CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bomenplan ‘Amstelveen Bomenstad, bomenplan gemeente Amstelveen’

Raadsvergadering 29 januari 2025, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bomenplan ‘Amstelveen Bomenstad’12.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zone rond de boom die bestaat uit de kroonprojectie (kroonrand) + 1,5 meter.

32

Verplantbaarheids-

Onderzoek naar de verplantbaarheid van bomen.

onderzoek

Dit onderzoek wordt meestal door een European

beheer erop gericht is een bepaalde boomvorm in

Tree Technician uitgevoerd. Bij dit onderzoek

stand te houden. Bijvoorbeeld een knotboom of

wordt gekeken naar de kwaliteit van de boom

leiboom.

en groeiplaats, daarnaast worden allerlei aspecten rond de verplantbaarheid onderzocht, zoals de samenstelling van de wortels en ‘kluit’, de transportroute en de nieuwe standplaats. Vaak wordt daarbij bodemonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door proefsleuven of grondboringen te maken. Veterane bomen

Vormboom

Vrij uitgroeiende boom

Groepering van een aantal boomtypes waarbij het

Boom waarbij geen eisen worden gesteld aan een ‘vrije doorgang’ onder de kroon. Deze bomen worden niet opgesnoeid. Vaak worden deze vanaf de kwekerij al geleverd als boom met takken die onderaan de stam beginnen. Dit is de vorm die de boom ‘van nature’ zou laten zien.

Bomen die zogenaamde ‘veteraankenmerken’ vertonen. Deze bomen hebben hun hoogtepunt qua omvang achter zich liggen, maar hun levenscyclus is vaak nog lang niet voltooid. De boom veroudert, verliest takken, zijn conditie gaat achteruit en hij neemt vaak af in omvang. In de boom zien we rottend hout, vruchtlichamen en holtes.

33

Bijlage 1. Wettelijke kaders In het Burgerlijk Wetboek (BW) staan regels opgenomen met betrekking tot geschillen tussen

verwijderen zonder ontheffing. 4. Toezicht en Handhaving door Provincies:

burgers onderling én burgers en de overheid. Dit

Provincies zijn verantwoordelijk voor het verlenen

betreft onder andere:

van vergunningen, het toezicht op naleving

• Het principe van de ‘onrechtmatige daad’ (art. 6:126

van de wet en de handhaving. Dit betekent dat

BW), waaruit de zorgplicht rond bomen voortkomt. • De ‘Verboden zone’ (art. 5:42 BW). Dit is de regel dat bomen minimaal 2 meter uit de erfgrens moeten

samenwerking met provinciale autoriteiten essentieel is bij het uitvoeren van activiteiten onder deze wet.

staan. • Artikelen 5:37 en 5:44 gaan over hinder en overlast. Het gaat dan om overhangende takken of doorschietende wortels, maar ook over onrechtmatige hinder. In het Bomenplan is opgenomen hoe wordt omgegaan met hinder. Binnen de Omgevingswet zijn er o.a. de volgende wettelijke kaders van toepassing: 1. Kapvergunning en Kapmelding: Voor het kappen van bomen buiten de bebouwde kom is vaak een vergunning of melding verplicht. Dit geldt ook voor bomen in beschermde natuurgebieden. 2. Herplantplicht: Na het kappen van bomen geldt vaak een verplichting om nieuwe bomen te planten. Dit is bedoeld om het verlies van bomen te compenseren en de biodiversiteit te behouden. 3. Bescherming van Soorten: Het is verboden om beschermde inheemse soorten, zoals bepaalde bomen en planten, te verstoren, te beschadigen of te

34

Bijlage 2. Quick scan Amstelveense bomen Voor dit Bomenplan is de beheerdata van de gemeente geanalyseerd. Dit is terug te lezen in hoofdstuk 3 van het Bomenplan. Daarnaast is er een steekproef

Groeiplaats bovengronds

geweest, waarbij 2% van het bomenareaal (400 bomen) 10%

is bekeken, om te kijken of de data ook klopt. Bij de quickscan zijn ook 25 particuliere waardevolle bomen

5% 24%

++ +

9%

en 21 gemeentelijke waardevolle bomen meegenomen.

=

De bomen zijn beoordeeld op een aantal aanvullende

-

aspecten. Dit zegt veel over de kwaliteit van de boom en zijn groeiplaats:

52%

--

• Groeiplaats, zowel bovengronds als ondergronds • Beheerachterstand • Conditie • Levensverwachting (leeftijd + toekomstverwachting)

De bovengrondse groeiplaats heeft een grote invloed op de uiteindelijke groei van de boom.

Groeiplaats bovengronds De gemiddelde bovengrondse groeiplaats ziet er goed uit. Veel bomen staan in gazons, bermen en bosplantsoen. Als de boom in verharding staat, staat hij in een plantvak. Wanneer de boom in een boomspiegel staat, dan is de ruimte dan ook meteen erg beperkt en is er regelmatig sprake van overlast doordat de wortels de bestrating opdrukken.

35

Groeiplaats ondergronds

Snoeibeeld

meeste bomen stonden ten tijde van de QuickScan

De ondergrondse groeiplaats is van buitenaf niet altijd

Over het algemeen is het snoeibeeld voldoende tot

(april 2024) al goed in het blad. Opvallend was dat

goed in te schatten. Deze is dus afgeleid van de situatie

goed. Vaak zijn er situaties waarbij begeleidingssnoei

sommige bomen met een kleine bovengrondse

bovengrond. Hierdoor wijken de cijfers niet veel af van

(opkronen) nodig is of zijn er situaties waarin de

groeiplaats, er wel goed en vitaal bij stonden.

de bovengrondse groeiplaats. Wel staan veel bomen

gewenste opkroonhoogte niet behaald wordt. Levensverwachting

strak langs fietspaden, waardoor de ondergrondse ruimte vaak wat beperkt is aan één zijde.

Snoeibeeld

Groeiplaats ondergronds

11%

4%

20%

4%

= 53%

--

de groei van de boom, eventuele gebreken en de 12%

29%

++ +

12%

De levensverwachting is ingeschat op basis van

1%

Figuur 2: Weinig ondergrondse groeiruimte kan leiden tot bijvoorbeeld wortelopdruk.

++

(verwachte) standplaats. Ook de soort speelt hierbij

+

een belangrijke rol: een populier wordt niet zo oud als

= 54%

--

een eikenboom. Uit de analyse is gebleken dat een ruime meerderheid zeker nog 40 en 60 jaar meekan. De bomen die minder dan 20 jaar meekunnen, waren bomen die in combinatie met snoeibeeld, bovenen ondergrondse groeiplaats en soort geen lange levensverwachting hebben.

Conditie Bij bomen wordt tijdens de boomveiligheidscontrole

Levensverwachting

(BVC) de conditie bepaald. Tijdens de quickscan bleek

200

dat de bomen veelal in voldoende conditie zijn. De

150

Conditie

50

1%

0

12%

133

124

100

47

33 20 jaar

40 jaar

60 jaar

80 jaar

19 100 jaar

Voldoende Onvoldoende

0%

Slecht 0% 87%

Dood N.v.t.

36

Bijlage 3. Interne boomprocedure stap 7. Als blijkt dat bomen echt niet kunnen worden

Met de interne boomprocedure beschermt de gemeente

noodzakelijk is. Hier is sprake van indien er

alle gemeentelijke bomen binnen projecten. Geen

werkzaamheden plaatsvinden in de kwetsbare

gecompenseerd binnen het projectgebied

enkele boom wordt onnodig gekapt en gekapte bomen

boomzone (kroonprojectie

of in de directe omgeving, dan moet een

worden gecompenseerd, ongeacht de beleidsklasse. Dit

Toekomstverwachting (< of > 5 jaar) en

waardebepaling worden uitgevoerd in opdracht

gebeurt bij voorkeur binnen het project.

beleidsklasse zijn hierin leidend. Indien een

van de initiatiefnemer, volgens het Rekenmodel

BEA noodzakelijk is laat de initiatiefnemer deze

Vervangingskosten (volgens het onderdeel

uitvoeren;

‘Boomtaxatie’ uit het Handboek Bomen);

De interne boomprocedure is van toepassing

+ 1,5 meter).

stap 8. Het bedrag uit de waardebepaling wordt

op gemeentelijke bomen die in het kader van

stap 3. De initiatiefnemer en de boombeheerder

een reconstructie, renovatie- of bouwproject

beoordelen de uitkomsten van de BEA. De

vervolgens gebruikt voor compensatie van

moeten wijken. Op bomen die tijdens de jaarlijkse

beleidsklasse en de conclusies uit de BEA

de gekapte bomen elders in de gemeente.

bomenrenovatie op de kaplijst worden geplaatst is

bepalen het vervolgtraject. Bij beleidsklasse

De initiatiefnemer plant minimaal evenveel

deze richtlijn niet van toepassing.

I is planaanpassing noodzakelijk en bij

bomen aan als het aantal gekapte bomen. De

beleidsklasse II, III en IV moet onderzoek

compensatie kan worden ingevuld door een

Bij de interne boomprocedure wordt onderstaand

gedaan worden naar mogelijke planaanpassing

grote maat bomen aan te planten (bijvoorbeeld

proces gevolgd:

om de boom duurzaam te behouden.

omtrekmaat 35-40) en door ruime

Daarnaast moet bij beleidsklasse II ook de

groeiplaatsen in te richten. In uitzonderlijke

boomstructuur behouden blijven;

gevallen, als compensatie niet mogelijk is, wordt

stap 4. Na een eventuele planaanpassing dient

het (resterende) bedrag uit de waardebepaling

stap 1. De initiatiefnemer start bij aanvang van het project de interne boomprocedure. Alle onderstaande vervolgstappen worden middels

de initiatiefnemer een voorstel in waarin

aan de gemeente overgemaakt;

een formulier ‘Interne boomprocedure’

het voornemen tot het kappen/rooien

stap 9. De voorgenomen kap en invulling van de

vastgelegd. Het formulier bevat in ieder

van gemeentelijke bomen beschreven en

herplant wordt vooraf afgestemd met de

geval de reden en motivatie van kap, een

beargumenteerd wordt en informeert de

wethouder Groen en gecommuniceerd aan de

toelichting op de compensatie/herplant en een

wethouder Groen;

inwoners door de initiatiefnemer.

situatieschets; Stap 2. In een vroeg stadium, in de schetsfase, stemt de initiatiefnemer met de Adviseur Groen/boombeheerder af of een onafhankelijk bomenonderzoek (BEA)

stap 5. De Adviseur Groen voert een beoordeling uit van het bomenonderzoek en het project inclusief het compensatieplan;  et ontwerp wordt vastgesteld of indien nodig stap 6. H op basis van de beoordeling uit stap 5 gewijzigd;

37

Werkwijze Bomeneffectanalyse Als uit de interne boomprocedure blijkt dat de boom behouden moet blijven, is in de meeste gevallen een Bomeneffectanalyse (BEA) nodig. Bij dit onderzoek wordt bepaald wat de effecten van werkzaamheden zijn op de bomen. Daarnaast worden eisen en randvoorwaarden geformuleerd om de bomen en hun groeiplaats te beschermen. Bij een BEA gelden de volgende vervolgstappen: • De uitvoerder van het werk stelt een werkplan op, op basis van de eisen en randvoorwaarden uit de BEA. Deze wordt ter toetsing aan de boombeheerder voorgelegd. Het opvolgen van de voorwaarden uit het werkplan wordt onderdeel van het contract met de uitvoerder. • De projectleider is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving of de voorwaarden uit het werkplan worden opgevolgd. Dit zal hij uitbesteden aan een boomtechnisch adviseur. • De bomenposter ‘Werken rond bomen’ uit het Handboek Bomen wordt gebruikt als communicatiemiddel. Deze wordt onder de aandacht gebracht bij de projectmanager, die deze vervolgens neerlegt bij de aannemers.

38

Bijlage 4. Bomenstructuurkaart

N

0

1.

STRUCTUURDRAGER

2.

STADSDRAGER

3.

HISTORISCHE VERBINDINGEN

4.

WIJKDRAGER

5.

PARK

6.

SPORTPARK

7.

GROEN BLAUWE LINTEN

1

2 km

39

Toelichting Bomenstructuurkaart 1. Structuurdrager A. Definitie Een structuurdrager is een weg met een bosachtige uitstraling. Dit is een beeldbepalende structuur op stedelijk gebied. Tevens is het een ecologische verbinder van en voor de stad. B. Hoofdfunctie 1. Het begeleiden van de weg. 2. Ecologische corridor, bestaande uit verschillende landschappen (parkway). C. Criteria 1. Natuur en klimaatwaarden staan centraal bij de inrichting 2. Continuïteit van de groenzone langs beide zijden van de wegbaan. De groenzone heeft een minimale breedte van 10 meter aan weerszijden van de weg. Waar mogelijk is de middenberm ook minimaal 10 meter breed. 3. Variatie aan beplanting in verschillende lagen van het groen. Niet alleen bij de bomen, maar ook in de kruidenlaag en struiken. D. Actiepunten 1. Bewaken continuïteit in doorlopendheid structuurdrager. 2. Investeren in de kroonvolumes en gelaagdheid bij toekomstige ontwikkelingen.

40

2. Stadsdrager A. Definitie Stadsdragers zijn de verbinders tussen de verschillende wijken en invalswegen. Ze zijn kenmerkend voor de stad en de wijken, en passen zich aan aan de omgeving. Ze hebben eigen herkenbare identiteit. Het zijn bomen van de 1e grootte en hebben daarom voldoende onderen bovengrondse groeiruimte nodig. B. Hoofdfunctie 1. Het begeleiden van de weg 2. Het bepalen van de identiteit en herkenbaarheid van een weg. C. Criteria 1. Een herkenbaar beeld per straat. Robuust en doorgaand. 2. Streven naar aaneengeslotenheid en waar mogelijk bomen aan weerszijden van de weg. Groeiplaats is erg belangrijk, omdat bomen voldoende kroonvolume moeten kunnen ontwikkelen. Wanneer er sprake is van een middenberm, die meestal openhouden. 3. Bomen van de 1e grootte bij voorkeur en indien de context het niet toelaat 2e grootte. 4. Het aanplanten van monoculturen moet voorkomen worden. D. Actiepunt 1. Investeren in de continuïteit van de structuur. 2. Investeren in robuustheid van de structuur.

41

3. Wijkdrager A. Definitie Een wijkdrager versterkt de herkenbaarheid van de wijkontsluitingsweg. Het is een continue en doorgaande boomstructuur. B. Hoofdfunctie 1. Begeleiding wijkontsluitingswegen 2. Het bepalen van de eigen unieke identiteit van de wijk. C. Criteria 1. Wijkdragers verschillen naargelang de stedenbouwkundige opzet per wijk. 2. Bomen van de 1e of 2e grootte zorgen voor de gemeenschappelijke herkenbaarheid. 3. Er is meer variatie in vorm en grootte bomen. D. Actiepunten 1. Investeren in de continuïteit van de structuur. 2. Investeren in robuustheid van de structuur.

42

4. Historische wegen A. Definitie De historische wegen van Amstelveen onderscheiden zich van de stadsdragers door hun sterke relatie met het historische Amstelveen. Hetzij door hun ligging op de polderdijken of door het historisch gebruik als ontginningswegen of loopvelden. Veel historische wegen waren vroeger ontginningswegen die de verbinding maakten binnen Amstelveen, maar ook vanuit Amstelveen naar het buitengebied. De wegen liggen meestal op dijken. B. Functie 1. Het begeleiden van de weg 2. De cultuurhistorische identiteit van Amstelveen behouden. C. Criteria 1. De bomen moeten passen bij de cultuurhistorische identiteit. 2. Bij bomenlanen streven naar eenzelfde beeld met verschillende soorten of ondersoorten op basis van de huidige grondslag. 3. De wegen zoveel mogelijk aaneengesloten maken, met de bomen in de open berm. 4. Bomen van de 1e grootte bij voorkeur en indien de context het niet toelaat 2e grootte. D. Actiepunten 1. Investeren in de robuustheid van de structuur.

43

5. Park A. Definitie De Amstelveense parken hebben ieder hun eigen karakter binnen de wijk en/of voor de stad. Het is de plek waar huidige en toekomstig monumentale en waardevolle bomen vrijuit kunnen groeien. Alle waarden van bomen vinden een plek in het park (natuur, klimaat, gezondheid en identiteit). B. Hoofdfunctie 1. Recreatieve waarde: waaronder (zachte) sport en spel. 2. Natuurwaarde: brengt de natuur in de stad. 3. Gezondheidswaarde: verblijfplaats en ontmoetingsplek voor inwoners met gevarieerde beplanting. 4. Klimaatwaarde: voldoende schaduwplekken en grote onverharde oppervlaktes. 5. Identiteitswaarde: versterkt de wijk identiteit. C. Criteria 1. Voldoende vrije groeiplaatsen voor (toekomstige) monumentale en waardevolle 1e grootte bomen. 2. Bomenkeuze is meer vrijgelaten, insteek afhankelijk van karakteristiek en is in harmonie met de overige beplanting. 3. Bomen dragen bij aan de natuurwaarde. D. Actiepunten 1. Waarde van de bestaande bomen bekijken en evalueren. 2. Investeren in de robuustheid van het boomkroonvolume. 3. Natuurvolgend beheer.

44

6. Sportpark A. Definitie Een groene zone waarin sport centraal staat. De bomen en het groen vormen het kader van de sportvelden. B. Hoofdfunctie 1. Visueel afschermen van de velden onderling, maar ook van het sportpark met de wijk. 2. Schaduw geven en wind en regen afvangen. 3. Natuurwaarde: ecologische corridor. C. Criteria 1. Brede houtsingels van minimaal 10 meter rondom het sportpark. 2. Aaneengesloten, gelaagd, 1e grootte bomen. 3. Ruimte voor natuurvolgend beheer (dood hout mag). D. Actiepunt 1. Herkenbaarheid creëren op betekenisvolle plekken. 2. Behouden en versterken van de bestaande laanstructuren en singels.

45

7. Groen blauwe linten Definitie Een lijnvormige waterstructuur met langs beide kanten een brede groenstrook waarin de verschillende gelaagdheden in verschillende vormen voorkomen. Groen blauwe linten

4. Het ervaren van het water is van belang; er zijn zichtlijnen en doorkijken met bij voorkeur natuurvriendelijke oevers. 5. Bomen kunnen verspringend en in diverse

spelen een belangrijke rol in de groenstructuur van

plantmaten aangeplant, maar ook in rijen,

Amstelveen. Ze lopen als groen-blauwe aderen door de

afhankelijk van de karakteristiek van de singel.

stad. De parkachtige omgeving en inrichting maakt het

6. Variatie in sortiment. Afwisseling in bijvoorbeeld

aantrekkelijk voor mens en dier om hierin te verblijven.

bloeitijd en herfstkleur.

Hoofdfunctie

Actiepunten

1. Ecologische corridor voor tal van diersoorten.

1. Verbroken verbindingen herstellen.

2. Natuurwaarde: Versterken van de biodiversiteit in de

2. Ruimte bieden voor verschillende gelaagdheden

stad. 3. Vormen zowel een functionele verbinding als ruimtelijke scheiding tussen de verschillende buurten

binnen de singels. 3. Biodiversiteit versterken door het toepassen van diverse boomsoorten.

en wijken. 4. Klimaatwaarde: Schaduwplek en water vasthouden, afkoelingsplaatsen voor mens en dier. 5. Gezondheidswaarde: combinatie met fiets- en wandelnetwerk door de stad. Criteria 1. Bij bos- en heemplantsoen is er een gevarieerde boom- en struikbeplanting. Met bomen in verschillende maten. 2. In heemplantsoen is er bovendien sprake van gelaagdheid: een kruidlaag, struiklaag en boomlaag. 3. Er is samenhang waardoor er netwerkstructuur ontstaat.

46

Bijlage 5: Groeiplaats Een boom kan zich alleen duurzaam ontwikkelen

Aandachtspunten:

wanner hij een goede groeiplaats heeft . De groeiplaats

• Als de gemeente bomen met beleidsklasse I

die een boom nodig heeft is ongeveer net zo groot als

aanplant, geldt dit als een toekomstige waardevolle

de boomkroon van een boom. Voor de inrichting van

boom, monumentale boom of herdenkingsboom

een groeiplaats worden de criteria van het Handboek

(zie paragraaf 4.1 Bomenplan). Bij deze bomen is een zeer ruime groeiplaats nodig.

Bomen gevolgd.

• Binnen beleidsklasse II, met name in de parken, Beleidsklasse Beleidsklasse I Beleidsklasse II

Beleidsklasse III

Omloop en boomgrootte

Groeiplaats

1e grootte, >120 jaar

Minimaal 40 m3

1e grootte, >80 jaar

25-45 m3

1e grootte, >60 jaar

20-30 m3

1e grootte, >40 jaar

komen ook bomen voor van de 2e of 3e grootte. In die gevallen gelden de richtlijnen vanuit de boomgrootte. • Vormbomen komen soms ook voor binnen beleidsklasse I, bijvoorbeeld leilindes rond historische gebouwen. In die gevallen wordt de richtlijn vanuit de boomgrootte gebruikt.

15-25 m3

2 grootte e

Beleidsklasse IV

3e grootte

7,5-15 m3

Vormbomen3

3-7,5 m3

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=82ebf37f-d207-4e33-a27c-5e5b5ecb97b1