Bestemmingsplan met bijlagen Uitbreiding De Meerkamp
Tekst van het document
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
24
afbeelding 5.1: uitsnede Legger AGV Een deel van het plangebied is nu bebouwd en verhard, ongeveer 3.300 m2. Het plan leidt tot een toename aan bebouwd en verhard oppervlak. Dit is ongeveer 1.700 m2, gemeten op basis van het laatste ontwerp. Op grond van artikel 2.4 van de Keur 2019 geldt een compensatienorm voor toename aan verhard oppervlak. De toename van de afvoer van hemelwater vanaf het verhard oppervlak op het watersysteem dient in beginsel gecompenseerd te worden door open water met een omvang van 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak. Dit komt neer op 170 m2 extra water. In het kader van de verdere uitwerking van het ontwerp wordt de benodigde compensatieopgave meegenomen. In de regels van de bestemmingen is de aanleg van nieuw water toegestaan, zodat een mogelijke verbreding een van de watergangen mogelijk is. Het ontwerp zal voldoen aan de ambities uit het Actieplan Klimaatadaptatie ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Zie ook paragraaf 5.9.2 over hoe is omgegaan met de ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. 5.3.3
Watertoets
In het kader van het vooroverleg wordt het concept ontwerp bestemmingsplan toegezonden aan het Waterschap Amstel Gooi en Vecht. De reactie op het concept wordt verwerkt in het bestemmingsplan. 5.3.4
Conclusie
De voorgenomen uitbreiding van het zwembad leidt tot een toename aan verharding. De compensatieopgave wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het ontwerp van de nieuwbouw. Het concept bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het waterschap. "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
25
5.4
Bedrijven en milieuzonering
5.4.1
Inleiding
De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst zijn vermeld voor het omgevingstype 'rustige woonwijk en het omgevingstype 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Milieucategorie
Richtafstand rustige woonwijk
Richtafstand gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
Tabel 5.1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009) 5.4.2
Betekenis voor het plan
Het bestemmingsplan maakt een nieuw bassin mogelijk. Een zwembad wordt gezien als milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter in het gebiedstype rustige woonwijk. De andere functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt, te weten de ruimten voor binnensport, de kantoren en de maatschappelijke voorzieningen zijn gelijk hieraan of van een lichtere milieucategorie. De meest nabijgelegen gevoelige functie betreft de woningen ten zuiden van het plangebied. Voor het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van het plan op geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving en op het kinderdagverblijf dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd (Akoestisch onderzoek geluiduitstraling zwembad, Noorman Bouw- en milieu-advies, 20 september 2022). het onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. De geluidbelasting op de bestaande omliggende bebouwing bedraagt ten hoogste 44 dB(A) in de dagperiode, 44 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode (rekenpunt 03a_D, Woontoren de connectie, bovenste verdiepingen). Ter plaatse van het (binnen de nieuwbouw) te realiseren mogelijke kinderdagverblijf is deze lager. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de omliggende woningen en appartementen en het "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
26 kinderdagverblijf kan worden voldaan aan de richtwaarden als opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' en aan de algemene grenswaarden als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.4.3
Conclusie
Uit het uitgevoerde onderzoek volgt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
5.5
Geluid
5.5.1
Wet- en regelgeving en beleid
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen andere geluidsgevoelige gebouwen geluidsgevoelige terreinen Het besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": onderwijsgebouwen ziekenhuizen en verpleeghuizen verzorgingstehuizen psychiatrische inrichtingen kinderdagverblijven De aanwijzing als "ander geluidsgevoelig gebouw" geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan de verblijfsruimten zoals genoemd in art. 1.1 lid 1 onder d Bgh. Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. In twijfelgevallen (valt een bepaalde bestemming onder een bepaalde categorie) is een goede motivering van belang. 5.5.2
Betekenis voor het plan
Het bestemmingsplan maakt geen 'grote lawaaimakers' mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Het plangebied ligt in de geluidzone van onder andere de Van der Hooplaan. Sportfuncties en kantoren zijn geen geluidgevoelige functie, wat betekent dat voor deze functies geen onderzoek nodig is naar de geluidbelastingen op de gevels vanwege wegverkeerslawaai of industrielawaai. Kinderdagverblijf Een kinderdagverblijf is wel een geluidgevoelige functie. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelastingen vanwege omliggende wegen (Nieuwbouw kinderdagverblijf sportcomplex De Meerkamp te Amstelveen - Akoestisch onderzoek weg- en luchtvaartverkeer, Noorman Bouw- en milieu-advies, 2 september 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Uit het onderzoek volgt dat vanwege de Van der Hooplaan de geluidbelasting ten hoogste 51 dB bedraagt in de dagperiode. De in de Wet geluidhinder opgenomen voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Vanwege de andere wegen (Beneluxlaan, Startbaan) wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Uit het het onderzoek blijkt dat er geen realistische mogelijkheden zijn om de geluidbelasting invallend op het kinderdagverblijf met bron- en/of overdrachtsmaatregelen te beperken. Ook bouwkundige maatregelen zoals loggia's en schermen aan het pand zijn niet realistisch.
Voor het kinderdagverblijf is een hogere waarde vastgesteld. De hogere waarde bedraagt 51 dB voor de "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
27 Van der Hooplaan (na correctie conform artikel 110g Wgh). Het besluit Hogere Grenswaarde is opgenomen als bijlage 13 bij de toelichting. Cumulatie met luchtvaartverkeer De cumulatieve geluidbelasting vanwege het weg- en luchtvaartverkeer samen is bepaald en bedraagt ten hoogste Lcum = 61 dB. Om een in akoestische zin acceptabel leefklimaat binnen het te realiseren kinderdagverblijf te waarborgen moet worden voldaan aan een binnenniveau Lden 33 dB. De karakteristieke geluidwering dient tenminste 61 - 33 = 28 dB te bedragen. Dit zal een eis zijn aan de bouwaanvraag en er zal middels een nader gevelgeluidweringsonderzoek aangetoond moeten worden dat hieraan wordt voldaan. 5.5.3
Conclusie
Het bestemmingsplan maakt een geluidgevoelige functie mogelijk, te weten een kinderdagverblijf. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting en op basis daarvan is een hogere waarde vastgesteld voor het kinderdagverblijf. Er zal bij de bouwaanvraag rekening worden gehouden met de uitkomsten van het akoestisch onderzoek en de voorwaarden uit het besluit hogere waarde.
5.6
Luchtkwaliteit
5.6.1
Wet- en regelgeving en beleid
Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSL-projecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24-uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Met het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school of kinderopvang - in de nabijheid van provinciale wegen (binnen 50 meter) en rijkswegen (binnen 300 meter) beperkt. Dat geldt voor nieuwe situaties en bestaande situaties die worden uitgebreid, waarbij sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 of PM10. Binnen dit bestemmingsplan bevinden zich geen gevoelige "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
28 bestemmingen. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. Zo vallen bijvoorbeeld woningbouwlocaties met 1.500 woningen of kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlakte tot 100.000 m2 en één ontsluitingsweg onder deze categorieën. 5.6.2
Betekenis voor het plan
In algemeenheid kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit in Amstelveen voldoet aan de maximale grenswaarden. Gezien de huidige concentraties luchtverontreinigende stoffen nabij de planontwikkeling is het niet aannemelijk dat de uitbreiding van het zwembad leidt tot een overschrijding van de grenswaarden zoals vastgesteld in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk groter dan de opgenomen categorieen in de Regeling NIBM. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de planontwikkeling zal niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit in de omgeving. Op basis hiervan is te stellen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 5.6.3
Conclusie
In algemeenheid kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit in Amstelveen voldoet aan de maximale grenswaarden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de planontwikkeling zal niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit in de omgeving. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.7
Externe veiligheid
5.7.1
Wet- en regelgeving en beleid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Groepsrisico "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
29
Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 5.7.2
Betekenis voor het plan
Voor het bestemmingsplan is onderzocht of de beoogde ontwikkeling gevolgen heeft op het risico van zware ongevallen (Beschouwing externe veiligheid wijziging bestemmingsplan t.b.v. uitbreiding De Meerkamp, Kuiper & Burger, 15 september 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. De risicokaart is geraadpleegd voor het plan (zie afbeelding 5.2). Rond het plangebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig: buisleiding van Gasunie op 270 m. inrichting All Sports aan de Van der Hooplaan 237 (categorie overig) op 90 m. inrichting zwembad De Meerkamp aan de Van der Hooplaan 239 (categorie overig) direct tegen het plangebied aan. Nabij het plangebied is een aantal kwetsbare objecten (woningen en scholen) en beperkt kwetsbare objecten (sportgelegenheden /kantoren) gesitueerd. Uit de uitgevoerde beschouwing blijkt dat er geen invloed is te verwachten van het plangebied op nabij gelegen (beperkt) kwetsbare objecten of bestemmingen. En omdat er geen plaatsgebonden risicocontouren (PR10-6) of invloedgebieden reiken tot over het plangebied, worden door het plan nabijgelegen bestemmingen eveneens niet in de gebruiksmogelijkheden beperkt.
afbeelding 5.2: uitsnede risicokaart
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
30
5.7.3
Conclusie
Vanuit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering vopor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.8
Natuurwaarden en houtopstanden
5.8.1
Wet- en regelgeving en beleid
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder andere soorten vallen onder andere de ringslang en de grote modderkruiper. De gemeente Amstelveen adviseert om de gedragscodes van Stadswerk te gebruiken. Er is een code voor bestendig beheer en onderhoud en een code voor ruimtelijke ingrepen. 5.8.2
Betekenis voor het plan
Voor het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: Quickscan Zwembad de Meerkamp Amstelveen, ECO-logisch, 2 maart 2022 (bijlage 6); Natuuronderzoek Zwembad de Meerkamp kleine marterachtigen en vleermuizen, ECO-logisch, 26 september 2022 (bijlage 7); Ontheffing Wnb voor de gewone dwergvleermuis, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, 9 januari 2023 (bijlage 8); Onderzoek stikstofdepositie Bestemmingsplan Uitbreiding De Meerkamp, Sweco, 3 februari 2023 (bijlage 9); Bomeneffectanalyse Uitbreiding Zwembad 'De Meerkamp' te Amstelveen, Pius Floris Boomverzorging, 23 september 2022 (bijlage 10). Hieronder is eerst ingegaan op de soortenbescherming, daarna op de gebiedsbescherming en als laatste op de effecten op de bomen. Soortenbescherming In de uitgevoerde quickscan is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. De bebouwing in het projectgebied biedt mogelijk verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. In het projectgebied kunnen mogelijk algemene amfibieën, broedvogels en zoogdieren voorkomen. Het struweel rond het projectgebied biedt mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen.
Zodoende is het aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door kleine marterachtigen en vleermuizen. Uit het nader onderzoek blijkt dat het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van kleine marterachtigen. Wel is een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis vastgesteld, waarvan de bijbehorende paarverblijfplaats in de bebouwing in het projectgebied verwacht kan worden. De exacte locatie van deze paarverblijfplaats kon niet worden vastgesteld. Er zijn geen vaste vliegroutes voor vleermuizen vastgesteld. Het projectgebied wordt in beperkte mate door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger gebruikt als foerageergebied. Het foerageergebied is echter niet van essentieel belang voor de lokale populaties vleermuizen. "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
31
Als gevolg van werkzaamheden kan de verblijfplaats verloren gaan of ongeschikt raken. Er is een ontheffing op de Wet natuurbescherming verleend voor de werkzaamheden ten behoeve van de uitbreiding van het zwembad de Meerkamp. Aan een ontheffing hangen voorwaarden waar bij de uitvoering rekening mee wordt gehouden. Zorgplicht en aandachtspunten bij de uitvoering van werkzaamheden Het is aan te bevelen het gebruik van additionele nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te voorkomen om verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen te voorkomen. Tijdens nachtelijke werkzaamheden dient gebruik gemaakt te worden van een gericht armatuur om strooilicht naar de omgeving te voorkomen. Het is aan te bevelen het verwijderen van bomen buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet worden verstoord. Indien de geplande werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens grondverzet kunnen mogelijk individuen van algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood.
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een melding te worden gedaan bij de Omgevingsdienst NoordHolland Noord, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. Gebiedsbescherming In de quickscan is beoordeeld wat de effecten van het plan zijn op beschermde natuurgebieden. Er zijn geen natuurgebieden in de directe omgeving van het plangebied. Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op Natura 2000-gebieden of NNN-gebieden worden niet verwacht. Stikstofdepositie Tijdens de gebruiksfase kan de uitbreiding van het zwembad mogelijk leiden tot een jaarlijkse toename in stikstofemissie. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden verwacht. Zodoende is een stikstofberekening middels de AERIUS Calculator uitgevoerd. Uit de berekening volgt dat in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten.
Voor de aanlegfase (bouwfase) is in een indicatieve berekening inzichtelijk gemaakt wat de maximale inzet/maximale emissie van het materieel in de bouwfase kan zijn en waarbij er geen toenamen van de depositie plaatsvinden op Natura-2000 gebieden. Afhankelijk van hoeveel transportbewegingen plaatsvinden is in de bouwfase ongeveer 1.500 draaiuren van diesel aangedreven mobiele werktuigen mogelijk. Binnen deze randvoorwaarden is het aannemelijk dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en kunnen in de bouwfase significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten worden en kan het plan worden vastgesteld. Bomeneffectanalyse Uit de uitgevoerde Bomeneffectanalyse blijkt dat voor wat betreft de bomen 1 t/m 4, 7 en 59 t/m 76 (zie afbeelding 5.1) die ter hoogte van het projectlocatie staan kan worden gesteld dat deze niet duurzaam te behouden zijn. In verband met de boomgrootte en kwaliteit valt een verplanting van de bomen 1 t/m 4 en 7 af te raden en zullen de bomen verwijderd moeten worden. De bolesdoorns die bij de fietsenstalling staan (bomen 59 t/m 76) kunnen middels een eenvoudige verplanting worden verplaatst.
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
32
afbeelding 5.3. Overzichtskaart van de projectlocatie met de onderzochte bomen (bron: Bomeneffectanalyse In verband met de aan te leggen bouwbrug en permanente brug richting de Startbaan zullen deze door de aanwezige groenstrook moeten komen. Afhankelijk van de breedte zullen meer of minder bomen moeten worden verwijderd. Het ligt voor de hand om ter hoogte van bomen 28 en 29 de brug te realiseren. Boom 28 bestaat uit twee stammen en boom 29 heeft een matige conditie. Eventueel kan in verband met de benodigde breedte van de bouwbrug bomen 30 en 32 worden meegenomen. Boom 31 betreft een dode boom. Er zullen ter hoogte van de bouwbrug ook struiken verwijderd moeten worden. De aangeduide locatie bevat enkele struiken. De bouwweg kan diagonaal richting het bouwterrein worden aangesloten, waardoor de aanrijdroute directer richting het bouwterrein ligt. De locatie van de permanente brug komt ter hoogte van bomen 5 en 6 te liggen. Deze locatie moet goed afgebakend worden om schade aan het overblijvende groen en bomen te voorkomen. Het plaatsen van palen ter hoogte van de inritten draagt bij aan het voorkomen van schade. Een exacte inmeting van de bomen ter hoogte van beide bruggen is hier noodzakelijk. Dit wordt gedaan in het kader van de verdere uitwerking van de ontsluiting en positie van de brug.
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
33
afbeelding 5.4. Mogelijke locatie van de bouwbrug ter hoogte van bomen 28 en 29 (bron: Bomeneffectanalyse) Geadviseerd wordt om geen uitgegraven grond te verspreiden over het terrein. Het is noodzakelijk het huidige gras gescheiden af te graven ter voorkoming van anaerobe omzetting. Ook dienen oppervlakkige wortels zo min mogelijk te worden beschadigd. De overige bomen (8 t/m 15) staan buiten de projectgrens en kunnen middels boombeschermende maatregelen (plaatsen bouwhekken) behouden blijven. Binnen dit beschermd boomgebied mogen geen werkzaamheden plaatsvinden of bouwmaterialen worden opgeslagen. In verband met de zorgplicht dienen er snoeiwerkzaamheden te worden uitgevoerd bij de bomen met een verhoogd risico. Dit valt buiten het normale snoeiregime. 5.8.3
Conclusie
Uit de ecologische quickscan is naar voren gekomen dat er aanvullend onderzoek nodig is naar de aanwezigheid van functies voor vleermuizen alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd. Uit de bomeneffectanalyse is gebleken dat de bomen 1 t/m 4 en 7 niet te behouden zijn. In verband met de boomgrootte en kwaliteit valt een verplanting af te raden en zullen de bomen verwijderd moeten worden. De overige bomen kunnen middels boombeschermende maatregelen (plaatsen bouwhekken) behouden blijven. Binnen het boombeschermd gebied mogen geen werkzaamheden plaats vinden of bouwmaterialen worden opgeslagen.
5.9
Duurzaam bouwen, energie en klimaatadaptatie
5.9.1
Wet- en regelgeving en beleid
De kaders betreffende duurzaamheid (PLECK, Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie) zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 1 mei 2019. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die hij maakt. "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
34 De gemeentelijke organisatie is in 2030 onafhankelijk van fossiele brandstoffen en werkt CO2 uitstootvrij Amstelveen is een fossielonafhankelijke stad in 2040; Amstelveen is een circulaire stad (circulaire economie) in 2050; In 2050 is de stad klimaatrobuust ingericht. Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkeling De gemeente Amstelveen heeft hoge ambities om duurzaam te bouwen en duurzame gebieden te ontwikkelen. De ambities zijn genoemd in de Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling (november 2021) en gaan verder dan strikt noodzakelijk en liggen hoger dan wat in het bouwbesluit wordt geëist. Op vijf thema’s gaat de gemeente bij elke ontwikkeling kijken wat de mogelijkheden zijn om een project of gebied zo duurzaam mogelijk te realiseren: mobiliteit, energie, circulair bouwen, klimaat adaptief en groen en ecologie. De doelstellingen en ambities zijn in onderstaand overzicht getoond.
afbeelding 5.5: thema's uit de Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkeling Amstelveen (nov. 2021) De doelstellingen en ambities komen voort uit verschillende onderliggende beleidsstukken. Op gemeentelijk niveau gaat het onder andere om de Transitievisie Warmte, de Visie op zonne-energie, Pleck 3.0, het Actieplan Klimaatadaptatie, het Groenstructuurplan, de Mobiliteitsvisie en de Nota Parkeernormen. Het ontwerp dient aan te sluiten op al deze ambities en doelstellingen uit de Leidraad en het onderliggende beleid. Specifiek vermeldenswaardig zijn de volgende uitgangspunten die voor de planontwikkeling worden gehanteerd: Uitgangspunt: All-electric Uitgangspunt voor de nieuwbouw is 'van het gas af' / all-electric. Ervaringen met vergelijkbare accommodaties wijzen uit dat dit als stand-alone functie te realiseren is, binnen de financiële kaders en technische mogelijkheden. Ambitie: energieneutraliteit Een energiezuinige accommodatie is vereist, zowel uit overwegingen van duurzaamheid als exploitatie. Een energieneutraal gebouw is naar verwachting, met name voor het zwembad, niet mogelijk. Hiervoor is het dakoppervlak te gering om de benodigde elektriciteit met PV panelen zelf op te wekken. De ambitie is echter wel om zover mogelijk te streven naar een energieneutraal (op jaarbasis een neutraal energieverbruik) gebouw.
Het ontwerp dient energieneutraliteit binnen de financiële kaders zover als mogelijk te bereiken, mogelijk met onderscheid naar de verschillende functies. "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
35
5.9.2
Betekenis voor het plan
In de nieuwbouw wordt ingezet op een totaalconcept met hoge ambities op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. Er komt een 'all electric' zwembad, met zonnepanelen op het dak, energeizuinige verlichting, goede isolatie en centrale warmte-opwekking met lucht-water-warmtepompen.Hemelwater wordt opgevangen en hergebruikt en er komt ruimte voor groene dakbedekking. Tevens wordt ingezet op het aanbrengen van nestmogelijkheen voor vogels, insecten en vleermuizen en mogelijk bijenkasten op het dak. Daar waar het kan, wordt gewerkt met waterpasserende verhardingen en groene terreininrichting met bleomrijke beplanting. Bij de materiaalkeuze wordt gezocht naar zoveel mogelijk circulaire en demontabele houten constructies (FSC keurmerk) en hoogwaardige, duurzaam geproduceerde en onderhoudsarme gevelpanelen. En in de afwerkingen van de vaste inrichting wordt ingezet op het toepassen van gerecyclede materialen. Al deze maatregelen zullen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de gemeente Amstelveen zoals beschreven in de Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkeling, PLECK 3.0 en de overige onderliggende beleidskaders.
5.9.3
Conclusie
De nieuwbouw zal voldoen aan de eisen van de gemeente op het gebied van energietransitie, ciculaire economie en klimaatadaptatie. Er wordt voldaan aan de eisen en doelstellingen van de Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkeling, PLECK 3.0 en de overige onderliggende beleidskaders.
5.10
Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.)
5.10.1 Wet- en regelgeving en beleid Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
36
5.10.2 Betekenis voor het plan Het project valt te beschouwen als activiteit onder D11.2 ' De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' van het Besluit m.e.r.. De drempelwaarden – 2.000 woningen, 100 ha. grondoppervlak of 200.000 m2 vloeroppervlak – worden niet overschreden. Dit betekent dat een (vormvrije) m.e.r. beoordeling noodzakelijk is. Er is een vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd voor het bestemmingsplan (Kuiper & Burger, 14 oktober 2022). De beoordeling is opgenomen als Bijlage 12 Vormvrije m.e.r. beoordeling bij de toelichting. Hieronder is de conclusie beschreven. Uit de effecten die in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn beschreven, kan worden geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van het Zwembad De Meerkamp, inclusief de aanvullende functies, niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt ook indien rekening wordt gehouden met cumulatie. Om deze reden wordt geconcludeerd wordt dat een MER niet noodzakelijk is. Op grond van de uitgevoerde vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie heeft het college van B&W op 18 oktober 2022 besloten dat het bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp niet leidt tot (significante) nadelige gevolgen voor het milieu en dat er geen milieueffectrapport of m.e.r.-beoordeling hoeft te worden opgesteld.
5.10.3 Conclusie Het plan leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is geen volledige m.e.r.-procedure nodig.
5.11
Verkeer en parkeren
5.11.1 Nota Parkeernormen Amstelveen Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren). In een planregel dient dan tot uitdrukking worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elke initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. 2. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. 3.
De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. 4. Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits- en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. In de volgende paragraaf wordt uiteengezet hoe aan de parkeernorm wordt voldaan.
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
37
5.11.2 Betekenis voor het plan Voor het plan is een onderzoek uitgevoerd naar de parkeerbehoefte (Parkeerbalans en inventarisatie De Meerkamp Amstelveen, Sweco, 11 april 2022). Het rapport is opgenomen als Bijlage 11 Parkeeronderzoek bij de toelichting. In de notitie is in kaart gebracht wat het effect is van een aantal ruimtelijke ontwikkelingen rondom De Meerkamp op de parkeersituatie. De notitie beperkt zich niet uitsluitend tot de parkeeropgave van de uitbreiding van het zwembad, maar beschouwt de totale parkeersituatie inclusief nabijgelegen sportvoorzieningen. Dit betekent ook dat verder is gekeken dan het parkeerterrein voor De Meerkamp. Ook de parkeervoorzieningen ten behoeve van de sportvelden langs Sportlaan, Startbaan en Wimbledonpark vallen binnen de scope van dit onderzoek. Hierbij is rekening gehouden met openbaar beschikbare parkeerplaatsen; parkeerplaatsen uitsluitend bestemd voor bewoners zijn buiten beschouwing gelaten. Er is ingegaan op het autoparkeren en het fietsparkeren. Autoparkeren In de toekomstige situatie worden een aantal functies toegevoegd. In tabel 5.2 is weergegeven wat deze functies precies inhouden en welke normatieve parkeervraag ze extra opleveren.
Tabel 5.2. Normatieve parkeerbehoefte toekomstige situatie conform Nota Parkeernormen 2021 In de tabel is te zien dat de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie bestaat uit een vraag van 777 autoparkeerplaatsen. Voor de fiets zijn 751 parkeerplekken benodigd. Maar: ook in de nieuwe situatie is er sprake van de mogelijkheid tot dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Wanneer rekening wordt gehouden met dubbelgebruik, bedraagt de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie 680 autoparkeerplaatsen en 731 parkeerplaatsen voor de fiets. Zie hiervoor tabel 6 uit het onderzoek. De conclusie voor wat betreft het autoparkeren is als volgt: In de huidige situatie is er op zaterdagmiddag, het drukste moment, een normatieve vraag van 605 parkeerplaatsen; In de nieuwe situatie is zaterdagmiddag óók het drukste moment. Er is dan een vraag van 680 parkeerplaatsen; De nieuwe ontwikkelingen verhogen de parkeervraag met 75 extra parkeerplaatsen op het drukste moment. Op zaterdagmiddag is het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen (680) lager dan het totaal aantal geïnventariseerde parkeerplaatsen (743) binnen acceptabele loopafstand van de sportvelden. Hoewel er geen sprake is van een tekort, zorgt de hoge parkeerdruk voor zoekverkeer en een verhoogd risico op foutparkeren. Het is daarom van belang om de huidige parkeersituatie (voor Corona) te beoordelen.
Het parkeeronderzoek uit 2018 wijst op een beduidend lagere bezetting in de praktijk (614 parkeerplaatsen) dan de parkeerbalans op basis van de parkeernormen (655 parkeerplaatsen). Dit komt neer op 41 minder bezette parkeerplaatsen. Het parkeeronderzoek toont dus aan dat de theoretische parkeervraag veel hoger is dan de gemeten parkeervraag in 2018. Met deze marge is voor het totale gebied sprake van een acceptabele verkeerssituatie. De voorwaarde hierbij is dat de looproutes (de hekken) vanaf Startbaan, Wimbledonpark en Sportlaan op zaterdagmiddag geopend zijn. Aandachtspunt blijft dat veel van de voorzieningen met een hoge parkeervraag (zwembad, sportschool en sporthal) primair gebruik maken van het parkeerterrein bij De "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
38 Meerkamp. Op hele drukke momenten zal een deel van de bezoekers een langere loopafstand moeten accepteren. Fietsparkeren Voor het fietsparkeren betekenen de uitbreidingen rondom De Meerkamp het volgende: In de huidige situatie bedraagt de vraag op het drukste moment 618 fietsparkeerplaatsen; De nieuwe ontwikkelingen leiden tot een totale vraag van 731 op het drukste moment, een toename van 113; Het aantal beschikbare fietsparkeerplaatsen is in 2020 geïnventariseerd. Het aanbod fietsparkeerplaatsen op het terrein van De Meerkamp bedroeg toen 194. Afgaande op bovenstaande cijfers is er op dit moment in in de toekomstige situatie een groot, theoretisch tekort aan fietsparkeerplaatsen. Dit beeld strookt echter niet met de uitgevoerde fietstellingen in 2020 en de beleving van de gemeente. Aanbevolen wordt om het fietsparkeren regelmatig te blijven monitoren. Dit maakt bijtijdse bijsturing mogelijk, wanneer blijkt dat de capaciteit niet toereikend is. 5.11.3 Conclusie Uit het parkeeronderzoek volgt dat er voor autoparkeren en fietsparkeren een theoretisch tekort is aan plaatsen. Uit de uitgevoerde tellingen (2018 voor de auto en 2020 voor de fiets) blijkt echter dat in de praktijk sprake is van een lagere bezetting. Op basis daarvan zou er voldoende capaciteit zijn. Wel zullen bezoekers met de auto op hele drukke momenten een langere loopafstand moeten accepteren.
Het fietsparkeren wordt regelmatig gemonitord, om bijtijds te kunnen sturen op extra capacitei mocht dit nodig zijn.
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
39
Hoofdstuk 6 6.1
Planopzet
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt.
6.2
De bestemmingen
6.2.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. 6.2.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Groen (artikel 3) De zuidelijke groenstrook langs de Startbaan heeft de bestemming 'Groen' gekregen. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en wegen en paden ter ontsluiting van aangrenzende bestemmingen. Daarmee is het mogelijk om een ontsluiting te realiseren op de Startbaan. De exacte locatie is echter nog niet vastgelegd. Sport - Zwembad (artikel 4) De belangrijkste bestemming in het plan is de bestemming 'Sport - Zwembad'. In deze bestemming is ruimte voor een zwembad. Om de exploitatiemogelijkheden te vergroten, is ruimte geboden allerlei vormen van binnensport en zijn aanvullend aan het primaire programma ook maatschappelijke functies en een kinderdagverblijf toegevoegd aan het toegestane programma. Ook is in het raadsbesluit aangegeven dat het wenselijk is om de mogelijkheid voor een gezondheidscentrum te bieden. In bredere zin is dit mogelijk gemaakt door het toestaan van maatschappelijke functies. Hiervoor zijn onder andere de functieaanduidingen 'specifieke vorm van sport - sportcentrum' en 'kinderdagverblijf' opgenomen. Daarnaast zijn zelfstandige kantoren toegestaan (kantoren Amstelveen Sport). En bijbehorende functies zijn toegestaan zoals facilitaire voorzieningen, bergingen en magazijnen, kleedruimten en dergelijke. Er is een ruim bouwvlak opgenomen, waarbinnen de nieuwe bebouwing dient te komen. De maximum bouwhoogte bedraagt 15 meter.
Met de vormgeving van het bouwvlak is rekening gehouden met een bebouwingsvrije zone aan de zuid- en oostzijde langs het water. Water (artikel 5) Het bestaande water aan de zuidzijde van het zwembadterrein heeft de bestemming 'Water' gekregen. "Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
40 Binnen de bestemming is de aanleg van dammen en bruggen toegestaan, zodat de zuidelijke ontsluiting op de Startbaan te realiseren is. Drijvende steigers en ligplaatsen voor woonboten zijn niet toegestaan. Waarde - Archeologie 5 (artikel 6) De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' is opgenomen op basis van het Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Er is archeologisch onderzoek nodig voor ingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm. 6.2.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Anti-dubbeltelregel (artikel 7) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 8) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Algemene gebruiksregels (artikel 9) In dit artikel is aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt gezien, voor het geval dit niet al blijkt uit de enkelbestemming. Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Algemene aanduidingsregels (luchtvaartverkeerszones - LIB in artikel 11) Hier wordt aangegeven welke restricties er gelden ter plaatse van de gebiedsaanduidingen die zijn opgenomen in verband met de luchtvaartverkeerzones uit het Luchthavenindelingsbesluit. 6.2.4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 12 Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 13) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Uitbreiding De Meerkamp Vastgesteld
DNS Planvorming BV Amsterdam, 7 februari 2023 NL.IMRO.0362.17A-VG01
Uitbreiding De Meerkamp
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
2
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Nota van beantwoording vooroverlegreacties
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
9
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek weg- en luchtvaartverkeer
132
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek geluiduitstraling zwembad
187
Bijlage 5
Beschouwing externe veiligheid
254
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
286
Bijlage 7
Nader ecologisch onderzoek
310
Bijlage 8
Ontheffing Wnb gewone dwergvleermuis
323
Bijlage 9
Stikstofdepositie onderzoek
338
Bijlage 10
Bomeneffectanalyse
369
Bijlage 11
Parkeeronderzoek
417
Bijlage 12
Vormvrije m.e.r. beoordeling
429
Bijlage 13
Hogere grenswaarden
469
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
3
Bijlagen bij de toelichting
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
4
Bijlage 1 Nota van beantwoording vooroverlegreacties
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
Nota van Beantwoording Ontvangen vooroverlegreacties en beantwoording van de vooroverlegreacties op het
Concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding De Meerkamp Amstelveen, augustus 2022
Z22-062985
Wijze van beantwoording Deze Nota van Beantwoording (NvB) gebruiken we voor de beantwoording van de vooroverlegreacties op het concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp. In deze NvB zijn de binnengekomen vooroverlegreacties op het concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp opgenomen. De ingediende vooroverlegreacties vatten we samen. Hoewel niet expliciet beschreven, beoordelen we reacties in hun geheel. De ontvangen vooroverlegreacties behandelen we per indiener puntsgewijs. Links vindt u de samenvatting van de reacties per inzender en in de kolom daarnaast een puntsgewijze beantwoording. In de uiterste rechterkolom geven we aan of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met eventueel een korte toelichting daarop.
Nota van beantwoording – concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp
datum: augustus 2022
blz. 2
Vooroverlegreacties art. 3.1.1 Bro Samenvatting ingediende vooroverleg reactie Mail ontvangen op 27 juni 2022 van Gasunie Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Mail ontvangen op 27 juni 2022 van Hoogheemraadschap van Rijnland Bij nadere bestudering van het plangebied blijkt dat dit gelegen is in het gebied van ons collega Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Tegen het plan heb ik dus geen bezwaar. De waterhuishoudkundige belangen van ons Hoogheemraadschap van Rijnland zijn niet in het geding. Mails ontvangen op 30 juni 2022 van provincie Noord-Holland
Beantwoording reacties per punt
Planaanpassing
Deze vooroverlegreactie wordt voor kennisneming aangenomen.
Deze vooroverlegreactie wordt voor kennisneming aangenomen.
Op het plangebied zijn geen relevante werkingsgebieden vanuit de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing. De provincie Noord-Holland heeft geen op- en/of aanmerkingen op dit planvoornemen.
Deze vooroverlegreactie wordt voor kennisneming aangenomen.
Mail ontvangen op 4 juli 2022 van Liander (Qirion)
Deze vooroverlegreactie wordt voor kennisneming aangenomen.
Vanuit Liander zijn er geen planologische opmerkingen op het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording – concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp
datum: augustus 2022
blz. 3
nee
nee
nee
nee
Mail ontvangen op 14 juli 2022 van waternet (waterschap gooi en vecht gemeente Amsterdam)
In de uitvoeringsfase zal rekening gehouden worden met het advies.
In de Toelichting van het concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding De Meerkamp is vastgelegd dat in het (nog te maken) definitief ontwerp van het zwembad rekening wordt gehouden met de volgende zaken: Het plangebied wordt begrensd door een primaire watergang aan de west- en zuidzijde. Deze watergang is belangrijk van de aan- en afvoer van water binnen het gebied. In de Toelichting van het plan wordt hierover het volgende gezegd: “De nieuwe bebouwing komt niet op of tegen het water aan. Er wordt geen oppervlaktewater gedempt, behalve mogelijk voor de nieuwe ontsluiting aan de zuidzijde. Deze nieuwe ontsluiting zal het water kruisen met een dam en duiker of mogelijk met een brug.” De eventuele demping van een stukje watergang wordt 100% gecompenseerd en hiervoor wordt tijdig een watervergunning aangevraagd. Advies: controleer in de volgende fase van de planvorming of de eventuele brug of duiker voor de ontsluiting voldoet aan de eisen van het waterschap. De toename van het verhard oppervlak is verwerkt in de compensatieopgave en wordt gecompenseerd in de vorm van > 170 m2 extra open water. Ook hiervoor wordt tijdig een watervergunning aangevraagd. In het ontwerp wordt rekening gehouden met wensen en eisen op het gebied van klimaatadaptatie conform het eigen klimaatadaptatiebeleid van de gemeente Amstelveen. Gelet op bovenstaande hebben wij verder geen opmerking op dit plan.
Nota van beantwoording – concept ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding de Meerkamp
datum: augustus 2022
blz. 4
nee
9
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
"Uitbreiding De Meerkamp" (vastgesteld)
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitbreiding zwembad de Meerkamp te Amstelveen Definitief
datum projectnummer
26 april 2022 220871
Rapport
Aveco de Bondt BV De Gondel 1, 1186 MJ Amstelveen T +31 20 75 04 600 www.avecodebondt.nl
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitbreiding zwembad De Meerkamp te Amstelveen project projectnummer projectleider
opdrachtgever postadres
contactpersoon
status auteur
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitbreiding zwembad de Meerkamp te Amstelveen 220871 Kelvin Hoogeboom Gemeente Amstelveen Postbus 4 1180 BA AMSTELVEEN E. Weerdesteijn Definitief Kelvin Hoogeboom BSc
paraaf gecontroleerd
drs. Sharon de Jong
datum referentie
26 april 2022 220871_AdB_RAP_0002_v1
Inhoudsopgave 1
Inleiding
6
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2
Vooronderzoek Beschrijving van de onderzoekslocatie Beschikbare onderzoeksgegevens Algemene bodemkwaliteit Bodemopbouw en geohydrologie Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek Verhardingsonderzoek Milieutechnisch bodemonderzoek
7 7 11 12 13 13 14 14 14
3 3.1 3.2 3.3
Opzet onderzoek Onderzoeksvoorstel bodemonderzoek (NEN 5707 / NEN5740) Onderzoeksvoorstel verhardingsonderzoek (CROW210) Samenvatting uitgevoerde werkzaamheden
15 15 15 16
4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4
Uitvoering onderzoek Terreinverkenning Veldwerkzaamheden Veldresultaten Lokale bodemopbouw Meetgegevens grondwater Monsterselectie en analyses
17 17 17 18 18 18 19
5 5.1 5.2 5.3
Resultaten asfaltonderzoek Monsterselectie en analyses Toetsingskader Resultaten
20 20 20 21
6 6.1 6.2 6.3
Resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek Toetsingskader Resultaten grond Resultaten grondwater
22 22 22 23
7 7.1 7.2 7.3 7.3.1
Conclusie(s) en advies Aanleiding en doel Resultaten verkennend bodem- en vehardingsonderzoek Advies Grondverzet
24 24 24 25 25
datum referentie
26 april 2022 220871_AdB_RAP_0002_v1
Bijlagen Bijlage 1 Locatietekening Bijlage 2 Veldwerkrapportage Bijlage 3 Profielbeschrijvingen Bijlage 4 Analyserapporten grond Bijlage 5 Analysecertificaten grondwater Bijlage 6 Analysecertificaten asfalt Bijlage 7 Toelichting toetsingskader(s) Bijlage 8 Toetsingsresultaten Wbb grond en grondwater Bijlage 9 Toetsingsresultaten Bbk grond Bijlage 10 Toetsingsresultaten PFAS grond Bijlage 11 Bodemrapportage ODNZKG Bijlage 12 Terreinbezoek 22 februari 2022 Bijlage 13 Kwaliteitsborging
datum referentie
26 april 2022 220871_AdB_RAP_0002_v1
1
Inleiding
In opdracht van Gemeente Amstelveen is door Aveco de Bondt een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het zwembad de Meerkamp aan de Van der Hooplaan 237 te Amstelveen (zie figuur 1). De aanleiding voor het bodem- en verhardingsonderzoek is om het terrein te herontwikkelen. Het voornemen is om ten westen van het huidige binnenzwembad en sporthal een aanvullend buitenbad te creëren en de buitenruimte aan te passen.
Figuur 1: weergave onderzoekslocatie uitbreiding zwembad de Meerkamp (bron: Topo-RD)
Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van: · een beoordeling of geplande graafwerkzaamheden (deels) in een saneringsplichtig geval van bodemverontreiniging zullen plaatsvinden; · een beoordeling of aanvullende arbo-maatregelen noodzakelijk zijn bij werken in verontreinigde grond; · verkrijgen van een indicatie van de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond (inclusief PFASverbindingen (28) vanaf 1,0 m -mv ter plaatse van de te plegen nieuwbouw op de locatie); · vaststellen van de constructieopbouw en teerhoudendheid van het asfalt (CROW210); · op basis van de onderzoeksresultaten voorlopig vaststellen van de veiligheidsklasse voor werken in grond/grondwater (CROW publicatie 400).
2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het bodem- en verhardingsonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Het vooronderzoek bodem is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725 (Nederlands Normalisatie-instituut, oktober 2017). Het vooronderzoek ten aanzien van de aanwezige asfaltverharding is uitgevoerd op basis van CROW210 Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Overzicht geraadpleegde bronnen vooronderzoek. Onderdeel
Bron
Digitale bronnen Bodeminformatie
Bodemloket [A] Bodeminformatiesysteem [B], zie bijlage 11 Nota Bodembeheer Regio Amstelland-Meerlanden (09K189, 12 november 2012) [C] Bodemkwaliteitskaart regio Amstelland-Meerlanden [D] ACN- en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA Regio Noordzeekanaalgebied versie 3.2, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, dossiernummer: 9037072, d.d. 2 januari 2020 [E] Beleidsregel PFAS gemeente Amstelveen 2020, zaaknummer: Z20-011698, kenmerk: gmb-2020-82747, d.d. 30 maart 2020 [F] PFOS/PFOA-kaart Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied [G]
Kadastrale gegevens
Kadaster online [H]
Actuele terreinsituatie
Bagviewer kadaster [I] Google Maps / Earth [J] StreetSmart Cyclomedia [K]
Historische gegevens
Topotijdreis.nl / Cyclomedia [L]
Overige informatie (Aangeleverde) gegevens
Opdrachtgever [M]
2.1 Beschrijving van de onderzoekslocatie Een topografische luchtfoto met de ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2. De gegevens van de onderzoekslocatie en een beschrijving zijn weergegeven in tabel 2.
Figuur 2: Topografische Luchtfoto met ligging onderzoekslocatie (bron Luchtfoto actueel Ortho 25 cm RGB), niet noordgericht.
datum referentie
26 april 2022 220871_AdB_RAP_0002_v1
Tabel 2: Locatiegegevens Adres Straat
Van der Hooplaan
Huisnummer
237
Plaats
Amstelveen
Locatie Oppervlak
Totaal circa 1.835 m2
Bebouwd circa 35 m2 (opslag, in groen omlijnd figuur 2) Verhard met asfalt circa 350 m2 (zwart omlijnd figuur 2)
Huidige bestemming
Recreatie
Huidig gebruik
Recreatie
Voormalig gebruik
In 1900 [L] is de locatie gelegen in een agrarisch gebied (Bovenkerkerpolder). Dit blijft tot 1970, in het kaartmateriaal van 1970 zijn de verbindingswegen Startbaan en de Van der Hooplaan (deels) aanwezig. Het te onderzoeken terrein ligt in een terrein wat is bestemd voor sportvelden/sportterreinen. Het terrein is nog braakliggend. In de periode: 1997-1999 is het zwembad De Meerkamp inclusief de huidige buitenzwembaden gerealiseerd, hiertoe zijn voormalige poldersloten gedempt. In mei 2004 is het basketbalveld zichtbaar (Google Earth, zie figuur 5), het is mogelijk dat het basketbalveld voor deze periode is gerealiseerd. In juli 2006 [J] is de opslag en een beachveld gerealiseerd, rondom de opslag zijn bomen zichtbaar. Het basketveld is aanwezig. In de periode 2008-2012 worden de bomen verwijderd van de locatie en worden ten oosten van de opslag containers geplaatst. In de periode 2012-2015 worden twee blauwe sportveldjes gerealiseerd op een tegelverharding. In de periode: september 2020-juni 2021 worden de containers verwijderd en is het maaiveld ter plaatse van de deze voormalige containers braakliggend opgeleverd. Na juni 2021 zijn geen oppervlakkige veranderingen zichtbaar (zie figuur 4).
Toekomstig gebruik
Recreatie
Geplande werkzaamheden
Er wordt een nieuw buitenbad gecreëerd, waarbij met een maximale diepte van 3,5 meter (zie figuur 3). Het terrein rondom het nieuw te creëren buitenbad wordt heringericht. Het huidige asfalt inclusief eventuele onderliggende fundatielaag ter plaatse van het basketbalveld wordt van de locatie afgevoerd. Hergebruik van asfalt dient te worden onderzocht conform de CROW210, eventuele fundatielaag dient indicatief te worden onderzocht op samenstelling en uitloging en indien asbestverdacht op het voorkomen van asbest. De grond vrijkomend uit het werk wordt afgevoerd van de locatie, bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv dienen per afzonderlijke bodemsoort worden onderzocht op PFAS-verbindingen.
Asbest
Er zijn geen gegevens bekend ten aanzien van asbest in de grond. Een eventueel aanwezige fundatielaag is mogelijk puinhoudend en daarmee verdacht op het voorkomen van asbest. In overleg met de opdrachtgever kan worden volstaan met een bemonstering op indicatieve wijze.
Dempingen, ophogingen, bijmengingen met puin
In 1970 zijn voor de aanleg van de sportvelden/sportterreinen voormalige poldersloten gedempt. Het is niet bekend waarmee de voormalige poldersloten zijn gedempt.
Bodembedreigende activiteiten, installaties en calamiteiten
Geen bekend
Terreinsituatie Bebouwing
Onderzoekslocatie: opslag Omgeving: Buiten- en binnenzwembad, sporthal, kleedkamers
Verhardingen
Bebouwing: onbekend, vermoedelijk tegels. Buitenterrein: gedeeltelijk braakliggend, tegels, klinkers en asfalt
Omgeving Gebruik belendende percelen Infrastructuur (watergang, verbindingswegen), sportvelden/sportterrein met parkeerterrein, fietsenstalling en openbaar groen
datum referentie
26 april 2022 220871_AdB_RAP_0002_v1
Figuur 3: Weergave nieuwbouw buitenzwembad (bron: opdrachtgever), niet noordgericht