CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk27.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOELICHTING Bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

1

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 Visie plangebied 2.1 Aanleiding 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 Planopzet 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Handhaving HOOFDSTUK 5 Beschrijving huidige situatie 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik HOOFDSTUK 6 Beleidskader 6.1 Inleiding 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 7 Omgevingskwaliteit 7.1 Bodem 7.2 Water 7.3 Archeologie 7.4 Geluid 7.5 Luchtkwaliteit 7.6 Externe veiligheid 7.7 Flora en fauna 7.8 Verkeer en parkeren 7.9 Bedrijven en milieuzonering 7.10 Kabels en leidingen 7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 7.12 Sociale veiligheid en leefbaarheid

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

3 3 3 4 4 5 5 5 5 7 7 7 10 10 10 11 13 13 13 14 14 14 17 18 20 20 20 24 25 26 28 31 32 33 34 35 37

2

HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling

In november 2019 hielden drie jonge skaters uit Westwijk een betoog voor de gemeenteraad over hun wens voor een skatepark in Amstelveen Zuid. De gemeenteraad diende daarop een motie in en heeft geld ter beschikking gesteld voor de realisatie van een nieuw skatepark. In april en mei 2020 is een online peiling voor een mogelijk skatepark in Amstelveen Zuid gehouden op denkmee.amstelveen.nl. 85% van de respondenten was voor de realisatie van een skatepark. In mei 2021 is een bewonersavond voor inwoners nabij Legmeerdijk/Schweizenlaan gehouden om de locatiekeuze te bespreken. In juli 2021 is door het college van Burgemeester en Wethouders ingestemd met de locatiekeuze. De gemeente Amstelveen is voornemens om tussen de Legmeerdijk (N231) en de Schweitzerlaan het nieuwe skatepark te realiseren met een omvang van circa 1.200 m2 (exclusief talud). Binnen het vigerende bestemmingsplan Amstelveen Zuid-West 2014 (vastgesteld 26-03-2015) is de ontwikkeling van het skatepark niet mogelijk. Daarom is het noodzakelijk om voor het projectgebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt beoogd om voor het skatepark aan de kruising Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen een toekomstbestendig juridisch-planologisch kader te bieden. Het gaat hierbij om een herziening van het geldende bestemmingsplan.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft een groenstrook ter hoogte van de kruising van de Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen. Deze groenstrook ligt tussen deze twee wegen in. Het beoogde skatepark grenst aan de zuidzijde aan een bestaande Jongeren Ontmoetingsplek met verderop een openbaar voetbalveldje. Beide voorzieningen liggen eveneens in de genoemde groenstrook. Op onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied nader geduid.

Figuur 1.1: Toekomstige locatie skatepark aan de Schweitzerlaan/Legmeerdijk

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

3

1.3 Geldende bestemmingsplannen

In het geldende bestemmingsplan Amstelveen Zuid-West 2014 (onherroepelijk vastgesteld op 26-03-2015) heeft de planlocatie een enkelbestemming 'Groen', een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en ten dele de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' (zie figuur 1.2). Het geldende bestemmingsplan komt door het in werking treden van dit bestemmingsplan Skatepark Legmeerdijk voor het betreffende plangebied te vervallen.

Figuur 1.2: Vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijke plannen)

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten van het ruimtegebruik gegeven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

4

HOOFDSTUK 2 Visie plangebied 2.1 Aanleiding

Binnen het vigerende bestemmingsplan Amstelveen Zuid-West 2014 (vastgesteld 26-03-2015) is de ontwikkeling van het skatepark niet mogelijk. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt beoogd om voor het skatepark aan de kruising Legmeerdijk en de Schweitzerlaan te Amstelveen een toekomstbestendig juridisch-planologisch kader te bieden. Het onderhavige bestemmingsplan is ontwikkelingsgericht opgezet. Het bestemmingsplan maakt het middels een functieaanduiding mogelijk dat het plangebied gebruikt kan worden als skatepark.

2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking

Voor het skatepark aan de Legmeerdijk/Schweizenlaan is een ontwerp gemaakt door Concrete Matters, een bedrijf gespecialiseerd in het ontwerpen van skateparken. Onderstaand figuur omvat het schetsontwerp. Op een later moment wordt besloten omtrent een definitief ontwerp voor het nieuwe skatepark.

Figuur 2.2: Schetsontwerp (bron: Concrete Matters) Het skatepark is gepland ten noordoosten van de JOP en is toegankelijk via de houten brug aan de Schweizerlaan. Met de realisatie van het skatepark blijft de omliggende infrastructuur, de naastgelegen watergang en omliggende bomen ongewijzigd behouden. Het skatepark wordt niet voorzien van overkapping en evenmin wordt voorzien in de aanleg van nieuwe gebouwen.

2.3 Motivatie gemaakte keuzes

In het geldende bestemmingsplan Amstelveen Zuid-West 2014 (onherroepelijk vastgesteld op 26-03-1015), heeft het plangebied de enkelbestemming 'Groen'. Op grond van die bestemming is realisatie van een ondergeschikte speelvoorziening toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

5

mogelijk. Binnen de ter plaatse geldende groenbestemming is echter al een trapveldje aanwezig. Gelet daarop en vanwege de omvang van het beoogde skatepark, is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

6

HOOFDSTUK 3 Planopzet 3.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader / interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Amstelveen.

3.2 De planregels en bestemmingen 3.2.1 Hoofdstuk 1 'Inleidende regels' Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel, ‘begrippen’, worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP en Bor omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeeldingen geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de ‘wijze van meten’ worden in de SVBP richtlijnen gegeven die zijn overgenomen in dit plan. 3.2.2 Hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels' Artikel 3 Groen De vigerende groenbestemming is met dit bestemmingsplan bestendigd. Deze groenbestemming is aangemerkt voor het structurele groen binnen de gemeente. Binnen deze bestemming is onder meer het mogelijk bruggen aan te leggen. Verder is er een specifieke functieaanduiding opgenomen voor een geluidscherm. Door middel van een functieaanduiding wordt de aanleg van een skatepark mogelijk gemaakt.

De bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van het skatepark is in de regels begrensd. Artikel 4 Waterstaat - Waterkering De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterhuishouding door middel van dijken, dijksloten en kaden. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming waterkering. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

7

3.2.3 Hoofdstuk 3 'Algemene regels' Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald welke regels er gelden voor ondergronds bouwen. Ook is een bepaling opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en andere maten. Ook is in dit artikel aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. In dit artikel worden tevens criteria gegeven als (mede)toetsingskader voor het stellen van nadere eisen, het verlenen van een omgevingsvergunning en het wijzigen van het plan. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kunnen bijvoorbeeld nadere eisen gesteld worden aan het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel is opgenomen welke activiteiten onder het strijdig gebruik worden verstaan. Artikel 8 Geluidszone - zonebesluit Het plangebied is gelegen in de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein SchipholOost.

Buiten de geluidszone mag de geluidsbelasting van alle bedrijven op het terrein Schiphol-Oost bij elkaar niet hoger zijn dan 50 dB. Op deze manier wordt ruimte voor industrie gescheiden van ruimte voor wonen en wordt geluidhinder van industriële bedrijvigheid voorkomen. De geluidszone dient te worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Artikel 9 t/m 11 Luchtvaartverkeerszone - LIB In dit artikel wordt aangegeven waar de gronden binnen de drie gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone', met betrekking tot de luchtvaartverkeerzones van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol, voor bedoeld zijn. Binnen deze zones met de gebiedsaanduidingen gelden regels ten aanzien van maximale bouwhoogtes (toetshoogte en radarhoogte) en regels met betrekking tot vogelaantrekkende werking. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Artikel 13 Overige regels Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK in werking getreden. Deze wet regelt dat de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening komt te vervallen. Dit betekent dat voor onder andere parkeernormen en normen voor het laden en lossen niet meer kan worden getoetst aan de bepalingen uit de Bouwverordening. Om die reden worden parkeernormen en normen voor het laden en lossen opgenomen in een bestemmingsplan.

3.2.4 Hoofdstuk 4 'Overgangs- en slotregels' Artikel 14 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkende gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

8

verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 15 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan 'Skatepark Legmeerdijk'.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

9

HOOFDSTUK 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van een skatepark. Het gaat hierbij om een ontwikkeling die de gemeente zelf, naar aanleiding van een wens van bewoners, heeft geïnitieerd en uitvoert. Het plan is derhalve niet exploitatieplanplichtig en het verhalen van kosten is niet vereist voor dit bestemmingsplan.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.2.1 Omgevingsdialoog Op 18 februari 2021 is er een digitale bewonersbijeenkomst gehouden voor de omwonenden van de locatie Duin en Kruidberg om te polsen of er draagvlak is voor de aanleg van een skatepark op het grasveld in Duin en Kruidberg. Voorafgaand aan de bijeenkomst en tijdens de bijeenkomst bleek dat er veel weerstand is tegen de aanleg van een skatepark op deze locatie. Er werd een drietal brieven met totaal circa 90 handtekeningen ingediend. Tijdens de bijeenkomst werd meerdere keren door bewoners verwezen naar de locatie Legmeerdijk-Schweitzerlaan aan de rand van de gemeente. Dit is de locatie met de minste direct omwonenden. Op 19 mei 2021 is er een digitale bewonersbijeenkomst gehouden voor de omwonenden en ondernemers nabij het grasveld/de jongerenontmoetingsplaats aan de Legmeerdijk-Schweitzerlaan. Een groot deel van de aanwezigen was positief over de aanleg van een skatepark op genoemde locatie. Enkele omwonenden en ondernemers waren tegen het ontwikkelen van een skatepark op deze locatie, met name vanwege de angst voor geluidsoverlast en vernielingen. De gemeente heeft met omwonenden besproken hoe de eventuele overlast beperkt kan worden. Hierbij is de inzet van de wijkcoach en team Handhaving belangrijk.

De thans beoogde locatie voor een skatepark was oorspronkelijk niet de eerste voorkeurslocatie, met name omdat de ondergrond van het terrein drassig is. De draagkracht van de ondergrond is echter te verbeteren. Het voordeel van deze locatie is dat de bebouwing op een redelijke afstand van het skatepark is gelegen. De locatie is goed bereikbaar en het terrein is circa 1500 m2 groot. Een multifunctionele inrichting van het terrein is mogelijk. Er is een goede aansluiting met het bestaande voetbalveldje en de bestaande jongeren ontmoetingsplaats. Inwoners en overige belanghebbenden zijn via een persbericht geïnformeerd. De omwonenden en ondernemers aan de Legmeerdijk-Schweitzerlaan hebben een brief gekregen. Er zijn vervolgens twee ontwerpen gemaakt. Amstelveners hebben in de eerste weken van april 2022 de mogelijkheid gekregen om een stem uit te brengen voor één van de twee ontwerpen via www.denkmee.amstelveen.nl. In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan zal inspraak plaatsvinden en de mogelijkheid geboden worden om eventueel een zienswijze in te dienen. 4.2.2 Bestuurlijk vooroverleg (ex. artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening) Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen.

Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is ter vooroverleg aangeboden aan de Gasunie, Liander, de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat en het waterschap. In de Nota van Vooroverleg zijn de ingekomen reacties samengevat en van beantwoording voorzien. De Nota is als Bijlage 1 gevoegd bij deze toelichting. 4.2.3 Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

10

15 december 2023 tot en met 25 januari 2024. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Er is 1 zienswijze ingediend. De beantwoording van de zienswijzen is terug te vinden in de nota van beantwoording (zie bijlage 8).

4.3 Handhaving

Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering.

Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. <0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

11

In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

12

HOOFDSTUK 5 Beschrijving huidige situatie 5.1 Ruimtelijke karakteristiek

Bij de JOP (jongeren ontmoetingsplaats) tegenover de Ambiance aan de Schweitzerlaan ligt een uitgestrekt grasveld van ongeveer 1500 m2. Het is een grote, open ruimte langs de verkeersaders van de Legmeerdijk aan de rand van de stad tussen de twee industrieterreinen van het Schinkeldijkje en Westwijk. Een houten wandelbrug geeft toegang tot dit grasveld waarlangs ook een slootje ligt. Aan de westelijke kant loopt de Legmeerdijk waar het fietspad via een grastalud van ongeveer 1.20 meter hoog afloopt naar het grasveld. Het terrein is circa 25 meter breed en ongeveer 60 meter lang. Het veld is onregelmatig begroeid en drassig.

5.2 Functioneel gebruik

In de huidige situatie heeft het plangebied de bestemming groen en is toegankelijk via de houten wandelbrug. Het heeft een functie als grasveld. Binnen de woonwijk nabijgelegen aan het plangebied zaten van oudsher vele bedrijven. Deze bedrijvigheid is steeds meer vervangen door wonen. Aan de Schweizerlaan en Legmeerdijk liggen nog bedrijven, met bedrijven tot maximaal milieucategorie 2.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

13

HOOFDSTUK 6 Beleidskader 6.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.

6.2 Rijksbeleid 6.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 6.1: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. <0000> Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Sterke en gezonde steden en regio's; <0000> Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

14

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: <0000> Combineren boven enkelvoudig; <0000> Kenmerken & identiteit; <0000> Afwentelen voorkomen. Relevantie plangebied De NOVI heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn. 6.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerende ruimtelijke rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast.

De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen, per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relevantie plangebied Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen heeft echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. 6.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden. De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Het gaat om een nadere motiveringseis die in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard te motiveren met behulp van twee opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Relevantie plangebied Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Artikel 1.1.1 van het Bro stelt dat een stedelijke ontwikkeling de volgende ontwikkelingen betreft: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De Overzichtsuitspraak Ladder van de ABRvS (28 juni 2017) stelt dat onder 'andere stedelijke voorzieningen' wordt verstaan: accomodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

15

Het skatepark is niet overdekt en wordt derhalve niet tot de categorie "indoor sport en leisure" gerekend. Wel geldt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een andere stedelijke voorziening in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2, deze wel geldt als stedelijke ontwikkeling. Echter geldt dat op basis van jurisprudentie onder meer de volgende ontwikkelingen (ondanks een ruimtebeslag van meer dan 500 m2) niet als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt: een weg (uitspraak van 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448 (Den Haag)), een busbaan (uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2929 (Velsen)), een hoogspanningsverbinding (uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 (Inpassingsplan DW380 Doetinchem - Voorst)), een windturbinepark (uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:709 (Windpark Krammer)), gronden waaraan een agrarische bestemming is toegekend (uitspraak van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1438 (Maasdriel)), een transformatorstation (uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)) en een kampeerterrein van ongeveer 3 ha, waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans of stacaravans, dan wel andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens (uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)).

Op basis hiervan wordt het skatepark evenmin als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Bovendien is het skatepark openbaar toegankelijk en gesitueerd in het openbaar gebied. Van 'bouwen voor leegstand' is derhalve geen sprake. Een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet vereist voor onderhavig bestemmingsplan. 6.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen.

Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (v.v.g.b.) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande v.v.g.b. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB. De procedures voor een v.v.g.b en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden.

De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

16

per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke-contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied is een verbod verankerd in het LIB op nieuwe woningbouwlocaties. Relevantie plangebied Het LIB legt beperkingen op het bouwen van woningen en bouwhoogtes. Met het onderhavige planvoornemen wordt niet voorzien in bouwwerken met een bouwhoogte boven de toegestane hoogtematen. In de regels van dit bestemmingsplan zijn diverse luchtvaartverkeerzones opgenomen, ter waarborg van het voldoen aan de relevante normstelling uit het LIB.

6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 (2018) zorgt voor balans tussen economische groei en de leefbaarheid. Zo kan voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau worden gehouden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van onze inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om onze provincie sociaal-inclusief te houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van ons karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving, namelijk: <0000> Dynamisch schiereiland.

Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. <0000> Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. <0000> Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. <0000> Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. <0000> Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, hier staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Relevantie plangebied De omgevingsvisie NH2050 doet geen uitspraken over ontwikkelingen zoals beschreven in voorliggend bestemmingsplan. 6.3.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De provincie heeft, voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid, diverse juridische instrumenten tot haar beschikking waaronder een provinciale ruimtelijke verordening (PRV). In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. Nadien is de Omgevingsverordening enkele malen gewijzigd en herzien. De meest recente versie is de op 11 januari 2024 in werking getreden Omgevingsverordening NH2022.

Door middel van de PRV is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

17

Relevantie plangebied De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied en uitbreiding naar landelijk gebied is niet aan de orde. Het gebied is niet aangemerkt als bijzonder provinciaal landschap. Op de kaart bij de omgevingsverordening is wel een regionale waterkering aangemerkt in het plangebied. In Artikel 6.77 Regionale waterkeringen van de omgevingsverordening wordt deze aanwijzing toegelicht. Met lid 1 van dit artikel wordt vastgelegd dat in het ruimtelijke plan de regionale waterkering als wordt zodanig bestemd. In lid 2 wordt vastgelegd dat aan weerszijden van de kering een beschermingszone geldt, als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en als zodanig opgenomen in de vastgestelde legger van de watersysteembeheerder. In lid 3 wordt vastgelegd dat ontwikkelingen in de beschermingszone alleen in overeenstemming met het waterschap en de provincie kunnen worden toegestaan. In onderhavig bestemmingsplan wordt ter bescherming van de waterkering de vigerende dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' bestendigd. In paragraaf 7.2 wordt het aspect water nader besproken en wordt tevens ingegaan op de ligging van de waterkering nabij het plangebied.

6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Amstelveen is in een aantal decennia stormachtig gegroeid door zijn gunstige ligging en door ondernemend op het juiste moment kansen te grijpen. Inmiddels staat de concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam onder druk. De tijd dat Amstelveen kon meeliften op de groei van de regio is voorgoed voorbij. Dat vraagt om een andere instelling. Vraag is nu meer wat Amstelveen kan betekenen voor de regio. De structuurvisie is opgebouwd uit een aantal thematische punten, namelijk: <0000> Landschap <0000> Bereikbaarheid <0000> Woonmilieus <0000> Werkmilieus <0000> Voorzieningenniveau <0000> Duurzame ruimte Het aspect sport en sportfaciliteiten is beschreven onder het thema voorzieningen. Er wordt gesteld dat Amstelveen een groot aanbod aan sportfaciliteiten, veelal binnen bestaand bebouwd gebied heeft.

Dat is vanuit het oogpunt sociale veiligheid en het minimaliseren van verkeersbewegingen waardevol. Ten tijde van de vaststelling van de structuurvisie is besloten te investeren in de faciliteiten voor breedtesport. Wat betreft de topsport zijn hockey, cricket, volleybal en badminton in ieder geval nationaal vooraanstaand. Daarnaast is een trend geconstateerd naar meer individuele sportbeoefening. Relevantie plangebied De ontwikkeling van een skatepark zoals beschreven in onderhavig bestemmingsplan past bij het grote aanbod aan sportfaciliteiten dat kenmerkend is voor Amstelveen en past bij de trend van individuele sportbeoefening. Daarmee sluit de ontwikkeling aan bij de structuurvisie Amstelveen 2025+. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

18

6.4.2 Nota Sport en Bewegen Op 24 augustus 2021 is de Nota Sport en Bewegen door het college Burgemeester en Wethouders van Amstelveen vastgesteld. In de Nota wordt gesteld dat Amstelveen het goed doet op het terrein van sport en bewegen: de meerderheid van de Amstelveense inwoners beweegt voldoende en sport regelmatig. De stad kenmerkt zich echter door grootstedelijke diversiteit en dat vraagt om aandacht voor verschillen. In de Nota zijn de ambities betreffende sport en bewegen geclusterd in vier hoofddoelen, namelijk: 1. Heel Amstelveen in beweging: Amstelveen faciliteert sport en bewegen optimaal. 2. Iedereen kan meedoen: Amstelveense inwoners die extra stimulans en ondersteuning nodig hebben om gezond te bewegen en te sporten, krijgen die ook. 3. Topsporttalent wordt (h)erkend: jonge topsporttalenten kunnen blijven rekenen op ondersteuning en worden nog meer zichtbaar voor andere inwoners van Amstelveen. 4. Sport- en beweegstimulering met focus op samenwerking: meer dan voorheen wordt de regie genomen op gerichte goed passende sport- en beweegstimulering voor de inwoners die nu nog onvoldoende worden bereikt met sport- en beweegaanbod. Relevantie plangebied Met de ontwikkeling van een skatepark wordt sporten en bewegen gefaciliteerd. De beoogde ontwikkeling sluit derhalve aan op de Nota Sport en Bewegen.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

19

HOOFDSTUK 7 Omgevingskwaliteit 7.1 Bodem 7.1.1 Kader In opdracht van de Gemeente Amstelveen is door Antea Group in de periode juli t/m oktober 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het te realiseren skatepark aan de Legmeerdijk/Schweitzerlaan (Bijlage 2). Het doel van het verkennend onderzoek is het vaststellen of de huidige bodemkwaliteit (grond en grondwater) een belemmering vormt voor de voorgenomen bouw van een skatepark en de wijziging van het bestemmingsplan. Tevens zijn de voorlopige veiligheidsklassen voor het werken in de bodem vastgesteld. Hierbij zijn de volgende protocollen en richtlijnen gehanteerd: <0000> Bodemonderzoek conform de NEN 5725 en NEN 5740; <0000> CROW 400 voor het bepalen van de indicatieve veiligheidsklasse. Daarnaast is er voor het ontwerp van een skatepark een geotechnisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 3). 7.1.2 Toets Bodemonderzoek De bodem bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m –mv uit zwak tot sterk zandige klei. Er zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en/of PAK bevat. De ondergrond bevat geen verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen. Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan de Achtergrondwaarden (AW2000).

In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. Op basis van toetsing aan de beleidsregels van de gemeente Amstelveen blijkt dat de grond PFOS/PFOA-vrij toepasbaar is. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater licht verhoogde gehalten aan barium, xyleen en naftaleen zijn gemeten. Geotechnisch onderzoek Uit het geotechnisch onderzoek is naar voren gekomen dat er verschil zit in de grondopbouw over het hele tracé. Dat wil zeggen dat er op enkele locaties meer veen in de toplaag aanwezig is dan bij andere sondeerlocaties. Ook zit er verschil in de stijfheid van de aanwezige kleilagen. Daarnaast is vanuit de grondborngen een grondwaterstand gemeten van circa NAP -5,00 m en het oppervlakte water van de watergang bevindt zich op circa NAP -4,74 m. Voor de zettingen van de grond is een hoge grondwaterstand conservatief. Met de bevindingen is de gemiddelde grondopbouw bepaald met de daarbij behorende grondparameters waarmee gerekend kan worden aan de fundering van het skatepark. 7.1.3 Conclusie Uit de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de bouw van het skatepark en de herziening van het bestemmingsplan. Met de resultaten van het geotechnisch bodemonderzoek wordt het ontwerp van het skatepark aangepast naar de draagkracht van de ondergrond.

7.2 Water 7.2.1 Kader Beleidsdoelen water toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

20

Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte vanwege de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt volop benut voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond. Wettelijk kader De Waterwet (over gegaan in de Omgevingswet per 1-1-2024) regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor de organisatie van het waterbeheer bevat het Waterbesluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels over het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer.

Ook regelt het Waterbesluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's. Voorts bevat het besluit bepalingen over de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan, waaronder de gevallen waarin een elektronische aanvraag wordt ingediend. De Waterregeling bevat regels over de organisatie van het waterbeheer, een aantal kaarten over de toedeling van beheer, de begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en de aanwijzing van de drogere oevergebieden, alsmede regels voor gegevensverstrekking aan het Rijk op grond van Europese verplichtingen. Verder regelt de Waterregeling een enkel inhoudelijk aspect van het regionaal waterplan en de beheerplannen. In de Waterwet is gekozen voor een systeem waarin iedere bestuurslaag haar beleid formuleert en dit vastlegt in plannen. De plannen geven aan wat iedere bestuurslaag wil doen in een bepaalde planperiode om de doelstellingen van het waterbeheer te halen. Deze plannen zijn bindend voor de eigen bestuurslaag. De Waterwet sluit op dit punt zoveel mogelijk aan bij de sturingsvisie van de Wet ruimtelijke ordening.

Om water integraal onderdeel te laten uitmaken van de ruimtelijke planning, is het nodig dat de ruimtelijke gevolgen van de wateropgaven in ruimtelijke plannen worden uitgewerkt. Om dit effectief te kunnen doen, wordt in het planstelsel van de Waterwet een koppeling gelegd met het planstelsel van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Dit wil zeggen dat de waterplannen op Rijksniveau en op provinciaal niveau ook ruimtelijke plannen (structuurvisies) zijn op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

21

Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het beleid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is vertaald in het Waterbeheerplan 2016-2021 en de keur 2019. In het Waterbeheersplan is uitgewerkt hoe AGV invulling geeft aan haar taken op het gebied van waterbeheer, zoals veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit. De Keur is de waterschapsverordening van AGV. De regels in de Keur beschermen de waterkeringen en watergangen. Voor werkzaamheden rond water of een dijk is een vergunning van het waterschap nodig. Bijvoorbeeld bij de aanleg van leidingen, lozingen op het oppervlaktewater, het plaatsen van bouwwerken of het onttrekken van grondwater.

Bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m2 dient de toename hiervan gecompenseerd te worden. Gerekend over het toenemend verhard dient ter compensatie circa 10% extra (open) wateroppervlak gerealiseerd te worden. Naast het realiseren van wateroppervlak kan een initiatiefnemer ook compenseren door alternatieve 'regenwaterbergingsvoorzieningen', aan te leggen. De berekening voor alternatieve bergingssystemen is gebaseerd op een ontwerpbui van 70 mm/dag en verwaarlozing van de gemaalcapaciteit. Gemeente Amstelveen In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amstelveen (2021 - 2026) hanteert de gemeente een aantal speerpunten. Allereerst wordt stedelijk afval- en hemelwater gescheiden. De particulier heeft bij nieuwbouw de primaire verantwoordelijkheid voor de verwerking van het hemelwater, tenzij dit om praktische redenen niet mogelijk is. Dit zijn bijvoorbeeld situaties waarin infiltratie niet mogelijk is vanwege slechte eigenschappen van de ondergrond en wanneer het perceel niet grenst aan oppervlaktewater. In deze situaties is de gemeente verantwoordelijk voor de ontvangst en verwerking van het hemelwater. De gemeente hanteert de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: <0000> Vasthouden: Hemelwater zoveel mogelijk lokaal vasthouden.

Bijvoorbeeld doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen. <0000> Bergen: Overtollig hemelwater bergen in een stedelijk watersysteem. <0000> Afvoeren: Pas bij volledige benutting van de berging wordt het overtollig hemelwater afgevoerd naar het regionale systeem. Amstelveen houdt vast aan het handelingsperspectief uit het Actieplan Klimaatadaptatie Amstelveen 2021 – 2026. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater. De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door wateroverlast vanuit hun eigen terrein. De gemeente streeft naar meer bergend of vertragend vermogen in de private ruimte. Een aandachtspunt hierbij is de bestaande berging op straat. bij (her)inrichting van en/of aanpassingen in de openbare ruimte dient deze minimaal gehandhaafd te blijven en moet er gestuurd worden dat hemelwaterverwerking leidend is voor inrichting van straten. Bij nieuwbouw moet er extra ruimte worden gereserveerd in de wegprofielen om water te bergen.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

22

7.2.2 Toets Watercompensatie Het beoogde skatepark heeft een omvang van circa 1.436 m2, waarvan ca 1200 m2 verhard is. In de huidige situatie is het plangebied geheel onverhard. In de beoogde situatie zal derhalve sprake zijn van een geringe verhardingstoename. Hemelwater wat neerslaat binnen het plangebied kan op een gelijke wijze als thans het geval is afwateren op de aangrenzende watergang direct langs het plangebied. De gemeente is initiatiefnemer van dit plan en daarmee verantwoordelijk voor de waterhuishouding. Dit betekent dat er 120 m2 (10%) extra water gecreerd moet worden. Deze 120 m2 extra water kan gecreerd worden door de bestaande watergang te verbreden ten zuiden van het skatepark. Daarmee worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Oppervlaktewater Direct ten oosten van het plangebied, tussen het fietspad parallel aan de Schweitzerlaan en het beoogde skatepark, ligt een primaire waterloop. Deze waterloop wordt deels verbreed voor het benodigde extra oppervlaktewater van 120 m2 (het deel ten zuiden van het skatepark). De rest van de watergang blijft ongewijzigd en van (gedeeltelijke) demping is geen sprake. De waterdoorvoerende functie van de waterloop blijft daarmee behouden.

Onderhoud aan de waterloop blijft mogelijk vanaf het fietspad langs de waterloop.

toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

23

Figuur 7.1: Legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht Waterkering Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de beschermingszone van een waterkering (Legmeerdijk). Op basis van de keur is het onder meer verboden om zonder vergunning bouwwerken of andere werken aan te brengen te hebben, te wijzigen of te verwijderen. Werken (zowel groot als klein) kunnen de stabiliteit van een waterkering in gevaar brengen. Belangrijke factoren daarbij zijn onder andere zetting door het gewicht van het materiaal, erosie, doorboren van waterafsluitende lagen, schade aan de dijk, trilling en belemmering van beheer en onderhoud. In het vigerende bestemmingsplan is om die reden de dubbelbestemming 'Waarde – Waterkering' opgenomen. Deze dubbelbestemming wordt met dit bestemmingsplan bestendigd. In het kader van het beoogde planvoornemen zal vooroverleg worden gevoerd en advies worden gevraagd aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Kwaliteit Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan tijdens de uitvoerfase rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen (Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw) zijn een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen via het van de daken afgevoerde hemelwater.

Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. 7.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de waterhuishouding binnen het plangebied wordt gerespecteerd.

7.3 Archeologie 7.3.1 Kader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming ( bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

7.3.2 Toets Er is archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een lage archeologische verwachting. Er is geen aanvullend onderzoek nodig. toelichting - bestemmingsplan skatepark Legmeerdijk

24

7.3.3 Conclusie Gezien de lage archeologische verwachting is er geen vervolgonderzoek nodig en er is geen dubbelbestemming archeologie noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

7.4 Geluid 7.4.1 Kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het kader voor de bescherming van geluidsgevoelige gebouwen én geluidsgevoelige terreinen tegen het geluid van de volgende geluidbronnen: wegverkeer (niet 30 km wegen) spoorwegen en van gezoneerde industrieterreinen De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen onderwijsgebouwen ziekenhuizen verpleeghuizen verzorgingstehuizen psychiatrische inrichtingen kinderdagverblijven De geluidsgevoelige terreinen: woonwagenstandplaats bestemde ligplaats voor woonschepen Een skatepark valt niet onder de bovengenoemde geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Een skatepark hoeft daarmee niet getoetst te worden aan het geluid van de naastgelegen wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet onderzocht worden of het geluid komende van een skatepark een zondanig effect heeft op omliggende woningen dat er sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de betreffende woningen. Een skatepark is geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. De regels voor sportinrichtingen zijn voor skatebanen dus niet van toepassing. Wel zou voor de beoordeling van de omvang van eventuele geluidshinder van het skatepark en de beoordeling daarvan kunnen worden uitgegaan van de regels voor sportinrichtingen.

Uit jurisprudentie blijkt dat deze interpretatie de rechter niet onjuist overkomt (Awb 10/1988 van 4 mei 2011). In dit onderzoek wordt de geluidsuitstraling van het skatepark beoordeeld naar analogie van een sportinrichting. Sportinrichtingen vallen onder de geluidsvoorschriften zoals opgenomen in afdeling 2.8 “Geluidhinder”, artikel 2.17 tot en met 2.22 van het Activiteitenbesluit. Conform artikel 2.17 lid 1 gelden de volgende geluidsvoorschriften. Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LA,max), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat de geluidsniveaus niet meer mogen bedragen dan de in tabel 1 aangegeven waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=7d6e241a-95d1-4fee-86ce-9357a955cf72