daarvoor geldende status vermeld. In de voorschriften wordt aangegeven welke randvoorwaarden er gelden vanuit de bekende archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden ten aanzien van de ruimtelijke ordening. Hier wordt dus aangegeven welke ondergrens voor onderzoek geldt.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[42]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
In § 5.2 wordt het beleidskader geschetst waarna in § 5.3 t/m § 5.7 de beleidsadviezen (verplichtingen en vrijstellingen) archeologisch-inhoudelijk worden onderbouwd voor alle onderscheiden archeologische waarden en verwachtingszones.
5.2 Algemeen beleidskader Inleiding Als gevolg van een aantal wijzigingen van de Monumentenwet 1988, waardoor het archeologisch erfgoed moet worden opgenomen in het bestemmingsplan, zijn beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op deze wijze heeft de Nederlandse overheid invulling gegeven aan het Verdrag van Valletta (vaak Verdrag van Malta genoemd), dat in 1992 door Nederland en een groot aantal andere Europese landen is ondertekend. Dit verdrag heeft tot doel het bevorderen van de bescherming van het archeologisch erfgoed in Europa. De belangrijkste artikelen die Nederland heeft overgenomen zijn: • het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke (in situ) te bewaren en beheersmaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen (artikel 4), en; • de verstoorder is verantwoordelijk voor het vroegtijdig (laten) uitvoeren van noodzakelijk archeologisch (voor)onderzoek en de financiering daarvan (het ‘verstoorder betaalt-principe’; artikel 6). Monumentenwet 1988 Implementatie van ‘Malta’ vindt plaats middels de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) en deze is per 1 september 2007 in werking getreden. De wet betreft een herziening van de Monumentenwet 1988 en een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingswet.
Middels de Monumentenwet heeft Nederland invulling gegeven aan het uitgangspunt om zoveel mogelijk archeologisch erfgoed in de bodem te laten zitten (in situ) en aan het verstoorder-betaalt-principe. Daarnaast zijn in de gewijzigde Monumentenwet een groot aantal andere artikelen opgenomen die betrekking hebben op archeologie. Belangrijkste daarvan is dat de wetgever het bestemmingsplan heeft aangewezen als het instrument om het archeologisch erfgoed te beschermen (artikel 38 t/m 40). De provincie Noord-Holland Naast gemeenten en Rijk spelen ook de provincies een rol in de archeologische monumentenzorg. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de provincies zijn: • stimulering en advisering bij ruimtelijke plannen; • bevoegd gezag bij o.a. ontgrondingen en inpassingsplannen; • eigenaar van bodemvondsten uit opgravingen en depothouder. Het archeologisch beleid van het provinciaal bestuur van Noord-Holland is vastgelegd in het Cultuurconvenant tussen het rijk en de provincie Noord-Holland, de Provinciale Cultuurnota 2013-2016 'De waarde van Cultuur' , de Leidraad Provinciaal Ruimtelijk Beleid, de Gedragslijn
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[43]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Compensatie en het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord (zie bijlage 2 voor een korte toelichting op voornoemde stukken). De provincie Noord-Holland kiest ten aanzien van cultuurhistorie vooral een ontwikkelingsgerichte benadering met behoud van kwaliteit en het ontwikkelen van nieuwe kwaliteit. De provincie wil ontwikkelingen dusdanig geleiden dat de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten behouden blijven, worden ontwikkeld en waar mogelijk worden versterkt. De provincie sluit hiermee aan op het gedachtegoed zoals dat in de nota Belvedère is verwoord. De nieuwe Cultuurnota 2013-2016 ‘De waarde van Cultuur’ streeft naar behoud en ontwikkeling van waardevolle landschappen met uniek cultureel erfgoed en naar het voor iedereen toegankelijk maken van het cultureel aanbod. De gemeente: archeologie en bestemmingsplan Het vastleggen van archeologische waarden en verwachtingen in het bestemmingsplan is onderdeel van de in 2007 vastgestelde Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz). Deze wet veranderde enkele onderdelen van de Monumentenwet 1988. Artikel 38a van deze wet geeft nu aan dat de gemeenteraad bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening dient te houden met archeologische waarden. Gemeenten geven hier invulling aan door bij het vaststellen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen rekening te houden met (eventuele) archeologische waarden.
Onder deze waarden vallen archeologisch waardevolle gebieden en gebieden met een verhoogde archeologische verwachting. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van een bestemmingsplan, begrensd in de verbeelding (plankaart) en voorzien van regels gekoppeld aan een vergunningenstelsel. Ondergrenzen op maat Op basis van het bestemmingsplan kan bijvoorbeeld bij de verlening van een omgevingsvergunning als voorwaarde worden gesteld dat de aanvrager een archeologisch rapport overlegt. Vervolgens geeft artikel 41a aan dat dit alleen van toepassing is bij projecten met een oppervlakte 2
groter dan 100 m , maar de gemeenteraad kan een hiervan afwijkende oppervlakte vaststellen. Dit is met het vaststellen van de kaart uit 2008 reeds gebeurd. Aan de verschillende eenheden op de verwachtingenkaart zijn voorschriften gekoppeld, die uit oppervlakte- en dieptegrenzen bestaan. Deze ondergrenzen geven aan bij welke bodemingrepen archeologisch onderzoek zou moeten plaatsvinden. De voorschriften kunnen vervolgens worden opgenomen in de bestemmingsplannen van de gemeente en bieden daarmee een beslissingskader bij de vergunningsverlening. De ondergrenzen zijn op basis van de afweging van enerzijds archeologisch inhoudelijke argumenten en anderzijds praktische argumenten tot stand gekomen. Het uitgangspunt is dat bekende en (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zoveel mogelijk moeten worden behouden zonder dat dit tot onevenredige inspanningen of onnodig veel archeologische onderzoeken leidt. De bekende en te verwachten archeologische waarden zijn hiertoe vertaald naar Archeologische Waarden (AW’s; tabel 7). Bij de vertaling naar de beleidsadvieskaart zijn de archeologisch of historische inhoudelijke aspecten weggelaten en is de verwachting met de kleinste ondergrenzen leidend geweest (kaartbij-
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[44]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
lage 2). Bij het volgen van de beleidsadviezen dient echter wel rekening gehouden te worden met onderliggende verwachtingskaart en historisch-geografische waarden. De in Nederland gehanteerde kengetallen voor de omvang van de steekproef en het waarnemingsgrid zijn gebaseerd op aannamen over de omvang, vondst- en sporendichtheid van de meeste te verwachten vindplaatstypen en prospectiegroepen. In de omvang van bijvoorbeeld nederzettingen bestaat een enorme variatie. Een extractiekamp uit de Steentijd is vele malen kleiner dan een nederzetting uit de Romeinse tijd. De kleinste meest geïsoleerde nederzettingen 2
in houtbouw (huisplaatsen) hebben een omvang van gemiddeld 500 tot 2.000 m . Kleine vuur2
steenvindplaatsen zoals extractienederzettingen zijn veelal kleiner dan 200 m of, in het geval 2
van basisnederzettingen of huisplaatsen, 200-1.000 m . 2 Indien een onderzoekseis van toepassing is, is het de vraag welk type archeologisch onderzoek conform het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) uitgevoerd moet worden. 3
5.3 Medebestemming archeologische waarden AW categorie 1: archeologische monumenten, vindplaatsen en belangrijke historische terreinen Deze categorie betreft terreinen en/of zones waar de aanwezigheid van archeologische resten is aangetoond. Het gaat om de AMK-terreinen en de historische kernen alsmede het merendeel van de vindplaatsen (vindplaatsencatalogus), de molenplaatsen, kalkoven, verdedigingswerken en de (verdwenen) buitenplaatsen. De archeologische vindplaatsen en cultuurhistorische elementen zonder begrensd oppervlak hebben een buffer van 50 m rondom het centrumcoördinaat van de vindplaats. Wanneer de vindplaatsen onderdeel vormen van een AMK-terrein of historische kern vallen zij binnen die betreffende begrenzing. Geadviseerd wordt om archeologisch onderzoek als voorwaarde te stellen aan bodemingrepen 2
dieper dan 30 cm -Mv, waarbij een ondergrens van 50 m wordt aangehouden. Bij onderzoek dient rekening gehouden te worden met dieper gelegen potentieel archeologische niveaus zoals inversieruggen en het dekzandoppervlak. 2
AW1: in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 50 m dient voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische resten. Bij het onderzoek dient reeds uitgevoerd onderzoek betrokken te worden en als uitgangspunt te fungeren.
2
Zie ook Willemse & Kocken (2012) voor een uitgebreide analyse van het vaststellen van ondergrenzen.
3
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft ook onderzoek gedaan naar de kwalitatieve aspecten van vrijstellingsbeleid. Het kwalitatieve effect van een vrijstellingsgrens op het erfgoed (in de vorm van verlies aan archeologische informatie) blijkt namelijk mede afhankelijk van de aanwezige typen vindplaatsen, maar ook van de zeldzaamheid en omvang van een vindplaats en de mate waarin hierover kennis bestaat. Onder andere is bepaald vanaf welke versto2
ringsomvang (in m ) het verlies aan informatie(waarde) dusdanig groot wordt dat cruciale onderzoeksvragen niet meer beantwoord kunnen worden. Zie hiervoor De Groot e.a. (2011, 117 e.v.).
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[45]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Mede-
Vrijstellings-
Vrijstellings-
(Landschaps)elementen
bestemming
grens diepte
grens opper-
of verwachtingen
AW1
30 cm -Mv
vlakte 50 m²
AMK-terreinen, historische dorpskernen, archeologische vindplaatsen en cultuurhistorische zones/elementen (zoals landgoederen, molens)
AW2
30 cm -Mv
100 m²
zones met historische bewoningslinten, oevers van de Amstel en historische kades
AW3
30 cm -Mv
1000 m²
zones met onverveend bovenland (met en zonder recente ontwikkelingen) met een middelhoge verwachting
AW4
30 cm -Mv
5000 m²
zones in verveend en drooggemaakt gebied met inversieruggen een middelhoge verwachting
AW5
30 cm -Mv
10.000 m 2
zones met een onbekende verwachting voor de vroege Prehistorie en met een lage verwachting voor alle overige perioden (verveend buiten inversieruggen en zone met historische bebouwing in Amsterdamse bos)
Tabel 7. Advies voor vrijstellingsgrenzen gemeente Amstelveen.
5.4 Medebestemming te verwachten archeologische waarden AW categorie 2: zone waarbinnen historische bebouwing heeft plaatsgevonden en historische kades In deze zones is de verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen hoog en er bestaan concrete aanwijzingen dat deze aanwezig zijn: het gaat om de historische bewoningslinten. Voor de oeverwal van de Amstel geldt tevens een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. De maat van deze ondergrens is mede gebaseerd op de omvang van de te verwachten vindplaatsen: dit betreffen onder andere resten van historische bebouwing en huisplaatsen. Deze categorie betreft tevens de historische kades die van belang zijn voor de ontginningsgeschiedenis binnen de gemeente (zie kaartbijlage 1). In geval van doorgravingen (coupures) of vergravingen wordt geadviseerd om archeologisch onderzoek als voorwaarde te stellen. Geadviseerd wordt om archeologisch onderzoek als voorwaarde te stellen aan bodemingrepen dieper 2
dan 30 cm -Mv, waarbij een ondergrens van 100 m wordt aangehouden. Bij onderzoek dient rekening gehouden te worden met dieper gelegen potentieel archeologische niveaus zoals inversieruggen en het dekzandoppervlak.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[46]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Advies AW2: in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m
2
dient voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische resten. Bij het onderzoek dient reeds uitgevoerd onderzoek betrokken te worden en als uitgangspunt te fungeren; in geval van door- of vergravingen van historische kades dient bij ingrepen dieper 2
dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Doel van het onderzoek is het is het krijgen van inzicht in de opbouw en ouderdom van de kade en het bepalen van de noodzaak van archeologisch vervolgonderzoek. AW categorie 3: onverveend bovenland Deze categorie betreft het onverveende bovenland buiten de zones waar historische bebouwing en/of kades worden verwacht. De onverveende gebieden met en zonder recente ontwikkelingen worden in deze categorie samengebracht. Deze gebieden hebben een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen. Resten van bewoning worden echter niet verwacht. Om die reden krijgt het onverveend bovenland een ruimere ondergrens dan de zones met een hoge verwachting voor de aanwezigheid van bewoningsresten. Geadviseerd wordt om in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 1.000 m2 archeologisch onderzoek als voorwaarde te stellen. Bij ingrepen vanaf deze omvang wordt verwacht dat archeologisch onderzoek zinvol zal zijn in het licht van de te verwachten resten. Bij onderzoek dient rekening gehouden te worden met dieper gelegen potentieel archeologische niveaus zoals afgedekte kreeksystemen en het dekzandoppervlak.
AW3: in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 1.000 m² dient voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemopbouw en het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische resten. Bij het onderzoek dient reeds uitgevoerd onderzoek betrokken te worden en als uitgangspunt te fungeren. AW categorie 4: inversieruggen in droogmakerij Deze categorie betreft de inversieruggen die zichtbaar zijn binnen de (onbebouwde) zones van de droogmakerijen. Deze ruggen hebben een middelhoge verwachting voor de aanwezigheid van resten uit het Midden en Laat Neolithicum, waarbij voornamelijk vindplaatsen met een kleine omvang en dunne vondstspreiding worden verwacht. Gezien de complexe landschappelijke opbouw en de te verwachten archeologische resten wordt archeologisch onderzoek in deze categorie pas zinvol geacht bij grootschalige bodemingrepen. 2
Er wordt geadviseerd een ondergrens te hanteren van 5.000 m bij bodemingrepen die dieper reiken dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat alleen bij werkelijk grootschalige ingrepen archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd. Doel hiervan is het bepalen van de geologische ondergrond en daarmee feitelijk het toetsen van de in onderhavige rapport opgestelde archeolo-
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[47]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
gische verwachtingen. Onderzoek in een plangebied van kleinere omvang levert namelijk niet genoeg informatie op om duidelijk kansrijke delen in dit landschap te selecteren. Geadviseerd wordt om bij dergelijke grootschalige ingrepen niet te volstaan met een verkennend booronderzoek, maar om het onderzoek direct intensiever in te steken (mogelijk combinatie van boringen met zoeksleuven) om daadwerkelijk de verwachting te kunnen toetsen. Bij onderzoek dient tevens rekening gehouden te worden met dieper gelegen potentieel archeologische niveau in de vorm van het dekzandoppervlak. AW4: in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 5.000 m² voorafgaand aan ruimtelijke planvorming een intensief inventariserend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Primair doel van het onderzoek is het vaststellen van de geologische ondergrond en van de archeologische potentie (bij voorkeur middels zoeksleuven). AW categorie 5: gebieden met een lage verwachting Deze categorie betreft alle overige zones waarvoor ten aanzien van de perioden vanaf het Midden Neolithicum een lage archeologische verwachting geldt. Het gaat om de verveende en drooggemaakte gebieden buiten de bewoningslinten en de zone met historische bebouwing in het Amsterdamse bos en buiten de zichtbare inversieruggen.
Voor deze zones geldt een onbekende verwachting voor de vroege Prehistorie ten aanzien van het dekzandoppervlak, zoals deze voor het gehele gemeentelijk grondgebied geldt. Tevens geldt een onbekende archeologische verwachting ten aanzien van dieper gelegen kreeksystemen, indien aanwezig. Geadviseerd wordt om alleen bij grootschalige ingrepen in deze zone onderzoek naar dieper gelegen kreeksystemen en het dekzandoppervlak te laten plaatsvinden. Archeologisch vooronderzoek in deze categorie is in eerste instantie primair landschappelijk van aard. 2
Er wordt geadviseerd een ondergrens te hanteren van 10.000 m bij bodemingrepen die dieper reiken dan 30 cm -Mv. Deze strenge dieptegrens is aangehouden, aangezien niet op voorhand bekend is op welke diepte de landschappelijke eenheden zich bevinden. In combinatie met de grote oppervlaktegrens wordt gewaarborgd dat alleen bij werkelijk grootschalige ingrepen archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd (dus bijvoorbeeld niet bij reguliere agrarische werkzaamheden in het landelijk gebied). Doel hiervan is het bepalen van de landschappelijke opbouw en in het bijzonder de opbouw van het getijdenlandschap en de diepteligging, bodemvorming in en het reliëf van het dekzandlandschap. Met dit onderzoek wordt de in onderhavige rapport opgestelde archeologische verwachting getoetst. AW5: in geval van bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 10.000 m² voorafgaand aan ruimtelijke planvorming een intensief inventariserend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Primair doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de geologische ondergrond en het bepalen van de archeologische potentie daarvan.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[48]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
5.5 Vervolgonderzoek Met het vaststellen van ondergrenzen wordt geborgd dat niet altijd en overal archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Het doel van een goed onderbouwde beleidsadvieskaart is immers om het nut en de noodzaak van archeologisch onderzoek te kunnen bepalen. In zijn algemeenheid wordt de noodzaak tot het laten uitvoeren van onderzoek bepaald door de diepte, omvang en aard van de ingreep en of de ingreep plaatsvindt op een bekende vindplaats of bijvoorbeeld in een zone met een specifieke verwachting (zie categorieën in de voorgaande paragrafen). Hieronder worden deze factoren kort toegelicht. Diepte van de ingreep Alle bodemingrepen die niet dieper gaan dan de ‘reguliere’ bouwvoor zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hoewel in de bouwvoor archeologische resten kunnen voorkomen bevinden deze zich niet meer in hun oorspronkelijke context. De waarde van deze resten is hiermee relatief gering. De gemiddelde diepte van een bouwvoor bedraagt over het algemeen 30 cm -Mv, hetgeen betekent dat voor ingrepen tot deze diepte in principe geen onderzoek noodzakelijk is. Ingrepen dieper dan 30 cm -Mv hoeven echter niet in alle gevallen tot verstoring van archeologische waarden te leiden, bijvoorbeeld omdat deze archeologische waarden veel dieper liggen of omdat de ondergrond reeds tot grotere diepte is verstoord.
De nu opgestelde beleidsadviezen houden hier zoveel mogelijk rekening mee. Aard van de ingreep Archeologische resten zijn vanwege hun onlosmakelijke verbondenheid met de bodem zeer kwetsbaar voor allerlei bodemingrepen. In principe zijn bijna alle bodemingrepen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen: niet alleen vergravingen voor nieuwbouw, leidingsleuven en dergelijke, maar ook ophogingen (zetting) en peilverlagingen (verdroging). Bodemverstoringen kunnen leiden tot aantasting en zelfs vernietiging van archeologische resten. Hoe kwetsbaar archeologische resten zijn, is afhankelijk van enerzijds de aard, omvang en diepte van de bodemingreep en anderzijds van de aard, omvang en diepteligging van de archeologische resten en de geologische en waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. De verstoring van archeologische waarden komt in veel gevallen neer op het verdwijnen van grondsporen, verplaatsing van archeologisch materiaal en verstoring van de ruimtelijke context. In enkele gevallen hebben de werkzaamheden (ook) na de uitvoering een schadelijke uitwerking. Dit is in het onderzoeksgebied bijvoorbeeld het geval wanneer ten behoeve van natuurontwikkeling het waterpeil wordt verlaagd.
Omvang van de ingreep Bij welke omvang van de ingreep is archeologisch onderzoek verplicht? Op het niveau van de gemeente wordt conform het archeologiebeleid gewerkt met de hierin geformuleerde ondergrenzen. De ligging van het plangebied bepaalt de geldende vrijstellingsgrens voor de oppervlakte. Op de beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen komen voor de oppervlakte van een plangebied vijf verschillende waarden met een specifieke vrijstellingsgrens voor. In tabel 7 zijn
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[49]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
de vrijstellingsgrenzen weergegeven. Met de oppervlakte wordt de oppervlakte van het plangebied bedoeld en niet de oppervlakte van de voorgenomen bodemingrepen. Daarnaast is het ook niet de oppervlakte van de specifieke verwachtingszone binnen het plangebied. Bij een plange2
bied van bijvoorbeeld 8.000 m dat grotendeels in een zone met een vrijstellingsgrens van 1 ha 2
2
ligt, maar waarvan 900 m in een zone met een vrijstellingsgrens van 1.000 m ligt, moet er op 2
de 900 m toch archeologisch onderzoek plaatsvinden. Daarnaast mogen de vergunningplichtige werkzaamheden in de plangebieden niet worden ‘opgeknipt’ om archeologisch onderzoek te vermijden.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[50]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Literatuur Baar, P.P. de, 2007. Het IJ ouder, de Linnaeusstraat jonger? Ons Amsterdam juni 2007: 242245. Barends, S. (red.), 2000. Het Nederlandse landschap: een historisch-geografische benadering. Matrijs, Utrecht. Besteman, J.C., 1994. Noord-Holland op de schop. Bewoning en landschap in de Middeleeuwen. In: M. Rappol & C.M. Soonius (red.); In de bodem van Noord-Holland. Lingua Terrae, Amsterdam. Besteman, J.C., 1997. Van Assendelft naar Amsterdam. Occupatie en ontginning van de NoordHollandse veengebieden in de middeleeuwen. In: D.E.H. de Boer, E.H.P. Cordfunke & H. Sarfatij (red.); Holland en het water in de middeleeuwen. Strijd tegen het water en beheersing en gebruik van het water. Verloren, Hilversum. Boer, G.H. de & S. Molenaar, 2006. West-Friesland Oost. Provincie Noord-Holland. Een archeologische verwachtingskaart voor De Streek. RAAP-rapport 1290. Archeologisch Adviesbureau RAAP, Amsterdam. Bont, C. de, 2008. Vergeten land : ontginning, bewoning en waterbeheer in de Westnederlandse veengebieden (800-1350). Wageningen. Canaletto, 1973. Nieuwe Kaart van den Lande van Utrecht. Canaletto Uitgeversmaatschappij, Alphen aan den Rijn. Canaletto, 1989. Prins Maurits' kaart van Rijnland en omliggend gebied: door Floris Balthasar en zijn zoon Balthasar Florisz. van Berckenrode in 1614 getekend. Canaletto, Alphen aan den Rijn. Carasso-Kok, M. (red.), 2004.
Geschiedenis van Amsterdam. Deel I, tot 1578: een stad uit het niets. SUN, Amsterdam. Corver, B.A., 2013. Archeologische Begeleiding en Opgraving Badlaan en Dorpsstraat, Amstelveen. Gemeente Amstelveen. IDDS rapport 1485. IDDS Archeologie Noordwijk. Dam, P.J.E.M. van, 1996. De tanden van de waterwolf. De rol van de turfwinning bij het ontstaan van het Haarlemmermeer in de vijftiende eeuw. Tijdschrift voor waterstaatsgeschiedenis 5-2: 81-91. Datema, R.R., 1987. Amstelland; een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. RAAP-rapport 4. Stichting R.A.A.P., Amsterdam. Deeben, J. & R. Wiemer, 1999. Het onbekende voorspeld: de ontwikkeling van een indicatieve kaart van archeologische waarden. Nederlandse Archeologische Rapporten 20. ROB, Amersfoort. Gemeente Amstelveen, 2006. Amstelveen in cijfers 2005-2006. Staf, statistiek en onderzoek. Gemeente Amstelveen. Groesbeek, J.W., 1966. Amstelveen, acht eeuwen geschiedenis. Uitgeverij Allert de Lange N.V., Amsterdam.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[51]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Groot, R.W. de, 2009. Plangebied Poldergemaal Noorderlegmeer, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAPnotitie 3141. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Groot, R.W. de, 2010a. Plangebied N201, aansluiting Zijdelweg, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 3393. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Groot, R.W. de, 2010b. Plangebied Bovenkerkerpolder (natuurcompensatie N201), gemeente Amstelveen: archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 2174. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Groote, P.D., 1995. Kapitaalvorming in infrastructuur in Nederland 1800-1913.Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen. Haartsen, A. & N. Brand, 2005. Amstelland. Land van water en veen. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Hoek Ostende, J.H. van den, 1977. Rietwijkeroord, vroeger een gemeente en een polder, nu een deel van het Amsterdamse Bos. Amstelodamum maandblad 64-2: 33-37. Hoek Ostende, J.H. van den, 1978. Poldermolens rond Amsterdam. Amstelodamum jaarboek 70: 360-392. Holl, J., 2011. Landgoed Tulpenburg, gemeente Amstelveen. Een Bureauonderzoek. ADC Rapport 2739. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Horn, M. & L. Haaring, 2011. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, d.m.v.
boringen, op de locatie Westwijk Zuidoost Cluster 8 te Amstelveen, gemeente Amstelveen. B&G Rapport 1198. Becker & Van de Graaf bv, Noordwijk. Kloosterman, P., 2011. Toelichting archeologische beleidskaart gemeente De Ronde Venen. RAAP-adviesdocument 495. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Kloosterman, P., S. Molenaar & M. Rietkerk, 2011. Boeren op kreken en venen: een archeologische vindplaatsen- en verwachtingenkaart en een cultuurhistorische kenmerkenkaart voor de gemeente De Ronde Venen. RAAP-rapport 1633. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Koekkelkoren, A.M.H.C. & S. Moerman, 2012. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Westwijk ZO, Amstelveen, Gemeente Amstelveen. IDDS rapport 1399. IDDS Archeologie Noordwijk. Kort, J.C., 1997. Landverlies aan de noordzijde van de Haarlemmermeer voornamelijk in de vijftiende en zestiende eeuw. Tijdschrift voor waterstaatsgeschiedenis 6-1: 1-7. Kramer, J. de, 2010. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Bovenkerkerweg en Amsteldijk Zuid, Amstelveen, Gemeente Amstelveen. B&G rapport 911. Becker & Van de Graaf bv, Noordwijk. Kroes, R. A.C. & J. Sprangers, 2009. Plangebied Waterberging Bovenkerkerpolder, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notitie 3202.
RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[52]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Molenaar, S., C.M. Soonius & D. Bekius, 2009. Noord-Holland Laagland: de archeologie en het landschap in 7 lagen. RAAP-rapport 1838. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Müller, A., 2004. Plangebied omlegging N201, gemeenten Uithoorn, Aalsmeer en Amstelveen; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 988. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Müller, A., 2005. Plangebied omlegging N201, vindplaats Bovenkerkerweg, gemeente Amstelveen: inventariserend archeologisch onderzoek (proefsleuven). RAAP-rapport 1124. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Munster, M.D.M. van & P. van Schaik, 2006. Nieuwer-Amstel en Amstelveen. 1000 jaar historie. Uitgeverij René de Milliano, Alkmaar. Nales, T., 2014. Amstelveen Zijdelweg, gemeente Amstelveen (Noord-Holland). Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase). Transect-rapport 486. Transect, Utrecht. Palmboom, E.N., 1995. Het kapittel van Sint Jan te Utrecht. Een onderzoek naar verwerving, beheer en administratie van het oudste goederenbezit (elfde-veertiende eeuw). Uitgeverij Verloren, Hilversum. Pons, L.J. & M.F. van Oosten, 1974. De bodem van Noordholland. Toelichting bij blad 5 van de bodemkaart van Nederland, schaal 1:200.000. Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), Wageningen. Reenen, P. van & B. Ibelings, 2007.
Over de ontstaansgeschiedenis van Diemen, Duivendrecht, de Watergraafsmeer en Amsterdam. http://www.let.vu.nl/staf/p.van.reenen/Diemen.pdf. Riezebos, P.A., & A. du Saar, 1969. Een dwarsdoorsnede door de mariene holocene afzettingen tussen Vijfhuizen en Vinkeveen. Med. Rijks Geol. Dienst, N.S. 20. Schoots, R., 1988. De molens van de Bovenkerkerpolder te Nes aan de Amstel. Soonius, C.M., 2007. Gebied Laag-Holland/Waterland, provincie Noord-Holland. Een archeologisch bureauonderzoek. RAAP-rapport 1536. Archeologisch Adviesbureau RAAP, Weesp. Soonius, C.M. & D. Bekius, 2008. Naar een realistische en duurzame omgang met het archeologisch erfgoed in de gemeente Amstelveen. RAAP-rapport 1630. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Sprangers, J. & I.A. Schute, 2015. Project A9 Amstelveen, Gemeenten Amstelveen en Ouder Amstel. Actualisatie archeologisch bureauonderzoek t.b.v. (Ontwerp) Tracébesluit. RAAP-rapport 3016. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, A. Borsboom & M. Verbruggen, 2004. Prospectief boren; een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek in de prospectiearcheologie. RAAP-rapport 1000. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Ven, G.P. van de, 1993. Leefbaar Laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland. Utrecht.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[53]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Verkerk, C.L., 1987. Het Amstelveen. Een ontginnings- en bewoningshistorische verkenning. In: Streefkerk, C. & S. Faber (red.), Ter recognitie. Opstellen aangeboden aan prof. mr. H. van der Linden bij zijn afscheid als hoogleraar in de Nederlandse rechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. Verloren, Hilversum. Vervloet, J.A.J. & J.R. Mulder, 1983. Cultuurhistorisch onderzoek landinrichting Amstelland. STIBOKA-rapport 1681. Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), Wageningen. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken, 2012. Archeologie met beleid: afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek. RAAP-rapport 2501. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Williams-Kodde, S.W., 2012. Op bezoek bij buitenplaats Tulpenburgh te Amstelveen. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 3056. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Wit, G. de & A. Sloos, 2008. De interpretatie van archeologische waarnemingen in Archis. Een concept voor een nieuwe set complextypen. Rapportage Archeologische Monumentezorg 165. Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten, Amersfoort. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote historische atlas van Nederland. WestNederland 1839-1859. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen. Zee, R.M. van der, 2012. Amsteldijk Zuid 202bis, Nes aan de Amstel (gemeente Amstelveen).
Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 3127. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[54]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Gebruikte afkortingen AHN
Actueel Hoogtebestand Nederland
AMK
Archeologische MonumentenKaart
ARCHIS
ARCHeologisch Informatie Systeem
CHS
Cultuurhistorische HoofdStructuur
CMA
Centraal Monumenten Archief
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
-Mv
beneden maaiveld
NAP
Normaal Amsterdams Peil
PvE
Programma van Eisen
SIKB
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[55]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Verklarende woordenlijst afzetting Neerslag of bezinking van materiaal. archeologie Wetenschap die zich ten doel stelt om door middel van studie van de materiële nalatenschap inzicht te verwerven in alle facetten van menselijke samenlevingen in het verleden. archeologisch bodemarchief Het geheel van overblijfselen dat informatie kan verschaffen over menselijk handelen in het verleden (de materiële nalatenschap), bewaard in en in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld een grafheuvel) op de bodem. archeologische monumenten Aard, omvang en kwaliteit van deze vindplaatsen rechtvaardigen blijvend behoud uit wetenschappelijke en/of cultuurhistorische overwegingen. Al naar gelang de betekenis die aan deze aspecten wordt toegekend, verdienen deze vindplaatsen te worden geplaatst op het beschermings-programma van Rijk, provincie of gemeente. Uit dien hoofde dient daarom te worden gestreefd naar een ongestoord behoud van de daarin aanwezige archeologische sporen. Werkzaamheden gericht op het behoud zijn uiteraard toegestaan. archeologische verwachtingskaart Een kaart waarop in vlakken staat aangegeven waar archeologische vindplaatsen kunnen worden verwacht. De kaart is het resultaat van een systematische analyse van relevante gegevens. De analyse is in voorkomende gevallen statistisch onderbouwd en wordt uitgevoerd met een GIS.
bodemarchief Het geheel van overblijfselen dat informatie kan verschaffen over menselijk handelen in het verleden (de materiële nalatenschap), bewaard in en in bepaalde gevallen op de bodem (bijv. grafheuvel). BP Before Present, gebruikt voor ouderdomsbepalingen op grond van het meten van de hoeveelheid radio-actieve koolstof in organisch materiaal (de C14- of 14C-methode) worden gewoonlijk opgegeven in jaren voor heden (=1950); jaarringen-onderzoek heeft vastgesteld dat deze dateringen af kunnen wijken van de werkelijke ouderdom. cultuurlaag Een pakket met afvalresten dat is ontstaan door (meestal) langdurige bewoning van een bepaalde lokatie. differentiële klink Het in ongelijke mate inklinken van zand, klei en veen. geomorfologie Verklarende beschrijving van de vormen van de aardoppervlakte in verband met de wijze van hun ontstaan.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[56]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Hollandveen In het Subboreaal gevormd veen in laag-Nederland (ca. 5000-3000 jaar voor Chr.). Holoceen Jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: ca. 9700 jaar voor Chr. tot heden). interstadiaal Een warmere periode tijdens een glaciaal. kom Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken. Laat Glaciaal Laatste fase van het Weichselien (13.000-10.000 voor het heden) die zich kenmerkt door een afwisseling van warme Interstadialen (Bølling en Allerød) en koudere Interglacialen (Vroege en Late Dryas). lithologisch Het sedimentaire gesteente (ook klei, zand, e.d.) betreffend (bijv. korrelgrootte). paleogeografie Wetenschap die de verdeling van continenten, oceanen, gebergtesystemen, geosynclines, enz. in elke geologische periode van de geschiedenis der aarde behandelt. Prehistorie Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven. stroomrug Niet meer functionerende, dichtgeslibde rivierloop met bijbehorende oeverwallen welke als geheel door differentiële klink als een rug zichtbaar is. toponiem Plaatsnaam.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[57]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Overzicht van figuren, tabellen en (kaart-)bijlagen Figuur 1.
Luchtfoto van de gemeente Amstelveen (rode lijn) met omringende gemeenten; inzet:
Figuur 2.
Gemeentegrens van Amstelveen op een uitsnede van de hoogtekaart van de top van
ligging in Nederland (ster). het pleistocene oppervlak. Figuur 3.
Paleogeografische ontwikkeling van de omgeving van het plangebied (naar Molenaar, Soonius & Bekius, 2009).
Figuur 4.
Weergave van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) binnen de gemeente Amstelveen (www.ahn.nl).
Figuur 5.
Locatie van de percelen die zijn geselecteerd voor de veldtoets (rode onderbroken
Figuur 6.
Locatie boringen veldtoets deelgebied Noorder Legmeerpolder, geprojecteerd op het
lijnen). AHN2 (www.ahn.nl). Figuur 7.
Locatie boringen veldtoets deelgebied Bovenkerkerpolder, geprojecteerd op het AHN2 (www.ahn.nl).
Tabel 1.
Geologisch en archeologische tijdschaal.
Tabel 2.
Onderzoeksgegevens uit ARCHIS beschikbaar voor de gemeente Amstelveen.
Tabel 3.
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) in de gemeente Amstelveen, onderverdeeld naar periode en complextype.
Tabel 4.
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) in de gemeente Amstelveen, onderverdeeld naar status.
Tabel 5.
Archeologische vindplaatsen in de gemeente Amstelveen na filtering, onderverdeeld naar periode en complextype.
Tabel 6.
AMZ-onderzoeken in de gemeente Amstelveen, uitgesplitst naar het type onderzoek (bron: ARCHIS).
Tabel 7.
Advies voor vrijstellingsgrenzen gemeente Amstelveen.
Bijlage 1. Catalogus van archeologische vindplaatsen. Bijlage 2. Catalogus van archeologische monumententerreinen. Bijlage 3. Catalogus van archeologische onderzoeken. Kaartbijlage 1.
Archeologische verwachtingswaardenkaart.
Kaartbijlage 2.
Archeologische beleidsadvieskaart.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[58]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Bijlage 1. Catalogus van archeologische vindplaatsen Geleverd als aparte bijlage.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[59]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Bijlage 2. Catalogus van archeologische monumenten Geleverd als aparte bijlage.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[60]
Actualisatie archeologiebeleid gemeente Amstelveen. Toelichting op de actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidsadvieskaart
Bijlage 3. Catalogus van archeologische onderzoeken Geleverd als aparte bijlage.
RAAP-rapport 3013 / eindversie, 10 maart 2016
[61]
115
120
$ $ Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam
480
480
Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer
Ouder-Amstel Ouder-Amstel Ouder-Amstel Ouder-Amstel Ouder-Amstel Ouder-Amstel Aalsmeer Aalsmeer Aalsmeer Aalsmeer Aalsmeer
Microsoft Bing © 2015 Microsoft Corporation
475
475
Amstelveen Amstelveen Amstelveen Amstelveen Amstelveen Amstelveen
KW1/amve2_fig1
De De Ronde Venen De Ronde Venen De Ronde Venen De Ronde Venen DeRonde RondeVenen Venen Uithoorn Uithoorn Uithoorn Uithoorn Uithoorn Uithoorn
0
1 km
115
2 1:50.000
2015 120
Figuur 1. Luchtfoto van de gemeente Amstelveen (rode lijn) met omringende gemeenten; inzet: ligging in Nederland (ster).
115
120
125
legenda top Pleistoceen in m t.o.v. NAP -6 tot -4 -8 tot -6
485
485
-10 tot -8 -12 tot -10 -14 tot -12 -20 tot -15 -25 tot -20 -30 tot -25
overig
470
470
475
475
480
480
gemeentegrens Amstelveen
0
1
2
3 km
KW1/amve2_fig2_top_pleisto
115
4
5
1:100.000
2015
120
Figuur 2. Gemeentegrens van Amstelveen op een uitsnede van de hoogtekaart van de top van het pleistocene oppervlak.
125
s te
l
IJ
Am
cht Ve
Paleogeografische ontwikkeling legenda landschap
overig duinen en stranden
natuurlijke waterloop
kwelders en kleidekken
idem, onzeker
pleistocene gebieden (hoog)
buitenwaterkerende dijk
pleistocene gebieden (laag)
idem, onzeker
wadden
belangrijke afdamming
veen
ligging plangebied
rivierafzettingen buitenwater
0
5
10
15
km
Figuur 3. Paleogeografische ontwikkeling van de omgeving van het plangebied (naar Molenaar, Soonius & Bekius, 2009).
20
25
1:500.000
2015
KW1/Amve2_fig3_paleo_A3
binnenwater
115
120
legenda hoogte maaiveld in meters t.o.v. NAP 8,4 en hoger
-4,5
480
480
-5,0
© www.ahn.nl, 2015
475
475
-9,2 en lager
KW1/amve2_fig4_ahn
0
1
2 km
115
3 2015
1:75.000 120
Figuur 4. Weergave van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) binnen de gemeente Amstelveen (www.ahn.nl).
117000
117500
118000
118500
119000
476000
476000
476500
476500
116500
KW1/amve2_fig5_veld
Noorder Legmeerpolder
475000
475000 © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2015
475500
475500
Bovenkerkerpolder
0
100
200
300 m
116500
117000
117500
Figuur 5. Locatie van de percelen die zijn geselecteerd voor de veldtoets (rode onderbroken lijnen).
400
500 1:10.000
118000
2015 118500
119000
116400
116600
116800
117000
legenda veldtoets 12 12 12 12 12 12
boorpunt 22
11 11 11 11 11 11
boornummer grens onderzoeksgebieden
10 10 10 10 10 10 999999 888888 777777 666666 555555 444444 17 17 17 17 17 17
333333 222222
20 20 20 20 20 20
475000
475000
13 13 13 13 13 13
KW1/amve2_fig5_6_7
474800
474800 © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2015
111111
0
50 m
116400
116600
Figuur 6. Locatie boringen veldtoets deelgebied Noorder Legmeerpolder, geprojecteerd op het AHN2 (www.ahn.nl).
100 1:2.500
2015 116800
117000
117500
118000
118500
119000
119500
legenda veldtoets boorpunt 22
boornummer
33 33 33 33 33 33
34 34 34 34 34 34
36 36 36 36 36 36
476500
476500
grens onderzoeksgebieden
37 37 37 37 37 37
35 35 35 35 35 35 38 38 38 38 38 38
40 40 40 40 40 40 39 39 39 39 39 39
42 42 42 42 42 42 44 44 44 44 44 44
41 41 41 41 41 41
43 43 43 43 43 43
476000 © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2015
32 32 32 32 32 32
31 31 31 31 31 31
28 28 28 28 28 28
29 29 29 29 29 29
27 27 27 27 27
26 26 26 26 26 26
25 25 25 25 25
24 24 24 24 24 24
23 23 23 23 23
476000
KW1/amve2_fig5_6_7
30 30 30 30 30 30
0
100
200 m
117500
118000
Figuur 7. Locatie boringen veldtoets deelgebied Bovenkerkerpolder, geprojecteerd op het AHN2 (www.ahn.nl).
300 1:7.500
118500
2015 119000
119500