Bijlage 1 - Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen (gewijzigd zie uitleg addendum)
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Ontvangen zienswijzen en beantwoording van de zienswijzen op het
‘Ontwerp Bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en AmstelveenZuid en 150kVkabelverbinding' en ‘Ontwerp Beeldkwaliteitsplan Transformatorstation Langs de Akker en Transformatorstation Amstelveen Zuid’ Amstelveen, april 2025
Wijze van beantwoording Deze Nota van Beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en AmstelveenZuid en 150kV-kabelverbinding en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan voor beide hoogspanningsstations. Op 22 december 2023 is het ontwerp voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Tijdens de termijn van 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024, zijn 15 zienswijzen ingediend. Tevens zijn 2 zienswijzen na deze termijn ingediend, die eveneens zijn behandeld in deze nota. De ingediende zienswijzen worden hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in het geheel beoordeeld. De ontvangen zienswijzen worden per indiener puntsgewijs behandeld. De indiener van de zienswijze wordt geanonimiseerd en genummerd. In de linkerkolom staat de nummering en een beknopte opsomming van de punten uit de brief of mail, en in de kolom daarnaast staat de beantwoording. In de rechterkolom staat aangegeven of de inspraakreactie leidt tot aanpassing van de regels en/of plankaart van het bestemmingsplan, met indien van toepassing een korte toelichting daarop (in de middelste kolom).
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 2
Nr.
Samenvatting ingediende zienswijze
1.
De Advocaten van Van Riet namens cliënt Agrimm B.V. Ontvangen op 30 januari 2024
a.
Uit het bestemmingsplan blijkt dat er 2 x 3 kabelvelden zijn gepland voor de voeding van Amstelveen-Zuid, te weten de aanvangssituatie en een toekomstige situatie. In het ontwerpbestemmingsplan wordt niet nader gemotiveerd waarom er tweemaal 3 voedingsvelden noodzakelijk zijn en waarom de 3 voedingsvelden in de aanvangssituatie niet eveneens gebruikt kunnen worden voor de toekomstige situatie. Aanvullend op het bovenstaande punt: • Indiener begrijpt dat er bij een enkelzijdige aansluiting van een onderstation kennelijk 3 kabelvelden nodig zijn en dat dat er bij een ring of vermaasd netwerk het aantal benodigde kabelvelden tussen twee punten minder dan drie is. Een dergelijke situatie is kennelijk in de toekomstige situatie aan de orde. • Indiener wijst op het feit dat in de aanvangssituatie de toekomstige velden onbenut worden gelaten en in de toekomstige situatie de aanvangsvelden ook onbenut worden gelaten. Indiener betwist dan ook dat 2 x 3 kabelvelden noodzakelijk zijn. Kortom, zowel in de aanvangssituatie als in de toekomstige situatie zijn er 3 velden onbenut. De onbenutte velden kunnen als reservevelden aangemerkt worden dan wel kunnen worden weggelaten. Vaststaat echter dat de noodzaak van de dubbele voedingsvelden onvoldoende is gemotiveerd, waardoor Amstelveen-Zuid ook nog eens veel meer ruimte in beslag neemt dan nodig is.
Beantwoording reactie per punt
Plan-aanpassing
Het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid wordt in eerste instantie (aanvangssituatie) gevoed vanuit hoogspanningsstation Amstelveen (na vervanging en uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation Amstelveen). Hiervoor zijn drie 150kV-velden voorzien op het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid. Bij de bouw van het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen Zuid (aanvangssituatie) worden ook alvast drie velden gerealiseerd voor het faciliteren van de eindsituatie (A’dam Zuidoost (Weesp), A’dam Zuidoost (Weesp) en A’dam Zuidoost (Weesp).
Nee.
Als het nieuwe hoogspanningsstation Amsterdam Zuidoost (Weesp) gereed en in bedrijf is dan worden de nieuwe 150kV-kabelcircuits (drie stuks) die zijn aangelegd tussen de hoogspanningsstations Amsterdam Zuidoost (Weesp) en Amstelveen-Zuid aangesloten op de reeds gerealiseerde kabelvelden. Er zijn dan twee keer drie kabelvelden in gebruik. In de eindsituatie worden de hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid gevoed vanuit het nieuwe hoogspanningsstation Amsterdam Zuidoost (Weesp). Deze netuitbreiding (netaanpassing) levert een belangrijke bijdrage aan het oplossen van knelpunten (congestie) op de 380/150kVtransformatoren in Diemen en knelpunten in het bestaande 150kVnetwerk in Amsterdam Zuidoost. Het is dus niet zo dat er de velden onbenut worden gelaten. Alle kabelvelden die in het ontwerp van het nieuwe hoogspanningsstation zijn voorzien worden in de eindsituatie ook daadwerkelijk benut.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 3
b.
De verwachting dat Liander op termijn onvoldoende capaciteit beschikbaar heeft om te kunnen voldoen aan aanvragen van bestaande en nieuwe klanten wordt volgens indiener onvoldoende onderbouwd.
De uitbreiding is noodzakelijk op basis van belastingsprognoses. Liander zet in op een toekomstvaste oplossing om dit verzorgingsgebied nu en in de toekomst van benodigde capaciteit te voorzien.
Nee.
In het meest recente investeringsplan (IP2024) van Liander blijkt dit uit bijlage 5. Bij de onderstations Amstelveen (Langs de Akker) en Schiphol Oost kunnen vanaf respectievelijk 2031 en 2024 knelpunten optreden. De belastingovername door onderstation Amstelveen-Zuid is daarbij als maatregel benoemd. c.
De verkenning en het onderzoek die door Liander en Tennet zijn uitgevoerd, waar in hoofdstuk 2.2.1 van de toelichting over wordt gesproken, ontbreken bij het ontwerpbestemmingsplan.
De verkenning en het onderzoek waarnaar wordt verwezen betreft een gezamenlijke studie tussen de gemeente en TenneT die in het verleden is uitgevoerd. Op basis van de verkregen inzichten hebben de gemeente en initiatiefnemers deze locatie aangewezen. De relevante elementen waren reeds verwerkt in hoofdstuk 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Aanvullend hierop zijn de stukken waarnaar wordt verwezen nu ook als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.
Ja, toelichting.
d.
Op basis van bovenstaande punten concludeert indiener dat de nut en noodzaak van de uitbreiding ontbreekt, doordat het onvoldoende is gemotiveerd.
De punten waar indiener naar verwijst zijn hierboven reeds beantwoord. De nut en noodzaak van de uitbreiding van het hoogspanningsnet is in de toelichting van het bestemmingsplan gemotiveerd, en is in de beantwoording op deze zienswijze nog nader aangevuld.
Nee.
e.
Op grond van artikel 9.2 van de Netcode Elektriciteit controleren netbeheerders mede op basis van de ingediende prognoses of er transportproblemen zijn te verwachten. Op grond van hoofdstuk 13 van de Netcode Elektriciteit dient elke aangeslotene en elke netbeheerder plannings- en prognosegegevens te verstrekken van zijn productie- dan wel verbruiksinstallatie. Daarnaast kunnen nieuwe aangeslotenen op grond van artikel 9.6 van de Netcode Elektriciteit een aanvraag indienen voor het uitvoeren van transport. Op grond van artikel 9.7 van de Netcode Elektriciteit kunnen bestaande aangeslotenen, binnen de perken van hun transportcontract, hun noodzakelijke transportcapaciteit uitbreiden.
Het tijdig vaststellen van een aangepast bestemmingsplan en het mogelijk maken van de uitbreiding van de transportcapaciteit zijn essentiële stappen voor het garanderen van een duurzame en toekomstbestendige energievoorziening. Deze stappen zijn niet alleen van belang om op de korte termijn aan de huidige vraag te voldoen, maar spelen ook een cruciale rol in het anticiperen op en voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen binnen de energievoorziening en consumptie.
Nee.
Liander weet dus op grond van de ingediende prognoses welke transportcapaciteit op korte termijn feitelijk noodzakelijk is. Indien de aanvragen de beschikbare transportcapaciteit overschrijden dient dit
Liander, als netbeheerder, staat voor de uitdaging om de infrastructuur zodanig te ontwikkelen dat deze niet alleen de huidige behoeften dekt, maar ook flexibel en robuust genoeg is om in toekomstige energiebehoeften te voorzien. Dit houdt in dat er proactief geïnvesteerd moet worden in het uitbreiden en versterken van het netwerk om te voorkomen dat er in de toekomst een tekort aan
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 4
gemeld te worden overeenkomstig de artikelen 9.8 en 9.9 van de Netcode Elektriciteit. Liander heeft hiervan echter tot op dit moment geen formele melding overeenkomstig artikel 9.8 of 9.9 gedaan. Bovendien blijkt uit de capaciteitskaarten, zoals die zijn gepubliceerd op de website van Liander dat er in de omgeving van Amstelveen op dit moment zowel voor afname als voor teruglevering nog capaciteit beschikbaar is. De verwachting van Liander dat zij op termijn onvoldoende capaciteit beschikbaar heeft en dat derhalve een uitbreiding van de transportcapaciteit door de bouw van Amstelveen-Zuid noodzakelijk is, zoals in het ontwerpbestemmingsplan wordt vermeld, blijkt dan ook helemaal nergens uit en kan in ieder geval niet gebaseerd worden op de ingediende prognoses.
transportcapaciteit ontstaat, wat tot energietekorten en beperkingen in de ontwikkeling van bijvoorbeeld woongebieden of bedrijventerreinen kan leiden. Het vaststellen van het bestemmingsplan is in dit opzicht een strategische stap die het mogelijk maakt om de benodigde ruimte voor deze infrastructuur veilig te stellen en de juridische en planologische basis te leggen voor de uitbreiding van de transportcapaciteit. Dit is in het belang van een (toekomstige) goede ruimtelijke ordening, waarbij rekening wordt gehouden met de langetermijnvisie op zowel stedelijke als landelijke ontwikkelingen, en de rol die de energie-infrastructuur speelt in het ondersteunen van deze ontwikkelingen. Dat er op dit moment zowel voor afname als voor teruglevering capaciteit beschikbaar is, doet hier niets aan af. Kortom, het enkele feit dat er voor de korte termijn voldoende capaciteit aanwezig is, betekent niet dat de vaststelling van dit plan niet zou kunnen of mogen plaatsvinden. Volledigheidshalve wordt ook nogmaals verwezen naar het investeringsplan (IP2024) van Liander, waaruit ook blijkt dat er op termijn knelpunten kunnen ontstaan bij de onderstations Amstelveen (Langs de Akker) en Schiphol Oost, en waarbij het nieuwe onderstation Amstelveen-Zuid als maatregel is benoemd om dit middels belastingovername tijdig te voorkomen.
f.
Op grond van artikel 21 van de Elektriciteitswet 1998 heeft elke netbeheerder de plicht om periodiek een investeringsplan op te stellen waarin alle noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen worden beschreven en onderbouwd. Op pagina 94 van het Ontwerp Investeringsplan Elektriciteit en Gas voor 2024 van Liander (IP Liander 2024) staan de scenario’s vermeld voor de regio Amstelveen. Daaruit blijkt dat de scenario’s voor het huidige Onderstation (OS) Amstelveen voor het 150/10-deel (het nieuwe Langs de Akker) in 2031 uiteenlopen tussen een tekort van 1,50 tot 3 MVA. Dit probleem zal, zoals blijkt uit het IP Liander 2024, opgelost worden door een nieuw / te verzwaren 150kV-station Amstelveen Bolwerk Oost. Uit het IP Liander 2024 blijkt dus niet dat Amstelveen-Zuid noodzakelijk is voor de uitbreidingsplannen van Amstelveen. Sterker nog, uit pagina 94 van het IP Liander 2024 blijkt, dat het knelpunt op OS Schiphol Oost wordt opgelost door “belastingovername
Het investeringsplan geeft een doorkijk in de voorgenomen investeringen die Liander alleen of in gezamenlijkheid met TenneT wenst te realiseren. In het geval van Amstelveen-Zuid is er nog geen detailinvestering bekend in verband met het ontbreken van een grondpositie met bijpassende bestemming. Zodra deze detailinvesteringen bekend zijn zal ook dit station in het jaarlijks investeringsplan worden opgenomen. Dit is ook niet relevant in het kader van een bestemmingsplanprocedure. De gemeente heeft als bevoegd gezag beleidsruimte om, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een bestemmingsplan vast te stellen. Met het ontwerpbestemmingsplan wordt beoogd te anticiperen op groeiende energietekorten. Hierbij dient niet uit het oog te worden verloren dat de capaciteitsproblematiek niet een regionaal, maar een landelijk probleem betreft. Zelfs indien een knelpunt in een andere regio wordt
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 5
Nee.
op het nieuw te bouwen onderstation Amstelveen-Zuid”. Uit de opmerking bij dit onderdeel blijkt dat de planning mede afhankelijk is van TenneT en het verkrijgen van de grondpositie. Amstelveen-Zuid wordt in het IP Liander 2024 alleen genoemd op pagina 94 ten behoeve van het OS Schiphol Oost en niet ten behoeve van de uitbreidingsplannen van Amstelveen en de daarvoor benodigde capaciteit. De geschetste scenario’s in het IP Liander 2024 komen niet overeen met de motivering van de nut noodzaak van Amstelveen-Zuid in het ontwerpbestemmingsplan, te weten uitbreidingsplannen van de gemeente Amstelveen. Evenmin is aangegeven waarom deze omvang (3 kabelvelden) noodzakelijk is voor het uitvoeren van de wettelijke taken van Liander. Daarmee handelt Liander in strijd met artikel 2.1, sub b en c, van het Besluit Investeringsplan, maar bovenal staat opnieuw vast dat de nut en noodzaak van Amstelveen-Zuid niet is aangetoond en al helemaal niet in deze omvang. g.
In tegenstelling tot Liander heeft TenneT wel een vooraankondiging congestie gedaan. Hieruit blijkt dat TenneT in Amsterdam Zuidoost beschikt over een transportcapaciteit van circa 1.100 MW. De gevraagde transportcapaciteit bedraagt ongeveer 1.500 MW. Dit betekent dat TenneT in Amsterdam-Zuidoost circa 400 MW tekort aan capaciteit heeft. In hoofdstuk 2.2.1 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt vermeld dat TenneT 2 extra kabelvelden nodig heeft voor een nieuwe partij. 2 Kabelvelden vertegenwoordigen een capaciteit van circa 1.500 MW. Dit betekent dat met de uitbreiding van 2 kabelvelden TenneT meer dan 3 maal de benodigde extra capaciteit wordt aangelegd. De vooraankondiging van Tennet strookt daarmee niet met het ontwerpbestemmingsplan. Als zich al een nieuwe partij bij TenneT heeft gemeld, dan dient TenneT op grond van de systematiek van de Elektriciteitswet 1998 en de Netcode Elektriciteit hiermee rekening te houden in de vooraankondiging en in het Investeringsplan. Dat is niet gebeurd. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een deugdelijke motivering waarom er 2 kabelvelden nodig zijn. Reden waarom de nut en noodzaak van Amstelveen-Zuid wederom niet is aangetoond en al helemaal niet in deze omvang.
opgelost door de uitbreiding in Amstelveen-Zuid, betekent dit niet dat er geen sprake meer is van een goede ruimtelijke ordening. De interpretatie van het Investeringsplan is daarnaast niet volledig. Het benoemde station Amstelveen betreft de stationslocatie van Liander en is niet gelijk aan de uitbreiding die netbeheerder TenneT realiseert met haar voorgenomen uitbreiding. Daarnaast zijn in het IP Liander prognoses op verschillende spanningsniveaus opgenomen. Voor OS Amstelveen zijn zowel tekorten geprognotiseerd voor 150/50/10kV, 150/10kV en 50/10kV opgenomen. Het beeld dat voor alleen het 150/10 deel van dit station schaarste optreedt is onjuist.
Nee. De totale technische aansluitcapaciteit van twee klantvelden is inderdaad 1500 MW, maar dat betekent niet dat die betreffende klant ook 1500 MW gaat afnemen. Het gaat hierbij over een extra aansluiting voor als de eerste aansluiting uitvalt. Dus de aanname in deze zienswijze klopt niet. Voor het investeringsplan en de aankondiging is het belangrijk om te weten hoeveel elektriciteit de klant heeft afgesproken met de leverancier en wat de verwachting is van het elektriciteitsgebruik voor de komende 10 jaar. Deze informatie is meegenomen bij het vaststellen van het investeringsplan en de vooraankondiging en heeft geresulteerd in de resultaten die nu voorliggen. De technische aansluitcapaciteit van een aansluiting (klantvelden) waar in deze zienswijze aan wordt gerefereerd is dus niet relevant voor het opstellen van zowel het investeringsplan als de vooraankondiging congestie.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 6
h.
Uit het vorenstaande blijkt dat er al 3 voedingsvelden meer zijn gepland dan nodig. Daarnaast is niet aangetoond waarom Liander 3 velden nodig heeft voor de uitbreidingsplannen van de gemeente Amstelveen. Bovendien is in de 2 extra kabelvelden van TenneT sprake van een behoorlijke reserve. Op grond van het vorenstaande betwist de indiener dan ook uitdrukkelijk dat er naast de hiervoor genoemde overtollige velden nog eens 3 extra voedingsvelden en 7 extra reservevelden noodzakelijk zijn. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt het aan een deugdelijke motivering hiervoor.
De punten die hier in de eerste paragraaf worden aangehaald zijn in de eerdere reacties reeds beantwoord. Ten aanzien van de 7 extra reservevelden is het volgende citaat (cursieve deel) uit paragraaf 2.2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan relevant:
Nee.
"Omdat TenneT toekomstvast en robuust moet investeren – het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen Zuid wordt immers voor 50-60 jaar gebouwd – zijn er zeven reserveposities opgenomen. Hierdoor zijn er ook in de (verre) toekomst mogelijkheden voor TenneT om een mogelijke uitbreiding van de transformatorcapaciteit door Liander te kunnen faciliteren, mogelijke nieuwe partijen (klanten) aan te kunnen sluiten maar zeker ook voor mogelijke toekomstige netuitbreidingen van het 150kV-netwerk."
Oftewel, het plan voorziet niet alleen in een directe vraag, maar faciliteert ook een uitbreiding op langere termijn. Om ook nieuwe ontwikkelingen te kunnen faciliteren in de periode tussen 10 en 50/60 jaar wordt rekening gehouden met zeven reserveposities. Dit zijn posities waarop in de periode tussen 10 en 50/60 jaar nieuwe aansluitingen (velden) gebouwd kunnen worden. Bij alle nieuwe 150kV-stations die door TenneT worden gebouwd houdt TenneT rekening met 4-10 reserveposities per nieuw 150kV-station.
i.
Op grond van artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de tarieven van de netbeheerders vast. De ACM beoordeelt de doelmatigheid van een investering aan de hand van de criteria genoemd in de Beleidsregel beoordeling doelmatige kosten van niet-reguliere uitbreidingsinvesteringen. Op grond van artikel 3 van de Beleidsregel beoordeling doelmatige kosten beoordeelt de ACM een investeringsuitgave als doelmatig, indien en voor zover het doel van de investering is gerealiseerd en voldoende aannemelijk is dat de investeringsuitgaven bijdragen aan het realiseren van het doel zoals vastgelegd in het voornemen. In hoofdstuk 1.1 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat Amstelveen-Zuid is bedoeld om de aansluiting van nieuw te ontwikkelen woonwijken, nieuw ontwikkelde bedrijfslocaties en bestaande bedrijven met uitbreidingsplannen in de gemeente
Het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen Zuid wordt in eerste instantie gerealiseerd om een aanvraag van Liander te kunnen faciliteren, ten behoeve van de energietransitie. Het nieuwe hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid is in de eindsituatie een belangrijk onderdeel van de oplossing voor de netcongestie in netdeel Amsterdam Zuidoost en daarmee voor het oplossen van knelpunten op de 380/150kV-transformatoren in Diemen en op een aantal 150kV-verbindingen (o.a. Amstelveen – Bijlmer Zuid en Diemen – Bijlmer Noord). Dit staat inderdaad niet expliciet beschreven in het meest recente investeringsplan (IP2024). In dit investeringsplan is project “Amsterdam Zuidoost realiseren pocket” (A-1000318) wél opgenomen. Binnen dit project is het nieuwe 150kV-station Amstelveen-Zuid een belangrijk onderdeel in het oplossen van de beschreven knelpunten. Het betreffende project is opgenomen in tabel
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 7
Nee.
j.
Amstelveen in het algemeen te voorzien van voldoende elektriciteit. Uit het IP Liander 2024 blijkt echter dat Amstelveen-Zuid is bedoeld ter ontlasting van een ander hoogspanningsstation, te weten Schiphol Oost en niet Diemen. Ook in het Ontwerpinvesteringsplan Net op land 20242033 van TenneT wordt geen koppeling gemaakt tussen AmstelveenZuid en Diemen. Het doel zoals genoemd in de toelichting op het ontwerpbestemmingplan komt niet overeen met de doelen zoals genoemd in de respectievelijke investeringsplannen. Daarmee worden deze doelen met het ontwerpbestemmingplan niet gerealiseerd. De kosten zouden derhalve niet voor vergoeding in aanmerking komen.
7-15 op pagina 81. Binnen dit project worden o.a. de 150kV-stations Amstelveen en Amstelveen-Zuid aangesloten op het nieuw te realiseren 380/150kV-station A’dam Zuidoost (Weesp). Hierdoor wordt de belastingvraag op de 380/150kV-transformatoren in Diemen en op verschillende 150kV-verbindingen aanzienlijk verminderd en worden de knelpunten mogelijk zelfs opgelost. Daarmee is dit project een zeer belangrijk onderdeel voor het oplossen van de netcongestie in Amsterdam Zuid-Oost en voor deze knelpunten.
Zowel uit de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan als het ontwerpbeeldkwaliteitsplan volgt dat er een hoogspanningsstation met 21 velden is beoogd. Dit, terwijl er hooguit 11 velden (3 of minder voedingsvelden, 3 velden ten behoeve van de ondersteuning van de voeding, 3 of minder velden voor Liander en 2 of minder velden voor TenneT) nodig zijn en dat in deze 11 velden al rekening is gehouden met een ruime marge (reserve).
Onder punt h, alsmede in paragraaf 2.2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan, is reeds gemotiveerd waarom er in totaal 21 velden zijn beoogd binnen het plangebied.
Nee.
Of kosten voor vergoeding in aanmerking komen is daarbij niet in het belang van indiener.
Indiener concludeert dat iedere deugdelijke motivering voor de aanleg van nog eens 3 (extra voedingsvelden) en 7 reservevelden naast de al ingebouwde reserve ontbreekt in het ontwerpbestemmingsplan. Indiener concludeert daarmee dat de bouw van deze extra velden ondoelmatig is. Indien deze velden, omdat ze nog niet nodig zijn, niet worden gerealiseerd, dan worden de daaraan verbonden kosten als niet doelmatig aangemerkt. Deze kosten komen dan niet voor vergoeding in aanmerking. Datzelfde geldt ook voor de aankoop/onteigening van het plangebied, nu daarvan slechts een gedeelte nodig is. Gelet hierop stelt indiener opnieuw vast dat Amstelveen-Zuid te groot is in aard en omvang en bovendien niet in overeenstemming is met het doel, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. k.
In artikel 3.1 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat de voor ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer een open (Air Insulated Switchgear, AIS) of een gesloten (Gas Insulated Switchgear, GIS) 150kVschakelstation. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen heeft aan de indiener toegezegd te zullen onderzoeken of
Hoogspanningsstations worden door TenneT in beginsel in de buitenlucht geplaatst. Bij deze zogeheten 'Air Insulated Switchgear' (AIS) wordt atmosferische lucht gebruikt als isolatiemateriaal. Alleen als dat echt onmogelijk blijkt wordt een gesloten installatie gerealiseerd, een zogeheten 'Gas Insulated Switchgear' (GIS). Een AISstation heeft onder andere de volgende voordelen ten opzichte van een GIS-station:
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 8
Nee.
in de plaats van een AIS een GIS kan worden gebouwd. De verbeelding en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan gaan echter nog steeds uit van een open 150kV-schakelstation, ondanks dat een GIS veel meer voordelen heeft dan een AIS. Zo noemt de indiener efficiënt ruimtegebruik, verbeterde veiligheid, betrouwbare prestaties, lagere impact op het milieu, verbeterd netbeheer, schaalbaarheid en flexibiliteit en lagere onderhoudskosten als voordelen van een GIS. Volgens indiener is de nut en noodzaak van een open Amstelveen-Zuid station in deze omvang gezien het voorgaande onvoldoende aangetoond.
• • • • • •
Het is bij een AIS-station eenvoudiger en kostenefficiënt om individuele componenten (of delen daarvan) te vervangen en uit te wisselen; De hoeveelheid opgeslagen SF6-gas (een zeer sterk broeikasgas) is bij een AIS-station aanzienlijk lager (en daarmee ook de kans op lekkage); Verschillende AIS-componenten (van verschillende fabrikanten) kunnen tijdens realisatie en gedurende de gehele levensduur van het station aangesloten worden; Het is eenvoudiger om een AIS-station uit te breiden met nieuwe velden; De gemiddelde storingstijd bij een AIS-station is lager dan bij een GIS-station, door bovenstaande voordelen; Materiaal voor gebouwen die nodig zijn bij een GIS-station worden bij een AIS-station bespaard, wat bijdraagt aan de het realiseren van de benodigde voorzieningen tegen de laagste maatschappelijke kosten.
Bovengenoemde factoren wegen zwaarder dan de voordelen die de indiener benoemt. TenneT hanteert vanwege deze factoren het beleid AIS tenzij´. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken en gekozen worden voor een GIS-station. Dit geldt met name in situaties waarin de beschikbare ruimte voor een AIS-station ontbreekt. In Amstelveen-Zuid is dit niet aan de orde, waardoor er een AIS-station gebouwd wordt. TenneT heeft eerder aangegeven alsnog de mogelijkheden voor een GIS-station intern te bespreken. Daarop heeft TenneT intern opnieuw geconcludeerd dat er voor het hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid geen sprake is van een uitzonderlijke situatie waarbij er binnen het zoekgebied sprake is van onvoldoende ruimte voor het realiseren van een AIS-station. Omdat er uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen bezwaren bestaan tegen de verwezenlijking van een AIS-station, wordt er geen GIS-station planologisch mogelijk gemaakt. De omstandigheden die door indiener worden aangehaald, maken dat niet anders. Ter verdere toelichting strekt nog het volgende. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van twee hoogspanningsstations en een ondergrondse kabelverbinding juridisch-planologisch mogelijk. De locaties voor de twee hoogspanningsstations verschillen qua ligging
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 9
en omgeving. Bij de locatie voor hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid ten noorden van BTAZ wordt een AIS-station (Air Insulated Switchgear) planologisch mogelijk gemaakt. Een AIS-station heeft meerdere voordelen ten opzichte van een GISstation (zie bovenstaande bulletpoints). De locatie Amstelveen-Zuid is in het voorgaande bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch -1’, wat betekent dat de grond bestemd was voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het was een onbebouwd stuk landschap. De ruimtebehoefte van een AIS-station kan op het perceel worden ingevuld. Bovendien kan de voor het AIS-station benodigde ruimte zodanig worden ingericht dat het AIS-station opgaat in én aansluit op het landschap. In het beeldkwaliteitsplan (welke middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels wordt geborgd) zijn ruimtelijke kaders en uitgangspunten voor de ontwikkeling vastgelegd, die zorgen voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing op maat. Verder heeft, om te komen tot de locatie van het hoogspanningsstation in Amstelveen Zuid, een trechteringsproces plaatsgevonden waarin verschillende locaties zijn afgewogen. Uiteindelijk is gezamenlijk geconstateerd door de gemeente Amstelveen, Liander en TenneT dat het gebied dat direct grenst aan de noordzijde van bedrijventerrein BTAZ de voorkeur heeft voor de realisatie van een dergelijk hoogspanningsstation. l.
Uit de verbeeldingen van het ontwerpbestemmingsplan en het Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid volgt duidelijk: • dat er een ontsluiting van en naar Amstelveen-Zuid wordt gerealiseerd, die uiteindelijk aansluit op de ontsluiting van het opstelterrein ten behoeve van de Uithoornlijn; • dat deze ontsluiting wordt gerealiseerd op het plangebied van het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)’, dat tevens het plangebied is van het ontwerpbestemmingsplan BTAZ; en • dat de ontsluiting deels op gronden met de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ (met bouwvlak) wordt gerealiseerd, hetwelk ten koste gaat van de uitgeefbare grond op het Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ). Indiener is het met de gekozen ontsluiting oneens. Er is namelijk een planologisch veel beter alternatief voor de ontsluiting van AmstelveenZuid via het direct westelijk gelegen opstelterrein van het
Het is niet mogelijk om een aansluiting te maken op het opstelterrein van de Uithoornlijn. Het opstelterrein betreft een gesloten terrein in gebruik door de GVB en is afgezet met hekken en toegangsbeveiliging. Om de impact op bedrijventerrein Amstelveen-Zuid (BTAZ) te mitigeren is de ontsluitingsweg, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, wel aangepast en dichter naar de watergang geprojecteerd. De verkeersbestemming is daarbij tevens verder versmald, waarbij enkel is uitgegaan van de minimaal benodigde breedte van de ontsluitingsweg. Daarmee overlapt de verkeersbestemming niet langer met de bedrijfsbestemming uit het Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid en de in voorbereiding zijnde partiële herziening.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 10
Ja, verbeelding.
bestemmingsplan ‘Uithoornlijn’. Deze alternatieve ontsluiting van Amstelveen-Zuid is planologisch veel beter, omdat • het veel minder ruimte in beslag neemt dan de ontsluiting volgens het ontwerpbestemmingsplan; • het niet ten koste gaat van de uitgeefbare grond op BTAZ, die in eigendom is van de indiener; en • het veel goedkoper kan worden uitgevoerd, omdat er niet opnieuw een lange, eigen ontsluiting over kostbare, uitgeefbare grond wordt gerealiseerd, maar een korte weg met een duiker. Indiener verzoekt om dit alternatief te onderzoeken m.
n.
Voor zover het bestemmingsplan op het hierboven besproken onderdeel ongewijzigd wordt vastgesteld, merkt de indiener op dat het ontwerpbestemmingsplan in dat geval economisch niet uitvoerbaar is. Immers, als gevolg van de realisatie van de ontsluiting ten behoeve van Amstelveen-Zuid wijzigt de uitgifteprijs van de percelen die behoren tot BTAZ, zodat op zijn minst tegelijk met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ook een ontwerp tot herziening van het ‘Exploitatieplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)’, vastgesteld op 24 mei 2023, ter inzage gelegd had moeten worden. Dat is ten onrechte niet gebeurd.
Dit punt ziet in beginsel niet toe op de economische uitvoerbaarheid van dit ontwerpbestemmingsplan, maar op de economische uitvoerbaarheid van de partiële herziening van het Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ).
Indiener stelt dat de op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan afgebeelde gronden met de enkelbestemming ‘Water’ veel breder zijn dan benodigd is voor de compensatie van de toegevoegde vierkante meters verhard oppervlakte.
Er is onderscheid te maken tussen twee aspecten.
Het bestaande hoogspanningsstation Amstelveen Langs de Akker met een verhard oppervlakte van 5.000 m2 is als uitgangspunt gehanteerd. Aan de hand van een grove meting die indiener heeft verricht, blijkt dat de bestaande watergang een oppervlak heeft van circa 650 m², terwijl de op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan afgebeelde gronden met de enkelbestemming ‘Water’ een oppervlak heeft van circa 2.000 m². Er wordt dus circa 1.350 m² aan ruimte voor oppervlaktewater toegevoegd, hetwelk ingevolge artikel 3.3.1, onder a, van de regels van het OBP een toename van verhard oppervlak van 13.500 m² rechtvaardigt. Het uitgangspunt was echter een toename aan verhard oppervlak van 5.000 m², ondanks dat de exacte toename van verhard oppervlak niet eens bekend is. Aanvullend zijn ook de
Nee.
Zoals hiervoor onder punt l aangegeven is de ontsluiting aangepast, waardoor geen sprake meer is van een afname van het uitgeefbare terrein op BTAZ.
Enerzijds is er sprake van een opgave voor watercompensatie als gevolg van een toename in het verhard oppervlak. Dit is een vereiste vanuit het beleid van het waterschap. Deze eis is planologisch geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in artikel 3.3.1. De exacte compensatie zal moeten worden bepaald op basis van het definitieve plan. De toename van 5.000 m2 verhard oppervlak is een aanname aan de voorkant, die richting uitwerking nog kan afwijken. Anderzijds is er vanuit provinciaal beleid, op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020, een noodzaak voor een goede ruimtelijke inpassing. Het oppervlak van de bestemming Water is gebaseerd op dit tweede punt. Er is in gekozen voor een landschappelijke inpassing met een natuurvriendelijke oever aan de noordzijde. Deze invulling is afgestemd met de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) van de provincie. Tevens sluit deze watergang met natuurvriendelijke oever
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 11
Nee.
aangewezen gronden voor ‘Bedrijf-Nutsvoorziening' bestemd voor water. Ook hier kan dus ruimte voor water terugkomen Het OBP neemt met de brede waterstrook veel meer ruimte in beslag dan nodig is. Aangezien de gronden in eigendom zijn van de indiener, die hier agrarische activiteiten ontplooit, heeft de indiener er belang bij dat het OBP zo min mogelijk ruimte in beslag neemt. Indiener concludeert echter dat dit nu niet het geval is en dat het ontwerpbestemmingsplan dan ook in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
o.
p.
aan bij het gemeentelijk beleid op deze plek. In de structuurvisie Noorder Legmeerpolder staat immers op deze plek een aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’. Daar wordt met deze watergang invulling aan gegeven. De waardering voor deze natuurvriendelijke oever blijkt ook uit de zienswijze van het waterschap. De watergang is daarnaast meer dan toereikend om de benodigde watercompensatie mee te realiseren. Op basis hiervan zijn wij van mening dat er wel degelijk sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Daarnaast merkt indiener op dat in het ontwerpbeeldkwaliteitsplan wordt vermeld dat het parkeren plaatsvindt op grasbetontegels ten behoeve van waterinfiltratie. Het feit dat grasbetontegels de waterinfiltratie bevorderen, maakt dat deze niet geheel als verhard oppervlak kunnen worden aangemerkt en daarop dus ook niet de hoofdregel van artikel 3.3.1, onder a, van de regels van het ontwerpbestemmingsplan van toepassing kan zijn. Echter, omdat artikel 3.3.1 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan geen uitzondering kent voor de toepassing van grasbetontegels, grastegels van kunststof en vergelijkbare middelen, stelt indiener vast dat ook dit de toevoeging van meer water tot gevolg zal hebben dan nodig en dat het ontwerpbestemmingsplan ook om die reden in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Zoals reeds in vorige reactie aangegeven is het oppervlak van de bestemming Water gebaseerd op een goede ruimtelijke inpassing, en anders dan zoals hier door indiener wordt verondersteld dus niet op basis van de toename van het verhard oppervlak.
Bovendien blijkt uit het ontwerpbestemmingsplan niet of in welke mate de grasbetontegels reeds tot het verhard oppervlak worden gerekend en of daarmee ook al rekening is gehouden bij het bestemmen van de op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan afgebeelde gronden met de enkelbestemming ‘Water’. Is dat namelijk het geval, dan stelt indiener vast dat alleen hierdoor al veel meer water wordt toegevoegd dan ingevolge artikel 3.3.1 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan, de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan en de watertoets (bijlage 11 van de toelichting) vereist is.
Zie de reacties onder punt n en o.
Nee.
Aanvullende opmerking hierbij is nog dat artikel 3.3.1 aangeeft dat er per m2 toename verharding 0,1 m2 oppervlaktewater toegevoegd moet worden. Bij de bepaling van de toename in verharding zal ten tijde van de vergunningaanvraag getoetst moeten worden aan de eisen uit de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht. Daarin staat een definitie wat onder ‘verhard oppervlak’ wordt verstaan.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 12
Nee.
q.
Indiener is het oneens met het ontwerpbeeldkwaliteitsplan. Er wordt uitgegaan van een veel te grote capaciteit voor Amstelveen-Zuid (zoals eerder onderbouwd) en er is geen rekening gehouden met een optimalisatie van de inpassing daarvan.
In eerdere reacties is reeds ingegaan op de capaciteit (omvang van 21 velden) die in de eindsituatie mogelijk wordt gemaakt.
Nee.
De landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation Amstelveen Zuid is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke analyse van de omgeving en de locatie zelf. Daarbij is onder meer ingegaan op landschapselementen, de historische context en ruimtelijke structuren en zichtlijnen. Deze analyse heeft geresulteerd in enkele aandachtspunten voor de ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit. De uiteindelijke inpassing, zoals weergegeven in het ontwerpbeeldkwaliteitsplan is dus een resultante van een zorgvuldige ruimtelijke analyse. Tevens is de opzet besproken met de ARO (adviescommissie van de provincie Noord-Holland) en daar ook akkoord bevonden.
r.
Het gebouw van Liander dat ingevolge het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in het verlengde van de schakeltuin staat, kan overdwars worden geplaatst, waardoor er ten opzichte van het ontwerpbeeldkwaliteitsplan minder loze ruimte voor bloemrijkgrasland ten noorden van het gebouw van Liander resteert en de schakeltuin ook nog eens meer naar het westen kan worden verplaatst, waardoor er aan de oostkant daarvan meer ruimte overblijft voor het bedrijf van indiener.
Het draaien van het gebouw draagt niet bij aan een significante winst aan ruimte. Reden hiervoor is de benodigde ruimte voor de uitgaande verbindingen aan de achterzijde (zuidzijde in de verbeelding van dit bestemmingsplan) in combinatie met de benodigde verbindingen tussen de stationsdelen van Liander en TenneT. Bijkomend nadeel is dat de open zijde van de transformatoren dan meer naar woningen gericht worden, wat ter plaatse kan resulteren in meer geluid.
Nee.
s.
Amstelveen-Zuid kan veel meer tegen de grenzen van het plangebied aan de west- en zuidkant worden gerealiseerd, ter plaatse waarvan zich het opstelterrein van de Uithoornlijn en BTAZ bevinden en ten behoeve waarvan een landschappelijke en natuurvriendelijke inrichting van het terrein – met bloemrijkgrasland – volstrekt overbodig is;
De huidige afstanden tot de perceelsgrenzen in westelijke en zuidelijke richtingen zijn noodzakelijk om het aantal afgaande verbindingen mogelijk te maken.
Nee.
t.
De strook grond aan de oostkant van Amstelveel-Zuid voor bloemrijkgrasland, dat in het ontwerpbeeldkwaliteitsplan een breedte heeft van circa 50 meter, kan fors worden versmald, omdat iedere noodzaak voor een dergelijk brede strook ontbreekt.
Er is sprake van een gebiedsontwikkeling met een hoogspanningsstation. Deze dient zorgvuldig landschappelijk ingepast te worden, zeker gezien de ligging in het open landschap. Een van de uitgangspunten uit het ontwerpbeeldkwaliteitsplan is om de lengte van het perceel te benadrukken en het station zo smal mogelijk uit te voeren. Het station en de schakeltuin zijn daarom in het verlengde van elkaar gepositioneerd, waarmee aan de oostzijde een ruimte met bloemrijkgrasland overblijft die wordt betrokken bij de groene overgangszone richting het buitengebied. Tevens is deze ruimte nodig voor diverse kabels.
Nee.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 13
u.
De strook grond aan de noordkant van Amstelveen-Zuid met een natuurlijke oever van circa 16 meter, een groensingel met heesters en bomen van circa 25 meter en bloemrijkgrasland van circa 16 meter, oftewel een totale breedte van 57 meter, kan tevens fors worden versmald, omdat het volstrekt overbodig is om voor een woonwijk, die zich op meer dan 650 meter afstand van Amstelveem-Zuid komt te bevinden, een dergelijke “robuuste groene” zone aan te houden.
Er is sprake van een gebiedsontwikkeling met een hoogspanningsstation. Deze dient zorgvuldig landschappelijk ingepast te worden, zeker gezien de ligging in het open landschap. De strook met onder andere bloemrijkgrasland, een robuuste groene afscheiding en de natuurvriendelijke oever maken onderdeel uit van de ruimtelijke inpassing van het plan, en dragen bij aan de ecologische doelen op deze plek. In de uitgangspunten voor de inpassing is in het beeldkwaliteitsplan aangegeven dat aan de noordzijde een zo breed mogelijke groene zoom wordt gerealiseerd. Daar is op deze wijze invulling aan gegeven.
v.
Uit niets blijkt dat in het kader van het OBP naar een alternatieve invulling onderzoek is gedaan en dat de belangen van Indiener, die wil dat het ontwerpbestemmingsplan zo min mogelijk ruimte in beslag neemt en dat er duurzaam met haar gronden wordt omgegaan, hierbij betrokken zijn. Dit, terwijl indiener op 12 december 2023 zelfs een alternatief plan voor Amstelveen-Zuid aan de gemeente Amstelveen heeft gestuurd.
De netbeheerders handelen vanuit hun taak en het algemeen belang. Daarnaast wordt aandacht besteed aan individuele belangen van stakeholders van een project. Het uitgangspunt van de netbeheerders is om niet meer ruimte in beslag nemen / belemmeren dan noodzakelijk. Hier wordt zeker gekeken waar mogelijkheden zijn om tegemoet te komen aan het belang van indiener binnen de kaders van de opgave.
Nee.
Gelet hierop concludeert indiener dat het ontwerpbestemmingsplan alsook het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in strijd zijn met onder meer een goede ruimtelijke ordening.
2.
De Advocaten van Van Riet namens cliënt Agrimm B.V. Ontvangen op 15 februari 2024
a.
De gemeente heeft per email op 1 februari 2024 medegedeeld dat Agrimm haar zienswijze (onder 1) op punt k aan kon aanvullen tot 15 februari 2024. In de eerdere zienswijze heeft indiener gesteld en toegelicht dat zij ernstige bedenkingen heeft bij zowel de aard als de omvang van het hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid, dat de nut en noodzaak van een uitbreiding van deze omvang ontbreken, dat niet sprake is van duurzaam / efficiënt ruimtegebruik en dat zowel het ontwerpbestemmingsplan als het ontwerpbeeldkwaliteitsplan om die redenen in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening (volgens de Wro).
Sinds de gesprekken in genoemde periode is gedurende het planproces en de uitwerking duidelijk geworden dat het gezamenlijk ruimtebeslag van het hoogspanningsstation, de kabelverbindingen en de benodigde ruimtelijke en landschappelijke inpassing meer ruimte in beslag neemt dan de aanname van toentertijd. Onderdeel daarvan is tevens de toegenomen vraag naar elektriciteit gedurende deze periode, en daarmee de noodzaak voor meer velden die direct in gebruik worden genomen. Daardoor kan niet worden volstaan met het eerder genoemde oppervlak.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 14
Nee.
Om dit standpunt te benadrukken verwijst indiener naar een email van 26 augustus 2021, waaruit blijkt dat Liander en TenneT toentertijd al in overleg waren met Agrimm over aankoop van een gedeelte van de gronden ten behoeve van het hoogspanningsstation. Uit de kadastrale tekening bij deze email blijkt dat er veel minder ruimte (5,6 hectare) nodig was dan waar vanuit wordt gegaan in het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbeeldkwaliteitsplan (meer dan 9 hectare). b.
Indiener geeft aan dat zowel Liander en TenneT als de gemeente Amstelveen in een overleg op 8 februari 2024 hebben erkend geen rekening te hebben gehouden met de belangen van indiener, ondanks dat de gronden wel in het eigendom zijn bij indiener en zij juist belang heeft dat het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk blijft. Los van dat dit volgens indiener niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening (Wro) is het ook nog eens zeer onzorgvuldig.
De netbeheerders hebben aangegeven rekening te houden met het algemeen belang. De stelling dat de belangen van indiener niet in beschouwing zijn meegenomen is onjuist. De gemeente heeft in aangehaalde overleg aangegeven dat de communicatie met indiener beter had gekund, maar dit staat los van het rekening houden met de belangen van de indiener. Die belangen zijn en worden wel degelijk in de belangenafweging betrokken.
c.
Indiener heeft in de eerdere zienswijze gesteld en toegelicht dat, willen de kosten van een investering voor verrekening in de tarieven van de netbeheerder in aanmerking komen, het doel van de investering doelmatig moet zijn en het doel gerealiseerd moet zijn én dat hieraan in het onderhavige geval niet wordt voldaan, omdat Amstelveen-Zuid te groot is in aard en omvang en bovendien niet in overeenstemming is met het doel, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
Het doel van het bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van de uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation Amstelveen, de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid en een 150kV-kabelverbinding tussen beide stations op het grondgebied van de gemeente Amstelveen. Het hoogspanningsstation Amstelveen-Zuid is daar een wezenlijk onderdeel van en dus wel degelijk in overeenstemming met het beoogde doel.
Om dit punt te benadrukken verwijst indiener naar een e-mail van Liander en TenneT van 26 augustus 2021. In deze mail wordt volgens indiener expliciet bevestigd dat de netbeheerders dienen te opereren tegen de laagst maatschappelijke kosten en dit aantoonbaar dienen te onderbouwen en dat onderdeel daarvan de grondprijs die de netbeheerders betalen is.
Indiener veronderstelt daarnaast dat alléén de laagste maatschappelijke kosten bepalend zijn. In de afwegingen zitten echter ook andere aspecten als de landschappelijke inpassing, beeldkwaliteit, kosten en afhandelingstijd van storingen etc. Onder a is hier eveneens naar verwezen.
Gedurende het overleg op 8 februari 2024 hebben Liander en TenneT erkend dat zij niet meer bekend waren met deze email, terwijl zij evenmin konden toelichten waarom er thans bijna twee keer zoveel grond nodig is dan destijds het geval was. Indiener stelt op basis hiervan vast dat Amstelveen-Zuid niet in overeenstemming is met het doel zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, te groot is in aard en omvang én ook nog
Gedurende het gesprek op 8 februari 2024, waar indiener aan refereert, is vanuit de gemeente en initiatiefnemers aangegeven dat op dat moment niet precies herleid kon worden waarom het ruimtebeslag voorheen slechts 5,6 hectare was. De huidige oppervlakte van 9 hectare is een gevolg van toenemende vraag naar elektriciteit, de benodigde ruimtelijke / landschappelijke inpassing en de ruimte die de (uitgaande) kabelbedden in beslag nemen. Zie ten aanzien van de landschappelijke inpassing ook de eerdere reactie in zienswijze 1 onder q. Een goede en robuuste landschappelijke inpassing wordt
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 15
Nee.
d.
eens veel te ruim in haar jasje zit vanwege de niet-noodzakelijke landschappelijke inpassing. Dit getuigt niet van duurzaam / efficiënt ruimtegebruik en er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening (Wro).
noodzakelijk geacht voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan.
In de eerdere zienswijze onder punt k heeft indiener gesteld en toegelicht dat een gesloten (Gas Insulated Switchgear, GIS) 150 kVschakelstation meer voordelen heeft dan een open (Air Insulated Switchgear, AIS) 150 kV-schakelstation.
Het klopt dat GIS als voordeel heeft dat het minder ruimte in beslag neemt. Er zijn echter ook nadelen die hiermee samenhangen. In zienswijze 1 onder k is reeds ingegaan op de redenen waarom hier voor een AIS station is gekozen.
Daarbij is er met name op gewezen dat een GIS veel minder ruimte in beslag neemt dan een AIS. TenneT, Liander en de gemeente lijken zich niet te beseffen dat Amstelveen-Zuid gerealiseerd moet worden op gronden die volledig in eigendom en gebruik zijn van indiener. Indiener heeft er dan ook een zeer gerechtvaardigd belang bij dat er zorgvuldig met haar gronden wordt omgegaan en niet meer ruimte in beslag wordt genomen dan werkelijk noodzakelijk is.
Ten aanzien van het ruimtebeslag is onder a reeds aangegeven dat de 5,6 hectare afkomstig is uit aannames toentertijd, waarbij eveneens nog geen rekening was gehouden met een benodigde ruimtelijke en landschappelijke inpassing. De benodigde 9 hectare is juist een resultante van goede ruimtelijke ordening, waarbij eveneens is gekeken naar een zorgvuldig landschappelijke inpassing op een plek in het open landschap en realisatie van ecologische doelen aan de randen. Daarmee is het plan juist wél als duurzaam aan te merken.
Per email van 31 januari 2024 heeft TenneT de voordelen van een AIS ten opzichte van een GIS benadrukt. Opvallend is daarbij dat TenneT de voordelen van een GIS volkomen onbesproken laat en vooral dat TenneT daarin de belangen van Agrimm (een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag) compleet negeert. Indiener geeft aan dat TenneT met haar email van 31 januari 2024 bevestigt dat het haar niet boeit dat een AIS meer ruimte in beslag neemt ten koste van het eigendom van indiener door te stellen dat alleen in uitzonderlijke gevallen gekozen wordt voor een GIS-station. Met name in situaties waar de beschikbare ruimte voor een AIS-station ontbreekt, maar dat dit bij Amstelveen-Zuid niet aan de orde is. Het belang van indiener wordt daarmee genegeerd. Indiener begrijpt hier niets van. TenneT lijkt niet te beseffen dat de nut en noodzaak voor een open 150kV-schakelstation ontbreekt, ingevolgde waarvan de nut en noodzaak voor het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbeeldkwaliteitsplan van deze omvang ontbreekt en eveneens de nut en noodzaak voor een onteigening van de gronden van indiener ontbreekt. Om het verschil tussen AIS en GIS te benadrukken heeft indiener een vergelijking gemaakt van de maten en schaal van Amstelveen-Zuid ten opzichte van het gesloten 150 kV-schakelstation Langs de Akker
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 16
Nee.
(inclusief de uitbreiding daarvan) en het gesloten 150 kVschakelstation Bijlmer Noord te Amsterdam. Ook verwijst indiener opnieuw naar de email van 26 augustus 2021 met daarin een bewerkte kadastrale tekening waaruit blijkt dat Liander en TenneT in werkelijkheid veel minder ruimte (5,6 hectare) nodig hebben dan waarvan in het plan wordt uitgegaan (meer dan 9 hectare). Volgens indiener ontbreekt iedere redelijkheid vanwege de omvang van Amstelveen-Zuid en kan niet worden volgehouden dat sprake is van duurzaam / efficiënt ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening (Wro). e.
In het licht van voormelde punten concludeert indiener dan ook opnieuw dat het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan onder meer in strijdig met de Wro (waaronder een goede ruimtelijke ordening), de Elektriciteitswet 1998, het Besluit ruimtelijke ordening, de Algemene wet bestuursrecht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Indiener verzoekt de gemeenteraad om primair het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan niet dan wel subsidiair, met in achtneming het voormelde, gewijzigd vast te stellen.
Wro Het voorliggende bestemmingsplan is een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wro. Het bestemmingsplan is opgesteld conform SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Het bestemmingsplan is overeenkomstig de SVBP 2012 gedigitaliseerd opgesteld. Het bestemmingsplan wordt elektronisch/digitaal beschikbaar gesteld op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Op dit punt voldoet het bestemmingsplan aan de Wro. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen.[1] In de plantoelichting is toegelicht waarom een netuitbreiding van de bestaande energie-infrastructuur in Amstelveen en Amstelveen-Zuid noodzakelijk is. Daarbij zijn alle ruimtelijke relevante belangen afgewogen. Van strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening is daarom geen sprake. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte en bevat toetsbare criteria. Het beeldkwaliteitsplan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte. Het
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 17
Nee.
ontwerpbeeldkwaliteitsplan bevat een analyse van de omgeving en de locatie. In het ontwerpbeeldkwaliteitsplan is onderbouwd wat de nut en noodzaak voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet is. Ook is er gekeken naar de inpassing en beeldkwaliteit. Aangezien niet wordt aangegeven waarom het beeldkwaliteitsplan gebrekkig is, kan de zienswijze niet nader weerlegd worden. [1]
AbRS 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4240, r.o. 4.2 (TenneT).
Elektriciteitswet 1998 Er wordt gesteld dat het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in strijd is met de Elektriciteitswet 1998, maar dit wordt niet nader gemotiveerd. Daarom wordt in deze Nota niet nader ingegaan op de gestelde strijd. Het Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: ‘het Bro’) bevat onder meer regels waar een bestemmingsplan aan moet voldoen. Uit de zienswijze blijkt niet waarom het bestemmingsplan niet zou voldoen aan het Bro. In paragraaf 5.2.4 van de plantoelichting is aandacht besteed volledig toegewijd aan het Bro. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de regels uit het Bro. De Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘de Awb’) bevat algemene regels bevat voor de verhouding tussen de overheid enerzijds en burgers en bedrijven anderzijds. Aangezien niet wordt onderbouwd waarom het bestemmingsplan niet zou voldoen aan de Awb, blijft een nadere reactie op deze zienswijze achterwege. Het rechtszekerheidsbeginsel Het rechtszekerheidsbeginsel beschermt de burger tegen onzekerheid en tegen willekeur van de kant van de overheid. Niet valt in te zien waarom het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan in strijd zouden zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 18
Het zorgvuldigheidsbeginsel Volgens artikel 3:2 van de Awb vergaart het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom het bestemmingsplan en her beeldkwaliteitsplan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel zouden zijn. Het motiveringsbeginsel Artikel 3:47 van de Awb bepaalt dat de motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit. De plantoelichting bevat de motivering die aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt. Zie hierover ook het voorgaande kopje 'Wro'. 3.
Teus’Advies Omgevingsadviseurs namens cliënt Ontvangen op 1 februari 2024
a.
Een uitgangspunt voor de tracékeuze is het zo veel mogelijk volgen van de perceelsgrenzen. Dit komt echter niet terug op de plek waar het tracé de Bovenkerkweg doorkruist. Het tracé doorkruist de percelen 495 en 66 (van sectie N van de kadastrale gemeente Amstelveen) praktisch in het midden van deze percelen. Na ruim 150 meter vanaf de kruising met deze percelen gaat het tracé weer verder langs de perceelsgrens.
Het tracé wordt ter hoogte van de doorkruising van de Bovenkerkerweg gewijzigd. Het tracé zal zo noordelijk mogelijk op de percelen 495 en 66 worden gelegd, zodat zo veel mogelijk de perceelsgrenzen worden gevolgd. Uitgangspunt bij het tracé is echter ook dat deze in zijn geheel niet overlapt met aanwezige bouwvlakken. In het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ is een bouwvlak aangeduid op de percelen 60, 431 en 56. Daarom zal het tracé pas na het bouwvlak op het zuidelijke gedeelte van perceel 60 komen te liggen.
Ja, verbeelding.
b.
De huidige onderbouwing van de magneetveldenzones ziet toe op oude beleid. Dit beleid is inmiddels geactualiseerd. De tekst over deze velden dient dus geactualiseerd te worden. Het voorzorgbeleid geldt ook voor ondergrondse verbindingen.
De onderbouwing van de magneetveldzones in het ontwerpbestemmingsplan wordt geactualiseerd op basis van het herijkte voorzorgbeleid dat sinds 21 april 2023 van kracht is.
Ja, toelichting.
c.
Indiener ziet graag dat het tracé, voor zover dat nu door het midden van de agrarische gronden loopt, meer richting het noorden tegen de erfgrens verplaatst wordt. Door de afstand van het tracé tot het erf van de indiener te vergroten, wordt het magnetisch veld ter plaatse ook zwakker en wordt de (kans op) blootstelling verkleind; niet alleen voor de indiener zelf, maar ook voor de bezoekers van zijn manege. Indiener verzoekt het bestemmingsplan hierop aan te passen.
Zoals reeds onder a is benoemd, wordt het tracé ter hoogte van de doorkruising van de Bovenkerkweg gewijzigd. Met de benoemde wijziging wordt de afstand van het tracé tot het erf van de indiener zo groot mogelijk.
Ja, verbeelding.
Door de Europese commissie worden grenswaarden aanbevolen voor de blootstelling van burgers aan elektrische en magnetische velden.
Nota van Beantwoording inspraak ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding blz. 19
Deze grenswaarden gelden ook als aanbeveling in Nederland en voor 50 Hz magnetische velden bedraagt deze 100 microtesla. Deze grenswaarde is ook van toepassing op kortstondige blootstelling van burgers. De blootstellingslimiet van 100 microtesla wordt op voor het publiek toegankelijke plaatsen bij hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels en transformatorhuisjes nergens overschreden. Vanaf 21 april 2023 is herijkt voorzorgbeleid voor de jaargemiddelde blootstelling aan magneetvelden van kracht. Het huidige voorzorgbeleid wordt aangevuld met bronmaatregelen voor onder andere ondergrondse kabels: het treffen van redelijke en proportionele maatregelen aan het elektriciteitsnet, waardoor het magneetveld van netcomponenten daadwerkelijk verminderd wordt. Relevante en uit te voeren bronmaatregelen daarbij zijn faseoptimalisatie en het in driehoek leggen van kabels of toepassen van drie-fasenkabels. Dit wordt in dit project ook toegepast. d.
e.
Indiener is voornemens de agrarische gronden te gebruiken voor het weiden van paarden. Door het huidige tracé zullen de paarden en berijders langdurig blootgesteld worden aan het elektromagnetische veld. De toelichting geeft geen inzicht in de gevolgen van het elektromagnetische veld op de mogelijkheden en risico’s om ter plekke paarden te houden. Dit zou beter en nader gemotiveerd moeten worden.
Zoals reeds onder b benoemd, wordt de onderbouwing van de magneetveldzones in het ontwerpbestemmingsplan geactualiseerd.