CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - PLECK 7.0

Raadsvergadering 12 november 2025, gemeente amstelveenBij agendapunt: Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie 7.0 (PLECK 7.0)23.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ingezet.

duurzame economie.

37

Grondstoffenplan 2026-2030

verhardingsmateriaal, betonnen verhardingsmateriaal,

In 2025 is gestart met de ontwikkeling van een nieuw

betonnen rioleringsmaterialen en speeltoestellen.

Grondstoffenplan voor de periode 2026-2030. Dit

Aanpassingen Leidraad Duurzaam Bouwen 2025 De Leidraad Duurzaam Bouwen is in 2025

plan is essentieel om invulling te geven aan nieuwe

Circulair bouwen

landelijke beleidskaders en om Amstelveen op koers

Het circulair bouwen wordt verder doorgezet via

te brengen met realistische recycledoelstellingen. De

de Leidraad Duurzaam Bouwen (zie ‘Aanpassingen

focus verschuift van het terugdringen van restafval

Leidraad Duurzaam Bouwen 2025’ verderop in dit

Thema Energie De EPBD IV-richtlijn stelt nieuwe eisen

naar het realiseren van hogere recyclepercentages en

hoofdstuk). Bij tenders voor gemeentelijke grond

die we vertalen naar lokaal beleid:

schone afvalstromen die optimaal verwerkbaar zijn. Het

worden strikte eisen gesteld aan circulariteit en

• Vanaf 1 januari 2027 moeten alle nieuwe openbare

plan zet in op de uitbreiding van inzamelvoorzieningen,

duurzaamheid, waarbij minimaal 30% van de weging bij

gebouwen en utiliteitsgebouwen groter dan 250m²

het stimuleren van gedragsverandering via gerichte

aanbestedingen naar duurzaamheid gaat. De gemeente

voorbereid zijn op zonne-energie installaties

communicatiecampagnes en de ontwikkeling van een

bouwt zelf zoveel mogelijk met hout, biobased en

Circulair Ambachtscentrum.

gerecyclede materialen, tenzij daar zwaarwegende

zijn volgens de Zero Emission Building (ZEB)

geactualiseerd om aan te sluiten bij nieuwe wetgeving en praktijkervaringen. De belangrijkste wijzigingen:

• Per 2030 moeten alle nieuwe gebouwen emissievrij

redenen tegen zijn. Gebouwen worden flexibel en

standaard, die strenger is dan de huidige BENG-

Het nieuwe afvalbrengstation op BTAZ is een

losmaakbaar ontworpen om een lange levensduur

normen

cruciale voorwaarde voor veel van de voorgestelde

mogelijk te maken en de energievraag te beperken. Thema Circulair bouwen In lijn met het convenant ‘Het

maatregelen. Zonder deze faciliteit kunnen initiatieven zoals het Circulair Ambachtscentrum, uitbreiding van

In 2025 onderzoekt de gemeente of het financieel

Nieuwe Normaal’ passen we de eisen aan:

gescheiden inzameling en hergebruikactiviteiten niet

systeem kan worden aangepast door de toekomstige

• De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) eis voor

volledig worden gerealiseerd. De maatregelen in het

restwaarde van gebouwen mee te nemen in

utiliteit wordt versoepeld van 0,5 naar 0,6, omdat de

plan moeten daarom worden gezien als potentiële

investeringsbeslissingen. Een losmaakbaar gebouw van

oorspronkelijke eis in de praktijk te ambitieus bleek

oplossingen die gefaseerd worden ingevoerd naarmate

herbruikbare materialen heeft immers waarde aan het

• We introduceren ‘Materiaalgebonden CO2-uitstoot’

de infrastructuur beschikbaar komt.

einde van de levensduur. Leeuwarden heeft hiervoor

als nieuwe prestatie-indicator om beter te kunnen

Circulair inkopen

een methode voor circulair afschrijven ontwikkeld die Amstelveen mogelijk kan overnemen.

De gemeente werkt toe naar de MRA-doelstelling voor

sturen op CO2-reductie in bouwmaterialen • De indicator ‘Adaptief vermogen’ wordt vereenvoudigd naar ‘Flexibiliteit’ voor betere

circulair inkopen (100% in 2030). Om deze ambitie te

Het onderzoek naar houtbouw op Legmeer, opgeleverd

praktische toepasbaarheid

halen moet het tempo omhoog - de hele organisatie

in 2025, toont aan dat houtconstructie de meest

heeft hierin een rol en alle relevante trajecten moeten

veelbelovende weg biedt naar duurzame, koolstofarme

Thema Klimaatadaptatie De eis voor ‘koele

met de circulaire bril worden benaderd. Voor zes

woningbouw met behoud van economische haalbaarheid.

verblijfslocaties’ wordt vervangen door de concrete

specifieke productcategorieën wordt een aparte

Aanvullend wordt onderzocht of een grondstoffenhub

3-30-300 bomenregel uit het Bomenplan 2025:

aanpak gevolgd die 2 tot 2,5 jaar per traject duurt:

voor Legmeer kan helpen bij het hergebruiken van

• 3 bomen zichtbaar vanuit elke woning

houtproducten, kolken en putdeksels, gebakken

materialen die vrijkomen bij sloopprojecten.

• 30% bladerdakbedekking per wijk

38

Het actieplan loopt tot en met 2026. Om dit plan te

(Grond)water

actualiseren maken we gebruik van de risicoanalyse

Door klimaatverandering zullen natte periodes en

die door het Rijk wordt uitgevoerd in het kader van

droge periodes elkaar opvolgen, maar de gemiddelde

Thema Mobiliteit De overstap van EPBD III naar EPBD

het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Het Rijk herijkt

neerslag zal naar verwachting afnemen. Met andere

IV betekent strengere eisen voor laadinfrastructuur bij

dit plan in 2026 op basis van nieuwe klimaatscenario’s

woorden, droge periodes worden droger en natte

nieuwbouw, waarbij elk nieuw gebouw voorbereid moet

van het KNMI. Amstelveen voert in 2026 nieuwe

periodes worden natter. Voor de kleiige bodem van

zijn op het plaatsen van laadpalen.

stresstesten uit in regionaal verband. Deze resultaten

Amstelveen vraagt dit om slim (grond)waterbeheer.

vormen de basis voor actualisatie van het gemeentelijk

Met het grondwatermeetnet kunnen we het meerjarig

klimaatadaptatieplan vanaf 2027.

gemiddelde steeds beter voorspellen. Indien nodig

• 300 meter maximale loopafstand naar een groene verblijfsplek van minimaal 5000m²

Grondbank De grondbank op locatie Krijgsman wordt in 2025

kan tijdens een wijkreconstructie hier rekening mee

herijkt in relatie tot de gebiedsontwikkeling en

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie staan alle doelen

worden gehouden. Omdat de trend laat zien dat het

efficiëntere bedrijfsvoering.

benoemd die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050

over het algemeen droger zal worden is de gemeente

waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het

terughoudend met het toepassen van drainage. Om

Klimaatadaptatie vooruit

bevat zeven ambities die beschrijven hoe gemeenten,

uitdroging in droge periodes te voorkomen kan niet te

Amstelveen wordt steeds beter voorbereid op extremer

waterschappen, provincies en het Rijk het proces van

laag worden gedraineerd. Tegelijkertijd kijken wij waar

weer. De focus ligt op twee hoofdthema’s: beter

ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren.

het mogelijk is om waterdoorlatende verharding toe te

omgaan met (grond)water en het verminderen van

Het Rijk is voornemens dit plan in 2026 te herijken op

passen.

hittestress. Door vergroening van schoolpleinen en

basis van de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI.

ondersteuning van bewoners bij ‘ontstenen’ maken

In aansluiting hierop voert Amstelveen in 2026 nieuwe

De geactualiseerde Leidraad Inrichting Openbare

we de stad klimaatrobuuster en verkleinen we de

stresstesten voor hitte en wateroverlast uit in regionaal

Ruimte (LIOR) 2025 bevat daarom meer aandacht voor

gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen. Het

verband met het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en

klimaatadaptieve maatregelen. Bij reconstructies en

einddoel is een volledig klimaatrobuuste stad in 2050.

de gemeenten binnen dit waterschap. De resultaten

herinrichtingen wordt ingezet op waterberging, wadi’s,

van zowel de rijksherijking als de regionale stresstesten

vergroening en het tegengaan van hittestress. De LIOR

vormen de basis voor actualisatie van het gemeentelijk

stelt eisen aan de inrichting van de openbare ruimte

klimaatadaptatieplan vanaf 2027.

om de stad beter bestand te maken tegen extreme

Actieplan klimaatadaptatie 2021-2026 Door intensief onderzoek van de afgelopen jaren is veel informatie verzameld over wateroverlast, droogte

weersomstandigheden.

en hittestress. Het actieplan klimaatadaptatie 20212026 stond in het teken van onderzoek naar deze

Wateroverlast in natte periode moet worden

klimaatrisico’s, uitgevoerd door externe bureaus.

geaccepteerd ten behoeve van stabiele funderingen en

Deze resultaten gebruiken wij nu voor nieuw beleid en

openbare ruimte.

maatregelen, zoals het vergroenen van schoolpleinen en het monitoren van de grondwaterstand.

39

Hittestress

Figuur 27: 3-30-300 regel

De 3-30-300-regel is het uitgangspunt voor de inrichting

De aanpak van hittestress richt zich vooral op

van straten, buurten en wijken. Concreet houdt dit het

kwetsbare groepen: mensen ouder dan 75 jaar, jonge

volgende in:

kinderen (tot 12 jaar) en mensen met een kwetsbare

• Iedere bewoner ziet na maximaal 20 jaar 3 grote bomen (minimaal 6 meter breed, beleidsklasse I, II

gezondheid. Om hitte-eilanden tegen te gaan worden

of III) vanuit zijn woning.

schoolpleinen vergroend. Tot en met 2026 worden

• Iedere buurt heeft na maximaal 20 jaar 30%

school- en speelpleinen klimaatadaptief ingericht, waarbij zes scholen al in uitvoering zijn: School of

kroonbedekking. Hierbij wordt uitgegaan van het

Understanding, Amstelland International School, IBS

oppervlak op gemeentelijke eigendom. • Iedere bewoner kan binnen 300 meter een koele

Elif, De Triangel, De Bloeiwijzer en De Omnibus.

verblijfsplek bereiken van minimaal 200 m2 groot. Ook rond zorginstellingen wordt verkend

Dit sluit aan op het Actieplan klimaatadaptatie

hoe verblijfsplekken kunnen worden

Amstelveen.

omgevormd tot aantrekkelijke koele plekken, waarbij bij wijkreconstructies in het Meerjarenprojectenprogramma Buitenruimte hier

Gezonde Leefomgeving

Hittebestendig bouwen

extra aandacht voor is. In 2025 start een pilot met drie

Een gezonde leefomgeving is veilig en beschermt tegen

Met de toenemende frequentie en intensiteit van

extra drinkwatertappunten naast de bestaande PWN-

ongezonde omgevingsinvloeden. Extreme hitte en

hittegolven als gevolg van klimaatverandering, wordt

punten, waarna op basis van gebruik wordt bepaald of

wateroverlast kunnen leiden tot gezondheidsklachten

het belang van hittebestendig bouwen steeds urgenter.

uitbreiding nodig is.

zoals stress, luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

Gebouwen die onvoldoende bescherming bieden

In de visie Gezonde Leefomgeving heeft de gemeente

tegen extreme hitte vormen een directe bedreiging

Het bomenbeleid vormt een essentieel onderdeel

zich gecommitteerd aan het beperken van deze

voor de gezondheid en het welzijn van bewoners,

van de hittestressaanpak. Vanaf 2026 worden

ongezonde omgevingsinvloeden en het inrichten van

vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge

jaarlijks 130 bomen aangeplant volgens de 3-30-

een klimaatadaptieve en veerkrachtige leefomgeving.

kinderen en mensen met chronische aandoeningen.

300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit elke woning,

Hierin zit een grote overlap met de klimaatambities

Hittebestendige bouwprincipes – zoals goede isolatie,

30% bladerdakbedekking per wijk en maximaal 300

uit PLECK, het Actieplan Klimaatadaptie en het

natuurlijke ventilatie, gebruik van reflecterende

meter naar een groene verblijfsplek. Ontbrekende

Bomenplan. Aanvullend op de genoemde doelstellingen

materialen en groene daken – dragen bij aan het verlagen

schakels in de bomenstructuur tussen stad, bos en

wordt in de gezonde leefomgeving ingezet op

van binnentemperaturen. Dit vermindert het risico op

polder worden aangeplant om ecologische corridors

hittebestendig bouwen en een groter aanbod van koele

hittestress, uitdroging en andere gezondheidsproblemen.

te versterken. Voor het structureel borgen van deze

schaduwplekken in de buitenruimte.

Bovendien bevordert een comfortabel binnenklimaat de

duurzaamheidsaanpak wordt de benodigde capaciteit

slaapkwaliteit, productiviteit en het algemene welzijn van

momenteel in kaart gebracht.

bewoners. Investeren in hittebestendig bouwen draagt bij aan volksgezondheid en duurzaamheid.

40

Hoofdstuk 7 Werkagenda’s 2025-2026 Hieronder staan de concrete acties voor 20252026, gegroepeerd per transitie en aangevuld met overkoepelende maatregelen.

Energietransitie De energietransitie vormt de grootste opgave met een breed scala aan activiteiten: • Warmteprogramma opstellen (wettelijke verplichting uiterlijk eind 2026) • Vier gemeentelijke gebouwen aardgasvrij maken • 108 corporatiewoningen aansluiten op warmtenet (Q4 2025) • Circa 492 corporatiewoningen gefaseerd aansluiten op warmtenet (2026-2027) • Publiek warmtebedrijf oprichten voor Nieuw Legmeer • Eerste solar carport realiseren • Onderstation Bolwerk voorbereiden met TenneT • Kabelgoottegels voor thuisladen elektrische auto’s uitrollen • Subsidies energiebesparing voortzetten (€245.000 budget) • Energieloket en buurtaanpak Randwijck/Bankras uitbreiden • Natuurinclusief isoleren faciliteren met soortenmanagement • Particuliere verhuurders ondersteunen bij verduurzaming • Landelijke energiesubsidies onder de aandacht brengen

• Omgevingsfonds Schiphol benutten voor geluidsisolatie

• Drie drinkwatertappunten in openbare ruimte plaatsen

• Gemeentelijk wagenpark verder elektrificeren (nu 63%)

• NK Tegelwippen organiseren

• Beleid deelmobiliteit ontwikkelen

• Geplande wijkrenovaties klimaatbestendig inrichten:

• Fietsbereikbaarheid en -parkeren Stadshart verbeteren

Circulaire economie De transitie naar een circulaire economie krijgt vorm door: • Circulair Ambachtscentrum op BTAZ openen met

ophogen Amsteldijk, Bovenkerkerkade • Grondwatermeetnet operationeel maken voor watermanagement bij reconstructies • Klimaatadaptieve maatregelen toepassen volgens geactualiseerde LIOR bij herinrichtingen

• 50% circulair inkopen realiseren en monitoren

Ondersteunende programma’s (organisatie-breed)

• Grondstoffenplan 2026-2030 ontwikkelen met focus

Overkoepelende activiteiten voor alle transities:

reparatiewerkplaats en educatie

op recycling • Pilot luierrecycling met Meerlanden volgen • Textielketen versterken in MRA-verband • Onderzoek naar restwaarde gebouwen voor circulair afschrijven • Besluit over ondertekening MRA Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen

• CO2-prestatieladder trede 2 certificering behalen • Communicatiecampagnes duurzaamheid intensiveren • EU-subsidies aanvragen (DUT-programma €250.000 toegekend) • NME-programma voor alle basisscholen voortzetten • Burgerberaad duurzaamheid onderzoeken

• Community Coördinator voor uitvoering actieplan circulair textiel.

Klimaatadaptatie Voorbereiden op extremer weer door:

Deze werkagenda wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van voortgang, nieuwe wetgeving en beschikbare middelen. De uitvoering vindt plaats binnen de financiële kaders uit hoofdstuk 8.

• 130 extra bomen per jaar planten (2026-2028, daarna 100 per jaar) • Zes schoolpleinen vergroenen: De Triangel, De Bloeiwijzer, De Omnibus en drie andere

41

Hoofdstuk 8 Financiën duurzaamheid In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de

Figuur 28 Meerjarenbegroting duurzaamheid

kosten en uitgaven van de duurzaamheidsopgaven. Er Taak

zijn 3 stromen middelen die aan duurzaamheid worden

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

Verduurzaming Sport

100.000

100.000

0

0

Zonnepanelen

-10.300

-10.300

-10.300

-10.300

Soorten Managementplan

0

140.000

0

0

Subsidieregeling verduurzaming woningen 2026

440.000

300.000

0

0

Actieplan klimaatadaptatie

175.000

0

0

0

en provinciale regelingen om het verduurzamen

Subsidieregeling Groen op gebouwen

150.000

0

0

0

te versnellen. Zo worden middelen ingezet van

Watervriendelijke tuinen

100.000

100.000

75.000

0

SPUK CDOKE gelden, provinciale subsidies voor het

Energiebesparing bedrijven

40.000

0

0

0

Energieprogramma en het Soorten Management

Ontwikkelen duurzame warmtebronnen

25.000

0

0

0

Plan (tabel 1).

Bewoners initiatieven collectieve Energie

40.000

0

0

0

Servicepunt energie-advies

90.000

60.000

60.000

0

Ontwikkeling Integraal Publiek Warmtebedrijf

75.000

0

0

0

Totaal duurzaamheid, exclusief personeel

1.224.700

689.700

124.700

-10.300

besteed: 1. Structureel: middelen die structureel in de begroting van de gemeente staan en aan duurzaamheid worden besteed. Incidenteel: er wordt maximaal gebruik gemaakt van de beschikbare nationale

2. CDOKE-middelen: geld uit het klimaatakkoord, bestemd voor uitgaven aan klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2025 tot en met 2030. De CDOKEmiddelen zijn voorlopig berekend op € 1.567.350

2028

2029

per jaar voor de periode 2026-2030, maar hier is nog geen officiële bevestiging van gekomen vanuit het Rijk. Het geld moet voor minimaal 90% worden ingezet voor personeelskosten (tabel 2). 3. Reserve duurzaamheid: een reserve die per 1 januari 2025 € 7.179.000 bedraagt en is bestemd voor investeringen in de energietransitie en duurzaamheid. Het geld kan besteed worden aan zaken die de duurzame doelen uit PLECK dienen, te weten Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie (tabel 3).

42

Figuur 29 CDOKE regeling incidenteel Prognose inclusief 10% korting SISA naar gemeentefonds korting Inkomsten

2025

2026

2027

2028,00

2029

2030

€ 2.988.405

€ 1.567.350

€ 1.567.350

€ 1.567.350

€ 1.567.350

€ 1.567.350

€ 678.065

€ -444.685

€ -4.685

€ -4.685

€ -4.685

€ 1.415.300

€ 1.415.300

€ 1.415.300

€ 1.415.300

€ 1.415.300

€ 156.735

€ 156.735

€ 156.735

€ 156.735

Uitgaven Personeel

€ 1.581.500

Uitgaven 2024 Uitv. kosten = < 10% van 1 tranche 2023

€ 298.841

€ 156.735

Warmtebedrijf

€ 430.000

€ 440.000

€ 2.310.341

€ 2.012.035

€ 1.572.035

€ 1.572.035

€ 1.572.035

€ 1.572.035

Resteert

€ 678.065

€ -444.685

€ -4.685

€ -4.685

€ -4.685

€ -4.685

Beschikbaar bedrag voorbereidingskosten max 10 % jaarschijf

€ 298.841

€ 156.735

€ 156.735

€ 156.735

€ 156.735

€ 156.735

e

Totaal Dotatie aan saldo op balans

Figuur 30 Tabel 3 Reserve duurzaamheid Reserve duurzaamheid / Enecogelden en gelden klimaatakkoord

bedrag x € 1.000

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

Geraamde stand per 1jan

7.179

5.177

3.465

2.775

2.650

10

10

10

10

10

-272

-100

-100

0

0

# terugverdieneffect zonnepanelen op daken (PN22) Onttrekkingen (inzet reserve duurzaamheid): # besluitvorming t/m JR’21 Nieuw - Voorstel Raad 2025 a) Uitvoering/monitor Duurzaam bouwen

-20

Nieuw - Voorstel Raad 2025 b) Uitvoeringscapaciteit circulaire economie

-35

BESL.V. NOV/DEC22: BEGR./UP23 & PLECK 4.0

-25

-100

-100

-75

0

Overzicht aanmeldingen PN2026(x € 1.000)

-1.390

-1.142

-500

-60

0

-325

-325

0

0

0

Doorloop vanuit UP2023 Geraamde stand per 31dec

5.177

3.465

2.775

2.650

2.660

nieuw eenm.tlv res.duurzaamheid

-2.012

-1.722

-700

-135

0

43

In 2025 wordt volgens planning € 2.012.000 onttrokken aan de reserve Duurzaamheid. De reserve Duurzaamheid heeft per 1 januari 2026 een stand van € 5.177.000 en loopt af naar € 2.630.000 per 31 december 2029. Voor 2026 zijn substantiële onttrekkingen gepland, waaronder € 1.442.000 voor aanmeldingen uit de Perspectiefnota 2026. Deze middelen worden ingezet voor diverse duurzaamheidsprojecten zoals de subsidieregeling verduurzaming woningen, actieplan klimaatadaptatie, de subsidieregeling Groen op gebouwen en watervriendelijke tuinen. Daarnaast zijn er reserveringen opgenomen voor bewonersondersteuning, wijkaanpak ‘voorbereiding eerste wijken aardgasvrij’. Aanvullend op de nieuwe voorstellen uit de Perspectiefnota 2026 wordt in 2026 € 55.000 uitgegeven voor extra initiatieven binnen de circulaire economie en duurzame mobiliteit. Ook deze uitgaven worden gedekt vanuit de reserve Duurzaamheid en wordt verwerkt via de eerste tijdvakrapportage 2026. Het terugverdieneffect van zonnepanelen bedraagt € 10.000 per jaar (2026-2029). Dit was oorspronkelijk € 120.000 per jaar, maar is naar beneden bijgesteld omdat subsidies zijn vervallen en het verrekenen van lagere energielasten met huurders praktisch niet uitvoerbaar bleek. Alleen de kapitaallasten worden nu verwerkt in de kostprijsdekkende huur.

44

Bijlage 1: Begrippenlijst Aardwarmte/Geothermie: Gebruik van warmte uit de

Energietransitie: Overgang van fossiele naar

bronnen die constant aangevuld worden (wind, water,

grond voor verwarming

hernieuwbare energiebronnen (wind, zon, water,

zon, bodem, biomassa)

aardwarmte) BENG: Bijna Energieneutrale Gebouwen - huidige norm voor nieuwbouw

Hybride warmtepomp: Kleine warmtepomp ter EPBD IV: Energy Performance Building Directive - EU-

uitbreiding cv-ketel, bespaart tot 70% gasverbruik

richtlijn energieprestatie gebouwen, vastgesteld 2024 Biodiversiteit: Verscheidenheid aan leven in een

kV stations: Grote elektriciteitsstations waar

bepaald gebied, omvat alle soorten planten, dieren,

ESAP: Energiesysteem Actieplan - samenwerking

hoogspanningsnetten met verschillende netspanningen

micro-organismen en hun interacties

gemeenten en netbeheerder voor netplanning

verbonden zijn

CDOKE: Uitvoeringsmiddelen klimaatakkoord voor

Fit for 55: EU-pakket om Green Deal-ambities in

LIA: Lokale Isolatie Aanpak - onderdeel Nationaal

gemeenten (Uitkering Energietransitie)

wetgeving om te zetten, doel 55% minder uitstoot tegen

Isolatieprogramma

2030 Circulaire economie: Economisch systeem waarin

Liander: Regionale netbeheerder elektriciteit en gas

grondstoffen steeds opnieuw gebruikt worden en er

GFE: Groente, Fruit en Etensresten - organische

(bijna) geen afval is

afvalstroom

CO2 Footprint: Berekening totale CO2-uitstoot door

Green Deal: EU-pakket beleidsinitiatieven voor groene

persoon, organisatie of gemeenschap

transitie naar klimaatneutraliteit 2050

MPG: Milieu Prestatie Getal - maat voor milieu-impact materialen in bouw MRA: Metropoolregio Amsterdam samenwerkingsverband 32 gemeenten

CSRD: Corporate Sustainability Reporting Directieve -

Grondbank: Gemeente depot voor groenafval, bagger,

EU-richtlijn verplichte duurzaamheidsrapportage grote

grond en veegvuil met composteerinrichting

bedrijven vanaf 2024

Netcongestie: Overbelasting elektriciteitsnet waardoor geen nieuwe aansluitingen mogelijk zijn

ISDE: Investeringssubsidie Duurzame Energie DUMAVA: Subsidieregeling verduurzaming

landelijke subsidie voor warmtepompen en isolatie

maatschappelijk vastgoed

NIP: Nationaal Isolatieprogramma - Rijksprogramma ondersteuning woningisolatie

Klimaatadaptatie: Voorbereiden op risico’s Energiearmoede: Situatie waarbij huishouden laag

veranderend klimaat en omgeving hierop aanpassen

inkomen heeft, hoge energierekening en energieonzuinige woning

Omgevingsdienst (OD): Verleent vergunningen en houdt toezicht milieu, bodem en bouw

Hernieuwbare energie: Energie uit natuurlijke

(Noordzeekanaalgebied)

45

PED: Positive Energy District - stedelijk gebied dat meer

TenneT: Landelijk beheerder hoogspanningsnet

energie produceert dan gebruikt

Wcw: Wet collectieve warmte - vervangt huidige Warmtewet per 2026

Toekomstbestendige Middenspannings- en pMIEK: Provinciaal Meerjarenprogramma

Laagspanningsnetten (MS- en LSnetten):

Wgiw: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie

Infrastructuur Energie en Klimaat

Middenspannings- en Laagspanningsnetten

- inwerkingtreding 2025/2026

- verschillende spanningsniveaus in het PMD: Plastic, Metaal en Drankkartons - afvalstroom

elektriciteitsnetwerk. Laagspanning (230V/400V)

WKO: Warmtekoudeopslag - duurzame verwarming/

voor recycling

levert stroom direct aan huishoudens en kleine

koeling via bodemenergie met warmtepomp

bedrijven. Middenspanning (10kV/20kV) distribueert Recyclepercentage: Percentage ingezameld afval dat

elektriciteit naar wijken en grotere bedrijven via

WOZ: Waardering Onroerende Zaken - taxatiewaarde

daadwerkelijk wordt verwerkt tot nieuwe grondstoffen

transformatorhuisjes die de spanning omzetten naar

woning voor belasting

laagspanning. RES: Regionale Energiestrategie - regionale afspraken over duurzame opwek ROM InWest: Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor duurzame economie-ontwikkeling

WRK-leiding: Watertransportleiding RijnTrias Energetica: Driestappenstrategie voor

Kennemerland (water Lek naar Amsterdamse

energiezuinig ontwerpen:

Waterleidingduinen)

1. Energiebehoefte verminderen (isolatie, compacte bouw) 2. Efficiënt omgaan met energie (zuinige installaties)

RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitvoeringsorganisatie voor subsidies en regelingen

ZEB: Zero Emission Building - emissievrij gebouw, vervangt BENG-normen vanaf 2030

3. Duurzame energie toepassen (zonnepanelen, warmtepompen)

op gebied van duurzaamheid, innovatie en ondernemerschap

UPV: Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid - producenten verantwoordelijk voor afval hun

RWZI: Riool Water Zuivering Installatie - zuivert

producten

afvalwater, warmte kan benut worden VvE: Vereniging van Eigenaren - organisatie Salderingsregeling: Regeling waarbij opgewekte

appartementseigenaren

zonnestroom verrekend wordt met verbruik Warmtenet: Ondergronds buizenstelsel met warm SEEH: Subsidie Energiebesparing Eigen Huis - landelijke

water voor gebouwverwarming

isolatiesubsidie

46

Tot 2025 - Behaalde Resultaten n Gasverbruik -27% sinds 2016 (73% van 2016-niveau) n Elektriciteitsverbruik -15% sinds 2016 ondanks stadgroei n Zonnepanelen groei: 5% naar 21% woningen (2019

2023)

n Energielabels verbetering: 5% naar 15% A-labels (2017

2024)

n Laadinfrastructuur verdrievoudigd: 5,4

17,5 per 1000 inwoners

n ISDE/SEEH subsidie explosieve groei: 47

419 apparaten (2021

2023)

n Vaststelling van energie-uitvoeringsplannen voor 4 buurten om deze voor te bereiden op aardgasvrije warmtevoorziening n Verschillende informatieavonden over woningverduurzaming voor bewoners. n 10% circulair inkopen behaald (2022)

Bijlage2: Klimaatroutekaart Amstelveen Ambities en resultaten 2025 n 30% CO2-reductie behaald (gasverbruik -27%, elektra -15%) n Bomenplan ‘Amstelveen Bomenstad’ vastgesteld, 130 bomen jaar (2026-2028). n Energieloket succesvol: 18.500 bezoeken, 212 offertes, 1.667 laadpunten n 108 corporatiewoningen aansluiten op warmtenet n 2800 woningeigenaren

n Recyclepercentage 48% (nieuwe indicator vanaf 2025)

2026-2027 n Warmteprogramma vaststelling n Alliantie A4CT oprichten (circulair textiel: 3,6

10kg/inwoner)

n Particuliere huurwoningen aanpak (25% woningvoorraad) K LIM

n 492 corporatiewoningen gefaseerd aansluiten A AT ADA

op warmtenet

PTA T IE

E N E RG I E T R A N S I T I E

n 3 gemeentelijke panden verduurzaamd n FreeFashion-winkel permanent Stadshart een stappenplan over het verduurzamen van hun type woning in Randwijck en Bankras

IE NOM O C E E R I CIRCUL A

Kostverloren

+ 5.000 reparaties/jaar n VvE’s subsidieregeling DEFG-labels lage WOZ n Natuurinclusief isoleren faciliteren (nieuwe gedragscode) n Energiearmoede aanpak voortzetting tot 2027 n Betere benutting dakpotentieel zonnepanelen n Solar carport eerste realisatie n n n CO2-prestatieladder trede 2 certificering

n Opt-in reclame: 455.000 kg papier besparing per jaar n ROM InWest: €14,4M geïnvesteerd in 18 ondernemers n Alle 21 basisscholen maken gebruik van NME-onderwijs n Grondwatermeetnetwerk uitgerold en operationeel

n Grondstoffenplan 2026-2030 ontwikkeling n Luierrecycling onderzoek 260 gezinnen n Buurtaanpak verduurzaming opgeschaald naar andere wijken in Amstelveen Noord.

47

2030 n 100% circulair inkopen n 60% huishoudelijk afval gerecycled n 30% bladerdakbedekking alle wijken

2035 n Het gemeentelijk vastgoed is aardgasvrij n Warmtenetten grootschalig

2040

2045

n n n Amstelveen 95% minder

n Innovatieve

CO2 ten opzichte van 1990

n Ruim 700 corporatie-

uitgebreid naar meer wijken

woningen warmtenet

n Circulair textiel mainstream

n Circulair Textiel Hub

(70% circulaire textielsector

woningen, gebouwen,

andere gemeenten en

MRA)

bedrijven)

regio’s

Stadshart volledig operationeel n Buurtaanpak verduurzaming

n Minimaal 65% recycling n Klimaatadaptatie

uitgebreid naar alle wijken in

vergevorderd (sponswerking,

heel Amstelveen

biodiversiteit)

n Gemeentelijk wagenpark

n Woningen verduurzaamd

n Hele stad

klimaatoplossingen

fossielonafhankelijk (vervoer,

n Klimaatrobuuste stad volledig ingericht n Circulaire economie leidend in MRA-regio

ontwikkeld en getest n n n Kennisexport naar

n n n Regionale duurzaamheidsleider binnen Nederland

2050 n n n Volledig klimaatneutraal en fossielonafhankelijk n Volledig circulaire economie - geen afval meer n Klimaat-robuust ingericht voor alle weersextremen n n n Voorbeeldgemeente Europa voor middelgrote steden n Volledige ecologische

maximaal geëlektrificeerd,

en voorbereid op duurzame

corridor stad-bos-polder

100% groene energie-inkoop

warmtevoorziening

functioneel

48

Bijlage 3: Actieplan Circulair Textiel Amstelveen 2025-2026 1. Waarom circulair textiel in Amstelveen

2. Onze aanpak 2025-2026

3. Bewustwording en educatie

Klein beginnen, verbinden, leren

Gedragsverandering begint bij bewustwording. We

De urgentie is helder

We kiezen bewust voor een pragmatische start. In

breiden de textielrace uit naar alle basisscholen, werven

Textiel is wereldwijd een van de meest vervuilende

plaats van grote plannen en investeringen, beginnen

buurtambassadeurs en ontwikkelen een praktische

industrieën. In Amstelveen zamelen we jaarlijks 347.000

we met het verbinden van wat er al is. Een Community

communicatiecampagne over textielonderhoud en

kilo textiel gescheiden in, waarmee we 3,6 miljoen kilo

Coördinator (0,2 fte) gaat als spin in het web fungeren

-recycling.

CO2 en 231 miljoen liter water besparen. Maar er is nog

tussen bewoners, ondernemers, maatschappelijke

Doel: Inwoners actief betrekken, alle 22 basisscholen doen

veel winst te behalen: jaarlijks belandt nog 9 kilo textiel

organisaties en de gemeente.

mee aan textielrace

Vier samenhangende actielijnen

4. Sociale impact centraal

Onze aanpak richt zich op vier sporen die elkaar

Circulair textiel biedt kansen voor ontmoeting,

versterken:

vaardigheden en werkgelegenheid. We versterken

per inwoner in het restafval. Dat is ruim 800.000 kilo textiel die verbrand wordt in plaats van hergebruikt. We bouwen voort op wat er al is Amstelveen heeft al een goede basis: textielcontainers

de kledingbank, onderzoeken re-integratietrajecten

door de hele gemeente, een actieve kringloop, repair

1. Betere inzameling en verwerking

via textielwerk en zorgen dat alle voorzieningen

cafés in verschillende wijken, en de succesvolle

We optimaliseren de bestaande textielcontainers en

laagdrempelig toegankelijk zijn.

textielrace op basisscholen. Deze initiatieven werken

onderzoeken mogelijkheden voor inzamelpunten in

Doel: Toegankelijke voorzieningen voor alle doelgroepen

nu vooral los van elkaar. Door ze te verbinden en uit te

wijkcentra. Voor de verwerking sluiten we aan bij de

bouwen kunnen we veel meer impact maken.

MRA-verwerkingsketen - we hoeven niet zelf het wiel uit

Budget: bewust bescheiden

te vinden.

Voor 2025-2026 is €25.000 beschikbaar uit de reserve

Doel: Minder textiel in restafval

duurzaamheid (€15.000 voor de coördinator, €10.000

Aansluiting bij bredere ambities Dit actieplan past binnen de duurzaamheidsambities

voor activiteiten). Dit dwingt ons creatief te zijn en

van PLECK 7.0 en sluit aan bij regionale ontwikkelingen.

2. Reparatie en hergebruik stimuleren

maximaal gebruik te maken van bestaande middelen

De MRA streeft naar een 70% circulaire textielsector in

Kleding langer gebruiken is de meest effectieve vorm

en faciliteiten. Op basis van de resultaten bepalen we

2030 - een ambitie waar we als gemeente aan bijdragen

van duurzaamheid. We faciliteren repair-stations

medio 2026 of en hoe we verder willen investeren.

door lokale inzameling te verbeteren en aan te sluiten

in wijkcentra, ondersteunen kleding-swappoints en

bij regionale verwerkingscapaciteit. Ook de landelijke

versterken de samenwerking met bestaande repair

Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV)

cafés.

voor textiel biedt nieuwe kansen voor samenwerking en

Doel: Repair- en swapfaciliteiten uitbreiden

financiering.

49

3. Hoe gaan we dit doen

Q2 2026 - Evalueren en vervolg

Toekomstperspectief

Maximaal benutten wat er al is

• Tussentijdse evaluatie resultaten en geleerde lessen

Dit actieplan richt zich bewust op 2025-2026. We

We maken slim gebruik van bestaande faciliteiten en

• Voorstel voor vervolg 2026-2027

leggen nu de basis voor een beweging die kan groeien.

budgetten:

• Besluitvorming over eventuele opschaling

Afhankelijk van de resultaten en beschikbare middelen

• Textielinzameling loopt via het bestaande afvalcontract • Wijkcentra bieden ruimte voor repair-stations en swappoints • De textielrace op scholen heeft al een eigen budget (€10.000/jaar) • MRA-samenwerking voor regionale verwerking is al georganiseerd

kunnen we na 2026 opschalen met meer wijkcentra, Risico’s en kansen

een textielwerkplaats voor re-integratie, of aansluiting

Als individuele gemeente hebben we beperkte invloed

bij een regionaal circulair textielcentrum. Maar eerst:

op de textielketen - de grote veranderingen gebeuren

klein beginnen, leren wat werkt, en de beweging laten

regionaal en landelijk. Daarom sluiten we aan bij de

groeien.

MRA voor verwerking en recycling, terwijl we lokaal focussen op waar we wél verschil maken: inzameling, bewustwording en sociale impact.

• Partners zoals kringloop, repair cafés en Participe hebben eigen faciliteiten

Deze opstartfase gebruiken we om te ontdekken welke rol de gemeente het beste past: verbinder, facilitator

Concrete planning

of aanjager? We starten laagdrempelig in wijken waar

Najaar 2025 - Opstarten

al energie zit en bouwen meerdere samenwerkingen

• Werving en aanstelling Community Coördinator

tegelijk op.

• Eerste gesprekken met sleutelpartners (kringloop, repair cafés, Participe, scholen) • Communicatie naar inwoners via gemeentekanalen

De kansen zijn groot: groeiende aandacht voor duurzaamheid, nieuwe financiering via UPV-textiel, schaalvoordelen door regionale samenwerking, en

Q4 2025 - Verbinden

inwoners die graag willen bijdragen. We hoeven hen

• Netwerkbijeenkomst met alle potentiële partners

alleen de handvatten te bieden.

• Inventarisatie kansen en knelpunten per wijk • Start pilot textielinzameling in eerste wijkcentrum

Meetbare resultaten We monitoren onze voortgang op:

Q1 2026 - Activeren

• Kilogram textiel in restafval (via afvalcijfers)

• Eerste repair-stations en swappoints operationeel

• Aantal actieve inzamelpunten en repair-stations

• Uitrol textielrace naar meer scholen

• Deelname aan activiteiten en textielrace

• Werving en training buurtambassadeurs

• Aantal actieve partners in het netwerk • Tevredenheid deelnemers

50

Bijlage 4: Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen (PLECK 7.0) 2025 thema

KPI

referentie

basis

midden

hoog

toelichting

Energie Ontwerp voor energiereductie E1

Aardgasvrije utiliteitsbouw

wel/geen gasaansluiting

PLECK 7.0 en EPBDIV

aardgasaansluiting

n.v.t.

geen aardgasaansluiting

Per 1 januari 2027 moeten nieuwe openbare en utiliteitsgebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m2 geschikt zijn voor zonne-energie (EPBDIV). Per 1 jan 2030 moeten alle nieuwe gebouwen emissievrij zijn. (EPBDIV).

E2

Gebouwgebonden energiebehoefte

% reductie in kWh / m² / jaar

Besluit bouwwerken leefomgeving

conform BENG1

-10% ten opzichte van de maximale BENG1 eis

-20% ten opzichte van de maximale BENG1 eis

Dit is een indicator voor de energiebehoefte voor verwarming en koeling van het gebouw. Deze kijkt naar een optimale kwaliteit van de gebouwschil waarbij zowel de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting als de aanwezigheid van koudebruggen een rol speelt. Niet alleen isolatie, maar juist het samenspel van bovenstaande factoren, de vorm (geometrie) en de ligging van een gebouw zijn van belang om de energiebehoefte van een gebouw zo veel mogelijk te beperken. Hierbij wordt gerekend met een vastgesteld ‘neutraal’ ventilatiesysteem. In 2030 vervangt zero-emission building (ZEB) de BENG normen voor nieuwbouw.

E3

Energiegebruik eigen W/lux/m2 (vermogensdichtheid) terrein

BREEAM

geen minimale eis

energiezuinige verlichting met een gemiddelde vermogensdichtheid van max. 0,1 W/lux/m2 voor het verlichte terreindeel

energiezuinige verlichting met een gemiddelde vermogensdichtheid van max. 0,1 W/lux/m2 voor het verlichte terreindeel en automatische schemerschakeling of op

De bepalingformule luidt: Gemiddelde specifieke vermogensdichtheid = ∑ ( P [W] / Eh,doel [lux] ) / A [m2 ], waarin: P: totaal vermogen van de toegepaste armaturen binnen A, inclusief drivers en voorschakelapparatuur in Watt; Eh,doel: de gemiddelde horizontale normverlichtingssterkte voor het gebied in lux; A: te verlichten oppervlakte in m2

conform BENG3

laagbouw (≤3 bouwlagen): BENG3 > 100% hoogbouw (> 3 bouwlagen): BENG3 ≥ 80%

laagbouw (≤3 bouwlagen): BENG3 ≥ 105% hoogbouw (>3 bouwlagen): BENG3 ≥ 100%

Het aandeel hernieuwbare energie is een percentage. Dit valt te berekenen door de hoeveelheid zelf opgewekte hernieuwbare energie te delen door het totale energiegebruik. Dat laatste is dan de optelsom van de energie die men uit het net betrekt plus de (hernieuwbare) energie die men zelf opwekt. Deze indicator gaat over het gebouw (en terrein bij hogere ambitie, m.a.w: de extra gerealiseerde eigen opwekking hoeft niet aan de voorwaarden van EP3/BENG3 te voldoen). In 2030 vervangt zero-emission building (ZEB) de BENG normen voor nieuwbouw.

geen minimale eis

eigen opgewekte energie > 50%

eigen opgewekte energie ≥ 100%

Compensatie van het (verwachte) gebouwgebonden en gebruiksgebonden energiegebruik door energie zelf op te wekken. Voor het bepalen van de hoeveelheid moet worden aangehouden voor U-bouw minstens 50 kWh/m2/jr als 100% (of eigen inschatting , mits onderbouwd/aantoonbaar). Deze KPI geldt alleen voor gebouwen waarvoor geen energieprestatieplicht geldt op grond van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Duurzame energie opwekking E4

Aandeel hernieuwbare energie

% duurzame opwekking van energie Besluit bouwwerken voor eigen gebruik (gebouw en leefomgeving en EPDBIV gebruiker)

E4a

Aandeel % duurzame opwekking van energie BREAAM en EPDBIV hernieuwbare voor eigen gebruik (gebouw en energie voor niet gebruiker) energieprestatieplich tige gebouwen

Circulair bouwen Circulair ontwerp C1

Flexibiliteit

Methode Adaptief Vermogen Gebouwen

Het Nieuwe Normaal

geen minimale eis

30%

50%

Op het moment dat het gebouw ontworpen wordt, wil je dat het gebouw zo lang mogelijk mee gaat op de locatie waarop het gebouw wordt geplaatst. Op het moment dat het gebouw flexibel en adaptief wordt ontworpen biedt het toekomstige veranderingen de mogelijkheid om ook daar te worden gehuisvest. Hierbij valt te denken aan vrije indeelbare vloeren, flexibele installaties en verplaatsbare binnenwanden.

C2

Losmaakbaarheid

losmaakbaarheidsindex

Het Nieuwe Normaal

geen minimale eis

0,4

0,55

Het stimuleren van ‘losmaakbaarheid’ van de toegepaste bouwmaterialen, bouwdelen- en componenten, zodat deze aan het einde van de levensduur van het gebouw eenvoudiger kunnen worden gedemonteerd om in een ander project te worden hergebruikt. De losmaakbaarheidsindex bestaat uit de volgende vier indicatoren: type verbinding, toegankelijkheid, doorkruisingen en vorminsluiting.

C3

Materialenpaspoort

wel/geen materialenpaspoort

Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA

geen materialenpaspoort

Besluit bouwwerken leefomgeving

conform MPG

materialenpaspoort

Om inzichtelijk te maken wat je in je gebouwen stopt, vormen materialenpaspoorten een kans. Hierin krijgen grondstoffen een identiteit en is het aan het einde van de levensduur van een gebouw eenvoudiger om te demonteren en zijn er meer kansen om materialen op marktplaatsen te verhandelen.

Circulair materiaalgebruik C4

MilieuPrestatie Gebouw

euro MKI / m² BVO / jaar

woningbouw: ≤ 0,5 utiliteitsbouw: ≤ 0,7

woningbouw: ≤ 0,4 utiliteitsbouw: ≤ 0,6

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen. Voor Nederland worden de kenmerken van materialen uit de LCA’s verzameld in de Nationale MilieuDatabase.

C5

Materiaalgebonden CO2-uitstoot

C6

Herkomst materialen % van materialen (m³ of kg) met non-virgin herkomst*

kg CO2-eq / m2 BVO

Het Nieuwe Normaal

geen minimale eis

≤ 240

≤ 200

Voor materiaalgebonden CO2-uitstoot is de methodiek 'Rekenmethodiek Paris Proof'. Het midden en hoge ambitieniveau is gebaseerd op leerervaringen en evaluaties van Het Nieuwe Normaal.De daadwerkelijke benodigde Co2grenswaarde conform Paris Paroof ligt lager. Het doel is dat deze waarde en het ambitieniveau steeds dichter naar elkaar toe komen.

Het Nieuwe Normaal

geen minimale eis

45%

55%

Het stimuleren van het gebruik van biobased, hergebruikte, gerecycled of secundair toeslagmateriaal in steenachtige constructies, waardoor de vraag naar nieuwe grondstoffen afneemt en materialen efficienter worden gebruikt.

conform Tojuli voor woningen voor U-bouw zonder koeling buitenzonwering of overstekken met ho < 1,00 m (belemmeringshoek minimaal 45º) op zuid- en westgevels en gfactor < 0,6 voor dakramen/lichtstraten (in bouwdelen waarin zich personen bevinden) minimaal 200 m² koele verblijfslocatie op 200 m afstand

conform Tojuli voor woningen voor U-bouw (in bouwdelen waarin zich personen bevinden) buitenzonwering of overstekken met ho < 1,00 m (belemmeringshoek minimaal 45º) op zuid- en westgevels en gfactor < 0,6 voor dakramen/lichtstraten

Dit is een indicator voor verlaging van het risico op oververhitting genaamd: TOjuli (TOjuli). De grenswaarde per 1 januari 2021 voor de TOjuli-indicator is 1,20 en geldt alleen voor woningen. Deze waarde is een indicatiegetal waarmee per oriëntatie van het gebouw inzicht wordt gegeven in het risico op temperatuuroverschrijding in het gebouw. De TOjuli volgt automatisch uit de software van de energieprestatieberekening volgens de NTA 8800. Woningen met een actieve koeling voldoen automatisch aan de TOjuli-eis. Voor andere gebouwen wordt het risico op temperatuuroverschrijding in de zomer tegengaan door het weren van directe zonnewarmte op de zonbelaste buitengevels en dakvlakken.

minimaal 200 m² koele verblijfslocatie op 100 m afstand

Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 m loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. Op het onbebouwde deel van het kavel zorgt groen en water voor een prettigere gevoelstemperatuur in de zomerperiode. Verdampingsprocessen hebben een koelend effect op de luchttemperatuur en de oppervlaktetemperatuur (stralingswarmte). Halfverharding telt voor 30% mee in het percentage onverhard.

Klimaatadaptief Hitte K1

Temperatuuroverschr TOJuli ijding

Besluit bouwwerken leefomgeving

conform Tojuli voor woningen voor U-bouw geen minimale eis

K2

Koele verblijfslocatie Afstand tot minimaal 200 m² koele verblijfslocatie

Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026

minimaal 200 m² koele verblijfslocatie op 300 m afstand

K3

Verharding minimaliseren

Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026

geen minimale eis

minimaal 30% groen, water en onverhard oppvervlak (op bodemniveau bepaald) op het terrein rondom het gebouw

minimaal 40% groen, water en onverhard oppervlak (op bodemniveau bepaald) op het terrein rondom het gebouw

70 mm/u afgevoerd in 12u, zonder schade te veroorzaken geen minimale eis

hemelwater gedeeltelijk bergen en vasthouden gedeeltelijk hergebruiken van opgevangen regenwater

hemelwater grotendeels bergen en vasthouden grijswatersysteem toepassen

Ter indicatie: een standaard bui is 20 mm per uur.

9 - 16 punten

≥ 17 punten

Natuurinclusief bouwen wordt omschreven als ‘het zodanig oprichten van bouwwerken en de directe omgeving van gebouwen dat natuurwaarden hier baat bij hebben'. De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. tuinen). Ze kunnen betrekking hebben op plant- en diersoorten – al of niet beschermde – en op groene functies (bijv. klimaatadaptatie en beleving). Een inrichtingsplan en een beheerplan is cruciaal voor het slagen en in stand houden van bedachte natuurinclusieve ontwerpen.

% groen, water en onverhard oppervlak in het plangebied

Wateroverlast K4

Waterverwerking

K5

Hergebruik regenwater

Hoeveelheid water vasthouden, Actieplan Klimaatadaptatie bergen en afvoeren 2021-2026 Hoeveelheid opgevangen regenwater Actieplan Klimaatadaptatie dat wordt hergebruikt 2021-2026

Groen en ecologie G1

Dak en gebouw

aantal punten

EU: Vogel- en Habitatrichtlijn algemene zorgplicht NL: Omgevingswet

G2

Gevelkasten

aantal punten

1 - 3 punten

≥ 4 punten

G3

Groene buitenruimte

aantal punten

20 - 29 punten

≥ 30 punten

G4

Hergebruik van groen wel/niet hergebruik van bestaand groen in het plangebied

Motie 'Geef struikrovers een kans' d.d. 21-05-2025

geen hergebruik van groen

het bestaande groen in het plangebied wordt (deels) hergebruikt

Naar aanleiding van de aangenomen motie 'Geef struikrovers een kans' (mei 2025) is het hergebruik van bloemen, planten, struiken en zaailingen opgenomen in de leidraad. Hergebruik van groen kan gefaciliteerd worden door bijvoorbeeld het organiseren van een struikroversdag. Bij Stichting Struikroven is ervaring aanwezig op het gebied van aanpak en organisatie van struikroven.

conform meest recent vastgestelde fietsparkeernorm

+10% t.o.v. fietsparkeernorm

+20% t.o.v. fietsparkeernorm

Een fietsparkeernorm zorgt ervoor dat er passende maatregelen getroffen worden voor de fietser bij ruimtelijke ontwikkelingen. De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. De fietsparkeernorm draagt daarmee bij aan het stimuleren van het fietsgebruik. Daarnaast levert een fietsparkeernorm een positieve bijdrage aan het verminderen van de druk op de openbare ruimte.

5% van het aantal woningen

10% van aantal woningen

Deelmobiliteit vermindert de parkeerdruk en maakt binnenstedelijke woningbouw beter betaalbaar. Ook stimuleert het bewoners om niet ieder voor zich een auto te kopen, maar als collectief te denken. In 2022 komt er binnen de gemeente Amstelveen een beleidvaststelling o.g.v. deelmobiliteit

Mobiliteit Veranderen vervoerswijze M1

Actieve mobiliteit

Aantal fietsparkeerplekken per eenheid

Nota Parkeernormen Amstelveen

M2

Deelmobiliteit

% van de woningen met deelconcepten

Mobiliteitsvisie en Convenant geen minimale eis Toekomstbestendige Woningbouw MRA

Verschonen mobiliteit

M3

Duurzame bouw

% reductie stikstofuitstoot mobiele werktuigen

Green Deal ZES

geen minimale eis

Inzet van enkel STAGE IV materieel of elektrische werktuigen

Schoon en Emissieloos Bouwen

Met schoon en emissieloos bouwen wordt toegwerkt naar het reduceren van emissies door bouwmaterieel zoals mobiele werk-, voer- en vaartuigen. Dit is nodig om de doelen op het gebied van stikstof, CO2 en fijnstof te halen.

M4

Laadpalen

% van eenheden dat beschikt over een laadpaal

EPBDIV

Conform meest recent vastgestelde laadinfra norm

10% van aantal eenheden beschikt over een laadpaal

20% van aantal eenheden beschikt over een laadpaal

Met de Europese Performance of Buildings Directive (EPBD III) komt er een verplichting voor het aanleggen van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in de private gebouwde omgeving. Dit komt ten goede aan een bredere toepassing van elektrisch vervoer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=cdbbbc40-dd71-4cd5-8cc4-5f5a793e2556