Bijlage 1 - Beeldkwaliteitplan Nieuw Legmeer
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan Nieuw Legmeer versie 03-03-2025
Colofon Beeldkwaliteitsplan Nieuw Legmeer Gemeente Amstelveen maart 2025 In samenwerking met:
Bureau B+B Stedenbouw en
NEXT architects
Landschapsarchitectuur
Leeswijzer Dit beeldkwaliteitsplan bestaat uit 4 hoofdstuken. In hoofdstuk 1 wordt een samenvatting van het Stedenbouwkundig plan weergegeven. Hoofdstuk 2 gaat in op de zeven kwalitatieve doelen voor Nieuw Legmeer. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op specifieke gebouwen zoals de basisschool en de collectieve parkeergebouwen In hoofdstuk 4 wordt het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte beschreven. Met betrekking tot hoofdstukken 2, 3 en 4 geldt dat de spelregels leidend zijn ten opzichte van de getoonde referentiebeelden.
Inhoud Inleiding5
2.2 Hoeken
33
1. Stedenbouwkundig plan Nieuw Legmeer
6
DOEL 3 Pandsgewijs straatbeeld met hoge mate van plasticiteit in de gevels
34
Landschappelijk raamwerk
8
3.1 K lassieke gevelopbouw plint - midden -
35
Ontwikkelclusters9 Sfeergebieden10 Algemene bouwregels
11
dakbeëindiging 3.2 G ebouwbreedte en pandsgewijze
16
66
6.1 Inpandige, collectieve fietsenstallingen
67
6.2 T echnische ruimtes en overige gevelopeningen69 6.3 Reclame-uitingen
71
DOEL 7 Een groen en duurzaam 39
Nieuw Legmeer.
3.4 Gevel plasticiteit
41
7.1 Waterinclusief
73
3.5 Gebouwvorm in het cluster
46
7.2 B iodiversiteit
75
3.6 Materialen
48
7.3 N atuurinclusief bouwen:
3.7 Specials
49
groene-blauwe daken
DOEL 1 Ontwerp de binnenhoven
3.8 Buitenruimtes - zonweringen
51
op eigen terrein als integraal onderdeel van
3.9 Ontsluiting gebouwen
54
het publiek toegankelijk domein met een groene, Amstelveense kwaliteit.
en functionele inrichting
37
uitstraling 3.3 Gebouwhoogte
2. De 7 kwalitatieve doelen van Nieuw Legmeer
DOEL 6 Architectonische details
7.4 Natuurinclusief bouwen: groene gevels
72
76 79
3. Onderwijs- en parkeergebouwen 80
18
DOEL 4 Nieuw Legmeer; een wijk
1.1 Toegankelijkheid van de hoven.
19
op ooghoogte met de menselijke schaal.
55
3.2 Middelbare school en beroepsonderwijs
83
1.2 Poorten en openingen
21
4.1 Plinten
56
3.2 Collectieve parkeergebouwen
85
1.3 Kwalitatief groene hoven.
23
4.2 Entrees
59
4. Openbare ruimte
88
4.1 Een kwalitatieve openbare ruimte
89
3.1 Basisschool, gymzaal en kinderdagverblijf 81
1.4 E en kwalitatief hof inclusief parkeeroplossingen25 onbebouwde ruimte, afsluitbaarheid
DOEL 5 Onderscheidend karakter op basis van een deelgebied
1.5 Privéruimtes in binnenhoven en overige 27
62
Deelgebieden63
4.2 Beeldkwaliteit openbareruimte algemeen 91 4.3 Bruggen
DOEL 2 Formele buitenranden en informele,
119
4.4 Laden en lossen
122
flexibele binnenruimtes van clusters.
31
4.5 Overgang privé-openbaar
123
2.1 Rooilijnen
32
4.6 Natuurvriendelijke oevers en kaders
126
4
Inleiding Een levendige, duurzame, kwalitatief hoogwaardige en unieke Amstelveense wijk. Een stedelijke wijk waarin mensen graag wonen, werken en verblijven. Waar zowel rumoer als rust is. Een groene wijk die zich onderscheidt in haar kwaliteit en uitstraling en leefbaar blijft bij hitte en extreme regenval. Zo wordt het nieuwe Legmeer omschreven in de in 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Herziene Ontwikkelvisie Nieuw Legmeer 2024. In het stedenbouwkundig plan (december 2024) is vervolgens uitwerking gegeven aan deze ambitie. Deze ambitie is vertaald in het landschappelijk raamwerk dat de hoofdstructuur van Nieuw Legmeer (openbare ruimte en de ontwikkelclusters) vastlegt. Voorliggend beeldkwaliteitsplan gaat in op de gewenste kwalitatieve uitwerking van de hoofdstructuur en de verschillende ontwikkelingen op de ontwikkelclusters. Met zeven kwalitatieve doelen schetst Amstelveen haar ambitie als het gaat om de stedenbouwkundige-, landschappelijke- en architectonische verschijningsvorm van de verschillende bouwinitiatieven en de openbare ruimte met als doel om initiatiefnemers te inspireren. Samen met aanvullende spelregels vormen de doelen en het beeldkwaliteitsplan het toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit voor ontwikkelingen in Nieuw Legmeer. Amstelveen, maart 2025
5
1. Stedenbouwkundig plan Nieuw Legmeer
6
Stedenbouwkundig plan Nieuw Legmeer Het stedenbouwkundig plan verbeeldt de nadere uitwerking van de hoofdstructuur (het landschappelijk raamwerk) van Nieuw Legmeer en schetst een indicatieve uitwerking van de ontwikkelclusters. Het stedenbouwkundig plan geeft de begrenzing tussen het openbaar gebied (het landschappelijk raamwerk) en de ontwikkelclusters aan.
7
Landschappelijk raamwerk De structuur van Nieuw Legmeer wordt gevormd door een helder en krachtig raamwerk van openbare ruimtes zoals wegen, water- en groenstructuren. Het landschappelijk raamwerk vormt de basis van het stedenbouwkundig plan en geeft structuur aan de transformatie van het gebied. Het raamwerkt borgt belangrijke groen- en waterelementen die zo een ecologisch, duurzame en klimaatbestendige omgeving creëren. Het raamwerk definieert tevens ontwikkelclusters
Themakaarten
bestaande uit bebouwing en onbebouwde ruimte. De
Concept
het raamwerk.
ontwikkelclusters zijn feitelijk gelegen in de ‘gaten’ van
Het raamwerk zelf De bestaande groen-/blauwe omzoming van de wijk is bestaande en gekoesterde kwaliteit die gehandhaafd wordt en waar mogelijk wordt uitgebreid. Aanvullend is een drietal openbare parken in het raamwerk opgenomen waarmee aaneengesloten, grotere groen oppervlakten in de wijk worden geborgd. Ook het watersysteem, bestaande uit singels en grachten, is Hoofdontsluitingsstructuur (Het Carré)
een belangrijk structurerend element dat als zodanig opgenomen is in het raamwerk. De belangrijkste
Groene omzoming
ontsluitingsstraat, ‘Het Carré’ vormt het laatste
Parken
landschappelijk element dat voor herkenbaarheid in
Grachten en singels
de wijk moet zorgen.
Landschappelijk raamwerk Nieuw Legmeer
8 3
Ontwikkelclusters De ontwikkelclusters vormen de gronden waar de toekomstige bebouwing zal verrijzen. Elk cluster is voor een deel bebouwd. De overige grond blijft onbebouwd en wordt voornamelijk groen ingericht. Randvoorwaardelijk zijn goede condities voor bomen om tot wasdom te komen. De wijk krijgt mede hierdoor de door de gemeenteraad gevraagde Amstelveense kwaliteit zoals die reeds in andere wijken aanwezig is. Om te voorkomen dat de clusters gesloten ‘eilanden’ binnen de wijk worden, is aansluiting van de clusters op het landschappelijk raamwerk en het openbaar toegankelijk maken van de clusters, essentieel. Dit geldt zowel voor gebouwen, die herkenbare entrees aan de straat en aan de binnenhoven krijgen, als voor de onbebouwde ruimte die openbaar toegankelijk, zichtbaar en beleefbaar is vanuit de openbare ruimte. Zodoende vormen deze gronden een verlengstuk van de openbare ruimte van de wijk maar zijn rustiger en meer ingetogen van karakter om ook de rust voor de bewoners te garanderen. Door een groene inrichting spelen de onbebouwde gronden van de clusters, naast de openbare profielen, ook een belangrijke rol in het tegengaan van hittestress en wateropvang bij piekbelasting.
9
Sfeergebieden Het stedenbouwkundig plan is verdeeld in een viertal
• Het Carré: Het Carré ligt als centrale
De kade/het straatprofiel wordt autoluw ingericht
sfeergebieden. Hiermee krijgen de buurten binnen
ontsluitingsstructuur rondom ‘Het Hart’. ‘Het Carré’
waar ruimte is voor groen op straat. De westzijde
de wijk een eigen karakter en identiteit ten gunste
is door zijn middenberm met bomen herkenbaar
van ‘Het Eiland’ vormt het visitekaartje richting
van de leesbaarheid van de wijk. Tezamen vormen de
en vormt hierdoor een sterk structurerend element
Westwijk en sluit qua karakter aan op de groen/
gebieden een herkenbare eenheid.
in de wijk. Een dynamische zone waar ruimte is
blauwe omzoming rondom Nieuw Legmeer.
voor gemengde functies zoals werkplekken en • De Groene Mantel: ‘De Groene Mantel’ wordt
Sfeergebieden:
voorzieningen en reuring op de openbaar gebied.
• Het Hart: Het autoluwe centrum van de wijk,
De plinten aan ‘Het Carré’ worden zoveel mogelijk
gevormd door clusters van gebouwen waaronder
ontworpen als een park met ruimte voor sociale
met functies ingericht om de levendigheid van dit
hoogbouw en groene, openbaar toegankelijke
interactie, recreatie en evenementen, en omgeven
straatprofiel te versterken.
binnentuinen. ‘De Groene Mantel’ is hiermee een
door groene fiets- en wandelpaden en zitplekken. • Het Eiland: De oostzijde van ‘Het Eiland’ wordt
elders in Nieuw Legmeer. In ‘Het Hart’ zal ook
begrensd door een gracht dat het voormalig
een onderwijs gebouw verrijzen met daarin een
spoortracé volgt. Hiermee is een stukje historie van
basisschool, gymzaal en kinderdagopvang.
de locatie verankerd in het Stedenbouwkundig plan.
Het Hart Het HetEiland Eiland Het Hart
10
stevige maar groene schil rondom ‘Het Hart’.
De bebouwing is hier lager en kleinschaliger dan
Het Carré De Het Het Groene Carre CarreMantel
Het Eiland Het HetHart Hart Eiland
De Groene Mantel De DeGroene Groene HetMantel Mantel Carre
Algemene bouwregels Bebouwd/onbebouwd. De kwaliteit van de ontwikkelclusters uit zich enerzijds in de vorm van fraaie architectonische woon- en werkgebouwen en anderzijds door middel van onbebouwde ruimte die groen wordt ingericht. Deze ambitie volgt de doelstelling uit de ‘Omgevingsvisie Amstelveen 2025’ om ‘compact’ te bouwen. Op maximaal 70% van het cluster is het mogelijk om een gebouwd programma te realiseren. Kavelpaspoorten specificeren het programma per cluster en het beeldkwaliteitsplan (hoofdstuk 2) gaat in op de kwalitatieve verschijningsvorm van de bebouwing. De overige gronden (minimaal 30%) blijven bovengronds onbebouwd. In Nieuw Legmeer geldt dat de onbebouwde ruimte altijd openbaar toegankelijk is (Zie ook blz. 19) en zoveel mogelijk (minimaal 70%) een hoogwaardig groen karakter heeft.
Spelregels • Elk cluster is voor maximaal 70% bebouwd. • Minimaal 70% van de onbebouwde ruimte
Maximaal 70% van cluster is bebouwd Minimaal 30% van cluster is onbebouwd
krijgt een hoogwaardige, groene inrichting, hier vallen ook privé tuinen onder.
11
Bouwhoogtes en hoogbouwaccenten
moet hoogbouw een meerwaarde toevoegen aan de stad
De hoogbouwvisie Amstelveen uit 2019 introduceerde
en ‘op maat’ worden gemaakt, een methodiek vanuit de
de ‘Amstelveense hoogte’. Een maximale bouwhoogte
Omgevingsvisie van Amstelveen.
van 6 bouwlagen, gebaseerd op de gemiddelde boomkruinhoogte in Amstelveen. De stad blijft hiermee
12 - 14 bouwlagen
onder het ‘bladerdek’. Slechts enkele accenten schieten door het ‘dek’ heen. In Nieuw Legmeer heeft deze visie zijn uitwerking gekregen door de Amstelveense hoogte als maximale bouwhoogte te introduceren waarbij het niet de bedoeling is dat alle gebouwen tot het maximum
Amstelveense hoogte: 6 bouwlagen
worden gebouwd. Er dient een variatie aanwezig te zijn,
1m afwijking
zie ook bladzijde 37.
Hart: max 4 bouwlagen 1m afwijking
Uitzondering op de maximale bouwhoogte van 6 lagen is ‘Het Hart’ waar een lagere hoogte wordt gehanteerd om
12 - 14 bouwlagen
Plint: 4-6 m
Hoogbouwaccenten hebben een onderlinge het intieme karakter te borgen. afstand (hart-hart) van 60-meter.
Hoogbouwaccenten zullen met name in de randen van de wijk verrijzen. Hoogbouw is een manier om
Amstelveense hoogte: 6 bouwlagen 1m afwijking
in hoge dichtheden te bouwen. Tegelijkertijd heeft
Hart: max 4 bouwlagen 1m afwijking
hoogbouw impact op de omgeving, zoals slagschaduw en windhinder.
Hoogbouwaccenten hebben een onderlinge
De hoogbouwvisie Amstelveen benoemt regels en doelen
afstand (hart-hart) van 60-meter.
Hoogbouwaccenten hebben een onderlinge afstand (hart-hart) van 60-meter.
waar hoogbouw initiatieven aan moeten voldoen. Zo
Spelregels • Maximale bouwhoogte in ‘Het Carré’, ‘Het Eiland’ en ‘De Mantel’: 6 bouwlagen, met uitzondering van hoogbouwaccenten. • Maximale bouwhoogte in ‘Het Hart’: 4 bouwlagen. • De plint telt als één bouwlaag. • Hoogbouwaccenten staan minimaal 60 meter uit elkaar, gemeten van kern tot kern en met name in
12
de randen van de wijk. • Gebouwen hebben een horizontale diameter maximaal 45 meter, gerekend vanaf de 7e bouwlaag. • Voor elk hoogbouwinitiatief moeten de effecten op windhinder en slagschaduw worden aangetoond.
Plint: 4-6 m
Maximale bouwhoogte Maximaal 4 bouwlagen
Zoeklocaties hoogbouwaccenten Maximaal 6 bouwlagen
Hoogbouwaccent
60 meter contour
Bestaande toren en 60m-cirkel
13
Spelregelkaart Elk cluster kent een eigen clusterpaspoort dat het maximaal toelaatbare programma, normeringen en overige kwantitatieve
Legenda Kadastrale grens (BRK) Te behouden bebouwing Clustergrens Uiterste rooilijn Voorbeeld verkaveling Verplichte hoeken gebouw
gegevens benoemt. Ook
Onbebouwde ruimte van het cluster
een stedenbouwkundige
Indicatieve informele route
spelregelkaart maakt
Indicatieve positie doorgang
onderdeel uit van het
Verplichte positie doorgang
paspoort en geeft richting
Koppeling informele routes
aan de belangrijkste ruimtelijke spelregels voor een specifiek cluster.
Indicatieve eengezinswoningen en privétuinen Indicatieve locatie parkeergebouw en entree Zoeklocatie hoogbouwaccent-60 m cirkel Water toevoegen binnen het cluster Zoeklocatie specials Minimale afstand van hotel 15 m Indicatieve locatie speelvoorzieningen Basisschool + plein Zoeklocatie VO onderwijs Zoeklocatie beroeps onderwijs Zoeklocatie supermarkt Medisch centrum Overig maatschappelijke zorg Cultuur Horeca Detailhandel- Commerciële dienstverlening
14
Quality team Bij de ontwikkeling van Nieuw Legmeer wordt gewerkt met een Quality-team (Q-team). Dit team heeft als taak om de samenhang en de gewenste beeldkwaliteit van landschap, architectuur en buitenruimte van Nieuw Legmeer integraal te bewaken en adviseert het College B&W. Alle ruimtelijke initiatieven worden in een Q-team getoetst aan de hand van de doelen en spelregels uit het beeldkwaliteitsplan, de clusterpaspoorten inclusief spelregelkaart en het Stedenbouwkundig plan. Bij aanvang van een nieuwe clusterontwikkeling wordt een toelichting gegeven op de verwachtingen vanuit het Q-team. Een ontwikkelaar kan in overleg met de gemeentelijk projectleider afstemming zoeken met het Q-team. Indien een ontwerp op onderdelen afwijkt van het beeldkwaliteitsplan vindt er afstemming plaats met het Q-team dat op haar beurt advies uit brengt aan het College van B&W.
15
2. De 7 kwalitatieve doelen van Nieuw Legmeer
16
DOEL 1 Ontwerp de binnenhoven op eigen terrein als integraal onderdeel van het publiek toegankelijk domein met een groene, Amstelveense kwaliteit.
1
DOEL 7
De 7 kwalitatieve doelen van Nieuw Legmeer
Maak Nieuw Legmeer groen, klimaatadaptief, biodivers en duurzaam.
7
Een levendige, duurzame, kwalitatief hoogwaardige
DOEL 2 Maak het onderscheid tussen de formele buitenwereld van straten, lanen en grachten en de informele ‘binnenwereld’ van hoven,
2
tuinen en privé-buitenruimtes zichtbaar.
en unieke Amstelveense wijk, dat word je niet zomaar. Deze ambitie uit de Herziene Ontwikkelvisie Legmeer 2024 is in dit beeldkwaliteitsplan uitgewerkt in een zevental scherper omschreven kwalitatieve doelen die leidend zijn bij de beoordeling van elk initiatief. Elk doel DOEL 6
is uitgewerkt in concreet toetsbare spelregels. Er zijn
DOEL 3
Neem technische ruimtes
ook referenties en schetsen ter inspiratie opgenomen.
Schep een expressief, pandsgewijs
en overige functionele
Deze beelden zijn ondergeschikt aan de doelen en de
straatbeeld. Maak gevels met een
voorzieningen zorgvuldig
spelregels. De referentiebeelden tonen een palet aan
hoge mate van plasticiteit. Streef in
op in het architectonisch
mogelijkheden om elk doel te bereiken. De inspirerende
al deze variatie ook naar herkenbare
totaalontwerp.
6
3
insteek van dit beeldkwaliteitsplan daagt marktpartijen en hun ontwerpers uit om, binnen hun eigen kaders, de
eenheid.
algehele kwaliteit van Nieuw Legmeer naar een hoger niveau te tillen en tegelijkertijd de hoge ambities van de gemeente Amstelveen en marktpartijen gestalte te geven. DOEL 4
DOEL 5
Stel de menselijke schaal centraal. Ontwerp vanuit de
Gebruik de verschillen in het landschappelijk
beleving op ooghoogte. De kwaliteit van plinten, entrees
raamwerk om openbare ruimtes en straatwanden identiteit te geven.
5
4
en maaiveldinrichting is cruciaal.
17
DOEL 1
Ontwerp de binnenhoven op eigen terrein als integraal onderdeel van het publiek toegankelijk domein met een groene, Amstelveense kwaliteit. De binnentuinen (de onbebouwde ruimtes binnen een cluster) zijn rustige, groene werelden waar het fijn verblijven is. Je laat de drukte van de stad achter je en het kwalitatieve groen domineert het beeld en springt in het oog. Publiek toegankelijke paden geven via mooi architectonisch vormgegeven poorten en openingen, toegang tot de hoven. Paden meanderen door de binnenhoven en vormen zo een secundair netwerk van paden als verlengstuk van de openbare ruimte. De hoven zijn een afwisseling van collectieve plekken zoals natuurspeeltuinen en ontmoetingsplekken maar ook privétuintjes die door middel van groene begrenzingen, naadloos in elkaar overgaan De hoven zijn klimaatadaptief ingericht en stimuleren de inheemse biodiversiteit.
18
Minimaal 50% van de
1.1 Toegankelijkheid van de hoven.
entrees bevindt zicht in
Zicht
het binnenhof
In 2014 won Amstelveen een gouden medaille in de internationale wedstrijd voor de groenste stad van Europa. Groen is de stad inderdaad met lommerrijke buurten, monumentale parken,
geen catwalk voorkomen van visuele overlast
groen uitzicht prive ruimte en rust creëren
plantsoenen en in vrijwel elke straat bomen. Deze bomen bepalen in grote mate de identiteit van Amstelveen. Nieuw Legmeer zal geen doorsnee Amstelveense wijk
Spelregels
worden als het gaat om dichtheid en de typologie van
• Hoven zijn in basis openbaar toegankelijk.
de bebouwing. Wel zal net als in alle andere wijken het
• Hoven zijn op ooghoogte zichtbaar vanaf de straat.
groene DNA van de stad leesbaar zijn. In de openbare
• Elk gebouw heeft een entree aan het binnenhof,
ruimte worden parken met bomen aangelegd en
waarbij 50% van de entrees naar de bovenliggende
ook de straatprofielen worden groen ingericht. De
appartementen zich uitsluitend aan de binnenzijde
binnenhoven in de ‘Groene Mantel’ vormen geen uitzondering en moeten ook een groene uitstraling krijgen. Hiervoor geldt dat de binnentuin in de basis
met een duidelijke
straat/openbare ruimte
hiërarchie
bevindt. groen opgezet. • De hoven bestaan uit verschillende paden met een
terrassen en verblijfsplekken in het groen liggen. De
duidelijke hiërarchie: hoofdpaden en subpaden en
groene inrichting, gevelbeplanting en groene daken
zijn direct verbonden met openbare trottoirs.
worden in relatie met elkaar ontworpen. Om bomen
• Het groen en de bomen binnen het cluster creëren
voldoende gronddekking bevatten.
Verschillende paden
zichtbaar vanaf de
• Hoven zijn (overdag) publiek toegankelijk en ruim/
van gevel tot gevel groen wordt ingericht en dat paden,
reële groeikans te bieden, moet de ondergrond
Het binnenhof is
Referentie groene ruimte
verschillende uitzichten op de gebouwen en bieden privacy aan de buitenruimtes.
Alle hoven zijn publiek toegankelijk en de groen- en
• Oriëntatie binnen het hof wordt gestimuleerd
speelvoorzieningen zijn ook als zodanig te gebruiken.
door herkenbare plekken die van elkaar zijn onderscheiden. • De verbinding tussen de paden creëert zichtlijnen tussen verschillende ruimtes en zorgt voor een gevoel van diepte. Grote oppervlakten met verharding worden zoveel mogelijk vermeden.
19
Route
Oriëntatie
een hoofdpad doorgaande route intern en buiten plangebied herkenbaarheid plekken plekken zijn onderscheident van elkaar verschil in padenhiërarchie doorgaande route intern en buiten plangebied
referentie padenstructuur
Verbinding
Referentie oriëntatie en routing
Entree
geen snelweg voorkomen van grote vlakken verhardingen
zicht tussen ruimtes creëren van zichtlijnen en diepte
20
Referentie geënsceneerde ruimte
referentie verbijzonderde entrees
1.2 Poorten en openingen
Poorten en openingen zijn gekoppeld aan de informele hoofdroute door het binnenhof
De reuring in de openbare ruimte vormt een contrast met het rustige karakter in de binnenhoven van de ontwikkelclusters (zie ook doel 2, pagina 32). Poorten en bouwblokopeningen vormen
m
de overgangen hiertussen. De ambitie is een wereld
ax
.5
5m
van poorten en openingen te creëren, als kenmerkend,
et
er
D
m
et
er
architectonisch beeldmerk van Nieuw Legmeer.
B
De breedte van een opening is gelijk aan de helft van de aangrenzende gebouwdiepte (B = ½ D), waarbij de minst diepe gebouwdiepte wordt gerekend.
m
ax
.5
5
De hoogte van een poort is niet minder dan 1,5 verdieping hoog
Spelregels • Ontwikkelclusters zijn doorwaadbaar en bevatten
binnenhof waar de ontsluiting van minimaal 50%
per cluster minimaal twee openingen (open
van de entrees is. De entree kan ook plaatsvinden
ruimte of poort).
binnen de poort zelf, aan de zijde van de
• Ontwikkelclusters bevatten minimaal één opening of één poort, elke 55 meter van de frontbreedte. • Per ontwikkelcluster zijn er niet meer poorten dan openingen. • Poorten worden ontworpen als een specifiek
doorgang tussen het binnen- en buitenhof. • De breedte van een opening is gelijk aan de helft van de aangrenzende gebouwdiepte (B = 1/2 D), waarbij de minst diepe gebouwdiepte wordt gerekend. • De hoogte van een poort is aan de zijde van de
architectonisch kenmerk langs informele
openbare ruimte niet minder dan 1,5 verdieping
wandelroutes en bieden toegang tot het
hoog.
21
22
1.3 Kwalitatief groene hoven.
Spelregels
Bij aanvang van de ontwikkeling van
Groen
Nieuw Legmeer luidde de opdracht
• Het opstellen van een integraal landschapsontwerp,
van de gemeenteraad: het creëren van een wijk
is verplicht en wordt vanaf het begin meegenomen
met Amstelveense, groene kwaliteit. Deze groene
tijdens de ontwikkeling van het bouwplan.
kwaliteit wordt voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van grote bomen in de verschillende Amstelveense wijken. In Nieuw Legmeer zullen
• Binnenhoven bevatten bomen, variërend tussen de eerste, tweede en derde orde. • Elke binnentuin bevat minimaal 2 bomen van de eerste
niet alleen in de openbare ruimte bomen worden
orde met elk minimaal 25 m3 volle grond en groeiruimte.
aangeplant. Ook de (semi) openbare binnenhoven
• Er worden verschillende boomsoorten aangeplant om het
van de ontwikkelclusters worden kleine oases waar
risico op ziektes te beperken.
voldoende ruimte is voor grote bomen. Naast het
• Bomen worden aangeplant met een aanplantdikte van
groen zijn de hoven ook de plek voor collectieve
minimaal 12-14 (cm stamomtrek op 1 meter hoogte).
functies voor een cluster zoals speeltuinen of bewonersinitiatieven zoals bijvoorbeeld een kas
Speelvoorzieningen
om groente verbouwen of het organiseren van de
• Elk cluster bevat minimaal één speelvoorziening
buurtbarbeque.
• Elke wonining heeft binnen een bereik van 150 meter
Landschappelijk ontwerp
• Speelvoorzieningen zijn minimaal geschikt voor
Bij het opstellen van een voorlopig en definitief ontwerp van de bebouwing moet gelijktijdig een integraal landschappelijk ontwerp voor de onbebouwde ruimte worden opgesteld. Hierin is ten
een speelvoorziening liggen. kinderen van 0-12. • Elk speelvoorziening bevat minimaal één toelstel dat rolstoeltoegankelijk/‘inclusief’ is. • Op een speelplek zijn per leeftijdsgroep (0-6 en -12)
minste uitgewerkt hoe het landschap de relatie met
minimaal twee speelwaarden aanwezig. Speelwaarden
de bebouwing en de omliggende openbare ruimte
zijn motorische speelwaarden, zoals klimmen, glijden,
aan gaat. Tevens moet duidelijk worden hoe een
schommelen, fantasiespel als een speelhuisje,
(groen)daken en -gevels onderdeel uit maken van het
speelraam of constructie als bouwen met zand
vergroenen van het clusters.
of takken. Daarbij kan één speeltoestel meerdere speelwaarden bieden.
Minimaal één speeltuin per cluster
• Speeltuinen moeten natuurinclusief worden ontworpen met hoogteverschillen, groen, water, zand
Minimaal 2 bomen
en natuurlijke materialen.
van de eerste orde in 25m2 volle grond
23
Speelvoorzieningen
Hoogwaardig groen
Aanvullend op de speelvoorzieningen in het openbaar
De beplanting (bomen, struiken, hagen, heesters
deze structuurvariatie mogelijkheden om te schuilen
groen (voor oudere doelgroepen) is in elk cluster een
en (vaste) planten) die wordt aangebracht op de
voor kleine zoogdieren, zoals de egel. Het hoogwaardig
speelvoorziening aanwezig en zijn altijd gelegen aan de
daken, langs de gevels en in de (binnen)tuinen dient
groen dat wordt aangebracht op de kavels heeft
openbaar toegankelijke hoofdroute. Speelvoorzieningen
voldoende invulling te geven aan de opgave tot
enerzijds een functie voor de biodiversiteit en
worden integraal mee-ontworpen in de inrichting van
natuurinclusief bouwen. Dat wil zeggen dat er per
klimaat. Anderzijds is het groen belangrijk voor
het terrein. De speelvoorzieningen zijn minimaal geschikt
kavel een gevarieerd aanbod wordt geplant. Dit heeft
de beleving en het welzijn van de mens. Het is dus
voor kinderen van t/m 12 jaar.
betrekking op zowel de soorten als op de structuur
belangrijk dat groen zichtbaar en toegankelijk is,
De speelplaatsen zijn hierbij als natuurspeelplaatsen
waarbij inheemse soorten de standaard vormen.
zonder dat dit afbreuk doet aan de andere doelen.
ontworpen. Kenmerken hiervan zijn bijvoorbeeld
Belangrijk is ook dat de planten voldoende nectar en
Essentieel is dat de groeiplaatsinrichting optimaal
het toepassen van hoogteverschillen, zand, water,
stuifmeel leveren en een positieve bijdrage leveren
dient te zijn afgestemd op de groeiplaatseisen van
boomstammen (FSC-keurmerk), een klimboom en
aan de fauna (vogels en insecten). Door een gevarieerd
de betreffende aan te brengen beplanting. Dit heeft
aanplant van besdragende struiken en fruitbomen.
aanbod van bomen, struiken/hagen/heesters en
betrekking op type substraat, goede ontwatering i.c.m.
planten ontstaat afwisseling in temperatuur, licht en
vertraagde waterafvoer (klimaatbuffer) en voldoende
luwte. Dit is prettig voor mens en dier. Daarnaast biedt
doorwortelbare ruimte.
24
halfverdiepte parkeer
1.4 Een kwalitatief hof inclusief parkeeroplossingen
Verdiepte
Verdieptegarage Verdiepte
halfverdiepte parkeer Halfverdiepte garage
Om een duurzaam, kwalitatief groen hof
Rooilijn
openbare straatprofielen door een directe visuele verbinding, speelt een belangrijke rol in het verbinden
min 6m
min 0.4m
D = minimaal 4xH. H = maximaal 1.5m
min 1m
H
H D = minimaal 4xH. H = maximaal 1.5m
min 0.4m
min 0.4m
min 0.4m
min 0.4m
min 0.4m
Rooilijn
Clustergrens
Clustergrens
min 6m geven. Ook de belevening van het groen vanuit de
3m
min 1m
Clustergrens
nodig om het groen een realistische groeikans te
min 0.4mmax+1.5 +1.1 0
Rooilijn
min+4.5 3m
Clustergrens
max+1.5 +1.1 0
Rooilijn
min+4.5grote leeflaag in stand te houden, is een voldoende
Minimaal 2 bomen
van de hoven met het landschappelijk raamwerk.
eerste orde in volle grond
Tegelijkertijd hebben clusters te maken met het inpassen van een parkeeropgave. In Nieuw Legmeer kan geparkeerd worden onder de binnenhoven waarbij geldt dat de kwaliteit van het maaiveld leidend is; spelregels bieden daar in een kader.
min 0.4m
Verdiepte garage Rooilijn
Clustergrens
Spelregels minimaal 1 meter gronddeking. Ter plaatse van
1,5 meter ten opzichte van de omliggende
bomen mag het maaiveld tijdelijk hoger zijn
openbare ruimte.
dan 1,5 meter m ten opzichte van de openbare
technische voorzieningen (draininge etc)
ruimte, in uitzondering op de eerste spelregel op deze pagina. • Halfverdiepte parkeeroplossingen worden
boven het dak van de parkeergarage worden
richting het openbaar gebied afgezoomd met
aangelegd.
een progammatische plint van minimaal 6 meter,
• Bomen op een daktuinconstructie hebben
gerekend vanuit de voorgevel van een gebouw.
H: max1.5 m
m
(substraat) + noodzakelijke hoogte voor
.6
• Er moet minimaal 40 cm gronddekking
in
• De maximale hoogte van het maaiveld bedraagt
m
min 0.4m
Halfverdiepte garage
25
26
1.5 Privéruimtes in binnenhoven en overige onbebouwde ruimte, afsluitbaarheid
tussen gebouw en openbare ruimte en sluiten naadloos
transparante afscheidingen. Alle erfafscheidingen zijn
aan op de kwaliteit en beleving van een binnenhof. Tuinen
zorgvuldig vormgegeven, sluiten aan bij de architectuur
worden op een natuurlijke manier begrensd en bestaan uit
van het hoofdgebouw en dragen bij aan een harmonieus
groene hagen of transparante hekwerken met een open
straatbeeld.
karakter. Waar gewenst, kunnen groene afscheidingen In de binnenhoven zijn privéruimtes in de vorm van
worden aangevuld met een duurzaam en esthetisch
3. Afsluitbaarheid van clusters
tuintjes en terrassen op maaiveld toegestaan. Deze
hekwerk dat past bij de architectuur van het gebouw.
Alle hoven zijn in basis openbaar toegankelijk. Vanuit
privéruimtes worden afgeschermd van de collectieve
veiligheidsoverwegingen kan het wenselijk zijn om hoven ‘s
binnentuinen door een groene haag of een muurtje welke
2. Achter- en voortuinen van grondgebonden woningen
nachts gedeeltelijk af te sluiten. Eventuele afsluiting dienen
integraal is mee-ontwerpen met de architectuur van het
Grondgebonden eengezinswoningen in ‘Het Hart’
van hoogwaardige kwaliteit te zijn, zijn geïntegreerd in
gebouw.
kunnen zowel aan de voor- als achterzijde privétuinen
de architectuur of terreininrichting en worden subtiel
realiseren. Achtertuinen kunnen omsloten worden door
vormgegeven. Het openbare karakter en toegang tot de
1. Privé buitenruimtes op maaiveldniveau
een kwalitatieve erfafscheiding, terwijl de voorzijde
hoofdentrees, gelegen aan het binnenhof dient altijd
Privéruimtes op maaiveldniveau vormen een overgang
een open en groene uitstraling behoudt met lagere,
geborgt te worden. Privé buitenruimtes
Spelregels Privé buitenruimtes op maaiveldniveau
met de architectuur van het hoofdgebouw mee-
• Privéruimtes op maaiveldniveau zijn toegestaan tot
ontworpen.
maximaal 2m uit de gevellijn, ontworpen in harmonie met de gebouwarchitectuur. • Privéruimtes op maaiveld worden afgeschermd met een haag of transparant hekwerk (eventueel gecom-
op maaiveldniveau
B<
H:
<1
2m
m
• Aan de voorgevel zijn erfafscheidingen groen van aard en eventueel voorzien van een hekwerk in een haag, van maximaal 1 meter hoog. • Hekwerken zijn transparant en groen ontworpen.
bineerd met groen) en zijn maximaal 1 meter hoog, Afsluitbaarheid van de cluster • Hekwerken voor het mogelijk afsluiten van de hoven
woningen
gedurende de nacht zijn hoogwaardig van uitstraling
• Achtertuinen van eengezins
en worden integraal mee-ontworpen met de archi-
(bijvoorbeeld muur op heipalen) en in samenhang
m
lijkheid tot het aan het binnenhof gelegen hoofdentrees.
5
• Erfafscheidingen zijn duurzaam van vorm
tectuur en/of terreininrichting. • Hekwerken belemmeren niet de openbare toeganke-
1.
erfafscheiding van maximaal 1,5 m hoog aanleggen.
:<
grondgebondenwoningen mogen een
H
Achter- en voortuinen van grondgebonden
H:
<1
m
Achter- en voortuinen van grondgebonden woningen
27
Privé buitenruimtes op maaiveldniveau
geen privetuinen zonder regie voorkomen van verrommeling
terras en loggia Prive buitenruimtes zijn onderdeel van de architectuur
28
referentie terrassen aan binnentuin
Achter- en voortuinen van grondgebonden woningen
29
Afsluitbaarheid
Defensief uiterlijk, gesloten
Niet in de gevellijn
Defensief uiterlijk, gesloten
Niet in de gevellijn
Defensief uiterlijk, uitstraling gesloten uitstraling
Niet in de gevellijn
uitstraling
Laag hekje, Transparant, uit
Transparant hekwerk,
de gevellijn Laag Laag hekje,hekje, Transparant, uit
maximale hoogte 1,80m, uit Laag hekje, Transparant hekwerk,
Transparant, de gevellijn uit de gevellijn
de gevellijn
Transparant, maximale hoogte 1,80m, uit uit dedegevellijn Afsluitbaarheid gevellijn
Afsluitbaarheid
30
DOEL 2
Formele buitenranden en informele, flexibele binnenruimtes van clusters. De reuring van de openbare profielen en de meer rustige insteek van de binnenhoven vormen samen twee werelden. Gebouwen in ontwikkelclusters spelen in op dit contrast door middel van rooilijnen, bouwen op hoeken en vormgeving van de gebouwen.
31
2.1 Rooilijnen. De randen van de clusters en de wereld
Rooilijn
Rooilijn: minimaal 80% is
5E 5E
Setbacks
bebouwd
4E 4E
daarbinnen vormen twee contrasten. De
3E 3E
randen, grenzend aan de openbare profielen, zijn strak en gebouwen volgen grotendeels de aangegeven rooilijnen.
2E 2E
Aan de binnenzijden van de clusters wordt deze striktheid
1E 1E
minimale maat tussen twee achter elkaar liggende gebouwen om een minimale kwaliteit van een hof te borgen.
Spelregels • Minimaal 80% van de lengte van elke rooilijn moet worden bebouwd. • De begane grond en de eerste verdieping mogen worden teruggetrokken om een portiek te vormen, zonder invloed op de 80%-regel, mits de hogere verdiepingen op de rooilijn worden gebouwd. •
Setbacks op hogere verdiepingen zijn toegestaan zonder invloed op de 80%-regel, mits het hoofdgebouwvolume op de rooilijn wordt gerealiseerd.
• Achtergevels van gebouwen staan bij voorkeur niet in dezelfde rooilijn. • De afstand tussen twee achterzijden van gebouwen bedraagt minimaal 15 meter.
32
m
ontwikkelaar een gewenste diepte krijgen. Wel geldt een
in .1 5
losgelaten en kunnen gebouwen naar inzicht van de
BG BG/PLINT
Cluster
Openbareruimte
De eerste twee verdiepingen kunnen terugliggend zijn t.o.v. de rooilijn
2.2 Hoeken In aanvulling op de spelregels over bouwen in de rooilijnen geeft het Stedenbouwkundig plan soms aanleiding om een gebouw nadrukkelijk op een hoek te bouwen om zo een kenmerkend punt kracht bij te zetten of in een splitsing van verschillende routes te markeren.
Spelregels • Indien aangegeven in de spelregelkaart, staat op de hoeken van een cluster een gebouw.
33
DOEL 3
Pandsgewijs straatbeeld met hoge mate van plasticiteit in de gevels Een stad(wijk) bestaat uit verschillende gebouwen met verschillende afmetingen, kleuren, verschijningsvormen en formaten (binnen een bepaalde bandbreedte). Deze verscheidenheid creëert weer een eenheid waarmee een stad leesbaar is en blijft. Wordt deze verscheidenheid te groot of te extreem wordt, dan ontstaat een rommelig beeld. De balans hierin is bepalend. In Nieuw Legmeer wordt gestreefd naar een pandsgewijze uitstraling waarbij panden onderling van elkaar verschillen in kleur, vorm, gebouwhoogtes en frontbreedte.
34
3.1 Klassieke gevelopbouw plint - midden - dakbeëindiging In Nieuw Legmeer hebben gebouwen een klassieke opbouw met een duidelijke plint, middenbouw en zorgvuldig vormgegeven dakbeëindiging, met als doel samenhang binnen het cluster te bereiken. De plint speelt een cruciale rol in het versterken van de relatie tussen straat en gebouw door herkenbare entrees en verfijnde details die de menselijke schaal benadrukken. De dakrand geeft de gevel een harmonieuze en afgeronde uitstraling en een kwalitatieve beëindiging van het gebouw. Om max 25 m
variatie te introduceren, wordt de bovenbouw vaak Geen min.
max 25 m
min 1x max. 15 m
max 25 m
Geen min.
teruggezet met setbacks en uitgevoerd in andere materialen. Deze aanpak resulteert in gevels die goed
Pandsgewijze
in verhouding zijn en tegelijkertijd een dynamisch en
gevelbeëindigingen
gevarieerd straatbeeld creëren. Gelijke verdiepingshoogtes voor alle panden
Spelregels
Aantrekkelijke, afwisselende
• Gevels hebben een duidelijk herkenbare
plinten
opbouw: plint, midden en dakbeëindiging; max 25 m
• Geen Ten min.aanzien van de verschijningsvorm van plinten omschrijft Doel 4.1 (pag. 56) nadere
max 25 m
min 1x max. 15 m
max 25 m
Geen min.
spelregels.
Pandsgewijze gevelbeëindigingen
• De dakbeëindiging van een gebouw moet een onderscheidend karakter hebben. Dit kan
Afwisselende verdiepingshoogtes per
worden gerealiseerd door variatie in ontwerp,
pand
detaillering of een unieke architectonische uitwerking. Zie ook Doel 3.5 (pag. 46).
Aantrekkelijke, afwisselende plinten max 25 m
min 1x max. 15 m
max 25 m
Geen min.
35
36
3.2 Gebouwbreedte en pandsgewijze uitstraling
Pandsgewijze gebouwbreedte
Een pandsgewijze uitstraling borgt de menselijke schaal in een straatprofiel. Daarnaast zal niet elk gebouw een zelfde breedte moeten krijgen om repetitie te voorkomen. In Nieuw Legmeer wordt max 25 m
max 25 m
Geen min.
gewerkt met variërende pandbreedtes die samen
min 1x max. 15 m
max 25 m
Geen min.
zorgen voor een gevarieerd straatbeeld.
max 25 mmax 25 m max 25 m
max 25 mmmax. 15 mmax 1xm max. max min 251x mmax. min 15 1x min 25max 1x mmin max. 25 15 max m15 25mm
max 25 min 1x max max. 25 m 15mm Geen min. Geen min.
Geen min. max 25 m Geen min.
2525 mm max 25 mmax
Geen min.
mmin max min 251x mmax. min15 1xmmax. 15 25 mmax 25max 1x m max. 25 m 15 max m 25 m
min 1x max max. 25 m 15 m Geen min. Geen min.
Twee naast elkaar gelegen gebouwen hebben niet dezelfde breedte.
Geen min.
max 25 m
min 1x max. 15 m
Spelregels
max 25 m
Geen min.
• De frontbreedte van een gebouw is maximaal 25 meter. • Naast elkaar staande panden verschillen in breedte, minimaaal 5 meter. • Gebouwen zijn in de regel verticaal georiënteerd. • Het straatbeeld vormt een consistent en samenhangend geheel. • 25Elke cluster heeft minimaal één max mmaxzijde 25 m van het max min 25 1x mmax. min15 1xm max. 15 m max min 25max 1x m max. 25 m 15 max m 25 m gebouw met een maximale breedte van 15 meter.
min 1x max max. 25 m 15 m Geen min. Geen min.
max 25 m Geen min.
Geen min.
max 25 mmax 25 m
max min 251x mmax. min15 1xmmax. 15 mmax min 25max 1x m max. 25 m 15 max m 25 m
min 1x max max. 25 m 15 m Geen min. Geen min.
Indien de zijde langer is dan 100 meter, zijn minimaal twee gebouwen van maximaal 15 meter breed vereist.
37
38
3.3 Gebouwhoogte. Naast de breedte van een gebouw speelt ook de bouwhoogte mee in het streven naar een gevarieerd straatbeeld. De beëindiging van gebouwen aan de hemel speelt daar in een belangrijke rol. Het gaat hierbij om de beeindiging van het gebouw zelf (zie ook hoodfstuk 3.5) maar ook om de gebouwhoogtes van naast elkaar gelegen gebouwen. Een mix van deze twee aspecten, bezien vanuit het totale straatbeeld, moet de gewenste variatie opleveren waarbij de verticale orentatië goed leesbaar is.
PLINT
Hoogbouwaccent 12-14 bouwlagen Minimaal de laatste twee verdiepingen van een hoogbouwaccent moeten setbacks bevatten.
Spelregels • Elke gevel-/straatwand bevat variatie in bouwhoogtes en dakbeëindigingen in afzonderlijke gebouwen, dienenend aan het doel van een pandsgewijze uitstraling en hoe dat wordt beleefd vanuit de straat. De
12-14 bouwlagen
variatie kan doormiddel van verschil in aantal bouwlagen en in dakbeëindigingen worden gevonden. Beide middelen moeten worden toegepast in één gevelwand. • Minimaal de laatste twee verdiepingen van een hoogbouwaccent moeten setbacks bevatten. • Gebouwen hebben elk een eigen ‘kroon’/ gevelbeëindiging dat meer is dat een strakke
4 bouwlagen
6 bouwlagen
daklijn/daktrim. Zie ook Doel 3.5 (pag. 46).
39
Pandsgewijze gebouwhoogte
max 25 m
Gelijke verdiepingshoogtes voor alle panden max 25 m
Afwisselende verdiepingshoogtes per pand max 25 m
max 25 m
40
min 1x max. 15 m
min 1x max. 15 m
min 1x max. 15 m min 1x max. 15 m
max 25 m max 25 m
max 25 m max 25 m
Geen min. Geen min.
Geen min. Geen min.
max 25 m max 25 m
max 25 m max 25 m
min 1x max. 15 m min 1x max. 15 m
min 1x max. 15 m min 1x max. 15 m
max 25 m max 25 m
max 25 m max 25 m
3.4 Gevel plasticiteit
orde overdreven wordt benadrukt, tenzij het ontwerp hier expliciet om vraagt (bijvoorbeeld bij ‘specials’). De
Plasticiteit verwijst naar de eigenschap
modellering van de vorm creëert ruimtes die op diverse
van een object of materiaal om kneedbaar
en betekenisvolle manieren door de gebruiker kunnen
en gemakkelijk gemodelleerd of aangepast te worden.
worden ervaren, waardoor de verbinding tussen
Het begrip, afkomstig uit de beeldhouwkunst, beschrijft
architectuur en menselijke schaal wordt versterkt.
de vaardigheid om een driedimensionale vorm te creëren die zich vrij ontwikkelt in de ruimte. In de architectuur
Orde 1 - Gebouwvorm en silhouet: De eerste orde
duidt plasticiteit op de eigenschap van een gebouw of
richt zich op de vorm van het totale oppervlak van
gevel om zich dynamisch en vloeiend in de ruimte te
een gevel of dak. Het gaat om het driedimensionale
manifesteren, alsof het met de hand is gevormd.
karakter van de gehele oppervlakte, gekenmerkt door
Plasticiteit wordt zowel in klassieke als moderne
elementen zoals schuine dakvormen, setbacks of
architectuur toegepast en verwijst naar gebouwen die
verspringingen over de volledige hoogte van de gevel.
hun volume en vormrijkdom op een tastbare, zichtbare
Deze ingrepen dragen direct bij aan de expressiviteit
manier tonen.
en dynamiek van een gebouw op gebouwniveau en versterken tegelijkertijd de menselijke schaal.
Vier Ordes van Plasticiteit
Denk bijvoorbeeld aan een terrasvormig gebouw
Plasticiteit kan worden geanalyseerd op vier niveaus of
dat positieve, dagelijkse ervaringen creëert voor de
ordes, die samen bijdragen aan de ruimtelijke en visuele
bewoners.
kwaliteit van een gebouw. Deze ordes moeten op een evenwichtige manier worden toegepast, zonder dat één
Orde 2 - Toevoegingen aan en uithollingen van het gebouwvolume: De tweede orde richt zich op punctuele elementen die de gevel verrijken door inspringende of uitstekende delen, zoals nissen, erkers, dakkapellen of balkons.
Spelregels • Elk gebouw moet de kenmerken van de vier ordes van plasticiteit bevatten. • Ordes moeten op een evenwichtige en
Deze elementen creëren ruimten die een positieve invloed hebben op de gebruikservaring van bewoners en gebruikers. Denk aan een erker die extra leefruimte biedt, of een balkon dat interactie met de buitenruimte mogelijk maakt. De menselijke schaal wordt versterkt
samenhangende manier worden toegepast,
door de interactie tussen deze elementen en de
zonder dat één orde te dominant wordt.
gebruiker. Plasticiteit in de gevel
41
Orde 3 - Profilering van lijnen en overgangen: De derde orde richt zich op de profilering tussen elementen zoals ramen, openingen, nissen of erkers, en de randen van deze elementen en hoe deze worden geaccentueerd. Dit kan worden bereikt door middel van materiaalgebruik, markering van randen of variaties in horizontale en verticale profielen. Voorbeeld hiervoor zijn klassieke kolommen of moderne detaillering van gevelranden die diepte en textuur toevoegen of structurele elementen die zich extern manifesteren. Orde 4 - Reliëf en vormvariatie van materialen: De vierde orde betreft het gebruik van materialen en de wijze waarop deze bijdragen aan de plasticiteit van een gebouw. Dit omvat zowel variatie in materiaalgebruik als de toepassing ervan op verschillende manieren, zoals bakstenen in horizontale versus verticale plaatsing om reliëf en vormvariatie te creëren. Het gevarieerde materiaalgebruik creëert een visuele ervaring die comfort en herkenbaarheid oproept bij de gebruiker. Plasticiteit is een essentiële kwaliteit om gebouwen expressief, dynamisch en mensgericht te maken. Het verbindt de esthetiek van het ontwerp met de functionaliteit en creëert een architectuur die uitnodigt tot beleving en interactie. Deze benadering biedt unieke kansen om Nieuw Legmeer te onderscheiden en te verrijken met een tijdloze architectonische kwaliteit
42
Historische referenties
43
Moderne referenties
44
Vorm
Erkers-Nis
Geen variatie in vorm, zowel verticaal als horizontaal.
Weinig erkers of nissen en weinig variatie daartussen
Geen profiliering
Profilering
Materialen
Geen variatie in materiaal
45
3.5 Gebouwvorm in het cluster In elk cluster vormt de architectuur een divers en herkenbaar geheel, met uitnodigende gebouwvormen die in harmonie samenwerken. Gebouwen onderscheiden zich door unieke kenmerken zoals variaties in hoogte, inspringingen en gevelopeningen, terwijl daken verschillen in vorm, stijl en kleur. De gevels hebben een dynamisch ritme dat bijdraagt aan een levendig straatbeeld. De architectonische taal van elk gebouw is aan beide zijden, zowel voor als achter, duidelijk zichtbaar en versterkt de verbinding met de binnenhoven. Dit creëert een samenhangend totaalbeeld waarin de eigen identiteit van elk gebouw in balans is met een sterke stedenbouwkundige eenheid.
Spelregels • De beëindiging van elk gebouw tegen de lucht moet per gebouw verschillen van aangrenzende gebouwen, bijvoorbeeld door variatie in uiterlijk, vorm, kleur, hoogte en/of het toepassen van setbacks, erkers of nissen, • Aangrenzende gebouwen hebben een afwisselend gevelritme; • Gebouwen bestaan uit een helder, herkenbaar hoofdvolume. • Het totale straatbeeld vormt een samenhangend geheel. • De vorm van het gebouw en van de gevel is leesbaar, zowel binnen als buiten het cluster.
De vorm van het gebouw en de architectuur zijn leesbaar binnen en buiten het cluster
46
Pandsgewijze gevelbeëindigingen
max 25 m
min 1x max. 15 m
max 25 m
Geen min.
47
3.6 Materialen
Spelregels
De materialisatie van de verschillende
• Gevelmaterialen zijn karaktervol, verouderen mooi
gebouwen bestaat hoofdzakelijk uit
en vervuilen niet. Ze worden toegepast in hun na-
• Verschillende panden in een cluster of straat hebben een eigen taal, kleur en stijl, maar vormen
bakstenen architectuur. Van belang is dat materialen
tuurlijke verschijningsvorm. Baksteen, of materia-
‘mooi’ verouderen en de wijk daarmee over een aantal
len met een gelijkwaardige uitstraling, hebben om
jaren nog steeds kwalitatief oogt. Ook is het streven dat
deze redenen als basis de voorkeur. Ontwikkelaars
uitstraling die leesbaar is, zowel aan de buitenzijde
de verschilllende panden in een cluster/straat een eigen
worden uitgedaagd om die baksteenuitstraling te
als aan de binnenzijde van een cluster.
taal/kleur/stijl hebben maar tezamen één geheel vormen.
combineren met innovaties die de milieubelasting tijdens de productie beperken.
Het materiaal van de voorgevel komt terug op de achtergevel en zijgevel.
48
samen één harmonieus geheel. • Elk gebouw heeft een individuele, pandsgewijze
3.7 Specials Specials zijn gebouwen met een afwijkende vormgeving of verschijningsvorm. Een markante locatie en/of de functie kan hier aanleiding toe geven (school, collectieve parkeergarage) maar ook woongebouwen kunnen ‘specials’ zijn als afwisseling op de standaardregels voor het overige straatbeeld.
Spelregels • Specials worden op strategische locaties geplaatst in overleg met het Q-team. • Specials moeten afwijkend ontworpen worden. • Een special kent tenminste een speciaal dakontwerp en een bijzondere gevelbekleding.
Specials
49
50
3.8 Buitenruimtes zonweringen
Deelgebieden
Een buitenruimte aan huis is belangrijk en draagt in hoge mate bij aan de leefkwaliteit. De coronacrisis heeft dat eens te meer duidelijk gemaakt. Buitenruimtes aan huis zoals balkons, loggia’s, wintertuinen zijn er in verschillende
Buitenruimtes zijn onderdeel van de architectuur van de gevel
verschijningvormen. Elke woning groter dan 50 m² 13E
(conform Bouwbesluit) in Nieuw Legmeer heeft minimaal een ontworpen privé buitenruimte dat
12E
integraal onderdeel uitmaakt van de architectuur. De buitenruimtes worden ontworpen met een
11E
Deelgebieden Deelgebieden
sterke relatie tussen binnen en buiten, waarbij beide
Deelgebieden Bloembakken in balustrades of aan de zijkant van balkons 10E
omgevingen elkaar versterken en verbinden.
9E
Spelregels
architectuur van de gevel en versterken
verplicht zijn om bij te dragen aan het duurzaam
het gevelbeeld. Vormgeving, materiaal- en
vergroenen van Nieuw Legmeer
kleurgebruik van de buitenruimtes, inclusief
Specifiek met betrekking tot gevels gelegen aan de
balustrades, moet passend zijn bij het beoogde
openbare profielen:
architectonische beeld.
• Buitenruimtes aan gevels, gelegen aan de
• Om de relatie tussen binnen en buiten te
hoogte ten opzicht van het maaiveld niveau. van
deels binnen en deels buiten de gevellijn te
het
realiseren. integreren van bloembakken in balustrades of aan de zijkant van balkons, waarbij
7E
Rooilijn
• Buitenruimtes steken maximaal 1.5 meter uit het gevelvlak.
half buiten
12E 12
12E
11E 11
11E
10E 10
4E
4E 4E
3E 3E
2E 2E
10E 3E
9E 9E
9E 2E
8E 8E
Balkons max 1.5 m 1E 8E
1E 1E
• Onder de 4 meter mogen buitenruimtes maximaal 0,50 meter uitsteken.
13E 6E
Balkonen half binnen/ 5E
5E 5E
openbare ruimte zijn toegestaan vanaf 4 meter
versterken, is het mogelijk om loggia’s of balkons
• Groen op balkons wordt gestimuleerd door het
13E 13
geïntegreerde bloembakken aan de zijkant
Setbacks
• Buitenruimtes zijn onderdeel van de
8E
Balkons max 0.5 m PLINT BG Cluster 5E
7E
7E 7E
6E 6E
BG
5E 5E
Openbare ruimte
4E 4E
Standard 4E
3E 3E
3E
2E 2E
6E Buitenruimte
5E
5E 5E
4E 4E
Hoogbouwaccenten 3E 3E 4E 51 3E
2E 2E
52
Schaduwwerking, zonwering en rolluiken Zonweringen zoals schermen, luifels en jaloezieën zijn essentieel om direct zonlicht te beheersen en hittestress te verminderen, wat bijdraagt aan een comfortabel en energiezuinig binnenklimaat. Deze elementen worden zorgvuldig geïntegreerd in de gevelarchitectuur en afgestemd op stijl, kleur en materiaalgebruik, zodat deze een uniforme uitstraling creëren en het gevelbeeld versterken.
Spelregels • Om het energieverbruik te verminderen, wordt de architectuur van op het zuidoosten,
21 jun 12:00
zuiden en zuidwesten gelegen gevels, evenals het ontwerp van loggia’s of de installatie van brise-soleil (of vergelijkbare systemen) zo vormgegeven dat directe zoninstraling in de
21 dec 12:00
zomermaanden wordt verminderd en in de wintermaanden wordt verhoogd. • Alle zonweringselementen moeten in samenhang met de rest van de gevelarchitectuur worden ontworpen. Deze elementen dienen uniform te zijn in stijl, kleur en materiaalgebruik om een consistent en geïntegreerd gevelbeeld te waarborgen. • Het gebruik van rolluiken is niet toegestaan.
Spelregel 1: Architectonische oplossing om energieverbruik te minimaliseren.
53
3.9 Ontsluiting gebouwen Bebouwing in Nieuw Legmeer krijgt een pandsgewijze uitstraling om de menselijke maat in het straatbeeld te borgen. Belangrijk onderdeel daarvan is het realiseren van een entrees op maaiveldniveau. In Nieuw Legmeer wordt ook gestreefd naar het bevorderen van sociale interactie tussen mensen. In een gebouw vindt deze interactie veelal plaats in de ontsluitingskernen. Het koppelen van meerdere gebouwen op één ontsluitingskern bevordert het aantal ontmoetingen. Ook biedt elk pand afzonderlijk toegang tot de aangrenzende binnentuin. Galerijen zijn alleen aan de binnenzijden van bouwblokken toegestaan mits deze architectonisch zo worden ontworpen dat lange horizontale lijnen worden vermeden en nooit langer zijn dan de breedte van het gebouw.
Spelregels • Maximaal 2 aangrenzende gebouwen delen een ontsluitingskern. • Alle op de begane grond gelegen woningen en overige functies hebben een eigen entree. • Galerijen zijn alleen aan de binnenzijde van bouwblokken toegestaan vanaf de 2e verdieping en reiken over maximaal 3 naast elkaar gelegen gebouwen. • Elke ontsluitingskern heeft zowel een entreeportaal aan de openbare ruimte als aan de binnenhoven.
54
Ontsluitingsmogelijkheid
DOEL 4 Nieuw Legmeer; een wijk op ooghoogte met de menselijke schaal. Nieuw Legmeer wordt gebouwd voor mensen. De menselijk maat en de beleving daarvan staan centraal in de verdere vormgeving van de bouwinitiatieven en de openbare ruimte. De menselijke schaal wordt bereikt door zorgvuldige aansluiting van gebouwen op maaiveldniveau. De plint vormt een samenhangend en aantrekkelijk geheel, los van de functie achter de gevel, en versterkt de verbinding tussen gebouw en straat.
55
4.1 Plinten De aanlanding van een gebouw op maaiveldniveau bepaalt in sterke mate hoe een gebouw beleefd wordt door de voorbijganger. In Nieuw Legmeer zal een interessante mix van woningen en bedrijven maar ook technische installaties, collectieve fietsenstallingen, entrees van parkeergarages en
Eén plint voor meerdere gebouwen
expedities aanwezig zijn in de plint. Plinten zullen zo ontworpen moeten worden dat deze niet afhankelijk zijn van de functie die achter de gevel ligt en per gebouw één geheel blijft vormen. Hierbij is het belangrijk dat de relatie tussen gebouw en maaiveld wordt versterkt. Om de pandsgewijze uitstraling te bevorderen, dienen de gebouwen ‘te landen’ op het maaiveld. Dit wordt bereikt door de verticaliteit door te laten lopen in de plint. Daarnaast loopt een plint niet herkenbaar door over meerdere aangrenzende gebouwen.
Interactie tussen plint en openbaar gebied
Elk gebouw heeft een eigen plint
Spelregels • Een plint onderscheidt zich van de gevel van de bovenbouw door het gebruik van een ander materiaal, kleur of vorm. Minstens twee van deze drie aspecten moeten worden toegepast. • Een plint vormt een architectonisch geheel met de bovenbouw, waarbij het verschil tussen plint en
de interactie met het openbaar gebied. • Plinten moeten afwijkend zijn in kleur, tactiliteit of profilering maximaal over de twee onderste bouwlagen. • Het verschil in hoogte (in estethische zin en niet
bovenbouw subtiel blijft en loopt niet herkenbaar
constructieve) tussen twee opeenvolgende plinten
door over meerdere aangrenzende gebouwen.
grenzend aan de openbare ruimte is minimaal
• De verticaliteit van het gebouw is zichtbaar in de plint, door het gebouw goed te laten ‘landen’ op het maaiveld.
56
• Plinten met winkels en voorzieningen bevorderen
0,5m. • De plint telt als één bouwlaag en is minimaal 3,5 meter en maximaal 6 meter hoog.
• Wanneer een woonfunctie in de plint is gevestigd, grenzend aan de openbare ruimte, geldt een hoogte (vrije hoogte tussen plafond-verdieping) van minimaal 3 meter tot maximaal 6 meter. • Plinten langs het Carré hebben een afwijken hoogtemaat voor plinten van niet woon-functies, zie Doel 5 (pag. 63). • Blinde delen in een plint ten behoeve van bijvoorbeeld technische voorzieningen zijn maximaal 6 meter lang.
57
58
4.2 Entrees Entrees spelen een belangrijke rol om de relatie tussen gebouwen en openbare ruimte te versterken en duiden waar een bezoeker naar binnen kan. Door transparantie in de openingen toe te passen, moet het maaiveld van buiten naar binnen worden getrokken als verlengstuk van de
Entree zijn herkenbaar door architectonische aandacht te geven
Zichtbare entree
openbare ruimte. Gevelopeningen mogen worden geaccentueerd maar kunnen ook een bescheiden architectuur meekrijgen zolang ze maar als zodanig herkenbaar zijn en worden vormgegeven.
Spelregels • Entrees zijn duidelijk herkenbaar, goed zichtbaar en niet verscholen in de gevel. • Entrees worden licht, opvallend en met een sterke relatie tot de straat ontworpen.
Entrees liggen minimaal 0.5m en maximaal 2,0m verdiept in de gevel
• Entrees gelegen aan de openbareruimte liggen minimaal 0,5m en maximaal 2,0m verdiept in de gevel, waarbij rekening wordt gehouden met sociale veiligheid (bijvoorbeeld met
Entrees binnen het cluster
afgeschuinde zijvlakken). • De entrees van hoogbouw mogen dubbelhoog zijn. • Postbussen en beltableaus belemmeren niet het zicht op de entreehal. Bij grotere woongebouwen worden postbussen in de entreehal of een separate ruimte opgelost. Postbussen mogen ook in de gevel zijn opgenomen, integraal mee-ontworpen met de architectuur. Zichtbaar entrees
59
60
61
DOEL 5
Onderscheidend karakter op basis van een deelgebied Nieuw Legmeer is verdeeld in verschillende deelgebieden, elk met een eigen karakter. Dit karakter is leesbaar in de vormgeving van de openbare ruimte en de aanliggende bebouwing. Zo worden de gebouwen langs de gracht gekenmerkt door een wereld van kappen en smalle gevels in de stijl van grachtenpanden, met wonen aan het water. ‘Het Carré heeft een levendig karakter waar dynamiek ontstaat door de diversiteit aan functies in de plint. Het hart van de wijk heeft een intiem karakter waar plaats is voor grondgebondenwoningen, waarbij de ruime voortuinen naadloos overgaan in het openbaar groen in het park en de tuinen zo een verlengstuk vormen van deze groene kwaliteit. Dit hoofdstuk heeft betrekking op specifieke profielen en vormt daarmee een aanvulling op de regels uit andere doelen en heeft als doel om de herkenbaarheid en uniciteit van identiteitsbepalende elementen van Nieuw Legmeer sterker te profileren.
62
Deelgebieden Het hart • Grondgebonden woningen rondom het park • Grote voortuinen als verlengstuk van het park. • Elke woning heeft een unieke uitstraling en dakontwerp • Hoogte: maximaal 4 verdiepingen inclusief setbacks en/of kappen + kap (dakkapellen mogelijk, mits in samenhang met architectuur en buren, meeontworpen)
Gracht • Kap verplicht als gevelbeëindiging. • Maximale breedte van een gebouw: 12 m
Carré • Plinthoogte: minimaal 4 meter en maximaal 6 meter (bij niet woon-functies)
63
64
5E
Eengezinswoningen Hart
4E 4E 4E 3E 3E
3E 3E
2E 2E
2E 2E
1E 1E
1E 1E
3E
2E
1E
Plint H min. 4 m BG BG/PLINT
5E
4E
Carre’4E
5E
4E 3E
5E
BG
Cluster
Gracht
4E 3E
3E 2E
3E 2E
2E 1E
2E 1E
1E
BG
OR
Rooilijn
Cluster 5E
BG BG/PLINT
Rooilijn
Hart
5E 5E
Carré
BG
1E
BG
Gracht
BG
Gracht
65
DOEL 6
Architectonische details en functionele inrichting Nieuw Legmeer streeft naar een harmonieus straatbeeld waarin architectuur en functionaliteit samenkomen. Thema’s als technische ruimtes, bevoorrading en opslag van goederen en bedrijfsafval, reclame-uitingen en inpassen van inpandige fietsenstallingen zijn hier voorbeelden van.
66
6.1 Inpandige, collectieve fietsenstallingen
Op straat worden ‘nietjes’ geplaatst en parkeervakken aangegeven om ook bezoekers van bewoners, bedrijven en voorzieningen te voorzien van een stallingsplaats.
De afgelopen jaren is een sterke stijging
Fietsenstallingen zijn niet
van het fietsgebruik te zien. Dit beeld is zowel landelijk
zichtbaar vanaf de straat
als in Amstelveen zichtbaar en komt mede door de komst van de e-bike en speedpedelec. De verwachting is dat deze trend zich verder doorzet de komende jaren. In 2020 heeft Amstelveen een mobiliteitsvisie vastgesteld waarin Amstelveen, naast een goede autobereikbaarheid voor bewoners, kiest voor het inzetten op duurzame, actieve en ruimtebesparende modaliteiten zoals de fiets. Nieuw Legmeer gaat inspelen op dit beleid. Dit betekent onder meer dat elk pand een collectieve fietsenstalling krijgt. Locatie, toegankelijkheid, gebruik en goede zichtbaarheid van de stalling zijn hierbij van groot belang. Ook moeten stallingen oplaadpunten aanbieden
Entrees naar fietsenstalling
ter bevordering van het opladen van elektrische fietsen.
zichtbaar vanaf de straat
Spelregels • Collectieve fietsenstallingen bevinden zich in de plint of halfverlaagd/halfverhoogd ten opzichte
• Fietsenstallingen kunnen worden gecombineerd met parkeergarages in de kelder.
van het maaiveld niveau. In het laatste geval dient
• De fietsenstallingen in gebouwen, gelegend aan
er een hellingbaan (max 4%) aanwezig te zijn ter
de openbare wegen in Nieuw Legmeer, mogen
bevordering van de gebruiksvriendelijkheid van
niet zichtbaar zijn vanaf de straat; alleen de
de stalling. Hierbij geldt dat hellingbanen altijd
entree mag zichtbaar zijn en moet in de stijl van
inpandig worden opgelost.
het gebouw worden meeontworpen.
• Bij een fietsenstalling in de plint dient de entree/ gevel te worden meeontworpen in de stijl van het gebouw.
67
68
6.2 Technische ruimtes en overige gevelopeningen Technische ruimtes zoals transformatorstations komen niet als losstaande objecten in de openbare ruimte te staan maar worden inpandig opgelost. Indien deze ruimtes in de plint zijn gelegen, worden ze meeontworpen in de stijl van de gevel. Entree zijn herkenbaar door architectonische aandacht te geven
Spelregels • Alle gevelopeningen in een plint, ongeacht de functie, zijn onderdeel van het architectuurbeeld en zorgvuldig ontworpen.
Entree naar technische ruimte
• Entrees liggen verdiept in de gevel. • Technische ruimtes en de opslag van bedrijfsafval worden inpandig opgelost. • Indien technische ruimtes in de plint worden opgenomen, dienen deze te worden mee-ontworpen. • Een blinde gevel zonder openingen mag
Alle entrees in samenhang met de architectuur
Entree naar parkeer garage
maximaal 6 meter breed zijn.
69
70
6.3 Reclame-uitingen Reclame-uitingen zijn er in tal van soorten en maten. Ongeacht het type reclame-uiting is reclame altijd passend bij de stijl en het architectuurbeeld van het gebouw en heeft het geen schreeuwerig karakter.
Spelregels • Reclame moet betrekking hebben op de activiteit achter de betreffende gevel of in het pand. • Reclame beperkt zich tot de naam of branche van het bedrijf en gaat niet over aanbiedingen of prijzen van producten, artikelen of diensten. • Bij reclame op raampartijen moet de achterliggende
• Haakse reclame-uitingen aan de gevel zijn maximaal 600x600 mm groot en hebben een uniforme plaatsingshoogte aan de plint, tenminste 2.30m boven maaiveld. • Het aanschijnen van reclame-uitingen is niet gewenst. Wel kunnen letters zelf licht uitstralen (naar voren of juist
functie zichtbaar blijven om de relatie tussen gebouw
naar achteren) zonder daarbij overlast / lichthinder te
en openbaar gebied te bevorderen. De reclame is qua
veroorzaken voor bovenliggende woningen.
grootte ondergeschikt aan de raampartij. • Losse reclame-objecten in de openbare ruimte zijn alleen toegestaan in de eerste meter uit de gevel. • Reclame op daken is niet toegestaan. • Teksten of logo’s zijn vormgegeven als losse letters of figuren direct tegen de gevel, zonder achtergrondplaat.