CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk27.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

25

Tabel 1

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LA,max op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in en aanpandige gevoelige gebouwen LA,max in en aanpandige gevoelige gebouwen

07:00 - 19:00 50 dB(A)

19.00-23.00 45 dB(A)

23.00-07.00 40 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

7.4.2 Toets Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is het maximale geluidsniveau veroorzaakt door een skatepark (inclusief stemgeluid) op de omliggende woningen onderzocht. Daarbij is getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uit het akoestisch onderzoek komt naar voren dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op twee woningen hoger is dan de grenswaarde afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uit het onderzoek van de maatregelen komt naar voren dat een geluidsscherm de beste maatregel is. Het gaat dan om een geluidsscherm van 3 meter hoog en 40 meter lang. 7.4.3 Conclusie Met het toepassen van de maatregel in de vorm van een geluidsscherm blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau voor iedere woning voldoet aan het toetsingskader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en daarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

7.5 Luchtkwaliteit 7.5.1 Kader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programmaaanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: <0000> er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

26

<0000> <0000> <0000>

een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: <0000> 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; <0000> 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; 7.5.2 Toets Onderhavige ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een skatepark. Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs de Legmeerdijk en Schweizerlaan onder de grenswaarden lagen (< 35 µg/m3). Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Daarmee kan worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een goed verblijfsklimaat binnen het plangebied is gegarandeerd.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

27

Figuur 7.3: NSL-monitor 7.5.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. Binnen het plangebied is sprake van een goed verblijfsklimaat.

7.6 Externe veiligheid 7.6.1 Kader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

28

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 7.5: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport Verantwoordingsplicht in het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaand figuur weergegeven.

Figuur 7.6: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico 7.6.2 Toets Inrichtingen en externe veiligheid Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart geraadpleegd. De dichtstbijzijnde inrichting met een potentieel veiligheidsrisico betreft een inrichting met een LPG-installatie aan de toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

29

Aalsmeerderweg te Amstelveen. De grens van de inrichting ligt op een afstand van circa 180 meter tot het plangebied. Gelet op deze afstand wordt voldaan aan de effectafstand van 60 meter tussen een LPG-tankstation en een (beperkt) kwetsbaar object. Voor het plaatsgebonden risico gelden op grond van artikel 5, lid 3 Bevi jo. artikel 2 Revi vaste afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit betreft in onderhavig geval een contour van 25 meter tot het LPG-vulpunt en LPG-reservoir en 15 meter tot de LPG afleverinstallatie. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren, derhalve is het plaatsgebonden risico niet van invloed op het onderhavige initiatief. Het groepsrisico wordt niet bepaald aan de hand van vaste contouren. De noodzaak tot verantwoording van het groepsrisico wordt bepaald aan de hand van de vraag of de toevoeging van (beperkt) kwetsbare objecten is gelegen binnen het invloedsgebied van de inrichting. Voor LPG-tankstations geldt een invloedsgebied van 150 meter, gerekend vanaf het LPG-vulpunt en LPG-reservoir. Aangezien het plangebied niet binnen het invloedsgebied van het LPG-station valt, is een groepsrisicoberekening niet noodzakelijk.

Figuur 7.7: Risicokaart Transportroutes en externe veiligheid Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

30

tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante transportassen zijn gelegen, is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1,9 km van de Rijksweg A9 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor deze weg geldt dat er op basis van de risicokaart geen sprake is van een risicocontour die overlapt met het onderhavige plangebied. Het plaatsgebonden risico is daarmee niet van invloed op het ruimtegebruik binnen het plangebied. Het aspect 'transportroutes' vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief. Er hoeven geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied door transport van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen en externe veiligheid Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), wat inwerking is getreden op 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording van het groepsrisico van relevante buisleidingen.

Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden. Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. De dichtstbijzijnde buis ligt op circa 870 meter van het plangebied. Er is geen sprake van een PR 10-6 risicocontour welke overlapt met het plangebied. Het plangebied ligt evenmin binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Gelet op de ruime afstand van de buisleiding tot het plangebied vormt de ligging van de leiding geen belemmering voor het onderhavige initiatief. 7.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

7.7 Flora en fauna 7.7.1 Kader Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuur Netwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Middels een quickscan zijn de natuurwaarden van het plangebied en de consequenties die daaraan verbonden zijn, inzichtelijk gemaakt (zie bijlage 4). 7.7.2 Toets De Gemeente Amstelveen is voornemens een skatepark aan te leggen tussen de Legmeerdijk en de Schweitzerlaan. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. In het projectgebied komen mogelijk algemene broedvogels voor die in het projectgebied kunnen broeden binnen de periode maart – augustus. Overige beschermde functies van

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

31

flora en fauna worden door het ontbreken van potentieel habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen (zie bijlage 4 quickscan Wet natuurbescherming). Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten. Er is een stikstofonderzoek (zie bijlage 7) uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie op de natura 2000 - gebieden. Er vinden mogelijk kapwerkzaamheden plaats. De es in het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van de gemeente Amstelveen. De schietwilg in het projectgebied bevindt zich niet binnen de bebouwde kom van de gemeente Amstelveen. Aangezien het één boom betreft, is een kapmelding bij de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland niet verplicht. Er is geen aanvullend onderzoek naar beschermde soorten noodzakelijk. Wel dient er rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels en de algemene zorgplicht. Het is aan te bevelen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) uit te voeren. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen van vogels plaatsvinden kunnen mogelijke nestlocaties van algemene broedvogels worden vernietigd. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd.

Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van de algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een melding te worden gedaan bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten. 7.7.3 Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen plan. Er worden geen effecten op nabijgelegen natuurgebieden verwacht en ontheffing is niet nodig. Wel wordt er geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen te verrichten.

7.8 Verkeer en parkeren 7.8.1 Kader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. 7.8.2 Toets

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

32

De gemeente Amstelveen heeft de Nota Parkeernormen (2021) opgesteld. De stad groeit en om ondanks deze groei de stad bereikbaar te houden, is deze nota opgesteld. Zo kan er in een vroeg stadium het parkeren binnen het plan getoetst worden en de juiste parkeernorm worden bepaald. De parkeernota schrijft geen parkeernormen voor aan ontwikkelingen zoals een skatepark in onderhavig bestemmingsplan. Maar een skatepark is vergelijkbaar met de functie sportveld uit de Nota parkeernormen Amstelveen 2021. Voor een sportveld is de parkeernorm 13 parkeerplaatsen per ha netto sportterrein en voor fietsparkeren is dat 61 fietsparkeerplaatsen per ha netto sportterrein. Het skatepark is 1436 m2 groot, waarvan 1200 m2 is verhard. Dit betekent dat er 2 parkeerplaatsen nodig zijn en 8 fietsparkeervoorzieningen. Uit een parkeerdrukmetingen blijkt dat er in de Schweitzerlaan (tegenover het plangebied) buiten werktijden maar 5% van de 83 parkeerplaatsen bezet is en binnen de werktijden maar 56%. Hier is daarom voldoende parkeercapaciteit om de 2 parkeerplaatsen van het skatepark op te vangen. Voor (brom)fietsers worden naast het skatepark 8 stuks parkeervoorzieningen aangebracht. Het skatepark heeft nagenoeg geen verkeersaantrekkende werking voor gemotoriseerd vervoer. De meeste gebruikers van het skatepark zullen op de fiets, brommer of lopend komen. Een enkeling zou mogelijk met de auto komen.

De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze enkele auto's te verwerken. De ontsluiting voor fietsers en brommers blijft ongewijzigd. Deze verkeersbewegingen nemen in potentie toe, maar deze kunnen in de huidige verkeerssituatie ontsloten worden. Mogelijk wordt er in de toekomst een fietstunnel gerealiseerd die de verkeerssituatie op de kruising Legmeerdijk/Aalsmeerderweg/Schweizerlaan optimaliseert. Daarnaast worden in het plan parkeerplaatsen voor fietsen en brommers gerealiseerd. 7.8.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. De verkeersgeneratie die door de aanleg van het skatepark zal ontstaan is verwaarloosbaar en staat verdere planvorming niet in de weg.

7.9 Bedrijven en milieuzonering 7.9.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies enerzijds, en het wonen anderzijds, noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken (zie tabel 7.3). Tabel 7.3: Richtafstanden VNG

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

33

De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat van de omgevingstypes 'rustige woonwijk/rustig buitengebied', of van 'gemengd gebied'. Een 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een 'gemengd gebied' is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen, of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Enerzijds dient milieuzonering om hinder als gevolg van bedrijven te voorkomen en anderzijds dient het om bedrijven hun activiteiten te kunnen laten uitvoeren binnen de gangbare (hinder)normen. 7.9.2 Toets De VNG-handreiking doet uitspraken over de richtafstanden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Een skatepark betreft echter geen gevoelige functie. Ook zijn er in de omgeving van het skatepark geen gevoelige functies waarvoor het skatepark tot overlast zou kunnen zijn. De dichtstbijzijnde woning ligt op een afstand van circa 40 meter tot het skatepark. Gelet op deze ruime afstand kan worden gesteld dat het skatepark niet van invloed is op het woon- en leefklimaat ter hoogte van omliggende woningen.

7.9.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering is niet van invloed op onderhavige ontwikkeling. Onderhavig initiatief belemmert omliggende initiatieven daarnaast niet in hun bedrijfsvoering.

7.10 Kabels en leidingen 7.10.1 Kader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. 1. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; 2. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; 3. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; 4. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; 5. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.

7.10.2 Toets Er is een KLIC-melding uitgevoerd ten behoeve van de grondonderzoeken. Hieruit is naar voren gekomen dat er in het noordelijke deel bij de afrit van de Schweitzerlaan verschillende leidingen zijn gelegen. Het gaat onder andere om een lage druk gasleiding, middenspanning, laagspanning en datatransport. Aan de zuidkant van het plangebied is een OV-kabel voor een lantaarnpaal gelegen. Tevens is er door Waternet een eis voorzorgsmaatregel van toepassing (roze stippellijn in onderstaande figuur).

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

34

Figuur 7.2: KLIC-melding 7.10.3 Conclusie Rondom het plangebied liggen divers ondergrondse leidingen. Ten tijde van de realisatie dient bepaald te worden of deze leidingen behouden kunnen blijven, of verlegd moeten worden. Er is geen sprake van planologisch relevante kabels en leidingen binnen of rondom het plangebied die een beperking vormen voor het ruimtegebruik binnen het plangebied.

7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 7.11.1 Kader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

35

het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.(-beoordeling) uit te voeren.

Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. 7.11.2 Toets Het plan gaat uit van het realiseren van een skatepark. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de C-lijst. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder de categorie D 11.2. Onderstaande tabel bevat een uitsnede van de lijst.

Tabel 7.4: Uitsnede D-lijst drempelwaarden m.e.r.-beoordeling Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Uit artikel 7.16, eerste lid Wet milieubeheer (Wm) in samenhang gelezen met artikel 2, tweede lid Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat het bevoegd gezag een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te verrichten voorafgaand aan de terinzagelegging van een ontwerp bestemmingsplan, indien dat plan toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

36

voorziet in een activiteit als opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De in onderdeel D genoemde drempelwaarden spelen hierbij geen rol. Voor de in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten bestaan geen definities. Of een project kwalificeert als een 'activiteit' als opgenomen in onderdeel D dient te worden bepaald aan de hand van de aard, omvang en schaalgrootte, ligging en opzet van het project. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een kleinschalig skatepark binnen het stedelijk gebied van Amstelveen (mogelijk: D11.2 'stedelijk ontwikkelingsproject'). In dit kader kan worden gesteld dat, in relatie tot het voorliggende bestemmingsplan, dat uit jurisprudentie inmiddels volgt dat projecten vergelijkbare omstandigheden van het geval (2 vrijstaande woningen aan de rand van een dorpskern, 12 vrijstaande woningen aan de rand van een stedelijke woonwijk) niet classificeren als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1879, r.o. 6.2; 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:100, r.o. 14.2). Doorslaggevend voor dit oordeel is bij beide projecten de geringe omvang en het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing. Onderhavig plan maakt eveneens slechts een activiteit van geringe omvang met een klein ruimtebeslag voor bebouwing (geen gebouwen) mogelijk.

Het bestemmingsplan voorziet dus niet in een activiteit als opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daar er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject of landinrichtingsproject, behoeft geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft geen significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Omgevingsverordening NH2050. 7.11.3 Conclusie Zoals beschreven is er bij het onderhavige plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de (vormvrije) m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Omgevingsverordening NH2050. Er is hiervoor een mer-beoordelingsbesluit genomen.

7.12 Sociale veiligheid en leefbaarheid Het begrip leefbaarheid gaat over de aantrekkelijkheid van een gebied (of wijk) om er te wonen, leven, sporten, elkaar te ontmoeten, te spelen, elkaar hulp te vragen en meer. Het gaat daarbij niet alleen over de fysieke aspecten van een leefomgeving maar ook over de sociale aspecten. Bij het aspect sociale veiligheid gaat het om een subjectieve factor het 'zich veilig voelen' en een objectieve factor: de daadwerkelijke veiligheid. Het begrip sociale veiligheid wordt gehanteerd om spraakverwarring met verkeersveiligheid, de fysieke veiligheid te vermijden. Vanuit de stedenbouw en de ruimtelijke ordening kan een bijdrage worden geleverd door middel van een adequate vormgeving en inrichting van de gebouwde omgeving, waarmee bijvoorbeeld de kans op vandalisme, diefstal, inbraken enz. beperkt kunnen blijven. Het zich veilig kunnen voelen is mede afhankelijk van de wijze waarop woningen en andere stedelijke functies worden gemengd, gebouwen worden ontworpen en de buitenruimte wordt ingericht. Plangebied Het bestemmingsplan maakt een skatepark mogelijk op een perceel langs de Legmeerdijk (N231). Een skatepark maakt onderdeel uit van een voorziening voor jongeren om elkaar te ontmoeten en samen te spelen. Dit soort voorzieningen zijn essentieel voor de leefbaarheid van een wijk.

Gezien de ligging van het skatepark is er toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

37

daarnaast geen sprake van een onevenredige toename van overlast gezien de ligging van de omliggende woningen. Daarnaast zijn de openingstijden van het skatepark vastgelegd in de regels om te voorkomen dat het skatepark gebruikt wordt tussen 22:00 en 8:00.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

38

Bijlagen bij de toelich ng 1. Bijlage 1 nota van vooroverleg 2. Bijlage 2 bodemonderzoek 3. Bijlage 3 geotechnisch onderzoek 4. Bijlage 4 Quickscan Wnb 5. Bijlage 5 archeologisch onderzoek 6. Bijlage 6 Akoes sch onderzoek 7. Bijlage 7 S kstofonderzoek 8. Bijlage 8 nota van beantwoording

Nota van Beantwoording Ontvangen vooroverlegreacties op het

Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk Amstelveen, november 2023

Z22-062989

Wijze van beantwoording Een Nota van Beantwoording (NvB) gebruiken we voor de beantwoording van inspraakreacties c.q. zienswijzen en de vooroverlegreacties op het voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk. In deze NvB zijn de binnengekomen vooroverlegreacties op het voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk opgenomen.

De ingediende vooroverlegreacties vatten we samen. Hoewel niet expliciet beschreven, beoordelen we reacties in hun geheel. De ontvangen vooroverlegreacties behandelen we per indiener puntsgewijs. Links vindt u de samenvatting van de reacties per inzender en in de kolom daarnaast een puntsgewijze beantwoording . In de uiterste rechterkolom geven we aan of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met eventueel een korte toelichting daarop.

Nota van beantwoording – Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

datum: november 2023

blz. 2

Vooroverlegreacties art. 3.1.1 Bro Samenvatting ingediende vooroverleg reactie

Beantwoording reacties per punt

Planaanpassing

Reactie provincie Noord-Holland 1 Er moet voorkomen worden dat de gebruikers in de omgeving snacks, drinken, et cetera kunnen kopen. Dit zou kunnen zorgen voor extra, onveilige verkeersbewegingen.

2

3

4

Dit bestemmingsplan maakt enkel een skatepark mogelijk zonder horecamogelijkheden of detailhandel in levensmiddelen. In de directe omgeving van het toekomstige skatepark zijn geen horecagelegenheden gevestigd en is met name detailhandel (voor volumineuze goederen) te vinden. Het is dus uitgesloten dat er rondom het skatepark extra (onveilige) vervoersbewegingen ontstaan door de verkoop van snacks of drank. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingplan. Over brommers wordt niet gesproken in de aanvraag. Het is waarschijnlijk dat de bezoekers van het skatepark per fiets, skatend of per brommer naar het skatepark komen. Echter, aan de bestaande infrastructuur worden geen aanpassingen gedaan. Deze wordt toereikend bevonden voor het plan van de aanleg van een skatepark. Het skatepark is te bereiken via het fietspad aan de Schweitzerlaan. Het gaat om een fietsstrook die apart ligt van de rijbaan. Bij de dichtstbijzijnde kruispunten waarop het fietspad de rijbaan kruist, zijn geen zichtbeperkende structuren aanwezig. Daarnaast wordt nagedacht om hekjes te plaatsen bij de ingangen naar het skatepark, zodat gemotoriseerd vervoer daar beperkt wordt en worden parkeerplaatsen voor brommers en fietsers gerealiseerd. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingplan.

De provincie stelt dat voorkomen moet worden dat dit een Het bestemmingsplan maakt enkel de realisatie van een skatepark mogelijk. hangplek wordt en dat jongeren uit verveling gevaarlijke In de huidige situatie is er een JOP aanwezig en wordt het terrein gebruikt dingen gaan doen op de Provincialeweg. als voetbalveld. In de huidige situatie wordt het terrein dus ook al actief gebruikt door jongeren. Daarnaast wordt de ingang van het skatepark gerealiseerd aan de Schweitzerlaan. Dat betekent dat er tussen het skatepark en de provinciale weg twee groenstroken en een fietspad gelegen zijn. Hiermee wordt voldoende afstand gewaarborgd. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingplan. Omdat er geen ontwerpschets is van het skatepark adviseert Het plan gaat uit van ontsluiting aan de Schweitzerlaan, daar waar de de provincie de in en uitgang aan de Schweitzerlaan te houden. ingang naar de JOP momenteel ook is gelegen. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingplan.

Nota van beantwoording – Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

datum: november 2023

blz. 3

nee

nee

nee

nee

5

Het is gewenst om bij constatering van gevaarlijke of onwenselijke situaties snel te kunnen schakelen met handhaving.

In de gemeente Amstelveen wijst het college B en W toezichthouders aan om erop toe te zien dat bepaalde wetten en regels worden nageleefd. Het gaat hier onder meer om de volgende taken:  Milieu (waaronder afvaldumping, fiets/autowrakken, honden, huishoudelijk afval en voorwerpen openbare weg);  Overlast (waardoor controlerondes, horeca, hotspots overlast openbare ruimte, straathandel/venten en illegale reclameborden);  Parkeren/verkeer (waaronder storingen van parkeerautomaten, parkeeroverlast en te koop staande voertuigen op de openbare weg). De handhaving voor het skatepark zal niet anders worden geregeld dan de wijze waarop dit in de rest van de gemeente is georganiseerd. Mogelijke overlast van het skatepark hoort hier ook bij. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingplan.

nee

6

De provincie wil meegeven dat de locatie ook in het werkingsgebied ‘oude bosgroeiplaatsen’ is gelegen en vraagt afstemming te zoeken met de omgevingsdienst.

De provinciale omgevingsverordening stelt inderdaad dat een klein deel aan de zuidwestelijke kant van het plangebied onder het werkingsgebied ‘oude bosgroeiplaatsen’. Echter, er is geen sprake van het vellen van houtopstanden binnen het plangebied. Daarmee is artikel 4.2 en 4.3 van de Wet natuurbescherming niet van toepassing en wordt in het plan voldaan aan de gestelde regeling. Er volgt geen aanpassing van het bestemmingsplan.

nee

Reactie Waternet 1 Het plangebied is op dit moment onverhard en zal in de toekomstige situatie met 1200 m2 aan verharding toenemen. De Keur 2019 vraagt vanaf 1000 m2 toename verharding watercompensatie van 10-20%. In dit geval zal dat in open water en niet in alternatieve waterberging moeten plaatsvinden, bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het plangebied. De directe omgeving van het plangebied lijkt niet zeer kwetsbaar voor wateroverlast en daarom zal AGV 10% watercompensatie vragen.

De keur van het waterschap stelt het watersysteem gecompenseerd dient te worden met een nieuw af te graven wateroppervlak van 10% van het te verharden oppervlak. Voor het skatepark komt dit neer op 120 m2. Er zal 120 m2 extra water gecreëerd worden.

Nota van beantwoording – Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

datum: november 2023

blz. 4

2

3

4

Het plangebied bevindt zich deels in de beschermingszone van een secundaire kering. Activiteiten in de beschermingszone mogen de stabiliteit van de kering niet negatief beïnvloeden en is vergunning plichtig. AGV vraagt de ontwikkelaar voor nader overleg in contact te treden. Naast het skatepark bevindt zich een primaire watergang waar AGV verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. Het onderhoud vindt plaats vanaf de kant waarvoor de PVE beheer & onderhoud gelden. Het lijkt erop dat vanaf het fietspad oostelijk het onderhoud gepleegd kan worden. AGV vraagt de ontwikkelaar met ons voor nader overleg in contact te treden. Het bestemmingsplan meldt dat hemelwater makkelijk en snel naar de primaire watergang kan afstromen. Toch is 1200 m2 verhard oppervlak een aanzienlijke toename waardoor de piekbelasting aan hemelwater op het watersysteem toeneemt na een piekbui. Klimaatadaptief inrichten is belangrijk. Regel is dat hemelwater op een terrein (in de volgorde) zo veel mogelijk moet worden vastgehouden, geborgen, geïnfiltreerd, en vertraagd afgevoerd naar ontvangend oppervlaktewater. Dat is nu niet aan de orde. AGV vraagt de ontwikkelaar voor nader overleg in contact te treden over hoe dit in de inrichting gebord kan worden.

Er is ondertussen een vergunning verleend door het waterschap voor de aanleg van het skatepark.

Er is ondertussen een vergunning verleend door het waterschap voor de aanleg van het skatepark.

Er is ondertussen een vergunning verleend door het waterschap voor de aanleg van het skatepark.

Reactie Gasunie Gasunie heeft het plan getoetst aan het huidige externe N.v.t. veiligheidsbeleid. Op grond van deze toetsing is Gasunie gekomen tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van haar dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Reactie Liander Liander heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan.

nee

N.v.t

Nota van beantwoording – Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

nee

datum: november 2023

blz. 5

Reactie Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat West-Nederland Noord heef kennis genomen van het plan en ziet verder geen aanleiding voor een reactie.

N.v.t

Nota van beantwoording – Voorontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

nee

datum: november 2023

blz. 6

ontwerp bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk Gemeente Amstelveen Projectnummer 0471433.103

Bijlage 2

blad 15 van 145

Bodemonderzoek

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen

projectnummer 0473124.100 definitief revisie 00 7 oktober 2021

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen

projectnummer 0473124.100 definitief revisie 00 7 oktober 2021

Auteur T. Burgers, BSc.

Opdrachtgever Gemeente Amstelveen Laan Nieuwer-Amstel 1 1182 JR AMSTELVEEN

datum vrijgave 7 oktober 2021

definitief revisie 00 definitief

goedkeuring T. Burgers, BSc.

vrijgave Ir. H.E. Oosterbaan

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

1.1 1.2

Aanleiding, situatie en doel Onderzoeksstrategie en kwaliteit

2 2

2

Vooronderzoek

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Algemeen Locatiegegevens Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Asbest PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Bodemopbouw en geohydrologie Conclusie vooronderzoek en hypothese

3 3 5 6 6 6 6 6 7

3

Verrichte werkzaamheden

8

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

8 8

4

Onderzoeksresultaten

10

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Toetsingskader Analyseresultaten grond Analyseresultaten grondwater Veiligheid

10 10 11 12 12

5

Samenvatting en conclusies

14

Bijlagen 1. Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 2. Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen 3. Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming 4. Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming 5. Normen grond Wet bodembescherming 6. Normen grondwater Wet bodembescherming 7. Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit 8. Normen Besluit bodemkwaliteit 9. Toetsing PFAS aan beleidsregels Noord-Holland en Amstelveen 10. Analysecertificaten

Tekening 0473124.100-S1 Situatietekening met boringen en peilbuis

Blad 1 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

1

Inleiding In opdracht van de gemeente Amstelveen is door Antea Group in de periode juli t/m oktober 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een te realiseren skatepark. Het skatepark zal worden aangelegd ter hoogte van de kruising van de Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen.

1.1

Aanleiding, situatie en doel Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van het skatepark, inclusief de daarbij behorende aanvraag van een omgevingsvergunning. De locatie ligt ter hoogte van de kruising van de Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen en heeft een oppervlakte van circa 1.500 m2. Het terrein is momenteel in gebruik als groenstrook (berm) en volledig onverhard. Het doel van het verkennend onderzoek is vaststellen of de huidige bodemkwaliteit (grond en grondwater) een belemmering vormt voor de voorgenomen bouw van het skatepark en de verlening van een omgevingsvergunning. Tevens worden de voorlopige veiligheidsklassen voor het werken in de bodem vastgesteld.

1.2

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Voor de specifieke invulling van het onderzoek zijn de volgende protocollen en richtlijnen gehanteerd: • bodemonderzoek conform de NEN 5725 en NEN 5740; • CROW 400 voor het bepalen van de indicatieve veiligheidsklasse. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 2 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Voor het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is het ‘opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De onderstaande onderzoeksvragen worden in dit hoofdstuk beantwoord: • wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? • is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? • is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? • wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? • is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke

beïnvloeding en waar? • wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? • is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? • welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (omgevingsrapportage) Gemeente Amstelveen (bodemkwaliteitskaart) Bodemloket Topotijdreis.nl

2.2

Website, contactpersoon of archief https://odnzkg.nazca4u.nl/rapportage/viewerLookUp/Geolocator.aspx www.amstelveen.nl

Datum raadplegen 28-07-2021

www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl

28-07-2021 13-09-2021

13-09-2021

Locatiegegevens De locatie ligt ter hoogte van de kruising van de Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen en heeft een oppervlakte van circa 1.500 m2 (zie figuur 2.1). Het terrein is momenteel in gebruik als groenstrook (berm) en volledig onverhard. De locatie is gesitueerd tussen een bedrijfsterrein en een woonwijk. Direct ten zuiden van de locatie ligt een kleine jongerenontmoetingsplaats. Het terrein zal in de toekomst herontwikkeld worden als skatepark.

Blad 3 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie (bron: Street smart by Globespotter)

Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de Legmeerdijk al sinds tenminste begin 19e eeuw aanwezig is. De onderzoekslocatie is sindsdien altijd in gebruik geweest als groenstrook (talud van de dijk). Het omliggende terrein was tot eind jaren ’80 van de vorige eeuw in gebruik voor agrarische doeleinden. Hierna zijn de woonwijk en het bedrijfsterrein ontwikkeld.

Figuur 2.2: Situatie 1950 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.3: Situatie 1980 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.4: Situatie 2000 (bron: Topotijdreis)

Figuur 2.5: Situatie 2020 (bron: Topotijdreis)

Blad 4 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op tekening 0473124.100-S1.

2.3

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bekende gegevens Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Ten noorden van de locatie is een stortplaats aanwezig. Dit betreft vermoedelijk een oude watergang die is gedempt. Gezien de afstand tot de onderzoekslocatie (ca. 30 meter), wordt niet verwacht dat de stort de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie nadelig heeft beïnvloed. Op en in de directe omgeving van de locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken houden voornamelijk verband met de ontwikkeling van de woonwijk. De meest relevante onderzoeken zijn hieronder samengevat. Indicatief onderzoek Westwijk 3e fase te Amstelveen (Oranjewoud, kenmerk: 14578, d.d. maart 1991) Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bouwwerkzaamheden. In de boven- en ondergrond werden over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen gemeten. Plaatselijk zijn sterk verhoogde gehalten aan PAK of een matig verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Deze verontreinigingen bevinden zich op grote afstand van de huidige onderzoekslocatie. Het grondwater bevatte maximaal licht verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen. Verkennend onderzoek asbest berm Legmeerdijk Amstelveen (Oranjewoud, kenmerk: 111231, d.d.

17 december 2001) Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is het voornemen om de berm op te hogen in verband met reconstructiewerkzaamheden aan de Legmeerdijk. Ter hoogte van de huidige onderzoekslocatie is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Verkennend bodemonderzoek kabel- en leidingtracé ter plaatse van Legmeerdijk 199 te Aalsmeer (Stantec, kenmerk: M19B0014_BVKK_2057330, d.d. 28 mei 2019) Het onderzoek is uitgevoerd direct ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie. De aanleiding voor het onderzoek waren de voorgenomen werkzaamheden aan de elektrakabels. In de boven- en ondergrond zijn geen antropogene bijmengingen aangetroffen en tevens werden geen verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen gemeten. Het grondwater is niet onderzocht omdat dit zich ruimschoots onder de voorgenomen werkdiepte bevond. In de omgeving van de locatie zijn diverse andere onderzoeken uitgevoerd. Over het algemeen zijn hierbij maximaal lichte verontreinigingen gemeten. Plaatselijk is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Ter plaatse van het kruispunt van de Legmeerdijk en de Bosrandweg is een verontreiniging met asbest gesaneerd. De gehele verontreiniging is hierbij verwijderd. Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden blijkt dat de locatie in zone 1 ligt.

In deze zone voldoen de boven- en ondergrond gemiddeld aan de Achtergrondwaarden (AW2000). In de boven- en ondergrond tot 2,0 m -mv. wordt gemiddeld een licht verhoogd gehalte aan kwik verwacht. De diepere ondergrond vanaf 2,0 m -mv. bevat gemiddeld geen verhoogde gehalten.

Blad 5 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal, de verwachting ten aanzien van archeologische waarden, de verwachting van niet gesprongen explosieven en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.

2.4

Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden.

2.5

Asbest Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van een verontreiniging met asbest.

2.6

PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede Kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 2 juli 2020 is de recentst geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader verschenen, dat een aantal vragen beantwoordt uit de vorige versie en tevens hogere toepassingsnormen van PFAS-houdende grond biedt. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, waar ook de gemeente Amstelveen onder valt, beschikt over een PFAS-bodemkwaliteitskaart. Hieruit blijkt dat in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verhoogde gehalten aan PFAS worden verwacht. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een op PFAS verdachte puntbronlocatie. Gezien de afwezigheid hiervan wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden.

2.7

Terreinverkenning Op 17 september 2021 is door de heer T.W. Wolkers van Antea Group een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging.

2.8

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: • freatische grondwaterstand: circa 0,85 m -mv. (meter beneden maaiveld); • regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: westelijk; • voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, sloot aan oostzijde locatie; • voorkomen van brak/zout grondwater: nee;

Blad 6 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

• ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee; • ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend: nee. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.

2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Op basis van de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken wordt verwacht dat de bodem ter plaatse hoogstens licht verontreinigd is. Derhalve is de onderzoekslocatie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) aangehouden. In verband met de mogelijke afvoer van grond wordt de bodem aanvullend onderzocht op PFAS conform de strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HO-NL). Omdat de locatie onverdacht is voor PFAS en de kwaliteit alleen wordt vastgesteld voor de verwerking van vrijkomende grond, wordt het grondwater niet onderzocht.

Blad 7 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 17 september 2021 door de heer T.W. Wolkers van Antea Group. Het grondwater is bemonsterd op 24 september 2021 door de heer P. Aarts van Antea Group. Het veldwerk is uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 en eventuele aanvullende NEN-/NPR-normen conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group is volgens dit SIKB-procescertificaat gecertificeerd (zie verder bijlage 1). Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: • 7 boringen tot circa 0,5 à 0,55 m -mv.; • 1 boring tot circa 2,0 m -mv.; • 1 boring met peilbuis tot circa 2,5 m -mv. De situering van de boringen en de peilbuis is weergegeven op tekening 0473124.100-S1.

3.2

Laboratoriumonderzoek In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv.) Grond MM1 0,00-0,50

MM2

0,00-0,40

MM3

0,30-1,40

MMP1

0,00-0,50

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv.)

Laboratoriumanalyse

002 (0,00-0,30) 003 (0,00-0,50) 001 (0,00-0,40) 004 (0,00-0,40) 007 (0,00-0,30) 009 (0,00-0,40) 008 (0,00-0,35) 006 (0,00-0,35) 005 (0,00-0,40) 007 (0,30-0,80) 007 (0,90-1,40) 002 (0,30-0,80) 002 (0,90-1,40) 007 (0,00-0,30) 003 (0,00-0,50) 001 (0,00-0,40) 008 (0,00-0,35) 005 (0,00-0,40) 004 (0,00-0,40)

Standaardpakket grond1)

Standaardpakket grond1)

Standaardpakket grond1)

PFAS (28) en organische stof2)

Grondwater 007-1-1 1,50-2,50 007 (1,50-2,50) Standaardpakket grondwater1) 1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof; grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC); 2) PFAS (28): PFAS: poly- en perfluoralkylstoffen (28 verbindingen).

Blad 8 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

Op het analysecertificaat van de grondmonsters staat aangegeven dat PCB 138 positief beïnvloed kan worden door PCB 163. Aangezien het gemeten gehalte aan PCB 138 geen invloed heeft op het toetsingsresultaat, wordt deze afwijking niet als kritisch beschouwd.

Blad 9 van 15

Rapport Verkennend bodemonderzoek Skatepark te Amstelveen projectnummer 0473124.100 7 oktober 2021 revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de boringen en de veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m -mv. uit zwak tot sterk zandige klei bestaat. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. In tabel 4.1 zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv.) (m -mv.) 007 (1,50-2,50) 0,84

Belucht? nee

pH (-) 7,0

EC (µS/cm) 2.090

Troebelheid (NTU) 9,45

De zuurgraad (pH), het elektrische geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.

4.2

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in de bijlagen 3 en 4. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 10. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in de bijlagen 5 en 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=7d6e241a-95d1-4fee-86ce-9357a955cf72